CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 2 juni 2022

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente De WoldenBij agendapunt: Opening24.296 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DE WOLDEN d.d. 2 juni 2022

a.

Vragenhalfuur voor de inwoners De voorzitter: Dames en heren, gemeenteraadsleden. Dames en heren op de publieke tribune. En mensen thuis die meekijken. Goedenavond bij de vergadering van 2 juni. Voorafgaand aan de raadsvergadering hebben wij altijd de mogelijkheid tot inspreken voor onze inwoners en tot een vragenuurtje van de raad. En ook nog mededelingen van het college, als die er zijn, voordat de raadsvergadering wordt gestart. Dus hierbij open ik dan dit gedeelte van de vergadering. Excuses dat we iets later in de lucht zijn gekomen. En dat heeft met name te maken dat we vanavond ook foto’s maakten van de voltallige raad. Het zonnetje schijnt, dus daar is alle reden toe om die foto’s vanavond te maken. Maar vanavond tijdens de vergadering zullen er ook impressiefoto’s van de vergadering worden gemaakt. Dat dien ik ook van tevoren wel even mede te delen aan het publiek op de tribune. Ik hoop dat daar geen bezwaren tegen zijn. Maar dat u dat in ieder geval van tevoren weet. Dan gaan we starten met het vragenhalfuur voor de inwoners. Er hebben zich twee insprekers gemeld. Alle twee op agendapunt zeven straks van de raadsvergadering: de toekomstbestendige inzameling van oud papier en karton. En ik vraag allereerst de heer Martijn Mulder, bestuurslid van plaatselijk belang Linde, om het woord te voeren. En u weet: u heeft daarvoor vijf minuten.

De heer Mulder: Dat gaat makkelijk lukken. De voorzitter: Dat klinkt goed. Gaat uw gang, meneer Mulder. De heer Mulder: Ja. Hij doet het nu. Geachte voorzitter, leden van de gemeenteraad, publiek en overige luisteraars. Mijn naam is Martijn Mulder en ik sta hier nu als voorzitter van plaatselijk belang Linde. Maar ik ben niet alleen gevraagd om in te spreken namens plaatselijk belang Linde, maar namens alle organisaties die betrokken zijn bij het ophalen van oud papier in gemeente De Wolden. Let op. Nagenoeg alle dorpsorganisaties, alle scholen in De Wolden. Dat u daar even kennis van neemt. Het zijn dus niet alleen de belangenverenigingen, maar het zijn ook zeker de scholen en verschillende verenigingen in onze gemeente. Nog maar heel kortgeleden drong het pas tot ons door dat het college van plan is te stoppen met het oud papier ophalen door vrijwilligers. Dat kan toch niet waar zijn? Tijdens het overleggen met coördinatoren en dorpsbelangen is wel aangegeven dat de gemeente erover na zit te denken. Maar stoppen? Sterker nog, er is zelfs aangegeven dat de wethouder er later nog op terug zou komen. Om dit vooraf met ons allen te bespreken c.q. te discussiëren. Eigenlijk voelen we ons met zijn allen dus behoorlijk belazerd.

Sinds jaar en dag wordt in de gemeente en ook voor de herindeling, die een heleboel van jullie wel hebben meegemaakt, het oud papier opgehaald door vrijwilligers. In het verleden deden we dat met aanhangwagens en we zetten containers neer en gedoe allemaal. Maar tegenwoordig gebeurt dat op een zeer professionele manier met behulp van achterladers. Daar worden opgeleide chauffeurs voor gebruikt. En de vrijwilligers die krijgen vooraf steeds weer instructies waar ze ook voor moeten tekenen. En in al die jaren is er nog nooit iets gebeurd. En wat wordt er dan met dat geld gedaan? Ja, dat verschilt behoorlijk. Maar ik kan u wel zeggen dat een enorm groot gedeelte van de inwoners daarvan profiteert. Als ik naar mijn eigen dorp kijk waar ik woon, dan onderhouden wij daar bijvoorbeeld de AED-apparaten van. En wij kunnen jaarlijks voor onze twintig vrijwilligers, kunnen we een training laten verzorgen ook door een professional. We kunnen ook de kosten van onze dorpskrant kunnen we daar voor een groot gedeelte van betalen. Wij kunnen verenigingen die extra activiteiten organiseren wat sponsoren. En zeker nu is dat zeker nodig na die hele corona toestand die we gehad hebben. We kunnen ook ons dorpsfeest kunnen we meefinancieren. En als we het over de scholen

hebben, dan wordt dat geld vooral ingezet door de ouderraden. Die bijvoorbeeld bewaken dat de ouderbijdrage niet te hoog wordt. Zij zorgen er ook voor en organiseren ook activiteiten waaronder sinterklaas, kerst, Pasen. Ik hoef het u niet te vertellen. U weet dat ongetwijfeld, wat zij daar allemaal voor goede dingen mee doen. En voor ouders die die vrijwillige bijdrage niet kunnen betalen wordt natuurlijk een hele goede financiële oplossing gezocht. Kortom, het wegvallen van deze geldstroom, deze structurele geldstroom, heeft direct invloed op al die mooie doelen die we met zijn allen halen op dit moment. En een aantal argumenten die gebruikt worden om te stoppen met het ophalen van oud papier, daar valt wat over te zeggen. Daar zijn we het ook zeker niet mee eens. Maar, goed. Daar hebben wij het in ieder geval niet met het college over kunnen hebben. Wij wonen in een mooie overzichtelijke en betrokken plattelandsgemeente. We hebben een college en we hebben een gemeenteraad die de burgerparticipatie hoog in het vaandel heeft staan. En luister dan ook naar die signalen. Ik wens jullie een goede vergadering. En ik wens jullie ook zeker een goede besluitvorming toe. Dank u wel. De voorzitter: Mag ik het publiek vragen niet te applaudisseren? Dat hoort eigenlijk niet in een raadsvergadering. De heer Mulder: Ja, ik sta hier ook niet elke week.

De voorzitter: Ook al is de raadsvergadering nog niet gestart. We hebben een iets ander vragenhalfuurtje nog. Maar ik vraag even aan de raadsleden of er vragen zijn aan de heer Mulder. Ja. Meneer Jansen. De heer Jansen: Ja, dank je wel, voorzitter. U geeft aan van: u praat namens eenieder. Aan de andere kant geeft u aan: aan het einde van de rit praat u namens Linde. Om wat voor bedrag gaat het wat u zeg maar dan krijgt in dit geval, zeg maar, van de papieractie? De heer Mulder: Nou, wij hebben heel veel overleg gehad de afgelopen dagen. Het was ook een beetje kortdag. Zelfs vandaag kwamen nog een aantal: wij staan helemaal niet op de brief. Ik weet dat niet. Ik heb niet geïnventariseerd per dorp. Ik kan het alleen zeggen voor Linde. Dat weet ik exact. Op dit moment varieert dat tussen de 2.400 en 2.500 euro per jaar. De heer Jansen: Oké. De voorzitter: Dank u wel, meneer Mulder. Wil u uw microfoon uitdoen, meneer Jansen? Ja, dank u wel. Nog andere vragen vanuit de raad? Ja, mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Ja, dank u wel. In het raadsvoorstel wordt gesuggereerd dat verenigingen eigenlijk creatief zijn en ook in staat zijn om als dit geld wegvalt daarvoor andere bronnen aan te boren. Hoe kijkt u daar tegenaan? Is dat een realistische gedachte? De heer Mulder: Ja, ik word daar zo moe van, dat dat gesteld wordt. Wij doen dat dus al. Wij doen dat constant, zeg maar.

