CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Programma van Eisen

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 11 maart 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2048909 Van visie naar ontwerp Prinsenhof Delft start Ontwerpfase32.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

CONCEPTVERSIE

Pagina 31

Aandachtspunten hierbij zijn o.a.: ▪ Lekkages ▪ Aansluiting glazen dak/ detaillering dak Van der Mandelezaal ▪ Onderhoud pannendaken ▪ Spanten ▪ Transportinstallaties: er is nu geen lift aanwezig ▪ Vernieuwen bekabeling ▪ Asbest ▪ Schilderwerk Buitenschilderwerk incl. houtrot wordt uitgevoerd in 2020.. 4.2.5.

Duurzaamheidsambitie (toekomstbestendig maken)

Het gebouw moet in de nieuwe situatie voldoen aan de duurzaamheidsambities van Gemeente Delft. Op welke wijze dit hier mogelijk is (gegeven het gebouw en de museale klimaatvereisten) zal in overleg met gemeente Delft nog nader worden uitgewerkt. De Gemeente Delft gebruikt de Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties als kapstok voor haar duurzaamheidsbeleid. De gemeente Delft bouwt door aan een duurzaam Delft met CO2 en energiebesparing en de ambitie tot het bereiken van energieneutraliteit. Voor het realiseren van deze doelstellingen is de gemeente grotendeels afhankelijk van initiatieven en partners in de stad. Om draagvlak bij private partijen te creëren en bevorderen is het van belang dat de gemeente zelf het goede voorbeeld geeft. Het verduurzamen van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is hierbij van cruciaal belang. Gezien de ambities van de gemeente in 2050 is het noodzakelijk dat in het ontwerpproces nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan mogelijkheden om het object te verduurzamen zonder aantasting van de monumentale elementen. Keurmerken zoals BREEAM-NL excellent en/of Green Key kunnen hierbij als hulpmiddel dienen om de ambities van de gemeente in te vullen. Voorlopige uitgangspunten voor duurzaamheidseisen zijn opgenomen in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10). 4.2.6.

Brandveiligheid, compartimentering

De brandveiligheid van het gebouw moet voldoen aan de actuele wettelijke eisen. Brandcompartimentering gaat indien mogelijk samen met functionele compartimentering en beveiligingscompartimentering. Eisen aan de brandveiligheidsinstallaties zijn opgenomen in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10).

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 32

4.2.7.

Beveiliging

In 2016 is een investering gedaan voor uitbreiding en upgrading van de beveiligingsinstallatie van het gebouw, naar aanleiding van het exposeren van het schilderij Het Straatje van Vermeer. Uitgangspunt is om bij een nieuwe indeling en aanpassingen aan het gebouw deze beveiligingsinstallatie en de hieraan gerelateerde MER-ruimte en beveilingsruimte in stand te houden. Algemene beveiligingseisen zijn opgenomen in de hoofdstukken met Technische Eisen. De specifieke beveiligingseisen zullen nader worden uitgewerkt in een apart document. 4.2.8.

Museale installaties, verlichting, zonwering

PM, nog nader uit te werken. Algemene uitgangspunten voor verlichting en zonwering zijn opgenomen in de hoofdstukken met Technische Eisen.

4.3.

Ontwerpcriteria Werkgroep Prinsenhofgebied

De Werkgroep Prinsenhofgebied heeft in haar Toekomstvisie (zie ook paragraaf 1.1 en 2.2) voor het gebouw van Museum Prinsenhof Delft de volgende ontwerpcriteria meegegeven als richtinggevend perspectief: Het gebouw van het museum is het belangrijkste museale object. Na de verbouwing is er een mooier gebouw dan ooit te voren. Dat betekent minimaal ingrijpen in de sfeer van het gebouw: een van de oudst bewaard gebleven stadskloosters van Nederland, later ook het huis van Willem van Oranje. Tegelijk moet er gezorgd worden voor voldoende en goed toegankelijke museale ruimte. De Waalse Kerk behoudt haar sacrale sfeer en is zelfstandig te gebruiken. Ruimte en routing ▪ Uitbreiden tentoonstellingsruimte. ▪ Logische routing voor bezoekers door het gebouw. ▪ Contact- en oriëntatiemogelijkheden vanuit het gebouw met de omgeving. ▪ Kelders en zolders kunnen toegankelijk worden gemaakt voor publiek of anderszins functioneel ingezet worden. Keldervloeren kunnen met elkaar worden verbonden. ▪ De 2e binnentuin mag niet worden overkapt en heeft bij voorkeur (mede) een museale functie. Ingrepen kunnen ertoe leiden dat de poort naar de 2e binnentuin moet vervallen. Deze is dan uitsluitend nog bereikbaar vanuit het museum. ▪ Een bij de sfeer passend museumcafé grenst bij voorkeur aan de tuin, aan de zonkant en biedt uitzicht over de tuin en het gebouw.

Toegankelijkheid mindervaliden ▪ Streven is een toegankelijkheid van het museum voor mindervaliden van minimaal 70%. ▪ Tenminste twee stijgpunten (liften) toevoegen, te denken valt aan de Schoolstraat (plek met de meeste niveauverschillen) en nabij de Waalse Kerk. ▪ Overige hoogteverschillen met bescheiden middelen overbruggen.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 33

Klimaat museum ▪ Het klimaat van het museum moet op een peil worden gebracht dat voldoet aan de hedendaagse standaards in de museumwereld. ▪ Het binnenklimaat voor bezoekers moet aangenaam zijn, met name wat betreft luchtkwaliteit en daglichttoetreding. Van der Mandelezaal ▪ De Van der Mandelezaal vergt weinig ingrepen, anders dan een verbeterd binnenklimaat. ▪ De Van der Mandelezaal (met toegevoegde cateringfaciliteiten, garderobe en sanitair) is geschikt voor bijeenkomsten en is los van het museum toegankelijk en verhuurbaar. Waalse Kerk ▪ In de Waalse Kerk wordt minimaal ingegrepen, de huidige sfeer blijft behouden. ▪ De Waalse Kerk is geschikt voor bijeenkomsten, tentoonstellingen en aparte verhuur en is via een eigen entree desgewenst zelfstandig bereikbaar en bruikbaar. ▪ Voor activiteiten in de Waalse Kerk kan gebruik gemaakt worden van de cateringfaciliteiten, garderobe en sanitair van de Van der Mandelezaal. ▪ Behoud en mogelijkheid van bespelen van het orgel zijn voorwaarden. ▪ De akoestische eigenschappen van de Waalse Kerk worden getoetst aan de hand van de eisen die gelden voor de monumentale klank van het orgel. ▪ De klimaateigenschappen van de Waalse Kerk worden zowel afgestemd op de voor het orgel geldende criteria als op de gewenste museale eisen.

4.4.

Balans

Bij deze opgave komen veel elementen samen, zoals restauratie, functionaliteit, toegankelijkheid, bouwfysica, duurzaamheid, beveiliging, interieur, bouwkosten, openbare ruimte. Al deze elementen moeten integraal in de totale opgave worden meegenomen, afwegingen moeten zorgvuldig worden gemaakt. Het sleutelwoord bij deze opgave is balans. Een aantal eisen laat zich niet vanzelf combineren. Maatwerk, innovativiteit en slimme oplossingen zijn belangrijk. Zo is het voor de museumexploitatie van belang aansprekende objecten te kunnen tonen. Voor deze objecten, veelal bruiklenen, is in bijna alle gevallen een hoogwaardige klimaatsituatie vereist. Deze gewenste klimaatsituatie in de museale ruimtes stelt hoge eisen aan de ingrepen, gegeven de wijze waarop het gebouw is gebouwd. Bij ondoordachte maatregelen, detaillering en uitvoering kunnen deze eerder de instandhouding van het gebouw tegengaan dan bevorderen. Goede afwegingen zijn daarom belangrijk. De fysieke mogelijkheden en beperkingen van de aanwezige ruimtes zullen waarschijnlijk mede bepalend zijn voor de plaats in het gebouw van de diverse museale thema's en daarmee voor de routing; dit zal zorgvuldig verenigd moeten worden met inhoudelijke afwegingen.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 34

Een belangrijke eis is het verbeteren van de toegankelijkheid. Ook hier geldt echter dat de benodigde ingrepen moeten worden afgewogen tegen andere aspecten, zoals de monumentale waarden van het gebouw. Het streven is de gewenste uitbreiding van de gebruiksfuncties zoveel mogelijk op te lossen binnen het bestaande gebouw. Uitbreiding in de vorm van nieuwbouw is beperkt mogelijk. Het is denkbaar dat voor bepaalde knelpunten een uitbreiding met een (klein) nieuw bouwdeel vanuit technisch of logistiek oogpunt tot een betere oplossing leidt. Een goede entreeruimte die goed zichtbaar en vindbaar is, is een belangrijke wens. Een denkbare (maar niet verplichte) ingreep is verplaatsing van de entree naar de zijde van het Agathaplein en de tuin. Een andere wens is een terras bij het museumcafé, wellicht aan de tuin. Het behoud van de verstilde sfeer van de tuin is echter ook een belangrijke wens (vanuit de inwoners van de stad). Dit vraagt een zorgvuldige ontwerpoplossing. In alle gevallen moeten de monumentale waarden en de kosten (zowel voor investering als exploitatie) worden meegewogen bij de te maken keuzes.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 35

5.

