3 Concept Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Woongebouw BalPol4, Delft Ruimtelijke onderbouwing 16 november 2020
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Verantwoording Titel
Woongebouw BalPol4, Delft
Opdrachtgever
TUD / Directie CRE (Campus & Real Estate)
Projectleider
Paul Lammers
Auteur(s)
Gerard Wijland
Tweede lezer
Paul Lammers
Uitvoering meet- en inspectiewerk Projectnummer
1276265
Aantal pagina’s
42 (exclusief bijlagen)
Datum
16 november 2020
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Inhoud 1
2
3
4
5
6
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en doel planvorming ......................................................................................... 5
1.2
Vigerende bestemmingsplannen........................................................................................ 7
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................... 7
Voorgenomen ontwikkeling ....................................................................................................... 8 2.1
Bestaande situatie.............................................................................................................. 9
2.2
Toekomstige situatie ........................................................................................................ 10
Beleid....................................................................................................................................... 13 3.1
Gemeentelijk beleid.......................................................................................................... 13
3.2
Beleid hogere overheden ................................................................................................. 15
3.3
Conclusies........................................................................................................................ 15
Functies ................................................................................................................................... 16 4.1
Wonen .............................................................................................................................. 16
4.2
Openbare ruimte .............................................................................................................. 16
Milieuonderzoeken .................................................................................................................. 18 5.1
Water................................................................................................................................ 18
5.2
Ecologie ........................................................................................................................... 20
5.3
Archeologie ...................................................................................................................... 24
5.4
Bodem .............................................................................................................................. 26
5.5
Ondergronds (kabels en leidingen) .................................................................................. 27
5.6
Energie ............................................................................................................................. 27
5.7
Parkeren........................................................................................................................... 28
5.8
Geluid ............................................................................................................................... 30
5.9
Luchtkwaliteit.................................................................................................................... 31
5.10
Stikstof ............................................................................................................................. 35
5.11
Externe veiligheid ............................................................................................................. 37
5.12
Milieuzonering bedrijven .................................................................................................. 38
5.13
Windonderzoek ................................................................................................................ 39
5.14
Aanmeldnotitie m.e.r. ....................................................................................................... 40
Handhaving ............................................................................................................................. 41
3/43
Kenmerk
7
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid ...................................................................... 42 7.1
Inspraak en overleg.......................................................................................................... 42
7.2
Vervolgprocedure ............................................................................................................. 42
7.3
Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................................... 43
Bijlage 1
Uitkomst Watersleutel-tool
Bijlage 2
Ecologisch onderzoek (2013)
Bijlage 3
Actualisatie Ecologisch onderzoek (2017)
Bijlage 4
Activiteitenplan Vleermuizen
Bijlage 5
Locatiebezoek ecoloog (2020)
Bijlage 6
Ecologisch werkprotocol (2020)
Bijlage 7
Archeologisch proefsleuven onderzoek (2014)
Bijlage 8
Verkennend bodemonderzoek (2020)
Bijlage 9
Geluidsonderzoek (2020)
Bijlage 10
Stikstofdepositie onderzoek (2020)
Bijlage 11
Onderzoek externe veiligheid (2020)
Bijlage 12
Millieuzonnering
Bijlage 13
Windonderzoek (2013)
Bijlage 14
Aanmeldnotitie m.e.r.
4/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel planvorming
In Delft is een samenwerking opgezet tussen de gemeente Delft, de Technische Universiteit Delft (TUD) en DUWO (studentenhuisvester). Deze samenwerking heeft de naam ‘Taskforce Studentenhuisvesting’. Deze Taskforce voert regie over de realisatie van studentenwoningen. Een behoorlijke opgave omdat er tot 2027 een tekort van minimaal 2.500 eenheden wordt verwacht. Het plan voor het BalPol4 gebouw, dat reeds in 2013 is aangevraagd, is ook onderdeel van de portefeuille van de Taskforce. Het betreft een gebouw met 136 studentenwoningen. De locatie (zie afbeelding 1.1) (ook aangeduid met Balpol 4) is al in erfpacht uitgegeven aan DUWO. Echter is voor de locatie het bestemmingsplan TU Midden en Noord van kracht. Hierin is de ontwikkeling van een woongebouw op deze locatie niet voorzien. Voordat hier gebouwd kan worden is de TUD belast met de onderbouwing van de milieuaspecten. De TUD heeft in afstemming met de gemeente Delft gekozen voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. Met een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan (artikel 2.1 onder c Wabo) kan het BalPol4 gebouw gerealiseerd worden. Deze omgevingsvergunnning is in 2013 aangevraagd waarna het proces is stilgevallen. Daarom is in deze ruimtelijke onderbouwing het beleid uit 2013 (ten tijde van de oorspronkelijke aanvraag) het vigerende beleid van de gemeente.
Omdat de omgeving wel veranderd zijn de milieuonderzoeken waar nodig geactualiseerd.
Afbeelding 1.1 Projectlocatie in de context van belendende bebouwing
De voorgenomen ontwikkeling betreft de nieuwbouw van een 15 m hoog woongebouw (hierna te noemen: het BalPol4 gebouw) voor studenten. Het pand komt aan de Balthasar van der Polweg, op een locatie (afbeelding 1.1) waar momenteel een parkeerterrein is gelegen. Afbeelding 1.2
5/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
geeft een impressie van het nieuwe gebouw. In het gebouw worden 136 studentenwoningen gerealiseerd. Een interne fietsenberging maakt onderdeel uit van de nieuwbouw, om de openbare ruimte rond het gebouw zoveel mogelijk vrij te houden van geparkeerde fietsen. De autoparkeerplaatsen die als gevolg van de ontwikkeling komen te vervallen zijn reeds gecompenseerd op een parkeerterrein aan de Leeghwaterstraat. De 21 parkeerplekken die voor deze ontwikkeling nodig zijn, zijn dus reeds beschikbaar. Er worden in het kader van dit voornemen geen nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd.
Afbeelding 1.2 Impressie BalPol4 gebouw (bron: TUD, mei 2013)
Voor het omliggende gebied van de nieuwbouw hebben de gemeente Delft en de TUD verschillende plannen ontwikkeld. Deze plannen betreffen, onder andere, het versterken van de blauwgroene structuren en het transformeren van de Balthasar van der Polweg tot een fietsstraat waar de auto te gast is. In lijn met de Visie op Mobiliteit & Bereikbaarheid wordt autoverkeer op de campus geminimaliseerd en wordt gestreefd naar parkeren langs de ring. Het doel van de omgevingsvergunningaanvraag met afwijking van het bestemmingsplan, waarvoor deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld, is het bieden van een planologisch-juridisch kader voor de realisatie van het woongebouw. Deze ruimtelijke onderbouwing beschrijft hoe het voornemen past binnen bestaand beleid en wat het effect is op de verschillende milieuaspecten. Het blijkt dat er vanuit milieukundig oogpunt geen knelpunten bestaan tegen de voorgenomen ontwikkeling. Vanuit ecologisch oogpunt is enkele jaren geleden een vleermuizenonderzoek gedaan voor deze locatie. De uitkomsten daarvan zijn meegenomen in deze onderbouwing. Uit het ecologisch onderzoek is gebleken dat een ‘verklaring van geen bedenkingen Wet natuurbescherming – Soortenbescherming’ (Vvgb) moet worden aangevraagd voor het verstoren van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Deze Vvgb is augustus 2018 aangevraagd. Juli 2019 heeft de Omgevingsdienst Haaglanden een
6/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
ontwerp – Vvgb afgegeven. Dit ontwerp Vvgb wordt integraal opgenomen in de omgevingsvergunningaanvraag. Indien er geen zienswijzen binnenkomen op de omgevingsvergunning aanvraag kan de ontwerp Vvgb als definitieve Vvgb worden beschouwd. Begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit één aaneengesloten perceel, gelegen aan en omsloten door vier wegen. De Balthasar van der Polweg (zuidelijk), de Korvezeestraat (noordelijk), de Leeghwaterstraat (westen) en de Feldmannweg (oosten) begrenzen het gehele projectgebied. Zie voor een visualisatie van de begrenzing afbeelding 1.1.