Als we het hebben over dat initiatief wat er is waar we geld uit kunnen halen. Het aanvragen van allerlei fondsen, zeg maar. Natuurlijk gebeurd dat. Maar we hebben het nu over zo’n grootschalig iets. En als je daarmee stopt. En dan heb ik het helemaal niet over die boordenwasserij, wat we eventueel zouden moeten doen, waar andere ambtenaren straks mee aan de gang moeten gaan. Maar dat gooi je dus met al die honderden mensen die daar dus iedere maand mee bezig zijn in één keer overboord. En iedereen profiteert daarvan. Ik heb het ook niet over het feit dat die ene container. Ik weet niet of jullie weleens mee zijn geweest oud papier ophalen? Ik hoop het. Nou, dan moet je eens kijken wat er allemaal

naast die containers staat wat wij nu allemaal opruimen met zijn allen, al die vrijwilligers. Dus ik word daar inderdaad daarom een beetje moe van. De voorzitter: Dank u wel, meneer Mulder. Nog andere vragen vanuit de raad? De heer Hulst. De heer Hulst: Ja, ik snap dat het niet primair misschien uw probleem is. Maar hoe kijkt u aan tegen het gegeven zoals dat ook in het voorstel staat? Dat bedrijven die dit verzorgen geen achterladers meer maken en investeren in zijladers en dat chauffeurs niet beschikbaar zijn. Dat soort dingen. Heeft u daar ook gedachtes over? De heer Mulder: Ja, nou. Wat ik weet is dat wat u stelt helemaal niet waar is. Ik heb zelfs begrepen dat er een aantal bedrijven zijn die zojuist weer geïnvesteerd hebben in achterladers. Ik denk, ik verwacht eigenlijk, dat de volgende spreker daar ook iets over kan zeggen. Dat is inderdaad wat wij gehoord hebben. De voorzitter: Dank u wel, meneer Mulder. Nog andere vragen? Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Ja, dank u wel. Ik hoor u zeggen: we waren in de veronderstelling dat we nog in gesprek waren met de wethouder. En toen waren we overvallen door het voorstel wat er nu ligt. Kunt u beschrijven hoe u dat ervaren heeft met die gesprekken? En dat u dus met elkaar dacht dat er nog iets gaande was. De voorzitter: Meneer Mulder. De heer Mulder: Ja, ik weet dat exact. Ik heb dat ook nagevraagd.

Vorig jaar is er een bijeenkomst geweest, een digitale bijeenkomst. Nou, dat is eigenlijk. U weet dat zelf wel. Digitaal, dat werkt niet zo goed. Met de coördinatoren. En dat was heel erg lastig. Toen is dit punt aan de orde geweest. Daar is ook een verslag. Dat ligt ook bij uw stukken, zeg maar. Daar was die avond best wel commotie over het feit dat de coördinatoren niet eens waren met het feit dat de gemeente zou overwegen te stoppen. Als je dan het verslag leest, staat dat er niet in. Er staat wel in wat eventueel alternatieven zouden kunnen zijn. Eén van de coördinatoren heeft ook contact gezocht met de betreffende notulist. Maar, goed. Het verslag is helemaal niet eens vastgesteld. Het overleg met de dorpsbelangen, met de voorzitters dorpsbelangen, welke ik mocht voorzitten deze keer, heb ik dit punt aan de orde gesteld. Het stond niet op de agenda en ik heb de wethouder gevraagd: wethouder, er schijnt over nagedacht te worden dat u wil stoppen met het ophalen van oud papier door vrijwilligers? Het antwoord wat ik kreeg: daar is helemaal op dit moment geen sprake van. Wij komen er nog naar jullie op terug. Dat is tot op heden niet gebeurd. De voorzitter: Dank u wel, meneer Mulder. Dat was een helder antwoord. Ik denk dat iedereen die vragen wilde stellen uit de raad de vraag gesteld heeft die die wilde stellen. Ik dank u voor uw inspraak.

U bent straks ongetwijfeld betrokken bij agendapunt zeven. En dan vraag ik de heer Rijk van Ommen, bestuurslid dorpsbelang Ruinen, naar voren. Meneer Rijk van Ommen, u heeft ook vijf minuten. Gaat uw gang. U bent nog aan het ontvouwen. De heer Van Ommen: Van dorpsbelang Ruinen, maar dat was al duidelijk. Geachte raadsleden en andere aanwezigen. Ik heb ook maar een papiertje voor de zekerheid. Vorig jaar was er ook al een plan om oud papier en karton niet meer met vrijwilligers in te zamelen maar met zijladers. Dat zou nodig zijn omdat inzamelen goedkoper zou kunnen en de vrijwilligersorganisatie dus eigenlijk vanuit de afvalstoffenheffing gesubsidieerd zou worden. Dat bleek bij nader inzien toch niet het geval. En er zouden geen vrachtauto’s met achterlader meer beschikbaar zijn. Dat bleek ook onzin. En dat het aanbod van papier zou teruglopen. Dat was een halve

waarheid. Er zijn wel minder kilo’s, maar het volume is zeker niet verminderd, omdat er veel meer karton is. Dat plan liep vast. En nu ligt er een bijna identiek voorstel met een geheel nieuw argument. Toekomstbestendig. Dat klinkt mooi. Daar kan niemand tegen zijn. En het plan ziet er ook redelijk uit. Maar eigenlijk wordt niet duidelijk waarom het huidige systeem vervangen moet worden. Is dit niet toekomstbestendig dan? Vrijwilligers vinden zal moeilijker worden. Ja, dat is al heel veel jaren het geval en tot nu toe in geen van de dorpen een probleem, voor zover wij weten. En uit het voorstel blijkt dat ook niet. Er wordt gevreesd voor de veiligheid van de inzamelaars. Ja, er is altijd een risico, maar ze werken heel veilig. Ze zijn verplicht een Arbo-certificaat te halen. Er is nog nooit een ongeluk gebeurd. U kunt op weg naar de raadsvergadering ook overreden worden door een vrachtauto. Maar er ligt gelukkig nog geen voorstel van het college om de raadsvergaderingen af te schaffen in het belang van uw veiligheid. In onze gemeente wordt per hoofd van de bevolking veel oud papier en karton opgehaald. Het meeste van heel Drenthe. Bewoners scheiden papier en karton goed van ander afval en dat doen zij in het belang van hun eigen gemeenschap. Goed voor het milieu en precies de bedoeling van het afvalbeleid. De manier van inzamelen draagt daar ongetwijfeld sterk aan bij.

Daar zouden we dus trots en zuinig op moeten zijn. Wat is dan het voordeel van dit plan? De afvalstoffenheffing kan mogelijk een paar euro verlaagd worden. Dat is fijn, maar daar heb je weinig aan als de contributie van je verenigingen of de ouderbijdrage van de school duurder wordt. Of we moeten allerlei extra acties van clubs financieel gaan steunen. Financieel zien wij ook geen voordeel. Zelfs niet voor de gemeente. De inzameling van oud papier en karton wordt minder goed en daardoor iets goedkoper. Maar voor de gemeente als organisatie komt er een nieuwe klus bij en moeten straks allerlei plannen beoordeelt worden die clubs bedenken om geld te gaan verdienen. Dat kost geld, tijd, levert extra werk en frustratie op. Blijft over het wonderlijke argument: toekomstbestendig. Dat betekent dat we bang zijn dat er ooit geen vrijwilligers meer te vinden zullen zijn. Maar waarom moet dat nu opgelost worden met zoveel schadelijke gevolgen? Als dat ooit ergens een probleem wordt, is dat heel eenvoudig en snel op te lossen. Stel een dorp heeft geen vrijwilligers meer. Dan melden ze dat. En door het inzamelbedrijf kan eenvoudig overgeschakeld worden op zijladers. Bijkomend voordeel: het dorp kiest zelf voor een ander systeem. Je komt tegemoet aan de wens van de inwoners. Er hoeft dus niks gecompenseerd te worden. Je hoeft geen alternatief maatschappelijk klusfonds op te tuigen.

En in de andere dorpen hoeft dus niks te veranderen. Als u pijn in uw rug heeft, dan hoeven we toch ook niet allemaal naar de fysiotherapeut? De Wolden zou echt niet de eerste of enige gemeente zijn waar het inzamelen van oud papier niet uniform geregeld is. Wij hebben dat even gecheckt bij een ophaalbedrijf en die zien hier geen probleem in. Met andere woorden. Dit plan is de oplossing voor een probleem dat niet bestaat maar misschien ooit gaat bestaan. Het voordeel van dit plan is onduidelijk, maar de nadelen zijn wel groot. Verenigingen, clubs, scholen missen inkomsten en moeten proberen te compenseren. Een plan maken. Beschrijven. Laten beoordelen door de gemeente en vervolgens uitvoeren. Dat is echt een stuk lastiger dan op zaterdag papier inladen. Een actie op touw zetten om op een andere manier zoveel geld te verdienen is feitelijk onmogelijk. En bovendien worden vrijwilligers daardoor nog veel zwaarder belast. Een andere optie is de contributie of de ouderbijdrage te verhogen. Dat is ook niet echt aantrekkelijk. Er kan geen karton meer worden bijgeplaatst bij de containers. Dat mag naar Zuid-Wolden gebracht worden als het niet in de container past. De serviceverlening aan de inwoners wordt dus gewoon minder. De kans op zwerfafval groter. En de toppositie van De Wolden bij het gescheiden inzamelen van oud papier en karton raken we waarschijnlijk kwijt.

