CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

11107 Visiedocument Openbare Ruimte 05 DIGI

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie Openbare Ruimte (2528395)14.354 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2. Groen en biodiversiteit Voor een goede omgevingskwaliteit moeten de groene structuren worden behouden en versterkt. Ze vormen een fijnmazig netwerk voor flora en fauna dat van meerwaarde is voor de instandhouding en ontwikkeling van biodiversiteit in de stad.

3. Klimaatadaptatie Om hittestress voor voetgangers en fietsers te voorkomen, is vergroening nodig binnen de steenachtige delen van dit netwerk. Omwille van een comfortabel gebruik moet dit netwerk voldoende schaduw bieden, maar zonrijke plekken zijn ook waardevol. Door minimalisering van verhardingen kan meer regenwater naar de bodem worden afgevoerd.

Huidige situatie

4. Inclusief en toegankelijk Daar waar het kriskras-netwerk de hoofdstructuur kruist, worden extra voorzieningen opgenomen die deze openbare ruimte toegankelijker maken voor voetgangers en fietsers. In de groene structuren die geen onderdeel uitmaken van het fietsnetwerk is toegankelijkheid voor de voetganger meer van belang.

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

41

Prioriteiten: Kriskras netwerk

4 Vulcanusweg

5. Ruimtelijke kwaliteit en identiteit De herkenbaarheid van het netwerk hangt samen met de kwaliteit van de inrichting van de onderdelen en de continuïteit tussen de onderdelen. Continuïteit kan op verschillende manieren vorm krijgen.

Huidige situatie

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

42

Werklandschappen en innovatiemilieus

1 Agnetapark

Grootschalige naoorlogse buurten

Kleinschalige buurten

Stadsschil

Interactiegebieden

Parken

De parken van Delft dragen in hoge mate bij een gezonde Wijkfunctie Buurtfunctie stedelijke leefomgeving. Niet alleen als leveranciers van zuurstof, koelte en schaduw of als schakels in de voorziening van voldoende luchtkwaliteit. Als natuurlijke ruimten voor verblijf, ontmoeting (interactiegebieden), spel en lichaamsbeweging bevorderen ze het fysieke en mentale welzijn van gebruikers. Naarmate de stad verder wordt verdicht, neemt het belang van deze functies verder toe. Naast de bestaande parken staan ook geplande parken zoals het Van Leeuwenhoekpark en het Schiepark op de kaart.

Het kriskras netwerk

Binnenstad

1

Het groene netwerk

Stedelijke functie Cultuurhistorie en boezemwater

Wijkfunctie: Parken

Visie Openbare Ruimte

43

2

Deze vijf opgaven krijgen voorrang:

4

3

Spelen, ontmoeten en bewegen

Groen en biodiversiteit 2 Wilhelminapark

Klimaatadaptatie

Ruimtelijke kwaliteit en identiteit 1 Agnetapark 2 Wilhelminapark 3 Emmalaan

Inclusief en toegankelijk

4 Molenweide 3 Poptapark

Prioriteiten: Parken

4 Molenweide

1. Spelen, ontmoeten en bewegen Parken bieden bewoners van en werknemers in de stad groene ruimte voor spelen, ontmoeten en bewegen. Deze ruimte voor zowel reuring als rust en is een essentieel onderdeel van een gezonde leefomgeving.

2. Groen en biodiversiteit Parken behoren tot de voornaamste groene ruimten in de stad en vormen als min of meer natuurlijke omgevingen een waardevol contrast met de kunstmatige openbare ruimte en bebouwing. Ze vormen cruciale schakels in stedelijke ecosystemen. Een gelaagde opbouw van grondbedekking, struiken en bomen bevordert deze functie en komt de biodiversiteit van de stadsnatuur ten goede.

3. Klimaatadaptatie Behalve als groene longen van de stad fungeren parken als verblijfs- en beweegruimten met zowel zonnige als schaduwrijke plekken. Dankzij de schaduw en als gevolg van verdamping door de aanwezige vegetatie zijn ze doorgaans een stuk koeler dan de meer versteende en anderszins verharde delen van de stad. Ze zijn dan ook van groot belang voor de koeling van omliggende stadsdelen en vormen tijdens hittegolven een betrekkelijk aangename verblijfplaats. Parken fungeren bij hevige neerslag ook als hemelwaterberging, waarbij water in de bodem wordt vastgehouden. Bestrating wordt er beperkt toegepast en afgestemd op het gebruik in maat en materialisering.

Huidige situatie

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

44

Prioriteiten: Parken

4 Molenweide

4. Ruimtelijke kwaliteit en identiteit De kwaliteit van parken wordt in belangrijke mate bepaald door de landschappelijke opzet en inrichting, waardoor een herkenbare en prettige rust- en verblijfsruimte ontstaat. Aan een aantrekkelijk en aangenaam park ligt een zorgvuldig ontwerp ten grondslag. Door passend beheer en onderhoud wordt deze functie in stand gehouden.

