CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte De Wolden 20211109.pdf

Gemeenteraad 15 december 2021, gemeente De WoldenBij agendapunt: Transitievisie Warmte De Wolden12.805 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSITIEVISIE WARMTE DE WOLDEN

1

[Grab your reader’s attention with a great quote from the document or use this space to emphasize a key point. To place this text box anywhere on the page, just drag it.]

2

VOORWOORD WETHOUDER Voor u ligt de eerste Transitievisie Warmte. Met deze visie geven wij een eerste richting aan een aardgasvrij De Wolden. We gaan daarbij uit van onze vastgestelde ambitie: in 2030 willen we in De Wolden 70% van de elektriciteitsvraag duurzaam opwekken (100% in 2040) en 100% groen gas in het gasnetwerk. Het gasnetwerk in onze gemeente is in zo’n goede conditie, dat we de bestaande leidingen willen inzetten voor duurzaam gas. Het zou zonde zijn om iets dat goed is, niet te blijven gebruiken. Om de ambitie voor groen gas te halen, moeten we de komende jaren ons gasgebruik verminderen en tegelijkertijd ook werken aan het aanbod van groen gas. We willen dit lokaal produceren, maar het liefst ook lokaal consumeren en vervolgens lokaal profiteren. Op zowel het vlak van besparing als van opwek zetten we samen al mooie stappen. Zo is dit jaar ons gemeentehuis aardgasvrij geworden. Wij willen als gemeente graag het goede voorbeeld geven. Om de ambitie voor groen gas te halen, is het belangrijk dat gebouwen die van het gas af kunnen, er ook vanaf gaan. Zo kunnen we groen gas inzetten daar waar het echt nodig is en efficiënt met de beschikbare energiebronnen omgaan.

Daarom wijzen we naast de proeftuin Aardgasvrije Wijken Schoolkring Ansen ook geen startwijk aan. We willen daar aan de slag waar energie zit, bijvoorbeeld met een lokaal initiatief. We willen de komende jaren sterk inzetten op energiebesparing. De focus ligt tot en met 2030 op energiebesparing, het individueel aardgasvrij worden van woningen en de inzet van groen gas waar dat noodzakelijk is. We blijven als gemeente kijken naar koppelkansen om grotere stappen te zetten. De warmtetransitie doen we samen. We willen gezamenlijk toewerken naar de richting die we in deze eerste Transitievisie Warmte hebben neergelegd. Alleen samen kunnen we daar komen. We gaan samen op weg naar een aardgasvrij De Wolden! Gerrie Hempen – Prent Wethouder Duurzaamheid

In De Wolden gaan we niet uit van dwang om aardgasvrij te worden. We willen inwoners en ondernemers stimuleren en ondersteunen om vooral zelf de overstap te maken als het past, op een ‘natuurlijk moment’.

3

STAP 1: BEPERK DE ENERGIEVRAAG – ISOLEER ZOVEEL ALS RENDABEL IS OM DE WARMTEVRAAG TE BEPERKEN .................................. 14

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD WETHOUDER .................................................................................................. 3 1.

STAP 2: GEBRUIK ENERGIE UIT HERNIEUWBARE BRONNEN.................. 14

DE WARMTETRANSITIE ..................................................................................................... 6

DUURZAME GASSEN......................................................................................................... 14

1.1 WAAROM EEN TRANSITIEVISIE WARMTE?....................................................... 7

WARMTENETTEN ................................................................................................................ 15

REGIEROL GEMEENTEN .................................................................................................... 7

OVERIGE (INDIVIDUELE) OPLOSSINGEN........................................................... 15

1.2. EEN VISIE VOOR DE WOLDEN .................................................................................. 8 GROEN GAS ................................................................................................................................ 8 PROGRAMMA AARDGASVRIJE WIJKEN (PAW) ................................................. 8

STAP 3: MAAK EFFICIËNT GEBRUIK VAN ENERGIE ......................................... 15 4.

4.1 DE WARMTEVRAAG IN DE WOLDEN ................................................................. 17

1.3 POSITIE TRANSITIEVISIE WARMTE......................................................................... 9

4.2 DE GEBOUWDE OMGEVING ................................................................................... 17

DE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE....................................................................... 9

OMGEVING .............................................................................................................................. 17

DE WIJKUITVOERINGSPLANNEN............................................................................... 9

GEBOUWTYPE ....................................................................................................................... 18

DYNAMISCH DOCUMENT ............................................................................................... 9

4.3. BOUWJAAR EN ISOLATIEGRAAD ........................................................................ 18

1.4 OPBOUW VAN DEZE VISIE ........................................................................................... 9 2.

4.4. LOKAAL BESCHIKBARE BRONNEN .................................................................... 18

DE UITGANGSPUNTEN.................................................................................................... 10

GROEN GAS ............................................................................................................................. 19

UITGANGSPUNT 1: WE ZETTEN IN OP DRAAGVLAK BIJ EN ONDERSTEUNING VAN INWONERS EN ONDERNEMERS .......................... 11

OMGEVINGSWARMTE..................................................................................................... 19 THERMISCHE ENERGIE UIT OPPERVLAKTEWATER (TEO) .................... 19

UITGANGSPUNT 2: WE ZETTEN EERST IN OP ENERGIEBESPARING: ISOLEREN EN BEWUSTZIJN/GEDRAG ...................................................................... 11

4.5. ACTIVITEITEN EN KANSEN ...................................................................................... 19

UITGANGSPUNT 3: WE VOORKOMEN DESINVESTERING DOOR DE WARMTETRANSITIE MET ANDERE OPGAVEN TE COMBINEREN, WE HAKEN AAN OP ‘NATUURLIJKE MOMENTEN’..................................................... 11

GEMEENTE DE WOLDEN ............................................................................................... 19 ACTIUM....................................................................................................................................... 20 NETBEHEERDERS RENDO EN ENEXIS .................................................................. 20

UITGANGSPUNT 4: WE LEVEREN MAATWERK WAAR NODIG, MAAR NEMEN GROTE STAPPEN WAAR HET KAN ............................................................ 12 UITGANGSPUNT 5: WE PASSEN INNOVATIES UIT LANDELIJKE PILOTS TOE ..................................................................................................................................................... 12 3.

OVERGANG NAAR HERNIEUWBARE WARMTEBRONNEN.................... 13

DE OPGAVE IN DE WOLDEN ....................................................................................... 16

LOKALE INITIATIEVEN ..................................................................................................... 20 5.

DE WEG NAAR AARDGASVRIJ .................................................................................... 21 5.1 DE WEG NAAR EEN AARDGASVRIJ DE WOLDEN: TOT 2030 ............ 22 ENERGIEBESPARING EN INDIVIDUELE OPLOSSINGEN VOOR WONINGEN ............................................................................................................................. 22 4

PROEFTUIN AARDGASVRIJE WIJKEN SCHOOLKRING ANSEN .......... 22

Bijlage 2: Bouwjaar ........................................................................................................................... 36

EEN ANDERE AANPAK ..................................................................................................... 22

Bijlage 3: Brontemperatuur......................................................................................................... 37

KOPPELKANSEN................................................................................................................... 23

Bijlage 4: Technieken ...................................................................................................................... 38

COLLECTIEVE OPLOSSING: AANVULLEND ONDERZOEK TOEPASSING AQUATHERMIE DE WIJK ............................................................... 23

Bijlage 5: Bronnen in De Wolden* ........................................................................................... 42

5.2 DE WEG NAAR EEN AARDGASVRIJ DE WOLDEN: NA 2030 ............... 23

Bijlage 6: Bezit woningcorporaties .......................................................................................... 43 Bijlage 7: Handelingsperspectief voor verschillende bouwjaren ............................ 44

5.3 PLANNING ............................................................................................................................. 24 6.

BETAALBAARHEID EN FINANCIERING ................................................................ 25 6.1. BETAALBAARHEID VAN DE TRANSITIE ........................................................... 26 6.2. FINANCIERSINGSMOGELIJKHEDEN ................................................................ 27

7.

