5 Nota zienswijzen
Tekst van het document
4544139
Nota Zienswijzen Samenvatting en beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie Delft 2040 plus ontwerp Omgevingseffectrapportage
Gemeente Delft Ruimte Advies 6 april 2021
4544139
Inleiding Vanaf 21 december 2020 t/m 1 februari 2021 hebben ter inzage gelegen de ontwerp Omgevingsvisie Delft 2040 en de bijbehorende ontwerp Omgevingseffectrapportage. Tijdens deze periode zijn in totaal 25 zienswijzen ingediend, die hieronder zijn opgesomd. De NAW-gegevens van natuurlijke personen zijn niet weergegeven, omdat deze beschermd zijn op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens. Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25
Commissie Behoud Stadsschoon (CBS) Stichting Centrum Management Delft (SCMD) en Stichting Bestuurlijk Overleg Binnenstad (BOB) Cultuurtafel Delft Platform Energietransitie GGD Haaglanden Belangenvereniging Binnenstad Noord Belangenvereniging TU Noord Indiener EBH legal namens aantal bedrijven TU Delft Delft4Globals Platform toerisme Lijm en Cultuur Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) Stedin Bedrijven Kring Schieoevers (BKS) Indiener ASR Dutch Science Park Fund Gemeente Den Haag Steenvlinder Stichting Stadsbreed Woonbron Indieners ProRail Provincie Zuid-Holland
Algemene beantwoording In meerdere zienswijzen geven indieners aan dat in de Omgevingsvisie geen c.q. te weinig keuzes worden gemaakt en dat veel aspecten concreter onderzocht en onderbouwd moeten worden. In antwoord hierop merken we op dat de Omgevingsvisie inderdaad een hoog abstractieniveau kent. Dat is echter een bewuste keuze en (deels) ook inherent aan het doel en de strekking van de visie. Voor de lange termijn zijn hierin keuzes op hoofdlijnen gemaakt en benoemen we daarbij ambities, kaders en richtlijnen. De uitwerking en concretisering hiervan zal plaatsvinden in programma’s, gebiedsvisies en in het omgevingsplan. Ook het uitwerken van een afwegingskader en een monitoringssysteem zal bijdragen aan het concreet maken van en bijsturen op ambities en doelen. In programma’s vindt de afweging op gebiedsniveau plaats, waarmee verder invulling (concretisering) wordt gegeven aan de integrale afweging die we op hoofdlijnen in de visie hebben gemaakt. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument en kan gebiedsgericht, thematisch of opgavegericht van aard zijn. Naast de Omgevingsvisie en de programma’s vormt het Omgevingsplan een ander belangrijk Omgevingswetinstrument. Het Omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving en vervangt alle huidige bestemmingsplannen.
In het Omgevingsplan verankeren we de kaders en richtlijnen vanuit de Omgevingsvisie en de doorvertaling in programma’s.
3
Beantwoording zienswijzen In dit onderdeel hebben we de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Dit betekent niet dat we die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd niet hebben betrokken bij de beoordeling. Elke zienswijze is in zijn geheel beoordeeld. Hierbij geven we ook steeds aan of de reactie leidt tot een aanpassing of niet. Daar waar we verwijzen naar paginanummers gaat het om de paginanummering van de ontwerp omgevingsvisie. 1: Commissie Behoud Stadsschoon (CBS) 1a Samenvatting
1b
Beantwoording
Het verzoek is om de tekst Erfgoed en Historie uit te breiden met het belang van de stedenbouwkundige kwaliteiten van het beschermd stadsgezicht, in het bijzonder in de binnenstad met betrekking tot de unieke kwaliteiten van het grachtenpatroon en profielen. Het Delftse erfgoed is omvangrijk en divers en omvat veel meer dan de (unieke kwaliteiten van de) beschermde stadsgezichten. De Omgevingsvisie biedt een basis om deze verschillende elementen te versterken, behouden, etc. De gemeente gaat daarbij voor geen van deze onderdelen in op de specifieke kwaliteiten die iets tot (al dan niet beschermd) erfgoed maken.
Samenvatting
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om op de kaart Economische clusters de aanduiding van het KERNWINKELGEBIED aan te passen aan de werkelijke, reële omvang van het gebied zoals hierboven aangegeven.
Beantwoording Aanpassing 2: Stichting Centrum Management Delft (SCMD) en Stichting Bestuurlijk Overleg Binnenstad (BOB) 2a Samenvatting
Argument: Het kernwinkelgebied is in de Omgevingsvisie onjuist verbeeld. De grachten in het zuidwestelijke deel, Oude Delft en Koornmarkt, Achterom, Lange Geer, zijn hoofdzakelijk woongebieden en dat moet ook zo blijven! Een soortgelijk bezwaar geldt overigens voor het zuidoostelijk deel van het gearceerde gebied. Ook daar is de begrenzing van het kernwinkelgebied veel te ruim genomen en omvat vele woonstraten en grachten. De constatering van de reclamant is juist. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het kaartbeeld is aangepast.
Het verzoek is om de SCMD betrokken te houden bij de verdere transitie van het verduurzamen van 4
Beantwoording 2b
Samenvatting
Beantwoording
2c
Samenvatting Beantwoording
2d
Samenvatting
Beantwoording 2e
Samenvatting Beantwoording
2f
Samenvatting
Beantwoording 3: Cultuurtafel Delft
waardevol erfgoed en het ontwerpen en onderhouden van een buitenruimte, die passend is bij het historisch centrum en als gemeente de lead te nemen bij het verduurzamen van monumenten. De gemeente onderschrijft dit standpunt en heeft het al beschreven in Programma 4 van de Erfgoednota. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant steunt het advies aan gemeente Delft om een op data en onderzoek onderbouwde detailhandelsstructuurvisie te maken, alvorens keuzes voor wijk- en buurtcentra te maken. SCMD benadrukt het adviesrapport, zoals gepresenteerd in november 2020, als incompleet te zien, voordat dit vertaald wordt naar andere nota’s. Hoofdzakelijk uit bezorgdheid over eventuele negatieve effecten van niet-integraal beleid voor wijk- en buurtcentra op Leeuw&stein, De Hoven/Voorhof én binnenstad. Reclamant dringt erop aan het proces voor transformatie van de binnenstad als gevolg van het coronavirus met spoed in gang te zetten. In het onderzoek naar de wijk- en buurtwinkelcentra is de hoofdwinkelstructuur van Delft – bestaande uit binnenstad, In de Hoven en Leeuw&stein – niet opgenomen. Deze gebieden zijn echter wel meegenomen in de onderbouwing van het rapport. Op termijn herijkt de gemeente de detailhandelsnota inclusief de hoofdwinkelstructuur. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Reclamant plaatst vraagtekens bij het spreiden van het aanbod van toerisme en wil daarover graag in gesprek. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Wij gaan hierover met de reclamant in gesprek. Reclamant ziet graag dat de gemeente de beeldkwaliteitsniveaus van de openbare ruimte aanpast om verdere achteruitgang van de kwaliteit tegen te gaan. Daarnaast is het zeer gewenst om de kwaliteit te verbeteren door bijvoorbeeld groen en meer en betere ‘public seating’. De gemeente stelt de beeldkwaliteitsniveaus van de openbare ruimte vast in de beheervisie Openbare Ruimte, niet in de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant bepleit dat detailhandel voorbehouden zou moeten blijven aan de binnenstad en In de Hoven. Detailhandel is wat betreft de hoofdstructuur beperkt tot de binnenstad, In de Hoven en Leeuw&stein (PDV). De hoofdstructuur wordt ondersteund door een fijnmazige winkelstructuur van momenteel 12 wijkcentra waar de dagelijkse voorzieningen domineren. Daarnaast zijn initiatieven voor dagelijkse voorzieningen mogelijk, wanneer het om kleinschalige, op gemak gerichte initiatieven gaat. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant geeft aan bezorgd te zijn omdat de gemeente reclamant nog niet heeft betrokken het opstellen van het Omgevingsplan.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
5
3a
Samenvatting
Beantwoording
o Reclamant vraagt om de titel te herzien in: ‘Historie, Innovatie en Creativiteit kleurt cultuur en toerisme in Delft’ of ‘Cultuur kleurt de leefomgeving en toerisme in Delft’. Dit past volgens indiener beter bij de doelstelling om bewoners meer bij cultuur te betrekken en niet enkel te focussen op toerisme. o Reclamant vraagt om de definitie van cultuur breder te trekken dan enkel Historie. o Reclamant stelt voor om in de uitwerking meer onderscheid te maken tussen de fysieke en bestaande componenten Historie en Erfgoed ten opzichte van nieuwe levende Cultuur. De constatering van de reclamant is juist. Cultuur wordt inderdaad niet enkel gekleurd door historie. De titel van de opgave wordt aangepast naar: ‘Historie, Innovatie en Creativiteit kleurt cultuur en toerisme in Delft’. De tekst van hoofdstuk 4.2.3 van de Omgevingsvisie is aangepast in lijn is met bovenstaande. Zie ‘Aanpassing’.
