3 Visie op weg naar een ciculair Delft
Tekst van het document
Op weg naar een circulair Delft in 2050 Onze ambities voor een circulaire economie in Delft
Deze visie is een uitgave van: Gemeente Delft Postbus 78 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl November 2020 Tekst en eindredactie:
Mirjam van den Berg, Michiel Visser (gemeente Delft) en Sybren Bosch (Copper8)
Illustraties:
Roy Korpel – www.roykorpel.nl
Vormgeving: Delta3
2 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
1. Voorwoord Een Delftse circulaire economie in 2050; dat is het perspectief dat ons college schetst in deze visie. Een circulaire economie is een economie waarin grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke uitstoot in het milieu. Een economie die toekomstbestendig en duurzaam is, waardoor ook toekomstige Delftenaren prettig kunnen wonen, werken en recreëren in onze stad. Met het opstellen van deze visie neemt het college de verantwoordelijkheid voor het inzetten en versnellen van de transitie naar een circulaire economie in Delft. Als gemeente vervullen we daarbij verschillende rollen, waaronder die van regisseur, netwerkpartner en aanjager. En onder het motto ‘practise what you preach’ pakken we ook onze eigen verantwoordelijkheid en maken we circulariteit een belangrijk onderdeel van onze eigen inkoop voor de organisatie en de stad. Deze visie kon niet tot stand komen zonder de input van en inspiratie door verschillende Delftse en regionale partners. De transitie naar een circulair Delft is al langer ingezet en dat wordt steeds zichtbaarder.
Er ontstaan onder andere circulaire proeftuinen, een upcycle campus, meer circulaire gebouwen en initiatieven die reststromen op een innovatieve en duurzame manier verwerken of opnieuw gebruiken. Uit verschillende burgerinitiatieven blijkt daarnaast dat ook veel inwoners van Delft het minimaliseren van grondstofgebruik erg belangrijk vinden. Gelukkig maar, want een circulair Delft in 2050 bereiken we alleen met de gezamenlijke inspanningen van een groot aantal betrokken partijen, waaronder bedrijven, kennisinstellingen, andere overheden en inwoners van Delft. Ieder met zijn eigen expertise, kennis en verantwoordelijkheden. Met deze visie nodig ik die partijen dan ook nadrukkelijk uit om samen met ons aan de slag te gaan en de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Samen op weg naar een circulair Delft in 2050! Stephan Brandligt Wethouder Duurzaamheid, Werk en inkomen en Financiën
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 3
4 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Inhoudsopgave 1.
Voorwoord
3
2. Samenvatting
6
3.
Inleiding
8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Waarom naar een circulaire economie? Waarom deze visie? Proces Coronacrisis en de circulaire economie Leeswijzer
8 8 9 9 9
4. Onze ambitie: Delft circulair in 2050
10
5. Wat betekent ‘circulair’ en waarom is het belangrijk?
12
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
12 14 15 16 16
Donuteconomie Definitie circulaire economie Een biologische en technische cyclus Prioriteitsladder voor circulariteit Hoe staan we ervoor?
9. Uitvoering - aan de slag met circulariteit!
32
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
32 33 33 34 34
Uitvoeringsplan Instrumenten Partners Financiën Prioriteiten 2021
Bijlage
6. Europese, nationale en Delftse kaders 18 6.1 Europa 6.2 Nederland 6.3 Delft
18 18 19
7. Het stedelijk meta bolisme van Delft
22
8. Uitwerking per sector
24
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
24 26 28 29 30
Bouw Biomassa & Voedsel Kunststoffen Maakindustrie Consumptiegoederen
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 5
2. Samenvatting Met een groeiende wereldbevolking en consumptie per persoon groeit ook het belang om grip te krijgen op alle producten en grondstoffen die we gebruiken. We moeten minder of anders gebruikmaken van de voorraden en natuurlijke hulpbronnen die we tot onze beschikking hebben. Daarom is het van belang dat we, ook in Delft, toewerken naar een circulaire economie. Een circulaire economie is een economisch systeem van gesloten kringlopen, waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen en hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt.
Onze belangrijkste ambitie is een 100% circulaire economie in 2050, gelijk aan de landelijke ambitie uit het Rijksbreed programma Circulaire Economie. In deze visie is onze ambitie uiteengezet in ambities per ‘prioritaire keten’. Dit gaat om Bouw, Biomassa & voedsel, Kunststoffen, Maakindustrie en Consumptiegoederen. In onderstaande tabel zijn alle ambities samengevat. Hoe we de visie gaan uitvoeren, werken we in 2021 verder uit in een Uitvoeringsplan Circulaire Economie.
Sector
Ambitie / doelstellingen
Bouw
• Burgerlijke & Utiliteitsbouw - bestaand: zo lang en hoogwaardig mogelijk gebruik en levensduur verlenging om waardeverlies te voorkomen • Burgerlijke & Utiliteitsbouw - nieuwbouw: flexibel en circulair ontwerp, verminderen van primair grondstofgebruik en afval • Grond-, Weg- en Waterbouw – bestaande bouw: levensduurverlenging, hoogwaardig hergebruik van vrijkomende materialen • Grond-, Weg- en Waterbouw - nieuwbouw: verminderen van primair grondstofgebruik en afval • Alle bouwsectoren: verminderen milieudruk (milieukostenindicator = MKI)
Biomassa & voedsel
• Tegengaan van verspilling • Hoogwaardige lokale (of waar nodig regionale) verwerking van groenstromen • Verhogen van het gebruik van lokale voedselproducten • Verminderen milieudruk
Kunststoffen
• Gebruik van eenmalige plastics terugdringen • Goede inzameling en recycling • Alleen gebruik van gerecyclede en bioplastics
Maakindustrie
• Stimuleren van innovatie • Aantrekken van nieuwe, circulaire bedrijvigheid
Consumptiegoederen
• Verlagen van de milieudruk van consumptiegoederen • Levensduur van producten verlengen • Afgedankte producten zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken • Stimuleren van mogelijkheden voor hergebruik en retourlogistiek
6 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 7
3. Inleiding De uitdagingen van de huidige tijd zijn groot: we staan voor de opgave om onze impact op het klimaat fors te verlagen, ons aan te passen aan klimaatverandering en onze biodiversiteit te behouden en te herstellen. Een andere uitdaging die steeds meer aandacht zal krijgen naarmate de wereldbevolking groeit, is het verminderen van ons grondstofverbruik. Om dat te realiseren moeten we onze huidige economie, gebaseerd op lineaire principes met een lage waardering voor grondstoffen, vervangen door een economie waarin grondstofgebruik tot een minimum wordt beperkt en waar hergebruik van grondstoffen en producten centraal staat. Een circulaire economie. Ook in Delft zetten we ons in om van een lineaire economie te komen tot een circulaire economie.
3.1 Waarom naar een circulaire economie? Ons huidige economische systeem heeft een sterke focus op groei. Deze focus op groei stelt de economische waarde vaak boven de waarde van ecologische aspecten. Zo is een oppervlakte met een gebouw economisch meer waard dan dezelfde oppervlakte met een park. Ook stimuleert de wens voor economische groei het maken en verkopen van producten. Immers, meer verkoop is meer groei. De bestaande regels van ons huidige economische systeem – die zijn ontstaan in een ‘lege wereld’ met minder dan een miljard mensen en een overvloed aan grondstoffen – functioneren niet meer. Omdat de wereld inmiddels is gegroeid naar een ‘volle wereld’ van ruim zeven miljard mensen, die naar verwachting groeit tot 10,5 miljard mensen in 2050, wordt de concurrentie om grondstoffen steeds groter. Economische groei die grondstoffenverbruik stimuleert, is dus op termijn niet houdbaar. Wereldwijd kennen we een maat voor het grondstofverbruik ten opzichte van de productiecapaciteit van de aarde. Earth Overshoot Day probeert die maat te duiden door aan te geven op welke dag van het jaar de mensheid meer grondstoffen verbruikt dan de aarde produceert. In 2020 lag die datum op 20 augustus voor de wereld. Op die dag hadden we meer grondstoffen gebruikt dan waarin de aarde ons voorziet. 8 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Voor Nederland lag die dag in 2020 op 3 mei. Dat betekent dus dat Nederland gemiddeld een voetafdruk van 2,3 aardes heeft.