Wat is daar het voordeel van? Misschien is het enige positieve gevolg van dit voorstel dat de uniforme inzameling van alle soorten afval door één bedrijf wel overzichtelijk en handig is voor de ambtenaren en de wethouder die hiervoor verantwoordelijk zijn. Een beetje mager om daarvoor zoveel schade te veroorzaken. Onze gemeente zegt veel waarde te hechten aan vrijwilligerswerk, sociale cohesie, burgerparticipatie en dergelijken. Maar nu wil het college een goed functionerend systeem afschaffen waar honderden vrijwilligers per jaar aan meewerken. Van een college, van een wethouder, maar ook van ambtenaren, mag je toch verwachten dat ze in staat zijn iets verder te kijken dan alleen hun eigen

deeltaakje. Dat is in dit geval pijnlijk mislukt. Samengevat. Dit plan heeft nauwelijks voordelen. De nadelen zijn fors. De inzameling van oud papier wordt slechter. Verenigingen, scholen en maatschappelijke organisaties worden financieel benadeelt. De betrokkenheid van de inwoners wordt ontmoedigd. De gemeentelijke dienst wordt extra belast. En een duidelijk financieel voordeel voor de gemeente als geheel is er ook niet. En een klein beetje creativiteit kan dit probleem eenvoudig oplossen. Dit overziend verwachten we dat de wethouder dit onzalige plan snel terugtrekt. En wanneer hij dit onverhoopt toch niet doet, dan rekenen wij erop dat u wel waarde hecht aan de sociale gemeenschap met actieve en betrokken bewoners. Als u uitgaat van het belang van de inwoners en het belang van de gemeentebelangen, dan wordt dit plan geen werkelijkheid. Dank u voor uw aandacht en ik wens u veel wijsheid toe. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rijk van Ommen. Ik kijk naar de raad of er nog vragen zijn. De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, dank je wel, voorzitter. Dank je wel voor uw betoog. U had het eerst over subsidiëring vanuit de afvalstoffen gaf u aan. En toen zei u weer van: dat is ook weer niet waar. Zou u dat, zeg maar, kunnen omschrijven wat dan weer niet waar zou zijn? De voorzitter: De heer Rijk van Ommen. De heer Van Ommen: Ja, ik mag niet voor mijn beurt praten.

Je vergelijkt appels met peren. Het wordt goedkoper als je nu gaat inzamelen als je de service verlaagd. Als je niet bijgeplaatst afval meer meeneemt bij geplaatst karton. Ja, dan kan ik het ook goedkoper. Wij zeiden vorig jaar tegen de wethouder: eigenlijk moet je afspreken dat al het oud papier en karton naar het gemeentehuis gebracht wordt. Eén keer per jaar. Dan wordt de inzameling nog veel goedkoper. Als je alles laat inzamelen zoals het nu gaat, dus met bijgeplaatste spullen, en je vraagt wat het kost, dan is het helemaal niet goedkoper. Je verslechterd service en daardoor wordt het goedkoper. En dan zeg je: ja, het kan goedkoper, dus we subsidiëren de verenigingen. Maar dat is kul. Als je zo met cijfers omgaat, dan wordt het nog wat met het besturen van deze gemeente. Is dit antwoord voor u duidelijk? De voorzitter: Dank u wel, meneer Rijk van Ommen. De heer Jansen. Nog een korte vraag? De heer Jansen: Dank je wel, voorzitter. Ja. Nee, het is mij niet helemaal duidelijk. U had het dus over subsidiëring vanuit de afvalstoffen. En toen zei u van: het was weer niet waar. Dus het zou dan in mijn geval, als ik het zo een beetje hoor, zou er ergens een potje zijn waar dan subsidies voor het ophalen uitgehaald worden. Wat dan weer, zeg maar, los staat van de afvalheffing. Zo omschreef u dat. De voorzitter: De heer Rijk van Ommen.

De heer Van Ommen: Dat denk ik niet, maar dat weet ik niet. Wat duidelijk is, is als de afvalstoffenheffing. Als het ophalen van het oud papier veel goedkoper kan, dan is het verschil tussen de goedkope prijs en wat we nu betalen dus eigenlijk de subsidie aan de vrijwilligers, aan de clubs. Dat was de gedachte. Maar het is niet goedkoper. Het is alleen goedkoper omdat je de service verlaagd. Je haalt geen karton meer op. En dan is het goedkoper. Ja, dat kan ik ook. Maar als je aan Suez vraagt: je moet het papier ophalen zoals we het nu ook doen. Dus het bijgeplaatste karton meenemen. Dan is er helemaal niks goedkoper. Dat gaan ze helemaal niet doen. Dat is duurder, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rijk van Ommen. Nog andere vragen vanuit de raad? Meneer Hulst.

De heer Hulst: Ja, mijn thema voor vandaag is toch de achterlader. U gaf aan. U zei het ook al over achterladers. U zei: het is onzin dat er niet meer in wordt geïnvesteerd. Kunt u dat wat nader duiden? De heer Van Ommen: Jawel. De voorzitter: Meneer Rijk van Ommen. De heer Van Ommen: Ja, sorry. Je moet eerst zeggen dat het mag. De firma Suez heeft net nieuwe achterladers gekocht. Ze gebruiken ze ook voor die grote containers voor bedrijven door de week. Die zijn heel eenvoudig om te bouwen tot kleine containertjes voor ons huisafval. Zoals wij die gebruiken. Dus beide bedrijven zeggen: wij hebben die dingen wel. Die zijn heel eenvoudig om te bouwen. Door de week worden die dingen gebruikt voor bedrijfsafval. Die zijn fonkelnieuw. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rijk van Ommen. Nog andere vragen vanuit de raad? Volstrekt heldere inspraak, denk ik. Dank u wel. Dit wordt straks betrokken bij het opiniërend bespreken van het agendapunt zeven op de agenda. Dat wordt opiniërend besproken, want de besluitvorming vindt eind juli plaats. Dank u wel. b.

Vragenhalfuur voor de raad De voorzitter: Dan ga ik naar het vragenhalfuur voor de raad. Er hebben zich geen raadsleden gemeld. Dat klopt?

c.

Mededelingen van het college De voorzitter: Dan gaan we naar mededelingen van het college. En dan geef ik het woord aan wethouder Turksma over de monitor sociaal domein. Wethouder Turksma. De heer Turksma: Ja, voorzitter. Dank u wel. Het is gebruikelijk dat wij twee keer per jaar de monitor sociaal domein presenteren en ook doorspreken. Omdat dit een bijzonder jaar was gezien de gemeenteraadsverkiezingen is dat wat later dan gebruikelijk. Maar ik kan u hierbij mededelen dat hij er deze maand aankomt. Alleen over wanneer we hem gaan bespreken is wat minder duidelijkheid. Maar dat leg ik graag in uw midden. En dat zal, denk ik, met de griffier en de agendacommissie verder worden afgesproken. Dat was de mededeling, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Turksma. Verder heb ik volgens mij geen mededelingen gekregen van het college. Dan sluit ik hierbij dit gedeelte van de vergadering voordat ik over een paar minuutjes de raadsvergadering open.

1.

Opening De voorzitter: Dan stel ik voor de vergadering, de raadsvergadering, van 2 juni 2022 hierbij te openen.

2.

