Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden
Tekst van het document
Verkenning wind- en zonneenergie gemeente De Wolden Gemeente De Wolden 723148 | 5.0 10-4-2024
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Projectnaam
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden
Postadres
Soort document Quickscan
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Versienummer
Vestiging South East Asia
Datum
Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
5.0
10-4-2024
Project nummer 723148
Opdrachtgever Gemeente De Wolden
Auteur Roy van Alst
Nagekeken door Jorick Amsman
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever.
De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2
2
2
Aanleiding _______________________________________________________________ 2 Onderzoeksgebied ________________________________________________________ 2
Methodiek ruimtelijke analyse windenergie 2.1 2.2 2.3 2.4
3
4
Algemene aanpak _________________________________________________________ 4 Aanpak analyse windenergie ________________________________________________ 4 Analysecriteria voor windenergie ____________________________________________ 10 Toelichting analysecriteria windenergie _______________________________________ 12
Methodiek ruimtelijke analyse zonne-energie 3.1 3.2 3.3
4
Resultaat ruimtelijke analyse – windenergie 4.1 4.2 4.3 4.4
5
22
Harde belemmeringen_____________________________________________________ 22 Zachte belemmeringen ____________________________________________________ 28 Potentie grootschalige windenergie __________________________________________ 33 Potentiekaarten kleinschalige windenergie _____________________________________ 43
Resultaat ruimtelijke analyse – zonne-energie 5.1 5.2 5.3 5.4
6
55
Ruimtelijke belemmeringen voor zonne-energieopwek ____________________________ 55 Potentiekaart zon ________________________________________________________ 58 Zoekgebieden grootschalige zonneparken _____________________________________ 59 Potentiekaarten kleinschalige zonneparken ____________________________________ 63
Conclusie 6.1 6.2
19
Algemene aanpak ________________________________________________________ 19 Aanpak analyse zonne-energie______________________________________________ 19 Analysecriteria voor zonne-energie ___________________________________________ 20
71
Windenergie ____________________________________________________________ 71 Zonne-energie___________________________________________________________ 72
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 1
1 Inleiding 1.1
Aanleiding De gemeente De Wolden heeft Pondera gevraagd een verkenning uit te voeren naar de potentie voor wind- en zonne-energie binnen het gemeentegebied. Het verkennend onderzoek van Pondera richt zich middels een ruimtelijk-technische analyse op de mogelijke ontwikkeling van: 1. Moderne / grootschalige windturbines. Als uitgangspunt wordt een moderne windturbine op land gehanteerd met een geïnstalleerd vermogen van circa 5 - 6 MW, een tiphoogte van 250 meter, en een rotordiameter van 170 meter. 2.
Windturbines gecentraliseerd per woonkern, zogenaamde dorpsturbines, met kleinere afmetingen dan de in punt 1 genoemde moderne grootschalige windturbines, en een vermogen van tenminste 0,9 MW. Deel van de uitvraag is tevens om te onderzoeken welke turbinemodellen hiervoor geschikt zijn.
3. 4.
Kleinere zonneparken van 5 tot 10 hectare rondom dorpen binnen de gemeente. Grootschalige zonneparken van 20 tot 25 hectare in de buitengebieden van de gemeente.
In dit rapport leest u welke belemmeringen er voor de ontwikkeling van wind- en zonne-energie aanwezig zijn in de gemeente De Wolden, welke ruimte voor de genoemde opties potentieel kansrijk is, en welke ruimte hiervoor aandachtspunten heeft. Op basis daarvan worden zoekgebieden voor wind- en zonne-energie binnen de gemeente geïdentificeerd. Het betreft een beoordeling van de fysiek-ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie binnen de geldende wet- en regelgeving. Het onderzoek geeft geen overwegingen voor de eventuele wenselijkheid of onwenselijkheid van locaties in relatie met ander beleid zoals landbouw of recreatie.
1.2
Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het complete gemeentegebied van De Wolden (zie Figuur 1.1). Rondom het onderzoeksgebied is een zone van 500 meter opgenomen om ook de eventuele ‘aangrenzende potentie’ voor windenergie in beeld te brengen en daarmee op voorhand niet strikt belemmerend te zijn door de gemeente grenzen.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 2
Figuur 1.1 Onderzoeksgebied, inclusief 500 meter zone
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 3
2 Methodiek ruimtelijke analyse windenergie Dit hoofdstuk beschrijft de aanpak en gehanteerde uitgangspunten van de ruimtelijk-technische analyse voor grootschalige windenergie in de vorm van moderne grotere windturbines, en voor kleinschalige windenergie in de vorm kleinere ‘dorpsmolens’. Daarnaast zijn de in de analyse beschouwde milieutechnische aspecten en criteria toegelicht.
2.1
Algemene aanpak Met behulp van GIS-software (Geografisch Informatie Systeem) is de beschikbare ruimte voor de plaatsing van windturbines geanalyseerd. Voor diverse aspecten geldt dat de afmetingen van de windturbines van belang zijn voor de (on)mogelijkheden voor het plaatsen van een windturbine. De afmetingen zijn de afgelopen jaren steeds toegenomen en daarmee ook de hoeveelheid elektriciteit die een enkele windturbine opwekt. Een turbine met een grotere rotordiameter ‘vangt’ meer wind en op grotere hoogte is de windkracht sterker en constanter. De kostprijs per opgewekte kilowattuur is daardoor afgenomen, in lijn met de wens van de Rijksoverheid. Op basis van toetsafstanden en vuistregels is rekening gehouden met relevante milieutechnische aspecten en gevoelige functies die niet zijn te verenigen met de plaatsing van een windturbine. De gehanteerde vuistregels en toetsafstanden volgen uit wet- en regelgeving, beleid en/ of expert judgement (zie paragraaf 2.3). Voor zonneparken worden deze toetsafstanden separaat behandeld in paragraaf 3.3.