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE....................................................................... 28 7.1. WIE ZIJN ONZE INWONERS? .................................................................................. 30 DE WONINGEIGENAAR .................................................................................................. 30 DE HUURDER ......................................................................................................................... 30 DE ONDERNEMER .............................................................................................................. 30 7.2. COMMUNICATIE IN DE UITVOERING.............................................................. 30 DE KERNBOODSCHAP..................................................................................................... 30 HOE BEREIKEN EN BETREKKEN WE ONZE INWONERS?........................ 31 LEREN VAN DE PROEFTUIN IN ANSEN ................................................................ 31

8.

HET VERVOLG........................................................................................................................ 32 8.1. WIJKUITVOERINGSPLANNEN ............................................................................... 33 8.2. WAAR KUNNEN INWONERS EN ONDERNEMERS NU AL MEE AAN DE SLAG?......................................................................................................................................... 33 ONDERSTEUNING VAN INWONERS EN ONDERNEMERS...................... 33 STIMULEREN VAN LOKALE (DUURZAAMHEIDS)INITATIEVEN .......... 33

Bijlage 1: Begrippenlijst ................................................................................................................. 34 5

1. DE WARMTETRA NSITIE DE WARMTETRANSITIE HOOFDSTUK 1 In gemeente De Wolden staan ongeveer 10.000 woningen en 1.600 andere gebouwen. Bij elkaar verbruiken we in de gemeente ongeveer 25 miljoen kubieke meter aardgas. Voor alle bestaande gebouwen in De Wolden willen we in 2040 een duurzaam alternatief voor aardgas vinden. Vóór 2030 zetten we al de eerste stappen.

6

1.1 WAAROM EEN TRANSITIEVISIE WARMTE? In 2016 ondertekende Nederland het VN-Klimaatakkoord van Parijs en committeerde zich daarmee aan het vergaand terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO₂, om de opwarming van de aarde en daarmee klimaatverandering tegen te gaan. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen is het verminderen van het aardgasgebruik. In het Nederlandse Klimaatakkoord is daarom het doel gesteld om uiterlijk in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Dit houdt in dat circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen op hernieuwbare warmte en elektriciteit over moeten gaan. Dit betekent dat er de komende jaren gefaseerd veel gebouwen van het aardgas af gaan. Naast klimaatverandering en het argument dat duurzame warmtebronnen leiden tot zuinige en comfortabele woningen, zijn de aardbevingen in Groningen, de afhankelijkheid van aardgas afkomstig uit het buitenland en de eindigheid van fossiele brandstoffen belangrijke redenen om de transitie te maken van aardgas naar hernieuwbare warmtebronnen. In de Transitievisie Warmte beschrijven we de manieren waarop de gebouwde omgeving in De Wolden overstapt op andere, duurzame bronnen van warmte. De uitgangspunten voor deze visie zijn samen met stakeholders en inwoners bepaald.

REGIEROL GEMEENTEN Gemeenten hebben de regie in het proces naar een aardgasvrij Nederland. Met de Transitievisie Warmte geeft de gemeente een gezamenlijke focus en richting die nodig is om samen met de warmtetransitie aan de slag te gaan. De visie maakt keuzes inzichtelijk, borgt zorgvuldige politieke besluitvorming en plaatst lopende en nieuwe initiatieven in een centraal kader. Gemeente De Wolden wil ideeën ophalen bij stakeholders en inwoners en helder en consistent communiceren. De gemeente sluit in haar rol aan op de energie en kansen die in de dorpen aanwezig zijn. De gemeente stelt zich faciliterend op waar energie bij de inwoners zit om aan de slag te gaan, of bij nieuwe initiatieven die zich melden.

2019 Akkoord van Parijs

TVW in alle gemeenten uiterlijk af

Klimaatakkoord Nederland

2015

2021

2030

Eerste wijk(en) en/of dorp(en) zijn aardgasvrij

Alle gebouwen in Nederland moeten aardgasvrij zijn

2050

Figuur 1: de warmtetransitie in Nederland

7

1.2. EEN VISIE VOOR DE WOLDEN Alle gemeenten in Nederland hebben hetzelfde doel: aardgasvrij worden. De weg naar dit doel is voor elke gemeente anders, hoewel er natuurlijk wel overeenkomsten zijn. De uitgestrektheid van De Wolden en het platteland maken dat de transitie om maatwerk vraagt. Het is belangrijk dat de visie aansluit bij de inwoners en kenmerken van de verschillende kernen en buitengebieden.

In de schoolkring Ansen werkt energieKansen aan een oplossing op basis van lokaal opgewekt groen gas, in combinatie met energiebesparing door isolatie en hybride warmtepompen.

We starten in De Wolden niet vanaf nul. We werken inmiddels aan de uitvoering van het tweede Actieplan Klimaat & Energie. We stimuleren inwoners aan de slag te gaan met verduurzaming, ondersteunen lokale initiatieven en proberen als gemeente zelf het goede voorbeeld te geven. De gasaansluiting in het gemeentehuis is bijvoorbeeld al verwijderd. Veel inwoners hebben al zonnepanelen op hun woning of zijn met energiebesparende maatregelen aan de slag, onder andere naar aanleiding van de RRE-subsidie. Ook woningcorporatie Actium is actief bezig met verduurzaming van haar woningvoorraad in De Wolden.

GROEN GAS In de historische schoolkring Ansen is energiecoöperatie energieKansen samen met de gemeente al concreet aan de slag met het aardgasvrij maken van het dorp. Dit project is een proeftuin voor het Programma Aardgasvrije Wijken, waarvoor de gemeente een Rijksbijdrage van zo’n 2,4 miljoen euro voor heeft ontvangen.

PROGRAMMA AARDGASVRIJE WIJKEN (PAW) Het doel van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) is om te leren op welke wijze de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van grootschalige proeftuinen en een bijbehorend Kennis- en Leerprogramma (KLP). In 46 van zulke proeftuinen wordt gewerkt aan het aardgasvrij maken van een woonwijk, buurt of dorp, om ervaring op te doen en te leren van de processen.

8

1.3 POSITIE TRANSITIEVISIE WARMTE

DYNAMISCH DOCUMENT

Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Daarin moet inzicht worden gegeven in de duurzame warmtealternatieven in de gemeente en een doorkijk in de tijd: wanneer gaat welke wijk of buurt of welk dorp van het aardgas af en op welke manier?

De Transitievisie Warmte wordt minstens om de vijf jaar herzien. Op deze manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en innovaties mee te nemen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Goede ideeën vanuit de gemeente, stakeholders en inwoners zullen de visie op de warmtetransitie verder aanscherpen.

DE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE De Transitievisie Warmte hangt hiermee nauw samen met de Regionale Energiestrategie (RES). Voor het duurzaam invullen van de elektriciteitsvraag wordt in Drenthe samengewerkt aan de RES regio Drenthe. Drenthe is één van de dertig energieregio’s die onderzoeken waar en hoe het beste duurzame energie kan worden opgewekt. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties wordt toegewerkt naar concrete duurzame energieopwekking op land. Onderdeel van de RES is ook de Regionale Structuur Warmte (RSW). Dit onderdeel bestaat onder andere uit inzicht in de regionale warmtevraag en het warmte-aanbod en een beschrijving van de mogelijkheden voor nieuw te ontwikkelen bovengemeentelijke warmteinfrastructuur. In het kader van de RES wordt dus regionaal afgestemd over beschikbare warmtebronnen, zodat een bron bijvoorbeeld niet ten onrechte in meerdere Transitievisies wordt opgenomen.