Vaststelling agenda De voorzitter: We gaan naar het vaststellen van de agenda. En allereerst wil ik even refereren aan de voorbereidingsmemo die de raad heeft ontvangen bij agendapunt zeven over de inzameling van oud papier en karton. Ik memoreerde er net al even aan. Het onderwerp wordt opiniërend behandelt. En het voorstel is om

het op 30 juni als besluitvormend voorstel aan de raad voor te leggen. Kunt u daarmee instemmen? Dank u wel. Dan gaan we naar de mogelijkheid die aan u wordt gegeven om te reageren op de rest van de agenda en op de lijst van ingekomen stukken, om aan te geven of u daar mededelingen of een korte opmerking over wil maken. We hebben daar van tevoren niets van de raad over ontvangen. We hadden dat expres van tevoren gevraagd, omdat het zo’n lange lijst ingekomen stukken is. Maar er zijn geen opmerkingen over de ingekomen lijst. Oké. 3.

Besluitenlijst en toezeggingenlijst raad 28 april en 17 mei De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt drie. Dat is de besluitenlijst en de toezeggingenlijst van 28 april en 17 mei 2022. Allereerst de besluitenlijst van de raad 28 april 2022. Heeft u daar op- of aanmerkingen over? Dat is die vastgesteld. En de besluitenlijst van de raad 17 mei 2022. Geen opmerkingen. Ook vastgesteld.

4.

Toezeggingenlijst totaal per mei De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt vier. De toezeggingenlijst totaal per mei 2022. Waarbij ik in ieder geval van tevoren de opmerking wil maken dat bij de toezeggingenlijst totaal nog een aantal portefeuillehouders bijgewerkt moeten worden met de nieuwe samenstelling van het college zoals die nu is. Maar kunnen we de toezeggingenlijst zo vaststellen? Ik kijk even rond. Aldus besloten.

5.

Aanvraag extra onderzoeksbudget RKC De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt vijf. Dat is de aanvraag extra onderzoeksbudget rekenkamercommissie. De rekenkamercommissie is van plan een onderzoek uit te voeren naar de effecten en impact van het voorliggend veld in het sociaal domein. Gezien de aard en omvang van dit rekenkameronderzoek is het beschikbare onderzoeksbudget van de rekenkamercommissie niet toereikend. En daarom wordt de raad voorgesteld eenmalig een aanvullend onderzoeksbudget van vijftienduizend beschikbaar te stellen om dit onderzoek uit te voeren. Nou, u weet: de rekenkamercommissie is een orgaan van de raad. Dus ik vraag aan u om hierop te reageren. Wie kan ik hierop het woord geven? De heer Hulst. Mevrouw Salomé. De heer Den Hollander. De heer Benning. Mevrouw Brouwer. En mevrouw Assink. Mevrouw Assink, ik geef u het woord. Mevrouw Assink: Voorzitter, dank u wel. De rekenkamer vraagt aanvullend budget om een onderzoek naar het zogenaamd voorliggend veld in het sociaal domein uit te voeren. Het voorliggend veld staat voor het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in de wijken of een gemeente voor hulpvragen zonder indicatie. De aanname is dat een sterk preventief voorliggend veld loont voor inwoners en gemeente. De rekenkamer wil het effect van dit voorliggend veld onderzoeken.

En hiermee krijgen we inzicht over onze doelen en de gewenste effecten door dit voorliggend veld worden gerealiseerd en kunnen we besluiten hoe we met dit onderdeel van het sociaal domein het beste verder kunnen. Onze fractie heeft in de vorige raadsperiode steeds gepleit voor onderzoek van de effecten van het beleid in het sociaal domein om te kunnen beoordelen of het beleid doet wat het moet doen en of we de middelen doelmatig inzetten. Wij zien het nut van het voorgestelde onderzoek in en stemmen in met het beschikbaar stellen van het eenmalig aanvullend onderzoeksbudget. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. De heer Benning.

De heer Benning: Ja, voorzitter. Dank u wel. De rekenkamercommissie vraagt om extra budget voor het uitvoeren van het onderzoek naar de effecten en impact van het voorliggend veld in het sociaal domein. Voorzitter, in de vorige raadsperiode hebben we uitgebreid gesproken over een herijking van het sociaal domein in onze gemeente. En ook daarbij is al genoemd om later de rekenkamer te laten onderzoeken of de effecten daarvan gehaald kunnen worden. Daar is nu een onderzoeksopzet voor gemaakt. Dat lijkt ons goed. Alleen hier zijn dan extra kosten aan verbonden. Voorzitter, er wordt om extra budget gevraagd van vijftienduizend euro. Ook wij kunnen hiermee instemmen. In dit geval vinden wij het belang van het onderzoek dusdanig dat wij die vijftienduizend euro gerechtvaardigd vinden. De voorzitter: Dank u wel, meneer Benning. Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Bedankt, mevrouw de voorzitter. De onderzoeken van de rekenkamercommissie ondersteunen de gemeenteraad in het uitvoeren van hun kader stellende en controlerende taken. Een onderzoek naar het voorliggend veld in het sociaal domein kan inzichten geven in hoe de inzet preventie werkt. Wij van D66 stemmen in met het extra budget voor het onderzoek van de rekenkamercommissie. Wij onderschrijven het belang van het onderzoek naar een tussentijdse evaluatie van het preventiebeleid.

Wat is het effect van het voorliggend veld? Hoe wordt dat ervaren door de inwoners? Het is te onderbouwen dat de onderzoeksmethode, namelijk onder andere via storytelling, over het algemeen meer uren en daardoor meer geld kost. Wij zijn wel nieuwsgierig naar de uitkomsten gezien het, naar ons idee, beperkte aantal live storytelling diepte-interviews van dit onderzoek. Hoe gaan de gesprekken inzichtelijk maken hoe het gehele voorliggende veld werkt en door de inwoners wordt ervaren? Maar wij vertrouwen op de beoordeling van de rekenkamercommissie en hun ervaring. En we zien uit naar de uitkomsten en inzichten van dit onderzoek. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Salomé. De heer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ja, dank, voorzitter. Bij het doornemen van de stukken vielen mij een aantal interessante termen op. Het voorliggend veld. Als je dat aan verschillende mensen zou vragen, dat je best weleens verschillende definities zou kunnen krijgen. Dus alleen dat onderwerp, die term, behoeft wellicht wel wat toelichting. Ook de term nulde lijn kwam ik tegen in de stukken. Die was voor mij echt helemaal nieuw. Ik kan hem eigenlijk nog steeds niet zo goed plaatsen. Maar voor een eerste lijn. Wat komt er dan? Een nulde lijn. Vooruit, oké. Ook wij als we kijken naar de stukken en ook naar de onderzoeksvraag.

Dus niet alleen maar: wat zijn de effecten en de impact van het voorliggend veld. Maar ook: hoe wordt dat door de inwoners en de gemeente ervaren en beleeft? Dat kan op onze steun rekenen. Het is natuurlijk op zich, zeker ook gezien het budget van de rekenkamercommissie, een serieuze verhoging. Maar ook wij vertrouwen erop dat de rekenkamercommissie daarover na heeft gedacht. De offerte licht ook uitgebreid toe hoe het onderzoek eruit gaat zien. Nou, wij zijn heel benieuwd naar het antwoord op de vraag. De voorzitter: Dank u wel, meneer Den Hollander. Dan ga ik naar de heer Hulst. De heer Hulst: Dank u, voorzitter. Ja, vanuit verschillende fracties is al aangegeven dat het onderzoek gewenst is. We zijn ook al in eerdere fases bij gesproken door de rekenkamer over wat zij willen gaan doen en wat de gedachtes daarachter zijn. Ja, voor ons was het eigenlijk geen hele moeilijke vraag. Wij vinden het ook erg gewenst dat dit onderzoek plaats gaat vinden. Wij hebben ook al eerder als raad geprobeerd te kijken van: wat is nou precies de rol van het voorliggend veld. Wat zijn de effecten. Daar was maar moeilijk grip op te krijgen. Hopelijk kan met dit onderzoek komt er meer boven tafel, waardoor we helderder en beter een beeld gaan krijgen wat de effecten zijn van het voorliggend veld. Zodat wij ook beter kunnen sturen daarop.

Dus wij stellen ook graag het gevraagd budget voor dit onderzoek beschikbaar.