Aanpassing
De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De titel van de opgave is aangepast naar: ‘Historie, Innovatie en Creativiteit kleurt cultuur en toerisme in Delft’. Aanpassing tekst 4.2.3.: Cultuur maakt onze historie zichtbaar en beleefbaar. Het stimuleert daarnaast de creativiteit, door een ander perspectief te geven. Cultuur, creativiteit en innovatie zijn sterk met elkaar verbonden. Delft kan zich hiermee onderscheiden van andere steden, én bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Cultuur maakt Delft aantrekkelijk om te bezoeken, in te verblijven en in te wonen. Ook in gebieden die we nog gaan ontwikkelen, kan cultuur een belangrijke aanjager zijn. Cultuur is voor iedereen en is verbonden met de dynamische identiteit van onze stad en inwoners. Voor een groeiende stad is het van belang dat cultuur mensen met elkaar in contact brengt. Zo draagt het bij aan een verbonden en inclusieve stad. Om de positie van de cultuurstad te versterken, investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen en onderscheidend cultuuraanbod. Ook investeren we in de kwaliteit van de openbare ruimte, met daarin ruimte voor cultuur. Delft zet in op cultuur. We richten ons op drie ambities die een concrete vertaling krijgen in het op te stellen cultuurkader: 6
3b
Samenvatting
Beantwoording
Meedoen met cultuur: oog voor inclusie, verbinding en talentontwikkeling Cultuur levert een actieve bijdrage aan samenhang en verbinding tussen inwoners in de wijken. Cultuur werk preventief en draagt bij aan kansengelijkheid. Iedereen kan meedoen met en door cultuur, vanuit eigen interesses, passies en talenten. Inwoners herkennen zich in en nemen deel aan het inclusieve aanbod van een representatieve cultuursector.
Stedelijke aantrekkelijkheid: cultuur als motor van een stad in ontwikkeling Cultuur is een voorwaarde voor een sterke bezoekerseconomie. Mede door een aantrekkelijk en onderscheidend aanbod versterkt Delft zijn positie als kwalitatief hoogwaardige vestigingsplaats voor bewoners en bestemming voor bezoekers. We streven naar een culturele basis die past bij Delft en wenselijk is voor de demografische groei en ontwikkeling van de stad. De basis kan daarom op onderdelen nog worden versterkt. Daarbij denken we ook aan faciliteiten en ruimte voor creatieve bedrijvigheid.
Cultuur en innovatie: waar cultuur, wetenschap en Delft elkaar ontmoeten Innovatie, technologie en creativiteit vormen – samen met historie – het unieke karakter van Delft. Dit zie je en beleef je in de stad. De spannende wisselwerking tussen cultuur en innovatie komt ook tot uitdrukking in de gebiedsontwikkelingen. In deze innovatieve (maak)stad weten de culturele infrastructuur en de innovatieve en creatieve bedrijvigheid elkaar te vinden en kunnen ze samen experimenteren. We slaan een brug tussen wetenschap én cultuur om het bredere publiek te bereiken en maatschappelijk te innoveren.
Reclamant vraagt om voor cultuur een kaart te maken, met de toevoegingen, gerelateerd aan de groei maar ook aan de huidige tekortkomingen. Ook vraagt reclamant het percentage voor cultuurvoorzieningen te concretiseren, net zoals dat bij werk en maatschappelijke voorzieningen is gedaan. Cultuur levert een actieve bijdrage aan samenhang en verbinding tussen de inwoners in de wijken. Het diverse cultuuraanbod wordt dichtbij inwoners in de wijken georganiseerd, in combinatie met programmering in de stedelijke cultuurgebouwen. Dit krijgt aandacht in het te actualiseren Cultuurkader. Een weergave van de huidige cultuurvoorzieningen op kaartmateriaal is op zijn plaats. Tevens vraagt reclamant om voor cultuur een kaart te maken ‘gerelateerd aan de groei maar ook aan de huidige tekortkomingen’. Dit krijgt aandacht in het Cultuurkader Delft dat de gemeente momenteel opstelt. De inzet is dat cultuur vanzelfsprekend meegenomen wordt in de huidige en toekomstige 7
gebiedsontwikkelingen. Wij denken aan een referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen die we verankeren bij gebiedsontwikkelingen en andere relevante ruimtelijke ontwikkelingen.
Aanpassing
3c
Samenvatting
Beantwoording
3d
Samenvatting
Beantwoording Aanpassing 3e
3f
Samenvatting Beantwoording
Samenvatting Beantwoording
De zienswijze leidt ten dele tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Aanpassing hoofdstuk 4.2: Het toevoegen van kaartmateriaal met de aanwezige culturele voorzieningen. Zie ook beantwoording vraag 3a. Door aanpassing van tekst 4.2.3 komen we hieraan tegemoet. Reclamant vraagt om een concrete uitwerking in tekst en een financiële onderbouwing over hoe de positie van Delft als cultuurstad wordt verstevigd, daarbij het huidige aanbod te koesteren en ook in te investeren. Reclamant vraagt deze onderbouwing ook te bezien vanuit het kader van de voorgenomen gemeentelijke bezuinigingen voor de komende jaren. In het Cultuurkader, dat de gemeente nu opstelt, zetten we in op een sterke basis en de juiste culturele voorzieningen op de juiste plek. We streven naar een culturele basis die past bij Delft en wenselijk is voor de demografische groei en ontwikkeling van de stad richting 2040. Ook zetten we in het Cultuurkader in op een onderscheidend cultuuraanbod dat aansluit op het dna van Delft. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om cultuur breder te trekken dan enkel Historie en daarbij aandacht te besteden aan de wisselwerking tussen Historie, Innovatie en Creatie. Op deze manier wordt cultuur iets van bewoners én bezoekers. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Zie beantwoording vraag 3a.
Door de titel aan te passen komen we hieraan tegemoet. Het verzoek is om een wenskaart Cultuur toe te voegen aan de Omgevingsvisie 2040 We streven naar een culturele basis die past bij Delft en wenselijk is voor de demografische groei en ontwikkeling van de stad richting 2040. Dit krijgt aandacht in het Cultuurkader Delft dat de gemeente nu opstelt. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om Cultuur toe te voegen aan de conclusies en om conclusie ‘dat het beleid in de binnenstad gecontinueerd moet worden’ te herzien. Aangezien cultuur een wezenlijk onderdeel is van de opgaven in de Omgevingsvisie is het inderdaad logisch om dit op te nemen in de conclusies voor de grote ruimtelijke opgaven in het toekomstbeeld. Verder vraagt reclamant om de conclusie ‘dat het beleid in de binnenstad gecontinueerd moet worden’ te 8
herzien. Men richt zich met name op tekort aan groen en diversiteit en daarnaast op transformatielocaties, zoals Museum Prinsenhof. De constatering van reclamant is juist. Cultuur hoort thuis in de binnenstad en in de wijken. Dit voegen we toe aan de conclusies.
