CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake VvGB Rotterdamseweg (nr. 2107129)12.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uit het onderzoek naar de geluidswering van de gevels blijkt dat, wanneer bij de nieuwbouw van de woning de voorzieningen getroffen worden zoals omschreven in de rapportage van SPA WNP, voldaan kan worden aan de in het Bouwbesluit 2012 gesteld eisen. Hiermee is het mogelijk om te komen tot een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.7. Luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. NIBM (Niet in betekenende mate) De afkorting NIBM staat voor ‘Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging beperkt is. Om die reden is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig.

Dat kan omdat de effecten van NIBM-projecten zijn betrokken bij de berekening van de trendmatige ontwikkeling van de achtergrondconcentraties in Nederland. De uitvoeringsregels voor NIBM staan in de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Sinds 1 augustus 2009 geeft het Besluit NIBM de volgende voorwaarde: het project of de activiteit draagt maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bij aan de concentraties fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het project is IBM als de toename voor één of beide stoffen hoger is. Beoordeling Gezien de voorgenomen ontwikkelingen, betreffende het realiseren van een woning na slopen van een woning waardoor geen toename van het aantal wooneenheden plaatsvindt, kan de ontwikkeling worden gezien als ‘Niet in betekenende mate’ bijdragend aan de luchtverontreiniging. Er worden dan ook geen belemmeringen verwacht vanuit het aspect Luchtkwaliteit.

27

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

4.8. Flora en Fauna Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Flora- en faunawet een plannenmaker oplegt. Onderzoek in het kader van de Flora en Faunawet wordt veelal uitgevoerd voorafgaand aan bouwwerkzaamheden. Dergelijk onderzoek maakt inzichtelijk in welke mate de ontwikkelingen de aanwezige beschermde dier- en plantensoorten (negatief) beïnvloeden. In opdracht van de initiatiefnemer is door Habitas een quickscan natuurtoets uitgevoerd (rapportnummer RPLA2018-1-RAP1, d.d. 20 juni 2018). Er is onderzocht of met de voorgenomen ontwikkelingen sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. In navolging van de quickscan natuurtoets is door Habitas een soortengericht onderzoek uitgevoerd (rapportnummer RPLA2019-1-RAP, d.d. 15 oktober 2019). Dit soortgericht onderzoek werd uitgevoerd om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, zodat de opdrachtgever inzicht verkrijgt in eventuele aanvullende maatregelen die noodzakelijk zijn. Het soortgerichte onderzoek heeft alleen betrekking op de aanwezigheid van vleermuizen. Voor inhoudelijke informatie wordt naar de rapportage van Habitas in de bijlage verwezen. 4.8.1.

Quickscan natuurtoets Door Habitas wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, omdat de volgende beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in of rondom het projectgebied: vogels zonder jaarrond beschermd nest en vleermuizen. Ook is mogelijk dat de steenmarter zich op de planlocatie vestigt. Voor de huismus is door het bureau het advies betreffende de huismus gebaseerd op de soortinventarisatieprotocollen van het NGB. De geschikte nestplaatsen zijn gecontroleerd door de dakpannen te lichten. Er is daarbij geen enkel spoor gevonden van huismussen. Het ecologisch bureau is daarom van mening dat de huismus op deze locatie uitgesloten kan worden. De volgende vervolgstappen en/of vervolgmaatregelen worden door Habitas beschreven: Vervolgonderzoek is nodig voor de volgende soorten/gebieden • Vleermuizen: bij het slopen van de woning kunnen er mogelijke verblijfplaatsen verloren gaan. Nader onderzoek in de periode half april t/m half oktober volgens het Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene bureaus, 2017a) dient uit te wijzen of er verblijfplaatsen van vleermuizen in de woning aanwezig zijn. • Mogelijk is er een broedvogelinspectie benodigd.

