2104072 College van B en W - VTH-Jaarplan Wabo 2021
Tekst van het document
Nieuwe handhavingszaken in 2020 (kwartalen 1 - 3) 50
Afgehandelde handhavingszaken in 2020 (kwartalen 1 - 3) 50
40 30
11
15
29
29
8
40 30
20
20
10
4
38
32
10 0
0 Geraamd
Gerealiseerd
Geraamd
Gerealiseerd
Ambtelijke constateringen
Ambtelijke constateringen
Formele verzoeken
Formele verzoeken
Grafiek 7.1
Grafiek 7.2
Het aantal afgehandelde handhavingszaken is goed op peil gebleven, waarmee de werkvoorraad goed onder controle is. De grotere efficiency heeft te maken met positieve effecten van het handhavingstraject, waaronder verbeterde sturing en effectievere uitvoering. Ondanks de hogere aantallen nieuwe en afgehandelde handhavingszaken, zijn in de eerste drie kwartalen minder uren besteed dan geraamd. Een belangrijke reden is dat in verband met de corona-crisis de uitvoering van de handhavingstaak is getemporiseerd. 33
Jaarplan 2021
VTH Wabo
Het lijkt er na drie kwartalen op dat er structureel minder handhavingszaken worden afgehandeld dan dat er nieuwe worden gestart. In de afgelopen jaren trekt dit echter steeds weer recht in het vierde kwartaal en dat is ook de verwachting voor het vierde kwartaal van 2020. De handhavingsopgave is daarmee onder controle.
Raming en bestede uren aan handhaving (kwartalen 1 - 3) 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 Geraamd
Gerealiseerd
Grafiek 7.3 In Delft wordt ingezet op goede communicatie bij handhaving. De insteek is om oplossingsgericht te werk te gaan in plaats van proceduregericht. Kern daarbij is dat de burger eerlijk en op een respectvolle manier wordt behandeld en goed wordt geïnformeerd over de procedure en mogelijke oplossingsrichtingen. Onderzoek toont namelijk aan dat hierdoor de aanvaardbaarheid van overheidsbesluiten wordt vergroot, ook als deze negatief zijn. Als bevoegd gezag kan niet de rol van mediator worden aangenomen, maar er worden wel mediation-technieken gebruikt om de betrokkenen ertoe te bewegen oplossingen te vinden binnen de geldende regels die voor alle partijen aanvaardbaar zijn. Als dat lukt, hoeven er geen formele handhavingsinstrumenten te worden ingezet, is het draagvlak voor de uiteindelijke oplossing groter en volgen ook geen kostbare en langdurige rechtsbeschermingsprocedures.
Afhandeling handhavingszaken 2020 Afgewezen
14% 11%
47%
Ingetrokken Na constateringsbrief
8%
Na waarschuwingsbrief (0%)
19%
Na vooraankondiging Na handhavingsbesluit Na bezwaar en/of beroep (0%)
Grafiek 7.4 34
Jaarplan 2021
VTH Wabo
In het bovenstaande diagram wordt duidelijk dat het overgrote deel van de handhavingszaken resulteert in afhandeling van een verzoek om handhaving zonder formele besluitvorming (in totaal 75%). Afwijzing of intrekking van een handhavingsverzoek gebeurt onder andere in situaties waarin geen overtreding is gevonden, het gaat hierbij om 66% van de gecontroleerde situaties. Het gaat echter ook om situaties waar na overleg een oplossing is gevonden en toegepast. Omdat er dan geen overtreding meer is, wordt het verzoek uiteindelijk afgewezen als dat niet wordt ingetrokken.
