CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Omgevingsvisie Delft 2040

Commissie Ruimte en Verkeer 1 juli 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake vaststellen Omgevingsvisie (nr. 2119372)17.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2.3 Cultuuraanbod – Het creatief vermogen van Delft Cultuur maakt onze historie zichtbaar en beleefbaar. Het stimuleert daarnaast de creativiteit, door een ander perspectief te geven. Cultuur, creativiteit en innovatie zijn sterk met elkaar verbonden. Delft kan zich hiermee onderscheiden van andere steden, én bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Cultuur maakt Delft aantrekkelijk om te bezoeken, in te verblijven en in te wonen. Ook in gebieden die we nog gaan ontwikkelen, kan

68

cultuur een belangrijke aanjager zijn. Cultuur is voor iedereen en is verbonden met de dynamische identiteit van onze stad en inwoners. Voor een groeiende stad is het van belang dat cultuur mensen met elkaar in contact brengt. Zo draagt het bij aan een verbonden en inclusieve stad. Om de positie van de cultuurstad te versterken, investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen en onderscheidend cultuuraanbod. Ook investeren we in de kwaliteit van de openbare ruimte, met daarin ruimte voor cultuur. Delft zet in op cultuur. We richten ons op drie ambities die een concrete vertaling krijgen in het op te stellen cultuurkader:

Meedoen met cultuur: oog voor inclusie, verbinding en talentontwikkeling Cultuur levert een actieve bijdrage aan samenhang en verbinding tussen inwoners in de wijken. Cultuur werk preventief en draagt bij aan kansengelijkheid. Iedereen kan meedoen met en door cultuur, vanuit eigen interesses, passies en talenten. Inwoners herkennen zich in en nemen deel aan het inclusieve aanbod van een representatieve cultuursector.

Stedelijke aantrekkelijkheid: cultuur als motor van een stad in ontwikkeling Cultuur is een voorwaarde voor een sterke bezoekerseconomie. Mede door een aantrekkelijk en onderscheidend aanbod versterkt Delft zijn positie als kwalitatief hoogwaardige vestigingsplaats voor bewoners en bestemming voor bezoekers. We streven naar een culturele basis die past bij Delft en wenselijk is voor de demografische groei en ontwikkeling van de stad. De basis kan daarom op onderdelen nog worden versterkt. Daarbij denken we ook aan faciliteiten en ruimte voor creatieve bedrijvigheid.

Cultuur en innovatie: waar cultuur, wetenschap en Delft elkaar ontmoeten. Innovatie, technologie en creativiteit vormen – samen met historie – het unieke karakter van Delft. Dit zie je en beleef je in de stad. De spannende wisselwerking tussen cultuur en innovatie komt ook tot uitdrukking in de gebiedsontwikkelingen. In deze innovatieve (maak)stad weten de culturele infrastructuur en de innovatieve en creatieve bedrijvigheid elkaar te vinden en kunnen ze samen experimenteren. We slaan een brug tussen wetenschap én cultuur om het bredere publiek te bereiken en maatschappelijk te innoveren.

4.2.4 Evenementen Delft benut in 2040 de kansen om aansprekende en bij Delft passende evenementen aan te trekken. Als het aantal bewoners groeit, zal ook de vraag naar levendigheid en sfeer in buurt en stad toenemen. Evenementen organiseren we voor onze eigen inwoners en bezoekers, maar hebben ook economisch potentieel. Het evenementenaanbod zal worden gespreid over de hele stad.

Evenementenlocaties Op het moment zijn er evenementenlocaties aangewezen en bevinden deze zich voornamelijk in de binnenstad. Het evenemententerrein van Lijm & Cultuur is een belangrijke locatie voor evenementen in het algemeen, maar specifiek ook om de binnenstad te ontlasten. Naast deze bestaande locaties zijn er meer evenementenlocaties nodig waar het mogelijk is om (grotere) evenementen te organiseren, zodat er meer aanbod kan worden gespreid over de stad. Op deze manier kan het cultuur- en recreatief aanbod ook dichter bij inwoners in de wijken georganiseerd worden. Bij voorkeur worden er locaties aangewezen naast bestaande bestemmingen zoals een culturele instelling of winkelcentrum. Verder is het belangrijk dat er meer plekken zijn waar kleinschalige, bijzondere en exclusieve evenementen georganiseerd kunnen worden. We bekijken dit vanuit behoeften, wensen en ideeën van de inwoners en bezoekers van de te ontwikkelen wijken.

69

Kaartbeeld cultuurvoorzieningen en evenementenlocaties

Kaartbeeld: 70 KuiperCompagnons

71

Foto: M. Meivogel

Delft, waar het goed en gezond leven is; sterke en leefbare wijken met goede en voldoende woningen voor iedereen

Foto: A. van den Berg / Pieter de Hooch Unplugged

Beeld: Powerhouse Company en LAP Landscape & Urban Design Beeld: Lodewijk Baljon landschapsarchitechten

Delft heeft in 2040 sterke en leefbare woonwijken. Delft is prettig om te wonen, voor Delftenaren en voor nieuwkomers. De woningvoorraad is op orde gebracht, zodat deze beter aansluit bij de wensen van de huidige én de toekomstige inwoners van Delft. De rode draad hierbij is meer di­ versiteit en variatie in het woon­aanbod. Een gezonde, veilige, aantrek­ kelijke en multifunctionele openbare ruimte draagt bij aan de leefkwali­ teit en nodigt Delftenaren uit tot bewegen, ontmoeten en meedoen. De principes vanuit de kijk op de positieve gezondheid (ervoor zorgen dat mensen om kunnen gaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagin­ gen in het leven) van de mens zijn hierbij leidend. 72

Beeld: Vera Yanovshtchinsky architecten

4.3 Delft, waar het goed en gezond leven is; sterke en leefbare wijken 4.3.1 Goede en voldoende woningen voor iedereen Evenwichtige woonwijken Om evenwichtige en veerkrachtige woonwijken te krijgen, zet Delft onder meer in op een gevarieerde woningvoorraad. Dat doen we door meer middeldure en dure huur- en koopwoningen bij te bouwen en de kwaliteit van de sociale woningvoorraad te verbeteren. Bij grote ontwikkellocaties (circa 300 woningen of meer) wordt uitgegaan van de realisatie van 15% reguliere sociale huurwoningen en 20% middeldure huurwoningen in het woningbouwprogramma.

Nieuwe woningen Delft heeft de ambitie om in de periode (van 2017) tot 2040 zo’n 15.000 woningen toe te voegen. Dit is een toename van 30% van de woningvoorraad. Dit lijkt een enorme opgave, maar Delft is al goed op weg. Ongeveer 2/3 van dit aantal is al vergund, in aanbouw of geprogrammeerd. In Delft zal deze opgave grotendeels binnenstedelijk opgevangen moeten worden.

