CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2048913 College van B en W - manifest Opvoeden en opgroeien in Delft

Commissie Sociaal Domein en Wonen 14 december 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2137704 Voorstel van het college aan de raad inzake Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden9.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Betrokken partners Alle organisaties die zijn betrokken bij het opvoeden en opgroeien hebben de verantwoordelijkheid om bedreiging van ontwikkeling en onveiligheid te signaleren, deze signalen te wegen en eventueel te melden bij Veilig Thuis. De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vormt de leidraad.

Rol en houding professionals Dit vraagt van professionals dat zij in staat zijn om het gesprek aan te gaan met ouders en jeugdigen over de signalen die zij als professional hebben gezien of gekregen. Daarbij gaan zij naast de ouder staan en kunnen ze hun eigen waarden en opvattingen opzij zetten. Interprofessionele consultatie en intervisie zijn vanzelfsprekend en versterken de weging en beoordeling van signalen.

11

We erkennen dat bij het opvoeden en opgroeien van de Delftse jeugd veel partners betrokken zijn – ieder vanuit een eigen rol en verantwoordelijkheid. Hun onderlinge samenwerking is cruciaal voor een goede ondersteuning.

Daarom versterken we de samenwerking tussen professionals, onder meer door kennismaking en uitwisseling te faciliteren. Verschillende professionele invalshoeken komen in de samenwerking tot hun recht. Het resultaat van de samenwerking is daardoor meer dan de som der delen. Toelichting Bij veel van de uitgangspunten in dit manifest zijn meerdere partners betrokken. Basisvoorzieningen in de pedagogische civil society hebben als mede-opvoeders een sleutelrol in het bevorderen van een leeftijdsadequate, gezonde ontwikkeling bij jeugdigen. Dat doen zij aanvullend op ouders en hun sociale netwerken. De partners kunnen jeugdigen en ouders attent maken op het preventieve aanbod, waar zij mogelijk profijt van kunnen hebben. Professionals hebben een belangrijke rol in het normaliseren van kleine en alledaagse opvoed- en opgroeiproblemen. Zij staan in hun dagelijkse werkzaamheden het dichtst bij jeugdigen en signaleren zorgen, risico’s en problemen in opvoeden en opgroeien. Professionals hanteren daarbij een systeemgerichte blik. Indien nodig schakelen zij ondersteuning of hulp in, in principe met instemming van ouders en/of jeugdigen. Hoe logisch deze verantwoordelijkheden van professionals van basisvoorzieningen in de pedagogische civil society ook mogen

klinken, de praktijk leert dat het niet bepaald vanzelfsprekend is dat zij deze verantwoordelijkheid ook nemen. Een goede samenwerking tussen deze basisvoorzieningen, zeker bij zorgen, risico’s en problemen, versterkt het vroegtijdig signaleren, het werken met een systeemgerichte blik en daarmee ook het organiseren van passende en tijdige hulp. Bovendien kunnen professionals vanuit verschillende domeinen van elkaar leren en blijkt het waardevol als zij elkaar kennen en weten te vinden, om zo elkaars expertise te benutten. Een interprofessionele dialoog leidt tot reflectie op eigen afwegingen en leren. Dat is belangrijk omdat professionals rond dezelfde ouder, jeugdige of gezin vaak verschillen in hun inschattingen, percepties en taxaties. Dit uitgangspunt formuleren we vanuit het besef dat professionals druk zijn. Daarom is het van belang om goed in kaart te hebben waar samenwerking echt van belang is en waar minder. En ook waar professionals al samenwerken en waar dat echt niet het geval is. Van daaruit kunnen we gebieden aanwijzen waar het versterken van de samenwerking prioriteit heeft.

Vooralsnog springen daarbij in het vizier: • relatie huisartsen en Delft Support, vanwege het belang van de systeemgerichte blik; • relatie van de jeugdgezondheidszorg met de basisvoorzieningen, om de inzet van preventie te bepalen; • relatie onderwijs/kinderopvang/vve/jeugdgezondheidszorg/ toegang jeugdhulp. Op scholen en in opvang werken deze partners samen aan normaliseren, vroegtijdig signaleren en

preventie. Door de samenwerking op scholen/opvanglocaties te organiseren, kunnen we daar ook laagdrempelige ondersteuning bieden.

‘We hebben een hoop goed geregeld in Delft, we weten wat we moeten doen, maar het is te vaak gebaseerd op de observaties van 1 persoon. Er is een hoge caseload, hoge doorloop, hoge werkdruk en dat maakt reflectie en intervisie soms lastig.’ ‘Het is belangrijk om elkaar te leren kennen. Pas daarna kan je verder gaan met elkaar, met elkaar bouwen (...). Je moet een band met elkaar hebben, investeren in de relaties, verschillen in visie met elkaar durven bespreken. Daar moet je het met elkaar over hebben. Elkaar feedback durven geven. We praten graag over elkaar in plaats van met elkaar.’ Citaten uit interviews en focusgroepen

25

Het is belangrijk dat professionals uit verschillende disciplines met elkaar in gesprek gaan over de uitgangspunten van dit manifest, zo geven zij zelf ook aan. De ruimte daarvoor is bepaald niet vanzelfsprekend, dus die moeten we creëren. Professionals zijn in eerste instantie geïnteresseerd in inhoud, dus interprofessionele bijeenkomsten die geen betrekking hebben op hun directe werkzaamheden moeten inhoudelijk interessant zijn. Bij het opstellen van de agenda hebben zij een belangrijke stem. Hoe belangrijk contacten tussen professionals uit verschillende disciplines ook zijn, we erkennen dat zij allemaal een bepaalde expertise hebben en daarbuiten ook gewoon relatieve leken zijn. Scholen betrekken bij vroegsignaleren is belangrijk, maar wel met respect voor het feit dat leraren in de eerste plaats pedagogen en didactici zijn. Dat respect en dat besef moet er voortdurend zijn. Interprofessionele samenwerking stuit soms op grenzen door regels. Partners zetten zich in om knelpunten in die samenwerking weg te nemen, door regels te versoepelen of door (experimentele) regelruimte te organiseren. Alleen dan kunnen wij met elkaar de uitgangspunten van dit manifest realiseren.

26

27

Dit is een uitgave van: Gemeente Delft Postbus 78 2600 ME Delft Telefoon 14015 www.delft.nl Het manifest is samen met het Kenniscentrum Governance of Urban Transitions van De Haagse Hogeschool tot stand gekomen. November 2020

Auteurs: Rob Gilsing en Anne Steenbakkers (lectoraat Jeugdhulp in Transformatie)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9478279/2