Hitrate bij locaties - Handhaving Omgevingsveiligheid Asbest Beschermde standsgezichten Monumenten Vocht Ventilatie Brandveiligheid Constructief
1% 1% 3% 0%
% van 43 locaties
1% 1% 10% 11%
Grafiek 7.5 Uit de hitrates in grafiek 8.5 is blijkt dat binnen de beleidsprioriteiten de top 3 bij handhaving wordt gevormd door overtredingen op brandveiligheid, constructieve veiligheid en beschermde stadsgezichten. Handhavingsbesluiten worden meestal aangevochten. Dat is logisch, want een handhavingsbesluit is een ingrijpend middel en wordt pas ingezet als op een andere manier geen goede en gedragen oplossing is gevonden. In 2020 moest vaker dan in voorgaande jaren een formeel handhavingsbesluit worden genomen, maar het gaat nog steeds om een laag percentage. De uitkomsten bij rechtsbeschermingsprocedures maken onderdeel uit van de KPI’s voor de kwaliteit van de uitvoering en zijn vermeld in paragraaf 8.1.2. Het jaar 2020 is een beheersbaar jaar geweest als het gaat om handhaving. Afwijkende en/of (potentieel) gevaarlijke situaties zijn opgepakt en zijn/worden opgelost. Het overgrote deel van de zaken worden in goed overleg en zonder formele handhaving afgerond. Dat betekent niet dat het een makkelijk jaar is geweest: juridische adviseurs hebben veel extra werk gehad door de corona-crisis. 7.1.2 Voornemen voor 2021 Voor 2021 is rekening gehouden met evenveel nieuwe handhavingszaken als in 2020, naar aanleiding van zowel formele verzoeken als ambtelijke constateringen. De raming voor de benodigde capaciteit is verlaagd.
Dat heeft twee redenen: ten eerste minder inzet van toezicht zolang de corona-crisis nog voortduurt. Ten tweede is de projectmatige aanpak van (strijdige) verkamering, toeristische verhuur en woonoverlast niet meegenomen omdat de plannen hiervoor nog niet definitief zijn. 35
Jaarplan 2021
VTH Wabo
Tabel 7.1
7.2 Uitvoering door VRH en ODH 7.2.1 Terugblik op 2020 De VRH heeft wel toezichthouders op het gebied van Brandveilig gebruik, maar geen mandaat om handhavend op te treden. Tot het moment dat formele, bestuursrechtelijke instrumenten moeten worden ingezet, handelt de VRH veel zelfstandig af. Als de VRH de situatie niet (informeel) kan oplossen, volgt een advies aan de gemeente Delft om handhavend op te treden. De gemeente Delf pakt het dan verder op, maar houdt de VRH als adviseur betrokken. Er zijn over 2020 geen bijzonderheden, de samenwerking verloopt goed. Door de corona-crisis is er ook door de VRH flink minder ingezet op handhaving. In 2020 ging het om 1 situatie die door de gemeente Delft is opgepakt op verzoek van de VRH. Bij de ODH zijn er – ook door de corona-crisis - na acht maanden veel minder overlastmeldingen binnengekomen dan geraamd voor die periode (resp. 72 en 100). Naar aanleiding van deze meldingen waren er minder controles nodig dan geraamd (resp. 43 en 58), die wel meer tijd hebben gekost door de geldende coronamaatregelen. Binnen de overlastmeldingen gaat het voor het grootste deel over geluidsoverlast. Voor het overige gaat het om thema’s als geur, verontreiniging door bedrijvigheid. Het aantal van 5 opgelegde bestuursrechtelijke sancties ligt ongeveer op het niveau van de raming.
7.2.2 Voornemens voor 2021 De VRH blijft in 2021 betrokken als adviseur bij handhaving waar brandveiligheid in het geding is. Hiervoor is geen concrete raming beschikbaar. Voor 2021 heeft de ODH de ramingen verlaagd voor klachtbehandeling, maar het aantal controles naar aanleiding van geluidhinder en andere klachten op hetzelfde niveau geraamd. Voor het aantal nieuwe handhavingszaken en het toezicht in het kader van handhaving, zijn geen grote wijzigingen in de ramingen.
36
Jaarplan 2021
Klachtbehandeling Controles naar aanleiding van geluidhinder (exclusief horeca) • Evenementen • Bouwplaatsen Controles naar aanleiding van overige klachten (inclusief geluidhinder horeca) Hercontroles naar aanleiding van toezicht Nieuwe handhavingszaken Opgelegde bestuursrechtelijke sancties Hercontroles naar aanleiding van sanctiebesluiten
VTH Wabo
100 20 2 60 92 23 11 30
De ramingen blijven binnen de financiële kaders vanuit de gemeente Delft.