Door het ecologisch adviesbureau is aangegeven dat de werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden buiten de genoemde broedperiode, óf laat voorafgaande aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog. Deze werkzaamheden hebben betrekking op de aanwezige heg op de locatie1. • Belangrijk weidevogelgebied: De harde geluiden die vrijkomen bij het slaan van de heipalen kunnen leiden tot negatieve effecten op broedvogels in het belangrijk weidevogelgebied omdat deze op een afstand van slechts 200 meter vanaf het projectgebied ligt. Indien aan de maatregel voldaan kan worden onder ‘weidevogels‘, zijn effecten uitgesloten. Indien niet aan deze maatregel kan worden voldaan dan dient er contact op genomen te worden met bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland). Algemene maatregelen Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen en/of (indien aan de orde) ontheffing is verkregen. Of treedt voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wel mogelijk zijn. 1 Aanvulling vanuit de opdrachtgever: Op verzoek van de gemeente Delft wordt het zicht op de Schie hersteld. Hiermee is een

begin gemaakt door de bestaande (150 meter lange en 5 meter hoge) heg geheel te verwijderen. Inmiddels is een nieuwe heg terug geplant. Verder zijn de uit hun krachten gegroeide knotwilgen geknot (dit zal jaarlijks gebeuren). Er is een siertuin worden aangelegd, waarbij rekening is worden gehouden met de natuurwaarden op de locatie ten aanzien van de te kiezen beplanting. Om de biodiversiteit te bevorderen, is ca. 1.000 m2 grasland verwijderd.

28

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Maatregelen broedvogels algemeen Voorkom verstoring van vestigende of broedende vogels. Verstoring kan enkel plaatsvinden als er daadwerkelijk broedgevallen aanwezig zijn op of rond de projectlocatie. De volgende soorten worden op of rond de projectlocatie verwacht: heggenmus, merel, spreeuw, kauw, houtduif, groenling en vink. De broedperiode voor bovenstaande vogels betreft: 15 februari t/m 31 november (RVO, 2017). Verricht de werkzaamheden buiten deze periode of laat voorafgaande aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog. Bij de huidige broedvogelinspectie zijn broedende vogels zonder jaarrond beschermd nest uitgesloten. Echter, er kunnen nieuwe nesten gebouwd worden in de periode voorafgaand aan de werkzaamheden. Maatregelen steenmarter Tijdens de quickscan is er gericht gezocht naar sporen van de steenmarter maar deze zijn niet aangetroffen. Wel is er een doorgang aangetroffen naar de kruipruimte aan de noordzijde van het huis. Deze ruimte kan gebruikt worden door de steenmarter. Aangeraden wordt, ook met het oog op de aanwezigheid van de tamme duiven, om deze opening zo snel mogelijk af te dichten zodat de steenmarter zich niet kan vestigen.

Vervolgonderzoek is dan ook niet nodig voor deze soort indien binnen twee weken de toegang wordt afgesloten (of het huis wordt gesloopt). Indien hier niet aan kan worden voldaan dan is vervolgonderzoek naar de steenmarter nodig in de voortplantingsperiode welke loopt van eind maart t/m eind juni. Door de opdrachtgever is, direct na het uitvoeren van de quickscan, de doorgang dichtgemetseld. Hiermee wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Maatregelen weidevogels Voorkom verstoring van weidevogels. De harde geluiden die vrijkomen bij het slaan van de heipalen kunnen leiden tot negatieve effecten op broedvogels in het belangrijk weidevogelgebied omdat deze op een afstand van slechts 200 meter vanaf het projectgebied ligt. Indien het slaan van de heipalen buiten de broed- en vestigingsperiode van deze soorten gebeurd, welke loopt van 15 februari t/m 15 juli, dan zullen er geen negatieve effecten optreden. Zorgplichtmaatregelen zoogdieren De volgende maatregelen zijn essentieel om rekening te houden met flora en fauna: • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat de planlocatie verlicht wordt door de aanwezige straatverlichting. Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, dient een nadere effectbeoordeling plaats te vinden op zoogdieren (zoals vleermuizen en marters). Zorgplichtmaatregelen amfibieën In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals bruine kikker, bastaardkikker, meerkikker en gewone pad. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Spaar rust- en schuilplekken, zoals takkenhopen, boomstammetjes, losliggende stenen en/of boomstronken met holtes. • Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. • Werk bij voorkeur in september of oktober in de oever of watergang. Werk bij voorkeur niet in de oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Neem contact op met een ecoloog om negatieve effecten te voorkomen als niet aan (één van) beide maatregelen voldaan kan worden.

