CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Woonvisie 2023-2028 inspraak

Raadsvergadering 7 december 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Goed Wonen in Delft, Woonvisie 2023-2028 (nr. 2341552).31.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

INSPRAAK Goed wonen in Delft, Woonvisie 2023 -2028 lnhoud: -

Nota van inspraak

-

lnspraakreacties: - Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft - Stichling Buurt- en Speeltuinwerk Geerweg - Stichting Buurt- en Speeltuinwerk Geerweg (bijlage) - Reactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold - Bedrijvenkring Schieoevers - Huurdersraad Vidomes - Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties - Vidomes, Woonbron, Stedelink (gezamenlijk)

-

Overzicht van per e- mail ontvangen reacties

Doorkiesnummers: 06-53933997

Aan

het college van burgemeester en wethouders Afschrift aan

Directieteam (DT)

Nota Datum

Onderwerp

01-09-2023

inspraakreacties Goed wonen in Delft, Woonvisie Delft 2023 - 2028

Ons kenmerk Opsteller

N. de Leeuw Bijlage

1. lnleiding Op 27 juni 2023 stelde het college de 'inspraakversie' van Goed wonen in Delft, Woonvisie 2023 - 2028 (Woonvisie 2023 - 2028) vast. In de afgelopen periode zijn door de Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft, de Huurdersraad Vidames, Stichting Buurt- en Speeltuinwerk Geerweg, de Bedrijvenkring Schieoevers, het Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties, de woningcorporaties Vidames, Woonbron, Stedelink, GGD Haaglanden, de TU Delft, Stichting Perspektief en mevrouw Hulshof samen met de heren Brouwer en Arnold reacties gegeven op de 'inspraakversie' van de Woonvisie 2023 -2028. In het verlengde hiervan is de Nota van inspraak Goed wonen in Delft, Woonvisie 2023 - 2028 opgesteld. In de nota wordt per advies of reactie de zienswijze van het college en de conclusie weergegeven. In de conclusie is opgenomen of op basis van de reactie wijzigingen in de woonvisie zijn opgenomen.

ii = overgenomen en aangepast in woonvisie iii = wordt meegenomen bij uitvoering 2. lnspraakreacties naar aanleiding van ter-inzage-legging (inspraakreacties zijn op volgorde van ontvangst in het vers/ag opgenomen) 2.1.1 lnspraakreactie van Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft: de woonvisie is mede tot stand gekomen door tijdens de twee samen met de Delftse organisaties voor bewoners belangen (DOBB) georganiseerde stadsgesprekken naar de inbreng van Delftenaren te luisteren. De luisterende houding van het college richting de bewoners wordt gewaardeerd. Men ziet uit naar de wijktafel in Tanthof om de plannen uit de woonvisie voor de wijk samen met het college en de wijkbewoners

voor te bereiden en in de uitvoeringsfase met elkaar op te trekken in het Woonplatform. 2.1.2 Zienswijze college: zoals opgenomen in de woonvisie en de uitvoeringsagenda zal een stedelijk woonplatform worden opgericht en ijkgerichte gesprekken word "

2.2.1 Inspraakreactie van Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft: de bewonersvereniging geeft een aantal overdenkingen, verwachtingen, vragen en wensen mee bij de in de woonvisie beschreven (forse) nieuwbouwopgave in Tanthof. Daarnaast wordt het vraagstuk van de verdeling naar woningtypes, de kwaliteit van de woningen en de woningbehoefte aangekaart. De woonvisie kan op onderdelen scherper en daarmee krachtiger worden geformuleerd om op termijn onaangename verrassingen tijdens de realisatie van ele plannen te voorkomen. 2.2.2 Zienswijze college: de woonvisie gaat over stedelijk beleid gaat met een doorkijk naar de wijken. Keuzes op wijkniveau worden daadwerkelijk gemaakt binnen de kaders van het woonbeleid en de wijken gebiedsontwikkeling. Vanuit de wijkgesprekken kan hieraan een biidraae worden aeleverd.

2.3.1 Inspraakreactie van Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft: de bewonersvereniging is eerder geïnformeerd over de plannen om ongeveer 750 woningen in het kader van het ontwikkelingsplan Schieoevers-Noord (Campus) te realiseren tussen de Tanthofdreef en de Motorenweg. Op de tekening in de woonvisie staat dat het om 950 woningen zou gaan. Betreft dit ook woningen, die niet in Tanthof, maar in het aangrenzende gebied in Voorhof of over het spoor gerealiseerd gaan worden? 2.3.2 Zienswijze college: aangegeven kan worden dat het voor het hele gebied gaat om zo'n 950 woningen, waarvan aan de zijde van Tanthof zo'n 750 wonin en zullen worden erealiseerd. Zie ook 2.2.2 .3.3 Conclusie:de gezienalsverc uideliji

reactiewordt

een

2.4.1 Inspraakreactie van Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft: de bewonersvereniging vraagt voor wat betreft de ongeveer 750 te realiseren woningen nabij de Motorenweg nu reeds aan te geven voor welke doelgroepen deze ongeveer 750 woningen bestemd zullen en per woningtype duidelijke eisen te stellen aan de woninggrootte en woonkwaliteit. De bewonersvereniging verwacht ook van het college dat er op korte termijn wordt onderzocht of wonen op Korte afstand naast en boven een drukke verbindingsweg qua gezondheid op verantwoorde wijze mogelijk is. De bewonersvereniging wijst het college er daarnaast op dat er bij bebouwing nabij de Motorenweg rekening gehouden dient te worden met de bestaande ecologische zone tussen de Kruithuisweg en de Motorenweg. Als bij de realisatie van woningen en bedrijven in dit gebied een kans tot kwaliteitsverbetering van de groene ruimte ontstaat, 2/29

zou de BHTD dit toejuichen. Het realiseren van 950 woningen zal ook gepaard moeten gaan met een veilige infrastructurele inpassing en het aanpassen van het voorzieningenaanbod in de wijk op de flinke toename van het aantal bewoners. De BHTD vraagt het College op korte termijn haar visie op een veilige infrastructurele inpassing en een op de behoefte aangepast voorzieningenniveau met de bewoners van Tanthof te delen. Het huidige voorzieningenaanbod (zeals het wijkwinkelcentrum 'De Dashof' te versterken. 2.4.2 Zienswijze college: afwegingen worden binnen de bewuste gebiedsontwikkeling gemaakt op basis van wettelijk kader, lokaal beleid en de uitgangspunten voor goede groei van de stad. Het college ziet bij concrete planvorming en de afwegingen hierbij graag dat 'belanghebbenden' meedoen (de stad maken we met elkaar) om uiteindelijk tot het beste plan te komen. Zie ook 2.2.2

2.5.1 lnspraakreactie van Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft: het realiseren van seniorenwoningen met gedeelde voorzieningen (moestuin, ontmoetingsruimte, logeerruimte, hobby- en/of beweegruimte) lijkt te passen bij het heersende beeld in Tanthof, dat senioren er zouden willen blijven wonen, als er voldoende voorzieningen zijn die passen bij de levensfase. De bewonersvereniging wil graag vernemen of het college het pleidooi van de bewonersvereniging ondersteunt voor een culturele ontmoetingsruimte met bibliotheekfiliaal. Men vraagt ook naar de woonwensen tussen nu en tien jaar van de 3000 bewoners van 65 jaar en ouder in Tanthof, zodat daar bij de uitwerking van de woonvisie op geanticipeerd kan worden. Ook verzoekt men aan te geven op welke wijze senioren te verleiden hun te grote eengezinswoningen te verruilen voor een woning voor senioren en senioren van 80 jaar en ouder desgewenst bij het verhuizen te ontzoraen. 2.5.2 Zienswijze college: de reactie met betrekking tot een culturele ontmoetingsruimte met bibliotheekfiliaal.wordt doorgespeeld naar de verantwoordelijk adviseur binnen de afdeling Samenleving Advies van de gemeente.

