4 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Locatie Opdrachtgever Projectnummer Datum -definitief-
: Rotterdamseweg 474 te Delft : P.R. Planken : 28.18.00080.1 : 20 januari 2021
Algemene gegevens Soort document Doelstelling
Planlocatie Projectnummer Datum rapportage (v2.1) Datum rapportage (v3.1) Datum rapportage (v4.0) Datum rapportage (v5.0) Datum rapportage (v5.1) Datum rapportage (v5.2)
Ruimtelijke onderbouwing vaststellen van de haalbaarheid en inpasbaarheid van de vervangende nieuwbouw van een woning binnen de planlocatie, in relatie tot onder andere milieu-, planologische, (steden)bouwkundige, cultuurhistorische en ruimtelijke aspecten Rotterdamseweg 474 te Delft 28.18.00080.1 10 september 2018 6 december 2018 28 mei 2019 4 maart 2020 14 oktober 2020 20 januari 2021
Opdrachtgever Opdrachtgever Postadres Postcode en plaats Telefoonnummer
De heer P.R. Planken Noteboompark 141 2273 LD VOORBURG +31 6 533 51 894
Opdrachtnemer Opdrachtnemer Contactpersoon Bezoekadres Postcode en plaats Telefoonnummer Website e-mail
SGS Search Ingenieursbureau B.V. ing. Steven Traast Meerstraat 2 5473 ZH HEESWIJK 088 – 214 66 00 www.sgssearch.nl milieu@sgssearch.nl
Colofon Rapportage Opgesteld door
Jeroen Geerdink, MSc.
Goedgekeurd door
ing. Bas J.H. van Erp
Datum/paraaf controle
20 januari 2021
2
……………
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
INHOUDSOPGAVE 1. ALGEMEEN 1.1. Aanleiding en doelstelling 1.2. Partijdigheid 1.3. Opbouw van het rapport
1 1 2 2
2. PLANLOCATIE 2.1. Huidige situatie 2.2. Huidige planologische situatie planlocatie 2.3. Gewenste ontwikkeling
3 3 6 7
3. BELEID 3.1. Provinciaal beleid 3.1.1. Omgevingsvisie/ omgevingsverordening 3.1.2. Vrijwaringszone 3.2. Gemeentelijk beleid 3.2.1. Ruimtelijke Structuurvisie - Ontmoetingen met Delft 2030 3.2.2. Woonvisie 2016-2023 3.2.3. Nota Groen 2012-2020 3.2.4. Conclusie
8 8 8 10 12 12 13 13 13
4. (MILIEU)ASPECTEN 4.1. Algemeen 4.2. Bodemkwaliteit 4.2.1. Verkennend bodemonderzoek 4.2.2. PFAS 4.3. Waterhuishouding 4.3.1. Provinciaal beleid 4.3.2. Beleid Hoogheemraadschap van Delfland 4.3.3. Gemeentelijk beleid 4.3.4. Geohydrologische situatie planlocatie 4.3.5. Waterkwantiteit 4.3.6. Afvalwaterketen en riolering 4.3.7. Waterkwaliteit 4.3.8. Onderhoud 4.3.9. Watervergunning 4.4. Externe veiligheid 4.5. Bedrijven en milieuzonering 4.6. Akoestiek 4.7. Luchtkwaliteit 4.8. Flora en Fauna 4.8.1. Quickscan natuurtoets 4.8.2. Soortgericht onderzoek (vleermuizen) 4.8.3. AERIUS berekening 4.9. Archeologie 4.10. Verkeer en parkeren 4.11. Financiële haalbaarheid 4.12. Vooroverleg
14 14 14 14 15 15 15 16 17 17 18 18 18 19 19 23 25 26 27 28 28 30 30 31 32 32 32
5. ONDERBOUWING
33
0
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
BIJLAGEN
35
LIJST BEDRIJFSACTIVITEITEN PFAS
36
1
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
1. ALGEMEEN 1.1. Aanleiding en doelstelling De aanleiding voor het opstellen van onderhavig document ligt in de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie Rotterdamseweg 474 te Delft. Deze ontwikkelingen houden in: • Sloop van de bestaande woning Rotterdamseweg 474; • Nieuwbouw van een woning Rotterdamseweg 474 op een andere locatie binnen de planlocatie; • De nieuw te bouwen woning heeft een groter grondoppervlak dan de bestaande woning binnen de planlocatie. Omdat het plan niet past binnen het vigerend bestemmingsplan, is door de gemeente verzocht een ruimtelijke onderbouwing aan te leveren. De onderbouwing heeft betrekking op de planlocatie, zoals weergegeven in onderstaande afbeelding. De ontwikkelingen zijn schematisch weergegeven in onderstaande afbeelding. Hierbij zal de bestaande woning (nummer 474, rood kader) worden gesloopt en een nieuwe woning (nummer 474, groen kader) worden gerealiseerd. Figuur 1 Schematische weergave ontwikkelingen op plangebied (bron: opdrachtgever)
1
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
De doelstelling van het opstellen van onderhavig document is het vaststellen van de haalbaarheid en inpasbaarheid van de ontwikkelingen op de planlocatie, in relatie tot onder andere milieu-, planologische, (steden)bouwkundige, cultuurhistorische en ruimtelijke aspecten. Op basis van onderhavig document dient de gemeente Delft de ontwikkelingen mogelijk te maken. 1.2. Partijdigheid SGS Search Ingenieursbureau B.V. heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de planlocatie waarop het document betrekking heeft. SGS Search Ingenieursbureau B.V. garandeert hiermee derhalve dat de werkzaamheden volledig onafhankelijk en onpartijdig zijn uitgevoerd. 1.3. Opbouw van het rapport In dit rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • Beschrijving van de huidige en toekomstig situatie op de planlocatie (hoofdstuk 2); • Beschrijving van het vigerend beleid (hoofdstuk 3); • Toetsing aan de diverse (milieu)aspecten (hoofdstuk 4); • Motivering onderbouwing (hoofdstuk 5).