Hogere dichtheden en hoogbouw In Delft is de beschikbare ruimte voor nieuwbouw schaars. De zuidelijke helft van Delft biedt de meeste kansen om woningen toe te voegen. Gebieden zoals Schieoevers Noord inclusief de omgeving van station Delft Campus bieden nog voldoende ruimte voor het toevoegen van woningen. In deze gebieden kan in hogere dichtheden en met multifunctioneel ruimtegebruik worden gebouwd. Hoogbouw is een middel om te bouwen in hogere dichtheden. Hoogbouw kan kwaliteit aan Delft toevoegen als dit goed wordt ingepast in de omgeving, rekening houdt met de beschermde stadsgezichten en passende functies in de onderste bouwlaag worden gerealiseerd. Delft stuurt op (beeld)kwaliteit en functionaliteit en het behouden van de menselijke maat. Delft werkt zijn visie op hoogbouw de komende periode verder uit en scherpt de huidige hoogbouwnota waar nodig verder aan. In enkele delen van de stad is hoogbouw wenselijk. Dit is het geval in Schieoevers Noord. Hoogbouw kan bijdragen aan ambities met betrekking tot duurzaamheid en vergroening, maar kan ook robuustheid toevoegen aan de Delftse gebouwde omgeving. De multifunctionele potentie van de daken wordt benut. Te denken valt aan onder andere ‘groene’ of ‘blauwe’ daken maar ook aan ‘gele’ daken die duurzame energie op kunnen wekken.

Foto: A. van den Berg / Pieter de Hooch Unplugged 73

Kaartbeeld ruimtelijke indicatieve verdeling woningbouwopgave

Kaartbeeld: KuiperCompagnons 74

Delft laat de veelkleurigheid zien in de bebouwing. De stad heeft op veel plekken een traditie in het mengen van gezinswoningen en appartementen, laag- en hoogbouw in gemengde gebieden. Het bouwen in hoge dichtheden, veelal gestapeld, is van toepassing in alle segmenten en sluit aan bij de wens van veel doelgroepen om binnen een hoogwaardig stedelijk woonmilieu met alle voorzieningen in de directe nabijheid te wonen.

‘Hoogbouw heeft niet direct de voorkeur, maar is wel een optie gezien de beperkte ruimte. Een geschikt alternatief voor bijbouwen is het omvormen van leegstaande gebouwen zoals kantoren, winkels en industriële panden. Verder is er behoefte aan wonen in combinatie met zorg en aan microappartementen. Speciale aandacht zou uit moeten gaan naar woningen voor ouderen en starters.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’ Transformeren en wijkversterking Het is van belang de woningopgave ook te gebruiken als kwaliteitsverbetering voor wijken. Dit geldt zeker daar waar geen ruimte is voor grootschalig bijbouwen van woningen of het transformeren van een deel van de huidige woningvoorraad. De wijkversterkingsopgave (zie hoofdstuk 5.2) biedt kansen voor de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en beleving en onderhoud van infrastructuur en andersom zijn deze opgaven een extra aanleiding om aan de slag te gaan met de wijkversterkingsopgaves. Door nieuwe woonmilieus toe te voegen aan uniforme wijken ontstaat daar meer diversiteit.

aan vernieuwende woonvormen met gemeenschapszin. Waar mogelijk stimuleren en faciliteren we deze behoefte aan collectieve woonvormen met of zonder zorg. Dit doen we samen met de Delftse woningcorporaties, zorgpartijen, welzijnsorganisaties, ontwikkelaars, architecten, beleggers en de TU Delft. Ook kan het zijn dat mensen buiten Delft gaan of blijven wonen. Op dit moment woont de helft van het aantal in de stad werkzame kenniswerkers niet in de stad en besluit een groot deel van het aantal afstudeerders na de studie uit de stad te vertrekken. We gaan het voor hen aantrekkelijk maken om in Delft te blijven wonen. Samen met de TU Delft, DUWO en andere studentenhuisvesters zetten we in op een goede balans tussen het aantal studenten en andere bewoners in de stad. De campus is in 2040 ontwikkeld tot een echt deel van de stad met stedelijke functies en een verblijfsklimaat dat aansluit bij de stad. Nieuwe grootschalige clusters van studentenwoningen komen vooral op en rond de TU-campus. Buiten de campus bouwen we kleinschalig en gemengd met andere doelgroepen. Kansen op de realisatie van studentenhuisvesting in de regio worden benut. De bereikbaarheid van stad naar campus is in 2040 flink verbeterd. ‘Indien een keuze moet worden gemaakt, is een groot deel van de bewoners voor het verdichten van bestaande wijken in plaats van het opofferen van groen.

Meer dan de helft van de bewoners ziet liever niet dat er ingezet wordt op het bouwen van eengezinswoningen als dat betekent dat buurten voller worden.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’

Woningdifferentiatie – voor wie gaan we bouwen?

Langer en Weer Thuis

Het doel is om wonen in Delft mogelijk te maken voor alle (toekomstige) inwoners. De huidige woningvoorraad sluit niet aan op de bevolkingsprognoses en de toekomstige vraag. Het aantal ouderen neemt bijvoorbeeld toe en het aantal één- en tweepersoonshuishoudens groeit. Ook zullen steeds meer mensen die nu nog in zorginstellingen wonen op termijn zo veel mogelijk zelfstandig met steun en begeleiding in de wijken wonen.

De wens bestaat om de variatie van woonaanbod in de wijken te vergroten. Zo ontstaat meer keuzevrijheid voor woningzoekenden om in een bepaalde wijk te gaan wonen of om binnen de eigen wijk te verhuizen. Delft zet ook in op Langer en Weer Thuis wonen. Onder ‘Langer Thuis’ verstaan we het geschikt zelfstandig thuis wonen van ouderen, met waar nodig thuiszorg en aanpassingen in de woning om dit mogelijk te maken. Onder ‘Weer Thuis’ verstaan we het huisvesten van mensen met een meer of minder intensieve zorg- of begeleidingsvraag bij het wonen. Mensen die (tijdelijk) gebruik maken van maatschappelijke opvang en beschermd wonen laten we waar mogelijk uitstromen naar een zelfstandige woning met zorg en begeleiding in de buurt.

Voor een passende woningvoorraad is het van belang dat we een verhuisketen op gang brengen. Zo kunnen zoveel mogelijk bewoners van Delft in een woning wonen die past bij hun huidige situatie, inkomen en woonwensen. Tegelijkertijd zien we de groeiende behoefte

75

Kaartbeeld transformatiegebieden

Kaartbeeld: KuiperCompagnons 76

Werken afstemmen op wonen De woningbouwprogrammering wordt afgestemd op de bedrijvigheid binnen de gemeentegrenzen, zodat woon-werkreisafstand beperkt blijft, en we daarmee een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden voor bewoners en bedrijven. Andersom stemmen we werken af op wonen.

4.3.2 Openbare ruimte Visitekaartje van de stad Ruimte in Delft is een schaars goed. Daar moeten we creatief en zorgvuldig mee omgaan. De openbare ruimte is het visitekaartje van de stad. Het is bovenal de ruimte waar ontmoetingen plaats vinden, waar je het erfgoed van de stad ervaart, waar culturele evenementen worden georganiseerd en die technologie en innovatie uitstraalt.

