CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 18 december 2025

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 18 december 202539.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de commissie R&A te bespreken hoe om te gaan met risicosturing en beheersing bij in het bijzonder risicovolle projecten. 8. De griffie te verzoeken de voor- en nadelen en kosten van een projectaudit uit te werken en dit te bespreken in de werkgroep. Toelichting Op 1 december 2025 heeft de werkgroep Prinsenhof vergaderd over de rol van de werkgroep en over de verdere inrichting van het proces van informatievoorziening inzake het risicovolle project Prinsenhof. Tijdens deze vergadering zijn afspraken gemaakt om de informatievoorziening naar de raad te verbeteren. In bijgevoegde memo staat een kort verslag van deze bijeenkomst en een advies voor verdere vervolgafspraken. De afspraken zijn nu verwerkt in dit amendement." Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft dient niet lichtvaardig een motie van wantrouwen in, maar na alles wat hier is gebeurd, is de grens voor ons bereikt. Het gaat vanavond niet over smaak, niet over cultuurbeleid 27

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

en ook niet over de vraag of het Prinsenhof belangrijk is voor de stad. Het gaat over vertrouwen. Dat vertrouwen is er niet meer. Halverwege juni was binnen de organisatie bekend dat bij het project Prinsenhof een forse financiële tegenvaller dreigde. Dat was cruciale informatie bij een project van deze omvang. De raad is daar niet tijdig over geïnformeerd. Sterker nog: de raad moest dit eerst uit de media en de lijst ingekomen stukken vernemen en dat heeft maanden geduurd. Omdat het college weet hoe gevoelig dit dossier ligt, is dat onacceptabel. We hebben als raad expliciet afspraken gemaakt over vroegtijdige informatie, juist om dit soort situaties te voorkomen. Die afspraken zijn in dit dossier niet nagekomen. De werkgroep is niet bijeengeroepen, de raad is niet geïnformeerd, toezeggingen over betrokkenheid en transparantie zijn niet waargemaakt. Daarmee is de raad dus buitenspel gezet op het moment dat ingrijpen nog mogelijk was. Wie de raad zo laat informeert, neemt de raad zijn controlerende rol af, zeker bij een project met deze financiële omvang en gelet op het verleden. Met "verleden" bedoelen we eigenlijk ook de Spoorzone, de Harnaschpolder en de Sint Sebastiaansbrug en in de toekomst Veld 7, dat eraan komt. Twee tot vier maanden wachten met informeren over een miljoenenprobleem raakt de kern van bestuurlijke verantwoordelijkheid.

Hart voor Delft concludeert daarom dat het vertrouwen in deze portefeuillehouder, waar het gaat om grote projecten en tijdige en volledige informatie aan de raad, is verdwenen. Omdat dit handelen niet losstaat van het functioneren van het college als geheel, dienen wij deze motie van wantrouwen in. Dat doen we uit verantwoordelijkheid richting de raad en richting de stad. Zonder vertrouwen kan de raad zijn werk niet doen en zonder vertrouwen kan een college niet besturen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): We hebben een debat gehad in de commissie. Dat was een behoorlijk mild debat, kan ik wel zeggen. Daar is het woord "wantrouwen" in deze zin niet gevallen. Mijn vraag aan Hart voor Delft is wat er in de afgelopen is gebeurd waardoor er nu een motie van wantrouwen ligt. De tweede vraag is of Hart voor Delft wil reflecteren op de bijdrage van de heer Valk van het CDA, die ook voorzitter van de raadswerkgroep is. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): U geeft aan dat we als raad te laat geïnformeerd zijn. De vraag is: als we de informatie wel eerder hadden gehad, welke keuzes hadden we dan anders kunnen maken dan de keuzes die nu voorliggen? De heer BRINK (STIP): Hart voor Delft spreekt van "verantwoordelijkheid nemen als raad".

Hoe is het "verantwoordelijk" om een wethouder weg te sturen en hoe is de stad daarmee geholpen? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Ik heb meegedebatteerd in het debat in de commissie. Ik vond het allemaal nog veel te lief en te aardig over het verleden. Het gedeelte over de toekomst, waar het amendement over gaat, kunnen wij steunen. Het voorstel om de € 9 miljoen zomaar weg te trekken uit de voorraad, zien wij niet zitten. Dat moeten de ambtenaren, de wethouder en de aannemer dus nog even beter bekijken.

28

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

Wat zouden we hebben gedaan als we het eerder hadden geweten? We hadden mee kunnen denken over oplossingen. Als je het eerder weet, ben je ook meer verantwoordelijk voor de besluiten die je neemt en het inzicht dat je krijgt. We zijn gewoon steeds te lief geïnformeerd in de werkgroep. € 9 miljoen is geen kattenpis dat je wegzet, hè? Het is belastinggeld van onze inwoners, waar we zuinig mee moeten zijn. We hebben al een paar keer een artikel 12-gemeente kunnen worden, wat net op het randje niet gebeurde. Nu gaat het een klein stukje beter en oeps, daar komen we tekort; "trek het maar uit de voorraad". Dat gaat niet; daar moeten we anders mee omgaan. Wat voegt onze motie toe? Ik heb van Google begrepen dat een motie van treurnis eigenlijk heel erg slap is. Wantrouwen kunnen de wethouder en het college ook naast zich neerleggen, maar hij is dan wel wat meer gewaarschuwd over de ernst van hoe wij als raad denken over de informatieverstrekking vanuit het college en wat wij daarbij voelen. Daarom is gekozen voor een motie van wantrouwen en niet voor een motie van treurnis. De VOORZITTER: Ik vraag om begrip; ik moet even een belangrijk telefoontje aannemen. Meneer Herrema, wilt u het even overnemen? De heer HERREMA (GroenLinks): Zeker, maar dat gaat wel van mijn spreektijd af. De VOORZITTER: Excuus, de wethouder neemt het telefoontje al over.

Maar dank, we hebben even een oefening gehad en u kunt het erbij zetten op uw cv, meneer Herrema. Er zijn nog vragen voor mevrouw De Koning. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik zei dat het debat mild was. Mevrouw De Koning noemt het "te lief". Mijn vraag aan Hart voor Delft en mevrouw De Koning is of zij dan in dat debat zelf ook niet te lief is geweest, omdat daar het begrip "wantrouwen", laat staan "motie van wantrouwen" niet is gevallen. De heer BRINK (STIP): U zegt dat u een signaal wilt afgeven. Dat kan met een motie van treurnis. Als u een motie van wantrouwen indient, is dat echt om een wethouder weg te sturen. Is dat wat u wilt? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Of ik te lief was in de commissie? Ik heb wél gezegd dat ik boos ben geweest over de gang van zaken. En in de commissie - of in de werkgroep, want dat was het - wordt niet gesproken over de vraag of ik een motie van wantrouwen zou indienen. Daar heb ik over zitten nadenken: wat wil ik hiermee en wat kan ik hiermee? Dat is later besloten. We hebben het wel mee teruggenomen naar de fractie. Ik ben de andere vraag vergeten. O ja, over het wegsturen van de wethouder: ik heb van Google begrepen dat dat wel kan, maar dat dat meestal niet gebeurt. Maar het is wel iets sterker dan een motie van treurnis.

