CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2045858 College van B en W - uitkomsten haalbaarheidsstudie scholen Tanthof en vervolgproces

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Brief van het college inzake uitkomsten haalbaarheidsstudie scholen Tanthof en vervolgproces (nr. 2045858)11.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma's en Projecten

tt Gemeente Delft

bezoekadres. Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Gerard van Zomeren

Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft

T elefoon 0650736360 gvzomeren@delft.ni Internet www.delft.nl

Gemeenteraad Delft

Telefoon 14015

VERZONEN

5 40V 2020

Datum

Onderwerp

03-11-2020

Uitkomsten haalbaarheidsstudie schalen Tanthof en vervolgproces

Ons kenmerk

4402082 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geachte leden van de gemeenteraad,

3

Tijdens de raadsvergadering van 28 november 2019 heeft de gemeenteraad tijdens het debat over de brief van het college inzake "Vervolgtraject onderzoek nieuwbouw scholen Tanthof (1928608) de motie "Een mooie toekomst voor Tanthof en voor de scholen" aangenomen. In onze brief van 23 januari 2020 hebben wij aangegeven hoe wij hier uitvoering aan geven en hoe wij het verdere gebiedsproces insteken. Daarbij is aangegeven dat de haalbaarheidsstudie aan het einde van het tweede kwartaal van 2020 zou worden afgerond. Het betreft hier een onderzoek naar de haalbaarheid van een locatie aan het Vietnampad (locatie Zuid genoemd in het vervolg) en een locatie op en rond de kinderboerderij (locatie Noord genoemd). De uitvoering en afronding hiervan hebben helaas enige vertraging opgelopen, mede door de effecten van COVID-19. We betreuren deze vertraging en zijn ons bewust van de toezegging die we u eerder gedaan hebben. Om tot een zorgvuldige afweging te komen, hebben we de benutte tijd wel nodig gehad. Onderstaand treft u onze bevindingen aan, na een analyse van de stukken. Het betreft hier: 1. Een massastudie van het ontwerpbureau Nohnik, waarbij is gekeken naar de ruimtelijke en landschappelijke aspecten van beide locaties; 2. Een verkeerstudie van Antea, waarin met name is gekeken naar de aspecten bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid; 3.

Een kostenraming van ABT adviseurs, waarin globaal de bouwkosten zijn geraamd, alsmede de kosten die samenhangen met opties voor onder andere half verdiept en ondergronds bouwen, kosten derde bouwlaag, kapvormen en bouwen op palen. Input De scholen hebben input geleverd en er is in gezamenlijk overleg een programma van eisen op hoofdlijnen opgesteld onder begeleiding van het architectenbureau No-Label. Daarnaast heeft de stichting Kinderboerderij en waterspeeltuin een globaal

Datum

03-11-2020 Ons kenmerk

4402082

programma van eisen opgesteld. Verder hebben ook de direct omwonenden van beide locaties input geleverd, hetgeen zorgvuldig door Nohnik is verwerkt in de door hen opgestelde massastudie. Analyse Massastudie Nohnik en verkeerskundig onderzoek Antea Op basis van de analyse, uitgangspunten en opgaven zijn door Nohnik diverse modellen onderzocht en is gebleken dat het gevraagde programma fors is ten opzichte van de beschikbare kavels. Daarom zijn er ook modellen onderzocht waarbij programma-onderdelen elders in de wijk worden gerealiseerd. Dit heeft geleid tot meerdere modellen die een goed beeld geven van de mogelijkheden, aandachtspunten, knelpunten en ruimtelijke impact op de locatie en zijn omgeving. De modellenstudie is nadrukkelijk geen stedenbouwkundig, landschappelijk of architectonisch ontwerp. Nohnik adviseert de gemeente om voor beide locaties het programma te verkleinen en te verzachten, door bijvoorbeeld functies elders in de wijk te huisvesten en het aantal parkeerplaatsen te verminderen. Hieronder vindt u de bevindingen van de quick-scan die wij naar aanleiding hiervan hebben uitgevoerd. Locatie Zuid Wij zien bij de locatie Zuid geen mogelijkheden om tot een verkleining en verzachting te komen. Daar liggen meerdere factoren aan ten grondslag.

Ten eerste laat de massastudie zien dat voor een vervolgonderzoek voor de locatie Zuid bij alle drie de modellen de grens nabij het Iqbal Mashipad moet worden opgeschoven. Wij hebben voor de start voor beide locaties een plangebied aangegeven met daarbij de aantekening dat een overschrijding van het plangebied niet wenselijk is. Dit hebben we eveneens op de informatieavonden naar de omwonenden benadrukt. Dit betekent ook dat een verzachting van het bouwvolume op deze locatie niet mogelijk is en een meer landschappelijke (natuurinclusieve) inpassing ook beperkt wordt, aangezien dit om meer ruimte op het maaiveldniveau vraagt. Vervolgens is de vraag of het programma kan worden verkleind en of een deel ook elders in de wijk kan worden gerealiseerd. Hiervoor hebben wij de schoolbesturen geraadpleegd, aangezien het programma op basis van de input van de schalen is opgesteld. Zij achten een verkleining mogelijk, maar het gaat dan om sportfaciliteiten binnen een redelijke straal van de school. Binnen een straal van 500m als redelijke afstand zien wij echter geen mogelijkheden voor de locatie Zuid om een deel van het programma te realiseren. Als het gaat om de suggesties van Nohnik om schoolpleinen op daken te realiseren of een deel van het programma ondergronds te realiseren, zijn we terughoudend, hetgeen voor beide locaties geldt, zowel qua wenselijkheid als haalbaarheid.

Wij zien wel mogelijkheden om minder parkeerplaatsen en een kleinere Kiss & Ride te onderzoeken. Wat betreft het verkeerskundig onderzoek wordt geconcludeerd dater voor beide locaties verkeerskundige inpassingen mogelijk zijn, maar dat op vrijwel alle deelaspecten (bereikbaarheid, verkeersveiligheid en parkeren) de locatie Noord aanzienlijk beter scoort. Doorslaggevend is vooral de constatering van Antea dat voor de locatie Zuid er sprake is van extra 2/4

Datum

03-11-2020 Ons kenmerk

4402082

verkeersveiligheidsrisico's. Deze ontstaan door het samenbrengen van al het school gerelateerde auto-, fiets- en voetverkeer met de busbaan en de trambaan. Verkeersveiligheid is juist vanuit de wijk een belangrijk aandachtspunt. Wij hebben dan ook gezien de bovenstaande analyse besloten om geen vervolgonderzoek voor de locatie Zuid te starten. Locatie Noord Voor de locatie in en rond de Kinderboerderij hebben we eenzelfde analyse verricht en zien we wel kansen als het gaat om te onderzoeken of een verkleining en verzachting van het programma mogelijk is. De mogelijkheden om binnen een straal van 500m overdekt te sparten zijn hier ruimer en kunnen nader worden onderzocht. Daarbij wordt door Antea geconcludeerd dat de huidige infrastructuur in Noord al voor een belangrijk deel kan voorzien in een goede en veilige bereikbaarheid. Wij hebben dan ook geconcludeerd dat een vervolgonderzoek voor deze locatie een reële vervolgstap is . In het vervolgtraject willen we samen met de schalen, de stichting Kinderboerderij en Waterspeeltuin Tanthof en de stichting Kindertuin De Boterbloem onderzoeken in hoeverre een gezamenlijke groene campus in ruimtelijk opzicht mogelijk is. Daaruit moet blijken of en hoe realisatie van het scholencluster op deze locatie haalbaar is.

Vanwege de ecologische en cultuurhistorische waarden vormt een goede omgang met de bestaande kwaliteiten van de locatie een belangrijk uitgangspunt. Een specifiek 'groene' campus zou een mogelijke oplossing kunnen zijn. Dit in combinatie met het zoeken naar efficiënt grondgebruik, inclusief een inpassing van de functies van de kinderboerderij, de waterspeelplaats en de kindertuinen op de locatie. Wat betreft de financiële aspecten hebben we de minimale bouwkosten in beeld laten brengen, alsmede de kosten die samenhangen met de opties voor een verkleining en verzachting van het programma zeals Nohnik adviseert. Dit in de vorm van een menukaart. Aangezien dit voor beide locaties geldt is er op dit punt geen vergelijking gemaakt. Ook al weten we dat Noord op voorhand duurder zal uitvallen gezien ender andere de eigendomspositie, dan nog heeft dat geen impact op de keuze. Eerst moet de vraag worden beantwoord of een locatie ruimtelijk wel inpasbaar is en of een vervolgonderzoek zinvol is. Pas dan heeft het zin om de financiën verder inbeeld te brengen. Voorde locatie Noord kunnen we wel op basis van de opgestelde menukaart een financiële verdieping opstellen, zodat dit uiteindelijk kan worden meegenomen bij de uiteindelijke beoordeling van de haalbaarheid.

