CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Gewijzigd Bestemmingsplan Schieoevers Noord (KD en NH) toelichting regels bijlagen bij de regels

Commissie Ruimte en Verkeer 6 oktober 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststelling gewijzigd Bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) (nr. 2239499) & Voorstel van het college aan raad inzake aan artikel 4.7 APV een negende lid toe te voegen (nr. 2238477)42.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De verwachting is dat er 6.000 fietsers per etmaal gebruik zullen maken van de brug. Geadviseerd wordt om aan de Schieweg een vrijliggend fietspad op het maaiveld te realiseren. Daarmee worden conflictpunten op de brug voorkomen en blijven de bedrijfsbestemmingen en de routes daarnaartoe bereikbaar. Voor de Rotterdamseweg wordt geadviseerd een oversteek te maken met verkeerslichten en zonder middeneiland. Dit ontwerp voorkomt doorstromingsproblemen. Het bestemmingsplan belemmert deze maatregelen niet. De maatregelen zullen in een later stadium verder geconcretiseerd worden. Hieronder een afbeelding van de brug in haar omgeving volgens de huidige planuitwerking:

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 67

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.13. stand van zaken planuitwerking Gelatinebrug 4.3.3

Parkeerbalans

Uit de rapporten van Goudappel volgt dat voor Kabeldistrict de normatieve behoefte voor autoparkeren 2.646 plaatsen is en voor Nieuwe Haven 152 plaatsen. De behoefte aan fietsparkeerplaatsen is vastgesteld op 14.192 plekken bij Kabeldistrict en 1.047 bij Nieuwe Haven. Bij Laga zijn volgens de memo van Aveco de Bondt circa 5 parkeerplaatsen benodigd voor auto's en 375 fietsparkeerplaatsen. Voor zowel auto- als fietsparkeren is nog geen dubbelgebruik en deelgebruik meegerekend. In Kabeldistrict worden inpandig parkeerplaatsen gerealiseerd en wordt gebruik gemaakt van een parkeerhub bij station Delft Campus. Het is de ambitie om geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte te realiseren. Ook wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van deelconcepten. Per bouwveld zijn voldoende fietsenstallingen opgenomen in de stedenbouwkundige opzet, waarbij ook rekening wordt gehouden met e-bikes en bakfietsen. Bij Nieuwe Haven wordt gebruik gemaakt van de parkeergarage in het Havenblok. Op het maaiveld zijn parkeerplaatsen voor bezoekers voorzien met een snelle ontsluiting op de Rotterdamseweg. Verder komt er een mobiliteitshub voor deelauto's, e-bikes en elektrische bakfietsen. De fietsenstallingen zijn op eigen terrein voorzien. De precieze invulling van de parkeervoorzieningen volgt bij de uitwerking per bouwfase.

Hiertoe is in artikel 48 voorgeschreven dat in gebruikname van gebouwen slechts mogelijk is indien voorzien is in voldoende parkeergelegenheid. Daarvoor is tevens een (dynamische) verwijzing naar de Parkeervisie Schieoevers Noord opgenomen in de regels. 4.3.4

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling kan afgewikkeld worden via de omliggende wegenstructuur. Het voorzien in voldoende parkeervoorzieningen is geborgd in de regels van dit plan. Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 68

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

4.4

Geluid

4.4.1

Kader

Voor het aspect geluid is voor de transformatie van Schieoevers Noord een aantal wettelijke kaders van belang, namelijk de Wet geluidhinder, Crisis- en herstelwet, Activiteitenbesluit en de Wet ruimtelijke ordening. Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met woningen, geluidsgevoelige gebouwen, bedrijven, nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van de ontwikkeling van Schieoevers Noord is hierbij ook de aanwijzing als Ontwikkelingsgebied van belang, omdat deze aanwijzing het mogelijk maakt tijdelijk af te wijken van de grenswaarden met het oog op de transformatie van het gebied. De Wet geluidhinder is met name van toepassing op wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai van gezoneerde industrieterreinen. Het Activiteitenbesluit is van belang in verband met de gewenste menging van werken en wonen in het plangebied. Volgens de Wet ruimtelijk ordening is van belang te zoeken naar een “goede ruimtelijke ordening”. Dit wettelijke kader wordt middels de aanwijzingen van Schieoevers Noord onder de Crisis- en herstelwet omgevormd naar de zorg voor een gezonde en veilige fysieke leefomgeving, zoals dat ook geldt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

In het kader van een goede ruimte ordening is de Nota - geluidkader Schieoevers Noord (zie Bijlage 20) opgesteld. In deze nota staat wat onder een aanvaardbar woon- en leefklimaat wordt verstaan als gevolg van het geluid van bedrijven. Daarnaast wordt getoetst aan het Beleid hogere waarden, de Wet geluidhinder en de beleidsregel geluid. 4.4.2

Toetsing Kabeldistrict

Voor de herontwikkeling van Kabeldistrict is door Aveco de Bondt (2022) een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar weg- en railverkeerslawaai, industrielawaai, bedrijfslawaai en scheepvaartlawaai (als onderdeel van het gecumuleerde geluid). In de onderzoeken wordt rekening gehouden met de vastgelegde geluidzones voor bedrijven zoals beschreven in paragraaf 4.2 en worden de wettelijke kaders voor geluid nader beschreven. Het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 1. Doel van het onderzoek is te bepalen of bij de geluidgevoelige objecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wordt voldaan aan de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder en de standaardwaarden uit het geluidbeleid. Indien sprake is van een overschrijding dan wordt onderzocht welke geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen. Indien - ondanks eventuele maatregelen - niet kan worden voldaan aan de voorkeurswaarden dan wordt aangegeven voor welke woningen een hogere waarde dient te worden vastgesteld. Aangezien de concrete invulling van het bouwplan in dit stadium nog niet bekend is, kan niet precies per woning een geluidbelasting worden bepaald. Daarom zijn op de grenzen van de bouwvlakken de geluidbelastingen berekend vanwege de verschillende geluidbronnen. Op basis hiervan zijn de hogere waarden vastgesteld.

