Transcript gemeenteraad 19 mei 2022
Tekst van het document
ons op primaire landbouw, laten we het ook bij de landbouw houden, laten we ook bij de agrarische ondernemers, dus geen uitloop naar buiten de landbouw. De voorzitter: Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Ja ik ben bang dat innovatie zo niet werkt. Innovatie komt van iedereen en op die manier, door samenwerking, iedereen in het proces is belangrijk en daar heeft de agrariër uiteindelijk heel veel baat bij. Zo zie ik het. De voorzitter: Mijnheer Drost. De heer Drost: Ja nogmaals, prima, prima ook dat de boeren kennis inhuren of wat dan ook. Wij als CDA hebben wel de angst dat het geld buiten de landbouw verdwijnt, dat het op de verkeerde plek komt. Ik denk dat de boeren uitstekend in staat zijn om middels hun achterban goede initiatieven te ontwikkelen en goede innovaties te ontwikkelen en aan te dragen. De voorzitter: Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Daar wil ik graag op reageren want het gaat natuurlijk om het doel van het fonds en het doel van het fonds is toekomstgerichte landbouw. De voorzitter: De heer Gol. Nee u mag uw mening geven over kader twee. De heer Gol: Ja het is als Gemeentebelangen ook om het even van als het drie of meer of minder ondernemers zijn. Het gaat om het doel wat als uiteindelijk ermee gehaald wordt. Gebiedscoöperatie zie ik daar in die verbinding toch zeer zeker.
Toch wel met die subsidieaanvragen, individuele kennis, wat door mevrouw Salomé ook aangehaald werd. Dat kan een ondernemer zijn, want die agrariër die heeft de grond, de ruimte en als dat nou met energie is, al die daken als er voor handen liggen, ik bedoel er hoeft verder geen grond voor beschikbaar gesteld te worden, alleen al die hectares aan daken zouden daar heel goed bij ten dienst kunnen staan. Het is ons als Gemeentebelangen ook om het even, drie hoeft niet leidend te zijn, meer is mooier. Maar om het aan te vragen heb je er sowieso minstens twee nodig en die derde die zal dan waarschijnlijk vanzelf wel komen. Maar wees niet te bang om een aanzet te geven. De voorzitter: Helder, mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen: Dank u wel voorzitter. Betreft kader twee, de VVD is het ermee eens, we moeten trouwens ook het geld binnen de landbouw houden vind ik, vindt de VVD ook. De voorzitter: Wil daar niemand op reageren? De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Heel interessant om het geld binnen de landbouw te houden terwijl een van de kaders in kader één is, verkorten van de voedselketen. Het lijkt me toch zo dat je daar bijvoorbeeld een winkelier voor nodig hebt die de spullen wil verkopen en dat is dan iemand die niet direct in de landbouw zit.
Dus ik zou er juist voor willen pleiten om ook niet naast die agrariër, maar ook naast die agrariër anderen belanghebbenden erbij te betrekken om juist op dat moment een verbreding te krijgen en het draagvlak te vergroten, want er wordt elke keer gezegd, we doen het samen. Ga dan niet als agrariër dat weer alleen doen, maar zorg dat je verbreding in de samenleving zoekt.
De voorzitter: Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen: Dank u wel. Ja kijk, de cirkel rond een agrariër is heel groot, dus dan kan je alle kanten op. Ik denk dat je toch binnen de cirkel van de landbouw moet houden want dat is toch het gene waar het nu om gaat. Ik snap uw voedselketen wel hoor. De voorzitter: Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Met alle respect maar dat is eigenlijk geen antwoord. De voorzitter: Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen: Natuurlijk is die verkorting van de voedselketen, dat is een trend, dit wordt in samenwerking met de boer gedaan. Maar dat is een onderneming op zich. En ik denk dat toch dit speciaal gaat over de transitie van de landbouw, toekomstgerichte landbouw. De voorzitter: Ja, zegt u nu in feite, we zijn wel voor die samenwerking maar minimaal één, eigenlijk de hoofdaanvrager moet altijd de agrariër zijn. Eigenlijk zou je hem zo misschien wel kunnen vertalen maar misschien daag ik nu teveel mensen uit. Mijnheer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Ja toch nog één reactie want ik heb een voorbeeld genomen van de voedselketen, maar we hebben er nog een andere in staan, daar staat bijvoorbeeld de aanleg van landschapselementen. Ik kan me voorstellen dat een samenwerking met natuurorganisaties hier ontzettend op zijn plek is en ja dan zou je zeggen, het moet binnen de landbouw blijven, zou jammer zijn van de mogelijkheden juist tot samenwerking.