Omgevingseisen

5.1.

Bereikbaarheid en zichtbaarheid

In de huidige situatie ligt de hoofdingang van het Prinsenhof wat verstopt. Gewenst is dat de hoofdentree in de nieuwe situatie beter zichtbaar en vindbaar is, en goed bereikbaar voor bezoekers vanuit zowel de Oude delft als de Phoenixstraat. Met een betere zichtbaarheid zal ook de uitstraling van het monument in relatie tot de omgeving beter tot zijn recht komen.

5.2.

Plein en tuin

Tot de scope van de opgave als geheel behoort de directe omgeving van het Prinsenhof, waaronder de Prinsentuin (Kloostertuin) en het Sint Agathaplein. Deze opgave betreft het onderdeel voor de tuinarchitect.

5.3.

Ontwerpcriteria Werkgroep Prinsenhofgebied

De Werkgroep Prinsenhofgebied heeft in haar Toekomstvisie (zie ook paragraaf 1.1 en 2.2) voor de buitenruimte de volgende ontwerpcriteria opgenomen als richtinggevend perspectief: Het eerste wat je ziet als je het gebied binnenkomt is het prachtige Sint Agathaklooster met de historische tuin. De Prinsentuin wordt een groene verblijfsplek, intiem en uitnodigend. ▪ De toegang vanaf de Phoenixstraat tot het Prinsenhofgebied wordt geaccentueerd en versterkt het karakter van het gebied. ▪ De zichtbaarheid van het museum aan de kant van de Oude Delft en de Van der Mandelezaal wordt vergroot. ▪ Het uitnodigende en tegelijk intieme karakter van het hele complex moet worden versterkt, Sint Agathaplein en Prinsentuin open maken, één ruimte met twee aparte sferen. ▪ Het is mogelijk om eventuele faciliteiten voor het museum buiten het kloostergebouw op te lossen. ▪ Een toegang op het plein of tuin biedt een mooi uitzicht op de tuin en het museum.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 36

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

5.4.

Het Sint Agathaplein heeft een duidelijke plein- en verblijfsfunctie en is een wandelgebied. Fietsen en fietsparkeren is niet toegestaan en kan door de inrichting worden ontmoedigd. De kloostertuin hoort van oudsher bij het klooster, het ontwerp getuigt hier idealiter van. De huidige Prinsentuin wordt wellicht een eigentijdse kruidentuin en versterkt de sfeer van het klooster. Om het verstilde karakter van de tuin te behoude , ku e de ez ekers’str me ’ va Museum Pr se h Delft, Prinsenkwartier en tuin worden gescheiden. De bestaande monumentale bomen blijven bij voorkeur behouden, voor zover deze gezond zijn. Voor fietsparkeren moeten oplossingen gevonden worden buiten het plein, bijvoorbeeld aan de Phoenixstraat. Kleine evenementen vinden beperkt plaats en zijn afgestemd op de gewenste sfeer van het plein, zoals vast te leggen in een locatieprofiel als onderdeel van het gemeentelijk evenementenbeleid. Straatmeubilair en verlichting zijn passend bij de sfeer van het gebied en versterken de beleving. Het ontwerp houdt rekening met de beleving voor de eigenaren/gebruikers van de aangrenzende woningen en kantoren.

Opstelruimte hulpdiensten, bevoorrading

Direct bij de goedereningang moet een opstelruimte beschikbaar zijn, voor het veilig laden en lossen van objecten en tentoonstellingsinrichting, voor het bevoorraden van de horecavoorziening en voor hulpdiensten. Dit is alleen mogelijk aan de zijde van de Oude Delft. Ingangen voor kunstobjecten en voor overige goederen moeten gescheiden zijn. Zie ook paragraaf 8.3. Voor hulpdiensten is ook op het Agathaplein een opstelmogelijkheid.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 37

6.

Beeldkwaliteit

6.1.

Gewenste uitstraling exterieur

Een belangrijk kwalitatief kader is de ligging van MPD in het beschermde stadsgezicht. Het gebouw behoort tot de specifieke structuur en het onverwisselbare beeld van de Delftse binnenstad en is in hoge mate een van de bepalende monumentale gebouwen. De gewenste uitstraling kan op de volgende wijze worden aangeduid: ▪ Respect voor het monument; ingrepen mogen best stevig zijn, maar mogen niet concurreren en niet conflicterend met het monument, niet overheersen ▪ Niet historiserend ▪ Tijdloos, ingrepen moeten getuigen van kwaliteit ▪ Duurzaamheid in materiaalkeuze

6.2.

Gewenste uitstraling interieur

Bij de vernieuwing wordt gestreefd naar openheid: een directe blik van bezoekers op de prachtige historische omgeving waarin het museum zich bevindt. Letterlijk en figuurlijk de luiken openzetten. De entree is zichtbaar en biedt een warm welkom: een hoogwaardige ontvangst en service aan de bezoekers: horeca/winkel, moderne toiletfaciliteiten. Voor de gewenste "look and feel" geldt het volgende: ▪ De verbouwing en vernieuwing moet het unieke karakter van het gebouw eer aan doen en versterken én daarnaast zorgen voor extra ruimte voor tentoonstellingen en andere functies zoals educatie, horeca en museumwinkel. Het betekenisvolle gebouw moet eigentijds voelen en recht doen aan de historische architectuur. De kwaliteit van het gebouw moet overal zichtbaar zijn in bestaande panden maar ook in mogelijke nieuwbouw (toevoegen hedendaagse kwaliteit). De keuzes die we nu maken moeten toekomstbestendig zijn en ten minste 40 jaar mee kunnen en niet gedateerd raken. Een zekere flexibiliteit in het ontwerp ten aanzien van het gebruik is gewenst. ▪ MPD wil haar bezoekers een uitmuntende bezoekersbeleving van nu en van de toekomst garanderen. Het publiek (of het nu museumbezoekers zijn, gasten via verhuur of schoolklassen) staat centraal. Zonder bezoekers geen museum. ▪ Het beleid van MPD is erop gericht dat een ieder zich welkom voelt.

Dat zou ook een leidraad moeten zijn binnen de vernieuwingsvisie en de arch tectuur pvatt g Op z ek gaa aar ‘he derhe d’ e ‘kwa te t’ het gebouw. En een logische routing, een verwelkomende entree. Maar ook bezoekers de mogelijkheid geven om wat langer stil te staan bij de objecten of juist een snelle kennismaking met de collectie te faciliteren. Met ruimte voor koffie of een lunch voor tijdens of na het bezoek. ▪ Het gebouw moet de gelaagde en meerstemmige verhalen versterken die MPD in haar museum vertelt en de kunst die MPD toont, zelf een verhaal vertellen, en bezoekers een extra laag/dimensie bieden. De vernieuwing van MPD maakt de blik van de bezoekers naar buiten en de blik van buiten/vanuit de stad naar binnen mogelijk. ▪ Er moet speciale aandacht zijn voor de locatie van de tijdelijke tentoonstellingen. Die zijn uitermate belangrijk voor onder meer herhaalbezoek en dienen goed toegankelijk te zijn/makkelijk vindbaar.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 38

▪

Het pand moet ook de medewerkers van het museum passen en faciliteren en duurzaam functioneren. Zowel op kantoor als achter de schermen zoals bij kunsttransporten en de opbouw van tentoonstellingen.

In de museale presentatieruimtes en in de publieksruimtes dienen technische voorzieningen uit het zicht te worden weggewerkt. Een referentie voor het interieurbeeld is het Rijksmuseum Amsterdam: een moderne kleurstelling en meubilair-/ verlichtingskeuze tegenover het historische beeld van het gebouw.