Verder zal het advies om de woonwensen van ouderen in Tanthof tussen nu en 10 jaar te onderzoeken niet worden overgenomen, maar om woonwensen in beeld te brengen en gebruik te maken van het reeds beschikbare materiaal, zeals ook de woningmarktverkenning die door het onderzoeks- en adviesbureau RIGO is gedaan ten behoeve van de woonvisie en de kennis vanuit langer en weer thuis. Bij het maken van afwegingen voor specifieke initiatieven of projecten zullen de woonwensen een belangrijke rol speien. Voor wat betreft het verleiden en begeleiden van senioren die hun te grote eengezinswoningen willen verruilen voor een woning voor senioren zal het initiatief seniorenmakelaar worden uitgebreid, zeals opgenomen in de woonvisie. Het advies van de bewonersvereniaina zal hierbii worden mee

3/29

EE#een Ee#TEE LE EAT 2.6.1 Inspraakreactie van Bewonersvereniging Heel Tanthof Delft: geconstateerd wordt ten aanzien van de in april 2022 gehouden 'infomarkt wonen voor senioren in Tanthof', dater geen vervolg is gekomen in de vorm van zichtbare acties of correspondentie met de doelgroep. Voorts hebben afgelopen jaren meerdere interessante onderzoeken met betrekking tot wonen en voorzieningen in Tanthof plaatsgevonden, waarbij de gemeente Delft de Technische Universiteit of een hogeschool heeft ingeschakeld. De onderzoeksresultaten hebben niet tot zichtbare acties geleid. Verzocht wordt om de resultaten van onderzoeken gedurende de afgelopen vijf jaar te betrekken bij de wijkversterking. Hierbij wordt nadrukkelijk gedoeld op de opbrengsten van de zes wiikbiieenkomsten in 2019. 2.6.2 Zienswijze college: de resultaten van de infomarkt, de onderzoeken en de wijkbijeenkomsten worden betrokken bij de wijkqesprekken en wiikontwikkelinasinitiatieven.

2.7.1 lnspraakreactie van Stichting Buurt- en Speelltuinwerk Geerweg, werkgroep (in oprichting) 'voor een zorgvuldig en sociaal woningbeheer': bescherm de nu nog betaalbare 'goede en betaalbare' stadsvernieuwingswoningen. Spreek uit dat ingezet wordt op het behoud van deze betaalbare voorraad. Ga het gesprek aan met Stedelink. Betrek Stichting Buurt- en Speeltuinwerk Geerweg bij het overlea. 2.7.2 Zienswijze college: de ambitie is om in 2040 een sociale woningvoorraad te hebben van minimaal 1/3 van de totale voorraad (exclusief studentenhuisvesting) en niet onder deze grens te komen. Per gebied en wijk wordt gestuurd op een goede balans tussen huur- en koopwoningen. Met de corporaties wordt een streefvoorraad sociale en middeldure huur benoemd die langjarig beschikbaar is. voor de doelgroepen voor wie de woningen gebouwd zijn. In het verlengde van de vastgestelde woonvisie zullen in samenspraak met de wijkorganisaties wijkgerichte gesprekken worden georganiseerd. De matrix 'focus per wijk' op pagina 35 van de woonvisie zal worden gebruikt om samen met de wijken en buurten te bepalen waar accenten moeten worden gelegd. Stichting Buurt- en Speeltuinwerk Geerweg uitnodigen voor de wijkqesprekken.

2.8.1 lnspraakreactie van Stichting Buurt- en Speelltuinwerk Geerweg, werkgroep (in oprichting) 'voor een zorgvuldig en sociaal woningbeheer': ontwikkel huurbeleid voor geliberaliseerde en nog te liberaliseren sociale huurwoningen. Spreek uit zieh in te zetten voor het behoud van deze betaalbare voorraad. Gevraagd wordt om in de Woonvisie meer aandacht te geven aan het differentiêren van, en sturen 4/29

op, huren boven de sociale huurgrens. Zowel voor nieuwe toevoegingen, als voor al geliberaliseerde en te liberaliseren sociale huurwoningen. stuur op middenhuur en met name ook op de laae middenhuur. 2.8.2 Zienswijze college: er zal meer gestuurd worden op de langjarige betaalbaarheid van nieuwbouw voor eerste en volgende bewoners. Eén van de instrumenten hiervoor is de doelgroepenverordening, in combinatie met het sturen op de realisatie van specifieke woningtypen via het bestemmingsplan. Sturing via nieuwe bestemmingsplannen is dan mogelijk op sociale huur, middenhuur (laag en hoog), sociale koop en (collectief) particulier opdrachtgeverschap. De prestatieafspraken met de corporaties en de huurdersorganisaties laten ruimte om afspraken te maken over de na te streven woninavoorraad en de accenten per wiik.

2.9.1 lnspraakreactie van Stichting Buurt- en Speeltuinwerk Geerweg, werkgroep (in oprichting) 'voor een zorgvuldig en sociaal woningbeheer': woningzoekenden moeten een geschikte woning kunnen kiezen in een buurt waar ze echt willen wonen en willen blijven wonen! Dat is ook voorwaarde voor het ontwikkelen van een gevoel van betrokkenheid bij en verantwoordeliikheid voor de buurt. 2.9.2 Zienswijze college: woningzoekenden zouden in principe moeten kunnen kiezen voor een woning in een buurt waar ze echt willen wonen. Zoals in de woonvisie is aangegeven zijn er voor wat betreft de uitvoering van de woonvisie verschillen tussen 'willen' en 'kunnen'. Niet alles kan. In alle woninaseamenten ziin tekorten.

2.10.1 lnspraakreactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold: de gemeente kan, binnen de kaders van de huidige woonvisie, de grote bouwopgave en gewenste snelheid van de nieuwbouw, ambitieuzer én concreter zijn in het ondersteunen van collectieve woonvormen. 2.10.2 Zienswijze college: in het verlengde van de opmerking dat de gemeente ambitieuzer en concreter kan zijn in het ondersteunen van collectieve woonvormen kan door het college worden aangegeven dat daar waar zieh kansen voordoen voor collectiviteit, zeker waar dit juist versnellend kan werken, dit zal worden opgepakt. In de uitvoeringsagenda bij de woonvisie is opgenomen dat een gemeentelijk aanspreekpunt voor initiatiefnemers van collectieve woonvormen zal worden inaericht.

uitvoerin 2.11.1 lnspraakreactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold: gebruik wooncollectieven actief in het verbeteren van de woonkwaliteit van de woning en de omgeving. 2.11.2 Zienswijze college: de gemeente staat positief tegenover bewonerscollectieven en inintiatieven om in gezamenlijkheid willen 5/29

inspannen om het wonen en de woonomgeving te verbeteren. Bij de wijkgesprekken die in het verlengde van de woonvisie zullen worden eoraaniseerd iuist ook de wooncollectieven uitnodiaen.

2.12.1 lnspraakreactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold: werk het idee verder uit om kleinere eenheden te mogen bouwen, bij het realiseren van collectieve voorzieningen. Collectiviteit biedt hier enkel kansen als het gepaard gaat met meer bewonerszeggenschap. Zorg dat deze zeggenschap geborgd wordt door voorwaarden te stellen aan het bouwen van kleinere eenheden. Oat betekent dat initiatiefnemende bewoners reeds betrokken moeten zijn in het ontwerpproces. 2.12.2 Zienswijze college: daar waar mogelijk wordt aangestuurd op het betrekken van toekomstiae bewoners bij het ontwer

2.13.1 lnspraakreactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold: sluit je als gemeente aan bij het Centrum voor groepswonen in Den Haag. Dit initiatief van de Gemeente Den Haag adviseert en bemiddelt bij het tot stand kamen van collectieve woonvormen. Het helpt zowel particulieren, groepen en gemeenten. Zij breiden hun werkzaamheden op het ogenblik al uit buiten de stad Den Haag. Delft zou daarbij kunnen aansluiten en gebruik kunnen maken van die faciliteiten. 2.13.2 Zienswijze college: het belang van een gemeentelijk aanspreekpunt voor initiatiefnemers van collectieve woonvormen wordt onderkend.