5. Inclusief en toegankelijk Iedereen moet toegang tot een park kunnen hebben en er gebruik van kunnen maken. Wel zijn het ontwerp en de inrichting vaak toegesneden op de aard van het gebied waarin het park ligt. Een goede balans tussen algemeen en beperkt toegankelijke paden is van belang. Ook kunnen delen van een park onderling verschillen, doordat ze zijn afgestemd op specifieke gebruiksvormen. Huidige situatie

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

45

1 Krakeelpolderweg

Nieuwe ontwikkelingen

Werklandschappen en innovatiemilieus

Grootschalige naoorlogse buurten

Kleinschalige buurten

De interactiegebieden, zoals ook aangegeven Buurtfunctie op de gebiedsbeelden, zijn plekken waar veel mensen samenkomen en elkaar ontmoeten. De interactiegebieden zijn onder meer de buurtwinkelcentra en de stationsgebieden. De openbare ruimte dient optimaal te zijn afgestemd op verblijven en verplaatsen van (groepen) mensen. Daarnaast is de verbinding van de gebouwen met de openbare ruimte van belang.

Stadsschil

Parken

Het kriskras netwerk

Wijkfunctie

Binnenstad

Het groene netwerk

Cultuurhistorie en boezemwater

Stedelijke functie

Interactiegebieden

Wijkfunctie: Interactiegebieden

Deze vijf opgaven krijgen voorrang: 1

Bezoekerseconomie en gastvrijheid

3

Spelen, ontmoeten en bewegen 2 Dasstraat

4 2

Inclusief en toegankelijk

Voetganger en fietser 1 Krakeelpolderweg 2 Dasstraat 3 Station Delft Campus

Klimaatadaptatie

4 Winkelcentrum Buitenhof, Vrijheidslaan 3 Station Delft Campus

Visie Openbare Ruimte

46

Prioriteiten: Interactiegebieden

4 Winkelcentrum Buitenhof, Vrijheidslaan

1. Bezoekerseconomie en gastvrijheid De openbare ruimte is primair gericht op de functies van buurtwinkelcentra, stations en andere ontmoetingsplekken. Terrassen en uitstallingen krijgen een passende vorm en plaats binnen het gebied en dienen ter ondersteuning van de aanwezige functies.

2. Spelen, ontmoeten en bewegen Naast de specifieke functie is de ruimte aantrekkelijk en stimuleert verblijven en het ontmoeten van andere mensen. Spelen en bewegen zijn hier niet altijd logische functies.

3. Inclusief en toegankelijk Deze gebieden moeten voor iedereen optimaal bereikbaar en toegankelijk zijn, wat mede wordt bepaald door de samenhang tussen de openbare ruimte en de daaraan grenzende gebouwen ook van belang. Huidige situatie

4. Voetganger en fietser De gebieden functioneren primair voor voetgangers, maar ook fietsers (stalling) moeten een plaats krijgen. Stationsomgevingen moeten bereikbaar zijn per auto (kiss & ride) en openbaar vervoer (overstappen) moet worden ingepast. Maar wel volgend op de voetganger en fietser.

5. Klimaatadaptatie Voldoende koele plekken ondersteunen de ontmoetings- en verblijfsfunctie van de buurtwinkelcentra en stations­ omgevingen. Er moet een balans zijn tussen goed bezonde en beschaduwde plekken.

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

47

3

Nieuwe ontwikkelingen

Werklandschappen en innovatiemilieus

Grootschalige naoorlogse buurten

De stadsschil wordt gevormd door de Buurtfunctie oudere woonbuurten rond de binnenstad. Deze veelal kleinschalige buurten hebben een beperkte openbare ruimte, die meestal weinig groen bevat. De druk op de openbare ruimte is daarbij groot, mede doordat auto’s voornamelijk hier worden geparkeerd en in toenemende mate ook fietsen.

Kleinschalige buurten

Interactiegebieden

1

Parken

4

Het kriskras netwerk

Binnenstad

2

Het groene netwerk

boezemwater

Wijkfunctie

Stadsschil

Buurten: Stadsschil

delijke functie

1 Eliza Dorusstraat, Hof van Delft

Deze vijf opgaven krijgen voorrang:

Voetganger en fietser

Klimaatadaptatie 2 Javastraat, Vrijenban

Groen en biodiversiteit

Spelen, ontmoeten en bewegen 1 Eliza Dorusstraat 2 Javastraat 3 De Colignystraat

Inclusief en toegankelijk

4 Sabangstraat 3 De Colignystraat, Wippolder

Visie Openbare Ruimte

48

Prioriteiten: Stadsschil

4 Sabangstraat

1. Voetganger en fietser Binnen de stadsschil staat de voetganger op 1 en de fietser op 2. Zoveel mogelijk openbare ruimte wordt daarom ingericht als verblijfsgebied met prioriteit voor veilig langzaam verkeer, bijvoorbeeld als erf. Autovrije of autoluwe zones kunnen hieraan een bijdrage leveren.

