CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bestemmingsplan

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststellen bestemmingsplan ‘Martinus Nijhofflaan fase 2’ (nr. 2107128)28.899 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Martinus Nijhofflaan fase 2

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel planvorming 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Opbouw plan

6 6 6 7 7

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 8

Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Gemeente 3.4 Hoogheemraadschap Delfland 3.5 Conclusie

17 17 17 22 30 31

Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten en onderzoek 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Hoogbouweffectrapportage 4.3 Verkeer en parkeren 4.4 Kabels en leidingen 4.5 Externe Veiligheid 4.6 Water 4.7 Flora en fauna 4.8 Stikstof 4.9 Bodem 4.10 Milieuzonering bedrijven 4.11 Geluid wegverkeerslawaai 4.12 Luchtkwaliteit 4.13 Archeologie en cultuurhistorie

32 32 35 37 39 40 42 44 49 50 51 54 60 61

Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Verantwoording planvorm 5.2 Systematiek bestemmingen

64 64 64

Hoofdstuk6

67

Handhaving

Hoofdstuk7 Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid 7.1 Inspraak en overleg 7.2 Zienswijzen 7.3 Financiële uitvoerbaarheid

68 68 70 70

Regels

73

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

74 74 77

Hoofdstuk2 Artikel 3

Bestemmingsregels Gemengd

78 78

Hoofdstuk3

Algemene regels

81

2

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

81 82 83 84

Hoofdstuk4 Artikel 8 Artikel 9

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

85 85 86

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 2

Hoogbouw Effect Rapportage

Bijlage 3

Verkeersgeneratie ontwikkeling

Bijlage 4

Parkeeronderzoek Spark

Bijlage 5

Externe Veiligheid

Bijlage 6

Natuurtoets

Bijlage 7

Stikstofonderzoek

Bijlage 8

Bodemonderzoek

Bijlage 9

Onderzoek geluidsbelasting parkeergarage

Bijlage 10

Onderzoek Horecalawaai

Bijlage 11

Akoestischonderzoek verkeerslawaai

Bijlage 12

Memo horecalawaai

Bijlage 13

Luchtkwaliteit

Bijlage 14

Besluit hogere grenswaarde

Bijlage bij regels Bijlage 1

Staat van Horeca activiteiten

Bijlage 2

Onderzoek geluidsbelasting parkeergarage

Bijlage 3

Akoestischonderzoek geluidsbelasting verkeerslawaai

3

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

4

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

Toelichting

5

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel planvorming

De aanleiding voor dit bestemmingsplan is het voornemen om aan de Martinus Nijhofflaan in Delft een woningbouwontwikkeling van 260 woningen te realiseren op de hoek van Martinus Nijhofflaan en het Delflandplein met daaronder enkele commerciële ruimtes, in de vorm van een toren als vervolg op een eerste fase waarin de Albert Heijn XL is gevestigd met daarboven woningen langs de zuidzijde van de Martinus Nijhofflaan. Deze ontwikkeling vormt de tweede fase van het plan op deze locatie. De gronden waarop de woningbouwontwikkeling is geprojecteerd, zijn in het bestemmingsplan 'Albert Heijn Locatie Martinus Nijhofflaan' bestemd als 'gemengd'. Binnen deze bestemming is het realiseren van woningbouw rechtstreeks toegestaan. De bouwregels die in geldende bestemming 'gemengd' zijn opgenomen, zijn echter niet toereikend voor de realisering van de beoogde bebouwing. Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken binnen duidelijke kaders. Deze kaders worden bepaald door de in het Besluit ruimtelijke ordening genoemde onderdelen waaruit een bestemmingsplan tenminste dient te bestaan: een verbeelding, regels en een toelichting.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Martinus Nijhofflaan 1 t/m 5 te Delft nabij het Delflandplein. De locatie ligt in het zuidwestelijke woongedeelte van Delft, in de wijk Voorhof. Op figuur 1.1 is de ligging in Delft te zien. Ten oosten van het plangebied is de spoorlijn en de rijksweg A13 gelegen. Ten westen van het plangebied ligt de rijksweg A4. In figuur 1.2 is verder ingezoomd op het plangebied. Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op het gebied naast de Albert Heijn. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Martinus Nijhofflaan, aan de oostzijde door het Delflandplein. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het winkelcomplex en de Albert Heijn (fase 1 van de ontwikkeling).

6

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

Figuur 1.1 Globale ligging plangebied (geel) ten opzichte van rijkswegen

Figuur 1.2 Luchtfoto met begrenzing plangebied (Bron: StreetSmart, 2019)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Albert Heijn Locatie Martinus Nijhofflaan', dat op 24 september 2015 is vastgesteld. Het plangebied heeft in het bestemmingsplan de bestemming 'gemengd'. Binnen deze bestemming is de bouw van 6.119 m² detailhandel en dienstverlening toegestaan met daarboven de bouw van 156 appartementen.

Figuur 1.3 Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan

1.4

Opbouw plan

De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de ontwikkeling van het plangebied. In hoofdstuk 3 is het beleid beschreven. Hoofdstuk 4, 'Omgevingsaspecten en onderzoek', beschrijft de voor bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken en relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling. Hoofdstuk 6 gaat in op handhaving in dit plangebied. In hoofdstuk 7 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven.

7

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Aan de zuidzijde van de Martinus Nijhofflaan, recht tegenover de Hovenpassage ligt de planlocatie. De ontwikkeling is voorzien op een braakliggend terrein, zoals te zien is in figuur 2.1. Ten westen van het plangebied (in figuur 2.1 rechts van het met geel aangegeven plangebied) ligt fase 1 van de ontwikkeling. Fase 1 van de ontwikkeling bestaat uit een winkelcomplex van 5.450 m² met onder andere een Albert Heijn XL en Gall & Gall, een parkeergarage en een appartementencomplex van 59 woningen. Fase 1 is in 2016-2017 gerealiseerd. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een hoog appartementencomplex aan de Roland Holstlaan. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de nieuwbouw van de Albert Heijn XL met daarboven een appartementencomplex. Het ensemble van bestaande gebouwen rondom het Delflandplein kennen een sterk overeenkomstig volume en hebben alle een bouwhoogte van rond de 60 meter. Uitzondering hierop is de 'Torenhove', die zowel in verschijningsvorm als qua hoogte van een andere aard is.