1.2
Vigerende bestemmingsplannen
Het vigerend planologisch kader betreft het bestemmingsplan TU Midden en Noord (vastgesteld door de Raad op 25 april 2013 en inmiddels onherroepelijk). De realisatie van het beoogde woongebouw (bestemming ‘wonen’) past niet in het huidige en voorziene toekomstige planologische kader (bestemming ‘verkeer’). Om het plan te kunnen verwezenlijken, dient het vigerende bestemmingsplan te worden herzien of dient een omgevingsvergunning met afwijking van het vigerende bestemmingsplan te worden aangevraagd. Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling heeft de TUD in afstemming met de gemeente Delft gekozen voor de laatste optie, het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan (artikel 2.1 onder c Wabo). Onderhavige ruimtelijke onderbouwing beschrijft waarom de afwijking van het bestemmingsplan haalbaar is en niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing bevat de voorgenomen ontwikkeling. In de hoofdstukken 3 en 4 is het vigerende beleid ten tijde van de oorspronkelijke aanvraag (2013) opgenomen. In hoofdstuk 5 worden diverse milieuthema’s behandeld waarin de relatie tussen gebouw en omgeving wordt onderzocht. In hoofdstuk 6 wordt de handhaving beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan beschreven.
7/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
2 Voorgenomen ontwikkeling Het BalPol4 gebouw is gepland in het Korvezeegebied. Dit gebied, dat op het westelijke deel van de TU-campus ligt, kent een krachtige stedenbouwkundige structuur. De TUD heeft plannen om het Korvezeegebied te herontwikkelen. Deze plannen sluiten aan bij het huidige beleid zoals het Ruimtelijk Ontwikkelperspectief TUD campus (ROP) dat is opgesteld door de TUD. In dit ROP worden voor verschillende thema’s (bijvoorbeeld groen, verkeer, bebouwing, water et cetera) integrale uitgangspunten geformuleerd. Ook is er een toolbox voor de openbare ruimte opgesteld. Het BalPol4 gebouw past goed binnen deze (geplande) ontwikkeling.
Afbeelding 2.1 Projectlocatie ten opzichte van Delft
8/43
Kenmerk
2.1
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Bestaande situatie
De locatie van het BalPol4 gebouw (afbeelding 2.2) is momenteel een parkeerterrein. In de directe omgeving is sprake van een stedelijke structuur met diverse bebouwing. De direct omliggende bebouwing bestaat vrijwel volledig uit studentenhuisvesting. De locatie is goed bereikbaar met diverse vervoersmiddelen. Zowel voor het OV, de auto als de fiets zijn en goede aansluitingen, routes en voorzieningen. Bijkomend voordeel is dat de locatie op loopafstand is van diverse onderzoekgebouwen van de TUD. De brede water-as, parallel aan de Balthasar van der Polweg is een belangrijk onderdeel van de waterstructuur. Langs deze water-as ligt ook een fietspad waardoor ook op de fiets de locatie snel en veilig te bereiken is.
Afbeelding 2.2 Projectlocatie in de context van de TUD Campus
9/43
Kenmerk
2.2
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Toekomstige situatie
Zoals reeds in de inleiding beschreven heeft de Taskforce Studentenhuisvesting de uitdaging om tot 2027 minimaal 2.500 studentenwoningeenheden te realiseren. Hoewel een deel hiervan buiten de gemeente Delft kan komen, zal het grootste deel binnen de gemeentelijke grenzen gerealiseerd moeten worden. De gemeente ziet ook graag een verdichting van het aantal studentenwoningen op het campusterrein van de TUD. Het BalPol4 gebouw past binnen deze wens.
Afbeelding 2.3 Aanwezige bebouwing (geel) en BalPol4 (roodbruin) overzicht (bron:TUD, 2020)
In de nieuwbouw zullen 136 studentenwooneenheden gesitueerd worden. Woningstichting DUWO hanteert een norm van 1,2 fietsenstalling per wooneenheid, dus dienen er 163 fietsenstallingen gerealiseerd te worden. In het gebouw wordt op de begane grond een interne fietsenberging gerealiseerd met 179 fietsenstallingen op een oppervlakte van circa 300 m2. Daarmee wordt ruim voldaan aan de norm. Tevens zorgt het realiseren van een interne fietsenberging ervoor dat de openbare ruimte rond het gebouw zoveel mogelijk vrij gehouden wordt van geparkeerde fietsen. Dit bevordert de woonkwaliteit. Het gebouw zorgt voor verdichting van het stedenbouwkundige weefsel. Het gebouw kent vijf woonlagen en is circa 15 m hoog. De hoogte van de nieuwbouw sluit aan op de vier lagen hoge studentenbebouwing direct ten noorden. De bestaande hoge bebouwing (30 en 56 m) aan de zuidzijde van het projectgebied staat momenteel enigszins ‘los’ ten opzichte van haar
10/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
stedenbouwkundige context. Het nieuwe gebouw sluit aan bij de kaders van de bestaande bebouwing. Daarnaast gaat het een ensemble vormen met de hogere bebouwing ten zuiden van het projectgebied. Zowel de positionering als de hoogte van de nieuwbouw dragen bij tot betere integratie van nabijgelegen bestaande gebouwen in het landschap.
Afbeelding 2.4 Visualisatie hoogte belendende bebouwing (bron: TUD, 2020)
Water en groen Vergroening van de hoofdstructuren en rondom bebouwing draagt bij aan de ecologische betekenis van de TUD campus. Binnen dit plangebied is minimale ruimte voor ecologische ontwikkeling. Dit gebouw draagt bij aan biodiversiteit en ecologische waarden door in de gevel geïntegreerde vleermuizenkasten op te nemen en een groen dak te realiseren. Voor een goede waterhuishouding wordt er, verderop aan de Balthasar van der Polweg (afbeelding 2.5), ook extra oppervlaktewater gegraven. De uitwerking hiervan staat in paragraaf 5.1.