2. Klimaatadaptatie In dit relatief versteende deel van de stad vraagt klimaatadaptatie om extra inzet. De openbare ruimte wordt zo groen en onverhard als mogelijk om zowel hitte als wateroverlast het hoofd te bieden. Waterberging onder het maaiveld ligt hier voor de hand, om wateroverlast te voorkomen. Door de plaatsing van extra bomen wordt ook de oververhitting van gebouwen, waaronder woningen, zoveel mogelijk voorkomen. Ook hier is een goede balans tussen schaduw en bezonde openbare ruimte van belang. Huidige situatie

3. Groen en biodiversiteit Een groene, biodiversiteit bevorderende inrichting van de openbare ruimte is voorwaarde voor een gezonde woon- en leefomgeving. In de beperkte beschikbare ruimte wordt plaats gemaakt voor extra groen, bijvoorbeeld in samenhang met geveltuinen en gevelbegroeiing.

4. Spelen, ontmoeten en bewegen De ruimte voor de voetganger wordt ook gebruikt voor spelen, ontmoeten en bewegen, door middel van zowel de routevorming als de vormgeving van specifieke plekken. Door de beperkte ruimte zal het spelen door aanpassingen in straten een plek moeten krijgen, bijvoorbeeld door middel van speelaanleidingen naast formele speelplekken.

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

49

Prioriteiten: Stadsschil

4 Sabangstraat

5. Inclusief en toegankelijk In de stadsschil is de openbare ruimte niet altijd ruim bemeten, waardoor toegankelijkheid voor diverse gebruikers moet volgen uit een slimme verdeling van de ruimte ten gunste van verschillende functies. Verschillende gebruikers zullen hierbij van dezelfde ruimte gebruik moeten kunnen maken.

Huidige situatie

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

50

Nieuwe ontwikkelingen

Werklandschappen en innovatiemilieus

Grootschalige naoorlogse buurten

Na de grootschalige naoorlogse nieuwbouwwijken zijn Buurtfunctie verschillende kleinschalige buurten tot stand gekomen. Voorbeelden zijn Tanthof Oost en Tanthof West, de Molenbuurt, de Kuyperwijk en Harnaschpolder. De bebouwingsstructuur is hier meer aaneengesloten met veel laagbouw, al komt ook gestapelde bebouwing voor. De privétuinen zijn vaak erg versteend. De openbare ruimte bestaat uit straten en plekken, vaak met een functie voor spelen en verblijven, en kent doorgaans een meer formele begrenzing.

Kleinschalige buurten

Interactiegebieden

1

Parken

2

Het kriskras netwerk

Wijkfunctie

Stadsschil

Buurten: Kleinschalige buurten

Binnenstad

netwerk

ctie

1 Van Kinschotstraat, Voordijkshoorn

Deze vijf opgaven krijgen voorrang:

Voetganger en fietser

Klimaatadaptatie 2 Hof van Zilverlicht. Voordijkshoorn

3

4

Groen en biodiversiteit

Spelen, ontmoeten en bewegen 1 Van Kinschotstraat 2 Hof van Zilverlicht 3 Veulenkamp 4 Spechtstraat

Autobereikbaarheid, parkeren en OV 3 Veulenkamp. Tanthof

Visie Openbare Ruimte

51

Prioriteiten: Kleinschalige buurten

4 Spechtstraat

1. Voetganger en fietser Binnen de kleinschalige buurten staat de voetganger ook op 1 en de fietser op 2. De openbare ruimte wordt daarom ingericht als verblijfsgebied met prioriteit voor veilig langzaam verkeer. Autovrije of autoluwe zones kunnen hieraan een bijdrage leveren. Afhankelijk van de buurt en de maat van de openbare ruimte heeft de voetganger een eigen domein of krijgt de voetganger voorrang (woonerf ).

2. Klimaatadaptatie Ondanks de groene inrichting van de openbare ruimte is verder vergroenen en ontharden nodig om meer wateropvang en -berging te realiseren en om problemen met hitte in de zomermaanden te voorkomen. Het aanwezige groen wordt aangevuld met bomen die meer schaduw geven, bijvoorbeeld in samenhang met vergroening van de voortuinen die aan de openbare ruimte grenzen. Huidige situatie

3. Groen en biodiversiteit Een groene, biodiversiteit bevorderende inrichting van de openbare ruimte is voorwaarde voor een gezonde woon- en leefomgeving. In de openbare ruimte en de aangrenzende tuinen moet ruimte voor extra groen worden gevonden terwijl aanwezig groen behouden blijft.

4. Spelen, ontmoeten en bewegen Kleinschalige buurten zijn bij uitstek geschikt voor spelen, bewegen en ontmoeten, door middel van zowel de routevorming als de vormgeving van specifieke plekken. De hiervoor beschikbare ruimte wordt gedeeld met de ruimte voor de voetganger. De voetganger moet meer ruimte krijgen ten opzichte van fiets- en vooral autoverkeer. Routes tussen wijken, buurten en plekken moeten veilig, logisch en groen zijn, zodat jong en oud erop uit kunnen trekken. Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

52

Prioriteiten: Kleinschalige buurten

4 Spechtstraat

5. Autobereikbaarheid, parkeren en OV Autoparkeren in bestaande buurten vindt zowel op eigen terrein als op straat plaats. Het parkeren in de openbare ruimte moet zoveel mogelijk worden beperkt of slim worden ingepast. Rest parkeerruimte op buurtniveau bekeken wordt ingezet voor andere opgaves.

