CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript gemeenteraad 31 maart 2022

Gemeenteraad 31 maart 2022, gemeente De WoldenBij agendapunt: Opening17.869 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DE WOLDEN d.d. 31 maart 2022

0.A Vragenhalfuur voor de inwoners De voorzitter: Goedenavond. Goedenavond. Goedenavond. Gemeenteraad nieuwe stijl, zullen we het zo noemen? Nieuwe samenstelling. Goedenavond mensen op de tribune en dat zijn er heel wat, ik weet niet of u dat thuis kunt zien. Ik begrijp veel mensen vanuit ons verenigingsleven en veel mensen vanuit IKC 't Oelebröd en als ik het niet goed zeg, wil ik heel graag dat Gerbrand mij verbeterd. We beginnen altijd eerst met het eerste halfuur waar inwoners kunnen inspreken, waar vragen aan het college worden gesteld en om acht uur start dan de formele raadsvergadering. Als ik het goed heb begrepen, gaat als eerste in spreker Alies Klomp inspreken, ouder op het IKC Oelebröd. Ja, zeg ik het goed, Gerbrand? Lid van de MR over de huisvesting. Mag ik u verzoeken naar voren te komen? Welkom. U heeft vijf minuten. Ja, je moet even het knopje indrukken. Mevrouw Klomp: Geachte voorzitter en geachte leden van de raad, fijn dat ik de gelegenheid krijgen om hier vanavond in te spreken namens de ouderraad, de oudercommissie en de medezeggenschapsraad van Integraal Kindcentrum ’t Oelebröd in Ruinen. Graag vraag ik uw aandacht voor ‘t Oelebröd in het kader van het integraal huisvestingsplan voor het onderwijs in De Wolden. Daar gaat u zich als gemeenteraad binnenkort over buigen.

IKC ‘t Oelebröd wil elk kind elke dag een beetje wijzer maken, want elk kind telt en elk kind heeft talent. Het gaat in een IKC, een integraal kindcentrum niet alleen om het toetsen van kinderen, maar vooral om aandacht voor talentontwikkeling, zelfvertrouwen en een reëel zelfbeeld. Het gaat ook niet om de stenen of het gebouw, maar om wat er in dat gebouw plaatsvindt. Wij vinden dat daar in het integraal huisvestingsplan onvoldoende aandacht voor is. De staat van het gebouw en de duurzaamheid worden genoemd, maar er is onvoldoende aandacht voor wat het allerbelangrijkste is: wat er in een integraal kindcentrum gebeurt en wat daarvoor nodig is. Ik heb het dan over goed onderwijs, goede opvang, talentontwikkeling, combinatiefuncties, multifunctionaliteit en aanbod aan creatieve en sportieve activiteiten na schooltijd. Een integraal kindcentrum is een plek voor kinderen van nul tot dertien jaar waar zij komen om te leren spelen en ontwikkelen, waar een vloeiende overgang tussen kinderopvang, peuterspeelzaal en onderwijs de kern is, waar kinderen voordat ze naar school gaan al bekend zijn met het gebouw, lokalen en de juffen en meesters. ’t Oelebröd in Ruinen werkte als eerste school in De Wolden volgens het gedachtegoed van een integraal kindcentrum, maar het gebouw is er niet op ingericht.

Door de vele kleine hokjes en lange gangen in het gebouw is er geen interactie mogelijk tussen de kinderen en is het steeds moeilijker om verder te bouwen aan een echt integraal kindcentrum. Voor onze kinderen en de kinderen die in de nabije toekomst naar ‘t Oelebröd gaan, is het belangrijk dat het gebouw de mogelijkheid biedt voor meer dan alleen het leren van bijvoorbeeld rekenen en taal. Het gebouw dient een plek te zijn voor talentontwikkeling. Daarvoor is een inrichting nodig zonder lange gangen, maar met functionele open ruimtes waar kinderen samen kunnen werken maar ook zelfstandig, waar ook ruimte is voor het maken van muziek, voor toneelvoorstellingen, optredens en andere creatieve en sportieve activiteiten voor de kinderen in het IKC, maar ook voor verenigingen en organisaties in het dorp en zeker ook voor de bibliotheek, een meerwaarde voor een integraal kindcentrum waar alle kinderen van nul tot dertien jaar bezig zijn met woordenschat en talentontwikkeling, taalontwikkeling, excuus.

Andere partijen met een meerwaarde voor het integraal kindcentrum zijn onder andere een logopedist, schoolmaatschappelijk werk, een kinderfysio en een wijkverpleegkundige, partijen die aansluiten bij de doelgroep nul tot dertien jaar die onder school observaties kunnen doen, kennis kunnen delen en via de korte lijnen met de leerkrachten snel inzet kunnen plegen als het nodig is, alles in een voor kinderen vertrouwde omgeving. Bovendien kunnen ruimtes multifunctioneel ingezet worden. Een speellokaal

voor peuters en kleuters kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden door de kinderfysio en de opvang en de BSO. Uiteraard kijken wij ook naar de veiligheid en het welzijn van onze kinderen. Dat gaat onder andere over openheid, overzicht, optimale ventilatie, klimaatbeheersing en voldoende daglicht. Vooral goede ventilatie is erg belangrijk. Op dit moment voldoet de school aan de eisen, maar om het optimaal te krijgen, is er meer nodig. Daarnaast is de cv-ketel al meer dan dertig jaar oud en op korte termijn aan vervanging toe. Wij zien kansen voor verduurzaming in combinatie met een interne verbouwing van de school. Het college van burgemeesters en wethouders en het bestuur van Wolderwijs hebben met de ondertekening van de intentieverklaring verduurzaming maatschappelijk vastgoed in december 2021 al aangegeven hiermee ook aan de slag te willen. ‘t Oelebröd zou hierin graag voorop lopen en een voorbeeld willen zijn voor andere scholen. Geachte voorzitter, geachte leden van de raad, vanuit ‘t Oelebröd zijn er de afgelopen jaren regelmatig gesprekken gevoerd met de gemeente over de staat van het gebouw en de huisvesting van onze kinderen. ‘t Oelebröd en wij als ouders hebben echter nog weinig veranderingen gezien terwijl het gebouw niet aan de gestelde eisen van een integraal kindcentrum voldoet.

Daarom vragen wij u om bij de behandeling van het integraal huisvestingplan breder te kijken dan alleen naar de bouwkundige staat en verduurzaming van ’t Oelebröd, naar wat er nodig is voor de ontwikkeling naar een volwaardig integraal kindcentrum, niet over tien of vijftien jaar, maar zo snel als mogelijk, zodat ‘t Oelebröd verder kan groeien als integraal kindcentrum waar ruimte is voor talentontwikkeling, samenwerking met diverse disciplines en organisaties en verenigingen in het dorp, want elk kind telt en elk kind heeft talent. Zo worden onze kinderen elke dag een beetje wijzer. Dat was mijn verhaal. De voorzitter: Ik vrees dat ik het publiek er direct aan moet herinneren dat wij niet gewend zijn om in de raadzaal te klappen. Natuurlijk heeft u onze volle support. Dat wordt zo meteen wel een dingetje denk ik. Mevrouw Klomp: Wat ik nog graag als dat mag … De voorzitter: Ja. Mevrouw Klomp: Gisteren was de grote rekendag en er stond in het kader ook van bouwen en de kinderen hebben toen verschillende maquettes gemaakt van hun ideale schoolbeeld en daar zijn mooie foto’s van gemaakt en die zou ik graag aan u willen overhandigen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Ik ga daar kennis van nemen met mijn college. Allereerst kijk ik even de gemeenteraad rond wie er vragen heeft voor mevrouw Klomp. Mevrouw Brouwer, mevrouw Haanstra, nieuwe namen. De heer IJzerdoorn, even kijken.