Daarnaast: als deze wethouder weggaat als de raad deze motie aanneemt, zoals het hoort te gaan, is er straks een nieuwe wethouder, die met een schone lei kan beginnen. 29

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De VOORZITTER: Excuus als ik te veel vragen tegelijk laat stellen, maar ik dacht u te kunnen helpen door ze samen te doen, maar dan moet u heel veel onthouden. Dat realiseer ik me ook. Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.2.1 (motie van wantrouwen inzake communicatie en financiële tekorten renovatie Prinsenhof) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 18 december 2025, ter behandeling van het college voorstel aan de raad inzake voortgangsrapportage Q3 en financiële status Prinsenhof (voorstel nr. 2543661), constaterende dat:           

de ambtelijke organisatie in juni 2025 overschrijdingen heeft geconstateerd; de wethouder in augustus 2025 hiervan op de hoogte is gesteld en kort daarop het college; in augustus het college zich bewust was van een financieel tekort van circa €16 miljoen bij de renovatie van Museum Prinsenhof; dit tekort later is bijgesteld naar circa € 9 miljoen door het corrigeren van dubbele posten; de gemeenteraad pas in oktober 2025 door het college is geïnformeerd over deze financiële tegenvaller; de gemeenteraad in 2022 unaniem heeft uitgesproken dat maximaal € 18 miljoen aan gemeentelijke middelen aan de renovatie van het Prinsenhof mag worden besteed; daarbij expliciet is afgesproken dat bij (dreigende) overschrijding eerst inhoudelijke versoberingen aan het project zouden worden voorgelegd; een eerder ingediende motie is ingetrokken op basis van de toezegging dat de raad en de werkgroep tijdig geïnformeerd zouden worden bij acute financiële problemen; deze toezegging niet is nagekomen; de werkgroep Prinsenhof pas op 1 december 2025 bijeen is gekomen en daarbij geen volledige inzage heeft gekregen in de financiële onderbouwing; het college de raad nu via een oplegger verzoekt het investeringskrediet voor het project Prinsenhof met € 9 miljoen te verhogen;

overwegende dat:    

de gemeenteraad hierdoor op onaanvaardbare wijze laat is geconfronteerd met een cruciale financiële tegenvaller; de informatieplicht van het college richting de raad, zoals bedoeld in artikel 169 van de Gemeentewet, hiermee is geschonden; eerdere afspraken en toezeggingen aan de raad niet zijn nagekomen; de raad hierdoor zijn kaderstellende en controlerende rol niet naar behoren heeft kunnen uitoefenen; 30

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

spreekt uit het vertrouwen in de portefeuille wethouder te hebben verloren; draagt de portefeuille wethouder op zijn conclusies te trekken en de daaraan verbonden consequenties te aanvaarden, en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. In de commissie hebben we hier al uitgebreid over gesproken. Daarbij heb ik namens de VVD betoogd dat het Prinsenhof voor ons geen willekeurig project is. Het is ons cultureel erfgoed, het is het visitekaartje van onze stad en de plek die voor ons geschiedenis ademt. Juist daarom hebben we altijd gezegd: doe dit zorgvuldig, beheerst en met maximale transparantie en informatie richting de raad. Precies daar gaat het wat de VVD betreft mis. In de commissievergadering hebben we uitgesproken dat dit dossier niet alleen financieel uit de pas loopt, maar ook dat het informatieproces richting de raad niet op orde is geweest. De oplopende kosten waren in de zomer al bekend. De wethouder, de raad en de werkgroep zijn eigenlijk pas laat, eind oktober, geïnformeerd. Bij een project zoals dit, een als risicovol aangemerkt project, vinden wij dit een zorgelijke ontwikkeling. Het raakt ons dat we als raad hierdoor niet in de positie zijn gebracht om, zoals al gezegd is, mee te denken, bij te sturen of alternatieven te verkennen. Laat helder zijn dat de VVD vooruit wil.

Wij willen dat het Prinsenhof goed wordt verbouwd en toekomstbestendig is, maar we willen ook dat dit soort majeure, zichtbare en risicovolle projecten beter worden ingericht dan nu is gebeurd. Wat vandaag voorligt, vraagt om meer dan alleen het oplossen van een financieel gat. Het vraagt om structurele lessen over risicosturing, informatievoorziening, de rol van werkgroepen en het moment waarop de raad wordt geïnformeerd. Liever een te vroeg signaal dan een laat voldongen feit. Wij zijn tevreden met de gemaakte afspraken, waarmee de wethouder onder andere de raad twee keer per jaar gaat informeren over de voortgang van de verbouwing. Om dit vast te leggen in het raadsbesluit hebben wij het door het CDA opgestelde amendement mede ingediend, omdat dit ervoor zorgt dat de raad beter grip krijgt op de voortgang en de financiële verbouwing van het Prinsenhof, met regelmatige rapportages en tijdige updates bij afwijkingen, zodat de raad tijdig kan bijsturen. Ik wil nog even terugkomen op de informatievoorziening. Daarvan heeft ook de wethouder aangegeven dat de werkgroep eerder betrokken had kunnen en moeten worden. Dat waarderen wij. Tegelijkertijd onderstreept dit precies waarom de motie die wij willen indienen, nodig is, juist om te markeren dat dit geen klein detail is maar een wezenlijk punt in de samenwerking tussen raad en college bij risicovolle projecten.

De motie van treurnis wil de VVD samen met twee andere fracties indienen, niet om te vertragen of tegen te houden maar om vooruit te kijken en te verbeteren, niet om af te rekenen maar om te waarschuwen, want Delft staat voor meer grote opgaven en forse investeringen. Dan moet de raad het totaalplaatje kunnen blijven overzien en tijdig kunnen sturen. De VVD zal zich blijven inzetten voor ambities, cultureel erfgoed en vooruitgang, maar altijd met scherpe randvoorwaarden aan de voorkant, zodat de raad niet opnieuw pas mag meekijken 31

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

als de rekening al vaststaat. Wij zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder op de motie die wij indienen. Ik wil heel kort ingaan op het financieel tekort, dat ook voorligt. Dat is voor de VVD een pijnlijke worsteling, zoals ook in de commissie aangegeven. Wij staan voor financiële degelijkheid en zorgvuldig omgaan met publieke middelen. Tegelijkertijd willen we een belangrijk Delfts stuk erfgoed overeind houden. Die spanning is voelbaar hier in deze zaal. Wij vinden het jammer dat er alleen een voorstel voor dekking uit de algemene reserve ligt, zoals ik al heb aangegeven. Dat voelt voor ons toch nog steeds een beetje als tekenen bij het kruisje. Het liefst zouden wij dan ook zien dat de reserve op enig moment weer wordt aangevuld zodra daar mogelijkheden of middelen voor zijn. Graag een reactie hierop van de wethouder. Door de fracties van de VVD, het CDA en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.2.2 (motie van treurnis - Informatievoorziening Prinsenhof niet op orde) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 18 december 2025, ter bespreking van het agendapunt Voorstel van het college aan de raad inzake Voortgangsrapportage Q3 en financiële status Prinsenhof, constaterende dat:   

 

het Prinsenhof van groot belang is voor de stad Delft en aanzien creëert, zowel lokaal als nationaal; de gemeenteraad van Delft de verbouwing van Museum Prinsenhof in 2019 heeft aangemerkt als risicovol project; de gemeenteraad in 2023 een werkgroep Prinsenhof in het leven heeft geroepen die meerdere malen per jaar wordt geïnformeerd over de voortgang van de verbouwing van het museum, inclusief de financiële stand van zaken en de risico's; voor de zomervakantie al bekend was dat er een flinke financiële tegenvaller bij de verbouwing van het museum zou komen; de wethouder hierover eind augustus is geïnformeerd en de gemeenteraad pas eind oktober heeft gehoord dat de financiële overschrijding inmiddels bijna 9 miljoen euro bedraagt, zonder dat er zekerheid is over het uiteindelijke eindbedrag;

overwegende dat:  

het Prinsenhof-project een verhoogd financieel en bestuurlijk risico met zich meebrengt en daardoor volgens strengere spelregels moeten worden geleid; de werkgroep Prinsenhof juist is opgericht om de raad goed te informeren over de voortgang van het project, maar dat de raad door de vertraagde informatievoorziening niet in staat was om mee te denken over een mogelijke oplossing voor het tekort; de wethouder zelf heeft aangegeven dat de informatievoorziening naar de raad sneller had gekund en gemoeten; 32