2
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
2. PLANLOCATIE 2.1. Huidige situatie Op de planlocatie is in de huidige situatie één woonhuis gesitueerd (Rotterdamseweg 474), met daarbij enkele bijgebouwen. In onderstaande foto’s (bron: Google Streetview) is de woning Rotterdamseweg 474 (oranje cirkel) zichtbaar. Figuur 2 Huidige situatie op de planlocatie (bron: Google Streetview)
Figuur 3 Woonhuis Rotterdamseweg 474, gezien vanaf de Rotterdamseweg (zuid) (bron: Google Streetview)
3
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Figuur 4 Woonhuis Rotterdamseweg 474, gezien vanaf de Rotterdamseweg (noord) (bron: Google Streetview)
Figuur 5 Ligging planlocatie in de omgeving (bron: Google Maps)
4
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
De planlocatie is gelegen langs de Rotterdamseweg, een doorgaande weg tussen Delft en Rotterdam. Ter plaatse van de planlocatie geldt op deze weg een maximum snelheid van 50 km/uur. De planlocatie is juist binnen de bebouwde kom van Delft gelegen. De planlocatie wordt aan de westzijde volledig begrensd door het oppervlaktewater ‘Delftse Schie’, terwijl de planlocatie aan de oostzijde volledig wordt begrensd door de Rotterdamseweg. Aan de zuidzijde grenst de planlocatie aan een groenstrook / berm van de Rotterdamseweg, terwijl de planlocatie aan de noordzijde grenst aan een groenstrook en de woning Rotterdamseweg 472B. Aan de overzijde van de Rotterdamseweg, aan de oostzijde van de planlocatie, is de camping ‘Abtswoudse Hoeve’ gesitueerd. Deze camping betreft een naturistencamping, met een terrein van ca. 12 hectare. De toegangsweg van de camping is direct tegenover de planlocatie gesitueerd.
5
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
2.2. Huidige planologische situatie planlocatie De planlocatie valt binnen het werkingsgebied van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied”, zoals is vastgesteld op 02-07-2015 (identificatienummer NL.IMRO.0503. BP0036-2001). Binnen het bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming ‘Wonen’ (ter plaatse van de huidige woning) en de bestemming ‘Tuin’ (ter plaatse van het overige deel van de planlocatie). De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • wonen en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; • woonwagenstandplaats ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats'; • bed and breakfast; • niet bedrijfsmatig agrarisch gebruik; • kleinschalige horeca; • kleinschalige dagrecreatie; • zorgboerderij; • kinderdagverblijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk kinderdagverblijf'; • grondgebonden veehouderij uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - grondgebonden veehouderij'; • loonbedrijf uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonbedrijf'; • paardenstalling, niet zijnde een manege, uitsluitend ter plaatse van aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenstalling'; • verkoop eigen producten; • bijbehorende voorzieningen.
Binnen het bestemmingsplan is voor de woning een bouwvlak opgenomen, ter plaatse van de huidige woning. Binnen het bouwvlak geldt een maximum bouwhoogte van 10 meter en een maximum goothoogte van 6 meter. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • tuin; • activiteiten ten dienste van de bestemming van de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Verder is op de planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie III’ en ‘Waterstaat – Waterkering’ gelegen. Voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie III’ geldt dat deze gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Dit betekent ondermeer dat, alvorens een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, het bouwplan getoetst dient te worden door de gemeentelijk archeoloog. Deze geeft aan of voor de ontwikkelingen een aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Voor de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ geldt dat deze gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor: • waterkering; • kernzone van de waterkering; • beschermingszone van de waterkering; • bijbehorende voorzieningen. Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
In afwijking van het bepaalde in de regels voor de andere daar voorkomende bestemming(en), geldt dat op of in deze gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' mogen worden gebouwd.
6
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Figuur 6 Huidige planologische situatie, markering bij bestaande woning 474 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
2.3. Gewenste ontwikkeling De opdrachtgever is voornemens om de bestaande woning op de planlocatie te slopen, waarna nieuwbouw plaatsvindt van een vrijstaande woning binnen het perceel. De afwijking van het vigerend bestemmingsplan betreft de voorgenomen grotere grondoppervlakte van de woning ten opzichte van de huidige situatie, alsmede de situering van de woning op een andere locatie binnen de planlocatie. De globale situering van de nieuw te realiseren woning is, middels het zwarte kader, in figuur 6 weergegeven. Als gevolg van bovenstaande dient het bestaande bouwvlak te worden uitgebreid en te worden verplaatst binnen de planlocatie. Hiertoe dient middels een ruimtelijke onderbouwing aangetoond te worden dat de afwijking geen planologische, milieutechnische en cultuurhistorische belemmeringen oplevert. Onderhavig document voorziet hierin.
7
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
3. BELEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vigerende beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen. Op de ontwikkelingen zijn diverse Rijks-, provinciale en regionale beleidstukken van toepassing, waaronder de Omgevingsvisie Zuid-Holland, het Programma Ruimte en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Onderstaande is het beleid beschreven, voor zover dit relevant wordt geacht voor onderhavige ontwikkelingen. 3.1. Provinciaal beleid De provincie heeft haar beleid eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om 1 Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken. De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening is per 1 april 2019 in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid.
Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. 3.1.1. Omgevingsvisie/ omgevingsverordening Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Als figuur 7 is een uitsnede van de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond opgenomen in dit document. De planlocatie ligt globaal in de gele cirkel, hetgeen aangeeft dat de planlocatie is gelegen in een gebied dat is aangemerkt als recreatiegebied, grenzend aan een als natuurgebied aangemerkt gebied. Daarnaast is het gebied aangemerkt als ‘veenlandschappen’ (Midden-Delfland) en is gelegen binnen de groene buffer. Figuur 7 Uitsnede ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond (bron: provincie Zuid-Holland)
8
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
In het huidig toetsingskader zijn in totaal 51 artikelen opgenomen, die op de planlocatie van toepassing zijn, maar niet altijd relevant zijn voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie. Onderstaand zijn de meest relevante artikelen beschreven, met een onderbouwing hiervan. Behoud en versterking biodiversiteit Het provinciale beleid is gericht op het behouden, herstellen en op langere termijn vergroten van de biodiversiteit in Zuid-Holland, inclusief de biodiversiteit van de bodem. Om dit doel te bereiken zet de provincie in op duurzaam beheer, bescherming en voltooiing van de het Natuurnetwerk Nederland, meer natuurwaarden op boerenland en in recreatiegebieden. Aan de actieve bescherming van soorten wordt vorm en inhoud gegeven aan de hand van 40 icoonsoorten en binnen het faunabeheer hebben we aandacht voor de (welzijns-)effecten van dieren op de langere termijn. De ontwikkelingen op de planlocatie houden het slopen van een woning en de nieuwbouw van een woning, op korte afstand van de te slopen woning, in. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan de biodiversiteit op de planlocatie en de omgeving hiervan. De ontwikkelingen hebben geen invloed op de natuurwaarden in de omgeving (waaronder naastgelegen oppervlaktewater).
Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Vanuit de kwaliteitskaart van de provincie komt naar voren dat, uitgaande van het veen(weide)landschap, ontwikkelingen rekening houden met het behoud van kenmerkende landschapselementen en nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. De ontwikkelingen op de planlocatie houden het vervangen van een woning door een nieuwe woning, op korte afstand maar wel binnen het bestaande perceel, in. Hiermee wordt geen bebouwing en bouwwerken geplaatst buiten de bestaande structuren/ linten. Ook wordt geen bebouwing gerealiseerd in de veenweidepolders. De ontwikkelingen zijn zodanig kleinschalig dat geen (negatief) effect op de kenmerkende landschapselementen te verwachten is. Behouden en versterken landschappen De veelzijdige groene ruimte bestaat uit de overwegend onbebouwde ruimte buiten de steden, dorpen, linten en kassen en uit de stedelijke groen- en waterstructuur.
De grote agrarische cultuurlandschappen behoren ertoe, net als de wateren in de flanken van de provincie en de natuurgebieden. Ook de kleinere landschappen en groengebieden in de nabijheid van de steden dragen bij aan de veelzijdigheid van de groene ruimte, evenals de groen- en waterstructuren in de stad zelf die als ‘haarvaten’ van de onbebouwde ruimte het stedelijk gebied dooraderen. De ontwikkelingen hebben geen aantoonbare invloed op de groene ruimte, waarin de planlocatie is gesitueerd. Er wordt geen bebouwing toegevoegd (ter compensatie voor de nieuwbouw van de woning wordt de bestaande woning gesloopt), er is geen sprake van het toevoegen van bebouwing in open gebied dat een (negatieve) invloed kan hebben op de groene ruimte. Duurzame waterveiligheid De provincie kiest voor een duurzaam waterveiligheidsbeleid door in te zetten op sterke keringen en aanpassing in ruimtegebruik, en door te anticiperen op de potentiele gevolgen van overstromingen. De provincie is kaderstellend voor de regionale keringen (Waterwet). Het gewenste beschermingsniveau van de genormeerde regionale keringen is vastgelegd in afzonderlijke waterverordeningen per waterschap. Vanuit provinciaal belang wordt op basis van huidige en toekomstige (economische) gebruiksfuncties bepaalt welk beschermingsniveau voor een regionale kering noodzakelijk is.
9
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
De ontwikkelingen hebben geen invloed op de (duurzame) waterveiligheid. De ontwikkelingen houden geen toename van de potentiële gevolgen van overstromingen in. Hoe omgegaan wordt met de ligging van de nieuwe woning langs de oever van de Schie is nader vastgelegd in paragraaf 4.3. Groene buffers De provincie wil in alle overgangsgebieden van stedelijk gebied naar open landschap het contrast behouden tussen de dynamiek en dichtheid van de stad en de luwte van de aangrenzende groene ruimte. Daarom zijn deze gebieden aangewezen als groene buffer en als zodanig beschermd. Deze groene buffers vallen in categorie 2 van het beleid voor ruimtelijke kwaliteit, ‘gebieden met een specifieke kwaliteit’. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden. Stabiele en aantrekkelijke stadsranden en goede inpassing van infrastructuur dragen hieraan bij. Door de ontwikkelingen wordt de groene en open structuur van het gebied geen geweld aan gedaan. Er is geen uitbreiding van het aantal gebouwen/ bebouwing op de planlocatie gepland (geen grootschalige stedelijke ontwikkeling), waarmee de schaal en het karakter van het gebied gehandhaafd blijft.
Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Gedeputeerde Staten zien toe op toepassing door gemeenten van de Ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt bij Provinciale Staten. Deze worden door Provinciale Staten afgewogen en opgenomen op de 3 hectare kaart. De ontwikkelingen hebben een zodanig klein schaal, dat dit niet relevant is voor de 3 hectare kaart. Bovendien is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, aangezien er netto geen bebouwing bijkomt. De ruimtelijke kwaliteit op de locatie verbetert door de inpassing van de nieuwe woning met tuin in de omgeving. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer.
De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stadsen dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Er is geen sprake van het toevoegen van woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied, aangezien de locatie reeds in gebruik is als woonlocatie. Er is sprake van vervangende nieuwbouw, en niet van toevoegen van woningen voor specifieke doelgroepen. 3.1.2. Vrijwaringszone Voortkomend uit artikel 6.19 ‘Vrijwaringszone provinciale vaarwegen’ dient bij het opstellen van een bestemmingsplan, dat betrekking heeft op gronden waarop een vrijwaringszone van een vaarweg in beheer van de provincie is gelegen, rekening te worden gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: a. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; b. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; c. de toegankelijkheid van de provinciale vaarweg voor hulpdiensten vanaf de wal; en d. het uitvoeren van beheer en onderhoud aan de provinciale vaarweg.
10
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Voor de planlocatie, gelegen aan een recht vaarwegvak, geldt dat de vrijwaringszone (gemeten vanuit de oever van de vaarweg) 10 meter aan weerszijden is. Op basis van de tekeningen van de nieuwe situatie op de planlocatie kan gesteld worden dat de woning binnen deze vrijwaringszone gerealiseerd wordt. Als onderdeel van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is kaart 2 (bijlage II van de Verordening) opgesteld (zie onderstaande figuur), waaruit blijkt dat de Delftse Schie (gelegen direct naast de planlocatie) een vaarweg is die in beheer is bij de provincie. De planlocatie, gelegen direct naast de Delftse Schie, is globaal weergegeven bij de oranje pijl. Figuur 8 Kaart 2: aanwijzing van provinciale vaarwegen (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland)
Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen, als gevolg van de ontwikkelingen op de planlocatie, dient advies te worden gevraagd aan de vaarwegbeheerder (provincie Zuid-Holland).
11
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
3.2. Gemeentelijk beleid 3.2.1. Ruimtelijke Structuurvisie - Ontmoetingen met Delft 2030 ‘Ontmoetingen met Delft 2030’ is de gemeentelijke visie op de gewenste (ruimtelijke) ontwikkeling van Delft op de langere termijn en een beeld van de voorgenomen ruimtelijke maatregelen in de komende jaren. De Structuurvisie is voor de gemeente ook de grondslag voor het verhalen van kosten op basis van de Grondexploitatiewet. De ruimtelijke consequenties van de relevante sectorale beleidsvisies zijn geïntegreerd in de Structuurvisie. Voor de periode tot 2030 is de Structuurvisie daarmee kaderstellend. Gelaagde stad Delft is een gelaagde stad, die zich op drie schaalniveaus presenteert: op stedelijke niveau, op het niveau van de buurten en wijken en op regionaal niveau binnen de Zuidvleugel van de Randstad. Elk schaalniveau kent zijn eigen kwaliteiten, dynamiek en verbondenheid met de omgeving. Dit is van belang voor de gewenste toekomstige ontwikkeling van de stad. Voor het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’, waarbinnen de huidige planlocatie valt, zijn de Groene vingers, het Kris-kras netwerk en Delft in de regio (de groene gordel) van belang.