Als we kijken naar de toekomst van onze economie, vraagt dit dus niet zozeer om verdere economische groei als doel op zich. Het vraagt om een groei binnen randvoorwaarden, die ook losgekoppeld is van ons grondstofverbruik. Dat betekent dus een circulaire economie, waarbij de grondstoffen veel langer, zo niet oneindig, circuleren.
3.2 Waarom deze visie? In deze visie beschrijven wij onze circulaire ambities voor Delft. Deze ambities zijn bedoeld om ons en alle partners met wie we samenwerken te inspireren en van tijd tot tijd een spiegel voor
te houden. Zijn we op de goede weg? Doen we genoeg? Waar ging het ook alweer om? Deze visie geeft ons de handvatten voor de uitvoering, waarbij we onze ambities omzetten in concrete projecten. Het is de befaamde ‘stip op de horizon’. We realiseren ons dat het handelingsperspectief van de gemeente per ambitie verschillend is en dat we onze ambities alleen kunnen realiseren in samenwerking met de hele stad en regio.
georiënteerde circulaire economie en een duurzamere leefwijze. De crisis toont aan dat veel productieketens te fragiel zijn, de herkomst van grondstoffen niet altijd duidelijk is en dat de afhankelijkheid van China en andere lagelonenlanden heel groot is. Dat maakt dat onze huidige economie niet duurzaam én heel kwetsbaar is. Daarom rijst de vraag: hoe gaan we herstellen van deze crisis? Richten we ons daarbij op een terugkeer naar ‘business as usual’ of maken we van de nood een deugd en kiezen we voor een duurzaam en circulair herstel?
Toch schetsen we in deze visie onze ambities voor de hele stad met al zijn (economische) sectoren. In het uitvoeringsplan dat we nog moeten opstellen (in 2021, zie ook paragraaf 8.1) zoomen we verder in op onze eigen rol en mogelijkheden om samen met onze partners de Delftse circulaire ambities te bereiken.
Wij vertrouwen erop dat deze visie een perspectief biedt voor een duurzamere ontwikkeling van productieketens en een duurzamer circulair economisch systeem. De crisis biedt ons onder andere de kans om die ketens beter te organiseren en te moderniseren en zo onnodig transport van producten en grondstoffen te voorkomen. We willen circulair de crisis uit!
3.3 Proces
3.5 Leeswijzer
Deze visie is het resultaat van een intensief proces waarbij bijna alle gemeentelijke afdelingen betrokken waren. Een circulaire economie kan alleen worden gerealiseerd als een groot aantal stakeholders in Delft en daarbuiten gaat samenwerken. Daarom organiseerden we ook een werksessie met een select aantal Delftse partners die circulariteit al hoog in het vaandel heeft staan. Het proces leverde waardevolle informatie op om een visie op te stellen. Ontbrekende kennis verkregen we door samen te werken met advies- en onderzoeksbureau Copper8, dat ruime ervaring heeft op het gebied van circulaire economie.
Na dit korte inleidende hoofdstuk begint deze visie uiteraard met de basis van dit document – onze ambitie voor 2050 (hoofdstuk vier). Hoofdstuk vijf gaat vervolgens dieper in op de onderwerpen circulariteit en circulaire economie. Ook biedt het inzicht in de principes en theorie die hieraan ten grondslag liggen. Omdat een circulaire economie in Delft alleen haalbaar is als ook Nederland, Europa en de rest van de wereld deze transitie inzetten, besteden we in hoofdstuk zes aandacht aan reeds bestaande Europese, Nederlandse en Delftse kaders. In hoofdstuk zeven lichten we het ‘stedelijk metabolisme van Delft’- de stofwisseling van onze stad – toe aan de hand van een materiaalstroomanalyse. In hoofdstuk acht specificeren we onze algemene ambitie in verschillende ambities, onderverdeeld naar de sectoren waarop we ons richten. Het laatste hoofdstuk geeft inzicht in ‘hoe nu verder’ en bevat een toelichting op onder andere het uitvoeringsplan en de financiën. We sluiten af met een overzicht van onze prioriteiten in 2021.
Om goed inzicht te krijgen in welke materialen in Delft rondgaan, hebben we een materiaalstroomanalyse laten uitvoeren. Deze analyse vormt de basis voor ons beleid en geeft richting aan onze keuzes voor de transitie naar een circulaire economie. De materiaalstroomanalyse is als bijlage bijgevoegd bij deze visie.
3.4 Coronacrisis en de circulaire economie Tijdens het opstellen van deze visie werd de wereld getroffen door een crisis als gevolg van het Covid-19 virus. De maatregelen om deze coronacrisis te beheersen hebben veel impact en de gevolgen voor de economie zijn groot. Deze wereldwijde crisis onderstreept feitelijk de urgentie voor een meer lokaal Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 9
4. Onze ambitie: Delft circulair in 2050 De uitdaging is groot. Hoe borgen we onze grondstoffen als de voorraden van primaire grondstoffen eindig zijn en de wereldbevolking blijft groeien? Een immer doorgroeiende economie is ook voor onze stad onmogelijk. Het lineaire economische systeem moet worden omgebogen naar een circulair systeem waarin grondstoffen worden hergebruikt. Die nieuwe economie leidt niet langer tot uitputting van de grondstoffen die onze planeet ons biedt. Dat is de uitdaging voor de wereld, voor Nederland, voor Delft.
Onze ambitie is kort maar krachtig: Delft circulair in 2050. Dat is een erg korte ambitie voor een enorme opgave. Een noodzakelijke opgave als we willen dat ook toekomstige generaties prettig kunnen wonen, werken en recreëren in Delft. De opgave is als volgt:
De komende dertig jaar werken we in Delft aan de volledige transitie van onze huidige lineaire economie naar een circulaire economie. In een circulair Delft zijn producten en gebouwen op zo’n manier ontworpen dat ze geen of nauwelijks primaire grondstoffen verbruiken, demontabel zijn en degelijk, ofwel een lange levensduur hebben.
Met de ontwikkeling van een circulair Delft verminderen wij de druk op schaarse grondstoffen en verkleinen wij onze ecologische voetafdruk. Dat doen wij door ons primaire grondstoffengebruik te verlagen en kringlopen te sluiten. Wij gebruiken producten, onderdelen en materialen zo lang en hoogwaardig mogelijk en voorkomen daarmee waardeverlies. Tegelijkertijd werken wij aan een stevig sociaal fundament door het creëren van arbeidsplaatsen voor het hermaken en repareren van producten. In een circulair Delft nemen wij op die manier eigenaarschap voor de toekomst
Met deze transitie dragen we ook bij aan het verlagen van de klimaatimpact. We hebben tenslotte minder nieuwe producten nodig, wat leidt tot minder productie en transport waarbij CO2 vrijkomt. We dragen ook bij aan het creëren van nieuwe (vormen van) werkgelegenheid, doordat producten vaker worden gerepareerd, onder andere voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Op deze manier ontstaat een neutraal ‘metabolisme’ in onze stad; er komen geen primaire grondstoffen in en er is geen afval meer.
10 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 11
5. Wat betekent ‘circulair’ en waarom is het belangrijk? Circulaire economie en circulariteit zijn relatief nieuwe en complexe begrippen die inmiddels een prominente plek in het duurzaamheidsjargon hebben verworven. Maar wat is circulariteit eigenlijk? Wat verstaan we onder een circulaire economie? En hoe zit zo’n economie in elkaar? Om hierin inzicht te geven, lichten we in dit hoofdstuk deze begrippen kort toe. De theorie uit dit hoofdstuk vormt de basis voor de definitie van ‘circulaire economie’ die wij in deze visie hanteren.