Heb ik dan drie ...? Ja? De heer IJzerdoorn. De heer IJzerdoorn: Ja, een heel mooi verhaal dat mij aan het hart gaat als het gaat om de wijze waarop we kinderen willen begeleiden. Ik heb het gebouw ook tijdens ons bezoek mogen aanschouwen en wat mij opvalt, is dat het inderdaad eigenlijk gewoon niet voldoet aan vernieuwend onderwijs. De vraag die ik heb, is: is het nou jullie voorkeur om te renoveren of om een totaal nieuw gebouw neer te zetten? De voorzitter: Mevrouw Klomp. Mevrouw Klomp: Nou, het is dus inderdaad niet de bedoeling om een heel nieuw gebouw neer te zetten. Het gaat puur om de inrichting van het gebouw. Dus dan gaat het denk ik wat u bedoelt over de renovatie en dat is dus intern. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Haanstra.

Mevrouw Haanstra: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk niet echt een vraag. Ik wil mevrouw Klomp hartelijk bedanken voor haar betoog. Ik denk dat we kunnen zeggen dat we het verhaal wel denken te begrijpen. Tenslotte zijn we ook met de raad bij u op school geweest en ik kan u zeggen dat we de signalen mee zullen nemen in de besluitvorming. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer-Dekker: Ja, dank u wel. Mevrouw Klomp, ik heb u horen zeggen dat ook de bibliotheek is gehuisvest bij u op school. U geeft ook aan van: dat hoort juist bij een integraal kindcentrum. Er zijn ook een aantal kindcentra hier in De Wolden waar de bibliotheek niet bij geïntegreerd is, dus mijn vraag aan u is, is van: is er ooit wel eens nagedacht om de bibliotheek uit school te plaatsen, bijvoorbeeld naar ’t Neie Punt toe of naar de poort waardoor er gewoon ruimte ontstaat binnen school? Mevrouw Klomp: Nou, bij mij weten is dat nooit een optie geweest en de school ziet ook eigenlijk alleen voordelen ervan van dat de bibliotheek wel in school zit, gewoon ook in de relatie en wat ik net al zei, woordenschat, taalontwikkeling, maar het is mij niet bekend dat er ook andere opties eerder zijn besproken. Dat weet ik niet. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Ik kijk even rond. Ja? Prima. Wij nemen uw inspraak mee, mevrouw Klomp. Dank u wel voor uw inspraak.

Dan heb ik begrepen dat er twee insprekers zijn uit het verenigingsleven waar in eerste instantie mijnheer De Boer stond en ik begrijp dat het mijnheer Edwin Weide en mijnheer Sander Dekker zijn die gaan inspreken. Ik denk dat het goed is om beide insprekers na elkaar te laten inspreken en dat we daarna de vragen van de raad door de raad laten stellen. Mijnheer Edwin Weide, klopt dat? Ook u heeft vijf minuten, mijnheer Weide. De heer Weide: Geacht college, mijn naam is Edwin Weide, voorzitter Stichting Oldtimerdag Ruinerwold. Ik sta hier namens diverse verenigingen, organisaties zoals de CrisisCross, Trekkerslep Ruinerwold, Oldtimerdag Ruinerwold, Trekkertrek Ford, de Antrappers en MC80. Ik moet wel even melden dat er diverse organisaties al in gesprek zijn met de gemeente. De bovengenoemde evenementen die dragen in grote mate bij aan de leefbaarheid van het platteland. In alle dorpen in onze gemeente vinden al jaren evenementen plaats die met veel plezier georganiseerd worden door vrijwilligers. Deze mensen organiseren wat voor de bevolking, maar ook uiteraard omdat ze zelf veel plezier beleven in het organiseren van evenementen. De leefbaarheid wordt niet alleen bepaald door bijvoorbeeld winkels en scholen, maar ook door de reuring die evenementen met zich meebrengen.

Steeds vaker worden de organisatoren geconfronteerd met een kleine klagende minderheid wat uiteraard het plezier in het organiseren niet ten goede komt. Daarnaast is er uiteraard een zwijgende meerderheid die met zeer veel plezier naar de evenementen komt en deze een warm hart toedraagt. Deze meerderheid betreft op jaarbasis enkele tienduizenden mensen bij ons in de gemeente bij bovengenoemde evenementen. Om even de Oldtimerdag als voorbeeld te noemen, hier komen ongeveer 1500 deelnemende voertuigen en circa 15.000 man publiek jaarlijks op af. Daarnaast staan er in de omliggende dorpen langs de Tourroute honderden mensen zich te vergapen aan het oude spul. Het gevoel, en we moeten wel benadrukken dat dat een gevoel is, is dat de kleine klagende meerderheid grotendeels vertegenwoordigd wordt door zogenoemde nieuwkomers. De verdraagzaamheid ten opzichte van elkaar en hiermee ook de manier van samenleven zoals we dat in de gemeente De Wolden gewend zijn, komt de laatste tijd in het gedrang op deze manier. We maken ons als organisatoren ook al een tijdje zorgen om de hoeveelheid regelgeving waar we als organisatie aan moeten voldoen en dat wordt versterkt door de onlangs afgelaste motorevenementen. Daarom staan we hier om u toe te spreken. Wij snappen dat er regels opgesteld worden door de hogere overheid en voor een heleboel regels is veel te zeggen.

Wij snappen ook dat deze regels naar

beneden toe gedelegeerd worden richting de gemeente. In ons geval stuurt de gemeente ons een mail met een doorverwijzing naar de provincie die op hun beurt doorverwijs naar de website. Met andere woorden, het wiel dient zelf uitgevonden te worden, maar wij als organisatoren hebben geen idee waar we moeten beginnen. Mogen we als organisatie van de gemeente verwachten dat er een helpende hand wordt toegestoken? De gemeente is toch in grote mate gebaat bij het organiseren van evenementen die ervoor zorgen dat de gemeente leefbaar blijft. Door de hoeveelheid werk aan vergunningaanvragen en dergelijke kunnen we ons voorstellen dat er organisaties zijn die niet bij machte zijn om dit te organiseren en de stekker uit een evenement trekken. Daarnaast worden we geconfronteerd met hogere kosten. Om een voorbeeld te noemen voor de Oldtimerdag hebben we nu een omgevingsvergunning aan moeten vragen boven op de normale evenementenvergunning. Dat invullen was geen feestje. Alle vragen hebben we kunnen beantwoorden, maar het ging niet van harte. Kosten voor deze vergunning zijn alleen al 245 euro. We hebben 27 jaar lang niet zo een vergunning aan hoeven vragen, een evenementenvergunning volstond. Nu het 28e jaar zo ineens wel. Deze omgevingsvergunning doet qua inhoud en omvang aan als een grote wassen neus.

Voor overige vergunningen, waaronder een natuurvergunning waar we zo meteen op aan zijn gewezen, zijn we aangewezen op een extern bedrijf die ons kan helpen om te beoordelen of er überhaupt natuurvergunningen nodig zijn of niet. Geen idee. Er moet berekend worden hoeveel stikstof stoten we uit. Heeft dat invloed op Natura 2000-gebieden? Wij hebben echt geen idee en wij vermoeden dat de gemeente dat ook niet heeft. Kosten voor alleen al dat advies, voor de QuickScan: 2000 euro. Als blijkt dat we te veel stikstof uitstoten, dan dienen we waarschijnlijk stikstof extern te leasen of te kopen. Geen idee hoe we daarmee om moeten gaan en wat dat allemaal gaat kosten. Er zijn evenementen die deze financiële tegenvaller niet kunnen overzien, maar moeten we en willen we de markt op om stikstof te kopen? Dit voorbeeld komt vanuit de Oldtimerdag, maar nagenoeg alle bovengenoemde evenementenorganisatoren die hebben met soortgelijke dilemma’s te maken die het organiseren en het genot hiervan bepaald niet ten goede komen. Kort gezegd vragen we bij deze hulp van de gemeente. Wij verwachten iets van de gemeente daar de overheid en de gemeente al jaren steeds meer en meer van ons als organisatoren verwachten. We zitten letterlijk en figuurlijk met de handen in het haar.