Huidige situatie

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

53

Na de laatste wereldoorlog zijn aan de westzijde van de

Buurtfunctie binnenstad in korte tijd veel woningen gebouwd toegevoegd

Nieuwe ontwikkelingen

Werklandschappen en innovatiemilieus

Grootschalige naoorlogse buurten

volgens de principes van de stempelbouw. Ze vormen verschillende buurten met een relatief ruime en groene opzet en verschillende gebouwhoogten. De openbare ruimte is door de opzet niet altijd overzichtelijk en kent weinig sociale interactie als gevolg van gesloten plinten van gebouwen en parkeervelden. De straatprofielen zijn vaak ruim, met veel ruimte voor de auto. Zowel gebouwen als de openbare ruimte bieden plaats aan andere functies, zoals spelen en verblijven.

Kleinschalige buurten

Stadsschil

Parken

Interactiegebieden

Wijkfunctie

Het kriskras netwerk

Binnenstad

Buurten: Grootschalige naoorlogse buurten

1 Vivaldilaan, Buitenhof

Deze vijf opgaven krijgen voorrang:

Voetganger en fietser 3

1

2 4

Spelen, onmoeten en bewegen 2 Betje Wolfflaan, Voorhof

Ruimtelijke kwaliteit en identiteit Autobereikbaarheid, parkeren en OV 1 Vivaldilaan 2 Betje Wolfflaan 3 Taj Mahalplaats

Klimaatadaptatie

4 Multatuliweg 3 Taj Mahalplaats, Poptahof

Visie Openbare Ruimte

54

Prioriteiten: Grootschalige naoorlogse buurten

4 Multatuliweg

1. Voetganger en fietser Binnen de grootschalige naoorlogse buurten staat de voetganger op 1 en de fietser op 2. Autovrije of autoluwe woonstraten kunnen hieraan bijdragen. De overige openbare ruimte kan als 30 km-zone worden behouden of als woonerf worden ingericht. De voetganger moet meer ruimte krijgen ten opzichte van fiets- en autoverkeer.

2. Spelen, ontmoeten en bewegen De ruimte voor de voetganger vervult ook een functie voor spelen, ontmoeten en bewegen, door middel van zowel de routevorming als de vormgeving van specifieke plekken. Een buurt moet uitnodigen en uitdagen om samen buiten te spelen. Logische routes en variatie in formele en informele speel- en ontmoet­plekken zijn belangrijk in deze buurten. Speelplaatsen moeten meer in het zicht van woningen komen te liggen en niet verscholen zijn achter dicht opgaand groen. Huidige situatie

3. Ruimtelijke kwaliteit en identiteit De kenmerkende opzet van deze buurten vraagt om zorgvuldige omgang met de inrichting van de openbare ruimte in relatie tot de aanwezige bebouwing. De bestaande identiteit is leidend, maar het voorkomen van anonimiteit als gevolg van de stempelbouw vormt een belangrijke ontwerpopgave, zowel bij vernieuwing van gebouwen als bij herinrichting van de openbare ruimte.

4. Autobereikbaarheid, parkeren en OV De bereikbaarheid van openbaar vervoer kan worden verbeterd door goede routes naar en centrale ligging van haltes. De autobereikbaarheid van deze buurten is veelal goed en vormt een kwaliteit voor mensen die afhankelijk zijn van de auto. Het parkeren vindt plaats in de openbare ruimte, maar moet waar mogelijk worden beperkt. Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

55

Prioriteiten: Grootschalige naoorlogse buurten

4 Multatuliweg

5. Klimaatadaptatie Deze buurten hebben dankzij de aanwezigheid van veel volwassen bomen een zeer groen karakter. Behoud en zorgvuldige vernieuwing moeten waarborgen dat deze buurten koel blijven bij hitte. Door vermindering van het verhard oppervlak kan het maaiveld groener worden ingericht, wat het risico op wateroverlast verkleint en waardoor meer water in de bodem wordt vastgehouden.

Huidige situatie

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

56

Nieuwe ontwikkelingen

1

In deze gebieden zetten bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en maatschappelijke voorzieningen de toon. Wonen speelt in de innovatiemilieus in toenemende mate ook een rol. Deze gebieden, die in functie en schaalgrootte flink verschillen, worden in deze nota aangemerkt als werklandschappen en gemengde innovatiemilieus. Voorbeelden hiervan zijn de Biotech Campus, het Reinier de Graaf ziekenhuis en het Innovatiedistrict Delft (IDD), waar Schieoevers, de TU Campus en Delftechpark onder vallen. In een aantal gebieden, zoals het IDD, spelen grote opgaven zoals ontwikkeling van de woonfunctie. Die opgaven hebben vaak ook betrekking op de openbare ruimte.