Ontmoeting Delft heeft in 2040 een openbare ruimte die uitnodigt tot verblijven en ontmoeten. ’Bewoners willen meer bankjes en tafels in de openbare ruimte die uitnodigen tot verblijven en ontmoeten, evenals meer speel- en sportvoorzieningen in buurten, zowel kleinschalig (toestellen) als in combinatie met groen (natuurspeeltuin, sportveldjes).’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’

Minder verharding en meer groen Delft zet in op minder verharding en meer (doelmatig onderhouden) groen. Dit groen kan de vorm hebben van parken of als versnipperd groen, zoals bomen, plantsoenen, planten en bloembakken. Er wordt ook ingezet op het aantrekkelijker maken van bestaande groenvoorzieningen, gericht op de belevingswaarde en de waarde voor dieren. Minder verharding, meer groen en meer ruimte voor waterberging dragen bij aan het oplossen van de opgave voor klimaatadaptatie (het verminderen van de kans op hittestress, de kans op wateroverlast en het aanvullen van het grondwater om zo droogte te voorkomen) en het verhogen van de biodiversiteit.

77

Meervoudig gebruik De groei van de stad heeft consequenties voor het beheer van de openbare ruimte. De verdichting legt extra druk op de bestaande openbare ruimte en op het bestaande voorzieningenniveau. Steeds meer mensen maken gebruik van dezelfde ruimte (meervoudig gebruik). Dit zorgt ervoor dat er ook andere eisen worden gesteld. De openbare ruimte wordt multifunctioneel; het beheer moet hierbij aansluiten.

4.3.3 Samen leven in Delft Prettig samen leven vinden we belangrijk in Delft. In 2040 is Delft een stad waar iedereen ertoe doet, meedoet, elkaar kan ontmoeten en de kans krijgt zich te ontwikkelen. In ertoe doen en gezien worden en van daaruit ontmoeten, ontwikkelen en meedoen ligt namelijk de sleutel tot prettig samen leven.

Iedereen doet mee Om prettig samen te kunnen leven, is het belangrijk dat er voldoende sociale activiteiten en voorzieningen (cultuur, sport, zorg, welzijn, recreatie, onderwijs) zijn in de wijk of buurt die uitnodigen tot ontmoeten, meedoen, sporten, bewegen, spelen of talentontwikkeling. Delft zorgt ervoor dat het aantal en het type basisvoorzieningen in juiste verhouding komt en blijft tot de omvang en samenstelling van de Delftse samenleving.

Een toegankelijk Delft Het is heel belangrijk dat iedereen in Delft toegang heeft tot de stad en niemand is uitgesloten. Delft zet daarom in op het verbeteren van de toegankelijkheid van gebouwen, het openbaar vervoer en de (inclusieve) openbare ruimte (ook voor nood- en hulpdiensten) en het zorgen voor de beschikbaarheid van voldoende geschikte woningen en woonvormen voor mensen met een beperking. Deze ambities vertaalt Delft in een lokale inclusie-agenda die met de stad en de specifieke doelgroep wordt opgesteld. Bij publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen, ontspannen en samenkomen hoort een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een beperking. De openbare ruimte en de infrastructuur moet voor iedereen in Delft te begrijpen en te gebruiken zijn, ook waar meerdere functies samenkomen.

In verbinding met elkaar Verbinding is de sleutel tot een prettige, inclusieve stad, waar de kans op ontmoeting bestaat onder positieve omstandigheden. Delft verbindt door netwerken op te bouwen en te onderhouden. Mensen willen in een buurt wonen waar contact is met buren. 78

Studenten zijn een groep in de stad die bijdraagt aan verbinding met elkaar in onder andere vrijwilligerswerk. Via onderwijs en onderzoek dragen zij met hun kennis en creativiteit bij aan het oplossen van maatschappelijke opgaven.

De gemixte stad Delft streeft naar een gemixte stad. Gemengd wonen is te bereiken door onder andere het mixen van sociale huurwoningen en koopwoningen. Er is veel draagvlak voor het beleid van woningdifferentiatie dat de gemeente uitvoert en in de toekomst nog meer wil versterken. Wonen met verschillende leefstijlen en groepen heeft voor veel bewoners de voorkeur. Delft zet daarom in op diversiteit in de buurten. De gemixte stad gaat ook over het mixen van functies, zoals het mengen van wonen en werken, of het combineren van horeca met cultuur. Het combineren van functies vergroot de kans op sociale contacten. Hierbij is te denken aan vormen van wonen voor jong en oud waar ruimte is voor gemeenschappelijkheid en multifunctioneel gebruik. ’Bij voorkeur is Delft een stad met een gemixt karakter, zowel voor werken als wonen moet ruimte zijn. Dit kan op twee wijzen bereikt worden: door gebouwen multifunctioneel in te zetten met een werk- en een woondeel of door duidelijke functies te koppelen aan specifieke gebieden, waarbij de laatste optie de voorkeur geniet.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’

Sociaal en fysiek Delft verbindt de sociale aanpak aan de aanpak in het fysieke domein (alles wat je kunt zien, ruiken, proeven en horen). De sociale visie van Delft gaat uit van de leefwereld van inwoners van Delft. De gemeente richt zich op ieders eigen kracht en op het verkleinen van verschillen.

4.3.4 Positieve gezondheid We ontwikkelen veerkrachtige wijken vanuit het concept Positieve Gezondheid. Positieve Gezondheid is een brede kijk op gezondheid waarbij niet alleen de fysieke en mentale gezondheid van belang is, maar ook de sociale omgeving, kwaliteit van leven, participeren in de samenleving, dagelijks functioneren en zingeving. Een ongezonde leefomgeving leidt eerder tot een ongezonde leefstijl. Daarom is het belangrijk dat een leefomgeving gezond is en uitnodigt tot gezond gedrag. Een gezonde leefomgeving is gebaseerd op gezondheidsbescherming (de druk op de gezondheid is zo laag mogelijk), gezondheidsbevordering (een gezonde leefstijl wordt makkelijk gemaakt) en welbevinden (mensen voelen zich prettig). Omdat de gezondheid van alle Delftenaren belangrijk is, zet Delft in op gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en welbevinden. 79

Een aantal hoofdopgaven is het verminderen van de milieu-gerelateerde ziektelast door onder andere het terugbrengen van gemotoriseerd verkeer in de stad (mobiliteitstransitie) en het naleven van het Schone Lucht Akkoord (SLA) door met lokale maatregelen bij te dragen aan het verminderen van de blootstelling aan luchtverontreiniging. We verleiden de stad tot een gezonde leefstijl door een gezond ingerichte leefomgeving.

4.3.5 Veilige leefomgeving Delft is in 2040 een veilige stad, zowel sociaal als fysiek. Bewoners, bezoekers en mensen die in Delft werken, voelen zich veilig in de stad. Zij kunnen zich overal bewegen en worden niet belemmerd door criminaliteit en onveiligheid.