Figuur 2.1 Huidige situatie (bron: StreetSmart, 2019)

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Inleiding

Voor de Albert Heijn-locatie aan de Martinus Nijhofflaan is in 2015 gestart met het ontwikkelen van een nieuw bouwplan, omdat de voormalige bebouwing sterk verouderd was. Dit bouwplan levert een bijdrage aan de versterking van de ruimtelijke-functionele structuur van het winkelgebied 'In de Hoven', waarmee de boulevardambities uit de ruimtelijke structuurvisie van Delft (RSVD) verder vorm is gegeven. De herontwikkeling is opgedeeld in twee fases. Het grootste deel van de herontwikkeling, fase 1 is in 2016-2017 gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling in dit bestemmingsplan betreft fase 2 van de herontwikkeling. 2.2.2

Beschrijving

Met het initiatief wordt een woontoren gerealiseerd dat voorziet in 260 appartementen, zie figuur 2.2. De beoogde woningbouwontwikkeling voorziet in appartementen voor starters. De woontoren heeft een bouwhoogte van 65 meter en gaat uit van appartementen vanaf de 2e verdieping. Op de begane grond is ruimte voor een gezamenlijke ‘huiskamer en lobby’ van circa 150 m² 'aan de kant van het Delftlandplein en enkele commerciële functies (waaronder horeca) van circa 265 m2 aan de zijde van de Martinus Nijhofflaan. De woontoren voorziet in 260 appartementen waarvan een deel een eigen berging krijgt. De appartementen hebben een oppervlakte van tussen de 30 tot 60 m², met enkele grotere appartementen tot 80 m². Daarnaast wordt een inpandige fietsenstalling gerealiseerd. De ontwikkeling richt zich met

8

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 name op young proffesionals. De toren vormt aan de ene kant het begin van de zuidelijke gevelwand van de Martinus Nijhofflaan en markeert deze aan het Delfland plein. Daarnaast vormt de toren, mede door zijn bredere basement samen met de al aanwezige gebouwen rond het Delflandplein deze stedelijke ruimte. Het gebouw heeft aan de zijde van het Delflandplein een getrapte opbouw. Het gebouw heeft een breed basement waarin de niet-woonplint is verbijzonderd in aansluiting op de omliggende openbare ruimte. De toren verjongt zich naar de top die een bijzondere dakrand heeft als bekroning. Aan de zijde van de Martinus Nijhofflaan sluit de plint naadloos aan op de winkelplint van de 1e fase. Ook daarboven wordt aansluiting gezocht bij de eerste fase, die uitkraagt boven de plint. De toren zelf ligt iets terug uit de gevel van het deel daar direct onder. Het gebouw heeft een alzijdig karakter, wat betekent dat er aan alle zijden sprake is van een voorgevelkwaliteit.

Figuur 2.2 Architectuurconcept vanaf Delftlandplein toekomstige situatie (bron: architectuurconcept 29-05-2020)

Ontsluiting en maatvoering De entree van woontoren komt aan de oostzijde (Delftlandplein) te liggen. De buitenruimten/balkons komen aan de oost-, zuid- en westzijde. Aan de noordzijde komen geen buitenruimten. Wel is aan de zijde van de Martinus Nijhofflaan sprake van een overkraging net als bij de eerste gebouwde fase 1. De entree van de commerciële ruimtes komt aan de Martinus Nijhofflaan en aan de zijde van de Voorhofdreef. De woningen worden ontsloten vanaf de Voorhofdreef. Aan de zijde van Roland Holstlaan worden de bergingen en fietsenstalling ontsloten voor de bewoners. Ook is de naastgelegen parkeergarage direct bereikbaar vanuit het appartementengebouw. De maatvoering van de van de footprint zijn weergegeven op onderstaande afbeelding. Zoals in figuur 2.2 is te zien komt er een gelaagdheid in de bebouwing. Deze is ook zo opgenomen in de verbeelding van het bestemmingsplan die is weergeveven in figuur 2.3. De maximale hoogte van het gebouw is nu 63 meter in het vigerende bestemmingsplan en wordt in het nieuwe plan 2 meter hoger om de ruimtelijk gewenste bekroning van de toren te kunnen vormgeven. Daarnaast liggen daarmee de aanwezige technische installaties op het dak uit het zicht. De delen aan de zuidkant worden respectievelijk maximaal 42 en 31 meter hoog.

De hoogtes aan de westkant van het gebouw worden doorgetrokken op basis van de mogelijkheden die in het huidige bestemmingsplan gelden. De nieuwe bebouwing kan op basis van het nieuwe bestemmingsplan niet dichter bij de omliggende bebouwing komen te staan. In figuur 2.4 is te zien hoe de nieuwe bebouwing aansluit op de bestaande

9

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 bebouwing van de Martinus Nijhofflaan.

Figuur 2.3: maatvoering op basis van verbeelding

Figuur 2.4 Doorsnede nieuwe en bestaande situatie gezien vanaf de Martinus Nijhofflaan (Groosman)

10

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

2.2.3

Inpasbaarheid

De bestaande hoogbouw in de Voorhof en Buitenhof bestaat voornamelijk uit schijfvormige (galerij)flats van meer dan 25 meter hoogte en middel hoogbouw met een hoogte van 15 à 25 meter. Hierop zijn enkele uitzonderingen, zoals het kantoorgebouw Torenhove (gelegen op circa 40 meter van het plangebied) van ongeveer 81 meter en de drie Sterflats met een hoogte van circa 60 meter in het westen in de wijk Buitenhof. De flats hebben alle een herkenbare uitstraling van de bebouwing uit de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw. Met de ontwikkeling van In de Hoven/Poptahof wordt deze eenvormigheid en eenzijdigheid al doorbroken, hetgeen goed zichtbaar is in de nieuwbouw van de afgelopen jaren aan o.a. de Martinus Nijhofflaan. Met de onderhavige ontwikkeling wordt de diversiteit van bebouwingvorm verder versterkt. Ter markering van het Delflandplein voorziet het gebouw in een slanke toren van 65 meter hoog. Met de woningbouwontwikkeling is rekening gehouden met enerzijds de ambitie om de boulevardfunctie van de Martinus Nijhofflaan te versterken en de pleinvormige ruimte van het Delftlandplein en anderzijds in massa en verschijningsvorm op een goede wijze te laten aansluiten op de bebouwing in de directe omgeving. In de architectuur wordt bewust een nieuwe verschijningsvorm gekozen, waarbij meer variatie in beeld, schaal, vorm en functie wordt nagestreefd.