2.2
Aanpak analyse windenergie
2.2.1 Referentieturbine Voor de ruimtelijke analyse is het nodig om een referentieturbine als uitgangspunt te hanteren. In deze paragraaf wordt voor grootschalige en kleinschalige windenergie separaat uitgewerkt welke referentieturbine wordt gehanteerd
Grootschalige windenergie opwek Voor de grootschalige opwek van windenergie met grote moderne windturbines is uitgegaan van een referentieturbine met een tiphoogte van 250 meter. Deze turbine-categorie representeert een relatief grote windturbineklasse die momenteel op de markt beschikbaar is en die naar verwachting financieel rendabel kan worden geëxploiteerd. De keuze voor deze referentieturbine leidt tot een conservatieve benadering van de potentiële belemmeringen en mogelijkheden. Dat wil zeggen dat de potentiële ruimte voor windenergie die voortkomt uit deze analyse, voldoet aan deze relatief grote windturbineklasse en automatisch ook aan turbines met kleinere afmetingen. In praktijk blijkt er lokaal vaak iets meer ruimte voor optimalisatie. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de referentieturbine die is aangehouden bij het onderzoek naar potentie voor grootschalige windenergie. Tabel 2.1 Overzicht referentieturbine voor grootschalige windenergieopwek inclusief indicatief vermogen Turbinetype
Tiphoogte
Ashoogte
Rotordiameter
Vermogen
Referentieturbine grootschalige opwek
250 meter
165 meter
170 meter
5 - 6 MW
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 4
Kleinschalige windenergie opwek (dorpsmolens) Deel van de uitvraag is om te onderzoeken welke turbinemodellen mogelijk geschikt zouden zijn als dorpsmolens. Uitgangspunt is een turbine met een vermogen groter dan of gelijk aan 0,9 MW. Daarbij is gekeken naar modellen met zo klein mogelijke afmetingen, om de effecten op milieu, landschap en omgeving zo veel mogelijk te beperken. Voor de selectie van een geschikt turbinemodel is in dit rapport gekeken naar leverancier EWT. EWT levert kleine windturbinemodellen tot een vermogen van 1,0 MW die geschikt zouden zijn voor de beoogde dorpsmolens. In Tabel 2.2 wordt een samenvatting gegeven van geschikte turbinemodellen. Hierin zijn uitsluitend modellen meegenomen met een vermogen van minstens 900 kW. Tabel 2.2 Windturbinemodellen van leverancier EWT met een vermogen van ≥ 0,9 MW. WindKlasse
Modelnaam
DW54
IIIA
DW61
DW61
DW58
Rotordiameter (m)
54
61
61
58
IIA DW52
51,5
Ashoogte (m)
Tiphoogte (m)
Tiplaagte (m)
40
67
13
50
76
23
75
102
48
46
76,5
15,5
59
89,5
28,5
69
99,5
38,5
84
114,5
53,5
46
76,5
15,5
59
89,5
28,5
69
99,5
38,5
84
114,5
53,5
46
75
17
69
98
40
35
60,75
9,25
40
65,75
14,25
50
75,75
24,25
Vermogen (MW)
0,9
0,9
1,0
1,0
0,9
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 5
Turbineklasse Windturbines kunnen worden geclassificeerd volgens een systeem van IWEA. Hoe hoger de klasse, hoe meer vermogen de turbine levert bij lagere windsnelheden, maar hoe kleiner de cut-off1 windsnelheid is (zie ook Figuur 2.2). Als vuistregel geldt dus; hoe lager de gemiddelde windsnelheid, hoe hoger de meest geschikte turbineklasse. In gemeente De Wolden is de gemiddelde windsnelheid op 100 meter hoogte zo’n 7,5 m/s (zie Figuur 2.1). Deze snelheid valt samen met windturbineklasse IIIA. Leverancier EWT levert ook klasse IIA-modellen, maar deze zijn geschikter tot hogere windsnelheden en leveren dus minder vermogen bij dezelfde windsnelheid als de IIIA-modellen. Het is dus aan te raden om een klasse IIIA-turbine te hanteren. Ashoogte en rotordiameter Voor de meeste aspecten geldt dat de afmetingen van de windturbines bepalend zijn voor de (on)mogelijkheden voor windenergie in het desbetreffende gebied. Als vuistregel geldt; hoe kleiner de ashoogte en rotordiameter, hoe kleiner de effecten. Model DW54, met een rotordiameter van 54 meter, is de kleinst mogelijke leverbare turbine van leverancier EWT met een vermogen van 0,9 MW binnen windklasse IIIA, en daarmee dus het meest geschikt voor de beoogde dorpsmolens. Dit model kan geleverd worden met ashoogtes van 40, 50 en 75 meter.
Ook hiervoor geldt; hoe hoger de ashoogte, hoe groter de effecten op de omgeving, en hoe kleiner de beschikbare ruimte. Een lagere ashoogte is dus wenselijk. Een te lage ashoogte kan echter ook onwenselijk zijn; hierdoor valt de tiplaagte (de laagste hoogte tot waar de wieken kunnen reiken) lager uit. Voor het DW54 model met een ashoogte van 40 is de tiplaagte 13 meter, dit is zeer laag in vergelijking met andere projecten. Om deze redenen zou een ashoogte van 50 meter een geschiktere oplossing bieden. Tabel 2.3 geeft een overzicht van de referentieturbine die is aangehouden bij het onderzoek naar potentie voor kleinschalige windenergie. Tabel 2.3 Overzicht referentieturbine voor kleinschalige windenergieopwek inclusief indicatief vermogen Turbinetype
Tiphoogte
Ashoogte
Rotordiameter
Vermogen
Referentieturbine dorpsturbine (kleinschalige opwek)
76
50
54
0,9 MW
1
De cut-off windsnelheid van een windturbine is de windsnelheid waarbij de turbine omwille van veiligheid en het voorkomen van schade automatisch uitvalt. Het kan worden gezien als de maximale windsnelheid die een turbine aankan.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 6
Figuur 2.1 Windsnelheden kaart op 100 m hoogte in Nederland. Bron: IGO.
Figuur 2.2 Geleverd vermogen (in MW) voor turbines van verschillende turbineklassen als functie van windsnelheid. Uit de grafiek is op te maken dat turbines van lagere klassen bij dezelfde windsnelheid meer vermogen leveren, maar dat de cut-off windsnelheid (de windsnelheid waarbij de turbine om veiligheidsredenen automatisch uitschakelt) ook lager ligt. Hiermee is een turbine met een lagere klasse dus geschikter voor grotere windsnelheden, omdat deze ook bij grotere windsnelheden operationeel kan blijven. Bron figuur: Draxl et al., The Wind Integration National Dataset (WIND) Toolkit. Applied Energy, 2015, 151:355-366, geraadpleegd 3-10-2023 via https://www.researchgate.net/publication/277951017_The_Wind_Integration_National_Dataset_WIND_Toolkit.
Cut-off windsnelheid
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 7
2.2.2 Analyse aanwezige belemmeringen De aanwezige belemmeringen voor windenergie en hun effectafstanden zijn in beeld gebracht en op kaart weergegeven. Deze kaart met gebiedskenmerken en afstandscontouren maakt inzichtelijk waar potentiële ruimte aanwezig is en waar ruimtelijke belemmeringen voor windenergie gelden.
2.2.3 Bepalen potentiële ruimte Op basis van de ruimtelijke analyse is middels een kaart de potentiële ruimte voor de plaatsing van grootschalige moderne windturbines in het gemeentegebied van De Wolden geïdentificeerd. Deze kaart maakt aan de hand van een kleurenschema duidelijk waar potentiële ruimte voor windenergie is, waar mogelijk potentiële ruimte is onder voorwaarden (‘zachte belemmeringen’) en waar (harde) ruimtelijke belemmeringen gelden en realisatie van windturbines dus minder kansrijk wordt geacht. De volgende kleurcode wordt aangehouden:
Groene kleur: potentieel kansrijke ruimte (buiten harde belemmeringen en Natura 2000 en NNN)
Oranje kleur: potentieel kansrijke ruimte onder voorwaarden (buiten harde belemmeringen maar met aandachtspunten (binnen Natura 2000 en NNN))
Rode kleur: harde belemmeringen (inclusief effectafstanden)
2.2.4 Definiëren van zoekgebieden De (vooronderstelde) beschikbare ruimte voor (groot- & kleinschalige) windenergie is vervolgens vertaald in een aantal zoekgebieden met potentiële ruimte voor windenergie. Bij het bepalen van deze zoekgebieden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd, separaat uitgewerkt voor groot- en kleinschalige opwek:
Grootschalige windenergie opwek
Aantal windturbines per locatie: o
Er wordt gezocht naar locaties met een zekere omvang vanuit de ambities voor duurzame energie van de gemeente;
o
Concentratie heeft de voorkeur boven verspreid liggende solitaire windturbines vanuit de gedachte dat hierdoor effecten, zoals voor landschap en hinder, in
o
algemene zin beperkt worden; Uitgangspunt is derhalve locaties met ruimte voor een minimaal aantal van 3 windturbines
Onderlinge windturbineafstand van minimaal 3 keer de rotordiameter2
Bij het bepalen van de ruimte voor plaatsing van windturbines wordt rekening gehouden met een minimale onderlinge afstand tussen de windturbines, omdat deze door windvang en turbulentie elkaars elektriciteitsproductie en levensduur kunnen beïnvloeden. Een onderlinge windturbineafstand van 3 - 4 keer de rotordiameter is een gebruikelijke vuistregel voor windturbines op land in Nederland. Het is onder voorwaarden mogelijk hiervan af te wijken en de windturbines op kortere afstand van elkaar te plaatsen. Dit is maatwerk en valt buiten de scope van deze verkenning.