DE WIJKUITVOERINGSPLANNEN De concrete uitwerking van de Transitievisie Warmte op wijk-, buurt of dorpsniveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). Bij het opstellen en uitvoeren van een wijkuitvoeringsplan betrekt de gemeente inwoners, vastgoedeigenaren en andere betrokken partijen nauw bij de keuze voor de warmtebron en techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. De keuze hoe de wijk, buurt of het dorp wordt verduurzaamd wordt samen gemaakt. Dat gebeurt op basis van wat technisch, financieel en maatschappelijk haalbaar is. Hierin trekt de gemeente samen op met actieve inwoners in de dorpen, zoals een inwonersinitiatief of een energiecoöperatie.

In bijlage 1 staat de uitleg van verschillende begrippen.

1.4 OPBOUW VAN DEZE VISIE Deze Transitievisie Warmte is uit een aantal hoofdstukken opgebouwd. In hoofdstuk 2 gaan we in op de uitgangspunten voor de warmtetransitie in De Wolden. Deze hebben we samen met stakeholders opgesteld. Hoofdstuk 3 beschrijft de aanpak die we volgen om de overgang naar aardgasvrij mogelijk te maken. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 4 de opgave in De Wolden. De warmtevraag wordt geschetst, de beschikbare bronnen uiteengezet en de belangrijkste stakeholders beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de weg naar een aardgasvrij De Wolden. We bespreken welke stappen we tot 2030 zetten, welke erna en hoe onze planning er voor de komende jaren uitziet. In hoofdstuk 6 wordt de financiering en betaalbaarheid van de warmtetransitie besproken. Hoofdstuk 7 gaat daarna in op hoe er gecommuniceerd gaat worden over de warmtetransitie en de stappen die de gemeente hierin gaat zetten. Ten slotte sluit hoofdstuk 8 af met de vervolgstappen. Hierin wordt beschreven welke stappen inwoners en ondernemers nu al kunnen zetten.

9

2. DE UITGANGSPU NTEN DE UITGANGSPUNTEN HOOFDSTUK 2 Samen met in- en externe stakeholders en inwoners heeft gemeente De Wolden uitgangspunten opgesteld voor de Transitievisie Warmte. Deze uitgangspunten zijn de basis voor het vormgeven van de route naar een aardgasvrije gemeente.

10

UITGANGSPUNT 1: WE ZETTEN IN OP DRAAGVLAK BIJ EN ONDERSTEUNING VAN INWONERS EN ONDERNEMERS Betaalbaarheid en toegankelijkheid zijn van groot belang voor het draagvlak van de warmtetransitie. Het streven is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven, aansluitend op het Klimaatakkoord. We houden oog voor (nieuwe) financieringsmogelijkheden voor onze inwoners. Gemeente De Wolden wil de transitie toegankelijk maken door samen te werken met inwoners in de vorm van een werkgroep. Heldere, consistente informatie is van belang om inwoners en ondernemers te informeren en ondersteunen in de stappen naar een aardgasvrije woning of een aardgasvrij bedrijf, zodat ze op basis van die informatie zelf de goede en passende keuzes kunnen maken om met verduurzaming aan de slag te gaan. We willen de inwoners ontzorgen door de juiste informatie en ondersteuning te bieden, onder andere in samenwerking met het Drents Energieloket (DEL). We blijven de lokale (duurzaamheids)initiatieven ondersteunen, die zich enthousiast inzetten voor een duurzaam De Wolden.

UITGANGSPUNT 2: WE ZETTEN EERST IN OP ENERGIEBESPARING: ISOLEREN EN BEWUSTZIJN/GEDRAG Er zijn verschillende oplossingen en routes mogelijk op weg naar een aardgasvrije gemeente, maar het terugdringen van de warmtevraag is altijd zinvol en noodzakelijk om de transitie naar een aardgasvrij De Wolden mogelijk te maken. Door in te zetten op besparing, hoeft er minder duurzame energie gebruikt en dus opgewekt te worden. Om gebouwen op een hernieuwbare en aardgasvrije wijze te kunnen verwarmen en koelen met een voldoende comfortniveau is goede isolatie een randvoorwaarde. Daarom is de

warmtetransitie direct verbonden met de opgave om woning- en gebouweigenaren te stimuleren om te gaan isoleren. Om het bewustzijn te vergroten en inwoners te stimuleren hun gedrag te veranderen, blijft de gemeente inzetten op de inzet van energiecoaches, die inwoners kunnen helpen met het nemen van energiebesparende maatregelen. Door middel van communicatie probeert de gemeente inwoners ook te informeren, ondersteunen en stimuleren, onder andere via het duurzaamheidsmagazine. Goede voorbeelden vanuit De Wolden zijn daarbij belangrijk om te delen.

UITGANGSPUNT 3: WE VOORKOMEN DESINVESTERING DOOR DE WARMTETRANSITIE MET ANDERE OPGAVEN TE COMBINEREN, WE HAKEN AAN OP ‘NATUURLIJKE MOMENTEN’ Het aardgasvrij maken van een wijk, buurt of dorp is een kans om andere fysieke of sociaaleconomische opgaven die spelen ook aan te pakken. Andersom geldt dit ook, andere opgaven bieden ook een kans om de warmtetransitie op aan te laten sluiten. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan geplande renovaties van Actium, vervanging of aanpassing van netwerken, het klimaatbestendig maken van buurten of andere duurzame opgaven waar de gemeente en netbeheerders de komende jaren voor staan, zoals de RES en het uitbreiden van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Door de verbinding tussen opgaven te leggen is het makkelijker om win-winsituaties en draagvlak voor de warmtetransitie te creëren. Ook omdat andere opgaven wellicht beter aan kunnen sluiten bij de prioriteiten van de inwoners. Door opgaven te combineren, kan efficiënter gewerkt worden. Voor de investeringen die inwoners moeten doen met betrekking tot verduurzaming, gaan we ook uit van ‘natuurlijke momenten’. Inwoners moeten kunnen verduurzamen wanneer het uitkomt of logisch is, bijvoorbeeld als de cv-ketel aan vervanging toe is. 11

UITGANGSPUNT 4: WE LEVEREN MAATWERK WAAR NODIG, MAAR NEMEN GROTE STAPPEN WAAR HET KAN Iedere woning en leefsituatie zijn uniek. Er is altijd maatwerk nodig bij het verduurzamen van woningen. In buurten met veel van dezelfde woningtypen, bijvoorbeeld geschakelde woningen, is het mogelijk om grotere stappen te zetten richting een aardgasvrij De Wolden, omdat de stappen in de verduurzaming dan vergelijkbaar zijn. Een gerichte aanpak op een bepaald woningtype helpt die grotere stappen te zetten. Hierin is ook een rol weggelegd voor Actium. In veel kernen bezit Actium woningen van hetzelfde type. De stappen die Actium zet in de verduurzaming van bepaalde woningen, kunnen ook toepasbaar zijn in woningen van particuliere woningeigenaren. In buurten met gespikkeld bezit (huur- en koopwoningen door elkaar), is het denkbaar dat Actium en woningeigenaren samen optrekken.

UITGANGSPUNT 5: WE PASSEN INNOVATIES UIT LANDELIJKE PILOTS TOE Met de proeftuin Aardgasvrije Wijken in de schoolkring Ansen zijn we onderdeel van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Binnen dit programma leren gemeenten van elkaar over de kansen en uitdagingen die de warmtetransitie biedt. De proeftuingemeenten worden ondersteund vanuit het programma en komen regelmatig samen om ontwikkelingen te bespreken. Op die manier heeft gemeente De Wolden goed zicht op innovaties en ontwikkelingen, die wellicht in De Wolden toepasbaar zijn. Binnen de proeftuin in Ansen wordt gekeken of de oplossing daar ook elders in de gemeente kan worden toegepast.

12

3. OVERGANG NAAR HERNIEUWBA RE OVERGANG NAAR HERNIEUWBARE WARMTEBRO WARMTEBRONNEN NNEN HOOFDSTUK 3 We gaan in De Wolden uit van het volgen van de Trias Energetica: beperk de energievraag, maak gebruik van duurzame energie en gebruik energie op een efficiënte manier. Op deze manier kan zo goed mogelijk gebruikgemaakt worden van hernieuwbare warmte- en energiebronnen.