Dus ik pleit ervoor, agrariërs ja, maar ook vooral veel anderen er omheen. De voorzitter: De heer Gol. De heer Gol: Wij als Gemeentebelangen zijn er toch echt voor dat het verdienmodel voor de agrariër voorop moet staan. En als daar een andere ondernemer op mee kan liften is dat een heel mooi bijkomstigheid. De voorzitter: De heer Den Hollander. De heer Den Hollander: Wat ik interessant vind aan dit deel van het debat, is dat we het kennelijk allemaal eens zijn met het laatste deel van het kader, namelijk dat het doel van dit transitiefonds inderdaad is, het bereiken van innovatieve technieken en brede kennisdeling. En op een bepaalde manier is dat misschien zelfs wel een antwoord op mijn eigen worsteling bij kader één bij het stellen van die kaders. Want wat mij betreft kunnen we op die basis heel goed mee met het voorstel van mijnheer Gol, wees niet te bang. Als dit de basis is, dan is de richting daarin wat mij betreft heel duidelijk. Ik denk ook dat het goed is om te zeggen, of dat dan drie of meer, of twee of meer. Hoe dan ook, ik denk dat het heel goed is dat één van die een agrariër is. En ik denk ook, als het gaat over bijvoorbeeld het voorbeeld van innovatie in het verkorten van de voedselketen, ja hoe dan ook zal daar dan een agrarische ondernemer onderdeel van moeten zijn.
Dus volgens mij bespreken we nu ook een uitdaging die er wellicht niet of nauwelijks zou moeten kunnen zijn. De voorzitter: Nog iemand reageren op dit tweede kader? Want als ik het zo hoor zegt u in feite wel, het moet altijd aangestuurd worden door, wat ik net al even kort zei, door een landbouwbedrijf, dat zou de hoofdaanvrager moeten zijn. Ga niet te statisch in drie zitten, drie of meer zitten, maar wel dat het blijkt dat er
samengewerkt wordt om naar innovatie te komen. Zou die op die manier kunnen? Ik kijk ook eventjes rond. Kijk ook naar de ambtenaren. Ja de heer Drost. De heer Drost: Ja ik denk dat er niet voor niks in staat, drie of meer, of misschien wel twee. Maar ik denk ook dat elk initiatief of innovatie ook draagvlak moet creëren. En hoe groter de groep is, hoe beter dat uitpakt voor een gebied of wat dan ook. En daarmee, en daar vergeten wij, we hebben het bijvoorbeeld over melkveelhouders, maar wij hebben hier in De Wolden akkerbouw, varkenshouders, pluimvee en het zou juist mooi zijn dat vanuit die groep samen initiatieven en innovatie wordt ontwikkeld en ik denk ook dat er niet voor niks staat, drie of meer. Maar je moet ook zorgen dat je draagvlak creëert. De voorzitter: Heel mooi. Ja? Ik proef consensus, volgens mij kan die door. Voldoende opgehaald. Oké, dan gaan we naar het derde kader, voor alle agrarische ondernemers, of voor bepaalde groepen. Het is bedoelt voor alle agrarische ondernemers in De Wolden, het transitiefonds, hobbyboeren kunnen ook meedoen, ik heb eigenlijk het antwoord misschien al wel een beetje gehoord. In projecten die door agrarische ondernemers worden gestart maar de door hen geïnvesteerde tijd of gederfde inkomsten zijn niet subsidiabel. Wie wil hierop reageren? Ik ga niet alle namen opschrijven, ik ga een beetje losser. De heer Van IJzendoorn.
De heer Van IJzendoorn: Nou ik heb eigenlijk alleen maar een vraag en dat is wat de definitie van een hobbyboer eigenlijk is? En wat de omschrijving daarvan is. Want ik heb geen idee, ik heb vier kippen thuis, ben ik nu een hobbyboer? De voorzitter: Ik ga dan toch even naar de wethouder. Mevrouw Hempen: Nou een hobbyboer is volgens mij iemand die daar niet zijn hoofdwerk van heeft, of de hoofdwerkzaamheden. Dus die doet het er bij naast, het is een neveninkomst zou je bijna kunnen zeggen. De heer Van IJzendoorn: Dus die vier kippen is voldoende? Mevrouw Hempen: Nou ik weet niet of u andere inkomsten heeft? De voorzitter: De heer Drost wil hier ook op reageren, dit maakt wat los. De heer Drost: Nou ik ben dan wat serieuzer maar ik vraag mij af, over toekomstgerichte landbouw waarbij we zeggen dat de primaire gezinsbedrijven een inkomen eruit haalt en in die context zie ik niet echt de toevoeging van een hobbyboer. De voorzitter: Oké. Mevrouw Jansen? Mevrouw Jansen: Ja ik wil even zeggen dat de VVD het eens is met de heer Drost, de hobbyboeren mogen er wat ons betreft uit. De voorzitter: Wie wil nog reageren? De hobbyboeren worden hier wel voorgesteld om mee te gaan doen? Dan wordt dat in, mevrouw Assink? Mevrouw Assink: Ja eigenlijk een opmerking in zijn algemeenheid ten aanzien van het fonds. Je moet volgens mij voorkomen dat het een soort hagel wordt.