Sterke wijken Een veilige leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij alle partijen hun verantwoordelijkheid voor hun deel van de risico’s nemen. Hierin werkt Delft aan een veilige leefomgeving, samen met de Veiligheidsregio Haaglanden, andere bestuursorganen (Rijk en provincie), maatschappelijke organisaties, initiatiefnemers, bedrijven en inwoners.

ontvluchten bij een incident. Om dit te ondervangen, wordt de omgeving zo ingericht dat evacuatie van gebouwen en ook het ontvluchten van het hele gebied mogelijk zijn. Door samen te werken met partners zoals de Veiligheidsregio zorgen we voor een veilig en gezond ontwerp van gebouwen en omgeving. De inrichting is zo dat de gebouwen brandveilig zijn, de hulpdiensten het gebied goed kunnen bereiken, er voldoende bluswater aanwezig is en altijd een snelle en effectieve hulpverlening kan plaatsvinden.

Omgevingsveiligheid Bij het inrichten van de stad streven we naar een veilige leefomgeving, zowel in woon- als werkgebieden. Om veiligheid te verbeteren, pakken we het liefst de bron van de risico’s aan. Daarbij wordt rekening gehouden met het stapelen van risico’s, zodat het samenbrengen van meerdere (risicovormende) thema’s niet voor een toename van het risico zorgt. Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, zorgt de gemeente ervoor dat het belang van de externe veiligheid goed in beeld is. Een gebied is zodanig veilig ingericht dat mensen die er wonen of werken, voldoende beschermd zijn bij een ongeval. Bij (her)ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken. Dit geldt onder meer voor gebieden in de buurt van risicobronnen, zoals bedrijven, buisleidingen en transportroutes. Dit vraagt maatwerk per gebied.

Sociale en fysieke veiligheid Sociale veiligheid is de afwezigheid van criminaliteit, overlast en onveiligheidsbeleving. Een daling van criminaliteit, overlast en fysieke verloedering en/of onveiligheidsbeleving vertaalt zich in een verbetering van de sociale veiligheid. De richtlijn Sociaal Veilig Ontwerp (SVO), met focus op de nieuw te ontwikkelen gebieden, zal onderdeel zijn van onze aanpak bij alle nieuwe initiatieven. We geven de leefomgeving tevens vorm volgens de ontwerpprincipes voor fysieke veiligheid. ‘Doodlopende, donkere, kronkelige en verborgen plekken en routes in de wijk kunnen zorgen voor overlast en criminaliteit en moeten uit het straatbeeld verdwijnen. Sociale controle is beter mogelijk in een ruim opgezette, open en overzichtelijke omgeving met goede zichtlijnen. Voldoende goed werkende verlichting gedurende de avond en nacht is voor bewoners met oog op de zichtbaarheid van groot belang. Het onderhoud van bestrating en groen, en verwijdering van (grof )vuil leiden tot een verhoogd veiligheidsgevoel en het voorkomen van ongewenst gedrag.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’ Dichte bebouwing kan problemen geven als mensen gebouwen of de omgeving willen

80

Is het niet mogelijk om de bron van de risico’s aan te pakken, dan is het belangrijk om de omgeving zo in te richten dat de gevolgen van de risico’s beperkt worden. Dit doen we door de afstand tot een risicobron te vergroten, zodat slachtoffers en schade beperkt worden. Gebouwen voor het verblijf van (zeer) kwetsbare groepen personen (zoals kinderdagverblijven en zorgbehoevenden) en vitale infrastructuur komen op een grotere afstand van de risicobron. Dit vergroot de mogelijkheid om mensen die niet zelfredzaam zijn in veiligheid te brengen. Door nabij de risicobron minder mensen toe te staan, zorgen we ervoor dat bij een calamiteit het aantal slachtoffers, letsel, hinder, overlast en economische schade beperkt blijven.

Toezicht en handhaving In een schone, hele en veilige stad kan toezicht en handhaving niet ontbreken. De stad is een samenspel van vele verschillende functies en gebruik die concurreren in de beperkte ruimte. Een evenwichtige verdeling daarin draagt bij aan een leefbare stad. De gemeente zet zich in om onbalans tussen de functies en gebruik te voorkomen. In de plint toegestane activiteiten, zoals kleine bedrijvigheid, komen niet buiten het maatschappelijk aanvaardbare niveau voor leefbaarheid van omwonenden.

Foto: A. van den Berg / Pieter de Hooch Unplugged 81

Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst

Delft is in 2040 een duurzame stad, een stad die is voorbereid op de toekomst.Een duurzaam Delft steunt op vier pijlers: Groen, blauw & gezond, Ener­ gietransitie, Klimaatadaptatie en Circulaire economie. Een duurzaam Delft is blijvend gezond voor mens, dier en plant. Delft is op weg naar klimaatbestendig, energieneutraal en werkt grotendeels in een circulair economisch systeem.

82

4.4 Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst 4.4.1. Duurzaamheid als basisvoorwaarde Als duurzame stad maken we werk van het hergebruik van producten en grondstoffen, op een hoogwaardige manier. We maken de weg vrij voor de energietransitie en spelen in op de verandering van het klimaat. We geven ruimte aan lokale initiatieven en producenten. En bij het inrichten van de openbare ruimte hebben we extra aandacht voor leefbaarheid. Een toekomstgericht en duurzaam Delft – dat bereiken we alleen als we duurzaamheid zien als een basisvoorwaarde voor de ontwikkeling van de stad, en niet als een doel op zich. Duurzaamheid geldt daarom als essentieel criterium.

4.4.2 Groen- en blauwstructuren en gezondheid Bij een groei naar 130.000 inwoners tot 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. Groen- en blauwstructuren (groengebieden en water) zijn vanaf elk punt in de stad in zicht en bereikbaar binnen 300 meter van elke woning.

Groen (groenstructuur, plekken, bomen) Bij de groei van de stad is het van belang om het evenwicht te waarborgen tussen aan de ene kant de ‘rode’ ontwikkelingen (woningbouw) en aan de andere kant de leefkwaliteit voor mens, plant en dier. We moeten extra aandacht hebben voor een kwalitatief goede buitenruimte, zowel voor recreatie, milieu als ecologie. Ook is het van belang om de maatschappelijke waarden van groen en de bijdrage aan een toekomstbestendige stad bij ontwikkelingen in de stad mee te nemen.

Biodiversiteit Delft zet in op het versterken van de biodiversiteit (het aantal plant- en diersoorten) in de stad en de groengebieden om de stad om te komen tot een ‘natuurinclusieve’ stad. We geven ruimte aan groei van biodiversiteit door te streven naar beleefbare verbindingen, een fijnmazig groen netwerk in de stad, een netwerk van (pocket)parken verspreid door wijken, die aansluiten op de ons omringende gebieden. Natuurinclusief bouwen (een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden) en ontwikkelen wordt voor Delft de standaard. Bij de inrichting wordt rekening gehouden met eisen die soorten aan hun omgeving stellen. Delft wil een leefomgeving die robuust is tegen klimaatverandering en die bijdraagt aan functionele biodiversiteit. Natuurlijke

oplossingen prevaleren daarom ten opzichte van technische oplossingen bij het treffen van maatregelen om klimaatbestendig te bouwen. Delft hanteert het principe ‘groen of natuurinclusief, tenzij’.