Dit jaar is het een natuurvergunning welke we niet begrijpen, wat gaat het volgend jaar worden? Hoever moeten we het met zijn allen nog laten komen en wat gaat het allemaal kosten? Ons voorstel zou dan ook zijn dat er vanuit de gemeente een helpende hand geboden gaat worden in technische en ondersteunende zaken en dat er voor dit jaar vanuit de gemeente op een initiatievenrekenmanier een vergoeding komt voor het financiële gedeelte. Voor de komende jaren zou dat prima in de gemeentebegroting aangepast kunnen worden, lijkt ons. Laat ons met elkaar hierover in gesprek gaan. Zowel de gemeente als de organisatoren zijn gebaat bij duidelijkheid en redelijkheid. Bedankt voor uw tijd en aandacht. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Weide. Dat was exact binnen de tijd. De tweede in spreker was de heer Dekker. Als u hier even in de buurt blijft, dan is dat handig met het beantwoorden van vragen zo meteen. Excuses, u mag daar geen plaats nemen hoor ik net. Dat klinkt heel onaardig, maar ik moet ook een beetje wennen aan alle regeltjes. Het woord is aan mijnheer Dekker. Welkom. De heer Dekker: Ja, geachte raad, geacht college, voorzitter, dank voor de spreektijd. Ik had het zelf niet verwacht toen ik hier naartoe reed, maar er viel wat uit en er werd mij gevraagd: wil je het woord doen? Ja, soms heb je een grote mond en dan eindig je hier, maar zo zijn wij ook als feestvereniging.

Ik sta hier ook namens de VVVo Ruinen, de feestcommissie. We zetten gewoon de schouders eronder en we gaan weer verder. Onze zorgen zijn met name ontstaan door bepaalde vragen vanuit de gemeente die wij kregen over ons paasvuur. Komende 17 april willen wij die gaan ontsteken. Daar hadden wij eind januari een aanvraag voor ingediend en daar hadden wij een mondeling akkoord op. Nou, er zat dan wat voorbehoud omtrent paasvuur met droogte en dergelijke. Vorige maandag kregen wij daar opeens een brief heel kort waarin stond

dat wij allerlei rapportages over natuur, flora, fauna, veiligheid, openbare orde moesten aanleveren. Dat stond in een alinea. We moesten dat eigenlijk zelf maar uitzoeken. We zijn gaan bellen binnen de gemeente naar een verantwoordelijke coördinator en die gaf in ieder geval wel eerlijk toe dat hij het zelf eigenlijk ook niet wist en ze gingen het uitzoeken. We zijn inmiddels anderhalve week verder en we weten nog steeds niks. Over 2,5 week moet ons paasvuur ontstoken worden en de vraag is of het überhaupt door kan gaan. Het heeft te maken met formele zaken denken wij, maar het zal waarschijnlijk te maken hebben met de motorvereniging en die inzet daarvan of de rechtszaak die daaromtrent was. Procedures die door de gemeente niet waren gevolgd over natuur en inspraak die hebben best wel zware gevolgen gehad is ons idee. Op elke praalwagen moet een brandblusser horen wij bij andere verenigingen bij een feest, bij een dorpsfeest. Kunnen deelnemers er niet vanaf vallen? Dat moet allemaal uitgesloten worden in steeds dikkere, technischere, uitgebreidere vergunningsaanvragen. Wij zijn zelf een vereniging van volksvermaak. Ik heb wel eens heel spottend gedacht: we moeten de naam veranderen in de vereniging van vergunningsaanvragen Ruinen.

Nou komt er weer een stukje milieu, natuur, flora en fauna overheen en onze vraag en tegelijkertijd onze zorg is eigenlijk ook gewoon heel erg: wat is de rechtszekerheid nog van dit soort evenementen? Lopen wij niet de kans dat mocht de vergunning wel verleend zijn dat er inspraak op komt? Nou, inspraak is niet erg, maar op het moment dat er een rechtszaak van komt of een kort geding, ja, dan zijn wij gewoon sitting duck als feestcommissies. Waar wij gewoon een beetje bang voor zijn, is dat wij zelf ook een beetje hulpeloos worden. De gemeente geeft toe: ze weten het zelf ook niet zo goed, maar ja, wij als verenigingen, wij zijn wel de leefbaarheid waar raadsleden en de gemeente zelf heel blij mee moet zijn en ook is, alleen we voelen ons in die zin steeds minder gewaardeerd. En wat is de oplossing hiervoor? Dat vragen wij eigenlijk en dat is tegelijkertijd ook onze zorg. Daar zou ik het eigenlijk wel bij willen laten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Dekker. Wie heeft er vragen van de raad voor de heer Dekker of de heer Weide? Even kijken. De heer Turksma, de heer Jansen. That’s it. Ja, mijnheer Jansen, mijnheer Brouwer, dat zijn er drie, mijnheer Haar. De heer Turksma. De heer Turksma: Ja, misschien even een verduidelijkende vraag, ik hoor van beide insprekers dat u heel veel hinder ondervindt van de regelgeving en het invullen van allerlei lijsten en dingen.

We weten allemaal dat dat lang niet allemaal gemeentelijk beleid is, maar vaak ook landelijk is afgesproken. Begrijp ik het toch goed dat u zegt van: u zal al een heel eind geholpen zijn als de gemeente hier wat proactiever zou meehelpen om u door dat woud van regels en lijstjes te kunnen doorworstelen? De voorzitter: Wie wil antwoord geven? Mijnheer Weide. De heer Weide: Dat is inderdaad juist. Eigenlijk wordt het nu gewoon over de schutting geworpen en gezegd: vermaak je ermee. Je wordt doorverwezen naar de provincie en die ziet het ook aan. Ja, help alstublieft met het verhaal in technische ondersteunende zin. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ja, misschien een vervolgvraag op Mark. Hartelijk welkom dat jullie hier zijn. Aan de eerste spreker, ik weet niet meer de exacte bewoording van u, maar u gaf aan bij het invullen van de formulieren volgens mij van de omgevingswet, na, na, na, een beetje in die bewoording het is mij wel gelukt, maar wat is daar de strekking van? Was het dusdanig lastig of dat u zei: het gaat mij boven de pet? Wat moet ik me daarbij voorstellen?

De heer Weide: Het ging ons inderdaad een beetje boven de pet. Je moet echt bedreven zijn in dat soort formulieren invullen en het gaat niet zomaar even … Een evenementenvergunning vullen we zo in, helemaal geen probleem. Daar fietsen we zo doorheen, maar zo een omgeving vergunning dat was een stuk lastiger en daar heb je in principe gewoon hulp bij nodig. De heer Jansen: Ja, bedankt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Weide. Mijnheer Brouwer. De heer Brouwer: Ja, voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de heer Dekker en de heer Weide voor de inspraak. Ik ben het er helemaal mee eens. Dit is een schreeuw eigenlijk die uit de maatschappij komt om hulp. Evenementen, alle fracties zijn het daarover eens, evenementen in De Wolden zijn het DNA van De Wolden. Dat past ook bij de cultuur van De Wolden. Die moeten we in stand houden. Wat er nu op dit moment gebeurt, ja, dat kan niet. De heer Weide zegt ook al: leefbaarheid in de dorpen. De vraag die ik heb, is niet eens zozeer gericht tot beide heren en alle verenigingen die meeluisteren en meekijken. Het moet zo makkelijk mogelijk worden gemaakt. De heer Turksma die vraagt net ook naar het invullen van.

Ik heb mijnheer Weide net horen zeggen datgene wat ik vanmiddag van de organisator van het dorpsfeest bij mij in de wijk eigenlijk hetzelfde te horen heb gekregen dat er eigenlijk een soort bericht komt van: ja, je moet zelf maar even bij de provincie navragen hoe dat zit. Jongens, alsjeblieft. Dus de vraag, nogmaals, is niet gericht aan de verenigingen, maar is aan het college wat daar zit dat weliswaar demissionair is en dat uiteindelijk opnieuw gevormd moet worden, maar pak dit op. En het is niet zozeer een vraag, ik zou voorstellen om namens alle fracties hier in De Wolden daar een opdracht aan te verbinden. Zorg ervoor dat evenementen in De Wolden kunnen blijven bestaan en dat de mensen die die evenementen organiseren dus heel veel vrije tijd daarin steken, dat die daarbij ook geholpen worden. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Brouwer. Dat was niet helemaal een vraag, maar een duidelijke oproep. De heer Haar. De heer Haar: Nou, ik zou mij in ieder geval bij de oproep van de heer Brouwer wel willen aansluiten, want wij willen allemaal in De Wolden graag reuring, we willen graag evenementen in De Wolden. Tegelijkertijd willen we ook allemaal graag veilige evenementen. Niemand wil herinnerd worden aan Haaksbergen met het ongeval met de supertruck waar niet aan de voorwaarden werd voldaan. Met andere woorden, de voorwaarden zijn er niet voor niks.