Vervolgproces Wij willen met een vervolgonderzoek definitief zieht krijgen of locatie Noord een haalbare optie is in ruimtelijk en financieel opzicht. Het kan dus ook zijn dat de uiteindelijke conclusie luidt dat een dergelijke optie niet haalbaar wordt geacht. Er wordt op dit moment dus nog geen definitieve keuze gemaakt. Dit ook in verband met de belofte dat zodra we een keuze voor een locatie maken, we dit voorgenomen besluit met uw raad delen.

3/4

Datum

03-11-2020 Ons kenmerk

4402082

Wij hadden reeds een concept-afwegingskader opgesteld ten behoeve van een vergelijking van beide locaties op diverse aspecten. Nu locatie Zuid afvalt en wij nader onderzoek doen naar de haalbaarheid op locatie Noord kan het afwegingskader straks worden toegespitst op de locatie Noord. Daarbij kunnen dan alle genoemde aspecten in beeld worden gebracht en worden getoetst en kan een weloverwogen besluit worden genomen over de uiteindelijke haalbaarheid. Relatie met de wijkopgave Wat betreft de relatie met het gebiedsproces betrekken wij de uitkomsten van dit vervolgonderzoek bij de wijkopgave. Ook andere uitkomsten van rapporten en onderzoeken, zoals het onderzoek naar de buurt- en winkelcentra, nemen we hierin mee. Daarmee wordt de koppeling gelegd tussen de haalbaarheid van een gezamenlijke centrale locatie voor de schalen en de andere thema's die in de wijk speien. Eerder is al aangegeven dat in dit proces de effecten van COVID-19 merkbaar zijn geweest. Waar we eind februari nog met de direct omwonenden een wandeling hebben gemaakt om input op te halen voor de massastudie, was korte tijd later een andere werkelijkheid ontstaan. Ondertussen hebben we wel meer online instrumenten en middelen om bewoners en ondernemers te betrekken. Zo hebben wij onlangs voor de wijkopgave een digitaal wijkgesprek gevoerd met de bewonersbelangenvereniging BHTD, als een experiment.

Wij zetten de komende periode in op het kunnen versterken van de (digitale) betrokkenheid van belanghebbenden, ook voor deze nieuwe fase. Bij het vervolgonderzoek nodigen wij de werkgroepen uit deel te nemen in het projectteam om zodoende intensiever betrokken te worden. Ook betrekken wij de stadsbouwmeester actief bij het onderzoek om de samenhang in en rond de wijk te bewaken. Wij gaan ervan uit dat op deze wijze een zorgvuldige afronding kan plaatsvinden van een belangrijk proces, niet alleen in het belang van de schalen, de kinderboerderij, de kindertuinen, maar ook in het belang van de wijk. Wij verwachten uiterlijk 1 maart 2021 het onderzoek te hebben afgerond. Het college van burgemeester en wethouders van Delft,

--·

, burgemeester

ir. M.A. Huijsmans MCA l.b. , secretaris

dr. M. Berger, l.s. Bï agen: Massastudie Vietnampad van Nohnik • Massastudie Kinderboerderij van Nohnik • Verkeerskundig onderzoek Antea

,/

e

4/4

M A S SA S TUDIE SCHOLE NCLUS TE R TANTHOF DE LF T

CON 27-1

- LO C ATIE V IE TN A M PA D -

CEP T

0 -2

0 20

Versie 27-10-2020 Opdrachtgever massastudie: Gemeente Delft © 2020 NOHNIK architecture and landscapes Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, opname, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

M A S SA S TUDIE SCHOLE NCLUS TE R TANTHOF DE LF T

CON 27-1

- LO C ATIE V IE TN A M PA D -

CEP T

0 -2

0 20

G an

b a an

an h Tant

of A bt s

Bus

dhila

wou de

I qb a l Ma sihp

keerlus tram

ad

V iet

n am

pad

Luchtfoto van de locatie Vietnampad, bron: Google Earth

INHOUDSOPGAVE

INTRODUC TIE 7 SA M E N VAT TING 9 1 . RUIMTE LI JK E A N A LYS E

11

2 . PRO GR A MM A VA N E I S E N

56

Ruimtelijke analy s e wijkniveau Ruimtelijke analy s e lo catieniveau L ands chapp elijke en s te denb ouwkundige s tudie

Natuurinclusief b ouwen Pro gramma v an eis en s cholenclus ter Pro grammatis che uitgangspunten geb ouw en s cho olplein Pro grammatis che uitgangspunten parkeren

3 . M ODE LLE N S TUD IE 75 Mo dellens tudie - Mo del 1 - Mo del 2 - Mo del 3

4 . L A N DSCH A PPE LI J K E E N S TE DE NBOUWKUND IGE IN PA S S IN G

91

CON CLUS IE E N A DV IE S 123

locatie Vietnampad

Luchtfoto van de locatie Vietnampad, bron: Google Earth

6

INTRODUC TIE Het aantal leerlingen is sterk gedaald de afgelopen decennia, waardoor er sprake is van leegstand bij de basisscholen. De schoolbesturen hebben in 2014 besloten om het aantal basisscholen terug te brengen van van 6 naar 3. Daarnaast hebben zij, samen met de gemeente, een voorkeur voor een nieuwe gezamenlijke centrale locatie. De gemeente Delft heeft twee mogelijke locaties in de wijk Tanthof aangewezen en heeft NOHNIK gevraagd om een massastudie te doen naar een scholencluster op de volgende locaties: - Kinderboerderij, kindertuin “de Boterbloem” en waterspeeltuin - Vietnampad Belangrijke aandachtspunten bij de massastudie zijn de landschappelijke inpassing en natuurinclusief bouwen. Het doel van de massastudie is om inzichtelijk te maken wat de ruimtelijke gevolgen zijn van een scholencluster op beide locaties. De massastudie maakt een eerlijk vergelijk tussen beide locaties op basis van de aangeleverde uitgangspunten en geeft inzicht in ruimtelijke oplossingen, aandachtspunten en knelpunten. De modellenstudie is nadrukkelijk geen stedenbouwkundig, landschappelijk of architectonisch ontwerp. Deze rapportage is bedoeld om de gemeente en overige belanghebbenden inzicht te geven in de ruimtelijke gevolgen, knelpunten, aandachtspunten, kansen, mogelijkheden en onmogelijkheden van het scholencluster op de locatie Vietnampad.

7

8

SAME NVAT TING In deze beeldende rapportage wordt inzichtelijk gemaakt wat de ruimtelijke gevolgen zijn van een scholencluster op de locatie Vietnampad op basis van de aangeleverde uitgangspunten. De rapportage is bedoeld om de gemeente en overige belanghebbenden inzicht te geven in de ruimtelijke gevolgen, knelpunten, aandachtspunten, kansen, mogelijkheden en onmogelijkheden van het scholencluster op de locatie. Deze rapportage doet geen uitspraak over of het scholencluster wel of niet op de locatie moet of zal komen. In de ruimtelijke analyse wordt ingegaan op het ontstaan en de ruimtelijke kenmerken van de wijk Tanthof en wordt ingezoomd op de studielocatie zelf. Hierin is aandacht voor de historische ontwikkeling, de huidige ruimtelijke kenmerken en de ontsluitingen en verbindingen van de wijk. Het beeldverslag van een rondwandeling met omwonenden laat zien hoe de locatie als woonomgeving wordt ervaren. De landschappelijke en stedenbouwkundige studie laat zien welke kenmerken van belang zijn voor houvast en als uitgangspunten bij de modellenstudie. Het hoofdstuk ‘Programma van eisen’ geeft een overzicht van alle programma-onderdelen van het scholencluster. Dit programma van eisen vormt het uitgangspunt voor de modellenstudie.

Omdat de landschappelijke inpassing en natuurinclusief bouwen belangrijke aandachtspunten zijn is dit een belangrijk onderdeel van het programma van eisen. Op basis van de analyse, uitgangspunten en opgaven zijn diverse modellen onderzocht en is gebleken dat het gevraagde programma fors is ten opzichte van de beschikbare kavel. Daarom zijn er ook modellen onderzocht waarbij programma-onderdelen elders in de wijk worden gerealiseerd. Dit heeft geleid tot drie modellen die een goed beeld geven van de mogelijkheden, aandachtspunten, knelpunten en ruimtelijke impact op de locatie en zijn omgeving. De modellenstudie is nadrukkelijk geen stedenbouwkundig, landschappelijk of architectonisch ontwerp. In het onderdeel ‘Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing’ staan diverse mogelijkheden voor een betere landschappelijke inpassing met mogelijkheden voor ruimtebesparing in het gebouw en terrein, mogelijkheden om het bouwvolume te verzachten en mogelijkheden voor een natuurinclusieve inpassing. Het advies is om te zoeken naar mogelijkheden om het programma te verkleinen, door bijvoorbeeld functies elders in de wijk te huisvesten en het aantal parkeerplaatsen te verminderen. Of dit mogelijk is zal moeten worden onderzocht door de gemeente.

