CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Gewijzigd Bestemmingsplan Schieoevers Noord (KD en NH) toelichting regels bijlagen bij de regels

Commissie Ruimte en Verkeer 6 oktober 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststelling gewijzigd Bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) (nr. 2239499) & Voorstel van het college aan raad inzake aan artikel 4.7 APV een negende lid toe te voegen (nr. 2238477)42.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De overige drie principes zijn gericht op de aanpak en het proces: Niet afwentelen: Negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling worden niet afgewenteld op de omgeving. Denk aan parkeren, wateroverlast, afval, etc. Maximaal benutten van het natuurlijk systeem: Bij vraagstukken rondom water, klimaatadaptatie, energie, materialen etc. is het uitgangspunt dat we eerst de mogelijkheden die het natuurlijk systeem ons biedt maximaal willen benutten. Niet alleen omdat dit een systeem is dat uit zichzelf werkt, ook als mensen even niet opletten, maar ook omdat dit tot heel veel andere kwaliteiten leidt. Meervoudige waardencreatie: Duurzaamheidsmaatregelen (maar ook alle andere ingrepen) moeten een bijdrage leveren aan het economisch belang, het groene belang, de gezondheid etc. De principes uit de duurzaamheidsvisie zijn een gedetailleerdere uitwerking van de ambities rondom duurzaamheid voor Schieoevers Noord. Visies op groen, water, klimaatadaptatie, energie en duurzaam en circulair bouwen zijn hierin nader uitwerkt. De principes en de uitwerking daarvan sluiten aan bij de spelregels uit het MER en het Ontwikkelplan. De duurzaamheidsvisie is onderdeel van de anterieure overeenkomst bij Kabeldistrict en op die wijze geborgd voor de ontwikkeling.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 47

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Hoofdstuk 4 4.1

Hoogbouw

4.1.1

Kader

Omgevingsaspecten en onderzoek

Bij het opstellen van het Ontwikkelplan en het MER voor Schieoevers-Noord zijn de eerste onderzoeken gedaan naar de effecten van hoogbouw in het gebied. Effecten van hoogbouw bestaan enerzijds uit visuele aspecten van stedenbouwkundige kwaliteit en anderzijds uit de effecten van windhinder en bezonning. In dit bestemmingsplan hebben de uitgangspunten en onderzoeken voor hoogbouw alleen betrekking op het deelgebied Kabeldistrict. In het deelgebied Nieuwe Haven wordt geen hoogbouw toegestaan. In Kabeldistrict wordt conform de principes van het Ruimtelijk Kwaliteitskader (RKK) een gebied waar hoogbouw tot 71 meter mogelijk is. Er worden ook twee gebouwen tot 95 meter voorzien. Dit komt overeen met hetgeen in het Ontwikkelplan en RKK is vastgelegd. In het Ontwikkelplan zijn als richtlijnen voor de bouwhoogte de volgende zaken vastgelegd: Hoogbouw markeert knoop Station Campus Nieuwe stad: aflopend profiel richting centrum Belangrijke zichtlijnen worden omarmd: Schie richting centrum en haaks op de Schie Rotterdamseweg: losse bouwvolumes van beperkte hoogte De nieuwe situatie verschilt wezenlijk van de huidige bebouwingshoogte van gemiddeld 15 meter in de huidige situatie. Omdat de hoogbouw een geheel nieuw beeld genereert van dit gebied is een hoogbouw effect rapportage opgesteld. Dit is in lijn met de spelregels uit het spelregelkader.

De rapportage behandelt effecten op de omgeving en effecten binnen het plangebied. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 25. Tevens is in het RKK een visie op de hoogbouw gepresenteerd: die zich vertaalt in concrete uitgangspunten voor verhoudingen. Hiermee is invulling gegeven aan de randvoorwaarde uit het spelregelkader dat hoogbouwbeleid voor Schieoevers-Noord vastgesteld moet worden. 4.1.2

Onderzoek: bezonning, windhinder en visueel effect

Bezonning Met in achtneming dat dit een hoog stedelijk gebied wordt, is er een redelijke bezonningssituatie. De veelal compacte setting van de straten zorgt voor schaduw in de straten maar dat wordt voor een groot deel al veroorzaakt door de basislaag van 15m (ongeveer de hoogte van de huidige situatie). In de onderste lagen zullen sommige woningen veel schaduw kunnen krijgen maar dat lijkt ook goed op te lossen in de oriëntatie van de woning binnen het volume of het programma. Voor het Kabeldistrict is er sprake van een afwisseling van schaduw en zon, verlopend ook in de tijd van de dag. Het is van belang dat er geen samensmelting van schaduw gaat ontstaan waardoor er een zeer omvangrijk massief schaduwvlak gaat ontstaan. De afwisseling van schaduw en zon is daarom in de regels van het bestemmingsplan als nadere eis bij de aanvraag om een bouwvergunning opgenomen. Dit moet met een bezonningsstudie bij de aanvraag voor de bouwvergunning worden aangetoond. Voor de bezonning van de direct omliggende woonwijken kan gesteld worden dat de hoogbouw een acceptabel effect heeft. Er is slechts een enkele woninggevel die als gevolg van de maximale bouwenveloppe minder dan 2 uur zon krijgt (zie omcirkelde woning in Figuur 4.2). In Figuren 4.1 en 4.2 is de aangrenzende wijk afgebeeld en geeft rood aan dat de lichte TNO norm op de gevel wordt overschreden.

De eerste lijn bebouwing naast het plangebied heeft vooral een bedrijfsmatige invulling. Aangezien het hier gaat om slechts één gevel van het betreffende pand en de andere zijde wel voldoende bezond wordt, blijft de bezonning ruim binnen de TNO norm. Bovendien is in deze figuren het theoretisch maximum verbeeld van de ontwikkeling van Schieoevers Noord. Daarmee zijn de effecten worst case in beeld gebracht. Voor het plangebied is tevens de regel opgenomen dat per woning minimaal 2 uur zon per dag in de periode 21 april tot 21 augustus moet kunnen komen. Als daar niet aan voldaan kan worden, dan zijn mitigerende maatregelen voorgeschreven, zoals een gezamenlijke buitenruimte op het dak. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 48

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.1: Bezonning volgens de TNO lichte norm op 21 oktober in de huidige situatie. Bron: HoogbouwEffectRapportage Kabeldistrict.

Figuur 4.2: Bezonning volgens de TNO lichte norm op 21 oktober met de maximale invulling van de bouwmogelijkheden. Bron: HoogbouwEffectRapportage Kabeldistrict. Windhinder Over het geheel is er een redelijk tot goed windklimaat in het gebied. Daarbij is zowel gekeken naar het windklimaat voor doorlopen en slenteren als voor stilzitten. Het gevaarcriterium wordt na optimalisatie nergens overschreden. Het gebied kent dus over het geheel een redelijk tot goed windklimaat. Uitzondering is de Spoorlaan (andere naam voor de omgeklapte Schieweg) en de zuidwesthoek van dit deelgebied. Daar is een minder windklimaat. De optimalisatie studies laten zien dat door positionering bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 49

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) van de hoogbouw daar een acceptabel niveau gehaald kan worden. Overige maatregelen op gebouwniveau dragen daar vervolgens ook nog eens aan bij. Belangrijk blijft om dit goed in het ontwikkelproces op te nemen zodat elke ontwikkeling getoetst kan worden op het effect op het geheel. In de regels van het bestemmingsplan is dan ook opgenomen dat ten minste voldaan moet worden aan een matig windklimaat zoals beschreven in de norm NEN8100. Dit moet met een windhinder onderzoek bij de aanvraag voor de bouwvergunning worden aangetoond. Indien hieraan niet voldaan kan worden zijn nadere eisen voorgeschreven in de vorm van vormgeving van de openbare ruimte.