2
Met de in dit onderzoek toegepaste referentieturbine (zie Tabel 2.1) bedraagt deze afstand 750 m (3 x 250 m).
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 8
Kleinschalige windenergie opwek (dorpsmolens)
Uitgangspunt is maximaal één dorpsmolen per kern.
Uitgangspunt is dat ieder dorp, indien mogelijk, een dorpsmolen krijgt. Voor de kernen worden de kernen en hun grenzen aangehouden zoals opgenomen in het BAG-register. Voor de gemeente De Wolden zijn dit (zie ook Figuur 2.3):
o
Alteveer
o o
Ansen De Wijk
o
Drogteropslagen
o
Echten
o o
Eursinge Kerkenveld
o
Koekange
o o
Linde Ruinen
o
Ruinerwold
o
Veeningen
o
Zuidwolde
Afstand tot een andere turbine niet kleiner dan 4 keer de rotordiameter van de grootste turbine.
In tegenstelling tot grote windenergieopwek wordt voor de kleinschalige opwek niet gesproken van individuele zoekgebieden, omdat de geschikte ruimte per dorpskern over het algemeen significant groter is dan voor grootschalige opwek (en in veel gevallen overlapt met meerdere dorpskernen), en omdat er per kern gekeken wordt naar één dorpsmolen. Om die reden worden de potentieel kansrijke gebieden enkel op kaart in beeld gebracht. Figuur 2.3 Woonkernen in de gemeente De Wolden.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 9
2.3
Analysecriteria voor windenergie In deze en volgende paragrafen wordt een overzicht gegeven van de beschouwde milieutechnische aspecten en criteria (potentiële belemmeringen) en daaraan gerelateerde afstanden tot windturbines weer. Een samenvatting is uitgewerkt in een tabel. Omdat de afstanden voor de grootschalige moderne turbines en de kleinschalige dorpsturbines verschillen, wordt dit overzicht separaat gegeven en uitgewerkt. Voor beide soorten windenergieopwek is er onderscheid gemaakt tussen zogenaamde ‘hardere’ en ‘zachtere’ belemmeringen. Bij ‘harde’ belemmeringen is sprake van afstanden die afgeleid zijn van weten regelgeving. Binnen deze afstanden is het lastiger (maar niet geheel onmogelijk) om windenergie te realiseren. Buiten deze afstanden vormt het betreffende aspect veelal geen beperking of kan met beperkte mitigerende maatregelen, voldaan worden aan de wettelijke eisen. Dit geldt onder meer voor infrastructuur, risicovolle objecten en woningen. Zachte belemmeringen zijn belemmeringen die randvoorwaarden / aandachtspunten geven en waar de realisatie van windenergie (in bepaalde gevallen) mogelijk is.
Voor deze meer zachte belemmeringen, zoals bijvoorbeeld gebieden die behoren bij het Natuurnetwerk Nederland en/of Natura 2000gebieden, is op basis van de aanwezige gebiedskenmerken in deze fase een (kwalitatieve) inschatting gemaakt van de risico’s en aandachtspunten. Windenergie is hier niet per definitie uitgesloten maar op locatieniveau zal uit vervolgonderzoek moeten blijken of en in welke mate er effecten zijn en of deze te mitigeren zijn. Het provinciale ruimtelijke beleid voor windenergie is onderdeel van de onderzochte zachte belemmeringen. Nader onderzoek van zachte belemmeringen valt buiten de scope van deze verkenning. In de tabellen zijn voor een aantal criteria toetsafstanden opgenomen. Voor een aantal criteria zijn deze vuistregels gebaseerd op de windturbineafmetingen. De grootste afstand is in dat geval ‘worst case’. Of aspecten daadwerkelijk zacht of toch als hard uitgangspunt moeten worden beoordeeld zal in verdere gebiedsgerichte planvorming uitgewerkt moeten worden. Na de tabel is een toelichting gegeven op de aspecten en criteria.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 10
Overzicht analysecriteria Tabel 2.4 Overzicht relevante belemmeringen windenergie in het onderzoeksgebied en toetsingsafstand voor windenergieopwek.
Criterium
Grootschalige opwek (AH = 165 m, RD = 250 m)
Kleinschalige opwek (AH = 50 m, RD = 54 m)
Activiteitenbesluit
Afstemming met opdrachtgever1
400, 600 en 800 meter
260 en 390 meter
Activiteiten-regeling
Afstemming met opdrachtgever1
400, 600 en 800 meter
260 en 390 meter
Hard of zacht
Bron
Geluid
Hard
Slagschaduw
Hard
Aspect
Leefomgeving:
Externe Veiligheid en Infrastructuur: Hard
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Halve rotordiameter
85 meter
27 meter
Hard
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Ashoogte + halve rotordiameter OF werpafstand bij nominaal toerental wanneer dat groter is dan ashoogte + halve rotordiameter
250 meter
77 meter
Risicovolle inrichtingen (Risicokaart NL)
Hard
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Ashoogte + halve rotordiameter OF werpafstand bij nominaal toerental wanneer dat groter is dan ashoogte + halve rotordiameter
250 meter
77 meter
BRZO2 inrichtingen (Risicokaart NL)
Hard
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Vuistregel
Hoogspanningsleidingen
Hard
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Ashoogte + halve rotordiameter OF werpafstand bij nominaal toerental wanneer dat groter is dan ashoogte + halve rotordiameter
250 meter
77 meter
Hoofdwegen
Hard
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Halve rotordiameter
85 meter
27 meter
Spoorweg
Hard
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Halve rotordiameter + 7,85 meter
93 meter
35 meter
Vaarwegen
Hard
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Halve rotordiameter vanaf de rand van de vaargeul
85 meter
27 meter
Primaire waterkering
Zacht
Handboek Risicozonering Windturbines (2020)
Halve rotordiameter vanaf de kernzone
85 meter
27 meter
Panden en beperkt kwetsbare objecten
Buisleidingen
400 meter
1
400 meter is een vaak gebruikte benadering voor in de huidige geldende normen, maar voldoet naar alle redelijke verwachting niet meer aan de nieuwe normen. 600 en 800 meter zijn afstanden die naar redelijke verwachting voldoen aan de nieuwe normstelling zoals gepubliceerd op 12-10-2023 jl. In afstemming met de opdrachtgever is besloten om de potentieel kansrijke gebieden bij echter zowel 400, 600 als 800 meter tot gevoelige objecten in beeld te brengen voor geluid en slagschaduw. 2 BRZO inrichtingen zijn inrichtingen die onder het “Besluit Risico’s Zware Ongevallen” (BRZO) vallen
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 11
Grootschalige opwek (AH = 165 m, RD = 250 m)
Kleinschalige opwek (AH = 50 m, RD = 54 m)
Hard of zacht
Bron
Criterium
Zacht
Wet Natuurbescherming
Er mogen geen significante effecten op instandhoudingsdoelstellingen ontstaan
-
Zacht
Omgevingsverordening Provincie Drenthe
Er mogen geen significante effecten op wezenlijke kenmerken en kernwaarden van het natuurgebied ontstaan
-
Radioastronomie
Zacht
Omgevingsverordening Provincie Drenthe
Binnen beschermingszones mag er geen verstoring van apparatuur optreden
-
Grondwaterbescherming
Zacht
Omgevingsverordening Provincie Drenthe
Aandachtspunt voor grondwerkzaamheden dieper dan 3 meter en funderingen
-
Aspect
Ecologie:
Natura 2000
Natuurnetwerk Nederland Provinciaal beleid
Radar en luchtvaart
Toetsingsvlakken radarverstoring luchtvaart
Zacht
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
Toetsingsverplichting voor locaties binnen afstand van 75 kilometer van radarinstallaties. Kan uiteindelijk wel een hard uitsluitingscriterium zijn, maar dat kan pas worden bepaald na een radarverstoringstoets