5.1 Donuteconomie Een nieuwe economie vraagt om een nieuwe benadering met andere uitgangspunten, modellen en definities. Een van die modellen is die van de donuteconomie. De donuteconomie (Kate Raworth, 2012) is ‘een economisch model dat de welvaart meet door te kijken naar de realisatie van een sociaal fundament zonder het overschrijden van ecologische plafonds. Het gaat uit van een omkering van het zuiver economische denken naar een denken waarbij de natuur centraal staat’. In een circulaire economie leeft elk mens op een optimaal welvaartsniveau en blijven economische activiteiten binnen de grenzen van het ecosysteem aarde. Het minimale welvaartsniveau geeft aan dat ieder mens toegang heeft tot voedsel, drinkwater, gezondheidszorg, educatie, veiligheid en dergelijke. Het maximale niveau geeft de grens aan van het ecosysteem aarde. Dus hoewel iedereen op een bepaald welvaartsniveau leeft, blijft de impact van ons economisch handelen op de aarde binnen de ecologische grenzen. Dit ecosysteem geeft voldoende grondstoffen en is veerkrachtig om weer opnieuw te groeien. Deze twee grenzen samen maken de vorm van een
12 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
donut (het lichtgroene gebied), waarbinnen de circulaire economie kan functioneren (zie Figuur 1). Dit raamwerk van de donuteconomie geeft handvatten voorhet inrichten van ons economisch systeem. Hoewel veel van deze aspecten niet lokaal of nationaal te beïnvloeden zijn, is het wel degelijk mogelijk en noodzakelijk om op het niveau van Delft stappen te zetten. Het belangrijkste hierin is het verwaarden van materialen, ofwel zorgen dat producten en materialen langer hun economische waarde behouden. Circulariteit betekent dus ook dat producten ontworpen zijn om langer mee te kunnen, om makkelijk gerepareerd te kunnen worden, dat componenten los te maken zijn en materialen hun waarde behouden. De circulaire economie is het economisch systeem dat waarde toekent, waardoor de economische prikkels het mogelijk maken dat deze circulariteit tot stand komt.
n Figuur 1: De donuteconomie, met een sociaal fundament en ecologisch plafond (bron: A Safe and Just Space for Humanity, Kate Raworth, 2012)
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 13
5.2 Definitie circulaire economie De woorden ‘circulaire economie’ zijn de meest gebruikte woorden in deze visie. Daarom zijn we graag duidelijk over wat wij onder een circulaire economie verstaan. Wij hanteren de volgende definitie: Een circulaire economie is een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen, hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt en systeemdenken centraal staat.
In een circulaire economie worden materiaalkringlopen gesloten naar voorbeeld van een ecosysteem. Afval bestaat niet, want elke reststroom kan gebruikt worden voor het maken van een nieuw product. Net als grondstoffen en producten gaat energie ook zo lang mogelijk mee in een circulaire economie. Het circulaire economische systeem wordt gevoed door hernieuwbare energiebronnen. Een circulaire economie vraagt niet alleen om gesloten materiaalkringlopen en hernieuwbare energie, maar ook om systeemdenken. Dat houdt in dat iedere actor in de economie (bedrijf, persoon, organisme) verbonden is met andere actoren. Zij vormen samen een netwerk waarin acties van de ene speler invloed hebben op de andere. De consequenties van elke keuze op korte en lange termijn moeten worden meegenomen, evenals de impact van de hele waardeketen. Ook de sociale inclusiviteit moet worden meegenomen in de consequenties. De circulaire economie biedt veel potentie tot het vergroten van deze sociale inclusiviteit.
14 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
5.3 Een biologische en technische cyclus De circulaire economie bestaat uit twee typen cycli van product- en materiaalstromen: een biologische cyclus (groen) en een technische cyclus (blauw). Binnen de biologische cyclus worden producten weer afgebroken in de natuur, wat als voedingsstof dient voor de groei van nieuwe biologische
grondstoffen (voorbeeld: oesterzwammen die groeien op koffiedrab). Binnen de technische cyclus wordt gestuurd op het zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken van producten, onderdelen en materialen (voorbeeld: hergebruiken van bestaande kantoorstoelen). In de circulaire economie bestaat afval niet meer, maar is dit voedsel voor een nieuwe cyclus. Dit is gevisualiseerd in Figuur 2.
n Figuur 2 - Een biologische cyclus (groen) en een technische cyclus (blauw). Bron: Ellen MacArthur Foundation.
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 15
5.4 Prioriteitsladder voor circulariteit Bij het werken aan een circulaire economie kennen we een bepaalde hiërarchie in welke activiteiten de voorkeur hebben. Daarbij staat waardebehoud van bestaande producten, onderdelen en materialen voorop. Zo wordt bij het repareren van een product meer waarde behouden dan bij het recyclen van de materialen uit een product. Repareren levert daarmee een sterkere bijdrage aan de circulaire economie. Het hoogst haalbare binnen deze hiërarchie zijn Refuse (is het wel nodig?) en Rethink (kan het ook anders), waarmee we het gebruik van grondstoffen kunnen voorkomen. Op basis van het model van de donuteconomie (Figuur 1), de Ladder van Lansink, en een model van de Universiteit Utrecht gebruiken we in Delft de volgende ladder om de mate van circulariteit te duiden. Dit is de R-strategie: • R1 - Refuse en Rethink: voorkomen van grondstofverbruik • R2 - Reduce: verminderen van grondstofgebruik in een product (eco-efficiëntie) • R3 - Reuse: hergebruik op productniveau • R4 - Repair: hergebruik op product- of componentniveau door het onderhouden of hermaken • R5 - Recycle: hergebruik op materiaalniveau • R6 - Recover: energiewinning als gevolg van verbranden
5.5 Hoe staan we ervoor? Onze wereld is op dit moment voor 8,5% ‘circulair’ . Dat betekent dat slechts 8,5% van alle grondstoffen die wereldwijd in een jaar worden gewonnen, ook daadwerkelijk op een bepaalde manier wordt hergebruikt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hergebruik van bouwafval, aan hergebruik van plastics of aan de groeiende markt van refurbished telefoons. Grofweg kunnen we de gebruikte grondstoffen in vijf categorieën onderverdelen: • 14,5% wordt verbrand (fossiele brandstoffen); • 22,3 % wordt niet ingezameld, maar verdwijnt via ongere gistreerde weg; • 23,9% wordt ingezameld als afval, maar gaat verloren als grondstof door stort, verbranding of ongeregistreerde verwerking; • 30,8 % wordt toegevoegd aan de wereldwijde voorraad van producten, gebouwen en infrastructuur; • 8,5% van de grondstoffen wordt ingezameld en op een bepaalde manier hergebruikt. Het concept van de ‘Circularity Gap’ is gevisualiseerd in onderstaande figuur.
n Figuur 3 - Wereldwijde 'circularity gap', waarbij slechts de blauwe band (8,5%) wordt gerecycled. Gebaseerd op the Circularity gap report, 2020 16 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
n Figuur 4 - Circulaire initiatieven naar R-strategie, uit: ‘De circulaire economie in kaart’ van het Planbureau voor de Leefomgeving, 2019.
Nederland scoort gemiddeld beter: volgens het Circularity Gap Report 2020 is Nederland nu voor 24,5% circulair. Ter vergelijking: Oostenrijk en Noorwegen (de twee andere landen waarvoor Circularity reports zijn opgesteld) zijn voor respectievelijk 9,7% en 2,4% circulair. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzocht daarnaast op een andere manier hoe de circulaire economie in Nederland ervoor staat. In zijn verkenning schetst het PBL dat Nederland op dit moment zo’n 85.000 activiteiten rondom circulaire economie kent. Hieraan zijn zo’n 420.000 banen verbonden .
Het aantal circulaire activiteiten per sector is weergegeven in Figuur 4. Ook activiteiten als een schoenmaker (die producten repareert, R4) en een afvalverbrandingsinstallatie (die energie terugwint, R6) zijn in dit overzicht dus onderdeel van een circulaire economie. Om stappen te zetten naar een méér circulaire economie is het van belang om steeds hoger op de ladder te komen (R1 t/m R3).