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

de communicatie en informatievoorziening van de wethouder in dit geval onvoldoende waren, waardoor de raad niet in staat was tijdig grip te krijgen op de situatie;

betreurt de late informatievoorziening aan de raad, en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft wil graag eerst het CDA en de Delftse VVD bedanken voor het amendement Betere voorzieningen Prinsenhof en de motie van treurnis - informatievoorziening Prinsenhof niet op orde. Onafhankelijk Delft heeft in de commissievergadering aangegeven dat de partij wel een beetje klaar is met hoe dit nu gaat. De raad is compleet buitenspel gezet, voor maanden, en werd verblijd met een zogenaamde "sisser" van € 9 miljoen, wat eerst nog een veel hoger bedrag was, kijkend naar de uitloop van de kosten voor de renovatie van het Prinsenhof. Het voelt alsof er is gewacht om de kosten in ieder geval lager te krijgen voordat de informatie naar buiten kwam. Dit is dan ook geen goede gang van zaken geweest, als dit zo is. Onafhankelijk Delft betreurt het dat er met ons allen zo wordt omgesprongen en spreekt dit via deze weg uit. Er wordt constructief ingezet om het beter te doen, maar hoeveel beter dat is wacht Onafhankelijk Delft in spanning af, want zo zeker zijn we er nog niet van dat we niet weer een bericht krijgen over de uitloop van de kosten van de renovatie van het Prinsenhof. Het vertrouwen in de politiek daalt. Dat kan Onafhankelijk Delft goed begrijpen.

En ja, we kunnen het niet laten: voor € 9 miljoen hadden we ook een buitenzwembad kunnen hebben. Ook het spel blijft duidelijk, want de trein is vertrokken en als er nu niet wordt gehandeld, kost dat alleen maar weer meer. Dat is hét argument in elk traject, risicovol of niet. Maar Onafhankelijk Delft speelt niet meer mee en zal tegen verhogingen in dit project stemmen. Mevrouw KOEK (D66): Voorzitter. Het spannendste moment is altijd net voor het begin. We spreken over het Prinsenhof. Eerlijk gezegd hoopte ik mijn maidenspeech te houden over een onderwerp dat hoop en energie uitstraalt, maar dit dossier vraagt om reflectie en verantwoordelijkheid. We hebben in Delft een duidelijke structuur: een werkgroep voor apolitieke informatie, een beeldvormende sessie voor de feiten, een commissiedebat voor meningsvorming en een raadsvergadering voor besluiten. Toch zitten we hier, omdat die structuur niet werkte. De raad is te laat geïnformeerd. Dat brengt de cascade uit balans en leidt af van waar het eigenlijk echt om gaat: de inhoudelijke keuzes en de miljoenen die extra naar het Prinsenhof moeten. Ik begrijp dat fracties in hun reactie aangeven dichter op de operatie te willen zitten, maar dat is niet de oplossing. Wij stellen de kaders en het college voert uit. Als wij op elkaars stoel gaan zitten, loopt het systeem vast.

Dan verliezen we niet alleen tijd, maar ook geloofwaardigheid. Dat kunnen wij ons niet permitteren. Daarom mijn oproep: laten we rolzuiver blijven en verantwoordelijkheid nemen; één verhaal naar de stad, ieder vanuit de eigen opdracht. We geven de wethouder vertrouwen, maar we verwachten volwassen en kwalitatieve informatievoorziening; niet méér papier, maar betere informatie. Wij als raad laten ons niet verleiden tot micromanagement of het redden van een project. Onze taak is om weloverwogen besluiten te nemen en zorgvuldig 33

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

om te gaan met publieke middelen. Juist nu is dat belangrijk. In het Prinsenhof werd ooit ons staatshoofd vermoord en daar leerden we wat het betekent om in roerige tijden te leven. Vandaag voelen Delftenaren opnieuw dat vrijheid en democratie niet vanzelfsprekend zijn. Laten we dus niet alleen praten over geld en rapportages; laten we vandaag ook praten over hoe we samenwerken. Het laatste wat we kunnen gebruiken is een extra deuk in het vertrouwen in de politiek. Ik neem mijn aandeel hierin buitengewoon serieus. Ik hoop dat alle aanwezigen hier en thuis dit ook doen. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Koek. Ik heb begrepen dat dit uw maidenspeech is. Loud and clear, getuigend van uw politieke achtergrond, waarbij u de rol van de raad en uw eigen rol daarin heel duidelijk neerzet, ook nog eens in een historisch en internationaal perspectief. Ik zou zeggen: ga zo door. Dank u wel! (Geroffel op de tafels) Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Volt staat nog steeds achter een toekomstbestendige renovatie van het Prinsenhof. Dat is voor ons ook nooit de vraag geweest, maar een onttrekking van € 9 miljoen uit de algemene reserve is geen automatisme. Dat had ook nooit op die manier, in een persbericht, gepresenteerd mogen worden aan de stad.

Het feit dat we als raad pas vlak voor het persbericht op de hoogte waren van het financiële tekort en het feit dat we hier vanavond pas over beslissen, maken dat wij, ook in het licht van de voorliggende motie van treurnis en de motie van wantrouwen van Hart voor Delft, de wethouder nogmaals vragen om expliciet te reflecteren op het persbericht. Wij vragen de wethouder maar eigenlijk het hele college om hier in de toekomst echt beter op te letten, omdat dit echt tot misverstanden leidt in de stad. In de commissie hebben we uitgesproken dat we teleurgesteld zijn over het moment van informeren. Daarom zijn we blij met het amendement en met de afspraken die we in de werkgroep hebben gemaakt om dit in de toekomst beter te doen. Daarnaast hebben we uitgesproken dat we teleurgesteld zijn over de ramingsfouten in het proces, dat we er als raad op moeten kunnen vertrouwen dat die informatie klopt en dat we ook teleurgesteld zijn over de volgorde van handelen. Er is immers eerst gesloopt terwijl er nog een cruciale aanbesteding moest plaatsvinden. We hebben uitleg gekregen waarom er is gekozen voor bepaalde dingen, maar dit wilden wij toch nog een keer benoemen. De heer BRINK (STIP): Voorzitter. Erfgoedprojecten zijn complex, maar de kostenoverschrijding van € 9 miljoen voor de renovatie van het Prinsenhof is ons niet in de koude kleren gaan zitten.

Dit heeft een forse financiële impact op onze stad. Deels is dit verklaarbaar door hogere bouwkosten en marktwerking, maar het is ook een resultaat van inschattingsfouten. Dit toont dat wij als gemeente scherper moeten sturen en beter moeten anticiperen op risico's, want ook second opinions schetsten een te rooskleurig beeld van de situatie. Zeker bij zulke grote en belangrijke projecten is het uitoefenen van onze controlerende taak als gemeenteraad belangrijk. De raad is te laat geïnformeerd over deze tegenvaller. Dat is niet hoe het hoort. In de commissie en in de werkgroep hebben we dan ook terecht een lang en goed gesprek gevoerd over de informatievoorziening. STIP hoort graag, ook hier in de raad, een reflectie van de wethouder op de informatievoorziening en de moties, 34

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

maar STIP vindt dat we ook vooruit moeten kijken, met een constructieve blik. Niemand is blij, maar we moeten wel dóór. Het is goed dat we in de werkgroep de koppen bijeen hebben gestoken en afspraken met elkaar hebben gemaakt: een financieel dashboard, twee keer per jaar een rapportage, de werkgroep direct - al dan niet vertrouwelijk - informeren bij afwijkingen en nog veel meer. Dank aan het CDA voor het constructieve amendement om dit formeel vast te leggen. Als raad moeten we scherp blijven, maar we verliezen een duurzaam en toekomstbestendig Prinsenhof niet uit het vizier. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Ook wat de PvdA betreft is het Prinsenhof een belangrijk gebouw in onze stad, waar een zelfbewust Delft ook echt zijn eigenheid in vindt. Wat dat betreft is het ook belangrijk om dit project goed bij de tijd te houden. Ook de PvdA steunt de toekomstvisie op het museum en de verduurzaming van het gebouw, maar ook wij zijn geschrokken van de overschrijding van het budget. We gingen ook bij onszelf te rade hoe dat is gegaan en hoe we dit kunnen verbeteren. Er zit spanning tussen het volledig en correct informeren van de raad en het snel informeren van de raad. Wat ons betreft is het goed geweest om in de werkgroep en ook in het debat te zoeken naar het juiste evenwicht.