11/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Afbeelding 2.5 Locatie watercompensatie (blauw) ten opzichte van de projectlocatie (rood)
Verkeer en Infrastructuur De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de bestaande verkeersstructuur. In lijn met de Visie op Mobiliteit & Bereikbaarheid wordt eraan gewerkt om parkeren meer naar de randen van de campus te verplaatsen. Zo komt er op de campus meer ruimte voor voetgangers, fietsers en groen. De parkeerplaats ter plaatse van het geplande BalPol4 gebouw is in capaciteit al gecompenseerd. Het parkeren is verder uitgewerkt in paragraaf 5.7
12/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
3 Beleid 3.1
Gemeentelijk beleid
Woonvisie Delft 2008-2020 Delft zet in op de verdere ontwikkeling van de creatieve kenniseconomie. Een groeiende studentenpopulatie draagt hier aan bij. Nieuwe en goed opgeleide ingenieurs zijn belangrijk gezien de technologische uitdagingen waar we voor staan en een welkome impuls voor de Nederlandse economie. Voor het woonbeleid betekent dit dat kenniswerkers, (startende) ondernemers en studenten van de TU en de in Delft gevestigde hogescholen voldoende mogelijkheid moeten hebben zich in Delft te vestigen en te huisvesten. Door de internationale status van de TU betreffen dit ook studenten uit het buitenland. De activiteiten van de TUD en hogescholen en de hieraan verbonden bedrijvigheid spelen zich hoofdzakelijk af in het zuidoostelijk deel van de stad en daarom bestaat ook bij veel studenten en kenniswerkers de wens zich in deze omgeving te kunnen huisvesten. Naast de ambitie van de gemeente deze behoefte te faciliteren leiden ook de beperkte mogelijkheden tot verdichting elders in de stad tot de keuze een behoorlijk aandeel van de woonopgave in Delft Zuidoost te realiseren. Juist in dit deel van Delft is nog sprake van enige ruimte voor ontwikkelingen. Ook doen zich juist hier kansen voor transformatie voor. Het gebied Delft Zuidoost maakt deel uit van het Technologische Innovatie Campus Delft (TICD).
Het TICD kan goed worden aangehecht bij de stad door woonfuncties in het gebied te versterken. Dat is mogelijk door het gebied te verdichten met woningbouw en door de transformatie van verouderde onderwijs- en onderzoeksfaciliteiten van de TUD te benutten door het toevoegen van woonfuncties. Er dient in de transformatieslag voldoende ruimte te worden gecreëerd voor studentenhuisvesting. Ten aanzien van de reguliere woningen dient de toe te voegen voorraad ook rekening te houden met de huisvestingswensen van expats / kenniswerkers. De toename van de huisvestingsbehoefte van studenten wordt veroorzaakt door de grote toename van het aantal belangstellende buitenlandse studenten, maar ook van Nederlandse studenten uit alle hoeken van het land. Niet alleen hun aantal, maar ook het feit dat ze allemaal een kamer nodig hebben en niet thuis kunnen blijven wonen, maakt de nood zo hoog. Uit de meeste onderzoeken blijkt dat buitenlandse studenten graag in een campusachtige setting wonen, tussen andere studenten en nabij de studiefaciliteiten, zodat situering in Delft Zuidoost vanzelfsprekend is. Het onderwijs is steeds meer ingesteld op internationalisering met Bachelors en Masters, zodat meer studenten voor twee jaar naar Delft komen. De Delftse bevolkingsgroei komt voornamelijk voort uit de studerende jongerengroepen.
De Woonvisie beschrijft dat is gebleken dat de groei op korte termijn sterker is dan verondersteld. Dit komt door het succes van bepaalde studieprogramma’s die de TUD biedt en de komst van bijvoorbeeld de Haagse Hogeschool Inholland. Daardoor wordt een tekort aan studentenhuisvesting verwacht, ondanks de afgesproken uitbreidingsaantallen voor
13/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
studentenhuisvesting. Ook het aantal internationale studenten groeit. Volgens een prognose van de TUD zouden in 2015 ongeveer 2.400 internationale studenten een opleiding in Delft volgen en een beroep doen op een short stay voorziening. Om het huidige tekort aan studentenhuisvesting en short stay op te vangen was en is een groei van 3.600 studentenwoningen tot 2016 en oplopend tot 5.000 tot 2023 gewenst. Planontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling past in het beleid geschetst in de Woonvisie Delft. Er wordt invulling gegeven aan de vraag naar studentenhuisvesting op een daarvoor geschikt geachte locatie, de TUDcampus. Ruimtelijke Structuurvisie Delft 2030 (2009) In de structuurvisie ‘Ontmoetingen met Delft’ is de lange termijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van Delft tot 2030 opgenomen. De structuurvisie gaat uit van een dubbele ruimtelijke strategie: verdichten en vergroenen. De combinatie van verdichting en vergroening vergroot de stedelijke dynamiek, levendigheid en de groene identiteit van Delft en sluit aan bij de vraag naar groen stedelijk wonen. Verdichting gebeurt onder meer door meervoudig ruimtegebruik en hoogbouw. De projectlocatie bevindt zich in het Zuidoosten van Delft.
Belangrijke speerpunten van de structuurvisie voor dat gebied zijn het transformeren van de TU-wijk van een monofunctionele universiteitswijk naar een gemengd stedelijk milieu voor wonen, werken, onderwijs, onderzoek en recreatie en de verdere ontwikkeling van het Technologisch Innovatieve Complex Delft (TIC). In het zuidoosten van de stad omvat het TIC een complete biotoop van circa 300 hectare voor technologie en innovatie in de vorm van onderwijs aan de TU- en HBO-instellingen, laboratoria en onderzoeksinstituten, startende, groeiende en bloeiende ondernemingen en toeleverende bedrijven. Tegelijkertijd bevat het gebied een aantrekkelijke woonomgeving voor studenten, onderzoekers, kenniswerkers en docenten en anderen die zich in het gebied thuis voelen. De projectlocatie bevindt zich centraal in het TIC gebied, en wordt omgeven door onderwijsinstellingen, studentenwoningen en sportvoorzieningen. Planontwikkeling Het bouwplan BalPol4 draagt bij aan het beeld dat de structuurvisie schetst. Er is sprake van verdere verdichting in een gebied waar dit gezien de omgeving passend is. Daarbij wordt woonruimte geboden voor studenten in de directe nabijheid van de onderwijs- en onderzoeksinstellingen.
14/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Gebiedsvisie Schieoevers 2030 (2010) Nadat in 2009 de structuurvisie Delft is vastgesteld is in 2010 de Gebiedsvisie Schieoevers 2030 bijgewerkt. Deze visie geeft richting aan de ontwikkelingen rondom de Schie en is een toetsingskader voor de gemeente om initiatieven aan te toetsen. De opgaven die in deze gebiedsvisie zijn opgenomen zijn: 1. De Schieoevers zijn rol geven in de ontwikkeling van TIC-Delft 2. Schieoevers in oost-west richting verbinden met de aangrenzende stadsdelen door de 3. 4.
barrières Schie en spoor te slechten met bruggen en tunnels Langs de oevers van de Schie een aantrekkelijke groene verblijfsruimte realiseren. Station Delft-Zuid als toegangspoort voor Delft Zuid Oost als kerngebied van het TIC-Delft door betere verbindingen en aantrekkelijke routes
Zowel punt 2 als 4 raakt direct aan de bereikbaarheid van het projectgebied. Dit zijn relevante ontwikkelingen die de bereikbaarheid van het BalPol4 gebouw in de context van Delft ten goede komen. Een van de plannen die hier integraal onderdeel van is, is het realiseren van de Gelatinebrug als verbinding tussen Station Delft-Zuid en de Campus.
3.2
Beleid hogere overheden
In zowel de Gebiedsagenda als het Ruimtelijk Structuurplan van Haaglanden neemt de ontwikkeling van de Technologische Innovatiecampus (TIC) een zeer belangrijke plaats in. In deze beleidsnota’s licht het accent op verdichten (bebouwing) en het bieden van voldoende kwantitatieve en kwalitatieve studentenhuisvesting. Planontwikkeling De ontwikkeling is overeenkomstig de beleidskaders van de hogere overheden.