37
Jaarplan 2021
VTH Wabo
8 Kwaliteit organisatie en uitvoering In deze paragraaf wordt op basis van indicatoren een beeld gegeven van de kwaliteit van de uitvoering en het deel van de gemeentelijke organisatie dat de VTH-taken binnen het omgevingsrecht uitvoert. Verder wordt op grond van de verordening Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) omgevingsrecht Delft 2017 beoordeeld of de uitvoeringsorganisatie kwalitatief voldoende is toegerust voor de uitvoering van de VTH-taken binnen de Wabo. Deze beoordeling wordt in VTHJaarplan Wabo stapsgewijs verder uitgebreid met de kwantitatieve eisen die aan de uitvoeringsorganisatie worden gesteld. De gemeente Delft wil een continu lerende organisatie zijn en daarbij is het van toegevoegde waarde om een paar ‘vreemde ogen’ naar het geleverde werk te laten kijken en hoe dat is uitgevoerd. In het verleden vond het interbestuurlijke toezicht plaats middels audits, maar dat is sinds een aantal jaar anders ingericht. Vanaf 2017 laat de uitvoeringsorganisatie daarom in eigen opdracht een audit uitvoeren door de afdeling Controlling (proces-aspect) en een extern bureau (juridisch aspect). Dit jaar is er voor gekozen om geen audit te laten uitvoeren, maar om een verbeterplan op te stellen om aantal verbeterpunten planmatig op te pakken en tegelijkertijd het principe van continu verbeteren structureel handen en voeten te geven.
8.1.1 Gemeentelijke uitvoering vergunningverlening Het percentage besluitvorming op aanvragen om omgevingsvergunningen waartegen bezwaar is aangetekend, is gedaald tot ongeveer 4% (zie tabel 8.1). Er is geen aanwijsbare reden waarom dit percentage veel lager is dan in de voorgaande jaren. In de gevallen waar bezwaarschrift tegen is ingediend, is tijdens de behandeling van de bezwaarschriften niet gebleken dat er juridische gebreken waren waardoor de primaire besluitvorming onderuit ging. Wel is het zo dat de besluitvorming in de beslissing op bezwaar soms moest worden verbeterd en/of aangevuld.
Tabel 8.1 Ook bij beroepsprocedures kon de primaire besluitvorming overeind worden gehouden. Dat is een goed resultaat. De juridische kwaliteit van de primaire 38
Jaarplan 2021
VTH Wabo
besluitvorming is over het algemeen goed. Maar er zijn situaties geweest waarbij de kwaliteit van de besluitvorming van onvoldoende niveau was. Deze situaties zijn geëvalueerd en de daaruit voortgekomen verbeterpunten zijn doorgevoerd of worden verder meegenomen in het verbeterplan. Het verbeterplan richt zich voor vergunningverlening op meer afstemming bij de intake van vooral complexere aanvragen en nauwere samenwerking tussen vergunningverleners en juristen bij de behandeling daarvan. Verder zullen stapsgewijs de werkafspraken en -instructies tegen het licht worden gehouden en waar nodig aangepast. 8.1.2 Gemeentelijke uitvoering handhaving In paragraaf 7.1 is al duidelijk geworden dat maar in 14% van de in 2020 afgesloten handhavingszaken een formeel handhavingsbesluit moest worden ingezet. In de overige gevallen werd het handhavingsverzoek afgewezen, ingetrokken of was een lichte sanctie al genoeg om de handhavingszaak af te handelen. Het percentage bezwaarschriften naar aanleiding van een handhavingsbesluit is 40%. Het percentage bezwaarschriften is hoger dan bij vergunningverlening en dat is om twee redenen goed verklaarbaar: ten eerste wordt een belastende beschikking eerder aangevochten dan een begunstigende beschikking. Ten tweede wordt een formeel handhavingsbesluit pas ingezet als er geen oplossing wordt gevonden waar alle partijen zich in kunnen vinden.
Er is dus een geschil en daarmee is het te verwachten dat een bezwaar wordt ingediend door de gehandhaafde partij. Verder zijn er twee beroepsschriften ingediend tegen handhavingsbesluiten.
