3 Woonvisie 2023-2028 inspraak
Tekst van het document
Oat vraagt om aanpassing van de Woonvisie: de Woonvisie moet aangeven welke actie wordt ondernomen, indien het niet lukt de sociale particuliere voorraad te behouden. Een bijzondere categorie woningen zijn de wel met overheidssteun gebouwde woningen, die eerder het stempel niet-DAEB gekregen hebben en dus door de corporatie uit het sociale segment gehaald kunnen worden, als die gelegenheid zieh voordoet. Bij "We vragen de woningcorporaties een maximale bijdrage aan de Woonvisie te leveren" (p 32), verzoeken we u ook met de corporaties het gesprek aan te gaan om te bekijken in hoeverre deze niet-DAEB maar wel met overheidssteun gebouwde woningen weer aan de sociale voorraad kunnen worden toegevoegd, als deze inmiddels boven de liberalisatiegrens worden verhuurd en anders behouden kunnen blijven in de sociale voorraad. Oat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, met als doe/ om met corporaties in gesprek te gaan of verdere uitbreiding/behoud van het sociale segment mogelijk is door de niet-OAEB woningen hiervoor in te zetten. Verduurzaming meer dan energie In hoofdstuk 6 (p 20), Verduurzamen bestaande voorraad; 'natuurlijk duurzaam', is de focus vooral
5
energie, met name als het gaat om de bestaande voorraad. De visie mist ambities als het gaat om vergroening van de woonmilieus en de leefomgeving en andere maatregelen op het terrein van klimaatadaptatie - relevant om mee te wegen in het beoogde verdichtingsprogramma, omdat dir rechtstreeks ten koste kan gaan van groen en omdat meer huishoudens per hectare ook extra groen rechtvaardigt. Dat vraagt om verdere detaillering van de Woonvisie, gericht op specificering van woonmilieus op het terrein van groen en klimaatadaptatie. De norm moet zijn om de hoevee/heid groen per inwoner tenminste gelijk te houden. Leefbaarheid in bestaande wijken We ondersteunen van harte dat wordt voorgesteld vol in te blijven zetten op behoud van de schaarse woningvoorraad, met maatregelen tegen verkamering en woningvorming (de ontwerp woonvisie spreekt hier bij vergissing over 'splitsen' (p 16)) en de opkoopbescherming. We benadrukken dat niet a Ileen schaarste, maar ook de leefbaarheid van wijken een argument kan zijn voor deze interventie. Macht in een bepaald gebied of bepaald segment er minder sprake zijn van schaarste, dan betekent dat niet dat genoemde maatregelen niet alsnog nodig kunnen zijn vanuit de leefbaarheid van de wijk. De nieuwe Huisvestingswet die 27 jun i door de TK is aangenomen biedt stra ks de mogelijkheid op basis van leefbaarheid deze maatregelen te continueren.
We pleiten ervoor dat de Woonvisie dit benoemt, om die mogelijkheid nadrukkelijk open te houden. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, en leefbaarheid expliciet te benoemen als aanleiding om te kunnen sturen in de samenstelling van de woningvoorraad. Er zijn buurten waar de leefbaarheid momenteel al fors is aangetast door verkamering; we zien met name in de particuliere huurmarkt verhuurders huurders siecht behandelen of onvoldoende verantwoordelijkheid nemen. lnvoering vaneen verhuurvergunning voor bepaalde categorieën woonruimte kan zeker toegevoegde waarde hebben; we pleiten voor een actievere benadering ten opzichte van dit instrument dan de woonvisie nu voorstaat. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, en gericht op onderzoek voor invoering van een verhuurvergunningenste/se/. De Woonvisie stelt dat "ontkameren" door de gemeente onmogelijk is (p 16). Dat vinden we een teleurstellend statement, te weinig perspectief bieden voor probleembuurten en ook feitelijk onjuist. Voor ontkameren mag dan een juridisch afdwingbaar instrument ontbreken, er zijn ook andere manieren om op ontkamering te sturen, bijvoorbeeld via een actieve gebiedsgerichte benadering van pandeigenaren, ondersteund door maximale flankerende inzet van andere instrumenten (Wet woonoverlast, verhuurvergunning, APV t.a.v.