Blauwstructuren Bij alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving speelt water een belangrijke rol. Een goed functionerende waterstructuur draagt bij aan een hoge waterkwaliteit en grip op de waterkwantiteit. Zo wordt er een bijdrage geleverd aan een gezonde, recreatieve en biodiverse omgeving en aan de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt. We zetten in op het versterken en verbinden (en zichtbaar maken) van de groenblauwe structuren, het beperken van bodemdaling, het duurzaam onderhoud van de grondwaterstanden, waterveiligheid, het voorkomen van wateroverlast, voldoende zoetwater, het verbeteren van de (zwem) waterkwaliteit, het verbeteren van het inzamelen van afvalwater en het verbeteren van de waterzuivering en de kwaliteit van het drinkwater. De watervisie van het Hoogheemraadschap van Delfland is het kader voor de gemeente Delft. Samenwerking met het hoogheemraadschap, drinkwaterbedrijven en natuurorganisaties is zeer belangrijk om de genoemde ambities te kunnen realiseren.

Gezondheid Delft zet zich in voor een gezonde fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het niet alleen om voldoende groen, routes en recreatiemogelijkheden – ook in het buitengebied – maar ook om schone lucht, en een goede bodem- en waterkwaliteit. Dat is van levensbelang voor iedereen. In het Schone Lucht Akkoord (SLA) staan maatregelen om in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen te realiseren ten opzichte van 2016. We streven naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie voor fijnstof en stikstofdioxide in 2030. Om dit te bereiken leeft Delft niet alleen de maatregelen uit het SLA na maar zet Delft ook vol in op de energie- en mobiliteitstransitie (verandering). Als eerste stap zal de milieuzone vanaf 2020 stapsgewijs worden uitgebreid en aangescherpt. De logistieke zone in de binnenstad zal in 2025 een nul-emissiezone worden. Schone lucht is een essentieel onderdeel van de gezonde fysieke leefomgeving. Dit zien we terug in alle aspecten van de leefomgeving, van ondergrond tot oppervlaktewater. We verminderen de hinder van geluid. Dit doen we door in kaart te brengen waar zich de knelpuntlocaties bevinden. Vervolgens maken we een omgevingsprogramma voor het terugdringen van de geluidsbelasting bij deze knelpuntlocaties. 83

Kaartbeeld groen- en blauwstructuren

Kaartbeeld: KuiperCompagnons 84

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt een integrale afweging gemaakt waarbij nieuwe knelpuntlocaties zoveel mogelijk worden voorkomen. We voorkomen de toename van lichthinder en geurhinder. Met de groene en gezonde leefomgeving nodigt Delft zijn inwoners uit tot een gezonde leefstijl.

4.4.3 Energietransitie

‘Een groot deel van de bewoners ervaart geluidsoverlast en slechte luchtkwaliteit. Er zijn aanmerkelijke verschillen tussen wijken in de ervaring van milieuproblemen. Om de luchtkwaliteit te verbeteren dient vooral gemotoriseerd verkeer in de stad teruggebracht te worden.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’

Delft is in 2050 energieneutraal. De in Delft gebruikte hoeveelheid energie is niet groter dan de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie. Dit impliceert niet dat alle energie op het grondgebied van Delft wordt opgewekt. Elektriciteitsopwekking en warmte van elders op basis van hernieuwbare grondstoffen (windmolens op zee, restwarmte uit het havengebied) past ook binnen deze definitie. Doel is 25 % hernieuwbare energie in 2030. Richting 2050 gaan we ervanuit dat 50% van de energievraag binnen de gemeentegrenzen en 50% buiten de gemeentegrenzen wordt opgewekt door middel van duurzame bronnen.

Ondergrond

In transitie

De ondergrond gaan we zodanig ordenen dat daar ruimte blijft voor toekomstige nieuwe functies. Verstedelijking en economische groei leggen druk op de draagkracht van de (onder) grond. Denk hierbij aan opgaven als vervanging van nutsvoorzieningen (energietransitie), aanpassingen aan het klimaat (klimaatadaptatie) en behoud van eigenschappen van de ondergrond (waarborgen van duurzaam gebruik). Deze opgaven, die elk bijdragen aan de opgaven in deze Omgevingsvisie, dwingen tot het zoeken naar balans tussen benutten en beschermen van de ondergrond. Ingrepen in de ondergrond zijn vaak moeilijk omkeerbaar: verstoorde bodemsystemen herstellen zich soms nooit, een tunnel vormt – eenmaal aangelegd – een obstakel bij de realisatie van andere boven- én ondergrondse opgaven. Met behulp van inzicht in de eigenschappen en goede (3D-)ordening kunnen we de ruimte onder het maaiveld optimaal betrekken bij de realisatie van deze opgaven. Het bodemgrondwatersysteem ontwikkelt zich onafhankelijk van menselijk ingrijpen. Een voorbeeld hiervan is verzilting: een proces dat bij een stijgende zeespiegel onvermijdelijk optreedt. Er vindt autonome bodemdaling van veengrond plaats. Daarnaast is er sprake van extra bodemdaling bij droogte en door belasting door bebouwing.

Daling door inklinking en oxidatie van veengrond en kleigrond, maar ook door verdroging, kan afgeremd worden door de bodem als spons te laten fungeren. Daarbij is het van belang dat verharding zoveel als mogelijk wordt voorkomen. Wateroverlast als gevolg van neerslag (piekbuien of langdurige natte perioden), verzilting, zeespiegelstijging en risico op oxidatie van veen maken een actief management van grondwaterstand voor Delft cruciaal. Met aspecten als bodemdaling en verontreinigingen moeten we rekening houden bij de invulling van de maatschappelijke opgaven. De ondergrond met wat daar al aanwezig is, stelt hier voorwaarden aan.

Delft is begonnen aan een grote transitie in de energievoorziening. Waar nu nog grotendeels aardgas wordt gebruikt voor de verwarming van de woningen en bedrijven, het bereiden van warm tapwater en koken, is binnen enkele decennia de omslag gemaakt naar duurzame warmtebronnen. De transitie in de energievoorziening is urgent. Delft hanteert de ‘trias energetica’: beperk het energieverbruik, zet in op duurzame energie en gebruik de energie zo efficiënt mogelijk.

Warmteplan 2021 De energietransitie vraagt om een zorgvuldige afweging en een strakke planning. Met de transitie naar een fossielvrije warmtevoorziening worden keuzes voorgelegd met ruimtelijke consequenties voor ondergrond (bodemenergie, warmte- en elektriciteitsinfra) en bovengrond (isoleren woningen, zonnepanelen, warmte- elektriciteitsinfra). In het Klimaatakkoord zijn afspraken vastgelegd over de rol van gemeenten in de transitie, zoals het prioriteren van wijken die van het aardgas afgekoppeld worden. Delft wil conform deze afspraken in 2021 zijn Warmteplan gereed hebben, het ‘Warmteplan Delft 2021’. Het Warmteplan is een belangrijke stap op weg naar een aardgasvrije gemeente en levert tegelijkertijd een bijdrage aan de ambitie ‘energieneutraal’. In het Warmteplan Delft 2021 en de Lokale energiestrategie zullen de effecten van de energietransitie op hoofdlijnen worden uitgewerkt, bij de warmteuitvoeringsplannen wordt dit concreet uitgewerkt.

