CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 12 mei 2026

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 12 mei 202639.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

Mevrouw ZINKWEG (PvdD): Voorzitter. De volgende motie heeft betrekking op het tijdelijk inrichten van de parkeerplaatsen die vrijkomen en het participatietraject met de bewoners. Ik zou graag zien dat er nagedacht wordt over het duurzaam maken van de inrichting. Ik heb al vernomen dat veel bewoners een groene inrichting willen. Het woordje "tijdelijk" bij het poten of in bakken staan van planten verontrust mij: hebben die wel de waarde die zij zouden kunnen hebben, ook voor de lange termijn? Ik vraag het college dus om de keuze voor minder inheemse soorten pas te maken wanneer locatieomstandigheden redelijkerwijs niet geschikt te krijgen zijn voor een autochtone of inheemse plant, om bij aanschaf en/of gebruik van de planten met betrekking tot het uitbreidingsgebied van het autoluw-plusgebied en de Gasthuisplaats standaard te kiezen voor de meest duurzame keten en bij voorkeur voor autochtone en biologisch gekweekte planten en om proactief aan te sturen op hergebruik en herplaatsing van planten. Ik weet dat het college een groene en duurzame visie heeft, maar de uitvoering kan echt nog wel wat aangescherpt worden. Ik denk dat er met deze tekst minder vaak gekozen wordt voor vorm en kleur in plaats van voor biodiversiteit. Mevrouw TIMMER (ChristenUnie): Voor een groot deel kunnen we ons hier als ChristenUnie in vinden.

We struikelen alleen over de zin "standaard te kiezen voor de meest duurzame keten". Dat zorgt er namelijk voor dat als er gekozen moet worden tussen verschillende alternatieven bijvoorbeeld de kosten daarvan bijna niet meer meegenomen kunnen worden omdat er altijd voor de meest duurzame keten moet worden gekozen. Hoe reflecteert de Partij voor de Dieren hierop? Staat dit de haalbaarheid van deze motie niet in de weg? Mevrouw ZINKWEG (PvdD): Een voorbeeldrol die de gemeente moet vervullen betekent soms misschien dat er keuzes gemaakt worden die iets duurder zijn of die iets langer duren, maar ik denk dat dit zichzelf terugverdient in de biodiversiteit die je daarmee stimuleert en dat het imago van het bestuur ook echt heel belangrijk is. We hebben een voortrekkersrol en die moeten we pakken. De heer GOMMERS (STIP): De beleidsdocumenten waar de motie van de Partij voor de Dieren naar verwijst, bevatten al precies de richting die deze motie in wil slaan: wij zetten primair in op inheemse soorten en kiezen juist uitheemse soorten als dat beter is voor de duurzaamheid, namelijk omdat we een veel natter en warmer klimaat aan het krijgen zijn. Ik vraag me dus af wat de motie van de Partij voor de Dieren toevoegt ten opzichte van de beleidsdocumenten waarnaar in dezelfde motie verwezen wordt. De VOORZITTER: Mevrouw Zinkweg, ik ga een paar vragen aan u combineren.

Houd u alle vragen dus goed bij. De heer KRISHNASING (VVD): Ik zal proberen het net zo vriendelijk te brengen als mevrouw Van den Berg. Naast de vraag van mevrouw Timmer: krijgen wij straks dit soort moties bij elk onderwerp waarbij we het over groen hebben? Kunnen we dat dan niet beter aanpassen in de Nota Groen, zodat we het daar integraal over hebben in plaats van dat we iedere keer dit soort deelonderwerpen krijgen? Ons 73

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

inziens gaan we op deze manier meer op de stoel van de ambtenaar zitten en geven we het college niet de vrijheid. Volgens mij kunnen we het dus beter inrichten; dat is mijn vraag aan u. De heer SARKISIAN (CDA): Mevrouw Zinkweg stelt in het dictum dat de meest duurzame optie moet worden gekozen, maar "duurzaamheid" is best een brede term, want iets wat goed is voor uitstoot, kan slecht zijn voor de biodiversiteit of andersom. Als die twee elkaar bijten, welke zou de Partij voor de Dieren dan kiezen: biodiversiteit of het omlaagbrengen van de uitstoot? Mevrouw GROBBEN (PVV): De PVV vindt het heel knap hoe de Partij voor de Dieren het voor elkaar krijgt om van elk onderwerp uiteindelijk weer een discussie over planten te maken. We hebben het hier over een autoluwe binnenstad, bereikbaarheid en logistiek, maar toch eindigen we bij biologisch gekweekte plantjes en inheemse soortenlijsten. Vindt de Partij voor de Dieren dat het belang van mensen hoger staat dan het belang van planten? Mevrouw ZINKWEG (PvdD): De eerste vraag was wat mijn motie toevoegt.

Ik denk dat er zonder deze verduidelijking van het handelen van de gemeente in het uitvoeren van het eigen groene en duurzame beleid te veel ruimte is om daar naar believen van af te wijken, want dat gebeurt: in situaties waarin je echt duidelijk voor een inheemse boom zou kunnen kiezen, wordt er gekozen voor een exoot, omdat die mooi is of voor de vorm. De tweede vraag was of dit beter in de Nota Groen aangepast kan worden. Daar wil ik zeker naar kijken. Ik denk dat we het er met z'n allen over moeten hebben of het belangrijk is om dit te doen. Als het zo duidelijk zou gaan om een keuze tussen biodiversiteit of het beperken van uitstoot, was het überhaupt niet zo moeilijk om de meest duurzame keten te vinden. Ik vind de vraag dus niet heel terecht, maar ik weet wel dat er heel veel energie en uitstoot gaat zitten in het opkweken van planten. Als je daar goed over nadenkt, kun je daar handelend in optreden om dingen te omzeilen. Dat wil niet meteen zeggen dat wij een eigen kwekerij moeten opzetten, maar waarom ook niet? We hebben dat vroeger gehad. Nee, serieus! In de Delftse Hout kweekte Delft eigen bomen. Het kan dus; je kan het allemaal dichterbij halen en zaailingen gebruiken. Dat vraagt om een andere uitvoering en ander beleid, maar dat kan.

En dan: mensen boven planten? Wat wilt u dat ik ga zeggen? Waarom zou ik daartussen moeten kiezen? Ik vind het belangrijk dat mensen planten om zich heen hebben; ik denk dat het ze andersom niet kan schelen, maar het leven van mensen wordt echt beduidend beter als er een gezonde natuur aanwezig is. Daar moeten we ons best voor doen, maar de meeste mensen hebben er weinig verstand van en denken dat het weghalen ervan niks uitmaakt of dat het neerzetten van een plantje hetzelfde is als er goed over nadenken. We moeten er wel goed over nadenken. Dan heeft ook u daar ontzettend veel profijt van. 74

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

Door de fractie van de PvdD wordt motie 7.5.7 (Voorwaarden bij aanschaf en/of het gebruik van planten) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 12 mei 2026, ter bespreking van de Collegebrief Voortgangsrapportage Ruimte in de Binnenstad, autoluw-plus, nul emissie en logistiek. Wij stellen vast dat: -

-

n.a.v. motie 20241017.7.1.7 (Samen werken aan de binnenstad) er een participatieproject loopt voor het tijdelijk gebruik van de vrijgekomen parkeerplaatsen in het uitbreidingsgebied van het autoluw-plusgebied; de inrichtingsprincipes in ontwikkeling zijn voor de grachten, straten en stegen in het uitbreidingsgebied van het autoluw-plusgebied; de toekomstige invulling in ontwikkeling is van de Gasthuisplaats; het beleid van de gemeente groen en duurzaam is, zoals benoemd in o.a. de Visie Groen & Biodiversiteit, Beleid circulair bouwen, Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050, Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2024 en de Omgevingsvisie Delft 2040; het inkoopbeleid van de gemeente hier niet tegenstrijdig aan dient te zijn.

Wij hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

het opnemen van duurzame en ecologische voorwaarden, bij aanschaf en/of het gebruik van planten, aan de basis staat van een gezonde en duurzame samenleving; de positieve bijdrage aan natuur en milieu in elke handeling van de gemeente opgezocht kan en dient te worden; (kortlopende) projecten en activiteiten invloed kunnen hebben op de kwaliteit van natuur en milieu op de lange termijn; de gemeente een voorbeeldrol heeft en deze middels het stellen van de juiste kaders na dient te leven.