Wij zijn dan ook blij met het voorliggende amendement, dat door een brede samenstelling is geformuleerd. Wij danken de heer Valk voor zijn betrokken activiteiten daarin. Wij zijn dus blij met de voorgenomen verbeteringen in de procesgang. We kijken uit naar de reacties van het college op de andere stukken. Ik wil alvast zeggen dat een motie van wantrouwen wat ons betreft op dit moment een stap te ver en niet nodig is. De wethouder heeft al voldoende reflectief gekeken naar de gang van zaken. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. We hebben in de commissie een goed debat gehad en daarop aansluitend een goed gesprek met de leden van de werkgroep, de portefeuillehouder en de ambtenaren over hoe we de processen samen kunnen verbeteren. Dit heeft geleid tot een constructief amendement, dat we mede hebben ingediend en dat is toegelicht door het CDA; hartelijk dank daarvoor aan zowel het CDA als de VVD. De wethouder heeft er al in het commissiedebat blijk van gegeven dat ook hij niet blij is met hoe de zaken zijn gelopen. Samen zijn we tot een goede aanpak voor verbetering gekomen. De motie van treurnis onderschrijft met mooie woorden de emotie die we hier in de raad al hebben gehad. Die motie zullen wij dus steunen. De motie van wantrouwen is wat ons betreft niet het nemen van verantwoordelijkheid en levert de stad niets op.

We hebben hier in deze raad goede gesprekken gevoerd en de intentie om open en transparant te zijn, is er altijd geweest. € 9 miljoen is niet niks, maar nu halverwege stoppen zien we zeker niet als oplossing. Het is goed om weer voor ogen te houden waarom we de verbouwing ook alweer wilden: na 70 jaar weer een impuls geven, zodat het weer met de tijd mee kan gaan, zowel technisch als qua duurzaamheid en in de verhalen die we willen vertellen. Daarmee gaan we samen door. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Mijn bijdrage bestaat uit twee delen, maar eerst dank ik mevrouw Koek hartelijk voor haar heldere bijdrage. Ik ben 35

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

het helemaal eens met wat de burgemeester zei: dat belooft wat als mevrouw Koek straks na de verkiezingen mag doorgaan. Van harte gefeliciteerd met deze bijdrage! Deel 1 is eigenlijk een klein verlengstukje van de commissie. De ChristenUnie en het CDA hadden bij elkaar drie vragen aan de burgemeester. De burgemeester was niet aanwezig bij dat debat. Daarom stel ik de drie vragen nu. De burgemeester heeft deze vragen overigens begin deze week al op papier gehad. Vraag 1: hoe ziet de burgemeester zijn verantwoordelijkheid voor alle inwoners met betrekking tot de renovatie van het Prinsenhof? Volgens de ChristenUnie Delft en het CDA is de burgemeester als geen ander in het college van groot belang voor het vertrouwen van inwoners in de gemeentelijke overheid. Vraag 2. Het Prinsenhof is belangrijk voor Delft en voor Nederland. Bij staatsbezoeken, koninklijke uitvaarten en herdenkingen treedt de burgemeester vaak op als officiële vertegenwoordiger van de stad, die nauw verbonden is met de oorsprong van Nederland. De vraag aan de burgemeester is hoe hij de rol van bewaker van dit erfgoed ziet. Wil de burgemeester de raad en het college scherp houden en wil hij zijn contacten met het Rijk en de media - kranten, tijdschriften en televisie - inzetten voor dit doel? Vraag 3 is met name van het CDA.

De burgemeester heeft kort na zijn installatie al druk gelobbyd voor een rijksbijdrage, onder meer op de Prinsjesdagborrel. Dat was kort voordat de Tweede Kamer instemde met de motie-Mohandis/Beckerman, waarin het kabinet wordt opgedragen een financiële bijdrage te leveren aan de renovatie van het Prinsenhof. Op het moment van de Prinsjesdagborrel was de financiële tegenvaller al bij het college bekend, maar nog niet daarbuiten. Is bij het lobbyen om een rijksbijdrage al uitgegaan van het hogere tekort en dus van de extra grote noodzaak van een bijdrage van het Rijk? Dat was deel 1. Deel 2 gaat over het amendement en de moties. In de commissievergadering heeft de ChristenUnie gezegd dat de raad de Delftse aanpak voor risicovolle projecten te weinig heeft gebruikt bij het dossier-Prinsenhof. Het amendement dat bijna alle fracties hebben ingediend en dat is ontstaan na de laatste vergadering van de raadscommissie Prinsenhof, laat dit heel duidelijk zien. De ChristenUnie had in de motie van treurnis graag ook teruggezien dat de raad zijn eigen taak hierin onvoldoende heeft opgepakt. Naar de mening van de ChristenUnie heeft de raad te weinig gevraagd om goede en volledige informatie van het college, ook al ligt daar natuurlijk een grote verantwoordelijkheid bij het college zelf. De ChristenUnie vindt dat de raad zelf niet kritisch genoeg is geweest.

Dat is iets anders dan "te lief", maar we hadden inderdaad een mild debat in de commissievergadering. Toch is de motie van treurnis goed te begrijpen. We dachten dat het college financieel in control was. Dat is ook gezegd toen de aanbesteding begon en dat werd ondersteund door een onafhankelijk financieel advies. De vraag is nu wat "financieel in control" eigenlijk betekent. In dit dossier heeft dat begrip aan waarde verloren voor de manier waarop we in de toekomst naar grote projecten kijken. Het amendement en de motie laten zien dat financieel in control zijn in een project als dit niet heel erg realistisch is en dat we daarom gaan voor een proces in control met stevige vangrails. We moeten ons behoeden voor financieel opportunisme. We moeten kosten niet lager voorstellen, risico's niet klein maken en niet besparen op kwaliteit en onderhoud. We moeten eerlijk zijn over kosten en risico's, ook als dat lastig is, en we moeten keuzes 36

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

maken die het algemeen belang op de lange termijn dienen. Daarom is de ChristenUnie voor het amendement en in principe ook voor de motie van treurnis, maar tegen de motie van wantrouwen en voor het raadsvoorstel. Het is de verantwoordelijkheid van het stadsbestuur van Delft dat we de bakermat van Nederland goed verzorgen voor Nederland en allen die in Nederland wonen. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): De heer Van der Woerd gaf in het commissiedebat al aan dat we als raad ook onze eigen verantwoordelijkheid hebben en die niet hebben gepakt, zoals in het document Grip op risicovolle projecten. We hebben inderdaad geen rapporteur aangesteld, maar we hebben ontzettend veel moeite gestopt in het organiseren van de werkgroep en om informatie naar ons toe te krijgen, zodat we onze controlerende taak kunnen vervullen. Maakt u hiermee de rol van de raad dus niet veel groter? Ik bedoel: moeten we er niet op kunnen vertrouwen dat we gewoon de juiste informatie op het goede moment krijgen in plaats van dit om te draaien en te zeggen dat wij niet genoeg om de informatie hebben gevraagd? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): De ChristenUnie is van mening dat we ons als raad vooral hebben laten informeren en onvoldoende kritisch zijn geweest om ook informatie op te halen.