2.14.1 lnspraakreactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold: een kansrijk model voor collectief wonen is de beheercoöperatie. Hierbij is de woningbouwcorporatie initiatiefnemer in de ontwikkeling van woningen die uiteindelijk in grate mate beheerd worden door de bewoners zelf. 2.14.2 Zienswijze college: de wet laatruimte voor de beheercoöperatie,

ae ten gt@er er grg9%?Si a

wones

betrekking met beheercoopera de tot gde Be nge""??9",,,,, w t ;ig ul 5

jig9

2.15.1 lnspraakreactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold: collectieve woonvormen kunnen specifiek voor bepaalde doelgroepen worden gebouwd, in verschillende prijscategorieên. Ook in de categorie sociale woningbouw en in de vrije sector zowel in huur als koopformules. Bekend is dat van de huurders van sociale huurwoningen 20% een vorm van collectiviteit wenst. Transformatie em verduurzamen 6/29

1

van de bestaande voorraad biedt kansen voor uitbreiding van de woningvoorraad en daarbij het realiseren van collectieve voorzieningen. 2.15.2 Zienswijze college: onderschreven wordt dat collectieve woonvormen oak geschikt kunnen zijn voor specifieke doelgroepen. Het college wil dit meenemen bij de gesprekken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties.

<2%w .

'

2.16.1 lnspraakreactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold: gebruik de goede ervaringen uit Nieuw Delft. Juist bij een teruglopende markt bleek collectief particulier opdrachtgeverschap sneller dan de markt. Gezien de nu optredende vertraging in de bouwplannen vanwege o.a. de stijgende rente, die gedurende de hele looptijd van deze woonvisie zal voortduren, is wellicht het openbreken van bestaande overeenkomsten/ harde plannen een goede keuze om passender en sneller te kunnen bouwen. 2.16.2 Zienswijze college: het advies om collectief particulier opdrachtgeverschap in te zetten als middel tegen de vertraging van bouwplannen zal worden meegenomen als suggestie bij het maken van afwegingen waar het gaat om het versnellen van de woningbouw.

uiv6er

2.17.1 Inspraakreactie van mevrouw Hulshof en de heren Brouwer en Arnold: experimenteer met andere woonvormen. Sams lijkt vernieuwing vertragend. De redenering 'snelheid gaat voor vernieuwing' klinkt redelijk, maar voorkomt verandering. Beter is het daarom binnen de versnelling te zoeken naar experimenteerruimte. De gemeente zou bijvoorbeeld kunnen vaststellen voor 0,5 of 1% van de totale nieuwbouwopgave experimentele of andere woonvormen te ondersteunen. 2.17 .2 Zienswijze college: daar waar het gaat om het geven van ruimte aan experiment zieh niet te binden aan percentages, maar binnen de wijk- en gebiedsontwikkeling wel te blijven zoeken naar ruimte voor experimenten en realistische en op het oog haalbare plannen van initiatiefnemers hiervoor in eerste instantie leidend te laten zijn. dzal r••• e worden eactiem e eaenomen ~~ Conclusie: 2.17.3

b ii

•

•

··- ·

de

uitvoerin

•

2.18.1 lnspraakreactie van Bedrijvenkring Schieoevers: hou in de toekomst rekening met vakantieperiodes van burgers en bedrijven om hen beter in de gelegenheid te stellen om op plannen te reageren. Dit oak vanwege het belang van een goede woonvisie voor de ontwikkeling van Delft. Een aantrekkelijk woonaanbod is immers voor de bedrijven in Delft van groat belang, zeker oak voor de bedrijven op Schieoevers waar relatief veel praktisch geschoolden werken. Juist deze doelgroep zoekt vaak een woning in de directe omgeving van het werk. De ambitie om het woonaanbod in Delft te vergroten wordt onderschreven. Waak wel voor een goede balans. Met de nu voorliggende woonvisie worden deze 7/29

zergen vergroot. De Woonvisie 2023-2028 gaat immers niet uit van de al hoge ambitie voor toevoeging van 15.000 maar van de toevoeging van 17.000 woninaen. 2.18.2 Zienswijze college: het belang van een goede woonvisie en de betrokkenheid van burgers en bedrijven hierbij wordt onderschreven evenals het waken voor een goede balans. De ter-inzage-legging vond weliswaar plaats in de vakantieperiode, maar werd er mede daarom gekozen voor de maximale termijn. Daarnaast stond die inspraak niet op zichzelf, maar werden gedurende het preces van voorbereiding van de woonvisie verscheidene stadsgesprekken en bijeenkomsten met professionele partners georganiseerd. Een uitvraag via social media leverde nog eens meer dan 500 reacties op. Een uitgebalanceerde woonvoorraad en 15.000 extra woningen in de periode 2018- 2040 is voor het college het uitgangspunt. 17.000 woningen is de planvoorraad. Bufferruimte is nodig in verband met planuitval. We blijven rondom de uitvoering van de woonvisie in gesprek met alle belanghebbenden

uste:-degemente birnaom.. de uitorinevan de ....

--'--'

.,-,. -,.~--~~

-

2.19.1 lnspraakreactie van Bedrijvenkring Schieoevers: zorg in elk deel van de stad voor een goede balans. Actualiseer de woonvisie niet uitsluitend vanuit het perspectief van de woningmarkt. Geconstateerd dat de woningnood zieh voordoet in alle segmenten. De vraag is dan welke doelgroepen prioriteit krijgen en in welke behoeften bij voorkeur wordt voorzien. Uit de planvoorraad per segment blijkt dat vooral wordt ingezet op de toevoeging van sociale huur- en studentenwoningen. Voor een betere balans is juist ook de toevoeging van (middel)dure huur- en (betaalbare) koopwoningen gewenst. Positief is om voor wat betreft 'betaalbaar wonen' te streven naar meer evenwicht in de regio. Bij de verdere uitwerking van de woonvisie moet duidelijk worden gemaakt waarom in de planvoorraad wordt gekozen voor het versterken van de huidiae disbalans in de Delftse woninavoorraad. 2.19.2 Zienswijze college: de woonvisie zegt vooral iets over de woonvoorraad op stadsniveau en de verschuiving naar meer betaalbare woningen. Een 'hard' gegeven hierbij is een sociale woningvoorraad van tenminste één derde deel van de totale voorraad en de toevoeging van 3.500 studentenwoningen. In regionaal verband is in rnaart 2023 afgesproken dat 67% van de te realiseren woningen tot de betaalbare voorraad moet horen (sociaal, middendure huur, goedkope koop en studentenhuisvesting).

De helft van deze woningen door corporaties te realiseren. Voor verdere verdeling van segmenten gaat het vooral om per gebied in samenspraak met belanghebbenden te zorgen voor een evenwichtig aanbod en een juiste balans van bewonersgroepen en plannen die hierbij aansluiten. De planvoorraad bestaat uit harde en zachte plannen waarmee ingespeeld kan worden op ele lokale woonvraag. De planvoorraad als zodanig is niet leidend voor de wijk- en gebiedsontwikkeling, Gezien de woonvraag zullen nieuwe woningen wel altijd in stedelijke dichtheden worden gebouwd. de bij wijk- e

.19.3conctusie: reactie meegenomen de wordt

8/29

2.20.1 lnspraakreactie van Bedrijvenkring Schieoevers: plaats de ontwikkeling van de Delftse woningvoorraad in de woonvisie nadrukkelijk in regionaal perspectief. Wat betekenen (nieuwe) segmenteringskeuzes voor de positie van Delft in de regio? Dit ook in relatie tot de bedrijvigheid die Delft graag aan zieh bindt - nu en in de toekomst. Meer diversiteit in het woninqaanbod is daarom aewenst. 2.20.2 Zienswijze college: de gedachte dat diversiteit is gewenst en ook de regio hierbij een rol kan speien onderschrijven. Delft is en wil ook onderdeel zijn van een regionale woningmarkt. Delft vooral wil voorzien in woningen die passen binnen stedelijk woonmilieus. Vanuit de regio kan worden voorzien in wonen binnen meer rustige suburbane milieus, niet alleen duur, maar ook in het sociale en middeldure segment. Daartoe werken we ook samen met de regio aan voldoende woningen en in het bijzonder voldoende betaalbare woningen voor huishoudens met een laag en middeninkomen. Rijk en provincie sturen ook aan op deze samenwerking. Bij de huisvesting van huishoudens met een laag inkomen is een betere spreiding van het betaalbare segment over de regio het uitgangspunt. Dit is al in afspraken vormgegeven (2021, 2023). De woonvisie sluit hierop aan.