Wij geven het college de opdracht om: -

-

bij aanschaf en/of het gebruik van planten m.b.t. het uitbreidingsgebied van het autoluw-plusgebied en de Gasthuisplaats standaard te kiezen voor de meest duurzame keten en bij voorkeur te kiezen voor autochtone en biologisch gekweekte planten, en proactief aan te sturen op hergebruik/herplaatsen van planten; de keuze voor een minder inheemse soort pas te maken wanneer locatieomstandigheden redelijkerwijs niet geschikt zijn te krijgen voor een autochtone of een inheemse plant,

en gaat over tot de orde van de dag."

75

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De VOORZITTER: U bent door uw tijd heen, maar u kreeg ook zoveel vragen. Ik keek dus even door de vingers. We gaan na de indieners nu naar andere sprekers in de eerste termijn. Daarbij hebben we weer een maidenspeech, dit keer van mevrouw Timmer van de ChristenUnie. Mevrouw TIMMER (ChristenUnie): Voorzitter. Rond mijn 15de rolde ik stapje voor stapje de politieke wereld in, want er gebeurde genoeg in de wereld. Ik keek dus naar speeches van de Verenigde Naties op YouTube en ik deed mee aan talloze debatwedstrijden, stiekem ook wel om wat lessen van school te missen. Zo ging ik naast mijn vakkenpakket Natuur en Techniek, hoe Delfts dat ook was, steeds meer boeken lezen over sociale en maatschappelijke thema's en, wat recenter, lekker veel podcasts luisteren. Dat doe ik nog steeds, onderweg naar werk, tijdens een wandeling, tijdens het vouwen van de was; u kent dat wel. Maken al die boeken en podcasts mij nou een raadslid? Ik denk het niet. Mijn ervaring met debatwedstrijden dan? Die maakt dit doen wat minder spannend, maar ik denk het eigenlijk ook niet. Is het dan mijn kennis uit mijn werk bij de gemeente Den Haag of mijn technische diploma van de TU Delft? Ook dat denk ik niet. Het zijn juist de momenten waarop ik even niets doe, mijn koptelefoon onderweg afzet, rondkijk en luister.

Op dat moment besef ik de kern van wat het raadswerk écht is, zoals de keer dat ik wachtte bij de tramhalte en daar op het bankje ging zitten, naast een man met zijn hond. Hij verontschuldigde zich en vertelde dat hij recent dakloos was geworden en net voor het eerst hulp had gevraagd bij de gemeente, best wel een grote stap. Hoewel ik het had verwacht, was deze man niet hopeloos. Hij was ten diepste dankbaar voor alle dingen die hij had meegemaakt en hoopvol voor de toekomst. Hoe dan? Zo veranderden die paar minuten wachten op de tram in een van de meest inspirerende gesprekken die ik ooit gehad heb, niet met een motivational speaker of hoogleraar, maar met een dakloze man. Het zijn juist deze mensen die hoopvol weten te blijven door alles heen, maar ook juist de mensen die over de tijd de hoop zijn verloren voor wie ik mij wil inzetten in de politiek, de mensen die niet altijd gezien en gehoord worden maar die ons het meest leren over hoe we met elkaar omgaan en hoe onze ambitieuze ideeën soms negatief uitwerken in de praktijk. Ik las laatst de Bijbel. Daarin gaat het op een gegeven moment over koning Salomo. Hij werd op zijn 20ste koning van best wel een groot volk. Daarom bad hij tot God: "Heer, u hebt mij koning gemaakt, maar ik ben nog jong en ik heb nog niet zoveel meegemaakt in het leven.

Daarom vraag ik u dit: leer mij goed te luisteren en leer mij het verschil tussen goed en kwaad te zien. Dán kan ik uw volk leiden." Zo kom ik tot wat, wat mij betreft, echt een volksvertegenwoordiger maakt: luisteren en altijd zoeken naar recht. Zo wil ik mij inzetten voor Delft. Dat blijft niet bij de zorg- en armoederegelingen. Nee, ook juist bij ruimtelijke ordening, wonen en ook wat wij hier vandaag bespreken, het parkeerbeleid, moeten we daarop letten. Daarbij moeten we recht doen aan onze stad, de pracht en praal, maar ook de plek waar mensen elkaar willen ontmoeten en rustig willen kunnen wandelen en fietsen door de binnenstad. We moeten daarbij recht doen aan de gezondheid van mens en natuur door te streven naar een goede luchtkwaliteit, maar ook aan de kwetsbare inwoners in onze binnenstad. Dat vraagt om een luisterend oor met ruimte voor nuances en nieuwe inzichten, bijschaven waar nodig zonder de bredere impact te verliezen. Daarom 76

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

schreven wij mee aan de motie van Volt voor de inclusieve autoluwe binnenstad. Die motie roept ook op tot een luisterend oor door in de evaluatie die gedaan wordt naar de autoluwe binnenstad specifiek aandacht te besteden aan ouderen en mindervaliden en om aan de hand daarvan de juiste maatregelen te nemen. Vanuit datzelfde idee steunen wij ook de motie voor mantelzorgers. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Timmer. Ook een zeer persoonlijk gemotiveerde bijdrage. Bij de autoluwe binnenstad heeft u de tramhalte als een goed voorbeeld betrokken. Koning Salomo hangt hier beneden in de hal. Elke keer als u hier naar boven of beneden komt, zal hij dus over u waken als het gaat om een eerlijk oordeel. (Geroffel op de tafels.) De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. STIP staat positief tegenover de voorstellen van het CDA en Volt, maar we hebben nog wel enkele twijfels en we vragen de wethouder om een appreciatie. We hebben in het verleden bijvoorbeeld al vaker debatten gehad over de definitie van "mantelzorger" en het grijze gebied, vooral ook met betrekking tot het parkeren dat daarvoor nodig zou moeten zijn. We vragen de wethouder hoe hij kijkt naar de definitie die mogelijk wel of mogelijk niet door het CDA vastgesteld wordt en hoe hij de verdere impact inschat als die definitie wordt betrokken bij de evaluatie.

Hetzelfde geldt voor het voorstel van Volt: wat verandert er als deze specifieke doelgroep meegenomen wordt en is dat niet inherent een onderdeel van de doelgroep ouderen en mindervaliden, die al in het voorstel staat? De heer DE RIJK (PRO): Voorzitter. Ik wil namens PRO onze visie op de moties toelichten. We zijn positief over de onderdelen van Ruimte in de Binnenstad, autoluw en de nulemissiezone, en de stappen die daar nu in worden gemaakt. Dat kan geen verrassing zijn, want we pleiten al veel langer voor minder stilstaand blik en meer leefbare ruimte op straat overal in Delft, maar zeker ook in de binnenstad. Het is fijn dat er nu meer ruimte ontstaat om van de buitenruimte te genieten. Zeker richting de zomer zien we steeds meer een ander gebruik van de openbare ruimte ontstaan. Dat gebeurt nu bijvoorbeeld op de Gasthuisplaats. Dat vinden wij heel mooi. Tegelijkertijd vindt PRO ook de menselijke maat voor de aanwonenden ontzettend belangrijk. We vinden uitbreiding van het autoluwe gebied juist voor de leefbaarheid voor onze inwoners belangrijk. Dan moeten dus ook de aanloop en de transitie daarnaartoe goed uitpakken voor de leefbaarheid. Daar hebben we de afgelopen jaren ook op gehamerd. In de afgelopen commissievergadering heeft mijn collega, de heer Van der Steeg, dat ook weer gedaan.