Mevrouw BRUSSAARD (Volt): De raad moet toch proactief geïnformeerd worden? Dat is toch het idee van hoe informatievoorziening gaat? Ik vind het een heel gekke stelling dat wij niet actief genoeg hebben gevraagd om zulke cruciale informatie. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik zei dat de grote verantwoordelijkheid natuurlijk bij het college zelf ligt, maar als ik kijk naar onze deelname als ChristenUnie aan die raadswerkgroep, trekken wij ons dit zelf aan. Als ik ook begrijp dat meer dan de helft van deze raad daar niet aanwezig was, weet u het wel. De VOORZITTER: Voor de beantwoording geef ik het woord eerst aan wethouder Van Vliet. Daarna geef ik het voorzitterschap alsnog aan de heer Herrema - hij heeft al even kunnen oefenen - omdat de heer Valk zelf woordvoerder is. Dan zal de heer Herrema de beraadslaging begeleiden als ik zelf antwoorden geef op de vragen van de heer Van der Woerd. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Dank aan de raad voor de reflectie in dit debat en eerder in de commissievergadering. We hebben daar veel gedeeld en tussentijds hebben we ook goede gesprekken gevoerd, onder andere in de werkgroep. Het is goed om hier, zoals u vraagt, nogmaals te reflecteren op wat er is gebeurd. U stelt daarbij ook een aantal nieuwe vragen. Er is vanavond veel gesproken over hoe het met de informatievoorziening is gegaan.

Zoals we ook in de commissie hebben besproken, heeft het ons als college altijd voor ogen gestaan om de raad altijd goed en zorgvuldig te informeren, zodat u zich goed een beeld en oordeel kunt vormen van wat er speelt binnen het project Prinsenhof en zodat u, zo mogelijk of als dat wordt gevraagd, kunt oordelen over mogelijke wijzigingen in de scope, de financiën of de planning. We hebben dat altijd voor ogen gehad. U heeft ook een inkijk gekregen in hoe het proces gelopen is. Half juni kwamen in onze 37

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

aanbestedingsvorm de eerste cijfers van de eerste werkpakketten binnen. Dat was ook het moment waarop u een bijeenkomst met de raadswerkgroep had. Toen kwamen net de eerste cijfers binnen. Bij de eerste cijfers was er al sprake van een stevige overschrijding. Het volledige beeld is half juli bij elkaar gekomen; toen zijn alle werkpakketten bij elkaar gekomen. Ambtelijk is gedurende de zomer goed tegen het licht gehouden wat dat betekent. Uiteindelijk is daar een oordeel uit gekomen. Dat is eind augustus aan mij voorgelegd. Het college is gelijk geïnformeerd. Daarbij was sprake van cijfers en een overzicht van de situatie die we naar ons oordeel niet op zo'n manier aan de raad konden voorleggen dat u zich zorgvuldig een beeld en een oordeel kon vormen. Er waren veel vragen bij. Dat heeft een uitwerking gevraagd. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het stuk dat u in de raad heeft gekregen. Achteraf kijkend naar wat er in de loop van de tijd is gebeurd - de eerste tegenvallers waren half juni bekend en u bent in oktober geïnformeerd - kunnen we alleen maar constateren dat dit te lang heeft geduurd. Dat vindt ook het college. Wij hadden u eerder, bijvoorbeeld vertrouwelijk, kunnen informeren over wat er aan de hand was. Dat had voor de zomer gekund in de beperkte bekendheid van hoe het precies zat of anders direct na de vakantie.

Dat ziet ook het college en het college betreurt ook dat we dat niet gedaan hebben. Dat hadden wij kunnen doen en dat hadden wij moeten doen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Het bedrag was eerst nog hoger. Is er gekozen om te wachten met ons informeren over het bedrag - uiteindelijk is het bedrag lager afgesteld - waardoor wij uiteindelijk eigenlijk alleen het lagere bedrag te horen kregen? We zijn in dat tussenstukje niet meegenomen. Ik ben op zoek naar transparantie: wat is dat stukje proces geweest? Dit hadden we ook meegenomen in onze spreektekst, maar ik denk dat dit anders niet wordt belicht; daarom vraag ik dit. Wethouder VAN VLIET: Wij hebben met de aannemer een werkwijze met werkpakketten met volledige transparantie, waarin we met de aannemer alles goed doornemen. Dat heeft geleid tot het gezamenlijke inzicht dat er veel dubbelingen in de ramingen zaten, waardoor het geen € 15 miljoen maar € 9 miljoen was. Dit heeft in de zomerperiode ambtelijk plaatsgevonden. Er doet zich iets bijzonders voor. U bent echt stap voor stap meegenomen in dit proces, waarbij u ook weet dat ik eind augustus geïnformeerd ben. Wat ik destijds heb gekregen, is ook het bedrag dat we met u hebben gedeeld. Ik wil daarbij overigens opmerken dat wij als college de volledige verantwoordelijkheid nemen voor het hele proces, dus vanaf begin juni.

De VVD vraagt of we ook uit andere bronnen zouden kunnen putten dan uit de algemene reserve. Dat zou betekenen dat wij zouden moeten bezuinigen op andere zaken binnen de gemeentelijke begroting. Er zijn geen gelijk voor de hand liggende zaken. Ik denk dat dit iets is wat we integraal moeten wegen bij een Kadernota en een begroting, waarin we de zaken integraal tegen het licht houden. Volt vraagt nog eens een reflectie op het persbericht dat we hebben uitgebracht. In het persbericht heeft de gemeente naar buiten gebracht dat het college een voorstel naar u als raad heeft gebracht. Eigenlijk wordt in de laatste regel van het persbericht uitgelegd dat dit echt gaat om een voorstel van het college aan de raad, waarbij de 38

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

lezer eerder in het persbericht wellicht op het verkeerde been gezet zou kunnen zijn, namelijk dat dat al besloten was. Het staat dus wel in het persbericht, maar het staat pas aan het eind. U heeft daar vragen over gesteld en wij zijn daar in het vervolg nog alerter op om te voorkomen dat een dergelijke onduidelijkheid zou kunnen ontstaan. Volt geeft aan dat wat met de raad is gedeeld aan cijfers niet klopte. Dat wil ik toch echt tegenspreken. Wij hebben altijd naar eer en geweten met de raad gedeeld zoals de beste ramingen zijn gedaan, waar ook steeds second opinions op zijn gevraagd. We hebben u eerder een raming voorgelegd en daar zijn twee second opinions op geweest. Dat de totaalsom uiteindelijk anders is, heeft een andere oorzaak. Er zijn in de loop van de tijd zaken veranderd; tot die ontdekking zijn wij met elkaar gekomen toen de aannemer alles heeft afgeprijsd. Er zijn veranderingen geweest in de markt. We hebben u daarover geïnformeerd. We hebben u steeds precies geïnformeerd naar de stand van zaken. Ik denk dat ik daarmee ook de onderwerpen van de motie van treurnis goed heb besproken. De motie van wantrouwen gaat ook over het tijdpad en over het moment van informeren. Daar heb ik over gesproken, maar de motie gaat nog iets verder. De motie van wantrouwen spreekt ook over de overschrijding en de daardoor veroorzaakte pijn en zet daar vraagtekens bij.

Laat ik vooropstellen dat het college echt een grote verantwoordelijkheid voelt naar de raad en naar de stad om te zorgen dat we heel zorgvuldig onze afwegingen maken en dit project zo goed mogelijk binnen de kaders tot een resultaat brengen. In de motie staan wel een aantal onjuistheden, moet ik zeggen. Woordelijk gaf Hart voor Delft nu in de raad aan dat de raad dit uit de media heeft moeten vernemen. Dat is niet juist. Ik heb persoonlijk alle fractievoorzitters gebeld. Vervolgens is het op het RIS gepubliceerd. Daarna is een persbericht uitgebracht en daarna is het gepubliceerd in de krant. Ik vind het belangrijk om dit te onderstrepen. In de motie wordt met een constatering ook gesuggereerd dat de raad geen volledige inzage heeft gekregen in de financiële onderbouwing. Ook dat is niet juist. De raad heeft natuurlijk schriftelijk de stukken ontvangen die wij hebben gedeeld. Wij hebben u in de week daarna gelijk uitgenodigd voor een bijeenkomst waarin we mondeling het een en ander hebben toegelicht. Verschillende fracties hebben vervolgens ook technische vragen gesteld om een nadere onderbouwing te krijgen en beter een oordeel te kunnen vormen. Die nadere onderbouwing hebben wij uiteraard gegeven. Al deze gestelde vragen hebben we volledig en transparant aan u beantwoord.