29

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

Zorgplichtmaatregelen grondgebonden zoogdieren In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals rosse woelmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis, woelrat, egel, haas en/of konijn. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Spaar rust- en schuilplekken, zoals holen (muizensoorten, egel en konijn) en legers (haas). • Zorg dat er voldoende dekking van bosschages aanwezig blijft voor de egel en diverse muizen-soorten. Plant bij voorkeur nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt. • Ondanks zorgvuldig handelen is verstoring van vooral fauna niet altijd te vermijden. Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een goede vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke locatie, zoals een woonwijk naar een rustige locatie, zoals het buitengebied. Werk ook op een langzaam tempo. Voor een volledig overzicht van de resultaten van het natuuronderzoek, de te nemen maatregelen en overige mogelijkheden en kansen wordt verwezen naar het rapport van Habitas. 4.8.2. Soortgericht onderzoek (vleermuizen) Er is één paarverblijf aangetroffen van de ruige dwergvleermuis in een boom buiten het projectgebied.

Ook is tijdens twee bezoeken een slapende koolmees aangetroffen in de blauwe plastic hoorn aan noordgevel van de woning. Er zijn geen kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis of gewone grootoorvleermuis aangetroffen binnen het projectgebied. Tijdens de bezoeken zijn er twee waarnemingen gedaan van foeragerende gewone dwergvleermuizen in het projectgebied. Ook zijn er passerende laatvliegers, rosse vleermuizen en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Alle waargenomen vleermuizen hadden geen binding met het kantoorpand. Er zijn dus geen beschermde functies van vleermuizen aangetroffen binnen het projectgebied. Geconcludeerd wordt dat bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden de Wet natuurbescherming niet overtreden wordt voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. De aangetroffen slaapplaats van de koolmees is niet wettelijk beschermd. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden of te realiseren. Habitas adviseert dan ook vrijbljvend om één of meerdere mezenkasten aan de nieuw te bouwen woning en/of schuur te realiseren zodat mezen, maar ook andere vogels, hier kunnen slapen en broeden.

Beoordeling Voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie zijn diverse (voorzorgs)maatregelen benodigd in het kader van de Wet natuurbescherming. Een totaaloverzicht van deze maatregelen is opgenomen in het rapport van de quickscan natuurtoets van Habitas. 4.8.3. AERIUS berekening Door Ecoresult is, in opdracht van de ontwikkelaar, een AERIUS berekening met betrekking tot stikstofdepositie uitgevoerd. Deze berekening was noodzakelijk vanwege de ligging van het plangebied nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (Solleveld & Kapittelduinen en Westduinpark & Wapendal). Voor de details aangaande het onderzoek en de resultaten hiervan wordt verwezen naar het onderzoeksrapport. Uit het onderzoek blijkt dat: • Op basis van AERIUS geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van een stikstofdepositiebijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar als gevolg van de realisatiefase in 2019/2020; • Op basis van AERIUS geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van een stikstofdepositiebijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar als gevolg van de gebruiksfase in 2021.

30

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

•

Het project is uitvoerbaar, er is geen vergunning met betrekking tot stikstofdepositie op de Wet natuurbescherming nodig voor het voorgelegde project.