Figuur 4.3: Abstracte weergave van het windklimaat in Kabeldistrict. Bron: HoogbouwEffectRapportage Kabeldistrict. Visuele impact De regeling voor bouwhoogtes in dit bestemmingsplan sluit aan bij de beoogde situatie, zoals die in het Ontwikkelplan en RKK is geschetst. De bouwhoogtes die mogelijk gemaakt worden in Kabeldistrict en Nieuwe Haven sluiten aan bij de visie van een aflopend profiel vanaf het zuiden richting het centrum en de nadruk qua hoogte binnen de TU Campus op het centrale gebied, aflopend richting de Schie en A13. Voor wat betreft de visuele impact laten de visualisaties zien dat de coulissewerking en de 'individuele gebouwen binnen een familie' belangrijke kwaliteiten zijn in de beleving van het gebied vanaf een afstand. De ontwikkeling is zichtbaar ook vanuit de historische binnenstad van Delft. De impact is met visualisaties in de hoogbouw effect rapportage zichtbaar gemaakt (zie Bijlage 25). Door de kracht van de coulisse, de afwisseling in hoogten, voldoende transparantie tussen de volumes en een rijke gelede opbouw van de bouwvolumes is dit goed in overeenstemming met elkaar te brengen. Dit sluit aan bij de randvoorwaarden die gesteld zijn aan hoogbouw in het RKK.

Deze randvoorwaarden zijn ook vastgelegd in de bouwregels, onder meer in het vastleggen van de maximale diagonale doorsnede van gebouwen boven een bouwhoogte van 30 meter en het vastleggen van minimale afstand tussen gebouwen die een straatprofiel van 15 meter mogelijk maken. Tevens zijn de setbacks zoals beschreven in het RKK in de regels voorgeschreven. Hierbij dient nog aangemerkt te worden dat de werkelijke situatie met bomen, straatmeubilair, lichtmasten en een kwalitatieve architectuur het beeld verzacht zoals het hier nu in de perspectieven is neergezet. Dit geldt ook voor de architectuur. Door variatie in de gevels wordt het samensmeltende effect op lange afstand deels tenietgedaan. Voor de landmarks (gebouwen tot 95 meter) is een zone bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 50

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) opgenomen waarin deze geplaatst kunnen worden. In Kabeldistrict kunnen maximaal 2 landmarks gerealiseerd worden.

Figuur 4.4: Zichtbeeld vanaf de toren van de Nieuwe Kerk. Bron: HoogbouwEffectRapportage Kabeldistrict. 4.1.3

Conclusie

Het aspect hoogbouw vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Het hoogbouweffectrapportage heeft aangetoond dat een aanvaardbaar windklimaat en aanvaardbare bezonning te realiseren is in het plangebied. De situering van het plangebied en de regeling ten aanzien van bouwhoogten (incl. landmarks) biedt voldoende mogelijkheid voor een aanvaardbare visuele impact. In de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor gebouwen hoger dan 30 meter een onderzoek naar windhinder (conform NEN 8100, zie paragraaf 4.20) en bezonning overlegd moet worden. Als de uitkomsten van het onderzoek daar aanleiding toe geven, kunnen vervolgens nadere eisen gesteld worden aan het bouwplan. Eventuele maatregelen zijn mogelijk binnen de bouwkundige mogelijkheden van het bestemmingsplan. Tevens zijn regels opgenomen voor setbacks vanaf een bouwhoogte van 15 meter, waarmee de gelede opbouw van de hoogbouw geborgd is. Daarmee is het bestemmingsplan op het gebied van hoogbouw niet evident onuitvoerbaar.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Kader

Vanuit de Wet ruimtelijke ordening wordt een goede ruimtelijke ordening beoogd bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Deze goede ruimtelijke ordening is gericht op het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. In dat kader is een systematiek ontwikkeld die middels richtafstanden voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) op voorhand regelt om hinder en gevaar te voorkomen. Tevens maakt deze regeling het mogelijk voor bedrijven om zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Deze milieuzonering dient daarmee twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. De genoemde weg van richtafstanden is gebaseerd op milieucategorieën voor bedrijven en de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Onder de Omgevingswet wordt een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen en de regeling daarvoor wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: 'Milieuzonering nieuwe stijl'. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden.

Voor Schieoevers-Noord wordt met dit bestemmingsplan verbrede reikwijdte op deze nieuwe werkwijze aangesloten. Dit betekent dat in het bestemmingsplan niet met milieucategorieën en richtafstanden gewerkt wordt, maar dat milieuregels en gebruiksruimte in het bestemmingsplan geregeld zijn. Deze bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 51

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) milieuregels borgen het bereiken van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving in het gebied. Geluid is in de meeste gevallen het maatgevende milieuaspect. In de Nota - geluidkader Schieoevers Noord staat beschreven wat onder een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt verstaan bij de ontwikkelingslocaties als gevolg van de bedrijven. 4.2.2

Onderzoek: huidige situatie en ontwikkelruimte bedrijven in beeld

Schieoevers Noord is het noordelijke deel van het industrieterrein Schieoevers. Noord en Zuid hebben eigen bestemmingsplannen maar delen de geluidzone die rondom beide terreinen ligt. Op Scieoevers Noord is één grote geluidmaker in de zin van de Wet geluidhinder toegestaan (Dyckerhoff Basal). Op het terrein zijn (buiten de ontwikkellocaties) ruim 30 bedrijven en andere inrichtingen aanwezig.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 52

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) Figuur 4.5: Bestaande bedrijven en instellingen (uit bijlage 45) In het huidige bestemmingsplan Schieoevers Noord is uitgegaan van inwaartse zonering. Aan de hand van de richtafstanden uit de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' is het terrein ingedeeld in zones met een maximale milieucategorie. Aan de randen van het terrein gelden de lichtste categorieën (2 en 3). Op een deel van de westoevers van Schieoevers geldt maximaal categorie 4. Op de oostelijke oever is de maximale milieucategorie 3.2. Twee bestaande categorie 4-bedrijven op de oostoever (Dyckerhoff Basal en Hordijk) hebben in het geldende bestemmingsplan een maatbestemming gekregen. Op de westoever is één categorie 4-bedrijf aanwezig (Prysmian). Op deze drie bedrijven na zijn geen categorie 4-bedrijven op het terrein gevestigd. Om de milieugebruiksruimte van de bestaande bedrijven te bepalen is door Royal HaskoningDHV (RHDHV) uitgebreid onderzoek gedaan naar de representatieve bedrijfssituatie (RBS) van de bestaande bedrijven en zijn de bedrijven in de gelegenheid gesteld om concrete toekomstplannen in beeld te brengen. Bij Lijm & Cultuur is de milieugebruiksruimte op een andere manier vastgelegd. De activiteiten en evenementen die bij Lijm & Cultuur plaatsvinden hebben een wisselend karakter.

Bij andere bedrijven zijn de activiteiten vaak beter te voorspellen. Daarnaast heeft de locatie bij Lijm & Cultuur ook een maatschappelijk belang. Hierdoor kunnen hogere geluidsbelastingen als aanvaardbaar worden gezien. In de periode mei–november 2020 zijn door RHDHV bedrijfsbezoeken afgelegd. Hierbij is de feitelijke bedrijfssituatie in beeld gebracht ten behoeve van het RBS-onderzoek. Bedrijven hebben daarbij informatie gegeven over hun bedrijfsvoering. Het ging daarbij om de verschillende milieutechnische aspecten, zoals geluid, geur, stof, verkeersbewegingen en trillingen. Verder zijn de bedrijven in de gelegenheid gesteld om concrete uitbreidings- of wijzigingsplannen in beeld te brengen. Van het bedrijfsbezoek is een verslag gemaakt dat ter goedkeuring aan de bedrijven is toegezonden. Daarnaast is een brief verzonden aan alle bedrijven met daarbij een checklist van alle mogelijke milieueffecten. Gevraagd is om de checklist goed door te (laten) nemen en aan de hand daarvan te controleren of het verslag volledig is. Vervolgens is op basis van dit verslag geconcludeerd dat van alle mogelijke milieueffecten, geluidhinder hoofdzakelijk aan de orde is bij de bestaande bedrijven. Met behulp van een geluidmodel is berekend welke geluidniveaus de bedrijven in de omgeving veroorzaken (per individueel bedrijf).