Verder is geregeld dat voorafgaand aan de bouw van de woningen aangetoond moet worden dat de geluidbelasting op de gevels van de te realiseren woningen de genoemde hogere waarden niet overschrijdt. Hiermee wordt flexibiliteit geboden voor de verdere invulling van de bouwplannen, maar ook rechtszekerheid naar zowel toekomstige bewoners als bestaande bedrijven. Bij het bepalen van de geluid als gevolg van de bestaande bedrijven moet namelijk uitgegaan worden van de bedrijfssituatie zoals deze in de RBS is afgesproken. Resultaat Uit het onderzoek blijkt dat voor de onderstaande geluidbronnen sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde op basis van de bouwvlakken in het bestemmingsplan: Kruithuisweg N470; Spoorlaan/Omgeklapte Schieweg; Bestaande Schieweg Railverkeer; Industrieterrein Dyckerhoff Basal Industrieterrein Schieoevers Zuid Een aantal bedrijven binnen Schieoevers Noord (Prysmian, Zwatra en Festo). bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 69

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) Op basis van een voorkeursinvulling van het plangebied is vervolgens gekeken naar mogelijkheden van de ontwikkeling en de noodzaak van het aanwijzen van hogere waarden. Resultaten wegverkeerslawaai Voor het aspect wegverkeerslawaai is onderzocht welke effecten het verkeer van de Kruithuisweg (N470) en de Schieweg in de huidige situatie en in de omgeklapte variant heeft op de woningen. De bestaande Schieweg blijft nog langere tijd in gebruik voordat de nieuwe Schieweg wordt gebruikt. Beide wegen zijn daarom in het onderzoek meegenomen om een voldoende geluidsituatie voor de woningen te borgen. Hiervoor is zowel het effect op de bouwvlakken als op het stedenbouwkundig ontwerp getoetst. De berekeningen voor geluidsbelasting van wegverkeer aan de Kruithuisweg tonen aan dat de maximale waarde van 60 dB conform de Omgevingswet aan de grens van het zuidelijke bouwvlak met 2 dB wordt overschreden. Bij het toetsen van het stedenbouwkundig ontwerp is dit niet langer het geval en wordt de grenswaarde niet overschreden. De toegestane waarde wordt vastgelegd op 60 dB. In de verdere uitwerking van de plannen moet rekening gehouden worden met de hogere belasting en een passende oplossing gevonden worden om deze hogere geluidbelasting op de gevels te voorkomen.

Deze ontheffingswaarde van 60 dB kan gehanteerd worden, omdat het gebied is aangewezen als Ontwikkelingsgebied in de Crisis- en herstelwet. Binnen 10 jaar moet voldaan worden aan de maximaal te ontheffen waarde. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt hieraan voldaan, omdat op dat moment 60 dB als maximaal te ontheffen waarde geldt. Het onderzoek wijst uit dat de waarden op de bestaande Schieweg de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB niet overschrijden. De berekende waarde op basis van het stedebouwkundige plan bedraagt maximaal 60 dB. Voor de nieuwe Schieweg (Spoorlaan) wordt in het onderzoek geconcludeerd dat ook de maximale ontheffingswaarde van 58 dB wordt overschreden op het niveau van de bouwvlakken. Op basis van het stedebouwkundige plan bedraagt de geluidbelasting maximaal 58 dB mits er stil asfalt wordt toegepast, wat gelijk is aan de maximaal te ontheffen waarde. In de rapportage zijn overwegingen opgenomen ten aanzien van het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen. In onderhavig bestemmingsplan is een regeling opgenomen dat indien deze hogere waarde van 58 dB zich voordoet, er stil asfalt toegepast moet worden. Indien dit niet doelmatig is dan kunnen dove gevels toegepast worden (onder voorwaarden uit de beleidsregel geluid).

Resultaten spoorweglawaai De berekende geluidbelasting op de gevels in het plangebied overschrijdt de maximaal te ontheffen waarde niet. Voor spoorweglawaai wordt dan ook een hogere waarde toegekend. In het plan is rekening gehouden met geluidreducerende maatregelen, namelijk dwarsliggers met doorgelaste spoorstaaf en geluidsafscherming van 5 meter hoog langs het gehele plangebied. De regels van het bestemmingsplan laten een afscherming van 8 meter toe. Resultaten industrielawaai Met de dezonering van Schieoevers-Noord en het opnieuw vaststellen van de geluidzones van Schieoevers Zuid en Dyckerhoff Basal is de zonegrens van beide industrieterreinen opnieuw bepaald. Deze is ook vastgelegd op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De geluidzone van Schieoevers Zuid leidt niet tot de noodzaak om hogere waarden vast te stellen ter hoogte van Kabeldistrict en Nieuwe Haven, omdat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus niet hoger zijn dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Vanwege Dyckerhoff Basal is het wel noodzakelijk hogere waarden vast te stellen voor Kabeldistrict. Met Dyckerhoff Basal zijn afspraken gemaakt hoe de geluidsbelasting zoveel als mogelijk kan worden beperkt en zijn tevens afspraken gemaakt met de ontwikkelaar, zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is geborgd.

Op basis van dit onderzoek kunnen hogere waarden worden vastgesteld en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, omdat wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Nota - geluidkader Schieoevers Noord en de Beleidsregel Geluid. Voor het vaststellen van de hogere waarden van de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting wordt nog opgemerkt dat hier tijdelijk (10 jaar) wordt afgeweken van de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Het plan valt namelijk onder de Crisisen herstelwet (zie ook paragraaf 5.1). De tijdelijke afwijking is maximaal 3 dB, onder de voorwaarde dat op de nieuwe woningen in Kabeldistrict wordt voldaan aan de grenswaarden zoals deze gaan gelden onder de nieuwe Omgevingswet (nl. 55 dB (Lden) en 45 (Lnight ). Resultaten bedrijfslawaai bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 70

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) Voor de ontwikkeling van Kabeldistrict zijn de bedrijven Prysmian, Festo, Zwatra, Lijm & Cultuur en Basal en de vereniging Proteus onderzocht als geluidsbronnen. Tevens is de invloed van de scouting (gevestigd in het Kruithuis) onderzocht en vastgelegd in de regels. Uit het RBS-onderzoek blijkt dat de geluidzone van de scouting geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van Kabeldistrict. De festiviteiten die bij de scouting plaatsvinden zorgen voor een verhoogde geluidsbelasting en zijn aanvaardbaar mits deze aan de regels uit de APV voldoen. Een extra planregel voor deze festiviteiten is niet nodig. Naast deze festiviteiten vindt maandelijks onderhoud plaats aan het Kruithuis. Dit betekent dat er mogelijk meer dan 12 dagen per jaar een verhoogde geluidsbelasting is bij een aantal woningen die zijn voorzien in Kabeldistrict. Voor de onderhoudsdagen zijn daarom aanvullend planregels opgenomen. Dit betekent dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor Kabeldistrict aangetoond moet zijn dat de geluidsgevoelige functies een binnenniveau hebben van 35 dB(A). Met deze planregel wordt de verhoogde geluidsbelasting als gevolg van de onderhoudsdagen en de festiviteiten als aanvaardbaar beschouwd.

Andere bedrijven in het gebied hebben een zodanig beperkte contour van 50 dB(A), dat deze geen belemmering vormen voor het realiseren van woningen. Dit geldt overigens ook voor Proteus, waarvan de 50 dB(A) contour niet samenvalt met Kabeldistrict. De geluidzone van Festo valt samen met het gemengde gebied van Kabeldistrict. Door het treffen van maatregelen aan de afblaasinstallatie wordt ter plaatse van Kabeldistrict voldaan aan de geluidnorm van 50 dB(A) en de toegestane standaardwaarden voor het maximale geluidniveau. Daarmee vormen dit bedrijf en gevoelige functies geen belemmering voor elkaar. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van Prysmian zijn op een deel van de gevels aan de noordzijde van het plangebied hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Ook de maximale geluidniveaus (eveneens avond- en nachtperiode) zijn hoger dan de toegestane standaardwaarden. In het vervolgtraject zullen nadere overleggen plaatsvinden waarbij de mogelijkheden voor bron- en/of overdrachtsmaatregelen nader beschouwd worden. Indien het niet mogelijk is de geluidbelasting op de gevels te verlagen zullen gebouwgebonden maatregelen getroffen worden. De maximale geluidniveaus van Zwatra zijn in de avond- en nachtperiode op een deel van de gevels aan de noordzijde van het plangebied hoger dan de toegestane standaardwaarde.