Groene vingers Delft is vanouds met groene vingers in en door de stad verbonden met het omliggende landschap. Voor de leefbaarheid van Delft is het van essentieel belang dat deze groene structuur met nieuwe parken en brede groenstroken verder wordt versterkt. Het groen verbindt de wijken en buurten van Delft, zorgt voor rust en ruimte in de stad en biedt een aangename omgeving voor sport, spel en ontmoetingen. In het werkingsgebied van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ zijn de Abtswoude, langs het spoor, de linten langs de Schie en het middengebied van Technopolis groene vingers (die raken aan het plangebied). Kris-kras netwerk De verdeling van Delft in buurten wordt door parkstroken, bermen, oevers en taluds vormgegeven. Deze groene verbindingsroutes vormen een kris-kras netwerk dat Delft een groenblauwe uitstraling geeft en een aangename omgeving biedt om dicht bij huis fietsend of lopend door de buurten te bewegen en voorzieningen te bereiken. Voor het werkingsgebied van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is de ambitie het netwerk te verbeteren door de aansluiting op de stad te versterken en de oost-west verbinding te verbeteren. De groene gordel Rondom Delft ligt een bijna continu doorlopende groene gordel.
Deze groene ruimte waarborgt een aantrekkelijk panorama op het historische en hedendaagse Delft en biedt een aantrekkelijke setting voor de ontwikkeling van de stedelijke randen van Delft. De groene gordel is via de groene vingers goed verbonden met de stad en met het groenblauwe kris-kras netwerk in de buurten en wijken. De groengordel biedt ruimte aan recreatie, natuur en agrarische bedrijvigheid. De inrichting is duurzaam, ecologisch en klimaatbestendig. Het werkingsgebied van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is onderdeel van de groene gordel. Beoordeling: Voorliggend plan heeft geen significante (positieve of negatieve) invloed op de ambities en doelen, zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Structuurvisie voor het werkingsgebied van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Voorliggend plan is daarmee niet strijdig met het gemeentelijke beleid uit de structuurvisie.
12
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
3.2.2. Woonvisie 2016-2023 Delft vervult een bijzondere rol binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, met een eigen kennisprofiel, vitale stedelijke woonmilieus, een aantrekkelijke historische binnenstad, nabijheid van rustige groene woon- en recreatiegebieden, en toplocaties zoals de Spoorzone/Nieuw Delft. De Woonvisie 2016-2023 van de gemeente Delft geeft aan hoe wonen bijdraagt aan de ambities van Delft en voor welke uitdagingen en opgaven de stad staat. De visie beschrijft het belang van een aantrekkelijk woonklimaat dat past bij de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Delft en de regio. Door de gemeente zijn de volgende grootste opgaven geformuleerd: • meer aanbod aan ruime woningen voor de sociale doelgroep, • inspelen op tijdelijke woonvragen met producten als short stay, • huisvesting voor bijzondere doelgroepen en mensen met zorg, • vernieuwing van verouderde wooncomplexen. Gezien de huidige en toekomstige behoefte is er voor de sociale voorraad als geheel ruimte voor gedoseerde krimp. Beoordeling Vanuit de Woonvisie 2016 – 2023 zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie. De ontwikkelingen hebben geen invloed op de door de gemeente geformuleerde grootste opgaven. 3.2.3.
Nota Groen 2012-2020 In 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Groen Delft 2012-2020 en het daarbij horende Uitvoeringsprogramma nota Groen Delft 2012-2020 vastgesteld. Het beleid is niet bedoeld als bindend kader maar moet ervoor zorgen dat het groenbelang voldoende wordt betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid stelt eisen aan de afweging tussen ruimteclaims die bij ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvindt. Het uitgangspunt is dat aantasting van groene en ecologische waarden zoveel mogelijk wordt voorkomen. Een evenwichtige verhouding tussen groen en bebouwing is belangrijk voor een goed woon- en leefklimaat in de stad. Het gaat daarbij niet alleen om de natuurwaarden zelf maar ook om de betekenis van het groen voor een goed woon- en werkklimaat. Het beleid is onder meer gericht op het versterken van biodiversiteit, goed openbaar groen en het handhaven van een evenwichtige verhouding tussen groen, bebouwing en verharding. Het beleid streeft naar een samenhangend, verbonden en fijnmazig groen netwerk. Beoordeling Vanuit de Nota Groen 2012 – 2020 zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie. Bij de ontwikkeling van de planlocatie dient, waar mogelijk, rekening te worden gehouden met het genoemde beleid. 3.2.4.
Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie passen binnen het vigerend gemeentelijk beleid.
13
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
4. (MILIEU)ASPECTEN 4.1. Algemeen Bij het opstellen van een Ruimtelijke onderbouwing dienen de nodige en relevante gegevens te worden vergaard. Een voorgenomen ruimtelijk project kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, voor cultuurhistorische, landschappelijke en archeologische waarden, de waterhuishouding en andere waarden. Derhalve dient te worden onderzocht welke waarden bij het plan in het geding zijn en wat de gevolgen van het plan zijn voor deze waarden. Voor sommige daarvan is in specifieke wetgeving voorgeschreven op welke wijze de gevolgen dienen te worden onderzocht en getoetst. 4.2. Bodemkwaliteit In het kader van een ruimtelijke procedure dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit ter plaatse van de planlocatie geschikt is voor het beoogde gebruik. ‘ 4.2.1. Verkennend bodemonderzoek In opdracht van de initiatiefnemers is door Montferland Milieu B.V. (projectnummer MM18082, d.d. 10 juli 2018) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de planlocatie. De volledige rapportage is als bijlage bij onderhavig document gevoegd. In navolging van het verkennend bodemonderzoek is door Montferland Milieu B.V. tevens een verkennend onderzoek asbest in grond uitgevoerd op de planlocatie (projectnummer MM18198, d.d. 20 november 2018). Ook deze rapportage is als bijlage bij onderhavig document gevoegd.