Dit betreft de gemiddelde geluidniveaus in de RBS (formeel de 'langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus'). De geluidniveaus zijn zichtbaar gemaakt door contourberekeningen op een hoogte van 30 meter (vanwege eventuele toekomstige hoogbouwwoningen) en door het weergeven van berekende waarden op de gevels van woningen in de omgeving van het bedrijf. Uitgangspunt is de standaard geluidwaarde uit het Activiteitenbesluit van 50 dB(A) op een afstand van 50 meter van de terreingrens. Op de kaartjes in de RBS-verslagen zijn daarom ook de terreingrens weergegeven en de lijn op een afstand van 50 meter rondom het bedrijf. Daarnaast is berekend en gerapporteerd welke bronnen relevante piekgeluiden kunnen veroorzaken (formeel “maximale geluidniveaus') en tot welke afstand van de terreingrens. Indien er concrete toekomstplannen zijn aangegeven zijn indicatief de bijbehorende geluidniveaus berekend en in beeld gebracht. Eventuele berekende overschrijdingen van de nu geldende geluidnormen zijn beschreven. Hierdoor is geen sprake van beknotting van de huidige geluidruimte, maar is gekozen voor een transparante weergave van de huidige en mogelijk toekomstige situatie voor de bestaande bedrijven. Tenslotte is een kwalitatieve inschatting gegeven van de impact van het geluid in de incidentele bedrijfssituatie.

Op basis hiervan is een akoestische vertaling gemaakt waarbij met geluidzones inzichtelijk is gemaakt tot welke geluidbelasting de bedrijfsactiviteiten (huidige plus concrete toekomstplannen) per bedrijf leiden. Voor de piekgeluiden is in de planregels geborgd tot welke geluidniveaus deze aanvaardbaar zijn. Voor zover relevant zijn ook andere milieuaspecten daarbij beschouwd. Het gespreksverslag is vervolgens samen met de akoestische vertaling verwerkt in een RBS-rapportage per bedrijf. Deze rapportages zijn ter goedkeuring aan de bedrijven toegezonden. In een aantal gevallen is de concept RBS-rapportage op verzoek van het bedrijf nadien (soms meerdere malen) nog aangepast/aangevuld. De RBS rapportage voor het gehele ontwikkelgebied is als bijlage 45 bij de toelichting gevoegd. De bedrijvenregeling in het bestemmingsplan is gebaseerd op de met de bedrijven afgestemde RBS-rapportages en afspraken die zijn gemaakt tussen bedrijven en de ontwikkelaars. Op basis daarvan is in het nieuwe bestemmingsplan per bedrijf de maximale geluidruimte vastgelegd op de verbeelding bij het bestemmingsplan in combinatie met de planregels. Op de verbeelding zijn de 50 bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 53

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) dB(A)-contouren opgenomen, waarna in de regels voorwaarden zijn verbonden aan de ontwikkelmogelijkheden binnen deze zones. Met de RBS-rapportages zijn ook uitspraken gedaan over regelmatig afwijkende bedrijfssituatie (ABS) en incidentele bedrijfssituatie (IBS). Hierover zijn ook regels opgenomen in het bestemmingsplan. Meer uitleg hierover is opgenomen in paragraaf 5.2.3 van deze toelichting. Overigens is op basis van de RBS voor Hordijk ook het aspect geur onderzocht en vastgelegd. Meer informatie daarover is opgenomen in paragraaf 4.2.4. Met deze regeling op basis van de RBS-rapportage wordt zowel een veilige en gezonde leefomgeving voor bewoners bereikt als voldoende ruimte en zekerheid voor (bestaande) bedrijven. Het bestemmingsplan laat de bedrijfsbestemming buiten de ontwikkellocaties van de bestaande bedrijven in stand. Voor het aspect bedrijven en milieuzonering is voor Schieoevers Noord met name geluid en daarna ook geur van belang voor de regeling. De effecten op de leefomgeving voor bewoners zijn respectievelijk in de paragrafen 4.4 Geluid en 4.7 Geur behandeld. In de onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de gevolgen voor de bedrijven. 4.2.3

Onderzoek: Dezonering en geluidzones

Om woningen te kunnen realiseren op Schieoevers Noord wordt het terrein grotendeels 'gedezoneerd' (zie ook Bijlage 21). Op een gezoneerd industrieterrein mogen ten slotte geen woningen gebouwd worden. Er is voor gekozen het gehele gebied in één keer te dezoneren. Het zonebeheersmodel, dat geïnitieerd was in het MER, bood onvoldoende informatie om de belangen van bedrijven evenals die van toekomstige bewoners te borgen. Daarnaast speelt mee dat het niet wenselijk en kostenefficiënt is om de actuele milieu-impact van bedrijven gedetailleerd vast te leggen en te blijven monitoren. De zone kan echter niet volledig worden opgeheven, omdat er op Schieoevers Noord één inrichting is die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken (Dyckerhoff Basal, een 'grote geluidmaker' in de zin van de Wet geluidhinder). Daarnaast moet Schieoevers Zuid gezoneerd blijven vanwege de daar gevestigde bedrijven en vanwege de afspraken met de provincie over terreinen met hogere milieucategorie (zie hiervoor ook paragraaf 3.2.2). Overigens ligt oostelijk van Nieuwe Haven (buiten Schieoevers Noord) nog de warmtekrachtcentrale van de TU Delft. Ook deze inrichting is als gezoneerd industrieterrein aangemerkt (de zone van dit gezoneerd industrieterrein blijft gehandhaafd).

In het nieuwe bestemmingsplan krijgen Schieoevers Zuid, Basal en de Warmtekrachtcentrale daarom een eigen geluidzone, namelijk "geluidzone - industrie Basal", "geluidzone - industrie Schieoevers Zuid" en "geluidzone - industrie warmtekrachtcentrale". De warmtekrachtcentrale is ook nu al een afzonderlijk gezoneerd terrein. Dat blijft zo na de dezonering. Met de vaststelling van dit bestemmingsplan komt de aanwijzing als geluidgezoneerd industrieterrein op de overige delen van Schieoevers Noord te vervallen. In het ontwerpbestemmingsplan is een gebiedsaanduiding "geluidzone - industrie vervallen" opgenomen voor de gronden waar tot vaststelling van het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) de geluidzone van het industrieterrein Schieoevers geldt. Op het vigerend gezoneerde industrieterrein van Schieoevers is 1 bestaande woning aan de Rotterdamseweg 189 waarvoor in het verleden geen hogere waarde is vastgesteld. Dit wordt hersteld in het besluit Hogere Waarde Schieoevers Zuid. De andere woningen binnen de gewijzigde geluidzone Schieoevers Zuid hebben al een hogere waarde. Deze blijven van toepassing en hoeven niet aangepast te worden.

Daarnaast is op het gezoneerde industrieterrein Schieoevers is een drietal woningen aanwezig, dat als gevolg van de dezonering buiten het gezoneerde industrieterrein komen te liggen, maar binnen de geluidzone van Dyckerhoff Basal. Voor deze woningen is eerder geen hogere waarde toegewezen en dat was ook niet nodig, omdat zij onderdeel uitmaakten van het gezoneerde industrieterrein. In dit bestemmingsplan verbrede reikwijdte is het hogere waardenbesluit ten behoeve van deze woningen geïntegreerd. De met de vaststelling van dit bestemmingsplan vast te stellen hogere waarden zijn opgenomen in Artikel 43 Hogere waarden van de regels. Voor de bedrijfswoning aan de Rotterdamseweg 354 is de geluidbelasting te hoog. Aan deze woning wordt in dit bestemmingsplan de woonfunctie onttrokken. De woning is feitelijk al niet meer als zodanig in gebruik. De bedrijfswoning aan de Rotterdamseweg 272a is niet als woning bestemd en krijgt daarom geen woonbestemming. De woning aan de Schiekade 1 krijgt een hogere waarde toegekend. Dit is in paragraaf 4.4.4 nader toegelicht. In het kader van de herzonering van Dyckerhoff Basal en Schieoevers Zuid zijn losse geluidzones vastgesteld. In het kader van de herzonering van Dyckerhoff Basal en Schieoevers Zuid zijn losse bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 54