Bij de stedenbouwkundige uitwerking van Kabeldistrict dient rekening gehouden te worden met de aanwezige geluidsniveaus. Eventueel dienen gebouwgebonden maatregelen getroffen te worden. Voor Lijm & Cultuur is een aparte regeling opgenomen in het bestemmingsplan, die de combinatie van de activiteiten op dat terrein en de woningbouw in Kabeldistrict mogelijk maken. Beide vormen geen belemmering voor elkaar. Andersom is geconcludeerd dat het toevoegen van bedrijfactiviteiten op het Kabeldistrict de geluidbelasting op de bestaande woningen niet relevant toeneemt. Hiervoor is een regeling opgenomen die de geluidsemissie van bedrijven reguleert. Meer uitleg hierover is opgenomen in paragraaf 4.2 en Hoofdstuk 5. Maatregelen Aan de westzijde van Kabeldistrict is in de verbeelding en regels van het onderhavige bestemmingsplan een geluidscherm voorwaardelijk verplicht gesteld. Hiermee wordt het lawaai van het spoor beperkt. Indien bron- of overdrachtsmaatregelen ten aanzien van bedrijfslawaai en verkeerslawaai alsnog niet mogelijk blijken, zullen ter plaatse van Kabeldistrict gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid en de regels in dit bestemmingsplan worden getroffen (bijvoorbeeld rekening houden met indeling gebouw, verglaasde balkons, afsluitbare loggia’s, dove gevels).

Vervolgonderzoek De concrete invulling van het bouwplan is in dit stadium nog niet bekend. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen is de geluidsbelasting op de gevels van de gebouwen uit het stedenbouwkundig ontwerp doorgerekend. Bij het bouwplan vindt een nadere toetsing plaats voor het akoestische leefklimaat. Dan dient ook rekening gehouden te worden met de invloed op de reeds gerealiseerde of nog te realiseren delen in verband met mogelijke afscherming of reflectie van geluid. Het akoestisch klimaat mag niet significant verslechteren t.o.v. het klimaat bij het doorgerekende stedenbouwkundig plan. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 71

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) Op basis van het geluidbeleid dient voor elke woning waarvoor de voorkeurswaarde Wet geluidhinder wordt overschreden te worden onderzocht of deze ten minste één geluidluwe zijde heeft aan de hand van de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel. Vervolgens dient worden onderzocht welke mogelijkheden er wel of niet zijn om deze te realiseren door het nemen van maatregelen. Dit is ook geborgd in de regels. Cumulatie Aangezien sprake is van een groot aantal akoestische bronnen is in het onderzoek ook gekeken naar de cumulatie van deze bronnen. De relevante bronnen voor deze cumulatie zijn: Kruithuisweg N470 omgeklapte Schieweg (Spoorlaan) Spoorweg Dyckerhoff Basal Prysmian Scheepvaart Het akoestisch onderzoek heeft de gecumuleerde geluidbelastingen op de gevels van de voorbeelduitwerking van het stedenbouwkundige plan inzichtelijk gemaakt. Bij de nadere uitwerking ten behoeve van de omgevingsvergunning dient een nadere uitwerking van de akoestische situatie overlegd te worden. Daarbij geldt dat indien de gecumuleerde geluidsbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder is, de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde of geveldeel maximaal 55 dB bedraagt (exclusief aftrek artikel 110 Wgh).

In het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde hoger dan 65 dB mag zijn, bedraagt de geluidbelasting op de geluidluwe zijde cumulatief niet meer dan 60 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh). Voor geluid van bedrijven dient cumulatie van geluid inzichtelijk gemaakt te worden indien de individuele geluidbelasting als gevolg van het bedrijf 51 dB(A) of hoger is. Dit geldt voor Kabeldistrict voor Prysmian, Zwatra en Festo en de geluidzone industrie van Dyckerhoff Basal. Door de ligging van Dyckerhoff Basal en Festo ten opzichte van de andere bedrijven en de invulling van het plan is er geen sprake van relevante cumulatie van de geluidbelasting als gevolg van deze bedrijven. Voor de cumulatie tussen Prysmian en Zwatra is een regeling opgenomen die rekening houdt met cumulatie van geluid op te realiseren woningen en de mogelijkheid biedt hiervoor aanvullende regels te stellen. 4.4.3

Toetsing Nieuwe Haven

Voor de herontwikkeling van Nieuwe Haven is door Aveco de Bondt (2022) een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai, industrielawaai, bedrijfslawaai en scheepvaartlawaai. Het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 3. Doel van het onderzoek is te bepalen of op de gevels van de geluidgevoelige objecten wordt voldaan aan de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder, een goede ruimtelijke ordening en standaardwaarden uit het geluidbeleid, waarin een gezond en velig woon- en leefklimaat centraal staat. Voor Laga is separaat een onderzoek uitgevoerd waarin ook stem- en muziekgeluid meegenomen zijn (zie Bijlage 2). Resultaat Uit het onderzoek blijkt dat voor de onderstaande geluidbronnen sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde: Rotterdamseweg; Industrieterrein WKC; Aantal bedrijven in Schieoevers Noord (Prysmian en Hordijk). Voor Laga en Nautilus geldt dat nadere afspraken gemaakt zijn over de geluidniveaus. Met Laga is overeengekomen dat het geluidniveau niet meer dan 50 dB(A) op de gevel van een gevoelige functie mag bedragen. Nautilus kent een geluidzone van 50 dB(A) (etmaalwaarde) op maximaal 50 meter afstand van de grens van de inrichting exclusief muziektoeslag. Voor beide functies is geen sprake van overschrijding van de standaardwaarde uit het Geluidkader Schieoevers Noord (bijlage 20).

Vanwege de cumulatie van geluid is ook scheepvaartlawaai betrokken in de afwegingen. Resultaten wegverkeerslawaai Als gevolg van wegverkeerslawaai vanaf de Rotterdamseweg bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 58 bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 72

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Daarmee wordt de voorkeurswaarde overschreden, maar blijft het geluid ruim onder de maximaal te ontheffen waarde. Het toepassen van stil asfalt leidt tot een geluidbelasting van ten hoogste 56 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Het toepassen van stil asfalt stuit echter op bezwaren die in het akoestisch onderzoek nader beschreven zijn. Op termijn wordt naar verwachting onder andere voor de Rotterdamseweg bekeken of een maximumsnelheid van 30 km/u moet krijgen. Daarmee wordt de geluidbelasting verder verlaagd. Resultaten industrielawaai Voor de ontwikkeling van Nieuwe Haven is de reeds bestaande geluidzone van de Warmtekracht Centrale (WKC) aan de overzijde van de Rotterdamseweg relevant. Een klein deel van de ontwikkeling van Nieuwe Haven ligt binnen deze contour. Dat geldt ook voor Laga, maar de ontwikkeling van Laga is geen geluidgevoelige functie. Voor een aantal gevels aan de Rotterdamseweg en de Nieuwe Haven is de geluidbelasting als gevolg van de WKC hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). De geluidbelasting is echter lager dan de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A). Hiermee is het mogelijk de woningen te realiseren.