fietsparkeeroverlast, etc.), het bieden van alternatieven en een actieve aankoopstrategie bij hotspots- mogelijk sa men met derden (vergelijk de ervaringen in Delft met de Vastgoedontwikkelingsmaatschappij Kromstraat). Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, gericht op ontwikke/en van een strategie om in prob/eembuurten de druk van bewoning door passanten te proberen te verminderen. De ontwerp visie heeft aan dater "Verspreid door de stad meerdere grotere studentencomplexen van DUWO zullen worden aangepakt, waarbij wordt gekeken naar vergroting van het aantal woningen en een betere sociale en fysieke verbinding met de wijk" (p 9). We pleiten er voor de leefbaarheid hier nadrukkelijk in mee te nemen, zoals een oplossing voor de fietsparkeerproblematiek en ook (bestaande) overlast: vergroting van het aantal studentenwoningen binnen een complex mag de leefbaarheid niet extra onder druk zetten, en moet bestaande problemen rond overlast oplossen en verder voorkomen. Dat vraagt om verduide/ijking in de Woonvisie, voor wat betreft de randvoorwaarden bij uitbreiding
6
bestaande studentencomplexen. Betrekken van omwonenden dient een van de randvoorwaarden te zijn. Meer in het algemeen vin den we dat de woonvisie ook gebiedsgerichte ambities mag bevatten op het terrein van de leefbaarheid. In HS, 'Een 'doorkijk' naar de wijken', missen we deze invalshoek nu: a Ileen bij de wijken Binnenstad en Wippolder wordt leefbaarheid kort genoemd. Leefbaarheid gaat daarbij enerzijds over overlast, maar ook om groen (zie hierboven onder verduurzaming) maar ook om de beschikbaarheid van bepaalde voorzieningen in de woonomgeving, z0als zorgvoorzieningen, winkels en recreatievoorzieningen. De thema's zorgvoorzieningen en groen werden niet voor niets vaak genoemd door bewoners tijdens de bewonersbijeenkomsten van 15 en 22 mei. Oat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie, gericht op specificering van de woonmilieus op het terrein van voorzieningen (o.a. zorg, detailhandel} en- al eerder genoemd - groen. Kwetsbare doelgroepen Het is belangrijk om ook bewoners in Delft te betrekken bij de regionale woonzorgvisie (p 17) die momenteel voor de regio Haaglanden wordt gemaakt; vanuit DOBB willen we hier graag over meedenken. Voor ons is belangrijk dat het wijkniveau hier nadrukkelijk in aan bod komt. Oat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie, over het proces van de totstandkoming van de regionale woonzorgvisie.
Afrondend De ontwerp Woonvisie is een document met een hoge ambitie, maar dat ook aanleiding geeft tot een aantal zorgpunten. Za ken die onvoldoende belieht worden en naciere detaillering of toelichting verdienen, keuzes die te stellig gemaakt worden en op onderdelen te weinig 'samen werken we aan de stad' uitstralen en teveel top-down de stad willen maken. We begrijpen dat er in het woonbeleid regionale afspraken zijn waar we als stad aan gehouden zijn, maar over het invullen van de ruimte die die afspraken biedt willen we graag va nuit de verschillende wijken een bijdrage leveren. Zodat het 'goed wonen' blijft in Delft.
Met vriendelijke groet,
Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties {DOBB), de samenwerkende Delftse bewonersbelangenorganisaties: (in alfabetische volgorde) M.E.J. Heesen Belangenvereniging Binnenstad Noord W. van Treuren Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft M. Venema Belangenvereniging Olofsbuurt-Westerkwartier Delft R.M. Stikkelman Belangenvereniging Dude en Nieuwe Delft E.F van Hunnik Belangenvereniging TU Noord J.J van der Veen Belangenvereniging Voorhof II West D. van Seters Belangenvereniging Zuidpoort Contactgegevens: Maartje Martens via tunoord@gmail.com en 0619961415
7
;,, Stedelink
• woonbron
Gezamenlijke reactie concept Woonvisie Vidames, Woonbran, Stedelink
v)omes •
• •
We zijn blij met de koers die met deze woonvisie wordt ingeslagen en de wijzigingen ten opzichte van de vorige woonvisie. Er is weer ambitie om voldoende betaalbare woningen te realiseren en de noodzaak van uitbreiding van sociale huur wordt weer gezien. We waarderen het dater een bodem gelegd wordt voor het aandeel reguliere sociale huurwoningen, er concreet gestuurd wordt op aantallen in studentenhuisvesting en het sterker sturen op pragrammeren van grandposities. De globale uitwerking per wijk geeft een eerste richting aan wat voor woningen in welke wijk erbij zouden moeten kamen. De Woonvisie blijft niet hangen in algemene ambities, er worden veel concrete voornemens geduid en instrumenten benoemd. Oat legt een goede basis om snel aan de slag te gaan met de uitvoering. Samengevat hebben we een aantal aanbevelingen, dat vooral neerkomt op een steviger sturingskader om betaalbare woningen oak echt, tijdig en duurzaam te realiseren. 1.
