CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2440535 Stichting Stadsbreed Delft - Parkeervisie Ondernemend Delft

Commissie Ruimte en Verkeer 3 oktober 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake ruimte in de binnenstad (nr. 2436468)9.795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Parkeervisie Ondernemend Delft

EINDRAPPORT - 15 mei 2024 -

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

03

4. Oplossingsrichtingen

19

4.1 Nadere fasering aanbrengen 1.

Inleiding

04

4.2 Parkeercapaciteit vergroten

1.1 Aanleiding

4.3 Parkeercapaciteit beter benutten

1.2 Doelstelling

4.4 Overige maatregelen

1.3 Methodiek 1.4 Leeswijzer

2.

Parkeervisie Ondernemend Delft

06

2.1 Algemene uitgangspunten

Colofon

26

Bijlagen

27

I

2.2 Vitale en gastvrije binnenstad

Huidige bezetting parkeerplaatsen autoluwplusgebied en parkeergarages Delft

2.3 Goed bereikbare economische hotspots 2.4 Juiste parkeerder op de juiste plek 3. Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren

11

3.1 Beleidskader en -uitgangspunten 3.2 Beleidsvoorstellen uitbreiding autoluw-plusgebied 3.3 Confrontatie beleidskader en beleidsvoorstellen 3.4 Verwachte effecten beleidsvoorstellen 3.5 Confrontatie beleidsvoorstellen en parkeervisie Ondernemend Delft

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

2

Managementsamenvatting Aanleiding en doelstelling In 2021 is het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD) door de gemeenteraad vastgesteld. Als onderdeel van dit besluit is tevens besloten tot een parkeertransitie en een verdere uitbreiding van het autoluw-plusgebied in de binnenstad. Inmiddels worden de effecten hiervan steeds meer zichtbaar. In oktober 2023 heeft de gemeente concept beleidsvoorstellen met betrekking tot de uitbreiding van het autoluw-plusgebied met bewoners en ondernemers gedeeld. In de notitie ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’ zijn voorstellen geformuleerd om tot een herverdeling van beschikbare parkeerplaatsen in parkeergarages te komen. Deze notitie vormde mede aanleiding voor Ondernemend Delft om een Parkeervisie uit te werken, passend bij de (gemeentelijke) visie op een vitale en gastvrije binnenstad, goede verbindingen voor economische hotspots en de ambitie voor bereikbare, leefbare en duurzame wijken.

punten wordt afgeweken van het beleidskader dat met het MPD is gecreëerd. Ook is duidelijk geworden dat aan de uitvoering van maatregelen grote risico’s zijn verbonden voor het ondernemersklimaat in Delft. Duidelijk is dat op meer plekken en op meer momenten sprake zal zijn van onvoldoende parkeergelegenheid. Confrontatie van de beleidsvoorstellen met de parkeervisie van Ondernemend Delft leert dan ook dat bijstelling van de beleidsvoorstellen gewenst is om aansluiting bij de parkeervisie van Ondernemend Delft te vinden.

Parkeervisie Ondernemend Delft De Parkeervisie van Ondernemend Delft richt zich op het verhogen van de waardering voor parkeergelegenheid, het beperken van zoekverkeer en het optimaal benutten van ruimte. Ondernemend Delft is ervan overtuigd dat voldoende parkeergelegenheid cruciaal is voor het ondernemersklimaat en streeft daarom ook een hoge kwaliteit van parkeergelegenheid na.

Oplossingsrichtingen Ondernemend Delft heeft diverse oplossingsrichtingen geformuleerd om de aansluiting tussen de beleidsvoorstellen en de eigen Parkeervisie te verbeteren. Het gaat daarbij in de eerste plaats om het aanbrengen van een nadere fasering in de uitbreiding van het autoluw-plusgebied. Met het aanbrengen van een nadere fasering kunnen de effecten van uitbreidingen beter in beeld worden gebracht en negatieve effecten op het ondernemersklimaat worden beheerst. Ook biedt het aanbrengen van een nadere fasering de kans om maatregelen te treffen die de parkeercapaciteit vergroten, een beter gebruik van bestaande parkeercapaciteit stimuleren en/of anderszins ten goede komen aan het ondernemersklimaat. In dit rapport zijn hiervoor in totaal 14 mogelijke maatregelen uitgewerkt.

Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren Vanuit dat perspectief is Ondernemend Delft kritisch op de beleidsvoorstellen met betrekking tot de uitbreiding van het autoluw-plusgebied en de optimalisatie van het parkeerbeleid. Uit een analyse van de beleidsvoorstellen blijkt dat op veel

Ondernemend Delft roept de gemeente Delft op om met deze maatregelen te werken aan een hogere waardering voor de parkeergelegenheid in/rond de binnenstad, het beperken van zoekverkeer en een optimaal gebruik van de ruimte. Op die manier wordt het ondernemersklimaat in Delft gestimuleerd.

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In 2021 is het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD) door de gemeenteraad vastgesteld. Als onderdeel van dit besluit is ook besloten tot een parkeertransitie in Delft en een verdere uitbreiding van het autoluw-plusgebied in de binnenstad. De vaststelling van het MPD vormt dan ook de directe aanleiding voor het project Ruimte in de Binnenstad dat in 2021 is gestart. Ten aanzien van het MPD zijn door diverse belangenbehartigers zienswijzen geformuleerd. Ondernemersverenigingen gaven aan zorgen te hebben over de effecten van het beleid op zowel de bereikbaarheid van werklocaties als de aantrekkelijkheid van Delft voor bewoners, bezoekers, werknemers en bedrijven. In reactie op deze zienswijzen gaf het toenmalige College van B&W aan dat de situatie zou worden gemonitord en dat zij indien nodig beleid zou bijstellen. In het MPD is dit als volgt geformuleerd: Door te monitoren of de opgestelde plannen de gewenste effecten behalen, kunnen we bepalen of we eventueel tussentijds moeten bijsturen. Inmiddels worden de effecten van het beleid steeds meer zichtbaar. Ondernemers in de binnenstad hebben twijfels over de effecten van de parkeertransitie en een verdere uitbreiding van het autoluw-plusgebied in de binnenstad op de aantrekke-

Mei 2024

lijkheid van de binnenstad. Zij vragen zich af of de ruimtelijke kwaliteit met het ingezette beleid daadwerkelijk wordt verhoogd. Ook maken zij zich zorgen over de parkeercapaciteit en de aantrekkelijkheid van Delft voor bezoekers van buitenaf. Ze staan in hun zorgen niet alleen. Ook bewoners in de binnenstad maken zich grote zorgen. Ze zijn een petitie gestart en hebben recentelijk diverse brieven aan de gemeenteraad gestuurd om hun zorgen over de effecten van het beleid op het woon- en leefklimaat in de binnenstad kenbaar te maken. De discussie rondom de parkeertransitie en de uitbreiding van het autoluw-plusgebied spitst zich daarmee vooral toe op de binnenstad. Dit terwijl het betreffende beleid ook de leefbaarheid en het ondernemersklimaat in omliggende wijken onder druk zet of kan gaan zetten. Dit geldt in het bijzonder voor Hof van Delft, Vrijenban, Wippolder, Voorhof, Schieoevers en Delftse Hout waar de parkeerdruk op dit moment al zeer hoog is en leidt tot extra handhavingsacties. Dit maakt het relevant om de impact van het beleid op zowel de binnenstad als omliggende gebieden te analyseren en mogelijke oplossingsrichtingen te formuleren voor het behoud van een goed ondernemersklimaat in zowel de binnenstad als overige werklocaties in de stad.

Parkeervisie Ondernemend Delft

4

1. Inleiding 1.2 Doelstelling Roots Beleidsadvies is daarom gevraagd om: 1. De verwachte effecten van het (parkeer)beleid op de bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid in Delft in beeld te brengen.

