3 Bestemmingsplan
Tekst van het document
parkeervoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het parkeren, zoals parkeerplaatsen en de daarbij behorende in- en uitritten; 1.32 peil: voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.33
seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; 1.34
voorgevel:
het meest naar de weg gekeerde deel van een gebouw; 1.35
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor huisvesting van één afzonderlijke huishouding; 1.36
wooneenheid:
een deel van een gebouw dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor huisvesting van één afzonderlijke huishouding.
76
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden:
afstanden worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7
de hoogte van een voorziening voor betreding van een dakterras:
de hoogte van een voorziening voor betreding van een dakterras wordt gemeten vanaf de bovenkant van de bebouwing waarop de voorziening is geplaatst.
77
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wonen en aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, detailhandel en dienstverlening; horeca uitsluitend tot en met maximaal categorie 1b van de Staat van horeca-activiteiten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkons toegestaan': tevens balkons en geluidwerende voorzieningen; e. bijbehorende voorzieningen. waarbij maximaal 260 woningen zijn toegestaan. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in deze bestemming. 3.1.1
Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
a
Voorwaardelijke verplichting maatregel geluid
De bouw en het gebruik van de navolgende woningen zijn uitsluitend toegestaan onder het treffen van navolgende akoestische maatregelen die na realisatie in stand worden gehouden: 1. Voor de woningen die zijn geörienteerd op de parkeergarage en een hogere gevelbelasting hebben dan 50 dB(A) etmaalwaarde, zoals bedoeld in Bijlage 2 Onderzoek geluidsbelasting parkeergarage, een lamellenrooster van het type DucoWall Acoustic W 150 of een lamellenrooster die qua werkingsprincipe en akoestische prestaties vergelijkbaar is; 2. Voor de woningen die zijn geörienteerd op de Martinus Nijhofflaan, zoals bedoeld in Bijlage 3 Akoestisch onderzoek geluidsbelasting verkeerslawaai, een lamellenrooster van het type DucoWall Acoustic W 150 of een lamellenrooster die qua werkingsprincipe en akoestische prestaties vergelijkbaar is. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Bouwwerken, binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van bouwwerken binnen het bouwvlak van de bestemming 'Gemengd' gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde in de vorm van balkons, mag niet meer bedragen dan is aangegeven met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)'; c. woningen zijn toegestaan vanaf een hoogte van 6 meter; d. de gevel van een gebouw dient, voor zover gelegen aan de Martinus Nijhofflaan, in het verlengde van een direct aangrenzend gebouw te worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging' dient een overkraging te worden gebouwd, waarbij de overkraging is toegestaan vanaf een bouwhoogte van tenminste 6 meter; f. in afwijking van het bepaalde onder b zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding balkons toegestaan' balkons toegestaan met een bouwhoogte die niet meer mag bedragen dan bouwhoogte van het belendende gebouw waar het balkon onderdeel van uitmaakt; g. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden; h. ondergronds bouwen is, met uitzondering van ondergeschikte delen (waaronder mede begrepen fundering en liftputten), uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, tot een verticale diepte van maximaal 1,2 m, gerekend vanaf peil;
78
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
3.2.2
Bouwwerken, buiten het bouwvlak
Voor het bouwen van bouwwerken buiten het bouwvlak van de bestemming 'Gemengd' gelden de volgende bepalingen: a. buiten het bouwvlak zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkons toegestaan' zijn balkons toegestaan met een bouwhoogte die niet meer mag bedragen dan bouwhoogte van het belendende gebouw waar het balkon onderdeel van uitmaakt. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De toelaatbare bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan in de vorm van balkons,mag ter plaatse van het bouwvlak en daarbuiten maximaal bedragen: Bouwhoogte Van erf- en terreinafscheidingen niet grenzend aan openbaar toegankelijk gebied
2m
Van erf- en terreinafscheidingen elders 1 m Van voorzieningen voor de betreding van een dakterras
2,5 m
Van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3m
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Gebruiksverbod
Niet toegestaan zijn: a. b. c. d.