Invloed stadsbeeld Zoals in de Nota bouwhoogten is aangegeven kent Delft een karakteristiek silhouet, waarin de historische binnenstad met kerktorens een waardevol en herkenbaar beeld vormt. Ook de hoogbouw in de TU-wijk als referentie van de kennisstad is herkenbaar. Daarnaast vormen de hoge woonflats in de Voorhof en Buitenhof met als centraal baken Torenhove een vanuit de omgeving van Delft herkenbaar gezicht. Onderzocht is of en zo ja, wat de invloed van de hoogbouw op deze zichten op Delft heeft. De nieuwe hoogbouw heeft vooral invloed op het wat monotone, grootschalige beeld van woonflats de Voorhof en Buitenhof en vormt een aanvulling op de ontwikkeling van de Poptahof en In de Hoven , alsmede de stedellijke bouelvard van de Martinus Nijhofflaan in de Voorhof en de Pierre van Hauwelaan in de Buitenhof, waar op de locatie van de voormalige sporthal Buitenhof in 2020 een nieuwe toren nabij de Sterflats in aanbouw is. Deze invloed zal vooral vanuit het zuiden/zuidwesten zichtbaar worden en geen effect hebben op het zicht op de historische binnenstad.

Afbeelding 2.5: onderzochte zichten op Delft

Vanuit het noordwesten, noorden en oosten wordt de nieuwbouw door de bestaande stad, inclusief de opgaande beplanting (bomen) aan het zicht onttrokken. Zowel Torenhove als de beoogde nieuwbouw, die lager is dan deze kantoortoren zullen niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Daarnaast ligt deze

11

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 bebouwing op een zodanige afstand van het historische zicht op Delft, dat van een invloed hierop geen sprake is. Daar waar de nieuwbouw wel zichtbaar zal zijn vormt dit een verrijking van de bestaande hogere bebouwing. Het gebouw vormt, samen met de gebouwen aan de noordzijde de Martinus Nijhofflaan, een cluster van bebouwingsaccenten dat de eenvormige hoogbouw doorbreekt en een herkenbaar markeerpunt van de stad is. Om deze verandering van dit beeld te illustreren is een zicht vanaf verschillende punten geprojecteerd.

Afbeelding 2.6a: projectie nieuwbouw in stadsbeeld

12

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 Afbeelding 2.6b: projectie nieuwbouw in stadsbeeld

Zichtlijnen directe omgeving De hoogbouw ter plaatse van de knooppunten aansluiting Martinus Nijhofflaan, Beatrixlaan en Delflandplein zijn belangrijke markeringen in de ruimtelijke structuur ter plaatse. De toren vormt een aanvulling op Torenhove en de hogere gebouwen rond het Delflandplein.

Afbeelding 2.7 Zichtlijnen op de directe omgeving

Ook is het gebouw vanaf de noordzijde vanaf de Vermeertoren in beeld gebracht. Hierbij wordt zichtbaar op welke wijze de toren een aanvulling op de bestaande hoogbouw in de Voorhof vormen.

Afbeelding 2.8: Zicht vanuit noorden vanaf Vermeertoren - bestaande (in aanbouw zijnde) en nieuwe situatie

Het gebouw draagt bij aan het verlevendigen en beleving van de Martinus Nijhofflaan/Delflandplein en geeft de mogelijkheid om een kwalitatief hoogwaardig woongebouw te realiseren met het front naar de Martinus Nijhofflaan/Delflandplein. De toren heeft een alzijdig karakter en uitstraling. De openbare ruimte wordt hierdoor beter gedefinieerd en aantrekkelijker voor de gebruikers.

Het gebouw wordt ook op maaiveld ingebed in het huidige straatbeeld van de Martinus Nijhofflaan. Daarbij sluit de tweede fase op straatniveau direct aan op de bebouwing van de eerste fase. De eerste

13

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 verdiepingen zijn net als bij de eerste fase terugliggend en de rooilijnen sluiten hier op elkaar aan. Ook de hogere verdiepingen worden qua vormgeving op elkaar aangepast, waardoor ook op maaiveldniveau de nieuwe ontwikkeling goed past in haar omgeving.

Afbeelding 2.9: Zicht vanuit het zuidoosten en zuiden: bestaande (in aanbouw zijnde) en nieuwe situatie

Afbeelding 2.10: Zicht vanuit Delflandplein (oostzijde)

2.2.4

Duurzame verstedelijking

Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Om die reden schrijft het Besluit ruimtelijke ordening (Bro artikel 3.1.6) per 1 oktober 2012 voor, dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling bevat. Deze plicht is vervat in artikel 3.1.6 Bro. De zogenaamde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is bedoeld om te komen tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke

14

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 gebieden optimaal benut wordt. Oorspronkelijk had de ladder drie treden. Per 1 juli 2017 is het aantal treden van de ladder teruggebracht naar in beginsel één trede. In artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening is het volgende opgenomen: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleinschalige ontwikkelingen. De grens van een stedelijke ontwikkeling is voor woningbouw gelegen op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). De grens voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij commerciële en maatschappelijke voorzieningen is gelegen bij 500 m² BVO. De onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op 260 appartementen en 264 m2 bvo commerciële ruimte en overschrijdt hiermee de hierboven aangehaalde drempelwaarden voor woningbouw.

