Transcript Raadsvergadering D'r op an - De Wolden 24.10.2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DE WOLDEN d.d. 24 oktober 2024
A. Vragenhalfuur voor inwoners over actuele onderwerpen B. Vragenhalfuur voor de raad De voorzitter: Goedenavond, gemeenteraad. Goedenavond, college. Publiek op de tribune, goedenavond. En mensen thuis die meekijken, altijd waardevol. We beginnen altijd voorafgaand aan de raadsvergadering met het vragenhalfuur voor de inwoners en het vragenhalfuur voor de raad. Maar voor beiden heeft zich niemand gemeld. Ik kijk nog heel even rond naar de raad, dat is correct. ALGEMEEN 1.
Opening De voorzitter: Dan gaan we direct namelijk door naar de opening van de raadsvergadering. Hiermee is de raadsvergadering geopend van 24 oktober. Raadsvergadering, ja we noemen dat tegenwoordig d’r op an, gaan we dan. Dus we gaan echt vanavond besluiten nemen, de besluitvormende raadsvergadering. Er staan mooie onderwerpen op de agenda, zoals de probleemsoorten in de flora, de informatievoorziening van de SWO, evaluatie van landschapsbeheer en nog een paar best leuke hamerpunten. Daarmee heb ik de raadsvergadering geopend. Er heeft zich niemand afwezig gemeld, dat klopt nog steeds. Maar we hebben vanavond wel een jarige in ons midden. Dus ik wil graag de heer Gol feliciteren met zijn verjaardag en dat doe ik met een bos bloemen. Van harte.
2.
Vaststelling agenda De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2, vaststellen van de agenda. Ik kijk de gemeenteraad rond. Kunnen we de agenda vaststellen zoals die voor ligt? Mijnheer Hulst. De heer Hulst: Voorzitter, wij wouden graag van punt 13, vaststelling bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Ommerweg 14, een bespreekstuk maken. De voorzitter: Oké, formeel mag u dat ook. Dus daarmee zou ik willen voorstellen…Maar ik zie daar een reactie op. Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Dank u wel. Ik heb toch wel een vraag aan de heer Hulst, want vorige week hebben we bij de opiniërende vergadering met elkaar afgesproken dat het allemaal waren we het mee eens, dat het een hamerstuk zou worden. En dat was ook de VVD-fractie. En vanwaar nu dat het toch een bespreekstuk moet worden? De voorzitter: Mijnheer Hulst. De heer Hulst: Ja, omdat wij vinden dat wij hier nog wat over willen zeggen.
De voorzitter: Daarmee is agendapunt 13 een bespreekstuk geworden. En stel ik voor om dat na agendapunt 10 te behandelen. Dan moet ik van de griffie even het mooie nummer noemen. 24RV010 gaat naar 10.B op de agenda. Andere punten naar aanleiding van de agenda? Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Dank u wel. Ik zou graag een opmerking willen maken bij ingekomen stuk 8, brief aan het college inzake fietspad Ruinen Echten. De voorzitter: Staat genoteerd. Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Hut: Ik zou graag een opmerking willen maken bij de besluitenlijst 26 september. De voorzitter: Staat genoteerd. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, ik zou graag een vraag willen stellen bij ingekomen stuk nummer 6. Het gaat over tijdelijke woningen. De voorzitter: Staat ook genoteerd. Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Graag zou ik de collega's van mij willen voorstellen om agendapunt 8, het bespreekstuk beleidsnota probleemsoorten flora, van de agenda te halen. Onze fractie is van mening dat de nota nog niet rijp is voor besluitvorming. Om het college de ruimte te geven om op eigen wijze meer invulling te geven aan de participatie doe ik het voorstel aan de collega's om op een later moment over te gaan op besluitvorming en het stuk vanavond dus niet in stemming te brengen. De voorzitter: Dit is een ordevoorstel en dan moet ik dat wel in stemming brengen.
En uw voorstel is om agendapunt 8, de beleidsnota probleemsoorten flora, van de agenda af te halen. Daarvoor heeft u een meerderheid in de gemeenteraad nodig. Wie is er voor het voorstel van de heer Bakker om het van de agenda af te halen? Ik zie de fractie van de VVD, ik zie de ChristenUnie en ik zie de fractie van, ik neem aan ook uw vinger, van het CDA. Daarmee blijft het punt gewoon op de agenda. De meerderheid van de raad wil dat behandelen. Kunnen we op deze manier de agenda dan vaststellen? Dan is daarmee de agenda vastgesteld. 3.
Besluitenlijst van de vergadering van 19 september en 26 september en 10 oktober 1. Besluitenlijsten opiniërende vergadering 19 september 2024 De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 3. Dat betreft de openbare besluitenlijsten van 19 september. Kunnen we die van 19 september vaststellen? Dank u wel. 2.Besluitenlijst 26 september 2024 De voorzitter: Dan ga ik naar de openbare besluitenlijsten van 26 september. En daar wilde mevrouw Jansen een opmerking maken. Mevrouw Jansen-Hut: Dank u wel, voorzitter. Bij punt 13, de VVD staat niet genoteerd bij stemming communicatieplan. Het ging over het amendement van de PvdA en de VVD was tegen. De voorzitter: Dan zullen wij dat alsnog corrigeren. Dus daarmee kunnen we dan de gewijzigde openbare besluitenlijst van 26 september vaststellen? Dank u wel.
3. Besluitenlijst opiniërende vergadering 10 oktober 2024 De voorzitter: Dan hebben we de openbare besluitenlijst van 10 oktober. Die kunnen we ongewijzigd vaststellen. Aldus besloten. 4.
Toezeggingenlijst totaal (24RV020) De voorzitter: Dan gaan we naar de toezeggingenlijst totaal per oktober 2024. Kunnen we die vaststellen? Dank u wel.
5.
Lijst met ingekomen stukken De voorzitter: Dan gaan we naar de lijst met ingekomen stukken. Die staat tegenwoordig wat eerder op de agenda. Dan wil mevrouw Assink een opmerking maken bij agendapunt 6, de raadsbrief over de concept beleidsregel tijdelijke woningen op particuliere percelen. Gaat uw gang. Mevrouw Assink: Dank u wel, voorzitter. Het stuk tijdelijke woningen ligt nu ter inzage en inwoners hebben de mogelijkheid om daar hun zienswijze op in te dienen. En er wordt melding van gemaakt dat het stuk dan op een of ander moment terugkomt naar de raad. Eigenlijk is mijn vraag, in welke vorm komt dit terug naar de raad? En als dat niet in de vorm is van een raadsvoorstel, dan zou mijn verzoek aan het college zijn om dat alsnog in die vorm te doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de portefeuillehouder, mevrouw Hempen. Mevrouw Hempen: Voorzitter, ik had begrepen dat het niet nodig was dat het met een raadsvoorstel richting de raad zou moeten. Maar als de raad dat wenst, dan kan dat geregeld worden. Maar dan hoor ik het van de raad. De voorzitter: Ik kijk de gemeenteraad rond. Het is een verzoek van mevrouw Assink om het als raadsvoorstel terug te laten komen. Mevrouw Assink: Voorzitter, dan zou mijn voorstel zijn zodra het definitieve besluit, hoe moet je het noemen, want het is nu concept, het ligt ter inzage.
Dus op enig moment komt daar denk ik een herziende versie uit. En dan wil ik het op dat moment eigenlijk op de agenda zetten. Dus ik weet niet of we daar vanavond al iets over moeten besluiten of dat ik een voorstel kan indienen richting de agendacommissie. De voorzitter: Ja, u kunt het voorstel richting de agendacommissie doen dan. Even kijken, want de raad gaat nou eenmaal over haar eigen agenda. Ik ga naar ingekomen stuk nummer 8, brief ten aanzien van het college inzake fietspad Ruinen Echten. Mevrouw Haanstra wilde daar een opmerking over maken. Gaat uw gang. Mevrouw Haanstra: Dank u wel. We begrijpen de zorg van de afzenders van de brief. We lezen dat het college probeert de benodigde gronden te kopen en haar uiterste best doet om het fietspad aan te kunnen leggen. Deze situatie duurt al bijna tien jaar. Wij vragen het college om de aanwonenden van het buurtschap Hees, Echtenseweg op de hoogte te houden van de stand van zaken van de aanleg van het ontbrekende deel van dit fietspad. De voorzitter: En u wilt daar een reactie op van wethouder Turksma?