Dus we snipperen niet teveel, dus zet in op die initiatieven die het meest concreet zijn en het meest bijdragen. Dus het meest bijdragen aan de doelen die in kader één zijn gesteld. En dan is het zo dat de melkveehouderij het grootste is in omvang in De Wolden. Dus als hier
relevante pilotprojecten kunnen starten die de meeste potentiële spin-off hebben, dan lijkt dat ons de meest zinvolle invulling. En is een hobbyboer alleen relevant op het moment dat die een bijdrage kan leveren aan het omarmen van initiatieven en het imago van de sector vergroten. Maar versnipper het initiatief niet teveel. De voorzitter: De heer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ja op zich hoor ik dat wel, alleen volgens mij hebben we eerder juist geconstateerd dat we misschien juist de innovatie uit de ondernemers moeten laten komen en dan zou je dus misschien weer niet teveel moeten beperken. Dus daar lijkt die een beetje te botsen. Wat ik ook wel interessant vind is dat in het kader wordt die heel breed gehouden, eerder in de inleiding daarvoor wordt er natuurlijk gesteld, we kunnen het fonds bijvoorbeeld richten op één bepaalde sector, terwijl in het kader lijkt dat niet bepaald de richting. Ik denk dat dat een goed idee is om inderdaad niet teveel te beperken, ik moet ook zeggen, dat is misschien ook hoe ik hem lees, maar de zin of het zinsdeel over de hobbyboeren juist ook misschien wel een soort voorbeeld was van het buiten de kaders denken, want als ik hem goed lees staat er hobbyboeren kunnen ook meedoen in de projecten die door agrarische ondernemers worden gestart.
Dus mijnheer Van IJzendoorn kan gewoon meedoen op de aanvraag van een kippenboer of andere agrarische ondernemer. De voorzitter: Helder, mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Ja ik ben het eens met wat u zegt. En eigenlijk even reagerend op wat de heer Gol eerder zei, van zorg alleen dat het vliegwiel op gang komt, dat klopt, maar je wil het initiatief ook niet in het ‘ … ‘ doen. Er moet uiteindelijk wel naar een bepaald doel gestreven worden. Dus eigenlijk gaat het er meer om, om te bepalen, wat bereik je nou eigenlijk met die initiatieven die je inzet? En hebben die voldoende impact? En eigenlijk hoe je het doet en met hoeveel mensen, dat doet er eigenlijk minder toe. Dus als die hobbyboer het ei van Columbus zou zijn, moet je vooral gebruiken. Maar het gaat er met name om, de interventies die je pleegt, leveren die voldoende op. En dan is kader vijf superbelangrijk, van hoe maak je tastbaar, hoe maak je het meetbaar. Dat je uit die hele brei van initiatieven eigenlijk de meest kansrijke kunt identificeren en dan gaat het vliegwiel inderdaad vanzelf wel draaien. De voorzitter: Mooie bijdrage. De heer Gol. De heer Gol: Ja toch even aanhaken op de definitie hobbyboer. Je kunt het ook zien van dat het de mensen zijn die alsnog een paar hectare of oud boeren zijn die alsnog een drie, vier, misschien wel tien hectare achter het huis hebben die dat hobbymatig gebruiken.