Het is belangrijk dat die er zijn en dat die nageleefd worden, alleen het moet wel mogelijk zijn en dat is eigenlijk wat ik van de beide mannen hoor van dat dat eigenlijk tegenwoordig amper meer mogelijk is om dat voor elkaar te krijgen. Ik heb er zelf mee te maken met het openluchttheaterfestival van Mina Koes. Daar krijg je ook met al die dingen te maken en dan is denk ik: hulp van een deskundige, van de gemeente in dit geval of Welzijn De Wolden mijn part als uitvoeringorganisatie, die zou daar zeer bij gediend zijn om te zorgen dat onze doelstellingen als gemeenteraad dat wij een enthousiaste, leefbare gemeente zijn dat we die kunnen bewerkstelligen, dat het gebeurt, dus helemaal onderschrijf ik de oproep van de heer Brouwer in dat opzicht. Nog een vraag, dat hoort eigenlijk erbij om vragen te stellen. In hoeverre wordt nou het plezier van het organiseren … Want jullie organiseren het voor het publiek, maar ook voor jezelf. Ik bedoel, organiseren is ook leuk om te doen. Wanneer je er weer deskundigen bij moet halen, al is dat betaald door de gemeente, in hoeverre beïnvloedt dat het plezier van het organiseren? De voorzitter: De heer Dekker, de heer Wijde?

De heer Dekker: Zal ik hem doen? Het plezier van organiseren zit hem ook heel erg in die voorpret, het bedenken van bepaalde dingen. En als je dan inderdaad wat je zegt, wat u zegt, sorry: die regels zijn er niet voor niets, daar sta ik helemaal achter. Dat ben ik eens, alleen je bent zo veel energie kwijt en we doen het allemaal als vrijwilliger. We doen het naast ons werk en dat maakt het best wel pittig om dat aan elkaar te krijgen. Ja, ik citeer mijnheer Brouwer even, dat is frustrerend, enorm. En als je daar in ieder geval in geholpen wordt, dat die geste in ieder geval er al is, vind ik ook bijzonder prettig. Ja, het zal echt enorm helpen, want dan kun je gewoon bezig zijn met dingen voor het dorp doen in plaats van dingen voor de gemeente of de provincie of de landelijke overheid doen. De heer Haar: Ik wil nog wel even toevoegen wanneer je dingen voor de gemeente doet en dingen voor de landelijke overheid doet, dan doe je dat ook voor de bevolking in deze natuurlijk. De bevolking die wil die veiligheid en die zekerheid en dat soort dingen ook hebben. De heer Dekker: En wij als organisatie ook, hoor, maar het wordt steeds meer. De voorzitter: Goed. Ik denk dat de vragen zijn gesteld. Ik kijk nog eventjes rond naar de gemeenteraad. Oké, dank u wel. Dank u wel voor uw inspraak, een duidelijke oproep vanuit de raad richting college om dit verder voortvarend op te pakken.

Ik denk dat dat heel duidelijk is. Ja, ik denk niet dat ik een, twee, drie als portefeuillehouder mag reageren. Dan ga ik weer in de verkeerde rol zitten., Maar dank u wel voor uw inspraak. Dank u ook, verenigingen. Ik nodig u uit om de rest van de vergadering erbij te zijn. Ik weet niet of er nog vragen gesteld verder gaan worden, maar dank u wel voor uw inspraak. 0.B Vragenhalfuur voor de raad De voorzitter: Even kijken, dan gaan we naar het vragenhalfuur voor de raad, daar is geen gebruik van gemaakt. Dat is nog steeds zo? 0.C Mededelingen van het college De voorzitter: Dan de mededelingen van het college. Ik kijk even naar het college. Zijn er mededelingen? Nee. Ik heb een mededeling, dat is het feit natuurlijk dat er een nieuwe raad is aangetreden en dat we op dit moment nog geen nieuwe agendacommissie hebben, dus ik wilde eigenlijk aan uw raad voorstellen dat we met de vorige agendacommissie waarin de heer Brouwer en de heer Haar zitting hadden om samen met de griffier en ondergetekenden de agenda van 28 april voor te bereiden. Gaat u daarmee akkoord? Oké, prima. Dan een tweede punt van mij is aangaande vragen, de heer Haar sprak mij aan over de huisvesting Oekraïners. Als het goed is heeft u daar vandaag een raadsinformatiebrief over gekregen.

Ik vraag me af of dat afdoende is of dat u op dit moment verder bijgepraat wil worden of dat we dat uitgebreider op een nader moment doen naar aanleiding van de raad informatiebrief. De heer Haar: Als ik even mag reageren, voorzitter, ik heb de raadsinformatiebrief niet gezien. Ik denk bijna niemand. Niemand dus. Dus misschien dat dit het juiste moment is om daar in elk geval even wat summiere informatie over te geven. De voorzitter: Goed, ik zal u summiere informatie geven. Zoals u weet is er, dat stond in de eerste raadsinformatiebrief, een crisisorganisatie ingericht waarbij een aantal taken zijn belicht. Dat is allereerst natuurlijk de huisvesting van Oekraïners. U weet dat de opdracht ligt vanuit de veiligheidsregio om … Ondertussen loopt de tribune weg. Dank u wel voor uw aanwezigheid. Goed. Goed, wat betreft de huisvesting

van de Oekraïners is het zo dat wij een aantal locaties inmiddels geregeld hebben. Het is allemaal kleinschalige opvang. De twee locaties die al geregeld zijn, zijn de Morene Hoeve waar inmiddels ook mensen gehuisvest zijn en Drogteropslagen. De lijst was langer in het begin. Er zijn een aantal locaties afgevallen ofwel omdat ze niet lang genoeg beschikbaar waren ofwel omdat de prijzen exorbitant hoog waren. Nou, dus dat loopt best langzaam, maar het langzaam neemt het ook toe. Ik heb net gehoord dat er nog drie locaties in het vizier zijn waar totaal ook 25 mensen gehuisvest kunnen worden. Dat is nog lang niet de honderd die we eigenlijk beoogden in de eerste fase van de opvang, dus die termijn is ook eigenlijk voorbij, maar ik kan wel u zeggen dat er met man en macht wordt gewerkt en gezocht naar geschikte locaties die ook voor langere termijn beschikbaar zijn. Dat is een belangrijke en dan ook waar wij locatiemanagement et cetera allemaal voeren. Het tweede punt is dat er natuurlijk allerlei particuliere initiatieven zijn waarbij bijvoorbeeld hulpgoederen et cetera worden ingezameld. We hebben daar een samenwerking gezocht met de diaconie en met de serviceclubs onder leiding van de Rotaryclub om vraag en aanbod goed op elkaar afgestemd te krijgen.

Dat is met name natuurlijk, dat gaat echt lopen op het moment dat mensen gehuisvest worden zodat die goederen ook daadwerkelijk bij die mensen passen die daar komen, dus dat loopt ook. Ik heb ook gehoord dat er een hele goede bijeenkomst van de serviceclub is geweest. Het derde is natuurlijk gewoon alles regelen rondom inschrijving. Nou, dat is allemaal geregeld binnen BRP. Verder ook dat mensen de eerste dagen een welkomstpakket hebben, maar ook te eten hebben, ook wat geld hebben, et cetera. Dat is allemaal geregeld, dus dat loopt allemaal, maar het zit met name in het vinden van geschikte locaties en om dat verder uit te breiden. Ik kan u zeggen dat daar met man en macht wordt gewerkt. Het is een crisisorganisatie. Zo is die ingericht en dat is eigenlijk op dit moment de stand van zaken. Ik kreeg wel vandaag ook een telefoontje vanuit Assen van: jullie blijven wat achter. Dat klopt. Ik kan niet anders zeggen dan dat het klopt, maar ik kan u ook zeggen van: we doen ongelofelijk ons best, maar als de locaties er niet zijn, dan houdt het al snel op, dus ik weet wel dat we nog steeds gewoon vijf, acht, vijftien plekken steeds realiseren en dat daar wel echt volop aan gewerkt wordt. Ik weet niet of dat afdoende antwoord geeft. Mijnheer Hulst.