Aanpassing
3g
Samenvatting
Beantwoording
3h
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
Aanpassing
De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Aanpassing (zie onderstreepte) tekst Conclusies toekomstbeeld op pagina 52: De binnenstad laten we in principe bestaan zoals deze is. De binnenstad blijft de compacte huiskamer van Delft waar men elkaar kan ontmoeten en is in 2040 beter bereikbaar, leefbaarder en levendiger. Het cultuuraanbod en de cultuurvoorzieningen zijn onderscheidend en hoogwaardig. Tussen culturele voorzieningen in de binnenstad en in de wijken bestaat een gezonde wisselwerking, waardoor cultuur in Delft laagdrempelig toegankelijk en inclusief is. Er is extra oog voor het verduurzamen van waardevol erfgoed en het ontwerpen en onderhouden van een buitenruimte die, passend bij het historische centrum, meer gericht is op de voetganger en ontmoeting. Het verzoek is om in het beeldgebruik een juiste afspiegeling te laten zijn van de cultuursector. We missen de nieuwe cultuur, zoals beschreven, die al aanwezig is in de stad. Het gaat om onder meer HighLight Delft, dat Kunst & Techniek verbindt, het Delft Chamber Music Festival dat Museum Prinsenhof en Lijm & Cultuur als decor gebruikt en het Delft Fringe Festival dat de historische stad als decor gebruikt. De afbeeldingen in de ontwerp Omgevingsvisie zijn inderdaad niet een juiste afspiegeling van de cultuur in Delft. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het fotomateriaal is aangepast. Het verzoek is om de tekst pagina 76 aan te passen naar: In 2040 is Delft een stad waar iedereen telt, meedoet, elkaar kan ontmoeten en de kans krijgt zich te ontwikkelen. In ‘gezien worden’ en ‘van belang voelen’ en van daaruit ontmoeten, ontwikkelen en meedoen ligt namelijk de sleutel tot prettig samenleven. Delft werkt aan een verbonden en inclusieve stad waarin iedereen mee kan doen. Vanuit de basis gaat het om het scheppen van voorwaarden, gericht op het voorkomen en het wegnemen van belemmeringen. Op basis hiervan stellen we voor de tekst aan te passen. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Aanpassing (zie onderstreepte tekst) tekst 4.3.3. en aanpassing tekst ‘De Delftse koers; een samenvatting’: Prettig samen leven vinden we belangrijk in Delft. In 2040 is Delft een stad waar iedereen ertoe doet, 9
meedoet, elkaar kan ontmoeten en de kans krijgt zich te ontwikkelen. In ertoe doen en gezien worden en van daaruit ontmoeten, ontwikkelen en meedoen ligt namelijk de sleutel tot prettig samen leven. 4: Platform Energietransitie 4a Samenvatting
Beantwoording
Aanpassing
4b
Samenvatting
Beantwoording
5: GGD Haaglanden 5a Samenvatting
Het verzoek is om in de Omgevingsvisie naast duurzame warmtebronnen ook duurzame koudebronnen op te nemen. Argument: Door de klimaatverandering ontstaat een grotere behoefte aan koelen in de zomer. Koelen kost ook energie en maakt hierdoor onderdeel uit van de energietransitie. Dit staat niet in de Omgevingsvisie genoemd. Naast de energietransitie ontstaat in de toekomst ook een steeds grotere behoefte aan koelen. Dit kan passief door middel van schaduwwerking en groen en actief door middel van WKO-systemen en koelsystemen. We passen de tekst hierop aan. Er zijn geen specifieke koudebronnen in Delft, dus het kaartmateriaal wijzigt niet. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Aanpassen pagina 86 onder ’duurzaam bouwen’: Naast het aardgasvrij aanleggen van de bebouwde omgeving ontstaat er ten gevolge van de klimaatverandering ook een steeds grotere behoefte aan het koelen van gebouwen. Dit kan bij voorkeur passief door middel van schaduwwerking door zonwering en groen en actief door middel van WKOsystemen en koelsystemen. Ook hierbij is het van belang te kiezen voor energiezuinige systemen met de minste impact op de leefomgeving. Het verzoek is om een integrale ruimtelijke visie in de Omgevingsvisie op te nemen waarin het ruimtebeslag nodig voor de energietransitie een plek heeft.
Argument: Voor de energietransitie moeten we in het toch al krappe Delft ruimte reserveren en vinden. Er is in de hele stad fysiek ruimte nodig zowel boven als onder de grond om de vele kabels, leidingen, nutsgebouwen en bodemsystemen voor de energietransitie te kunnen aanleggen. De Omgevingsvisie is er echter een op hoofdlijnen. We kunnen de concrete ruimtevraag hier niet opnemen in bijvoorbeeld kaartmateriaal. Dit is meer iets voor de het omgevingsplan. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om in de gebruikte afwegingskaders in Omgevingsvisie het onderdeel gezondheid concreter op te nemen. Doel is dat doorvertaling hiervan in concrete plannen daadwerkelijk plaatsvindt en gezondheid een plek krijgt bij de maatschappelijke ontwikkelingen om te kunnen dienen als stevige onderbouwing voor de ambities voor een gezonde leefomgeving. 10
Beantwoording
5b
Samenvatting
Beantwoording
5c
Samenvatting
Beantwoording
5d
Samenvatting
Beantwoording
5e
Samenvatting Beantwoording
6: Belangenvereniging Binnenstad Noord 6a Samenvatting
De Omgevingsvisie is geschreven op hoofdlijnen. We onderzoeken of we nadere concretisering kunnen uitwerken in onder meer het Omgevingsplan en programma’s. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant adviseert de ambities voor een gezonde leefomgeving verder uit te werken in meer specifieke, concretere doelstellingen en een aantal aanvullende doelstellingen op te nemen om de scores op ‘gezondheid en veiligheid’ te verbeteren. De Omgevingsvisie is geschreven op hoofdlijnen. De aangedragen voorstellen over het concretiseren van het thema gezondheid wegen we af en werken we nader uit indien daar aanleiding toe is, in onder meer het Omgevingsplan en programma’s. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant adviseert een matrix met alle opgaven en kernwaarden te maken, zodat eenvoudig clusters van meekoppelkansen kunnen worden geïdentificeerd. Argument: Het beschrijven van mogelijke verbindingen in de visie vergroot de kans dat initiatiefnemers die verbindingen ook maken. De Omgevingsvisie is geschreven op hoofdlijnen. De aangedragen voorstellen over het concretiseren van het thema gezondheid wegen we af en werken we nader uit indien daar aanleiding toe is, in onder meer het Omgevingsplan en programma’s. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Reclamant adviseert de Omgevingsvisie in werking concreter uit te werken. Voor de doorwerking van de visie zou het zijn om beter zichtbaar te maken dat duurzaamheid, gezondheid en veiligheid als basisvoorwaarden voor ontwikkelingen gelden door deze thema’s in de beschrijving in hoofdstuk 6 op te nemen en expliciet weer te geven in het hart van de figuur ‘de Omgevingsvisie in werking’. De Omgevingsvisie is geschreven op hoofdlijnen. De aangedragen voorstellen over het concretiseren van het thema gezondheid wegen we af en werken we nader uit indien daar aanleiding toe is, in onder meer het Omgevingsplan en programma’s. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is de GGD bij de nadere uitwerking te betrekken. Dit advies nemen we graag over. We betrekken de GGD bij het verdere proces van de uitwerking van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het verzoek is in de Omgevingsvisie meer perspectief te bieden voor de bewoners in de binnenstad. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen moet ten minste het behoud van de woonfunctie en de kwaliteit van de woonfunctie een belangrijk uitgangspunt zijn. 11
Beantwoording
6b
Samenvatting
Beantwoording
Aanpassing 6c
Samenvatting
Argument: Een forse toename van de levendigheid, het aantal woningen en arbeidsplaatsen in de binnenstad, mag niet gepaard gaan met een afname van de verblijfskwaliteit voor bewoners, de kwaliteit van de woonomgeving en de woonkwaliteit. Het is daarom voor reclamant geen goed uitgangspunt voor een ruimtelijke visie op het deelgebied binnenstad. De door reclamant genoemde uitgangspunten zijn geborgd in het bestemmingsplan Binnenstad 2012 en zullen dat in het toekomstig Omgevingsplan ook zijn. In “5.1 Koers historische binnenstad en Nieuw Delft” (pagina 103) gaat de gemeente uitvoerig in op de binnenstad als gemengd gebied waar gewoond, gerecreëerd en gewerkt wordt. Bij de kwaliteiten van de historische binnenstad staat dat het een fijne plaats is om te wonen, werken en te verblijven. Bij de uitdagingen noemen we als eerste: het leefbaar houden van de binnenstad bij een stijgend aantal bewoners, bezoekers en toeristen: behoud en versterking. Onder het behouden en versterken van de leefbaarheid verstaan we onder meer het behouden van de kwaliteit van de woonomgeving en de woonkwaliteit. Met de huidige teksten achten wij dit voldoende onderbouwd in de visie. Daarbij komt dat wij in hoofdstuk 5 “De koers pers deelgebied” (pagina 102) aangeven dat een concretere uitwerking van de ambities in de Omgevingsvisie plaatsvindt in de gebiedsvisies voor de betreffende delen van de stad.