In het rapport van het verkennend bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken: • In het grondwater is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. • De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. • In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. • De hypothese “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt grotendeels verworpen. In het rapport van het verkennend onderzoek asbest in grond worden de volgende conclusies getrokken: • Bij het asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. • In het mengmonster van de fijne fractie is een gehalte van <0,1 mg/kg aangetoond. Dit is onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. • De vooraf gestelde hypothese, de locatie ter plaatse van de vml. asbestgolfplaten afrastering kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd, dient verworpen te worden.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat al het aanwezige asbesthoudende materiaal op de locatie, waaronder de ingegraven golfplaten, reeds zijn verwijderd conform de aanbevelingen in het uitgevoerde asbestinventarisatierapport. Na afronding van de sanering is door AFRS Groep te Utrecht een eindcontrole uitgevoerd. Met de verwijdering van de asbesthoudende materialen wordt voorkomen dat in de toekomst de bodem alsnog verontreinigd raakt met asbest als gevolg van verwering of beschadiging van asbesthoudende materialen.
14
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
4.2.2. PFAS In het kader van de ruimtelijke onderbouwing is tevens gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van PFAS componenten in de grond en het grondwater. Hierbij is voornamelijk gebruik gemaakt van het document ‘Een handelingskader voor PFAS’ van het Expertisecentrum PFAS (uitgavedatum 25 juni 2019). In het genoemde document is een lijst van bedrijfsactiviteiten opgenomen waar PFAS is/ wordt gebruikt. Deze lijst is als bijlage bij deze rapportage gevoegd. In de tabel is weergegeven hoe groot de kans is dat PFAS componenten, als gevolg van de activiteiten, in het milieu terecht gekomen zijn. Indien blijkt dat één of meerdere van de, in de tabel genoemde, bedrijfsactiviteiten op of nabij de locatie aanwezig zijn of zijn geweest, kan niet worden uitgesloten dat PFAS componenten aanwezig zijn in de bodem (grond, grondwater) op de huidige onderzoekslocatie en wordt aanbevolen het gehanteerde analysepakket voor grond en grondwater uit te breiden met PFAS componenten. Uit de historische informatie blijkt dat géén van de bedrijfsactiviteiten, genoemd in de lijst van het Expertisecentrum PFAS, op of in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie aanwezig is (geweest). Er kan dan ook worden gesteld dat er op of nabij de onderzoekslocatie geen aantoonbare bron van PFAS aanwezig is geweest.
De grond op de locatie kan dan ook als onverdacht worden beschouwd op de aanwezigheid van PFAS componenten. Er zijn op de locatie geen grootschalige ontgravingswerkzaamheden voorzien, vrijkomende grond tijdens de ontwikkelingen wordt toegepast op de eigen locatie. Mochten er in de toekomst graafwerkzaamheden voorzien zijn, waarbij grond vrijkomt dat wordt afgevoerd naar een externe locatie, zal aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS componenten in de af te voeren grond noodzakelijk zijn. Beoordeling Vanuit de aangetoonde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) op de planlocatie bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.3. Waterhuishouding De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. 4.3.1. Provinciaal beleid De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening is recent in werking getreden. In de Omgevingsverordening is regelgeving opgenomen voor de regionale waterkeringen. Onder meer wordt aangegeven welke waterkeringen als regionale waterkeringen zijn aangewezen (kaart 3 van bijlage II van de Omgevingsverordening) en welke normen en beperkingen er gelden voor gebieden die op of nabij regionale keringen zijn gelegen.
Voor bestemmingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de regionale waterkeringen mogelijk maken. Uit de Omgevingsverordening blijkt dat de bestaande waterkering als ‘regionale waterkering klasse IVa’ is aangemerkt (zie onderstaande figuur). Voor deze waterkering geldt een gemiddelde overschrijdingskans van 1/500 jaar.
15
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Figuur 9 Aanwijzing Regionale waterkering klasse IVa (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland)
4.3.2. Beleid Hoogheemraadschap van Delfland Waterbeheerplan 2016 – 2021 Op 19 november 2015 is het Waterbeheerplan 2016 - 2021 vastgesteld. In het Waterbeheer-plan heeft het Hoogheemraadschap van Delfland zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van het Hoogheemraadschap in de planperiode 2016-2021. Het waterbeheerplan is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het waterbeheerplan staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop; de waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater. Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Handreiking Watertoets Delfland heeft een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel.
In het procesdeel wordt ingegaan op het watertoetsproces voor elk van de volgende ruimtelijke planvormen: stedenbouwkundige plan; structuurvisie; bestemmingsplan; beheersverordening; omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing; en tot slot de nieuwe planfiguren van de Crisis- en herstelwet, zoals het projectuitvoeringsbesluit. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin. Beleidsregel Medegebruik Regionale waterkeringen Delfland geeft met de Beleidsregel Medegebruik Regionale waterkeringen invulling aan zijn bevoegdheid om voorwaarden te stellen voor het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder regionale waterkeringen. De beleidsregel vormt het toetsingskader voor vergunningverlening op basis van de Waterwet en de Keur Delfland, vanaf het moment van inwerkingtreding. Met de Beleidsregel Medegebruik Regionale waterkeringen maakt Delfland voor alle betrokkenen intern en extern transparant op welke manier het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de regionale waterkeringen wordt beoordeeld. Voor Delfland staat de veiligheid van de waterkering voorop. Een voorwaarde voor het toestaan van medegebruik is dat Delfland in het beheer van de waterkering niet wordt belemmerd door het medegebruik. Met beheer wordt bedoeld alle
16
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
activiteiten die nodig zijn om de waterkeringen op het vereiste veiligheidsniveau te houden, nu en in de toekomst. 4.3.3. Gemeentelijk beleid Waterplan Gemeente Midden-Delfland Het Waterplan Midden-Delfland is een gebiedsgericht plan van de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland waarin samenhangende thema's rond waterbeheer aan bod komen. Ruimtelijke ontwikkelingen spelen hierbij een belangrijke rol. Ook ontwikkelingen als de Europese Kaderrichtlijn Water, landelijk beleid als het waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21, uitgewerkt in ABCDelfland) en gemeentelijke plannen zoals een gemeentelijk rioleringsplan komen samen in het Waterplan. Het Waterplan bestaat uit drie fasen. De watervisie, het waterstructuurplan en het uitvoeringsplan. De watervisie geeft op hoofdlijnen de doelstelling aan op het gebied van waterbeheer in de gemeente Midden-Delfland. De visie is uitgewerkt in het waterstructuurplan. Het waterstructuurplan geeft op kaart en in beschrijving weer wat de opgave in de polders van Midden-Delfland is. Bovendien maken de gemeente en Hoogheemraadschap van Delfland afspraken over de wijze waarop de wateropgave wordt gerealiseerd. Concrete maatregelen en procesafspraken zijn gebundeld in het uitvoeringsprogramma van het waterplan. 4.3.4.