Op deze plaats wil Roots ook de circa 50 Delftse ondernemers danken die in klankbordbijeenkomsten feedback hebben gegeven op tussenresultaten. Zij hebben daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de visie. Figuur 1.1 Plan van aanpak Parkeervisie Ondernemend Delft

2. Namens ondernemers een visie op parkeren in Delft te ontwikkelen, passend bij de (gemeentelijke) visie op een vitale en gastvrije binnenstad, goede verbindingen voor economische hotspots en de ambitie voor bereikbare, leefbare en duurzame wijken. 3. Het laten ‘landen’ van deze visie bij de gemeente Delft en het waar mogelijk positief beïnvloeden van de besluitvorming over het parkeerbeleid in algemene zin en het project Ruimte in de binnenstad in het bijzonder. 1.3 Methodiek Passend bij deze doelstelling heeft Roots Beleidsadvies in de periode van november 2023 tot en met april 2024 een proces doorlopen bestaande uit vijf stappen (zie figuur 1.1). In dit proces is intensief samengewerkt met vertegenwoordigers van gemeente Delft en ParkerenDelft. Roots is hen zeer erkentelijk voor het aanleveren van data en informatie ten behoeve van het deskresearch (stap 2) en de diverse momenten waarop zij tijd hebben vrijgemaakt om voortgang en tussenresultaten te bespreken.

Mei 2024

1.4 Leeswijzer

In het vervolg van dit rapport wordt eerst ingegaan op de parkeervisie die vanuit Ondernemend Delft is uitgewerkt (zie hoofdstuk 2). Vanuit deze visie zijn vervolgens de meest recente beleidsvoorstellen van de gemeente Delft aangaande de parkeertransitie en de uitbreiding van het autoluwplusgebied geanalyseerd. Hoofdstuk 3 van dit rapport bevat de belangrijkste resultaten van deze analyse. In hoofdstuk 4 worden tenslotte enkele oplossingsrichtingen uitgewerkt om vanuit de parkeervisie van Ondernemend Delft tot een betere uitvoering van het beleid te komen.

Parkeervisie Ondernemend Delft

5

2. Parkeervisie Ondernemend Delft 2.1 Algemene uitgangspunten Ondernemend Delft wil graag het ondernemersklimaat in Delft verbeteren. Parkeren vormt hierbinnen een belangrijk aspect. Daarbij gelden een aantal overwegingen: ✓

Toegankelijkheid voor klanten: Voldoende parkeergelegenheid in de buurt van bedrijven is essentieel om klanten aan te trekken. Als klanten gemakkelijk kunnen parkeren, zijn ze eerder geneigd om een winkel of restaurant te bezoeken.

✓

Werknemers en bedrijfseigenaren: Voor ondernemers en hun medewerkers is het belangrijk dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dit vergemakkelijkt de dagelijkse gang van zaken en verhoogt de productiviteit.

✓

Economische groei: Een goed parkeerbeleid draagt bij aan economische groei. Het stimuleert bedrijven om zich te vestigen in een bepaald gebied en bevordert daarmee de lokale economie.

✓

Leefbaarheid: Een goed doordacht parkeerbeleid draagt bij aan de leefbaarheid in een stad. Het voorkomt overlast door wildparkeren en/of zoekverkeer en zorgt daarmee voor bereikbare, leefbare en duurzame wijken.

✓

Inkomsten voor de gemeente: Betaald parkeren is een bron van inkomsten voor de gemeente. Deze inkomsten kunnen worden gebruikt voor verbeteringen in de infrastructuur, het openbaar vervoer en andere voorzieningen.

Mei 2024

Vanuit deze meer algemene overwegingen wil Ondernemend Delft graag het parkeerbeleid in Delft optimaliseren. Daarbij is het relevant om onderscheid te maken tussen de binnenstad enerzijds en overig Delft anderzijds. In lijn met gemeentelijke beleidsambities streeft Ondernemend Delft naar een vitale en gastvrije binnenstad en naar goed bereikbare economische hotspots. Voor de leefbaarheid in de wijken is het van belang dat de juiste parkeerder op de juiste plek staat. In de volgende paragrafen wordt meer uitgebreid ingegaan op de visie van Ondernemend Delft ten aanzien van de genoemde onderwerpen. Paragraaf 2.2 beschrijft de visie op een vitale en gastvrije binnenstad en de bijdrage die parkeren daaraan kan leveren. Paragraaf 2.3 gaat in op de gewenste bijdrage van parkeren aan goede verbindingen met economische hotspots. Paragraaf 2.4 beschrijft tenslotte de gewenste bijdrage van parkeren aan bereikbare, leefbare en duurzame wijken.

Parkeervisie Ondernemend Delft

6

2. Parkeervisie Ondernemend Delft 2.2 Vitale en gastvrije binnenstad Eind 2012 heeft de gemeenteraad de nota binnenstad ‘Vitaal & Gastvrij’ vastgesteld. Deze nota omschrijft een streefbeeld waarin de Delftse binnenstad een samenhangend gebied is waar mensen graag naar toe trekken en verblijven, waar het wemelt van allerlei activiteiten, waar mensen elkaar ontmoeten en waar nieuwe ideeën ontstaan. Kortom, een place to be! Ondernemend Delft onderschrijft dit streefbeeld en de visie die daarop is geformuleerd. In die visie wordt specifiek gerefereerd aan het doel om bezoekers geen belemmerende factoren te laten beleven op het vlak van bereikbaarheid, toegankelijkheid en doorloopbaarheid. Voor wat betreft de realisatie van dit doel is vooral de programmalijn ‘Gastvrij, verbonden en ontsloten’ uit de nota relevant. Hierin is de ambitie voor een autoluwe binnenstad geformuleerd, maar wordt ook aangegeven dat de perceptie van de bereikbaarheid en de parkeeraspecten moet verbeteren. Beide ambities worden door Ondernemend Delft onderschreven. In de tussentijdse evaluatie en herijking van de nota binnenstad in 2017 is geconstateerd dat op de programmalijn ‘Gastvrij, verbonden en ontsloten’ weinig vooruitgang was geboekt, mede door de ontwikkeling van de Spoorzone.

Ook werd in de evaluatie de verhoging van parkeertarieven gesignaleerd en aangegeven dat een verdere verhoging de positie van de binnenstad als winkelbestemming onder druk kon zetten. In reactie op het advies om de bereikbaarheid van de stad per

openbaar vervoer en auto te verbeteren en het fietsparkeren en het parkeertarief daarbij mee te nemen, gaf het toenmalige college aan dat er een nieuw actieplan fietsparkeren werd voorbereid. Op de adviezen ten aanzien van het parkeertarief werd niet ingegaan.1 In het Randstedelijke koopstromenonderzoek van 2021 werd de achterblijvende waardering voor de bereikbaarheid per auto en de parkeermogelijkheden in de Delftse binnenstad opnieuw geconstateerd. Ten opzichte van 2018 bleek de waardering voor beide aspecten zelfs gedaald (zie figuur 2.1). Figuur 2.1 Waardering aspecten binnenstad Delft door consumenten vergeleken met waardering in eerdere jaren en in vergelijkbare centra (benchmark)

Bron: I&O Research (2021), Koopstromenonderzoek 2021

1 College van B&W (2018), Herijking nota binnenstad vitaal en gastvrij

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

7

2. Parkeervisie Ondernemend Delft Ondernemend Delft streeft naar een waardering voor de bereikbaarheid per auto en parkeermogelijkheden die in lijn ligt met die in vergelijkbare centra. Belangrijk is in elk geval dat de waardering niet verder daalt en verandert in een onvoldoende. Ondernemend Delft is zich ervan bewust dat de bereikbaarheid per auto en de parkeermogelijkheden niet het belangrijkste motief zijn om de Delftse binnenstad te bezoeken. De Delftse binnenstad wordt relatief veel bezocht door eigen inwoners en derhalve is de bereikbaarheid per fiets en te voet belangrijker. Maar juist voor bezoekers van buiten Delft zijn een goede bereikbaarheid per auto en goede parkeermogelijkheden cruciaal. In de recreatieve sector (mode & luxe, vrije tijd) neemt deze bezoekersgroep 43% van de omzet van de bedrijven voor hun rekening en in de doelgerichte branches bedraagt dit circa 40%.2 Vanuit dat perspectief is het belangrijk dat in de parkeervraag van bezoekers met de auto als vervoermiddel kan worden voorzien en parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad voldoende worden gewaardeerd. Dit past in de ogen van Ondernemend Delft ook bij een gastvrije binnenstad.