Tabel 8.2 Handhaving is een complexe discipline waarbij een brede afweging en motivering nodig is om te beoordelen of een al gerealiseerde situatie moet worden teruggedraaid of aangepast. Bij die afweging en motivering moeten een aantal extra criteria (zoals bijvoorbeeld redelijkheid in relatie tot financiële consequenties en het te bereiken doel) worden meegenomen in vergelijking met een aanvraag om omgevingsvergunning voor een nog niet uitgevoerd plan. In 2020 zijn in zowel alle bezwaar- als alle beroepsprocedures de handhavingsbesluiten overeind blijven staan. Dat is een heel goed resultaat. 39
Jaarplan 2021
VTH Wabo
Het verbetertraject voor handhaving is als traject beëindigd, maar tegelijkertijd een vast onderdeel geworden om continue te verbeteren. Het beleid om in eerste instantie in goed overleg zaken op te lossen, heeft tot gevolg dat de formele termijn niet altijd wordt gehaald. In de formele termijnen wordt geen rekening gehouden met tijd die nodig is voor informeel overleg. Tot nu toe heeft dat niet tot problemen geleid. Het is belangrijker om een oplossing met draagvlak te vinden dan op tijd te zijn met een oplossing die nog wringt en waaruit nog lange tijd kostbare rechtsbeschermingsprocedures volgen. Handhaving wordt procedureel nog onvoldoende ondersteund door het behandelsysteem, dat verouderd is en vervangen zal worden in het kader van de Omgevingswet. Daarom zijn er workarounds gemaakt om procesbeheersing te borgen. In het nieuwe behandelsysteem kan dit gebrek in ondersteuning worden opgelost. 8.1.3 Kwaliteit gemeentelijke uitvoeringsorganisatie De kwaliteit van de uitvoeringsorganisatie wordt gemeten op basis van de verordening Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) omgevingsrecht Delft 2017, waarbij wordt verwezen naar de landelijk uitgereikte kwaliteitscriteria. Inmiddels is versie 2.1 vervangen door versie 2.2, met name een paar toevoegingen voor de thema’s Groen & Ecologie en Duurzaamheid. Daarvoor gelden relatief zware eisen.
Voor het overige zijn de organisatorische eisen iets naar beneden bijgesteld. In Delft zijn een paar uitzonderingen op de landelijke kwaliteitscriteria vastgesteld op grond van beleidsvrijheid en de concrete uitvoering in de praktijk. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid binnen de Kwaliteitscriteria 2.2 om voor specifieke, specialistische taken afspraken te maken met andere gemeenten om gebruik te maken van elkaars specialisten of om specialistische taken uit te besteden aan marktpartijen. Dit kan in meer detail worden nagelezen in het Raadsvoorstel Verordening Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) omgevingsrecht Delft 2017 d.d. 27 november 2017. Bij de massacriteria worden in de kern de volgende vragen gesteld: • Zijn er voldoende medewerkers voor de verschillende taken? • Zijn de medewerkers voldoende deskundig? • Hebben de medewerkers voldoende werkervaring? • Maken de medewerkers voldoende vlieguren? De conclusie bij de meting in 2020 is dat gemeentelijke uitvoeringsorganisatie aan de massacriteria voldoet in overeenstemming met de genoemde verordening en de daarbij gegeven toelichting. 8.1.4 Conclusie uitvoering en organisatie gemeente Samengevat voldoet de gemeentelijke organisatie aan de gestelde eisen om kwalitatief goede uitvoering van de VTH-taken te borgen.
Uit de KPI's blijkt dat de uitvoering onder controle is en kwalitatief van voldoende niveau. Om kwaliteit te blijven borgen, wordt een verbeterplan uitgevoerd dat voort bouwt op de basis die in de afgelopen jaren is gelegd en als doel heeft om “continu verbeteren” weer een stap verder te brengen in de uitvoeringsorganisatie. 40
Jaarplan 2021
VTH Wabo
8.2 Uitvoering Omgevingsdienst Haaglanden De ODH voert in de regio Haaglanden de taken voor milieutoezicht uit voor 9 gemeenten en de provincie Zuid-Holland. De weergegeven cijfers in tabel 8.3 gaan over het totaal van de regionale uitvoering. Wat betreft de tijdigheid van besluitvorming bij vergunningverlening, is deze bij reguliere procedures stabiel hoog gebleven. Bij uitgebreide procedures is het percentage de laatste jaren steeds hoger geworden en op een hoog niveau gekomen. Voor uitgebreide omgevingsvergunningen geldt dat het een grotere uitdaging is om op tijd te beschikking. De ingediende aanvragen zijn met regelmaat van een onvoldoende niveau als het gaat om volledigheid en inhoudelijke kwaliteit. Er vindt dan een afweging plaats of een bedrijf meer tijd krijgt om tot een vergunbare aanvraag te komen of dat ten behoeve van de afronding binnen de behandelingstermijn een weigering of buiten behandeling wordt afgegeven. Er zijn geen bezwaar- en beroepszaken geweest die betrekking hadden op zaken in Delft. Het percentage gegronde beroepszaken lijkt hoog, maar het gaat slechts om een aantal van twee gegronde beroepszaken. Gerelateerd aan de totale omvang van de taakuitvoering van de ODH, is dat een laag aantal.