De voorzitter: Dank u wel, meneer Hulst. Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer: Voorzitter, dank u wel. Ja, in de kadernota sociaal domein is vastgelegd dat een sterk preventief en voorliggend veld op meerdere manieren loont voor onze inwoners. Het is in het belang van inwoners om tijdig problemen te signaleren, zodat we er samen voor kunnen zorgen dat problemen niet erger worden en niet meer leed veroorzaken dan nodig. Voorkomen is beter dan genezen. In de eerste plaats geldt dat natuurlijk voor de inwoners zelf. Maar ook voor de gemeente die ziet dat de inwoner daardoor zichzelf en dus ook elkaar beter kunnen redden zonder hulp van de gemeente. En daarnaast voorkomt preventie vaak een beroep op duurdere ondersteuning en zorg. De rekenkamercommissie is van plan om een onderzoek uit te voeren naar de effecten en impact van een preventief voorliggend veld. Wij vinden dat een waardevol onderzoeksthema. Hoe kan je dat nu goed onderzoeken? Doe je dat vanuit de systeemwereld? Hoe het is georganiseerd, hoe het is geregeld en hoe het in elkaar zit. Al doe je dat vanuit de beleefwereld. En wat zijn de ervaringen? Wat zijn de ervaringen van onze inwoners? En wat zijn de ervaringen van de medewerkers? We staan daarom ook achter de keuze van de rekenkamercommissie voor een belevingsonderzoek. Onder andere door middel van interviews en verhalen en storytelling, wat al eerder is genoemd.

Ook gesprekken met maatschappelijke partners, inwoners en medewerkers. Een belevingsonderzoek vraagt meer inzet, meer tijd, dan het tot nu toe gebruikelijke systeemonderzoek. Wij stemmen dan ook in met het gevraagde budget. Wij hebben nog wel een kleine zorg. We zien dat de opdracht gegund wordt aan een Amsterdams bureau. Wij vragen ons af: zijn er dan geen bureaus beschikbaar in Noord-Nederland die dan een dergelijk onderzoek kunnen doen? Waarom een bureau van zover weg? Is dat wel praktisch? En zijn zij ook voldoende op de hoogte hoe het hier in De Wolden in Drenthe eraan toe gaat? Dat was onze bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Brouwer. GroenLinks niet, denk ik. Nee, heb ik niet gezien. Even kijken hoor. Want ik ga eventjes kijken. Volgens mij stemt u wel allemaal in met het onderzoeksbudget wat wordt gevraagd. Dus dat is het eerste besluit. En het tweede besluit gaat over het bedrag te verwerken bij de bestuursrapportage. En u gaat over uw eigen agenda richting de rekenkamercommissie. Ik heb een aantal opmerkingen gehoord waarvan ik wil voorstellen dat we die meegeven aan de rekenkamercommissie. Dat zat met name in de definities. Wat is nou het voorliggend veld, et cetera. Ik wil eigenlijk voorstellen om die vooral mee te geven aan de rekenkamercommissie betreffende dit onderzoek. Maak het ook voor het grotere publiek toegankelijk, dit soort termen.

En het tweede hele concrete punt wat ik hoorde was: kan het ook door een bureau in Noord-Nederland worden uitgevoerd? Die wellicht wat meer feeling heeft met de gemeentes die in Noord-Nederland liggen. Mevrouw Brouwer: Ja, plus dat een bureau wat ver weg is, die maken gewoon veel reiskosten. Over het algemeen komen die medewerkers met het openbaar vervoer deze kant op. Ja, dat is niet altijd handig. De voorzitter: Ja. Ik denk dat we dat concreet kunnen meegeven aan de rekenkamercommissie. Ik kijk even rond of er nog andere zaken waarvan u zegt van. Ik hoorde eigenlijk alleen maar positief dat dit onderzoek uitgevoerd gaat worden. Ik hoor alleen maar positieve reacties op het voorgestelde besluit. Nou, dan is dit punt aldus besloten. 6.

Jaarrekeningen en Begrotingen Stark, Recreatieschap, VRD, GGD, Publiek Vervoer en RUD De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt zes. De jaarrekeningen en begrotingen van Stark, het recreatieschap, de veiligheidsregio Drenthe, de GGD, Publiek Vervoer en de regionale uitvoeringsdienst. De RUD. De gemeente De Wolden neemt deel aan zes gemeenschappelijke regelingen. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de begrotingen van de verschillende gemeenschappelijke

regelingen. En het college stelt voor om een zienswijze in te dienen op de begroting van de veiligheidsregio Drenthe, van de GGD en de RUD. En het voorgesteld besluit luidt kennis te nemen van de ingediende concept jaarrekeningen 2021 en conceptbegrotingen 2023 van de zes gemeenschappelijke regelingen en waarbij zienswijzen worden ingediend op de veiligheidsregio Drenthe, de GGD en de RUD. Ik stel u voor. Er zitten ook begrotingswijzigingen 2022 bij van de GGD. En een begrotingswijziging van 2022 van de RUD en de VRD. Ik stel voor om wel per gemeenschappelijke regeling te reageren. Dat maakt het overzichtelijk. Dus allereerst wilde ik op Stark graag het woord geven aan de raad. Daar wordt voorgesteld om geen zienswijze op de begroting 2023 in te dienen. Sorry. De heer Brouwer: Als ik even, want u doet een ordevoorstel. Dat vind ik prima. Maar er is een gezamenlijk voorstel aan de raad voorgelegd en ook een gezamenlijk besluit. Dus het lijkt mij toch handig, maar ik weet natuurlijk niet hoe de raadsleden daarover denken, om dat in één termijn vast te stellen. De voorzitter: Ja. Ik vind het prima om dat te volgen. Maar dan ga ik aan u allemaal vragen om wel heel uitdrukkelijk te maken over welke gemeenschappelijke regeling u het heeft en met welke zienswijze u akkoord gaat en welke niet. Ik ga dan even.

Wie wil het woord op dit onderwerp voeren? Dan behandelen we hem in één keer. Mevrouw Assink. Mevrouw Brouwer. De heer Brouwer. De heer Hulst. De heer Van IJzendoorn. De heer Den Hollander. En mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé, neemt u het woord. Mevrouw Salomé: Ik kan hier eigenlijk heel kort over zijn. Wij hebben met onze steunfractie de documenten doorgenomen en bekeken. En wij kunnen ons vinden in de zienswijzen die in het opgestelde raadsvoorstel zijn opgesteld. Dus wij stemmen in met alle zienswijzen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Salomé. Dan ga ik naar de heer Brouwer. De heer Brouwer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben kennisgenomen van de grote hoeveelheid jaarrekeningen en begrotingen die aan ons zijn voorgelegd door de aan ons verbonden GR of andersom. De GR waar wij aan gebonden zijn. Gemeentebelangen De Wolden is altijd al kritisch geweest op deelname in de diverse GR. En ook in deze raad hebben we regelmatig een discussie met elkaar gehad van: hoe krijgen we nou grip of een beetje grip of heel veel grip op die GR. Nou, dit is dan het moment om de ogen goed open te houden zou ik zeggen. Als een GR met een jaarrekening en een begroting komt, dan moet je erbij zijn. Wij hebben zeer zeker de indruk dat het college aandachtig die stukken heeft doorgenomen en zijn daarom ook zeer verheugd.