3.3
Conclusies
De realisatie van het plan, het realiseren van 136 wooneenheden voor studenten over vijf woonlagen, sluit aan bij de beleidsuitgangspunten zoals geformuleerd in onder andere de Ruimtelijke Structuurvisie en de Woonvisie Delft. De bouwhoogte, massa en bouwvorm zijn afgestemd op de omgeving. Het realiseren van woningen sluit bovendien aan bij het karakter van de bestaande (woon)omgeving. Het project is op een zorgvuldige wijze ingepast in de omgeving. Gelet hierop is het plan aanvaardbaar en inpasbaar in de omgeving.
15/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
4 Functies 4.1
Wonen
Eerste uitgangspunt voor wonen is de woonvisie van de gemeente Delft zoals beschreven in 3.1. Daarnaast heeft ook de provincie een visie op de functie wonen. Visie Ruimte en Mobiliteit en Verordening Ruimte provincie Zuid-Holland De provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit en Verordening Ruimte is opgesteld in 2014, en wordt jaarlijks herzien. De laatste actualisatie is op 16 december 2016 door Provinciale Staten vastgesteld. De Visie Ruimte en Mobiliteit en Verordening Ruimte stelt regels aan gemeentelijke bestemmingsplannen, onder andere ten aanzien van de onderbouwing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planontwikkeling Het te realiseren BalPol4-gebouw noord ligt centraal op de campus van de TUD. De gronden zijn in eigendom van de TUD, deze partij voert zelf ook de regie over de voorbereiding van de bouwwerkzaamheden. De start van de bouwwerkzaamheden is voorzien in Q3 2021, nadat de ruimtelijke procedures zijn doorlopen. Deze ruimtelijke onderbouwing maakt daar onderdeel van uit. De locatie wordt omgeven door onderwijsinstellingen, studentenwoningen en sportvoorzieningen, en is daarmee een aantrekkelijke woonlocatie voor studenten. De toevoeging van studentenwooneenheden aan de TU-campus levert daarnaast een positieve bijdrage aan het creëren van een levendige en kwalitatief hoogwaardige campus.
De TU-campus wordt daarmee steeds meer een omgeving waar studenten, wetenschappers, ondersteunend personeel, ondernemers en bezoekers kunnen studeren, werken, leven en verblijven in een omgeving waar alle faciliteiten binnen handbereik zijn. Middels bovenstaande beschouwing is aangetoond dat het initiatief voorziet in een concrete en kwantificeerbare behoefte naar studentenwooneenheden in de gemeente Delft.
4.2
Openbare ruimte
Bestaande situatie Het plangebied grenst aan vier zijden aan de openbare ruimte. In de huidige situatie maakt het plangebied zelf, als parkeerterrein, ook deel uit van de openbare ruimte. Aan de zuid- en westkant van het plangebied liggen groen en water. Op het parkeerterrein zelf staan enkele bomen in een rijopstelling. Het plangebied wordt aan alle zijden ontsloten door lokale infrastructuur.
16/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Beleid en onderzoek Ruimtelijke Structuurvisie Delft 2030 In de Ruimtelijke Structuurvisie Delft (RSVD) wordt de zone waar het plangebied in ligt omschreven als werkgebied. In de werkgebieden dient er ruimte te zijn voor wonen, groen en recreatie, zodat de gebieden ook ’s avonds gebruikt kunnen worden. Visie Openbare Ruimte Delft (2009) In de Visie Openbare Ruimte (VORD) is beleid voor de openbare ruimte vastgelegd. Het is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in september 2009. De Nota stelt dat Delft een compacte stad is. Groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen dient plaats te vinden binnen de gemeentegrenzen. Dit legt druk op de kwaliteit en de kwantiteit van de openbare ruimte. De universiteitscampus is een van de deelgebieden die wordt onderscheiden. De TU-campus kent een herkenbare leesbare structuur. Er is sprake van een menging van gebruikers. Voor de TU-campus is de opgave het zakelijk onderwijsterrein te transformeren naar een duurzame gemengd-stedelijke kenniswijk. Het centrale Mekelpark is een voorbeeld van een geslaagde transformatie naar een uitnodigend verblijfsgebied. Uitgangspunt is dat de gebouwen zich presenteren in een groene setting.
De visie dient als referentiekader bij de plannen van de TUD voor het Korvezeegebied, waarin gestreefd wordt naar een versterking van de groenblauwe structuren op de TU-campus waar de planontwikkeling deel van uitmaakt. Gewenste ontwikkeling De TUD heeft voor het Korvezeegebied de ambitie het gebied te vergroenen. Voor de Balthasar van der Polweg geldt de ambitie om deze straat her in te richten als fietsstraat, waar de auto te gast is. De voorgenomen ontwikkeling betreft sec de realisatie van het woongebouw voor studentenhuisvesting op een huidig parkeerterrein, dus niet de realisatie van bijvoorbeeld de fietsstraat. Het binnenstedelijk ontwikkelen van het woongebouw draagt bij aan het creëren van een compacte stad. Door de ontwikkeling zal een deel van de openbare ruimte onttrokken worden. De insteek daarbij is de parkeervoorzieningen op de campus meer te centraliseren aan de rand van de campus, waardoor ruimte vrij komt voor onder andere groen en water. De ontwikkeling van de directe omgeving van het woongebouw is daarmee voorzien in andere plannen, waarover nog geen zekerheid bestaat. De ambities zijn er in ieder geval om hier een uitnodigend verblijfsgebied van te maken. Conclusie De planontwikkeling voorziet in de realisatie van een woongebouw op een terrein dat momenteel als openbaar parkeerterrein in gebruik is.
Daardoor zal dit parkeerterrein onttrokken worden aan de openbare ruimte. De planontwikkeling heeft geen invloed op de openbare ruimte rondom het plangebied.
17/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
5 Milieuonderzoeken Ruimtelijke ordening en milieu zijn twee beleidsvelden die nauw met elkaar verbonden zijn. Ze moeten rekening met elkaar houden en kunnen elkaar versterken. Het gemeenschappelijke doel dat aan beide beleidsvelden ten grondslag ligt, is het creëren van een goede kwaliteit van het woon-, werk- en leefmilieu. In dit hoofdstuk wordt een onderbouwing gegeven van de milieutechnische haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Per milieuthema wordt in het vervolg van dit hoofdstuk de wetgeving en het beleid beschreven. Daarna is per milieuthema aangegeven in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling (op basis van onderzoek) voldoet aan de wettelijke beleidslijnen of kaders.
5.1
Water
Waterbeleid Het algemene waterbeleid dat op het plangebied van toepassing is, is terug te vinden in regelingen zoals de Europese Kaderrichtlijn Water, De Vierde Nota Waterhuishouding, Nationaal bestuursakkoord water, Waterbeleid 21ste eeuw, Provinciaal Waterhuishoudingsplan, Waterbeheersplan 2016-2021 van Hoogheemraadschap Delfland, Waterplan Delft met als onderdeel daarvan de Waterstructuurvisie en het gemeentelijk rioleringsplan. Op Europees, nationaal en stroomgebied niveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (geen verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). In het Nationaal Waterplan is voor waterkwantiteit een drietrapsstrategieën vastgelegd voor de omgang met water. Deze waterkwantiteitsstrategie (over omgaan met regenwater) bestaat uit: 1. 2. 3.