Het PBL heeft in de publicatie ‘De circulaire economie in kaart’ Nederlandse circulaire initiatieven in kaart gebracht en onderverdeeld naar het type ‘R-strategie’ (zie vorige paragraaf ), zoals het voorkomen van materiaalgebruik (R3: reuse), het repareren van producten (R4: repair) of het recyclen van materialen (R5: recycle).
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 17
6. Europese, nationale en Delftse kaders De afgelopen jaren is circulaire economie steeds hoger op de politieke agenda’s gekomen. Zowel de Europese Commissie als de Nederlandse rijksoverheid hebben beleidskaders vastgesteld. Daarmee hebben ze de aanzet gegeven tot de transitie naar een circulaire economie. Onze visie staat uiteraard niet los van deze kaders. Immers, een volledige circulaire economie in Delft is alleen haalbaar als dezelfde transitie plaatsvindt in de rest van Nederland, Europa en de wereld. Daarom benoemen we in deze visie graag ook de kaders waarop onze visie aansluit – de huidige kaders van Europa en Nederland. Daarnaast is het onderwerp ook niet nieuw op de Delftse duurzaamheidsagenda. Ook de reeds bestaande Delftse kaders passeren in dit hoofdstuk daarom even kort de revue.
6.1 Europa
6.2 Nederland
In december 2015 nam de Europese Commissie (EC) de ‘Circular Economy Package’ aan, die de transitie naar een circulaire economie in de EU ondersteunt. In januari 2017 heeft de EC het actieplan voor de implementatie van circulaire economie vastgesteld. In de periode 2015-2017 is met name gewerkt aan wetgeving over bijvoorbeeld betere garantievoorwaarden voor consumentengoederen, zodat mensen deze minder snel weggooien. Ook is wetgeving vastgesteld op het gebied van kunstmest, gemaakt van secundaire grondstoffen.
Op basis van de kaders vanuit de EC heeft de rijksoverheid voor Nederland eigen doelen gesteld: in 2050 heeft Nederland een volledig circulaire economie. Om dit te bereiken is in september 2016 het landelijke programma ‘Nederland Circulair in 2050’ van start gegaan. De eerste stap naar een uitwerking hiervan was het ondertekenen van het Grondstoffenakkoord in januari 2017 door bedrijven, vakbonden, overheden, natuur- en milieuorganisaties, kennisinstituten, financiële instellingen en vele andere maatschappelijke organisaties. Meer dan 300 partijen hebben dit akkoord ondertekend.
Naast het vaststellen van wetgeving stimuleert de EC ook initiatieven, zoals bijvoorbeeld innovatieve deals. De meeste van deze initiatieven staan in het teken van hergebruik van materialen en het voorkomen van voedselverspilling.
18 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Binnen het landelijke programma en grondstoffenakkoord zijn vijf prioritaire sectoren en ketens benoemd: • Bouw • Biomassa & Voedsel • Kunststoffen • Maakindustrie • Consumptiegoederen Voor elke sector is een uitvoeringsprogramma opgesteld dat de leidraad vormt voor het bereiken van de doelen.
n Figuur 5 - De zeventien sustainable development goals.
In februari 2019 heeft de Tweede Kamer het uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023 vastgesteld waarin de overgang naar een circulaire economie in Nederland wordt vormgegeven.
6.3 Delft 6.3.1 De Sustainable Development Goals De sustainable development goals (SDG’s) van de Verenigde Naties zijn in Delft de kapstok voor ons beleid. Deze zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen bieden een samenhangende set doelstellingen om breed met duurzaamheid aan de slag te gaan. Zij komen in grote mate overeen met de randvoorwaarden voor de donuteconomie. De SDG’s zijn gevisualiseerd in Figuur 5.
Het implementeren van deze SDG’s stelt andere eisen aan de manier waarop we naar het begrip ‘economie’ kijken. Zo gelden andere eisen voor de economische waardering van niet-economische factoren. Allereerst moet het creëren van negatieve impact op de leefomgeving (zoals CO2-uitstoot of de productie van giftige stoffen) een prijs krijgen: op die manier worden de zogenoemde negatieve externaliteiten onderdeel van ons economisch systeem. Daarnaast is een hogere belasting op grondstoffen nodig, om verspilling hiervan te voorkomen.
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 19
Dit kan worden gecompenseerd met een lagere belasting op arbeid. Voor Nederland en Europa is dit bijvoorbeeld uitgewerkt door Ex’tax. Hoewel deze macro-economische spelregels lokaal lastig te beïnvloeden zijn, hebben we in het Bestuursprogramma 2018-2022 ‘Voorbereid op de toekomst’ expliciet gekozen om te werken aan de volgende acht SDG’s. Daarbij heeft deze visie de sterkste relatie met SDG 12, maar ook SDG’s 3, 8 en 13 hebben duidelijke relaties met de transitie naar een circulaire economie: • SDG 1: Geen armoede • SDG 3: Goede gezondheid en welzijn • SDG 4: Kwaliteitsonderwijs • SDG 7: Betaalbare en duurzame energie • SDG 8: Waardig werk en economische groei • SDG 12: Verantwoorde productie en consumptie • SDG 13: Klimaatactie • SDG 16: Vrede, justitie en sterke publieke diensten
n Figuur 6 - Vier pijlers van ons duurzaamheidsbeleid
20 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
6.3.2 Bouwen aan een Duurzaam Delft In oktober 2017 hebben we de duurzaamheidsstrategie ‘Bouwen aan een duurzaam Delft, strategische keuzes op weg naar 2040’ vastgesteld. Hierin hebben we de vier Delftse pijlers voor een duurzame samenleving benoemd: • Energieneutraal • Klimaatadaptatief • Groen, Blauw & Gezond • Circulaire Economie. Iedere pijler heeft eigen doelstellingen en activiteiten. In deze strategie is reeds de landelijke doelstelling ‘Nederland 100% circulair in 2050’ overgenomen voor de pijler Circulaire Economie, met de aanvulling dat de inhoud van deze pijler nog verdere uitwerking vraagt. Deze visie geeft daar invulling aan. Al onze duurzaamheidspijlers zijn gevisualiseerd in onderstaande figuur.
6.3.3 Omgevingsvisie Delft zet in op het realiseren van ongeveer tienduizend extra banen op alle niveaus tot 2040. Daarnaast is het de ambitie om in diezelfde periode ongeveer 15.000 woningen toe te voegen aan de stad. Onze stad zal daarom de komende 20 jaar het toneel zijn van kleinere bouwprojecten en grootschalige gebiedsontwikkeling. Wij vinden het van groot belang om circulair bouwen (en slopen!) onderdeel te laten uitmaken van gebiedsvisies en Plan Uitvoeringskaders voor deze ontwikkelingen. De afgelopen jaren hebben we daarom al ervaring opgedaan met het opnemen en toepassen van circulaire principes in planvorming en uitvoering. De omgevingsvisie wordt binnenkort een belangrijk startpunt voor ruimtelijke ontwikkelingen in Delft: het bevat de langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving in Delft. Net als onze andere duurzaamheidspijlers maakt de pijler Circulaire Economie en circulariteit straks een belangrijk onderdeel uit van die visie om zo de ontwikkeling van een duurzame stad kracht bij te zetten. De rol van de gemeente bij het sluiten van grondstofkringlopen wordt ook in de omgevingsvisie benadrukt. Denk hierbij aan de wettelijke verantwoordelijkheid voor het inzamelen van huishoudelijk afval en grondbeheer, maar ook aan onze rol als regiepartner in bouwprocessen.
Onze ambitie voor een circulaire economie vertaalt zich in de omgevingsvisie onder andere in: • Het verlengen van de levensduur van onze (gebouwde) leefomgeving; • Het met elkaar verbinden van verschillende grondstof kringlopen in Delft; • Systeemdenken voorop: de circulaire economie staat of valt bij het in een groter geheel kunnen aanschouwen van materiaalstromen; • We stimuleren herstel, hergebruik en herbestemming van gebouwen.