In de geluidrapportage over Nieuwe Haven is afgewogen dat bron- of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn om de geluidbelasting op de gevels van Nieuwe Haven te reduceren. Resultaten bedrijfslawaai Voor de ontwikkeling van Nieuwe Haven is het geluid van de bedrijven Prysmian en Hordijk relevant. Als gevolg van Prysmian wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau) overschreden en als gevolg van Hordijk de voorkeurswaarde voor de avond- en nachtperiode van 45 dB(A) (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau). Met beide bedrijven vindt nog afstemming plaats over de mogelijke maatregelen. In het vervolgtraject zullen nadere overleggen plaatsvinden waarbij de mogelijkheden voor bron- en/of overdrachtsmaatregelen nader worden beschouwd. In het bestemmingsplan en de beleidsregels voor geluid worden de relevante regels en afwegingen verankerd, waarmee wordt voldaan aan het beleid. In het kader van de omgevingsvergunning moet worden aangetoond op welke wijze hieraan wordt voldaan. Cumulatie Aangezien sprake is van een groot aantal akoestische bronnen is in het onderzoek ook gekeken naar de cumulatie van deze bronnen omdat een overschrijding van de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder en de standaardwaarden uit het geluidkader (bijlage 20) plaatsvindt.

De relevante bronnen voor deze cumulatie zijn: Rotterdamseweg; Industrieterrein WKC; Prysmian; Hordijk; Scheepvaart. Het akoestisch onderzoek heeft de gecumuleerde geluidbelastingen op de gevels van de voorbeelduitwerking van het stedenbouwkundige plan inzichtelijk gemaakt. Bij de nadere uitwerking ten behoeve van de omgevingsvergunning dient een nadere uitwerking van de akoestische situatie overlegd te worden. Daarbij geldt dat indien de gecumuleerde geluidsbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder is, een andere zijde of geveldeel geluidluw is, als de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde of geveldeel maximaal 55 dB bedraagt (exclusief aftrek artikel 110 Wgh). In het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde hoger dan 65 dB mag zijn, geldt een andere zijde of geveldeel al als geluidluw als de geluidbelasting cumulatief niet meer dan 60 dB is (exclusief aftrek artikel 110g Wgh). Dit is tevens in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. In de beleidsregel geluid zijn de definitie van een geluidluwe zijde en de daarbij behorende voorwaarden verder uitgewerkt. Voor geluid van bedrijven dient cumulatie van geluid inzichtelijk gemaakt te worden indien de individuele geluidbelasting als gevolg van het bedrijf 51 dB(A) of hoger is.

Dit geldt voor Nieuwe Haven voor Prysmian en Hordijk en de geluidzone industrie van de Warmtekrachtcentrale. Door de ligging van de WKC en beide bedrijven ten opzichte elkaar is er geen sprake van relevante cumulatie van de geluidbelasting als gevolg van deze bedrijven.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 73

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) 4.4.4

Toetsing bestaande woningen

Als gevolg van de herzonering komt ook een drietal bestaande woningen die eerder op het geluidgezoneerde industrieterrein lagen buiten deze binnenzone te liggen. De geluidbelasting op de gevels van deze bestaande woningen is nader onderzocht in het Herzoneringsonderzoek Dyckerhoff Basal en Schieoevers Zuid (RHDHV, 2022). Voor twee bestaande woningen binnen het bestemmingsplangebied heeft deze herzonering gevolgen: 1. De bedrijfswoning aan de Schiekade 1 dient een hogere waarde toegekend te krijgen als gevolg van de geluidzone van Dyckerhoff Basal; 2. Aan de bedrijfswoning Rotterdamseweg 354 wordt de functieaanduiding als bedrijfswoning onttrokken vanwege de te hoge geluidbelasting op de gevel. Dit is in het bestemmingsplan geregeld door het pad een bedrijfsbestemming conform de regels van dit bestemmingsplan te geven zonder functieaanduiding bedrijfswoning. Daarnaast is Rotterdamseweg 272a relevant in het kader van dit onderzoek. In het vigerende bestemmingsplan heeft dit pand geen woonbestemming. Deze wordt eveneens niet toegekend in dit bestemmingsplan. Daarom wordt voor dit pand geen hogere waarde vastgesteld.

Verkeersaantrekkende werking nieuwe ontwikkelingen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in de onderzoeken ook gekeken naar de geluidhinder op de omgeving als gevolg van de verkeersgeneratie van nieuwe functies die met de nieuwe ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Uit de onderzoeken blijkt dat er geen significant negatieve geluidtoename is t.o.v. de bestaande verkeersstromen. Bij de vergunningverlening worden de effecten van de verkeersaantrekkende werking per initiatief beoordeeld. 4.4.5

Hogere waarden

Ten aanzien van de uitgangspunten over het akoestische klimaat binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven is bij het opstellen van het bestemmingsplan omwille van de flexibiliteit besloten om de hogere waarden voor het gebied vast te leggen per geluidsbron op de basis van de ten hoogst berekende geluidbelasting voor Kabeldistrict en voor Nieuwe Haven op basis van het stedebouwkundige plan (zie Bijlage 24 voor de onderbouwing van het besluit hogere waarden). Daarbij wordt uitgegaan van het aantal woningen dat conform bestemmingsplan mag worden gerealiseerd. Overigens wordt in een voorwaardelijke verplichting tevens de bouw van een geluidscherm langs het spoor verplicht gesteld. Voor de Nieuwe Schieweg is gekeken naar stil asfalt (SMA NL-8G+) als geluidreducerende maatregelen. Het toepassen hiervan is slechts relevant voor de onderste bouwlagen langs deze weg, omdat bij de hogere bouwlagen spoorweglawaai dominant is. Omdat nu nog niet bekend is hoeveel woningen in de onderste bouwlagen gerealiseerd worden, wordt bij de aanvraag van de omgevingsvergunning afgewogen of stil asfalt een effectieve maatregel is. Voor Kabeldistrict wordt geen hogere waarde vastgesteld als gevolg van Schieoevers Zuid ondanks dat Kabeldistrict binnen de geluidzone ligt. Dit vanwege de redelijke sommatie.