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) geluidzones vastgesteld. Voor zowel Schieoevers Zuid is de 50 dB(A)-etmaalwaarde contour op 30 meter hoogte berekend. Vervolgens is met een beperkte marge een vloeiende lijn om de berekende contour getrokken om tot de voorgestelde nieuwe zonegrens op 5 meter hoogte te komen. Op deze manier wordt voorkomen dat de geluidzone te krap wordt vastgesteld en er hoogbouw geprojecteerd zou kunnen worden net buiten de geluidzone, waarbij er op de gevels op grotere hoogte wel degelijk geluidbelastingen op kunnen treden hoger dan 50 dB(A). De geluidbelasting op woningen ten behoeve van het vaststellen van hogere waarden is wel berekend op de feitelijke hoogte van die woningen. Voor Basal is hetzelfde gedaan, maar dan op basis van de omhullende contour rondom: De 50 dB(A) contour ten gevolge van de RBS zónder de maximaal 43 dagen ABS (volcontinue werkdagen). De 50 dB Lden contour inclusief maximaal 43 dagen ABS De 40 dB Lnight contour inclusief maximaal 43 dagen ABS. De omhullende contour Dyckerhof Basal zal worden overschreden op de dagen dat er volcontinue gewerkt wordt (de ABS) contour. Dit is mogelijk op grond van de Crisis en herstelwet, gedurende maximaal 10 jaar. In de onderstaande figuren zijn beide geluidzones weergegeven.

Figuur 4.6: 50 dB(A)-etmaal geluidscontour (30 m hoogte) (groen) en de voorgestelde geluidzone (roze) (Bron: RHDHV, 2022) bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 55

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.7: De voorgestelde geluidzone voor Schieoevers Zuid (RHDHV, 2022) Uit de figuren blijkt dat de beide geluidzones voor wat betreft de ontwikkeling van Schieoevers Noord vrijwel geheel los van elkaar liggen. Beide geluidzones reiken niet tot over Nieuwe Haven. Voor de ontwikkelingen ter plaatse van Nieuwe Haven hoeft daarom met deze geluidzones geen rekening gehouden te worden. Voor Kabeldistrict is alleen de overlap ter hoogte van de Suez-locatie relevant. Beide geluidzones overlappen gedeeltelijk met de ontwikkeling van Kabeldistrict. De invloed van deze geluidzones op de plannen voor de ontwikkeling van geluidgevoelige bestemmingen in Kabeldistrict en Nieuwe Haven wordt verder besproken in paragraaf 4.4 Geluid. Ten oosten van de Rotterdamseweg ligt de Warmtekrachtcentrale. Dit geluidgezoneerde terrein kent een geluidzone die eveneens deels over de ontwikkeling van Nieuwe Haven ligt. De begrenzing van de "geluidzone - industrie warmtekrachtcentrale" is in de onderstaande figuur weergegeven.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 56

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.8: De geluidzone voor de Warmtekrachtcentrale Voor de overige bestaande bedrijfsactiviteiten op Schieoevers Noord gelden de regels van het Activiteitenbesluit. Na dezonering van het terrein houdt dat in dat 50 dB(A) op de dichtstbijzijnde geluidgevoelige gevel is toegestaan en gelden de planregels die borgen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Mocht een bedrijf extra geluidsruimte nodig hebben dan staat in de planregels onder welke voorwaarden dit kan met het ookg op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het effect van de aanwezige bestaande bedrijven is in het kader van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan beoordeeld en brengt ook randvoorwaarden en kaders voor de ontwikkeling met zich mee. Deze zijn voor de bedrijven in het vervolg van deze paragraaf (4.2) beschreven. Effecten op gevoelige functies en randvoorwaarden daarvoor zijn beschreven in paragraaf 4.4 van dit bestemmingsplan. 4.2.4

Regeling ten aanzien van bestaande bedrijven

Milieucategorieën Zoals toegelicht in paragraaf 4.2.1 wordt in dit bestemmingsplan de bestaande regeling van milieucategorieën losgelaten. In plaats van de milieucategorieën worden de milieu-eisen voor geluid en geur rechtstreeks in het bestemmingsplan opgenomen. In de juridische planbeschrijving (zie Hoofdstuk 5) is meer informatie over de individuele regels opgenomen. Door het toepassen van de systematiek van milieucategorieën volgens de handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG, wordt integraal rekening gehouden met de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Omdat deze systematiek van zoneren wordt losgelaten moeten de aspecten afzonderlijk worden beoordeeld. In de huidige situatie liggen de activiteiten nog op een gezoneerd industrieterrein en is een dergelijke beoordeling niet nodig. Vanwege de dezonering is het voor het bepalen van de effecten van de bedrijven wel van belang. Uit het onderzoek naar de RBS van de bedrijven buiten de ontwikkellocaties (incl. Octatube) volgt dat voor stof en gevaar zich geen bijzonderheden voordoen en dat de bedrijven mengbaar zijn met andere (meer gevoelige) activiteiten. In het onderzoek over externe veiligheid is daarnaar onder meer ook onderzoek gedaan. Het is niet nodig voor deze aspecten eisen op te leggen aan de bestaande bedrijven.

Toch zijn vanwege brandveiligheid veiligheidscontouren opgenomen rondom Hordijk, Prysmian en Basal. De zones betreffen aandachtsgebieden waarbinnen rekening gehouden moet worden met brandveiligheidseisen en de gevolgen voor de mogelijkheid om kwetsbare doelgroepen onder te brengen. Standaard liggen de zones op 50 meter van de terreingrenzen. Voor Prysmian zijn in afstemming over de ontwikkeling van Kabeldistrict afspraken gemaakt over brandveiligheid. Het risico op brandoverslag richting Kabeldistrict is zeer klein. Daarom is rondom het meest zuidelijke deel van het terrein van Prysmian een zone van 17 meter opgenomen, hiermee wordt gegarandeerd dat er bij een brand voldoende ruimte is voor hulpdiensten. Binnen de zones beoordeelt het bevoegd gezag of de brandveiligheid aanvaardbaar is. Zij zullen daarbij advies inwinnen bij de veiligheidsregio. Voor de aspecten geluid en geur zijn aanvullende regels noodzakelijk om de bestaande bedrijfsactiviteiten zeker te stellen én de herontwikkeling van Schieoevers Noord mogelijk te maken. Het gaat daarbij dus enerzijds nadrukkelijk om de belangen van de bestaande bedrijven en anderzijds om het blijvend mogelijk maken van voldoende maakindustrie in combinatie met een woonomgeving, zoals in de ambities voor Schieoevers Noord is vastgelegd.

In de onderstaande alinea's worden de regelingen bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 57

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) ten aanzien van geluid en geur op hoofdlijnen toegelicht en wordt aangetoond dat de mix met bestaande bedrijven voldoende mogelijk en niet evident onuitvoerbaar is. Geluidregeling Nu de geluidzonering van het industrieterrein niet langer de geluidruimte van de bedrijven reguleert moet deze ruimte voor de bedrijven afzonderlijk geregeld worden. Voor de bestaande bedrijven die niet meer op het geluidgezoneerde industrieterrein liggen, is een maatwerkregeling getroffen gebaseerd op de RBS-rapportage (en de aangepaste werkwijze voor Lijm & Cultuur die eerder is toegelicht), waarin de huidig situatie van de bedrijven is onderzocht, inclusief de benodigde ontwikkelruimte. Gebaseerd hierop heeft de gemeente, in nauwe samenwerking met RHDHV, specifiek geluidbeleid ontwikkeld voor de ontwikkeling van Schieoevers Noord. De regeling voor geluid is zodanig opgesteld dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bewerkstelligd wordt. De bestaande bedrijven kunnen actief blijven en nieuwe activiteiten zijn toelaatbaar, maar zijn gebonden aan strikte regels ten aanzien van geluid om te voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Om dit te bereiken is een beoordelingskader opgesteld (zie Hoofdstuk 3 in Bijlage 20 Geluidkader Schieoevers Noord) dat gebaseerd is op de volgende uitgangspunten: 1.