Het niet direct kunnen aanvliegen, maar misschien met de buurman die als agrariër is daarin elkaar kunnen gaan versterken. Die vier kippen is daar niet relevant. Dus ik bedoel, het is maar net zoals je het denk ik uitlegt. Maar ik denk dat we vanuit dat oogpunt, hobbyboer, het is een containerbegrip maar er zijn nogal wat ruimtelijke plaatsen, want met name die ruimte, dus denk misschien een stukje natuur inclusiever een stukje extra boswallen. Ja, weet ik dan wat bedacht kan worden, maar dan zou de praktiserende boer die als zijn hoofdinkomen die zou samen met de hobbyboer, de buurman, iets leuks kunnen en dan ben je elkaar wel weer nodig. De voorzitter: Mevrouw Salomé wil daarop reageren zo te zien. Mevrouw Salomé: Ja het, van kader drie en kader twee is het eigenlijk van wat mijnheer Gol ook al zei, we moeten het niet te dicht kaderen, niet te dicht vaststellen. En wat ik zie bij kader drie is dat wel gebeurd. Als je zegt van het transitiefonds is bedoelt voor alle agrarische ondernemers, dan heb je in feite die stakeholders, die ook belangrijk zijn voor die innovatie die, in kader twee waar we het over de ondernemers hadden, zet je
dan eigenlijk, het is een soort van tegenstelling. Dus ik denk dat het wel heel belangrijk is om goed te bedenken dat je niet te vast moet zijn in voor wie dit precies is bedoelt. De voorzitter: Er wordt wel duidelijkheid gevraagd over het fonds is natuurlijk bedoelt voor agrarische ondernemers, maar dat daar consortia omheen worden gevormd om de innovatie te bereiken, ik denk dat we daar wel scherp in moeten blijven eerlijk gezegd. Ja mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Natuurlijk, zoals in kader twee waar ook werd gezegd dat er minimaal één agrarische ondernemer daarvan belangrijk is en dat dat ook het doel is. Maar dat we niet zeggen dat het transitiefonds is bedoelt voor alle agrarische ondernemers. Daarin kan je impliciet lezen dat het dus niet voor andere ondernemers beschikbaar is. De voorzitter: Ja ik snap wat u bedoelt. Wilde u daar nog op reageren mijnheer Van IJzendoorn? Ik zag u op uw puntje van de stoel. De heer Van IJzendoorn: Nou kijk ik was eigenlijk heel blij met de bijdrage van de heer Gol over de hobbyboeren, ik denk dat dat een hele goede is, die uitleg om daarmee ook uit te leggen dat het terecht hier wel in het kader genoemd wordt. De voorzitter: Oké, ik denk dat we voldoende op dit punt hebben opgehaald ook, ja. Dan gaan we naar het vierde kader. Dat gaat over de financiën en daar wordt revolving fund of een subsidiefonds, die wordt eigenlijk voorgesteld.
We horen bij het transitiefonds toekomstgerichte landbouw maken we een subsidieregeling, dus geen revolving fund. De regeling gaat uit van een maximale gemeentelijke bijdrage van vijftig procent in de subsidiale kosten. Met een maximum van veertig duizend euro per aanvraag. De regeling kent geen subsidieplafond per jaar, wel een eindplafond. Wie wil daarop reageren? De heer Drost. De heer Drost: Wil even aanvoeren wat er boven staat, dit geldt in principe niet voor een subsidie, in een landbouwtransitie zetten bedrijven stappen richting meer duurzame, natuurinclusieve bedrijfsvoering. Deze stappen zijn belangrijk voor de kwaliteit van leefomgeving maar leveren in de markt vaak geen meerprijs op. Dat vind ik wel heel kort door de bocht die zinssnede zeg maar. Natuurinclusief en duurzaamheid wil niet zeggen dat het per definitie geen geld oplevert, ik denk dat dat wat kort door de bocht is. Gaan we naar punt vier, en dan vinden we het meest spannende in die hele subsidieregeling, hoe gaan we de projecten beoordelen? Gaan we punten toekennen aan projecten, of is het first in, wie het eerste binnenkomt, wie het eerste gaat? Zoals bij de SDE regeling, dat vinden wij wel heel belangrijk.
Hoe worden ze gewaardeerd? Wie gaat het waarderen, de projecten? En daarin zeggen wij naar de regiocoöperatie, dat de gebiedscoöperatie een hele belangrijke rol bij moeten naar buiten onze college houden. Onafhankelijke commissie en daar zal de gebiedscoöperatie een hele goede in zijn om de projecten wel te waarderen, niet er wordt een project ingediend en hij wordt maar toegekend. Eigenlijk zou het mooi zijn als daar een puntensysteem aan ontwikkelt wordt en op basis van punten voor toekomstgerichte landbouw de hoogte van de subsidie bepalen, percentage en verder. En dat vinden wij eigenlijk nog wel de grootste uitdaging, als we het op 1 oktober willen starten, om dat voor 1 oktober klaar te hebben. De voorzitter: In feite zegt u, wij vinden het belangrijk dat er een onafhankelijke commissie gaat komen, ik weet niet helemaal hoe dat technisch-juridisch zit hoor, die mee beoordeelt op de aanvragen zoals ze komen en hoe gaat die beoordelen ook, op volgorde van binnenkomst? Ja, als het op is, is het op. Nou dat zijn technische vragen die we even eerst even door de wethouder laten beantwoorden.