bijde afstemming met 2.21.1 lnspraakreactie van Bedrijvenkring Schieoevers: voor wat betreft de kwantiteit van de woningen wordt volgens de Woonvisie 20232028 gekoerst op de toevoeging van 8.500 woningen op Schieoevers in de periode tot 2040. Het aantal ligt het voorkeursscenario zeals dit in het MER Schieoevers-Noord is omschreven. De Woonvisie 2023-2028 (impliciet) kiest voor een minder ambitieuze menging op Schieoevers Noord dan het Ontwikkelplan Schieoevers Noord (2019) en de Omgevingsvisie Delft (2021 ). Met het woningbouwprogramma dient ook te worden aangesloten bij het Ontwikkelplan Schieoevers. Verder gaat de woonvisie gaat uit van de realisatie van circa 4.000 woningen in de periode 2031-2040. Om deze ambitie te realiseren, zal na 2030 zo snel als mogelijk moeten worden overgegaan tot transformatie van de overige delen van het Schieoevers Noord. Dit staat op gespannen voet met het uitgangspunt dat bestaande bedrijven worden gekoesterd, zeals ender meer verwoord in het Ontwikkelplan Schieoevers Noord. 2.21.2 Zienswijze college: in de woonvisie wordt uitgegaan van plancapaciteit en zijn in de woonvisie ook wensbeelden opgenomen. Voor de daadwerkelijke realisatie van de plannen zijn visies per gebied en het juridisch kader altijd leidend. De planvoorraadkaart in de woonvisie zal noa worden aanaepast. Zie 3.17.3

2.22.1 lnspraakreactie van Bedrijvenkring Schieoevers: de periode om reacties op de Woonvisie 2023-2028 te verzamelen was ongelukkig gekozen en kort. De visie is slechts op hoofdlijnen bestudeert en niet met de achterban besproken. Graag het ruimte om later met aanvullende reacties te kunnen kernen of overleg te kunnen hebben met bij de 9/29

woonvisie betrokken ambtenaren. De BKS wordt graag ook betrokken bij de verdere planvorming omtrent de Woonvisie 2023-2028, zeker ook vanwege de mogelijk grote impact van deze visie op de ontwikkeling van het aebied Schieoevers. 2.22.2 Zienswijze college: de inspraakprocedure is een laatste stap richting besluitvorming over de Woonvisie 2023 - 2028. De inspraakprocedure is voor het college een laatste mogelijkheid de stad te horen. Eerder vonden stadsgesprekkn en gesprekken met de professionele partners plaats. De huidige woonvisie loopt dit jaar af en het ligt in de bedoeling de gemeenteraad nog voor het einde van het jaar een besluit te laten nemen over de Woonvisie 2023 - 2028. Net zoals het college kent de gemeenteraad ook mogelijkheden om inwoners of organisaties uit de stad middels inspraak hierover te horen. In het verlengde van de woonvisie zullen in het kader van de uitwerking wijkgerichte gesprekken worden georganiseerd. De BKS zal worden uitaenodiad.

orde 3. Reacties van partijen en organisaties die betrokken waren bij de voorbereiding van de woonvisie (reactíes zijn op volgorde van ontvangst in het verslag opgenomen) 3.1.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: de Huurdersraad Vidomes ziet 'woning delen', gezien de woningnood, als een noodzaak. Het is slechts een oplossing is voor huishoudens die dat zelf wensen en het delen van woningen niet ervaren als ongewenste 'wachtkamer'. Een wachtkamer die ervaren wordt als een pauze in het realiseren van levenskeuzes als samenwonen en kinderen kriiaen. 3.1.2 Zienswijze college: woningdelen wordt niet ingezet als 'wachtkamer', maar veel meer als instrument voor mensen die hiervoor kiezen vanuit bijvoorbeeld het oogpunt betaalbaarheid of de wens om met anderen samen te delen. Daarnaast kan woningdelen in een goed functionerende woningmarkt gezien worden als een volwaardige trede van de woninamarkt.

:de4.51 reacie geeft aanleiding om oner g OHlU? •. van nd «

-!

II!

M A .„ ;

3.2.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: de adequate huisvesting voor studenten, de uitbreiding van woningen voor hen en het lobbyen voor aanbod voor studenten in nabiie aemeenten wordt toeaeiuicht. 3.2.2. Zienswijze college: studentenwoningen worden gerealiseerd op en rond de campus, in kleine aantallen elders in de stad en in de regio.

uifvoeriro vande >

3.3.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: de Huurdersraad Vidomes pleit voor veel meer ontmoetingsruimten (binnen en buiten) voor ouderen en andere leeftijdsgroepen. Het inzetten van collectieve ruimte voor 10/29

stadstuinieren past bij een inrichting van openbare ruimte gericht op ontmoeten. 3.3.2 Zienswijze college: de reactie van de Huurdersraad Vidames met betrekking tot ontmoeten en het realiseren van ontmoetingsruimten wordt onderschreven en betrekken bij de wiik- en aebiedsontwikkelin

3.4.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: de huurdersraad ziet graag in de woonvisie een eenduidige definitie voor de gereguleerde voorraad. 3.4.2 Zienswijze college: zeals verwoord in de woonvisie zijn sociale huurwoningen vooralsnog in beginsel alle gereguleerde huurwoningen met een (aanvangs)huurprijs onder de liberalisatiegrens (exclusief studentenhuisvesting). Inkomensafhankelijke huurprijsverhogingen kunnen leiden tot een huur boven de liberalisatiegrens. Bij mutatie wordt de huur weer ender deze grens gebracht. Op dit moment zijn verschillende definities in omloop binnen de stad en in de regio. De rijksoverheid is bezig met het bepalen van een nieuwe landelijk geldende senate > cnren van he Ry z.ten e"%„2S@hfi e ]

3.5.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: onzelfstandig wonen wordt in de woonvisie negatief beoordeeld, ender meer door het vermeende negatief effect op leefbaarheid. De Huurdersraad van Vidames maant het college daar voorzichtig mee te zijn. Bewoners van onzelfstandige woonruimte kunnen mensen zijn die, omdat ze niet anders kunnen, in een situatie zitten waarin ze liever niet willen zitten. In dat geval hebben zij juist positieve sociale aandacht nodig. Daarom vindt een pleidooi voor het creëren van ontmoetingsruimten bij clusters van onzelfstandig wonenden. 3.5.2 Zienswijze college: het bewonen van een onzelfstandige woonruimte wordt in zijn algemeenheid niet als 'negatief' gezien. Situaties waarbij bewoners gedwongen worden gebruik te maken van een onzelfstandige woonruimte dienen ender meer vanuit het oogpunt leefbaarheid wel worden voorkomen. Bij de realisatie van clusters voor onzelfstandig wonenden zal aandacht worden besteed aan het aspect ontmoeting. .5.3Conclusie:dreactie e wordt mee bijdeuitvoering van de genomen

3.6.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: de Huurdersraad van Vidames vindt het fijn om te lezen dat de gemeente gaat inzetten op gesprekken met particuliere verhuurders over het behouden van de sociale voorraad. De Huurdersraad van Vidames ondersteunt ook de inzet tot sturing en bevordering middenhuur door vergunningverlening verplicht te stellen. Daaraan gekoppeld zou de Huurdersraad Vidames meer betrokken willen worden bij de herijkinq van de huisvestinqsverordening. 3.6.2 Zienswijze college: voor wat betreft de verhuur van woningen door articulieren kan worden aanaeaeven dat eerst de verschillende 11/29

onderdelen uit de Wet goed verhuurderschap zullen worden ingevoerd. Onderzocht zal nog worden of verbreding van de huurvergunning een meerwaarde heeft. De huurdersraden zullen in ieder geval in het vervolg nadrukkelijker worden betrokken bij een toekomstige herijking van de huisvestinasverordenina. _ <"¥'. ¡ '';:'_':-r~_:• ~T£3':'3 "f''-~ ' :'ifj ):Í::, ~ , l:t';<,'~"Jº;é-~-\~• ;e lf·,!5;~.':., '<> 'JJ-:9:'..lf ~f J~ J

_

_,,,,--.,..,._,\ - -~- ..,,,~ __-::;.,..,..::.... tiyllh sei r

14,e

9i 4

aasn r!if@emg

llliii#dli±idil li±lilit oidi@lidi iligi,

TATEUR±ET

'

agi@" t

ag1

lk

e

et

.