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 21
7. Het stedelijk metabolisme van Delft Het concept ‘stedelijk metabolisme’ beschouwt de stad als een plaats met een ‘stofwisseling’. Die bestaat uit stromen van water, energie, materialen en afval die de stad nodig heeft om te functioneren. Vanuit dit concept zie je de stad als belangrijke verbruiker van allerlei grondstoffen en als producent van afvalstromen. Dit metabolismedenken wordt vaak toegepast bij het verkennen van systemen om de stad meer ‘circulair’ te organiseren en zo duurzamer te laten functioneren.
Om inzicht te krijgen in het stedelijk metabolisme van Delft, hebben we een materiaalstroomanalyse laten uitvoeren. In deze analyse worden de materiaalstromen (ook wel grondstofstromen) van Delft gekwantificeerd en gemodelleerd. Hierdoor hebben we inzicht gekregen in de materiaalstromen van Delft, met een focus op grondstofstromen van biomassa & voedsel, kunststoffen, metalen, beton/bouwmateriaal en afval. Maar ook water- en energiestromen maken onderdeel uit van de analyse, zij het op een hoger abstractieniveau. Deze analyse biedt ons een duidelijk vertrekpunt voor de verwezenlijking van onze ambities en bevat waardevolle informatie voor het bepalen van projecten voor de meest kansrijke of prioritaire grondstofstromen. De gehele materiaalstroomanalyse – inclusief een toelichting – is opgenomen als bijlage 1. Uit deze analyse blijkt dat in Delft de grootste stromen beton en biomassa zijn. Hieruit constateren we dat in ieder geval twee van de sectoren uit het rijksbrede programma (paragraaf 3.2) ook in Delft de grootste zijn: • Bouw • Biomassa & Voedsel
22 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Grondstofstromen in productieketens van de lokale maakindustrie zijn lastig in kaart te brengen, niet in de laatste plaats omdat het vaak om bedrijfsgevoelige informatie gaat. We zien hier kansen om deze stromen samen met vertegenwoordigers van de maakindustrie verder in kaart te brengen. Zo ontdekken we hoe we in Delft het grondstofgebruik van de maakindustrie kunnen terugbrengen. Dat is bijvoorbeeld interessant voor de grote gebiedsontwikkeling in Schieoevers, waarvoor we eerder ook een aparte materiaalstroomanalyse hebben laten uitvoeren. Het uitgangspunt voor dit gebied is immers om hier wonen te combineren met werken, met specifieke aandacht voor werkgelegenheid in de maakindustrie. Een circulaire benadering biedt hier goede kansen om materiaalketens te sluiten, mogelijk zelfs binnen het gebied.
n Figuur 7 Materiaalstroomanalyse Delft. Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 23
8. Uitwerking per sector Delft richt zich in haar activiteiten om te komen tot een circulaire economie op vijf prioritaire ketens en sectoren, zoals de rijksoverheid die in haar beleid benoemt. Het gaat om: • Bouw • Biomassa & voedsel • Kunststoffen • Maakindustrie • Consumptiegoederen. Van deze vijf sectoren is de sector Bouw voor de gemeente Delft het belangrijkst. Niet alleen de omvang van de grondstofstromen is het grootst, maar ook de directe invloed die wij als gemeente hierop hebben. Zo kunnen wij bijvoorbeeld eisen stellen aan bouw- en sloopprojecten. Dit geldt in mindere mate ook voor Biomassa & voedsel. Onze directe invloed zit daar bijvoorbeeld in gescheiden afvalinzameling of het hoogwaardig gebruik van maaisel en snoeiafval. In de sectoren Kunststoffen, Maakindustrie en Consumptiegoederen hebben wij minder invloed als gemeente. Wij kunnen niet bepalen welke producten en verpakkingen bewoners of bedrijven in Delft kopen of verkopen, of hoe bedrijven hun producten maken. Maar wij kunnen als gemeente bewoners en bedrijven wél stimuleren om voor circulaire oplossingen te kiezen, bijvoorbeeld via vergunningen of het faciliteren van bijeenkomsten. En we kunnen bij onze inkoop zelf het circulaire voorbeeld geven.
In dit hoofdstuk geven we een korte toelichting op iedere sector voor Delft, gevolgd door onze Delftse ambitie voor de betreffende sector. Hiermee werken we onze algemene ambitie ‘Delft circulair in 2050’ verder uit en geven we meer inzicht in hoe wij vinden dat een circulaire economie in Delft eruit ziet. De sectoren worden behandeld in de volgorde waarin wij als gemeente invloed erop kunnen uitoefenen; van veel invloed naar een beperktere invloed.
8.1 Bouw De bouwsector is grondstoffenintensief. De bouw neemt naar schatting 50% van het grondstoffenverbruik, 40% van het totale energieverbruik en 30% van het totale waterverbruik in Nederland voor zijn rekening . Daarnaast is een groot deel van al het afval in Nederland (circa 40%) bouw- en sloopafval en is de sector verantwoordelijk voor circa 35% van de CO2-uitstoot. Binnen de sector bestaat een tweedeling van Burgerlijke en Utiliteitsbouw (B&U) en Grond-, Weg-, en Waterbouw (GWW). Deze tweedeling is onder meer relevant vanwege de organisatiestructuur en betrokken stakeholders. Bij de B&U is vaak sprake van private financiering: een groot en divers speelveld met veel (grote en kleinere) stakeholders. Bij de GWW gaat het juist vaak om publiek opdrachtgeverschap en is het aantal stakeholders kleiner en meer homogeen. Het hergebruik van bouw- en sloopafval binnen de B&U gebeurt al op grote schaal (>95%), al gaat het vaak om laagwaardig hergebruik van bouwpuin tot granulaat dat als funderingsmateriaal wordt gebruikt. In de GWW wordt veel vrijkomend materiaal uit de B&U gebruikt als fundering. Daarnaast wordt vrijkomend materiaal uit de GWW vaak zelf binnen de GWW hergebruikt; na één levenscyclus van een weg is het puin herbruikbaar in andere (weg)projecten.
In de GWW zal naar verwachting steeds minder behoefte zijn aan instroom van nieuw funderingsmateriaal uit de gebouwde omgeving, doordat bedrijven steeds meer gebruikmaken van materiaal dat elders vrijkomt.
24 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
n Bij de ontwikkeling van het Kabeldistrict worden elementen van de huidige bebouwing hergebruikt. Architectuurimpressie: Mei Architects and Planners
De GWW gaat echter ook over kunstwerken (zoals viaducten, bruggen en kades), straatmeubilair (zoals banken) en de overige inrichting van openbare ruimte (zoals speeltoestellen). In alle facetten van de GWW kan circulariteit worden meegenomen.
8.1.1 Bouw in Delft
GWW De GWW betreft het ontwerp, de realisatie en het onderhoud van alle weg- en waterinfrastructuur, straatmeubilair en de openbare ruimte. Daarbij gaat het zowel om openbare ruimte die in handen is van de gemeente Delft, als om openbare ruimte van andere publieke organisaties (Hoogheemraadschap, provincie, TU) die liggen binnen de grenzen van onze gemeente.
Burgerlijke & Utiliteitsbouw (B&U) Delft staat net als andere steden voor een grote bouwopgave. De stad kent een aantal transformatiegebieden waar nu en in de toekomst veel gebouwd wordt; de Spoorzone, het Reinier de Graaf Ziekenhuis en omgeving, Schieoevers en de Bomenwijk. Daarnaast zijn er ook kleinere en meer op zichzelf staande ontwikkelingen. Ook in het TU-gebied wordt gebouwd. Als gemeente beheren we vastgoed, niet alleen onze eigen locaties (zoals het stadskantoor en stadhuis), maar ook sportaccommodaties en scholen. Ook hier voorzien we op korte en langere termijn ontwikkelingen . Zoals we ook in de materiaalstroomanalyse (Figuur 7) zien, is de stroom van beton de stad in en de stad uit (door sloop) groot. Het spreekt dan ook voor zich dat de bouwsector, en dan met name B&U, een van onze prioritaire sectoren is.