Daarnaast zou het interessant zijn om te onderzoeken of er ondergronds zou kunnen worden gebouwd en wordt geadviseerd om middels vormgeving en natuurinclusieve inpassing de impact van het gebouwvolume op de omgeving te verzachten.

9

RUIMTELIJKE ANALYSE

RUIMTE LI JKE ANALYS E WI J K N I V E AU

In deze ruimtelijke analyse gaan we in op het

Oost en Tanthof-West, en karakteriseert

ontstaan en de ruimtelijke kenmerken van

zich voornamelijk door laagbouw. De wijk

de wijk Tanthof. In het volgende onderdeel

werd gefaseerd gebouwd vanaf de jaren ’70.

wordt meer ingezoomd op de studielocatie

Gestart werd met de bouw van Tanthof-Oost

zelf.

en vervolgens Tanthof-West in de jaren ’80.

De wijk Tanthof ligt in het zuiden van de

Van veengebied naar woonwijk

stad Delft en grenst aan het landschap

Voordat de wijk werd gebouwd

van het Midden-Delfland; een open en

was het gebied een open en groen

groen veengebied dat door steden wordt

veenontginningsgebied met kenmerkende

omringd. Tanthof kent twee delen, Tanthof-

smalle slagenverkaveling en boerderijen

12

Overzicht van de wijk met de locatie Vietnampad omcirkeld

aan een lint. De boerderijen lagen zowel

veenontginning. Daarnaast vormt de meer

direct aan het lint als op een kleine afstand

natuurlijke landschappelijke structuur van

daarvan. De veenpolder had de naam

de stroomruggen van veenstroompjes een

Abtwouder polder en het bebouwingslint is

kenmerkend element in het gebied. De wijk

nog steeds herkenbaar als de Abtswoude.

was ten tijde van het ontwerp en de aanleg

De naam Tanthof is ontleend aan de kade

zeer vernieuwend. Kenmerkend zijn de

(lage dijk) die ten westen van de wijk

kleinschalige structuren van woonerven en

liep, genaamd ‘Tanthofse dijk’. De kade is

de voorzieningenclusters in de wijk.

ook in het huidige landschap nog deels herkenbaar. De kade vormde een belangrijk landschapselement in het landschap van de

13

HI S TORI SCHE ONT WIKKE LING VA N V E E NGE B IE D N A A R WOO NWI J K

1815

1850 Bron: www.topotijdreis.nl

14

1900

1 93 0

15

1 9 70

1982 Bron: www.topotijdreis.nl

16

2000

2 01 8

17

De ruimtelijke kenmerken van Tanthof in de huidige situatie Het oostelijk en westelijk deel van Tanthof worden van elkaar gescheiden door het historische lint Abtswoude. De enige ruimtelijke verbinding tussen de delen wordt gevormd door verbindingen voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers. Het lint Abtswoude vormt de ruggengraat van de wijk en is in het ontwerp van de woonwijk gerespecteerd en behouden als dragende structuur. Kenmerkend is het groene karakter, de slootjes, wilgenbeplanting en de boeren-erven met enkele oude boerderijen aan het lint die deels nog bestaan. Rond sommige erven is de verkaveling van het landschap van de veenontginning nog duidelijk zichtbaar door de kleinschalig graspercelen die als eilandjes omgeven door sloten in het gebied liggen.

18

Historisch lint Abtswoude met nog herkenbare erfstructuur

19

Landschappelijke ondergrond herkenbaar slagenlandschap en stroomrug

20

Het verkavelingspatroon met lange smalle strokenverkaveling en sloten vormde ook voor de rest van de wijk een belangrijk uitgangspunt. De sloten zijn nog op meerdere plekken zichtbaar en liggen deels parallel aan de wegen en wijkgroenstructuren. Daarnaast is ook het patroon van de stroomrug nog herkenbaar in de wijk, in de vorm van een lange slingerende groenstructuur die door beide delen van de wijk van zuid-west naar noord-oost loopt. Via deze groenstructuur kunnen ook routes richting het noorden en centrum van de stad worden bereikt. Een andere dragende groenstructuur wordt gevormd door het landschap van Midden-Delfland dat langs de Abtswoude vanuit het grote open landschap in het zuiden tot in het hart van de wijk komt. Dit zorgt ervoor dat groengebieden van verschillende schaalniveaus in de wijk voorkomen en aaneengeregen worden, waardoor de wijk een zeer groen karakter heeft.

21

De beide delen van Tanthof verschillen in opzet duidelijk van elkaar. Het eerst aangelegde deel, Tanthof-Oost, kenmerkt zich door diverse woonbuurten van kleinschalige opzet. Binnen de woonbuurten vind je kleine korte straten die veelal op een woonerf eindigen. Tanthof-West is iets grootschaliger in de stedenbouwkundige opzet. De typologie van woonerven komt ook hier deels voor, maar een patroon van lange rechte straten met daarlangs de bebouwing is de meest dominante typologie. Over de gehele wijk gezien komt er in Tanthof een veelheid aan verschillende woningtypen voor met een mix van architectuurstijlen. De bouwhoogte in beide delen van de wijk is redelijk eenduidig met veelal twee lagen met een kap of plaatselijk drie lagen. Hogere bebouwing is uitzonderlijk voor de wijk en komt alleen voor in de vorm van kantoorpanden aan de Kruithuisweg en een appartementengebouw in het zuiden van de wijk aan de Abtswoude.

22

Dragende groenstructuur langs lint van groot naar klein - verweving stad en land

23

Ontsluiting en verbindingen van Tanthof in de huidige situatie De verschillen tussen oost en west komen ook in de ontsluiting terug. Tanthof-Oost heeft een auto-ontsluiting in de vorm van ‘inprikkers’ die vanuit de randen van de wijk de diverse buurten ontsluiten. Een doorgaande autoverbinding is er niet. In Tanthof-West is juist een rondweg voor auto’s aangelegd die als een lus door de wijk heen gaat. Het lint Abtswoude is niet in gebruik als hoofdontsluiting. Door het krappe profiel is de weg daar niet voor geschikt. Wel wordt de route voor sluipverkeer gebruikt. Tanthof is goed ontsloten voor het openbaar vervoer. In Oost is dit een busbaan die uiteindelijk de Abtswoude oversteekt en bij het tramstation in West stopt. Vanaf dit tramstation leidt een tramlijn door West richting het noorden van de stad. Voor beide wijkdelen geldt ten slotte dat er een zeer fijnmazig netwerk van fiets- en wandelpaden te vinden is. Dit netwerk ontsluit alle woonbuurten binnen de wijkdelen, maar verbindt ook de beide wijkdelen op meerdere plekken met elkaar.

WE S T

24

Oost en west herkenbare stedenbouwkundige structuren

OOS T

25

H OOFDO NT S LU ITING AUTOV E R K E E R

Hoofdontsluiting autoverkeer

26

H OOFDO NT S LU ITING OPE N BA A R V E RVO E R (TR A M E N BUS)

Hoofdontsluiting tram (gestippeld) en bus

27

RUIMTE LI JKE ANALYS E LO C ATIE- NIV E AU

Vanuit de hiervoor beschreven brede analyse

die door bewoners gewaardeerd worden.

van de wijk als geheel zoomen we nu in op

Deze elementen worden gemarkeerd

de specifieke locatie van de massastudie

met een ‘+’. Daarnaast laten we zien welke

voor het Vietnampad. Basis hiervoor is een

elementen bewoners als aandachtspunten

rondwandeling met omwonenden geweest

of non-kwaliteiten zien. Deze elementen zijn

die tijdens de wandeling de kwaliteiten en

gewaardeerd met een ‘!’. Deze analyse omvat

aandachtspunten van de locatie hebben

de gehele input zoals door de bewoners

benoemd. Dit gaat dus met name in op hoe

meegeven tijdens de wandeling. Dat wil

de locatie als woonomgeving wordt ervaren.

niet zeggen dat de lijst uitputtend is, maar

Door middel van foto’s doen we verslag van

desalniettemin geeft de input een zeer

de elementen en kenmerken van de locatie

compleet beeld.