Ondernemend Delft wil ervoor waken dat als gevolg van een verslechtering van de bereikbaarheid per auto en/of parkeermogelijkheden het aantal recreatieve en doelgerichte winkels versneld afneemt en de aantrekkelijkheid van de binnenstad als winkelbestemming verder onder druk komt te staan. Ondernemend Delft onderschrijft de ambities uit de nota binnenstad ‘Vitaal & Gastvrij’ voor zowel een autoluwe binnenstad als het verbeteren van de perceptie van de bereikbaarheid en parkeeraspecten. Specifiek voor de bereikbaarheid per auto en de parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad streeft Ondernemend Delft naar een waardering van consumenten die in lijn ligt met die in vergelijkbare centra. Om dit te realiseren, zijn investeringen nodig. Op dit moment blijft de waardering van de betreffende aspecten namelijk achter bij die in vergelijkbare centra. Figuur 2.2 Ontwikkeling verkooppunten Delftse binnenstad

Met andere woorden: Ondernemend Delft is zich ervan bewust dat parkeermogelijkheden geen attractiefactor zijn, maar willen er voor waken dat het een weerstandsfactor wordt. Dit zou vooral de recreatieve en doelgerichte sector in de binnenstad negatief kunnen beïnvloeden, terwijl deze al onder druk staat. Zo is het aantal verkooppunten in de recreatieve en doelgerichte sector hier afgelopen jaren al afgenomen (figuur 2.2). Bron: Locatus, bewerking Roots Beleidsadvies 2 I&O Research (2021), Koopstromenonderzoek 2021

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

8

2. Parkeervisie Ondernemend Delft 2.3 Goed bereikbare economische hotspots Met circa 10.000 banen is de Delftse binnenstad met recht een economische hotspot in Delft. Ditzelfde geldt voor Schieoevers, TU Delft Campus en Delftechpark (samen Innovatiedistrict Delft) waar in totaal bijna 17.000 banen zijn geconcentreerd. Specifiek voor deze locaties is in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD) de doelstelling geformuleerd om de autobereikbaarheid optimaal te houden. Dit geldt tevens voor detailhandelslocaties buiten de binnenstad, in ieder geval In de Hoven en Leeuw & Stein. Ondernemend Delft onderschrijft deze doelstelling vanuit het MPD maar ziet tegelijkertijd dat de autobereikbaarheid van Innovatiedistrict Delft, In de Hoven en Leeuw & Stein onder

Mei 2024

druk is komen te staan. In de genoemde gebieden is sprake van een hoge parkeerdruk die ook niet altijd meer voldoet aan de doelstelling van het MPD (85% bezetting). Op Schieoevers zijn al diverse particuliere terreinen afgesloten om de parkeerdruk te kunnen beheersen (w.o. Leeuw & Stein). Dit vergroot nog eens extra de parkeerdruk in openbaar gebied. In de visie van Ondernemend Delft is voldoende parkeergelegenheid een cruciaal onderdeel van het vestigingsklimaat in de economische hotspots van Delft. Ondernemend Delft houdt daarom vast aan de doelstelling van het MPD voor een bezetting van 85%. Op die manier is er nog geen sprake van zoekverkeer en wordt beschikbare ruimte optimaal benut.

Parkeervisie Ondernemend Delft

9

2. Parkeervisie Ondernemend Delft 2.4 Juiste parkeerder op de juiste plek Een belangrijke doelstelling van het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD) is een bereikbare, leefbare en duurzame stad. Parkeren kan hieraan in de ogen van Ondernemend Delft een belangrijke bijdrage leveren. In de afgelopen jaren is de parkeerdruk echter niet alleen op economische hotspots toegenomen, maar ook in de wijken. Dit geldt in het bijzonder voor Vrijenban, Wippolder, Hof van Delft, Voorhof en Delftse Hout. Dit zet het woon- en leefklimaat in deze wijken onder druk en heeft in sommige gevallen ook een negatief effect op het ondernemersklimaat van de daar gevestigde bedrijven en organisaties. Dit laatste geldt bijvoorbeeld op de Korftlaan in de Delftse Hout waar beschikbare parkeercapaciteit relatief veel wordt benut door mensen die in de binnenstad wonen en/of werken. Hierdoor is op piekmomenten niet altijd parkeergelegenheid voor bezoekers aan de bedrijven en organisaties aan de Korftlaan aanwezig. Dit is onwenselijk en geeft aan dat de aanwezige parkeergelegenheid niet optimaal wordt benut. In de ogen van Ondernemend Delft is het belangrijk dat de juiste parkeerder op de juiste plek kan parkeren. In het bepalen van de juiste plek is het relevant om rekening te houden met acceptabele loopafstanden van verschillende doelgroepen zoals gedefinieerd door het CROW (zie figuur 2.3).

Ondernemend Delft stelt voor om op basis van deze loopafstanden een strategie voor parkeren in Delft te formuleren.

In de visie van Ondernemend Delft draagt voldoende parkeergelegenheid bij aan zowel het woon- en leefklimaat als het ondernemersklimaat in de wijken in Delft. Ook in de wijken houdt Ondernemend Delft daarom vast aan de doelstelling van het MPD voor een bezetting van 85%. Op die manier is er nog geen sprake van zoekverkeer en wordt beschikbare ruimte optimaal benut. Figuur 2.3 Overzicht acceptabele loopafstanden Verplaatsing

Acceptabele loopafstand

Vanaf huis naar geparkeerde auto

100-200 meter

Vanaf huis naar geparkeerde deelauto

100-350 meter

Vanaf huis naar parkeerplaats met laadpaal

100-200 meter

Vanaf geparkeerde auto naar supermarkt

100-250 meter

Vanaf geparkeerde auto naar stadscentrum/winkelgebied

200-600 meter

Vanaf geparkeerde auto naar werklocatie

200-800 meter

Vanaf geparkeerde auto naar schoollocatie

100-300 meter

Vanaf geparkeerde auto naar horeca

100-500 meter

Vanaf geparkeerde auto naar huisarts/fysio/apotheek

100-250 meter

Vanaf geparkeerde auto naar ziekenhuis

100-350 meter

Vanaf geparkeerde auto naar bioscoop/theater

100-600 meter

Vanaf geparkeerde auto naar sportlocatie binnen

100-300 meter

Vanaf geparkeerde auto naar sportlocatie buiten

100-300 meter

Bron: CROW

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

10

3. Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren 3.1 Beleidskader en -uitgangspunten Zoals verwoord in hoofdstuk 1 vormt de beoogde uitbreiding van het autoluw-plusgebied de directe aanleiding voor Ondernemend Delft om een Parkeervisie te ontwikkelen. Het kader voor de uitbreiding van het autoluw-plusgebied en de bijbehorende parkeertransitie vormt het in 2021 vastgestelde Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD). In dit MPD staat de voetganger op één, in het bijzonder in de binnenstad. Het MPD geeft hierover aan dat de historische binnenstad voor de voetganger is ontworpen en dat met het verminderen van het autoverkeer in de binnenstad meer ruimte ontstaat voor groen, fietsparkeren, terrassen en verblijven. Het laatste is volgens het MPD van belang in relatie tot de groei van de stad. Hierdoor zal het gebruik van de binnenstad voor ontspanning en voorzieningen toenemen. Ook neemt naar verwachting het toerisme toe. Voor het faciliteren van deze groei is het prioriteit geven aan de voetganger van groot belang, aldus het MPD. Om de voetganger meer prioriteit te geven, stelt het MPD een gefaseerde uitbreiding van het autoluw-plusgebied voor, waarbij het MPD streeft naar een geheel autoluwe binnenstad in 2040.3 Hierbij is wel een duidelijke randvoorwaarde geformuleerd.

Het MPD geeft aan dat bij iedere verdere uitbreiding van het autoluw-plusgebied moet voorzien zijn in een parkeeroplossing, mobiliteitshub of voorziening voor passend deelvervoer ter compensatie van parkeerplaatsen die verdwijnen in de binnenstad als gevolg van de uitbreiding.

Specifiek voor het parkeren omschrijft het MPD ook een aantal uitgangspunten. Bijvoorbeeld de sturing op een parkeerdruk van 85%. Maar ook het meer proactief reguleren op locaties met parkeeroverlast en rondom gebiedsontwikkelingen. Het MPD geeft hierbij aan dat buiten de binnenstad zal worden ingezet op mix-parkeren. Dit houdt in dat parkeerplaatsen gebruikt kunnen worden door zowel vergunninghouders als bezoekers die daar een uurtarief voor betalen.