De heer Turksma: Ja, op zich is dat prima. U geeft zelf al aan dat het erg lang duurt. En het is altijd moeilijk om in zo'n langdurig proces de mate van intensiteit van communicatie te bepalen. Maar ik denk dat het goed is om in ieder geval, dan wacht ik even af de ontwikkelingen die net zouden kunnen spelen, want er is weer opnieuw contact met de eigenaressen van de grond over of er dan nu een plan ligt wat wel de goedkeuring van weg dragen. Maar ik wil wel toezeggen dat wij voor het eind van het jaar in ieder geval iets laten horen. Ongeacht of dat een positief of nog een, we zijn nog geen stap verder situatie is. U begrijpt dat we daar helaas niet al te veel invloed op kunnen uitoefenen. De voorzitter: Oké, daarmee is de opmerking gemaakt. Mijnheer Hooch Antink, u wilt hier ook nog op reageren? De heer Hooch Antink: Mag ik hier dan een kleine reactie op geven, want het contact met de omwonenden heeft toevallig vanmiddag plaatsgevonden. Ik heb mijn collega wethouder Turksma hier nog geen terugkoppeling van gegeven, maar er is contact geweest en we zullen het contact intensiveren met de omwonenden. De voorzitter: Oké, helder. Dank u wel. Dan is daarmee de lijst met ingekomen stukken en de gewenste afhandeling vastgesteld. 6.
Mondelinge mededelingen college De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6, mondelinge mededelingen van het college. De heer Hooch Antink wil graag een mededeling doen. Gaat uw gang. De heer Hooch Antink: Dank u, voorzitter. Voor het zomerreces heeft de raad geld beschikbaar gesteld voor het ontruimen van de PFAS-bult aan de Meppelerweg. Momenteel zijn ze daar druk mee bezig. Zo het nu lijkt komen de werkzaamheden morgen of anders volgende week maandag af. Dat is even een korte mededeling. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan is daarmee ook dit agendapunt afgehandeld.
7.
Gelegenheid voor AB-leden van verbonden partijen voor het geven van een update De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 7. Dat luidt dat er gelegenheid is voor de AB-leden van verbonden partijen voor het geven van een update. En dan geef ik allereerst het woord aan wethouder Haar. Gaat uw gang. De heer Haar: Dank u wel, voorzitter. Op de agenda staat straks als hamerstuk de wijziging van de statuten van de RUD. Daarmee ook de naamswijziging, want de regionale uitvoeringsdienst Drenthe, dat wordt de Omgevingsdienst Drenthe. Dat is niet de enige wijziging, want de omgevingsdienst Drenthe is nu nog gehuisvest in twee verschillende panden, namelijk in Emmen en in Assen. En vanaf september volgend jaar zal dat in één pand zijn. Uit efficiëntieoverwegingen gebeurt dat wel met een goed sociaal plan erbij. Op een loopafstand van het station in Assen, tien minuten loopafstand. En daarmee ook wat de mobiliteit betreft denk ik een hele gunstige locatie, maar met name wat de integratie van het werk betreft denk ik een goede ontwikkeling. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan heeft ondergetekende als portefeuillehouder ook een mededeling voor u over de nieuwe werkwijze van de GR'en. Wat door de griffies is voorbereid in Drenthe. En dat er een
gezamenlijke reactie namens college en griffie wordt voorbereid. Want we moeten voor 1 november daarop reageren. En het leek me goed u deze procesafspraak even mee te delen. Dan kunnen we dit agendapunt afsluiten. BESLUITVORMEND (bespreekstukken) 8.
Beleidsnota probleemsoorten (flora) (24RV013) De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt 8. Vanaf daar zijn de besluitvormende stukken staan op de agenda. Discussie en besluitvorming vanavond. Er zullen geen technische vragen meer gesteld kunnen worden. En de bedoeling is nog heel even voor de scherpte dat u met name met elkaar in het debat voert hierop. Omdat de stukken ook in de opiniërende vergadering volledig toe zijn gelicht en door u zijn besproken met het college. Allereerst staat als agendapunt 8 de beleidsnota probleemsoorten flora. Wie kan ik daarvoor het woord geven? Even kijken, mevrouw Jansen. Mevrouw Kippers. De heer Lotterman. Die heb ik, ja. Mevrouw Vrielink. De heer Bakker. En mevrouw Assink. Oké, ik geef mevrouw Vrielink allereerst het woord. Gaat uw gang. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Dank u wel, voorzitter. In de nota probleemsoorten dat voor ons ligt, hebben we het over inheemse en uitheemse plantensoorten die een bedreiging vormen of schadelijk zijn voor de biodiversiteit en het lokale ecosysteem. In deze praktische nota is te lezen hoe we deze soorten herkennen, kunnen beheren of bestrijden.
We hebben het in de vorige opiniërende vergadering ook al genoemd, voorzitter, Gemeentebelangen vindt het belangrijk dat de aanpak op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau met betrokken organisaties en samen met onze inwoners goed en op een eenduidige wijze wordt opgepakt. Goede informatievoorziening en communicatie is hierin essentieel. Met elkaar kunnen we op eenvoudige wijze al veel doen om de verspreiding tegen te gaan. Maar je moet het alleen wel even weten hoe je dat doet. Bijvoorbeeld geen tuinafval in de natuur achterlaten. Afval van probleemsoorten in de grijze container gooien in plaats van de groene. En doe de melding van een probleemsoort via www.waarneming.nl Met betrekking tot de Aziatische hoornaar hebben we vorige week kunnen vernemen hoe belangrijk en succesvol het is dat inwoners die melding ook doen. Het is goed dat er een aparte paraaf over de aanpak van het Jakobskruiskruid is opgenomen in deze nota. Veel inwoners maken zich zorgen en ervaren overlast. De heer Vogelzang sprak hierover al in. Ook voor de Japanse duizendknoop, de plant die veel schade aan funderingen en wegdek kan veroorzaken, staat een aanpak beschreven. En bestrijden daarvan, van die plant, kost een zeer lange adem. In de provincie Zeeland ervaart men met veel overlast van een paar distelsoorten. De ecologische waarde wordt hier ook genoemd.
En afgelopen juni zijn er in overleg met terrein beherende organisaties daar goede afspraken gemaakt over het maaien en preventief maaien van die distels. En wanneer inwoners daar bijvoorbeeld een vriendelijk verzoek hebben gedaan aan derden om deze plant te maaien en als hier dan geen gehoor aan gegeven wordt, is de gemeente waar zij wonen bevoegd om hier iets over te besluiten. Gemeentebelangen ziet hier een hele mooie kans om die provinciale verordening, dat voor bloei verplicht maaien genoemd wordt, voor onze gemeente wellicht ook een heel goed uitgangspunt zou kunnen zijn voor het beheersen van het Jakobskruiskruid. En daarom dienen wij samen met D66 de volgende motie in. Hij komt in beeld. Ik ga hem eerst eventjes helemaal voorlezen. De raad van De Wolden bijeen in de vergadering van 24 oktober 2024. Overwegende dat De Wolden steeds vaker vragen krijgt hoe om te gaan met probleemsoorten in de flora, Jakobskruiskruid door veel inwoners als een probleemsoort wordt ervaren, wettelijk gemeenten geen verplichting hebben om het Jakobskruiskruid te bestrijden, deze plant bekend staat om zijn toxische eigenschappen die zeer schadelijk kunnen zijn voor zoogdieren, deze plant tegelijkertijd ook een belangrijke voedselbron is voor veel insecten en in de provincie Zeeland een distelverordening voor bloei verplicht maaien van kracht is.