28

Input door omwonenden na rondwandeling

29

IN G E B R ACHTE K WA LITE ITE N HU ID I G E S ITUATIE E N A A N DACHT S PU NTE N (KO R T B E E LDV E R S L AG) + structuur van de wijk van grof naar fijn +

+ openheid, onderdeel ‘groene vinger’ Midden Delfland +

+ multifunctioneel park voor verschillende mensen en clubs +

+ lucht en ruimte +

30

+ laagdrempelige (gratis) voorzieningen in het groen +

+ plek van ontmoeting en verbinding, voor jong en oud +

+ uitloopgebied voor de stad +

+ toegankelijkheid buitengebied via paden +

31

+ koe in de wijk +

+ biodiversiteit en natuur +

+ stadsecologie waardevol voor hele wijk +

32

+ boerderijterp (archeologie) in lus tram? +

+ nu relatief rustig qua verkeer (huidige situatie) +

33

+ historisch lint met erven +

! lage ligging park-deel (wateroverlast), noodzaak waterberging !

34

! sluipverkeer bij openstellen busbaan voor autoverkeer !

! rol HOV-baan in de toekomst (past niet met autoverkeer) !

! hoe kom je van oost naar west !

! verkeersdruk Abtswoude !

35

! wat gebeurt er met groene plekken in relatie tot parkeren !

! verkeersdruk en parkeerdruk !

! breedte straatprofielen (woonstraten) in relatie tot ontsluiting locatie !

36

! veiligheid fietsers en voetgangers i.r.t. toekomstig verkeer !

! ruimtebeslag, gevolgen van concentratie alle scholen op één plek !

37

38

SA M E N VAT TING K WA LITE ITE N E N A A NDACHT S PU NTE N VA N U IT RO NDWA ND E LING V IE TN A MPA D

Kwaliteiten:

Aandachtspunten:

• •

• • • •

structuur van de wijk van grof naar fijn laagdrempelige (gratis) voorzieningen in het groen

• • •

biodiversiteit en natuur koe in de wijk

• •

multifunctioneel park voor verschillende plek van ontmoeting en verbinding, voor

• • •

openheid, onderdeel ‘groene vinger’ Midden Delfland, breed gedragen

• • • • •

toegankelijkheid buitengebied via paden

rol HOV-baan in de toekomst (past niet wateroverlast en noodzaak waterberging breedte straatprofielen (woonstraten) in archeologische waarde? ruimtebeslag t.o.v. locatie oorspronkelijke stedenbouwkundige plan (Sjoerd Kuipers)

•

uitloopgebied voor de stad boerderijterp (archeologie) in lus tram?

gevolgen van concentratie alle scholen op één plek

•

stadsecologie waardevol voor hele wijk nu relatief rustig qua verkeer (huidige

sluipverkeer bij openstellen busbaan voor autoverkeer

• • • •

situatie)

•

parkeerdruk

relatie tot ontsluiting locatie

jong en oud

•

verkeersdruk

met autoverkeer)

mensen en clubs

•

lage ligging park-deel (wateroverlast)

lucht en ruimte

hoe kom je van oost naar west? verkeersdruk Abtswoude veiligheid fietsers en voetgangers wat gebeurt er met groene plekken in relatie tot parkeren?

39

L ANDSCHAPPE LI JKE E N S TE DE NBOUWKUNDIGE S TUDIE

Ingezoomde kaart van de wijk met daarop gestippeld het plangebied van de locatie Vietnampad

40

De derde stap in de analyse is een landschappelijke en stedenbouwkundige analyse, ingezoomd op de locatie. Hierin benoemen we de huidige kenmerken van de locatie. We sluiten dit onderdeel vervolgens af met een overzicht van de belangrijkste landschappelijke en stedenbouwkundige elementen van de locatie die input en houvast geven voor de modellenstudie. De locatie ligt in het zuiden van de wijk, in de nabijheid van het lint Abtswoude. Kenmerkend is de ervaring van een grote mate van openheid, rust, ruimte en een sterk groen en landschappelijk karakter. Dit wordt versterkt door de leesbare verkaveling van de veenontginning die is aangezet met sloten en bomenrijen. Daarnaast is het lint Abtswoude, met nog zichtbaar enkele erven en boerderijen een ruimtelijke drager aan de oostrand van de locatie.

41

FU N C TIE S

Diversiteit aan functies rondom de locatie Op en rond de locatie past het huidige

naar de wei te brengen, alsmede ook door

ruimtegebruik naadloos bij het

wandelaars. Via deze wandelroute ligt het

landschappelijke karakter. In de park-achtige

landschap van Midden-Delfland binnen

omgeving is ruimte voor natuur, water,

handbereik.

wandelen, water en ontspanning. Daarnaast

In het westelijk deel van de locatie ligt het

liggen in het oostelijke deel van de locatie

tram/busstation. Hier komt de busbaan

sportvelden. Vanuit het parkachtige deel

vanuit het oosten aan die door het

leidt een wandelroute (‘koeienpad’) richting

parkgebied loopt en eindigt ter hoogte

het zuiden, naar het open landschap. Dit pad

van de keerlus van de tram. Het station

wordt door de boerderij direct ten noord-

zelf is ruim opgezet en kenmerkt zich door

oosten van de locatie gebruikt om de koeien

veel verharding. De keerlus van de tram

42

sport

openbaar vervoer

park en natuur

buitengebied / agrarisch

ligt juist in het groen en slingert rond een

kleine clusters van parkeervakken voor.

kenmerkende groep bomen heen.

Fietsers en voetgangers kunnen de locatie

De locatie kan momenteel niet worden

wel doorkruisen en hebben hiervoor

doorkruist door autoverkeer omdat hier in

meerdere routes tot hun beschikking. Deze

de oorspronkelijke opzet van de wijk niet in

lopen zowel in oost-west als noord-zuid

was voorzien. Het autoverkeer kan vanuit de

richting.

woonstraten tot bijna aan de rand van de locatie komen. Deze straten hebben een smal profiel en passen binnen de kleinschalige opzet van de wijk. Langs de straten komen

43

B E R E IK BA A R H E ID OPE N BA A R V E RVO E R

Bereikbaarheid locatie tram (rood) en bus (paars)

44

B E R E IK BA A R H E ID AUTO E N PA R K E R E N

Bereikbaarheid van de locatie met de auto

45

B E R E IK BA A R H E ID F IE T S E R S

Bereikbaarheid locatie met de fiets

46

B E R E IK BA A R H E ID VOE TGA NGE R S

Bereikbaarheid van de locatie als voetganger

47

M A S SA E N RU IMTE

De openheid van de locatie

48

beslotenheid (massa)

openheid (ruimte)

openheid (ruimte)

49

Z ICHTR E L ATIE S De openheid van de locatie is niet alleen in het midden van de plek goed beleefbaar, maar ook vanaf de randen. Vanuit de woningen is direct zicht op de plek en worden lange zichtlijnen het gebied in geboden. De bomenrijen die in oost-westrichting het gebied doorkruisen filteren dit zicht enigszins. Opvallend is dat vanaf ver weg de locatie goed zichtbaar is, met zichten vanaf soms wel ruim 200 meter.

Zichtlijnen vanaf en richting de locatie

50

direct zicht

direct zicht

direct zicht

51

RU IMTE LI J K E H OO FDS TRUC TU U R Samengevat zijn de volgende kenmerken van belang voor houvast en als uitgangspunten bij de modellenstudie.

•

lint Abtswoude als dragende structuur met erven en boerderijen;

•

leesbare dragende landschapsstructuur van strokenverkaveling met kenmerkende rechte strokenverkaveling, sloten en bomenrijen;

•

openheid en groene karakter van het gebied;

•

mix van functies in het gebied binnen de parkachtige sfeer;

•

de nabijheid van de bebouwing en de directe zichtrelaties vanuit woningen naar het gebied.