De heer Hulst: Ja, in het kader van de opvang van Oekraïners, ik heb begrepen dat er ook wat onrust is ontstaan in het Middelveen omdat daar spontaan eigenlijk woonruimte is neergezet door mensen, wellicht met goede bedoelingen, maar daar is wel nogal wat onrust over ontstaan. Daar zijn we ook over benaderd. Misschien dat u daar ook iets over kan zeggen. De voorzitter: Nou, in zoverre kan ik u daar iets over zeggen. Ik kijk even naar wethouder Hempen of zij hierop wil reageren, maar het is zo dat het gaat om een locatie die conform bestemmingsplan geen huisvesting toestaat en het is een particulier initiatief. Ik kijk heel even naar wethouder Hempen of zij dat verder wil aanvullen. Mevrouw Hempen-Prent: Nou, het is inderdaad een particulier initiatief en eigenlijk hebben wij als college gezegd van: de bestemming is niet passend en vandaar ook dat we hebben aangegeven dat er eerst een bouwstap is voordat dit sowieso verder kan, maar als college zijnde hebben we ook gezegd van: dit soort initiatieven, units plaatsen op gronden zou juist op grond van de gemeente moeten zijn waar al de bestemming op zit of binnenkort op zou komen en niet op deze manier. De voorzitter: Andere vragen? De heer Haar. De heer Haar: Ja, nog even in aanvulling op wat u zei en met name ook op wat mevrouw Hempen zegt.

Omdat wij het aantal nog bij lange na niet gehaald hebben wat we zouden moeten hebben waardoor mogelijkerwijs dit soort vormen van wildgroei ook een beetje ontstaan. Noodzaak, geef nog eens nadrukkelijk de noodzaak aan dat wij ons als gemeente, en ik twijfel daar niet aan, dat die inspanning er is, maar hoe noodzakelijk dit is

om wel aan die opdracht die wij hebben vanuit de veiligheidsregio om daaraan te voldoen. En een aansluitende vraag is: hebben wij eventueel nog andere middelen als overheid ter beschikking om woonruimte te vorderen ten behoeve van de huisvesting van vluchtelingen? De voorzitter: Nou, echt woonruimte vorderen hebben we volgens mij, ja, uiteindelijk zou je dan in een aanwijzingsbesluit komen. Dat vraagt nogal wat. Ik denk dat we zo lang mogelijk moeten vermijden om daarin terecht te komen en zolang er nog steeds zicht is op geschikte huisvesting die zeker ook voor langere termijn beschikbaar is, want daar gaat het natuurlijk om, het gaat niet om twee dagen, drie dagen, het gaat echt om langere termijn is de verwachting, dat we echt zoveel mogelijk inspanning daarop moeten blijven plegen totdat het echt gaat stoken en we hebben nu toch wat ik net heb aangegeven, toch nog wel een aantal locaties in zicht. Kijk, dan denk ik dat je uiteindelijk moet kijken: welke andere middelen staan ons ter beschikking om daadwerkelijk aan te wijzen? Maar u weet ook uit het verleden, en dat kan misschien mevrouw Hempen ook onderschrijven, dat ook met de huisvesting van statushouders dat we daar ook ongelooflijk veel inspanning voor moeten doen om dat te regelen. Er is gewoon bijzonder weinig beschikbaar in deze gemeente. Mijnheer Turksma. De heer Turksma: Ja, voorzitter, twee vragen van mijn kant.

Allereerst, u schetst net eventjes de situatie van hoeveel huisvesting er inmiddels is gerealiseerd. Dat blijft achter op wat u graag zou zien. Ik begrijp een beetje uit die cijfers dat hier vooral wat grotere accommodaties blijkbaar worden aangeboden en worden ingezet en dat de huisvesting bij particulieren misschien wat achterblijft. Heeft u daar een visie op? Zou het kunnen zijn dat u wellicht daar nog eens een oproep doet in zijn algemeenheid naar iedereen toe? En mijn tweede vraag is, en dat zit ook een beetje op die aanwijzing, ik heb begrepen dat de minister per 1 april een wet uit geloof ik 1952 uit de kast heeft laten rollen, en ik begrijp het niet precies, maar u weet het vast wel, want het betreft wat de burgemeestersrol wordt in deze situatie waarbij u dan wel direct via de minister of ik meen anders via de deelregering van de minister wel degelijk die aanwijzing en die rol kan krijgen. Ik zou daar graag een korte toelichting op hebben. De voorzitter: Ja, wat ik u net zei was al een korte toelichting, want ik denk dat we primair nog steeds moeten richten op de gemeentelijke locaties die we beschikbaar hebben en die we beschikbaar kunnen krijgen. Daar zijn alle inspanningen op gericht. Particuliere initiatieven blijven niet zozeer achter, maar daar hebben wij zelf als gemeente minder zicht op omdat particuliere initiatieven via Takecarebnb lopen.

En dat is ook op dit moment als er vluchtelingen binnenkomen dan worden ze gemeld bij het centrale informatiepunt van de veiligheidsregio en dan worden ze verdeeld over de provincie, dus dat is zoals het nu werkt, alleen particuliere initiatieven, dus mensen in huis nemen echt daadwerkelijk, dat hebben wij gewoon als gemeente nauwelijks in zicht, zij het dat je dat, maar dan kom ik met de privacywetgeving in conflict, dat dat natuurlijk wel via de inschrijving, via het BRP bekend zou moeten zijn, maar u snapt, daar zit privacy op. Dat weet ik niet verder, maar ik kan niet zeggen dat dat achterblijft of iets dergelijks, omdat ik ook weet dat Takecarebnb echt moeite heeft om dit allemaal bij te sloffen. De heer Turksma: Maar is het dan misschien een goede afspraak om ten aanzien van die aanwijzing van die minister, want dat is best wel een belangrijke stap, daar misschien bij de raad schriftelijk even op terug te komen? Ik begrijp dat dat voor u ook wellicht een nieuw onderdeel is van uw bevoegdheden, maar het is wel prettig om eventjes als raad dan ook te weten tot hoever die gaan en wanneer die ingeroepen zouden kunnen worden en wat eventueel de rol van de raad daarin is. De voorzitter: Ja, dat kan ik u toezeggen dat ik daar schriftelijk op terugkom. De heer Van IJzerdoorn.

De heer Van IJzerdoorn: Ja, dank. Ik heb nog een vraag. In de verschillende gemeenten blijkt de registratie en de daarmee samenhangende BSN toekenning zodat mensen ook aan het werk kunnen nogal verschillend te zijn. In sommige gemeenten duurt het geloof ik wel drie maanden, sommige weten het in een paar dagen te regelen. Hoe staat dat in De Wolden? Is daar een voorbereiding op dat dat snel kan? De voorzitter: Zover ik heb begrepen is de registratie helemaal geregeld. We praten natuurlijk ook over kleinere hoeveelheden mensen dan gemiddeld, maar ik heb begrepen dat dat helemaal goed is geregeld. Andere vragen? Eigenlijk had ik het over moeten dragen, mijnheer Brouwer of mijnheer Benning. Andere vragen? Nee? Oké. Goed. Dank u wel. 1.

Opening De voorzitter: Dan sluit ik dit halfuurtje en open ik de raadsvergadering.

2.

Vaststelling agenda De voorzitter: Vaststellen van de agenda, even kijken hoor, onder agendapunt 8a is de bekrachtiging geheimhouding op de agenda toegevoegd. Ik wil graag horen of u nog opmerkingen wil plaatsen bij de ingekomen stukken of andere punten van de agenda. Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer-Dekker: Voorzitter, ik wil graag een opmerking maken bij punt vier, de toezeggingen totaal. Ik wil graag ook even wat zeggen bij punt acht, het hamerstuk, en bij de ingekomen stukken punt O van de GGD Drenthe. De voorzitter: Oké, dank u wel. Andere toevoegingen op de agenda? Mijnheer Gol. Sorry? De heer Gol: Ja, agendapunt Q bij de ingekomen stukken. De voorzitter: Ingekomen stukken en welk stuk? De heer Gol: Q. De voorzitter: Q. Oké. Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ja, ik heb een ander voorstel. Ik zou graag een samensmelting zien van 7a, 7b en 7c tot enkel zeven. De voorzitter: Ja, het zijn … U stelt 7a, b en c omtrent de omgevingswet om dat samen te behandelen, maar het zijn allemaal losse besluiten per sub, dus ik denk dat het handiger is … Ik wil u toch voorstellen aan de raad om het per onderdeel vast te houden, maar ik geef het even aan de raad. Mijnheer Turksma.