Daar heb ik ook een linkje van in de motie staan. En is van oordeel dat, in onze
gemeente het Jakobskruiskruid op effectieve wijze beheersbaar moet worden. De beheersing van Jakobskruiskruid niet stopt bij de gemeentegrens. Dit alleen lukt wanneer de provinciebreed dit wordt opgepakt samen met andere gemeenteterrein, beherende organisaties, agrariërs, provincie, waterschappen, Rijkswaterstraat, ProRail, landschapsbeheer, et cetera, et cetera. En een provinciale verordening beheersing Jakobskruiskruid onze gemeente handvatten geeft. Daarom verzoeken wij het college, voorzitter, de provincie Drenthe op te roepen om te komen met een Jakobskruiskruid verordening. En hier alle belanghebbende partijen bij te betrekken. Deze motie en de provinciale distelverordening voor bloei verplicht maaien van de provincie Zeeland te delen met de andere Drentse gemeente en provincie om samen met inwoners aan de slag te kunnen gaan met de beheersing van het Jakobskruiskruid. Zo, dat was een heel verhaal. Goed, ik ga nog even verder. Ik heb nog een klein stukje. Er ligt dus hiervoor een nota die voor ons, zo lezen wij hem, niet in beton gegoten is. En waaruit blijkt dat we het echt samen moeten gaan doen. Het geldt niet alleen voor Jakobskruiskruid, maar het geldt dus voor heel veel meer soorten, hebben we kunnen lezen. Er is in deze nota ruimte voor het inspringen op de actuele ontwikkelingen. Voorlopig zal dit worden uitgevoerd binnen de bestaande budgetten.
Maar wanneer dit niet genoeg blijkt te zijn, en die kans die achten wij heel erg groot als Gemeentebelangen voorzitter, dan worden we hier wel graag over op de hoogte gehouden door het college. Tot zover. En ik wacht eventjes wat de rest zegt van de motie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vrielink. U dient de motie samen in met D66 als ik het goed heb begrepen. Mijnheer Lotterman, voert u het woord. De heer Lotterman: Dank u, voorzitter. In de eerste plaats mijn complimenten voor de heldere beleidsnota met handzame beslisbomen. En uitstekend dat gebruik is gemaakt van analoge beleidsstukken van andere overheden, zoals gemeente Tynaarlo en de provincie. Probleemsoorten uitroeien gaat niet. Het beste wat we dan kunnen doen is deze soorten zo efficiënt mogelijk bestrijden. Een zo goed mogelijk resultaat voor de beschikbare middelen die we hebben. Dit is nu precies het doel van deze beleidsnota. In het beleidsdocument wordt niet gesproken over de inzet van chemicaliën ter bestrijding. Dat vinden wij een goede zaak, omdat je nooit helemaal zeker weet dat er geen schadelijke neveneffecten zullen zijn. De gemeente is een belangrijke en bijzondere grondeigenaar met een eigen beheersdienst die deskundig is, dan wel deskundigheid opbouwen met betrekking tot de probleemsoorten en de bestrijding daarvan.
Meldingen zullen veel bij de gemeente binnenkomen of de eigen dienst constateert de aanwezigheid van een probleemsoort. Wanneer dan blijkt dat die probleemsoort op grond staat die niet in eigendom is van de gemeente, dan is de grondeigenaar aan zet. Op dit punt aangekomen lijkt het mij effectief en efficiënt dat de gemeente niet volstaat met een terugverwijzing naar de melder. Maar dat de gemeente de grondeigenaar erop wijst en deze ook adviseert hoe de betreffende probleemsoort het beste kan worden bestreden. Hierom doe ik de volgende suggestie. Overweeg als gemeente om andere grondeigenaren en terreinbeherende organisaties te attenderen op de aanwezigheid van probleemsoorten en te adviseren hoe deze bestreden moeten worden. En dan in het bijzonder, in het algemeen voor alle probleemsoorten en voor het Jakobskruiskruid in het bijzonder. Mijn vraag is dan hoe het college tegenover deze suggestie staat. Het Sint Jakobskruiskruid doet het meeste stof opwaaien. Geen exoot, goed voor de biodiversiteit, met name insecten, maar desastreus in gedroogde vorm voor paarden, koeien en schapen. Bovendien is deze plant bewust gezaaid in de bermen langs provinciale en rijkswegen en waterwegen. Logisch dat agrariërs hier kritisch naar kijken en vinden dat de overheid dit probleem moet aanpakken. Reden te meer om als gemeente eigenaarschap te tonen bij de bestrijding van het Jakobskruiskruid.
En dat dit zo'n belangrijk punt is voor onze veehouders met name hebben wij de motie van zo even van Gemeentebelangen mede ingediend. Dan een vraag die bij mij opkomt, ook omdat dat verderop op de agenda staat. Zou er voor de bestrijding kunnen worden samengewerkt met landschapsbeheer Drenthe? Ten aanzien van de participatie, in het raadsvoorstel staat dat de beleidsnota in concept is
voorgelegd aan een aantal landbouwvertegenwoordigers en dat daar afstemming mee is geweest. Daarmee wordt de indruk gewekt dat deze afstemming met deze organisatie heeft plaatsgevonden. Als nu blijkt dat aan een organisatie een e-mail is gestuurd waar geen reactie op is gekomen dan is het mijns inziens niet helemaal juist om daarvan de suggestie te wekken dat er afstemming heeft plaatsgevonden. Bij geen reactie zou in elk geval even gebeld moeten worden om te checken of de e-mail goed is ontvangen en of men daar nog even op zou willen reageren. Ik zou graag zien dat het college in haar informatievoorziening het risico op onjuiste interpretatie probeert te voorkomen en zorgvuldig te formuleren. Tot slot heb ik nog een vraag die tegelijkertijd ook een suggestie is. Nu we bijna een beleidsnota voor probleemplantensoorten hebben, heeft het college dan ook een overweging om analoog beleid te ontwikkelen voor probleemsoorten in de faunasfeer? Denk dan bijvoorbeeld aan de Aziatische hoornaar die de bijen op eet, de knut voor de blauwtong, enzovoort. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lotterman. Ik ga naar de heer Bakker. En ik denk dat het uw maiden speech is. Gaat u dan. Gaat uw gang. De heer Bakker: Ik zal hem er even bij pakken. Dank u wel, voorzitter. Ik ben de vierde generatie agrariër op de huidige locatie bij ons in het mooie Alteveer.
Ik kom uit een gezin van zes, waar de medemens en maatschappelijke thema's altijd een belangrijk punt waren. Omzien naar elkaar is ons thuis met de paplepel ingegoten. Na dertig jaar voor en aan mezelf te hebben gewerkt, wordt het tijd dat ik mezelf de ruimte geef om actief, wat actiever in te zetten, voor de omgeving en de mensen om mij heen. Vandaar dat ik hier nu zit. De verharding van de maatschappij is iets waar ik mij zorgen over maak. Hoe over hoe bepaalde bevolkingsgroepen wordt gepraat en om wordt gegaan, dat is niet best. Mijn opa zei eens, als je het ergens niet mee eens bent, zorg dan dat je er wat aan kunt doen. En blijf niet aan de zijlijn staan roepen, want dat gebeurt al veel te veel. Voorzitter, nu kom ik tot mijn punt. Ik denk dat het participatiegedeelte overgedaan moet worden in dit hele thema. Er staat nu gewoon een onjuistheid in het plan. Nu staat er dat het is voorgelegd, de heer Lotterman haalde de kolen nog een beetje uit het vuur voor mij, en dat het aan de landbouwvertegenwoordigers, de landschapsbeheer Drenthe, Natuurvereniging en dat met hen afstemming heeft plaatsgevonden. Nu heb ik de Dikke Van Dale eens even opengeslagen en de definitie van afstemming bekeken. Afstemming betekent, een gesprek voeren, bespreken, verwachtingen naar elkaar uitspreken en effectief samenwerken.