Bron afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam

Als voorbeeld van de gewenste uitstraling kan de huidige inrichting van de Kamer van Charitate worden genoemd: eigentijds maar met een detaillering, subtiliteit en kleurstelling die zich goed verhoudt tot de historische context.

Bron afbeelding: Museum Prinsenhof Delft

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 39

7.

Ruimtelijke eisen

7.1.

Benodigd vloer oppervlak

Uitgangspunt voor het benodigd vloeroppervlak is de Ruimtestaat Nieuwe situatie die is opgesteld door Toornend Partners als onderdeel van de Ruimtelijke visie 2017. Voor het totale benodigde (en inpasbare) vloeroppervlak wordt daarbij gerekend op ca. 6.500 m2 bvo (dit is ca. 4.600 m2 nvo inclusief installatie- en verkeersruimtes, exclusief constructie oppervlak). De ruimtestaat voor de nieuwe situatie is bewerkt en geactualiseerd en bijgevoegd als bijlage 2. Een lijst met de bestaande ruimtes en de huidige gebruiksfunctie per ruimte is opgenomen als bijlage 1. In fno verhoudt het bestaande ruimtegebruik zich tot het gewenste ruimtegebruik als volgt: Cluster 1 2a 2b 2c 3 4 5 6 7

Entreegebied Vaste collectiepresentatie Tentoonstellen tijdelijk Tentoonstellen inserts Evenementen, Verhuur en Educatie Werken Expeditie Facilitair Techniek Functioneel nuttig oppervlak horizontale verkeersruimte verticale verkeersruimte niet in gebruik (vooral zolders)

2020 289 1.135 299 862 500 113 82 3.280 404 173 1.313

PVE 355 1.060 500 150 834 429 174 122 274

Verschil 66 -75 201 150 -28 -71 174 9 192

3.898 603 153

618

Een van de hoofdelementen voor de nieuwe situatie is het vergroten van het museale oppervlak van ca. 1.400 m2 fno naar ca 1.700 m2 fno. Daarbij wordt gedacht aan de volgende onderverdeling: ▪ De vaste collectie thema’s Delfts blauw, Delftse meesters en Willem van Oranje gelijk verdeeld, ca. 350 m2 per thema, samen 1.060 m2. ▪ Voor tijdelijke tentoonstellingen ongeveer 500 m2. ▪ Daarnaast 150 m2 verdeeld over een aantal inserts, kleinere ruimtes (ca. 4; minimaal 20 en maximaal 50 m2 per ruimte) die in ieder circuit bij de collectiethema’s betrokken kunnen worden, maar die ook gebruikt kunnen worden voor ‘u tstapjes’ de thema’s kleine aparte onderwerpen. ▪ Indien het tentoonstellingscircuit bestaat uit geschakelde zalen, in een ononderbroken circuit, dan moet de kleinste zaal minimaal 120 m2 zijn. ▪ De gevraagde 500 m2 zou kunnen bestaan uit een ruimteverdeling van 2 x 150 m2 en 1x 200 m2.

7.2.

Functionele relaties

Uitgangspunt voor de benodigde functionele relaties tussen ruimtes is het schema van Relaties en clusters dat is opgesteld door Toornend Partners als onderdeel van de Ruimtelijke visie 2017 (bijlage 3).

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 40

8.

Algemene functionele eisen

Dit hoofdstuk beschrijft op globale wijze de eisen aan de huisvesting (voor de situatie na verbouw) vanuit het oogpunt van functionaliteit en bedrijfsvoering.

8.1.

Toegankelijkheid

De accommodatie dient toegankelijk te zijn voor mindervalide personen (o.a. met rolstoelgebruik). Uit eerdere studies is gebleken dat het haalbaar moet zijn om tot 70 % van de presentatieruimtes toegankelijk te maken. Voor het verbeteren van de toegankelijkheid geldt prioriteit voor de volgende publieksruimtes en -voorzieningen: 1. entreegebied, inclusief museumwinkel en museumcafé, garderobe 2. educatie- en evenementenruimtes 3. ruimtes tijdelijke tentoonstellingen 4. de Moordhal met de kogelgaten 5. zo groot mogelijk deel ruimtes vaste presentatie Ook de toegankelijkheid van de directe omgeving van het gebouw (tuin en plein) is hierbij een aandachtspunt. De eis voor de toegankelijkheid s 'dat ema d p va ze spreke de w jze z j weg het ge uw v dt’ e passend logistiek principe met bijbehorende technische eisen voor de toegangsvoorzieningen draagt bij aan de gewenste toegankelijkheid voor zowel de bezoekers als medewerkers. Het gebouw voldoet voor zover als haalbaar is aan de Integrale Toegankelijkheid Standaard "basis" (publieksruimtes toegankelijk, werkruimtes minimaal deels toegankelijk), of anders aan de toegankelijkheidseisen volgens Besluit Toegankelijkheid of Bouwbesluit.

Als basisrichtlijn wordt (voor zover realiseerbaar gezien het bestaande gebouw) uitgegaan van: Toegankelijkheidseisen voor het gebouw in het algemeen, voor zover mogelijk bij afweging van de monumentale belangen: ▪ De afstand tussen de publieksentree (waar indien mogelijk ook rolstoelgebruikers binnen komen) en de liftvoorziening(en) is zo klein als mogelijk is (in samenhang met de routing). ▪ Niveauverschillen leveren geen belemmering op voor rolstoelgebruikers en/of slechtzienden en zijn duidelijk gemarkeerd (met behulp van tactiele en/of kleurinformatie). ▪ De breedtes van gangen (en trappen) zijn minimaal overeenkomstig het Bouwbesluit, rekening houdend met het aantal gebruikers, verkeersruimtes e v uchtcapac te t Aa het e de va z ’ ga g s de mogelijkheid om te keren in een draaicirkel van 1.50 m. Dit voor zover dit mogelijk is in het bestaande gebouw. ▪ De bezoekersentree is voorzien van een "automatische deur". ▪ Er is een personenlift (bezoekers, medewerkers) en een goederenlift (voor kunsttransport, eventueel voor horeca) aanwezig.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 41

Toegankelijkheidseisen voor ruimtes in het algemeen: ▪ De publieksruimtes in het gebouw zijn via de lift(en) bereikbaar voor rolstoelgebruikers. ▪ Voor het intern transport van goederen, objecten, inventaris zoals stoelen, expositie objecten, geluidsapparatuur, schoonmaakwagentjes e.d. is een goederenlift aanwezig, bij voorkeur in de nabijheid van de expeditie ingang. De voor opslag bestemde ruimtes en technische ruimtes zodanig in het gebouw te positioneren dat (voor zover mogelijk) zonder overlast voor gebruikers een efficiënte aan- en afvoer plaats kan vinden. ▪ De afmetingen van doorgangen naar voor opslag bestemde ruimtes en technische ruimtes zijn gerelateerd aan de afmetingen van de aan te voeren goederen. De bestaande doorgangbreedtes zullen mede bepalend zijn voor het toewijzen van gebruiksfuncties aan ruimtes of daar waar dit nodig en mogelijk is worden aangepast. Toegankelijkheidseisen voor de presentatieruimtes voor tijdelijke en vaste presentatie en hieraan gerelateerde ruimtes (expeditiecluster): ▪ De bestaande verschillen in vloerhoogtes zoveel mogelijk verkleinen (t.b.v. kunsttransport, rolstoelgebruikers, mensen die slecht ter been zijn). ▪ Trillingsvrije binnenkomst en routing naar zalen en transitiedepot (t.b.v. kunsttransport).

8.2.

Oriëntatie bezoekers

Bezoekers moeten door overzichtelijkheid, logische routes en aan de hand van herkenningspunten op een eenvoudige, intuïtieve manier de weg in het gebouw kunnen vinden, met zoveel mogelijk doorlopende routes en met zo min mogelijk bewegwijzeringsbordjes. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt doordat vanuit verschillende ruimtes steeds zicht is op een oriëntatiepunt, zoals een binnentuin, een markante trap, een kerk of een straat. Het open maken van de ramen is hierbij een belangrijk aspect.

8.3.

Interne logistiek, routing

8.3.1.