Voor een aantal deelgebieden hebben we al concreet uitgewerkte gebiedsvisies gemaakt. De huidige gebiedsvisie voor de binnenstad (Visie en agenda binnenstad 2020 vitaal en gastvrij) actualiseren we. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant is van mening dat de gemeente een ruimtelijke visie op de binnenstad moet maken en stelt in dat kader de volgende vragen: 1. Is de gemeente van plan wel een integrale binnenstadsvisie te maken? 2. Op welke wijze vindt u dat het participatieproject hiervoor wordt opgezet? Argument: De ontwerp structuurvisie verwijst naar de bestaande gebiedsvisie voor de binnenstad uit 2012 (Visie en agenda binnenstad 2020 vitaal en gastvrij), die zou worden geactualiseerd, zie pagina 99. Deze visie uit 2012 is echter geen integrale gebiedsvisie; zoals de inleiding van die visie zelf ook stelt: het is een economische visie op de toekomst van de binnenstad. Alleen een actualisering van deze visie kan nooit de gebiedsvisie voor de binnenstad zijn. Voor de binnenstad stellen we een gebiedsagenda op. Dat is een gebiedsvisie van een beperkte omvang. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. In H5 wordt de volgende aanpassing gedaan. Voor de binnenstad stelt een gebiedsagenda op. Dat is een gebiedsvisie van een beperkte omvang.
Het verzoek is in de Omgevingsvisie Delft 2040 meer aandacht te hebben voor het belang van de 12
woonfunctie van de binnenstad en in de effectrapportage zichtbaar te maken wat de gecombineerde gevolgen zouden kunnen zijn van de extra woningen en arbeidsplaatsen en de wijzigingen in bereikbaarheid, voor de bewoners van de binnenstad. Reclamant stelt in dat verband de volgende vragen: • Hoe ziet u de relatie van de gemeente met de belanghebbende partijen in de binnenstad? • Hoe ziet u de bijdrage van de andere wijken in Delft aan de huiskamerfunctie, in het bijzonder bij de verwachte groei van het aantal inwoners en de bedrijvigheid in de stad?
Beantwoording
Argument: De binnenstad is niet alleen de huiskamer van Delft, het is ook een plek waar 12.440 mensen wonen. Zonder bewoners is er geen binnenstad: de bewoners zijn verreweg de grootste investeerders in het vastgoed waar de binnenstad haar toeristische aantrekkingskracht aan ontleent en zijn een belangrijke belanghebbende partij in de binnenstad. De gemeente heeft relaties met veel verschillende belanghebbende partijen in de stad. Naast contacten met bewoners(organisaties) is sprake van reguliere contacten met organisaties die de belangen van ondernemers in de binnenstad vertegenwoordigen. We noemen bijvoorbeeld SCMD, BOB Delft, Markt Management Delft, Ondernemersfonds Delft. Ook zijn er de nodige contacten met onder meer de cultuursector en de onderwijssector. De historische binnenstad heeft een unieke functie in Delft. Het is dé plek waar wonen, werken, historie en recreëren samenkomen. De unieke menging van al deze verschillende functies op deze schaalgrootte zie je in geen enkele andere wijk van Delft. Daarom wordt de historische binnenstad de Huiskamer van Delft genoemd. Het is de plek die mensen uit zowel binnen als buiten Delft aantrekt en waar men samenkomt. In de andere wijken van Delft streeft de gemeente naar meer menging van verschillende functies. Zo zetten we in op meer werken in de wijken.
Dit geven we ook weer in de Omgevingsvisie: “We streven naar een vitale mix van wonen en werken, zowel in de wijken als in een aantal werkgebieden. Ter versterking van de wijkeconomie en het borgen van de duurzame vitaliteit van wijken wordt bij nieuwe gebiedsontwikkelingsopgaven ten minste 10% van het te realiseren aanbod in de wijk bestemd voor werk en maatschappelijke voorzieningen. Hierdoor kan er een klimaat ontstaan van dynamische stedelijke gemengde gebieden” (pagina 7). Ook in de andere wijken van Delft streven wij dus naar gemengde gebieden waar bewoners en bezoekers graag verblijven. Voor een deel kan dit de binnenstad ontlasten, maar de andere wijken zullen de unieke functie die de historische binnenstad heeft als Huiskamer van de Stad naar verwachting slechts beperkt kunnen vervangen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
13
Aanpassing OER
6d
Samenvatting
Beantwoording
6e
Samenvatting
De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het Omgevingseffectrapport. We herschrijven de tekst in pararaaf 11.2 (V. Continuering van het beleid in de binnenstad), waarbij we nader ingaan op de effecten die de ontwikkelingen in de binnenstad gezamenlijk teweegbrengen. De tekst die we opnemen is hieronder weergegeven. Daarnaast voegen we de beschrijving ook toe in de samenvatting. De banengroei en toevoeging van woningen in het gebied kunnen bijdragen aan meer levendigheid. De drukte die hiermee kan ontstaan, kan daarentegen beperkend zijn voor de bereikbaarheid. Hierdoor wordt er ingezet op spreiding van de drukte, voorzieningen en woningen. Ten eerste is de groei van de binnenstad voornamelijk beoogd in Nieuw Delft. Daarnaast zetten we in de wijken in op levendigheid om de binnenstad te ontlasten. Door 1.000 extra banen in de binnenstad te creëren kunnen we de levendigheid bevorderen. Hiertoe kan ingezet worden op banengroei in sectoren zoals horeca, cultuur en toerisme. Het verzoek is om in de visie de woonkwaliteit in de binnenstad meer aandacht te geven en de volgende punten mee te nemen in de visie 1) Verblijfskwaliteit van de openbare ruimte voor de bewoners 2) Kwaliteit van de directe woonomgeving 3) Kwaliteit van het wonen Woonkwaliteit is een subjectief begrip en dat geldt zeker voor de binnenstad.