4.9. Archeologie Binnen het vigerend bestemmingsplan heeft de planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie-III’, hetgeen betekent dat op deze gronden mag worden gebouwd, met in acht neming van enkele voorwaarden (zie paragraaf 2.2). Daarnaast heeft de gemeente Delft een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld van haar grondgebied. In onderstaande afbeelding is een uitsnede hiervan opgenomen, waaruit blijkt dat de planlocatie (binnen zwart kader) is gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Voor dit gebied geldt een vrijstelling voor archeologisch onderzoek voor verstorende werkzaamheden < 100 m2 en voor verstorende werkzaamheden met een maximale diepte van 0,40 m-mv. Op basis van de door de initiatiefnemer beschikbaar gestelde informatie kan worden geconcludeerd dat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen (nieuwbouw één woning) geen relevante grondwerkzaamheden noodzakelijk zijn (de woning wordt verhoogd aangelegd). Archeologisch onderzoek, voorafgaand aan de nieuwbouwwerkzaamheden, wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Figuur 14 Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart Delft (bron: archeologie-delft.nl)

Beoordeling Op basis van het vigerend bestemmingsplan dient het bouwplan te worden beoordeeld door de gemeentelijk archeoloog, waarbij bepaald dient te worden of er voorafgaand aan uitvoering van de werkzaamheden archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Uitgaande van de momenteel beschikbare informatie wordt archeologisch onderzoek in het kader van onderhavige onderbouwing niet noodzakelijk geacht. Per email heeft d.d. 4 september 2018 heeft mevrouw Kerkhof (gemeentelijk archeoloog) laten weten dat, uitgaande van het bestaande bouwplan, de bouwwerkzaamheden zonder voorafgaand archeologisch onderzoek uitgevoerd mogen worden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de algemene meldingsplicht bij het aantreffen van oudheden van toepassing blijft.

31

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

4.10. Verkeer en parkeren Voor de ontsluiting van de planlocatie wordt gebruik gemaakt van de bestaande weg Rotterdamseweg, welke reeds wordt gebruikt voor ontsluiting van de huidige woning op de planlocatie. Gezien de ontwikkelingen op de planlocatie kan worden aangenomen dat het aantal verkeersbewegingen van en naar de planlocatie niet zal toenemen. De verkeersbewegingen van en naar de onderzoekslocatie kan ons inziens zonder problemen worden verwerkt in het normale verkeersbeeld van de Rotterdamseweg. Voor het parkeren van motorvoertuigen wordt geen gebruik gemaakt van openbare parkeerruimte. De benodigde parkeerbehoefte wordt volledig opgevangen op de planlocatie zelf, hiertoe wordt voorzien in een parkeerterrein bij de woning op het eigen terrein. Beoordeling Vanuit het aspect Verkeer en Parkeren worden geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie. 4.11. Financiële haalbaarheid De realisering van de ontwikkeling is een initiatief van de opdrachtgever. De investeringen en de exploitatie ervan, zullen voor de gemeente Delft geen negatieve financiële gevolgen hebben. De kosten van de beoogde planontwikkeling komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer.

Mogelijke planschade die als gevolg van de wijziging van het planologische regime optreedt komt, blijkens een op grond van artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening met de gemeente te sluiten planschadeovereenkomst, eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Beoordeling Vanuit het aspect Financiële haalbaarheid worden geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie. 4.12. Vooroverleg Op 10 februari 2018 is een vooroverleg ingediend bij de gemeente Delft voor de sloop en nieuwbouw van een woning aan de Rotterdamseweg 474. Hiervoor is een reactie gevraagd aan en verkregen van de afdeling ruimte en welstand. Deze reactie is vastgelegd in een brief met kenmerk Vjv-2444416/20, d.d. 29-03-2018, welke als bijlage bij onderhavig document is gevoegd. Uit de reactie blijkt dat het bouwplan stedenbouwkundig wel aanvaardbaar is, aangezien een woning volgens het bestemmingsplan op deze kavel al is toegestaan. Door deze herinrichting ontstaat er een kans om het zicht op de Schie oever te herstellen. Het wordt door de gemeente zeer wenselijk geacht dat hiervoor (erfinrichting met als doel om zicht op de Schie te versterken) een voorstel gedaan wordt bij de bouwaanvraag.