Voor een betere benutting van de parkeergarages geeft het MPD de volgende uitgangspunten aan: ➢

De parkeergarages blijven primair bedoeld voor het parkeren van bezoekers (aan de binnenstad) van Delft.

➢

De beschikbare restcapaciteit in de parkeergarages kan maximaal worden gebruikt voor het parkeren van andere doelgroepen, met name bewoners.

➢

Door tarieven te differentiëren en meer flexibiliteit in de parkeervergunningen aan te brengen, worden bewoners en andere belanghebbenden verleid om minder op straat en meer in de parkeergarages te parkeren.

➢

Pas als blijkt dat hiermee de parkeerbehoefte op straat in de binnenstad structureel daalt, wordt parkeercapaciteit weggehaald.

➢

Het stimuleren van het gebruik van de parkeergarages wordt opgevangen binnen de huidige parkeerexploitatie en is kostenneutraal.

3 Het MPD bevat voor het realiseren van deze ambitie geen handelingsperspectief. In de adaptieve mobiliteitsagenda (2023) is voor het realiseren van deze ambitie echter de opgave gedefinieerd

om aan de noordkant van de binnenstad een extra parkeergarage voor bewoners te realiseren van circa 1.000 parkeerplaatsen

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

11

3. Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren 3.2 Beleidsvoorstellen uitbreiding autoluw-plusgebied In oktober 2023 heeft de gemeente Delft concept beleidsvoorstellen met betrekking tot de uitbreiding van het autoluwplusgebied met bewoners en ondernemers gedeeld. In de notitie ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’ zijn voorstellen geformuleerd om tot een herverdeling van de beschikbare parkeerplaatsen in de parkeergarages te komen. Met de beleidsvoorstellen zijn de eerdere voorstellen voor een uitbreiding van het autoluw-plusgebied in het zuidwesten van de binnenstad verder uitgewerkt. De notitie geeft aan hoe de gemeente de impact van de uitbreiding van het autoluwplusgebied op het autoparkeren van bewoners, ondernemers en hun bezoekers zo klein mogelijk wil houden. Daarbij stelt de gemeente acht maatregelen voor: 1. De Phoenixgarage exclusief inzetten voor abonnementhouders. 2. Het aantal bewonersabonnementen per parkeergarage opnieuw vaststellen, d.w.z. meer bewonersabonnementen voor de Zuidpoort-, Phoenix- en Marktgarage en minder bewonersabonnementen voor de Prinsenhofgarage. 3. Op piekmomenten (zaterdagmiddag) het tarief in de Zuidpoortgarage verhogen en het tarief in de Prinsenhofgarage verlagen. 4. Met communicatie en het verbeteren van de zichtbaarheid bezoekers stimuleren om op piekmomenten meer in de Prinsenhofgarage te parkeren.

Mei 2024

5. Voor de parkeergarages een ‘dynamisch’ plafond introduceren om te sturen op het maximaal aantal bezoekers per parkeergarage dat gelijktijdig kan parkeren. 6. Kritisch kijken naar het aantal uit te geven andere type abonnementen (12/5 en 24/7) per parkeergarage. 7. Mogelijkheden verkennen voor een aparte inrit voor abonnementhouders in de parkeergarages (Zuidpoort- en Prinsenhofgarage). 8. Voor bewonersabonnementen mogelijk maken om op piekmomenten ook in de andere parkeergarages te parkeren. Naast deze maatregelen gaat de notitie in op het proces van uitgifte van abonnementen en de wijze waarop de gemeente de parkeerdruk in het overige deel van de binnenstad wil beheersen. Ook geeft de notitie de belangrijkste financiële effecten van de beleidsvoorstellen aan en verduidelijkt het dat bij de uitvoering van het beleid continu zal worden gemonitord. De notitie geeft hierover aan dat het parkeerbeleid zal worden aangepast als de monitoring daartoe aanleiding geeft. Belangrijke notie daarbij is wel dat de notitie veronderstelt dat er voldoende capaciteit beschikbaar is om in de parkeervraag van bewoners en bezoekers te voldoen. Deze stelling is in de notitie maar beperkt onderbouwd.

Om die reden heeft het College van B&W op 22 december 2023 aan de gemeenteraad een bijlage beschikbaar gesteld die meer inzicht geeft in de data-analyses die ten behoeve van de beleidsvoorstellen zijn uitgevoerd. Deze bijlage is later nog geactualiseerd.

Parkeervisie Ondernemend Delft

12

3. Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren 3.3 Confrontatie beleidskader en beleidsvoorstellen Hoewel de beleidsvoorstellen voor de uitbreiding van het autoluw-plusgebied en de optimalisatie van het parkeerbeleid direct voortkomen uit het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD) blijkt dat in die beleidsvoorstellen op diverse punten wordt afgeweken van de kaders die vanuit het MPD zijn gesteld. De belangrijkste afwijkingen zijn:

➢

In de nieuwe beleidsvoorstellen zijn niet alle parkeergarages meer primair bedoeld voor bezoekers (aan de binnenstad) van Delft. Met de voorstellen wordt een significant deel van de parkeercapaciteit in de Zuidpoorten Prinsenhofgarage ingezet voor bewoners (respectievelijk 31% en 33%). De Phoenixgarage wordt zelfs exclusief ingezet voor bewoners.

➢

Vooruitlopend op een afnemende parkeerbehoefte op straat wordt parkeercapaciteit weggehaald. In de voorstellen gaat het om tenminste 454 parkeerplaatsen.

➢

Het stimuleren van het gebruik van de parkeergarages wordt niet opgevangen binnen de huidige parkeerexploitatie en is evenmin kostenneutraal. Het college verwacht dat de businesscase van de parkeergarages op de langere termijn ongewijzigd blijft, maar ziet op korte termijn een risico op tijdelijk minder kortparkeerders en minder opbrengsten. Daarnaast zullen waarschijnlijk incidentele kosten moeten worden gemaakt om parkeersystemen aan te passen, aparte inritten voor abonnementhouders te realiseren en/of het PRIS te optimaliseren.

Mei 2024

Naast deze duidelijke afwijkingen van het eerder vastgestelde beleidskader is het de vraag of bij de beoogde uitbreiding van het autoluw-plusgebied is voorzien in een parkeeroplossing, mobiliteitshub en/of voorziening voor passend deelvervoer ter compensatie van de parkeerplaatsen die verdwijnen in de binnenstad als gevolg van de uitbreiding. Vanuit het MPD is dit wel als randvoorwaarde voor een uitbreiding van het autoluwplusgebied gesteld. Op het moment dat de parkeervraag van bewoners en bezoekers in de parkeergarages kan worden opgevangen, zou kunnen worden gemotiveerd dat is voorzien in een parkeeroplossing. De data-analyse van het College van B&W geeft echter aan dat op de zaterdag de grens van de capaciteit in zicht is en daar op de piekmomenten van het jaar slechts beperkte restcapaciteit beschikbaar is (zie ook pagina 14).4 Ook geeft de analyse aan dat niet elke parkeerder die nu parkeert in het autoluw-plusgebied de overstap naar de parkeergarages kan maken. De vraag is dan ook of met de beleidsvoorstellen voldoende parkeeroplossing wordt geboden ter compensatie van de parkeerplaatsen die in de binnenstad verdwijnen. Dit betreft uiteindelijk een politieke afweging. In elk geval is duidelijk dat in de beleidsvoorstellen geen maatregelen zijn voorgesteld voor realisatie van een mobiliteitshub en/of voorziening voor passend deelvervoer.