de maximale hogere grenswaarden uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen; 2. bestaande bedrijven worden niet in hun huidige bedrijfsvoering belemmerd; 3. op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het Geluidkader gaat uit van het unieke karakter van Schieoevers Noord (16-uursdynamiek en menging van wonen en werken). Op basis van dit Geluidkader zijn regels in dit bestemmingsplan geformuleerd en op onderdelen nader uitgewerkt tot een daarop aanvullende beleidsregel Geluid Schieoevers Noord. Om de bestaande bedrijven te faciliteren is per bedrijf - m.u.v. Lijm & Cultuur - een geluidzone vastgelegd in het bestemmingsplan. De geluidzones zijn op de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven. Op de uiterste grens van de geluidzones mag het geluidniveau niet hoger zijn dan 50 dB(A). Binnen deze grenzen zijn geluidgevoelige functies en objecten uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit. Aan de vergunning zijn voorwaarden verbonden waaronder gevoelige functies en objecten kunnen worden gerealiseerd. Een uitgebreidere toelichting op deze systematiek is beschreven in paragraaf 5.2 van de juridische planbeschrijving. Voor Lijm & Cultuur is een specifieke regeling opgenomen die recht doet aan het karakter van de activiteiten op deze plek.

Hierover heeft met de bedrijven afstemming plaatsgevonden. Voor Lijm & Cultuur leidt dit ertoe dat geen geluidzone op de verbeelding is opgenomen. Wel is in de regels bepaald, dat op de grens van de bestemming 'Gemengd - Kabeldistrict 1' het geluidniveau niet hoger mag zijn dan 60 dB(A) inclusief 10 dB muziektoeslag. In de andere windrichtingen geldt dat de 50 dB(A) contour is gelegen op 50 meter van de inrichtingsgrens. Aan de oostzijde vormen de bestaande woningen de begrenzing van de geluidbelasting. Deze mag maximaal 55 dB(A), inclusief muziekbelasting zijn, conform het Activiteitenbesluit. De afstand tot Nieuwe Haven is voldoende groot om daar geen specifieke regels voor op te nemen. Voor Hordijk zijn specifieke bepalingen opgenomen. Deze zorgen ervoor dat Hordijk ruimte heeft voor toekomstige groei maar tegelijkertijd wordt er ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd bij de nieuwe woningen Nieuwe Haven. Door het toepassen van deze regeling worden de bestaande situatie en de ontwikkelplannen van de bedrijven gerespecteerd. Het akoestisch onderzoek laat zien dat hiermee een haalbare ontwikkeling voor zowel bestaande bedrijven als nieuwe bedrijven en woningen mogelijk is. Paragraaf 5.2 van de juridische planbeschrijving gaat verder in op de samenhang tussen maatwerkvoorschriften in combinatie met het Activiteitenbesluit en dit bestemmingsplan.

Geur Voor het aspect geur is alleen het bedrijf Hordijk relevant voor dit bestemmingsplan. Overige bedrijven hebben een zodanig beperkte geuremissie, dat een veilige en gezonde fysieke leefomgeving voldoende aanwezig is. In paragraaf 4.7 is de geursituatie van het bedrijf Hordijk beschreven en de mogelijkheid voor het realiseren van geurgevoelige bestemmingen in Nieuwe Haven en Kabeldistrict. Bij de beschrijving is tevens aangegeven dat hierbij is uitgegaan van een zekere groeimogelijkheid van het bedrijf. Deze is gebaseerd op de RBS-rapportage. Daarmee vormt het bouwen van de woningen ook geen belemmering voor de bedrijfsvoering van Hordijk. Er zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 58

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) Bij het bepalen van de geurcontouren van Hordijk is rekening gehouden met een productiegroei van 30%. De geurbelasting op de nieuw te bouwen woningen in Nieuwe Haven is maximaal 2,0 OU/m3 en blijft daarmee binnen de H=-1 contour (zie paragraaf 4.7.2). Daarmee voldoet deze ontwikkeling aan de Delftse uitvoeringspraktijk (zie paragraaf 4.7.1) en is er voldoende ruimte voor Hordijk om de bestaande bedrijfsvoering voort te zetten en enige uitbreiding van de productie te kunnen bereiken. 4.2.5

Nieuwe bedrijven in Kabeldistrict en Nieuwe Haven

Kabeldistrict en Nieuwe Haven worden ontwikkeld als gemengde gebieden waar werken, wonen en leisure samen komen. Dat betekent dat alle functies zich naar elkaar moeten schikken. Een nieuw bedrijf mag geen onevenredig negatief effect hebben op de woonomgeving en moet zich voegen naar het beoogde woon- en leefklimaat waarbinnen het zich vestigt. Daartegenover staat dat toekomstige bewoners zich bewust zijn van de reuring die bij dit gebied hoort. Het gebied is tenslotte ook bedoeld voor het realiseren van maakindustrie. Dat geldt ook voor alle andere activiteiten die een plek beogen binnen Schieoevers Noord. Algemeen geldt dat het geluidniveau als gevolg van nieuwe bedrijfsmatige activiteiten op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige functies niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Wanneer in de directe omgeving van het bedrijf nog geen gevoelige functies zijn gerealiseerd of vergund mag het geluidniveau op 10 meter uit de inrichtingsgrens in beginsel niet meer bedragen dan 50 dB(A). Voor inrichtingen aan de spoorzijde die grenzen aan gronden zonder bouwmogelijkheden geldt een afstand van 30 meter. Met deze geluidsregeling is het mogelijk bedrijven te vestigen die zich schikken naar de omgeving.

Door de directe regeling van geluid en geur in de regels van het bestemmingsplan, is het niet meer slechts mogelijk bedrijfsactiviteiten uit de huidige milieucategorieën van de handreiking Bedrijven en Milieuzonering een plek te geven, maar kan op basis van de regeling in het bestemmingsplan breder naar mogelijke bedrijfsactiviteiten gekeken worden. Het vergt van bedrijven wel inspanning om te zorgen dat het geluideffect van hun activiteiten voldoet aan de normen. Dat kan door het toepassen van bijvoorbeeld isolatie aan de gevel en het dak of aan installaties. 4.2.6

Ontwikkeling Schieoevers Noord als gemengd gebied

Het uiteindelijke doel is Schieoevers Noord te herontwikkelen tot een gemengd gebied waarin wonen en werken naast elkaar kunnen bestaan. Binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven geldt als uitgangspunt voor nieuwe bedrijfsactiviteiten een geluidsruimte van 50 dB(A) op 10 meter. Zo heeft de gemeente voloende sturing om gevoelige functies mogelijk te maken. Uitzondering op dit uitgangspunt vormt de zone langs het spoor waar waar een afstand van maximaal 30 meter aangehouden wordt, als in die 30 meter geen bouwmogelijkheden zijn gelegen. Dat betekent bijvoorbeeld dat het nieuwe bedrijf grenst aan een straat of plein, waardoor de afstand van de geven van het bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde woning groter is dan 10 meter. De 50 dB(A)-contour van het betreffende bedrijf mag dan op de dichtstbijzijnde gevel reiken, met een maximum van een afstand van 30 meter. Tegelijkertijd moet binnen de ontwikkellocaties voldoende ruimte geboden worden voor een gemengd gebied met innovatieve maakindustrie. Via maatwerk kan een bedrijf meer geluidsruimte krijgen. De voorwaarden die hier bij horen volgen uit de Nota - geluidkader Schieoevers Noord (zie Bijlage 20). Buiten Kabeldistrict en Nieuwe Haven geldt voor nieuwe bedrijven een geluidbelasting van maximaal 50 dB(A) op 50 meter.