32

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

5. ONDERBOUWING Het initiatief van de initiatiefnemer om de bestaande woning te slopen en nieuwbouw van een woning, met een groter grondoppervlak en op gewijzigde locatie binnen de planlocatie, past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken, is onderhavig document opgesteld. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat er ten aanzien van de vigerende wet- en regelgeving binnen de provincie Zuid-Holland en de gemeente Delft geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen herontwikkelingen op de planlocatie. Vanuit de diverse beschouwde milieuaspecten zijn de volgende voorbehouden / aandachtspunten naar voren gekomen, die bij de definitieve ontwikkelingsplannen meegenomen dienen te worden: • Op basis van de toetsing aan het vigerende beleid, en uitgaande van de reeds afgegeven watervergunning, bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen vanuit het aspect Water. Hierbij dienen echter wel de voorschriften, zoals opgenomen in de watervergunning, in acht te worden genomen. • Vanwege de ligging van de planlocatie binnen de vrijwaringszone van de Delftse Schie, dient voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen, als gevolg van de ontwikkelingen op de planlocatie, advies te worden gevraagd aan de vaarwegbeheerder (provincie Zuid-Holland).

• De geluidsbelasting op de gevels, afkomstig van het wegverkeer over de Rotterdamseweg, van de nieuw te realiseren woning op de planlocatie levert op dit moment een belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. Bij het nader invullen van de nieuwbouw op de planlocatie dient, in overleg met de gemeente Delft, vastgesteld te worden welke aanvullende maatregelen mogelijk / wenselijk zijn om te komen tot een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. • Voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie zijn diverse (voorzorgs)maatregelen benodigd in het kader van de Wet natuurbescherming. Een totaaloverzicht van deze maatregelen is opgenomen in het rapport van Habitas (quickscan natuurtoets).

33

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

Disclaimer Behoudens andersluidende overeenkomst worden alle opdrachten en documenten uitgevoerd en uitgegeven op basis van onze algemene voorwaarden. De aandacht wordt gevestigd op de beperking van aansprakelijkheid, de vergoedings-en bevoegdheidskwesties bepaald door deze voorwaarden. Elke houder van dit document dient te weten dat de informatie vervat in dit document enkel de bevindingen van SGS op het ogenblik van haar tussenkomst en binnen de grenzen van de eventuele instructies van de opdrachtgever, bevat. SGS is enkel aansprakelijk ten aanzien van haar opdrachtgever en dit document stelt de bij een handelstransactie betrokken partijen niet vrij van hun plicht al hun rechten en verplichtingen uit te oefenen voortkomend uit de handelsdocumenten. Vermenigvuldiging of publicatie van dit document mag alleen in zijn geheel en na schriftelijke goedkeuring van SGS gebeuren. Het aanbrengen van aanpassingen en/of toevoegingen aan dit document is exclusief voorbehouden aan SGS. Elke niet door SGS toegestane wijziging evenals de namaak of vervalsing van de inhoud of het uitzicht van dit document is onwettig en overtreders zullen vervolgd worden. Ondanks de zorgvuldigheid die betracht wordt, is SGS niet aansprakelijk voor schade, welke dan ook, als gevolg van onjuistheden in of problemen veroorzaakt door, (elektronische) communicatie. Dit document bevat vertrouwelijke informatie.

Indien u als niet geadresseerde dit rapport ontvangt, wordt u verzocht de afzender hier direct omtrent te informeren en het document te vernietigen.

34

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

BIJLAGEN

35

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

LIJST BEDRIJFSACTIVITEITEN PFAS

36

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

[Bron: Een handelingskader voor PFAS, Expertisecentrum PFAS, d.d. 25 juni 2018]

37

Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9772014/1