Vasthouden (bijvoorbeeld infiltratie van regenwater in bodem) Bergen (waterberging in oppervlaktewater) Afvoeren (wegpompen naar andere peilgebieden via gemalen en dergelijke)
De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. Watertoets Voor ruimtelijke plannen dient de watertoets procedure te worden doorlopen. In dit proces wordt de waterbeheerder in vroegtijdig stadium betrokken, waardoor water een volwaardige plaats krijgt in de planvorming. Reeds in september 2013 heeft over dit bouwplan overleg plaatsgevonden tussen de TUD en het hoogheemraadschap.
18/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
De watercompensatie opgave is voor deze ontwikkeling is bepaald met de Watersleutel van Hoogheemraadschap van Delfland. ‘Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. De watersleutel berekent daarom de benodigde waterberging, zowel voor het compenseren van verharding als om gevolgen van klimaatverandering op te vangen.’ De uitkomsten van de Watersleutel zijn opgenomen in bijlage 1. Doordat het plangebied momenteel grotendeels verhard is (parkeerterrein), zal er slechts sprake zijn van een zeer beperkte toename van het verhard oppervlak als gevolg van de nieuwbouw. Enkel rond de bomen die gerooid zullen worden is sprake van enkele vierkante meters onverhard oppervlak. Als er voor de beide bomenrijen in het projectgebied een strook van 1m breed en 120 m lang (lengte hele projectgebied) wordt gerekend, is de opgave voor de nieuwe situatie (alles verhard) 65 m2 en 33 m3. Als er voor de bestaande situatie wordt uitgegaan van 100 % verhard is de opgave voor de nieuwe situatie ook 65 m2 en 33 m3.
Dat komt omdat dit de opgave voor dit perceel is ten opzichte van het verwachtte klimaat in 2050. De waterberging zal plaatsvinden door een bestaande, smalle sloot (circa 4 m breed en 70 meter lang), gelegen in de hoek Balthasar van der Polweg - Rotterdamseweg te verbreden met circa 1 m. Dit is weergegeven in afbeelding 5.1. Daarbij wordt een natuurvriendelijke oever gecreëerd door een flauw aflopend talud te hanteren. Het perceel is reeds in eigendom van de TUD. De waterberging zal gereed zijn op het moment dat de bouwwerkzaamheden voor het nieuwe woongebouw starten. Het hoogheemraadschap staat achter het realiseren van watercompensatie op deze wijze, hierover heeft afstemming plaatsgevonden. De waterberging sluit aan bij het grotere project groen blauw Delft Zuid Oost. De bestaande waterstructuur wordt op deze wijze versterkt.
19/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Afbeelding 5.1 Locatie watercompensatie (blauw) ten opzichte van de projectlocatie (rood)
De ontwikkeling heeft geen schadelijk effect op de kwaliteit van het grond- en of oppervlaktewater. Ook heeft de ontwikkeling geen invloed op waterkeringen, hoeft de gemaalcapaciteit van dit peilgebied niet te worden vergroot en zullen er geen baggerwerkzaamheden plaatsvinden. Aandachtspunt voor de bouw/verbouw is dat sprake is van een gescheiden riolering, waarbij het schoonwater wordt afgevoerd naar de omliggende watergang en vuilwater wordt geloosd op het riool. Het rioolstelsel en de RWZI zijn voldoende groot voor aansluiting van de uit dit plan voortkomende afvoer. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Wel is er watercompensatie nodig. Dit kan in de nabije omgeving worden gerealiseerd.
5.2
Ecologie
Wettelijk kader Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna te noemen ‘Wnb’) in werking. De Wnb is het wettelijke stelsel voor natuurbescherming. De Wet natuurbescherming maakt onderscheid tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming gaat over beschermde Natura2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden kunnen schaden. Ook het effect van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen hoort
bij het onderdeel gebiedsbescherming.
20/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Bij het onderdeel soortenbescherming is voor een aantal soorten door middel van verboden een beschermingsregime opgenomen. Naast de beschermde plant- en diersoorten geldt voor al de in het wild levende soorten ook een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Tot slot regelt de Wet Natuurbescherming ook de bescherming van houtopstanden. Het beschermingsregime van de Wet Natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe ‘. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling. Groenbeleid gemeente Delft (Nota Groen Delft 2012-2020) Uitgangspunt van de Nota Groen is dat de aantasting van bestaande groene en ecologische waarden zoveel mogelijk wordt voorkomen en waar mogelijk gecompenseerd.
Daarom dient de rol van de in het plangebied aanwezige bomen voor vleermuizen nader onderzocht te worden, ten einde de functionaliteit veilig te stellen. Onderstaand wordt ingegaan op het uitgevoerde onderzoek. Integraal onderdeel van de Nota Groen is de bomenverordening. Het aanvragen van een kapvergunning voor de bomen die gekapt zullen worden is niet nodig, doordat de bomen een omtrek hebben van minder dan 63 cm op 130 cm hoogte en zij niet op de lijst staan van monumentale bomen van de gemeente Delft. Onderzoek Adviesbureau Tauw heeft een toetsing aan de nationale natuurwetgeving en beleid- en regelgeving van de gemeente Delft uitgevoerd 1. Dit onderzoek is in 2017 geactualiseerd en het rapport 2 is bijgewerkt met de nieuwe bevindingen (bijlage 2). Het onderzoek is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een oriënterend veldbezoek. De afstand tot het meest nabij gelegen Natura2000-gebied (‘Solleveld & Kapittelduinen’) bedraagt meer dan 10 km. De afstand tot het meest nabij gelegen deel van de Ecologische hoofdstructuur (EHS) bedraagt circa 2,5 km. Gezien het lokale karakter van de ingreep en de grote afstand tot de het plangebied, worden nagenoeg alle effecten op Natura2000-gebieden en Ecologische Hoofdstructuur uitgesloten. Effecten op Natura2000 gebieden als gevolg van de uitstoot van stikstof zijn op voorhand niet uit te sluiten.
In paragraaf 5.10 wordt hier bij stil gestaan. De ecologische toetsing richt zich in deze paragraaf dus verder alleen op het onderdeel soortenbescherming uit de Wnb.
1 2
Rapport met kenmerk R005-1209011SIM-nja-V02-NL, d.d. 19 juni 2013 Rapport met kenmerk R002-1243990KES-nja-V04-NL, d.d. 27 november 2017
21/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Vleermuizen Het blijkt dat de aanwezigheid van en effecten op de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis niet kunnen worden uitgesloten op basis van dit verkennende onderzoek. Aantasting van een vliegroute of foerageergebied is in overtreding van de Wnb. Bij aantasting dient deze volledig te worden gemitigeerd ten einde mogelijk cumulatieve effecten te voorkomen. Daarom is voor vleermuizen in de periode mei tot en met oktober 2013 een nader veldonderzoek uitgevoerd om vast te stellen of de bomen in het plangebied een functie vervullen voor vleermuizen en welke functie(s) en vleermuissoorten dit zijn. Omdat de houdbaarheid van dit onderzoek verlopen was, is in 2017 opnieuw een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. Nader onderzoek 2013 Uit de door Tauw uitgevoerde vleermuisinventarisatie 3 blijkt dat de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis zijn aangetroffen in en nabij het plangebied. Overige vleermuissoorten zijn niet waargenomen in en in de nabije omgeving van het plangebied. De genoemde soorten zijn allen beschermd door de op dat moment geldende flora- en faunawet. Effecten op het leefgebied van laatvlieger en ruige dwergvleermuis worden uitgesloten. Voor deze soorten zijn derhalve geen mitigerende maatregelen nodig. Effecten op kraamverblijfplaatsen en vliegroutes van de gewone dwergvleermuis waren echter niet uitgesloten.