Militaire oefenterreinen en laagvliegroutes
Hard
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
Het plaatsen van windturbines is binnen dit gebied niet toegestaan
-
Toetsingsvlakken luchthavens
Hard
Luchthavenbesluit
Hoogtebeperkingen (funnels) en toetsingszones voor burgerradar (CNS)
-
Zacht
RCE
1.800 meter van beschermde dorps- of stadsgezichten (adviesafstand)
1.800 meter
75 kilometer (toetsingsverplichting)
Cultuurhistorie Rijksbeschermde gezichten
2.4
Toelichting analysecriteria windenergie In deze paragraaf worden de analysecriteria, en de daarbij aangehouden toetsingscriteria, toegelicht. Deze toelichtingen gelden voor zowel grootschalige windenergieopwek (met grote moderne turbines) als kleinschalige windenergieopwek (met kleinere dorpsturbines), omdat de toetsingscriteria zijn gedefinieerd als functie van turbineafmetingen (en dus in algemeenheid gelden voor windenergieopwek), of een vaste waarde kennen onafhankelijk van de turbinegrootte. Indien deze verschillen zijn de toetsingsafstanden voor zowel groot- als kleinschalige turbines berekend voor de aangehouden referentieturbines en samengevat in de tabel in paragraaf 2.4.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 12
2.4.1 Hinder voor de leefomgeving (geluid en slagschaduw) Windturbines kunnen hinder voor de leefomgeving veroorzaken in de vorm van geluid en slagschaduw. De mate van hinder is van verschillende factoren afhankelijk; voor een eerste verkenning van de mogelijkheden kan gebruik worden gemaakt van vuistregels (afgestemd tussen Pondera en de opdrachtgever). Deze vuistregels worden hierna toegelicht.
Afstand tot geluidgevoelige objecten Het geluid van windturbines wordt voornamelijk veroorzaakt door de bewegende rotorbladen van de windturbine. Het is aan het bevoegd gezag om hiervoor een norm te stellen bij besluitvorming over de plaatsing van windmolens. Deze norm dient onderbouwd te worden en moet voorzien zijn van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Voorheen golden op landelijk niveau geluidsnormen op grond van het Activiteitenbesluit. Deze zijn echter niet meer geldig3 omdat het Rijk bij de totstandkoming van deze normen niet een volgens Europees recht vereiste plan-MER had doorlopen4. De uitspraak betrof daarmee niet de hoogte of de type van de betreffende normen. Voor één of twee losse windturbines gelden overigens de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit. Voor deze verkenning worden (voor grootschalige windenergieopwek) drie afstanden tot geluidsgevoelige objecten aangehouden voor grootschalige opwek van 400, 600 en 800 meter. Dit is afgestemd tussen Pondera en de opdrachtgever. De normstelling in het Activiteitenbesluit was de volgende. Er wordt getoetst aan de waarden Lden = 47 dB en Lnight=41 dB. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten: dit zijn woningen van derden, scholen en ziekenhuizen. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat van geluidbelasting.
Hierbij vindt een weging plaats van de momenten waarop geluidbelasting optreedt; de geluidsproductie tijdens de avond en nacht wordt zwaarder meegewogen dan het geluid overdag. In Nederland werd tevens getoetst aan Lnight om verstoring van nachtrust te voorkomen. Nieuwe normen 12 oktober Op 12 oktober 2023 j.l. is het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving gepubliceerd 5. Met de publicatie dient een einde te komen aan 2 jaar aan onduidelijkheid wat betreft normen voor onder andere geluid en slagschaduw. Voor geluid wordt de standaardwaarde 45 dB Lden en 39 dB Lnight, wat betreft slagschaduw mag er niet meer dan 6 uur per jaar en 20 minuten per dag aan slagschaduw worden veroorzaakt. Op onze website wordt in detail ingegaan op deze nieuwe normen 6. De norm van 45dB uit het Ontwerpbesluit wordt aangehouden via de vuistregelafstanden van 600 meter voor grootschalige windenergie en van 260 meter voor kleinschalige windturbines. Ook wordt er een afstand van 800 meter in beeld gebracht voor grote turbines, dat equivalent is aan 390 meter voor de kleinschalige turbines. Deze afstanden staan gelijk aan ca. 42 dB Lden waarmee geluidseffecten op de omgeving verder worden beperkt.
5
https://www.platformparticipatie.nl/windturbinesleefomgeving/ontwerpbesluit-windturbinesleefomgeving/documenten-ontwerpbesluit-windturbinesleefomgeving/default.aspx#folder=2566926 6 https://ponderaconsult.com/ponderacontent/nieuwe-normen-wind-op-land-the-devil-is-in-the-details/
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 13
Norm grootschalige windturbines In de voorliggende verkenning zijn voor grote turbines de nationale normen voor geluid van windturbines uit het Activiteitenbesluit vertaald naar een richtwaarde van 400 meter voor de aan te houden afstand tot geluidgevoelige objecten en terreinen. Deze richtwaarde is gebaseerd op zowel geluidstechnische criteria (inclusief ervaringen uit daadwerkelijke windenergieprojecten) als het Activiteitenbesluit. De afstand van 400 meter geeft uit ervaring een goede eerste indruk van de te verwachten ruimte voor windturbines rondom geluidgevoelige objecten. Buiten de in de analyse aangehouden afstand van 400 meter tot geluidgevoelige objecten worden de oude geluidsnormen (Lden = 47 dB en Lnight=41 dB) uit het Activiteitenbesluit naar verwachting niet overschreden, of kan met beperkte mitigerende maatregelen worden voldaan aan de norm. In overleg is besloten om eveneens afstanden aan te houden van 600 tot 800 meter tot geluidsgevoelige objecten. Met deze grotere afstanden wordt de hinder voor de omgeving significant beperkt. Door de mogelijkheden voor windenergie met verschillende afstanden tot gevoelige objecten te onderzoeken, wordt kenbaar gemaakt wat het effect is van de afstand op het aantal/grootte van kansrijke gebieden.
Het aanhouden van een grotere afstand van 600 meter en 800 is een conservatieve benadering waarbij ook enigszins rekening is gehouden met een eventueel strengere normstelling die volgend jaar wordt verwacht. De afstand van 600 meter kan worden aangehouden als vuistregel voor een geluidswaarde van 45dB, al is dit altijd maatwerk. De afstand van 800 meter kan worden aangehouden voor een nog lagere geluidswaarde (ca. 42 dB). Norm kleinschalige windturbines Omdat er geen vuistregelafstanden voor kleine turbines voorhandig zijn, heeft een van Pondera’ s geluids- en slagschaduwexperts een richtafstand bepaald. De hieruit resulterende afstand van 260 meter kan worden beschouwd als een afstand waarvoor de 45 dB Lden norm op geluidsgevoelige objecten als gevolg van kleine dorpsturbines niet wordt overschreden. Een afstand van 390 meter kan worden beschouwd als een afstand met een verwachte geluidssterkte van 42 dB. Een norm van 45 dB Lden is iets strenger dan de norm die gold in het activiteitenbesluit (47 dB Lden). Ook met twee windturbines (waarbij constructieve geluidsinterferentie kan plaatsvinden, waardoor het cumulatieve geluidseffect wordt versterkt) wordt de norm bij deze afstand (naar redelijke verwachting) niet overschreden. Het inpassen van windturbines is altijd maatwerk en vergt een individuele geluidsberekening per locatie (in een latere fase van projectontwikkeling).