Dit betekent dat ook op dit punt de beleidsvoorstellen lijken af te wijken van de kaders zoals die vanuit het MPD aan een uitbreiding van het autoluw-plusgebied zijn gesteld. 4 Bijlage II Data-analyse parkeren

Parkeervisie Ondernemend Delft

13

Toelichting op figuren en methodiek De figuren aan de rechterzijde van deze pagina tonen de uitkomsten van de door het College van B&W uitgevoerde prognose van de bezetting van de vier parkeergarages na uitbreiding van het autoluwplusgebied. In de prognose zijn de volgende aannames gedaan: ➢ Uitgangspunt is de gemiddelde bezetting en restcapaciteit per parkeergarage op de vijf drukte momenten per dagdeel in 2023 (zie ook Bijlage I). ➢ Alle beschikbare bewonersabonnementen per parkeergarage worden daadwerkelijk uitgegeven. ➢ De aanwezigheid van bewoners gedurende de week is vergelijkbaar met de bewoners die de overstap naar de parkeergarages al gemaakt hebben. ➢ Bezoekers die op de werkdagmiddag en zaterdagmiddag niet terecht kunnen in de Zuidpoortgarage door de uitgifte van extra bewonersabonnementen zijn verdeeld over de Prinsenhofgarage (80%) en de Marktgarage (20%). ➢ Alle bezoekers die parkeren in de Phoenixgarage zijn opgeteld bij de bezetting van de Prinsenhofgarage. ➢ Er is rekening gehouden met 65 bewonersabonnementen die de overstap maken van de Prinsenhofgarage naar de Phoenixgarage. ➢ De buffer voor de Phoenixgarage om rekening te houden met een groei aan kortparkeerders is meegenomen in de buffer voor de Prinsenhofgarage.

Mei 2024

Belangrijkste conclusies van het College van B&W: De parkeergarages bieden samen op alle momenten van de week voldoende ruimte voor bewoners die nu nog geparkeerd staan in het uitbreidingsgebied autoluw-plus. Op veel momenten blijft er daarna nog ruimte over voor het parkeren van andere doelgroepen. Op de zaterdag is de grens van de capaciteit wel in zicht. Daar is op de piekmomenten van het jaar beperkte restcapaciteit beschikbaar. Ook de buffer voor het opvangen van extra parkerende bezoekers aan Delft is dan beperkt. Op drukke werkdagen is de restcapaciteit ook beperkt. Niet elke parkeerder die nu parkeert in het autoluw-plusgebied kan de overstap naar de parkeergarages maken. Bron: Gemeente Delft (2024), Bijlage II Data-analyse parkeren

Parkeervisie Ondernemend Delft

14

3. Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren 3.4 Verwachte effecten beleidsvoorstellen In de ogen van Ondernemend Delft is het afwijken van de eerder vastgestelde beleidskaders enkel te rechtvaardigen als de verwachte effecten van de beleidsvoorstellen op het woon-, leef- en ondernemersklimaat overwegend positief zijn. Voor het inschatten van de effecten van de beleidsvoorstellen is in de eerste plaats gekeken naar de verwachte effecten op het gebruik van de parkeergarages in/rond de binnenstad. Deze effecten zijn door het College van B&W in kaart gebracht. Uit de betreffende analyse komt een aantal zaken naar voren5: ➢

➢

Op werkdagmiddagen en zaterdagmiddagen is op piekmomenten geen restcapaciteit in de Zuidpoortgarage beschikbaar. Op de drukste momenten zijn er gemiddeld 100 tot 130 kortparkeerders (d.w.z. bezoekers van de binnenstad) die moeten parkeren in één van de andere parkeergarages rond de binnenstad. Veel van die parkeerders zullen een plek (moeten) zoeken in de Prinsenhofgarage. Samen met de kortparkeerders die nu parkeren in de Phoenixgarage betekent dit dat er op drukke momenten (werkdagmiddag en zaterdagmiddag) geen buffer en geen restcapaciteit meer in de Prinsenhofgarage aanwezig is.

Het is belangrijk om bij de bovenstaande conclusies van het College van B&W een aantal kanttekeningen te plaatsen. Een eerste kanttekening is dat er bij het bepalen van de restcapa-

citeit is uitgegaan van de (huidige) bezetting op de drukste momenten in het jaar én een buffer om rekening te houden met een groei aan parkeerders. Het College van B&W gaat er daarom vanuit dat er in de praktijk feitelijk meer restcapaciteit beschikbaar zal zijn. Anderzijds is het belangrijk om te signaleren dat de prognoses ervan uitgaan dat niet alle uitgegeven bewonersabonnementen doorlopend worden gebruikt. In de prognoses is aangenomen dat de toekomstige aanwezigheid van bewoners gedurende de week vergelijkbaar is met de aanwezigheid van bewoners die reeds de overstap naar de parkeergarages hebben gemaakt. Gemiddeld genomen gaan de prognoses ervan uit dat 78% van de parkeerplaatsen voor bewonersabonnementen ook door bewoners wordt bezet. Hoewel de prognoses uitgaan van ervaringscijfers en derhalve als robuust kunnen worden beschouwd, is het de vraag wat er gebeurt als piekmomenten van de parkeervraag van bewoners en piekmomenten van de parkeervraag van bezoekers samenvallen. Uit een analyse hiervan blijkt dat de restcapaciteit in de Phoenix- en Marktgarage dan onvoldoende is om de parkeervraag vanuit alle bewonersabonnementen op te vangen. Dit betekent dat met de voorstellen waarschijnlijk niet gestand kan worden gedaan aan het uitgangspunt dat bewoners met een bewonersabonnement altijd terecht kunnen in één van de parkeergarages.

5 Zie Bijlage II Data-analyse parkeren

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

15

3. Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren Los daarvan betekent het voorgaande dat bewoners relatief vaak in een situatie kunnen komen dat zij in een andere parkeergarage dan hun voorkeursgarage moeten parkeren. Dit kan volgens de beleidsvoorstellen weliswaar voor een gereduceerd tarief (tussen 17.00 en 10.00 €0,11 per uur en tussen 10.00 en 17.00 €0,53 per uur) maar duidelijk is dat e.e.a. niet bijdraagt aan het woon- en leefklimaat van deze bewoners.

In de analyse van het College van B&W is ervan uitgegaan dat geen van genoemde parkeerders in de garages parkeert. Het is de vraag of dit realistisch is. In de praktijk zal sowieso een deel van deze parkeerders een plek in de parkeergarages zoeken. Dit creëert een aanvullende druk op de bezetting in de garages waarmee in de prognoses vooralsnog geen rekening is gehouden.

Voor het ondernemersklimaat is het vooral relevant dat in deze situaties sprake zal zijn van een toename van wachtrijen, zoekverkeer in/rond de binnenstad en mogelijk ook een beeldvorming dat er in Delft onvoldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Te meer omdat deze situaties zich niet alleen op drukke zaterdagmiddagen maar ook op drukke werkdagmiddagen zullen voordoen.

Het voorgaande verduidelijkt dat er zowel redenen zijn om de prognoses neerwaarts bij te stellen als redenen om de prognoses opwaarts bij te stellen.

Tenslotte is het belangrijk om te signaleren dat in de prognoses van de bezetting van de parkeergarages nog geen rekening is gehouden met de bestaande parkeervraag in het autoluw-plusgebied vanuit bedrijfsvergunningen, bezoekersvergunningen van bewoners, bezoekersvergunningen van bedrijven en mensen zonder parkeerrecht. Op de drukste momenten (werkdagmiddag en zaterdagmiddag) nemen deze doelgroepen in de huidige situatie respectievelijk 48% (werkdagmiddag) en 43% (zaterdagmiddag) van de totale bezetting in het autoluw-plusgebied voor hun rekening. De parkeervraag van deze doelgroepen is daarmee dus bijna net zo groot als de parkeervraag van bewoners.

Voor het ondernemersklimaat van de bedrijven en organisaties in de binnenstad is het relevant hoe vaak de situaties van onvoldoende parkeergelegenheid zich voordoen. Op basis van de beschikbare data is dit moeilijk in te schatten, maar in de huidige situatie bedraagt de bezetting van de Phoenix- en Zuidpoortgarage 40 tot 45 keer per jaar meer dan 80%.5 Het is aannemelijk dat ook de situaties van onvoldoende parkeergelegenheid in één of meerdere parkeergarages zich 40 tot 45 keer per jaar zullen voordoen. Maar mogelijk ligt dit aantal nog hoger aangezien uit de prognoses van het College van B&W blijkt dat er ook op drukke werkdagmiddagen sprake zal zijn van een gebrek aan restcapaciteit in de Zuidpoort- en Prinsenhofgarage. In de huidige situatie is op de werkdagmiddagen juist nog relatief veel restcapaciteit beschikbaar.6

6 Bijlage II Data-analyse parkeren

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

16

3. Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren In elk geval verduidelijken de prognoses van het College van B&W dat de parkeerdruk in zowel de garages als op straat fors toenemen. De analyses van het College van B&W geven aan dat de parkeerdruk in de binnenstad op veel momenten zal toenemen tot boven de acceptabel geachte 85%. En ook in de parkeergarages zal dit vaak het geval zijn. Dit betekent dat bij uitbreiding van het autoluw-plusgebied een reëel risico bestaat op een toename van zoekverkeer en een suboptimaal gebruik van de ruimte. Dit zet het ondernemersklimaat onder druk.