Geef helder aan wat het tekort is op basis van de vraag per deelsegment. Welke graei van de bevolking de gemeente wordt verwacht, geef scenario's die daarbij in beschouwing zijn genomen. En maak dan helder welke keuzes de gemeente maakt om die segmenten te bedienen.
2.
De coalitie-afspraak 'minimaal 1/3e van de woningvoorraad sociaal' is arbitrair. De inzet op 17000 sociale huurwoningen als eindsaldo -slechts 6% groei- is onvoldoende om de woningnood aan te pakken. We maken ans grate zorgen over de toenemende instraom bijzondere doelgraepen. Gewone woningzoekenden met lage inkomens kamen in de verdringing. De leefbaarheid staat onder grate druk, omdat we huurders die meer aandacht nodig hebben niet genoeg kunnen spreiden. Beperk de opgave niet tot wat corporaties (en/of de gemeente Delft zelf} nu financieel aankunnen. Laat de werkelijke opgave en ambitie zien. Als uitvoeringsprogramma's en/of (prestatie)afspraken laten zien dat we in de stad die ambitie niet kunnen halen kunnen we gezamenlijk inzetten op aanvullende middelen. Denk hierbij aan landelijke bijdragen die waarschijnlijk mogelijk worden vanuit het traject opgaven-middelen woningcorporaties.
3.
Geef - net als bij studentenwoningen - een concreet taakstellend ambitieniveau voor het bouwen van sociale huurwoningen.
4.
Tel alleen de woningen die corporaties toevoegen mee in de realisatie van de opgave sociaal in de woonvisie. Corporaties voorzien in veel sterkere mate in maatschappelijke opgaven (zoals huisvesten aandachtsgraepen) en za wordt voorkomen dat meegetelde nieuwe sociale huurwoningen na bijvoorbeeld 15 of 25 jaar weer uit de voorraad vallen. Dan zou immers het prableem slechts vooruitgeschoven worden.
5.
Met de huidige bouwvoornemens kunnen we in Delft maar net voldoen aan de genoemde ambitie om tot 17 .000 sociale huurwoningen te kamen in 2030. We weten dat altijd een deel van de plannen niet doorgaat. Ervaring leert dat ten minste 130% al wat zekerder plancapaciteit nodig is om 100% te realiseren. Er zal dus flink bijgestuurd moeten worden. Benut de kansen die uitstappende beleggers bieden om locaties alsnog sociaal te bebouwen.
6.
Geef nag steviger tekst en uitvoering aan de ambitie om wonen met een plus te realiseren om de dubbele vergrijzing op te vangen. Dit is cruciaal voor het efficiënter bundelen van zorg, voorkomen van vereenzaming en het creëert verhuisketens waarmee woningzoekenden geholpen kunnen worden. Oak realisatie van goed Wanen met een plus vraagt om stevig sturen in de pragrammering, omdat het vaak niet het hoogste rendement oplevert.
7.
Werk de richting per wijk uit in concrete ambities voor nieuwbouwlocaties zodat er een stevige bodem onder het stedelijk programmeren ligt.
8.
De wespentaille in de bevolkingsopbouw is in Delft een gegeven. De woonvisie lijkt toch nog op twee gedachten te hinken. Er wordt toch ruimte geboden voor gezinnen, ondanks dat de ruimte zeer schaars is. Wij pleiten ervoor om een heldere keuze te maken. Doe echt minder voor reguliere gezinnen die op zoek zijn naar een suburbaan woonmilieu. De omringende gemeenten kunnen dit veel beter invullen.
Hieronder gaan we wat uitgebreider in op onderdelen in de woonvisie, die wat ons betreft nog aandachtbehoeven.