De daadwerkelijke geluidscontour van een windturbine/windpark hangt onder andere samen met het aantal en type turbines, de precieze opstelling ten opzichte van gevoelige objecten en de ruimtelijke kenmerken van een gebied, zoals aanwezige begroeiing en bebouwing.
Slagschaduw De draaiende rotorbladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze ‘slagschaduw’ kan onder bepaalde omstandigheden als hinderlijk worden ervaren. De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie en de intensiteit van de flikkering en de blootstellingsduur. Daarbij zijn de afstand tot de turbines, de stand en aanwezigheid van de zon en het al dan niet draaien van de windturbines bepalende aspecten.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 14
Voor slagschaduw worden dezelfde afstanden aangehouden als voor geluid. Dit betreft 400, 600 en 800 meter voor de grootschalige turbines, en 260 meter tot kleinschalige turbines. Omdat slagschaduwhinder in de praktijk gemitigeerd kan worden door het toepassen van een stilstandsvoorziening, is slagschaduw in het algemeen geen beperkende factor waar bij de positionering van windturbines rekening mee gehouden hoeft te worden. Daarmee is het aanhouden van de afstanden voor geluid in eerste aanleg ook voldoende voor slagschaduw, aangezien daarmee de grootste slagschaduweffecten al worden ondervangen. Er zal dan in de praktijk vaak nog wel een stilstandsvoorziening nodig zijn. Dit gaat over het algemeen samen met een beperkt verlies aan elektriciteitsproductie van enkele tienden van procenten en vormt meestal in de praktijk geen probleem voor de financiële haalbaarheid van een windpark.
2.4.2 Hoogspannings- en buisleidingen en risicovolle inrichtingen De ruimte in het onderzoeksgebied voor windenergie wordt tevens beperkt door aanwezigheid van hoogspannings- en buisleidingen en risicovolle inrichtingen. De aanwezigheid van deze infrastructuur netwerken binnen de gemeente De Wolden is bepaald op grond van de Risicokaart Nederland. Ten aanzien van buisleidingen en hoogspanningsleidingen is het van belang de veiligheid en leveringszekerheid te garanderen. Windturbines kunnen deze veiligheid en leveringszekerheid in gevaar brengen, doordat er een kans bestaat dat een falende windturbine (of onderdelen daarvan) de buisleiding of hoogspanningsleiding beschadigt. Daarom adviseert het Handboek Risicozonering Windturbines 2020 een afstand aan te houden waarbuiten geen significant additioneel risico te verwachten is (tiphoogte van de windturbine). Deze afstand hangt samen met de gevolgen voor de omgeving wanneer de windturbine omvalt of een blad afbreekt. Het Handboek gaat daarbij uit van generieke waarden. Afhankelijk van het turbinetype en in overleg met netbeheerders en leidingbeheerders kunnen deze afstanden eventueel kleiner zijn. Voor inrichtingen die onder het “Besluit Risico’s Zware Ongevallen” (BRZO) vallen, wordt als vuistregel een afstand van 400 meter aangehouden.
De afstanden voor BRZO inrichtingen en risicovolle inrichtingen zijn richtwaarden binnen deze verkenning, en gelden voor zowel grootschalige als kleinschalige windenergie opwek (met respectievelijk grote moderne turbines en kleinere dorpsturbines). Het inpassen van de daadwerkelijke turbines is maatwerk en vergt altijd een individuele berekening per locatie. Hierbij kunnen zich uiteindelijk afwijkingen van de gekozen afstanden voordoen (zowel kleinere of grotere minimale afstanden zijn mogelijk). Voor de verkenning zijn afstanden gekozen die een realistische eerste indruk geven zonder potentiële gebieden op voorhand uit te sluiten.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 15
2.4.3 Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Voor de afstand tussen windturbines en kwetsbare objecten (zoals bijvoorbeeld woningen, ziekenhuizen of scholen) geldt een plaatsgebonden risico (PR) met een norm van 10-6 per jaar. Dit betekent een risico met een kans van 1 in de 1 miljoen per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de windturbine aanwezig is. Deze afstand kan aan de hand van een contour rondom de windturbine weergegeven worden. Windturbines mogen niet worden geplaatst als er kwetsbare objecten binnen de contour van 10-6 aanwezig zijn. Deze afstand wordt berekend op basis van de maximale werpafstand bij een nominaal toerental óf op basis van ashoogte + halve rotordiameter. De werpafstand is de afstand die een afbrekend rotorblad kan afleggen. In deze verkenning is de afstand tot kwetsbare objecten vanwege geluid bepalend. Gezien deze afstand doorgaans groter is dan de 10-6 contour, wordt deze contour derhalve in de verkenning niet berekend. Binnen de ligging van de PR 10-5 contour van de windturbine mogen geen beperkt kwetsbare objecten liggen. Dit zijn alle verblijfsobjecten behalve woningen, ziekenhuizen of scholen. Voorbeelden zijn agrarische stallen en bedrijfsgebouwen.
De PR 10-5 contour wordt doorgaans berekend op een afstand van een halve rotordiameter van de windturbine.
2.4.4 Wegen, spoorwegen en vaarwegen Op grond van de Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in, of over Rijkswaterstaatwerken geldt dat voor windturbines een minimale afstand van een halve rotordiameter tot de rand van de verharding van een rijksweg moet aanhouden, waarbij afwijking nader onderzoek vereist. Voor lokale en regionale wegen geldt deze afstandseis niet, maar wordt deze soms als adviesafstand aangehouden. Daarnaast is beleid voor aan te houden afstanden tot spoor- en vaarwegen vastgelegd in de beleidsvisie “Windturbines langs auto-, spoor- en vaarwegen; beoordeling van veiligheidsrisico’s” (Rijkswaterstaat en NS Railinfrabeheer, 1999). ProRail geeft aan dat windturbines moeten worden geplaatst op 7,85 meter plus een halve rotordiameter van spoorwegen, gemeten vanuit het hart van het dichtstbijzijnde spoor. Bouwen binnen de veiligheidsafstanden tot (spoor)wegen is mogelijk maar bij wiekoverslag is een aanvullende risicoanalyse nodig. Ten behoeve van het vrij houden van vaarwegen heeft Rijkswaterstaat een beleidsregel opgesteld dat bebouwing zich ten minste 50 meter (of de halve rotordiameter) buiten de rand van de vaarweg bevindt.
2.4.5 Primaire waterkeringen Het Handboek Risicozonering Windturbines 2020 geeft aan dat plaatsing van windturbines bij of op een primaire waterkering slechts wordt toegestaan indien dit geen negatieve gevolgen heeft voor de waterkerende functie van de waterkering conform de veiligheidsnormen die aan de betreffende waterkering zijn gesteld. Er is geen uniform beleid met betrekking tot de plaatsing van windturbines. Niet alle waterkering beheerders hanteren het “Nee, tenzij” principe voor de kernzone en beschermingszone van de waterkering. Daarom wordt in onderhavige analyse vooralsnog uitgegaan van een afstand van een halve rotordiameter tot primaire waterkeringen. Hierbij wordt gemeten vanaf de rand van de kernzone van de waterkering (zie Figuur 2.4).