Voor bestaande bedrijven of nieuwe bedrijfsactiviteiten die op een bestaande bedrijfslocatie worden ontplooid geldt dat ofwel de bestaande ruimte, of 50 dB(A) op 50 meter als richtlijn geldt, waarbij de kleinste afstand geldt als maatgevend voor de nieuwe activiteiten. Dus als de op de verbeelding aangegeven geluidzone van het betreffende perceel verder reikt dan 50 meter, geldt voor nieuwe bedrijven op dat perceel de 50 dB(A)-contour op een afstand van maximaal 50 meter. Andersom kan ook, namelijk dat de op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen geluidzone van het perceel op een kortere afstand ligt dan 50 meter van de terreingrens. In dat geval geldt de op de verbeelding opgenomen geluidzone ook voor de nieuwe bedrijven. Ook hier geldt dat, onder voorwaarden, in de planregels nog ruimte voor maatwerk is opgenomen. Zonder die regeling is de dichtstbijzijnde woning maatgevend voor de geluidruimte van een bedrijf. Dat hoeft niet tot conflicten te leiden bij de herontwikkeling maar kan wel. Met de regeling behoud de gemeente de regie in de toekomst.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 59

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) 4.2.7

Evenementen en festiviteiten

In Kabeldistrict (bestemmingen gemengd en groen), Nieuwe Haven en de locatie van Lijm & Cultuur zijn evenementen toegestaan. Hierbij is aangesloten op de APV van Delft, waarin grote en kleine evenementen zijn onderscheiden. Dit onderscheid is ook in het bestemmingsplan overgenomen. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren is niet alleen een maximum gesteld aan het aantal grote en kleine evenementen. Ook is de duur en het geluidniveau van een evenement gemaximaliseerd. Omdat er bij Kabeldistrict meer functiemenging wordt nagesteefd als bij Nieuwe Haven is daar ook meer ruimte voor evenementen opgenomen. Een evenement vindt altijd plaats in de openbare ruimte. Bij inrichtingen wordt in het algemeen gesproken over festiviteiten en niet over evenementen omdat dit meestal geen openbare ruimte is. Bij Lijm & Cultuur is dat ook het geval. Een festiviteit vindt altijd plaats binnen de inrichtingsgrens. Het onderliggende bestemmingsplan (Schieoevers Noord, 2013) wordt hiermee in overeenstemming gebracht middels onderhavig bestemmingsplan. Daarnaast is ervoor gekozen om de milieugebruiksruimte van Lijm & Cultuur op een andere manier vast te leggen in vergelijking met de andere bestaande bedrijven. Zoals gezegd hebben de activiteiten en festiviteiten die bij Lijm & Cultuur plaatsvinden een wisselend karakter.

Daarnaast heeft de locatie bij Lijm & Cultuur ook een maatschappelijk belang waardoor hogere geluidsbelastingen als aanvaardbaar kan worden gezien. Voor de aanvaardbaarheid van de geluidsnormen voor Lijm & Cultuur is niet alleen gekeken naar het huidig gebruik van LIjm & Cultuur (waarbij Improve als onderdeel van de inrichting van Lijm & Cultuur is beschouwd). Ook is gekeken naar de toekomstige ontwikkelingen op Schieoevers Noord en het effect van Lijm & Cultuur op de reeds bestaande woningen in de omgeving. Hieronder volgt de onderbouwing voor de geluidsnormen zoals deze in artikel 29 van de planregels zijn opgenomen. Huidige en toekomstige geluidruimte Lijm en Cultuur Huidig gebruik Het bedrijf valt onder het Activiteitenbesluit. Bij de meldingen Activiteitenbesluit (met en zonder gebruik van het evenemententerrein) zijn geluidrapportages gevoegd, waarvan de rekenmodellen zijn verwerkt in het zonebeheermodel. Voor de volledigheid wordt ook vermeld dat Lijm & Cultuur een parapluvergunning evenementen heeft. Deze parapluvergunning ziet niet op de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Zonder gebruik evenemententerrein Volgens het geluidrapport bij de melding door Lijm & Cultuur uit 2005 zal er in de representatieve bedrijfssituatie (RBS) sprake zijn van muziekgeluid. Bij duidelijke hoorbaarheid daarvan bij woningen wordt dan een toeslag van 10 dB toegepast.

Met de geluidbronnen die volgen uit het rekenmodel van de melding zijn door de Omgevingsdienst Haaglanden de volgende resultaten berekend, nog zónder muziektoeslag:

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 60

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.9 resultaten zonder muziektoeslag Bij de woningen ten oosten van het bedrijf is de berekende geluidbelasting (na 10 dB toeslag vanwege muziekgeluid) maximaal 50 dB(A). Bij de nieuwe woningen Kabeldistrict is de berekende geluidbelasting (na 10 dB toeslag vanwege muziekgeluid) maximaal 57 dB(A). Op de toetspunten op een afstand van 50 meter van de terreingrens wordt voldaan aan de norm van 50 dB(A). Daar liggen geen woningen, dus de toeslag vanwege 10 dB muziekgeluid is niet van toepassing. Met gebruik evenemententerrein Bij de melding is aangenomen dat bij het houden van evenementen de rest van de inrichting niet akoestisch relevant in gebruik zal zijn. Bij de melding is verder aangenomen dat er bij de drie bronnen op het evenemententerrein geen sprake hoeft te zijn van herkenbaar muziekgeluid, zodat er geen straffactor voor muziekgeluid gehanteerd behoeft te worden. Indien er wel sprake is van herkenbaar muziekgeluid moet het bronvermogen met 10 dB worden teruggebracht. Dat is in onderstaande berekening het uitgangspunt geweest.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 61

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.10 Resultaat met gebruik evenemententerrein Bij de woningen ten oosten van het bedrijf is de berekende geluidbelasting (na 10 dB toeslag vanwege muziekgeluid) maximaal 51 dB(A). Bij de nieuwe woningen Kabeldistrict is de berekende geluidbelasting (na 10 dB toeslag vanwege muziekgeluid) maximaal 55 dB(A). Op de toetspunten op een afstand van 50 meter van de terreingrens wordt aan de noordwestzijde net niet voldaan aan de norm van 50 dB(A). Daar liggen geen woningen, dus de toeslag vanwege 10 dB muziekgeluid is niet van toepassing. De berekende overschrijdingen zijn gering en worden veroorzaakt door 'fictieve' geluidbronnen. Er zijn door de ODH geluidmetingen verricht tijdens het gebruik van het evenemententerrein met 'echte' geluidbronnen. De resultaten geven een indicatie van de geluidbelasting daardoor. 1. 20 december 2017 muziekgeluid ijsbaan duidelijk hoorbaar bij woningen Leegwaterstraat. Te toetsen niveau zonder muziekgeluidcorrectie is 50 dB(A) op leefniveau. Op de hogere verdiepingen is dat 3 hoger (meteocorrectie is op die hoogte 0), dus 53 dB(A). Na correcties (10 dB voor muziekgeluid en 5 dB voor de avondperiode) zou de geluidbelasting 68 dB(A) zijn, een overschrijding van circa 18 dB. Dit zal ook gelden bij de nieuwbouw KD, die op vergelijkbare afstand ligt van de geluidbronnen van de IJsbaan. 2.