Mevrouw Hempen: Of ik daar zomaar antwoord op heb? Dat zijn eigenlijk wel dingen waar we even heel goed over na moeten denken, hoe we dat gaan doen. Maar inderdaad, misschien heeft de gebiedscoöperatie daar een mogelijkheid toe om dat te kunnen, maar dat moet juridisch en wettelijk dan allemaal mogelijk zijn. Dus dat is echt wel eventjes iets waar goed naar gekeken moet worden. Ja en hoe? Maar ook van dat zijn natuurlijk de kaders, als een project aan het kader voldoet, dan heeft het in principe de mogelijkheid om daar gebruik van te maken. De voorzitter: Dank u wel. Ja is volgens mij duidelijk. Wie wil hier nog meer op reageren? De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Ja ik heb een vraag aan de wethouder financiën. Als de hele pot van drie ton meteen voor het begrotingsjaar leeg gaat, kan dat begrotingstechnisch? De voorzitter: De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dat geldt voor uw huishoudpotje ook denk ik, op is op. Dus ja als het op is, is het op. De heer Van IJzendoorn: Het staat dus begroot voor volgend jaar? De heer Van Dijk: Volgens mij staat er nu drie ton voor vier jaar, 75 duizend euro per jaar. De heer Van IJzendoorn: Oké. De voorzitter: Helder? Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, ook een vraag van misschien enigszins technische aard en ook financieel.
Bij kader vier kan ik eigenlijk slecht beoordelen wat die impact is van die veertig duizend euro, wat kun je daarmee bereiken? En is dan te overwegen om in plaats van bij voorhand al het aantal projecten op tien en het aantal deelnemers op tachtig te stellen zou je ook kunnen kijken welke voorstellen het meest bijdragen aan de doelen van toekomstgerichte landbouw en dan focussen op die projecten en dan kom je eigenlijk op het punt, en hoe beoordeel je dat dan? Of is er een specifieke overweging achter die voorgestelde getallen geweest? En als dat zo is dan zou ik die graag vernemen. Ja, dit is echt wel een technische vraag, dan ga ik die toch weer door de wethouder laten beantwoorden voordat de discussie verder kan. De vraag is of er een specifieke overweging is achter de veertig duizend euro en dan verdelen over tien projecten met tachtig deelnemers. De voorzitter: Wethouder Hempen. Mevrouw Hempen: Op zich is dat gewoon een mogelijkheid om dat te doen en die veertig duizend euro is er eigenlijk gewoon op gebaseerd dat je het project wel afkadert wat grootte betreft, dat je daar gewoon een bedrag voor neer moet zetten, want anders kan ook het bedrag in één keer opgenomen worden. En of dat dan specifiek veertig duizend moet zijn, dat mag ook een ander bedrag zijn. Dus dit is niet bewust veertig duizend euro voorgesteld. De voorzitter: Helder, dank u wel.
Even kijken nog andere mensen die op dit kader willen reageren? Ja de heer Den Hollander.
De heer Den Hollander: Ja ik heb nog wel even een vraag aan mijnheer Drost want ik hoor u zeggen, kunnen we er niet over nadenken met bijvoorbeeld een puntsysteem hoe we die middelen gaan verdelen, je loopt natuurlijk het risico dat je na tien aanvragen de pot leeg hebt en dat de elfde aanvraag precies wel dat ei van Columbus is, dat risico zit erin. Ik was benieuwd of het CDA daar dan een idee heeft over hoe dat te zorgen dat het niet een enorme bureaucratische rompslomp wordt om het aan te vragen, maar wel iets van een filtering toe te passen op welke aanvragen er worden goedgekeurd dan. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ja dat is ook juist de reden dat ik het eigenlijk denk van, hou het buiten, doe dat bijvoorbeeld naar de gebiedscoöperatie, laat die de projecten beoordelen. En een tweede, ik weet niet of het een oplossing is, maar de SDE regeling kent bijvoorbeeld stapeling en hoe langer je wacht hoe hoger het percentage je meedeelt, we hebben het nu over vijftig procent. Maar ik heb geen flauw benul hoeveel aanvragen en hoeveel innovaties aangeleverd worden, maar als de kans bestaat dat er heel veel ingediend wordt kun je het ook in een stapeling weergeven.
En ik snap het, wij willen het niet bureaucratisch hebben, maar wij willen ook niet hebben dat na de eerste vier of de eerste acht projecten de pot leeg is en dat we daarna zeggen, shit dit had wel een heel mooi project geweest, maar het geld is op. Dus ik denk dat we wel goed moeten nadenken, hoe gaan we de projecten beoordelen? En wat voor waarde gaan we hechten aan bepaalde onderdelen? En ik zou het klasse vinden als het ook lukt. De voorzitter: Mijnheer Gol. Daar bent u dan hoor. De heer Gol: Ja kader drie, kader vier. Ja, u overrompelt mij. De voorzitter: Dat dat mij lukt. De heer Gol: Ja het moet ook niet zo zijn dat de pot uiteindelijk niet leeg is, we moeten er ook wel voor stimuleren dat het een en ander wel opkomt. Ik bedoel, ik ben er direct niet zo bang voor, ik bedoel als we dus kijken naar initiatiefrijk, ik bedoel wat structureel gemaakt is. Die ervaring, laten we het maar eens even afwachten, laat het maar op ons afkomen. Ik bedoel, want die veertig duizend zoals hier staat, vijftig procent, nou ja dan heb je al een project van tachtig duizend. En als je het dan hebt over wat kleinere projecten, praten we direct niet over groengas, maar als je wil faciliteren dan zal je toch eerst op de kleinere projecten moeten beginnen om er ook wat handen en voeten aan te geven. In de energie, daar komt het straks nog over in kader vijf komen we daar nog op terug.