•

het volwassen bomencluster in de tramlus

lint Abtswoude met erven

dragende groenstructuren

slotenstructuur en open weides

besloten boomstructuur rond lus

nabijheid en zicht bebouwing

52

Belangrijke kenmerken van de locatie

53

PROGR AMMA VAN EISEN

NATUURINCLUS IE F BOUWE N Als uitgangspunt voor de massastudie is de uitdrukkelijke wens meegegeven om natuurinclusief te bouwen. Om duidelijk te maken hoe dit in de massastudie is meegenomen, omschrijven we hieronder in het kort een definitie die is aangehouden bij het uitvoeren van de studie. Omdat deze definitie invloed heeft op de wijze waarop je tegen een massa op deze plek aan kijkt, zien we het als een sturende factor en onderdeel van het programma van eisen. Natuurinclusief bouwen valt vanuit onze visie uiteen in twee belangrijke elementen:

1. maatregelen op gebouwniveau

2. maatregelen en principes op landscappelijk en stedenbouwkundig niveau

56

1 . M A ATR EGE LE N E N PR INCIPE S O P G E BOUWNI V E AU Hieronder verstaan we de meer bekende en gangbare maatregelen voor natuurinclusief bouwen. Denk hierbij aan het installeren van nestvoorzieningen in de gevel van een gebouw, groene daken en/of gevels, het creëren van schuil- en overwinteringsplekken voor dieren etc. Deze maatregelen vinden direct op, in of aan het gebouw plaats. Alhoewel een groene gevel ruimtelijk wel een effect heeft, hebben de andere genoemde voorbeelden van maatregelen niet tot nauwelijks ruimtelijk effect. Ze beïnvloeden de omvang of het gezicht van een massa in de omgeving niet. Dit staat los van de vraag of de maatregelen al dan niet moeten worden toegepast. We denken dat, afgezien van het feit dat het voor de stedenbouwkundige studie nauwelijks effect heeft, het wel heel waardevol en noodzakelijk is deze maatregelen toe te passen in de uitwerking van een gebouw.

2 . M A ATR EGE LE N E N PR INCIPE S O P L A N DSCH A PPE LI J K E N S TE DE NBOUWKU ND I G NI V E AU Hieronder verstaan we het in beeld brengen en waarderen van de landschappelijke en natuurlijke kenmerken van een plek zoals die nu is. Daarbij kijken we welke ruimtelijke elementen al aanwezig zijn, denk aan bomenrijen, bossages, waterpartijen, struweelzones, weides etc. Door aan de hand van een analyse (zie eerdere hoofdstukken) in beeld te brengen welke elementen al aanwezig zijn wordt duidelijk welk ‘vitaal natuurlijk kapitaal’ een plek heeft. De precieze ecologische waarden dienen door een deskundige te worden vastgesteld. Echter, naast de ecologische waarde van bomenrijen, waterpartijen etc. hebben dergelijke elementen ook een grote belevingswaarde en gebruikswaarde voor direct aanwonenden en de wijk als geheel. Natuurinclusief bouwen gaat in die zin dan ook verder dan het bieden van een habitat voor flora en fauna, maar raakt ook aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving voor bewoners en bezoekers. Als het gaat om het omgaan met bestaand vitaal natuurlijk kapitaal, dan heeft dit nadrukkelijk wel invloed op de stedenbouwkundige en landschappelijke invulling van een plek met nieuwe bebouwing.

Denk hierbij aan het inzetten van bestaande landschapselementen om een gebouwmassa visueel te verzachten, of aan de functie van groen als buffer tussen een nieuwe gebouwmassa en bestaande bebouwing. Een ander voorbeeld is de mate waarin bestaand vitaal natuurlijk kapitaal al dan niet behouden kan blijven bij de inpassing van een nieuwe gebouwmassa. De aanwezigheid en inzet en / of behoud van bestaande landschapselementen beïnvloedt de omvang of het gezicht van een massa in de omgeving dus wel. Binnen de modellenstudie wordt vanuit deze tweede definitie het meest geredeneerd vanwege de te verwachten impact en relatie op de massamodellen en stedenbouwkundige en landschappelijke context.

57

PROGR AMMA VAN E I S E N SCHOLE NCLUS TE R Het aantal leerlingen is sterk gedaald de afgelopen decennia, waardoor er sprake is van leegstand bij de basisscholen. De schoolbesturen hebben in 2014 besloten om het aantal basisscholen in de wijk terug te brengen van van 6 naar 3. Daarnaast hebben zij, samen met de gemeente, een voorkeur voor een nieuwe gezamenlijke centrale locatie. Het nieuwe scholencluster bestaat uit de volgende functies:

school 1 school 2 school 3 bso & peuterwerk buitenbergingen gymzalen schoolpleinen parkeerplaatsen auto’s fietsenstallingen

Uitgangspunt voor het gebouwvolume in de massastudie is het Concept Programma van Eisen dat is opgesteld door NoLabel dd. februari 2020. Hierin worden de ruimtelijke en functionele uitgangspunten voor het gebouw en de schoolpleinen omschreven. Uitgangspunt voor het aantal parkeerplaatsen voor auto’s in de massastudie is de notitie verkeer van de Gemeente Delft. Uitgangspunt voor het aantal fietsparkeerplaatsen in de massastudie is het PlanUitwerkingsKader van de gemeente Delft dd. 31 mei 2018.

58

G E BOUW

SCH OO LPLE IN

buitenberging 75 m2 gymzaal 1384 m2

school 1 1959 m2* pw &bso 360 m2

school 1 600 m2

peuterwerk & bso 693 m2 school 1 600 m2

school 1 600 m2 school 2 1959 m2*

school 3 1959 m2*

* waarvan 404 m2 per school gemeenschappelijk - overige kinderopvang elders in de wijk oppervlaktes volgens PvE No Label dd. februari 2020

PA R K E R E N AUTO ’ S

PA R K E R E N F IE T S E N

124

6 93

parkeerplaatsen auto’s waarvan 90 kiss & rideplaatsen

parkeerplaatsen fietsen

aantallen volgens notitie verkeer gemeente

aantallen volgens PUK dd. 31 mei 2018

59

PROGR AMMATI SCHE UITGANG S PUNTE N GE BOUW E N SCHOOLPLE IN Er zijn verschillende manieren om de verschillende functies (school, bso & peuterwerk, gemeenschappelijke ruimten) ten opzichte van elkaar te organiseren. Hieronder worden een aantal opties benoemd.

O P TIE A (geen voorkeur) In dit model liggen alle functies op een rij. Slechts twee functies grenzen direct aan de gemeenschappelijke ruimten. De buitenste functies kunnen gebruik maken van de gemeenschappelijke ruimten, maar zullen door een andere school moeten lopen om deze te bereiken.

O P TIE B (geen voorkeur) In dit model liggen alle functies rondom een centrale buitenruimte. Slechts twee functies grenzen direct aan de gemeenschappelijke ruimten. De buitenste functies kunnen gebruik maken van de gemeenschappelijke ruimten, maar zullen door een andere school moeten lopen om deze te bereiken.

O P TIE C (voorkeur) In dit model grenzen alle functies aan de gemeenschappelijke ruimten.

60

FUNC TIO N A LITE IT G E BOUW In het nieuwe scholencluster moeten alle gebruikers een eigen herkenbaar deel van het gebouw krijgen met een eigen entree en eigen identiteit. Daarnaast zijn er ruimten die gemeenschappelijk worden gebruikt. Deze ruimten moeten zo gesitueerd worden dat ze door alle gebruikers eenvoudig kunnen worden gebruikt. De gymzaal moet separaat gebruikt kunnen worden. Dit leidt tot een model met een gemeenschappelijk hart met rondom de verschillende scholen, BSO & peuterwerk en de gymzaal. Dit model (optie C) is als uitgangspunt genomen in de massastudie.

O P TIE C 1 sportvoorziening in schoolgebouw

O P TIE C 2 sportvoorziening elders in de wijk

school 1 school 2 school 3 bso & peuterwerk algemene ruimten gymzalen

61

G E BOUWPRO GR A M M A E N SCHOO LPLE IN O P LO C ATIE Onderstaande afbeelding geeft het volledige programma voor het gebouw en schoolplein op de locatie weer. Dit is nog geen massamodel, maar het schema laat puur de omvang van het programma in verhouding tot de kavel zien. De kavel inclusief keerlus wordt volledig gebruikt en er blijft geen ruimte over voor het inpassen van parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen. Om de footprint van het gebouw te beperken zal er programma op de verdieping moeten komen.

schoolplein gebouw (volledige programma op begane grond)

Schematische weergave ruimtebeslag op maaiveld volgens PvE (geen gebouwvorm) school 1 school 2 school 3 bso & peuterwerk buitenbergingen gymzalen

62

U ITGA N G S PUNTE N GE BOUWHOO G TE Omdat de oppervlakte van de kavel beperkt is is het niet haalbaar om een eenlaags-gebouw te maken. De scholen hebben vanwege functionaliteit en veiligheid de voorkeur voor een schoolgebouw van maximaal twee lagen hoog. Dit sluit ook goed aan op de overige bebouwing in de wijk. Daarom is er bij de modellenstudie uitgegaan van een twee-laags gebouw met een deel van het schoolprogramma op de verdieping. De verdeling tussen programma op de begane grond en verdieping komt uit het Concept Programma van Eisen

school 1 school 2 school 3 bso & peuterwerk buitenbergingen gymzalen schoolpleinen

63

verdieping

begane grond

dat is opgesteld door NoLabel dd. februari 2020.