De heer Turksma: Ja, dat lijkt me ook, voorzitter, anders is dat volgens mij inderdaad een aanpassing op de agenda die volgens mij volgens de statuten door meer dan een, tenminste, ik heb dat zelf wel eens gedaan, door meer dan een fractie moet worden voorgesteld, dus dan moet u steun zoeken. De voorzitter: Ja, dan krijgen we die ingewikkelde vraag weer. Mijnheer Hulst.

De heer Hulst: Ja, ik zou me kunnen voorstellen dat we wel een onze bijdrage in een keer het pakken en dan vervolgens de besluiten een voor een afbellen zal ik maar zeggen, want dat zou wel kunnen denk ik. De voorzitter: Oké, dus de bijdragen in een keer en dus dan gaan we 7a, b en c gewoon in twee termijnen behandelen. Dat is uw voorstel. Volgens mij zijn we dan uiteindelijk op uw ordevoorstel terechtgekomen. Oké. Ja? Dit was fractie twee die dus meegaan daarin. Mijnheer Turksma. De heer Turksma: Nou ja, maar dat vind ik prima want het heeft zo met elkaar te maken allemaal, alleen ik vind het wel prettig dat uiteindelijk de besluitvorming per onderdeel gaat. De voorzitter: Oké. Nog andere punten naar aanleiding van de agenda? Oké. 3.

Eerst opvolgers raadsfractie 3.A Onderzoek geloofsbrieven eerste opvolgers raadsfracties De voorzitter: Prima. Dan gaan we naar het onderzoek van de geloofsbrieven van de eerste opvolgers raadsfractie. Ik geef het woord aan de heer Haar. De heer Haar: Ja, voorzitter, D66 pakt de koe voortvarend bij de horens. Vanavond komen we gelijk met een voorstel tot beëdiging van een eerste opvolger in de gemeenteraad. De kleine fractie heeft daar ook behoefte aan om daar zo snel mogelijk in te voorzien en het doet mij deugd om Eva Salóme als eerste opvolger voor te stellen in deze raad. Ik geef een toelichting, een kleine toelichting. Eva Salóme was ook in de vorige periode al de eerste opvolger, voor een korte periode was dat nog. Als persoon zijnde, zij is geboren in Smilde, opgegroeid in Assen, heeft gestudeerd in Delft en woont een Koekange. Dan heeft u een beeld daarbij. En het is een uitstekende kandidaat om als tweede in de fractie van D66, in de steunfractie, om daarin te functioneren, dus ik draag haar met veel plezier voor. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Haar. Dan stel ik de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven in en dan vraag ik mevrouw Haanstra als voorzitter, mijnheer Den Hollander en mevrouw De Boer om het onderzoek geloofsbrieven te doen en dan schors ik de vergadering. Goed, ik heropen de vergadering en ik geef graag het woord aan mevrouw Haanstra.

Mag ik graag stilte? Ik geef het woord aan mevrouw Haanstra als voorzitter van de onderzoekscommissie. Mevrouw Haanstra: Dank u wel voorzitter. De commissie uit de raad van de gemeente De Wolden in wier handen werden gesteld de geloofsbrieven en verdere bij de kieswet gevorderde stukken ingezonden door mevrouw E.L. Salóme op 26 maart 2022 aangedragen als beëdigd steunfractielid van D66 rapporteert de raad van de gemeente De Wolden de dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in de gemeentewet gestelde eisen voldoet. De commissie adviseert tot zijn toelating als beëdigd steunfractielid van een raadsfractie van gemeente De Wolden. Zuidwolde 31 maart 2022, de commissie voornoemd Petra Haanstra, voorzitter, Corné den Hollander en Tamara de Boer. 3.B Beëdiging eerste opvolgers raadsfracties De voorzitter: Dank u wel mevrouw Haanstra. Dan gaan we over tot beëdiging van mevrouw Salóme. Mag ik u naar voren vragen? En mag ik de raad verzoeken te gaan staan? U legt de verklaring en belofte af. Ik verklaar dat ik om tot steunfractielid van mijn raadsfractie benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik

om iets in dit ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als steunfractielid van mijn raadsfractie naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw Salóme: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dank u wel en van harte gefeliciteerd. Mevrouw Salóme: Bedankt. 4.

Besluitenlijst en toezeggingenlijst raad 17 februari 2022, 22 maart 2022, 24 maart 2022 en 28 maart 2022 De voorzitter: Even kijken, dan gaan we naar agendapunt vier, de besluitenlijst en toezeggingen van 2022. Dan hebben we achtereenvolgens de besluitenlijst van de raad van 17 februari 2022. Wil iemand van de raad daar opmerkingen en/of aanmerkingen … Nee? Mevrouw Brouwer-Dekker: Voorzitter, ik had gezegd dat ik bij punt vier een opmerking wilde maken, maar ik bedoelde punt vijf, bij de toezeggingenlijst totaal. De voorzitter: Ja, de toezeggingenlijst van 17 februari 2022, de besluitenlijst van 22 maart 2022, de besluitenlijst van 24 maart 2022 en de besluitenlijst van 28 maart 2022. Die zijn vastgesteld.

5.

Toezeggingenlijst totaal per maart 2022 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt vijf, de toezeggingenlijst totaal per maart 2022. Mevrouw Brouwer wilde daar een opmerking over maken. Mevrouw Brouwer-Dekker: Voorzitter, ik heb de vorige raadsvergadering, een van de vorige raadsvergaderingen van 17 februari heb ik de opmerking gemaakt over toezegging 167. Dat ging over de verordening update van de ombudsman. Er was toen een afdelingstermijn ingezet van oktober 2022 en er stond ook een j’tje achter van dat die afgedaan zou zijn. Daar heb ik toen een opmerking over gemaakt dat ik graag die toezegging wilde laten staan totdat echt die verordening in de raad terug zou komen en daar was toen op geantwoord dat u dat zou bekijken. Maar ja, nu is toch de toezegging verdwenen en is verder helemaal uit zicht. Wat ons betreft zouden we graag die toezegging weer gewoon in de lijst op willen nemen totdat echt de verordening een update gehad heeft. De voorzitter: Ja, ik herinner met deze toezegging op de toezegging, dus wij zullen die weer op de lijst toevoegen. Ik kijk naar de griffier. Ja, die voegen wij weer toe, ja. Daarmee kan de toezeggingen worden vastgesteld.

6.

Vaststelling bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Ekelenberg tweede fase De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt zes, besluitvorming het bestemmingsplan Zuidwolde deelplan Ekelenberg tweede fase. Het college stelt voor om met dit plan de tweede fase van Ekelenberg mogelijk te maken wat voorziet in de realisatie van zestig woningen en een woon-werkkavel. Wie kan ik daar voor het woord geven? De heer Turksma, mevrouw Tamara de Boer. Ja, sorry, ik moet een beetje wennen aan de namen. De heer Hulst. Oké, de heer Turksma.

De heer Turksma: Ja, voorzitter, ik kan er heel kort over zijn hoor. Als je veel woningen wil bouwen, moet je ergens beginnen en dan is dit lijkt ons een uitstekende start. Die is natuurlijk al eerder voorbereid, dus het is niet helemaal eerlijk. Ik zal ze niet meetellen op de duizend van ons, maar het is goed dat het gaat gebeuren. We zijn ook blij met die dertig procent sociale woningbouw ook al weet ik dat dat een wettelijk vereiste is, maar goed, het wordt wel hier gerealiseerd en ik heb ook begrepen dat als het gaat om bezwaren die niet zeg maar van dien uit zijn dat je daar nu geen besluit over zou kunnen nemen, dus wat ons betreft een uitstekend plan en het kan onze goedkeuring wegdragen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Turkstra. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Dank u wel voorzitter. Dit is mijn eerste bijdrage en ik heb gehoord dat ik dus ook even een korte introductie over mezelf mag doen, dus dat ga ik zeker doen. Dus voordat ik de inhoud induik, ga ik deze gelegenheid aangegrepen. Dus ook voor de kijkers thuis, mijn naam is dus Tamara de Boer. Ik ben getrouwd met mijn man Lambertus en we hebben samen iets van acht jaar in Finland en Meppel gewoond. Wij pendelden dus continu heen en weer. Eind 2020 hebben we eigenlijk alles verkocht en morgen is precies een jaar dat ik in deze mooie gemeente mag wonen.