Logistiek

Het gebruik van het museum wordt gekenmerkt door piekbelastingen op bepaalde momenten, die een goede verkeersafwikkeling vereisen. De logistiek is daarom van essentieel belang. Goede logistiek schept structuur, veiligheid, overzicht en gebruiksefficiency en comfort. Tevens leidt een goede logistieke opzet tot een eenvoudiger beheer (bijvoorbeeld: wanneer slechts een deel van het gebouw in gebruik is voor publiek, moet de rest afgesloten kunnen worden zonder dat bezoekers nog door andere delen heen hoeven om toilet, uitgang e.d. te bereiken). Speciale aandachtspunten zijn: ▪ De bezoekersstroom bij grote tijdelijke tentoonstellingen. ▪ Grote groepen (bijvoorbeeld onderwijs). ▪ De bezoekersstroom bij aanvang en na afloop van bijeenkomsten. ▪ Het aanleveren van goederen. ▪ De bevoorrading van de keuken. ▪ De opbouw van tijdelijke tentoonstellingen, zowel met betrekking tot materialen als tot kunstobjecten. ▪ Het ontvangen van kunstobjecten.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 42

▪ ▪

Interne logistiek m.b.t. objecten, intern kunsttransport (alle stappen van binnenkomst, uitpakken etc. tot in de presentatieruimte); geen dubbelgebruik ruimtes intern kunsttransport met andere functies Routes van bezoekers en interne dienstfuncties mogen elkaar niet kruisen.

8.3.2.

Routing presentatieruimtes

Voor zowel de ruimtes met de vaste collectiepresentatie als de ruimtes met de tijdelijke tentoonstelling geldt: Er moet een logische routing komen waarin zalen aaneengeschakeld zijn en waarbij de routes van vaste presentaties en tijdelijke tentoonstellingen elkaar niet doorkruisen.

8.4.

Veiligheid

8.4.1.

Gebruiksveiligheid

Het gebouw dient gebruiksveilig te zijn voor bezoekers en medewerkers en te voldoen aan de geldende Arbo-eisen. In het bijzonder moet aandacht worden besteed aan: ▪ een goed binnenklimaat (ventilatie, daglicht, geen geluidhinder, luchtvochtigheid, temperatuur, geur); ▪ hygiëne eisen; ▪ daar waar nodig gescheiden vuilwater/vet- afvoer, afzuiging, geur; ▪ zijlichten naast deuren – met name bij werkplekken (indien realiseerbaar); ▪ pauzeruimte en kleedruimte voor medewerkers; ▪ kolfruimte voor medewerkers; ▪ slipvrije/ stroeve vloeren tegen uitglijden (wel goed schoon te maken) - voor zover mogelijk bij de bestaande vloeren; ▪ verhoogde opstelling voor (af)wasmachines en -drogers; ▪ afsluitbare ruimtes; alle expositieruimtes moeten goed afsluitbaar zijn met sloten/of via meldkamer; ▪ zicht op binnenkomende bezoekers, duidelijke vluchtwegen, diefstalpreventie; ▪ bereikbaarheid EHBO-middelen; ▪ geen onveilige niveauverschillen; ▪ geen materialen met scherpe randen of hoeken. 8.4.2.

Sociale veiligheid

Sociale veiligheid zegt iets over omgeving en gedrag van mensen. De voorwaarden voor sociale veiligheid kunnen door het gebouw worden ondersteund. Dat kan preventief (tegengaan van onveiligheid) en scheppend (organiseren van betrokkenheid). Preventieve aandachtspunten zijn in ieder geval (voor zover realiseerbaar in het bestaande gebouw): ▪ overzichtelijkheid (daar waar mogelijk vermijden van nissen, verborgen hoeken e.d.). ▪ bevorderen van goede verlichting. ▪ een helder onderscheid tussen openbare en private ruimtes. ▪ (fiets)parkeerplaatsen zijn veilig bereikbaar, vooral in de avond. ▪ goede sociale controle is mogelijk door zichtlijnen vanuit het gebouw en de omgeving, zicht op entrees en het ontbreken van onoverzichtelijke schuilmogelijkheden. ▪ zorg voor preventieve maatregelen tegen de gevolgen van vandalisme, zoals het gebruik van vandalismebestendige materialen, het voorkomen van opklimpunten en dergelijke noodzakelijk.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 43

8.4.3.

Veiligheid museale objecten

De opstelling van museale objecten mag geen afbreuk doen aan de conditie van deze objecten. Aandachtspunten hierbij zijn: ▪ een zo constant mogelijk binnenklimaat (luchtvochtigheid, temperatuur), passend bij de bewaar-eisen van het object; ▪ beveiliging tegen beschadiging, vandalisme, diefstal, brand. Bouwfysische eisen en specifieke beveiligingseisen worden nader uitgewerkt in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10). 8.4.4.

Inbraakveiligheid

Het aantal externe en interne toegangen naar de diverse delen van het gebouw dient te worden geoptimaliseerd, zodanig dat een overzichtelijk geheel ontstaat en de inbraakveiligheid wordt bevorderd. Bouwkundig zijn voorzieningen nodig bij ramen, deuren, wanden, plafonds, vloeren, etc. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere: weerstandsklasse gevel, hang- en sluitwerk, veiligheidsglas. Het gebouw moet worden voorzien van een inbraakbeveiligingssysteem dat voor gedeelten van het gebouw separaat moet kunnen worden uitgeschakeld. Overige aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere: inbraakalarm, verlichting buitenterrein. De inbraakbeveiliging moet worden afgestemd op de openingstijden van gebouwdelen. De sloten moeten zijn voorzien van een moedersleutel of – passysteem en gradatie van sleutel of toegangspas zodat per functie toegang kan worden verschaft. Een en ander uit te werken in een doordacht sleutel- of toegangsplan in samenhang met het toegangsbeheersysteem. De wettelijke eisen en de verzekeringsvoorwaarden met betrekking tot inbraakwering zijn van toepassing. 8.4.5.

Brandveiligheid

Het gebouw voldoet voor wat betreft de (brand)veiligheid aan alle wettelijke eisen en richtlijnen. De belangrijkste brandveiligheidseisen komen kort samengevat op het volgende neer: ▪ brandcompartimentering en brandwerendheidsscheiding tussen compartimenten; ▪ brandveiligheidsklasse van toe te passen materialen en bekleding van de (hoofd)draagconstructie; ▪ noodverlichting; ▪ vluchtwegaanduiding; ▪ ter plaatse van de nooduitgangen buiten het gebouw ruimte vrijhouden voor vluchten; ▪ brandmeld- en ontruimingsinstallatie; ▪ rookluiken indien nodig; ▪ bij oplevering van het gebouw vluchtwegplannen aanleveren. Aandachtspunt in combinatie met diefstalbeveiliging is een vertraging op nooduitgangen die vanuit een museale ruimte direct naar buiten leiden. Brandveiligheidseisen worden nader uitgewerkt bij de Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10).

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 44

9.

Functionele eisen per ruimte

Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste ruimtes binnen de huisvesting met de bijbehorende gebruikseisen. De eisen zijn geformuleerd per ruimtetype, zonder de gebruiksfuncties toe te wijzen aan bepaalde bestaande ruimtes. De omschrijving betreft de vereiste of gewenste nieuwe situatie, na verbouw.

9.1.

Entreegebied, museumwinkel en museumcafé

9.1.1.

Hoofdingang en entreeruimte

De hoofdingang is duidelijk herkenbaar en uitnodigend. In de entreeruimte ervaart de bezoeker direct de sfeer van het hele complex. Qua beleving stapt de bezoeker in een historische ruimte met een kwalitatief hoogwaardige, tijdloze inrichting met hedendaagse faciliteiten. In deze ruimte worden de bezoekers gastvrij ontvangen. In de entreeruimte bevindt zich een ticket- en informatiebalie en een uitgiftepunt voor de audiotours. De ruimte staat in open verbinding met de museumwinkel. De garderobe en publiekstoiletten zijn vanuit de entreeruimte direct te bereiken en indien mogelijk ook het museumcafé. In de entreeruimte is een bescheiden zitruimte waar (oudere) bezoekers even kunnen wachten (zonder consumptieverplichting). Vanuit de entreeruimte start de bezoekersroute door de presentatieruimtes, bij voorkeur bij de tijdelijke tentoonstellingsruimte(s). Vanuit hier zijn ook de ruimtes voor educatie en evenementen te bereiken. De evenementenruimtes hebben tevens een eigen entree. De toegangscontrole is bemenst. De bezoekersroute door de presentatieruimtes hoeft niet op exact het zelfde punt te eindigen als hij begint, maar er moet wel een punt zijn waar men terug komt bij de garderobe. Zo mogelijk wordt het entreegebied gecombineerd met de evenementenruimte (zie paragraaf 9.3.1). 9.1.2.