De ruimtelijke ontwikkeling dient dus te worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor het aspect woningbouw. Woningen In het huidige bestemmingsplan is nog ruimte voor 97 nieuwe woningen. Dat betekent dat voor 163 woningen (260 -97) beoordeeld moet worden of dit past binnen de behoefte. De locatie heeft momenteel een stedelijke bestemming (‘gemengd’). Daarmee gaat het volgens de definitie van het Rijk om bestaand stedelijk gebied. Omdat de locatie binnen bestaand stedelijk gebied ligt, kan worden volstaan met een onderbouwing van de behoefte en hoeft geen analyse van alternatieve locaties plaats te vinden. Voor de nabijgelegen ontwikkeling van het Bethelpark is de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan woningen recent in beeld gebracht (juni 2019). In onderstaande tabel is de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen in de woningmarktregio bij elkaar gebracht.

Tabel 2.1 Kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in het onderzoeksgebied, 2019-2029

Bron: ontwerpbestemmingsplan Bethelpark (Bureau stedelijke planning, Quickscan ladderonderbouwing wonen, Bethelpark, 28 juni 2019)

Op basis van deze analyse kan worden geconstateerd dat: Wanneer vraag en aanbod tegen elkaar worden afgezet, er zowel kwantitatief als kwalitatief meer dan genoeg behoefte is voor de ontwikkeling van de 260 woningen in fase 2. In zowel de gemeente Delft als het gehele onderzoeksgebied er de komende tien jaar aanzienlijk meer vraag naar woningen is, dan dat er concrete plannen zijn (harde plancapaciteit). De 260 woningen uit onderhavig plan voorzien nog lang niet in de behoefte in de gemeente Delft. Ook kwalitatief is de behoefte groot. Er is meer vraag dan aanbod in een buitencentrum woonmilieu, ook in de categorie appartementen. Onderhavige ontwikkeling past derhalve ook bij de kwalitatieve vraag naar woningen. Conclusie

15

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

Voor het woonaanbod is de behoefte onderzocht. Hierbij is op basis van de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking aangetoond dat er ruim voldoende behoefte bestaat voor het realiseren van 260 woningen in het plangebied, waarvan 163 woningen aan de plancapaciteit wordt toegevoegd. Dit geldt zowel voor de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte.

16

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijk

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De minister van Infrastructuur & Milieu heeft op 13 maart 2012 de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangt verschillende nota's, waaronder de Nota Ruimte en de Structuurvisie Randstad 2040. In de SVIR geeft het Rijk haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 en de manier waarop zij hiermee om zal gaan. Het Rijk richt zich in de SVIR met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk investeert daar waar de nationale economie er het meest bij gebaat is, in de stedelijke regio's rond de main-, brain- en greenports inclusief de achterlandverbindingen.

Beoordeling en conclusie De SVIR heeft geen gevolgen voor het plangebied. 3.1.2

AMvB Ruimte (Barro)

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen betreffen onder andere project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, gronden van defensie, grote rivieren en Waddenzee en waddengebied. Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen.

Beoordeling en conclusie Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan.

3.2

Provincie

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities.

Richtinggevende ambities In de Omgevingsvisie zijn de volgende zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level

17

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd. Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied wordt ingezet op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6.

Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien.

Beleidsopgaven Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Hieronder zijn de voor onderhavig project relevante beleidsopgaven nader toegelicht, te weten het behouden en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de energietransitie in de gebouwde omgeving en stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied. 1. Behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit.

Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: 1. De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een

18

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. 2. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. 3. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is.

In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied.

Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

Figuur 3.1 Soorten ruimtelijke ontwikkelingen

De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een

19

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Ontwikkeling van de Martinus Nijhofflaan in het licht van de beleidsopgave behouden en versterken ruimtelijke kwaliteit: De realisatie van de tweede fase van de Martinus Nijhofflaan is aan te merken als een ontwikkeling die valt in de categorie 'inpassing'. Het betreft een al eerder aangewezen woongebied waaraan invulling wordt gegeven met dit plan. In het geldende bestemmingsplan 'Albert Heijn Locatie Martinus Nijhofflaan' , vastgesteld 24 september 2015 is sprake van een bestemming 'Gemengd' voorzien van een bouwvlak. Overeenkomstig met deze bestemming kan het plangebied verder worden uitgewerkt ten behoeve van wonen, detailhandel, horeca en dienstverlening . Onderhavige bestemmingsplan geeft aan deze contouren invulling met dien verstande dat de bouwhoogte beperkt afwijkt van de bestemmingsplanvoorschriften en er meer woningen mogelijk worden gemaakt.

Om deze reden is gekozen voor het opstellen van een bestemmingsplan. Voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit is onder andere in paragraaf 2.2.3 verantwoord dat de ontwikkeling past binnen de te behouden en te versterken ruimtelijke kwaliteit.

Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor energiebesparing en -opwekking in bestaand stedelijk gebied, zoals bij beheer en renovatie van woningen (verduurzaming voorraad), woningbouw en herstructurering van bedrijventerreinen, kantorenlocaties en glastuinbouw. Middelen die hiervoor ingezet kunnen worden zijn: isoleren, aansluiten op een warmtenetwerk, cascaderen van lokale warmte, co-siting (bijeenbrengen en plannen van bedrijven met aansluitende warmtebehoeften) en efficiënter gebruik van energie. Nieuwbouwlocaties bieden de grootste kans om energie-efficiency te realiseren. In deze tijd is het ondenkbaar dat er niet energiezuinig of zelfs energieneutraal wordt gebouwd al dan niet in combinatie met een decentrale hernieuwbare energievoorziening. De provincie is een groot voorstander van aardgasloze wijken, zowel bij nieuwbouw als renovatie. In paragraaf 3.3.12 is beschreven welke energiesystemen voor Martinus Nijhofflaan fase 2 zijn voorzien.

Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied De provincie wil bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), ofwel de bebouwde ruimte, beter benutten. De provincie verstaat daaronder: 'het bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Volgens de ladder voor duurzame verstedelijking moet de nieuwe stedelijke ontwikkeling primair plaatsvinden binnen het BSD. De ontwikkeling van Martinus Nijhofflaan vindt plaats binnen het BSD.

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving.

Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van

20

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging.