Ondanks de standaardgrenswaarde van 50 dB(A) is er nog 1,5 dB werkruimte voor uitbreiding van bestaande bedrijven en de vestiging van nieuwe bedrijven. Een hogere waarde is daarom niet nodig. In de onderstaande tabel is samengevat welke hogere waarde per geluidbron wordt vastgesteld bij de berekende geluidbelastingen. Tabel 4.2: Verleende hogere waarden, op grond van de Wet geluidhinder, bij vaststelling van dit plan.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 74

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Tabel 4.3: Tijdelijk afwijken hogere waarden op grond van Crisis- en herstelwet1,2

1

Voor Kabeldistrict zijn privaatrechterlijk afspraken gemaakt over het borgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij het vaststellen van de hogere waarden is daarom de benodigde flexibiliteit opgenomen. 2

Er mag voor de vaststelling van een bestemmingsplan in ontwikkelingsgebied tijdelijk van wet- en regelgeving als genoemd in artikel 2.3, lid 7 Crisis- en herstelwet, worden afgeweken. Hiervoor geldt dat uiterlijk tien jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, alsnog moet worden voldaan aan de wettelijk geldende milieukwaliteitsnormen. Over 10 jaar is de Omgevingswet van kracht en gelden de nu vast te stellen hogere waarden als grenswaarden.

Tijdelijke afwijking Als gevolg van het geluid van Dyckerhoff Basal wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 2.3, lid 7 Crisis- en herstelwet biedt om tijdelijk, namelijk 30 dagen per jaar, af te wijken van de toegestane geluidniveaus. Dit betekent dus dat voor Dyckerhoff Basal een tijdelijke hogere waarde van 55 dB (Lden) en 45 Lnight worden vastgesteld. Dit is gelijk aan de grenswaarde uit de Omgevingswet. Na 10 jaar zal dit dus ook de grenswaarde zijn die van toepassing als gevolg van het inwerking treden van de Omgevingswet. De maximale situatie bedraagt 43 dagen. Met Dyckerhoff Basal is afgesproken dat voor 13 dagen extra een vergunning dient te worden aangevraagd. Daar zit dan ook een belangenafweging aan gebonden en moet er voldaan worden aan de voorwaarden zoals in het bestemmingsplan genoemd, waarbij een koppeling is gelegd met de beleidsregels geluid. De regeling is zo geformuleerd dat als aan de voorwaarden wordt voldaan de vergunning wordt verleend. Daarbij zijn bouwkundige maatregelen verplicht bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen Kabeldistrict. Deze zijn bedoeld om zoveel mogelijk geluidhinder als gevolg van de hogere en te beperken. Voor Kruithuisweg wordt een tijdelijke hogere waarde van 58 dB (inclusie aftrek art. 110g Wgh) vastgesteld.

Er mag voor de vaststelling van een bestemmingsplan in ontwikkelingsgebied tijdelijk van bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 75

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) wet- en regelgeving als genoemd in artikel 2.3, lid 7 Crisis- en herstelwet, worden afgeweken. Hiervoor geldt dat uiterlijk tien jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, alsnog moet worden voldaan aan de wettelijk geldende milieukwaliteitsnormen. Over 10 jaar is de Omgevingswet van kracht en gelden de nu vast te stellen hogere waarden als grenswaarden. 4.4.6

Conclusie

Voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven is het akoestische leefklimaat onderzocht, hierbij is gekeken naar geluid van wegverkeer, railverkeer, industrie, bedrijven en scheepvaart. Hierbij is gerekend op de bouwvlakken die in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt zijn. Uit de onderzoeken blijkt dat in veel gevallen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. Wel kunnen hogere waarden verleend worden op basis van de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid. Voor de ontwikkeling is een beleidsregel geluid gemaakt waarin een nadere uitwerking van het geluidbeleid van de gemeente is gemaakt voor het vaststellen van hogere waarden. Deze hogere waarden worden in de regels van dit bestemmingsplan vastgesteld. Dat geldt tevens voor een bestaande woning als gevolg van de herzonering van Dyckerhoff Basal. Bij de aanvraag van omgevingsvergunningen volgend op de vaststelling van dit bestemmingsplan zal steeds nadere duidelijkheid gegeven moeten worden over de verdere invulling van de akoestische maatregelen en zal aangetoond moeten worden dat voor het betreffende bouwplan wordt voldaan aan de akoestische randvoorwaarden die dit plan vastlegt. De onderzoeken hebben aangetoond dat het plan op deze wijze niet evident onuitvoerbaar is.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Kader

De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen. Grenswaarden De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer.

Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt. Tabel 4.4: Grenswaarden uit de Wet milieubeheer voor NO2, PM10 en PM2,5.

Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) maatgevend. Voor deze stoffen is de kans het grootst dat de bijbehorende grenswaarden worden overschreden. Overschrijding van de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 (200 µg/m³) bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 76

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) is, in relatie tot wegverkeer, redelijkerwijs uitgesloten. Dergelijke hoge concentraties doen zich niet voor langs wegen en uit metingen over een periode van 10 jaar blijkt dat overschrijding van de uurnorm voor NO2 niet meer aan de orde is. Net als voor de jaargemiddelde concentratie PM10 is voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5 ook een grenswaarde vastgesteld (25 µg/m³). PM2,5 is een deelverzameling van PM10 , de PM10- en PM2,5-concentraties zijn dan ook sterk aan elkaar gerelateerd. Uitgaande van de huidige kennis over emissies en concentraties van PM2,5 en PM10 kan worden gesteld dat, als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarden voor PM2,5 zal worden voldaan. 4.5.2

Onderzoek en conclusie

In het kader van het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) is door Antea Group (2021) een onderzoek uitgevoerd naar de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 28. Daarbij zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) berekend op een aantal beoordelingspunten in en rondom het plangebied. Het onderzoek is conform de reken- en meetvoorschriften uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde luchtkwaliteitonderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle beoordelingspunten wordt voldaan aan de geldende grenswaarden. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer vormt dan ook geen belemmering voor verdere besluitvorming (artikel 5.16, lid 1 onder a Wm). Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Het plan is niet evident onuitvoerbaar.

4.6

Trillingen

4.6.1

Aanleiding

Het deelgebied Kabeldistrict ligt binnen 100 meter van de spoorlijn Delft-Schiedam, het deelgebied Nieuwe Haven ligt op een grotere afstand aan de andere kant van de Schie. Voor Kabeldistrict is in het kader van een goede ruimtelijke ordening daarom een onderzoek naar trillingshinder uitgevoerd door Movares. Het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 59. Voor trillingshinder zijn geen wettelijke normen, daarom wordt gewoonlijk getoetst aan de SBR B-richtlijn van de Stichting BouwResearch voor woningen en kantoren voor bestaande en nieuwe situatie. 4.6.2