In dat licht zien wij ook de motie van Volt, de motie Inclusieve autoluwe binnenstad, die wij mede hebben ingediend, en de motie van het CDA, de motie Laat mantelzorgers mantelzorgen, om echt te kijken hoe die kwetsbare groepen het ervan afbrengen. Onze bedoeling daarbij is om die groepen expliciet mee te nemen in de evaluatie, zodat we aan de hand daarvan met oplossingsrichtingen maatregelen kunnen nemen. De wethouder mag straks voor zichzelf antwoorden, maar mijn antwoord op de vraag van de heer Gommers zou zijn dat deze moties ervoor zorgen dat we straks in de evaluatie ook oplossingsrichtingen meekrijgen, zodat we straks als raad aan de hand daarvan 77

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

besluiten kunnen nemen over maatregelen om te verzachten. In tegenstelling tot twee jaar geleden willen we nu dus echt geen verdere vertraging veroorzaken. Ja, we moeten letten op de waarborgen en we moeten erop letten dat niemand echt buiten de boot valt, maar we denken dat we nu echt stappen moeten zetten. Beheerst doorpakken dus. De verkiezingsuitslag sterkt ons daarin. Daarom zullen we de moties die vertraging willen inbouwen, nu niet steunen. Maar wij zien ook de verhoogde parkeerdruk en het waterbedeffect in het autoluwe gebied. Daarom roepen we het college op om naar de bewoners te blijven luisteren - dat doet het college ook al - en om bereid te zijn met creatieve oplossingen te komen. Dan is het daarna aan ons allemaal om na de rapportage snel te reageren. De heer KRISHNASING (VVD): Ik hoorde de heer De Rijk vertellen over maatregelen die we straks in deze raadzaal kunnen afwegen. Onze motie roept juist niet op tot vertraging, maar tot deze afweging. In de commissievergadering hebben we van de wethouder gehoord dat die ruimte er straks niet komt. Wat gaat PRO straks doen als er inderdaad geen ruimte komt om maatregelen af te wegen en dus een integrale afweging te maken voor het vervolg van dit beleid? De heer DE RIJK (PRO): Ik was zojuist inderdaad verbaasd door wat de heer Krishnasing zei.

Ik ben ook benieuwd naar de reactie van de wethouder, want ik dacht in het stuk gelezen te hebben dat wij daarover nog iets te zeggen hebben, maar met de nuance dat het voor ons straks niet weer om een integrale afweging gaat maar echt om die maatregelen, als die nodig blijken te zijn. Wéér een hele integrale bespreking straks in de raad is volgens mij nu dus niet per se aan de orde. De heer KRISHNASING (VVD): Laat ik het dan verhelderen. Het gaat om maatwerkmaatregelen. Als die er straks niet kunnen komen - we gaan straks de reactie van de wethouder horen - zijn we benieuwd hoe jullie daarin staan. De VOORZITTER: Dat wachten we af. Mevrouw GROBBEN (PVV): Voorzitter. Wij beperken ons tot de moties, omdat dit onderwerp al jaren loopt en wij er al heel vaak iets over hebben gezegd. Niet ik, maar mijn collega de heer Koelewijn, die op de tribune aanwezig is om te luisteren naar wat ik allemaal ga zeggen. Ik begin met de motie van Hart voor Delft. Dat is op zich een prima motie, maar het voorstel voor kort parkeren, het mixparkeren, waarvan mevrouw Sint me net heeft laten weten dat dat in 2013 is afgeschaft, vindt de PVV niet meer in te passen, want dit zorgt voor veel meer verkeersbewegingen: kort parkeren, eruit en erin, toch maar even rondrijden, want mensen stoppen misschien snel, toch maar weer een rondje rijden. Dan schiet je je doel eigenlijk voorbij.

Dus helaas, Hart voor Delft, wij kunnen niet voor deze motie stemmen, hoewel ik natuurlijk voor elke motie zou zijn die tegen autoluwbeleid is. Dank aan het CDA voor de motie over mantelzorgers. Daar ben ik heel blij mee. We hebben die motie ook mede ingediend. Dank, meneer Sarkisian, voor het schrijven van deze motie. Ik had niet eens een verbetering of aanpassing; de motie was hartstikke goed. 78

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De motie voor Forum voor Democratie steunen wij natuurlijk, want die komt volledig overeen met hoe de PVV hiertegen aankijkt. Wij blijven natuurlijk tegen autoluwbeleid. De binnenstad wordt steeds moeilijker bereikbaar voor bewoners, bezoekers en ondernemers, maar ouderen en mindervaliden zijn natuurlijk groepen die hierdoor extra hard geraakt worden. Dat punt herkennen wij in de motie van Volt, maar wij hadden liever gezien dat het college, zoals de motie van Forum vraagt, zou stoppen met het beleid waardoor mensen die afhankelijk zijn van de auto, in de knel komen, in plaats van achteraf weer te onderzoeken en evaluaties op te tuigen. Daarom steunen wij de motie van Volt helaas niet, al begrijpen wij uiteraard de zorgen die daarin worden uitgesproken. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Ik hoorde D66 zeggen dat mantelzorg lastig is omdat daar ook misbruik van gemaakt kan worden: is iemand wel een mantelzorger of niet? De SP wil gewoon van het idee af dat we maatregelen niet meer kunnen uitvoeren omdat we van tevoren al bang zijn dat er misbruik van gemaakt wordt. Volgens mij is dat niet hoe wij als gemeente of gemeenteraad onze bewoners moeten benaderen. We moeten ervan uitgaan dat ze dat niet doen. Op die manier moeten we beleid maken en dan eventueel ingrijpen als dat nodig is. De heer GROENEVELD (D66): Ik wil kort reageren op deze uitlokking.

Ik wil de heer Sarkisian complimenteren met het uitspreken van vertrouwen in de burgers. Dat onderschrijven wij ook. Ik denk dat dat een heel goede insteek is. Tegelijkertijd moeten we constateren dat dit voor ons in ieder geval een zorg is op een hellend vlak en dat we daar misschien toch wat kaders bij nodig hebben. Ik hoor graag de reflectie van de wethouder daarop, maar ik wil de heer Van der Sluis meegeven dat ik hierbij niet uitga van wantrouwen. De VOORZITTER: Dat lijkt mij een verduidelijking. De heer GROENEVELD (D66): Voorzitter. We zitten midden in de eerste fase van het uitbreiden van het autoluw-plusgebied. Dat betekent verandering en gewenning en ook de vinger aan de pols houden waar zich gewenste en ook ongewenste effecten voordoen, ook door onvoorziene factoren, zoals het toegenomen aantal bezoekers; dat hebben we in de commissie al aangestipt. Zoals ik eerder aangaf, is dit de fase van adaptiviteit door middel van inzicht in de evaluaties die uitgevoerd worden en aan de hand van een open en flexibele houding voor uitzonderingen, zoals we als raad eerder hebben meegegeven, met name ten aanzien van kwetsbare groepen, die ook al benoemd zijn. Tegelijkertijd betekent flexibiliteit niet dat je het telkens zodanig een stukje wil oprekken dat op een bepaald moment iedereen zich op een uitzondering kan beroepen.

Daar waar knelpunten ontstaan, moet actie worden ondernomen. Dat zien we de wethouder naar ons idee wel doen, maar ik hoor daar ook nog graag wat reflecties over. De ingeslagen weg om de beperkte ruimte in de binnenstad verstandig in te zetten, is een bewuste keuze geweest voor een toekomstbestendige, leefbare binnenstad, 79

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

die wat ons betreft ook onomkeerbaar is. We willen niet meer terug naar een Markt die vol staat met auto's. We zullen de moties dan ook beoordelen op de facetten die ik hier heb aangehaald, alsmede op hun aanvullende waarde daar waar het college dit niet al in staand beleid heeft vastgelegd of heeft toegezegd. Datzelfde geldt voor voorstellen over de Gasthuisplaats, een plek die ons na aan het hart ligt en die wij, zoals u allen weet, ontzettend graag zo snel mogelijk gerealiseerd willen zien, zodat we er in de binnenstad een prachtige parel bij hebben. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Het is mooi om het met de nieuwe raad gelijk de eerste keer te kunnen hebben over de autoluwe binnenstad. Het is ook goed om te horen dat bijvoorbeeld de ChristenUnie vanaf een nieuwe plek in de raad gelijk aanhaalt wat het belang is van de autoluwe binnenstad als plek van ontmoeten, de plek van gezondheid, met de voetganger op 1, onze prachtige, historische binnenstad. Het is niet zonder reden dat we de autoluwe binnenstad hebben uitgebreid, juist met het doel om te zorgen dat mensen daar maximaal kunnen genieten en ontmoeten. Tegelijkertijd vraagt dit veel van bewoners en van mensen die bij bewoners op bezoek komen; dat horen we natuurlijk terug in dit debat. Zij willen graag een plek en willen graag bereikbaar zijn. We maken ons bij sommige mensen zorgen om goede verzorging of eenzaamheid.