Ten slotte gaat de motie in op de inhoudelijke versoberingen die al dan niet zouden kunnen worden toegepast. Eerder hebben wij natuurlijk gesproken over afschaalopties. We hebben destijds geconstateerd dat wij geen gebruik kunnen maken van die afschaalopties, gelet op de functionaliteit van het museum die we in de toekomst willen waarborgen en de toegankelijkheid van het museum die wij ook willen waarborgen. Toen de tegenvallers zich aandienden hebben wij, hoewel zij waren afgevallen, die afschaalopties alsnog wederom tegen het licht gehouden. We hebben ook gekeken wat er anders mogelijk was. We hebben gezien dat de oude afschaalopties nog steeds geen optie waren. We hebben wel mogelijkheden gezien voor technische aanpassingen. Die hebben we onderdeel gemaakt van de opgave die nu in de raming zit. Daar zitten dus wel degelijk besparingsopties in waarvan het college zegt 39

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

dat zij verantwoord binnen de kaders mogelijk zijn. Daarover hebben wij u geïnformeerd. Het college ziet inderdaad geen andere afschaalopties dan degene die wij aan u hebben gerapporteerd. Dan het amendement. Wij hebben een goede bijeenkomst met de raadswerkgroep gehad. Dank voor de organisatie daarvan. Het was een goede bijeenkomst waarin we met de raad, mijzelf namens het college en de ambtelijke organisatie gezamenlijk hebben gekeken hoe wij omgaan met risico's en hoe wij dat kunnen verbeteren in de toekomst. Ik waardeer het heel erg dat de heer Valk er echt de nadruk op legt dat dit ook een moment is om samen vooruit te kijken en hoe we dit beter kunnen doen, met als toevoeging van D66 hoe we dat op zo'n manier doen dat we echt goed rolzuiver zijn. Het is mooi dat het amendement daarin een verdeling maakt en zegt dat een deel van het werk bij de commissie R&A ligt, in samenspraak met de wethouder Financiën, om te kijken hoe wij zo goed mogelijk die risicodialoog voeren. Sinds wij veel intensiever bezig zijn met risicobeheersing naar aanleiding van de rapportage over de grote projecten, hebben wij al heel veel kunnen verbeteren. De provincie Zuid-Holland zegt zelfs dat wij een "best practice"-gemeente zijn in het rapporteren over dergelijke zaken.

Maar ik denk dat we in de werkgroep met elkaar geconstateerd hebben dat wij beter kunnen worden in het met elkaar voeren van die dialoog: wat doen wij vervolgens met die cijfers om met elkaar daaraan nog beter sturing te geven? Uiteraard draagt het college daar heel graag aan bij. Een deel van het amendement gaat specifiek over het project-Prinsenhof. Ik denk dat we met elkaar tot een aantal goede voorstellen zijn gekomen waaraan het college heel graag invulling geeft. Door de raad tweemaandelijks goed te informeren met een dashboard dat wij ontwikkeld hebben en waarop de raad nog reageert, zorgen we dat de raad altijd goed geïnformeerd is. Mocht het nodig zijn om de raad eerder dan eens in de twee maanden te informeren, dan zullen wij dat uiteraard doen. Dat brengt mij bij het raadsvoorstel. Nogmaals, u mag weten dat ook ik buikpijn heb door wat er gebeurd is, de overschrijding die heeft plaatsgevonden en de gang van zaken van de afgelopen tijd. Met alles wat er gebeurd is, vind ik het heel waardevol om de raad hier te horen uitspreken: dit alles constaterend, vinden wij het essentieel dat we het project, de verbouwing van het Museum Prinsenhof, met elkaar tot een goed einde gaan brengen en uiteindelijk een goed museum neerzetten, want dat is onze verplichting naar de mensen in de stad, omdat het gaat om een waardevolle plek en een waardevol museum voor de stad.

Het is ook onze verantwoordelijkheid naar het land, omdat de plek zo'n belangrijke rol speelt in onze nationale geschiedenis. Ik waardeer het dat heel veel partijen zeggen: dit betekent dat wij nu een stap naar voren moeten doen en moeten zorgen dat het geld beschikbaar is, zodat het project in ieder geval door kan gaan. Het college en ikzelf in persoon zien het als een heel grote verantwoordelijkheid om te kijken of we wel kunnen zien dat het Rijk nog gaat bijdragen. Ik heb met u gedeeld dat de eerste signalen daarover vanuit het ministerie niet rooskleurig zijn, maar wij houden daarin vast, daarin mede gesteund door een ruime meerderheid van de Tweede Kamer. In het begrotingsdebat van de commissie voor Cultuur zal er ook aandacht zijn voor dit onderwerp. Wij hebben daar als college samen met het Prinsenhof een brief over 40

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

gestuurd naar de Kamer. Wij gaan er vol voor om het Rijk mee te nemen in dit ook voor het Rijk belangrijke en waardevolle project. Laat ik ten slotte zeggen dat wij, als de raad besluit om deze middelen beschikbaar te stellen, als college met nog meer gedrevenheid aan de slag gaan om te zorgen dat het echt een goed project wordt zoals we voorzien hebben, daarmee ook zeker recht doend aan alle andere partijen die ook een belangrijke bijdrage leveren aan deze verbouwing. Ik denk dat we aan die partijen en aan onze stad de grote verantwoordelijkheid hebben om dit met elkaar tot een goed einde te brengen. De VOORZITTER: Ik vraag de heer Herrema om het voorzitterschap over te nemen. (De heer Herrema neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) De VOORZITTER: Voor de reactie van de burgemeester geef ik het woord aan hem. Burgemeester PECHTOLD: Voorzitter. De heer Van der Woerd van de ChristenUnie vroeg mij naar mijn verantwoordelijkheid ten aanzien van het Prinsenhof, naar mijn betrokkenheid en naar de mogelijkheid vanuit mijn positie om bij te dragen aan een goede lobby voor dit museum. Het is alweer drie jaar geleden dat mijn voorgangster mij benaderde met de vraag of ik in het comité van aanbeveling van de renovatie van het Prinsenhof wilde gaan zitten. Ik was daar lid en zij was voorzitter. We hebben onlangs de rollen omgedraaid.

Ik heb de afgelopen jaren vele, vele, vele verzoeken gekregen voor comités van aanbevelingen, maar als ik zoiets doe, wil ik echt voelen dat het niet alleen de naam op een stuk papier is die men mag gebruiken, maar wil ik mij daar ook voor inzetten. Dat is de reden waarom ik drie jaar geleden volmondig ja heb gezegd. In de afgelopen jaren heb ik het ook heel prettig gevonden om de directie en Delft te kunnen helpen bij inzamelingsacties in de toen nog op handen zijnde renovatie. Ik denk dat de wethouder vanavond heel goed het onderscheid heeft aangegeven tussen nut en noodzaak van de renovatie van het Prinsenhof en hoe processen met de blik van het heden soms weer tot enige reflectie moeten leiden. Ik ben al zo'n zeven jaar betrokken bij de renovatie van het Binnenhof, niet met verantwoordelijkheid, maar ik mag voorzitten om erop toe te zien dat alle gebruikers van dat Binnenhof geen ruzie met elkaar krijgen, wat nogal eens is gebeurd. Van dat soort projecten heb ik geleerd dat het ontzettend moeilijk is om van tevoren bij dit soort gebouwen in te schatten wat je gaat doen. Dat is bij het Binnenhof meer dan duidelijk geworden, zoals we allemaal hebben meegekregen. Nu zijn we ook bij het Prinsenhof tot de slotsom gekomen dat je vooraf vastzetten op bedragen misschien niet altijd verstandig is, maar soms is dat nodig om op z'n minst te kunnen beginnen.