Ze zijn goed beargumenteerd en onderbouwd voorgesteld om bij de begrotingen van 2023, u zei het al, van de veiligheidsregio, de GGD en de RUD, als ook op de voorgestelde begrotingswijzigingen 2022 van de veiligheidsregio en de RUD een zienswijze in te dienen. Daar zijn wij het volledig mee eens. Voorzitter, zonder al te veel dan op de details in te gaan. Dat hoeft ook niet. We zijn blij met de kritische blik van het college. Maar dat was eigenlijk ook wel een beetje te verwachten daar waar de heer Turksma, de wethouder, toch het meest kritische raadslid in de vorige raadstermijn was als het op gemeenschappelijke regelingen aankwam. Dus conclusie, voorzitter. Gemeentebelangen De Wolden stemt in met het gedane voorstel en het te nemen besluit zoals het is verwoord. De voorzitter: Dank u wel, meneer Brouwer. De heer Hulst. De heer Hulst: Ja, dank u wel, voorzitter. Gemeenschappelijke regelingen. Ja, altijd een lastig onderwerp. En niet in de laatste plaats omdat het een enorme bak met papier was wat we digitaal dan weliswaar tot ons moesten nemen. Maar ook vooral een lastig onderwerp omdat we ook als raad maar beperkt invloed kunnen uitoefenen om de gang van zaken in die gemeenschappelijke regelingen. Want we sturen toch ook redelijk

indirect. En bovendien zijn we één van de vele stakeholders in zo’n regeling. Maar, goed. Het werd al gememoreerd door de heer Brouwer. Gelukkig hebben we nu in het college een wethouder die in zijn vorige bestaan een meer dan kritisch volger was van gemeenschappelijke regelingen. Dus wij hebben ook gezien dat vanuit het voorstel van het college dat er ook kritisch gekeken is naar de verschillende stukken. En het is goed om ook de stemmen uit De Wolden te laten horen. Dus wij kunnen ook helemaal instemmen met de zienswijzen zoal die worden voorgesteld. En ook daar waar ze niet worden voorgesteld. Tegelijkertijd. We geven ook wel veel en vaak af op gemeenschappelijke regelingen alsof het alleen maar geld kost en niks oplevert. Maar we moeten ook niet vergeten, dat moeten we ook goed in onze gedachte houden, dat die gemeenschappelijke regelingen er niet voor niks zijn. Dat ze hele belangrijke dingen ook voor onze gemeente doen. Dus kritisch is goed, maar het moet altijd wel opbouwend zijn en ook vanuit de goede gedachte. Om het zo maar te zeggen. Dat er ook goede dingen gebeuren daar. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, meneer Hulst. Dan ga ik naar de heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Dank u, voorzitter. Om te beginnen een overweldigende hoeveelheid informatie die verwerkt mag worden. Als beginnend raadslid is het dan toch niet eenvoudig.

Na alles doorgelezen te hebben toch het gevoel gekregen van: de wethouder heeft goed werk verricht. Wij kunnen er eigenlijk geen reden toe zien om dit niet mee in te stemmen. De zienswijzen die genoemd worden zijn uitstekend en de andere zijn niet nodig. Dus bij deze. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van IJzendoorn. Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer: Ja, voorzitter. Dank u wel. We hebben de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de begrotingen van zes gemeenschappelijke regelingen. Het voorstel van het college is om drie zienswijzen in te dienen. En ik zal me dan ook op deze drie gemeenschappelijke regelingen beperken. De veiligheidsregio, de GGD en de RUD. De overige GR, Stark, recreatieschap en publiek vervoer. Daar wordt voorgesteld geen zienswijzen in te dienen. En daar kunnen we mee instemmen. Bij de andere drie, de drie voorgestelde zienswijzen, zien we bij alle drie een andere ondertekening. Bij de GGD is de zienswijze ondertekent door B&W en de gemeentesecretaris en burgemeester. Bij de veiligheidsregio staat er alleen B&W onder en geen namen. En bij de RUD is de ondertekening gedaan door de gemeenteraad, griffier en burgemeester. Wij vinden dat verwarrend en onprofessioneel overkomen. Kan dat niet gestructureerd en op één manier? Bijvoorbeeld dat daar een vaste werkwijze in komt. En dan inhoudelijk.

Bij de zienswijze van de GGD wordt ingegaan op de begrotingswijziging 2022 voor extra budget voor het verbeterplan informatie, veiligheid en privacy. Wij kunnen daar van harte mee instemmen. De GGD en de veiligheidsregio willen dit gezamenlijk oppakken. Zij delen namelijk veel expertise, infrastructuur en andere informatie. En het betreft een onontkoombare ontwikkeling met urgentie. Het niet op orde hebben van informatieveiligheid kan grote financiële gevolgen hebben. Het verbaast ons dan ook dat we bij de zienswijze van de veiligheidsregio lezen dat De Wolden niet kan instemmen met de verhoging van de bijdrage voor 2022. Het verbeterplan informatieveiligheid en privacy lijkt ons een urgent probleem en onontkoombaar. Het argument dat er geen budget beschikbaar is, is voor ons eigenlijk niet voldoende. Het verbeterplan informatieveiligheid komt ook terug bij de begroting 2023. De zienswijze geeft aan dat De Wolden ook hier niet instemt met de extra lasten die het verbeterplan met zich meebrengt. Kan het college hier een toelichting op geven? Waarom bij de GGD wel en bij de veiligheidsregio dus niet? Bij de veiligheidsregio lezen we ook in de zienswijze. Daar staat dat vanwege de financiële positie van De Wolden de raad besloten heeft een zienswijze in te dienen.

Wij vragen ons af: wat wordt hiermee bedoelt? Welke financiële positie wordt hier bedoelt? De Wolden staat er financieel toch goed voor? Het gaat om de eerste zin op pagina twee. Vanwege de financiële positie van De Wolden heeft de raad besloten hierbij

een zienswijze in te dienen. Wij vinden dit vreemd en zouden graag een toelichting willen wat hiermee wordt bedoeld. En dan de zienswijze van de RUD. Het valt inderdaad op dat de bijdrage van De Wolden fors afwijkt van de andere deelnemers. Deelnemers die op het oog gelijkwaardig zijn met De Wolden. En het is goed om daar het gesprek over te voeren. En daarnaast lijkt het ons goed om ook eens een informatiebijeenkomst over de RUD te houden. Specifiek gericht op De Wolden. Zo wordt duidelijk wat de organisatie doet voor onze gemeente en waar de knelpunten nog zitten. In 2021 is er sprake van een onderbesteding op het jaarprogramma. En dat is het gevolg dat er niet voldoende gekwalificeerd personeel is. En verder is er een hoog ziekteverzuim. Het CDA vindt het belangrijk dat de organisatie over voldoende gekwalificeerd personeel beschikt, zodat milieutaken ook echt uitgevoerd kunnen worden. Niet alle bedrijven worden gecontroleerd. Er is nu ook sprake van risicogericht toezicht. En ook de komende tijd zal er ingezet moeten worden op het aantrekken en behouden van personeel. Voorzitter, kort samengevat. Wij ondersteunen het indienen van de drie zienswijzen, maar wij hebben wel vraagtekens bij de zienswijze van de veiligheidsregio. Waarom De Wolden het verbeterplan informatieveiligheid en privacy niet ondersteunt? Wij willen daar graag een reactie van het college horen.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Brouwer. De heer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ja, dank, voorzitter. Ook wij hebben door de grote hoeveelheid stukken. En ik durf wel ruiterlijk toe te geven dat ik persoonlijk niet alle stukken van A tot Z heb doorgenomen. En de indirecte invloed die wij hebben in deze gemeenschappelijke regelingen altijd een beetje een soort zeurend gevoel van niet helemaal er overzicht of grip op te hebben. Ik kan helemaal mee met meneer Hulst dat we ook realistisch moeten zijn en moeten accepteren dat we daar ook de vruchten van plukken. Ik denk dat het goed is om dat ook te blijven benoemen. Als wij kijken naar het voorstel, zien wij daar ook niks in wat onze wenkbrauwen doet fronsen. En daarom kunnen wij ook mee met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de heer Turksma in mij als opvolger een raadslid heeft dat in zijn voetsporen gaat treden ten aanzien van de GR. Ik had vanavond niet alleen een déjà vu dat ik na acht jaar afwezigheid in deze raad letterlijk op dezelfde stoel zit, maar ook een wat minder plezierig déjà vu toen ik de stukken van de GR las. Ik constateer dat ze nog steeds bestaan uit moeilijk leesbare materie. Veel jargon en veel vage taal.

En juist voor een GR, waar we als raad inderdaad op afstand staan, is het nodig dat de stukken van de GR begrijpelijk en to the point zijn. Terecht stelt het college voor om een zienswijze in te dienen ten aanzien van de veiligheidsregio Drenthe, de GGD en de RUD. Voor zowel de VRD als de GGD wordt in de begroting 2023 meer geld van de gemeente gevraagd in het kader van versterking VRD, respectievelijk beleidsimpulsen GGD. Waarvan het college vindt dat deze onvoldoende inhoudelijk onderbouwd zijn. Wat onze fractie betreft moet het uitgangspunt zijn dat de GR zich beperkt tot het uitvoeren van de wettelijke afgesproken taken en niet met het doorlopend verder optuigen van het takenpakket. Als men vindt dat er een goede reden is om meer taken op te pakken of meer geld te vragen, zorg er dan tenminste voor dat er een feitelijke en inhoudelijke onderbouwing ligt waaraan op zijn minst enigszins meetbare resultaten of effecten kunnen worden gekoppeld. Die onderbouwing vinden wij onvoldoende in deze begroting terug. En die hebben we evenmin uit de informatieavond op 25 mei kunnen halen. En daarom stemmen wij in met het indienen van de voorgestelde zienswijzen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. Ik kijk even naar het college. Misschien de heer Turksma?

