CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4.6.5 bijlage-c-zeven-casussen

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 12 januari 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Onderzoek Joods Vastgoed23.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

29

1946 bereikten’, terecht zijn en vraagt daarnaar nader onderzoek in te stellen.196 Eerder – op 1 oktober – had ook het Rotterdamse Bureau al aan het ‘Bureau voor Voorzieningen betreffende Afwezigen’ gemeld dat het zich ‘herhaalde malen’ tot de notaris heeft moeten wenden om de nodige gegevens over diens bewindvoering te krijgen.197 Huizenverkoop Op 8 maart 1948 ontvangt Montijn een taxatierapport van het onroerend goed van Van der Stam. Het winkelhuis met bovenwoning Choorstraat 49/49a wordt dan getaxeerd op fl 14.000, de slagerswinkel Choorstraat 45 op fl 11.500, en de twee woonhuizen met afzonderlijke bovenwoning aan de Zuiderstraat op samen fl 5.800. De slagerswinkel in Den Haag wordt in het rapport niet genoemd.198 Op 30 december 1948 is Choorstraat 49 bij notaris Montijn door de beide neven voor het getaxeerde bedrag, met goedkeuring door het Prijzenbureau Onroerende Goederen, verkocht aan winkelier Andries Meijer van Vrouwjuttenland 35. Op dezelfde dag worden de panden in de Zuiderstraat verkocht aan Johannes Reinier Witteloostuin, ook voor de getaxeerde en goedgekeurde koopprijs.199 Het pand in Den Haag moet in 1948 zijn verkocht aan de toenmalige huurder Oostergetel.200 De slagerij Choorstraat 45 wordt pas ruim een jaar later, op 17 maart 1950, verkocht aan Witteloostuin voor fl 11.400.

De pijnlijke kant van deze transactie was dat Philip inmiddels op 29 september 1949 failliet was verklaard en dat de curator van zijn faillissement fl 6.000 van de verkoopprijs opstreek.201 Reeds voor de verkoop van het onroerend goed was op 1 augustus 1948 de bewindvoering van notaris Montijn formeel beëindigd. Volgens zijn eindcalculatie zou de nalatenschap van de vermoorde Andries van der Stam fl 14.270,69 hebben bedragen. Te weten fl 31.300 aan onroerend goed, minus fl 24.000 aan hypotheekschuld = netto fl 7.300. Daarnaast fl 2.545,69 aan contanten en fl 4.425 aan effecten.202 In deze cijferopstelling lijkt weer het Haagse pand te ontbreken. Die nalatenschap kon overigens pas formeel worden afgerond nadat het overlijden van de vermoorde Andries van der Stam en zijn zoon Hijman en andere erfgenamen was vastgelegd in de Burgerlijke Stand. Voor Andries was dat pas op 15 december 1949 het geval en de dood van zijn zoon Hijman, die twee maanden eerder in Auschwitz om het leven was gebracht, kwam pas op 19 februari 1951 formeel in de boeken. Volgens het laatste testament van Van der Stam van 6 december 1940 zou zijn onroerend goed in Delft toevallen aan zijn zoon Hijman, dus aan Andries jr, en de slagerswinkel in Den Haag aan zijn andere zoon Salomon, dus Philip.

Maar Hijman zou Salomon uit de erfenis nog wel schadeloos moeten stellen voor de verbouwing van fl 2.000 aan het pand Choorstraat 45.203 Nare nasmaak Volgens Andries jr zouden de huizen ‘voor een te lage prijs aan een tussenpersoon’ zijn verkocht, die het vervolgens direct ‘voor een veel hogere prijs heeft doorverkocht’.204 De panden die in december 1948 voor door de prijsbeheersing vastgestelde prijzen werden verkocht bleven echter nog jaren in het bezit van de nieuwe eigenaren.205 Dat gold ook voor de slagerij in Den Haag. De slagerij Choorstraat 45 die de neven vanwege het faillissement van Philip waarschijnlijk gedwongen moesten verkopen, hoewel ze dat