Werklandschappen en innovatiemilieus

Kleinschalige buurten

Stadsschil

Interactiegebieden

Parken

Het kriskras netwerk

Buurtfunctie

Grootschalige naoorlogse buurten

Buurten: Werklandschappen en gemengde

Wijkfunctie innovatiemilieus

1 Olof Palmerstraat, Delftse Poort

Deze vijf opgaven krijgen voorrang:

Voetganger en fietser 2

4 3

Autobereikbaarheid, parkeren en OV 2 Maria Vincentiastraat, Reinier de Graaf

Klimaatadaptatie

Groen en biodiversiteit 1 Olof Palmerstraat 2 Maria Vincentiastraat 3 Molengraafsingel 4 Delftechpark

Spelen, ontmoeten en bewegen 3 Molengraafsingel, Campus Zuid

Visie Openbare Ruimte

57

Prioriteiten: Werklandschappen en gemengde innovatiemilieus

4 Delftechpark

1. Voetganger en fietser In deze gebieden staat de voetganger op 1 en de fietser op 2. De verschillende terreinen moeten veilig en bereikbaar zijn, zonder obstakels en via een zo direct mogelijke route. Zoveel mogelijk openbare ruimte wordt daarom ingericht als 30 km-zone.

2. Autobereikbaarheid, parkeren en OV De bereikbaarheid van openbaar vervoer wordt verbeterd door goede routes voor voetgangers en fietsers naar de aanwezige haltes. Voor ondernemers in deze gebieden en specifiek Schieoevers-Zuid is bereikbaarheid met de (vracht) auto belangrijk, deze wordt in de juiste balans gebracht met ruimte voor de voetganger en fietsers, groen en ontmoeten. Alternatieven voor de logistieke bereikbaarheid worden gestimuleerd. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein en in beperkte mate in de openbare ruimte.

3. Klimaatadaptatie Huidige situatie

Sfeerimpressie

In de werklandschappen en innovatiemilieus moet water­ overlast worden voorkomen en de arbeidsproductiviteit bij hitte worden gewaarborgd. Nabij gebouwen (schaduw), langs voetgangers- en fietsroutes en op andere plekken, zoals de buitenruimte waar men de lunchpauze doorbrengt, moet de openbare ruimte hiervoor zo groen mogelijk worden ingericht.

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

58

Prioriteiten: Werklandschappen en gemengde innovatiemilieus

4 Delftechpark

4. Groen en biodiversiteit Een groene omgeving is een aantrekkelijke werk- en studeer­ omgeving. Zowel zicht op groen vanaf de werkplek als de mogelijkheid om te pauzeren in het groen zijn hierbij van belang. Een groen netwerk binnen het gebied biedt de mogelijkheid tot een wandeling tijdens de pauze en dient met een gelaagde opbouw tegelijkertijd de biodiversiteit in de buurt.

5. Spelen, ontmoeten en bewegen Behalve gewerkt moet er in de openbare ruimte ook kunnen worden gewandeld en geluncht. Zo kunnen ontmoetingen ontstaan en is er interactie met werknemers en studenten van verschillende organisaties. Hiertoe uitnodigende ruimte draagt bij aan een gezonde en actieve leefstijl. In gemengde gebieden met woonruimte is ruimte voor sport en spel ook van belang.

Huidige situatie

Sfeerimpressie

* Dit is een inspiratiebeeld, geen ontwerp.

Visie Openbare Ruimte

59

Prioriteiten: Nieuwe ontwikkelingen

Nieuwe ontwikkelingen

Bij nieuwe ontwikkelingen in de stad ontstaat een speelveld voor nieuwe openbare ruimte gekoppeld aan nieuwe of vernieuwde gebouwen. Dit vraagt om herziening van prioriteiten, waarvoor de (onzichtbare) historie van een locatie een bron van inspiratie kan vormen. Deze vijf opgaven krijgen voorrang:

1. Voetganger en fietser In het ontwerp van de openbare ruimte, structuren én inrichting, krijgen de voetganger en fietser voorrang.

2. Ruimtelijke kwaliteit en identiteit Bij de ontwikkeling van nieuwe delen van de stad is de ruimtelijke opzet van de openbare ruimte in samenhang met de bebouwing, zowel qua vorm/structuur als inrichting en materialisering een belangrijke ontwerpopgave. Door een hoge ruimtelijke kwaliteit en identiteit krijgt de nieuwe plek in de stad meerwaarde voor bewoners en andere gebruikers. Ook ontstaan nieuwe buurten en worden bestaande structuren op stads- en wijkniveau versterkt.

3. Groen en biodiversiteit / Spelen, ontmoeten en bewegen / Klimaatadaptatie Openbare ruimte komt tot stand op basis van een integraal plan waarin verschillende opgaven een plaats krijgen, aansluitend op de structuren van naastgelegen buurten. Voor speelruimte hanteren we een richtlijn: minimaal 3% van de vrije openbare ruimte wordt hiervoor bestemd. Deze ruimte kan overigens goed worden gecombineerd met sport- en beweegaanleidingen en ruimte voor ontmoeten.