••

-[~C- ....,_

infez@ arpefzj Alff i//g44ii9#393i/9//%4#9##l%i#±#j%#i „i±h%i/##li#i#4/i#i## biti

„uh le#dillimfelizze.ime7ve}Gi gi

E

rod[at@#eZl

$,

"e

siet e

3.7.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: flexwoningen zijn door hun tijdelijkheid geen oplossing, maar een wachtkamer. Flexwonen is ongewenst voor huishoudens die in een fase van hun leven zitten waarin woonzekerheid belangrijk is (denk aan statushouders). Flexwoningen moeten eigenlijk niet meegeteld worden als woningproductie door hun tijdelijkheid. Daarom is het fijn dat tijdelijke huurcontracten gekoppeld worden aan de randvoorwaarde dat na afloop van het huurcontract er een aerede kans moet zijn op een andere woning. 3.7.2 Zienswijze college: flexwoningen worden als volwaardig meegeteld in de regionale realisatie- agenda. De flexibiliteit zit hem in de tijdelijkheid van de locatie en de verplaatsbaarheid van de woonunits. Daarmee zijn het bij wijze van spreken woningen op een flexibele locatie. Om die reden worden deze woningen vooral ingezet voor doelgroepen die snel een wonina nodi hebben voor een periode die te overzien is.

3.8.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: de constatering dat betaalbaar wonen gaat over woonlasten en niet alleen over huurlasten wordt onderschreven. 3.8.2 Zienswijze college: kennis nemen van de reactie van de Huurdersraad Vidames met betrekkina tot betaalbaar wonen.

3.9.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: de Huurdersraad Vidomes staat achter de inzet op opkoopbeschermina en zelfbewoninaplicht. 3.9.2 Zienswijze college: kennis nemen van de reactie van de Huurdersraad Vidames met betrekking tot opkoopbescherming en zelfbewoninaplicht.

3.10.1 Reactie van Huurdersraad Vidomes: voor de Huurdersraad Vidames is de bestrijding van discriminatie in de woningtoewijzing een zeer belangrijk punt. 3.10.2 Zienswijze college: de reactie van de Huurdersraad Vidomes met betrekking tot discriminatie in de woningtoewijzing meenemen bij de uitwerking van de woonvisie en in het bijzonder bij het voornemen om

12/29

een huurteam op te zetten. De wet goed verhuurderschap zal worden

van de 3.11.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: waardering voor de inspanning om bewoners beter te betrekken bij het preces en blij met de aangekondigde betrokkenheid in de uitvoeringsfase, bij een wijkgericht woonbeleid en de oprichting van een Delfts Woonplatform. Verrassing over de passage: "De gemeente vertegenwoordigt de belangen van alle inwoners van Delft, maar in het bijzonder ook het belang van de toekomstige inwoners van de stad en groepen woningzoekenden die niet of minder georganiseerd zijn of een stem hebben." Vanzelfsprekend is dat een belang dat meegewogen moet worden, maar het kan niet zijn dat dit 'in het bijzonder' door de gemeente wordt vertegenwoordigd. Ook bewonersorganisaties kernen op voor de belangen van bewoners in het algemeen, dus ook minder georganiseerde of toekomstige bewoners. Dit vraagt om aanpassing van de Woonvisie: "De gemeente vertegenwoordigt de belangen van alle inwoners van Delft op gelijkwaardige wijze, ook het belang van de toekomstige inwoners van de stad en groepen woningzoekenden die niet of minder georganiseerd ziin of aeen stem hebben". 3.11.2 Zienswijze college: kennis wordt genomen van de reactie waar het gaat om de betrokkenheid van inwoners en de oprichting van een Woonplatform.

Ingestemd wordt met de voorgestelde aanpassing van de tekst waar het gaat om inwoners, toekomstige inwoners en groepen die niet of minder georganiseerd zijn.

cc--us i Concl usi woonvisi

aante

,i ije .,o . _o

+re

3.12.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: in de Woonvisie aangeven voor welke doelgroepen het kwantitatieve bouwprogramma bedoeld is en waarom. Oat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, door per doelgroep een indicatie van het bouwprogramma incl. woonconcept) op te nemen. 3.12.2 Zienswijze college: in een eerdere brief op 22 augustus 2023 aan het Delfts overleg bewonersbelangen nam het college al het standpunt in dat, naast de beschikbaarheid van voldoende woningen, de juiste woning op de juiste plaats, passend bij de bewoner en in de juiste samenhang met de andere woningen en hun bewoners binnen de directe woonomgeving leidend moeten zijn. Een gedetailleerde verdeling van aantallen woningen per doelgroep, per wijk en buurt of gebiedsontwikkeling is daarom niet wenselijk. Een uitzondering is gemaakt voor de studentenwoningen omdat dit een bijzonder woonproduct is dat slechts voor één enkele doelgroep kan worden ezet.

i

dereactie meenemen bijdeuitvoering vande

13/29

3.13.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: er is risico dat voor wat betreft de bevolkingsopbouw de wespentaille niet alleen zal blijven bestaan, maar nog smaller zal worden. Dit is slecht voor de stad. Gezinnen wonen veelal langer in de stael, veel zullen uiteindelijk overgaan in de groep ouderen; zij zorgen voor de continuïteit en sociale cohesie. De aandacht verleggen naar het toevoegen van woningen voor jongeren, kwetsbare groepen en ouderen lijkt op korte termijn wel heel sociaal, maar is dit in het perspectief van een gezonde toekomst voor de stad echter niet. Dit vraagt om eenduidig maken van de woonvisie. Aangeven dat gezinnen nadrukkelijk een doelgroep blijven binnen het bouwproaramma. 3.13.2 Zienswijze college: in de woonvisie is opgenomen dat voor zowel 'startende' als 'gevorderde' gezinnen (doorstarters en doorstromers) het toevoegen van gezinswoningen nodig is. Dit zullen in de Delftse situatie veelal stadswoningen zijn. Bijvoorbeeld ook gecombineerd met woningen voor andere doelgroepen, gestapeld of in de plint van een complex. Eengezinswoningen met een tuin zullen we alleen nog bij uitzondering kunnen toevoegen. Door het bevorderen van doorstroming vergroten we het vrijkomende aanbod van bestaande eengezinswoningen.

reace meerenen de oivoe

g:Ge

ij in6Eel -üE;e[ 5a lln uausuatt..iIeE

a zow duua u

as

3.14.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: het woord 'kinderen' komt maar één keer voor in de ontwerp- woonvisie. Blijf binnen de beperkingen die er zijn qua ruimte - mikken op woonconcepten waardoor we deze doelgroep aan de stad kunnen blijven binden en aan woonmilieus die aantrekkelijk zijn voor deze doelgroep. Stadswoningen in stedelijke dichtheden aantrekkelijk rnaken voor gezinnen met kinderen, is prima mogelijk, maar vraagt een toegespitst woonmilieu. Dit vraagt om aanpassing van de Woonvisie door meer aandacht aan kinderen en voor kinderen geschikte wconmilieus te geven; dat aeldt overigens ook voor de bestaande bouw. 3.14.2 Zienswijze college: daar waar het in de woonvisie gaat over • • • effen dit vo t

3.15.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: een analyse van het woningtekort onder de verschillende doelgroepen: hoe lang zijn de wachtlijsten voor sociale woningen/betaalbare huur en koopsegmenten, hoeveel ouderen willen verhuizen naar een levensloopbestendige woning, hoeveel gezinnen zoek:en een geschikte woning, etc. Hoofdstuk 8 van de Woonvisie zal in gesprek met de wijken verder moeten worden uitgewerkt. De tabel met betrekking tot de wijken is onduidelijk en lijkt te suggereren dat in alle wijken voor alle doelgroepen extra woningen moeten worden gerealiseerd.