De wethouder die gaf op de vergadering van 10 oktober aan dat er geen gesprek is geweest met de landbouwpartijen. Dus in feite klopt het participatiegedeelte niet in dit plan. En moet het denk ik over. En wat daar de uitkomst ook van is, als de landbouw hier maar een stem in heeft, is voor mij prioriteit. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Dan ga ik naar mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Vrielink, u wilde reageren op de heer Bakker, denk ik. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Ja, het is een maiden speech, dus ik weet eigenlijk niet zo goed of ik daarop mag reageren. Of dat zo netjes is. De voorzitter: Daar mag u op reageren. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Wat ik u eigenlijk hoor zeggen is dat u het graag beter wilt. En wat u betreft gaat het allemaal opnieuw. Als Gemeentebelangen staan wij daar wel net iets anders in. We kunnen met elkaar
delen en we kunnen het met elkaar eens zijn dat in de communicatie dat er wel iets meer actie op geweest had kunnen zijn. Dat kunnen we het college meegeven, maar om het hele traject over te doen daar voelt Gemeentebelangen niks voor. De voorzitter: Mijnheer Bakker, u wilde daar nog op reageren? De heer Bakker: Alles hoeft niet over, alleen het stukje participatie hoeft over. En dat er dan misschien een kleine wijziging in de beleidsnota plaatsvindt, dat is maar afwachten. We kunnen natuurlijk niet iets ergens voor stemmen waarvan we niet weten als het goed is. Want er is geen afstemming geweest. De voorzitter: Mevrouw Vrielink. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Ja, nogmaals, de partijen zijn benaderd. Er is geen reactie geweest. Dan denk ik ook, we hebben de heer Vogelzang, die heeft ingesproken. Die heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid bij de opiniërende vergadering. De stukken waren toen openbaar. Tot nu toe hebben mensen daar vier weken de tijd voor gehad. Bij ons is er verder niemand op de lijn gekomen. Dus ik denk dat het niet zo heel veel zin heeft. De voorzitter: Ja, u wilde daar toch nog één keer op reageren. Gaat uw gang. De heer Bakker: Bij mij stond het telefoon wel roodgloeiend. En wat ik begrepen heb van de wethouder toentertijd, dat het op deze wijze plaats moest vinden. De voorzitter: Hierbij laten we het. Even kijken, dan gaan we naar mevrouw Kippers.
Mevrouw Kippers-van Lint: Wederom dank, voorzitter. Wij vinden het heel erg goed dat er een beleidsnota komt, omdat we inderdaad ook merken dat ook De Wolden te maken heeft met nieuwe soorten die de bekende soorten bedreigen. En over bedreigen weten we al langer dat het al gelang er gaande is, ook door andere oorzaken, want al meer dan 75 procent van de insectenpopulatie is verdwenen. En er verdwijnt steeds meer. Wij horen dat er ook zorgen zijn over de impact voor de agrarische sector. Nou heb ik afgelopen periode gemerkt dat als er zorgen zijn bij de agrarische sector, boeren heel goed weten op welke wijze ze zich van zich kunnen laten horen. Dus als het belangrijk is, kennen ze de wegen om de kaders opnieuw aan de kaak te stellen. Dus even reagerend ook op de reactie van CDA, ik denk dat ze ook genoeg kans hebben gehad om van zich te laten horen. En volgens mij kennen ze inmiddels ook al allerlei wegen om van zich te laten horen. Bovendien, en daar zijn we ook al heel blij mee, is er heel veel overlap met al bestaande nota, ook vanuit de provincie is al meegegeven. En dat lijkt ons zeer verstandig, omdat sommige zaken ook buiten de gemeentegronden gaan, maar zelfs ook buiten de gemeentegrenzen. Dan is het goed om daar duidelijkheid in te hebben hoe je daar mee omgaat.
Verder hebben ook andere partijen al aangegeven dat het goed is om ook met informatievoorziening aan de slag te gaan. Want het is niet alleen iets wat op gemeentegronden speelt. Het is net zo goed bij particulieren en bij bedrijven gaande. Dat snapt GroenLinks ook heel goed. Dat dat verstandig is om daar zeker ook in overleg te gaan en informatie te delen. Het is dan ook mooi dat er nog ruimte is voor verdere invulling. En dat zal wellicht ook noodzakelijk zijn. Dat kan natuurlijk ook vanuit de agrarische sector nog steeds verder ingevuld worden. Maar natuurlijk ook willen wij de ecologische impact niet onderbelicht laten. Want die staat heel erg onder druk. Daar willen wij nogmaals de aandacht op vestigen, dat ook deze kadernota daar een heel mooi uitgangspunt voor is. En dan kom ik ook weer bij de motie terecht. Want wij vragen ons wel af, wat is dan de toevoeging als er nog ruimte is voor nadere invulling. En zeker als we dan kijken naar voor de bloei verplicht maaien. Dan kom ik toch weer terug op de bedreiging van al
insecten en ook van vlinders. Misschien dat de rupsen nog wel kunnen profiteren van sommige planten. Maar als ze eenmaal metamorfose hebben gemaakt tot vlinder en je haalt de bloemen voor ze weg, dan ben je nog steeds die soort om zeep aan het helpen. Dus nogmaals vragen wij ook om daar nog steeds naar te blijven kijken. En hebben wij onze vraagtekens in welke mate de motie dan daarin ondersteunend is. Dus vooralsnog kunnen we niet meegaan met deze motie. Bij deze mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kippers. U heeft een reactie van mevrouw Vrielink. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Ja, ik wil wel even reageren. Deze motie hebben we dus ingediend, omdat het in Zeeland een succes is. Wij gaan ervan uit dat wat u schetst, het ecologisch belang, dat hebben wij ook gelezen, dat dat echt ook meegenomen wordt. Dus ik denk dat u wel mee kunt gaan in die motie. De voorzitter: Mevrouw Kippers, gaat uw gang. Mevrouw Kippers-van Lint: Ik wil er toch heel even op reageren. Het is goed dat daar het ecologische aspect dan ook wordt mee gekeken. Maar nogmaals, als je zegt voor de bloei verplicht maaien, zonder nog meteen onderzoek te doen naar wat andere mogelijkheden zijn, maar meteen zo inkadert, dan hebben wij daar toch onze vraagtekens bij. Maar we wachten af wat de andere partijen hiervan vinden. De voorzitter: Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter.
Ik wil toch even reageren op het feit dat je zegt dat de landbouw de weg wel kent. Maar hier is expliciet de landbouw verzocht van, wil je wat veranderd hebben, dan moet dat via de fracties. Dus vandaar dat we het zo doen. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Jansen. Gaat uw gang. Mevrouw Jansen-Hut: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat de boeren de weg wel weten als ze iets willen, dat snap ik. Maar ze gaan niet zo gauw de weg op voor Jakobkruiskruid. Nu nog niet, tenminste. Op zich kan de VVDfractie zich wel vinden in de beleidsnota, maar er zijn een aantal dingen die opvallen. Allereerst de participatie, het is al eerder genoemd. Er zijn verschillende landbouworganisaties aangeschreven via de e-mail, hoorden we tijdens de opiniërende vergadering. LTO, FDF, DAJK. En daarop zijn volgens de wethouder geen reacties gekomen en dan houdt het voor ons op. Maar houdt participatie niet meer in dan alleen een e-mail sturen, vragen wij ons af. Wat vindt de rest, dat heb ik eigenlijk al gehoord zo af en toe, wat de rest van de raad er van vindt, van de CDA en Gemeentebelangen, vindt eigenlijk dat het wel door kan gaan. Daarnaast staan een aantal tegenstrijdigheden in de beleidsnota. En dan kom ik toch weer bij het Jakobskruiskruid, wat vooral voor de agrariërs een groot probleem vormt. Want het is giftig voor de meeste zoogdieren.
In het werkprotocol op bladzijde 25 staat, wanneer een Jakobskruiskruid wordt verstoord door maaien, kan hij secundaire scheuten en bloemen vormen die in de herfst alsnog zaad produceren. Met daaronder het werkprotocol maaien. De voorzitter: U heeft een interruptie. Mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik begrijp dat dit een giftige plant is voor veel vee. Maar ik heb ook begrepen, maar misschien heb ik het mis, dat veel vee het uit zichzelf al niet eet en het vermijdt. Dus dan vraag ik me toch af, wat is dan het daadwerkelijke gevaar voor het vee als het al niet in aanmerking komt?