12 december 2017 muziekgeluid ijsbaan zónder disco is niet hoorbaar, dus geen probleem bij toetsing aan standaardnormen. 3. 12 december Ijsbaan tijdens de woensdagavond ijsbaandisco. Muziekgeluid duidelijk hoorbaar bij woningen Leegwaterstraat. Te toetsen niveau zonder muziekgeluidcorrectie is 55 dB(A) op leefniveau. Op de hogere verdiepingen is dat 3 hoger (meteocorrectie is dan 0), dus 58 dB(A). Na correcties (10 dB voor muziekgeluid en 5 dB voor de avondperiode) zou de geluidbelasting 73 dB(A) zijn, een overschrijding van circa 23 dB. Dit zal ook gelden bij de nieuwbouw KD. 4. 1 december Ohm herfstfestival. Overlastsituatie. Te toetsen niveau bij woningen Leegwaterstraat zonder muziekgeluidcorrectie is 62 dB(A) op leefniveau. Op de hogere verdiepingen is dat 4 dB hoger (meteocorrectie is dan 0), dus 66 dB(A). Na correcties (10 dB voor muziekgeluid en 5 dB voor de avondperiode) zou de geluidbelasting 81 dB(A) zijn, een overschrijding van circa 31 dB. Dit zal ook gelden bij nieuwbouw KD. In drie van de vier gemeten situaties wordt de standaardnorm uit het Activiteitenbesluit ruim bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 62

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) overschreden (de zogenaamde RBS). Als in die drie situaties gebruik gemaakt wordt van de festiviteitenregeling uit het Activiteitenbesluit (IBS) en de APV wordt wel ruimschoots voldaan aan de maximale waarde uit de APV van 75 dB(A). NB: Op deze waarde van 75 dB(A) zijn de correcties voor de avondperiode en voor muziekgeluid niet van toepassing. De festiviteitenregeling biedt voor maximaal 12 dagen per jaar de mogelijkheid om van de standaardnorm Activiteitenbesluit af te wijken. Er is door de inrichting geen verzoek tot een maatwerkvoorschrift gedaan, om vaker dan op 12 dagen per jaar van de normen af te mogen wijken. Toekomstig gebruik In het transformeren tot een gemengd stedelijk gebied, is één van de ambities ook het mogelijk maken van evenementen op en in de nabijheid van het gemeentelijk evenemententerrein aan de Rotterdamseweg en hiervoor de benodigde geluidsruimte in dit bestemmingsplan vast te leggen. Er is een uitvoerig proces doorlopen om de benodigde en gewenste geluidsruimte op deze locatie te bepalen. In de overleggen met het bedrijf Lijm & Cultuur is geen eenduidig beeld ontstaan over concrete toekomstplannen van het bedrijf die ook voor de bestaande woningen in de RBS akoestisch inpasbaar zijn.

Er is gezamenlijk gewerkt aan een opzet over de inzet van het terrein als een structureel evenemententerrein. Een voorstel dat is onderzocht op haalbaarheid is de invulling waarbij het herkenbare muziekgeluid wordt ingepast op basis van een afwijkende bedrijfssituatie (de zogenaamde ABS) gedurende maximaal 40 dagen per jaar. Op deze 40 dagen zou een veel hogere geluidbelastingen worden toegestaan (70 dB(A)) dan de standaardnorm van 50 dB(A). Dit is onwenselijk bevonden. Uit de vertaling van deze wenselijke opzet voor de benodigde en gewenste geluidsruimte naar geluidscontouren blijkt dat veelvuldig gebruik van het terrein voor geluidsintensieve evenementen belemmeringen met zich meebrengt voor het geheel van de (gebieds)ontwikkeling. Niet alleen vanwege de (juridische) verenigbaarheid van de diverse functies in het kader van de eerder benoemde leefklimaat maar ook vanwege de gevolgen voor ontwikkelingen in de nabije omgeving (bestaande woningen, de geluidsruimte van de huidig aanwezige bedrijven, ontwikkeling Kabeldistrict en eventuele toekomstige ontwikkelingen). Daarom is gekozen voor een omgekeerde route: welke geluidruimte kan aan het bedrijf worden toegekend rekening (houdend met het karakter van het bedrijf), waarbij sprake zal zijn van een aanvaardbare leefomgeving bij zowel de nieuwe als bestaande woningen, de reeds bekende ontwikkelingen en de huidige APV regeling.

Een invulling zonder gebruik van het evenemententerrein (voor evenementen met veel muziek) is relatief simpel: daarvoor zou (behoudens de nachtperiode, zie hierna) aangesloten kunnen worden bij het bestaande rekenmodel, zie figuur 4.9. Een invulling met gebruik van het evenemententerrein voor evenementen met veel muziek is lastiger. De nu gekozen invulling met 3 bronnen aan de zijde van de Schie is niet conform de huidige praktijk, zoals bij een kermis of de ijsbaan. Bovendien zal er al snel sprake zijn van herkenbaar muziekgeluid, waardoor de straffactor van 10 dB wel moet worden toegepast. Wel is in dit bestemmingsplan overwogen en besloten om naast de 12 dagen IBS zo veel mogelijk geluidruimte beschikbaar te stellen, zodat het bedrijf naast het reguliere gebruik zonder evenemententerrein (voor evenementen met veel muziek) de vrijheid heeft om de beschikbare geluidruimte voor de RBS te benutten voor het gebruik van het evenemententerrein, al dan niet in combinatie met het gebruik van het terreindeel van het bedrijf ten zuiden van het evenemententerreindeel, uitgaande van een situatie inclusief herkenbaar muziekgeluid. Ten behoeve van dat gebruik wordt de huidige toegestane geluidruimte bij de bestaande woningen (circa 100 meter) verhoogd van 50 dB(A) naar 55 dB(A).

Bij de nieuwbouw in Kabeldistrict (circa 80 meter afstand) aan de overzijde van de Schie wordt een geluidbelasting van 60 dB(A) toegelaten. Deze waarden gelden in situaties met herkenbaar muziekgeluid. In situaties zonder herkenbaar muziekgeluid geldt de standaardwaarde van 50 dB(A). Dit is hoger dan de standaardnorm uit het Activiteitenbesluit. In verband met de beoogde 16 uurs economie bij Schieoevers Noord geldt wel de beperking, dat de verhoogde geluidbelastingen alleen op mogen treden tot 23.00 uur. Na 23.00 uur geldt dat inclusief muziekgeluidcorrectie voldaan moet worden aan de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Nachtperiode (situatie waarbij geen gebruik wordt gemaakt van evenemententerrein) bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 63

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) In de aanvaardbaarheid van de geluidsnormen van Lijm & Cultuur is eveneens de nachtperiode beschouwd. Op de bouwgrens kabeldistrict is voor de nachtperiode zonder gebruik van het evenemententerrein een geluidniveau berekend van 45 dB(A) inclusief 10 dB muziekgeluidcorrectie.

Figuur 4.11 Resultaat nachtperiode Dat komt neer op een muziekgeluidniveau van 35 dB(A) in de nachtperiode. Het is niet met zekerheid te stellen of daarbij sprake zal zijn van duidelijk herkenbaar muziekgeluid en dus van een verplichte toepassing van de 10 dB toeslag. Zonder die toeslag wordt ruim voldaan aan de standaardwaarde van 40 dB(A) voor de nachtperiode. In de nachtperiode wordt voor de RBS activiteiten daarom geen verruiming van de geluidnormen toegestaan. Ten noorden en ten zuiden van het bedrijf wordt vastgehouden aan de huidige normwaarde van 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens, echter daar liggen geen woningen en geldt dus geen straffactor voor muziekgeluid. Aanvaardbaarheid In de Nota – Geluidkader Schieoevers Noord is de geluidsruimte voor Lijm & Cultuur eveneens onderbouwd. Dit is inclusief de geluidsruimte voor grote evenementen/festiviteiten die 12 dagen per jaar zijn toegestaan. Op basis van deze informatie en de beschikbare gegevens over de activiteiten bij Lijm & Cultuur is geconcludeerd dat de verruimde) geluidsnormen geen beperking opleveren voor het huidige gebruik van Lijm & Cultuur. Daarnaast wordt door het vastleggen van de geluidnormen in de planregels geborgd dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 64

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

4.3

Verkeer en parkeren

4.3.1

Kader

Het kader voor de uitwerking van het aspect parkeren en verkeer wordt gevormd door het beleid van de gemeente Delft, dat is neergelegd in het Ontwikkelplan Schieoevers Noord, het MER met het Spelregelkader, het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, de Parkeervisie met Mobiliteitsvisie Schieoevers Noord en het Ruimtelijk Kwaliteitskader. Door de transformatie van Kabeldistrict en Nieuwe Haven verandert in vergelijking met de huidige situatie de parkeervraag en de verkeersgeneratie. De verandering in de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkellocatie heeft ook effect op de verkeersstromen op de omliggende wegen. Hiervoor is in het Spelregelkader een aantal randvoorwaarden beschreven voor de ontwikkeling (zie hoofdstuk 4 van het Spelregelkader, Bijlage 52 bij dit bestemmingsplan). Ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling en het effect hiervan op de infrastructuur zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Door Goudappel (2021) is een mobiliteitsplan opgesteld voor zowel Kabeldistrict (Bijlage 35) als Nieuwe Haven (zie Bijlage 36). Daarnaast zijn de verkeerseffecten van Laga separaat in beeld gebracht door Aveco de Bondt (Bijlage 40). 4.3.2