196

NA, 2.09.16.13, dossier 17320. Brief d.d. 5-11-1947 van mr. C. Vriesekoop namens de directie van het NBI aan het Bureau NBI-Rotterdam. 197 NA, 2.09.16.13, dossier 17320. Brief d.d. 1-10-1947 van NBI aan notaris Montijn ‘inzake bewindvoering A. v.d. Stam’. 198 NA, 2.09.16.13, dossier 17320. Taxatierapport van beëdigd makelaar en taxateur P. Kouwenhoven d.d. 3-3-1948. 199 Kadaster, Register Hypotheken 4, deel 2947, akten 21 en 23. 200 Kadasterlegger 2931 van kadastrale gemeente ’s-Gravenhage GVH 22. 201 Kadaster, Register Hypotheken 4, deel 2998, akte 15. 202 NA, 2.09.16.13, dossier 17320. Formulier met eindverantwoording van de bewindvoering door notaris Montijn. 203 SAD, 278, inv. nr 1179. 204 De ‘Gesjichte’, 37. 205 Kadaster, leggers 15724 en 15278. Choorstraat 49 werd in 1960 verkocht en de panden in de Zuiderstraat in 1963 voor sanering door de gemeente onteigend.

30

aanvankelijk waarschijnlijk niet van plan waren, werd inderdaad door de koper snel doorverkocht aan ene Jacob van den Bergh, naar men mag aannemen voor een hogere prijs.206 ‘Zo werden twee onervaren jongens, die blij waren met af en toe een voorschotje te mogen ontvangen, in de luren gelegd’, schrijft Andries in zijn Gesjichte. De zaak was voor hem in elk geval met een nare bijsmaak afgerond. Aangezien de beide neven van die voorschotten geen goede boekhouding hadden bijgehouden, was ‘uiteindelijk de eindafrekening (voor hen) zo helder als koffiedik’, aldus Andries, die er sterk het gevoel aan heeft overgehouden door de notaris te zijn ‘opgelicht’.207 Frustrerende start De jonge Andries van der Stam, tijdelijk wonend in de Flora-bioscoop op Verwersdijk 1 bij wat later zijn schoonfamilie zou worden, ondervindt ondertussen de nodige tegenwerking bij zijn pogingen een handel in parfumerieën en cosmetische artikelen te beginnen op Nieuwe Langendijk 70a. Een vergunning daar een winkel te beginnen wordt hem 29 april 1947 geweigerd. Als hij daar toch aan de slag gaat, komen er klachten van concullega’s van de vakgroep detailhandel in parfumerieën en cosmetische artikelen. Op 21 juli 1947 wordt er door de politie proces-verbaal tegen hem opgemaakt. In januari 1948 wordt hem opnieuw een vergunning geweigerd.208

206

Kadaster, legger 15278 van J.R. Witteloostuin. De ‘Gesjichte’, 37. 208 SAD, 575, inv. nrs 514/2086, 497/3329, 592/588. 207

31

Jozef de Wilde (1889-1968), vleeshandelaar en belegger in onroerend goed Jozef de Wilde is voor de oorlog een succesvol zakenman. Met zijn broers zet hij het Friese vleesverwerkingsbedrijf van zijn vader, ‘firma B. de Wilde’, voort. In Delft bezit hij drie panden aan de Rotterdamseweg. Tijdens de oorlog worden deze huizen op een en dezelfde dag tweemaal verkocht. Eerst aan een makelaar in Amsterdam, later die dag aan de Gebroeders Gouweleeuw – twee Delftse ondernemers die nu ‘schoon’ bezit kunnen kopen. Na de oorlog worden de kopers niet als collaborateurs gezien. Omdat Jozef de Wilde de oorlog overleeft en zijn handel snel weer wil opbouwen, gaat de rechtsherstelprocedure snel. Beide partijen zijn het relatief snel eens over een minnelijke schikking, daarbij ook geholpen door de blijkbaar goed bijgehouden administratie tijdens de oorlogsjaren. Er is geen sprake van verdwenen huurinkomsten of eventuele belastingachterstanden. De gemeente Delft is hierin dan ook geen partij. Veehandelaar Jozef de Wilde wordt geboren in Sneek als zoon van Eva Duparc en Barend de Wilde in een Joodse familie van slagers en vleeshouwers. De familie heeft een slagerij in Sneek en opent aan het begin van de twintigste eeuw ook een filiaal in Leeuwarden.209 De zaken gaan goed en er wordt flink geïnvesteerd, vaak in familieverband. Jozef richt met zijn broers Simon en Gerson ‘firma B.