Groei TU (pag 5 en voetnoot 2) De tekst in voetnoot 2 baart ons grate zorgen 2
Nieuwe studentenwoningen dragen bij aan landelijke ambities voor wat betreft percentage sociale huur en percentage gebouwd door woningcorporaties. alsmede voor het beoordelen van verschillende subsidieregelingen (o0.a. MIRT en WBl Hieruit volgend telt een studentenwoning mee als sociale huurwvoning
De gemeente wil studentenhuisvesting en sociale huur samentellen om de in de RRA opgedragen opgave voor betaalbare woningen huur in te vullen. Afgelopen jaren is hier ju ist helder onderscheid gemaakt, omdat studentenhuisvesting in een heel andere vraag voorziet en betekenis heeft voor de stad, dan reguliere sociale woningen. Vermenging zorgt voor troebele discussies en ambities. Het is de vraag wat een gezonde balans is in de stad. De TU-Delft zet in op een multi-campus strategie. De gemeente doet er ons inziens daarbij goed aan hiertoe niet alleen een ambitie, maar ook een helder kader aan te geven voor de omvang van de TU en van studentenhuisvesting in Delft zelf. Verken of het mogelijk is om afspraken te maken met de TU, die erop neerkomen dat de TU niet meer buitenlandse studenten aanneemt, dan waarvoor huisvesting gegarandeerd kan worden. Oat voorkomt problemen voor buitenlandse studenten die hier geen woonruimte kunnen vinden en misbruik hiervan door sommige verhuurders. Groei sociale voorraad We zijn blij dat de gemeente in deze woonvisie niet meer aanstuurt op afname van de sociale voorraad en een ondergrens van minimaal een derde deel van de woningvoorraad heeft benoemd. Maar we missen voldoende maatregelen om hier ook echt in te voorzien, waaronder een grotere plancapaciteit, vanwege uitval van projecten.
Mikken op bijsturen na 2030 is ons te laat, het is zeer de vraag of tegen die tijd daar middelen en politieke draagvlak voor zijn. Er staat op pagina 7 dat het niet realistisch is om corporaties te vragen de afname van particuliere gereguleerde woningen te compenseren. Ons inziens moet de woonvisie de ambitie helder stellen en niet direct beperken door de financiële ruimte bij corporaties of gemeente. Het is aan gemeente, corporaties, en zo nodig corporatiesector en Rijk om te zorgen voor voldoende middelen om in de o pg ave te voorzien. We hebben er op zieh begrip voor dat de gemeente geen lopende plannen wil gaan openbreken, om geen vertraging te veroorzaken. Maar een wat actievere houding is wenselijk. Bijvoorbeeld door aan te geven dat waar er ruimte lijkt te zijn om bij te sturen, daar op aangestuurd zal worden. Denk bijvoorbeeld aan beleggers die hun plan nen heroverwegen nu het perspectief op rendement is verminderd. Dergelijke signalen kan de gemeente oppikken om alsnog bij te sturen richting sociale woningbouw. De gemeente formuleert zowel in het coalitieakkoord als in deze woonvisie concreet hoeveel studentenwoningen gebouwd zouden moeten worden. Oat is mooi en geeft sturing aan het stedelijk programmeren. Voor sociale woningen is een veel voorzichtiger tekst opgenomen "we beseffen dat hiervoor (1750 woningen) bouwlocaties nodig zijn".
In de indicatieve cijfers op pagina 7 groeit de studentenhuisvesting met ruim 60%, de overige sociale huur met ruim 6%. De sociale voorraad daalt
naar 30%. Waarschijnlijk zal de sociale huisvestingsopgave alleen maar groter worden. De woningnood onder Jage inkomens neemt toe, en ook de druk van aandachtsgroepen op de sociale huur. We missen een visie op hoe de gemeente wil omgaan met het groeiende aantal vluchtelingen en uitstroom instellingen. Geopolitieke ontwikkelingen en klimaatverandering geven alle aanleiding om voor de komende jaren en misschien wel decennia een forse vluchtelingendruk te verwachten. Dit legt een te groat beslag op vrijkomende corporatiewoningen en sociale cohesie in complexen. Oat vraagt om visie hoe we dit in de stad op een verantwoorde wijze kunnen accommoderen en doortastende oplossingen. Als corporaties houden we aan dat 70% van het aanbod naar reguliere doelgroepen blijft gaan, oak in deelsegmenten. Zo houden zij enige slaagkans op een woning én maken we de druk op complexen en buurten niet nag veel groter dan die nu al is. De gemeente wil de verkoop van sociale huurwoningen beperken tot dat wat gecompenseerd kan worden. Een gezonde sociale voorraad in de stad vraagt om doelmatig voorraadbeleid. Daar past bij dat woningen verkocht worden die niet goed passen in de sociale huisvestingsopgave en bijbouwen van woningen waar nu tekort aan is.