In de binnenstad ligt de nadruk op 7 sfeergebieden, elk met een eigen plek. Centraal staat dat Delft een vitale, levendige en leefbare binnenstad heeft. Zie beantwoording onder 6a. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant stelt de volgende nadere vragen: 1. In de binnenstad zouden 1000 nieuwe banen gerealiseerd worden: • Aan wat voor banen wordt gedacht? • Welk ruimtebeslag hebben deze banen? • Waar wordt deze ruimte gevonden? 2. In de binnenstad zouden 300 nieuwe woningen gerealiseerd worden: a. Aan wat voor soort woningen wordt gedacht? b. Op wat voor locaties? c. Waar wordt deze ruimte gevonden? 3. Waar wordt aan gedacht bij het toevoegen van openbare ruimte in de binnenstad? 4. De stad beter bereikbaar maken: a. Wat wordt daarmee bedoeld? b. Voor wie? c. Ten koste van wat? 14
Beantwoording
Ad. 1 De gemeente denkt aan een brede mix van banen in onder andere detailhandel, (zakelijke)dienstverlening, horeca, cultuur en kantoorgerelateerd werk. Zowel door organische groei (groei van bestaande bedrijven) als door inpassing van nieuwe vormen van bedrijfshuisvesting voor nieuwe bedrijven. De binnenstad kent weinig locaties waar nieuw gebouwd wordt of kan worden. Het gaat dus vooral om gebruik van bestaande bebouwing. Bovendien is het genoemde aantal van 1.000 nieuwe banen indicatief. Ad.2 Binnen het historische centrum is enige ontwikkeling denkbaar, zoals bijvoorbeeld de voormalige V&D-locatie en de Kruisstraat. Het genoemde aantal van 300 woningen is indicatief en hangt af van marktonwikkelingen in relatie tot de wens van pandeigenaren om te transformeren tot wonen. Ad. 3 Met de zin “Er moet openbare ruimte worden toegevoegd” (op pagina 103) is bedoeld de al aanwezige openbare ruimte beter te benutten, beter toegankelijk te maken, multifunctioneel in te richten, of op te waarderen. Het beschikbaar maken van openbare ruimte doen we gedaan door de ruimte die de auto inneemt te beperken. De vrijgekomen ruimte komt beschikbaar voor de voetganger, de fietser en meer groen. De uitdaging is het centrum leefbaar te houden. Wanneer we hier over openbare ruimte spreken, gaat het om de openbare ruimte waar Delftenaren elkaar kunnen ontmoeten. Ad.
4 Met het toenemen van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen staat de bereikbaarheid op lange termijn onder druk. We willen de bereikbaarheid verbeteren door vervoerwijzen die minder ruimte in nemen te stimuleren. Dit is voor iedereen (inwoners, bedrijven en bezoekers). We willen de algehele bereikbaarheid verbeteren. In beperkte delen van de stad gaat dit ten koste van de autobereikbaarheid. Zie aanvullend de beantwoording van zienswijze 8e.
Aanpassing
7: Belangenvereniging TU Noord 7a Samenvatting
De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zin “Er moet openbare ruimte worden toegevoegd” (paragraaf 5.1) is aangepast naar: ‘Delft streeft ernaar in 2040 meer openbare ruimte in de binnenstad beschikbaar te hebben voor ontmoeten en verblijven’. Het verzoek is om in de definitieve versie van de Omgevingsvisie – bijvoorbeeld in een aanvulling – meer aandacht te besteden aan corona. Argument: De verwachting is dat er ten minste voor langere tijd sprake zal zijn van betekenisvolle 15
Beantwoording 7b
Samenvatting
7c
Beantwoording Samenvatting Beantwoording
7d
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
7e
Samenvatting
Beantwoording
Aanpassing OER
veranderingen, zeker ook voor de ruimtelijke inrichting van onze stad. De effecten van de coronacrisis op de trends en ontwikkelingen zijn op dit moment nog grotendeels onbekend. We passen de tekst in de Omgevingsvisie hier niet op aan. Reclamant is positief over het gebruik van MER als ontwerpinstrument, zeker voor een wat abstracte planvorm als de Omgevingsvisie. Ook het ontwikkeltraject met de ruime inspraak mag een voorbeeld zijn voor andere (bouw)plannen in de stad. De wijze waarop de resultaten vorm zijn gegeven, verdient eveneens complimenten. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om een overzicht van vigerende beleidskaders en hun belangrijkste relaties met de Omgevingsvisie op te nemen. De zienswijze leidt tot aanpassing van het Omgevingseffectrapport. We voegen een lijst met beleid per thema toe aan het Omgevingseffectrapport, In deze lijst is het beleid opgenomen wat in de afgelopen 5 jaar is vastgesteld of waar naar verwezen wordt in de visie. Deze lijst zal inzichtelijk maken waar het huidige beleid van de gemeente Delft op gericht is, waardoor de effecten van de Omgevingsvisie beter zijn te duiden. Een overzicht van beleidskaders is ingevoegd na hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie.
Het verzoek is om in de Omgevingsvisie terug te blikken op de resultaten van de RSVD2030 en de lessen hieruit, bijvoorbeeld ten aanzien van uitvoeringsprogrammering, fasering en scenario’s. Omwille van de omvang en de leesbaarheid van de Omgevingsvisie is het visiedocument niet de plek om terug te blikken op voormalige structuurvisies. In ontwikkeling van de Omgevingsvisie zijn de ambities van de voormalige structuurvisie en de lessen hieruit wel meegenomen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is het MER aan te vullen met een beschouwing over de leemten in kennis en de wijze waarop daarmee omgegaan wordt. Argument: Met name een aantal vraagstukken op het gebied van energie en klimaat kennen nog grote onzekerheden. De vraag of en welke leemten in kennis zich voordoen wordt niet beantwoord in het MER. De zienswijze leidt tot aanpassing van het Omgevingseffectrapport. Ten eerste benoemen we in de samenvatting dat leemten in kennis ervoor zorgen dat we niet alle effecten vooraf kunnen voorzien. Daarnaast voegen we een nieuwe paragraaf (12.2) toe waarin we de informatie beschrijven die ontbreekt om tot een volledige beoordeling te komen. In paragraaf 12.2 van het OER nemen we de volgende tekst op: 16
7f
Samenvatting Beantwoording
De Omgevingsvisie is een visie op een hoog abstractieniveau. Hierdoor is niet voor alle onderwerpen gedetailleerde informatie beschikbaar. De aanpak met de leefomgevingsfoto heeft ervoor gezorgd dat voor een groot aantal onderwerpen informatie verzameld is waarmee een effectbeoordeling is opgesteld. Voor de volgende onderwerpen was onvoldoende informatie beschikbaar om een volledige beoordeling te geven: • De effecten door stikstof op Natura 2000-gebieden. De Omgevingsvisie stelt doelstellingen op een hoog abstractieniveau. Hierdoor is de omvang van bepaalde ontwikkelingen nog niet vastgesteld, denk bijvoorbeeld aan de exacte omvang van de beoogde wijkversterking. Ondanks dat er geen stikstofeffecten worden verwacht, is dit niet met zekerheid uit te sluiten omdat de exacte stikstofemissie niet te bepalen is voor een visie van dit abstractieniveau. • Het aandeel van ontwikkelingen op de energiebalans. Er ontbreekt informatie om aan te kunnen geven welke energieopgave resteert in 2040. Het is op dit moment niet mogelijk om de energievraag die voortkomt uit de groei van Delft te kwantificeren. Hierdoor is het onduidelijk in welke mate de energiebalans tot 2040 zal vergroenen. • Circulariteit is een relatief nieuw onderwerp. Er is beperkte informatie beschikbaar over dit onderwerp, waar door dit onderwerp onderbelicht is in de leefomgevingsfoto.
Het ontbreken van informatie maakt een effectbeoordeling op dit thema lastig. • Een groot deel van de doelstellingen zijn goed te kwantificeren, denk bijvoorbeeld aan woningbouw, arbeidsplaatsen, voorzieningen en vergroening. Andere doelstellingen zijn lastiger te meten, zoals het stimuleren van levendigheid of sociale cohesie. Voor deze onderwerpen is de effectbeoordeling gebaseerd op grijpbare onderwerpen, zoals de mate waarin een ontwikkeling het aantal ontmoetingsplaatsen stimuleert. Voor deze onderwerpen het echter lastiger om een inschatting te maken van het doelbereik, waardoor het doelbereik niet altijd gekwantificeerd is. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. De leemten in kennis gaan voornamelijk over de nadere uitwerking van de Omgevingsvisie in programma’s. Bij deze nadere uitwerking is het van belang om rekening te houden met informatie die op dit moment ontbreekt, zodat kansen op het gebied van bijvoorbeeld energie en circulariteit gegrepen worden. De leemten in kennis zijn daardoor niet hinderlijk voor de vaststelling van de Omgevingsvisie. Het voorstel is om een concrete, kwantitatieve ambitie op het gebied van groen toe te voegen, ook gezien het grote belang dat bewoners hieraan hechten. Op dit moment bekijkt het Rijk of een landelijke norm opgesteld kan worden. Vooralsnog wachten we die ontwikkeling af. Ook verwijzen we naar pagina 81.