Geohydrologische situatie planlocatie De geohydrologische situatie met betrekking tot de planlocatie en de directe omgeving is weergegeven in tabel 1 en 2. Figuur 10 Verticale doorsnede van de lithostratigrafie. De locatie ligt op circa 2,4 meter vanaf punt A
Toelichting legendacode: Letters 1-2 = Laagcode; Letter 3 = Dominante textuur; Cijfer = Eenheidsnummer Tabel 1
Algemene hydrologische informatie
Hoogte maaiveld [m+NAP] -1 Tabel 2
17
Stromingsrichting Westelijk
Nadere informatie per lithostratigrafische eenheid
Laagnummer
Van [m-NAP]
Tot [m-NAP]
1
1
2
Naam
Code
Bodemkundige samenstelling
19
Holocene afzettingen
HLC
Complexe eenheid (diverse, afwisselende lagen / texturen)
19
36
Formatie van Kreftenheye
KR
Zand, matig grof tot uiterst grof, kalkhoudend
3
36
38
Formatie van Stramproy
SY
Zand, matig fijn tot matig grof, kalkloos
4
38
48
Formatie van Waalre
WA
Zand, uiterst fijn tot uiterst grof, kalkloos tot kalkrijk
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Formatie van Zand, matig grof tot uiterst grof, kalkloos, zwak tot PZ Peize matig grindig Bronnen: Data Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland – TNO 5
48
67
4.3.5. Waterkwantiteit De planlocatie is gelegen direct naast een oppervlaktewater. Op basis van de Legger van het Hoogheemraadschap van Delfland, betreft dit een primair water. Figuur 11 Uitsnede Legger Hoogheemraadschap van Delfland. Planlocatie in oranje cirkel
4.3.6. Afvalwaterketen en riolering Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Door de aanleg van natuurvriendelijke en ecologische oevers wordt bijvoorbeeld meer waterberging gerealiseerd. Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkeling diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK'shoudende materialen), zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. 4.3.7. Waterkwaliteit De waterkwaliteit van het afstromend hemelwater van het plangebied zal geen invloed hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit. Op het plangebied vinden geen activiteiten plaats die schadelijk kunnen zijn voor de oppervlaktewaterkwaliteit. Daarnaast is er geen sprake van het gebruik van uitlogende materialen bij de nieuwbouw van de woning (bijvoorbeeld zink, lood, etc.).
18
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
4.3.8. Onderhoud Het onderhoud van de watergangen in het plangebied blijft in handen van de eigenaren van de watergang. De ontwikkelingen op de planlocatie is hierop niet van invloed. Er dient rekening te worden houden met een onderhoudsstrook conform de ‘Beleidsregels dempen en graven’. 4.3.9. Watervergunning Op 2 augustus 2018 is door het Hoogheemraadschap van Delfland reeds een watervergunning verleend aan de initiatiefnemers (kenmerk 2018-013061/D2018-07-004181). De watervergunning is als bijlage bij onderhavig document gevoegd. Door het Hoogheemraadschap zijn de volgende overwegingen gehanteerd: “Bij het toetsen van de aangevraagde werkzaamheden zijn de volgende documenten gebruikt: • Keur Delfland • Waterbeheerplan Delfland 2016-2021 • Delflands Algemeen Waterkeringen Beleid van april 2010 • Beleidsregel Medegebruik Regionale waterkeringen van mei 2014 De initiatiefnemer is voornemens om buitendijks van de regionale waterkering langs de Schie, ter hoogte van Rotterdamseweg 474 te Delft een woning te slopen. Bij het slopen van de woning vinden er geen ingravingen plaats binnen het leggerprofiel. Bij het bouwen van de nieuwe woning vinden er eveneens geen ingravingen binnen het leggerprofiel van de waterkering plaats. Het vloerpeil van de nieuwe woning komt op een hoogte van NAP +0,50 m en er komt onder de woning geen kelder.
De waterkering is ter plaatse van deze werken overgedimensioneerd, op de kruin van de waterkering ligt de Rotterdamseweg, een tweebaanweg. Hierdoor is de stabiliteit van de waterkering niet in geding, mede omdat er voor de fundering van de woning slechts beperkte ingravingen in het huidige maaiveld noodzakelijk zijn. Toekomstig buitengewoon onderhoud aan de waterkering verandert niet, op deze locatie staat thans al een woning en door de nieuwbouw verandert hier niets aan, het ophogen van de kruin van de waterkering blijft mogelijk. Er wordt bij de bouw rekening gehouden dat langs de Schie, primair boezemwater, er een schouwstrook van 1 meter wordt gehandhaafd. In deze strook vinden geen bouwactiviteiten plaats. Er vindt geen toename van het verhard oppervlakte plaats. Door de sloop van de bestaande woning en verwijdering van de bestaande bestrating, verdwijnt (woning 70 m2 + verharding 97 m2) 167 m2 aan bebouwing en verharding, terwijl er in de nieuwe situatie 124 m2 bebouwing (nieuwe woning) bijkomt. De bestrating in de nieuwe situatie zal worden uitgevoerd als een doorlatende verharding (grind). Hiertoe is een voorschrift in de voorliggende vergunning opgenomen. In de onderstaande afbeelding is een voorbeeld hiervan weergegeven.
19
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Figuur 12 Voorbeeld toe te passen doorlatende terreinverharding
Door de nieuw te realiseren woning wordt de mogelijkheid gecreëerd om het hemelwater, dat valt op het dakoppervlak, af te voeren naar het naastgelegen oppervlaktewater. Doordat er geen gebruik gemaakt wordt van uitlogende materialen, kan dit zonder aanvullende maatregelen worden uitgevoerd. De exacte invulling van deze afwatering naar het naastgelegen oppervlaktewater zal door de initiatiefnemer, in overleg met de gemeente en/of Hoogheemraadschap, worden vastgesteld. Deze afwatering kan direct gebeuren, danwel vertraagd via infiltratie in de bodem. Afwatering naar het naastgelegen oppervlaktewater is reeds ter beoordeling voorgelegd aan het Hoogheemraadschap, welke heeft aangegeven geen bezwaar te hebben. De aangevraagde activiteiten voldoen aan het beleid en hebben geen effect op de waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit of ecologie. Om risico’s tijdens de uitvoering te voorkomen, zijn in de vergunning voorschriften opgenomen. Onderhoud In de Keur en de Legger zijn de standaard bepalingen opgenomen voor het onderhoud van waterstaatswerken. Maatschappelijke functievervuiling door watersystemen De aangevraagde werkzaamheden hebben gevolgen voor de maatschappelijke functievervuiling door watersystemen, zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Waterwet.