De voorzitter: Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Hut: Zolang de plant bloeit en staat in het weiland en het is giftig, dan eet een koe of een paard het niet. Maar die weilanden worden ook gemaaid als voedselvoorziening en in gedroogde vorm eet een koe of een paard het wel op en is het alsnog nog even giftig. De voorzitter: Gaat u door met uw inbreng, mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Hut: Ja, en dan hebben we nog een andere hardnekkige plant, de Japanse duizendknoop. Op de site van de NVWA lees ik, voor de bestrijding van de plant is een lange adem nodig. Alleen maaien helpt niet en vergroot juist de kans op verspreiding. Dit is tegenstrijdig met wat in de beleidsnota staat op bladzijde 5, maaien met maai-zuigcombinatie. En dan denk ik nog altijd aan een uitspraak van een oud buurman die zegt van, onkruid maaien is onkruid zaaien, onkruid trekken is onkruid nekken. Dat is er ook wel een. Dus wie moeten we dan geloven, de buurman of de beleidsnota? Toch denken wij dat voor alles geldt dat actie ondernemen door middel van maaien beter is dan niets doen. Ik wil graag nog even reacties horen van andere partijen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk even rond of er direct een reactie komt, mevrouw Jansen. Nog niet zie ik. Dan ga ik naar mevrouw Assink. Gaat uw gang. Mevrouw Assink: Dank u wel, voorzitter. Onze fractie kan instemmen met de nota.
Met de opmerking dat het zwakke punt in het geheel blijft dat de beslisboom of het beleid weinig handvatten biedt voor het afdwingen van de noodzakelijke actie door derden, in die gevallen waar de grond niet in bezit is van de gemeente. Dus een goede afstemming van de uitvoering en een consistent beleid tussen provincie en gemeente is noodzakelijk. Om tot een zelfde beleid richting inwoners en grondeigenaren te komen. En een samenhangend maai- en bestrijdingsbeleid uit te voeren. Mijn expertise schiet tekort om dan te adviseren wat dan een samenhangend maai- en bestrijdingsbeleid zou moeten zijn inhoudelijk. Dus dat laten we graag een deskundigen over. Maar ten aanzien van de motie, die ondersteunen wij wel. Want juist die roept op om richting provincie gezamenlijk op te trekken. En dat is eigenlijk het element, zoals in onze bijdrage al gesteld, waar wat ons betreft eigenlijk het zwakste punt zit in de uitvoerbaarheid eigenlijk van papier naar werkelijkheid. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. Ik ga naar wethouder Hempen voor met name reactie op de motie. Dank u wel. Mevrouw Hempen: Dank u wel, voorzitter. Ik zit net te denken, waar heb ik die motie. De motie, er wordt verzocht om in gesprek te gaan met de provincie, om die in elk geval op te roepen. Volgens mij werd ook al gezegd, het Jakobskruiskruid, dat stopt inderdaad niet bij de grens.
Dus wat mij betreft zou dit een goed idee zijn om in gesprek te gaan met de provincie. Om te kijken of we dat in Drenthe in elk geval gezamenlijk kunnen aanpakken. En niet alleen als De Wolden hiermee aan de slag gaan. En ik zag nog eventjes, want de motie voor bloei verplicht maaien, die wordt toegevoegd. Maar ik neem aan dat hier niet wordt bedoeld dat dat per se de oplossing moet zijn. Dat zou ik nog wel eventjes graag willen weten, want dat hoor ik van GroenLinks, het maaien, maar er kan natuurlijk een andere oplossing uitkomen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik ga de tweede termijn daarmee in. Mevrouw Vrielink, gaat uw gang.
Mevrouw Vrielink-Linthorst: Dank u wel, voorzitter. Dit wat hier staat voor bloei verplicht maaien, dat is de naam van het, zoals het document genoemd is. En daar staat dus bijvoorbeeld ook in, wat wij hebben gelezen is, dat de vierkante meters meer losgelaten worden. En er wordt echt gezegd, op bepaalde gebieden willen we deze plant gewoon niet. En op sommige plekken kan die zich prima gedijen en daar is die van harte welkom. De voorzitter: Wie heeft er van de raad nog meer behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Jansen, gaat uw gang. Mevrouw Jansen-Hut: Ja, we zitten nog even te dubben met de motie. Nou ja, dubben. Zelf heb ik wel een beetje het gevoel dat het een beetje een goedmakertje is om dan toch alsnog de participatie te doen. Maar dat is meer mijn eigen gevoel. Op zich kunnen wij het daar wel mee eens zijn, at dan de participatie ook goed gedaan wordt. En voor de rest laat ik het daar bij. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Dank, voorzitter. Ja, ik zou een korte opmerking willen maken over het raadsvoorstel en even willen reageren op de motie zoals het er ligt. En over dat stukje afstemming of participatie, natuurlijk al door een aantal collega's wat gezegd. En ik denk dat het waar is dat in dit geval, ik zou haast zeggen opnieuw, twee dingen tegelijk waar kunnen zijn.
Dus wat mij betreft is het zeker de verantwoordelijkheid van de betrokken partijen om als ze uitgenodigd worden om te reageren om dat dan ook daadwerkelijk te doen. Aan de andere kant denk ik ook dat het helemaal niet per se een onredelijke verwachting is richting het college dat bij een onderwerp wat gevoelig ligt, waarvan we dat weten, niet een mailtje te sturen en daarna te concluderen als daar geen reactie op komt dat kennelijk niet de behoefte leeft. Maar om daar een keer achteraan te bellen, nog een keer te mailen, volgens mij is dat geen onredelijke verwachting. En met name het feit dat dan in het raadsvoorstel wel wordt gesproken over afstemming, dat ben ik met de heer Bakker eens, dat is onhandig te noemen. Kijkende naar de motie, denk ik dat ik het eens ben met de wethouder, dat volgens mij hier inderdaad vooral de oproep richting een provincie is om te komen met een verordening. Dat daar een tip onder ligt om eens te kijken naar het voorbeeld in Zeeland lijkt mij verstandig. Maar dat is volgens mij geen per se richtinggevende verplichting. Op hoofdlijnen kan ik mee met het stuk en de motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Hollander. Mijnheer Bakker, gaat uw gang. De heer Bakker: Ja, de reactie gehoord te hebben van de wethouder, participatie hoor ik eigenlijk niet zoveel over.
Dus daarom dien ik graag een motie in, die ik al een beetje voorbereid heb. Wilt u die uitdelen voor mij, alstublieft? De voorzitter: Die wordt uitgedeeld, maar leest u hem voor. De heer Bakker: De motie die heet, betrek boeren bij de aanpak van de probleemsoorten. En daar hoor ik straks ook graag de reacties op. Moet ik hem helemaal voorlezen? De voorzitter: Ja, ik verzoek u de motie even voor te lezen, met name het dictum. De heer Bakker: Ik verzoek dus het college om binnen vier weken contact te zoeken met relevante boerenvertegenwoordigers om hun zienswijze op bestrijding van het Jakobskruiskruid en eventueel andere probleemsoorten te bespreken. Bij de uitvoering van de beleidsnota probleemsoorten de expertise van de Woldense agrariërs te benutten. Gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Het is helder. Wachten even totdat die uitgedeeld is. En u vraagt ongetwijfeld aan andere fracties om ook hierop te reageren. Ik ga gewoon even het rijtje af. Mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Dank, voorzitter. Ik heb een drietal vragen op basis van deze motie. Eén, waarom die vier weken? De tweede, wie zijn dan de relevante boerenvertegenwoordigers? En drie, misschien wel de belangrijkste, als we dit stuk, de onderliggende beleidsnota, aannemen gaat dat gesprek niets meer veranderen aan de inhoud daarvan. Wat is dan nog het doel van het gesprek met die relevante partijen? De voorzitter: Duidelijke vragen. Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Vier weken is uit de lucht gegrepen. Kan ik heel koud over wezen. Het mag ook zes worden hoor, als dat beter is. Met wie? Sowieso LTO. Ik denk dat de heer Vogelzang hier al heel veel tijd in heeft gestoken. Ik denk ook Drents Agrarisch Jongeren Kontakt. En neem een random agrariër. Ik zou best wel willen helpen om een lijstje samen te stellen. Wat was vraag drie ook alweer? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Dank, voorzitter. Ja, wellicht was de volgorde van mijn vragen ook niet heel handig. Want de laatste was misschien wel de belangrijkste. Maar wat het doel dan is van dat gesprek? Want het gesprek aangaan is altijd een goed idee.