Maar dan denk ik die stapeling van subsidies, daar moeten we dat in afkaderen. Ik bedoel laat dit, eerst maar eens zijn beloop gaan. De voorzitter: De heer Venema. De heer Venema: Ja ik wilde toch de vraag opwerpen van, willen we ook een jaarlijks plafond of niet? Op dit moment vaststellen of niet? Of zeggen we van dit is drie ton en binnen een jaar is het geld op? En dan hebben we een subsidietraject of een idee van vier, vijf jaar bedacht en dat binnen een jaar het geld op is. Wil je jaarlijks ook een plafond opstellen van 75 duizend euro bij wijze van? Ben wel benieuwd hoe de rest hierover nadenkt of wat men daarvan vindt. Je kunt het effect hebben dat je binnen een jaar klaar bent en dat de pot leeg is. De voorzitter: Mevrouw Salomé.
Mevrouw Salomé: Ja ik denk dat het heel belangrijk is om te constateren dat we van tevoren eigenlijk niet alles kunnen weten en dat je dus tijdens het proces moet monitoren van, welke kant gaat het op? En dan kom ik eigenlijk al in punt vijf staat ook, we monitoren, terugkijken. Maar misschien moet dat al wel na een half jaar, als het net op gang is. De voorzitter: Nou ik verwacht dat dat wel heel snel is na een half jaar. Maar goed er staat hier, jaarlijks wordt er gerapporteerd, dus ik zou u willen aanraden om ook dat goed te monitoren en ook dat als het sneller gaat, dan komen wij denk ik sowieso terug als college, maar ik kijk dan even naar de wethouder. Mevrouw Hempen: Nou ik zou bijna zeggen, als raad zou u moeten willen dat de pot gewoon binnen één jaar leeg is, want dan is er echt wel heel veel gebeurd in De Wolden en dat is uiteindelijk het doel volgens mij. Maar inderdaad, als de pot leeg is, of het dreigt leeg te raken al vroegtijdig, kom ik ongetwijfeld bij de raad terug en heeft de raad altijd nog de mogelijkheid om hem op een andere manier weer te vullen. Maar dan ga ik naar mijn collega toe, nee maar ik ga eerst naar de raad om toch met een voorstel weer bij u te komen. De voorzitter: Ja dan hebben we in één keer kader vier en vijf samen te pakken. De heer Drost. De heer Drost: Ja ik wil nog één opmerking maken met het genoemde bedrag van veertig duizend euro.
We hebben een paar keer genoemd ook versnippering, versnippering te voorkomen. Niet teveel projecten. Is het ook niet verstandig om een bodem in te bouwen van een minimaal subsidiebedrag? De voorzitter: Lijkt mij een goede suggestie. Ik kijk ook, ik zie ook instemmend geknik dus die gaan we ook meenemen daarin die weg daarheen. Ja de heer Groot. De heer Groot: Ja voorzitter dat moet je je toch wel afvragen, want ook vele kleintjes kunnen één grote maken. Dus dat kan ook afstralen, een klein project kan een heel groot effect hebben De Wolden breed. Ik zou daar ook niet te eng over nadenken als ik u was. Wie weet wat voor effect een duizend euro bij een bepaalde innovatie teweeg kan brengen. Dus ik zou daar voorzichtig mee zijn want juist dat soort projecten kunnen heel doeltreffend zijn. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ja dat klopt, in theorie heb je ook volkomen gelijk. Maar we willen het behapbaar hebben, we willen het overzichtelijk hebben en ik denk als wij acht serieuze projecten hebben dat we de handen vol hebt om dat goed te begeleiden en goed te evalueren. Dus mijn voorkeur zou dus zeker gaan om zeker een bodem in te houden. Ik snap uw beweegreden, maar als wij vijftig honderd projecten moeten gaan beoordelen, dan hebben we toch wel een serieus probleem denk ik. De voorzitter: De heer Groot.