Aangezien de waardering voor de bereikbaarheid per auto en de parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad nu maar net voldoende zijn én achterblijven bij die in vergelijkbare centra (zie hoofdstuk 2), bestaat tevens het risico dat door uitvoering van de voorgestelde maatregelen de bereikbaarheid per auto en parkeermogelijkheden zodanig verslechteren dat deze een weerstandsfactor voor een bezoek aan de Delftse binnenstad worden. Indien dit het geval wordt, kan dit tevens het bezoek aan de binnenstad negatief beïnvloeden.

3.5 Confrontatie beleidsvoorstellen en parkeervisie Ondernemend Delft

Gegeven het belang van bezoekers met de auto als vervoermiddel voor recreatieve en doelgerichte winkelvoorzieningen, zal het effect van een afnemende waardering zich vooral in deze sectoren doen voelen. In de afgelopen jaren is het aantal verkooppunten in deze sectoren al gedaald. Het risico bestaat dat door uitvoering van de voorgestelde maatregelen sprake zal zijn van een versnelde afname van dit type voorzieningen, waardoor de aantrekkelijkheid van de binnenstad als winkelbestemming verder onder druk komt te staan.

In hoofdstuk 2 is aangegeven dat Ondernemend Delft de ambities uit de nota binnenstad ‘Vitaal & Gastvrij’ voor zowel een autoluwe binnenstad als het verbeteren van de perceptie van de bereikbaarheid en parkeeraspecten onderschrijft. Specifiek voor de bereikbaarheid per auto en de parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad streeft Ondernemend Delft naar een waardering van consumenten die in lijn ligt met die in vergelijkbare centra. De analyse van de verwachte effecten van de beleidsvoorstellen omtrent de uitbreiding van het autoluwplusgebied verduidelijken dat met de uitvoering van de voorgestelde maatregelen grote risico’s bestaan op een verder dalende waardering van de bereikbaarheid per auto en parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad.

Mei 2024

Los van de mogelijke effecten van de beleidsvoorstellen op de waardering van de bereikbaarheid per auto en de parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad is het duidelijk dat de voorgestelde maatregelen de parkeerdruk in zowel de binnenstad als overig Delft verhogen. Te meer omdat er geen voorstellen zijn gedaan om elders in Delft parkeeroplossingen, mobiliteitshubs en/of voorzieningen voor passend deelvervoer te realiseren ter compensatie van de parkeerplaatsen die in de binnenstad verdwijnen.

Parkeervisie Ondernemend Delft

17

3. Beoordeling beleidsvoorstellen parkeren Dit effect wordt nog eens versterkt door de recent vastgestelde nota parkeernormen. Ook hierdoor zal de parkeerdruk in economische hotspots en overig Delft naar verwachting toenemen. Bij vaststelling van deze nota is immers (ook) geen flankerend beleid geformuleerd om tot parkeeroplossingen, mobiliteitshubs en/of voorzieningen voor passend deelvervoer te komen. Ondernemend Delft vreest dan ook een verder toenemende parkeerdruk in de economische hotspots en overig Delft. Waarschijnlijk zal op veel plekken de bezetting toenemen tot meer dan 85%. Hierdoor neemt het zoekverkeer toe en wordt ruimte suboptimaal benut. Dit zet het ondernemersklimaat in Delft onder druk. Daarnaast is duidelijk dat de beleidsvoorstellen de ambities van Ondernemend Delft voor wat betreft de juiste parkeerder op de juiste plek bemoeilijken. De bewoners van het gebied waar de uitbreiding van het autoluw-plusgebied plaatsvindt, zullen voor hun parkeervoorzieningen een grotere loopafstand moeten afleggen dan de acceptabele loopafstand zoals gedefinieerd door het CROW (100 tot 200 meter). Ook voor medewerkers van de bedrijven en organisaties in dit gebied is dat het geval. En indien bezoekers van het Zuidpoortgebied niet meer in de Zuidpoortgarage kunnen parkeren, neemt ook voor hen de afstand tot boven de acceptabele loopstand (200 tot 600 meter) toe.

Dit laatste geldt overigens ook voor een deel van de bezoekers aan het noordelijk winkelgebied als zij niet meer in de Phoenixgarage kunnen parkeren.

Mei 2024

In algemene zin beoordeelt Ondernemend Delft de beleidsvoorstellen als een risico voor het ondernemersklimaat in Delft omdat hierdoor op meer plekken en meer momenten sprake zal zijn van onvoldoende parkeergelegenheid. Dit beperkt de productiviteit en kan het vestigingsklimaat in gebieden doen verslechteren. Ook neemt op veel plekken de loopafstand toe tot boven de acceptabele loopafstand zoals gedefinieerd door het CROW.

Figuur 3.1 Minimale loopafstand Prinsenhofgarage-Bastiaansplein

Bron: Google Maps, bewerking Roots Beleidsadvies

Parkeervisie Ondernemend Delft

18

4. Oplossingsrichtingen 4.1 Nadere fasering aanbrengen Uit het vorige hoofdstuk is gebleken dat met de beleidsvoorstellen voor de uitbreiding van het autoluw-plusgebied en de optimalisatie van het parkeerbeleid op veel punten wordt afgeweken van het beleidskader zoals dit in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD) is gecreëerd. Ook is duidelijk geworden dat aan de uitvoering van de voorgestelde maatregelen risico’s zijn verbonden voor het ondernemersklimaat in zowel de Delftse binnenstad als overig Delft. Confrontatie van de beleidsvoorstellen met de parkeervisie van Ondernemend Delft leert dan ook dat bijstelling van de beleidsvoorstellen gewenst is om aansluiting bij de parkeervisie van Ondernemend Delft te vinden. In dit hoofdstuk zijn enkele oplossingsrichtingen geformuleerd om de aansluiting tussen de beleidsvoorstellen en de Parkeervisie van Ondernemend Delft te verbeteren. Het gaat daarbij in de eerste plaats om het aanbrengen van een nadere fasering in de uitbreiding van het autoluw-plusgebied. De uitbreiding zoals die nu is voorzien betreft een relatief groot gebied, waardoor relatief veel parkeerplaatsen verdwijnen, relatief veel nieuwe bewonersabonnementen moeten worden uitgegeven en de bezetting van de parkeergarages relatief snel zal toenemen. Dit beperkt de mogelijkheden voor bijsturing als de uitkomsten van monitoring daartoe aanleiding geven.

Mei 2024

Met het aanbrengen van een nadere fasering kunnen de effecten van uitbreidingen beter in beeld worden gebracht en negatieve effecten op het ondernemersklimaat worden beheerst. Het aanbrengen van een nadere fasering biedt bovendien de kans om enkele van de maatregelen zoals die in de volgende paragrafen zijn geformuleerd uit te voeren. Ook biedt het aanbrengen van een nadere fasering de mogelijkheid om een bredere (langetermijn) visie op het verder autoluw maken van de binnenstad uit te werken. In de ogen van Ondernemend Delft ontbreekt het daar op dit moment aan. Het is onduidelijk wat er nodig is om een geheel autoluwe binnenstad in 2040 te realiseren, wat nut en noodzaak hiervan is en welke flankerende maatregelen kunnen/moeten worden getroffen om tot een geheel autoluwe binnenstad in 2040 te komen.

“Ondernemend Delft ziet graag dat de uitbreiding van het autoluw-plusgebied in kleinere stappen plaatsvindt.”