Die zaken nemen we natuurlijk uiterst serieus. Verschillende mensen hebben brieven gestuurd. In de commissie hebben we over een voorbeeld gesproken, bijvoorbeeld de mensen in de omgeving van de Torenstraat. Daar waren dingen aan de hand die we niet hadden voorzien. Dan vraagt het van het college, precies zoals meneer Groeneveld zei, om de ogen en oren open te houden en te kijken of we kunnen bijsturen, adaptief kunnen zijn en kunnen zorgen dat het uiteindelijk wel werkt. U kunt wat dat betreft ook in de komende tijd voorstellen van ons verwachten daar waar wij vinden dat het goed en verstandig is om zaken aan te passen. Over het evalueren heb ik in de commissie al een toezegging gedaan. Voor een deel stond die al in het voorstel, zoals STIP memoreerde, maar ik heb in de commissie nog eens echt de toezegging gedaan. Die is niet als zodanig genoteerd. Ik zeg het hier dus nog maar een keer: wanneer wij de uitbreiding van de autoluwe binnenstad gaan evalueren - pak 'm beet: na twee jaar - doen wij dat niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. In die kwalitatieve evaluatie kijken we in het bijzonder ook naar kwetsbare ouderen, mensen met een beperking en mantelzorgers. Ik zou daaraan willen toevoegen: ja, we kijken dan óók waar mogelijkheden liggen om geconstateerde knelpunten aan te pakken.

Wat mantelzorgers betreft: ik kan me geen debat over de autoluwe binnenstad herinneren waarin we niet hebben gesproken over mantelzorgers. Dat is gewoon het vraagstuk: wie is mantelzorger en wie is geen mantelzorger? Bijvoorbeeld voor verpleegkundigen die steunkousen komen helpen en weet ik veel, is het allemaal goed geregeld. Verpleegkundigen hebben een plek, maar bij mantelzorgers hebben we steeds een vraag met de definitie daarvan. Er zijn mensen die twee dagen in de week bij moeder op bezoek komen. Zijn dat mantelzorgers en welk parkeerproduct vraagt dat dan? Het CDA zegt: we willen het niet definiëren, maar we willen het ook niet zien als zomaar een bezoeker. Als je zegt dat het niet een algemene bezoeker 80

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

is, zul je toch iets moeten definiëren. Ik zie een evaluatie daarin juist als een kans, want met een evaluatie kan je mensen juist vragen wat de specifieke situatie is en waar zij tegenaan lopen. Wij passen nu al maatwerk toe. Misschien moeten we op zoek naar meer dingen. Ik ga naar de moties. Ik begin met motie 7.5.1 van Forum voor Democratie. Ik ben daar heel kort over. De motie vraagt om alles terug te trekken wat we tot nu toe hebben gedaan. Dat is zonde, want er zijn erg veel mensen die juist erg genieten van de nieuwe situatie op de Koornmarkt, de Gasthuisplaats, de Brabantse Turfmarkt. Dus het college ontraadt die motie. De heer VAN RIJ (FVD): Ik hoor de wethouder zeggen dat veel mensen er blij mee zijn, maar ik ben benieuwd hoe de wethouder kijkt naar de belangenverenigingen en bijvoorbeeld de meer dan 100 keer ondertekende petitie, want dat is niet een klein aantal mensen. Wat zegt u dan tegen die grote groep die er echt tegenovergesteld in staat ten opzichte van wat de wethouder net beschrijft? Wethouder VAN VLIET: Ik zal nog eens herhalen dat het college gelooft in adaptief zijn. Dat wil zeggen: vasthouden aan het plan, want het plan is goed voor Delft, en tegelijkertijd moet je oog hebben voor de zorgen en kijken waarin je op die punten het plan kan aanpassen. Dat betekent dus niet een streep halen door het plan. Daarom ontraden wij de motie.

De heer VAN RIJ (FVD): Ik vind het mooi gezegd, maar dat is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was wat u zegt tegen al die bewoners - je kan echt spreken van honderden bewoners - die hier niet zo in staan. Wat zegt u tegen die personen? Wethouder VAN VLIET: Tegen personen die specifieke vraagstukken hebben, zeg ik: wij voeren het gesprek en daar waar we mogelijkheden zien, kunnen we de plannen aanpassen. Dan motie 7.5.2 van de VVD (Eerst meten wat werkt alvorens verdere uitbreiding autoluw-plusgebied). We hebben hier in de raad een heel debat gehad bij de uitbreiding. Daarbij hebben we duidelijke afspraken gemaakt. Eerst lag er het plan om het in tweeën te doen. Daarna is gezegd dat we het in drie delen zouden doen: 1A, 1B en 2. Dat was een soort uitkomst van een debat in de raad waarin verschillende mensen voor verschillende opties stonden. We hebben heel duidelijk gezegd: de raad kiest voor 1A en 1B, maar we doen eerst 1A en als het college aan de cijfers ziet dat 1B kan, gaan we daarmee verder. Tegelijkertijd hebben we gezegd dat we de cijfers ook zouden bijhouden en met de raad zouden delen en dat we zouden gaan evalueren. Ik heb u nu toegezegd dat we dat ook kwalitatief doen. Maar de uitbreiding van 1B heeft de raad gemandateerd aan het college. Aan dat mandaat houden wij wel vast. Daarmee ontraden wij deze motie.

Dan gaan we naar motie 7.5.3 (Autoluw is niet autovrij). In deze motie worden allemaal zaken voorgesteld die juist weer allemaal auto's uitnodigen om de autoluwe binnenstad in te komen, niet alleen bij de Achtersack en de Pieterstraat, maar in z'n 81

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

algemeenheid door plekken aan te wijzen waar auto's toch naar binnen kunnen rijden voor een boodschap en mogelijkheden voor kort parkeren. Dit is iets waarvan het college juist niet gelooft dat we het daarmee beter maken voor de bezoekers van de binnenstad. U mag weten dat het aantal bezoekers van de binnenstad sinds de uitbreiding van autoluw alleen maar is toegenomen. De bezoekers weten ons te vinden. Dat moeten we vooral versterken. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): We leven blijkbaar in hele andere werelden. De ondernemers zeggen dat ze een inkomstenderving hebben van 25%. Wat gaat u dan tegen de ondernemers zeggen? Daarom zijn we voor dat kort parkeren, zodat de mensen even snel naar die ondernemer kunnen op bepaalde plekken die de mensen echt weten te vinden. Daar hoeven ze dus echt geen rondjes voor te rijden. En wat zegt u tegen al die mensen die bijvoorbeeld op Hart voor Delft hebben gestemd - dat zijn er in de binnenstad best veel, veel meer dan wij hadden gedacht - en die het gewoon echt niet met u eens zijn? Die laat u allemaal gewoon stikken. Dat vinden wij raar. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Laten we vooropstellen dat we bij het hele invoeren van autoluw hebben gezegd dat het van belang is dat de parkeergarages beschikbaar blijven voor bezoekers van de binnenstad.

Bij elke maatregel die wij nemen, zeggen wij dat de bezoeker van de binnenstad daar een plek moet vinden. Het mag hooguit een paar keer per jaar gebeuren dat dat niet lukt. Daar houden wij aan vast en dat is waar wij op meten, want wij doen het juist omdat wij zo graag mensen naar de binnenstad trekken. En we maken er een aantrekkelijke binnenstad van. We zien bovendien dat het werkt. Wat dat betreft hebben wij hetzelfde doel, namelijk veel bezoekers trekken, maar wij zien daar blijkbaar andere middelen voor. Ik ga naar motie 7.5.4 (Laat mantelzorgers mantelzorgen). Ik denk dat ik deze motie overbodig heb gemaakt met de toezegging die ik heb gedaan om deze groepen echt kwalitatief te betrekken bij de evaluatie die we gaan doen en ook te kijken naar mogelijke oplossingsrichtingen daarvoor. De VOORZITTER: Dat ga ik even checken. Meneer Sarkisian, u krijgt een toezegging. Houdt u de motie aan? De heer SARKISIAN (CDA): Gaat het dan om de groep bezoekers waar ik het in mijn eerste termijn over had? De VOORZITTER: We gaan niet helemaal onderhandelen, want anders wordt het hier de markt van Marrakesh. De wethouder zegt toe dat hij mantelzorgers in brede zin gebruikt bij de evaluatie. Heb ik dat goed begrepen? Probeer het nog iets scherper te zetten.