Tabel 8.3
41
Jaarplan 2021
VTH Wabo
9 Financiering
42
Jaarplan 2021
VTH Wabo
Bijlage A - Uitvoeringsbeleid VTH Omgevingsrecht 2016-2020 Deze bijlage is een samenvatting. Het volledige document kan worden nagelezen in het vastgestelde Uitvoeringsbeleid VTH Omgevingsrecht 2016-2020. De kern van het gemeentelijke uitvoeringsbeleid VTH Omgevingsrecht is om de risico's van niet-naleving van dwingende regels en beleid op het vlak van de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te beperken, gegeven de beperkt beschikbare middelen en met een minimale overlast voor de inwoners en bedrijven. Hierbij is gekozen voor een pragmatische aanpak waarbij prioriteit wordt gegeven aan de onderwerpen en gevallen waar de risico’s van niet-naleven van de regelgeving het grootst zijn. De volgende thema’s zijn vastgesteld als prioriteit: •
•
•
Veiligheid (inclusief direct dreigend gevaar), waarbinnen concreet o Constructieve veiligheid o Brandveiligheid (technische voorzieningen en gebruik) o Omgevingsveiligheid (in het algemeen bekend als bouwveiligheid, veiligheid voor de omgeving tijdens de bouwwerkzaamheden) Gezondheid, waarbinnen concreet o Asbest o Ventilatie o Vocht Monumenten / Beschermd stadsgezicht
Voor situaties waar deze thema’s niet aan de orde zijn, betekent dit het volgende: • • •
Niet alles wordt getoetst en/of gecontroleerd Het kan gebeuren dat niet iedereen op dezelfde wijze door de gemeente wordt behandeld Als een overtreding wordt geconstateerd, wordt niet in alle gevallen formeel naleving afgedwongen
Deze consequenties zijn in het uitvoeringsbeleid VTH Omgevingsrecht bewust gecommuniceerd en aanvaard. In het algemeen gaat de gemeente Delft ervan uit dat inwoners en bedrijven de eigen verantwoordelijkheid goed oppakken om regelgeving na te leven (vertrouwen), 43
Jaarplan 2021
VTH Wabo
informatie op te zoeken als dat nodig is, deskundige adviseurs in de arm te nemen en vragen te stellen als informatie onduidelijk is. De website en de organisatie van de gemeente Delft zijn op dit beleid ingericht. Verder wordt de mogelijkheid geboden om vooraf de haalbaarheid van een plan (binnen de regelgeving) te laten beoordelen. Vergunningverleners en toezichthouders denken mee door mogelijke oplossingsrichtingen aan te dragen, maar dragen geen concrete uitwerkingen aan. Die rol en verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer en zijn adviseur(s). Verder stimuleert de gemeente Delft in de voorlichting dat initiatiefnemers eerst in gesprek gaan met hun omgeving om vooraf al zoveel mogelijk bezwaren weg te nemen en verrassingen te voorkomen. Toezicht op de realisatie vindt risicogericht plaats. Dat betekent dat lang niet alles wordt gezien tijdens de uitvoering, maar dat is in het algemeen ook niet het wettelijke uitgangspunt van bestuursrechtelijk toezicht. De initiatiefnemer/vergunninghouder is primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van realisatie. Als daarvoor een uitvoerende partij in de arm wordt genomen, ligt de verantwoordelijkheid volledig bij de initiatiefnemer/vergunninghouder voor de garantie van het afgesproken en vereiste kwaliteitsniveau bij oplevering van het bouwwerk waarvoor opdracht is gegeven.