Visie Openbare Ruimte

60

Inspirerend voorbeeld:

Kalverbos Voor het Kalverbos lag een herinitrchtringsopgave die verschillende (deel) aanleidingen had. Belangrijke aanleiding was de aansluiting van de openbare ruimte van het project Spoorzone op basis van het ontwerp van Busquets. Hierin moest naast een tweerichtingen­ fietspad ook de groenstructuur worden doorgezet en de tijdelijke tailtrack van de tram worden verwijderd. Ook het Kalverbos zelf vraagt om aanpassingen, waarbij ook het hergebruik van de watertoren en de reinwaterkelders (Radius) van belang is. Ook het kruispunt van de Wateringsevest met de Nieuwe Plantage moest worden vernieuwd. Last but not least kan de Wateringsevest worden versmald van 2 x 2 naar 2 x 1 rijbanen. Bij de realisatie van het plan Busquets is afgesproken dat voor dit gebied een integrale visie voor de openbare ruimte zou worden opgesteld, als basis voor de verschillende delen. De visie is door een externe landschapsontwerper in combinatie met een verkeerskundig bureau verricht, in samenspraak met een gemeentelijke projectgroep, met een brede vertegenwoordiging van de verschillende afdelingen. Waarbij in de eerste stap een Programma van Eisen is opgesteld als basis voor de integrale Visie. Deze visie is vervolgens de basis voor bijvoorbeeld de versmalling van de Wateringsevest en het herinrichten van het kruispunt.

Van belang is om de Visie steeds als basis te hanteren en vandaaruit integraal regie te voeren bij de uitwerkingen van deelprojecten.

Visie Openbare Ruimte

61

Deel 3: Werkwijze, evaluatie en actualisatie

Deze visie en prioriteringskader zetten we in voor alle werkzaamheden die de openbare ruimte van Delft aangaan. Het is, behalve voor de gemeentelijke organisatie, ook van belang voor alle partners in de ontwikkeling van de openbare ruimte, waaronder de inwoners. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe dat werkt, hoe we dit monitoren en waar nodig bijstellen.

Visie Openbare Ruimte

62

3.1 Planvorming ontwerp openbare ruimte De openbare ruimte moet altijd planmatig en in samenhang met andere ontwikkelingen vorm krijgen. De planvorming en daarmee de afweging van beleidsopgaven verschilt van grote naar kleine schaal. De rollen die de gemeente, bewoners en andere betrokkenen spelen, variëren per plan en per ontwikkeling. Het maken van een plan voor de openbare ruimte is geen afvinklijstje, maar is vaak een bredere ontwerpopgave. In alle fasen van een planproces dient deze visie en prioriteringskader als richtinggevend voor inrichtings- en ontwerpkeuzen en de vorm van participatie. De kwaliteit en functionaliteit van de openbare ruimte zijn leidend, niet de financiële middelen die achter één specifieke opgave liggen. Bijzondere plekken in de openbare ruimte vragen om extra kwaliteit in het ontwerp. Daarvoor kunnen prijsvragen ingezet worden. Deze bieden ook een goede aanleiding voor participatie.

Maatwerk blijft mogelijk. Er is altijd ruimte om een integraal ontwerp af te stemmen op de specifieke situatie. Indien nodig wordt beargumenteerd afgeweken van visie en/of prioriteringskader.

Gebiedsgericht werken Om te zorgen voor optimale inzet van tijd, menskracht en middelen werken we waar mogelijk integraal en gebiedsgericht. Dit betekent dat we verschillende opgaven en werkzaamheden vanuit de ruimtelijke en sociale domeinen afstemmen in planning en programmering per gebied. Een voorbeeld van gebiedsgericht werken zijn de integrale herinrichtingsprojecten (ook wel bekend als ‘gevel tot gevel’ projecten). Deze aanpak houdt in dat we grootschalige werkzaamheden zoals een vervanging van een riool in een wijk combineren met andere opgaven, zoals mobiliteits­ aanpassingen, vergroening en spelen, ontmoeten en bewegen. Zo werken we efficiënt en beperken we overlast voor inwoners en andere gebruikers van het gebied tot een minimum.

Vanuit de kwaliteit van de bestaande situatie (nu) en de op dat moment geldende opgaven wordt een nieuwe situatie (straks) bepaald. Er wordt ook gekeken naar de mogelijke en gewenste toekomstige situatie (later). Die bepaalt mede hoe ruimte zo wordt ontworpen dat een in de toekomst wenselijke situatie niet onmogelijk wordt gemaakt.

"nu"

"straks"

"later"

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

Toekomstige situatie

Figuur 9 Schema nu - straks - later

Visie Openbare Ruimte

63

3.2 Realisatie en beheer openbare ruimte De gemeente streeft naar optimale balans tussen het ontwerp, de inrichting, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte. Dit betekent dat ontwerpen voor de openbare ruimte niet alleen leidt tot (multi)functionele ruimte maar ook doelmatig beheer en onderhoud mogelijk maken. Anders kan de beoogde functie en kwaliteit niet duurzaam in stand worden gehouden.