Maar wat is dan, de beleidsnota staat dan al vast, even daarop vooruitlopende. Wat is dan het doel nog van dat gesprek? De voorzitter: Een glasheldere vraag. Mijnheer Bakker. De heer Bakker: In eerste instantie had ik hem natuurlijk van de agenda willen halen. Maar waar het mij eigenlijk om gaat, dat hele afstemmingsverhaal. Maar wat de uitkomst is van die gesprekken, daar ga ik ook niet over. Maar er staat in het collegevoorstel staat dat er afstemming is geweest. En dat is gewoon niet zo. Dus ik vind gewoon dat de landbouw in de breedste zin van het woord recht heeft op een stem hierin. Dat is voor mij prioriteit. De voorzitter: Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Dank u wel. Dan vraag ik me toch af, mijnheer Bakker, mevrouw Vrielink gaf het net ook al aan, bent u het dan niet met ons eens dat als deze mensen en deze afgevaardigden het zo belangrijk zouden hebben gevonden, dat ze invloed willen uitoefenen op het beleid, dan waren ze toch op de lijn gekomen. Bent u het dan daar niet mee eens? De voorzitter: Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Nogmaals, ze zijn op de lijn gekomen en hen is verzocht, als je wat veranderen wil, moet dat via de fracties. Dus volgens mij doe ik dat nu. De voorzitter: Mevrouw Jansen.
Mevrouw Jansen-Hut: Ja, ik herinner me 10 oktober op de opiniërende vergadering dat Gemeentebelangen ook de vraag stelde over participatie en of er nog een keer gebeld is. De voorzitter: Mevrouw Haanstra.
Mevrouw Haanstra: Volgens mij zei mevrouw Vrielink dat net toch ook? Mevrouw Jansen-Hut: Oké, dan zou ik graag een reactie willen op de motie van de wethouder als dat kan. De voorzitter: Gaan we zo meteen vragen. Mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Ja, ik wil ook nog even op beide moties reageren om al iets duidelijk te hebben. GroenLinks is het helemaal mee eens dat als je het hebt over afstemming, dat er ook afstemming moet hebben plaatsgevonden. Dus dat er dan gestruikeld wordt over een woord kunnen wij volgen. Zeker ook met de eerste motie van D66, Gemeentebelangen, kunnen we ook volgen om echt in samenwerking met de provincie op te zoeken. Waar wij alleen daarmee zitten is, wij hebben nu geen inzicht in die provinciale distelverordening van Zeeland. Dus dat maakt het voor ons een beetje lastig. Dat is het struikelblok. Het is wel toegelicht, maar de precieze inzage hebben wij niet zo snel voor ons. En dan gaan wij wat dat betreft verder mee met wat ChristenUnie net al aangaf over de motie van CDA. We bespreken het nu. Er wordt nu een besluit genomen. En wij vragen ons dan af, natuurlijk kun je altijd in gesprek gaan en die afstemming alsnog laten plaatsvinden. Maar wat is dan de toevoeging van deze motie? Dus dat blijft ook wel voor ons een lastig punt. En wij zijn dan ook benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop.
De voorzitter: Wilt u daar nog op reageren, mijnheer Bakker? De heer Bakker: Wat ik persoonlijk een beetje hoop, dat de beslisboom van het Jakobskruiskruid iets aangepast wordt. Dat was ook een grote wens vanuit de landbouw. Dus vandaar. De voorzitter: Oké, ik kijk nog eventjes rond. Mevrouw Vrielink. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Nog een kleine, een korte reactie op mevrouw Kippers. Hier staat dus, in onze motie staat dus die distelverordening van Zeeland, hebben we hierin beschreven. Dat is een voorbeeld hoe het zou kunnen om samen met provincies alle gemeenten samen op te trekken. Dus het hoeft niet per se dit precies te worden, maar neem het als voorbeeld hoe zij het hebben aangevlogen. En dat je het dus met zijn allen echt moet doen. De voorzitter: Mijnheer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Dank, voorzitter. Ik heb toch nog even een vraag aan de heer Bakker. Ik snap dat hij niet heel blij is met het feit dat de mensen in de landbouwsector helaas nog niet hebben kunnen participeren, omdat ze blijkbaar een e-mail over het hoofd gezien hebben. Maar ik hoor u ook zeggen, en als ze dat gesprek dan aangaan, de landbouwers zijn niet zo blij met de beslisboom van het Jakobskruiskruid. Maar er hebben heel veel partijen aan tafel gezeten. En die hebben dat samen beslist.
En dan wordt het wel heel vreemd als je dan één partij opnieuw aan tafel vraagt en die in zijn eentje dan mogelijkerwijs de beslissing die al die andere partijen bij elkaar hebben gedaan verandert. Dat kan niet. Dan moet iedereen weer aan tafel. De voorzitter: Voordat we naar de wethouder gaan, geef ik de heer Bakker nog een mogelijkheid te reageren. De heer Bakker: Maar die zijn van harte welkom, neem ik aan. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Hempen, ziet u kans om te reageren op de motie van het CDA?
Mevrouw Hempen: Ja, zeker. Er wordt gevraagd om binnen vier weken of iets langer in elk geval contact te zoeken met de boerenvertegenwoordigers. Elk half jaar hebben we het gesprek met DAJK, met de LTO en met FDF. Dus het gesprek vindt wel plaats. En het is niet zo dat Jakobskruiskruid daar nooit op de agenda heeft gestaan. Dus daar hebben we wel zeker het gesprek over gevoerd ook. Ik weet dat de boeren bijvoorbeeld heel graag zelf zouden willen maaien. Dus dat gesprek ga ik sowieso weer aan. Ik ga het gesprek ook met hen aan van, hoe kan ik jullie het beste betrekken als we een vraag hebben aan jullie. Moeten we dat via de mail doen? Hebben we de verkeerde mailadressen? Ik vermoed van niet. Ik vermoed dat men dan zegt van, doe het via de app. Want ook ik heb daar wel eventjes naar geïnformeerd. Maar dat zal zeker een onderwerp van gesprek zijn. Maar ik kan niet op dat moment zeggen van, dan gaan we de beslisboom aanpassen. Want dat is volgens mij het besluit wat hier nu genomen wordt. En die beslisboom die is juist hetzelfde als eigenlijk ook de provincie heeft. Daardoor scheppen we eigenlijk enigszins duidelijkheid dat we hetzelfde doen als de provincie ook doet. Dat niet bij de ene weg je het op die manier moet melden en bij een andere weg weer op een andere manier. Dus ik denk dat dat de kracht van de beslisboom is zoals die er nu uitziet.
En nogmaals, dat gesprek, ik durf zo niet te zeggen wanneer het eerste gesprek is wat we voeren met de boerenorganisaties. Maar elk half jaar, dus dan nemen we hem zeker mee. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik kijk de gemeenteraad rond. Volgens mij bent u aardig van standpunt gewisseld. Wilt u nog een laatste opmerking maken, mijnheer Bakker, voordat ik de beraadslaging ga sluiten? Gaat uw gang. De heer Bakker: Als ik het goed begrijp dus, dan wordt bij de uitvoering van de beleidsnota de expertise van de Woldense boeren wel meegenomen? Heb ik dat goed begrepen? De voorzitter: Mevrouw Hempen, wilt u daar nog op reageren? Mevrouw Hempen: De expertise wordt in elk geval zo meegenomen dat als zij een melding doen dat, een boer vrij goed weet of het Jakobskruiskruid is of Boerenwormkruid of iets dergelijks, dat we die melding serieus nemen en dat we daarmee aan de slag gaan. Maar niet dat we de beslisboom aanpassen en dat we het op dat moment anders gaan doen. Tenzij, daar kom ik toch even, tenzij die andere motie wordt aangenomen en daar een ander verhaal onder komt te liggen. De voorzitter: Dat is helder. Ik stel voor dat we de beraadslagingen sluiten. We hebben aardig…Ik zie de heer Den Hollander ook nog. Een laatste opmerking, mijnheer Den Hollander.