85

86

Kaartbeeld energieopgave

Kaartbeeld: KuiperCompagnons

87

Concept RES Een regionaal samenwerkingsverband bestaande uit gemeenten binnen de MRDH, vier waterschappen/hoogheemraadschappen, de provincie Zuid-Holland, Stedin en vele andere belanghebbenden hebben het concept van de regionale energiestrategie regio Rotterdam Den Haag (RES) uitgewerkt. In dat proces is in de zomer van 2020 de concept RES opgeleverd, een doorkijk op onze ruimtelijk-energetische leefomgeving over 30 jaar. Door de inzet op het benutten van potentiële energiebronnen komt de fysieke leefomgeving onder druk te staan. Om de impact zo klein mogelijk te houden, is in de concept RES zoveel mogelijk aangesloten bij gebiedseigen karakteristieken van de verschillende gemeenten.

Restwarmte Duidelijk is dat er in onze regio een overschot is aan bruikbare restwarmte uit het Rijnmondgebied. Delft kan gebruik gaan maken van deze warmte wanneer de WarmtelinQ wordt aangelegd. Deze moet restwarmte vanuit het Rijnmondgebied naar Den Haag aanvoeren. Het is daarbij de bedoeling om een aansluiting te maken voor Delft. Een belangrijke rol in de verduurzaming van de Delftse warmtevoorziening is weggelegd voor de in voorbereiding zijnde geothermiebron op de campus van de TU Delft. Gecombineerd met restwarmte die in de regio beschikbaar is, is dit de eerste forse stap om de warmtevoorziening in Delft te verduurzamen.

Collectieve verwarmingsinstallaties We zien kansen om gebruik te maken van collectieve installaties. Dat gaan we met gebouweigenaren vastleggen in een Warmteplan. Vooral gebieden met een hoge concentratie (hoogbouw-)flats met een collectieve verwarmingsinstallatie – zoals in delen van de Buitenhof en Voorhof – kunnen worden aangesloten op deze twee bronnen door een lokaal warmtenet te realiseren.

koelen van gebouwen. Dit kan bij voorkeur passief door middel van schaduwwerking door zonwering en groen en actief door middel van WKO-systemen en koelsystemen. Ook hierbij is het van belang te kiezen voor energiezuinige systemen met de minste impact op de leefomgeving.

Verduurzamen bestaande bebouwing De ingrepen die nodig zijn om de bestaande bebouwing te kunnen verduurzamen, hangen samen met de toekomstige energievoorziening van de wijk. Huizen aangesloten op een warmtenet hebben andere installaties nodig dan huizen met een individueel systeem. In het Warmteplan Delft 2021 (transitievisie warmte) wordt per wijk vastgelegd hoe deze energietransitie vorm gaat krijgen. In elk geval is het voor de meeste eigenaren nodig om het energieverbruik te verminderen. Welke energiebesparende maatregelen eigenaren kunnen toepassen, hangt af van de bouwwijze van de woning. Via het energieloket helpt de gemeente eigenaren op weg bij het verminderen van energiegebruik en de overstap naar duurzame energie. Het verduurzamen van woningen vraagt om een balans tussen herstel van de woning en het verlengen van de levensduur, om bouwafval te voorkomen, energiebesparende maatregelen te nemen en de natuur te sparen. Bij het verduurzamen van monumenten en erfgoed wordt ook het behoud van monumentale waarde mee afgewogen bij het wel of niet kunnen uitvoeren van de energiebesparende ingrepen. ’Om duurzaam te kunnen wonen hebben bewoners ondersteuning nodig in de vorm van informatievoorziening, kennisoverdracht, financiële steun en versoepeling van regelgeving.

Daarbij verwachten bewoners dat woningcorporaties en gemeente ook keuzes maken die de duurzaamheid van woningen ten goede komt.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’ ’Een grote meerderheid van de bewoners vindt dat verduurzaming van monumenten niet ten koste mag gaan van de monumentale waarde. In het geval van eventuele wijzigingen aan cultuurhistorische gebouwen in de stad willen bewoners daarover graag meepraten.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’

Duurzaam bouwen Nieuwbouwwoningen zijn volgens het Uitvoeringsprogramma Delft Energie Neutraal 2050 (2017) en volgens wetgeving in principe aardgasvrij en minimaal EPC 0,0 of energieneutraal. Juist bij nieuwbouw doet zich de mogelijkheid voor dit soort maatregelen kosteneffectief direct tijdens de bouw toe te passen. Naast het aardgasvrij aanleggen van de bebouwde omgeving ontstaat er ten gevolge van de klimaatverandering ook een steeds grotere behoefte aan het

88

Zonne-energie In de Regionale Energiestrategie is beschreven dat er gestreefd wordt om van alle geschikte daken tenminste 40% met zonnepanelen te bedekken vóór 2030. Op 1-1-2020 was 5% van alle geschikte daken voorzien van zonnepanelen. Er wordt niet gestreefd naar 100% benutting van geschikt dakoppervlak om ruimte te houden voor andere opgaven zoals waterberging.

Kaartbeeld knelpunten klimaatadaptatie

Kaartbeeld: KuiperCompagnons 89

90

Duurzame mobiliteit Ook de verduurzaming van verkeer en vervoer in Delft heeft onze prioriteit. We zetten nu al in op het lanceren van pilots om de technologische ontwikkelingen op dit gebied de ruimte te bieden, zoals fietsen, laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en zelfrijdend vervoer.

4.4.4 Klimaatadaptatie Delft is in 2050 klimaatbestendig. Delft wil in 2050 onder alle mogelijke klimaat- en weersomstandigheden een veilig en prettig woon-, werk- en leefklimaat garanderen. Met de ontwikkelopgaven die er liggen binnen het stedelijk gebied moeten we nu aan de slag. Klimaatadaptieve maatregelen moeten hier direct in meegenomen worden, om in 2050 klimaatbestendig zijn.

bewust in te richten, kunnen we een bijdrage leveren aan het water-robuust maken van de omgeving en het beschermen van objecten of functies tegen overstroming. Maatregelen die bijdragen aan de Delftse klimaatadaptatiestrategie zijn bijvoorbeeld blauwe en groene daken, groene gevels, toepassen halfverharding en/of aanleg drainagesystemen, geveltuinen, het aanleggen van wadi’s, meer strategisch geplaatst groen op routes voor langzaam verkeer en de realisatie van voldoende prettige koele plekken op loopafstand. ‘Wateroverlast kan het beste worden aangepakt door het gebruik van waterdoorlaatbare tegels, tegels verwijderen uit tuinen en groene daken.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’

4.4.5 Circulaire economie Circulair?

Wateroverlast en hittestress De klimaatscenario’s van het KNMI laten het beeld zien van stijgende temperaturen, toenemende extremen in droogte en neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook Delft is gevoelig voor klimaat-verandering. Verstedelijkte gebieden kunnen door de grote hoeveelheid versteend oppervlak weinig water bergen in geval van extreme of langdurige regen. Het risico op schade en overlast wordt hierdoor fors groter. Ook absorberen stenige materialen veel warmte, waardoor het in de stad warmer wordt dan in de buitengebieden en minder snel afkoelt in de nacht. Dit is bekend als het ‘stedelijk hitte-eilandeffect’ wat gevolgen heeft voor met name risicogroepen in de stad.