13

Gemeente De Wolden gaat uit van de Trias Energetica in de energie- en warmtetransitie. De Trias Energetica bestaat uit drie stappen: 1. 2. 3.

Beperk de energievraag Gebruik energie uit hernieuwbare bronnen Maak efficiënt gebruik van energie

Als deze drie stappen gevolgd worden, wordt gewerkt aan een energiezuinige transitie en wordt zo goed mogelijk gebruikgemaakt van hernieuwbare warmtebronnen.

STAP 1: BEPERK DE ENERGIEVRAAG – ISOLEER ZOVEEL ALS RENDABEL IS OM DE WARMTEVRAAG TE BEPERKEN De eerste en misschien wel belangrijkste stap richting een aardgasvrij De Wolden is het beperken van de vraag naar warmte door middel van isoleren. Het isoleren van een gebouw is een no-regretmaatregel. Welke alternatieve warmtebron er ook komt, het is altijd nuttig en positief voor de energierekening omdat er een energievraagreductie wordt gerealiseerd. Des te beter de isolatie van een gebouw, des te minder warmteverlies. Des te lager de warmtevraag van woningen, des te meer woningen er verwarmd kunnen worden vanuit dezelfde warmtebron. Daarnaast zorgt isoleren voor een lagere piekvraag, wat voordelig is voor de energie-infrastructuur. Isolatie is ook belangrijk in relatie tot de groeiende koeltebehoefte op warme zomerdagen. Hoeveel geïsoleerd moet worden, hangt af van het woningtype en bouwjaar. Voor oudere woningen geldt vaak dat er meer maatregelen nodig zijn de woning goed te isoleren. Woningen die gebouwd zijn vanaf 1992 zijn vaak al relatief goed geïsoleerd. Vanaf 1992 is in het Bouwbesluit een eis opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Bij woningen gebouwd vóór 1992 verschilt de isolatiewaarde aanzienlijk en moet deze per woning worden vastgesteld.

In deze visie maken we daarom vaak een onderscheid in technieken bij woningen gebouwd na 1992 en woningen gebouwd vóór 1992. In realiteit hoeft deze grens niet zo scherp te zijn en zijn ook veel woningen van

voor 1992 geschikt voor lage temperatuurwarmte wanneer isolatie is toegepast.

STAP 2: GEBRUIK ENERGIE UIT HERNIEUWBARE BRONNEN Om de energiebehoefte die blijft bestaan na het beperken van de warmtevraag te vervullen, moet gebruikgemaakt worden van hernieuwbare of duurzame energie. Voor de verwarming van gebouwen zijn individuele en collectieve oplossingen mogelijk. Een individuele oplossing houdt in dat een gebouw verduurzaamt met een eigen techniek. Bij een collectieve oplossing maken meerdere gebouwen gebruik van dezelfde warmtetechniek. Er kunnen drie alternatieve warmtebronnen worden onderscheiden: duurzame gassen, warmtenetten en overige (individuele) oplossingen.

DUURZAME GASSEN Groen gas en waterstof zijn duurzame gassen die hoge temperatuurwarmte leveren. Bestaande gasnetten kunnen benut worden voor het gebruik van duurzame gassen. Voor het gebruik van duurzame gassen, met name groen gas, zijn relatief beperkte ingrepen nodig in de openbare ruimte en in woningen. In De Wolden zetten we sterk in op groen gas. In 2030 willen 100% groen gas in het gasnetwerk in De Wolden gerealiseerd hebben. Al het gas dat verbruikt wordt, moet dus duurzaam zijn. Er moet evenveel groen gas ingevoed worden in het netwerk als dat er wordt afgenomen. Dit houdt in dat er voldoende groen gas geproduceerd moet worden, maar ook dat de warmtevraag omlaag moet. Dit kan door isoleren en het toepassen van hybride warmtepompen. Groen gas is namelijk beperkt beschikbaar. Daarbij komt dat er onduidelijkheid bestaat over het gebruik van groen gas en daarmee de beschikbaarheid. De productie van groen gas wordt op dit moment ook nog niet voldoende gestimuleerd. Waterstof is op dit moment schaars en vrij kostbaar.

14

WARMTENETTEN Warmtenetten zijn collectieve netwerken waarin warm water vervoerd wordt naar gebouwen. Afhankelijk van de bron en mate van isolatie kan het gaan om een warmtenet met lage temperatuur (LT), midden temperatuur (MT) of hoge temperatuur (HT). Mogelijke bronnen voor een warmtenet zijn restwarmte, geothermie en aquathermie. Restwarmte is warmte die over is en niet meer binnen een bedrijf zelf kan worden gebruikt. Aquathermie is een overkoepelende term voor warmte uit oppervlakte-, afval- en drinkwater. Warmte vanuit riolering noemen we riothermie. Geothermie heet ook wel aardwarmte, warmte afkomstig uit de aarde (hoe dieper in de aarde, hoe hoger de temperatuur). Om warmtenetten betaalbaar te houden moet de plek waar de warmte vandaan komt dichtbij veel huishoudens liggen. De bebouwingsdichtheid moet hoog zijn. Uiteindelijk is de financiële haalbaarheid van een warmtenet afhankelijk van de beschikbare warmte van een bron, de meters leidingen en de kosten van andere warmtealternatieven.

Hoge temperatuurbronnen als duurzame gassen zijn schaars. Efficiënt gebruik van deze bronnen houdt in dat ze alleen ingezet worden waar andere bronnen niet geschikt zijn. Er zijn vier aspecten die van invloed zijn op de geschiktheid van een bepaalde warmtebron voor gebouwen, zie figuur 2.

OVERIGE (INDIVIDUELE) OPLOSSINGEN Met een individuele gebouwgebonden voorziening kan gebruikgemaakt worden van warmte uit de omgeving (lucht, bodem of water). Warmtepompen (all-electric of hybride) maken gebruik van deze warmte en verwarmen gebouwen met lage temperatuurwarmte. Goed isoleren is een belangrijke randvoorwaarde voor deze oplossingen.

STAP 3: MAAK EFFICIËNT GEBRUIK VAN ENERGIE Het is belangrijk dat energie die nog gebruikt wordt, efficiënt wordt gebruikt. Aan de ene kant betekent dit dat energie in gebouwen efficiënt gebruikt moet worden, aan de andere kant houdt dit ook in dat bepaalde energiebronnen daar ingezet worden waar de bronnen het meest efficiënt zijn. Er moet dus een ‘match’ zijn tussen de mogelijke warmtebron en het te verwarmen gebouw of gebied. In de praktijk leidt dit ertoe dat er een mix van bronnen nodig is. Dit verschilt met de huidige warmtevoorziening die vooral op basis van aardgas is.

Figuur 2: aspecten geschiktheid warmtebron

15

4. DE OPGAVE IN DE WOLDEN DE OPGAVE IN DE WOLDEN HOOFDSTUK 4 De voorgaande hoofdstukken laten zien hoe we in De Wolden willen omgaan met de warmtetransitie. De vijf uitgangspunten en de Trias Energetica staan centraal in de uitvoering van de visie. Het is nu van belang inzicht te krijgen in de opgave voor De Wolden: wat is de huidige warmtevraag, hoe ziet de gebouwde omgeving eruit, welke bronnen zijn beschikbaar in De Wolden en welke koppelkansen zijn er? Op basis daarvan kan vervolgens worden gekeken hoe vraag en aanbod op elkaar kunnen worden afgestemd. 16

4.1 DE WARMTEVRAAG IN DE WOLDEN De totale vraag naar warmte van de gebouwde omgeving in de gemeente bedraagt op dit moment ongeveer 0,6 miljoen GJ. De verwachting is dat de gemiddelde warmtevraag per gebouw en daarmee ook de totale warmtevraag de komende jaren daalt dankzij isolatiemaatregelen. De gemiddelde warmtevraag per woning is nu ongeveer 28 GJ. Figuur 3 laat zien dat 8% van deze warmte nu gebruikt wordt door utiliteitsbouw en 92% door woningen. Utiliteitsbouw omvat gebouwen die geen woning zijn, zoals bedrijven, kantoren en winkels. Bij de overstap van aardgas naar duurzame bronnen maken we onderscheid tussen woningen en utiliteitsgebouwen, omdat een andere aanpak nodig is vanwege verschillende behoeften en een verschillende vraag naar warmte.