Wethouder VAN VLIET: Ik ga het nog iets scherper zetten: het vraagstuk van het parkeren door mantelzorgers gaan wij ook kwalitatief betrekken in de evaluatie. Ik zeg daar gelijk bij dat wij de mensen die de mantelzorg ontvangen, beter kunnen 82

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

bereiken dan de mantelzorgers zelf. Maar langs die weg gaan wij het vraagstuk betrekken in de evaluatie. De VOORZITTER: Houdt u de motie aan, ja of nee? De heer SARKISIAN (CDA): Ik zou graag even willen schorsen om met de medeindieners te kunnen overleggen. De VOORZITTER: Nee, dat gaan we niet doen. Dan vraag ik het u straks, wanneer alle moties zijn beoordeeld. Wethouder VAN VLIET: We gaan naar motie 7.5.5 (Inclusieve autoluwe binnenstad). Ook daarbij heb ik het idee dat ik de motie overbodig heb gemaakt met de toezegging die ik heb gedaan. De VOORZITTER: Dat gaan we ook weer even checken, want ook dat is een toezegging. Wordt de motie daarmee ingetrokken? Mevrouw ELSINGA (Volt): Dank u wel, wethouder, voor uw reactie. Wij horen inderdaad een toezegging die aanhaakt bij het eerste dictum van onze motie en deels ook bij het derde dictum, maar wij missen het tweede dictum, waarin wij vragen om ook in de rapportage de kwetsbare groepen expliciet mee te nemen. Wij geloven immers dat als we de impact voor ouderen en mindervaliden meenemen in het totaaloverzicht, die impact daarin wegvalt. Wij zouden dus willen vragen om de effecten voor deze groepen expliciet in de rapportage inzichtelijk te maken. Dat is het tweede dictum van de motie.

De VOORZITTER: Wethouder, alle dicta of alleen dictum 1 en dictum 3? Wethouder VAN VLIET: Wij gaan deze groepen ook gewoon bevragen op de vraagstukken die spelen om die gewoon inzichtelijk te hebben. Dat is de manier waarop we dit onderzoek gaan uitvoeren, los van de feiten en cijfers die we daarbij ook kennen. De VOORZITTER: Is dat voldoende? Mevrouw ELSINGA (Volt): Nee, wat ons betreft niet. De motie blijft staan. De VOORZITTER: Oké, dan komt de motie straks in stemming. Wethouder VAN VLIET: Mijn collega Huijsmans zal reageren op motie 7.5.6. Tot slot gaan we naar motie 7.5.7. Het werd al even gememoreerd: het inrichten van de openbare ruimte, hoe we dat doen en met welke middelen we dat doen, staat inderdaad in onze Nota Groen en Biodiversiteit. Daarin beschrijven wij hoe we dit doen. Ik zou kunnen zeggen dat deze motie daarmee niet op de goede plek is, maar ik heb ook goed nieuws, want ik kan ook melden dat wij dit voor een heel groot deel doen: dit is grotendeels echt het staand beleid van de gemeente Delft. Wij passen zo 83

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

veel mogelijk inheemse soorten toe. Dat is het beleid. Dat neemt niet weg dat er juist in inheemse soorten heel veel ziektes zijn: essentaksterfte, kastanjebloedingsziekte, iepenziekte. De VOORZITTER: Ja, ja. Wethouder VAN VLIET: Ik hou het kort. Dit betekent dat we soms juist kiezen voor niet-inheemse soorten. Er werd al gememoreerd dat het soms ook beter is voor de klimaatadaptatie om geen inheemse soorten te kiezen. In onze aanbesteding stellen wij ook verplicht dat mensen voldoen aan het "Onderweg naar PlanetProof"keurmerk, zodat we zo veel mogelijk duurzame planten gebruiken. En ja, het gaat om tijdelijke inrichting, maar als er later besloten wordt dat we iets anders gaan doen, moet er uiteraard weer iets met die planten gebeuren. Dat moge duidelijk zijn. De VOORZITTER: Verklaart u de motie daarmee eigenlijk tot staand beleid en is zij daarmee, onaardig gezegd, overbodig? Wethouder VAN VLIET: Dat klopt. De VOORZITTER: Mevrouw Zinkweg, dat zou kunnen betekenen dat u zegt dat u heeft binnengehaald wat u wilde. Of laat u de motie toch in stemming brengen? Mevrouw ZINKWEG (PvdD): Ja, ik laat de motie heel graag staan, want … De VOORZITTER: Oké. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Motie 7.5.6 gaat over een geleidelijke overgang voor het scooterverbod.

Ik heb daarover niet heel veel gehoord van Hart voor Delft, maar ik zal toch nog even uitleggen waarom wij als college die motie ontraden. Het besluit om in het autoluw-plusgebied alleen nog elektrische scooters toe te staan, is al van 2018. Daar is in de tussentijd een heleboel gebeurd, waardoor we uiteindelijk in 2023 iedereen een brief hebben gestuurd. Op dat moment is ook een overgangsregeling ingesteld, waardoor mensen de tijd hadden om een elektrisch voertuig aan te schaffen of de oude weg te doen. We hebben gewoon een nette periode aangehouden om dat voor elkaar te krijgen. Daarmee hebben we eigenlijk voldaan aan waar deze motie toe oproept. Het is op dit moment ook gewoon verplicht om te voldoen aan de eisen die we hebben gesteld, maar die zijn, zoals gezegd, al in 2018 ingesteld. De VOORZITTER: Is de motie overbodig of ontraden? Wethouder HUIJSMANS: Ontraden. De VOORZITTER: Dat is duidelijk. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik heb weinig tijd, maar wij zien in uw beleid dat zelfs bezoekersparkeerders geen ontheffing kunnen krijgen voor een 84

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

scooter als dat geen elektrische scooter is. U gaat dus ontzettend ver in wat mensen überhaupt nog mogen en kunnen. Wethouder HUIJSMANS: Over het algemeen is het ook mogelijk om je voertuig te stallen. Het gaat ook niet over de hele binnenstad, maar over het gedeelte van autoluw-plus en ook waar we om allerlei andere redenen voertuigen niet toestaan. Het is beperkt, maar vanwege de uitstoot hebben we inderdaad een heleboel keuzes gemaakt om mensen ook een gezonde leefomgeving te kunnen bieden. De VOORZITTER: Na de beantwoording van het college in de eerste termijn hebben we nog van de heer Sarkisian tegoed of hij de motie aanhoudt of intrekt. De heer SARKISIAN (CDA): Wat is de vraag? De VOORZITTER: Of u met de toezegging de motie intrekt of niet. De heer SARKISIAN (CDA): Nee, nog niet. De VOORZITTER: Dan zal de motie in stemming worden gebracht. We kunnen een heel uitgebreide tweede termijn houden, maar dat lijkt me overbodig, ook gelet op het tijdstip en het feit dat we nog een agendapunt hebben. Zullen we kijken of we het bij stemverklaringen kunnen houden? Die doen we dan per stuk. Of zijn er nog hele korte vragen? Mevrouw Zinkweg heeft geen tijd meer; de heer Krishnasing wel. De heer KRISHNASING (VVD): Voorzitter. Ik moest nog even kauwen op de woorden van de wethouder, zoals mijn collega Van den Berg altijd zegt.