Van een dergelijke functie is sprake als een maatschappelijke functie voor een waterstaatswerk is aangewezen in een provinciaal waterplan of een waterbeheerplan. De provincie Zuid-Holland heeft in het regionale waterplan geen maatschappelijke functies van de betrokken waterstaatswerken aangewezen, noch voorzien in de mogelijkheid voor Delfland om deze aan te wijzen in het waterbeheerplan. Oeverconstructie Door de aanvrager is gekeken naar de impact op de damwand van de nieuwbouw van de woning op de planlocatie. De bouw van de nieuwe woning: De optredende krachten worden middels heipalen afgevoerd naar de op 20 meter diepte gelegen pleistocene zandlaag. Het verwijderen van de bestaande “op staal gefundeerde woning“ heeft als positief effect dat de belasting op de damwand zal afnemen. Visuele inspectie van de damwand toont aan dat deze “behoudens daar waar zich direct aan de oever 2 zeer zware knotwilgen bevinden“ geen afwijking vertoond en in een rechte lijn loopt. De posities van de ankerstangen ten opzichte van de heipalen: De posities van de ankerstangen zijn vastgesteld door de uitstekende koppen, welke zich tussen de buitenste gording en de damwand bevinden (afbeelding 2A), op te zoeken met een metaaldetector en deze positie door middel van een gegraven sleuf te bevestigen (afbeelding 2B).
De onderlinge afstand is 300 cm zoals in de door de provincie aangeleverde bestek tekeningen vermeld staat.
20
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Afbeelding 2A
Afbeelding 2B
Voorafgaand hieraan zijn de bouten (50 cm tussenruimte), waarmee de buitenste gording aan de damwand gemonteerd is (afbeelding 2C) in kaart gebracht. Afbeelding 2C
21
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Acties voordat er geheid wordt: 4 weken voor de start van de bouw worden middels piketpalen de posities van de heipalen uitgezet. Wanneer er een conflict optreed in deze met de ankerstangen, zal in overleg met de constructeur de positie van deze heipaal nader bepaalt worden. Toekomstige vervanging en ophoging van de damwand: Het overleg met de aannemers, die kort geleden stalen damwanden bij nabij gelegen percelen zoals o.a. de buren hebben geplaatst, toont aan dat men werkt vanaf het water (vanaf een ponton). Derhalve vindt het werk niet plaats vanaf de oever. Navraag bij de nabij gelegen percelen leert dat op hun (aan het water gelegen) erf, hierbij geen schade of hinder heeft ondervonden. Dit mede omdat de damwanden onverankerd worden aangebracht en de oude damwand niet verwijdert wordt. Zie ook afbeelding 4A, 4B en 4C. Afbeelding 4A
Afbeelding 4B
Afbeelding 4C
22
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
De verwachte werkwijze: Het uit de oever plaatsen (35-85 cm) van deze damwanden is in relatie tot het afgenomen oppervlak aan boezem water (40/110 m2) geen probleem, daar dit gelijk staat aan de reken methode die bij de Zweth is toegepast en derhalve verrekend kan worden met de Broekpolder waar ~20.000 m2 boezem is gecreëerd. Hiervan is op dit moment slechts 75 m2 gebruikt om elders gedempt water te compenseren. Andere belangen Bij Delfland zijn geen andere belangen bekend die moeten worden meegewogen in deze procedure. Conclusie Gelet op de overwegingen en met het opnemen van voorschriften kan de gevraagde vergunning worden verleend.” Beoordeling Op basis van de toetsing aan het vigerende beleid, en uitgaande van de reeds afgegeven watervergunning, bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie. Hierbij dienen echter wel de voorschriften, zoals opgenomen in de watervergunning, in acht te worden genomen. 4.4. Externe veiligheid Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: • bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; • vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. De risicovolle inrichting die het dichtst bij de planlocatie is gelegen, betreft het LPG Tankstation langs de rijksweg A13, op circa 920 meter ten noordoosten van de planlocatie. De planlocatie is daarmee ruimschoots gelegen buiten de betreffende risico-contouren. Binnen een afstand van maximaal 1.000 m2 (hemelsbreed) van de planlocatie zijn de volgende risicovolle inrichtingen gesitueerd. In onderstaande tabel zijn tevens de risicoafstanden (risicocontour 10-6) weergegeven, op basis waarvan beschouwd kan worden of de inrichting relevant is.
Uit de tabel blijkt dat geen van de risicobronnen relevant is voor de ontwikkelingen op de planlocatie, aangezien de werkelijke afstand ruimschoots groter is dan de risicocontour (10-6).
23
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Tabel 3
*
Risicovolle inrichtingen binnen 1.000 m2 van de planlocatie
Naam inrichting
Adres
Texaco Nederland B.V. Texaco Nederland B.V. Texaco Nederland B.V. Texaco Nederland B.V. Texaco Nederland B.V.
A13
Activiteit
Risicocontour (10-6) 40 meter
Werkelijke afstand (hemelsbreed)* 938 meter
LPG tankstation, vulpunt 1 A13 LPG tankstation, 40 meter 938 meter vulpunt 2 A13 LPG tankstation, 25 meter 938 meter LPG reservoir 1 A13 LPG tankstation, 25 meter 938 meter LPG reservoir 2 A13 LPG tankstation, 15 meter 938 meter LPG afleverinstallatie NMI Thijsseweg Opslag gasflessen 5 meter 985 meter met zeer toxisch gas Esso Tankstation Ruyven, gelegen aan de overzijde van de rijksweg A13, ligt op ca. 1,07 km van de planlocatie en is derhalve niet meegenomen in deze tabel.