In zowel de B&U als GWW sturen we op vermindering van milieudruk. We richten ons hierbij op de milieuprestatie gebouwen (MPG, standaard in B&O) en de milieukostenindicator (MKI, standaard in de GWW). Deze zijn beide gebaseerd op de levenscyclusanalyse-methodiek (LCA). In deze methodiek worden verschillende milieueffecten beschouwd, zoals uitputting van grondstoffen, maar ook klimaatverandering en toxiciteit. De ambities voor circulair bouwen sluiten integraal aan op de andere duurzaamheidspijlers Energieneutraal, Klimaatadaptief en Groen, Blauw en Gezond. Het stimuleren van circulariteit in de bouwsector maakt wat ons betreft nadrukkelijk onderdeel uit van een veel breder beleid voor duurzaam bouwen in Delft. Daarbij stemmen wij onder andere CO2-reductie, natuurinclusieve, energiebesparende en circulaire maatregelen op elkaar af om tot een optimale duurzame bouw te komen. Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 25
8.1.2 Onze ambities voor de bouwsector
8.2 Biomassa & Voedsel
Burgerlijke & Utiliteitsbouw
Biomassa is een onmisbare grondstof in de circulaire economie. Dat geldt voor geproduceerde biomassa, maar ook voor biomassa uit reststromen. Biomassa onderscheidt zich van andere grondstoffen, omdat het van nature een circulaire grondstof is. Biomassa wordt voor voedsel en veevoer gebruikt en dient als grondstof voor onder andere textiel, papier & karton, bouwmaterialen, chemicaliën, kunststoffen en transportbrandstoffen.
In Delft gebruiken wij bestaande gebouwen en gebouwcomponenten zo lang en hoogwaardig mogelijk. Wij stimuleren levensduurverlenging om waardeverlies te voorkomen. Bij nieuwbouw sturen we op een flexibel en circulair ontwerp, met minder primair grondstofgebruik en afval. We minimaliseren daarbij de milieudruk (MPG).
Grond-, weg- en waterbouw In Delft werken we samen aan een circulaire GWW door de levensduur van bestaande infrastructuur en het bijbehorende straatmeubilair te verlengen, door hoogwaardig hergebruik van vrijkomende materialen en het verminderen van primair grondstofgebruik en afval bij de aanleg van nieuwe infrastructuur. We minimaliseren daarbij de milieudruk (MKI).
26 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Daarmee is biomassa van essentieel belang voor het terugdringen van onze CO2-uitstoot en de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen. Het gebruik ervan draagt bij aan de vergroening van een aantal grote economische sectoren die een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse export (biobased economy).
8.2.1 Biomassa & voedsel in Delft In een stad als Delft gaat veel biomassa heen en weer. Dit is ook zichtbaar in de stroomanalyse (Figuur 7). In de voedselsector zijn supermarkten en horeca de twee grote sectoren in Delft. Ook de huishoudens met hun tuinen en hun dagelijkse maaltijden maken dat er veel biomassa in omloop is. Voedselverspilling heeft (inter)nationaal de aandacht en wereldwijd ontstaan veel initiatieven die hierop inzetten en mensen bewuste keuzes laten maken.
n Bij de broedplaats van I Change worden concepten voor een duurzamer voedselsysteem getest.
Ook het beheer van het groen in de openbare ruimte (een gemeentelijke taak) zorgt voor een grote stroom biomassa die de gemeente uit gaat. Door een bewuste keuze te maken om deze biomassa zo hoogwaardig mogelijk toe te passen, dragen we bij aan een circulaire economie.
8.2.2 Onze ambitie voor biomassa & voedsel In Delft werken we aan circulaire ketens in biomassa & voedsel door het tegengaan van verspilling, het verminderen van milieudruk en hoogwaardige lokale (of waar nodig regionale) verwerking van groenstromen. Daarnaast zetten we in op groter gebruik van lokale voedselproducten.
n In het Delftse wormenhotel composteren wormen groente-, fruit- en andere etensresten.
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 27
8.3
Kunststoffen
De productie en het gebruik van plastics zijn de afgelopen 50 jaar vertwintigvoudigd. De verwachting is dat de productie in de komende 20 jaar nog eens verdubbelt. Ongeveer 20% van de mondiale productie vindt plaats in Europa. De productie van plastics is in grote mate afhankelijk van aardolie. Plastics worden nagenoeg niet afgebroken. Eenmaal in het milieu, met name in water, breken ze af tot steeds kleinere deeltjes, nano- of microplastics, die het ecosysteem aantasten en in de voedselketen terechtkomen. De langetermijneffecten hiervan zijn nog niet bekend.
In de materiaalstroomanalyse (Figuur 7) is de stroom kunststof klein. Ten opzichte van beton is het gewicht van plastic nihil. Toch is kunststof een materiaal waarmee iedereen dagelijks te maken heeft. Ook is de impact van microplastics op het milieu groot. Daarom is dit een van de vijf sectoren waaraan we ook in Delft willen werken.
8.3.2
Onze ambitie voor kunststoffen
Kunststoffen worden op een goede manier ingezameld en weer gerecycled. In de stad worden alleen gerecyclede plastics en bioplastics gebruikt. Het gebruik van eenmalige plastics brengen we aanzienlijk terug.
Er ontstaat een steeds grotere urgentie om minder plastics te gebruiken. Zo is vanuit Europa een kaderrichtlijn van kracht voor het terugdringen van het gebruik van eenmalig plastic. Ook wordt de verpakkingsindustrie gestimuleerd meer secundair plastic te gebruiken en het ontwerp van verpakkingen zo te maken dat ze makkelijk te recyclen zijn.
8.3.1 Kunststoffen in Delft Zolang de verpakkingsindustrie kunststofverpakkingen op de markt brengt, is aan ons de taak om ervoor te zorgen dat deze verpakkingen gescheiden worden aangeleverd voor recycling. Onderdeel hiervan is de bewustwording van de hoeveelheid plastic verpakkingen en ook de hoeveelheid plastic op straat als zwerfafval.
28 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
n Kunststoffen worden in Delft steeds beter ingezameld en gerecycled.
8.4 Maakindustrie In sectoren als de elektronica-, machine- en systeemindustrie, automobielindustrie, elektrisch vervoer, lucht- en ruimtevaartindustrie en duurzame energietechnologieën worden steeds meer grondstoffen gebruikt. Dat komt door een toenemende vraag naar producten en diensten. Bij de winning en verwerking van de grondstoffen doen zich wereldwijd milieu-, klimaat- en andere duurzaamheidsproblemen voor. Tegelijkertijd is het aanbod van grondstoffen zoals schaarse metalen beperkt.
8.4.2 Onze ambitie voor de maakindustrie Voor de stad Delft willen we inzetten op het stimuleren van de circulaire maakindustrie. Dit doen we door het stimuleren van innovatie en het aantrekken van nieuwe circulaire bedrijvigheid.
Een punt van zorg is dat de meeste organisaties nog relatief weinig aandacht hebben voor het thema circulaire economie. Dit vraagt om meer bewustwording en nieuwe verdienmodellen, waarmee de afhankelijkheid van grondstoffen verminderd wordt en daarmee ook de milieueffecten.
8.4.1 Maakindustrie in Delft Delft heeft als stad van techniek en innovatie bij uitstek innovatieve maakindustrie. Ook de transformatie van Schie oevers moet voorzien in nieuwe ruimte voor maakindustrie. Met de kennis van netwerkpartners als de TU, de hogescholen en ook (financiële) bedrijven zijn de randvoorwaarden aanwezig om deze innovaties te laten werken. In de materiaalstroomanalyse (Figuur 7) zijn de overige pijlen vooral de stromen die bij de maakindustrie rondgaan.