Aan ieder ontwerp liggen ontwerpprincipes ten grondslag die de gemeente toepast om (beleids) doelen te bereiken. Zo zijn er verschillende uitgangspunten en principes voor een klimaatbestendige, verkeersveilige of meer biodiverse inrichting van de openbare ruimte. Verschillende inrichtings- en ontwerpprincipes helpen bij het realiseren van de juiste vorm en inrichting, binnen de eisen die daar vanuit gebruik en beheer aan moeten worden gesteld. Deze uitgangspunten en principes zijn geen onderdeel van deze visie maar staan in aparte documenten zoals sectoraal beleid, het Handboek leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR) en de beleidsregel Klimaat adaptief bouwen. Deze documenten zijn niet statisch maar veranderen mee op basis van nieuwe inzichten en eisen.

Openbare ruimte beheren

Figuur 10 De Visie Openbare Ruimte stelt prioriteiten vanuit het sectoraal beleid en geeft vervolgens input voor het beheer en de uitvoering.

Het onderhoud en beheer van de openbare ruimte draagt sterk bij aan het gebruik en de beleving van de gebruikers. Door goed te beheren draagt de gemeente dagelijks zorg voor het op orde houden van de openbare ruimte. Dit doen we door het uitvoeren van inspecties, het onderhouden van de openbare ruimte en door daar waar nodig te vervangen en vernieuwen. Beheren gaat ook over het slim inspelen op opgaven zoals klimaatverandering en het verbeteren van de leefomgeving passend bij de plek die aangepakt wordt.

Ruimte ontwerpen en realiseren Om de schaarse ruimte zo goed mogelijk te benutten, stelt de gemeente in veel gevallen multifunctioneel gebruik van openbare ruimte centraal in ontwerp, inrichting en beheer. Dit kan een dubbele functie betreffen, zoals een speelveld dat bij overmatige neerslag tijdelijk als waterberging dient, maar ook ruimte die op momenten ook voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden. Voorbeelden zijn het gebruik van een park als schoolplein, een plein als weekmarkt, een parkeerterrein als kermis of een deel van een park als ijsbaan.

Een belangrijk instrument in het beheer is het hanteren van beheerniveaus en het aanpassen van het beheer naar de behoeften van de plek. Niet elke locatie heeft dezelfde functie, gebruiksintensiteit of uitstraling. We stemmen de mate van beheer en onderhoud onder ander af op de functie van de locatie, de gebruiksintensiteit, de omgevingskenmerken en de wensen en ervaringen van de gebruikers. Om nog beter invulling te geven aan de geprioriteerde opgaven is een verdere differentiatie van de beeldkwaliteitsniveaus wenselijk.

Visie Openbare Ruimte

64

3.3 Samen maken we de stad De Omgevingswet verdeelt de verantwoordelijkheden voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving tussen overheid en inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Er is meer ruimte voor lokale initiatieven van inwoners en organisaties.

onderhoud of de organisatie van activiteiten. Bij de ‘gevel tot gevel’ aanpak en bij projecten worden de bewoners via participatie nauw betrokken vanaf het begin. Daarnaast kunnen bewoners voorstellen doen voor kleinschalige ingrepen. De gemeentelijke rol is daarbij begeleidend.

Participatie De Omgevingswet gaat uit van drie belangrijke principes: ruimte geven, loslaten en vertrouwen. In Delft is de participatie van inwoners, bedrijven en andere organisaties in ruimtelijke ontwikkelingen vastgelegd in de aanpak Delfts Doen en bijbehorende verordening. Dit zijn spelregels voor het participatieproces in lijn met de Omgevingswet. We geven op verschillende manieren invulling aan deze spelregels.

Regie openbare ruimte De drie structuurniveaus (stedelijke, wijk- en buurtfunctie) geven houvast in hoeverre de gemeente regie op de openbare ruimte in handen van de inwoners kan geven. Op de structuur met stedelijke functie ligt de regie voornamelijk bij de gemeente, omdat deze structuur een brede maatschappelijke functie (centrale verkeersroute, beschermd stadsgezicht, etc) heeft en soms specialistisch onderhoud vereist. Inwoners dragen voornamelijk via inspraakprocedures en participatietrajecten bij aan besluitvorming over de ontwikkeling. De gemeentelijke rol is ‘sturend, tenzij’. Op de structuur met wijkfunctie is meer ruimte voor regie van inwoners en andere gebruikers. De gemeente blijft vaak verantwoordelijk voor het ontwerp en beheer, maar inwoners kunnen actief bijdragen aan het ontwerp, het (dagelijks)

Figuur 11 Schematische weergave bewoners belang - stedelijk belang van de openbare ruimte

De openbare ruimte met buurtfunctie biedt de meeste ruimte voor regie van inwoners. In de praktijk gaat het hier vooral om de groene openbare ruimte. De gemeente speelt in dat geval voornamelijk een ondersteunende rol. Voorbeelden zijn: het beheer van groenvoorzieningen, het aanleggen van een buurtmoestuin en de creatie van speelen ontmoetingsplekken. Zelfbeheer heeft als positief effect dat het de leefbaarheid en sociale cohesie in buurten kan versterken. De gemeentelijke rol is loslaten waar dat kan. Als er geen bewonersinitiatieven ontstaan, verzorgt de gemeente natuurlijk het beheer en onderhoud van de openbare ruimte.