G E BOUWPRO GR A M M A E N SCHOO LPLE IN M E T GY MZ A A L Omdat de footprint van het gebouw en daarmee de impact op de omgeving groot blijft ten opzichte van de kavel, worden er in de massastudie modellen onderzocht met en zonder gymzaal. Onderstaande afbeelding geeft inzicht in de footprint van het programma ten opzichte van de kavel, met op de begane grond de gymzaal, peuterwerk & bso, buitenbergingen en 50% van de scholen. De overige 50% van de scholen bevindt zich op de verdieping. Dit is nog geen massamodel maar laat puur de verhouding tussen programma en kavel zien.

schoolplein gebouw

Schematische weergave ruimtebeslag op maaiveld volgens PvE (geen gebouwvorm) school 1 school 2 school 3 bso & peuterwerk buitenbergingen gymzalen

64

G E BOUWPRO GR A M M A E N SCHOO LPLE IN ZON DE R GY MZ A A L Indien de gymzaal elders in de wijk komt kan de footprint van het gebouw en de daarmee impact op de omgeving worden verkleind. Onderstaande afbeelding geeft inzicht in de footprint van het programma met op de begane grond peuterwerk & bso, buitenbergingen en 50% van de scholen. De overige 50% van de scholen bevindt zich op de verdieping. Dit is nog geen massamodel maar laat puur de verhouding tussen programma en kavel zien.

schoolplein gebouw

Schematische weergave ruimtebeslag op maaiveld volgens PvE (geen gebouwvorm) school 1 school 2 school 3 bso & peuterwerk buitenbergingen gymzalen

65

BOUWS TE NE N GE BOUW M A S SA S TU D IE De verdeling tussen programma op de begane grond en verdieping komt uit het Concept Programma van Eisen dat is opgesteld door NoLabel dd. februari 2020. Dit heeft geleid tot de volgende bouwstenen voor de massastudie.

school 1 begane grond: 695 m2 * verdieping: 860 m2 * school 2 begane grond: 826 m2 * verdieping: 729 m2 * school 3 begane grond: 619 m2 * verdieping: 939 m2 * peuterwerk & bso begane grond: 693 m2

algemeen 1212 m2 **

gymzaal 1384 m2 ***

buitenbergingen 75 m2

* exclusief 404 m2 per school aan algemene voorzieningen ** er is geen rekening gehouden met vides *** de gymzalen hebben een dubbele verdiepingshoogte

66

U ITGA NG S PUNTE N G E BOUWS TRUC TU U R Om een realistisch beeld te geven van een haalbare en functionele gebouwmassa zijn we uitgegaan van een gangbare en flexibele gebouwstructuur voor scholen, gebaseerd op een stramien van 7,5 meter. Binnen deze gebouwstructuur is het mogelijk om met traditionele lokalen en gangen te werken, maar ook met open lokalen en werk- en speelpleinen. Daarnaast is het mogelijk om binnen deze structuur voldoende daglicht en uitzicht te realiseren. Onderstaande gebouwdiktes zijn als uitgangspunt gebruikt bij het maken van de modellenstudie.

gebouwdikte bij dubbelzijdige bebouwing (3 x 7,5 meter)

7,5 meter

lokaal

gang 7,5 meter

voorzieningen

werk-/speelplein

gang

7,5 meter

lokaal

gebouwdikte bij enkelzijdige bebouwing (2 x 7,5 meter)

7,5 meter

lokaal

gang 7,5 meter

werk-/speelplein

voorzieningen

67

PROGR AMMATI SCHE UITGANG S PUNTE N PARKE RE N U ITGA N G S PUNTE N PA R K E E R PRO G R A MM A K I S S & R IDE L A N G S PA R K E R E N Ten aanzien van het ruimtebeslag voor het programma van parkeervoorzieningen zijn eveneens een aantal uitgangspunten gehanteerd. Voor kiss&ride voorzieningen is uitgegaan van een voorziening voor kortparkeren in de opstelling van zogeheten langsparkeren / fileparkeren. Conform de richtlijnen van het CROW heeft langsparkeren als groot voordeel dat dit voor een goede overzichtelijkheid zorgt. Dit past goed bij de hoge intensiteit van verkeer in de spits op de kiss & ride. Het ruimtebeslag bij langsparkeren is wel groter dan bij bijvoorbeeld haaksparkeren. Echter is allereerst van de meest comfortabele situatie uitgegaan. In onderstaand schema wordt weergegeven hoe een dergelijke voorziening eruit zou kunnen zien. Hierbij benadrukken we dat de precieze uitwerking heel erg afhangt van de lokale context. Zo kan het bijvoorbeeld zo zijn dat de in onderstaand schema getekende bochten / bochtstralen aan weerszijde van de parkeervoorziening niet nodig zijn, omdat wordt aangesloten op een bestaande voorziening of een weg. Het benodigde oppervlak wordt dan kleiner. Naast onderstaande layout zijn ook andere opstellingen zoals haaksparkeren of schuinparkeren mogelijk, maar deze hebben andere ruimtelijke kenmerken en mate van overzichtelijkheid.

Voor het ruimtebeslag van haaksparkeren zou het ruimtebeslag van de parkeervakken op eenzelfde manier worden opgebouwd als in het schema op de pagina hiernaast. Deze schema’s gaan nog niet in op eventueel dubbelgebruik van parkeervoorzieningen voor schoolpleinfuncties of het verdelen van het geschetste oppervlak over meerdere voorzieningen. Ook wordt het openlaten van enkele vakken voor bijvoorbeeld groen of bomen in onderstaande schema’s nog niet meegenomen.

520 m2

520 m2 2.673 m2

68

De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd om een comfortabele en veilige situatie voor de kiss & ride te creëren:

• • • • • • •

90 plekken langsparkeren per vak 2,5 x 6m tussenrijbaan van 2,5m breed voetpad/uitstapstrook van 2m breed bochtstraal ontsluiting R=6 uitgaande van éénrichtingsverkeer

U ITGA N G S PU NTE N PA R K E E R PRO G R A M M A PA R K E R E N Voor het parkeren van het personeel is uitgegaan van haaksparkeren. In tegenstelling tot bij de kiss & ride is hier niet voor langsparkeren uitgegaan. Dit omdat we er vanuit gaan dat het aantal verkeersbewegingen bij het personeel in de spits veel beperkter zal zijn dan bij de kiss&ride. Ook hierbij benadrukken we dat de precieze uitwerking heel erg afhangt van de lokale context. Het daadwerkelijk benodigde oppervlak kan daardoor wat kleiner zijn.

1.490 m2

1.490 m2

De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd om een comfortabele en veilige situatie te creëren:

• • • • • • •

34 plekken haaksparkeren per vak 2,5 x 5,5m tussenrijbaan van 6m breed rijbaan voetpad/uitstapstrook bochtstraal ontsluiting R=6 uitgaande van tweerichtingsverkeer

69

U ITGA N G S PUNTE N PA R K E E R PRO G R A MM A F IE T S E N Voor het fietsparkeren is uitgegaan van een comfortabele opstelling waarbij vakken van 50cm breed worden gehanteerd als ruimtebeslag. Dit zorgt ervoor dat fietsen met bijvoorbeeld kratten ook goed in de stalling kunnen worden geplaatst. Tussen de vakken is rekening gehouden met een voldoende ruim pad voor de ontsluiting. Het realiseren van ruimte voor groen of bomen is nog niet in onderstaande schema’s opgenomen. De schema’s laten sec het ruimtebeslag zien.

LEERLINGEN

1.230 m2

• • •

651 plekken per vak 2 x 0,5m tussenpad van 2,5m breed

PERSONEEL

95 m2

• • •

42 plekken per vak 2 x 0,5m tussenpad van 2,5m breed

70

PA R K E E R PRO G R A M M A T.O.V. LO C ATIE

K&R

Fietsparkeren leerlingen

90 plekken

651 plekken

Parkeren

Fietsparkeren personeel

34 plekken

42 plekken

71

TOTA LE PRO GR A M M A OP LO C ATIE

Totale gebouwprogramma 8.029 m2

K&R 90 plekken

Programma schoolpleinen 2.160 m2

Fietsparkeren leerlingen 651 plekken

72

Parkeren 34 plekken

Fietsparkeren personeel 42 plekken

SA M E N VAT TING U ITGA N G S PU NTE N VOO R M OD E LLE N S TUD IE

• •

Uitgangspunt is een tweelaags gebouw; Uitgangspunt is een gebouw met een gemeenschappelijk hart met daar omheen de verschillende scholen, BSO & peuterwerk en de gymzaal;

•

De verschillende scholen, BSO & peuterwerk en de gymzaal hebben elk een eigen entree, schoolplein en fietsenstalling;

• •

Er is geen ruimte voor vides in het gebouw meegenomen; De kavel met huidige keerlus van de tram wordt in de modellenstudie meegenomen, maar mag niet worden bebouwd. De keerlus is nog tot 2024 in gebruik door HTM. Daarna kan deze vervangen worden door een tailtrack;

•

Het Iqbal Mashipad wordt opgeschoven en in het verlengde van het ‘koeienpad’ geplaatst. Dit gaat ten koste van een deel van de sportvelden;

•

Het overige deel van de sportvelden blijft behouden.