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 16
Figuur 2.4 Kernzone waterkering
Afstandscontour
2.4.6 Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden Windturbines kunnen effecten hebben op gebieden met ecologische waarden zoals Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bijvoorbeeld door ruimtebeslag of doordat verschillende vogel- en/of vleermuissoorten tot op zekere hoogte verstoring ondervinden van dergelijke objecten of in aanvaring kunnen komen met een windturbine. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit bestaande en nog aan te leggen natuurgebieden. Het heeft als doel om de specifieke kernkwaliteiten van de desbetreffende natuurgebieden te behouden en te versterken. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat er verschillende soorten per gebied zijn aangewezen en dat hiervoor instandhoudingsdoelstellingen gelden. Effecten van windturbines mogen geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen soorten hebben. Natura 2000-gebieden hebben daarnaast een externe werking, wat betekent dat ook windturbines buiten deze gebieden van invloed kunnen zijn op de natuurlijke waarden waarvoor deze gebieden zijn aangewezen. In het kader van onderhavige analyse zijn NNN- en Natura 2000-gebieden7 als ‘zachte’ belemmering beschouwd, waarbinnen windenergie alleen onder voorwaarden mogelijk is. De wettelijke bescherming betekent een ‘nee, tenzij’.
Activiteiten zijn niet mogelijk, behalve als aangetoond kan worden dat er geen onaanvaardbare effecten zijn. Dit betekent dat, in geval een dergelijke locatie nader onderzocht wordt, bepaald moet worden welke ecologische waarden aanwezig cq aangewezen zijn en of een windturbine potentieel effect op deze waarden kan hebben. Een analyse van de specifieke natuurwaardes van de NNN- en Natura 2000-gebieden in de gemeente zijn geen onderdeel van deze analyse en moeten in een later stadium onderzocht worden, indien relevant.
2.4.7 Provinciaal Beleid De provincie Drenthe heeft in haar Omgevingsverordening (geconsolideerde versie, vastgesteld 8 december 2021) grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Binnen deze gebieden moet er rekening worden gehouden met het waarborgen van de kwaliteit van het grondwater bij grondwerkzaamheden dieper dan 3 meter. Daarnaast moeten er bepaalde funderingstechnieken gebruikt worden die het minste risico opleveren voor de kwaliteit van het grondwater. In deze analyse worden grondwaterbeschermingsgebieden daarom meegenomen als aandachtspunt voor windenergie.
7
Alle Natura 2000-gebieden zijn ook onderdeel van het NNN
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 17
De provincie Drenthe heeft in haar Omgevingsverordening tevens beschermingszones voor radioastronomie installaties opgenomen. Binnen deze zones moet getoetst worden of er sprake is van een verstoring van deze systemen door radiogolven die door elektrische en elektronische apparatuur in de omgeving worden uitgezonden. Deze beschermingszones zijn daarom in deze analyse eveneens meegenomen als aandachtspunt in verband met windturbines.
2.4.8 Defensie Militaire radarsystemen ondervinden mogelijk hinder van windturbines. Het Ministerie van Defensie heeft daarom normen opgesteld waartegen de prestatie van de radarsystemen getoetst moet worden. Voor windprojecten geldt dat toetsing dient plaats te vinden indien het windproject zich binnen 75 kilometer van een militaire radarpost bevindt. In principe betekent dit dat toetsing dient plaats te vinden in geheel Nederland met uitzondering van enkele kleine gebieden. Het onderzoek moet door TNO worden uitgevoerd aan de hand van specifieke windturbine-afmetingen en -locaties.
2.4.9 Militaire- en burgerluchtvaart Aan de hand van de webviewer met bouwhoogtes van RVO (opgesteld in samenwerking met o.a. ILenT, LVNL en Defensie) is binnen deze analyse onderzocht of zich aanvliegroutes (funnels) van luchthavens, (militaire) laagvliegroutes en/of beïnvloeding van communicatie navigatie en surveillance apparatuur (CNS) voor de burgerluchtvaart in of dicht bij het onderzoeksgebied bevinden. Aanvliegroutes en laagvliegroutes worden als harde belemmering beschouwd. In het kader van mogelijke beïnvloeding van CNS-apparatuur wordt bepaald of zich het onderzoeksgebied binnen CNStoetsingsvlakken bevindt. Indien dit het geval is, dient toetsing plaats te vinden bij de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) aan de hand van specifieke windturbine-afmetingen en -locaties.
2.4.10 Cultuurhistorie In deze verkenning is voor het aspect cultuurhistorie gekeken naar de aanwezigheid van Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) adviseert een afstand tot windturbines van 1.800 meter, zodat het contrast tussen de windturbines en het beschermde stads- of dorpsgezicht wordt afgezwakt. Dit is geen voorgeschreven norm en vormt daarom geen ‘harde belemmering’, echter wel een belangrijk aandachtspunt.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 18
3 Methodiek ruimtelijke analyse zonne-energie 3.1
Algemene aanpak Met behulp van GIS-software (Geografisch Informatie Systeem) is de beschikbare ruimte voor de plaatsing van kleinschalige (5 – 10 ha) en grootschalige (20 – 25 ha) zonneparken op land geanalyseerd. Voor de meeste relevante belemmeringen geldt dat de afstand tot de rand van het zonnepark bepalend is voor de (on)mogelijkheden voor het plaatsen van het zonnepark. Op basis van toetsafstanden en vuistregels is rekening gehouden met relevante milieutechnische aspecten en gevoelige functies die niet zijn te verenigen met de plaatsing van zonneparken. De gehanteerde vuistregels en toetsafstanden volgen uit wet- en regelgeving, beleid en/ of expert judgement. Voor windparken zijn deze toetsafstanden separaat behandeld in paragraaf 2.3.
3.2
Aanpak analyse zonne-energie
3.2.1 Analyse aanwezige belemmeringen De aanwezige belemmeringen voor zonne-energie en hun effect-/veiligheidsafstanden zijn in beeld gebracht en op kaart weergegeven. Deze kaart met gebiedskenmerken en afstandscontouren maakt inzichtelijk waar potentiële ruimte aanwezig is en waar ruimtelijke belemmeringen voor zonne-energie gelden.
3.2.2 Bepalen potentiële ruimte Op basis van de ruimtelijke analyse is middels een kaart de potentiële ruimte voor de plaatsing van groot- en kleinschalige zonneparken in het gemeentegebied van De Wolden geïdentificeerd. Deze kaart maakt aan de hand van een kleurenschema duidelijk waar potentiële ruimte voor zonneenergieopwek is, waar mogelijk potentiële ruimte is onder voorwaarden en waar ruimtelijke belemmeringen gelden en realisatie van zonneparken dus minder kansrijk wordt geacht.
3.2.3 Definiëren van zoekgebieden Grootschalige zonne-energieopwek (zonneparken 20-25 ha) Selectie van potentieel kansrijke zoekgebieden voor grootschalige opwek van zonne-energie in de vorm van zonneparken van 20 – 25 ha gebeurt op basis van de volgende criteria;
De gebieden liggen op (agrarische) gronden in het gemeentelijke buitengebied;
de gebieden zijn groot genoeg om een park van 20 – 25 ha in te passen en ruimte;
de gebieden liggen zo ver als mogelijk verwijderd van panden met woonfunctie; en
er is ruimte voor landschappelijke inpassing.
