3 Nota Reserves, Voorzieningen en Investeringen 2021
Tekst van het document
25
Uitvoeringsregels Uitvoeringsregel 17. Investeringen in bedrijfsmiddelen zijn direct of indirect dienstbaar aan het primaire proces, bijvoorbeeld software of maaimachines. Dit zijn over het algemeen vervangingsinvesteringen die na afloop van de levensduur opnieuw worden aangeschaft. Afgezien van prijsstijgingen en renteontwikkelingen leidt een dergelijke vervanging niet tot hogere kapitaallasten. De kapitaallasten van investeringen in bedrijfsmiddelen verwerken we in de programmabegroting.
Uitvoeringsregel 18. Vooruitlopend op het in uitvoering nemen van een investering is het toegestaan om een deel van de totale investering – het zogenaamde voorbereidingskrediet – te bestemmen voor onderzoekskosten en voorbereidende kosten van een project. De volgende criteria gelden: • de investering staat in het investeringsprogramma; • het voorbereidingskrediet maakt onderdeel uit van de totale investering; • als een investering niet in uitvoering wordt genomen, komen de gemaakte voorbereidingskosten ten laste van de exploitatie.
Uitvoeringsregel 19. In Delft passen we voor alle investeringen de lineaire afschrijfmethode toe. Bij deze methode worden de lasten minder naar de toekomst geschoven dan bij de annuïtaire methode. Daarnaast is de annuïtaire methode minder voorspelbaar, omdat de hoogte van de afschrijvingslasten afhankelijk is van de hoogte van het rentepercentage.
Uitvoeringsregel 20. Het is in uitzonderingsgevallen toegestaan een investering te activeren op basis van de componentenmethode. Bij deze methode hanteren we voor verschillende onderdelen van de investering afzonderlijke afschrijftermijnen. Criteria voor het toepassen van de componentenmethode: • Als in het verleden de componentenmethode is toegepast, zetten we deze methode voort bij vervanging. • Bij nieuwe investeringen heeft men de mogelijkheid om de componentenmethode toe te passen als dit een meerwaarde heeft ten opzichte van het hanteren van een generieke afschrijftermijn. De meerwaarde van de componentenmethode is dat gedurende het gebruik van de investering eventuele vervanging van componenten van de investering geactiveerd worden (doelmatigheidsafweging).
Uitvoeringsregel 21. Als de componentenmethode niet is toegepast, beschouwen we de kosten voor tussentijdse vervanging van onderdelen als onderhoudskosten.
Uitvoeringsregel 22. Een bijdrage van een derde moeten we in mindering brengen op de investering. Dit betreft
Nota reserves, voorzieningen en investeringen
26
een financiële tegemoetkoming van een niet aan de gemeente gelieerde partij, waarbij deze derde heeft bepaald dat de financiële tegemoetkoming een bijdrage is voor een specifieke investering. NB: verkoopopbrengsten – van oude activa – vallen niet onder de bijdragen van derden. De verkoopopbrengst kan niet worden toegerekend aan de nieuwe investering. De verkoopopbrengst die wordt gerealiseerd door de verkoop van de oude activa beschouwen we als incidentele baat, die het college verantwoordt in de exploitatie.
Uitvoeringsregel 23. Buiten de door het BBV gestelde voorwaarden (artikel 61) zijn aanvullende criteria voor het activeren van bijdragen aan activa in eigendom van derden: • de raad moet vooraf instemmen met de bijdrage aan de activa van derden; • we geven gemotiveerd aan waarom we geen gebruik maken van een garantstelling of het verstrekken van een lening.
Informatievoorziening In de kadernota en programmabegroting nemen we nieuwe investeringsvoorstellen op. In de programmabegroting actualiseren we tevens het bestaande investeringsprogramma: • investeringen die gereed gemeld zijn bij de jaarrekening vervallen; • vrijvallende begrotingsruimte betrekken we bij de integrale afweging van begrotingsvoorstellen; • de omvang van de raming van bestaande investeringen kan uitsluitend worden aangepast op basis van een onderbouwd voorstel. In de programmabegroting staat over de investeringen de volgende informatie: • dekkingsoverzicht van beschikbare en benodigde middelen; • verloopoverzicht ten opzichte van het vorige investeringsprogramma; • overzicht van de nieuwe voorstellen; • toelichting op nieuwe voorstellen. Bij de najaarsrapportage rapporteren we over het uitvoeringsjaar van het actuele investeringsplan uit de ontwerp programmabegroting. Per investering gaan we specifiek in op de afwijkingenp: • planning (einddatum); • budget en realisatie lopend jaar (budgetdiscipline); • risico’s en maatregelen voor bijsturing. In de jaarstukken staat een verantwoording over het laatst vastgestelde investeringsplan (inclusief begrotingswijzigingen).
Per investering gaan we specifiek in op: • eventuele afwijkingen van de totale raming (budgetdiscipline); • de voortgang; • afwijkingen op de planning; • gereed melden van de investering; • de risico’s en maatregelen voor bijsturing.