De nieuwbouw heeft namelijk tot gevolg dat de verblijfplaatsen beschaduwd worden ten gevolge van de nieuwbouw en dat daardoor het binnenklimaat van de verblijfplaatsen ongunstiger wordt. Om effecten en een overtreding van de Wnb te voorkomen zijn daarom mitigerende maatregelen benodigd. De te nemen mitigerende maatregelen zijn op te splitsen in twee categorieën: (1) tijdelijke mitigerende maatregelen (reeds uitgevoerd, zie Vvgb) en (2) permanente maatregelen in de nieuwbouw. Tijdens de bouw kunnen de vleermuizen in de verblijfplaatsen worden verstoord. Om er voor te zorgen dat de vleermuizen een alternatieve verblijfsplaats kunnen hebben voor de tijd dat de nieuwbouw nog niet gereed is, is het noodzakelijk om tijdelijke verblijfplaatsen aan te bieden in de directe omgeving van het plangebied. Ten aanzien van de permanente maatregelen dient de nieuwbouw geschikt gemaakt te worden als kraamverblijfplaats. Hiervoor is een mitigatie- en activiteitenplan opgesteld. De verwachting is dat de te treffen maatregelen goed realiseerbaar zijn. Nader onderzoek 2017 In opdracht van de TU Delft heeft Tauw in 2017 actualiserend onderzoek (zie bijlage 3) gedaan naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in drie gebouwen grenzend aan de noordkant van de Balthasar van der Polweg in Delft 4.
Tevens is onderzocht of het aangrenzend groen van belang is als vliegroute en/of foerageergebied. Uit het in 2013 uitgevoerde vleermuisonderzoek en de actualisatie in 2017 blijkt dat deze panden verblijfplaatsen van vleermuizen bevatten en dat aangrenzende bomen van belang zijn als vliegroute.
3 4
Rapport met kenmerk R006-1209011MGK-per-V01, d.d. 21 oktober 2013 Rapport met kenmerk R002-1243990KES-nja-V04-NL d.d 27-11-17
22/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Resultaten Omdat het onderzoek zowel in 2013 als in 2017 is uitgevoerd, is een zeer volledig beeld verkregen van de lokale populatie en de netwerkfunctie van de aangetroffen verblijfplaatsen. Eén kraamverblijfplaats wordt mogelijk aangetast door schaduwwerking van het beoogde gebouw. De overige functies blijven behouden, op voorwaarde dat de bomen tussen de Korvezeestraat en de blokken 6, 7 en 8 behouden blijven. Uit het onderzoek blijkt dat er in de omgeving voldoende alternatieve verblijfplaatsen aanwezig zijn. Deze verblijfplaatsen worden ook door de kolonie gebruikt die mogelijk hinder ondervindt door het voornemen. Een negatief effect op de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie is met zekerheid uitgesloten, omdat ook in het nieuwe pand nieuwe verblijfplaatsen worden ingebouwd (Tauw, 2017). Voor de niet uit te sluiten aantasting van de kraamverblijfplaats (uitsluitend in blok 7) en de twee zomer- en drie paarverblijfplaatsen in blokken 7 en 6 door beschaduwing moet een ontheffing worden aangevraagd. De (reeds getroffen) mitigerende maatregelen en een geactualiseerde planning zijn uitgewerkt in het rapport met de titel ‘Activiteitenplan vleermuizen bij realisatie studentenwoningen Balthasar van der Polweg in Delft’ (Tauw, 2017) (bijlage 4).
Dit activiteitenplan dient als basis voor de aanvraag van de ‘Verklaring van geen bezwaar’ die na de aanvraag in 2018 in 2019 in ontwerp is afgegeven. Vogels De uitvoering van werkzaamheden in het plangebied wordt beschouwd als een voor algemene broedvogels verstorende activiteit en dient hierdoor buiten de broedperiode van vogels plaats te vinden of te starten. De broedperiode loopt grofweg van half maart tot half juli, maar ook buiten deze periode zijn in gebruik zijnde nesten en de functionele omgeving hiervan beschermd. De zorgplicht dient in acht te worden genomen. Overige soorten Gedurende de werkzaamheden is voor alle in het plangebied aanwezige dier- en plantensoorten de zorgplicht van kracht. Er is geen ontheffing nodig voor de mogelijk aanwezige tabel 1-soorten. Locatiebezoek 2020 Omdat het ecologisch onderzoek is uitgevoerd in 2017 kan niet op voorhand worden bepaald dat de situatie momenteel nog overeenkomstig is aan de toen aangetroffen situatie. Door een ecoloog van Tauw is op 13 augustus 2020 een controle uitgevoerd in het veld waarbij de locatie bezocht is. Tijdens deze controle is middels verrekijker, camera en door rond de gebouwen te lopen een indruk verkregen van het plangebied. Daarbij is bepaald of er veranderingen zijn opgetreden gedurende de afgelopen jaren.
Door de controle door dezelfde ecoloog uit te laten voeren, kan een goede inschatting gemaakt worden of er zaken wezenlijk veranderd zijn. Tijdens het veldbezoek is duidelijk geworden dat het plangebied, het onderzoeksgebied en de directe omgeving daarvan niet zijn veranderd. De gebouwen die tijdens het onderzoek in 2017
23/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
aanwezig waren, staan er nog steeds. Er zijn geen renovatiewerkzaamheden aan het exterieur van de panden uitgevoerd. De begroeiing die tijdens het onderzoek in 2017 aanwezig was, is eveneens nog steeds aanwezig in het plangebied. De gebouwen aan de Balthasar van der Polweg worden ook nog steeds op dezelfde manier gebruikt als in 2017, namelijk als studentenhuisvestiging. De parkeerplaats waarop de nieuwe studentenflat gebouwd moet worden, doet eveneens nog steeds dienst als parkeerplaats. Tijdens het veldbezoek zijn geen zaken waargenomen die doen vermoeden dat er veranderingen zijn opgetreden in de aanwezigheid van beschermde soorten. Het volledige verslag van het locatiebezoek is bijgevoegd in bijlage 5. Conclusie Vanuit het thema ecologie bezien is de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar. Wel is uit ecologisch onderzoek is gebleken dat een ‘verklaring van geen bedenkingen Wet natuurbescherming – Soortenbescherming’ (Vvgb) moet worden aangevraagd voor het verstoren van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Deze Vvgb is augustus 2018 aangevraagd. Juli 2019 heeft de Omgevingsdienst Haaglanden een ontwerp – Vvgb afgegeven. Dit ontwerp Vvgb wordt integraal opgenomen in de omgevingsvergunningaanvraag. Indien er geen zienswijzen binnenkomen op de omgevingsvergunning aanvraag kan de ontwerp Vvgb als definitieve Vvgb worden beschouwd.