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2.

het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Ontwikkeling van Martinus Nijhofflaan fase 2 bezien in het licht van artikel 6.9 betreffende ruimtelijke kwaliteit: De realisatie van Martinus Nijhofflaan fase 2 is aan te merken als een ontwikkeling die valt in de categorie 'inpassing'. Het betreft een beoogde woongebied waaraan invulling wordt gegeven met dit plan. De ontwikkeling past bij de aard en schaal van het gebied. In het geldende bestemmingsplan 'Albert Heijn Locatie Martinus Nijhofflaan' , vastgesteld 24 september 2015 is sprake van een bestemming 'Gemengd' voorzien van een bouwvlak. Overeenkomstig met deze bestemming kan het plangebied verder worden uitgewerkt ten behoeve van wonen, detailhandel en dienstverlening en inpandige parkeervoorzieningen. Onderhavige bestemmingsplan geeft aan deze contouren invulling met dien verstande dat de bouwhoogte afwijkt van de uitwerkingsbepalingen en er meer woningen mogelijk worden gemaakt. Om deze reden is gekozen voor het opstellen van een bestemmingsplan. Voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit is onder andere in paragraaf 2.2.3 en 4.2 verantwoord dat de ontwikkeling past binnen de te behouden en te versterken ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de

21

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Ontwikkeling van Martinus Nijhofflaan fase 2 bezien in het licht van artikel 6.10 Voor de ontwikkeling van Martinus Nijhofflaan is voor de functie wonen een laddertoets uitgevoerd. Deze is opgenomen in paragraaf 2.2.4. Hierbij is op basis van de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking aangetoond dat er ruim voldoende behoefte bestaat voor de extra 163 woningen, zowel kwantitatief als kwalitatief. 3.2.3

Regio

Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) Het Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) is op 16 april 2008 vastgesteld door het stadsgewest Haaglanden. Het plan geeft de regionale visie weer op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio Haaglanden tot 2020 met een doorkijk naar 2030. Haaglanden kiest in het RSP voor een beperkte uitbreiding van het stedelijk gebied. De nadruk ligt op de binnenstedelijke opgave. Verdere verstedelijking gaat namelijk ten koste van het "Goud van Haaglanden", zoals de groene kwaliteiten worden aangeduid. Uitbreiding van de woningvoorraad moet zoveel mogelijk plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied en er moet dus gezocht worden naar verdichtingsmogelijkheden.

Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. De bouw van 163 extra woningen op deze binnenstedelijke locatie sluit aan op de doelstellingen beschreven in het RSP. 3.2.4

Conclusie

Op basis van de voorgaande paragrafen en de doorlopen Ladder voor duurzame verstedelijking , kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de bovengenoemde provinciale en regionale beleidsdoelstellingen.

3.3

Gemeente

3.3.1

Ruimtelijke Structuurvisie: Ontmoetingen met Delft 2030 (RSVD 2009)

De ruimtelijke structuurvisie 'Ontmoetingen met Delft 2030' schetst een toekomstbeeld voor de stad en gaat onder meer uit van verdichten langs de boulevards, waar het plangebied deel van uitmaakt. De boulevards zijn de voordeur van de buurt. Het stelsel van boulevards, dat al enige tijd in ontwikkeling is, omvat aantrekkelijke routes en verblijfruimtes met een mix aan stedelijke functies. Ze zorgen voor een versterking van de verbinding van de wijken en buurten met het centrum van de stad.

De boulevards bieden ruimte voor het faciliteren van nieuwe ontwikkelingen via dubbel grondgebruik. Hier is ruimte voor nieuwe, gestapelde woningen en uitbreiding van het 'stedelijk plint' (functies op de begane grond). Nieuwe dienstverlenende ondernemingen, zoals kleine kantoren en openbare functies voor zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport en commerciële voorzieningen worden bij voorkeur langs de boulevards gerealiseerd. Ook detailhandel kan hier een plek vinden, zolang dit de bestaande structuur van buurtwinkelcentra niet verstoort.

Nieuwe woningen langs de boulevards sluiten qua woonmilieu aan bij doelgroepen die prijs stellen op een hoog verzorgingsniveau, de nabijheid van winkels en andere voorzieningen, de beschikbaarheid van gebouwde en beveiligde parkeeraccommodaties en de uitstekende bediening per openbaar vervoer.

22

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

Gesteld wordt dat langs de Papsouwselaan en de Martinus Nijhofflaan het grondgebruik fors wordt geïntensiveerd met een mix van functies: winkels, dienstverlenende functies, sport, wonen, parkeren.

Als opgaven worden in de structuurvisie onder meer genoemd; het leggen van prioriteit bij boulevards bij nieuwe ontwikkelingen voor openbare voorzieningen en intensieve woonbebouwing. Daarnaast wordt aangegeven dat wanneer in buurten een meer gedifferentieerd aanbod aan woningen wordt gerealiseerd, gestapelde woningen worden toegevoegd langs de boulevards en in het bijzonder rondom knooppunten van routes.

Het toevoegen van woningen en voorzieningen aan de Martinus Nijhofflaan en het toevoegen van kwaliteit aan de boulevard past in de opgaven die in de structuurvisie zijn verwoord. Wanneer er gebouwd wordt, dient er zorgvuldig, duurzaam en slim omgegaan worden met de beschikbare ruimte in de stad. Dit kan door meer te doen met dezelfde ruimte, ofwel door te verdichten. Het plan past uitstekend binnen de uitgangspunten van verdichting langs de boulevards.

Het geldende beleid schrijft onder meer voor dat de verstedelijkingsopgave zich vooral richt op het bestaand stads- en dorpsgebied, waarbinnen het plangebied ligt. In eerste instantie dient uitgegaan te worden van het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stedelijk en dorpsgebied. Wanneer er gebouwd wordt, dient er zorgvuldig, duurzaam en slim omgegaan worden met de beschikbare ruimte in de stad. Dit kan door meer te doen met dezelfde ruimte, ofwel door te verdichten. Binnen het plangebied wordt woningbouw beoogd binnen bestaand stedelijk gebied. Met de herontwikkeling en de stapeling van functies wordt zorgvuldig met de ruimte omgegaan. 3.3.2

Ruimtelijk economische visie Delft 2030

De ruimtelijk economische visie Delft 2030 biedt een ontwikkelperspectief voor de Delftse economie, schetst de ruimtelijke impact daarvan in de stad en de beleidskeuzes die hieruit voortvloeien. Met de ontwikkeling van commerciële voorzieningen binnen Martinus Nijhofflaan fase 2, wordt mede een bijdrage geleverd aan de verwezenlijking van doelstellingen vanuit de betreffende visie voor wat betreft het realiseren van werklocaties en een adequaat voorzieningniveau.