Verdere optimalisatie van de zoekgebieden, bijvoorbeeld door te kijken naar netaansluitingsmogelijkheden en aanwezige infrastructuur is maatwerk en valt buiten de reikwijdte van deze scan. De grenzen van de zoekgebieden zijn slechts indicatief. Ook de selectie is slechts indicatief; er zijn mogelijk meer kansrijke gebieden aan te wijzen.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 19
3.3
Analysecriteria voor zonne-energie
3.3.1 Geluid Zonnevelden produceren geen relevant geluid. Alleen de bijbehorende transformatoren en eventuele opslagsystemen (< 10 MVA) kunnen overdag zorgen voor (enig) zoemend geluid. In de Handreiking Milieuzonering wordt een afstand van 50 meter tot geluidsgevoelige objecten geadviseerd.
3.3.2 Externe veiligheid Voor zonneparken zijn ten aanzien van de aan te houden veiligheidsafstanden tot gebouwen en infrastructuur regels opgenomen in diverse regelingen of beleidsdocumenten. Daar waar dit niet aan de orde is, is op basis van expert judgement een (geringe) afstand als buffer tot een object gebruikt. De praktijk leert dat zonneparken soms geplaatst kunnen worden op kortere afstand dan de veiligheidsafstand van objecten. Deze mogelijkheden kan de initiatiefnemer, op basis van nader (veiligheids)onderzoek of voorgenomen mitigerende maatregelen, voorleggen aan de eigenaar of beheerder van het object of de infrastructuur. Desalniettemin geven de in deze verkenning gehanteerde veiligheidsafstanden op dit moment een goed beeld van de haalbaarheid van zonnevelden in het studiegebied.
Panden Voor overige panden (anders dan geluidgevoelige panden) wordt op basis van expert judgement een afstand van 25 meter als geschikte veiligheidsafstand genomen.
Buisleidingen Voor zonneparken wordt op basis van het Handboek Buisleidingen in Bestemmingsplannen (2016) een afstand van 5 meter tot buisleidingen aangehouden. Deze afstand is nodig in verband met benodigde ruimte voor onderhoudswerkzaamheden.
Hoogspanning Op basis van expert judgement is een afstand van 7 meter als geschikte veiligheidsafstand tot hoogspanningskabels gehouden. Deze afstand is nodig omdat netbeheerders ten alle tijden toegang dienen te hebben tot deze verbindingen (in het geval van calamiteiten).
Hoofdwegen Op basis van expert judgement is een afstand van 8 meter als geschikte veiligheidsafstand tot hoogspanningskabels gehouden. Deze afstand is nodig omdat aan weerszijden van wegen ruimte moet blijven voor onderhoud aan bijvoorbeeld berm, vangrail en opstelplaats voor hulpdiensten.
Spoorwegen De Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen1 wordt voor de afstand van zonnevelden tot spoorwegen een minimumafstand van 12 meter aanbevolen. Deze afstand wordt in deze scan overgenomen.
1
Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen, geldend per 01-10-2016. Geraadpleegd 02-10-2023 via https://wetten.overheid.nl/BWBR0038197/2016-10-01.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 20
Vaarwegen en waterkeringen Het is niet mogelijk om in vaarwegen een zonneveld te realiseren. Vaarwegen worden daarom als harde belemmering meegenomen. Voor kernzones van waterkeringen geldt dat in veel gevallen bouwactiviteiten waarbij grondwerkzaamheden nodig zijn niet zijn toegestaan, maar dit dient altijd in overleg te gaan met het verantwoordelijke waterschap. Waterkeringen worden daarom als zachte belemmeringen opgenomen.
3.3.3 Overige aspecten Natura2000- en NNN-gebieden De aanleg en exploitatie van zonnevelden kunnen effecten hebben op gebieden met ecologische waarden zoals Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bijvoorbeeld door ruimtebeslag of uitstoot van stikstofverbindingen tijdens de aanlegfase. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit bestaande en nieuwe natuurgebieden. Het heeft als doel om de specifieke kernkwaliteiten van de desbetreffende natuurgebieden te behouden en te versterken. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat er verschillende soorten per gebied zijn aangewezen en dat hiervoor instandhoudingsdoelstellingen gelden. Effecten van zonneparken (door bijvoorbeeld ruimtegebruik of bouwactiviteiten tijdens de aanleg) mogen geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen soorten hebben. In het kader van onderhavige analyse zijn NNN- en Natura 2000-gebieden2 als ‘zachte’ belemmering beschouwd, waarbinnen zonne-energie alleen onder voorwaarden mogelijk is. De wettelijke bescherming betekent een ‘nee, tenzij’. Activiteiten zijn niet mogelijk, behalve als aangetoond kan worden dat er geen onaanvaardbare effecten zijn.
Dit betekent dat, in geval een dergelijke locatie nader onderzocht wordt, bepaald moet worden welke ecologische waarden aanwezig dan wel aangewezen zijn en of een zonnepark potentieel effect op deze waarden kan hebben. Een analyse van de specifieke natuurwaardes van de NNN- en Natura 2000-gebieden in de gemeente zijn geen onderdeel van deze analyse en moeten in een later stadium onderzocht worden, indien relevant.
Grondwaterbeschermingsgebieden De provincie Drenthe heeft in haar Omgevingsverordening (geconsolideerde versie, vastgesteld 8 december 2021) grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Binnen deze gebieden moet er rekening worden gehouden met het waarborgen van de kwaliteit van het grondwater bij grondwerkzaamheden dieper dan 3 meter. Daarnaast zorgt de aanwezigheid van zonneparken voor een beperking in de uitvoer van grondwaterextractie. In deze analyse worden grondwaterbeschermingsgebieden daarom meegenomen als aandachtspunt voor zonne-energie. Overige aspecten die in de ruimtelijke analyse voor windenergie zijn meegenomen (luchtvaart en radar, beschermde stads- en dorpsgezichten, beschermingszones radioastronomie, laagvliegroutes) waterkeringen en vaarwegen zijn voor zonneparken niet relevant en zijn zodanig niet als analysecriterium meegenomen.
2
Alle Natura 2000-gebieden zijn ook onderdeel van het NNN
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 21
4 Resultaat ruimtelijke analyse – windenergie In dit hoofdstuk zullen de resultaten van de haalbaarheidsanalyse voor windenergie worden gepresenteerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen harde en zachte belemmeringen. In paragraaf 4.3 zullen alle kaarten worden samengevoegd, om tot een ‘potentiekaart’ te komen. De belemmeringen zullen per criterium in kaart worden gebracht, en indien relevant zal er onderscheid worden gemaakt tussen grootschalige opwek (met grote moderne turbines, referentieturbine in Tabel 2.1) en kleinschalige opwek (met kleine dorpsturbines, referentieturbine in Tabel 2.3).