de Wilde’ op om gezamenlijk vee te kopen en te verhandelen en om slagerijen te exploiteren.210 De firma adverteert volop en investeert onder meer in weilanden bij Leeuwarden.211 Jozef koopt in 1916 een herenhuis aan de Emmakade in Leeuwarden voor fl 9000.212 Een jaar later trouwt hij met de 19-jarige Martha Velleman (1898-na 1968).213 In de jaren ’20 groeit Firma B. de Wilde verder, met in 1928 vestigingen in Sneek, Leeuwarden, Den Haag en Amsterdam. De advertenties reppen steeds vaker over ‘de Friesche slachterijen van de firma B. de Wilde’, met vanaf 1934 liefst drie Amsterdamse winkels.214 Jozef beheert de Haagse tak en is waarschijnlijk regelmatig voor zaken in het buitenland; zowel hij als zijn vrouw hebben vanaf 1921 een paspoort. In 1925 is hij met zijn echtgenote uit Leeuwarden vertrokken en gaat hij inwonen bij zijn ook naar Den Haag verhuisde schoonouders in Piet Heinstraat 44.215 Daar laat hij in het bevolkingsregister aantekenen dat hij ‘geen’ religie aanhangt, zijn echtgenote geeft aan dat ze Joods is. Het echtpaar blijft kinderloos. In 1928 verhuizen Jozef de Wilde en Martha Velleman naar Weteringkade 58.216 Mogelijk reizen ze nog veel naar Friesland heen en weer.

Pas in 1938 wordt het herenhuis in Leeuwarden te koop gezet, eventueel ook een teken dat de zaken tijdens de crisisjaren wat minder gaan.217 In 1940 participeert Jozef de Wilde in de nieuwe ‘Coöperatieve Vereeniging Combinatie Slachtafvallen ’s-Gravenhage’, met vijf andere vleeshandelaren.218 In Delft bezit De Wilde sinds 1928 drie naast elkaar gelegen percelen aan de Rotterdamseweg, nummers 216, 218 en 220 – alle met huis en erf.219 Het lijkt puur een speculatieaankoop, misschien met het idee dat hier ooit een slachterij of een vleeshandel moet komen. Hij neemt er een hypotheek van fl 3000 op.

209

Open Joodse Huizen Leeuwarden, 2016. (via internet) Leeuwarden, notarieel archief, 3-11-1915, nr 2355 en 15-2-1916, nr 2434 (via allefriezen.nl). In eerste instantie is zus Johanna de derde partij, drie maanden later wordt de vennootschap opnieuw opgericht met broer Gerson. Leeuwarder Courant, o.a. 17-12-1915 en 19-2-1916. 211 Leeuwarden, notarieel archief, 2-12-1918. (via allefriezen.nl) 212 Leeuwarden, notarieel archief, 15-12-1916, nr 534. (via allefriezen.nl) 213 Nieuw Israëlitisch Weekblad, 31-5-1914, 6-5-1916 en 6-10-1917. 214 Het Volk, 9-11-1928 en 18-9-1934. 215 Leeuwarder Courant, 25-4-1925. 216 Haagsche Courant, 24-4-1935. 217 Leeuwarder Courant, 17-12-1938. 218 Staatscourant, 30-1-1940. 219 Kadasterlegger nr 13935, J. de Wilde, Delft. 210