Ja, het is echt een prachtige gemeente waar we ons hebben gevestigd, mooie rustige omgeving. Ik denk ook dat het een gemeente is waar iedere inwoner echt trots op mag zijn. Nou, ik ben ook heel blij dat ik namens het CDA in onze achterban in de raad mag plaatsnemen en mij mag inzetten voor deze gemeente. Ik ben een vrouw van daadkracht en mijn leidend motive is dat je alleen iets kan bereiken als je met elkaar samenwerkt. Daarbij vind ik het belangrijk dat we heel goed in het vizier houden hoe de besluiten die wij als raad nemen impact hebben op de inwoners in onze gemeente. Dat betekent dat de juiste balans vinden tussen snelheid, eenvoud en scherpte wat mij betreft bovenaan staat. Het is een prachtige uitdaging waar ik in ieder geval met heel veel energie mijn bijdrage aan wil leveren. Dan stap ik nu gelijk door naar agendapunt zes. Het CDA is in ieder geval blij met de realisatie van het deelplan Ekelenburg en dat daarmee invulling wordt gegeven aan passende woonvormen die broodnodig zijn in onze gemeente. De reactienota zienswijze alsmede het bestemmingsplan hebben wij bestudeerd en wat het CDA betreft hoeven de zienswijzen geen belemmering te vormen voor het realiseren van de genoemde zestig woningen in een woon-werkkavel. Gezien de woningnood is snelheid geboden.

Het CDA gaat akkoord met het bestemmingsplan Zuidwolde deelplan Ekelenberg fase twee en de genoemde vijf punten in het voorgenomen besluit. Dank u. De voorzitter: Dank u wel mevrouw De Boer en dank u wel voor uw maiden speech heet dat zo mooi. De heer Hulst. De heer Hulst: Ja, dank u voorzitter. Ja, het is natuurlijk jammer dat deze woningen niet opgeteld kunnen worden bij het contingent van de heer Turksma natuurlijk. Desondanks zijn we wel heel blij dat er gebouwd gaat worden, want alle partijen hebben gezegd, waaronder wij ook: we moeten toch meer gaan bouwen en dit was natuurlijk al aan de gang, maar het is prima dat dit allemaal door kan gaan. Wij hadden natuurlijk een inspreker, de heer Pronk, en hij had wat andere verwachtingen wat er tegenover zijn kavel zou komen te staan. Ja, dat is jammer dat dat dan zo loopt. Maar goed, dat is een geschil tussen kennelijk de eigenaar van de kavels en de heer Pronk. De gemeente is daar geen onderdeel van, dus prima dat de zienswijze zo kan worden vastgesteld als hij zal worden vastgesteld, dus mooi dat het door kan gaan. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Hulst. Ik geef het woord aan wethouder Hempen, hoewel ik weinig vragen heb gehoord, wethouder.

Mevrouw Hempen-Prent: Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat ik hier nog aan toe moet voegen, want ik hoor alleen maar positieve geluiden en ik ben er zelf ook blij mee dat we dit plan verder door kunnen zetten, dus dank hiervoor. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb het vermoeden dat er niet de behoefte is aan een tweede termijn. Ik kijk eventjes rond. Nee. Dan gaan we … En ik vermoed ook dat u unaniem instemt met dit plan, dus dan zal ik even het voorgestelde besluit voorlezen zonder alle codes daarbij te noemen, maar het voorgestelde besluit is de reactienota zienswijze bestemmingsplan Zuidwolde deelplan Ekelenberg tweede fase vast te stellen; het bestemmingsplan Zuidwolde deelplan Ekelenberg tweede fase met het planidentificatienummer als volgt met bijbehorende ondergrond ongewijzigd vast te stellen; geen exploitatieplan vast te stellen; de financiële gevolgen mee te nemen in de bestuursrapportage 2022; het bestemmingsplan vervolgens ter inzage te leggen voor een periode van zes weken. Daartoe heeft u dan besloten. 7.

Omgevingswet 7.A Delegatie Omgevingswet DWD 7.B Bindend Advies Omgevingswet DWD 7.C Verplichte participatie onder de Omgevingswet DWD De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt zeven. Op uw verzoek 7a, b en c zult u in de eerste termijn behandelen. Het gaat over de delegatie van de omgevingswet, het gaat over het bindend advies omgevingswet en het gaat over de verplichte participatie onder de omgevingswet. Wie kan ik daarvoor het woord geven? De heer Turksma, mevrouw De Boer, mijnheer Jansen, mijnheer Hulst, mevrouw Kippers, de heer Den Hollander en de heer Haar. Ik begin bij de heer Haar. De heer Haar: Ja, dank u wel voorzitter. Als er een ding jammer is wat wij niet uit het raadsprogramma 2018 hebben uitgevoerd, dan is het de instelling van de werkgroep omgevingswet. We hadden dat ons in 2018 goed voorgenomen om op een gedegen manier ons ertoe voor te bereiden dat die in 2022, 2021 was het toen nog, ingevoerd zou worden. Dat is niet gebeurd. Dat hebben wij met zijn allen nagelaten om dat te doen. Bovendien kwamen we daarna nog in een situatie van corona waardoor contacten, in elk geval fysieke contacten en fysiek overleg over dat onderwerp bijna onmogelijk was.

We hebben het via swipocratie of hoe dat ook allemaal mag heten hebben we dat moeten doen en dat wreekt zich denk ik nu een beetje dat wij niet met zijn allen heel goed hebben nagedacht van wat allemaal de consequenties zijn van de invoering van de nieuwe omgevingswet die nu weer voorlopig is uitgesteld wat betreft het digitale onderdeel daarvan tot waarschijnlijk 1 januari 2023. Dat die er komt dat is een ding dat zeker is denk ik en ik denk ook dat het heel erg noodzakelijk is dat die er komt, want wanneer wij met zijn allen een ding hebben geconstateerd de afgelopen tijd en in ons nieuwe raadsprogramma hebben geformuleerd, dat is dat de woningbouw dat die versneld moet gaan worden. Nou hebben we daar als gemeente niet zo heel veel invloed op, althans, niet wat betreft de menskracht die nodig is om de woningbouw te realiseren, niet wat betreft het materiaal dat nodig is om te realiseren, maar wel wat de procedure betreft om het te realiseren. Wanneer ik een ding uit de markt hoor van en projectontwikkelaars en van aannemers, is dat de procedure, de planprocedure, de tijd die dat vergt om van plan tot realisatie te komen, dat die veel te lang is en dat dat veel te veel ophoudt. Dus alle partijen die bepleiten dat er versneld moet worden ten aanzien van de woningbouw, dat de woningbouw versterkt moet worden.

Die kunnen bijna niet anders dan voorstanders zijn van de besluiten die nu voorliggen, want dat is precies datgene wat daarmee beoogd wordt. Ik realiseer mij best dat de invoering van de

omgevingswet een hele ingrijpende operatie is, dat we daar nog veel ervaring mee zullen moeten opdoen en daarom ben ik ook blij met het gegeven dat in de voorstellen staat dat de delegatie zaken die we nu opnemen nog binnen de adviezen verplichte participatie, dat dat allemaal voor een periode van twee jaar is en dat we in die twee jaar ervaring gaan opdoen van hoe het uitwerkt met waar we nu voorligt over te besluiten. Twee jaar, slechts twee jaar hebben we het over en twee jaar om wat ervaring op te doen is een periode waar je wel iets mee kunt, maar niet eens zo heel veel, dus wanneer we een besluit nemen en het zou in de praktijk minder goed uit pakken, laat ik dat voorzichtig formuleren, dan hebben we binnen twee jaar de gelegenheid om dat te herstellen. Wat het wel bewerkstelligt wanneer we op deze wijze aannemen, is dat die versnelling in de woningbouw in de planprocedure en daarmee de woningbouw dat die daarmee wel gerealiseerd wordt en dat is de reden waarom D66 positief tegen de drie onderwerpen die hier nu geagendeerd staan daar positief tegenover staat. De voorzitter: Dank u wel mijnheer haar. Mijnheer Hulst. De heer Hulst: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, eigenlijk ben ik nu bezig met de afwikkeling van een stukje politiek nalatenschap van onze oud-fractiespecialist ruimtelijke ordening Oscar Pont.