‘’Bij een groei naar 130.000 inwoners tot 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. Groen- en blauwstructuren (groengebieden en water) zijn vanaf elk punt in de stad in zicht en bereikbaar 17
7g
Samenvatting Beantwoording
7h
Samenvatting
Beantwoording
7i
Samenvatting Beantwoording Aanpassing
7j
Samenvatting
Beantwoording
binnen 300 meter van elke woning’’. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is aan te geven hoe de situatie in 2040 zou moeten zijn voor de ambities energieneutraal, klimaatbestendig en circulair in relatie tot de horizon 2050 en hoe de weg daarnaartoe eruitziet. De weg naar een duurzame stad in 2050 inclusief tussendoelen werken we uit in visies en/of programma’s als Warmte Transitievisie (Warmteplan Delft 2021), programma groen, blauw en gezond, Uitvoeringsprogramma’s). Deze maken na vaststelling door de gemeenteraad deel uit van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om in de leefomgevingfoto per thema waar mogelijk een prognose van de effecten van de voorgestane ontwikkelingen toe te voegen en afwegingen op basis van klimaat-, water- en duurzaamheidsdoelstellingen verder te specificeren (bijvoorbeeld: het aantal bewoners in bepaalde geluidbelastingklassen, nu en toekomstig). Het in beeld brengen van de effecten die ontstaan door de Omgevingsvisie gebeurt in het OER. Daarbij is de leefomgevingsfoto gebruikt als weergave van de huidige situatie.
Een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie zoals wordt voorgesteld (bijvoorbeeld het aantal bewoners in bepaalde beluidbelastingklassen nu en toekomstig) is op een hoger detailniveau dan nodig is voor de Omgevingsvisie en de effectbeoordeling in het OER. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de leefomgevingsfoto. Het verzoek is een beschouwing toe te voegen over een ‘meest milieuvriendelijk alternatief’, uitgaande van een meer bescheiden ambitie dan een groei met 30% van het aantal woningen. Het meest milieuvriendelijke alternatief is een verouderde term. Voor de onderbouwing van alternatieven verwijzen we naar de impactanalyse. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. We nemen op in paragraaf 1.3 van de Omgevingsvisie: In 2018 heeft de gemeenteraad de eerste fase van de Omgevingsvisie vastgesteld (de feiten en de kaders; link). Vervolgens is een impactanalyse (link) uitgevoerd waarin de verstedelijkingsopgave voor Delft is uitgewerkt. In dit onderzoeksrapport zijn de keuzes voor de stad inzichtelijk gemaakt. Het verzoek is ten aanzien van de belangrijkste ruimtelijke ambities, de 15.000 woningen voorop, de autonome situatie duidelijk weer te geven.
Argument: Dat tweederde van de 15.000 woningen volgens het plan ‘al in aanbouw is of geprogrammeerd’ maakt niet duidelijk wat de vrije ruimte nog is en wat tot de autonome ontwikkeling moet worden gerekend. De Omgevingsvisie beperkt zich tot de hoofdlijnen. Jaarlijks brengt de gemeente Delft de Woonmonitor uit. Hierin houdt de gemeente bij welke woningen zijn bijgebouwd en welke er de komende jaren nog zullen worden bijgebouwd. De woonmonitor 2020 vindt u op het raadsinformatiesysteem. 18
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 8: reclamant 8 8a Samenvatting Beantwoording 8b
Samenvatting Beantwoording
8c
Aanpassing Samenvatting Beantwoording
8d
Samenvatting
Beantwoording 8e
Samenvatting Beantwoording
Het verzoek is in de samenvatting van de Omgevingsvisie duidelijker de samenhang tussen bijvoorbeeld de opgaven en de trends en de richting van de visie weer te geven. We verwijzen naar H6 waarin dit verder uitgewerkt staat. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is in de Omgevingsvisie duidelijker aan te geven wat al eerder vastgelegd is, wat nieuw is en wat de nieuwe ordening in deelgebieden en de prioritering van de opgaven betekent. We voegen een lijst met beleid per thema toe aan de Omgevingsvisie. In deze lijst is het beleid opgenomen wat in de afgelopen 5 jaar is vastgesteld of waar naar verwezen wordt in de visie. Voor het overige verwijzen we naar H5 (pagina 99) van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Een overzicht van beleidskaders is ingevoegd na hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie. Reclamant adviseert ontwerpers te betrekken bij de aanpak voor het werken aan de verbonden stad, de transitie, het vertalen van ambities in reële mogelijkheden en het betrekken van bewoners. Reclamant mag ervan uitgaan dat dit een ontwerpopgave is en blijft en dat ontwerpers en stedenbouwkundigen hierbij ook de bewoners blijven betrekken. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het verzoek is het waarom van deze visie duidelijker te beschrijven ten aanzien van het maken van keuzes, hoe de uitvoering van de visie eruitziet inclusief de financiering en hoe de gemeente omwonenden betrekt bij de verdere uitwerking. In H6 (en de link met het uitvoeringsprogramma) is dit verder uitgewerkt. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Bezwaar: reclamant vraagt om een nadere toelichting op cijfers. De onderbouwing van deze cijfers is te vinden in: -
Actieprogramma Ruimtelijke economische visie Delft 2040 (REV, pagina 9) (10% werken en maatschappelijke voorzieningen bij nieuwe gebiedsontwikkelopgaven) Mobiliteitsprogramma Delft (MPD) (15 minuten reisafstand) Woonvisie (ambitie 15.000 woningen) Impactanalyse (toevoegen woningen)
Enkele normen concretiseren we in het Omgevingsplan. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 19
8f
Samenvatting Beantwoording
Het verzoek is aan te geven hoe de gemeente de monitoring inricht en hoe de stad hierbij betrokken wordt. Jaarlijks monitort de gemeente de ambities die zijn gesteld in het bestuursprogramma. Deze verantwoording is terug te zien op: https://jaarstukken.delft.nl/programma-verantwoording De verwachting is dat we de Omgevingsvisie in een volgende actualiseringsronde kunnen voorzien van een aangescherpt monitorings- en evaluatiesysteem. Dit hebben we op pagina 100 van de Omgevingsvisie als volgt verwoord: Wij streven ernaar om in de komende actualiseringsrondes van de Omgevingsvisie de 0-situatie per deelgebied nog concreter in beeld te brengen en daarmee ook het beoordelingskader te kunnen verscherpen en zelfs voor te sorteren op een monitorings- en evaluatiesysteem.