32

Tweede Wereldoorlog In 1941 verhuist Jozef de Wilde met zijn echtgenote naar Rijswijk en komt het echtpaar te wonen op Geestbrugweg 120, in een flat met centrale verwarming.220 Wellicht is dat bewust al een kleinere woning omdat de mogelijkheden om handel te drijven voor Joodse ondernemers steeds verder ingeperkt worden. Het familieconcern B. de Wilde brokkelt snel af en wordt nog datzelfde jaar geliquideerd.221 De drie panden aan de Rotterdamseweg worden in 1942 afgenomen en op 9 april 1943 voor fl 5600 verkocht aan R. Bult, makelaar in Amsterdam. Nog diezelfde dag verkoopt hij de huisjes aan de Delftse broers Cornelis Gerardus en Bernardus Lambertus Gouweleeuw, veevoer- en foeragehandelaren – nu voor fl 7500. Zij lossen de oude hypotheek af en sluiten een nieuwe hypotheek af, ook voor fl 3000. De verkoop passeert bij notaris A.A. Rambonnet in Amsterdam, iemand van wie bekend is dat hij veel geld verdient aan het doorsluizen van Joods onteigend onroerend goed.222 Zo’n doorverkoop is een meer voorkomende manier om Joodse bezittingen ‘schoon’ te wassen; via de makelaar kopen de ondernemers Gouweleeuw nu ‘gewoon’ de panden.

De broers hebben blijkbaar economisch niet te lijden onder de oorlog, in het eerste kwart van 1945 kopen zij ook nog het pand Voorstraat 11 – een gewone aankoop, geen onteigend Joods bezit.223 Hoewel de huizen in 1943 verkocht zijn, blijkt uit het register van straat- en rioleringsbelasting dat het ANBO nog in mei 1943 de gemeentelijke lasten over 1942 betaalt – uit het vermogen van De Wilde. De aanvankelijk door de gemeenteontvanger opgelegde boete van fl 0,50 wordt weer ingetrokken. In het register staat op 24 april 1943 vermeld: ‘NB Is jood, vertrokken naar onbekend.’224 Na de oorlog ‘Vertrokken naar onbekend’ betekent in dit geval dat Jozef de Wilde ondergedoken is, samen met zijn echtgenote. Zo weten zij de oorlog te overleven. Broer Gerson de Wilde, diens vrouw en hun zes kinderen worden in Auschwitz en Sobibor vermoord. Ook twee zussen (Grietje en Johanna) en vele neefjes en nichtjes treft dit lot.225 Van het naoorlogse leven van Jozef de Wilde is nauwelijks iets bekend. Hij lijkt actiever te worden in de Joodse gemeenschap en plaatst samen met zijn echtgenote trouw ieder jaar een Nieuwjaarsadvertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Daaruit blijkt dat het echtpaar van 1947 tot 1960 op Hoornkade 55 in Rijswijk woont, en daarna op Theresiastraat 110. In 1968 overlijdt De Wilde in Den Haag.

Rechtsherstel Uit de kadasterkaart blijkt dat de drie woningen aan de Rotterdamseweg in 1947 via rechtsherstel zijn teruggegeven aan de eigenaar. Dit is vergeleken met andere procedures razendsnel. Daarbij speelt uiteraard mee dat Jozef de Wilde de oorlog overleeft en zijn bezit zelf kan opeisen, en dat de kopers niet als collaborateurs zijn aangemerkt. Dat zorgt ervoor dat het Nederlands Beheersinstituut (NBI) niet bij de teruggave betrokken raakt. In het archief van de Raad voor het Rechtsherstel ligt een voorstel voor minnelijke schikking uit 1947, vermoedelijk op verzoek van De Wilde zelf bij een door hem uitgekozen notariskantoor opgesteld.226 Uit alles spreekt de wens om de zaak zo snel mogelijk van tafel te krijgen. De broers Gouweleeuw hebben bij het opstellen van deze akte van De Wilde al het geld voor de door hen afgeloste hypotheek ontvangen, te weten fl 3059,62. Waarschijnlijk is dat gedaan op 19 oktober 1946, de dag waarop De Wilde de huizen ‘in feitelijk genot’ weer heeft aanvaard en vanaf welk moment alle baten en lasten weer voor zijn