Bevi-inrichtingen; geluidhinderlijke inrichtingen als bedoeld in de Wet geluidhinder; de opslag en/of verkoop van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; seksinrichtingen.
3.3.2
Detailhandel, horeca en dienstverlening
Detailhandel, horeca en dienstverlening is uitsluitend toegestaan mits: a. gerealiseerd op begane grondlaag; b. de functies gezamenlijk geen groter gebruiksoppervlak hebben dan 265 m2 bvo, exclusief expeditieruimte, trafo en beheerruimte;
3.3.3
Aan-huis-gebonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, voor zover: a. het bvo ten behoeve van kantoor- en/of praktijkruimten en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 40% van het bvo van de woning, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimten en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in parkeergelegenheid wordt voorzien; c. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer.
79
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
3.4
Afwijken van gebruiksregels
3.4.1
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.3.2 en toestaan dat het toelaatbaar bvo voor detailhandel, horeca en dienstverlening toeneemt met maximaal 150 m² tot maximaal 415 m², indien voldaan wordt aan de voorwaarden: 1. dat er geen behoefte is aan de collectieve woonruimte; 2. dat is aangetoond er voldoende parkeerruimte is voorzien voor deze voorziening.
80
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
81
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 5
Algemene bouwregels
5.1 Parkeren a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang en de gebruiksfunctie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren van auto's op het eigen terrein en deze parkeerruimte in stand wordt gehouden. b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang en de gebruiksfunctie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren van fietsen op het eigen terrein en deze parkeerruimte in stand wordt gehouden.
5.2
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1: a. indien het voldoen aan het bepaalde in lid 5.1 door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; en/of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien en deze in stand wordt gehouden.
5.3
Uitzondering
Het bepaalde in lid 5.1 sub b geldt niet voor een gebouw voor een woonfunctie, niet-zijnde een woonfunctie voor studenten of een woonfunctie voor zorg.
5.4
Voorwaarden voor afwijken
Afwijken van de regels, als bedoeld in lid 5.2 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie. 5.5
Beleidsregels Nota Parkeernormen 2018
Het bevoegd gezag past het bepaalde in de leden 5.1, 5.2 en 5.4 toe met inachtneming van de beleidsregels uit de Nota parkeernormen 2018. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt bij de toetsing uitgegaan van de nieuwe of gewijzigde beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
82
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 6 6.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken als: a. opslagplaats voor bagger en grondspecie; b. opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen, met uitzondering van het bepaalde in lid 6.2, sub a; c. uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen. 6.2
Uitzonderingen gebruiksverbod
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. vormen van gebruik als bedoeld in lid 6.1, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de doeleindenomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt; b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming.
83
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 7 7.1
Algemene afwijkingsregels
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 ter zake reeds een omgevingsvergunning kan worden verleend - bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%. Een en ander met dien verstande dat de hoogtematen van gebouwen met maximaal 1 m mogen worden verhoogd; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. overschrijding van de bestemmingsgrenzen en/of bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de overschrijdingen mogen niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak en/of bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; d. het bouwen en gebruiken van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, mits de inhoud niet meer bedraagt dan 60 m3; e. het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals vlaggenmasten, reclame-uitingen, gedenktekens, beeldhouwwerken en andere kunstuitingen, waarbij geldt dat de hoogtematen van de bouwwerken, geen gebouw zijnde, maximaal 6 m mag bedragen; f.
overschrijding van de toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van sirenemasten, mits de hoogte niet meer bedraagt dan 40 m. 7.2
Voorwaarden afwijken
Van de in lid 7.1 genoemde afwijkingsbevoegdheid kan slechts gebruik worden gemaakt, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de stedenbouwkundige kwaliteit; c. de verkeersafwikkeling ter plaatse.
84
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Hoofdstuk 4 Artikel 8
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
8.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 8.1 onder a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 8.1 onder a, met maximaal 10%. c. Lid 8.1 onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 8.2 onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 8.2 onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 8.2 onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
85
vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2.
86