73

MODE LLE N S TUDIE

MODE LLE N S TUDIE De locatie die is onderzocht bestaat uit twee kavels: kavel 1: beschikbare kavel voor gebouw kavel 2: kavel huidige keerlus tram De keerlus van de tram wordt op termijn vervangen 2

1

door een tailtrack. In de modellenstudie is uitgegaan van een tailtrack voor de tram en daar omheen een nieuw busstation met twee haltes en mogelijkheid voor draaien van de bussen. Er is een weergave gedaan van het globale ruimtebeslag. Nadere toets door een deskundige is nodig om de voorgestelde indeling voor tram en bus te toetsen op haalbaarheid en praktische werkbaarheid. Het is dus

niet definitief te zeggen of dit kan, daar is extra expertise voor nodig. Er is geen rekening gehouden met eventuele specifieke eisen (bijvoorbeeld veiligheid en geluid) met betrekking tot de combinatie school en tram(halte). Belangrijke studievragen voor de modellenstudie zijn:

• • • • • • • • •

hoe zit de massa in elkaar en hoe groot is het totaal? past de massa op de locatie? wat wordt de impact van de massa op het groen en de woningen? waar wordt de buitenruimte van de school ingepast? wat wordt de impact van ontsluiting en parkeren op het groen? hoe kan waterberging worden opgelost? hoe kan de massa landschappelijk worden ingepast? welke mogelijkheden zijn er voor natuurinclusief bouwen? wat wordt de impact op verkeers- en parkeerdruk? > specialistische studie vereist

Op basis van de analyse, uitgangspunten en opgaven zijn diverse modellen onderzocht en is gebleken dat het gevraagde programma fors is ten opzichte van de beschikbare kavel. Daarom zijn er ook modellen onderzocht waarbij de gymzaal en BSO & peuterwerk elders in de wijk worden gerealiseerd. Dit heeft geleid tot drie modellen die een goed beeld geven van de mogelijkheden, aandachtspunten, knelpunten en ruimtelijke impact op de locatie en zijn omgeving. De modellen zijn nadrukkelijk geen stedenbouwkundig, landschappelijk of architectonisch ontwerp, maar zijn een middel om de impact van een school op deze locatie inzichtelijk te kunnen maken, het gesprek hierover te kunnen hebben met verschillende belanghebbenden en om afwegingen te kunnen maken.

76

M OD E L 1

Scholencluster met scholen, gymzaal

M OD E L 2

Scholencluster met scholen en bso &

en bso & peuterwerk op locatie

peuterwerk op locatie Gymzaal elders in de wijk

M OD E L 3

Scholencluster met scholen op locatie Gymzaal elders in de wijk Bso & peuterwerk elders in de wijk

77

MODEL 1 SCH OLE NCLUS TE R M E T SCHO LE N , GY MZ A A L E N B SO & PEUTE RWE R K O P LO C ATIE

Bij model 1 zijn alle functies op de locatie ondergebracht. Hierbij is bijna de gehele oppervlakte van kavel 1 nodig voor het programma van het gebouw. Het Iqbal Mashipad wordt opgeschoven en in het verlengde van het koeienpad geplaatst ten koste van een deel van de sportvelden. De bebouwing komt op de keerlus en er is nauwelijks ruimte voor de inpassing van fietsenstallingen en schoolpleinen op het maaiveld. De K&R-zone wordt ook als schoolplein gebruikt. De bebouwing oogt vanuit alle kanten uit de omgeving erg massaal. Voor beide wijkdelen wordt een parkeer/ kiss & ride-zone gerealiseerd. Er is onvoldoende ruimte om het gevraagde aantal parkeerplaatsen voor auto’s te realiseren. Dit model heeft een grote ruimtelijke impact waarbij er geen optimalisaties zijn om het programma compacter in te passen, tenzij hier concessies in worden gedaan.

78

school 1 school 2 school 3 bso & peuterwerk algemene ruimten gymzalen

79

MODEL 1 SCH OLE NCLUS TE R M E T SCHO LE N , GY MZ A A L E N B SO & PEUTE RWE R K O P LO C ATIE

schoolplein 3 x 600 m2

buitenruimte BSO 375 m2 op dak

tailtrack tram

schoolplein

busstation

fietsenstalling (690 plaatsen)

K&R (70 + 16 plaatsen)

gebouw

80

UITGANGSPUNTEN • De keerlus van de tram verdwijnt en wordt vervangen door een tailtrack. • Kavel 2 met de keerlus wordt niet bebouwd, maar kan wel gebruikt worden als schoolplein of K&R-zone. • Er wordt uitgegaan van maximaal twee bouwlagen. • Er is en blijft geen autoverbinding tussen beide wijkdelen. • Geen ondergrondse bebouwing. • De K&R-zone kan buiten haal- en brengtijden worden gebruikt als schoolplein. KNELPUNTEN / AANDACHTSPUNTEN / ONMOGELIJKHEDEN / GEVOLGEN • Voorstel alleen mogelijk als keerlus kan worden bebouwd. • Omdat de keerlus van de trambaan nog tot 2024 in gebruik is als keerlus kan kavel 2 niet op korte termijn bebouwd worden. Daarnaast beschikt deze kavel over een aantal volgroeide bomen en heeft het de voorkeur om deze te behouden. Uitgangspunt is dus om kavel 2 niet te bebouwen, maar wel te onderzoeken of deze kavel gebruikt kan worden voor parkeren, kiss & ride-zone of schoolplein. • De knip in de autoverbinding tussen beiden wijkdelen verschuift waarbij auto’s vanuit Tanthof Oost de Abtswoude gaan kruisen. • Het Iqbal Mashipad moet worden opgeschoven. • Voorstel gaat uit van reorganisatie van zowel bus- als tramstation. • Reorganisatie van het bus en tramstation biedt alleen wat meer ruimte voor het buitenruimteprogramma. Er ontstaan door de reorganisatie geen extra mogelijkheden of modellen voor de bouwmassa volgens het PvE..

• Het is onmogelijk om het totale gebouwprogramma volgens de funtionele en ruimtelijke wensen van het programma van eisen op kavel 1 in te passen. • Langs de busbaan (oostzijde) kan K&R ruimtelijk gezien worden ingepast, hierbij moet wel een aparte rijbaan worden gemaakt, direct parkeren vanaf de busbaan lijkt niet wenseljik. Voor nu is er ruimte voor 16 K&R plekken. Hiervoor dient wel de sloot weggehaald/opgeschoven te worden. Het is de vraag of dat wel kan. Deze zone wordt dan vanaf de busbaan ontsloten. • Ter plaatse van de oude keerlus van de tram is ruimte voor het tweede K&R terrein (westzijde) met ca 70 plekken, ontsloten vanaf de Gandhilaan. Om dit te realiseren is ook de groenstrook tussen busstation en de sloot nodig. • Gevolg is ook dat er een aangesloten grote verharde ruimte ontstaat doordat busstation, tramhalte en K&R tegen elkaar aan komen te liggen. Behoud van de grote bomen in de keerlus is dan ook essentieel om het geheel enigszins groen te houden. • Voor personeelparkeren is geen ruimte meer, dit moet worden opgelost in de K&R zones waardoor de K&R aantallen naar beneden gaan. Een andere optie is het verplaatsen van het personeelsparkeren richting de bestaande voorzieningen in de wijk.