Klimaatadaptatiestrategie Delft zet in op het voorkomen van wateroverlast en hittestress, wat bijdraagt aan een goede, veilige en gezonde leefomgeving. Door de leefomgeving op de juiste manier in te richten, krijgt water ruimte. Er treedt dan minder overlast op in natte en droge periodes. Daarnaast worden maatregelen genomen zodat de hitte in de stedelijke gebieden niet toeneemt. De ontwikkelopgaven in Delft bieden ‘momentum’ om nu klimaatadaptieve maatregelen te nemen als onderdeel van de ruimtelijke ontwikkeling. Delft heeft een uitvoerige Klimaatadaptatiestrategie (2019) opgesteld om de komende jaren aan de slag te gaan met deze knelpunten in de stad en het beoordelen van klimaatmaatregelen te bewerkstelligen. Nieuwbouwlocaties in Delft worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd. Deze ambitie is vastgelegd in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (2018). Door de fysieke leefomgeving

De circulaire economie is een economisch systeem dat de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen maximaliseert en waardevernietiging minimaliseert. In 2040 bestaat het begrip ‘afval’ niet meer. Delft functioneert dan als een circulair systeem voor grondstoffen. Alle ondernemers hebben dan een circulaire manier van inkopen en teruggeven van de overgebleven grondstoffen. We verlengen de levensduur van onze (gebouwde) leefomgeving.

Kringlopen verbinden Een circulaire economie is alleen haalbaar als we in staat zijn de verschillende kringlopen met elkaar te verbinden. Het staat of valt bij het in een groter geheel kunnen aanschouwen van materiaalstromen. Delft onderzoekt de komende jaren hoe we dit zo efficiënt mogelijk gaan inrichten. De ambities zijn hoog. Delft hanteert namelijk de doelstellingen van het Rijk (Nederland circulair 2050): 50% minder verbruik primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030, en in 2050 is Delft volledig circulair.

Rol van de gemeente Als gemeente spelen we een belangrijke rol in vele kringlopen, bijvoorbeeld als wettelijk verantwoordelijke voor het inzamelen van huishoudelijk afval en als grondbeheerder en regiepartner in bouwprocessen. In 2040 zijn vrijkomende stromen volledig ingezet als grondstof, waarvan zoveel mogelijk op de locatie. We stimuleren herstel, hergebruik en herbestemming van gebouwen. Dit draagt bij aan een circulaire economie.

91

Delft met voorzieningen voor iedereen

Delft heeft in 2040 hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen die nodig zijn voor zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport. Delft investeert in een zo compleet mogelijk pakket aan voorzieningen voor huidige inwoners en toekomsti­ ge inwoners. Door clustering van voorzieningen, op strategische plek­ ken – eventueel gecombineerd met andere functies – ontstaan in iedere wijk sterke buurt- en wijklocaties.

92

4.5 Delft met voorzieningen voor iedereen Delft streeft naar een compleet aanbod van voorzieningen

Onderwijs

Delft wil hoogwaardige, moderne en toegankelijke voorzieningen voor iedereen. In gebiedsontwikkelingen en andere relevante ruimtelijke ontwikkelingen zijn maatschappelijke voorzieningen onderdeel van de planvorming. Naast het investeren in nieuwe voorzieningen gaat het ook om het herverdelen en optimaliseren van het bestaande aanbod.

Waar nodig wordt er in een ontwikkelgebied vroegtijdig ruimte geclaimd voor onderwijshuisvesting. Speciale aandacht gaat uit naar de transformatie-opgaven en de kansen die deze kunnen geven voor de meer stedelijke onderwijsvoorzieningen, met name het voortgezet (speciaal) onderwijs.

Delft streeft naar een goede spreiding van voorzieningen en clustert waar mogelijk

Welzijn

Maatschappelijke voorzieningen zijn onder te verdelen in stedelijke voorzieningen en wijkvoorzieningen. Voor wijkvoorzieningen verschilt de opgave per gebied. Stedelijke voorzieningen komen bij voorkeur op centrale en goed bereikbare locaties. Maatschappelijke voorzieningen versterken de sociale structuren op wijkniveau waardoor een gevarieerder, veiliger en prettiger leefklimaat ontstaat. Voorzieningen nodigen uit tot ontmoeten, meedoen, bewegen en (talent)ontwikkeling. Het inwoneraantal van het stadsdeel Schieoevers Noord gaat in de toekomst stijgen, het voorzieningenniveau zal in dat gebied ook toenemen. In dit deel van de stad is ruimte om ook nieuwe voorzieningen te realiseren die passen bij het nieuwe stedelijke karakter van dit deel van de stad.

Delft zet in op een goede spreiding die past bij vraag en aanbod van de doelgroepen en wijken. We streven een dekkend netwerk na van voorzieningen in Delft, rekening houdend met de verschillende behoeften per wijk.

Cultuur Het cultuurbeleid slaat een brug tussen cultuur en andere domeinen en opgaven. De gemeente zet daarom in op een sterke culturele basis en een goed en divers cultureel aanbod dat aansluit bij de vraag van bewoners, de omvang en het profiel van Delft en onze plek in de regio.

Zorg

Delft wil hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen voor iedereen. Dit draagt bij aan een inclusieve stad.

De eerstelijnszorg – zoals huisartsen, tandartsen – zal effecten ondervinden van de toename van huishoudens en de vergrijzing. Ouderen en jongeren met een hulpvraag blijven steeds langer zelfstandig wonen. Vaak is dan ook meer zorg nodig, met de juiste mix van voorzieningen in de buurt en de mogelijkheid om naar buiten te gaan.

Sport

Recreatie

Delft kiest bij binnen- en buitensportaccommodaties voor basiskwaliteit. Sportaccommodaties zijn functioneel, veilig en hygiënisch. Delft streeft naar een aanbod van sportaccommodaties dat is afgestemd op de vraag. In de huidige situatie moet er meer capaciteit voor binnensport en bepaalde takken van buitensport gerealiseerd worden. De sportaccommodaties zijn goed verdeeld over de stad.

Met de ontwikkelingen in de stad (groei aantal inwoners) en de ambities van de gemeente op het gebied van sporten, bewegen en recreëren neemt het belang toe van het maatschappelijke aspect van recreatieve ruimte en voorzieningen. Ruimte in Delft is schaars. In deze compacte stad moeten diverse opgaven worden gerealiseerd. De verdichting van wonen, en daarmee meer inwoners, legt extra druk op de bestaande openbare ruimte en op het bestaande voorzieningenniveau. Steeds meer mensen maken meervoudig gebruik van dezelfde openbare ruimte. Hiermee wordt de openbare ruimte multifunctioneel gebruikt. De inrichting en het beheer moeten hierop aansluiten. Dit geldt ook voor de groene buiten-/recreatiegebieden en waterstructuren.