In het VVGB is aangegeven dat er voor uitvoering van de werkzaamheden een ecologische werkprotocol moet worden opgesteld en dat de werkzaamheden ecologisch begeleid worden. In bijlage 6 is het ecologisch werkprotocol opgenomen. In het plangebied zijn ten aanzien van beschermde soorten geen veranderingen opgetreden ten opzichte van het jaar 2017 waarin door Tauw vleermuisonderzoek is uitgevoerd. Hiermee is aannemelijk gemaakt dat de afgegeven concept verklaring van geen bedenkingen nog steeds relevant is. Het is niet nodig om aanvullend onderzoek te doen of de ontheffing aan te vullen.
5.3
Archeologie
In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat de archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: • Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ) • In ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden •
De bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen
Het verdrag is geïmplementeerd door inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg per 1 september 2007. Door artikel 38a van de gewijzigde Monumentenwet 1988 worden gemeenten thans verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.
24/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Sinds 1 januari 2012 is het tevens verplicht om in ruimtelijke plannen aandacht te besteden aan de invloed van ruimtelijke ontwikkelingen op cultuurhistorie. Inventariserend booronderzoek Adviesbureau Transect heeft een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd 5. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is in april 2013 door Erfgoed Archeologie Delft een bureauonderzoek archeologie opgesteld (Kerkhof 2013). Uit dit bureauonderzoek komt naar voren dat het plangebied een hoge archeologische verwachting kent en dat een inventariserend booronderzoek moet worden uitgevoerd. De resultaten van dat onderzoek worden navolgend beschreven. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied, op een diepte van 75 tot 125 cm -mv de oude bouwvoor, en hiermee loopniveau uit de Late Middeleeuwen en Romeinse tijd, nog grotendeels intact is. In boringen 1 en 2 is bovendien een woudlaag aangetroffen. Dit is indicatief voor een relatief grote mate van intactheid van het bodemprofiel. Onder de bouwvoor en woudlaag liggen geul- en beddingafzettingen die tot de Gantellaag kunnen worden gerekend (Duinkerke-I). Dat wil zeggen dat in het plangebied sprake is van een Duinkerke-I geul, die is opgevuld met grotendeels zandige afzettingen, dan wel met zandige en sterk siltige klei.
Omdat dit sediment nagenoeg niet of minder inklinkt dan het omringende klei en veen, kwamen de beddingen geulafzettingen hoger te liggen ten opzichte van het omringende maaiveld. Hierdoor vormden deze inversieruggen in de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen geschikte locaties voor de vestiging nederzettingen en het bedrijven van landbouw (dit ook vanwege de geschikte landbouwkundige eigenschappen van de sedimenten). Het plangebied heeft hiermee dan ook een hoge archeologische verwachting voor wat betreft sporen en vondsten uit de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen. Deze kunnen bestaan uit (percelerings-)greppels, erven, nederzettingen en grafvelden. Uit het verkennend booronderzoek volgt het advies om de bodem in het plangebied niet dieper te verstoren dan 50 cm onder maaiveld. Dit is echter voor de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Daarom is een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, zodat inzicht wordt verkregen in de aanwezigheid, begrenzing, datering en maatschappelijk belang van eventueel in het plangebied aanwezige archeologische waarden. Eventuele resten die bij het onderzoek worden aangetroffen worden veiliggesteld. Voordat de definitieve omgevingsvergunning kan worden verleend dient het proefsleuvenonderzoek te zijn uitgevoerd. Op de locatie van de te verbreden sloot (zie paragraaf 5.1) geldt ook een hoge archeologische verwachting.
De ingreep betreft 65m2 en blijft dus onder de drempelwaarde van 100m2. Daarom hoeft er voor deze locatie geen verder archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden.
5
Rapport met kenmerk 274, d.d. 14 juni 2013
25/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Proefsleuvenonderzoek Het proefsleuvenonderzoek is in 2014 uitgevoerd door Erfgoed Delft en Omstreken (bijlage 7). Op 12 maart 2014 zijn er ter plaatse van het gebouw diverse proefsleuven gegraven. Een compleet verslag hiervan is terug te lezen in de Delftse Archeologie Notitie 41 (2014) 6. Tijdens het onderzoek bleek dat ter hoogte van de proefsleuf het plangebied tot op een diepte van minimaal 2,0 –mv is verstoord. Er zijn dan ook geen archeologische waarden aan getroffen. Er wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te laten voeren voor aanvang van de geplande werkzaamheden. Vanwege de tegenstrijdigheid van de resultaten uit de verschillende inventariserende veldonderzoeken wordt geadviseerd om tijdens de aanleg van een warmtetransportleiding nabij het plangebied een archeologische inspectie te doen. Deze zal dan worden uitgevoerd in het kader van het archeologiebeleid van de gemeente Delft. De beslissing hierover ligt bij het bevoegd gezag, in deze de gemeente Delft. Het plangebied is momenteel onbebouwd en als parkeerterrein in gebruik. Het plangebied kent geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of structuren die als gevolg van de planontwikkeling verloren zullen gaan of aangetast worden. Conclusie Vanuit het thema archeologie bezien, is de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar.
Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden is middels proefsleuvenonderzoek een nader beeld van de bodemopbouw verkregen op de locatie van het woongebouw. Er zijn tijdens het onderzoek geen archeologische waarden aangetroffen. Er zijn, zowel tijdens het proefsleuvenonderzoek als in de aanvullende boringen, uitsluitend ophogingszand en recente verstoringen aangetroffen. Er worden binnen het plangebied geen vindplaatsen meer verwacht.
5.4
Bodem
Er is een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd (zie bijlage 8). De aanleiding van het bodemonderzoek is de realisatie van een woongebouw aan de Balthasar van der Polweg in Delft, waarbij grondverzet zal plaatsvinden. Het doel van het bodemonderzoek is het verkrijgen van een actueel beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Onderzoek De procesonderdelen (BRL 2000), uitvoering grondveldwerk, monstername en overdracht monsters aan een erkend laboratorium zijn uitgevoerd op woensdag 3 juni en donderdag 4 juni 2020. In het onderzoek is het volgende vastgesteld: • In de bovengrond is een lichte minerale olie verontreiniging aangetoond • • •
In de ondergrond is een lichte loodverontreiniging aangetoond In het grondwater is een lichte naftaleenverontreiniging aangetoond Er is geen asbest aangetoond in de bovengrond en ondergrond
6
Delftse Archeologische Notitie 41, Balthasar van der Polweg te Delft - Een inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven door Bas Penning
26/43
Kenmerk
•
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Toetsing van de bovengrond aan het tijdelijk handelingskader PFAS van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, zoals deze van kracht waren op 18 juni 2020, geeft beperkingen voor de toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden
Conclusie Hiermee is het voornemen vanuit thema bodem bezien uitvoerbaar. Sanering is niet noodzakelijk. Wel dient de aannemer op basis van het bodemonderzoek een aantal maatregelen te nemen bij de uitvoering van het werk.