De verdere uitrol van fase 1B wordt gewoon uitgevoerd door het college naar aanleiding van de ontwikkelingen die op dit moment plaatsvinden. In hoeverre neemt het college op dit moment de uitdagingen mee die zich voordoen in de stad en die door bewoners en ondernemers zijn aangegeven, met daarbij ook de verwachte maatregelen die de raad kan ontvangen? Hoe kunnen we dat afwegen? Hoe gaat het college dat afwegen? Heel hard gezegd: klopt het dat de raad bij fase 1B niet meer aan bod komt en pas na de evaluatie van twee jaar weer iets kan zeggen of bijsturen? De heer DE RIJK (PRO): Voorzitter. Volgens mij heb ik het gehoord in een toezegging van de wethouder, maar ik merkte dat er bij ons en bij de andere indienende partijen nog enige twijfel is: klopt het dat ook eventuele maatregelen in die evaluatie komen? De VOORZITTER: De wethouder zal straks zo verduidelijkend mogelijk antwoorden. Mevrouw GROBBEN (PVV): Voorzitter. Een klein vraagje aan wethouder Huijsmans. Ook ik ben zo'n scooterrijder die niet zonder scooter kan. Ik kan geen elektrische scooter kopen, omdat ik die niet kan opladen. Mijn scooter stond keurig netjes naast de kerk, aan de kant waar dat mocht. Die werd gestolen. Ik zou u dus willen adviseren om de motie van Hart voor Delft nog eens te lezen en toch uitzonderingen 85

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

te maken, want er zijn echt mensen in de binnenstad die niet zonder scooter kunnen en die ook niet met die scooter kunnen lopen. Daar ben ik er één van. De VOORZITTER: Daar gaat de wethouder straks op terugkomen. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. Ik vraag een kleine verduidelijking van de wethouder. Hoewel beide moties toegezegd zijn, blijven ze staan. Ik ben benieuwd wat de wethouder gaat doen indien beide moties aangenomen worden. Gaat dat nog een verschil maken ten opzichte van de toezegging of gaat dat simpelweg een motie zijn die toch al uitgevoerd wordt door uw toezegging? De VOORZITTER: Volgens mij zit er een verschil tussen de twee moties. De motie van Volt is op dictum 1 en dictum 3 toegezegd, maar niet op dictum 2. Daar valt dus nog iets te kiezen. De motie van het CDA is toegezegd en overbodig verklaard, maar het CDA heeft behoefte aan een stemming. Volgens mij vat ik het zo goed samen. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Het antwoord op de vraag van de heer Krishnasing: ja, het uitbreiden met 1B is gemandateerd aan het college. Tegelijkertijd communiceert het college uiteraard met de raad als het daarin stappen zet, maar het is gemandateerd aan het college om die stap te zetten. Uiteraard hebben wij onze ogen en oren open en kijken wij sowieso of het kwantitatief past. Daar gaat het om: dat het past. En ja, wij hebben oog voor de dingen die plaatsvinden in de stad.

De heer De Rijk: ja, wij brengen oplossingsrichtingen in beeld. Tot slot: wij gaan ervan uit dat de toezegging met betrekking tot de motie van het CDA maakt dat we die motie gewoon op die manier uitvoeren. Eigenlijk denk ik hetzelfde over de andere motie. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik het heel ingewikkeld vind om het verschil te zien tussen wat ik heb toegezegd en wat in de motie van Volt staat. Ik vind dat ingewikkeld; ik zie niet helemaal wat we anders en meer zouden moeten doen. Daarmee ben ik meer gelukkig met mijn eigen toezegging, want dan weet ik wat ik moet doen. De VOORZITTER: Even voor de scherpte: u wilt het graag bij uw verwoording van de toezegging houden en u ontraadt daarmee de motie. Wethouder VAN VLIET: Ja. De VOORZITTER: Helder. En bij de motie van het CDA zegt u: die is eigenlijk overbodig, want ik doe dezelfde toezegging in mijn eigen woorden. Wethouder VAN VLIET: Ja. De VOORZITTER: De laatste poging van het CDA, want dit is spannend. 86

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer SARKISIAN (CDA): Met dat laatste, het expliciet maken dat die oplossingsrichtingen voor die specifieke groep in beeld worden gebracht, trekken we de motie in. De VOORZITTER: De motie van het CDA is ingetrokken. De motie van Volt wordt ontraden. De rest blijft overeind. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Nog even over motie 7.5.6. Het punt is dat het besluit echt al lang geleden is genomen. Het autoluw-plusgebied is uiteindelijk ook maar een klein gebied en we hebben natuurlijk het beleid waarbij de voetganger op 1 staat. Daar is dit een consequentie van. De motie gaat ervan uit dat dit iets is van kort geleden en dat er nog een situatie is met een overgangsperiode, maar daar zijn we allemaal al voorbij. Het heeft met name daarmee te maken en niet met mogelijke gevolgen daarvan. De VOORZITTER: Dat was de tweede termijn. De heer DE RIJK (PRO): Sorry, dan heb ik nog even een - hoe noem je dat? technische mededeling: wat ons betreft zijn beide moties toegezegd door de wethouder, ook de motie van Volt. Wij gaan dus van de motie van Volt af, want wat ons betreft is de motie toegezegd. De VOORZITTER: Voor de volledige duidelijkheid, want daar hou ik van: de wethouder zegt dat hij zijn woorden kiest en niet de woorden van Volt. Hij ontraadt de motie dus. Ik sluit de beraadslaging. We hebben nog zes moties staan.

We kunnen heel uitgebreide stemverklaringen doen, maar ik vraag u om u te beperken tot echt nieuwe dingen, want anders zien we gewoon bij de stemming wat u doet. In stemming komt motie 7.5.1 (Intrekken uitbreiding en herstel parkeercapaciteit autoluw-plusgebied) van FVD. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 7 tegen 28 stemmen, waarbij de fracties van FVD, Hart voor Delft en de PVV ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.5.2 (Eerst meten wat werkt alvorens verdere uitbreiding autoluw-plusgebied) van VVD en Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 13 tegen 22 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, FVD, Hart voor Delft, de PVV, de SP en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.5.3 (Autoluw is niet autovrij) van Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 5 tegen 30 stemmen, waarbij de fractie van Hart voor Delft ervoor heeft gestemd.

87

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

In stemming komt motie 7.5.5 (Inclusieve autoluwe binnenstad) van Volt, de ChristenUnie, het CDA, Hart voor Delft en de VVD. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw TIMMER (ChristenUnie): Voorzitter. Wij willen verduidelijken waarom wij een verschil zien met wat de wethouder heeft toegezegd. Het gaat ons er met name om dat binnen het onderzoek dat gedaan wordt, waarbij inderdaad al is toegezegd dat de ouderen en de mindervaliden ook worden besproken, in het rapport misschien zoiets simpels als een los kopje komt te staan met "ouderen" en een los kopje "mindervaliden", zodat het duidelijk los te trekken is van de rest van het onderzoek. De heer GROENEVELD (D66): Voorzitter. Wij zaten een beetje op de wip met wat we hiermee moesten doen. Wij zijn aan de hand van het verhaal van de wethouder tot de conclusie gekomen dat wij tegen de motie gaan stemmen, omdat de wethouder eigenlijk alles al toezegt. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. De toezegging van de wethouder interpreteren wij zo dat de kopjes waar mevrouw Timmer het over heeft, een plaats zullen krijgen in de evaluatie. Daarmee zullen we tegen deze motie stemmen, hoewel we haar zeer sympathiek vinden.