8g
Samenvatting
Beantwoording
8h
Samenvatting Beantwoording
8i
Samenvatting Beantwoording
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant vraagt naar de leerervaringen van eerdere verdichtingsplannen in Voorhof (winkelcentrum de Hoven en Poptahof), de verdichting langs de A13, de spoorzone. Wie wonen hier nu? En is het gelukt om hier te mixen? De opgave van Delft om extra woningen bij te bouwen voor Delftse starters, doorstromers en voor mensen die in Delft komen werken of studeren moeten we vooral binnenstedelijk oplossen. Door verdichting langs hoofdstructuren en transformatie van stedelijke gebieden ontstaat ruimte om de gewenste mix van woningen voor diverse doelgroepen bij te bouwen. Ook krijgen plekken en gebieden in de stad die nu niet op de gewenste manier functioneren een nieuw leven. Deze ontwikkeling staat nog maar aan het begin, maar de stappen die hiervoor al gezet zijn in bijvoorbeeld Poptahof en langs de Martinus Nijhofflaan kunnen tot op heden als geslaagd worden gezien. In de woonmonitor, waarin de woningbouwmonitor en de monitor van de woonagenda is samengebracht, brengen we de voortgang van de woningbouwplannen in verband met de ontwikkelingen op het woonbeleid. Hierin kijken we terug naar gerealiseerde woningbouwplannen en kijken we vooruit naar de voorgenomen plannen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Reclamant vraagt wat de onderbouwing is voor de ontwikkeling op Schieoevers en de bouw in hoge dichtheden”. Deze onderbouwing is te vinden in het ontwikkelplan Schieoevers, vastgesteld in 2019. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om een hoogbouwnota te maken, waarbij de focus ligt op leefbaarheid en transitiemogelijkheden van bestaande wijken. Dit is in de Omgevingsvisie op pagina 71 beschreven. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de 20
8j
Samenvatting Beantwoording
Aanpassing
Omgevingsvisie. Het verzoek is in gesprek te blijven met de Delftenaren en ze gericht te vragen of zij zich in gemaakte plannen herkennen. De gemeente blijft in gesprek met Delftenaren. Op pagina 122 beschrijven we hoe we dat doen via de Delftse participatieaanpak. Het toetsen of deelnemers vinden dat de ideeën en informatie die is opgehaald goed zijn verwerkt in de plannen is een belangrijke stap in Delfts Doen. In 2021 formaliseren we de Delftse Participatieaanpak met de vaststelling van het participatiebeleid en de nieuwe participatieverordening. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Op pagina 122 van de Omgevingsvisie voegen we de volgende zin toe: In Delft is de Delftse participatieaanpak uitgewerkt: Delfts Doen. Participatie in de nieuwe Omgevingswet doen we via ‘Delfts Doen’. Initiatiefnemers van plannen betrekken de belanghebbenden bij de uitwerking. Hierbij is participatie en de motivering daarvan volgens de Omgevingswet verplicht. De gemeente…
9: EBH Legal 9a Samenvatting
Beantwoording
9b
Samenvatting
Prioritering en concretisering in de Omgevingsvisie is noodzakelijk, omdat daarin wel veel ambities zijn opgenomen maar geen keuzes gemaakt worden. In het OER en de leefomgevingsfoto wordt ook terecht aandacht gevraagd voor concurrerende ruimteclaims op het gebied van woningbouwopgave, voorzieningen en bestaande/nieuwe bedrijven. Het verzoek is om eerst meer onderzoek te doen naar de gevolgen van ambities en beleidsdoelen en op basis daarvan keuzes te maken, voordat de gemeente de ambities en beleidsdoelen vastlegt in de Omgevingsvisie. Ook is het verzoek om aan te geven wat de consequenties zijn als bepaalde ambities niet samen blijken te gaan. Daarbij wijst reclamant op de in een convenant vastgelegde afspraken met de BKS over bestaande rechten van de huidige bedrijven. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen en strekt zich uit over een lange (beleids)periode van circa 20 jaar. Het is onontkoombaar dat dat onzekerheden met zich meebrengt. In deze eerste Omgevingsvisie hebben we op hoofdlijnen strategische keuzes gemaakt voor de fysieke leefomgeving. Daarbij onderkennen we ook dat er sprake kan zijn van concurrerende ruimteclaims. Juist door dat nu te constateren kunnen we daar rekening mee houden en op sturen door monitoring en bij de verdere uitwerking en concretisering in het omgevingsplan en programma’s.
Deze Omgevingsvisie is wat dat betreft ook geen eindpunt, maar juist een vertrekpunt. Bij concrete ontwikkelingen zoals de transformatie van Schieoevers Noord houden we uiteraard rekening met de positie van bestaande bedrijven en de daarover gemaakte afspraken met de BKS. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De positie van de bestaande bedrijven op Schieoevers Noord is onvoldoende geborgd in de visie. Wonen 21
Beantwoording
moet op Schieoevers Noord ondergeschikt blijven aan werken en de huidige bedrijven. In de visie is onvoldoende aandacht voor de maak-industrie. Het tekort aan bedrijventerreinen in een hogere milieucategorie op regionaal niveau moet meegewogen worden bij het bepalen van woningbouwlocaties. Bij de kernwaarden, in de Delftse opgaven en de uitwerking per deelgebied moet ook rekening gehouden worden met de bestaande bedrijven op Schieoevers Noord. Voor de ontwikkeling van Schieoevers Noord is in 2019 het Ontwikkelplan Schieoevers Noord vastgesteld. De visie gaat uit van de transformatie naar een gemengd woon-werkgebied. Ruimte voor bedrijven en het functioneren van bestaande bedrijven zijn belangrijke uitgangspunten van het Ontwikkelplan. De Omgevingsvisie sluit hierbij aan. Dat de positie van de bedrijven met het Ontwikkelplan en de Omgevingsvisie onvoldoende geborgd is, is dan ook niet juist. Verder wijzen we erop dat we in de Omgevingsvisie uitvoerig ingaan op het bieden van ruimte voor bedrijven. Op pagina 15 van de Omgevingsvisie gaat het erover dat Delft alles in huis heeft op het gebied van innovatie en technologie. Onder het kopje ‘Delft is technologie, innovatie en creativiteit’ volgt een opsomming met onder andere …. hoogwaardige technische bedrijven……. medische technologie, industriële biotechnologie…… Hieronder valt ook de (innovatieve) maakindustrie.
Op pagina 112 van de Omgevingsvisie staat letterlijk ‘De transformatie van het noordelijke deel van Schieoevers zal leiden tot een uniek gebied met een gemengd (hoog)stedelijk milieu en ruimte voor de (innovatieve) maakindustrie.’ In de tabel daaronder wordt onder andere gesproken over ‘vooral ook ruimte voor de innovatieve maakindustrie’. Op pagina 115 valt te lezen dat de ontwikkeling van de innovatieve maakindustrie maximale inspanning vergt. De Omgevingsvisie is onder andere gebaseerd op het Ontwikkelplan voor Schieoevers, zoals op pagina 112 van de Omgevingsvisie ook wordt opgemerkt. In dit ontwikkelplan merken we over de bestaande bedrijven op Schieoevers Noord onder andere op dat de ruimte op Schieoevers Noord momenteel niet intensief wordt gebruikt. Tegenover de ongeveer 40 arbeidsplaatsen per hectare op Schieoevers Noord staan de bijna 90 arbeidsplaatsen per hectare in de Delftse binnenstad, inclusief 120 inwoners per hectare. Naast het realiseren van stedelijke voorzieningen en woningen, liggen er dan ook nadrukkelijk kansen om ruimte te bieden aan meer bedrijven en dus meer banen op Schieoevers. De voorgenomen ontwikkelrichting is hoofdzakelijk gericht op het creëren van ruimte voor bedrijven die meer banen per vierkante meter opleveren dan nu gebiedsbreed het geval is. In de Ruimtelijk Economische Visie Delft 2030 is Schieoevers aangewezen als dé plek waar de 22
innovatieve maakindustrie zich kan ontwikkelen. Vernieuwende startups, scale-ups en volwassen bedrijven moeten hier de ruimte krijgen om door te groeien. Samen met de aanwezige metaalbewerkingsbedrijven, verpakkingsproducenten en transportondernemingen dragen ze bij aan het versterken van het complete ecosysteem dat nodig is voor reen florerende maakindustrie. Voor Schieoevers Zuid ligt de nadruk nu al op werk en dit zal nog verder worden versterkt. Waarbij het hele gebied een hoge milieucategorie heeft.