Parkeervisie Ondernemend Delft

19

4. Oplossingsrichtingen 4.2 Parkeercapaciteit vergroten In de visie van Ondernemend Delft is voldoende parkeergelegenheid een cruciaal onderdeel van het vestigingsklimaat in de economische hotspots van Delft. Dit geldt in het bijzonder voor de binnenstad waar een relatief groot deel van de omzet afkomstig is van bezoekers met de auto als vervoermiddel. Een situatie waarbij relatief vaak sprake is van onvoldoende parkeercapaciteit, is in de ogen van Ondernemend Delft ongewenst. Het is moeilijk te voorspellen hoe vaak een dergelijke situatie zich precies voordoet, maar de prognoses van het College van B&W verduidelijken dat er op piekmomenten vrijwel geen restcapaciteit beschikbaar is. Ondernemend Delft pleit daarom voor het creëren van extra parkeercapaciteit als compensatie voor de parkeerplaatsen die in de binnenstad verdwijnen. Met deze oproep verwijst Ondernemend Delft naar de randvoorwaarde zoals die ook in het MPD voor de uitbreiding van het autoluw-plusgebied is gesteld. Oftewel het realiseren van een parkeeroplossing, mobiliteitshub en/of voorziening voor passend deelvervoer ter compensatie van de parkeerplaatsen die in de binnenstad verdwijnen. De parkeeroplossing die nu in de beleidsvoorstellen is opgenomen, beoordeelt Ondernemend Delft als onvoldoende.

De risico’s op frequente tekorten aan parkeergelegenheid zijn in de ogen van Ondernemend Delft (te) groot en waarschijnlijk zal de waardering voor de bereikbaarheid per auto en parkeergelegenheid dalen. Dit geldt niet

Mei 2024

alleen in de binnenstad maar ook in veel andere delen van de stad. Ondernemend Delft wil dit graag voorkomen. Dit betekent dat een uitbreiding van het autoluw-plusgebied in de ogen van Ondernemend Delft gepaard moet gaan met flankerend beleid dat is gericht op het vergroten van parkeercapaciteit. Ondernemend Delft stelt op dit punt vier maatregelen voor: 1. Realisatie van extra parkeerhubs aan noord- en/of zuidkant van de stad De eerste maatregel betreft het realiseren van extra parkeerhubs aan de noord- en/of zuidkant van de stad. In veel steden zijn parkeerhubs aanwezig die zich onderscheiden van de parkeergarages nabij het (historische) centrum door de ligging dichtbij de snelweg, de prijs (veelal gratis) en een goede OVverbinding naar het centrum. In de situatie van Delft zouden dergelijke hubs kunnen worden gerealiseerd aan de noordkant (aan de lijn van tram 1) en zuidkant (bij het nieuwe eindpunt van tram 19) van de stad. Cruciaal is dan wel dat deze inderdaad onderscheidend zijn in prijsstelling en beschikken over een goede OV-verbinding (ook op piekmomenten) naar de binnenstad. Realisatie hiervan vraagt tijd maar kan op langere termijn voor een goede parkeeroplossing zorgen.

Parkeervisie Ondernemend Delft

20

4. Oplossingsrichtingen 2. Stimuleren van dubbelgebruik parkeerfaciliteiten TU Delft Een aanvullende maatregel betreft het stimuleren van het dubbelgebruik van parkeerfaciliteiten van de TU Delft. Vooral in de weekends en avonden kunnen deze faciliteiten een aanvulling bieden op de parkeerfaciliteiten in/rond de binnenstad. Tegelijkertijd zullen de parkeerfaciliteiten van de TU Delft maar in beperkte mate aantrekkelijk zijn voor bezoekers van de binnenstad die nu met de auto als vervoermiddel de binnenstad bezoeken. Daarvoor is de afstand tussen deze parkeerfaciliteiten en de binnenstad te groot en zijn de ‘last mile’ voorzieningen onvoldoende. Maar zelfs in het geval dat deze voorzieningen verbeteren, is het de vraag of deze locaties voor bezoekers met de auto als vervoermiddel voldoende aantrekkelijk zijn. Ondernemend Delft ziet deze locaties vooral als alternatief voor de andere doelgroepen die op piekmomenten de parkeergarages in/rond de binnenstad willen benutten, d.w.z. bewoners van de binnenstad, werknemers van de bedrijven en organisaties in de binnenstad en bezoekers van bewoners in de binnenstad. Op het moment dat deze doelgroepen op piekmomenten goed in hun behoeften worden voorzien, kan op die momenten ook de druk op de parkeergarages in/rond de binnenstad verminderen. 3. Plannen garage Binnenstad-Noord >1000 parkeerplaatsen concretiseren

Voor wat betreft de binnenstad is het tenslotte van belang om de plannen voor een parkeergarage aan de noordkant van de binnenstad te concretiseren. Ondernemend Delft heeft grote

Mei 2024

twijfels over de financiële haalbaarheid van een dergelijke garage maar ziet deze wel als noodzakelijk voor het realiseren van een geheel autoluwe binnenstad in 2040. De nu voorgestelde uitbreiding van het autoluw-plusgebied zou in de ogen van Ondernemend Delft moeten passen in een lange termijnstrategie waarin ook het noordelijk deel van de binnenstad autoluw wordt. Perspectief hierop lijkt nu nog te ontbreken. 4. Realisatie van mobiliteitshubs op strategische plekken om (auto)bereikbaarheid economische hotspots te borgen Een laatste maatregel betreft het realiseren van mobiliteitshubs op strategische plekken in de stad om de (auto)bereikbaarheid van economische hotspots te borgen. Duidelijk is dat de nu voorgestelde maatregelen de parkeerdruk in diverse delen van Delft verhogen. Hetzelfde geldt voor de lagere parkeernormen die recentelijk zijn vastgesteld. In de visie van Ondernemend Delft is voldoende parkeergelegenheid voor het vestigingsklimaat in de economische hotspots essentieel. Ondernemend Delft houdt daarom vast aan de doelstelling van het MPD voor een bezetting van 85%. Op die manier is er nog weinig tot geen sprake van zoekverkeer en wordt beschikbare ruimte optimaal benut. Tegelijkertijd is duidelijk dat deze doelstelling in de huidige situatie al op diverse plekken niet wordt bereikt.

Om die reden is het van belang om zo snel als mogelijk op strategische plekken mobiliteitshubs te realiseren met goede ‘last mile’ voorzieningen. De hubs kunnen dan vooral voorzien in de parkeervraag van werknemers, maar ook in die van bezoekers van de bedrijven in de economische hotspots.

Parkeervisie Ondernemend Delft

21

4. Oplossingsrichtingen 4.3 Parkeercapaciteit beter benutten Evenals het College van B&W is Ondernemend Delft ervan overtuigd dat de bestaande parkeercapaciteit in Delft beter kan worden benut. Aanvullend op de maatregelen waarmee de parkeercapaciteit (op piekmomenten) kan worden uitgebreid, heeft Ondernemend Delft daarom ook een aantal maatregelen geformuleerd om de bestaande parkeercapaciteit beter te benutten. 1. Dynamische parkeerverwijzing vanaf A13 en A4 De eerste maatregel betreft het realiseren van dynamische parkeerverwijzing vanaf de A13 en A4. De prognoses hebben aangetoond dat op piekmomenten de bezetting in de garages zal stijgen tot boven de 85%. Dit betekent dat het risico op zoekverkeer en een suboptimaal gebruik van de ruimte op die momenten groot is. Om zoekverkeer in/rond de binnenstad op die momenten zo veel mogelijk te beperken, is het van belang om bezoekers zo goed en snel als mogelijk te informeren over beschikbare parkeercapaciteit. Keuzes voor een andere dan de voorkeursgarage zullen immers niet moeten worden gemaakt op basis van signalering van een wachtrij maar op basis van tijdige informatie over de parkeercapaciteit in de stad. De verbindingen tussen de diverse parkeergarages zijn ook van onvoldoende kwaliteit om grote verkeersstromen te faciliteren. 2.