3.3.3

Coalitieakkoord Delft 2018-2022

Het doel van het Coalitieakkoord is een stad waar het goed wonen, werken en verblijven is, en een stad waarin voor iedereen een plek is die goed en betaalbaar is. In het akkoord wordt ingezet op het realiseren van de ambities uit de Woonvisie, het realiseren van 15.000 woningen en het versterken van de economische positie met nieuwe werklocaties die moeten leiden tot 10.000 extra banen. Delft heeft ook behoefte aan meer (middel)dure huur- en koopwoningen. Die zijn nodig om de doorstroming uit de sociale huurvoorraad te stimuleren, medewerkers van Delftse bedrijven huisvesting te bieden, studenten na hun studie vast te houden en promovendi te binden. Om te zorgen dat er in het middeldure huursegment voldoende aanbod komt, worden nieuwe woonvormen mogelijk gemaakt voor starters op de woningmarkt. Bijvoorbeeld varianten waar mensen zelf moeten klussen aan hun huurwoning of waarin woningen door meerdere personen worden gehuurd (zoals ‘friendscontracten’). Het onderhavige bestemmingsplan maakt woningen voor starters (friends-appartementen) mogelijk en sluit hiermee aan op de doelen van het coalitieakkoord.

23

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

3.3.4

Woonvisie Delft 2016-2030

Het gemeentelijke woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Delft 2016-2023. De visie beschrijft het belang van een aantrekkelijk woonklimaat dat past bij de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Delft en de regio. Het is wenselijk dat medewerkers van Delftse kennisbedrijven en (internationale) promovendi en studenten in Delft kunnen wonen en woonruimte kunnen vinden in de stad. Ook zouden meer afstudeerders van de TU ervoor moeten kunnen kiezen om na hun studie in de stad te blijven wonen. Delft is een solidaire kennisstad; een stad van mensen die bij elkaar horen en elkaar steunen met voldoende en kwalitatief goede woningen, met name ook voor ouderen en zorgafhankelijke doelgroepen. Het aantal inwoners en ook het aantal huishoudens in Delft is groeiende, nu maar ook in de komende jaren. De druk op de Delftse woningmarkt is groot. Steeds meer mensen willen in de nabijheid van goede voorzieningen, openbaar vervoer en een baan wonen. Daarnaast is er een toename van het aantal 1- en 2- persoons huishoudens, blijven ouderen steeds langer thuis wonen en wonen meer kwetsbare mensen zelfstandig in de wijken.

Zoals vastgelegd in de Woonvisie 2016 – 2023 is de Delftse woningmarkt niet in balans. Vooral het aandeel woningen in het middeldure en hogere segment is ondervertenwoordigd. De Woonvisie beschrijft het belang van een aantrekkelijk woonklimaat met vitale stedelijke woonmilieus dat past bij de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Delft en de regio. Voor een betere balans is een stevige verschuiving noodzakelijk naar woningaanbod dat bijdraagt aan meer diversiteit en een aantrekkelijk levendig karakter van de stad en aan een evenwichtige opbouw van de wijken met een passende voorzieningenstructuur en een aantrekkelijke openbare ruimte. Studentenwoningen dienen vooral gerealiseerd te worden in de nabijheid van de TU en de hogescholen op de campus en in de randen daarvan. Eénzijdige gebieden met grote clusters studentenwoningen elders in de stad zijn niet gewenst.

Op korte, middenlange en lange termijn (tot 2040) dienen in het kader van de regionale verstedelijkingsafspraken circa 15.000 woningen te worden toegevoegd en dient de bestaande voorraad toekomstbestendig en duurzaam te worden gemaakt.

De uitvoering van het woonbeleid is vastgelegd in de Woonagenda 2019 – 2022. De pijlers voor de uitvoering zijn: sterke wijken, een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad, voldoende kansen op doorstroming, geschikte woningen voor ouderen (rollator toe- en doorgankelijk) en kwetsbare groepen en studentenhuisvesting in goede banen. Om de kansen op een woning te vergroten voor starters, doorstromers en mensen die in Delft werken en hier willen wonen en die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning en niet kunnen of willen kopen is in het verlengde van de Woonagenda het Aktieplan middenhuur opgesteld en zijn afspraken gemaakt met beleggers, ontwikkelaars en woningcorporaties over nieuwbouw van middeldure huurwoningen, de wijze van samenwerking en afstemming, huurbeleid, monitoring van de toewijzing aan de doelgroep en de voortgang en ontwikkeling van dit segment. Met woningbouwplan Martinus Nijhofflaan fase 2 wordt ingespeeld op het gemeentelijk woonbeleid. Regio Afstemming over woningbouwprogramma's staat centraal in het regionale en provinciale woonbeleid. Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast. Hierin bepalen gemeenten de gewenste gezamenlijke ontwikkelrichting voor woningbouw en de woonkwaliteiten.

Door af te stemmen over het kwalitatieve en kwantitatieve regionale woningbouwprogramma wordt de vraag en het aanbod naar woningen in balans gebracht.

24

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

De regio is belangrijk voor de economische ontwikkeling van Delft en geldt dit ook andersom. Naast werkgelegenheid en bereikbaarheid, zijn aantrekkelijke woonmilieus en één woningmarkt die faciliterend is aan de groei van de regio van belang. Provincie, het Rijk en de gemeenten trekken samen op om de woningbouwproductie te versnellen, de leefbaarheid in zwakkere wijken te verbeteren en excessen aan te pakken. Gezien de huidige en toekomstige behoefte kent de Delftse woningmarkt vooral tekorten in het middeldure en dure segment. Voor een betere balans is een stevige verschuiving noodzakelijk naar woningaanbod dat bijdraagt aan meer diversiteit en een aantrekkelijk levendig karakter van de stad Het onderhavig bestemmingsplan maakt een woningbouwontwikkeling mogelijk, die voorziet in woningen voor starters. De beoogde ontwikkeling sluit hiermee aan op de Woonvisie Delft 2016-2030.