De heer Den Hollander: Nee hoor, dat was misschien een beetje voor mijn beurt, maar ik zou graag een korte stemverklaring willen afgeven straks. De voorzitter: Oké. Dan ga ik de beraadslagingen sluiten. Ik wilde vragen wie er een stemverklaring wil afleggen. Dat is in ieder geval de heer Den Hollander. Het voorgestelde besluit luidt, de opgestelde beleidsnota probleemsoorten flora vast te stellen. Ik breng het hoofdvoorstel straks gewoon in stemming. Daarna zullen we over de moties stemmen. Mijnheer Den Hollander, u wilde een stemverklaring afleggen. Gaat uw gang. De heer Den Hollander: Dank, voorzitter. Op het hoofdvoorstel zou ik mezelf graag willen herhalen dat het gebruik van de term afstemming in het raadsvoorstel op zijn minst onhandig te noemen is. Maar wat ons betreft niet een blokker op het hoofdvoorstel. Dus daar kunnen we in mee. De motie van het CDA is mijn vrees dat het onterechte verwachtingen schept. Omdat, zoals de wethouder ook al zei, aanpassing van bijvoorbeeld specifiek een beslisboom op dat moment niet meer aan de orde is. Dus het lijkt mij heel goed om samen op te
trekken met boerenvertegenwoordigers. Maar ik denk dat deze motie potentieel onterechte verwachtingen schept. En daarom gaan we daar niet in mee. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bouwers, u wilt ook een stemverklaring afleggen. Gaat uw gang. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Onze fractie zal tegen het voorstel stemmen. Met pijn in het hart moet ik zeggen, want er zitten heel veel goede elementen in die onze fractie ook aanspreken. Maar we hebben op verschillende wijzen getracht boeren te betrekken bij het vormgeven van dit beleid. We vinden het incorrect en onjuist hoe nu in het voorstel staat omschreven dat die afstemming met boerenorganisaties er wel is geweest. De motie die onze fractie dus ook indient, die juist vraagt om de expertise van onze lokale boeren te benutten en om contact te zoeken, zou toch wel het minste zijn. Dat betekent dat onze voltallige fractie tegen dit voorstel zal stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan breng ik het hoofdvoorstel bij deze in stemming. Wie is er voor het hoofdvoorstel? Dat is de fractie van Gemeentebelangen, dat is de fractie van de VVD, dat is de fractie van GroenLinks, ChristenUnie, D66, PvdA. Wie is er tegen dit voorstel? Dat is de fractie van het CDA. Daarmee is het hoofdvoorstel aangenomen. Dan heb ik twee moties die in stemming gebracht moeten worden, dat is ongewijzigd denk ik? Ja.
Dan ga ik eerst naar de motie van D66 en Gemeentebelangen. Die verzoekt het college de provincie Drenthe op te roepen om te komen met een Jakobskruiskruidverordening en hier alle belanghebbende partijen bij te betrekken. En deze motie en provinciale distelverordening voor bloei verplicht maaien, provincie Zeeland, te delen met de andere Drentse gemeenten en provinciën om samen met de inwoners aan de slag te kunnen gaan met de beheersing van het Jakobskruiskruid. Wie is er voor deze motie? Dat is de voltallige raad en daarmee is de motie aangenomen. Dan hebben we de motie van het CDA die in stemming wordt gebracht. De motie van het CDA verzoekt het college om binnen vier weken, tussen haakjes, opnieuw contact te zoeken met relevante boerenvertegenwoordigers om hun zienswijze op de bestrijding van Jakobskruiskruid en eventueel andere probleemsoorten te bespreken. En bij de uitvoering van de beleidsnota probleemsoorten, tussen haakjes, flora de expertise van de Woldense boeren te benutten. Wie is er voor deze motie? Dat is de fractie van het CDA. Wie is er tegen deze motie? Dat is Gemeentebelangen, dat is VVD, GroenLinks, ChristenUnie. D66, PvdA. Daarmee is de motie verworpen. Aldus besloten. 9.
Toekomstvaste informatievoorziening SWO (24RV006) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9. En dat gaat over de toekomstvaste informatievoorziening SWO. Het stuk 24RV006. Het college wil de informatievoorziening van de SWO en daarmee die van beide gemeenten op orde brengen. Vanuit de opgebouwde achterstanden wil het college het niveau weer van een gemiddelde gemeentelijke organisatie brengen. Daarmee voldoet de organisatie aan de eisen die gesteld worden vanuit de wet- en regelgeving, informatieveiligheid, dienstverlening en efficiëntie en continuïteit van de bedrijfsvoering. Wie wil over dit agendapunt het woord voeren? De heer Hulst, mevrouw Kippers, de heer Den Hollander, de heer Lotterman, de heer Benning, mevrouw De Boer en mevrouw Assink. Mevrouw Assink, gaat uw gang. Mevrouw Assink: Voorzitter, het is duidelijk dat De Wolden niet op niveau is qua IT en informatiebeheer en cybersecurity. En dat betekent voor onze fractie dat wij de conclusie en de aanbeveling van M&I volgen. Waarbij we opmerken, zoals we ook al in de opiniërende bijeenkomst hebben gezegd, dat alleen als de processen en de werkwijze van de organisatie worden aangepast, dat dan de IT-upgrade, om het maar even zo te noemen, zich zal uitbetalen. Als de organisatie blijft werken met bypasses en niet-uniforme processen of gebrekkige aansturing, dan is deze investering deels weggegooid geld.
Ook al eerder aangehaald, maar ik wil
het nog een keer benoemen. Ik denk dat het heel belangrijk is om te zorgen dat de reorganisatie doorgezet wordt, dat die parallel gaat met de investering in informatievoorziening en dat die ook onafhankelijk is van welke gemeentesecretarissen aan het roer zitten. Dat we echt blijven borgen dat de ingezette lijn ook door de hele organisatie wordt gedragen. Er wordt gerept over inverdiende effecten. Hoe gaat het afdwingen en het meten van de inverdieneffecten eruit zien? Vooral ook in het licht dat er met ingang van 2028 uitgegaan wordt van kostenneutraliteit. Het raadsvoorstel meldt dat de SWO frequent zal rapporteren. Maar is er al nagedacht op voorhand over de te behalen efficiëntie en hoe deze uniform en structureel wordt gemonitord? Wat betreft de inhoud van het raadsvoorstel, kunnen we het toch niet nalaten om over pagina 5 een opmerking te maken. Hier wordt ook gerefereerd naar onze inwoners, waarbij die wederom klanten worden genoemd. En gesteld wordt dat klanten gewend zijn om online te kopen en realtime bediend te worden. Wat onze fractie betreft is dat echt een denkfout. We hebben het ook al eens gezegd bij de kadernota en de begroting. Maar de gemeente is geen bedrijf en de inwoner is geen klant. En natuurlijk moeten inwoners een adequate respons van de gemeente krijgen. Maar dat is niet hetzelfde als realtime bediend worden. We zijn geen winkeltje.
En het doel van deze investering dat is dat we als gemeente doelmatig moeten zijn. Doeltreffend. Gestandaardiseerd en uniform werken en op een uniforme wijze inrichting en uitvoering geven aan de gemeentelijke taken. Maar dat is echt wat anders dan inwoners realtime willen bedienen. En voor die doelmatigheid en doeltreffendheid daarvoor moet zowel de IT als de organisatie op een adequate manier worden ingericht. Dan afsluitend, voorzitter, de financiën. We besluiten nu om 2 miljoen ter beschikking te stellen en een reserve in te stellen. Waarom vinden we het eigenlijk verantwoord om daar nu al over te besluiten? Eigenlijk, zeg je idealiter, is dat een besluit dat je integraal bij de begroting neemt. Maar wat onze fractie betreft is eigenlijk deze investering zo onontkoombaar dat we niet hoeven te wachten tot de begroting voor dit voor ligt. Maar is het onontkomelijk om naar niveau 3 te gaan, vanuit met name ook security oogpunt. Dus vinden wij het verantwoord om nu dit besluit te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. Mijnheer Hulst. De heer Hulst: Dank u, voorzitter. Het is geen heel vrolijk beeld wat uit dat raadvoorstel naar voren komt met betrekking tot de informatievoorziening en hoe die niet op orde is binnen de organisatie. Lage rapportcijfers, dat is toch allemaal wel vrij zorgelijk.