Verbeteren toegangen (inritten) parkeergarages Een tweede maatregel om tot een betere benutting van de bestaande parkeercapaciteit te komen betreft het verbeteren

Mei 2024

van de toegangen (inritten) tot de parkeergarages. Anders dan in de beleidsvoorstellen die in het kader van deze Parkeervisie zijn beoordeeld, gaat het Ondernemend Delft daarbij niet zo zeer om het creëren van aparte inritten voor respectievelijk abonnementhouders en bezoekers maar om het creëren van langere (dubbele) inritten in algemene zin. Op die manier stroopt verkeer minder op en zullen de wachtrijen op piekmomenten minder lang zijn. 3. Individueel detectiesysteem garages benutten voor juiste parkeerder op de juiste plek Een derde maatregel betreft het optimaliseren van (het gebruik van) individuele detectiesystemen in de parkeergarages. Ondernemend Delft ziet daarvoor twee aanleidingen. Met een hoge parkeerdruk is de kans groot dat ook in de parkeergarages zelf wachtrijen en zoekverkeer ontstaan. Individuele detectiesystemen kunnen bijdragen aan het verminderen hiervan en parkeerders begeleiden naar de juiste plek. Een tweede aanleiding betreft het zo goed (en positief) mogelijk informeren van bezoekers over de parkeercapaciteit die nog beschikbaar is. In de huidige situatie bestaan er relatief grote verschillen tussen de bezetting van de parkeergarages en het aantal beschikbare plaatsen zoals dit op de PRIS-borden wordt aangegeven. De PRIS-borden houden nu nog rekening met plaatsen die vanuit de uitgegeven bewonersabonnementen voor bewoners worden gereserveerd.

Hierdoor ontstaat al eerder het beeld dat er geen parkeerplaatsen meer zijn dan dat er daadwerkelijk geen parkeerplaatsen beschikbaar zijn.

Parkeervisie Ondernemend Delft

22

4. Oplossingsrichtingen Dit draagt bij aan een negatievere beeldvorming over de parkeercapaciteit dan dat daadwerkelijk nodig is en ontmoedigt mogelijk ook bezoekers om de Delftse binnenstad te bezoeken. De inzet van informatie uit het individuele detectiesysteem voor betere informatie op de PRIS-borden kan bijdragen aan een positievere beeldvorming en een betere benutting van de parkeergarages in algemene zin. Wel zullen bewoners hierdoor vaker in een situatie komen dat zij niet in hun voorkeursgarage terecht kunnen. In de beleidsvoorstellen werd hiervan al uitgegaan en zijn maatregelen opgenomen om meer flexibiliteit tussen de garages te realiseren. 4. 12/5 abonnementen Royal HaskoningDHV niet uitgeven in parkeergarages De vierde maatregel heeft betrekking op de werkdagmiddagen waar door de uitgifte van 130 extra 12/5 abonnementen aan Royal HaskoningDHV in de Zuidpoortgarage op de drukste werkdagmiddagen geen restcapaciteit meer beschikbaar is. In de prognoses van het College van B&W zorgt deze uitgifte ervoor dat op de drukste werkdagmiddagen 104 kortparkeerders (bezoekers) moeten uitwijken naar de Prinsenhofgarage en 10 kortparkeerders daar ook niet in hun parkeervraag kunnen worden bediend. De cijfers verduidelijken daarmee dat de Zuidpoortgarage op de drukste werkdagmiddagen eigenlijk geen capaciteit heeft voor de parkeervraag van werknemers van Royal HaskoningDHV.

Tegelijkertijd krijgt deze parkeervraag dus wel voorrang op de parkeervraag van bezoekers aan de binnenstad. Ondernemend Delft vindt dit niet passend en

Mei 2024

verzoekt om de 12/5 abonnementen van Royal HaskoningDHV niet uit te geven in de parkeergarages in/rond de binnenstad maar in één van de parkeerfaciliteiten van de TU Delft en daarover afspraken te maken met de TU Delft. 5. Parkeerregulering uitbreiden Een laatste maatregel om tot een beter gebruik van de bestaande parkeercapaciteit te komen, is het verder uitbreiden van de parkeerregulering in Delft. Op die manier kan beter worden gestuurd op de juiste parkeerder op de juiste plek. Tegelijkertijd ziet Ondernemend Delft meer mogelijkheden dan alleen het mix-parkeren waarmee nu in Delft het parkeren wordt gereguleerd. Zo kan het werken met blauwe zones bijdragen aan een beter gebruik van openbare parkeerplaatsen zonder dat daarmee de kosten voor werknemers en bezoekers van bedrijven en organisaties (fors) worden verhoogd. Zeker in de economische hotspots kan het gewenst zijn om op andere manieren dan met mix-parkeren tot regulering te komen.

Parkeervisie Ondernemend Delft

23

4. Oplossingsrichtingen 4.4 Overige maatregelen Tenslotte zijn er een aantal overige maatregelen geformuleerd die vanuit de Parkeervisie van Ondernemend Delft gewenst zijn om nader te verkennen c.q. uit te voeren. 1. Parkeertarieven kritisch bezien o.b.v. analyse concurrentiepositie Delft De eerste maatregel betreft het kritisch bezien van de parkeertarieven op basis van een analyse van de concurrentiepositie van Delft. De vraag is immers in hoeverre de hoogte van de parkeertarieven de oorzaak zijn voor de achterblijvende waardering op dit punt. Mogelijk is niet zo zeer de hoogte van de tarieven van de parkeergarages in/rond de binnenstad de reden voor een achterblijvende waardering, maar meer het gebrek aan alternatieven tegen een lagere prijs. Voor specifieke doelgroepen kan dit gebrek aan alternatieven ook een reden zijn om Delft te mijden. De vraag is of met een verlaging en/of meer differentiatie in tarieven ook kan worden bijgedragen aan de aantrekkelijkheid van de Delftse binnenstad. Ondernemend Delft zou dit graag onderzoeken en onderdeel maken van een verkenning naar de realisatie van extra parkeerhubs aan de noord- en zuidkant van de stad (zie paragraaf 4.2). 2. Parkeerkosten bedrijven en organisaties kritisch bezien o.b.v. analyse concurrentiepositie Delft

een analyse van de concurrentiepositie van Delft. In de beleidsvoorstellen worden bedrijven en organisaties in het autoluw-plusgebied gestimuleerd om een 12/5 abonnement af te sluiten als vervanger van de huidige vergunning op straat. De kosten voor deze bedrijven en organisaties nemen hierdoor significant toe. De vraag is hoe deze kosten zich verhouden tot kosten elders in de regio. Deze vraag wordt des te relevanter nu de verwachting bestaat dat in de toekomst in meer gebieden in Delft (met mix-parkeren) zal worden gereguleerd. 3. Monitoren op parkeernormering, parkeercapaciteit en parkeerdruk Een maatregel van geheel andere aard is het monitoren op de parkeernormering, parkeercapaciteit en de parkeerdruk. Op die manier ontstaat inzicht over het aantal parkeerplaatsen dat bij ontwikkelingen wordt toegevoegd, hoe dat zich verhoudt tot het aantal parkeerplaatsen dat aan de voorraad wordt onttrokken en wat deze balans betekent voor de parkeerdruk in verschillende deelgebieden in Delft. Dergelijke monitoring is in de ogen van Ondernemend Delft cruciaal om in de toekomst goede keuzes te maken over de realisatie van parkeer- c.q. mobiliteitshubs, uitbreiding van parkeerregulering, aanpassing van parkeernormen, etc. Ook is dergelijke informatie van groot belang in relatie tot de besluitvorming over mogelijke verdere uitbreiding van het autoluw-plusgebied in de periode tot 2040.

Een tweede maatregel betreft het kritisch bezien van de parkeerkosten van bedrijven en organisaties op basis van

Mei 2024

Parkeervisie Ondernemend Delft

24

4. Oplossingsrichtingen 4. Investeren in bereikbaarheid economische hotspots per openbaar vervoer Om de belasting van parkeergelegenheden te verminderen, is het ook belangrijk om te investeren in alternatieve vervoersmogelijkheden. Specifiek voor de economische hotspots in het zuidoosten van Delft geldt dat de bereikbaarheid per openbaar vervoer te wensen overlaat. Hierdoor blijft de parkeervraag in dit deel van Delft onverminderd groot. In die gebieden is het dan ook gewenst om (fors) te investeren in de bereikbaarheid per openbaar vervoer. Te meer door de forse verdichting die in dit deel van Delft de komende jaren gaat plaatsvinden. Op het moment dat niet fors wordt geïnvesteerd in de bereikbaarheid per openbaar vervoer, zal fors moeten worden geïnvesteerd in extra parkeer-/mobiliteitshubs. In die zin zijn investeringen in de bereikbaarheid per openbaar vervoer en investeringen in de realisatie van parkeer-/mobiliteitshubs ook communicerende vaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14588176/1