3.3.5

Beleidsnota bouwhoogten Delft

Deze nota bevat een analyse en onderbouwing van de maximaal toelaatbare bouwhoogten in Delft. Daarbij is rekening gehouden met onder andere het stadsbeeld van Delft en het zicht op de kerktorens in de historische binnenstad. De nota is niet bedoeld als absolute norm voor hoogbouw, maar als leidraad bij het ontwikkelen van hoogbouw in Delft. Het gebied waarin de planlocatie is gelegen is in de nota aangewezen als initiatiefgebied. In deze gebieden is de maximale bouwhoogte 75 meter. Ter beoordeling van de bouwhoogte is in de nota een stappenplan opgenomen. Voor hoogbouw hoger dan 40 meter wordt een hoogbouweffectrapportage voorgeschreven. Het voorliggende plan voorziet in een bouwhoogte van maximaal 65 meter. Dit betekent dat een hoogbouweffectrapportage (HER) uitgevoerd moet worden. In Bijlage 2 is deze rapportage opgenomen, waarin naast een ruimtelijke en stedenbouwkundig/architectonische onderbouwing aandacht is besteed aan schaduw en wind. Dit is gebeurd aan de hand van de checklist uit de Nota Bouwhoogten. Met betrekking tot de laatstgenoemde aspecten is zowel een schaduw en windhinderonderzoek uitgevoerd, welke als bijlage bij de HER zijn opgenomen.

In het HER wordt onderbouwd en geconcludeerd dat met de woningbouwontwikkeling aan de Martinus Nijhofflaan een toren van 64 meter wordt gerealiseerd, zowel stedenbouwkundig als architectonisch uitstekend past binnen de uitgangspunten van verdichting langs de boulevards zoals in de gemeentelijke structuurvisie is vastgelegd, de ruimtelijke kwaliteit en de samenhang van dit gebied versterkt en vergroot. In paragraaf 2.2.3 is reeds ingegaan op de inpasbaarheid van de ontwikkeling op het niveau van de directe omgeving en de stad.

3.3.6

Nota Groen

Uitvoeringsprogramma nota Groen Delft 2012-2020 In 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Groen Delft 2012-2020 en het daarbij horende Uitvoeringsprogramma nota Groen Delft 2012-2020 vastgesteld. Het beleid is niet bedoeld als bindend kader maar moet ervoor zorgen dat het groenbelang voldoende wordt betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt beschreven welke groene kwaliteiten in het plangebied bestaan, verloren gaan of worden toegevoegd. Het beleid is onder meer gericht op het versterken van biodiversiteit, goed openbaar groen en het handhaven van een evenwichtige verhouding tussen groen, bebouwing en verharding, gebaseerd op de zowel de ruimtelijke, sociale, ecologische, economische en fysische waarden van groen. Het beleid streeft naar een samenhangend, verbonden en fijnmazig groen netwerk. Voor bomen geldt dat gestreefd wordt naar behoud. Mocht behoud of verplanten van bomen niet mogelijk zijn, dan geldt een (financiële) herplantplicht. In het vigerende bestemmingsplan is de aanpassing van de footprint van de nieuwbouw al mogelijk gemaakt. Hierbij is de voorgevel aan de Martinus Nijhofflaan op de straat komen te liggen en aan de zijde van het Delflandplein ligt de nieuwbouw enkele meters terug, zodat de ontwikkeling niet ten koste gaat van het aanwezige oppervlak groen.

25

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

3.3.7

Lokaal Verkeers- en vervoersplan 2005 – 2020 (LVVP)

Het gemeentelijke verkeers- en vervoersbeleid is vastgelegd in het LVVP. Het beleid streeft naar een gezonde leefomgeving in een bereikbare, economische florerende en verkeersveilige stad, die behoort tot de beste fietssteden van Nederland. De nota bevat infrastructurele maatregelen en een wegencategorisering. In de nota is het accent gelegd op: 1. maatregelen ter stimulering van fietsgebruik en openbaar vervoer; 2. maatregelen voor de doorgaande noordzuid- en oostwestroutes voor autoverkeer, zodat deze vooral worden gebruikt door in- en uitgaand verkeer, en zodat het doorgaande verkeer wordt ontmoedigd hier gebruik van te maken; 3. het opvangen van de mobiliteitseffecten van nieuwe stedelijke ontwikkelingen op de interne en externe bereikbaarheid van de stad. In het Lokale Verkeers- en Vervoersplan 2005-2020 van de gemeente Delft zijn de Martinus Nijhofflaan, en de Voorhofdreef als wijkontsluitingsweg. De Provincialeweg is gecategoriseerd als regionale stroomweg. Daarnaast is in het Fietsactieplan II (2005) de stimulering en gebruik van de fiets verder uitgewerkt. 3.3.8

Nota Parkeernormen 2018

3.3.8

Nota Parkeernormen 2018

Het parkeernormenbeleid van de gemeente Delft is erop gericht om bij bouwontwikkelingen in voldoende parkeercapaciteit voor zowel de auto als de fiets te voorzien. Parkeernormen zijn er niet voor om bestaande tekorten aan parkeerplaatsen op te lossen. De gemeente Delft kiest als basis voor haar autoparkeernormen de parkeerkencijfers uit CROW publicatie 317: kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. De parkeerkencijfers van het CROW hebben tevens de input gevormd voor de oude Nota Parkeernormen 2013. Bij het toepassen van de parkeerkencijfers van het CROW zijn de onderstaande uitgangspunten gehanteerd: ln de gebieden binnenstad en schil binnenstad geldt het minimale parkeerkencijfer als referentiepunt. ln alle overige gebieden wordt het gemiddelde parkeerkencijfer als referentiepunt gehanteerd. Een uitzondering op deze toedeling is het Delftse autoluwplusgebied. ln dit voornamelijk voetgangersgebied is een geslotenverklaring van kracht, gereguleerd met beh u Ip van kentekenherkenning. Extra autoverkeer is in dit gebied ongewenst, daarom is in dit gebied de parkeernorm nul en is de Autoluwplusregeling van kracht. ln het autoluwplusgebied worden geen nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. Dit betekent ook geen parkeerplaatsen op eigen terrein. Binnen de parkeerkencijfers van het CROW wordt onderscheid gemaakt naar mate van stedelijkheid en ligging in de stedelijke zone.