4.1
Harde belemmeringen
4.1.1 Geluid- en schaduw gevoelige objecten Grootschalige opwek Figuur 4.1 toont de locaties van geluid- en slagschaduwgevoelige objecten in de gemeente De Wolden, met een afstandscontour van 400, 600 en 800 meter. De contouren zijn op de kaart aangegeven met verschillende kleuren voor de drie afstanden. Geluid- en slagschaduwgevoelige objecten zijn in de grootste mate bepalend voor de beschikbare ruimte voor grootschalige windenergie. Verspreid over de gemeente liggen enkele gebieden buiten de afstandscontouren waarbij, afhankelijk van de gekozen afstand, er ruimte blijft voor het realiseren van meerdere windturbines. Figuur 4.1 Geluid- en slagschaduwgevoelige objecten met afstanden van 400, 600 en 800 meter.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 22
Kleinschalige opwek Figuur 4.2 toont de locaties van geluid- en slagschaduwgevoelige objecten in de gemeente De Wolden, met een afstandscontour van 260 meter en 390 meter. Ook voor kleinschalige opwek geldt dat geluid- en slagschaduwgevoelige objecten in de grootste mate bepalend zijn voor de beschikbare ruimte. De hoeveelheid beschikbare ruimte (buiten de afstandscontouren) voor dergelijke kleinere dorpsturbines is significant groter in vergelijking met grootschalige opwek. Figuur 4.2 Geluid- en slagschaduwgevoelige objecten met afstanden van 260 meter en 390 meter.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 23
4.1.2 Panden Figuur 4.3 toont de locaties van panden in de gemeente De Wolden, met afstandscontouren van 85 en 26 meter (voor respectievelijk groot- en kleinschalige opwek, zie paragraaf 2.3). Omdat het grootste deel de panden echter een woon-, onderwijs- of zorgfunctie dient, zijn deze tevens al opgenomen als geluidsgevoelig object, waarvoor een grotere afstandseis geldt. Een groot deel van de ruimte die door aanwezigheid van panden als harde belemmering niet beschikbaar is, is dat ook niet door aanwezigheid van geluidsgevoelige objecten. De niet beschikbare ruimte overlapt dus grotendeels met de niet beschikbare ruimte in Figuur 4.1 en Figuur 4.2. Figuur 4.3 Panden in de gemeente De Wolden, met een afstandscontour van 85 m.
4.1.3 Externe veiligheid en infrastructuur Door de gemeente De Wolden lopen meerdere buisleidingen, hoofdwegen en hoogspanningsleidingen. Ook loopt er een vaarweg (de Hoogeveensche Vaart) door de gemeente en zijn er diverse risicovolle inrichtingen. BRZO-inrichtingen zijn niet aanwezig. Tot slot loopt er ook een spoorwegtraject in de gemeente. De aanwezigheid van bovengenoemde infrastructuur en risicovolle inrichtingen zorgt ervoor dat een deel van de ruimte in De Wolden ongeschikt is voor de bouw van grootschalige windturbines. Deze gebieden zijn in Figuur 4.4 en Figuur 4.5 weergegeven voor respectievelijk groot- en kleinschalige windenergieopwek.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 24
Figuur 4.4 Infrastructuur en externe veiligheid in gemeente De Wolden, afstanden voor grootschalige windenergieopwek.
Figuur 4.5 Infrastructuur en externe veiligheid in gemeente De Wolden, afstanden voor kleinschalige windenergieopwek.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 25
4.1.4 Defensieterreinen en laagvliegroutes Laagvlieggebied GLV2 Een deel van gemeente De Wolden overlapt met laagvlieggebied GLV2. Dit gebied is bedoeld voor het waarborgen van minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters. Op gronden binnen het laagvlieggebied is bouw van windturbines niet mogelijk. Dit gebied is daarom onbruikbaar voor windturbinebouw.
Defensie magazijn- en munitiecomplex Ruinen Aan de noordgrens van de gemeente De Wolden ligt magazijn- en munitiecomplex Ruinen van Defensie (aan de Defensieweg 7963 in Pesse). Ook op dit terrein is bouw van windturbines niet mogelijk en wordt zodoende als onbruikbare grond opgenomen in deze scan. Figuur 4.6 Locaties van defensieterreinen en laagvlieggebieden in gemeente De Wolden.
4.1.5 Luchtvaart Beschermingsgebieden luchtvaart Aan de hand van de webviewer met bouwhoogtes van RVO (opgesteld in samenwerking met o.a. ILenT, LVNL en Defensie) is binnen deze analyse onderzocht of zich aanvliegroutes (funnels) van luchthavens, (militaire) laagvliegroutes en/of beïnvloeding van communicatie navigatie en surveillance apparatuur (CNS) voor de burgerluchtvaart in of dicht bij het onderzoeksgebied bevinden. Aanvliegroutes en laagvliegroutes worden als harde belemmering beschouwd.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 26
Een zeer klein deel van de gemeente De Wolden (aan de zuidoostkant) overlapt met het toetsvlak van luchthaven Hoogeveen. In dit gebied is bouw van windturbines niet zondermeer mogelijk. Figuur 4.7 Gemeente De Wolden en locaties van toetsvlakken voor civiele luchthavens en defensieluchthavens
Toetsingsvlakken radar Het onderzoeksgebied bevindt zich binnen de toetsingsvlakken van de radarposten Twente, Nieuw Milligen, Wier en Leeuwarden. Een toetsing van TNO moet uitwijzen of het daadwerkelijke effect op de radardekking aanvaardbaar is. Het feit dat het onderzoeksgebied binnen meerdere toetsingsvlakken van radarposten valt, heeft als voordeel dat de radarverstoring van één post mogelijk door de dekking van een andere post kan worden ondervangen. Een hoger aantal posten betekent doorgaans een hogere kans op acceptatie door Defensie. Alhoewel een onaanvaardbare radarverstoring een uitsluitingsfactor kan zijn, wordt in dit stadium Defensieradar niet meegenomen als belemmering. Bovendien zijn er mogelijkheden voor handen om de radarverstoring te mitigeren, door het aanpassen van het windturbinetype, de opstelling of de afmetingen.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 27
4.2
Zachte belemmeringen
4.2.1 Waterkeringen In de directe omgeving van de gemeente liggen er twee waterkeringen; rondom de Hoogeveensche Vaart in het zuidelijk deel van Schutlanden en Erflanden (ten oosten van de gemeente), en rond de Omgelegde Hoogeveensche Vaart nabij buurtschap Lankhorst ten westen van de gemeente. De kernzones van beide waterkeringen (inclusief veiligheidsafstanden) liggen niet binnen het gemeentelijk grondgebied en vormen geen belemmerende factor voor windturbinebouw binnen de gemeente De Wolden. Zie Figuur 4.8. Figuur 4.8 Waterkeringen in de omgeving van gemeente De Wolden.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 28
4.2.2 Natuur Figuur 4.9 toont de aanwezigheid van natuurgebieden in de gemeente. Binnen de grenzen van de gemeente liggen er meerdere (versnipperde) Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden. De gemeente grenst aan de noordkant direct aan het Dwingelderveld; een Natura2000-gebied waarvan een klein deel ook binnen de gemeentegrenzen ligt. Er is nader onderzoek nodig naar het effect van windturbines op de beschermde kernkwaliteiten en waarden van deze natuurgebieden. Figuur 4.9 Natura2000- en Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden in de gemeente De Wolden.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 29
4.2.3 Grondwaterbeschermingsgebieden In de gemeente De Wolden bevindt zich een door de provincie Drenthe aangewezen grondwaterbeschermingsgebied. In dit gebied moet er bij de aanleg van een windturbinefundatie rekening worden gehouden met standaarden in het kader van grondwaterbescherming volgens de omgevingsverordening van de provincie Drenthe. Figuur 4.10 toont de locatie van dit gebied. Figuur 4.10 Grondwaterbeschermingsgebieden in gemeente De Wolden.
Verkenning wind- en zonne-energie gemeente De Wolden 723148 | Quickscan | 5.0 | 10-4-2024 Pagina 30
4.2.4 Radioastronomie De provincie Drenthe heeft in haar Omgevingsverordening1 beschermingszones voor radioastronomieinstallaties opgenomen. Binnen deze zones moet getoetst worden of er sprake is van een verstoring van deze systemen door radiogolven die door elektrische en elektronische apparatuur in de omgeving worden uitgezonden. Deze beschermingszones zijn daarom in deze analyse opgenomen als zachte belemmering voor windturbinebouw. Figuur 4.11 Beschermingszone radioastronomie in gemeente De Wolden (bron: Omgevingsverordening Drenthe).