5.5
Ondergronds (kabels en leidingen)
Om inzicht te krijgen in de binnen het plangebied aanwezige kabels en leidingen is een KLIC-melding uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in het plangebied een aantal nutsvoorzieningen aanwezig zijn. Beleid en Onderzoek De bedrijfszekerheid en de gebruikszekerheid van de grotere kabels en leidingen in het plangebied dienen nu en in de toekomst gewaarborgd te worden. In het 'Handboek ondergrondse Infrastructuur (2009) zijn de voorschriften en werkafspraken tussen de gemeente Delft en de netbeheerders vastgelegd voor zover het gaat om leggen, houden, onderhouden en verwijderen van kabels en leidingen in de openbare ruimte. Gewenste ontwikkeling Het BalPol4 gebouw zal worden aangesloten op diverse nutsvoorzieningen. Voor zover een conflict ontstaat tussen de aanwezige kabels en leidingen en de voorziene nieuwbouw zullen tijdig afspraken gemaakt worden met de beheerders en indien nodig zullen de leidingen worden verlegd voorafgaand aan de nieuwbouw.
5.6
Energie
De locatie is onbebouwd. Het omliggende gebied kent een traditionele wijze van energievoorziening op basis van gas en elektriciteit. Beleid en Onderzoek De TUD is gebonden aan de landelijke MJA3-energie (meerjarenafspraak) en heeft daarvoor ook een goedgekeurd actieplan. Projecten uit dit actieplan hebben geen ruimtelijke relevantie, met uitzondering van initiatieven voor bodemenergie. Er is voor het grotere TU gebied een bodemenergieplan opgesteld. Het bodemenergieplan beschrijft hoe optimaal gebruik gemaakt kan worden van bodemenergie en andere belangen niet geschaad worden. Per 1 juli 2013 geldt het gemeentelijk bodemenergieplan en bijbehorende ordeningsregels voor gesloten bodemenergiesystemen. Hiervoor is de gemeente Delft bevoegd gezag. Voor open bodemenergiesystemen is de provincie Zuid-Holland bevoegd gezag.
27/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Gewenste ontwikkeling Het BalPol4 gebouw zal aangesloten worden op de centrale warmtevoorziening van de TUD. Deze warmtevoorziening wordt in de komende jaren omgeschaald van een hoge temperatuur voorziening naar een warmtevoorziening voor midden temperatuur en mogelijk laagtemperatuur. Conclusie Er wordt aangesloten op de centrale warmtevoorziening van de TUD welke de komende jaren verder verduurzaamd zal worden.
5.7
Parkeren
De bouw van 136 studentenwoningen brengt een extra parkeervraag mee. In overleg tussen TUD en Gemeente Delft is deze berekend volgens de parkeernorm in de Parkeervisie TU Campus 2018 van gemeente Delft. De parkeernorm voor studentenwoningen is 0,15 parkeerplaats per woning. Het aanwezigheidspercentage op werkdagen overdag is bepaald op 100 %. De extra parkeervraag is dus 21 parkeerplaatsen. Tabel 5.1 Uitkomsten parkeeronderzoek 2019
SECTIE
STRAAT / TERREIN
Parkeerdruk
Bezettingsgraad
Parkeerdruk
Bezettingsgraad
Parkeerdruk
Bezettingsgraad
Parkeerdruk
Bezettingsgraad
13:00 -15:00 uur
OPENBARE CAPACITEIT
05:00 -07:00 uur 09:00 - 11:00 uur 11:00 -13:00 uur
199
Leeghwaterstraat
127
13
10%
88
69%
106
83%
116
91%
123
Feldmannweg
219
4
2%
82
37%
97
44%
109
50%
128
Feldmannweg
89
7
8%
65
73%
67
75%
60
67%
129
Feldmannweg
58
31
53%
30
52%
34
59%
31
53%
130
Feldmannweg
26
9
35%
9
35%
8
31%
8
31%
131
Korvezeestraat
10
3
30%
2
20%
5
50%
4
40%
132
Korvezeestraat
7
4
57%
2
29%
2
29%
3
43%
133
Leeghwaterstraat
22
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
134
Leeghwaterstraat
19
5
26%
7
37%
7
37%
7
37%
135
Leeghwaterstraat
24
22
92%
15
63%
11
46%
15
63%
136
Korvezeestraat
44
41
93%
29
66%
30
68%
30
68%
137
Korvezeestraat
6
2
33%
2
33%
2
33%
3
50%
138
Korvezeestraat
73
97%
60
82%
57
78%
55
Totaal
71
724
212
29%
391
54%
426
59%
441
75%
61%
Het bouwproject wordt gerealiseerd op een openbaar toegankelijk parkeerterrein. Dit parkeerterrein wordt opgeheven. Hierdoor verdwijnen 111 parkeerplaatsen. Ter compensatie van
28/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
de parkeerplaatsen die verdwijnen zijn door de TUD begin 2018 7 al 127 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd tussen de Leeghwaterstraat en de Feldmannweg. Deze locatie ligt binnen 400 m loopafstand van zowel de bestaande woningen als de nieuw te bouwen woningen. In februari 2019 is een parkeeronderzoek uitgevoerd waarin eveneens de bezettingsgraad van de parkeerplaatsen in de omgeving van het bouwproject is gemeten. Het onderzoek is uitgevoerd op een dinsdag buiten de schoolvakanties, zonder grote evenementen en met normaal weer. 8 Onderstaand een uitsnede van het gebied. De getallen verwijzen naar het nummer van de desbetreffende parkeersectie. De parkeerplaatsen in parkeersectie 138 en in het grootste deel van 136 verdwijnen (totaal 111). De parkeerplaatsen in sectie 199 zijn begin 2018 toegevoegd ter compensatie. Binnen de loopafstand van 400 m zijn er in totaal 724 parkeerplaatsen. Het maatgevend moment voor de functie studentenwoningen is op werkdagen overdag. Op het drukste tijdstip 13.00-15.00 zijn 441 parkeerplaatsen bezet (61 %). De restcapaciteit bij een maximale bezettingsgraad van 85 % is 174 (615-441). Dit is ruim voldoende om de extra parkeerbehoefte te faciliteren, ook als er 111 parkeerplaatsen verdwijnen voor het bouwproject.
Afbeelding 5.2 Parkeerzones Campus TUD
7
In 2016/2017 werd de start van de bouw van BalPol4 eerder verwacht, om die reden zijn de parkeerplaatsen ter compensatie van het op te heffen parkeerterrein al begin 2018 gerealiseerd als onderdeel van het herinrichtingsproject Leeghwaterstraat. Bureau DeGrootVolker, Parkeeronderzoek Technische Unniversiteit Delft, P191390-01, 22 maart 2019
8
29/43
Kenmerk
R005-1276265WPG-V02-nda-NL
Afbeelding 5.3 Looproutes woongebouwen en parkeren
Conclusie Conform de normen van TUD en de gemeente Delft stijgt de vraag naar parkeerplekken met 21 als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Deze capaciteit is beschikbaar op loopafstand (minder dan 400 m). Daarom hoeft er geen extra parkeergelegenheid gerealiseerd te worden en is het plan uitvoerbaar.
5.8
Geluid
In de Wet geluidhinder zijn geluidshindernormen voor toelaatbare equivalente geluidsniveaus opgenomen. De geluidshindernormen gelden voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidszone van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein. Een geluidszone is een aandachtsgebied aan weerszijden van een (spoor)weg en rondom een industrieterrein waarbinnen de geluidshindernormen van de Wet geluidshinder van toepassing zijn. Onderzoek Adviesbureau Tauw heeft de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai op de gevels van de nieuw te bouwen geluidgevoelig bestemming berekend en getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder 9 (bijlage 9).