Onderzoek

Resultaten Op basis van de resultaten van dit onderzoek zijn er in het plangebied voor alle beschouwde gebouwtypen overschrijdingen van de streefwaarden voor de trillingssterkte (Vmax) voor een bestaande en voor een nieuwe situatie te verwachten. Dit komt vooral door de passages van enkele afwijkende goederentreinen, die hoge trillingen veroorzaken bij lage frequenties (2-5 Hz). Het betreft hier incidentele goederentreinen (enkele malen per week). Er zijn ook overschrijdingen door reizigerstreinen, maar deze zijn veel kleiner dan die door de goederentreinen. De goederentreinen zijn derhalve maatgevend. Er zijn ook overschrijdingen van de streefwaarden voor het tijdsgemiddelde (Vper), maar het gebied waarin de overschrijdingen voorkomen is kleiner dan het gebied van de overschrijdingen van de trillingssterkte (Vmax). Daarnaast volgen de volgende conclusies uit de trillingsprognoses: Door de lage frequenties zijn horizontale trillingen bovenin de gebouwen maatgevend. De breedte van de wooneenheden zijn nauwelijks van invloed op de maatgevende horizontale trillingen in de gebouwen. De grootste trillingen zijn te verwachten in de gebouwen van 25-71 meter hoog, en de laagste trillingen in de gebouwen van 10, 85 en 100 meter hoog. Er zijn zowel overschrijdingen van de streefwaarden voor de gebouwfunctie wonen als voor de gebouwfunctie kantoor.

Overschrijdingen van de streefwaarden treden voor woningen op bij een lagere trillingssterkte dan bij kantoren. Hierdoor is de zone met overschrijdingen voor de gebouwfunctie wonen groter dan voor de gebouwfunctie kantoor. Maatregelen en nader onderzoek Op de volgende manieren kan de hinder van trillingen in het Kabeldistrict beperkt worden: 1. Door de gebouwtypen met de minste trillingen het dichtst bij het spoor te plaatsen (gebouwen met bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 77

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) een hoogte van meer dan 80 meter). 2. Door de gebouwen met een kantoorfunctie dichter bij het spoor te plaatsen dan gebouwen met een woonfunctie. 3. Door het treffen van trillingsreducerende maatregelen aan de gebouwen. Hierbij valt te denken aan een extra zware fundering, of het afveren van gebouwen. In de regels is vastgelegd dat binnen een zone van 100 meter van het spoor een trillingsonderzoek moet worden uitgevoerd waarmee moet worden aangetoond dat de trillingssterkte voldoet aan de streefwaarden voor trillingshinder bij woningen zoals weergegeven in de SBR B-richtlijn. Verder is bepaald dat als uit onderzoek blijkt dat maatregelen moeten worden getroffen om aan die normen te voldoen, deze gerealiseerd moeten worden en in stand gehouden moeten worden. 4.6.3

Conclusie

Er zijn maatregelen beschikbaar om trillingshinder te mitigeren. Deze worden specifiek ingevuld op basis van nader onderzoek bij de verdere uitwerking. Dit is in lijn met de voorgeschreven gebiedsgerichte spelregels in het Spelregelkader. Het vervolgonderzoek en eventueel benodigde maatregelen zijn geborgd in de regels. Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.7

Geur

4.7.1

Kader

Delft heeft geen eigen geurbeleid waarmee eventuele geurhinder beoordeeld kan worden. Wel zijn er in het verleden ontwikkelingen geweest binnen de geurcontouren van DSM. Er is dus wel sprake van een Delftse praktijk. Naast deze Delftse praktijk is er provinciaal beleid voor geurhinder. Hoewel dit beleid niet directief is voor Delft en dus niet bindend, is het wel relevant als referentiekader. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is het voorkomen van nieuwe hindersituaties, in het beleid is beschreven dat de hindergrens ligt bij een geurniveau van 0,5 OU/m3 bij 98 percentiel. De Delftse praktijk is iets ruimer. Bij binnenstedelijke ontwikkelingen rondom DSM accepteren we enige geurhinder zo lang er geen sprake is van ernstige hinder. Twee voorbeelden zijn de bestemmingsplannen voor de ontwikkelingen aan de Laan van Altena in 2014 en de Pastoor van Askerk in 2019. In beide gevallen gaat het om nieuwe woningen waarbij de geurbelasting boven de 0,5 OU/m3 als 98 percentiel komt, maar de Hedonische waarde (een maat voor de geurbeleving) H=-1 niet wordt overschreden. Deze waarde wordt door Delft nog acceptabel geacht voor nieuwe bestemmingen. Hierbij is op grond van het provinciale geurbeleid sprake van 0 – 12% geurgehinderden, is er geen sprake van ernstige hinder en zijn klachten onwaarschijnlijk.

De provincie heeft (als bevoegd gezag voor DSM) in deze gevallen ingestemd met het bestemmingsplan en zich niet verzet tegen de daarvoor verleende vergunning. In Delft zijn de laatste jaren geen ontwikkelingen geweest waar een andere (strengere) afweging is gemaakt. Samenvattend kennen we hierdoor in Delft voor nieuwe situaties een uitvoeringspraktijk waarbij de 12% hindergrens (H=-1 als 98 percentiel) feitelijk als drempelwaarde geldt voor het kunnen projecteren van nieuwe woningen. De toepassing van die H=-1 waarde is daarmee de facto verworden tot het Delftse geurbeleid. 4.7.2

Onderzoek

Voor de ontwikkeling van Nieuwe Haven is de geurbelasting van het bedrijf Hordijk relevant. In het bestemmingsplan moet onderbouwd worden dat de geurbelasting vanwege Hordijk geen belemmering vormt voor de nieuwe woningen en andersom, dat de nieuwe woningen niet de geurruimte van het bedrijf beperken. Hierover is ook in paragraaf 4.2 informatie opgenomen. De ontwikkelingen van Laga en Nautilus betreffen geen geurgevoelige objecten. De Delftse uitvoeringspraktijk vormt het beoordelingskader voor de mogelijkheid van menging van de activiteiten van het bedrijf met de realisatie van woningen. In opdracht van de gemeente is de geurbelasting onderzocht door Buro Blauw (zie Bijlage 22 en Bijlage 23). In het onderzoek is de geurbelasting van Hordijk op het deelgebied Nieuwe Haven onderzocht. Het uitgangspunt van dit onderzoek is de huidige bedrijfsvoering met in de komende jaren een groen van de productie met 30%. Deze 30% uitbreiding kan door meer uren te werken, maar kan ook bereikt worden bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 78

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) door extra machines te plaatsen. In dit laatste geval kan dat met of zonder uitbreiding van de koeltoren. Er zijn vier berekeningen uitgevoerd om een beeld te krijgen van de huidige en de toekomstige situatie na uitbreiding van de productie. Hierbij is sprake van een worst case scenario waarbij geen meetregelen genomen worden tegen geuremissies. 4. Zonder uitbreiding, met een bedrijfstijd van 06.00 t/m 23.00 van maandag t/m vrijdag - oftewel de huidige situatie bij Hordijk; 5. Met een uitbreiding van de bedrijfstijd, oftewel volcontinu (8.760 uur/jaar); 6. Met 30 % uitbreiding in productiecapaciteit van maandag t/m vrijdag van 06.00 t/m 23.00 uur, waarbij de koeltoren zonder uitbreiding berekend is; 7. Met 30 % uitbreiding in productiecapaciteit van maandag t/m vrijdag van 06.00 t/m 23.00 uur, waarbij de koeltoren met uitbreiding berekend is. Bij de 4 verspreidingsberekeningen is uitgegaan van een diffuse emissie van pentaan en is er geen sprake van een centrale pentaanafzuiging. De resultaten van de berekeningen zijn weergegeven in de figuren 4.14 t/m 4.17.