De heer Turksma: Ja, voorzitter. In mijn nieuwe rol word ik toch nog geconfronteerd met wat ik al die jaren daarvoor richting de GR heb gezegd. Dat is blijkbaar niet aan dovemans oren gezegd, want zo sta ik daar nog steeds in. Maar ik zou de andere collegeleden tekortdoen om te veronderstellen dat ik daarin de enige ben. Wees ervan overtuigd dat het volledige college alle GR, ik begrijp dat ze die niet allemaal bij mij hebben neergelegd. Dat is dan nog weer net niet gelukt. Maar in ieder geval dat wij dat met zijn allen kritisch en goed beoordelen. En het is terecht wat de heer Hulst zegt van: maar ze zijn er niet voor niks. Nee, maar het moet ook niet te gek gaan worden. Want dat niet voor niks, dat hebben we al vaak genoeg meegemaakt. Overigens kan ik u wel melden dat er vanuit het Rijk een aantal brieven zijn verzonden waarin is aangekondigd dat er meer grip moet komen vanuit de raden richting de GR. Ik weet niet of daarmee alle stapels papier worden opgelost, maar u krijgt er een ruimer instrumentarium bij. Vraag me nog even niet wat het allemaal aan detail gaat opleveren. Maar het is denk ik goed om wanneer die brieven ook uiteindelijk in meer concrete voorstellen zijn vervat, dat het misschien goed is om in overleg met uw raad daar eens een avond aan te besteden zodat u die controlerende taak samen met het college goed en oprecht kan uitvoeren, want dat is hard nodig.

Ten aanzien van de GR die onder mijn zorgbreedte vallen is alleen de GGD de GR waar een zienswijze op wordt ingediend en waarvan ik heb begrepen dat die ruim wordt gesteund. Dus daar zijn we heel blij mee. Ik zeg er nog één kleine opmerking bij. Alle GR worden goed bekeken, dus ook waar wij op dit moment geen zienswijze op indienen. Dat wil niet zeggen dat we ze vervolgens in de kast hebben gelegd en het komend jaar niet kijken. Wij zitten daar bovenop. En als er reden is, om welke reden dan ook, u bij te praten over hoe het reilt en zeilt, dan zullen we niet schromen om dat te doen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Turksma. Meneer Haar. Ik denk dat u wil reageren op de RUD? De heer Haar: Ja, dank u wel, voorzitter. Met name in de richting van het CDA uiteraard, omdat die daar een aantal opmerkingen over heeft gemaakt. De andere partijen hebben ingestemd met het doen van een zienswijze. Maar mevrouw Brouwer heeft een paar dingen naar voren gebracht waar ik graag even op wilde reageren. U zegt in uw betoog dat er in de betaling van de RUD een significant verschil zit tussen gelijkwaardige gemeenten wat omvang betreft. Dat is ons uiteraard ook opgevallen. Dat is ook de reden waarom wij dat in de zienswijze hebben vermeld, het is een verschil van ongeveer twintigduizend euro, zonder dat daar een onderbouwing bij gegeven is.

Dus er gaat een brief uit naar de RUD met de vraag: kun je onderbouwing geven voor dat verschil? En pas dan kan bekeken worden of dat acceptabel is of niet. Het tweede punt wat genoemd werd is het ziekteverzuim. Nou, wij hebben in deze raad in het verleden daar al heel vaak over gesproken. In het verleden werd gewerkt met niet realistische ziekteverzuimpercentages. De wens was van de gedachte. Dat het met vier procent wel zou lukken. Nou, de praktijk wees uit dat dat absoluut niet lukt en dat een reëler bedrag verstandiger is om op te nemen, omdat je anders later bij het vaststellen van de jaarrekening met tekorten komt te zitten. Dus vandaar dat nu een percentage van zes procent is opgenomen. En niet zoals in het verleden soms gebeurde, vier of vijf procent. Een probleem is wel en blijft ook dat de organisatie die op zich goed op de rit is, voor zover ik het als kersverse wethouder kan overzien. Ik heb nog niet eens een bestuursvergadering bijgewoond. Maar bij de GR-markt vorige week in Hoogeveen heb ik wel even een tijdje staan praten met de directie van de RUD. Dat de markt om gekwalificeerd personeel te krijgen, dat dat buitengewoon moeilijk is op dit moment. Dat is in zijn algemeenheid zo. Dat weten we allemaal. De invoering van nieuwe wetten. De omgevingswet die eraan zit te komen.

Die legt erg grote druk op de markt van mensen die toezicht moeten houden en regelingen moeten uitvoeren. Die moeten kijken of ze goed uitgevoerd worden. En dat geldt ook voor de RUD. En de afweging om dan maar tijdelijke mensen in dient te nemen of in te huren via bureaus, dat kan. Maar dat brengt tegelijkertijd weer een aanzienlijke stijging van de personeelslasten met zich mee. Tijdelijk personeel,

ingehuurd personeel, is altijd veel duurder dan structureel personeel. Maar die afweging, die wordt onderkent. En er wordt op dit moment hard gewerkt om de formatie op peil te krijgen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Haar. Wethouder Van Dijk, u reageert op de VRD? De heer Van Dijk: Dat kan. De VRD heeft inderdaad op twee punten, de begrotingswijziging 2022 en de begroting ten aanzien van 2023. Ik begrijp dat daar op zich geen vragen zijn over de begroting 2023. Daar stemt u mee in. Maar met name over de begrotingswijziging 2022, als ik het goed begrepen heb. De voorzitter: Beide. Want het verbeterplan informatieveiligheid, dat komt in beide terug. De heer Van Dijk: Correct. Het verbeterplan informatieveiligheid, daar worden ook middelen voor beschikbaar gesteld. En die zijn ook noodzakelijk. Waar het college over viel is dat een impuls niet nader is onderbouwd. En, ja. Als een impuls geld kost en die wordt niet nader onderbouwd, dan zeggen wij: ga die eerst maar eens onderbouwen voordat wij daar eventueel mee in kunnen stemmen. Dus dat is de reden waarom wij de zienswijze hebben ingediend daarop. Of in ieder geval voorstellen die zienswijze in te dienen. Laat ik het zo zeggen. Dan heeft u nog een vraag gesteld in het kader van de financiële positie van De Wolden. En die moet u vooral lezen als: de raad heeft middelen beschikbaar gesteld voor de VRD.

En daar is nu dus geen dekking voor. Als je een uitzetting hebt, dan is daar geen dekking voor. Dus moeten we weer naar de raad voor die extra middelen voor de VRD. Dus de financiële positie van De Wolden is dusdanig als het gaat op het gebied van de VRD dat daar nu geen extra middelen voor zijn. Onze financiële positie is goed. Dat weet u. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Dijk. Mevrouw Brouwer heeft nog een aanvullende vraag. Mevrouw Brouwer: Ja, voorzitter. Als het mag. De wethouder zegt al: er is geen dekking voor. Dat gaat dan over de financiële positie van de gemeente. Zo staat het er in feiten niet. Want als je de zin zo leest, dan denk je dat de financiële positie van De Wolden echt dermate slecht is dat je dus een uitzetting niet kan veroorloven. Dus mijn voorstel zou zijn om die zin iets te wijzigen. Dat het iets anders wordt. Ik wou als eerste even terugkomen op de beantwoording van de heer Haar. De onderbouwing waar de heer Haar het over had van die twintigduizend euro. Daar heb ik het niet over gehad in mijn bijdrage, dus dat kon ik even niet volgen. De voorzitter: Mevrouw Brouwer, u bent nu aan de tweede termijn begonnen? Mevrouw Brouwer: Ja, ja. De voorzitter: Oké. Gaat uw gang. Mevrouw Brouwer: Ja.