220

Het Joodsche Weekblad, 14-11-1941. Nog na te zoeken: NIOD, Liquidatiedossiers Omnia Treuhandgesellschaft 28-5835, inv.nr 5016 (J. de Wilde, Rijswijk) en inv.nr 5218 (Coöperatieve Vereeniging Combinatie Slachtafvallen). 222 https://pointer.kro-ncrv.nl/amsterdamse-notarissen-maakten-megawinsten-met-geroofd-joods-vastgoed 223 SAD, 278, inv.nr 1478; SAD, 653, inv.nr 5439, straatbelasting J. de Wilde, 27-9-1943; NA, 2.09.16, Verkaufsbücher, inv.nr 532, J. de Wilde. 224 SAD, 653, inv.nr 5476. 225 www.joodsmonument.nl 226 NA, 2.09.48, inv.nr 794 dossier 929, 2-6-1947. 221

33

rekening zijn. De heren Gouweleeuw hebben alle lasten vanaf 9 april 1943 voldaan en vrijwaren Jozef de Wilde voor iedere aanmaning daaromtrent. Zij betalen hem de huurinkomsten terug, verminderd met de door hen betaalde lasten én de misgelopen rente. De Wilde op zijn beurt zal op het bedrag dat hij nog moet betalen, fl 2112,49, een rente vergoeden van 4%. Aan de heren Gouweleeuw draagt hij alle aanspraken af die hij, voor de afgeloste hypotheek, kan doen gelden op Duitse gevorderde banktegoeden.227 Hier werd kort na de oorlog weinig van verwacht. Hypotheekaflossing Rente, 4,5% (nov ’42-apr ’43)

fl 3000,00 fl 59,62 +

Te betalen door De Wilde

fl 3059,62

Verschil:

fl 2112,49

Inkomsten huur Belastingen Reparaties, onderhoud Rente, 4,5% (apr ’43-okt ’46) Te betalen door Gouweleeuw

fl 2148,00 fl 213,16 fl 511,46 fl 476,25 fl 1200,87

Dat het niet onwaarschijnlijk is dat Jozef de Wilde vooral zelf voortvarend het voortouw neemt, blijkt uit het NBI-dossier van zijn broer Gerson. Zijn gezin laat een flinke erfenis achter: vijf panden in Leeuwarden en bezit ter waarde van zo’n fl 58.000. In dit dossier komt Jozef zijdelings aan de orde. Eva Blits-Cohen (19141994) is een dochter van de in Sobibor vermoorde Grietje de Wilde; zij is dus een nicht van Gerson. Zij laat weten dat familieleden haar te verstaan hebben gegeven dat ze niets uit de nalatenschap krijgt.228 Juridisch is het inderdaad de vraag of zij zal erven, zij is alleen erfgenaam van haar oom Gerson. Het heeft dus te maken met de vraag wie het eerst is overleden: haar oom of diens echtgenote. Later zal blijken dat zij beiden op 23 november 1942 direct na aankomst in Auschwitz zijn vergast.229 In 1946 meldt nicht Grietje echter dat er al geld en goederen uit de boedel verdwenen zijn, die verdeeld zouden zijn onder S. de Wilde en M. de Wilde in Amsterdam en J. de Wilde in Den Haag. Zij onderhoudt geen goede betrekkingen met de familie en hoopt dat het NBI onpartijdig kan bemiddelen: ‘Het is waarlijk niet de eerste keer dat de betreffende heren een nalatenschap onderling verdelen.

Ik weet niet, of u met de morele toestand van deze heren bekend is, ik althans sla hen niet hoog aan.’230 Het beeld rijst op van zakenlui die hun familieconcern graag zo snel mogelijk nieuw leven in blazen. Langdurige rechtsherstelprocedures zitten hen vermoedelijk alleen maar in de weg.

227

NA, 2.09.48, inv.nr 794, dossier 929, 2-6-1947. NA, 2.09.16.16, dossier 188949, 7-11-1945, E. Blits-Cohen aan NBI. 229 NA, 2.09.16.16, dossier 188949, 24-11-1945, J.A.W. Koch aan E. Blits-Cohen. 230 NA, 2.09.16.16, dossier 188949, 23-1-1946 en 14-2-1946, E. Blits-Cohen aan NBI. 228

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12235126/1