Museumwinkel

De museumwinkel is een aantrekkelijke ruimte, waar de museumbezoeker boeken, kaarten of andere aan het museum gerelateerde artikelen kan kopen. De winkel biedt ruimte aan 15 tot 20 gelijktijdige bezoekers en is gepositioneerd als afsluiting van het museumbezoek. Het winkelconcept is ingericht naar de drie thema’s va het museum e w sse e d v r de t jde jke te t ste ge Indien mogelijk wordt de winkelkassa van de winkel gecombineerd met de entreekassa. De winkel zal worden geïntegreerd in het entree- en uitgangsgebied als laatste stop voor het naar buiten gaan en is ook toegankelijk zonder entreeticket. Voor de nieuwe winkel wordt een goed winkelconcept ontwikkeld waarin de c ect e e thema’s va het museum du de jk terugk me D t z rgt erv r dat de beleving(swereld) van het museum en van de winkel in elkaars verlengde liggen.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 45

De museumwinkel hoeft niet open te zijn als het museum dat niet is. Het is gewenst dat bij blockbusters de museumwinkel kan worden vergroot door er (tijdelijk) een aanliggende ruimte bij te trekken. Direct bij de museumwinkel is een opslagruimte voor verkoopvoorraad. 9.1.3.

Bezoekersfaciliteiten

9.1.3.1. Garderobe Direct in of aan de entreeruimte ligt een bezoekersgarderobe. Deze garderobe is onbemenst. Er moet opstelruimte zijn voor kapstokken en lockers, met een capaciteit voor 250 jassen en tassen gelijktijdig. Een aantal lockers is groot genoeg voor een koffer of rugzak. Nabij de garderobe is ook een opstelruimte voor rolstoelen en buggy's. Idealiter is de bezoekersgarderobe gecombineerd met de garderobe voor de evenementen- en educatieruimtes. Als dit niet mogelijk is moet er bij de tweede entree naar de evenementenruimtes een tweede, kleine, (verplaatsbare) garderobe worden gemaakt. 9.1.3.2. Bezoekerstoiletten De bezoekerstoiletten liggen centraal aan een verkeersruimte en zijn op logische wijze over het gebouw verdeeld (bij binnnenkomst, ergens in de verkeersroute bij de museale presentaties en ergens bij de evenementen-, educatie- en verhuurruimtes), zodat deze zowel vanuit de presentatieruimtes, als vanuit het museumcafé en de educatie- en evenementenruimtes op korte afstand liggen en goed te bereiken zijn. De toiletten liggen niet (zoals nu) direct in het circuit van de tijdelijke tentoonstellings- of de vaste collectiepresentatieruimtes. Toiletten algemeen Dames- en herentoiletten liggen steeds bij elkaar. De toiletruimtes zijn voorzien van zwevende toiletpotten. De aparte voorruimte heeft een passend aantal wastafels en spiegels.

Mindervaliden toilet Zowel op de begane grond als op de verdieping is een miva toilet voorzien. Het mindervaliden toilet voldoet aan de hiervoor geldende normen en is voor alle bezoekers toegankelijk. De afmetingen zijn conform het Bouwbesluit. In het mivatoilet is ook een verschoonruimte aanwezig. Ten minste 1 mindervaliden toilet ligt op een zodanige plek, dat dit vanuit alle gebouwdelen en op alle gebruikstijden toegankelijk is. 9.1.3.3. EHBO ruimte In de EHBO-ruimte is zitruimte en opstelruimte voor een brancard en een verbandkast. De ruimte is voorzien van een wastafel. 9.1.4.

Ontvangst groepen

MPD ontvangt regelmatig schoolklassen en andere groepen, voor een activiteit in de educatieruimte of de lezingenruimte en voor een rondleiding door de presentatieruimtes.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 46

9.1.4.1. Aparte entree en ontvangst groepen (wens) Een grote hal of groepsentree waar ruimte is om groepen toe te spreken/ontvangen is gewenst. In de huidige situatie staat een schoolklas vaak in de doorloop van andere bezoekers wanneer zij het museum betreden (de huidige entreehal is te klein). 9.1.4.2. Garderobe groepsontvangsten Schoolgroepen laten hun jassen en tassen achter op een plek buiten, maar direct nabij, de educatieruimte. Als ze hun jassen aan haakjes hangen is het een voorwaarde dat andere bezoekers daar niet bij kunnen. Bij voldoende ruimte kunnen bijvoorbeeld verrijdbare en afsluitbare kooien worden gebruikt (voor droge & natte jassen), zodat ze kunnen worden weggerold naar een plek waar ze niet in de weg staan. Groepen die het museum op eigen gelegenheid bezoeken maken gebruik van de centrale garderobe. Voor schoolgroepen worden ook daar kisten of kooien op wielen geplaatst. Schoolgroepen komen binnen krijgen een kist toegewezen, laten daar jassen en tassen achter. De kist wordt afgesloten en weggerold. Zo kunnen groepen snel hun jassen & tassen achterlaten en weer ophalen. In de buurt van een garderobe zijn altijd een spiegel, toilet en kluisjes te vinden. Wanneer de centrale garderobe te klein is of niet in de buurt van de lezingenzaal gevestigd is dan is een aparte garderobe voor zakelijke groepen of deelnemers aan een lezing/arrangement gewenst. 9.1.5.

Museumcafé

9.1.5.1. Caféruimte Het museumcafé kan zowel voor als na het museumbezoek bezocht worden en beschikt over een buitenterras. In het café is ruimte voor 40 zitplaatsen en in de zomermaanden zijn er 20 zitplaatsen op het terras. Het is een serviceconcept met bediening en er wordt gewerkt met duurzame materialen en lokale producten. Omdat het daghoreca betreft, wordt er geen dinerkaart gevoerd. De inrichting en het assortiment moet bijdragen aan de beleving van het museumbezoek. Mooie lokale producten staan centraal in het assortiment. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met duurzame producten en materialen (geen disposables bijvoorbeeld). Om ook gezinnen met jonge kinderen te faciliteren zijn er kinderstoelen aanwezig. Voor de bezoekers aan het museumcafé zal het aanbod bestaan uit goede koffie/thee, gebak, broodjes en aanverwant. Daarnaast is de horecavoorziening ondersteunend bij evenementen en bijeenkomsten (o.a. voor lunches, kleine (borrel)hapjes). De uitgifte- en keukenvoorzieningen bij het museumcafé zijn hier op afgestemd. De wens om op te kunnen schalen bij blockbusters vraagt ook om een schaalbare ruimte voor de horeca; de caféruimte moet dan kunnen worden uitgebreid met een aanliggende ruimte, of tijdelijk verplaatst naar een andere (grotere) ruimte. Deze flexibiliteit zou erg wenselijk zijn. 9.1.5.2.

Keukenruimtes De keukenruimtes van het museumcafé zullen, indien het mogelijk is deze op een centrale positie in te passen, ook worden gebruikt voor de ondersteunende horeca bij de evenementen-, educatie- en vergaderruimte. De keukenruimtes zullen in dat geval worden gebruikt door een cateraar. Wanneer dit niet mogelijk blijkt zullen op twee locaties (bij museumcafé en bij evenementenruimte) keukenruimtes aanwezig moeten zijn.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 47

9.2.

Tijdelijke tentoonstellingen, vaste collectiepresentatie

Bezoekers starten bij voorkeur bij de tijdelijke tentoonstelling en vinden vervolgens bijna intuïtief hun weg langs de vaste collectie in een route zonder doodlopende zalen. De mogelijkheid om in de nieuwe opzet naar buiten te kijken, stelt bezoekers niet alleen in staat om zowel de binnentuin als de stad te ervaren, maar zorgt ook voor extra oriëntatie binnen het gebouw. 9.2.1.

Ruimtes tijdelijke tentoonstellingen

Voor de presentatie van tijdelijke tentoonstellingen is behoefte aan extra ruimteoppervlakte. De ruimtes voor de tijdelijke tentoonstellingen moeten flexibel te gebruiken zijn en eenvoudig kunnen worden voorzien van een nieuwe tentoonstellingsinrichting. Het circuit voor de tijdelijke tentoonstellingen ligt bij voorkeur op de begane grond en bij voorkeur liggen alle ruimtes op dezelfde verdieping. Het betreft een ononderbroken circuit. Voor het inrichten van tijdelijke tentoonstellingen is het kunnen verkrijgen van bruiklenen van groot belang. De locaties waar de bruiklenen worden getoond moeten dan ook kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden van de bruikleengevers. Nog nader uit werken: benodigde voorzieningen om stukken goed te kunnen tonen (wandoppervlakte, ophangsystemen, verlichting, verduistering, horizontaal vloervlak, vloerbelasting, trillingvrij, kijkafstand, klimaat, beveiliging, onderlinge relaties tussen ruimtes e.d.). 9.2.2.