Onderzoek: verkeersafwikkeling

Voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven zijn twee separate mobiliteitsplannen opgesteld. Deze mobiliteitsplannen zijn gebaseerd op het verkeersmodel van Goudappel waarin de verkeersafwikkeling is geanalyseerd. In beide mobiliteitsplannen wordt rekening gehouden met de realisatie van beide deelgebieden en relevante projecten in de omgeving. De beide ontwikkelingen hebben een verkeersaantrekkende werking en zullen dus extra verkeer in het gebied genereren ten opzichte van de huidige situatie. Dit geldt overigens alleen voor de ontwikkelingen van Kabeldistrict en Nieuwe Haven (incl. Laga), omdat voor de overige delen de huidige situatie in het bestemmingsplan gehandhaafd blijft. Om na te gaan of het toekomstige verkeersaanbod goed afgewikkeld kan worden, is nagegaan wat het effect van het plan is op de omliggende kruispunten. Kabeldistrict Op basis van de ontwikkeling van de intensiteiten op de verschillende kruispunten kan worden geconcludeerd dat de kruispunten Schieweg - aansluiting Kruithuisweg een effect heeft. Op de andere kruispunten is het effect beperkt of neemt het verkeer potentieel af. De toename op de kruispunten Schieweg - aansluiting Kruithuisweg is aanleiding om de verkeersafwikkeling op dit punt nader te analyseren. De conclusie van de kruispuntanalyse is dat het huidige kruispunt het verkeersaanbod bij realisatie van het Kabeldistrict goed kan verwerken.

Er is zelfs capaciteit te winnen bij het aanpassen van de verkeerslichtenregeling. Wel is het op termijn aan te bevelen de opstellengte van sommige richtingen op dit kruispunt te vergroten. Het vigerende bestemmingsplan biedt hier de ruimte voor. Daarnaast zijn hierover afspraken gemaakt met de ontwikkelaar en is hiervoor budget gereserveerd. In de business case Schieoevers Noord zijn op basis van onder andere afspraken met ontwikkelaars bedragen hiervoor gereserveerd. Middels de monitoring wordt inzichtelijk gemaakt wanneer de aanpassingen gewenst zijn. De ontwikkeling van Kabeldistrict leidt dus niet tot problemen bij de verkeersafwikkeling op de Kruithuisweg. De autonome situatie 2030 plus het planeffect laat een ander beeld zien dan de plansituatie 2030. Dit komt door een verschuiving van een klein deel van het autonome verkeer in de plansituatie naar alternatieve routes.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 65

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Figuur 4.12: Veranderingen in de verkeersintensiteiten op de kruispunten Autonoom (A) en Planeffect (P) in de ochtend-/avondspits. Bron: Mobiliteitsplan Kabeldistrict (Goudappel, 2022). Nieuwe Haven Blijkens de berekeningen met het verkeersmodel genereert de ontwikkeling van Nieuwe Haven per etmaal (werkdag) circa 1.000 autoritten: 500 inkomend en 500 uitgaand. Dit verkeer komt via de Rotterdamseweg naar de locatie en verlaat de locatie via deze weg. Voor het OV betreft dat 250 reizigers en 1.700 fietsers. Hieronder is weergegeven hoe het autoverkeer zich verspreidt over het wegennetwerk. Tabel 4.1: Verdeling van het verkeer vanuit Nieuwe Haven. Bron: Mobiliteitsplan Nieuwe Haven (Goudappel, 2021).

De ontwikkellocatie Nieuwe Haven sluit aan op de Rotterdamseweg. Dit is een wijkontsluitingsweg met nu nog een maximumsnelheid van 50 km/h. Op termijn overweegt de gemeente deze snelheid (lokaal) terug te brengen naar 30 km/h, bijvoorbeeld als er sprake is van veel overstekende fietsers. De intensiteit van het autoverkeer op de Rotterdamseweg is als volgt: huidige situatie 2020: 4.300 mvt/etm; autonome situatie 2030: 4.300 mvt/etm; plansituatie 2030: 5.900 mvt/etm (+37%). Deze intensiteiten bevinden zich rond de grenswaarden die meestal worden aangehouden voor de keuze tussen een erftoegangsweg (30 km/u) en gebiedsontsluitingsweg (50 km/u). Het aantal overstekende fietsers en voetgangers is hoog, daarom wordt voorgesteld hier extra maatregelen te nemen die passen in het beleid van de gemeente, namelijk het aanleggen van een plateau, waar een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. De verkeersbestemming maakt het realiseren van deze maatregelen mogelijk. Deze worden echter door middel van verkeersbesluiten uiteindelijk mogelijk gemaakt. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)" (vastgesteld) 66

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) Laga Uit het verkeersonderzoek van Aveco de Bondt volgt dat als gevolg van Laga slechts 10 motorvoertuigbewegingen per etmaal worden toegevoegd. Dit is verwaarloosbaar ten opzichte van de ontwikkeling van Nieuwe Haven en is daarmee geen belemmering voor de verkeersafwikkeling van de Rotterdamseweg. Gelatinebrug In het bestemmingsplan is ook een zone opgenomen voor de realisatie van de Gelatinebrug. Deze brug was eerder al mogelijk gemaakt, maar de zone waarin de brug gerealiseerd kan worden, is verbreed. De Gelatinebrug zorgt voor een nieuwe oost-westverbinding en maakt een langzaamverkeer verbinding mogelijk tussen het terrein van de TU en de overige delen van Delft. In de toekomst zal deze beweegbare brug worden gebruikt door fietsers, voetgangers en mogelijk een People Mover, een automatisch bestuurd voertuig. De doorvaart van het vaarverkeer op de Schie stelt eisen aan de minimale doorvaarthoogte van de brug. Uitgangspunt voor de Gelatinebrug is een doorvaarthoogte van minimaal 3.00 m. Om de route voldoende hoog over de Schie te brengen zijn aan beide zijden hellingbanen nodig. Voor de inpassing van de brug is de omgeving gevraagd naar belangen, wensen en aandachtspunten. Dit is betrokken bij de verdere planvoorbereiding van de brug.

In de uitwerking bleek dat de inpassing van de hellingbanen aan de Schiewegzijde tot knelpunten leidde aan landzijde. De minimale doorvaarthoogte is bijgesteld naar 2.50 m. De hellingbanen kunnen beter ingepast worden. Het maakt minder hoge en minder lange hellingbanen mogelijk waardoor er meer ruimte beschikbaar blijft op de Schieweg. Dit zorgt ervoor dat de bedrijven bereikbaar blijven voor extra grote vrachtwagens. Ook doorgaande fietsers langs de Schie, die via een vrij liggend fietspad naar de brug worden geleid, kunnen gebruik maken van deze hellingbanen. Aan de oostzijde heeft het aandachtspunt van de inpassing vooral gelegen op een verkeersveilige aansluiting en positie van brug met aanlandingen. De aansluiting op de Rotterdamseweg kan met verkeerslichten verkeersveilig worden gemaakt. Hoe de hellingbaan optimaler ingepast kan worden op de naast liggende terreinen is nog een inpassingsopgave in de verdere planuitwerking. In het rapport 'Verkeersveilige aansluiting Gelatinebrug' (Bijlage 41) worden adviezen gegeven met betrekking tot het veilig aansluiten van de fietsverbinding via de Gelatinebrug op de Rotterdamseweg en de Schieweg. Uitgangspunt daarbij is dat het ontwerp de inpassing van de People Mover niet onmogelijk moet maken. Daarom is er in het rapport uitgegaan van 4,0 meter voor fietsers, 2,0 meter voor voetgangers en 2,0 meter voor de People Mover.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11890409/1