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 29
8.5 Consumptiegoederen Consumenten (burgers en bedrijven) leveren een belangrijke bijdrage aan de transitie naar de circulaire economie. Consumenten maken bewust of onbewust een keuze bij de aankoop van consumentenproducten en danken deze na korte of langere tijd weer af. Veel afgedankte producten worden al gescheiden en gerecycled, maar toch gaat de helft nu nog verloren doordat zij wordt verbrand of gestort. Van de totale hoeveelheid afval die in Nederland wordt verbrand en gestort, komt 80% van het restafval van burgers en bedrijven. Burgers en bedrijven realiseren zich niet altijd welke belangrijke rol zij hebben in het hoogwaardig houden van producten en materialen. Het is van groot belang meer aandacht te besteden aan ander gedrag van consumenten, als onderdeel van een aanpak voor de hele keten.
30 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Gemeenten kunnen hierin een grote rol spelen, onder andere door te investeren in innovatieve inzamelingssystemen die hoogwaardige grondstoffen opleveren. Deze systemen kunnen we nog effectiever inrichten, om het burgers en bedrijven makkelijker te maken om hun producten goed af te danken. Zo dragen zij bij aan hoogwaardige recycling en het sluiten van de kringloop.
8.5.1 Consumptiegoederen in Delft Hoewel exacte cijfers ontbreken, is het niet moeilijk om jezelf een voorstelling te maken van de hoeveelheid consumptiegoederen (zoals elektronica, huishoudelijke producten, kleding en meubels) die de ongeveer 104.000 Delftenaren per jaar aanschaffen en weggooien. Dat gaat om enorme hoeveelheden. Onze ambitie voor deze sector richt zich op het verlengen van de levensduur van consumptiegoederen en waar mogelijk het lokaal sluiten van de kringlopen van grondstoffen voor deze consumptiegoederen.
8.5.2 Ambitie consumptiegoederen In Delft werken we aan het verlagen van de milieudruk van consumptiegoederen door de levensduur van producten te verlengen en afgedankte producten zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken. Dit doen we door het stimuleren van mogelijkheden voor hergebruik en retourlogistiek.
Alhoewel deze stroom in de analyse (Figuur 7) niet heel prominent naar voren komt, weten we dat de impact van bijvoorbeeld textiel op het milieu groot is. Dat betekent dat de winst bij het beperken van het gebruik van textiel groot is. We weten ook dat e-waste (afgedankte apparatuur) veel waardevolle grondstoffen bevat – grondstoffen waarvan enkele al schaars worden. Zeker in Delft, waar techniek en innovatie hoog in het vaandel staan, is de potentie zeer groot voor het bedenken van innovatieve oplossingen om de circulariteit in deze ketens te verhogen.
n Repair Café Delft biedt twee keer per maand de mogelijkheid om consumptiegoederen te (laten) repareren. Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 31
9. Uitvoering - aan de slag met circulariteit! Een goede visie is belangrijk, maar zonder duidelijk plan voor de uitvoering ervan blijft het slechts bij dromen. Om de ambities uit deze visie te realiseren, werken we de komende jaren aan een groot aantal projecten en acties die de eerste fase van de transitie markeren.
9.1 Uitvoeringsplan In 2021 stellen we een Uitvoeringsplan Circulaire economie op voor vier jaar. In dit plan vertalen we de ambities en doelen uit deze visie naar concrete projecten en acties. In het uitvoeringsplan richten we ons op de verschillende delen van onze gemeente, waaronder: • Onze eigen gemeentelijke organisatie, waarin we het goede voorbeeld willen geven. Denk aan een circulaire aanpak voor ons eigen vastgoed en onze eigen inkoop. • Onze gemeentelijke dienstverlening en projecten, waarin we de uitvoering direct bepalen, maar waar de schaal veel groter is en de eventuele kosten veel groter worden dan
32 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
•
•
ons eigen kantoor. Denk aan alle bouwprojecten, gebieds ontwikkeling, de inrichting van de openbare ruimte en de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval van alle Delftenaren. Circulaire bedrijvigheid, die wij kunnen beïnvloeden met bijvoorbeeld regelgeving, maar vooral kunnen stimuleren door bijvoorbeeld netwerkbijeenkomsten, kennisuitwisseling en ondersteuning van onderzoek. Circulaire samenleving, waaronder inwoners en bezoekers van Delft. Ook hier kunnen we in beperkte mate sturen en vooral aanjagen, door het stimuleren en ondersteunen van initiatieven, beïnvloeding van gedrag en via communicatie.
In elk hoofdstuk van het uitvoeringsplan komen de prioritaire sectoren aan bod en doen de verantwoordelijke afdelingen van de gemeente een voorstel voor projecten en acties die zij gaan uitvoeren. Zij formuleren de projecten en acties zo concreet mogelijk, inclusief planning, verwachte kosten, benodigde partners en projecteigenaar. Het uitvoeringsplan wordt daarmee de leidraad voor de Delftse transitie naar een circulaire economie en biedt duidelijke handvatten om de voortgang daarvan te monitoren. Het plan blijft echter altijd een ‘levend document’. Niemand weet exact hoe de transitie naar een circulaire economie precies eruit gaat zien. ‘Leren door te doen’ is een belangrijk uitgangspunt voor veel projecten die tot doel hebben deze transitie te stimuleren of te versnellen. Voortschrijdend inzicht zal vaak reden zijn om de plannen bij te sturen. Daarnaast volgen nieuwe circulaire initiatieven en maatregelen elkaar in hoog tempo op. Daarom blijft ook het uitvoeringsprogramma de komende jaren in ontwikkeling.
9.2 Instrumenten Bij het uitvoeren van projecten en acties en het stimuleren van initiatieven kunnen we als gemeente op verschillende manieren invloed uitoefenen op de transitie naar een circulaire economie. Dat kan bijvoorbeeld met onze inkoopvoorwaarden, beleid en verordeningen, onze communicatiestrategie, wet- en regelgeving, het stimuleren van netwerken en strategische samenwerking, het faciliteren van onderzoek en het opstellen van subsidieregelingen. Welke van deze instrumenten het meest voor de hand liggen, verschilt per sector. Dit hangt onder andere af van de invloedsfeer die wij als gemeente in de sector hebben. Bij de projecten in het uitvoeringsplan benoemen we ook nadrukkelijk welke instrumenten naar verwachting het meeste effect sorteren.
9.3 Partners De transitie naar een circulaire economie is een enorme opgave, die alleen kans van slagen heeft als overheden, bedrijfsleven en onderwijs de krachten bundelen. Hoe succesvol de transitie wordt, hangt af van de inzet van alle benodigde partijen. Hoewel de lokale overheid een belangrijk partij is voor het slagen van de transitie, kunnen we de transitie niet alleen realiseren. Samenwerken met een breed scala aan partners is dan ook cruciaal voor het slagen van de circulaire economie en het behalen van de ambities uit onze visie. Daarom gaan we samenwerkingsverbanden aan. Samenwerking zal vooral gebeuren op projectmatige basis, per (onderdeel van een) sector.
Belangrijke partners die we bij het uitvoeren van deze visie betrekken zijn onder andere (in willekeurige volgorde): • andere overheden – waaronder de rijksoverheid, provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschap Delfland • midden- en kleinbedrijf • de Delftse maakindustrie • ondernemersverenigingen • vastgoedeigenaren • banken • lokale en landelijke kennisplatforms en netwerken - bijvoorbeeld Bouwcampus, MVO Nederland en Cirkelstad • kennisinstellingen - zoals TU Delft, samenwerkende universiteiten LDE en hogescholen • bouwsector – waaronder architecten(bureaus), project ontwikkelaars, aannemers • woningbouwcorporaties • Stichting STUNT • Metropoolregio Rotterdam – Den Haag • Natuurmilieueducatiecentrum De Papaver • alle inwoners van Delft
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 33
9.5 Prioriteiten 2021
9.4 Financiën Na het vaststellen van deze visie wordt in 2021 vertaald in een uitvoeringsplan. Dit geeft inzicht in hoe we de uitvoering van de visie voor de komende vier jaren voor ons zien. In dat plan worden ook de financiële consequenties (inclusief dekking) en de benodigde capaciteit in beeld gebracht. De huidige begroting voor 2021 voorziet in voldoende financiële middelen (€ 100.000) voor de dekking van de capaciteit die daar voor nodig is. Dit budget wordt tevens ingezet voor aanvullende onderzoeken die nodig zijn voor het opstellen van het uitvoeringsplan en voor de advisering bij gebiedsontwikkeling en bouwprojecten. Alle ambities genoemd in paragraaf 9.5 worden gedekt uit de betreffende doelstelling of het eerder genoemde centrale budget.