Nota reserves, voorzieningen en investeringen
27
Bijlage 4: Spelregels rentebeleid Overzicht hogere wet- en regelgeving De uitvoeringsregels voor de investeringen passen binnen de volgende kaders: 1. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Rentetoerekening: Artikel 2 Artikel 13 Artikel 45 Artikel 56 Artikel 63
Bespaarde rente Rentelasten, renteresultaat en toerekening Rentetoevoeging aan voorzieningen Toelichting op de balans Waardering activa
Notitie Rente Notitie Grondbeleid
De regels voor rente in het BBV gaan over de bespaarde rente op eigen vermogen en voorzieningen (artikel 2), inzicht in rentelasten, renteresultaat en rentetoerekening (artikel 13), het niet toestaan van rentetoevoeging aan voorzieningen (artikel 45), toelichting op de balans (artikel 56) en de vervaardigingsprijs en rente (artikel 63). Toelichting BBV Bij reserves is het volgens het BBV toegestaan om rente toe te voegen. De gemeente rekent geen rente toe aan reserves. Hiervoor is gekozen omdat rentetoerekening ten koste gaat van de beschikbare bestedingsruimte van de gemeentelijke begroting. Daarnaast zorgt een actueel bestedingsplan ervoor dat integrale keuzes passen binnen de beschikbare ruimte van de reserves. Het niet toerekenen van rente aan reserves is in lijn met het advies van de commissie BBV.
2. Financiële verordening Rentetoerekening: Artikel 9 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 15 Artikel 19 Bijlage 1
Nota Reserves, Voorzieningen en Invest. Nota Reserves, Voorzieningen en Invest. Rente en kostprijsberekening Financieringsfunctie Informatie over rente Rentetoerekening
De regels voor rente in de Financiële verordening gaan over de frequentie en inhoud van de nota Reserves, Voorzieningen en Investeringen (artikel 9, 11), rentekosten in de kostprijsberekening (artikel 12), beheersing van renterisico’s (artikel 15) en informatie over renterisico’s, rentevisie, renteresultaat en omslagrente (artikel 19). In bijlage 1 staan de regels voor rentetoerekening aan activa. Toelichting Financiële verordening Conform de Financiële verordening staan in de nota Reserves, Voorzieningen en Investeringen de kaders voor het rentebeleid. In de programmabegroting bevat de paragraaf Financiering een overzicht van de rentelasten, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening aan investeringen, projecten, grondexploitaties en taakvelden
Nota reserves, voorzieningen en investeringen
28
(zie renteschema). De rentetoerekening aan de taakvelden gebeurt met behulp van een renteomslagpercentage. Onder projectfinanciering wordt verstaan het aantrekken van externe financiering voor een specifiek project (financiering met eigen vermogen wordt niet aangemerkt als projectfinanciering). Bij projectfinanciering wordt de rente toegerekend die geldt voor de betreffende lening die is aangetrokken. Dit kan dus een ander percentage zijn dan aan andere projecten wordt toegerekend op basis van de omslagrente. Bij financiering met eigen vermogen is het niet toegestaan een ander percentage (uitzonderingspercentage) te hanteren dan de berekende omslagrente.
Uitvoeringsregels Uitvoeringsregel 24. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan (BBV), omdat voorzieningen naar beste schatting dekkend moeten zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Als echter sprake is van een voorziening tegen contante waarde zijn jaarlijkse toevoegingen in verband met de contante waarde rekenrente toegestaan; deze toevoegingen zijn nodig om de voorziening op het juiste niveau te houden. Een dergelijke toevoeging wordt niet gezien als een rentetoevoeging, maar als een toevoeging om de voorziening op de juiste hoogte te houden.
Uitvoeringsregel 25. Rente toerekenen aan investeringen is toegestaan: de zogenaamde bouwrente. Dit heeft toegevoegde waarde als de investering wordt geëxploiteerd tegen marktconforme prijzen. Bij het toerekenen van rente aan een investering zullen de afschrijvingslasten hoger zijn. Om deze reden zullen we bij uitzondering gebruikmaken van deze mogelijkheid.
Uitvoeringsregel 26. Voor de rentetoerekening aan de grondexploitaties gelden specifieke regels. Deze regels zijn vastgelegd in de notitie van de commissie BBV “Grondbeleid in begroting en jaarverslaggeving (2019)”: Aan grondexploitaties mag geen rente over het eigen vermogen worden toegerekend. De toe te rekenen rente aan actieve grondexploitaties moet worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Het over het vreemd vermogen te hanteren rentepercentage moet als volgt worden bepaald: • het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie gerelateerde financiering in het geval van projectfinanciering; • het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, indien geen sprake is van projectfinanciering. De rente wordt toegerekend over de boekwaarde van de grondexploitatie per 1 januari van het betreffende boekjaar. Dit wordt per grondexploitatie berekend. Jaarlijks wordt bij de begrotingsvoorbereiding het rentepercentage voor de grondexploitaties geactualiseerd voor het lopende jaar. Tevens is het geactualiseerde rentepercentage voor de
Nota reserves, voorzieningen en investeringen
29
meerjarenbegroting van toepassing. De disconteringsvoet die we hanteren voor de berekening van de contante waarde van de verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is gebaseerd op het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone.
Voorbeeld renteschema:
Nota reserves, voorzieningen en investeringen
30