Ga niet verkopen als zodanig belemmeren, maar geef richting aan de ontwikkeling van de sociale woningvoorraad, zowel voor de stad als geheel, als per wijk en buurt als onderdeel van een verder uitgewerkte ontwikkelingsrichting per wijk. Oat lijkt ans noodzakelijk als basis voor stedelijk programmeren. We waarderen de eerste aanzet daartoe in de woonvisie, en zien graag een verdere uitwerking.
Bijdrage particuliere investeerders aan sociale huur Het is mooi meegenomen als particuliere investeerders oak voorzien in betaalbare huisvesting voor Jage inkomens. Maar de vraag is in hoeverre het mogelijk is deze partijen echt voor de lange termijn te binden, en hen ook bij te laten dragen in het structureel en verantwoord huisvesten van aandachtsgroepen zoals statushouders en uitstroom instellingen. Als een deel van de sociale woningvoorraad niet gericht ingezet kan worden voor lastiger huisvestingsopgaven, vergroot dat de druk op de corporatiewoningen die hier wel voor inzetbaar zijn. Wat ans betreft rekent de gemeente niet met de particuliere voorraad voor de te realiseren sociale voorraad, maar zet zij tegelijkertijd wel in om wat mogelijk is te behouden voor de huisvesting van lagere inkomens. Onzelfstandig wonen, (pagina 6, 3° bullet) Deze passage lijkt nu te zeggen dat onzelfstandig wonen per definitie een probleem is. Elders is te lezen dat de gemeente onzelfstandige woonruimte voor studenten, jongeren en bijvoorbeeld alleenstaande statushouders wel een oplossing vindt voor een periode van bijvoorbeeld 5 jaar, mits die huisvesting op verantwoorde wijze in ingevuld. De tekst kan hier nog consistenter worden verwoord.
We missen hier een analyse of schatting welk deel van de geschatte 10.000 onzelfstandig wonenden problematisch zou zijn, en welk deel ju ist een goede oplossing biedt voor de behoefte hierin, verhuurd door bonafide verhuurders. Middenhuur De gemeente programmeert op pagina 10 20% middenhuur op locaties vanaf 300 woningen. Ook voor dit segment pleiten we voor een heldere visie voor welke groepen die middenhuur is bedoeld, en wanneer middenhuur wel en niet de samenstelling van buurten kan versterken, als basis voor het stedelijk programmeren. We denken graag mee om daarin te voorzien. We willen er daarbij op wijzen dat middenhuur soms een noodgedwongen oplossing is voor betreffende bewoners. De meeste huishoudens met middeninkomens willen liever kopen. Stuur als gemeente daarom oak op het realiseren van duurzame sociale koop, waarmee de werkelijke vraag vanuit middengroepen beter kan worden voorzien. Overigens stelt de woonvisie dat corporaties 5/6 sociaal bouwen en 1/6 middenhuur. Dit stuurt te sterk op de concrete bouwprogramma's. Het gaat om de voorraadontwikkeling, niet om de individuele bouwprogramma's. De aantallen middenhuur kunnen de corporaties immers ook in de bestaande voorraad realiseren door liberalisaties. Dit kan beter passen in wat in een buurt wenselijk is of wat financieel mogelijk is.
Laat derhalve ruimte voor de corporaties om de aantallen op de best passende manier te behalen, niet door eenduidig vast te leggen dat het via nieuwbouw moet.
Koopwoningen De woonvisie geeft veel aandacht aan de sociale huur en middenhuur. Zoals onder het kopje middenhuur al genoemd is dat niet altijd de meest wenselijke oplossing. Voorde doorstroming vanuit de corporatievoorraad is het zeer wenselijk dater voldoende aanbod is van voldoende betaalbare koopwoningen. De dynamiek van de woningmarkt is gebaat bij zoveel mogelijk aansluiting van, en doorstroming tussen de verschillende segmenten koop en huur. Oat helpt ook de beschikbaarheid in het sociale huursegment. Als corporaties dragen we hier slechts in beperkte mate aan bij door verkopen van corporatiewoningen al of niet via verkoop onder voorwaarden (VoV), zoals Koopgarant. De grote groei van het betaalbare koopsegment moet door private partijen gerealiseerd worden. We pleiten ervoor dat hieraan in de woonvisie meer aandacht wordt gegeven. Wonen zonder zorgen Het realiseren van Wonen met zorg vraagt stevige sturing op het program meren hiervan, inclusief de organisatie van zorg. Gezien de oplopende zorgdruk door de dubbele vergrijzing zal dit over een andere boeg moeten, waarvoor nu nog wettelijke beperkingen gelden. Zet de Blijverslening gericht in bij die woningen, waar niet op doorstroming gemikt wordt. Lege woningen (pagina 6, blauwe blok) Er is sprake van een zeer groot aantal lege woningen geven de cijfers aan. Daar wordt weinig aandacht aan besteed.