Ruimtes presentatie vaste collectie

Voor de presentatie van de vaste collectie worden na de herinrichting drie zalencircuits benut. De kern van deze permanente presentatie zal hierbij over een langere periode van jaren uit dezelfde collectieonderdelen (objecten) bestaan, met incidentele wisselingen of aanpassingen. Deze presentaties vormen de kern van het museale aanbod en de dragers van de positionering van het museum, en beslaan thans elk een vrijwel gelijk oppervlak. Nog nader uit werken: benodigde voorzieningen om stukken goed te kunnen tonen (wandoppervlakte, ophangsystemen, verlichting, verduistering, horizontaal vloervlak, vloerbelasting, trillingvrij, kijkafstand, klimaat, beveiliging, onderlinge relaties tussen ruimtes e.d.). 9.2.3.

Inserts

In de vaste presentatie van de drie inh ude jke thema’s s etter jk ee ru mte aanwezig voor interventies om zo dynamiek in de vaste presentatie te kunnen brengen . Per thema is een ruimte beschikbaar en ook in het circuit van de tijdelijke tentoonstelling is het een wens in een dergelijke ruimte te voorzien. De afwerking en inrichting van deze ruimtes faciliteren en ondersteunen de beoogde dynamiek en flexibiliteit.

9.3.

Ruimtes Educatie en Evenementen

Om het beoogde programma op het gebied van educatie, publieksactiviteiten en evenementen te kunnen realiseren zijn de volgende ruimtes nodig:

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 48

▪ ▪ ▪ ▪

Grote zaal/evenementenruimte (250 personen); Workshopruimte/educatieruimte (35-45 personen); Vergaderruimte/trouwlocatie (20-50 personen); Lezingenzaal/auditorium (80 personen).

9.3.1.

Grote zaal/ evenementenruimte

De evenementenruimte zal worden gebruikt voor (culturele) evenementen, openingen, verhuur (events, diners en recepties). De ruimte wordt ook gebruikt buiten openingstijden van het museum. Er kunnen combinaties zijn van museumbezoek met event en/of publiekscatering. Een combinatie van de evenementenruimte met het entreegebied levert flexibiliteit en efficiency op. Functionele eisen: ▪ capaciteit tot 250 personen ▪ flexibele indeling mogelijk ▪ eenvoudige entree tot museumzalen (niet buitenom) ▪ gescheiden entree bezoekers en leveranciers ▪ aangrenzende voorzieningen: keukenruimtes, garderobe, toiletten, opslag, museumcafé ▪ eenvoudig schoon te houden ▪ vlakke vloer ▪ ruimte niet gebruikt voor andere functies (geen doorgang/tentoonstellingsopbouw zoals in huidige situatie) ▪ goede akoestiek De inrichting bestaat voornamelijk uit stoelen, statafels. 9.3.2.

Workshopruimte/educatieruimte

De workshop/educatieruimte zal worden gebruikt als leslokaal, voor publieksprogrammering, voor workshops, buitenschoolse activiteiten, familie activiteiten, beeldende lessen, museumlessen en kleine presentaties. De ruimte wordt gebruikt tijdens openingstijden van het museum, gecombineerd met museumbezoek. Functionele eisen: ▪ capaciteit 35-45 personen; schoolklas + 4 begeleiders + 2 museumdocenten/rondleiders ▪ natte hoek (wasbak voor 5 à 10 kinderen tegelijk) ▪ eenvoudig schoon te houden ▪ gescheiden entree bezoekers en leveranciers ▪ vlakke vloer, goed reinigbaar ▪ eenvoudige entree tot museumzalen (niet buitenom) ▪ goede akoestiek ▪ geluidsdicht (afhankelijk van de locatie in het gebouw) ▪ aangrenzende voorzieningen: garderobe, toiletten ▪ kolomvrij (wens) ▪ goed toegankelijk (lift, weinig trappen) i.v.m. kleuters, rolstoelgebruikers ▪ daglicht (ramen moeten kunnen worden geblindeerd) ▪ dimbare verlichting

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 49

De inrichting bestaat uit: minimaal 7 werktafels (verrijdbaar) met 6 werkplekken per tafel, krukken, ezels; minimaal 4 hoge kasten voor werkmateriaal, presentatiebord, droogrek voor schilderwerkstukken, audiovisuele apparatuur (digibord). 9.3.3.

Vergaderruimte/trouwlocatie

De vergaderruimte/trouwlocatie zal worden gebruikt voor verhuuractiviteiten: vergaderingen (tot 20 personen), huwelijksvoltrekking (tot 50 personen), (kleine) lezingen/presentaties (tot 50 personen). De ruimte wordt gebruikt tijdens openingstijden van het museum, eventueel gecombineerd met eventcatering (in de tuin), receptie in de grote zaal (huwelijken) en museumbezoek. Functionele eisen: ▪ capaciteit: 20 - 50 personen ▪ aangrenzende voorzieningen: keukenruimtes, garderobe, toiletten, opslag, museumcafé, tuin ▪ gescheiden entree bezoekers en leveranciers ▪ eenvoudige entree tot museumzalen (niet buitenom) ▪ eenvoudig schoon te houden ▪ vlakke vloer ▪ goede akoestiek ▪ geluidsdicht De inrichting bestaat uit stoelen, tafels (in wisselende opstelling), AV-apparatuur. 9.3.4.

Lezingenruimte/auditorium

De lezingenruimte zal worden gebruikt voor presentaties, lezingen, arrangementen, verhuur. De ruimte wordt ook na openingstijden van het museum gebruikt, eventueel gecombineerd met museumbezoek en koffie/thee in het museumcafé, event- of publiekscatering. Functionele eisen: ▪ capaciteit tot 80 personen ▪ geluidsdicht ▪ theateropstelling mogelijk ▪ eenvoudige entree tot museumzalen (niet buitenom) ▪ gescheiden entree bezoekers en leveranciers ▪ eenvoudig schoon te houden ▪ vlakke vloer ▪ goede akoestiek ▪ dimbare verlichting ▪ mogelijkheid tot blinderen ▪ aangrenzende voorzieningen: toiletten, garderobe, museumcafé, keukenruimtes, opslag ▪ uitgiftebalie voor de catering (koffie/thee) in of nabij de ruimte De inrichting bestaat uit stoelen, katheder, vast projectiescherm, AV-apparatuur.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 50

9.3.5.

Nevenruimtes educatie en evenementen

9.3.5.1. Keukenruimtes banqueting Nader uit te werken 9.3.5.2. Opslagruimte workshops Materiaal voor publieksprogrammering en onderwijs moet in de nabijheid van de educatieruimte of lezingenzaal in een afsluitbare ruimte opgeslagen kunnen worden. Denk aan drukwerk, paspoppen met kostuums, educatiekisten en presentatiemateriaal. Deze zijn makkelijk toegankelijk voor de medewerkers. Belangrijk is dat dit materiaal niet in de educatieruimte of lezingenzaal wordt opgeslagen opdat ook medewerkers die geen gebruik maken van de ruimte, materiaal kunnen ophalen zonder de activiteit te verstoren. 9.3.5.3. Opslagruimte evenementen Direct grenzend aan de evenementenruimte is een opslagruimte aanwezig voor stoelen, tafels, statafels, decoratiemateriaal en optioneel een mobiele bar. 9.3.5.4. Omkleedruimte Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van de omkleedruimte voor gastheren en gastvrouwen van het museum, zie bij 9.4.7.

9.4.

Werkruimtes

De kantoorwerkplekken liggen in de huidige situatie in twee aparte gebouwdelen. De wens is om deze bij elkaar te brengen op één plek in het gebouw. Ten minste een deel van de werkplekken moet toegankelijk zijn voor minder validen. Een wens is om in de nieuwe situatie "binnendoor" vanuit het kantoorgedeelte het publieksgedeelte te kunnen bereiken. 9.4.1.