14/29

Dat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie en om een toelichting in de Woonvisie over het te volgen proces om op wijkniveau nadrukkelijk ook doelaroepen te betrekken. 3.15.2 Zienswijze college: op basis van de woningmarktverkenning van het advies- en onderzoeksbureau RIGO is bepaald dat in alle woningsegmenten tekorten worden gemeten. In het verlengde van de vastgestelde woonvisie zullen in samenspraak met de wijkorganisaties wijkgerichte gesprekken worden georganiseerd. Uitgangspunt is dat de matrix 'focus per wijk' zal worden gebruikt om in samenspraak met partners en met de wijken en buurten te bepalen waar accenten moeten worden gelegd en te zorgen voor een evenwichtige samenstelling van de gvoorraad op wijk- en buurtniveau. T

foil

3.16.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: bij de voorgestane spoed is het van groot belang dat bouwplannen ook goed afgestemd worden met omwonenden. Dat is veel meer dan alleen kijken in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is een 'hoog-over' document, met weinig waarborgen. Omwonenden moeten zelf kunnen participeren. De randvoorwaarden t.a.v. de leefbaarheid die door bewoners op wijk- en projectniveau worden geformuleerd, dienen belangrijke input te zijn voor het maken van planuitvoeringskaders. Oat houdt niet alleen wijken leefbaar, maar voorkomt ook procedurele vertraging omdat omwonenden in bezwaar/beroep gaan. Dat vraagt om aanpassing en verduidelijking in de Woonvisie, gericht op het actief aan de voorkant betrekken van bewoners op wijk- en projectniveau. Hierbij heeft de gemeente een reaierol die niet overqelaten kan worden aan de ontwikkelaar. 3.16.2 Zienswijze college: de versnelling van de woningbouw mag niet ten k ·iatie van omwon lanvorminu.

.16.:

se:aanliding

au;s..et

st- woo nvisie

3.17.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: in de woonvisie wordt aangegeven dat er niet voor gekozen wordt om bestaande plannen/harde overeenkomsten open te breken. In algemene zin is dit een te rigide uitgangspunt. Er wordt voor gepleit dit per plan te bekijken, om te voorkomen dat de realisatie van nieuwe sociale huurwoningen de komende jaren niet of onvoldoende zal plaatsvinden. Anders wordt het uitgangspunt 'lnzetten en bijsturen op betaalbare woningen' (pag. 3) de eerste jaren onvoldoende ingevuld. We missen in dit verband in de bijlage de combinatietabel van de eerste en derde tabel: planvoorraad naar prijssegment en planstatus toe te voegen zodat duideliik is welk priissegment al in harde plannen zit en welk nog niet. 3.17 .2 Zienswijze college: met de corporaties zullen afspraken gemaakt worden over de streefvoorraad en hoe en waar deze te realiseren. Harde afspraken en overeenkomsten zullen worden gerespecteerd en waar dat nodig is in wederzijds overleg worden aangepast. In het verlengde van de reactie wordt qeadviseerd de planvoorraadkaart aan te passen. 15/29

asan,

.,,. ·•.·· %1.g"@e

~....¡_,•·.· [22.%2 a

il e o

t

3.18.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: het beleid om extra zuinig te zijn op de bestaande woningvoorraad van de woningcorporaties wordt onderschreven. Bij eventuele verdere onttrekking dient een-op-een te worden gecompenseerd. Alleen heel sterke argumenten kunnen grand zijn voor verdere liberalisatie, al helemaal bij relatief grate sociale huurwoningen, omdat deze schaars zijn en niet snel meer nieuw en betaalbaar kunnen worden gerealiseerd in het sociale segment. Compensatie moet niet averai in de stad plaats kunnen vinden, maar - in wijken waar de sociale voorraad relatief klein is- de compensatie ook in de betreffende wijk zelf plaatsvindt. Ook mag het voorgenomen nieuwbouwprogramma van 1.050 sociale huurwoningen niet gebruikt worden voor compensatie. Oat vraagt om detaillering in de Woonvisie, gericht op meer waarborgen rond behoud van de bestaande voorraad. 3.18.2 Zienswijze college: gekoerst wordt op een ondergrens voor de sociale woningvoorraad van één derde deel van de totale voorraad in 2040. Compensatie zal vooral plaatsvinden op locaties waar de draagkracht groat is. Wijken met relatief veel sociale woningbouw willen we ontzien. Via de prestatieafspraken met de woningc:orporaties en huurdersorganisaties worden hierover afspraken gemaakt. Het nieuwbouwproaramma betreft netto- aroei.

3.19.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: een kwantitatieve analyse van de particuliere sociale voorraad in Delft en een onderbouwing van de verwachte afname wordt in de woonvisie gemist. Zitten de niet-DAEB woningen die nag sociaal worden verhuurd hierbij? Of teilen die nu nag mee met de sociale voorraad van corporaties? Is veel in handen van enkele eigenaren? Als deze voorraad inderdaad met 1300 woningen afneemt, is het gevolg niet acceptabel, omdat juist een toename van het aantal sociale huurwoningen in Delft noodzakelijk is. Een van de doelen uit het coalitieakkoord is een derde van de hele woningvoorraad in Delft sociale huur en niet ender dit percentage kamen. In de woonvisie staat dat de gemeente in gesprek gaat met grate particuliere verhuurders voor behoud en eventuele uitbreiding van de bestaande sociale particuliere huurvoorraad. Dit wordt toegejuicht. Oat vraagt om aanpassing van de Woonvisie: de Woonvisie moet aangeven welke actie wordt ondernomen, indien het niet lukt de sociale particuliere voorraad te behouden. 3.19.2 Zienswijze college: zoals verwoord in de woonvisie zijn sociale huurwoningen vooralsnog alle gereguleerde huurwoningen met een prijs ender de liberalisatiegrens zijn (exclusief studentenhuisvesting). Dus oak particuliere woningen. De rijksoverheid is bezig met het bepalen vaneen nieuwe landelijk geldende definitie.

De (richt)lijnen van het Rijk zullen worden gevolgd. Bij het bepalen van de streefvoorraad van de 16/29

woningcorporaties wordt in ieder geval rekening gehouden met een afname van de particuliere voorraad. tekstvan d

om de

3.20.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: Een bijzondere categorie woningen zijn de wel met overheidssteun gebouwde woningen, die eerder het stempel niet-DAEB gekregen hebben en dus door de corporatie uit het sociale segment gehaald kunnen worden, als die gelegenheid zieh voordoet. Wij verzoeken u ook met de corporaties het gesprek aan te gaan om te bekijken in hoeverre deze niet-DAEB maar wel met overheidssteun gebouwde woningen weer aan de sociale voorraad kunnen worden toegevoegd, als deze inmiddels boven de liberalisatiegrens worden verhuurd en anders behouden kunnen blijven in de sociale voorraad. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie. 3.20.2 Zienswijze college: de scheiding tussen het DAEB-deel en nietDAEB deel van het vastgoed is bedoeld om staatssteun (barging via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw voor het aantrekken van financiering) goed te regelen en ook om te voorkomen dat maatschappelijk bestemd vermogen van corporaties niet wegvloeit van het sociale deel naar het commerciële deel. De rijksoverheid heeft dit in 2015 ingevoerd. Destijds heeft besluitvorming over de scheiding plaatsgevonden; ook bij Vestía, de rechtsvoorganger van Stedelink. Die scheiding is nu onverminderd van kracht, met alle spelregels die erbij horen.

Met deze woonvisie kijken we anders aan tegen de rol en benodigde omvang van de corporatievoorraad dan een klein decennium geleden. Met kennis van de scheiding uit het verleden willen we met de corporaties voor de toekomst een streefvoorraad sociale en middeldure huur afspreken die bij de meerjarige opgave past. Een voorraad die langjarig beschikbaar is voor de doelgroepen die de corporaties als kerntaak hebben. Afspraken hierover willen we maken via prestatieafspraken tussen corporaties, huurdersorganisaties en gemeente.