Mevrouw Assink benoemde het net ook al, het is niet alleen dat, je kan je informatievoorziening op orde brengen, maar als je organisatie er verder ook niet goed staat, en dat blijkt eigenlijk ook wel uit het voorstel, dan schiet je niks op als je alleen dat onderdeel hebt gerepareerd, om het zo maar te zeggen. En natuurlijk moet dat wel gebeuren, maar eigenlijk moet die integrale benadering hier opgepakt worden, waarbij het inderdaad gaat om eigenaarschap, bewustzijn van de kennis van de mensen, om eigenlijk de uitvoeringskracht van de totale organisatie te verbeteren, in combinatie dus ook met die informatievoorziening die op orde moet zijn. Er is al heel veel gezegd door mevrouw Assink, en dat kunnen wij zeker onderschrijven, dus we gaan ook niet een heel technisch verhaal hier houden over hoe het allemaal zit, want een organisatieadviesexpert kan hier zijn tanden op stuk bijten volgens mij, als je dit als project hebt. Maar wij vinden inderdaad dat er wat moet gebeuren, en dat dat moet worden opgepakt, en dat dat ook een continu proces en blijvend geborgd proces moet zijn. Dus wij stemmen in met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hulst. Mijnheer Lotterman. De heer Lotterman: Dank u, voorzitter. De noodzaak staat buiten kijf. Niet doen is geen optie. Dit moet gewoon. Met deze investering komen we op het niveau van een gemiddelde gemeente.
En op dit moment is het ambitieus. Een mooie en realiseerbare ambitie. D66 zou het wel toejuichen dat in gaandeweg de ontwikkeling in de komende jaren, deze ambitie nog wordt aangescherpt tot het niveau dat past bij de
koplopers. Een erop en erover mentaliteit zou wat dat betreft mooi zijn. Ten aanzien van de inverdieneffecten zou ik de suggestie willen doen om waar dat van toepassing is te sturen op het overbodig maken van functieonderdelen. En essentieel daarvoor is dat medewerkers beloond worden voor het meewerken aan het elimineren van delen van hun functie. Zodat het niet als een bedreiging wordt gezien. Bij deze suggestie hoort dat deze inverdieneffecten worden gemonitord en dat deze in de begroting van de SWO tot uitdrukking gaan komen. Cruciaal is het meekrijgen van de medewerkers die met de nieuwe ICT-systemen te maken krijgen. Dat zijn dus alle medewerkers. Hier moet expliciet aandacht voor zijn in de stukken, zie ik hier niet zo heel veel woorden aan besteed. Maar ik hoop omdat het vanzelfsprekend is. Een van de genoemde concrete maatregelen is dat er een verandermanager wordt aangesteld. En het zou goed zijn om duidelijk aan te geven wat er van de verandermanager wordt verwacht. Dat is dan een uitwerking, wat mij betreft, van hoe ervoor te zorgen dat alle medewerkers gaan willen wat ze moeten. Pas wanneer de medewerkers voordeel ervaren van het op de nieuwe manier werken, kan het beoogde resultaat worden bereikt. Zo niet, dan is er een groot risico dat men op de oude manier blijft werken. Het nieuwe systeem wordt zodanig gemanipuleerd dat men er zo weinig mogelijk last van heeft.
Men werkt om het systeem heen in plaats van met het systeem. Op deze manier zal het beoogde inverdienen dan veranderen in uitverdienen en is het project mislukt. Laat het zover niet komen, besteed de tijd en aandacht die nodig is om alle medewerkers mee te krijgen in dit veranderingsproces. Onder vermelding van die genoemde aandachtspunten zal D66 het voorstel steunen. De voorzitter: Mijnheer Lotterman, dank u wel. Mijnheer Benning. De heer Benning: Voorzitter, dank u wel. Tijdens de vorige vergadering hebben we dit onderwerp al helemaal doorgespit. Duidelijk is dat er een inhaalslag gemaakt moet worden. Het bureau M&I heeft hier een plan voor gemaakt om in vijf jaar op niveau 3 uit te komen. Ik denk dat we met zijn allen eens zijn dat de goede informatievoorziening van groot belang is om die SWO goed te laten functioneren. Andere partijen hebben ook al gezegd dat de mensen in de organisatie hier dan ook mee aan de slag moeten gaan. Volgens mij heb ik dat de twee secretaris-directeur tijdens de presentatie ook behoorlijk iets over horen zeggen. Ik ga ervan uit dat dat ook meegenomen wordt. Het project kost de komende vijf jaar 2 miljoen voor de gemeente De Wolden. Het voorstel is om deze nu uit de algemene reserves te dekken. Wij kunnen hier nu mee instemmen. Voorzitter, wat mevrouw Assink zei, dat denken wij ook. We denken niet gemakkelijk om zomaar uit de reserve te putten.
Maar in dit geval achten wij dat gerechtvaardigd, omdat het echt wel gisteren moet beginnen, dit project. Dan nog als uitgangspunt wordt genomen dat na vijf jaar eventueel nieuwe kosten, kostenneutraal kunnen worden gedekt. Maar hierover hadden we dezelfde opmerkingen als de Partij van de Arbeid. Voorzitter, wij zullen ook instemmen met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Benning. Dan ga ik naar mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Dank u wel, voorzitter. Andere partijen hebben het ook al aangegeven, het staat buiten kijf als je wilt dat je dienstverlening in orde is, naar de inwoners toe, want we zijn het met PvdA eens, het zijn geen klanten. We doen het nog steeds voor onze inwoners, die staan immers op één. Dan is het ook belangrijk dat het hele systeem er achter goed functioneert. En het is niet alleen de hele ICT, dat zijn ook de mensen zelf en de manier van werken. Heel goed dat het integraal wordt opgepakt binnen het SWO. En dat we ook daarmee zorgen dat er ook betere communicatie komt. Dan hebben we het niet over de medewerkers zelf, maar ook tussen de systemen en de programma's. Dat het ook meer op één lijn komt en dat dat beter aangepakt wordt. En heel goed dat er ook gekeken wordt hoe er dan het beste mee gewerkt kan worden om tot het gemeenschappelijke doel te komen, namelijk het bedienen van onze inwoners.
Daar kunnen we alleen maar positief over zijn. Vorige keer hebben we ook al wat vraagtekens erbij gezet. Want het neemt wat tijd in
beslag en we zitten nog niet op het gewenste niveau. We hebben een inhaalslag te maken, daarom bespreken we dit vanavond ook. Er is ook gesproken over, maar we verdienen dit ook weer terug. Ons is nog niet helemaal helder op welke wijze het dan terug wordt verdiend. Ondanks de voorbeelden die zijn gegeven. We hebben dan ook al eerder het verzoek ingediend om terugkoppeling te geven. Om aan de raad kenbaar te maken hoe dit dan in elkaar zit en hoe het met financiën gaat. Want dit komt natuurlijk bovenop de al begrote bedragen die hier al ingestopt worden. En we kunnen op zich begrijpen dat het daarom een inhaalslag is en uit de reserve wordt gehaald om die inhaalslag te kunnen maken. Maar dit is niet iets wat daarmee stopt. Want anders loop je straks weer achter de feiten aan en ben je straks weer niet op het niveau. Want de ontwikkelingen gaan snel. En ook eerder hebben we dit al aangegeven. Dus als je het dan net op peil hebt is het belangrijk dat het ook op peil blijft en dat je het niveau blijft halen. Samen met CDA en ChristenUnie zullen wij dan ook mee instemmen met het amendement dat zij zullen toelichten. Dus ik geef al aan dat die er aankomt. En dat past hier helemaal bij het verhaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kippers. Mevrouw de Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Dank u wel, voorzitter.