HUIDIGE WARMTEVRAAG: 0,6 MILJOEN GJ

4.2 DE GEBOUWDE OMGEVING Zoals in hoofdstuk 3 benoemd, is de geschiktheid van een warmtebron afhankelijk van een aantal aspecten: omgeving, gebouwtype, bouwjaar en isolatiegraad, lokaal beschikbare warmtetechnieken en -bronnen (hoe en waarom?). Activiteiten van bijvoorbeeld netbeheerders, Actium of lokale initiatieven kunnen daarnaast kansen bieden om ergens aan de slag te gaan met een bepaalde warmtebron (waar en wanneer?). De samenstelling van gebouwen, zowel in het buitengebied als in de kernen, is van belang bij het bepalen of een collectieve of individuele oplossing het meest haalbaar is.

OMGEVING Utiliteitsbouw 8%

Figuur 3: de warmtevraag in De Wolden

Woningbouw 92%

Gemeente De Wolden kenmerkt zich door een groot buitengebied, met kleinere kernen en vijf relatief grotere kernen. In het buitengebied zijn de gebouwen grotendeels verspreid, op enkele plekken komt lintbebouwing voor (Oosteinde buiten, Haakswold, Oldenhave, Hees, Leeuwte, Weerwille, Koekange Noord en Zuid, en Drogteropslagen). In de kernen is de bebouwingsdichtheid groter. We onderscheiden de relatief grotere en kleinere kernen op basis van de totale oppervlakte, het aantal gebouwen en de dichtheid van de gebouwen:

17

▪ ▪

In de relatief grote kernen (De Wijk, Koekange, Ruinen, Ruinerwold en Zuidwolde) is een (kleinere) collectieve oplossing mogelijk. In de relatief kleine kernen (Ansen, Eursinge, Ruinerweide, Oosteinde, Berghuizen, Koekangerveld, Echten, Veeningen, Fort, Alteveer, Kerkenveld en Linde) lijkt een individuele oplossing een logische oplossing met mogelijkheden voor een klein collectief.

GEBOUWTYPE Naast de omgeving waarin woningen en andere gebouwen staan, is ook het gebouwtype van belang. Enerzijds maken we onderscheid tussen woningen en utiliteitsbouw. Anderzijds is er ook onderscheid te maken tussen woningtypen: vrijstaande woningen, 2-onder-1-kapwoningen, rijwoningen (hoekwoningen en tussenwoningen) en appartementen (hoogbouw en laagbouw). Voor vrijstaande woningen is een individuele oplossing het meest logisch, voor andere woningtypen kan een (kleinere) collectieve oplossing eventueel mogelijk zijn. Het grootste deel van de woningen in De Wolden is vrijstaand (zie figuur 4).

TYPE WONINGEN

1,804

2-onder-1 kapwoning

1,008

990

1,003

Rijwoning (hoek)

Rijwoning (tussen)

Appartementen

Figuur 4: verdeling type woningen in De Wolden

In hoofdstuk 3 is al een link gelegd tussen bouwjaren van woningen en de isolatiegraad. In dit hoofdstuk kijken we naar de link hiertussen in De Wolden, omdat bouwjaar en isolatiegraad inzicht geven in de mogelijkheden voor lage-, midden- en hoge temperatuurwarmte binnen de gemeente. Een kwart van de woningen in De Wolden is na 1992 gebouwd, het jaar dat in het Bouwbesluit een eis opgenomen is voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Deze woningen zijn in principe relatief goed geïsoleerd of goed te isoleren. 26% van de woningen heeft gelet op bouwjaar de potentie om goed te isoleren. De overige 49% van de woningen vergt extra aandacht om te kijken tot welk niveau geïsoleerd kan worden en welke hernieuwbare oplossing met bijbehorende temperatuur passend is. Bijna de helft van de woningen (met een energielabel) in De Wolden heeft energielabel B of hoger. Vergeleken met de verdeling in bouwjaren, heeft een groot aantal woningeigenaren dus verduurzamingsmaatregelen getroffen.

4.4. LOKAAL BESCHIKBARE BRONNEN Niet elke gemeente heeft beschikking over dezelfde duurzame warmtebronnen. Sommige bronnen zijn locatie specifiek en afhankelijk van de aanwezigheid van bijvoorbeeld oppervlaktewater, veehouderijen of industrie.

4,728

Vrijstaande woning

4.3. BOUWJAAR EN ISOLATIEGRAAD

In bijlage 6 is een overzichtsgrafiek te vinden van de theoretisch potentiële bronnen in De Wolden, uitgedrukt in woningequivalenten. Welke duurzame warmtebronnen werkelijk potentie hebben in de gemeente en zullen worden ingezet is afhankelijk van een groot aantal technische- en financiële factoren. Het diagram geeft aan dat de volgende bronnen kansrijk zijn voor De Wolden: ▪ ▪ ▪

Groen gas Omgevingswarmte Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO)

18

GROEN GAS In De Wolden is een grote hoeveelheid biogrondstoffen beschikbaar voor de productie van biogas en vervolgens groen gas. Gemeente De Wolden gaat uit van ‘lokaal produceren, lokaal consumeren en lokaal profiteren’ met betrekking tot de productie en het gebruik van groen gas. De ambitie voor 2030 is om tot 100% groen gas in het gasnetwerk in De Wolden te komen. Hiervoor moet gewerkt worden aan het aanbod, de productie, van groen gas. Tegelijkertijd moet de vraag naar gas ook beperkt worden, omdat er niet voldoende groen gas beschikbaar zal zijn om aan de huidige vraag te voldoen. De inzet van groen gas gaat gepaard met een aantal aandachtspunten: ▪

▪

▪

▪

Er is onduidelijkheid over waar groen gas in de toekomst ingezet kan gaan worden en daarmee of dit grootschalig in de gebouwde omgeving zou kunnen. De Rijksoverheid ziet het liefst dat groen gas daar ingezet wordt, waar het de meeste toegevoegde waarde heeft en waar andere bronnen technisch of financieel gezien niet haalbaar zijn. De productie van groen gas wordt binnen de huidige systematiek van (Rijks)subsidies nog niet voldoende gestimuleerd. Dit is wel nodig om de volledige potentie te benutten. In het licht van een circulaire economie kan het zijn dat sommige biomassasoorten een hoogwaardiger toepassing krijgen dan bijvoorbeeld vergisting voor de productie van groen gas, bijvoorbeeld als bouwmateriaal. De productie van groen gas uit mestvergisting is in relatie tot de transitie naar een duurzamere landbouwsector een aandachtspunt. Het kan zijn dat de hoeveelheid beschikbare mest af gaat nemen in de toekomst.

OMGEVINGSWARMTE Warmte uit de omgeving (lucht, bodem of water) is een lage temperatuurbron die in principe bij elke woning individueel toegepast kan worden, afhankelijk van de isolatiegraad. Deze warmte kan worden ingezet door middel van een all-electric warmtepomp.