De heer Groot: Om eerlijk te zijn, het lijkt mij een heel mooi probleem als dat zo het geval zou zijn. De voorzitter: Nou dit wordt nog een leuke ook. Mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ja want hij is een aantal keren naar voren gekomen, ik was al heel even benieuwd of de wethouder zou kunnen reageren op of het college een rol ziet inderdaad voor de gebiedscoöperatie en wat die dan precies is.
De voorzitter: Mevrouw Hempen. Mevrouw Hempen: Ik denk dat er sowieso een rol is voor de gebiedscoöperatie wat projecten betreft en eventueel begeleiding van projecten, dat zou heel goed kunnen. Dat andere van het toekennen van de gelden, dat is eventjes de vraag of dat inderdaad juridisch en wettelijk allemaal kan, dan zou dat ook een mogelijkheid zijn. Maar dat moet echt eventjes uitgezocht worden. Maar ook kennisdeling en dat soort dingen is juist de gebiedscoöperatie. Het zou zonde zijn als we geen gebruik maken van de gebiedscoöperatie. De voorzitter: De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Ja en daarmee geef je volgens mij antwoord op de vraag van de heer Drost, dat het niet zo heel verstandig is als de gebiedscoöperatie vervolgens de beoordeling gaat doen terwijl ze zelf heel vaak rol en deel uitmaken van de aanvragen. Dus ik denk dat dat bij dezen beantwoord is. De heer Drost, dat gaat niet werken, dat zullen we toch echt op een andere manier moeten doen. U kunt toch niet laten beoordelen projecten die die zelf ondersteund. De heer Drost: Maar dat heb ik ook niet benoemd toch? De voorzitter: U mag het zeggen, ik zat eigenlijk vol bewondering te luisteren. De heer Drost: Ik herinner mij dat ik vanavond geen een keer voorzitter heb gezegd, mijn excuses daarvoor. Voorzitter, u heeft volkomen gelijk, ik denk dat u een goed punt heeft.
De voorzitter: Oké dat is denk ik helder dan. Maar dat er gezocht moet worden naar een onafhankelijke commissie dat wordt er dus wel gevraagd, gezegd dus misschien moeten we daar gewoon naar kijken hoe we daarmee om kunnen gaan. Mijnheer Gol wilde u daar nog op reageren? De heer Gol: Nou ik zou de heer De Groot willen aanvullen met het sneeuwbaleffect, het vliegwieleffect, klein beginnen en als die bal begint te rollen dan komt de rest vanzelf. Hier wilde ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Ja, ondertussen hebben we denk ik kader vijf ook wel besproken of zijn er nog mensen die daarop willen reageren? Mijnheer Gol. De heer Gol: Ja dat is een beetje wat, even kijken, we hebben het niet gehad over de stapeling van subsidies volgens mij. Die stapeling van subsidies en met name over energie, ik bedoel waar een bepaalde terugverdientijd op zit. Ik denk dat we die sowieso al buiten boord kunnen houden. Ik noem maar wat, op misschien zonnepanelen die binnen vijf jaar terug zijn te verdienen met subsidies vanuit wat voor potjes dan ook. Nou die hoeven hier dus niet in te komen. Misschien vijf jaar, misschien zeven jaar, nou bedoel daar kunnen we het over hebben maar dat vind ik eigenlijk, dat is dan dubbel. Ik bedoel dat hoeft niet in deze transitie. De voorzitter: Dat is helder denk ik.
Ik kijk ook eventjes ambtelijk of dat inderdaad op die manier kan als het gaat over stapeling van subsidies maar ik denk het wel. Ja, we nemen het gewoon mee in de uitwerking. Mijnheer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Ja ergens denk ik dat ik dan het verkeerde stuk voor me heb, want ik snap, kader vijf gaat over dat het college uiteindelijk al gaat vaststellen zonder dat de raad daar nog een oordeel over vormt? Omdat dat mogelijkerwijs het proces versneld is dat wat ik hier dan moet lezen?
De voorzitter: Nee het is zo dat na aanleiding van deze discussie bereid het college een raadsvoorstel voor, wat ik ook in de inleiding zei maar misschien wat minder expliciet hier uitte. Een raadsvoorstel voor en dan koersen we op dertig juni behandeling in de raad. En dan heel snel daarna zullen wij een subsidieregeling vaststellen op basis van die kaders die in dat stuk staan zodat die zo snel mogelijk in werking kan treden. We proberen wel die snelheid te betrachten. En op die manier kan dat conform de wetgeving en dat is eigenlijk het voorstel zoals die er nu ligt. Dus u krijgt nog een stuk, op basis van deze discussie waarbij u de kaders vaststelt. De heer Venema. De heer Venema: Stelt het college de verordening vast of stelt de raad de verordening vast? De voorzitter: De vraag is of het een verordening gaat worden, het kan waarschijnlijk ook in de vorm van beleidsregels zoals het nu lijkt, als u maar in ieder geval de kaderstelling heeft gedaan. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, ik wil graag nog één toevoeging doen bij kader vijf en dat is ten aanzien van de rapportage. Er wordt melding gemaakt dat er ieder jaar gerapporteerd wordt, dat is prima, maar ik zou dat wel iets strakker willen neerzetten.