Visie Openbare Ruimte

65

De gemeente moedigt zelfbeheer en andere vormen van regie en eigenaarschap van inwoners en gebruikers aan door samen te werken met woningcorporaties en wijkverenigingen, subsidies en budgetten voor initiatieven te verstrekken, en te adviseren over groenbeheer en dit praktisch te ondersteunen. De prioriteiten zoals opgenomen in dit kader bieden een handvat, ook wanneer sprake is van participatie en bijvoorbeeld zelfbeheer. We dagen initiatiefnemers uit om rekening te houden met het prioriteringskader. Het herinrichten van openbare ruimte is een integrale ontwerpopgave waarbij we vaak samenwerken met diverse partijen. Naast de aanwezige functies, zowel bovengronds als ondergronds, moeten de basisvoorwaarden worden meegenomen en zijn de prioritaire opgaven van toepassing. Deze gelden niet alleen voor de gemeente, maar ook voor andere initiatiefnemers. Er zijn verschillende soorten ontwikkelingen in de openbare ruimte. Bij een grote gebiedsontwikkeling, zoals bijvoorbeeld Nieuw Delft of de Kop van de Buitenhof, maakt de openbare ruimte deel uit van een breder ontwikkelplan. Hier wordt altijd gestreefd naar een integraal ontwerp voor de openbare ruimte in het projectgebied. In deze gevallen heeft de gemeente ongeacht de structuur de regie, in nauw overleg met de bewoners.

Een andere grotere ontwikkeling betreft de aanpak van de openbare ruimte van gevel tot gevel, bijvoorbeeld bij rioleringsprojecten zoals in de Voorhof of Buitenhof. Ook in dit geval heeft de gemeente de regie, maar de betrokkenheid van de bewoners is belangrijk voor het succes van het project. Waar mogelijk bieden we ruimte voor eigen initiatieven.

Inspirerende voorbeelden: Samen maken we de stad Casper Fagelplantsoen Bewoners gingen aan de slag om de voormalige rozentuin en omgeving om te toveren tot een inheemse en biologische bloementuin. Het plan werd gerealiseerd in samenwerking met de gemeente Delft en met subsidie van de gemeente en Fonds 1818. De buurt pakte veel samen op. Van ontwerpen, regelen van fondsen, het planten van duizenden bollen en nu ook het beheer.

Caspar Fagelplantsoen

Bagijnhof Bij de door de gemeente geplande herinrichting van Het Bagijnhof werden de bewoners betrokken om mee te denken over de inrichting. De oude, geheel stenige inrichting met parkeerplaatsen heeft plaats gemaakt voor een groen binnengebied dat bijdraagt aan een prettige leefomgeving en klimaatadaptatie. Er is een volledig nieuwe speelplek ingericht die zorgt voor een stimulans van spelen, ontmoeten en bewegen. Het Bagijnhof transformeerde van parkeerplaats tot een vriendelijke verblijfsplek.

Bagijnhof

Buurtmoestuin Kuyperwijk De initiatiefnemers van de buurtmoestuin in de Kuyperwijk wilden graag tuinieren met mensen uit hun buurt. Samen met Groenkracht en de gemeente is een locatie gevonden. In een aantal bijeenkomsten met de buurt is gesproken over hoe de buurttuin eruit zou moeten zien. In het ontwerp is specifiek ruimte gemaakt voor ontmoeting. Zo heeft de tuin een picknicktafel en gezamenlijke plantvakken voor kruiden en bloemen. Er is ook een tuincommissie samengesteld die de contacten met de buurt onderhoudt. Buurtmoestuin Kuyperwijk

Visie Openbare Ruimte

66

3.4 Evaluatie en actualisatie Structuren, opgaven en inzichten veranderen door de tijd heen. Deze veranderingen volgen elkaar steeds sneller op. Het is daarom noodzakelijk om deze visie periodiek te evalueren en waar nodig te actualiseren. Ook veranderingen in wet- en regelgeving kunnen aanleiding zijn tot aanpassing. Dit gebeurt in principe eenmaal per vier jaar. Bij iedere actualisering passen we onderliggende documenten aan en communiceren we over de wijzigingen. zo blijft het een actueel en bruikbaar instrument.

Visie Openbare Ruimte

67

Visie Openbare Ruimte

68

Colofon Fotografie, met dank aan: Cyclomedia, Charlotte Verkleij, Arjaan Hoogenboom en Alyssa van Heyst Illustraties: Lieke Büchner en Charlotte Verkleij Dit is een digitale uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl Juli 2025 Deze Visie Openbare Ruimte is beschikbaar via www.delft.nl/visie-openbare-ruimte.

Woonvisie Delft 2023-2028

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15792552/1