3.20.3 Conclusi e

±.r

a

g....

oeringvan de

woonvisie.. 3.21.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: Ambities als het gaat om vergroening van de woonmilieus en de leefomgeving en andere maatregelen op het terrein van klimaatadaptatie worden gemist. Het beoogde verdichtingsprogramma, kan ten koste kan gaan van groen. Meer huishoudens per hectare rechtvaardigt ook extra groen. Dat vraagt om verdere detaillering van de Woonvisie, gericht op specificering van woonmilieus op het terrein van groen en klimaatadaptatie. De norm moet zijn om de hoeveelheid groen per inwoner tenminste gelijk te houden. 3.21.2 Advies reactie college: in de Omgevingsvisie 2040 is het volgende opgenomen: in 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. En verder: In ertoe doen en gezien worden en van daaruit ontmoeten, ontwikkelen en meedoen ligt namelijk de sleutel tot prettig samen leven. 17/29

Oe openbare ruimte en voorzieningen die we realiseren, dragen hier aan bij. We maken meervoudig gebruik van de beschikbare openbare ruimte en deze is doelmatig onderhouden en sociaal veilig ontworpen. Tijdens de wijkgesprekken en gesprekken met belanghebbenden over afzonderlijke plannen zal oak de invulling van de openbare ruimte in relatie tot woningbouw onderwerp van gesprek zijn. In de tekst van de woonvisie zal waar het de verdichting van de stad en de doorkijk naar de wijken een verwijzing worden gedaan naar de tekst in de Omgevingsvisie. De woonvisie is niet alles- dekkend, •.•-:cc.~ di:>: .. ··,~ .:.· ...·~ ·.·.• • ..m.•• ëe·:,.;.. •. 1 ~ .•á= à. = ..,._= •~rr ~ .... ~ ...•~ : -~ .~~ ~ -~èks . fVafl = · = dê =----

„„„",77"" Rtéìii """' ·

017 aa l

Moo'-

3.22.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: ondersteuning voor het vol blijven inzetten op behoud van de schaarse woningvoorraad, met maatregelen tegen verkamering en woningvorming (de ontwerp woonvisie spreekt hier bij vergissing over 'splitsen' (p 16)) en de opkoopbescherming. Niet alleen schaarste, maar oak de leefbaarheid van wijken een argument kan zijn voor deze interventie. Mocht in een bepaald gebied of bepaald segment er minder sprake zijn van schaarste, dan betekent dat niet dat genoemde maatregelen niet alsnog nodig kunnen zijn vanuit de leefbaarheid van de wijk. De nieuwe huisvestingswet biedt straks de mogelijkheid op basis van leefbaarheid deze maatregelen te continueren. We pleiten ervoor dat de woonvisie benoemt die mogelijkheid nadrukkelijk open te houden. Er zijn buurten waar de leefbaarheid momenteel al fors is aangetast door verkamering; we zien met name in de particuliere huurmarkt verhuurders huurders siecht behandelen of onvoldoende verantwoordelijkheid nemen. Invoering van een verhuurvergunning voor bepaalde categorieën woonruimte kan zeker toegevoegde waarde hebben; we pleiten voor een actievere benadering ten opzichte van dit instrument dan de woonvisie nu voorstaat. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, en gericht op onderzoek voor invoerina van een verhuurverqunninaenstelsel.

3.22.2 Zienswijze college: maatregelen tegen verkarnering zijn en blijven bedoeld om de schaarse woningvoorraad te beschermen. Maatregelen vragen oak altijd om een onderbouwing vanuit schaarste. Woonoverlast zal worden bestreden door preventie, bemiddeling en mediation en indien nodig door inzet van juridische maatregelen. Onderzocht zal nag worden, zoals opgenomen in de uitvoeringsagenda, of het invoeren van huurvergunningen voor huurders van particuliere huurwoninqen een meerwaarde heeft. !2'::S ·. ~-tW!HïtmëJooa. van,dè

p•iiii~ffttilé •• H onvIs1e

3.23.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: de Woonvisie stelt dat 'ontkameren' door de gemeente onmogelijk is (p 16). Oat is een teleurstellend statement, te weinig perspectief biedend voor probleembuurten en oak feitelijk onjuist. Voor ontkameren mag dan een juridisch afdwingbaar instrument ontbreken, er zijn ook andere manieren om op ontkamering te sturen, bijvoorbeeld via een actieve gebiedsgerichte benadering van pandeigenaren, ondersteund door maximale flankerende inzet van andere instrumenten (wet 18/29

woonoverlast, verhuurvergunning, APV t.a. v. fietsparkeeroverlast, etc.), het bieden van alternatieven en een actieve aankoopstrategie bij hotspots - mogelijk samen met derden (vergelijk de ervaringen in Delft met de vastgoedontwikkelingsmaatschappij Kromstraat). Oat vraagt om aanpassing van de woonvisie, gericht op ontwikkelen van een strategie om in probleembuurten de druk van bewoning door passanten te roberen te verminderen. 3.23.2 Zienswijze college: woonoverlast zal worden bestreden door preventie, bemiddeling en mediation en indien nodig door inzet van juridische maatregelen. De mogelijkheid van het kunnen toepassen van 'ontkameren' is uitgebreid juridisch onderzocht. Dit blijkt geen begaanbare weg omdat in bestaande situaties er geen vergunning voor het verkamerd verhuren nodig was en er dus ook geen gronden kunnen zijn om een eerder verleende toestemming voor deze vorm van wonen in te trekken.

3.24.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: de ontwerp visie geeft aan dat er 'verspreid door de stad meerdere grotere studentencomplexen van DUWO zullen worden aangepakt, waarbij wordt gekeken naar vergroting van het aantal woningen en een betere sociale en fysieke verbinding met de wijk'. De leefbaarheid moet hier nadrukkelijk bij worden meegenomen, zoals een oplossing voor de fietsparkeer-problematiek en ook (bestaande) overlast: vergroting van het aantal studentenwoningen binnen een complex mag de leefbaarheid niet extra onder druk zetten en moet bestaande problemen rond overlast oplossen en verder voorkomen. Oat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie, voor wat betreft de randvoorwaarden bij uitbreiding bestaande studentencomplexen. Betrekken van omwonenden dient ook een van de randvoorwaarden te ziin. 3.24.2 Zienswijze college: onderschreven wordt dat bij planvorming, nieuwbouw of renovatie, de leefbaarheid nadrukkelijk moet worden meegenomen. Dit zal op planniveau samen met belanghebbenden, waaronder omwonenden, worden opgepakt. ~ e J,1,•,

.t,,a,l'...;;,,_...~..... -:r:...'.,r'':~½.::'"_:

-'

"'•!", ..M."..... ,..,_•-,.,_,•,,......,~-

.>t .... •. •. .:.~ì•.

3.25.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: meer in het algemeen mag de woonvisie ook gebiedsgerichte ambities bevatten op het terrein van de leefbaarheid. In een 'doorkijk' naar de wijken', missen we deze invalshoek. Alleen bij de wijken Binnenstad en Wippolder wordt leefbaarheid kort genoemd. Leefbaarheid gaat daarbij enerzijds over overlast, maar ook om groen (zie hierboven onder verduurzaming) maar ook om de beschikbaarheid van bepaalde voorzieningen in de woonomgeving, zoals zorgvoorzieningen, winkels en recreatievoorzieningen. De thema's zorgvoorzieningen en groen werden niet voor niets vaak genoemd door bewoners tijdens de bewonersbijeenkomsten van 15 en 22 mei. Oat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie, gericht op specificering van de woonmilieus op het 19/29

terrein van voorzieningen (o.a. zorg, detailhandel) en - al eerder enoemd - aroen. 3.25.2 Zienswijze college: in de Omgevingsvisie 2040 is het volgende opgenomen: in 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwalíteitsniveau als nu. En verder: In ertoe doen en gezien worden en van daaruit ontmoeten, ontwikkelen en meedoen lígt namelijk de sleutel tot prettíg samen leven. De openbare ruimte en voorzieningen die we realiseren, dragen hier aan bij. We maken meervoudig gebruik van de beschikbare openbare ruimte en deze is doelmatig onderhouden en sociaal veílíg ontworpen. In de tekst van de woonvisie zal bij de 'doorkijk naar de wijken' worden verwezen naar de Omgevingsvisie 2040.

,.

. ... "" ... ji'" - -~ - .....

3.26.1 Reactie van Delfts Overleg Bewonersbelangenorganisaties: het is belangrijk om ook bewoners in Delft te betrekken bij de regionale woonzorgvisie (p 17) die momenteel voor de regio Haaglanden wordt gemaakt; vanuit DOBB willen we hier graag over meedenken. Voor ons is belangrijk dat het wijkniveau hier nadrukkelijk in aan bod komt. Dat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie, over het proces van de totstandkomina van de regionale woonzoravisie. 3.26.2 Zienswijze college: belangenorganisaties zullen worden betrokken. Momenteel wordt er een nieuwe projectleider geworven. Zodra deze is aanaesteld zal deze worden qeïnformeerd.