Delftse voorzieningen zijn voor iedereen toegankelijk

93

94

Kaartbeeld voorzieningen in Delft

Kaartbeeld: KuiperCompagnons

95

Delft bereikbaar Foto: G. Schoonnewille

Delft is in 2040 een stad die op alle niveaus goed ontsloten en bereik­ baar is, via weg, spoor en water. Tegelijkertijd houden we de impact van mobiliteit op milieu en ruimte­gebruik zo beperkt mogelijk. Dit kan alleen als we anders omgaan met mobiliteit en ons mobiliteitsge­ drag aanpassen. Om deze mobiliteits­transitie mogelijk te maken zet Delft in op het bevorderen van het fiets- en OV-gebruik, op mobili­ teitshubs, op aanscherping van het parkeerbeleid en het vergemakke­ lijken van ketenmobiliteit door een sterke focus op de eerste en laat­ ste kilometer. Op deze manier kun je vanuit de woning snel via aantrekkelijke routes de stad uit en kom je vlot op je bestemming in binnenstad of TU Delft Campus.

96

4.6 Delft bereikbaar Delft staat er goed voor

Vrijgekomen ruimte

De uitgangspositie van Delft op het gebied van mobiliteit is goed. Delft scoort hoog als het gaat om stedelijk fietsgebruik en verplaatsing te voet. Bijna driekwart van alle verplaatsingen in Delft vinden plaats per fiets of te voet. Richting 2040 groeit het aantal bewoners van de stad met ongeveer 30%. Als we willen groeien en tegelijktijdig een leefbare stad willen die voor iedereen bereikbaar is, dan moeten we de mobiliteit anders organiseren. Dit betekent: fors investeren in een stad die op alle niveaus goed ontsloten en bereikbaar blijft, via weg, spoor en water. We zetten in op een mobiliteitstransitie. Het autobezit en autogebruik gaan we verminderen. Andere vervoerswijzen gaan we stimuleren en verbeteren. De vrijgespeelde ruimte gaan we vervolgens anders benutten.

Met de vrijgekomen ruimte is er meer plek voor verblijven (ontmoeting, spelen, groen en recreatie) en de overige opgaven in de stad.

Mobiliteitstransitie Voor een stad die een goed woon- en werkklimaat nastreeft, is bereikbaarheid cruciaal. Het vraagt om optimale fietsvoorzieningen (paden en stallingsmogelijkheden), voldoende trottoirs en een fijnmazig OV-netwerk door de stad. Om de veiligheid te borgen, moeten de verschillende verkeersstromen zoveel mogelijk gescheiden zijn. De auto is in de stad te gast en komt bij voorkeur niet te veel in het centrum. In de wijken en buurten is voor auto’s wel plek. We brengen een duidelijke hiërarchie aan in de verschillende netwerken, met hoofdroutes en routes met extra kwaliteit en prioriteit. We kennen verschillende prioriteit toe aan de diverse vervoersnetwerken. Deze zijn leidend bij toekomstige herinrichtingen.

Autogebruik beperken De auto neemt veel ruimte in beslag. Een belangrijk doel binnen het mobiliteitsbeleid is daarom het beperken van dit ruimtebeslag van de auto. We willen deze ruimte gebruiken voor andere manieren van vervoer en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving.

Bijzondere mobiliteitsoplossingen  et aantal verplaatsingen per persoon zal vermoedelijk niet afnemen in de toekomst. We kunnen H wel stimuleren om de verplaatsingen korter te maken en om andere vervoermiddelen dan de auto te kiezen. Dit betekent inzetten op verbeteringen van voorzieningen voor fiets en openbaar -vervoer, op het mogelijk maken van ketenverplaatsingen (verplaatsingen met meerdere vervoersmiddelen) en op het efficiënter gebruik van auto’s. Dit laatste kan door het stimuleren van deelauto’s en mobiliteitshubs.

Sterke verbinding met energietransitie en gezondheid Mobiliteit is goed voor circa 20% van het verbruik van fossiele brandstoffen. Op het moment dat we zorgen dat mobiliteit zoveel mogelijk op een duurzame manier vorm krijgt, draagt de mobiliteitstransitie bij aan de energietransitie en de gezondheid van de Delftenaren.

Openbaar vervoer versterken Station Delft heeft goede en frequente verbindingen naar Den Haag, Rotterdam en verder. De spoorverdubbeling van Rijswijk tot en met station Delft Campus, inclusief een vernieuwd station Delft campus, is nu in aanbouw. Delft streeft ernaar om samen met de regio de hele lijn van Leiden tot en met Dordrecht viersporig te maken om zo een schaalsprong in het metropolitaan OV te realiseren. Het regionale tram- en busnet is met de vele vrije bus- en trambanen, al van hoge kwaliteit. Dit netwerk wordt opgewaardeerd tot zogenaamde R-net kwaliteit. Dat betekent: hogere frequentie, meer vrije banen en nieuwe schone voertuigen. Dit OV-netwerk maakt het mogelijk om een groot aantal regionale verplaatsingen per OV te kunnen maken.

Regionaal vervoer Bezoekers uit delen van de regio met een beperkter OV-aanbod, komen ook in de toekomst voor een groot deel met de auto. Delft stimuleert deze bezoeker om niet meer tot het hart van de stad te rijden door faciliteiten aan te bieden nabij invalswegen, met goede verbindingsmogelijkheden naar de binnenstad (OV en last-mile oplossingen). Delft wil het OV graag optimaliseren, maar in gebieden met lage dichtheden is dit niet altijd mogelijk. Dit is de reden dat de auto belangrijk blijft voor de regionale verplaatsingen waarvoor het OV geen goed alternatief kan bieden.

Visie Kruithuisweg De Kruithuisweg is de belangrijkste en drukste weg in Delft. De weg heeft een stroomfunctie maar ook kruispunten met langzaam verkeer. De weg vormt een grote barrière tussen verschillende stadsdelen. De Kruithuisweg zit vanwege de hinderzones ruim in zijn jasje maar biedt toch mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling. Het is gewenst om een ontwerpstudie te 97

starten met als doel de stroomfunctie van de Kruithuisweg te verbeteren, de weg beter in te passen in zijn omgeving en de mogelijkheden voor gebiedsontwikkelingen te verkennen.

Mobiliteitsprogramma Delft De mobiliteitsopgave is uitvoeriger beschreven in het Mobiliteitsprogramma Delft (link). Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 beschrijft de visie op mobiliteit richting 2040 en maakt concreet welke acties hiervoor nodig zijn. ‘De binnenstad van Delft autoluw houden of zelfs autovrij maken. Ook in de stad als geheel het gebruik van vervuilende motorische voertuigen beperken. Dit is te bereiken door goede fietspaden en -stallingsmogelijkheden, en meer oplaadplekken voor elektrische voertuigen.’ Uit ‘In gesprek met de stad Delft’

98

Foto: G. Schoonnewille

Kaartbeeld opgave mobiliteit; voetganger

Kaartbeeld opgave mobiliteit; fiets

Kaartbeeld opgave mobiliteit; openbaar vervoer

Kaartbeeld opgave mobiliteit; auto

Kaartbeelden: KuiperCompagnons

99

Beeld: 100 Vera Yanovshtchinsky architecten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10122509/1