Akkoord, voorzitter? Ik heb bij de RUD alleen opgemerkt dat wij het belangrijk vinden dat er voldoende personeel is en voldoende kwalitatief goed personeel, zodat ook daadwerkelijk controles plaats kunnen vinden. En wij snappen echt wel dat daaraan gewerkt wordt en dat er ook gewerkt wordt aan het ziekteverzuim. Wij begrijpen best wel dat het moeilijk ligt, maar daar ligt wel een zorgpunt voor ons. En dan kom ik als laatste toch even terug op de veiligheidsregio. De wethouder Van Dijk zegt van: er wordt een impuls. Er worden extra middelen gevraagd voor een impuls. Ja, daar is het verbeterplan informatieveiligheid is daar een onderdeel van. En wij zien toch wel die informatieveiligheid, dat is een urgente zaak. Bij de GGD wordt het wel direct opgepakt. En juist die willen het in samenwerking doen met de VRD. En dan zeggen wij van: nou, daar zijn wij het niet mee eens. Dus waarom zetten we dan niet in de zienswijze dat we eigenlijk dat verbeterplan wel zien zitten en dat we dan de rest daar onvoldoende onderbouwing voor is. Dat je daar dan

niet mee instemt. Wanneer je de begroting naleest, dan staan daar echt aparte posten voor in. Dat geldt ook voor de begrotingswijziging 2022. Dat gaat echt alleen maar over de informatieveiligheid. De voorzitter: Helder, mevrouw Brouwer. Nog iemand anders van de raadsleden voor een tweede termijn? De heer Brouwer. Volgens mij bent u de enige. De heer Brouwer: Ja, dank u wel, voorzitter. Niet zo zeer hoor. Maar ik ben een beetje getriggerd door datgene wat wethouder Haar nu net zei uitgebreid in zijn antwoord. Ik had het voor mijzelf ook opgeschreven. Hij memoreert aan de arbeidsmarkt, die mij ook heel erg bekend is. Dat het moeilijk is om, zeg maar, personeel te werven. Dat is allemaal wel bekend. Maar met name dat ziekteverzuim. U zegt zes procent, maar het is zeven. Dat dat wordt verondersteld als zijnde van: dat is een reëel cijfer. Maar ik vraag dan de wethouder in dit geval: vindt u dat een reëel cijfer? Ik vind zeven procent ziekteverzuim, laat ik het voorzichtig zeggen, enorm hoog. Is daar ook over gesproken dan met de RUD? De voorzitter: Dank u wel, meneer Brouwer. Nog andere raadsleden die een tweede termijn willen? Nee. Oké. Dan ga ik allereerst naar de heer Haar. De heer Haar: Ja, voorzitter. Het ziekteverzuim van zeven procent, dat dat hoog is, dat is wat mij betreft volstrekt duidelijk.

Het gemiddelde ziekteverzuim bij alle gemeentes in Nederland, bij alle gemeentelijke organisaties, is ongeveer 5,8 procent. Een kleine zes procent. Dat betekent dat de RUD, dat die daar een procent boven zit. Daar is van verschillende kanten nadrukkelijk naar gekeken. Eén van de oorzaken die worden genoemd. Ik heb daar in de eerste termijn ook al iets over gezegd. Dat de formatie, de druk die op de formatie ligt. Wanneer de werkdruk onevenredig hoog is, dan kan dat leiden tot onevenredig groot ziekteverzuim. Dat is één van de punten die daarbij betrokken wordt. Dat heeft ook te maken met de wijze van waarop de werkzaamheden bij de RUD worden aangemeld. In het verleden was het vaak zo dat in de loop van het jaar extra werkzaamheden door de gemeentes bij de RUD werden aangemerkt waar men in de planning geen rekening mee kon houden en die dan toch wel uitgevoerd moesten worden of ten kosten gingen van andere werkzaamheden. Iets wat voor de medewerkers natuurlijk buitengewoon vervelend is. Daar wordt nu wat aan gedaan en op andere terreinen wordt ook het nodige gedaan, ook wat betreft de ondersteuning van de mensen die ziek zijn. De arbeidsgerelateerde, de werkgerelateerde ziekteverzuim, dat is een deel wat beïnvloedbaar is, waar je wat aan kunt doen, aan de werkomstandigheden, dat soort zaken.

Het nietwerkgerelateerde ziekteverzuim, iemand die ziek is, maar niet door het werk ziek geworden is, daar kun je natuurlijk veel minder aan doen. Dat is een vrij vast onderdeel en ja, dat is hoe tragisch dan ook eigenlijk voor de mensen in kwestie, moet je daar simpelweg mee rekening houden. Je kunt het beter opnemen in je begroting dan net doen alsof het er niet is en aan het einde ermee geconfronteerd te worden. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Haar. Dan ga ik na wethouder Van Dijk nog twee vragen vanuit mevrouw Brouwer. Enerzijds of u de zin wilt aanpassen over de financiële positie van De Wolden en anderzijds of u die splitsing kunt aanbrengen dat u wel degelijk instemt met het verbeterplan informatieveiligheid, maar niet met de andere gevraagde investeringen, kosten die daarmee gepaard gaan. De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat kan ik wel en dat wil ik ook wel, maar ik denk dat er dan toch een amendement ingediend zal moeten worden, want er is geen meerderheid van de raad voor. Ik hoor geen andere opmerkingen. Dus ik wil dat met alle liefde doen, maar dan denk ik dat er een amendement moet worden ingediend.

De voorzitter: Ja, dan kijk ik even, dat is duidelijk. Dit is door het CDA ingebracht, door mevrouw Brouwer ingebracht. Ik keek even naar mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer: Ik heb op dit moment geen amendement voorhanden, dus en dan is het de vraag van of de raad het wil, dan zou er sowieso een amendement moeten komen, maar ik laat het aan de raad over dan. De voorzitter: Even kijken, dan voor het gemak kijk ik eerst dan de raad even rond om over de voorgestelde besluiten voor alle gemeenschappelijke regelingen, exclusief de veiligheidsregio, of u daarmee kunt instemmen. Ja. Dan kijk ik naar het voorgestelde besluit rondom de Veiligheidsregio Drenthe om een zienswijze in te dienen op de begroting 2023 en dan vraagt u daarbij om de splitsing te maken, ik kan niet zo één, twee, drie het amendement formuleren, maar de splitsing te maken dat de informatieveiligheidsplannen wel worden gehonoreerd, maar niet de andere gevraagde investeringen, omdat die niet goed onderbouwd zijn. Volgens mij vat ik hem dan goed samen. Dan wil ik dit amendement … De heer Hulst: Voorzitter. De voorzitter: O, dat moet altijd eerst voor de rest, ja. Ja. Mijnheer Hulst. De heer Hulst: Even voor mijn idee, want er was geen amendement en nu is er opeens kennelijk wel een amendement.

Er is toch geen amendement? De voorzitter: Er is geen amendement, maar volgens mij kunnen we eigenlijk als we zeggen dit is de strekking van wat mevrouw Brouwer wilde inbrengen, als wijziging op, het is volgens mij ook als wijziging op de inhoud van de zienswijze, als u zegt van dat vinden wij een goede wijziging, ik denk toch dat dan niet sprake is van een amendement trouwens, op de tekst, want uiteindelijk wordt de brief ondertekend door de voorzitter van uw Raad en door de griffier, omdat zij de zienswijze moeten indienen. Dat geldt dus voor alle zienswijzen, want daar was trouwens ook een opmerking over zojuist. Volgens mij is dat geen amendement. Ik kijk even naar de griffier. Ja, wat wij voorstellen is dat we heel even schorsen, dan passen wij de brief aan en brengen hem dan in beeld. Kunt u daarmee instemmen? Dan schors ik de vergadering … De heer Brouwer: Nou, voorzitter, ik heb toch wel … Ik begrijp wel hoor, u zoekt naar een praktische oplossing, maar uiteindelijk is het CDA die zegt van we hebben een amendement, maar dat is er dan niet en vervolgens bent u aan het formuleren om het eigenlijk te verwoorden datgene wat het CDA wil. Dus het lijkt me verstandiger dat in die schorsing het CDA dan gaat bepalen of gaat opschrijven wat ze willen. Mevrouw Brouwer: Ik denk dat … De heer Hulst: Zou ik ook denken, ja.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11605954/2