Sommige gebouwen zullen niet over kunnen op individuele lage temperatuurbronnen, bijvoorbeeld vanwege de ouderdom van het gebouw. Een hybride warmtepomp in combinatie met een duurzaam gas of een individuele warmtepomp op basis van hoge temperatuur, die op de markt verschijnen, kunnen uitkomst bieden. Een hybride warmtepomp kan zowel een overgangstechniek zijn als een eindoplossing voor een gebouw. Kleinere collectieve oplossingen op basis van omgevingswarmte zijn ook een mogelijkheid, bijvoorbeeld in appartementencomplexen of in een straat met vergelijkbare woningen. Door een collectieve aanpak kan financieel voordeel worden behaald en de ruimtelijke impact is klein.

THERMISCHE ENERGIE UIT OPPERVLAKTEWATER (TEO) De Hoogeveense Vaart komt in verschillende gemeenten naar voren als een potentiële bron voor de verwarming van gebouwen, onder andere op basis van onderzoek vanuit RES regio Drenthe. De verschillende gemeenten willen de aankomende periode benutten om aanvullend onderzoek te doen naar de potentie en de eventuele onderlinge beïnvloeding van de potenties en business cases als bepaalde gemeenten willen inzetten op deze bron. De onttrekking van warmte in een bepaalde gemeente, kan invloed hebben op de potentie in een andere gemeente. Afhankelijk van de regionale afstemming, kan er potentie zijn in de Wijk voor TEO.

4.5. ACTIVITEITEN EN KANSEN We inventariseren de kansen om te zien waar en wanneer het logisch is om verduurzamingsmaatregelen te treffen. Vanuit zowel de gemeente als vanuit netbeheerders, Actium en lokale initiatieven kunnen activiteiten en kansen ontstaan waarop aangesloten kan worden om een verduurzamingsslag te maken.

GEMEENTE DE WOLDEN De komende jaren zetten we als gemeente in op het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. De gemeente wil hiermee het goede voorbeeld geven. 19

Aankomend jaar staat de verduurzaming van de gemeentewerf in Zuidwolde en vier sporthallen op de planning (de Wijk, Kerkenveld, Ruinen en Ruinerwold). In het kader van het provinciale Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed willen we dat er ook gekeken wordt naar kansen in de omgeving van de te verduurzamen gebouwen, bijvoorbeeld op gebied van duurzame energie. Aan de hand van dit programma maken we ook een begin met het uitwerken van de verduurzaming van scholen en brandweerkazernes. Voor de scholen wordt gewerkt aan een Integraal Huisvestingsplan (IHP), waarin verduurzamingsmaatregelen worden meegenomen.

lange termijn kansen zijn om het bestaande gasnet te gebruiken voor duurzame gassen. Enexis Netbeheer gaat de aankomende jaren hard aan het werk om het elektriciteitsnet gereed te maken voor de ambities die in de Drentse RES geformuleerd zijn mogelijk te maken. Er wordt gewerkt aan een routekaart voor uitbreiding van het elektriciteitsnet in Drenthe, in afstemming met de planning voor realisatie van opwek. Het is voor Enexis Netbeheer van belang om in een vroeg stadium betrokken te worden bij ontwikkelingen en koppelkansen te benutten met andere opgaven, zoals het uitbreiden van de laadinfrastructuur.

Niet alleen op gebied van concrete verduurzaming doen zich koppelkansen voor. Ook op het gebied van klimaatadaptatie of werkzaamheden in de openbare ruimte kunnen zich kansen voordoen, om tegelijkertijd in een bepaalde buurt of een bepaald dorp via een wijkgerichte aanpak te werken aan verduurzaming. Dit geldt ook voor koppelkansen op sociaaleconomisch vlak.

RENDO en Enexis Netbeheer zijn gebaat bij een duidelijke en heldere planning. Duidelijke en concrete plannen komen de uitvoerbaarheid en maakbaarheid ten goede. Het tijdig aangeven van plannen geeft de netbeheerders de tijd om werkzaamheden goed voor te bereiden.

ACTIUM

LOKALE INITIATIEVEN

Woningcorporatie Actium heeft verspreid over De Wolden ruim 1.800 panden in haar bezit (zie bijlage 9). Tot 2025 worden er kleine- en grotere renovaties uitgevoerd in Ruinerwold. Na 2026 staan er grote renovaties op de planning in de Wijk en op de voorlopige planning in Ruinen.

Binnen gemeente De Wolden is een aantal lokale initiatieven actief op gebied van duurzaamheid en energie.

Een kleine renovatie houdt op hoofdlijnen in dat er wordt geïsoleerd binnen de bestaande schil, met dakisolatie van binnenuit en een hybride oplossing. Een grote renovatie houdt op hoofdlijnen in dat er van buitenaf wordt geïsoleerd en dat de woning geschikt wordt gemaakt voor een lage temperatuurbron.

NETBEHEERDERS RENDO EN ENEXIS Het gasnetwerk van RENDO is de komende dertig jaar nog niet aan vervanging toe. Op de korte termijn doen er zich dus geen koppelkansen voor met betrekking tot onderhoud van het gasnet en het eventueel aanleggen van een (kleiner) collectief warmtenet. Tegelijkertijd betekent dit wel dat er op de

De proeftuin in de schoolkring Ansen wordt uitgevoerd door energieKansen. EnergieKansen wil het dorp aardgasvrij maken door middel van isolatiemaatregelen en hybride warmtepompen in combinatie met lokaal opgewekt groen gas. De toenemende vraag naar elektriciteit moet gedekt worden door lokaal opgewekte duurzame elektriciteit. Deze oplossing kan interessant zijn voor andere gebieden in de gemeente en voor andere agrarische gebieden in Nederland. Reestdal Energie is bezig met het project ‘Heel De Wolden aardgasvrij’. Doel van dit project is om door middel van de Quick-fit oplossing, net als in Ansen, De Wolden stapsgewijs te verduurzamen. De focus ligt op kierdichting en een hybride oplossing. De kern van het project is het ontzorgen van de inwoners van De Wolden en verduurzaming die kostenneutraal plaatsvindt. De komende periode moet de haalbaarheid voor een project blijken. 20

5. DE WEG NAAR AARDGASVRIJ

In de vorige hoofdstukken zijn de uitgangspunten, de Trias Energetica en de opgave en context in De Wolden beschreven. Gezamenlijk vormen deze aspecten de basis voor de weg naar een aardgasvrij De Wolden. Dit hoofdstuk laat zien hoe op deze basis de warmtetransitie in De Wolden wordt vormgegeven.

21

5.1 DE WEG NAAR EEN AARDGASVRIJ DE WOLDEN: TOT 2030 Gemeente De Wolden wijst naast de schoolkring Ansen voor 2030 geen startbuurt of -dorp aan waar door middel van een wijkgerichte aanpak de transitie naar aardgasvrij gemaakt wordt. Wel zet de gemeente sterk in op energiebesparing voor de gehele gebouwde omgeving in De Wolden. De focus ligt tot en met 2030 op energiebesparing, het individueel aardgasvrij worden van woningen en de inzet van groen gas waar dat noodzakelijk is. We blijven als gemeente kijken naar koppelkansen om grotere stappen te zetten en kijken ook naar andere aanpakken voor bijvoorbeeld monumenten en utiliteitsbouw. Er wordt aanvullend onderzoek gedaan naar de potentie van aquathermie in de Wijk.