De vorige raadsvergaderingen zat hij startklaar en geheel voorbereid om dit onderwerp te behandelen, maar het werd toen van de agenda gevoerd en door recente ontwikkelingen ben ik nu opgeklommen tot fractiespecialist ruimtelijke ordening, maar vergeeft u mij als ik het nog niet helemaal zo onder de knie heb als hij dat had wat dat betreft. Ja, hoewel de invoering van de wet telkens wordt uitgesteld, ondersteunt mijn fractie de gedachte om goed voorbereid te zijn en aan de slag te kunnen wanneer de invoering een feit is. Wanneer zich dat dan zal voordoen, dat blijft onzeker na inmiddels vijf keer uitstel en daardoor ook vijf jaar vertraging. Als het over snelheid gaat, dan hebben we nog wel een gesprek te voeren wellicht wat dat betreft. Ja, indachtig om ons goed voor te kunnen bereiden op die eventuele implementatie is het ook niet vreemd om nu beslissingen te nemen over hoe we om willen gaan met bepaalde zaken als het gaat om de rol van de raad, de rol van het college en wanneer we nou participatie willen gaan toepassen. In de startfase van de omgevingswet denkt de VVD dat het goed is dat de raad wat meer aan het stuur zit op een aantal aspecten. Het college stelt nu een aantal aspecten voor, maar wij denken dat het moet worden uitgebreid. Dat zit dan met name binnen de advieslijst. Natuurlijk is het bij de start zoeken naar de juiste kaders.

Niet voor niets stelt het college voor om te evalueren na twee jaar, het is net al gezegd, en dat is ook terecht. In deze fase zouden we echter pleiten voor een grotere rol en betrokkenheid van de raad juist omdat het nieuwe materie betreft en een grotere betrokkenheid ons helpt om onze nieuwe kaders en controlerende rol goed in te vullen en vertrouwd te raken met de nieuwe omgevingswet. Het gaat er dus niet om dat we tegen bepaalde ontwikkelingen zijn, maar we vinden het belangrijk dat de raad zijn rol goed kan invullen. In aanloop van de vorige raadsvergadering hadden we ook een amendement in voorbereiding en dat dienen we nu straks samen in met het CDA. Het CDA zal dat verwoorden. Graag zien wij aanpassingen binnen de advieslijst. De kern daarvan is dat er ook binnen het adviesrecht zou moeten zijn als het gaat om hoogte van gebouwen. We hebben gezien dat dit kan leiden tot controverse waardoor het goed is dat de raad zich hierover uitspreekt. Dat advies zou er ook al moeten zijn bij een plan van vijf woningen of meer in plaats van twintig. Voor een relatief kleine gemeente als de onze is twintig huizen al heel veel. De meeste plannen zullen zo groot helemaal niet zijn en een dusdanig plan heeft wel heel veel impact in kleine dorpen. Wat we ook zouden willen toevoegen, is een bindend advies van de raad voor woningbouw buiten de bebouwde kom.

Hier is grote impact voor het landelijk gebied. Het is ook soms controversieel met gevolgen voor landbouw soms, dus het is belangrijk dat ook de raad zich daarover uitspreekt. Tot slot zouden we meer aanvragen onder het bindend adviesrecht willen scharen als het gaat over bedrijfsmatige activiteiten buiten bedrijventerreinen. Ook hier ligt controverse op de loer en kan de raad dan duidelijk richting geven. In het kielzog van dit amendement volgt er ook een tweede amendement met

betrekking tot verplichte participatie met name om de beide lijsten meer in te sluiten, in overeenstemming te zijn met elkaar. Nogmaals, niet om ontwikkelingen te dwarsbomen maar juist om als raad juist een rol te kunnen invullen vanuit de juiste betrokkenheid. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ik begrijp dat u daarmee twee amendementen heeft ingediend zowel op agendapunt 7b als 7c. De heer Hulst: Het CDA gaat dat zo feitelijk doen. De voorzitter: Prima. Dan gaan we eerst naar het CDA. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Dank u wel voorzitter. Even met betrekking tot de delegatie omgevingswet specifiek is het CDA van mening dat de genoemde punten een tot en met tien gezien hun uitvoerend karakter prima gedelegeerd kunnen worden aan het college, dus wij steunen dat delegatiebesluit. Even ten aanzien van punt 7b, per 1 januari 2023 is voorgenomen dat de nieuwe omgevingswet in werking zou treden. Het college krijgt dus meer bevoegdheden en daarmee kunnen de vergunningverleningsprocessen worden bespoedigd. Dat is dus echt een goede boodschap. Wij zijn daar voorstander van uiteraard en in het kader van deze omgevingswet is een lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteit opgesteld die ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Dat werd net door Marcel ook genoemd.

Nou, zowel het CDA als de VVD hebben behoefte om deze lijst wat strakker af te kaderen en wij stellen dus vier wijzigingen voor die betrekking hebben op punt twee, drie en vijf van de lijst gevallen waarbij de gemeenteraad bindend adviesrecht wenst. We willen een toevoeging doen aan de lijst en hiervoor dienen we dus een amendement in. Punt twee van de lijst, het oprichten of veranderen van een antenne-installatie hoger dan veertig meter willen we veranderen in het oprichten of veranderen van bouwwerken die de hoogte van het omgevings- of bestemmingsplan te boven gaan. De motivatie hiervoor: het voorstel van het college is om bindend adviesrecht alleen toe te passen bij de oprichting of verandering van de antenne-installatie hoger dan veertig meter impliceert een carte blanche in de ontwikkeling van bouwwerken die de maximale hoogte in het bestemmingsplan zullen overschrijden en dat vinden wij onwenselijk. Punt drie: van de lijst woningbouw bij toevoeging van meer dan twintig woningen te veranderen en, één: woningbouw bij toevoeging van meer dan vijf woningen. De motivatie hiervoor is dat woningbouw in de gemeente De Wolden veelal kleinschalig is. Het bindend adviesrecht zal wat ons betreft wel betrekking moeten hebben vanaf vijf woningen, temeer omdat de bouw van kleinere aantallen juist in nietkerndorpen grote impact zal hebben.

Toe te voegen punt aan de lijst: bindend adviesrecht toe te voegen voor de woningbouw buiten de bebouwde kom en de motivatie hiervoor is dat bindend adviesrecht ook hiervoor zou moeten gelden voor woningbouw buiten de bebouwde kom juist omdat de realisatie van een of meerdere woningen impact heeft op niet stedelijk gebied. Ten aanzien van punt vijf van de lijst: het bindend adviesrecht te laten gelden voor alle bedrijfsmatige activiteiten buiten bedrijventerreinen en de uitzonderingen hierop te schrappen en de motivatie hiervoor is dat de door het college voorgestelde uitzonderingen voor het realiseren van bedrijfsmatige activiteiten volgens ons veel te ruim zijn. Onder de voorgestelde uitzonderingen vallen nagenoeg alle bedrijfsmatige activiteiten die te verwachten zijn binnen een gemeente als De Wolden. Daarom is het logisch deze uitzonderingen uit de lijst te verwijderen. Ten aanzien van agendapunt 7c: de verplichte participatie gaat onder meer over de verplichte participatie van inwoners en c.q. omwonenden bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Als de raad hebben we gezegd dat participatie en betrokkenheid van inwoners voorop staat. De lijst verplichte participatie zoals nu ter besluitvorming voor ons ligt, is wat ons betreft te smal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11398823/2