• Het fietsparkeren rondom het gebouw is zeer krap en onaagenaam ingepast tot dicht bij de gevel (690 stuks) • Er is op kavel 1 onvoldoende ruimte voor de inpassing van de schoolpleinen. • Het uitzicht vanuit het gebouw op de fietsenstallingen is niet fraai. • Er is geen / weinig ruimte voor natuurinclusieve inpassing op landschappelijk / stedenbouwkundig niveau. OVERWEGINGEN / KANSEN • De footprint en het volume van het gebouw zouden verkleind kunnen worden als een deel van het programma elders in de wijk wordt gerealiseerd. • De footprint en het volume van het gebouw zouden verkleind kunnen worden als een deel van het programma ondergronds kan worden gerealiseerd. • De footprint van het gebouw zou verkleind kunnen worden als er hoger dan twee lagen wordt gebouwd. • Er zou extra ruimte op het maaiveld kunnen worden gecreeërd als het gebouw op poten zou worden gezet. • Er zou extra ruimte op het terrein over kunnen blijven als (een deel van) de daken kunnen worden gebruikt als speelruimte. • De sportvelden zouden kunnen worden gebruikt als speelruimte voor de school. • Bij de uitwerking van het gebouwvolume zou kunnen worden gezocht naar een zachtere vormgeving en verfijning die de gebouwmassa kleinschaliger en vriendelijker doet ogen.

• Het kan een keuze zijn om het halen en brengen met de auto te ontmoedigen door de afstand van de parkeerplaatsen tot de entree te vergroten, waardoor er minder K&R-plaatsen hoeven worden gerealiseerd. • Door de aanvangstijden van de scholen te spreiden kan het aantal K&R-plaatsen worden verminderd.

81

MODEL 2 SCH OLE NCLUS TE R M E T SCHO LE N E N B SO & PEUTE RWE R K O P LO C ATIE GY MZ A A L E LD E R S IN D E WI J K

In model 2 is onderzocht wat de ruimtelijke impact is als de gymzaal elders in de wijk kan worden gerealiseerd. De impact van het gebouw op de omgeving is daardoor minder groot dan bij model 1. Het Iqbal Mashipad wordt opgeschoven en in het verlengde van het koeienpad geplaatst ten koste van een deel van de sportvelden. De bebouwing komt dicht op de keerlus en er blijft weinig ruimte over voor de inpassing van fietsenstallingen en schoolpleinen op het maaiveld. De K&R-zone wordt ook als schoolplein gebruikt. De bebouwing oogt vanuit alle kanten uit de omgeving massaal, al wordt door het ontbreken van de gymzaal wel meer ‘lucht’ gecreeerd. Voor beide wijkdelen wordt een parkeer/ kiss & ridezone gerealiseerd. Er is onvoldoende ruimte om het gevraagde aantal parkeerplaatsen voor auto’s te realiseren binnen de kavels. Dit model heeft een grote ruimtelijke impact. In een vervolgfase zou onderzocht moeten worden of de impact van het gebouwvolume optisch/visueel verkleind kan worden.

82

school 1 school 2 school 3 bso & peuterwerk algemene ruimten gymzalen

83

MODEL 2 SCH OLE NCLUS TE R M E T SCHO LE N E N B SO & PEUTE RWE R K O P LO C ATIE GY MZ A A L E LD E R S IN D E WI J K

schoolplein 3 x 600 m2

buitenruimte BSO 375 m2 op dak

tailtrack tram

schoolplein

busstation

fietsenstalling (690 plaatsen)

K&R (70 + 16 plaatsen)

gebouw

84

UITGANGSPUNTEN • De keerlus van de tram verdwijnt en wordt vervangen door een tailtrack. • Er wordt uitgegaan van maximaal twee bouwlagen. • Er is en blijft geen autoverbinding tussen beide wijkdelen. • Geen ondergrondse bebouwing. • De K&R-zone kan buiten haal- en brengtijden worden gebruikt als schoolplein. • De gymzaal wordt elders in de wijk gerealiseerd. KNELPUNTEN / AANDACHTSPUNTEN / ONMOGELIJKHEDEN / GEVOLGEN • Het Iqbal Mashipad moet worden opgeschoven. • Omdat de keerlus van de trambaan nog tot 2024 in gebruik is als keerlus kan kavel 2 niet op korte termijn bebouwd worden. Daarnaast beschikt deze kavel over een aantal volgroeide bomen en heeft het de voorkeur om deze te behouden. Uitgangspunt is dus om kavel 2 niet te bebouwen, maar wel te onderzoeken of deze kavel gebruikt kan worden voor parkeren, kiss & ride-zone of schoolplein. • De knip in de autoverbinding tussen beiden wijkdelen verschuift waarbij auto’s vanuit Tanthof Oost de Abtswoude gaan kruisen. • Voorstel gaat uit van reorganisatie van zowel bus- als tramstation. • Reorganisatie van het bus en tramstation biedt alleen wat meer ruimte voor het buitenruimteprogramma. Er ontstaan door de reorganisatie geen extra mogelijkheden of modellen voor de bouwmassa.

• Langs de busbaan (oostzijde) kan K&R ruimtelijk gezien worden ingepast, hierbij moet wel een aparte rijbaan worden gemaakt, direct parkeren vanaf de busbaan lijkt niet wenseljik. Voor nu is er ruimte voor 16 K&R plekken. Hiervoor dient wel de sloot weggehaald/opgeschoven te worden. Het is de vraag of dat wel kan. Deze zone wordt dan vanaf de busbaan ontsloten. • Ter plaatse van de oude keerlus van de tram is ruimte voor het tweede K&R terrein (westzijde) met ca 70 plekken, ontsloten vanaf de Gandhilaan. Om dit te realiseren is ook de groenstrook tussen busstation en de sloot nodig. • Gevolg is ook dat er een aangesloten grote verharde ruimte ontstaat doordat busstation, tramhalte en K&R tegen elkaar aan komen te liggen. Behoud van de grote bomen in de keerlus is dan ook essentieel om het geheel enigszins groen te houden. • Voor personeelparkeren is geen ruimte meer, dit moet worden opgelost in de K&R zones waardoor de K&R aantallen naar beneden gaan, danwel elders in de wijk. • Het fietsparkeren rondom het gebouw is krap en onaagenaam ingepast tot dicht op de gevel (690 stuks). • Er is op kavel 1 weinig ruimte voor de inpassing van de schoolpleinen. • Het uitzicht vanuit het gebouw op de fietsenstallingen is niet fraai. • Er is weinig ruimte voor natuurinclusieve inpassing op landschappelijk / stedenbouwkundig niveau.

OVERWEGINGEN / KANSEN • De footprint en het volume van het gebouw zouden verkleind kunnen worden als een deel van het programma elders in de wijk wordt gerealiseerd. • De footprint en het volume van het gebouw zouden verkleind kunnen worden als een deel van het programma ondergronds kan worden gerealiseerd. • De footprint van het gebouw zou verkleind kunnen worden als er hoger dan twee lagen wordt gebouwd. • Er zou extra ruimte op het maaiveld kunnen worden gecreeërd als het gebouw op poten zou worden gezet. • Er zou extra ruimte op het terrein over kunnen blijven als (een deel van) de daken kunnen worden gebruikt als speelruimte. • De sportvelden zouden kunnen worden gebruikt als speelruimte voor de school. • Bij de uitwerking van het gebouwvolume zou kunnen worden gezocht naar een zachtere vormgeving en verfijning die de gebouwmassa kleinschaliger en vriendelijker doet ogen. • Het kan een keuze zijn om het halen en brengen met de auto te ontmoedigen door de afstand van de parkeerplaatsen tot de entree te vergroten, waardoor er minder K&R-plaatsen hoeven worden gerealiseerd. • Door de aanvangstijden van de scholen te spreiden kan het aantal K&R-plaatsen worden verminderd.

85

MODEL 3 SCH OLE NCLUS TE R M E T SCHO LE N O P LO C ATIE GY MZ A A L E N B SO & PEUTE RWE R K E LDE R S IN DE WI J K

In model 3 is onderzocht wat de ruimtelijke impact is als de gymzaal en de bso & peuterwerk elders in de wijk kunnen worden gerealiseerd. De impact van het gebouw op de omgeving is daardoor minder groot dan bij model 1 en 2. Het Iqbal Mashipad wordt opgeschoven en in het verlengde van het koeienpad geplaatst ten koste van een deel van de sportvelden. De bebouwing komt dicht op de keerlus en er blijft weinig ruimte over voor de inpassing van fietsenstallingen en schoolpleinen op het maaiveld. De K&Rzone wordt ook als schoolplein gebruikt. De bebouwing oogt vanuit alle kanten uit de omgeving massaal. Voor beide wijkdelen wordt een parkeer/ kiss & ridezone gerealiseerd. Er is onvoldoende ruimte om het gevraagde aantal parkeerplaatsen voor fietsen en auto’s te realiseren. Dit model heeft nog steeds een grote ruimtelijke impact. In een vervolgfase zou onderzocht moeten worden of de impact van het gebouwvolume optisch/visueel verkleind kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9374207/1