ENERGIEBESPARING EN INDIVIDUELE OPLOSSINGEN VOOR WONINGEN Voor het grootste deel van de gebouwen in De Wolden is een individuele oplossing op basis van omgevingswarmte (all-electric), al dan niet in combinatie met een duurzaam gas (hybride oplossing), de meest logische. Het grootste deel van de woningen is vrijstaand. De gemeente wijst naast de schoolkring Ansen geen gebied aan waar door middel van een wijkuitvoeringsplan de overstap naar een duurzame warmtebron wordt gemaakt, omdat individuele oplossingen vaak maatwerk vereisen en inwoners op een natuurlijk moment de overstap moeten kunnen maken, wanneer het hen uitkomt. Wel zet de gemeente sterk in op energiebesparing, gemeentebreed en gerichter in buurten of dorpen waar bijvoorbeeld een lokaal initiatief actief is of activiteiten plaatsvinden met betrekking tot verduurzaming (bijvoorbeeld samen met Actium). Gericht op buurten zal er een wijkgerichte aanpak worden uitgewerkt. Het is van belang dat relatief goed geïsoleerde en relatief goed te isoleren woningen overstappen op een lage temperatuurbron: omgevingswarmte met een all-electric warmtepomp, los van groen gas. Groen gas zal in de toekomst

beperkt beschikbaar zijn. Dit geldt voor de woningen die na 1992 gebouwd zijn. Voor woningen die gebouwd zijn tussen 1965 – 1992 gebouwd zijn, geldt dat we uitgaan van het feit dat er gestart moet worden met isoleren tot zover dat rendabel is. Als woningen voldoende geïsoleerd zijn (in de regel naar energielabel B), kan de overstap gemaakt worden naar een lage temperatuurbron. Waar het niet anders kan, wordt groen gas ingezet naast een hybride warmtepomp. Voor woningen die voor 1964 gebouwd zijn, is ook maatwerk vereist. Voor veel woningen zullen de mogelijkheden voor isoleren beperkt zijn. Voor deze woningen wordt ingezet op groen gas, in combinatie met een hybride warmtepomp.

PROEFTUIN AARDGASVRIJE WIJKEN SCHOOLKRING ANSEN Tot en met 2028 wordt door energieKansen, in samenwerking met gemeente De Wolden, gewerkt aan de uitvoering van de proeftuin Aardgasvrije Wijken in de historische schoolkring Ansen. Tot en met 2028 is het de bedoeling de 250 woningen en 32 utiliteitsgebouwen te verduurzamen door middel van isolerende maatregelen en hybride warmtepompen. De groeiende elektriciteitsvraag moet worden opgevangen door een kleinschalig zonnepark en het vervangen van de bestaande windmolen door een nieuwe. De resterende warmtevraag moet worden ingevuld door lokaal opgewekt groen gas uit Ansen.

EEN ANDERE AANPAK Naast de voorgestelde individuele aanpak voor woningen, is er ook een aantal gebouwen dat een andere aanpak vergt. Utiliteitsgebouwen in de dorpen en met name op de bedrijventerreinen hebben een andere behoefte en vraag naar warmte als woningen. Specifiek gericht op de bedrijventerreinen werken we aan de toekomstbestendigheid van die terreinen, onder andere op het gebied van verduurzaming. De gemeente kijkt of aangehaakt kan worden bij de provinciale pilot ‘Energieneutrale bedrijventerreinen 2035’ om concreet te starten met de verduurzaming van een bedrijventerrein. Een belangrijk aandachtspunt bij 22

bedrijven is om goed naar de koudevraag te kijken. In tegenstelling tot woningen is hier vaak een hogere koudevraag, waardoor de aanleg van een WKO-systeem (Warmte Koude Opslag) interessant kan zijn.

Dit laatste geldt ook voor de ervaring die de gemeente samen met energieKansen opdoet in de proeftuin Aardgasvrije Wijken. De ervaringen vanuit die proeftuin kunnen zorgen voor een versnelling en opschaling van de verduurzaming van De Wolden.

Bedrijven hebben naast de warmtetransitie ook de bredere opgave om energie te besparen, duurzame energie op te wekken en hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Zo zijn kantoren wettelijk verplicht om vanaf 2023 minimaal een energielabel C te hebben. Daarnaast is het voor bedrijven met een jaarlijks elektriciteitsgebruik van meer dan 50.000 KWh of een aardgasgebruik van meer dan 25.000 m3 verplicht om zelf energiebesparende maatregelen te nemen, de Energiebesparingsplicht. Dit is verplicht vanuit de Wet Milieubeheer.

COLLECTIEVE OPLOSSING: AANVULLEND ONDERZOEK TOEPASSING AQUATHERMIE DE WIJK

Het verduurzamen van monumenten vereist maatwerk, omdat er andere regels gelden dan bij de renovatie en verduurzaming van ‘gewone’ woningen. De wet- en regelgeving voor het renoveren van monumenten is streng. Om monumenteigenaren te ondersteunen, zal er gekeken worden naar het opstarten van stimulerende en ondersteunende activiteiten. In het kader van Vitale Vakantieparken wordt onderzocht of er een mogelijkheid is voor een pilot met waterstof voor de collectieve verwarming van vakantiewoningen.

KOPPELKANSEN Samen met Actium wordt gekeken of er grote stappen gezet kunnen worden rond de geplande renovaties, allereerst in Ruinerwold tot 2025, door particuliere woningeigenaren mee te nemen in de verduurzaming. Het kan zijn dat op deze manier kleinere collectieve oplossingen mogelijk worden. De gemeente haakt daarnaast aan bij het project ‘Heel De Wolden aardgasvrij’ van Reestdal Energie. Als het project haalbaar is, kunnen aan de hand van dit project ook grotere stappen worden gezet.

De verschillende gemeenten waarin de (Verlengde) Hoogeveense Vaart potentie biedt voor een warmtenet willen aanvullend onderzoek doen naar de eventuele invloed van het onttrekken van warmte op een bepaalde plek op de potentie op andere plekken. De Wijk is eventueel geschikt voor een warmtenet vanwege de ligging ten opzichte van de Hoogeveense Vaart en de aanwezigheid van corporatiewoningen en het woonzorgcentrum die als startmotor voor het warmtenet zouden kunnen fungeren.

5.2 DE WEG NAAR EEN AARDGASVRIJ DE WOLDEN: NA 2030 Waar collectieve oplossingen gezien worden, zoals in de Wijk, wordt gestart met de uitvoering van wijkuitvoeringsplannen na 2030. Met de verplichting om minstens om de vijf jaar de Transitievisie Warmte te herzien, kunnen nieuwe inzichten en innovaties worden meegenomen in deze plannen. Op basis van de herziening kan ook worden bepaald waar extra focus op gelegd moet worden en in welke gebieden een wijkgerichte aanpak moet worden uitgewerkt. Na 2030 zal de focus ook blijven liggen op het terugdringen van de vraag naar gas, energiebesparing en ondersteuning van lokale initiatieven.

23

5.3 PLANNING We focussen ons op de huidige acties vóór 2030 en bereiden ons voor op de acties na 2030. Zie hieronder een kort overzicht van deze acties:

Vóór 2030 Op weg naar een aardgasvrij De Wolden starten we met de volgende acties: • • • •

Inzetten op energiebesparing: gemeentebreed en wijkgericht Starten met het verduurzamen van bedrijventerreinen Starten met het verduurzamen van monumenten Koppelkansen benutten voor een gerichte aanpak: - Renovaties Actium: vóór 2025 in Ruinerwold, na 2026 Ruinen en de Wijk - Lokale initiatieven: project Reestdal Energie

Proeftuin Aardgasvrije Wijken Schoolkring Ansen: 250 woningen + 32 utiliteitsgebouwen aardgasvrij op basis van groen gas en hybride warmtepompen

Vóór 2040 Momenteel zijn de individuele oplossingen het meest geschikt voor de woningen in De Wolden. Afhankelijk van de natuurlijke momenten zijn alle woningen in De Wolden vóór 2040 aardgasvrij. Woningen vanaf 1992 • All-electric warmtepompen Woningen 1965 – 1992

All-electric warmtepompen waar mogelijk • Hybride warmtepompen in combinatie met groen gas Woningen vóór 1964 •

•

Na 2030

Groen gas in combinatie met hybride warmtepompen

De laatste stappen naar een aardgasvrij De Wolden zetten we met de volgende acties: • • •

Uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen betreft collectieve oplossingen, o.a. aquathermie de Wijk, en vakantieparken Verdere energiebesparing Ondersteunen van lokale initiatieven