De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 13 tegen 22 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, de ChristenUnie, Hart voor Delft, de PvdD, Volt en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.5.6 (Geleidelijke overgang scooterverbod voor bewoners binnenstad) van Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 8 tegen 27 stemmen, waarbij de fracties van FVD, Hart voor Delft, de PVV en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.5.7 (Voorwaarden bij aanschaf en/of het gebruik van planten) van de PvdD. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN RIJ (FVD): Voorzitter. Een korte stemverklaring. De motie van de Partij voor de Dieren spreekt over een voorkeur voor autochtone planten boven een minder inheemse soort. Het zal de indiener wellicht verrassen, maar mijn fractie deelt die voorkeur volledig. Wij hanteren daarbij alleen een iets ruimere opvatting dan enkel de plantenbak, maar die discussie laten we vandaag graag voor een andere gelegenheid. Waar het om planten gaat, is het niet aan deze raad om voor te schrijven welke herkomst een plant dient te hebben en onder welke omstandigheden een minder inheemse soort hier wel welkom is. Bij planten is dat een vraag voor de 88

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

hovenier. Meer regels, meer papierwerk en hogere kosten, en de Delftenaar merkt er niets van, behalve op de aanslag. Mijn fractie zal daarom tegenstemmen. De VOORZITTER: Als dat "kort" is, ga ik u waarschuwen voor wat bij mij "lang" is. De heer DE RIJK (PRO): Voorzitter. Wij zijn wel voor een samenleving waarin we echt samen leven, maar dat heeft wat ons betreft helemaal niks met deze motie te maken. Wij zullen tegenstemmen. Wij staan er wel helemaal achter, maar het blijkt dus al staand beleid te zijn. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 2 tegen 33 stemmen, waarbij de fracties van de PvdD en de SP ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: Ondanks het tijdstip stel ik toch voor om de agenda af te maken, want we hebben nog één agendapunt te gaan. Het lijkt me een hele toer om daarvoor terug te komen. 80. Collegebrief Conceptreactie ontwerpvervoerplannen OV 2027 (2614198). De VOORZITTER: Er is één motie aangekondigd: motie 7.6.1 (Van Delft tot Ibiza) van de heer Van der Sluis van de SP, mede namens STIP. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Zoals u misschien weet of zou moeten weten is het in Delft in vergelijking met andere steden van deze omvang droevig gesteld met het openbaar vervoer binnen de stad. Er is dus een hoop werk te doen. De MRDH heeft een voorstel gedaan voor de dienstregeling voor volgend jaar. Het college heeft een reactie daarop geschreven.

Daarin worden een aantal voorstellen gedaan: kijk daar eens naar; als Delft vinden we dit belangrijke onderwerpen. Wat de SP en STIP en hopelijk veel andere partijen betreft vragen we de wethouder om in het overleg met de MRDH op welke manier dan ook - op de manier die zij zelf gunstig vindt - ook de route naar het vliegveld te bespreken, zodat we ook kunnen lobbyen voor die route en kunnen kijken of de MRDH ook plannen in die richting heeft. Misschien past het wel, misschien ziet de MRDH andere voordelen en misschien zien de andere steden ook voordelen aan die route. Dus: is het mogelijk, wat zijn de voordelen, zijn er ook nadelen? Ik denk dat het goed is als daarnaar gekeken wordt en als wij als gemeente een lobby opzetten of de MRDH in ieder geval vragen om naar die route te kijken. In het huidige voorstel staan er een aantal genoemd. Er wordt bijvoorbeeld ook een soort pilot voor een oost-westverbinding genoemd. Er is best wel ruimte om te kijken wat er kan, wat er mogelijk is. Ik denk niet dat het goed is dat we ons alleen richten op het beter bereikbaar maken van de regio Delft-Zuid-West - laat ik het zo netjes noemen - maar dat we ook kijken naar andere gebieden, want dat is niet het enige punt in de stad waar het openbaar vervoer aan verbetering toe is. We voegen dit dus graag aan het lijstje toe.

Mevrouw ROMEIJNDERS (PRO): Ik zie de SP als een partij die ook opkomt voor betaalbaar ov voor iedereen, maar deze buslijn komt vooral zakelijke reizigers en 89

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

toeristen ten goede. Hoe is dit een socialistische motie als het niet de kwetsbaarste mensen in Delft helpt? De heer VAN DER SLUIS (SP): Dit vind ik een heel mooi onderwerp en ik heb nog best wel tijd. Socialisme betekent niet dat je alleen iets doet voor zielige mensen. Socialisme is dat je een maatschappij hebt waarin wij met z'n allen de maatschappij vormgeven. Het is dus niet zo dat iemand die veel geld verdient geen gebruik mag maken van openbare diensten. Het is zelfs andersom: als je iemand met een hoog inkomen laat zien dat hij ook gebruik kan maken van de openbare diensten - "dat doen we voor je" - kweek je ook vertrouwen bij die mensen in de zin van: "die overheid is er voor mij en het is goed dat die overheid er is; ik wil daar ook aan bijdragen." Het is niet zo dat we een overheid willen die alleen mensen helpt die het echt hard nodig hebben. We willen een overheid die er is voor alle mensen, zodat je een gezamenlijke maatschappij krijgt waarin mensen naar elkaar omkijken en voor elkaar opkomen. Het is dus niet zo dat wij alleen maatregelen voorstellen die goed zijn voor één bepaalde groep of zo. Daarnaast denk ik dat deze lijn op lange termijn heel veel kan toevoegen aan groepen waar PRO misschien niet aan denkt, bijvoorbeeld studenten.

Als je een studentenwoning kan vinden in Rotterdam, in dat gebied, kan je makkelijker naar de TU komen, want het is hartstikke dichtbij. Ik denk dat het voor sommige studenten een uitkomst kan zijn. Ik snap dat het niet je eerste keuze is, maar het is beter dan dat je in de winter op een camping moet gaan staan. De VOORZITTER: Blijft u alstublieft een beetje in de richting van het onderwerp. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik zie een heleboel voordelen aan deze buslijn. De VOORZITTER: Dat hielp. Door de fracties van de SP en STIP wordt motie 7.6.1 (Van Delft tot Ibiza) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 12 mei 2026 ter bespreking van Collegebrief Conceptreactie ontwerp vervoerplannen OV 2027 (2614198). We stellen vast dat: -

de Metropoolregio, als onderdeel van de vervoerplanprocedure 2027 van RET, HTM en EBS de gemeente om een reactie heeft gevraagd; het college een concept reactie heeft opgesteld waarin aandacht wordt besteed aan de tramlijn en de buslijnen naar de TU Delft Campus, InnovatieDistrict Delft (IDD) en het gebruik van de Delfthopper; de gemeente Delft in 'Reactie vervoerplannen Openbaar Vervoer 2025' eerder de wens heeft aangegeven tot het herstel van een busverbinding met Rotterdam The Hague Airport; de gemeente Delft in 'Visie en Strategie Openbaar Vervoer Delft 2040' heeft aangegeven de wens te hebben tot het herstel van een regioverbinding met Rotterdam The Hague Airport. 90

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

dit een goed moment is om wijzigingen in de dienstregelingen van de afgelopen jaren weer onder de aandacht te brengen en te kijken naar mogelijke verbeteringen; door optimalisatie van het busnet van RET de busverbinding naar het vliegveld binnen de concessie gereden kan worden.

We geven het college opdracht om bij de MRDH de wens neer te leggen voor de realisatie van een busverbinding tussen Delft en Rotterdam The Hague Airport, en gaan over tot de orde van de dag." De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. De directe busverbinding tussen Delft en Rotterdam The Hague Airport zijn we door bezuinigingen van de rijksoverheid in 2021 helaas kwijtgeraakt. Waar voorheen buslijn 37 ons direct in de vertrekhal kon brengen, is het vliegveld nu alleen met een flinke omweg bereikbaar. STIP kiest voor een pragmatische oplossing: het slim optimaliseren van het bestaande RET-netwerk. Door routes ietwat te verleggen kunnen we de verbinding herstellen zonder dat hiervoor extra vervoerscapaciteit nodig is. Hoewel we begrijpen dat dit punt niet de allerhoogste prioriteit in de conceptreactie heeft, vindt STIP het verstandig om deze wens bij de MRDH scherp te blijven houden. Twee jaar geleden heeft de gemeente Delft deze wens immers ook al bij de MRDH neergelegd, maar toen is alleen gekeken vanuit het perspectief van EBS en niet vanuit het perspectief van RET. Het lijkt ons goed om deze wens scherp te houden bij de MRDH door nu een of twee zinnen in de paragraaf over het gebied Campus toe te voegen en/of een ambtelijk gesprek met de MRDH te voeren. Kortom, laten we Delft de internationale vleugels geven die het verdient.