Om die reden werkt de gemeente Delft actief mee aan de ontwikkeling van de Wet kwaliteitsborging in de bouw en de daaraan verbonden pilots. In deze nieuwe wet wordt concreter vastgesteld hoe een initiatiefnemer/vergunninghouder deze verantwoordelijkheid moet oppakken. Tegenover dat vertrouwen staat dat als regels niet worden nageleefd, ook wordt doorgepakt in de handhaving. In eerste instantie bij handhavingsverzoeken en in situaties waar ambtelijk afwijkingen worden geconstateerd op thema’s die prioriteit hebben gekregen in het uitvoeringsbeleid. Als er nog ruimte is binnen de beschikbare capaciteit, ook in andere gevallen. Bij handhaving is de insteek dat de betrokken partijen eerst in de gelegenheid worden gesteld om met alternatieve oplossingen te komen die voor alle partijen en vanuit de regelgeving acceptabel zijn. Toezichthouders en handhavers denken mee door oplossingsrichtingen aan te dragen, maar dragen geen concrete uitwerking aan. Die verantwoordelijkheid ligt bij de betrokkenen en hun adviseur(s). Als de betrokken er niet uitkomen, volgt een formeel handhavingstraject waarbij de toezichthouders en handhavers de formele rol als bevoegd gezag uitvoeren namens het college.
44
Jaarplan 2021
VTH Wabo
Bijlage B - Handhavingstrategie Wabo en Omgevingswet (2019) Deze bijlage is een samenvatting. Het volledige document kan worden nagelezen in de vastgestelde Handhavingstrategie Wabo en Omgevingswet. Het is wenselijk voor overheidsinstanties om de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving continu te verbeteren. Dit komt het gelijke speelveld voor normadressaten3 ten goede. Verder kan er op deze wijze door de maatschappij van uit worden gegaan dat er eenduidig, rechtvaardig en transparant wordt opgetreden. Om hier aan tegemoet te komen is er door een aantal overkoepelende organisaties en ministeries een landelijke handhavingstrategie opgezet.
Figuur 2.1 – De sanctiematrix Wabo en Omgevingswet met uitzondering van milieuovertredingen
3
Bij handhaving (een geconstateerde overtreding) is de normadressaat degene die wordt aangesproken om de overtreding ongedaan te maken. Wie de normadressaat is, wordt bepaald door een combinatie van de volgende aspecten: wie heeft de overtreding feitelijk begaan, wie heeft zeggenschap, voor wie geldt de regelgeving en wie heeft het in zijn macht om de overtreding ongedaan te maken? Dat kunnen bijvoorbeeld een eigenaar/verhuurder, gebruiker/huurder, bedrifjseigenaar of vergunninghouder zijn. Het kan voorkomen dat er meerdere normadressaten zijn.
45
Jaarplan 2021
VTH Wabo
Doel van de Handhavingstrategie Wabo en Omgevingswet is een passende interventie op de bevindingen als de betreffende zaak binnen de kaders van het Uitvoeringsbeleid Omgevingsrecht 2016-2020 wordt opgepakt. In dit document wordt aangegeven hoe er op dat moment formeel en informeel gereageerd wordt op geconstateerde overtredingen. Eind 2019 is door het college de Handhavingstrategie Wabo en Omgevingswet, waarin twee verschillende sanctiematrixen zijn opgenomen: één voor de sanctionering van overtredingen van de Wabo en Omgevingswet met uitzondering van milieuovertredingen en een tweede sanctiematrix voor milieuovertredingen. De laatste komt volledig overeen met de landelijke handhavingstrategie, de eerste kent kleine aanpassingen zodat deze beter toepasbaar is voor bijvoorbeeld bouwactiviteiten. In een sanctiematrix wordt een geconstateerde, afwijkende situatie gecategoriseerd op basis van de ernst van een overtreding en het gedrag van de overtreder. In de sanctiematrix is aangegeven welke sancties vervolgens van toepassing zijn. De sanctiestrategie is een aanvulling op het eerder genoemde Uitvoeringsbeleid Omgevingsrecht 2016-2020, waarin de prioriteiten en werkwijze zijn vastgesteld.
46
Jaarplan 2021
VTH Wabo
47
Jaarplan 2021
VTH Wabo
Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl Januari 2021
48