34 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Naast het opstellen van het meerjarig uitvoeringsplan vervolgen we in 2021 de circulaire weg die we zijn ingeslagen volgens de uitgangspunten van deze visie. Want uiteraard hebben we de afgelopen jaren al de eerste stappen richting een circulaire economie gezet. De gemeenteraad is daarvan al op de hoogte gesteld via een raadsbrief (van 11-11-2019) met daarin een overzicht van reeds lopende processen, acties en projecten. Een groot deel daarvan wordt voortgezet, andere worden uitgebreid. Projecten die nieuw starten in 2021 hebben vaak een onderzoekende of een verkennende aard. Zoals eerder vermeld, geldt voor de transitie naar een circulaire economie ‘learning by doing,’ omdat een blauwdruk voor het uitvoeren van projecten vaak nog ontbreekt. Hieronder volgt per sector een overzicht van activiteiten en projecten waar we het komende jaar aan werken of die we voorbereiden en verder uitwerken. Voor alle sectoren geldt: als we zelf iets inkopen, doen we dat zo veel mogelijk maatschappelijk verantwoord. We handelen daarbij volgens ons Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) dat we in 2019 hebben opgesteld. In dat actieplan staat dat we MVI binnen onze organisatie willen versnellen. Daarvoor wordt MVI de komende jaren stap voor stap verder geïmplementeerd.
Onze MVI-aanpak richt zich, naast sociale uitgangspunten, op drie focusthema’s: klimaatbewust, innovatiegericht en circulair inkopen. Als gevolg daarvan is circulariteit bij steeds meer inkooptrajecten een belangrijk uitgangspunt.
9.5.1 Bouw
9.5.4 Maakindustrie
De bouwsector heeft een grote impact op het gebruik van grondstoffen, wat zorgt voor veel en zware materialen en CO2-uitstoot. Daarom is dit een sector die de rijksoverheid al actief aanpakt. Ook wij geven voor 2021 prioriteit aan deze sector. De circulaire ontwikkelingen in de bouw volgen elkaar in rap tempo op en wij volgen deze met belangstelling.
Uit de analyse van de Delftse materiaalstromen die we hebben laten uitvoeren (Bijlage 1) blijkt dat we nog beperkt inzicht hebben in de materialen en grondstoffen die in de Delftse maakindustrie rondgaan. De oorzaak daarvan is dat het vaak om gevoelige bedrijfsinformatie gaat. Om toch met deze sector de kringlopen te sluiten, is eerst meer inzicht nodig. Welke materialen komen vrij, welke kunnen worden hergebruikt en hoe kunnen we partijen met elkaar verbinden?
Onze prioriteiten voor 2021: • Het ontwikkelen en vastleggen van de R-ladder voor bouw, door het uitbreiden van het beleid voor duurzaam bouwen; • Onderzoek of deelname aan Cirkelstad, een circulair kennisplatform voor de bouwsector, of een vergelijkbaar platform dat bijdraagt aan het behalen van onze doelstellingen; • Circulaire gebiedsontwikkeling opnemen in de omgevingsvisie en vervolgens nader uitwerken in de omgevingsplannen; • Ons eigen vastgoed blijven verduurzamen, ook volgens circulaire principes.
9.5.2 Biomassa en voedsel Binnen dit thema lopen al verschillende projecten waar we mee doorgaan en die we eventueel uitbreiden.
Onze prioriteiten voor 2021: • Verdere verdieping van de materiaalstroomanalyse voor de maakindustrie; • Circulariteit meenemen in de gebiedsontwikkeling van Schieoevers, waar met name maakindustrie moet gaan komen.
9.5.5 Consumentengoederen Voor deze sector is bewustwording en gedragsverandering essentieel. Daarom richten we ons voor deze sector met name op .communicatie en educatie.
Onze prioriteit voor 2021: Onze prioriteiten voor 2021: • Uitvoeren Grip op Grondstoffen: vastgesteld beleid rondom huishoudelijk afval, waarbij het doel is minder restafval en meer grondstoffen in te zamelen. Onderdeel hiervan is de ambitie om meer GFT uit het restafval te halen en verspilling te voorkomen; • Focus op hoogwaardige verwerking van het afgevoerde groen bij groenonderhoud.
• Starten met het opstellen van een communicatiestrategie voor circulaire economie.
9.5.3 Kunststoffen Hoewel dit een sector die grotendeels buiten de invloedssfeer van de gemeente ligt, zetten we ons toch in om het gebruik van kunststoffen te verminderen.
Onze prioriteiten voor 2021: • Stimuleren van plasticscheiding bij PMD-fractie voor hoogwaardige verwerking van deze grondstofstroom; • Onderzoeken op welke manier bewonerscommunicatie kan bijdragen aan het verminderen van het gebruik van plastics.
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 35
Bijlage 1: Materiaalstroomanalyse Delft
MATERIAALSTROOMANALYSE
DELFT
Onderlegger uitvoeringsprogramma Circulair Delft
36 | Op weg naar een circulair Delft in 2050
Index 0
INTRODUCTIE
1
DIT PROJECT
2
MATERIAALSTROOMANALYSE DELFT
3
HANDELINGSPERSPECTIEF
3A HANDELINGSPERSPECTIEF GEMEENTE DELFT 3B HANDELINGSPERSPECTIEF BEDRIJFSLEVEN 4
VERVOLGSTAPPEN APPENDIX
INTRODUCTIE
INTRODUCTIE
VAN EEN LINEAIRE NAAR EEN CIRCULAIRE ECONOMIE We leven in een economisch model dat gebaseerd is op constante groei. Dit systeem kenmerkt zich door een sterke “take-make-dispose” materiaalketen - veel materialen worden na gebruik afgedankt. Daardoor is deze groei is hand in hand gegaan met een exponentieel gebruik van verschillende grondstoffen.
NEEM
Naarmate verschillende ecologische plafonds naderen en de druk op grondstoffen toeneemt, wordt de noodzaak voor een transitie naar een nieuw economisch systeem steeds groter.
MAAK
3
De circulaire economie biedt hiervoor een nieuw kader. Binnen een circulaire economie wordt optimaal gebruik gemaakt van grondstoffen, door gesloten kringlopen waarin output van materialen wordt gekoppeld aan input.
GOOI WEG
MATERIAALSTROOMANALYSE DELFT
Op weg naar een circulair Delft in 2050 | 37
INTRODUCTIE
INTEGRALE AANPAK CIRCULAIRE ECONOMIE BILLIJKHEID
Het idee van een circulaire economie is ontstaan vanuit het streven naar maximale waardecreatie zonder afbreuk te doen aan het milieu en toekomstige generaties. Dit wordt onder andere bewerkstelligd door grondstoffen zo hoogwaardig en efficiënt mogelijk te hergebruiken, of liever nog, het gebruik ervan helemaal te vermijden.
Materialen worden continu op een hoogwaardige manier gerecycled.
De waarde van menselijke activiteiten wordt breder uitgedrukt dan alleen financieel.
Het Planbureau voor de Leefomgeving hanteert hiervoor een beslissings-hiërarchie van 6 ‘R-en’ (ook wel de ‘R-ladder’), in volgorde van hoog- naar laagwaardig: Refuse/Rethink, Reduce, Reuse, Repair/Remanufacture, Recycle en Recover. Hierbij hebben de hogere opties de voorkeur.