De heer Van der Woerd vroeg naar verantwoordelijkheid. Ik denk dat de wethouder die verantwoordelijkheid als portefeuillehouder vanavond en in eerdere debatten uitvoerig met u belicht heeft. Ik steun hem daar geheel in. De vraag aan mij was wat ik naast de politieke verantwoordelijkheid van de wethouder kan betekenen in het kader van lobbyen en aandacht vragen. Ik begreep dat het daarbij wat de heer Van der Woerd betreft zowel om kranten en tijdschriften 41

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

als om radio en televisie gaat. U kunt daarin volmondig op mij rekenen. Ik zal dat voor de schermen en achter de schermen doen, maar altijd in goede afstemming met de wethouder, want die is de eerstverantwoordelijke. Op de Prinsjesdagborrel heb ik inderdaad al pogingen gedaan om te helpen om nut en noodzaak van dit nationaal belangrijke gebouw, dit nationaal belangrijke instituut en dit historische monument van de geschiedenis van dit land, dat echter óók zo duidelijk is betrokken bij deze stad, daar onder de aandacht te brengen. Ik merk dat velen, velen in Den Haag daarvoor openstaan. Niet voor niks is een motie met 124 stemmen aangenomen. Het mag zo zijn dat we nu in het Haagse in een onzekere periode zitten, maar gezamenlijk als college zullen wij onaflatend lobbyen voor een rijksbijdrage die passend zou zijn na een gemeentelijke bijdrage, een provinciale bijdrage, fondsenbijdragen en particuliere bijdragen. Daarbij kán het Rijk niet ontbreken. Daar gaan we ons volledig en transparant voor inzetten. De heer VALK (CDA): Toch een verdiepende vraag aan de burgemeester, want de derde vraag die de heer Van der Woerd voorlas, was niet of de burgemeester wel of niet gelobbyd had, want dat stond gewoon in de krant. De vraag was als volgt. Het officiële tekort was toen ongeveer € 2,5 miljoen.

Een beperkt groepje mensen wist dat het in totaal ongeveer € 12 miljoen was, dus € 9 miljoen meer. Heeft u toen al gehint op het feit dat het veel groter zou worden dan € 2 miljoen of heeft u toen gezegd dat we nog ongeveer € 2 miljoen tekortkwamen? Burgemeester PECHTOLD: Dat is een scherpe vraag van de heer Valk. Op 4 september was mijn installatie en Prinsjesdag was niet heel veel dagen daarna. In de tussentijd ben ik niet echt meer of minder gemotiveerd geweest. Het was heel duidelijk dat wij een rijksbijdrage nodig hadden. Er was al aandacht in een motie in voorbereiding. Het enige wat ik op die bijeenkomst heb gedaan, is dat ik partijen waarvan ik vermoedde dat zij misschien nog niet heel veel aandacht voor Delft hadden, over de streep probeerde te trekken. Maar ik was niet extra of minder gemotiveerd door de situatie op dat moment. De heer VALK (CDA): Sorry, ik vroeg niet of de burgemeester wel of niet gemotiveerd was. Het ging erom om welk bedrag er is gevraagd bij de Tweede Kamer: het kleine bedrag dat officieel bekend was of is er al gehint op een tegenvaller die eraan ging komen? Burgemeester PECHTOLD: Eerlijk gezegd heb ik me in alle gesprekken die ik gevoerd heb, niet op bedragen gericht maar op de noodzaak van een rijksbijdrage.

Eigenlijk vind ik tot dit moment dat we ons niet te veel op een bedrag vast moeten zetten, maar dat we voor een maximalisatie van een rijksbijdrage moeten gaan. Er is jaren geleden in de Kamer een debat geweest waarin dit soort grote renovaties om aandacht vroegen. Er is een regeling gemaakt op rijksniveau, die nog net niet de naam "Prinsenhofregeling" heeft gekregen, maar eigenlijk wel naar aanleiding van het Prinsenhof is gemaakt. Het zou - ik moet netjes blijven - heel bijzonder zijn als het Prinsenhof straks niet voor een royale bijdrage in aanmerking komt. Ik vind het wisselen van bedragen die daarvoor noodzakelijk zijn, los van het onderwerp van het 42

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

tekort dat we vandaag bespreken, eigenlijk niet zinvol, want dan zouden ze daar een maximum in hun hoofd kunnen krijgen. Ik zit eerder te denken aan een minimum. De VOORZITTER: Ik zie dat de vraag daarmee voldoende is beantwoord. Ik geef het voorzitterschap aan u terug, burgemeester, om de tweede termijn te leiden. (De burgemeester neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de heer Herrema.) De VOORZITTER: Ik dank u hartelijk voor het vlekkeloos in de tang houden van mij. Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik heb naast het niet tijdig informeren de media genoemd maar ook de lijst van ingekomen stukken. Daarnaast heb ik de fractievoorzitter naast me gevraagd wanneer hij ongeveer gebeld is. Dat was begin november. Dat is dus vrij laat om de grote verschillen en de tekorten bij het Prinsenhof kenbaar te maken. Wanneer wij zelf in de werkgroep zaten, kregen we te horen waar ze mee bezig zijn, maar de verschillen tussen wat we hebben gevraagd, wat het gaat worden en wat het tekort is, zijn nooit aangegeven. Het is heel erg jammer dat die informatie om duidelijk te zien waar de tekorten zitten en hoe daarmee omgegaan is, niet zichtbaar is geworden; tenminste, voor mij. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor zijn openheid in dit debat en voor de reflectie op hoe het proces verlopen is.

Wij waarderen het dat erkend wordt dat de raad en de werkgroep eerder betrokken hadden kunnen en moeten worden. De wethouder heeft wat ons betreft ook toegelicht waarom wordt voorgesteld om de middelen uit de algemene reserve in te zetten. Wij begrijpen dat dit op dit moment de enige reële optie is die voorligt, maar ik wil helder aangeven dat de algemene reserve geen grabbelton is. Wat de VVD betreft had er ook een ander voorstel op tafel kunnen leggen. Dat brengt mij wederom bij de worsteling die ik al eerder in de commissie en ook nu heb beschreven, maar juist omdat wij dit gebouw zo belangrijk voor Delft vinden, stemmen wij schoorvoetend toch in met het voorliggende voorstel van het college, met daarbij de kanttekening en de duidelijkheid dat dit alleen kan met aangescherpte sturing en betere informatievoorziening. Wij hopen oprecht en verwachten dat hiermee een duidelijke grens is getrokken en dat niet opnieuw een beroep op extra middelen nodig zal zijn. Dit vraagt om maximale financiële discipline in het vervolg. We zijn daarom blij met het voorliggende amendement van het CDA. Het vastleggen van concrete afspraken, dashboards, vaste rapportagemomenten en direct delen van informatie vinden wij belangrijk. Dat is een belangrijk instrument voor de raad. Met de motie van treurnis en het amendement markeren wij vandaag een punt.

Wij verwachten dat de afspraken worden nageleefd. Als de raad tijdig en volledig wordt meegenomen, kunnen we grote risicovolle projecten zoals dit verantwoordelijk blijven uitvoeren. 43

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor zijn toelichting en reflectie op de gang van zaken. Wat ons betreft komen de bewoordingen en de toelichting van de heer Valk op de motie van treurnis inderdaad overeen met het gevoel dat ik hier breed in de raad en ook bij onze eigen partij voel. Wij zullen de motie van treurnis dan ook steunen. De heer BRINK (STIP): Voorzitter. We hebben onze zorgen gedeeld over het proces en de informatievoorziening. We hebben van de wethouder een heldere reflectie gehoord. Dat waarderen we. STIP ziet de motie van Hart voor Delft niet als een oplossing. Wantrouwen lost niets op voor Delft, levert geen museum op en helpt ons niet om de kosten in de hand te houden of de governance te verbeteren. Het is duidelijk dat er fouten zijn gemaakt en dat we als raad beter grip moeten krijgen op grote projecten. De motie van treurnis, waarin we de late informatievoorziening betreuren, is vanavond dan ook op haar plaats. Het project gaat door en het is onze verantwoordelijkheid om als raad verantwoord en constructief te sturen. Laten we samen werken aan een toekomstbestendig Prinsenhof. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Wij zijn blij met de reactie over het persbericht en met de reflectie en het gesprek dat we na de commissie met elkaar hebben gehad.