Mevrouw ROMEIJNDERS (PRO): Deze buslijn zou het makkelijker maken om naar het vliegveld te komen, maar hoe ziet STIP de extra uitstoot die deze buslijn gaat veroorzaken door de extra vluchten die er daardoor komen? De heer GOMMERS (STIP): PRO insinueert dat een betere verbinding ertoe leidt dat er meer vluchten plaatsvinden. Dat is simpelweg niet het geval. We zorgen er juist voor dat personen ervoor kiezen om de bus, een duurzaam vervoersmiddel, te pakken in plaats van bijvoorbeeld een particuliere auto die veel meer uitstoot. De heer GROENEVELD (D66): Voorzitter. Laat ik maar meteen ingaan op de motie. We hebben daar de afgelopen dagen regelmatig contact over gehad en we hebben met de heer Van der Sluis en de heer Gommers over de motie meegedacht. Wij blijven achter deze motie en het hele achterliggende idee staan. We onderschrijven ook de onderliggende waarde van het tot stand komen van een dergelijke verbinding, met daarbij de boodschap, zoals de heer Gommers al aangaf, dat dit niet de allerhoogste prioriteit heeft. Voor ons is dit dus wel wat minder van belang dan de andere punten in de collegereactie. Vandaar dat wij een bescheiden bijdrage en het vragen van aandacht hiervoor binnen de MRDH op zich passend vinden. 91

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De VOORZITTER: Dat waren niet veel vragen. Het ging alvast richting een stemverklaring. Mevrouw ROMEIJNDERS (PRO): Voorzitter. Wij begrijpen de wens voor een goede bereikbaarheid van de regio, maar we vinden dat de schaarse ov-middelen ingezet moeten worden voor datgene waarvan de meeste Delftenaren dagelijks afhankelijk zijn voor werk, onderwijs, zorg en verbinding tussen de wijken. We vinden dit ook vanuit het klimaatperspectief lastig te verdedigen. Een directe ov-verbinding naar Rotterdam The Hague Airport maakt vliegen aantrekkelijker, terwijl we juist naar minder korteafstandsvluchten en duurzamere alternatieven toe moeten. Bovendien is het vliegveld al bereikbaar via Rotterdam Centraal en gaat het niet om een ontbrekende verbinding, maar om extra gemak voor een relatief beperkte groep reizigers. Voor PRO ligt de prioriteit bij een sterk, toegankelijk en duurzaam ov voor dagelijks gebruik voor Delftenaren. Daarom zullen we tegen de motie stemmen. De heer GOMMERS (STIP): Ik heb mevrouw Romeijnders zojuist gehoord over de betaalbaarheid van het ov. Als één ding goedkoop is in deze regio, dan is dat wel het gebruiken van een directe busverbinding in plaats van een hele omzwerving via Rotterdam Centraal, die bijna twee keer zo duur is.

Zegt mevrouw Romeijnders nou dat ze de Delftenaar die het minder breed heeft, graag wil laten omrijden, waardoor hij meer geld moet uitgeven? Mevrouw GROBBEN (PVV): Waar ligt de grens? Scooters mogen niet; die zijn vervuilend. Bussen mogen niet, want dan gaan er meer vliegtuigen vliegen. Auto's mogen niet, behalve elektrisch, want ook auto's zijn vervuilend. Waar ligt de grens? Hoe moeten we ons dan gaan vervoeren? Mevrouw ROMEIJNDERS (PRO): Wat de vraag van de PVV betreft: ik ben zelf helemaal naar Zweden gefietst. Dat kan helemaal prima. Er zijn veel verschillende vervoersmogelijkheden die je allemaal in kan zetten. Het antwoord op de vraag van STIP is nee. Mevrouw GROBBEN (PVV): Misschien is het kinderachtig, maar welke vervoersmiddelen bedoelt u dan? Mevrouw ROMEIJNDERS (PRO): Ik ga hier verder niet meer op reageren. De VOORZITTER: Dat blijft in de nacht hangen. Nee, mevrouw Zinkweg, u bent helaas door uw spreektijd heen. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Dank voor de aandacht voor het openbaar vervoer, want dat is een belangrijk onderwerp. We hebben met elkaar nog niet zo heel lang geleden een heel mooie openbaarvervoervisie vastgesteld, ook op basis van gesprekken die we ook met de vorige raad vaak hadden over het feit dat we een grote stad zijn met meer dan 100.000 inwoners, maar dat op sommige routes de buslijnen heel beperkt zijn.

Daar zijn eerder natuurlijk ook moties over geweest: zijn 92

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

al die nieuwe ontwikkelingen wel voldoende ontsloten? Dan zie je dat de huidige concessie, waar we voor dit vervoerplan nog mee te maken hebben, eigenlijk te weinig openbaar vervoer kan aanbieden dat passend zou zijn bij de stad die we ondertussen aan het worden zijn. Dan denk ik alleen al aan de bereikbaarheid van bijvoorbeeld Station Campus, maar ook de Delftse Campus ten zuiden van de Kruithuisweg, waar we nu niet met een tram kunnen komen en waar natuurlijk wel de nodige functies zijn om daarheen te gaan rijden. Dat hebben we allemaal in die ovvisie opgeschreven. Daarin is ook opgeschreven dat het goed zou zijn als we op termijn wat langere lijnen en goede verbindingen, ook in de regio, maken. Dat is binnen de huidige concessie helaas nog niet heel erg mogelijk, maar ik lees in deze motie vooral een wens om in het verlengde van die ov-visie opnieuw aandacht te besteden aan een plek waar ook gewoon heel veel mensen werken. Je kunt er van alles van vinden of het wel of niet handig is dat daar een vliegveld wordt gebruikt en dat mensen vliegen; ik heb overigens de hele dag "We're going to Ibiza" moeten denken, waarvoor dank aan meneer Van der Sluis. De VOORZITTER: Ja, daar hebben we heel veel plezier van gehad. Wethouder HUIJSMANS: Ja, daar hebben we veel plezier van gehad.

Ik denk dat het goed is om in de nu voorliggende zienswijze in elk geval te verwijzen naar de ovvisie en ook aan te geven dat bijvoorbeeld het vliegveld, maar ook andere locaties in de regio goed bereikbaar zouden moeten zijn met het openbaar vervoer. We weten dat het nu erg complex is om dat er nog extra bij te krijgen in het vervoerplan dat er ligt, maar onze wensen moeten we gewoon blijven uitspreken. We moeten dat in ieder geval in de zienswijze doen, maar het komt ook op andere momenten zeker nog terug, omdat we onze ov-visie ook hebben neergelegd bij de MRDH. Dat is ook gewoon input voor hen om de nieuwe concessie daarop in te gaan richten. Ik hoop dat we op dat moment het gesprek daarover zullen hebben, want het blijft belangrijk dat we als Delft niet alleen per trein goed bereikbaar zijn maar ook zeker per bus en tram; dat gesprek zal met een andere wethouder Mobiliteit zijn. De VOORZITTER: Wat is daarmee uw oordeel? Wethouder HUIJSMANS: Dat het een goed idee is om deze wens op te nemen in de zienswijze en dat ik dat zal doen. De VOORZITTER: En over de motie? Wethouder HUIJSMANS: We kunnen erover stemmen, maar ik kan ook zeggen dat ik de motie overneem. De VOORZITTER: De wethouder wil de motie overnemen. Meneer Van der Sluis? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik vind het altijd leuk om te stemmen, want dat is een soort feestelijke afsluiting, maar het hoeft voor mij niet.

Nou, laten we toch maar gewoon gaan stemmen. 93

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De VOORZITTER: Ik sluit de beraadslaging en we gaan stemmen. In stemming komt motie 7.6.1 (Van Delft tot Ibiza) van de SP en STIP. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 29 tegen 6 stemmen, waarbij de fractie van PRO met uitzondering van de heer Jaff ertegen heeft gestemd. De VOORZITTER: De heer Jaff is dissident. De heer JAFF (PRO): Voorzitter. Ik wens geacht te worden tegen de motie te hebben gestemd. De VOORZITTER: U wenst geacht te worden tegen te hebben gestemd. De uitslag van de stemming blijft zoals die is, maar we maken daar wel aantekening van. De motie is toegezegd en aangenomen. (Geroffel op de tafels.) 81. Sluiting. De VOORZITTER: Daarmee zijn we aan het eind gekomen van deze vergadering. Ik dank u allen voor uw inbreng, maar ik dank met name de ambtenaren voor de ondersteuning. Ik wens iedereen wel thuis. De vergadering wordt om 0.08 uur gesloten. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 juni 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17057086/2