9c
Samenvatting
Beantwoording
9d
Samenvatting
Beantwoording
Aanpassing
Met verwijzing naar het voorgaande zijn wij van mening dat in de visie wel voldoende aandacht is voor maak-industrie en de positie van bestaande bedrijven op Schieoevers Noord. De visie verwijst nadrukkelijk naar het ontwikkelplan voor Schieoevers Noord waarin dit verder is uitgewerkt en vastgelegd. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het aspect mobiliteit is onvoldoende uitgewerkt in de visie. Vanwege al bestaande verkeersproblemen en de toename van verkeer door de woningbouwopgave moet de gemeente eerst meer inzicht verkrijgen in de verkeersafwikkeling bij de beoogde ambities. De Omgevingsvisie beschrijft vooral de visie op de stad. Hoe het hele mobiliteitssysteem kan bijdragen aan de realisatie van de ambities, is een verdere uitwerking van het thema mobiliteit. Dit gebeurt in het MPD. Hierin staat beschreven hoe we vast kunnen houden aan de ambities zoals die in de Omgevingsvisie staan beschreven en hoe we de stad bereikbaar willen houden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Lijm & Cultuur merkt op dat zij de functie als evenementenlocatie binnen Delft vervult om de binnenstad op dit punt te ontlasten. Gelet hierop is het onduidelijk waarom als ambitie in de visie is opgenomen dat er evenementenlocaties nodig zijn waar evenementen gehouden kunnen worden.
Evenementen vinden bij voorkeur gespreid over de stad plaats en zorgen voor een programmering passend bij de leefomgeving in het gebied. De binnenstad wordt nu erg belast. De evenementenlocatie Lijm & Cultuur speelt een belangrijke rol om de pleinen in de binnenstad te ontlasten. Zoals we ook in de Omgevingsvisie hebben omschreven, zal met de groei van het aantal bewoners ook een grotere vraag zijn naar levendigheid in de stad. Daarnaast past het bij een stad als Delft om een aantal grotere en spraakmakende evenementen te organiseren die passen bij het stadsmerk. Om een groter aanbod te faciliteren die goed over de stad gespreid worden, is het nodig om meerdere locaties aan te wijzen. Dit zijn veelal locaties in de openbare ruimte. Lijm & Cultuur is binnen de stad een belangrijke binnen- én buitenlocatie waar grotere evenementen plaats kunnen vinden. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie Onder kopje ‘evenementenlocaties’ (paragraaf 4.2.4., pagina 68) is de tekst aangepast: Evenementenlocaties 23
9e
Samenvatting
Beantwoording
9f
Samenvatting
Op het moment zijn er evenementenlocaties aangewezen en bevinden deze zich voornamelijk in de binnenstad. Het evenemententerrein van Lijm & Cultuur is een belangrijke locatie voor evenementen in het algemeen, maar specifiek ook om de binnenstad te ontlasten. Naast deze bestaande locaties zijn er meer evenementenlocaties nodig waar het mogelijk is om (grotere) evenementen te organiseren, zodat er meer aanbod kan worden gespreid over de stad. Op deze manier kan het cultuur- en recreatief aanbod ook dichter bij inwoners in de wijken georganiseerd worden. Bij voorkeur worden er locaties aangewezen naast bestaande bestemmingen zoals een culturele instelling of winkelcentrum. Verder is het belangrijk dat er meer plekken zijn waar kleinschalige, bijzondere en exclusieve evenementen georganiseerd kunnen worden. We bekijken dit vanuit behoeften, wensen en ideeën van de inwoners en bezoekers van de te ontwikkelen wijken. De bedrijven vragen zich af hoe de Omgevingsvisie financieel zal worden gerealiseerd. De gemeente beschikt over weinig financiële middelen (pagina 122). Dit betekent dat de gemeente afhankelijk is van initiatiefnemers in een gebied. Deze zullen meer oog hebben voor de winstmarge op een project dan voor de omgevingskwaliteit of de behoeften die vanuit de stad nodig zijn.
De bedrijven verzoeken de gemeente aan te geven hoe in dit kader geborgd zal worden dat in de toekomst ook daadwerkelijk recht zal worden gedaan aan de gestelde ambities, met inachtneming van de gemaakt afspraken dat de bestaande bedrijven op Schieoevers niet in hun ontwikkelmogelijkheden zullen worden beperkt. Op pagina 122-124 van de visie hebben we toegelicht hoe de gemeente de visie denkt te gaan realiseren. Dat middelen schaars zijn wil niet zeggen dat initiatiefnemers in een gebied kunnen doen en laten wat ze willen. Er zijn genoeg mogelijkheden om te (blijven) sturen op ambities en omgevingskwaliteit. Via het kostenverhaal leveren initiatiefnemers bovendien ook een bijdrage aan de bekostiging van de verstedelijkingsopgave. In feite verandert dat niet ten opzichte van de huidige situatie zonder Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat per deelgebied verdere uitwerking van de visie zal plaatsvinden. Voor het gebied Schieoevers Noord is dit al gebeurd in het vastgestelde Ontwikkelplan en het milieueffectrapport (MER) Schieoevers Noord. Dat is dus niet in de juiste volgorde en onderstreept dat de gemeente een gewenst ideaalbeeld tracht te realiseren zonder te onderzoeken of dit ook daadwerkelijk mogelijk is.
Aangezien Schieoevers Noord een belangrijke rol speelt in de realisatie van de gestelde ambities is het onbegrijpelijk dat de gemeente niet eerst de uitkomst van de beroepsprocedure tegen de MER afwacht. Als bijvoorbeeld hoogbouw en multifunctioneel ruimtegebruik op Schieoevers Noord niet mogelijk is, dan zal de Omgevingsvisie aangepast moeten worden. De leefomgevingsfoto bij het OER dient als nulmeting voor de beoordeling van de Omgevingsvisie (OER, 24
Beantwoording
pagina 11). In de mer-procedure Schieoevers Noord is echter gebleken dat de nulmeting nog niet had plaatsgevonden; deze wordt op dit moment uitgevoerd. Dit wordt echter niet meegenomen in de leefomgevingsfoto bij het OER. In de leefomgevingsfoto (hoofdstuk 6, paragraaf 6.1) neemt de gemeente voor het gebied Schieoevers dan ook uitgangspunten op die nog niet vast staan, bij voorbeeld met betrekking tot geluid. Voor Schieoevers Noord is in 2019 het Ontwikkelplan Schieoevers Noord vastgesteld door de raad. Daaraan is een uitvoerig participatieproces vooraf gegaan waarbij de indieners van de zienswijze zijn betrokken. Daarnaast is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Daarbij waren de indieners ook betrokken. In de Omgevingsvisie is vervolgens aangesloten bij het vastgestelde Ontwikkelplan en de daarin opgenomen ambities. Dat dit niet had gemogen en dat de volgorde van de plannen verkeerd is, is niet juist. Aan de vaststelling van het Ontwikkelplan is een uitvoerig en zorgvuldig proces vooraf gegaan. Daarnaast is de uitvoerbaarheid van de ambities met het MER in beeld gebracht. Het valt dan ook niet in te zien dat bij de Omgevingsvisie niet mag worden uitgegaan van het door de raad vastgestelde Ontwikkelplan. De indieners van de zienswijze hebben dat ook niet onderbouwd.
Er is ook geen reden waarom gewacht moet worden op de uitspraak van de Raad van State op het door de indieners van de zienswijze ingestelde beroep. De visie is een dynamisch document. Als er ontwikkelingen zijn die tot bijstelling van de visie leiden wordt de visie geactualiseerd. Op 24 maart 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de beroepsprocedure tegen (onder andere) genoemde MER. In de uitspraak is geen inhoudelijk oordeel gegeven over de MER die tot een aanpassing van de Omgevingsvisie zou moeten leiden. In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan voor Schieoevers Noord en de monitoring van het MER wordt een onderzoek uitgevoerd om de milieugebruiksruimte en de bedrijfsactiviteiten voor ieder bedrijf apart vast te stellen zodat daarmee rekening kan worden gehouden bij het bestemmingsplan (nulmeting). Dit gedetailleerde onderzoek is bedoeld voor het bestemmingsplan en de monitoring en is geen onderdeel van de onderzoeken die nodig waren voor het MER. Dat dit onderzoek ontbrak bij het MER Schieoevers Noord is dus niet juist. Het MER heeft een ander detailniveau en gaat uit van de totale geluidbelasting van de bedrijven. Vaststelling van de geluidruimte voor ieder bedrijf afzonderlijk is voor een MER niet noodzakelijk. Alle onderzoeken die voor het MER Schieoevers Noord noodzakelijk waren, zijn in dat kader uitgevoerd.