3.27.1 Reactie (gezamenlijk) van Vidomes, Woonbron, Stedelink: Geef helder aan wat het tekort is op basis van de vraag per deelsegment. Welke groei van de bevolking de gemeente wordt verwacht, geef scenario's die daarbij in beschouwing zijn genomen. En maak dan helder welke keuzes de qemeente maakt om die seqmenten te bedienen. 3.27.2 Zienswijze college: de verwachte vraag per deelsegment is weergegeven in de woonmarktverkenning van RIGO (deze zal aan de woonvisie worden toegevoegd) en is in het kader van langer en weer thuis in beeld gebracht. In alle segmenten worden tekorten verwacht. In het verlengde van de vastgestelde woonvisie zullen in samenspraak met de wijkorganisaties wijkgerichte gesprekken worden georganiseerd. Uitgangspunt is dat de matrix 'focus per wijk' zal worden gebruikt om in samenspraak met partners en met de wijken en buurten te bepalen waar accenten moeten worden gelegd en te zorgen voor een evenwichtige samenstellina van de woninavoorraad op wiik- en buurtniveau. - i~+akat -~~~t:n ~ ~ ~..,"í¥t __,,i.de ~ .--·. 1e: datde matrix ,

'.'•'I,

'·.·_·_···

9!4€8%;9%„. >re<

Ing

••

ji@@,

"2ak 2"met „ç, "ka Pa"7?

" · t

10eten worden 20/29

3.28.1 Reactie (gezamenlijk) van Vidomes, Woonbron, Stedelink: 'minimaal 1/3e van de woningvoorraad sociaal' is arbitrair. De inzet op 17000 sociale huurwoningen als eindsaldo -slechts 6% groei- is onvoldoende om de woningnood aan te pakken. We maken ans grate zergen over de toenemende instroom bijzondere doelgroepen. Gewone woningzoekenden met lage inkomens kamen in de verdringing. De leefbaarheid staat onder grate druk, omdat we huurders die meer aandacht nodig hebben niet genoeg kunnen spreiden. Beperk de opgave niet tot wat corporaties (en/of de gemeente Delft zeit) nu financieel aankunnen. Laat de werkelijke opgave en ambitie zien. Als uitvoeringsprogramma's en/of (prestatie)afspraken laten zien dat we in de stad die ambitie niet kunnen halen kunnen we gezamenlijk inzetten op aanvullende middelen. Denk hierbij aan landelijke bijdragen die waarschijnlijk mogelijk worden vanuit het traject opgaven-middelen woninacorporaties. 3.28.2 Zienswijze college: in de woonvisie wordt 17.500 in 2030 genoemd als behoeftecijfer voor de sociale voorraad. Oat is gebaseerd op de behoefte en sluit aan bij tenminste 1/3 deel van de reguliere voorraad in 2030 en inclusief particuliere voorraad en exclusief studentenwoningen.

Bij het maken van afspraken over de ontwikkeling van de voorraad dient rekening te worden gehouden met een afname van de particuliere voorraad en zal deze wellicht op termijn op basis van richtlijnen van het rijk niet meer als sociale voorraad kunnen worden

esas. vez raseras erare3%5$ %e" en 'fir

a

omde ."van

3.29.1 Reactie (gezamenlijk) van Vidomes, Woonbron, Stedelink: Geef - net als bij studentenwoningen - een concreet taakstellend ambitieniveau voor het bouwen van sociale huurwoninaen. 3.29.2 Zienswijze college: in de woonvisie wordt 17.500 in 2030 genoemd als behoeftecijfer voor de sociale voorraad. Dat is gebaseerd op 1/3 deel van de reguliere voorraad in 2030 en inclusief particuliere voorraad en exclusief studentenwoningen. Bij het maken van afspraken over de ontwikkeling van de voorraad dient rekening te worden gehouden met een afname van de particuliere voorraad en zal deze wellicht op termijn op basis van richtlijnen van het rijk niet meer als sociale voorraad kunnen worden meegeteld. ,~íféac•' detekst vande nleidi lel l

•I

y-

,

]

aante sie s

3.30.1 Reactie (gezamenlijk) van Vidomes, Woonbron, Stedelink: tel alleen de woningen die corporaties toevoegen mee in de realisatie van de opgave sociaal in de woonvisie. Corporaties voorzien in veel sterkere mate in maatschappelijke opgaven (zoals huisvesten aandachtsgroepen) en za wordt voorkomen dat meegetelde nieuwe sociale huurwoningen na bijvoorbeeld 15 of 25 jaar weer uit de voorraad vallen. 3.30.2 Zienswijze college: we streven een duurzaam beschikbare sociale voorraad na die oak toegankelijk is voor bijzondere doelgroepen. Structurele afspraken over de streefvoorraad sociale woningbouw en de 21/29

hierbij benodigde nieuw te bouwen woningen worden in de basis gemaakt tussen woningbouwcorporaties, huurdersorganisaties en gemeente. Indien de nog uit te vaardigen richtlijnen van het rijk ruimte laten voor uitzonderingen zullen in bepaalde gevallen onder voorwaarden hierover ook afspraken gemaakt kunnen worden met particuliere verhuurders, met name waar het nieuwbouw betreft.

3.31.1 Reactie (gezamenlijk} van Vidomes, Woonbron, Stedelink: met de huidige bouwvoornemens kan in Delft maar net worden voldaan aan de genoemde ambitie om tot 17.000 sociale huurwoningen te komen in 2030. Ervaring leert dat ten minste 130% al wat zekerder plancapaciteit nodig is om 100% te realiseren. Benut de kansen die uitstappende beleaaers bieden om locaties alsnoa sociaal te bebouwen. 3.31.2 Zienswijze college: indien mogelijk zal bij het maken van afspraken over de streefvoorraad en de hierbij benodigde nieuw te bouwen woningen rekening worden gehouden met planuitval. Indien afspraken met ontwikkelaars en beleggers vragen om een aanpassing zal daarbij oak bezien worden of er extra ruimte geboden kan worden aan sociale woningbouw. Er zal intensiever worden gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Zoals aangegeven in de woonvisie wordt ten behoeve van 'versnelling' een bouwtafel met ontwikkelaars en corporaties ingericht ¥{"-'isie m de test 3 conclus : . de geefaanleidi99""}"¿stvan nc1us-,, „ iaita toe aan pass en 1passa Ovt planuI V

reactie ee aa.

u z e

o .1

r

v e n

de o

te

3.32.1 Reactie (gezamenlijk} van Vidomes, Woonbron, Stedelink: geef nog steviger tekst en uitvoering aan de ambitie om wonen met een plus te realiseren om de dubbele vergrijzing op te vangen. Dit is cruciaal voor het efficiënter bundelen van zorg, voorkomen van vereenzaming en het creëert verhuisketens waarmee woningzoekenden geholpen kunnen worden. Ook realisatie van goed wonen met een plus vraagt om stevig sturen in de programmering, omdat het vaak niet het hoogste rendement oplevert. 3.32.2 Zienswijze college: ivm de dubbele vergrijzing zal binnen gebiedsontwikkeling en bij nieuwbouw met nadruk gestuurd worden op de bouw van voor ouderen geschikte woningen (gelijkvloers met lift en rollator- toe- en doorgankelijk), zeker als het om plannen gaat voor gestapelde woningen die in de nabijheid van voorzieningen zullen worden erealiseerd. •'=--:..M·-- --- .

1.72,gg2/" ge9eaoaewenana» passen 5.1 s - r-.

@an

te

22/29

3.33.1 Reactie (gezamenlijk) van Vidomes, Woonbron, Stedelink: werk de richting per wijk uit in concrete ambities voor nieuwbouwlocaties zodat er een stevige bodem onder het stedelijk proarammeren liat. 3.33.2 Zienswijze college: in het verlengde van de vastgestelde woonvisie zullen in samenspraak met de wijkorganisaties wijkgerichte gesprekken worden georganiseerd. Uitgangspunt is dat de matrix 'focus per wijk' zal worden gebruikt om in samenspraak met partners en met de wijken en buurten te bepalen waar accenten moeten worden gelegd en te zorgen voor een meer evenwichtige samenstelling van de woningyoorraad op wijk- en buurtU" " Ga.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13323172/1