Op welke criteria die evaluatie wordt gedaan, dat moeten we echt van tevoren vaststellen zodat we ook van te voren kunnen bepalen wanneer we vinden dat het fonds succesvol is. En op het moment dat het niet de goede kant op zou gaan dat we dat tijdig kunnen bijsturen. De voorzitter: Dus dat geeft u extra mee bij kader vijf, de criteria voor de projecten en resultaten moeten duidelijk zijn voor de beoordeling. Ja helder. Nog andere opmerkingen? Ik zie redelijk rode wangen want het is hier redelijk warm. Oké, zijn er nog afsluitende opmerkingen die u graag wilt maken? Zijn ietsje over tijd. Nee? De heer Venema. De heer Venema: Ja goed, we hebben natuurlijk een prachtig initatiefrijk De Wolden en ik zie dit min of meer al als nieuw of een verlengstuk van dat en ik zou denk ik met dat als voorbeeld, dat succes ook graag terug willen zien in dit stuk straks, dus ik hoop dat het net zo een succes wordt als het initatiefrijk De Wolden. De voorzitter: Vind ik wel een hele mooie afsluiting. Mevrouw Assink ook nog. Mevrouw Assink: Ja het is niet echt een afsluiting maar misschien het opentrekken van weer iets anders, want in het discussiestuk worden de kaders gevraagd voor de bestemming van het transitiefonds, maar als we kijken naar het onderzoek wat hier onder ligt, waar de aanbeveling van onder ander het transitiefonds uit voortkwam.
Er zitten ook andere elementen in, onder andere dat aanspreekpunt van de gemeente, nou daar hebben we het over gehad. Maar ook waar behoefte aan is in de sector is duidelijkheid verschaffen over bestemmingsplannen, langetermijnperspectief bieden. En ik denk dat het transitiefonds alleen dan effectief zal zijn als boeren een langetermijnperspectief wordt geboden. Dus welke opvolging wordt er aan die andere aspecten van het onderzoek gegeven? Komt dat op enig moment of op enige vorm in de raad nog weer terug? De voorzitter: Ik denk dat de landbouw altijd centraal zou staan bij ons, ik kijk naar mevrouw Hempen. Mevrouw Hempen: Ja dat komt zeker terug want we zijn bezig met het opstellen of het actualiseren van ons economisch actieplan en daar wordt ook dit onderzoek in meegenomen dus die punten komen daar nog een keer in terug. De voorzitter: Oké, de heer Drost.
De heer Drost: Ja ik wil nog één opmerking maken, wij hebben de discussie gehad over transitie naar toekomstgerichte landbouw in De Wolden. Ik wilde wel de opmerking maken, is de gemeente wel klaar voor een toekomstgerichte landbouw? En wat voor stappen moeten daar nog in gezet worden? De voorzitter: Ik denk dat u de vraag nog een keer moet herhalen, of was het een opmerking? De heer Drost: Nee ik wilde zeggen dat we de hele avond, ik probeer dezelfde woorden te gebruiken voorzitter. Wij hebben de hele avond gediscussieerd over de transitie naar toekomstgerichte landbouw, wat moeten de boeren? Wat voor stappen moeten er gezet worden? Wat voor innovatieve plannen komen daar? Maar is onze gemeente, is de gemeente, ook klaar om die stappen bij te kunnen blijven aan toekomstgerichte landbouw? De voorzitter: Mevrouw Hempen. Mevrouw Hempen: Nou volgens mij hoort dat er gewoon bij, dat hoort bij het fonds om te zorgen dat we dat gewoon goed bij elkaar hebben. En dat zal inderdaad niet een vanzelfsprekend zijn, daar zullen we wel iets voor moeten doen, want dat geldt ook voor het loket, maar er moet wel iemand zitten die wel in ieder geval de boeren ook kan helpen. De voorzitter: Dat ademt eigenlijk ook het hele stuk uit, we gaan naast de agrariër staan en proberen samen met hun op te werken. 3.
Sluiting De voorzitter: Oké, ik bedank de gemeenteraad voor deze leerzame avond, waarbij we veel hebben opgehaald voor het transitiefonds landbouw. Wij sluiten zo meteen de vergadering, daarna gaat de vergadering besloten nog verder over een volgend onderwerp, Diftar. Ik dank u gemeenteraad en graag tot de volgende keer.