24

6. BETAALBAA RHEID EN FINANCIERIN BETAALBAARHEID EN G FINANCIERING HOOFDSTUK 6 De warmtetransitie vraag om investeringen. Op dit moment is nog niet duidelijk wat de transitie naar een aardgasvrij Nederland gaat kosten. De financiële impact voor elke woning- en gebouweigenaar verschilt. Om voor elke inwoner en gebouweigenaar de stap naar aardgasvrij mogelijk te maken, is het van belang de transitie betaalbaar te houden. Hiervoor zijn (aanvullende) financieringsmogelijkheden noodzakelijk. 25

6.1. BETAALBAARHEID VAN DE TRANSITIE In het Klimaatakkoord is de betaalbaarheid van de energie- en warmtetransitie als belangrijke voorwaarde opgenomen voor een verdere verduurzaming. In het Klimaatakkoord staat dat ‘de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Ook voor degenen die daar nu geen toegang toe hebben’. Financieringsmogelijkheden kunnen de drempel tot het nemen van verduurzamingsmaatregelen voor inwoners en ondernemers verlagen. Gemeente De Wolden streeft ernaar dat de woonlasten van inwoners zoveel mogelijk gelijk blijven en dat de warmtetransitie betaalbaar is. De Rijksoverheid heeft hier ook een rol in. De precieze kosten voor woning- en gebouweigenaren zijn afhankelijk van: ▪ ▪

▪

▪

Het type gebouw: de oppervlakte en het aantal buitenmuren van een woning zijn van invloed op de investeringskosten en de maandlasten; De huidige staat van het gebouw: afhankelijk van de leeftijd van de woning en de mate van onderhoud en renovatie (inclusief de mate van isolatie); De alternatieve warmtetechniek: het ene alternatief is duurder dan het andere. Ook de kostenopbouw verschilt: in de ene optie gaat het vooral om kosten in de woning (zoals isolatie of installatie), in de andere optie gaat het vooral om kosten buiten de woning (zoals voor het elektriciteitsnet). Daarmee komen de investeringen bij verschillende partijen terecht (eigenaren, netbeheerders, bewoners, energieleveranciers). Het kader hiernaast gaat verder in op de verschillende soorten kosten; Externe factoren: factoren zoals marktwerking en de prijs van aardgas zijn van invloed op alle soorten kosten. De Transitievisie Warmte wordt om de 5 jaar herzien. Gedurende die periode kunnen er veranderingen plaatsvinden op de markt, waar dan rekening mee gehouden kan worden.

Naast energiebesparing en onderhoud zijn andere aspecten ook belangrijk om rekening mee te houden bij het opstellen van een business case. Comfort,

levensbestendigheid en waardevermeerdering spelen ook een rol. Gemeente De Wolden wil de transitie betaalbaar houden door een optimale afstemming van de investeringen van en door woningeigenaren, woningcorporatie Actium, gemeente en netbeheerders. Ook wil de gemeente werken aan financieringsmogelijkheden en betaalbare verduurzaming voor woningeigenaren. MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN Maatschappelijke kosten zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een wijk of dorp van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van infrastructuur. Ook de eindgebruikerskosten zitten hierin. EINDGEBRUIKERSKOSTEN Eindgebruikerskosten zijn de kosten voor de woning- en andere gebouweigenaren. Deze kosten bestaan uit investeringskosten en jaarlijkse kosten. De investeringskosten zijn de kosten die één keer betaald worden om een duurzame warmtetechniek aan te laten sluiten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten om de cv-ketel te vervangen door een warmtepomp. De jaarlasten zijn de kosten die de bewoner of gebouweigenaar jaarlijks moet betalen voor de energie die verbruikt is.

De jaarlijkse kosten zijn afhankelijk van de leefstijl van de inwoners, de exploitatiekosten en de onderhoudskosten aan het systeem. De actuele kosten voor woningeigenaren zijn te vinden op www.milieucentraal.nl en te berekenen met hun rekentool www.verbeterjehuis.nl. Vanuit het gemeentelijke Actieplan Klimaat & Energie is er budget voor lokale initiatieven, zoals bijvoorbeeld een buurt, wijk of ondernemersverenging, voor het organiseren van bijeenkomsten over verduurzaming en voor 26

ondersteuning bij activiteiten en plannen. Vanuit het Actieplan worden ook financieringsmogelijkheden voor inwoners aangeboden. Daarnaast zijn er ook middelen voor inwoners die een opleiding tot energiecoach willen volgen, om andere inwoners te helpen bij energiebesparing en het verlagen van de energierekening.

financieringsregelingen (leningen). Hiernaast wordt een overzicht weergegeven van in De Wolden beschikbare financieringsmogelijkheden.

6.2. FINANCIERSINGSMOGELIJKHEDEN Investeringen in verduurzaming kunnen een besparing in energielasten opleveren. Dit betekent niet direct dat maatregelen betaalbaar en financierbaar zijn. Om betaalbaarheid mogelijk te maken zijn er subsidies en SUBSIDIES

LENINGEN

Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af te dekken. Een nieuwe maatregel levert vaak besparing of meerwaarde voor de woning op. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren. Er zijn verschillende subsidies:

Leningen (duurzaamheidsleningen) helpen duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand een groot gedeelte hoeft te financieren door middel van eigen geld. Een maatregel kan namelijk een voordelige keuze zijn, maar niet direct te betalen. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar heeft vaak een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder:

▪

▪

▪ ▪

▪

Subsidies voor particulieren voor isolatiemaatregelen of de aanschaf van warmteinstallaties (ISDE), voor zakelijke gebruikers ook voor kleinschalige windturbines en zonnepanelen; Energie-investeringsaftrek (EIA) voor ondernemers die investeren in duurzame energietechnieken en energiezuinige bedrijfsmiddelen. Via de Rijkuitvoeringsdienst voor Ondernemend Nederland zijn meer regelingen voor ondernemers te vinden. Duurzaamheidssubsidie voor starters Rijksbijdrage proeftuinen Aardgasvrije Wijken (PAW), in De Wolden beschikbaar voor de inwoners van de Schoolkring Ansen Subsidie Collectieve energie-initiatieven voor oprichting en ondersteuning van lokale (duurzaamheids)initiatieven.

▪ ▪

▪

Energiebespaarlening voor particulieren, VvE’s (Verenigingen van Eigenaren) en scholen van het Nationaal Warmtefonds. Stimuleringsregeling voor verbetering en energiezuiniger maken van de woning (voor huurders en particuliere woningeigenaren), met de mogelijkheid om enkel de aanschaf van zonnepanelen te financieren. Financiering voor bedrijven en instellingen via de Drentse Energie Organisatie voor maatregelen met betrekking tot energiebesparing en duurzame opwek

27

7. COMMUNIC ATIE EN PARTICIPATIE COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE HOOFDSTUK 7 De warmtetransitie kunnen we alleen samen doen. Als gemeente doen wij onderzoeken en informeren, ondersteunen en faciliteren wij inwoners, zodat onze inwoners zelf kunnen bepalen hoe de transitie eruit komt te zien voor hen. Om te zorgen dat we het samen kunnen doen, is goede communicatie en participatie belangrijk. Hiervoor is een communicatie- en participatieplan opgesteld. 28

In gemeente De Wolden is de individuele aardgasvrije woonoplossing momenteel de beste optie. Dit betekent dat inwoners niet afhankelijk zijn van collectieve systemen en zelf hun tempo kunnen bepalen in de overstap naar een duurzame warmtevoorziening. Wij willen helpen om de eerste stappen te zetten, namelijk energie besparen.

Samen met onze communicatieadviseurs, de bewonersinitiatieven, netbeheerders en woningcorporaties hebben wij in twee digitale sessies input verzameld voor een communicatie- en participatieplan. Het doel van dit plan is om draagvlak te creëren via begrip én bewustwording voor de warmtetransitie bij onze inwoners. Dit moet uiteindelijk leiden tot inwoners die zelf stappen gaan ondernemen op hun route naar een aardgasvrije woning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10875313/1