Het lijkt ons logisch om hier onderzoek naar te doen en zo nodig met behulp van de leegstandswet te zergen dat deze woonruimte benut wordt. Diverse kleine opmerkingen Pagina 15 5e bullet: Sinds de wettelijke aanpassingen betreffende tijdelijke verhuur kunnen tijdelijke contracten alleen nog door de woningcorporaties worden gedaan voor deze 5 doelgroepen Pagina 19; Housing First is een beschermde naam. Dit gaat, waarschijnlijk meer algemeen over het voorkomen van dakloosheid. Benoem dit als 'ledereen onder dak'. Pagina 19; convenant bemoeizorg is getekend door alle deelnemers die nu bekend zijn. Nieuwe partijen kunnen altijd toegevoegd worden. Oat de gemeente niet overal aangehaakt is, lijkt niet echt een tekst voor een woonvisie. Pagina 20: hier vraagt de woonvisie aan iedereen om bij te dragen aan een natuurlijk duurzame stad. Onduidelijk blijft wat hier gevraagd wordt. Een verduidelijking of uitwerking is hier wenselijk.
lnspraakreacties op Goed wonen in Delft, Woonvisie 2023 - 2028 per e- mail: lnspraakreactie TU Delft (24-08-2023 en 31-08-2-23): Vanmorgen in het vijftaloverleg tussen gemeente en TU Delft hebben we kort stil gestaan bij de Woonvisie. Deze hebben wij doorgenomen en kamen tot een aantal vragen/opmerkingen: Kunnen jullie een toelichting geven op de term 'grootschalig gemengde woningbouw' als voorkeur voor op het terrein van de campus? Wat verstaat de gemeente hier precies over? Uit de matrix op bladzijde 31 blijkt dat de gemeente een focus op de doelgroep intramuraal wonen voor ouderen op de campus voor zieh ziet. Wij begrijpen niet waar dit vandaan kamt en kunnen ons hierin ook niet vinden. Klopt dit wel? Zo ja, kunnen jullie dit toelichten? Er zit een groat verschil tussen de ambitie voor het toevoegen van 3500 eenheden tot aan 2030 en de planvoorraad {hard en zacht) van 2300 tot aan 2031. We vragen ons af hoe realistisch dit is en hoe de gemeente omgaat met het monitoren van deze ambitie en het tijdig bijsturen. Het betreft een aanvulling op het eerste punt in onze reactie: Het toevoegen van grootschalige bouwvolumes op het terrein van de campus brengt een aanzienlijke opgave met bijbehorende kosten random infrastructuur met zieh mee (boven- en ondergronds).
Hoe kijkt de gemeente aan tegen deze bijbehorende opgave en de financiële middelen die hiervoor benodigd zijn? Graag deze aanvulling nog meenemen in de inspraaknota.
lnspraakreactie Stichting Perspektief (31-08-2023): We hebben kennis genomen van de inspraakversie van de woonvisie. Namens Perspektief kan ik mede delen dat we enthousiast zijn over de ingeslagen route en begrip hebben voor de keuzes die gemaakt moeten worden. Niet alles kan tenslotte tegelijkertijd.
lnspraakreactie GGD Haaglanden (30-08-2023): We hebben het stuk bekeken en we hebben geen aanvullingen. We worden graag betrokken bij de verdere uitwerking als het gaat om gezondheidsgerelateerde zaken: Binnenmilieu: load in drinkwater, koolmonoxide, vocht en schimmel Leefomgeving buiten: inrichting van de buitenruimte die uitnodigt tot bewegen (wandelen, fietsen, speien), elkaar ontmoeten, ontspannen, een goede milieukwaliteit (lucht, geluid), klimaatbestendigheid (zoals meer groen voor tegengaan hitte- en wateroverlast) en een goede toegang tot voorzieningen.