De mate van stedelijkheid is voor de gemeente Delft vastgesteld op de hoogste categorie: zeer sterk stedelijk (dit betekent dater in de gemeente Delft per vierkante kilometer gemiddeld meer dan 2.500 adressen gevestigd zijn). De ligging in de stedelijke zone kan per bouwontwikkeling verschillen Bij het bepalen van de stedelijke zone wordt de ligging van de voordeur als uitgangspunt gehanteerd. Er kan voor één of meerdere functies binnen een bouwontwikkeling sprake zijn van bijzondere omstandigheden op basis waarvan een alternatieve toepassing van parkeernormen wenselijk is. Voor deze alternatieve toepassing is in de Facetherziening Parkeren (artikel 5.3 onder a) een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Via bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de normatieve parkeerbehoefte. Wanneer verwacht wordt dat een bouwontwikkeling vergezeld zal gaan met een relatief hoog fietsgebruik, en er derhalve meer fietsparkeerplaatsen gerealiseerd worden dan de norm voorschrijft, kan

26

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2 een reductie op de parkeernorm voor de auto toegepast worden. De hoogte van deze reductie is locatieafhankelijk en verschilt per situatie.

De beoogde ontwikkeling voorziet in appartementen voor starters. Een alternatieve toepassing van parkeernormen is wenselijk, omdat deze groep vaak (nog) geen auto heeft. Hierdoor wordt aannemelijk gemaakt dat met acht deelauto's de helft van de potentiële bewoners überhaupt geen auto zal aanschaffen. De normen kunnen daardoor per saldo gehalveerd worden. Voorde overige bewoners gelden gebruikelijke normen.

In paragraaf 4.3 wordt verder ingegaan op de toetsing aan de Nota Parkeernormen 2018. 3.3.9

Waterplan Delft, een blauw netwerk (2000)

3.3.9

Waterplan Delft, een blauw netwerk (2000)

Het Waterplan is gericht op het realiseren van duurzaam stedelijk waterbeheer. Vanuit een integrale visie op duurzaam stedelijk waterbeheer en rekening houdend met de specifieke situatie in Delft (kansen en knelpunten) beschrijft het Waterplan de ambities en doelstellingen voor de Delftse wateren op de lange termijn. Duurzaam waterbeheer richt zich op het realiseren van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Gezond wil zeggen: een watersysteem met een waterkwaliteit en een ecologische kwaliteit die past bij de (natuurlijke) situatie ter plaatse. Veerkrachtig betekent dat verstoringen door bijvoorbeeld extreme regenval of incidentele verontreiniging relatief gemakkelijk kunnen worden opgevangen en dat systemen zich relatief gemakkelijk kunnen herstellen van ecologische verstoringen, zoals achteruitgang of (lokaal) zelfs volledig verdwijnen van soorten. Binnen de mogelijkheden die gezonde en veerkrachtige watersystemen bieden wordt een duurzaam gebruik van watersystemen (onder meer recreatie en scheepvaart) zoveel mogelijk bevorderd. Bij duurzaam waterbeheer worden water, ecologie en ruimtelijke ordening in samenhang bezien, gebruikmakend van de 'natuurlijke' karakteristieken en de ligging van de watersystemen in het omringende landschap.

Het betekent dat wordt aangesloten bij natuurlijke processen (water als ordenend principe) en bestaande ecologische structuren, en dat hiermee rekening wordt gehouden bij de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld bij herinrichting van woonwijken en bij nieuwbouw. In het plan is hiermee rekening gehouden, hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 4.6. 3.3.10 Waterstructuurvisie (2006) 3.3.10 Waterstructuurvisie (2006) De Waterstructuurvisie heeft als doel het verbeteren van de waterkwaliteit en het realiseren van voldoende waterbergingscapaciteit. In de visie wordt gestreefd naar 92 m² per hectare. Voor de realisatie van de wateropgave wordt zoveel mogelijk aangesloten bij ruimtelijke ontwikkelingen en herstructureringen. Met het plan voor de ontwikkeling van woningen wordt de afgesproken wateropgave gerealiseerd. Zie ook paragraaf 4.6.

27

vastgesteld bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2

3.3.11 Beheervisie Openbare Ruimte 2019 Het beleid voor het beheren en onderhouden van de stad is vastgesteld in het gemeentelijke beleidsstuk 'Beheervisie Openbare Ruimte' uit 2019. De visie ziet de openbare ruimte als een belangrijk kapitaalgoed. Daarnaast faciliteert het de bewoners en bezoekers van Delft: het moet een prettig verblijfsgebied zijn. Als beheerder heeft de gemeente haar visie op de openbare ruimte vastgelegd in dit document. De beheervisie is het verbindende document tussen de Visie Openbare Ruimte Delft (VORD), de nog op te stellen Omgevingsvisie, de omgevingsplannen en diverse organisatiedoelen. De uiteindelijke doelstelling voor het bovengenoemde beleid is een kwalitatief hoogwaardig openbare ruimte. Binnen het plangebied wordt in zeer beperkte mate openbare ruimte gerealiseerd. Het bestemmingsplan voegt inhoudelijk geen nieuwe elementen toe aan de visie op de openbare ruimte.

3.3.12 Energie en duurzaam bouwen 3.3.12.1

Delft Energieneutraal 2050

Bij nieuwbouw of herontwikkelingen gelden de doelstellingen uit het Delftse klimaatbeleid. De basis hiervoor is de nota Delft Energieneutraal 2050. Uitgangspunt is dat voor een nieuwe woon- of bedrijfsbestemming de ambitie voorligt om een scherpere energieprestatie te realiseren dan de landelijke normen. Hiervoor hanteert Delft de Trias energetica: 1. het verminderen van de vraag door energiebesparing bij eindgebruikers; 2. het toepassen van duurzame bronnen; 3. het (verder) optimaliseren van de toepassing van fossiele bronnen naar energie-efficiency en betrouwbaarheid. Op deze punten wordt in de hierna volgende paragrafen ingegaan. 3.3.12.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9771919/1