Ik wil nog aan het debat toevoegen dat wij niet willen suggereren dat er onjuiste informatie naar ons toe is gekomen, maar dat we het jammer vonden dat er fouten zaten in de raming en dat een kostenpost was vergeten. Dat hebben we besproken en dat wil ik even rechtzetten. Verder sluiten we ons aan bij de steun voor de motie van treurnis, omdat die inderdaad aansluit bij het gevoel van late informatievoorziening. Een motie van wantrouwen geeft geen kans meer op herstel van vertrouwen. Wat ons betreft is het vertrouwen in hoe we hier nu als raad mee omgaan, nu eigenlijk wel weer gekomen. We zijn blij dat coalitiepartijen de motie van treurnis steunen, zodat we als raad verder kunnen, ook naar volgende risicovolle projecten. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. We bespreken iedere maand belangrijke dingen, ook vandaag. Straks gaan we het hebben over de Wippolder en over het fietspad over de Buitenwatersloot. Dat zijn dingen die belangrijk zijn voor de stad en die de stad, de mensen en daardoor ook mij raken. Ik vind het eigenlijk niet heel erg interessant wanneer ik geïnformeerd ben over de Prinsenhof en over de vraag of die cijfers hoger of lager worden, of het iets eerder of iets later was, hoe dat dan ging en of het niet eerlijk of oneerlijk is ten opzichte van de raadsleden die in de commissie zitten.

Wat natuurlijk wel interessant is, is dat er weer geld naar het Prinsenhof moet. Hebben we dat daarvoor over? Daar is eigenlijk iedereen het over eens, maar treurnis over een procedure en over hoe dingen zijn gegaan, voelt de SP niet zo. Er zijn veel belangrijkere dingen en veel belangrijkere onderwerpen voor de stad die we moeten bespreken, dingen die de burgers, de mensen, ook echt raken. Daarvoor zit ik in de politiek en niet over hoe laat en wanneer ik gebeld ben. De SP gaat de motie van treurnis dus in ieder geval niet steunen en steunt het college op dit punt gewoon.

44

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Kort nog in reactie op Hart voor Delft, technisch qua tijd. De volgorde was echt: de fractievoorzitter is geïnformeerd, het stuk is op het RIS geplaatst en daarna is het persbericht uitgebracht en is het in de krant gekomen. Dat is eigenlijk de enige technische vraag die ik heb gekregen: hoe zat dat? Dank aan degenen die het vertrouwen uitspreken. Laat ik zeggen dat ik heel goed begrijp dat de raad ook een gevoelen wil uitspreken over hoe de situatie in de afgelopen tijd is geweest. Ik heb een toelichting gegeven op hoe lastig de afweging is geweest, vooral in het zorgvuldig informeren van de raad en hoe we dat in een eerdere instantie weliswaar niet volledig maar wel eerder en in vertrouwen hadden kunnen doen. Ik heb dat uitgesproken en ik begrijp heel goed dat de raad dat ook vindt en daar een gevoelen over wil uitspreken. Het oordeel of u dat doet met een motie, is verder aan uw raad. De VOORZITTER: Ik sluit de beraadslaging. We gaan eerst stemmen over het amendement, dan over de twee moties, waarbij we eerst de meest vergaande in stemming zullen brengen, en tot slot over het raadsvoorstel. In stemming komt amendement 7.2.A (Betere informatievoorziening Prinsenhof) van de heer Valk van het CDA, mede namens de ChristenUnie, de VVD, Onafhankelijk Delft, de PvdA, GroenLinks, Volt, D66 en STIP.

Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. (Geroffel op de tafels) In stemming komt motie 7.2.1 (motie van wantrouwen inzake communicatie en financiële tekorten renovatie Prinsenhof) van Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 6 tegen 31 stemmen, waarbij de fractie van Hart voor Delft en mevrouw Gaal van Onafhankelijk Delft ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: Mevrouw Gaal krijgt op haar verzoek de aantekening dat zij niet voor de motie had willen stemmen maar ertegen. In stemming komt motie 7.2.2 (motie van treurnis - informatievoorziening Prinsenhof niet op orde) van de VVD, het CDA en Onafhankelijk Delft. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 35 tegen 2 stemmen, waarbij de fractie van de SP ertegen heeft gestemd. In stemming komt het geamendeerde raadsvoorstel. Het geamendeerde raadsvoorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 30 tegen 7 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft ertegen hebben gestemd. 45

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De VOORZITTER: Het raadsvoorstel Nota Samen thuis in Delft is naar de hamerstukken verplaatst, evenals agendapunt 7.4. 206. Metropolitane Fietsroute Delft-Naaldwijk (Westland). De VOORZITTER: Er zijn vier moties aangekondigd. Ik zal ze nu niet opnoemen, maar ik geef als eerste het woord aan de eerste indiener van de eerste motie, mevrouw Van den Berg van de VVD. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. De Delftse VVD is voor een goede bereikbaarheid van onze wijken. De Metropolitane Fietsroute tussen Naaldwijk en Delft kan daaraan een bijdrage leveren, maar bereikbaarheid mag niet en nooit ten koste gaan van veiligheid, leefbaarheid en het typische karakter van onze mooie stad Delft. Het college heeft gekozen voor de Buitenwatersloot als start- en eindpunt van deze specifieke fietsroute. Dat is een prachtige, historische, maar ook heel smalle straat. Laten we eerlijk zijn: die voldoet nu niet aan de veiligheidsnormen voor zo'n Metropolitane Fietsroute. Dat blijkt uit onderzoek, maar vooral ook uit de zorgen van bewoners. Die bewoners zeggen niet per definitie nee. Zij zeggen: verbeter de verkeersveiligheid, maar houd het leefbaar en behoud het historische karakter van onze straat. Dat is een heel redelijke vraag. Tegelijkertijd ligt de Hugo de Grootstraat er al, breder, geasfalteerd en logisch als alternatieve route.

Ook daar is nog verbetering nodig, maar de ruimte is er daar wél. Daarom dient de Delftse VVD samen met vijf andere partijen deze motie in. Wij vragen het college om beide straten, dus de Buitenwatersloot én de Hugo de Grootstraat op te nemen in de samenwerkingsovereenkomst met de Metropoolregio Den Haag Rotterdam, want zo spreiden we het verkeer, vergroten we de veiligheid en voorkomen we dat één straat te zwaar wordt belast. We vragen daarbij bovendien nadrukkelijk aandacht voor leefbaarheid, cultuurhistorische waarden, bewonersparticipatie, maar ook het benutten van de subsidies die vanuit de Metropoolregio worden geboden. We zijn ook mede-indiener van een van de moties van Onafhankelijk Delft. Die motie benadrukt nog extra dat als de Buitenwatersloot onderdeel wordt van een fietsroute, dat nooit ten koste mag gaan van leefbaarheid, veiligheid en het historische karakter. Oftewel: geen hogere snelheden, geen asfalt, geen verlies aan groen of stoepen en geen verlies van de bestaande hoeveelheid parkeerplaatsen. Wat ons betreft zijn dat noodzakelijke kaders voor dit traject om aan dit college mee te geven. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Mevrouw Van den Berg zegt dat in beide moties de cultuurhistorische waarde van dit gebied aan de orde komt. Cultuurhistorisch gezien komen er helemaal geen parkeerplaatsen voor langs de Buitenwatersloot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16524238/2