Kantoorwerkplekken

Voor de kantoorwerkplekken werkt Museum Prinsenhof Delft, mede ten gevolge van de "coronacrisis", aan nieuw werkplekbeleid. Hierbij spelen onder andere thuiswerkmogelijkheden een rol, en daarmee goede ICT faciliteiten en voorzieningen voor beeldschermvergaderingen (akoestisch afgeschermde vergaderplekken met een groot beeldscherm). Daarnaast wordt gedacht over een inrichting van de kantoorplekken die meer flexibiliteit biedt, zoals (niet persoonsgebonden) werkplekken die zijn gerelateerd aan het type werkzaamheden (drukke zones, stille zones, samenwerkplekken, belcellen e.d.). 9.4.2.

Vergaderruimte, spreekruimte

Er zijn 2 vergaderruimtes voor 10 personen. Deze vergaderruimtes mogen visueel open zijn (bijvoorbeeld met een glaspui gescheiden van de werkplekken). De ruimtes zijn geluidsdicht. Eén van deze ruimtes ligt direct bij de directeurskamer. Indien mogelijk zijn beide vergaderruimtes te combineren tot één ruimte voor ca. 20 personen.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 51

Daarnaast zijn er 2 spreekruimtes, voor overleg met kleine groepen tot 5 personen. Hier moeten ook vertrouwelijke gesprekken kunnen worden gevoerd, deze ruimtes zijn dan ook geluidsdicht en visueel afgeschermd. 9.4.3.

Nevenruimtes bij de kantoorwerkplekken

Bij de werkplekken is een ontvangstruimte voor bezoekers aanwezig, een garderobe en zijn archiefruimtes voor administratie en collectie (geen depot) opgenomen. Bij de werkplekken ligt een print- en reproruimte. Deze biedt opstelruimte voor een printer/copier en is voorzien van de daarvoor benodigde aansluitpunten en afzuiging. In deze ruimte is ook opslag van materialen, een snijtafel etc. 9.4.4.

Bibliotheek

Bij de werkplekken is een aparte bibliotheekruimte, waar de medewerkers vakdocumenten kunnen raadplegen. 9.4.5.

Pauzeruimte, kantine

Nabij de personeelsingang en bij de kantoorruimtes ligt de medewerkerskantine. Hier kan men pauzeren of lunchen. De ruimte kan ook worden gebruikt als extra vergaderruimte voor intern overleg met een wat grotere groep. 9.4.6.

Pantry

Direct bij (of in) de pauzeruimte en bij de vergaderruimtes in de kantoorcluster ligt een pantry. In de pantry dient een spoelbak met een warm- en koud water tappunt opgenomen te worden en moet voorzien worden in een aansluiting voor een waterkoker, een koffiezetapparaat en een magnetron. Er dient voldoende ruimte te zijn voor het opnemen van een grote koelkast en vaatwasser. 9.4.7.

Medewerkersruimte, kleedruimte

Centraal, nabij de personeelsingang (bij de meldkamer/beveiligingsloge) is een multifunctionele medewerkersruimte: een lunchplek voor gastheren/gastvrouwen en baliemedewerkers, tevens de omkleedruimte voor de gastheren/gastvrouwen. Deze ruimte zal eveneens worden gebruikt voor sprekers, musici of acteurs die een presentatie geven in de evenementenruimte of de lezingenruimte, voor museumdocenten die zich voor bepaalde lessen moeten omkleden. De ruimte is voorzien van lockers om kleding op te bergen, zitmeubilair, spiegels en een wastafel. In deze ruimte is ook een eenvoudige werkplek voor de floormanagers/medewerker events. In of bij deze ruimte is verder een afsluitbare overslag plek voor goederen (bijv. aanvoer museumwinkel). 9.4.8.

Toiletten medewerkers

Zowel vanuit de kantoorruimtes en de werkplaatsen als voor de medewerkers in de entreeruimte zijn de personeelstoiletten goed bereikbaar.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 52

Toiletten algemeen De toiletruimtes zijn voorzien van zwevende toiletpotten. De aparte voorruimte heeft een passend aantal wastafels en spiegels. Mindervaliden toilet Bij de werkruimtes is een miva toilet aanwezig. Het mindervaliden toilet voldoet aan de hiervoor geldende normen en is voor alle bezoekers toegankelijk. De afmetingen zijn conform het Bouwbesluit. 9.4.9.

Kolfruimte

Voor de medewerkers is een kolfruimte aanwezig. Deze ruimte biedt privacy, is afsluitbaar van binnenuit, er is een comfortabele stoel of bank, een wastafel met warm en koud water en er is een aparte koelkast. De ruimte kan ook worden gebruikt als bidruimte.

9.5.

Expeditie, logistieke ruimtes expositie

Centraal in het gebouw, zoveel mogelijk op de begane grond, ligt een cluster met flexibel in te richten ruimtes waar kan worden gewerkt aan af- en opbouw van tentoonstellingen. 9.5.1.

Transitiedepot

In deze ruimte worden ten toon te stellen objecten ontvangen of klaargezet voor transport. De ruimte moet goed, trillingvrij bereikbaar zijn vanuit de expeditie ingang. Transport van objecten vindt niet (of zo min mogelijk) plaats via ruimtes met een andere functie (i.i.g. niet via publieksruimtes). De inrichting bestaat uit schilderijrekken aan de wand en stellingkasten. De ruimte is geklimatiseerd, afsluitbaar en beveiligd. 9.5.2.

Ruimte voor in- en uitpakken, fotografie van objecten

Deze ruimte moet goed, trillingvrij bereikbaar zijn vanuit de expeditie ingang en het transitiedepot. Transport van objecten vindt niet (of zo min mogelijk) plaats via ruimtes met een andere functie (i.i.g. niet via publieksruimtes). De ruimte is geklimatiseerd, afsluitbaar en beveiligd. 9.5.3.

Opslag emballage

In deze ruimte worden omkistingen en verpakkingen opgeslagen. De inrichting bestaat uit stellingkasten. De ruimte is afsluitbaar. 9.5.4.

Opslag tentoonstellingsmaterialen

In deze ruimte worden tentoonstellingsmaterialen opgeslagen. De ruimte is afsluitbaar. 9.5.5.

Schone werkruimte

Deze ruimte is een werkruimte voor passe partout /inlijstwerk. De ruimte is geklimatiseerd, afsluitbaar en beveiligd.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 53

9.5.6.

Werkruimte tentoonstellingsbouw

Dit is een niet schone ruimte, werkplaats voor de tentoonstellingsbouwer. De ruimte is afsluitbaar.

9.6.

Facilitaire ruimtes

9.6.1.

Werkplaats Technische Dienst

De werkplaats voor de technische dient ligt bij voorkeur op de begane grond. Bij de werkplaats is een opslagruimte voor materialen en gereedschappen. 9.6.2.

Beveiligingsloge

Nader uit te werken. 9.6.3.

Schoonmaakberging en werkkasten

Centraal in het gebouw ligt een schoonmaakberging. Deze is voorzien van planken voor de opslag van schoonmaakartikelen, voorraad toiletpapier en handdoeken en tevens groot genoeg om een stofzuiger, schoonmaakkar en vloermachine op te slaan. Er dienen voor de schoonmaak meerdere afsluitbare werkkasten met een warm- en koud-watertappunt, een uitstortgootsteen en een schrobput/vuilwaterput aanwezig te zijn. Iedere werkkast is voorzien van planken voor de opslag van schoonmaakartikelen, voorraad toiletpapier en handdoeken en voldoende ruimte voor een schoonmaakkar. De wanden, vloer en plafond van de werkkast zijn stoot-, slijt- en watervast, vochtbestendig en eenvoudig reinigbaar. De werkkast heeft ventilatie. 9.6.4.

Afvalberging

Centraal in het gebouw ligt een ruimte voor tijdelijke afvalopslag, waar het keuken- en kantoorafval gescheiden wordt verzameld tot dit buiten wordt klaargezet voor de ophaaldienst. De ruimte heeft een luchtafzuiging en heeft een korte, gelijkvloerse looplijn naar het ophaalpunt in de openbare ruimte.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 54

10.

Duurzaamheid

10.1.