Figuur 4.14: Geurcontouren Hordijk , huidige situatie zonder uitbreiding, bedrijfstijd maandag t/m vrijdag 6.00 t/m 23.00. zie bijlage 23

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 79

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.15: Geurcontouren Hordijk , met uitbreiding van bedrijfstijd (8.760 uur/jaar). zie bijlage 23

Figuur 4.16: Geurcontouren Hordijk , met 30% uitbreiding d.m.v. productiecapaciteit, zonder uitbreiding van koeltoren. zie bijlage 23 bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 80

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.17: Geurcontouren Hordijk , met 30% uitbreiding d.m.v. productiecapaciteit, met uitbreiding van koeltoren. zie bijlage 23 De nieuwbouwlocatie ligt in de huidige situatie voor een groot deel binnen de 0,5 OU/m3, maar geheel buiten de 2,0 OU/m3 bij 98 percentiel. Bij uitbreiding van de productie komt een groter deel van de nieuwbouwlocatie binnen de 0,5 OU/m3 contour te liggen. In het vierde scenario (figuur 4.17) ligt een heel klein deel van het gebied binnen de 2 OU/m3 contour. In alle scenario's is uitgegaan van een situatie waarin er geen extra maatregelen tegen geurhinder worden genomen. In de huidige situatie ligt de 5 OU contour over de bestaande bestemming wonen aan de Rotterdamseweg (nr. 256, 258, 260, 262, 264, 266). Bij uitbreiding van de productie verschuift deze contour en komen meer bestaande woningen binnen de 5 OU contour te liggen. Uitbreiding van de productie kan dus alleen als dit samengaat met maatregelen om de geurhinder te beperken. Hierdoor is het onwaarschijnlijk dat bij uitbreiding op de ontwikkellocatie de 2 OU contour overschreden wordt. Buro Blauw heeft tevens onderzocht wat de hedonische waarde is voor de 6 verschillende geurbronnen bij Hordijk. Uitgangspunt hierbij is de geurconcentratie (in OU/m3) waarbij de hedonische waarde van H=-1 bereikt wordt.

Hoe hoger de geurconcentratie hierbij is, hoe minder hinderlijk de geur is, er is dan 'meer geur' nodig om dezelfde negatieve beleving te krijgen. Voor 4 van de 6 bronnen bedraagt de geurconcentratie (voor H=-1) 2,0 OU/m3 of meer (range: 2,0 – 6,3) bij 2 van de 6 bronnen bedraagt de geurconcentratie (voor H=-1) minder dan 2,0 OU/m3 (1,6 en 1,7). Hierbij is de koeltoren veruit de bron met de grootste geuremissie (80% van het totaal). Deze bron is bovendien het dichtst bij Nieuwe Haven gelegen. De bronhoogte is vergelijkbaar met die van de andere bronnen. Voor deze bron is de H=-1 waarde vastgesteld op 2,3 OU/m3. De emissies van de 2 bronnen met een H=-1 waarde láger dan 2,0 bedragen slechts 9% van het totaal. Het gewogen gemiddelde van deze drie bonnen (voor H=-1) is 2,2 OU/m3. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat bij een totale geurbelasting van 2,0 OU/m3 als 98 percentiel geur, er op de ontwikkellocatie geen overschrijding plaatsvindt van de Hedonische waarde H=-1. De verwachting is dat deze overweging over de Hedonische waarde H=-1 ook de basis gaat vormen voor het vaststellen van de aanvaardbare geur door een bestaande geurrelevante activiteit (inclusief bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 81

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) uitbreidingsruimte) op nieuwe geurgevoelige gebouwen in het omgevingsplan onder de Omgevingswet (als bedoeld in artikel 5.92 Bkl). Maatregelen Maatregelen zijn niet nodig om te voldoen aan de Delftse beleidspraktijk. Het is echter bekend dat Hordijk nog maatregelen moet nemen tegen de uitstoot van pentaan. Hierdoor zal waarschijnlijk in de toekomst de geurbelasting dalen. Over de beperking van de pentaanemissies lopen gesprekken met de omgevingsdienst. Nieuwe bedrijvigheid Voor nieuwe bedrijven binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven geldt het provinciale beleid. 4.7.3

Conclusie

De geurbelasting op de woningen in Nieuwe Haven als gevolg van Hordijk overschrijdt de hindergrens zoals die in het provinciaal beleid is opgenomen voor nieuwe ontwikkelingen. De geurbelasting is echter wel in lijn met de geurbelasting die is toegestaan bij ontwikkelingen rondom DSM. Daarmee beschouwt Delft deze ontwikkeling als passend binnen de huidige uitvoeringspraktijk voor geur, waarbij de hedonische waarde van H=-1 als uitgangspunt wordt gebruikt. Met dit bestemmingsplan bestendigen we deze beleidslijn. Daarmee wordt een ruimere lijn gevolgd dan in het provinciale geurbeleid, maar een consistente lijn met eerdere bestemmingsplannen. Het aspect 'geur' vormt bestemmingsplan.

4.8

Stof

4.8.1

Kader

geen

belemmering

voor de uitvoerbaarheid van het

onderhavige

Bij diffuse emissies van stuifgevoelige goederen is vaak het uitgangspunt dat geen direct bij de bron visueel waarneembare stofverspreiding mag optreden. In algemene zin is het begrip "zichtbare stofemissie" bedoeld als signaleringsinstrument in het kader van "good housekeeping". 4.8.2

Onderzoek

Het aspect stof is relevant voor het bedrijf Dyckerhoff Basal. De voorschriften in de milieuvergunning zijn erop gericht zichtbare stofverspreiding buiten de inrichting te voorkomen, zowel bij de direct naast het bedrijf gelegen woningen als bij de rondom het bedrijf gelegen gebouwen en terreinen van derden. Het is daarom niet aannemelijk (en op grond van de milieuvergunning ook niet toegestaan) dat er zichtbare stofverspreiding zal optreden bij de beoogde nieuwbouwwoningen op meer dan 80 meter van het bedrijf. In de oude bedrijven en milieuzonering wordt voor dit soort bedrijven t.a.v. het aspect stof een afstand van 50 meter gehanteerd. In het bestemmingsplan zijn daarom aan stof geen regels gesteld voor de bestaande activiteiten. 4.8.3

Conclusie

Het aspect 'stof' vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan. De voorschriften in de milieuvergunning van Dyckerhoff Basal zijn erop gericht zichtbare stofverspreiding te voorkomen.