Nabijgelegen wegen In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen wegen aanwezig waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De openbare weg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en die het dichtst bij de planlocatie is gelegen, betreft de rijksweg A13 welke op ruim 900 meter ten oosten van de planlocatie is gesitueerd (zie afbeelding 7). Aangezien de risicocontour (10-6) binnen de rijbaan is gelegen, zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen. Buisleidingen Binnen een afstand van 1 kilometer rondom de planlocatie zijn geen relevante buisleidingen gesitueerd. Op een afstand van ca. 800 meter ten westen van de planlocatie is er mogelijk een buisleiding aanwezig (in figuur 11 gelegen binnen de paarse arcering), echter aanvullende informatie hierover is in de Risicokaart niet beschikbaar. Gezien de afstand tot de planlocatie (800 meter hemelsbreed) kan worden verwacht dat er geen invloed is op de voorgenomen ontwikkelingen. Beoordeling Er zijn in de directe omgeving van de planlocatie geen relevante risicovolle inrichtingen, wegen waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd, of buisleidingen aanwezig. Vanuit het aspect Externe Veiligheid zijn er dan ook geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
24
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
Figuur 13 Uitsnede Risicokaart (bron: risicokaart.nl)
4.5. Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de realisatie van woningen nabij bedrijven of visa versa: • een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd ter plaatse van de woning; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de eventueel in de omgeving aanwezige bedrijven/inrichtingen. Om in het kader van de ontwikkelingen op de planlocatie de belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat en de bedrijfsvoering goed mee te nemen, wordt voor dit plan gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden die gehanteerd worden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Naarmate de milieubelasting van de activiteiten groter is, wordt uitgegaan van een grotere richtafstand. In geval van een omgevingstype 'gemengd gebied' mag worden uitgegaan van een kleinere richtafstand. De richtafstanden vormen een eerste indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende activiteiten worden gesitueerd. Bouwen binnen de richtafstanden is eveneens aanvaardbaar, indien uit onderzoek blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarbij milieuhinder voorkomen wordt.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in het realiseren van een nieuwe woning, slechts de nieuwbouw van een woning ter vervanging van een te slopen woning is voorzien. Beoordeling Gezien de voorgenomen ontwikkelingen worden er geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen ontwikkelingen vanuit het aspect Bedrijven en milieuzonering.
25
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
4.6. Akoestiek De Wet geluidhinder bepaalt dat sommige wegen, spoorwegen en industrieterreinen een (geluids)zone hebben. Als voor een gebied binnen een zone een nieuwe geluidgevoelige bestemming mogelijk wordt gemaakt, of als een nieuwe weg, een nieuwe spoorweg of bepaalde industrieterreinen mogelijk worden gemaakt, moeten deze nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de eisen op geluidgebied die de Wet geluidhinder stelt. Om te bezien of dat het geval is, moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Binnen de Wet geluidhinder (Wgh) wordt bescherming voorzien voor de volgende objecten: • Woningen; • Andere geluidsgevoelige gebouwen; • Geluidsgevoelige terreinen. Het Besluit geluidhinder (Bgh) wijst volgens art. 1 Wgh een "ander geluidsgevoelig gebouw" aan. Art. 1.2 Bgh wijst onderstaande gebouwen aan als "ander geluidsgevoelig gebouw": • onderwijsgebouwen • ziekenhuizen en verpleeghuizen • verzorgingstehuizen • psychiatrische inrichtingen • kinderdagverblijven De realisatie van een woning op de planlocatie betekent dat de geluidsbelasting op de gevels van de betreffende woning bepaald dient te worden. Door SPA WNP Ingenieurs is hiertoe een akoestisch onderzoek uitgevoerd (rapport 21900280.R01, d.d. 28 mei 2019). In navolging van eerdergenoemd rapport is vervolgens een akoestisch onderzoek geluidwering van de gevels uitgevoerd (SPA WNP, rapport 21900280.R02, d.d.
04-06-2019). De volledige rapportages zijn als bijlage bijgevoegd. Resultaten onderzoek geluidsbelasting gevels De nieuwe woning ligt binnen de bebouwde kom, in de geluidzone van de Rotterdamseweg, Schieweg, Overslagpad en Ackerdijkseweg. De overige wegen (onder andere rijksweg A13) liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. Daarnaast ligt de nieuwe woning (deels) binnen de geluidzone van de spoorlijn Delft-Rotterdam. Op basis van de meest recente geluidskaart wordt geconstateerd dat de geluidsbelasting lager is dan de voorkeurswaarde van 55 dB. De geluidbelasting, vanwege deze spoorlijn zal niet relevant zijn en geen belemmering voor de realisatie van de nieuwe woning. Nabij het plangebied ligt het gezoneerde industrieterrein Schieoevers Zuid. De nieuwe woning wordt buiten de geluidzone van het industrieterrein gerealiseerd. De geluidbelasting op de nieuwe woning ten gevolge van het industrielawaai, zal lager zijn dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). De geluidbelasting, vanwege dit industrieterrein, zal niet relevant zijn en geen belemmering voor de realisatie van de nieuwe woning.
De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de: • Rotterdamseweg is bij de nieuwe woning hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Gezien de situatie en de berekende waarden zijn er binnen het bouwplan geen reële maatregelen mogelijk om de geluidbelasting, bij de nieuwe woning, te reduceren tot maximaal 48 dB (de voorkeurswaarde). Om deze woning te kunnen realiseren moet de gemeente Delft hogere waarden tot 58 dB, vanwege het wegverkeerslawaai van de Rotterdamseweg vaststellen en vastleggen in het kadaster. • Schieweg, de Overslagpad en de Ackerdijkseweg zijn bij de nieuwe woning ruim lager dan de voorkeurswaarde. Op basis hiervan wordt gesteld dat de geluidbelastingen, vanwege het verkeer op deze wegen, aanvaardbaar zijn en geen belemmering vormen voor de realisatie van de nieuwe woning.
26
Ruimtelijke onderbouwing Locatie: Rotterdamseweg 474 te Delft Opdrachtgever: P.R. Planken Projectnummer: 28.18.00080.1
De gecumuleerde geluidbelasting op de nieuwe woning bedraagt maximaal 63 dB. De gecumuleerde geluidbelasting op de westgevel van de nieuwe woning is op de begane grond en op de verdieping maximaal respectievelijk 47 dB en 49 dB. Hiermee wordt voldaan aan de eisen, die de gemeente stelt aan het realiseren van een aanvaardbaar akoestisch klimaat (aanwezigheid geluidluwe zijde). Resultaten onderzoek geluidwering gevels Uit het onderzoek blijkt dat voorzieningen aan de gevels noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de in Bouwbesluit 2012 gestelde eisen. Indien de in de rapportage aangegeven Kingspan TEK® Bouwelementen aanvullend worden voorzien van een lege spouw en 12,5 mm gipsvezelplaat, voldoet de berekende karakteristieke geluidwering aan de in Bouwbesluit 2012 gestelde eisen. Alternatieve oplossingen om voldoende geluidisolatie van de gevels te realiseren, kunnen zijn: · vergelijkbare gevelelementen gevuld met minerale wol; · Kingspan TEK® Bouwelementen aanvullend voorzien van een 100 mm kalkzandsteenwand. Beoordeling De geluidsbelasting op de gevels van de nieuw te realiseren woning op de planlocatie ligt hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting. Om de woning te kunnen realiseren, moet de gemeente Delft hogere waarden vaststellen.