Inleiding

Het gebouw moet in de nieuwe situatie passen binnen de duurzaamheidsambities van Gemeente Delft. Op welke wijze dit mogelijk is, gegeven de eigenschappen van het gebouw, zal door het ontwerpteam nog nader in overleg met gemeente Delft worden uitgewerkt. Hierop vooruitlopend zijn in dit hoofdstuk enige globale uitgangspunten opgenomen. Uitgangspunt is de stapsgewijze reductie van CO2-emissie naar energie neutraal, waarbij gebruik wordt gemaakt van de maatregelen gebaseerd op de Trias Energetica 1. beperking energievraag 2. gebruik duurzame energie 3. het zo efficiënt mogelijk gebruiken van fossiele brandstoffen om in de resterende energiebehoefte te voorzien. De opdrachtgever heeft belang bij een optimale duurzaam gebouw waarin energiebesparing, energieopwekking en circulair bouwen aandacht hebben gekregen. Door het ontwerpteam wordt onderzocht in hoeverre deze onderwerpen ingepast kunnen worden en welke impact dit heeft.

Het begrip duurzaamheid heeft betrekking op diverse aspecten, zoals: ▪ beperking van de vraag tot de werkelijke behoefte ▪ gebruik van hernieuwbare en duurzame materialen en energiebronnen, beperken grondstofgebruik ▪ verstandig en efficiënt gebruik van eindige bronnen ▪ beperking van het energiegebruik ▪ beperking van het watergebruik ▪ het beperken van het materiaalgebruik ▪ de keuze van het materiaal ▪ levensduurverlenging door onderhoud en reparatie ▪ de kwaliteit van het binnenklimaat ▪ comfort ▪ de leefbaarheid van de omgeving ▪ het ecologisch evenwicht ▪ toekomstbestendigheid.

10.2.

Duurzaamheidseisen

Het gebouw dient zo energiezuinig mogelijk te zijn en het milieu zo min mogelijk te belasten. Het gebouw is daarom zodanig gedefinieerd dat het gedurende de gebruiksperiode een minimaal beslag legt op grondstoffen. Er dient bij de renovatie/verbouwing, gebruik gemaakt te worden van bouwstoffen die afkomstig zijn van hergebruikte grondstoffen of halffabricaten die ook in de toekomst weer maximaal herbruikbaar zijn. Indien dit niet leidt tot een verhoging van de investering dient in de betreffende gebouwdelen zoveel mogelijk te worden gekozen voor vernieuwbare en duurzame primaire grondstoffen, kringloopmaterialen

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 55

en industriële reststoffen als bouwstoffen. Daarvan wordt verwacht dat zij minimale schade aan het milieu of de gezondheid kunnen veroorzaken. Voor het gebouw dient zoveel mogelijk te worden gekozen voor oplossingen die, zonder een verhoging van de investeringskosten voor het betreffende gebouwonderdeel, een beperking van het energieverbruik tot gevolg hebben. Alle mogelijk van toepassing zijnde energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van x jaar [aantal n.t.b.] of minder dienen om financiële redenen kenbaar gemaakt te worden aan de opdrachtgever en zullen door het ontwerpteam zodanig uitgewerkt moeten worden dat een onderbouwde keuze kan worden gemaakt over het al dan niet toepassen van deze duurzaamheidsmaatregel. Bij een keuze tussen verschillende maatregelen zoveel mogelijk kiezen voor maatregelen waarvan het resultaat niet of slechts beperkt afhankelijk is van de medewerking van gebouwgebruikers. Algemeen belangrijke kwalitatieve uitgangspunten voor duurzaamheid zijn: ▪ E erg e va exter e pr ma re e erg e r e de e de categ r e “re ewa e e ergy” te va e ▪ Toegepaste installatieconcepten en componenten moeten toekomstbestendig en voldoen aan de laatste beschikbare techniek (bijvoorbeeld ten tijde van de oplevering, de meet en regeltechnische hard en software niet ouder dan 2 jaar).

▪ De toegepaste componenten en fabricaten moeten zodanig worden gekozen dat nalevering beschikbaar is tijdens de levensduur van het gebouw / technische levensduur van de technische installaties. De optimale duurzame kwaliteit voor het gebouw is gewaarborgd door een ontwerpgerichte benaderingswijze in samenhang met kwantitatief toetsbare criteria. Onder de ontwerpgerichte benadering wordt verstaan dat alle ontwerpbeslissingen weloverwogen worden genomen met als basisuitgangspunt de voorgenoemde duurzaamheidsaspecten.

10.3.

Uitwerking duurzaamheidsambitie

Bij de uitwerking van het ontwerp dient het ontwerpteam zoveel mogelijk energiebesparende maatregelen, duurzame materialen en exploitatiekostendrukkende maatregelen op te nemen. In de verschillende hoofdstukken is meer in detail ingegaan op de verschillende maatregelen. Denkrichtingen, voor zover deze niet reeds onderdeel zijn van dit PvE, hierbij zijn: ▪ Duurzame & onderhoudsarme materialen; ▪ Een bouwfysisch geoptimaliseerd thermisch isolatiepakket; ▪ Gebruik van de gebouwmassa voor passieve koeling; ▪ Synergie tussen verschillende installatieonderdelen; ▪ Energiezuinige/ regeneratieve liften; ▪ Toepassen duurzame energieopwekking (warmtepomp, zonneboilers, pv panelen); ▪ Waterbesparing en hergebruik water ▪ Optimale warmteterugwinning; ▪ Tijd-gestuurde (Infrarood) bediening voor douches en kranen.

10.4.

Circulair bouwen

Circulaire economie, het principe om afval te voorkomen en grondstoffen te hergebruiken is belangrijk. Het principe van circulair bouwen is een wens die graag ingevuld wordt bij de ontwikkeling van het project.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 56

Belangrijke aspecten waaraan bij circulair bouwen gedacht wordt zijn: ▪ circulair ontwerpen; ▪ product hergebruik; ▪ hoogwaardige recycling van grondstofstromen; ▪ registratie in een materialenpaspoort. In het werken aan een circulaire economie zit er een bepaalde hiërarchie in welke activiteiten de voorkeur hebben. Daarbij staat waardebehoud van bestaande producten, onderdelen en materialen voorop. Zo wordt bij het repareren van een product meer waarde behouden dan bij het recyclen van de materialen uit een product, waarmee dit een sterkere bijdrage levert aan de circulaire economie. Op basis van het model van de Ellen MacArthur Foundation, de Ladder van Lansink, en een model van de Universiteit Utrecht stellen we voor Delft de volgende ladder in de mate van circulariteit voor: R1: Refuse en Rethink: voorkomen van grondstofverbruik R2: Reduce: verminderen van grondstofgebruik in een product (eco-efficiëntie) R3: Reuse: hergebruik op productniveau R4: Repair: hergebruik op product- of componentniveau door het onderhouden of hermaken R5: Recycle: hergebruik of materiaalniveau R6: Recover: energiewinning als gevolg van verbranden. Circulair ontwerpen heeft o.a. betrekking op optimaal gebruik maken van de bestaande gebouwdelen en ruimtes en de nieuwe functies zodanig situeren dat zo min mogelijk aanpassingen en installaties nodig zijn.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Museum Prinsenhof

CONCEPTVERSIE

Pagina 57

11.

Technische Kwaliteitseisen

11.1.

Inleiding

Voldoen aan de museale eisen is in monumentale gebouwen geen eenvoudige optelsom van maatregelen. Klimaateisen volgens ASHRAA kunnen grote invloed hebben op het gebouw, maar ook het gebouw en de bezoekers hebben grote invloed op de klimaateisen ter plaatse van de tentoongestelde stukken. De omschreven technische kwaliteitseisen zijn een wens en vormen het uitgangspunt voor de ontwikkeling van het ontwerp. De geformuleerde kwaliteitseisen zullen gedurende het ontwerp door het ontwerpteam getoetst worden op haalbaarheid in al zijn aspecten. Bijvoorbeeld klimaateisen in relatie tot de bouwfysische mogelijkheden van de gevel; vocht en temperatuur vormen hierbij een belangrijk aspect. Indien uit de bouwfysische of installatietechnische beperkingen blijkt dat een wenselijke klimaateis niet realiseerbaar is, zal hierover met de opdrachtgever/gebruiker gecommuniceerd worden en kan dit leiden tot een aanpassing van de kwaliteitseisen. De monumentadviseur zal nadrukkelijk betrokken moeten worden bij al die ontwerpaspecten die invloed hebben op het monument. Het voldoen aan wettelijke eisen biedt geen garantie voor een goed museaal binnenmilieu. De wettelijke eisen zijn minimumeisen waaraan in elk geval moet worden voldaan. In dit hoofdstuk en de hoofdstukken 12 t/m 15 worden op gebouwniveau en op hoofdlijnen de prestatie eisen voor het gebouw en de gebruiksfuncties nader beschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9470278/1