4.9

Externe veiligheid

4.9.1

Kader

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 82

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats onbeschermd aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: Lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): De afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 4.18: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport. Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals in onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 4.19: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 83

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) 4.9.2

Onderzoek

Kabeldistrict Kabeldistrict bevindt zich binnen 200 m vanaf de provinciale weg N470 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Daarom zijn risicoberekeningen uitgevoerd door AVIV, de complete rapportage is meegenomen in Bijlage 19. De provinciale weg is de enige relevante risicobron voor het deelgebied Kabeldistrict. Hieronder worden de conclusies gepresenteerd: Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Het groepsrisico is zowel in de huidige als de toekomstige situatie groter dan 10% van de oriëntatiewaarde. Echter, de oriëntatiewaarde zelf wordt niet overschreden. De toename van het groepsrisico door de voorgenomen ontwikkeling bedraagt 6%. Door de voorgenomen ontwikkeling neemt het groepsrisico dus minder dan 10% toe en blijft het onder de oriëntatiewaarde. Hierdoor kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio en moet ingegaan worden op de mogelijkheden voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Nieuwe Haven Het plangebied Nieuwe Haven ligt in de nabijheid van Hordijk EPS Verpakkingen en Isolatieproducten BV waar op grond van de milieuvergunning uit 2010 gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. De gevolgen op de ontwikkeling van Nieuwe Haven zijn in beeld gebracht door Aveco de Bondt (zie Bijlage 18).

Hordijk is de enige relevante risicobron voor het deelgebied Nieuwe Haven. Sinds 13 februari 2009 valt de inrichting niet meer onder de werkingsfeer van het Bevi. Dit betekent dat het milieuaspect externe veiligheid wettelijk gezien niet relevant is en dat er geen risico's zijn ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het milieuaspect externe veiligheid beoordeeld en is op basis van de onderzoeken en onderbouwingen die onderdeel van de vergunning uitmaken, geconcludeerd dat het plangebied Nieuwe Haven buiten de door de brandweer geadviseerde risicozone voor brand (20 meter) van Hordijk ligt. Dit levert in het kader van externe veiligheid geen belemmeringen op voor de ontwikkeling van Nieuwe Haven. Tevens wordt de bedrijfsvoering van Hordijk in het kader van externe veiligheid niet belemmerd door het planvoornemen. Verantwoordingsplicht groepsrisico In het kader van het vooroverleg heeft de Veiligheidsregio Haaglanden een reactie op het plan gegeven en hieraan een advies verbonden met betrekking tot externe veiligheid bij het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven). In het advies worden de volgende risicobronnen en scenario's benoemd: 1. Transport van gevaarlijke stoffen over de N470 (Kruithuisweg) en rijksweg A13 (zie onderstaande tabel); en 2.

Brand bij MPM International Oil Company. Tabel 4.5: Eigenschappen transport gevaarlijke stoffen (weg) (bron: Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Haaglanden).

De ergst denkbare scenario's voor deze risicobronnen zijn een plasbrand van een tankwagen met brandbare vloeistoffen, een BLEVE van een tankwagen met brandbaar gas en het volledig vrijkomen van bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 84

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) de inhoud van een (tank)wagen met een giftige vloeistof en een brand met gevaarlijke stoffen bij MPM International Oil Company. Door de aanwezigheid van deze risicobronnen kunnen binnen het plangebied hitte-, druk- en/of giftige effecten optreden. De kans dat deze scenario's plaatsvinden is zeer klein. Om de effecten van incidenten te beperken en de zelfredzaamheid van de aanwezigen te verbeteren, worden de volgende maatregelen geadviseerd: A. B. C. D. E.

Afschakelbare ventilatie (effectbeperking); Vluchtweg van risicobron af (verhogen zelfredzaamheid); Voorbereiding interne organisatie (verhogen zelfredzaamheid); Risicocommunicatie (verhogen zelfredzaamheid); Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen (maatregelen t.b.v. de hulpverlening).

De bovenstaande maatregelen kunnen een positieve bijdrage leveren aan het groepsrisico en de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De genoemde maatregelen kunnen in het bestemmingsplan niet geregeld worden, maar het bestemmingsplan vormt tevens geen belemmering voor het realiseren van deze maatregelen. De Veiligheidsregio benoemt daarnaast de risico's van brand als gevolg van verdichting en functiemenging. In het bestemmingsplan zijn daarom veiligheidszones opgenomen voor drie bedrijven (namelijk Dyckerhoff Basal, Prysmian en Hordijk). Daarbij wordt gesteld dat advies moet worden ingewonnen van de Veiligheidsregio wanneer binnen de veiligheidszone een omgevingsvergunning voor (zeer) kwetsbare functies wordt aangevraagd. Daarnaast wordt geadviseerd om de Veiligheidsregio te betrekken bij verdere ontwikkelingen op het vlak van energietransitie. Hiermee heeft de gemeente ingestemd. Nadere uitwerking van de reactie is opgenomen in paragraaf 7.1. Overige veiligheidszone In het bestemmingsplan is een veiligheidszone toxisch en weg opgenomen. De veiligheidszone weg bepaalt dat geen kwetsbare gebouwen (lees woningen) mogen worden gebouwd binnen deze zone. Deze keuze volgt vanuit het MER en loopt vooruit op de Omgevingswet.

In de systematiek van de Omgevingswet worden gebieden aangewezen langs routes waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd waar niet zondermeer zeer kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. Deze verplichting volgt niet vanuit de huidige wetgeving, maar is toegevoegd door de gemeente in de geest van de Omgevingswet. De realisatie van nieuwe woningen die in dit bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, reikt niet tot aan deze zone. De veiligheidszone toxisch bepaalt dat gebouwen van een handmatig afschakelbare ventilatie voorzien moeten zijn. Deze veiligheidszone geldt voor zowel Kabeldistrict als Nieuwe Haven. 4.9.3

Conclusie

De bovenstaande beschouwingen tonen aan dat het aspect 'externe veiligheid' geen belemmering vormt voor het onderhavige bestemmingsplan. Er is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden. Met het advies is tevens aan de verantwoordingsplicht groepsrisico voldaan. Externe veiligheid is daarmee geborgd in het onderhavige bestemmingsplan.

4.10

Kabels, leidingen en overige infrastructuur

In het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die planologisch beschermd dienen te worden. Met overige kabels en leidingen wordt rekening gehouden in de uitvoeringsfase. De bescherming van de spoortunnel is geregeld in de Spoorwegwet. Op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet is een vergunning vereist om binnen de begrenzing van de hoofdspoorweg bouwwerken of andere opstallen op te richten en onder meer kabels, leidingen of beplantingen aan te brengen. Daarmee is geborgd dat bij de bouw- en grondwerkzaamheden rekening gehouden wordt met de aanwezigheid van de spoortunnel. Gelet hierop is het niet noodzakelijk om in het bestemmingsplan ook een regeling voor de bescherming van de spoortunnel op te nemen. Bij de toetsing van vergunningaanvragen op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet wordt door ProRail beoordeeld welke maatregelen in acht moeten worden genomen. Het aspect 'kabels, leidingen en overige infrastructuur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11890409/1