CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript gemeenteraad 19 mei 2022

Gemeenteraad 19 mei 2022, gemeente De WoldenBij agendapunt: Opening16.564 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DE WOLDEN d.d. 19 mei 2022

1.

Opening De voorzitter: Goedenavond bij het raadsdebat over landbouw vanavond en specifiek over de toekomstgerichte landbouw en specifiek over het transitiefonds toekomstgerichte landbouw. Hartelijk welkom aan de raadsleden, steunfractieleden, collegeleden, mensen in de zaal, mensen thuis, welkom bij dit raadsdebat. Afwezig zijn vanavond raadsleden Brouwer en de heer De Boer. Maar ook dus zoals zojuist aangekondigd zijn ook steunfractieleden hier vanavond omdat het gaat om een raadsdebat. In november 2019 heeft de raad van De Wolden de motie, Transitieonderzoek toekomstgerichte landbouw aangenomen. En op basis van die motie zijn door de raadswerkgroep twee dialogenavonden georganiseerd in 2021. Op 21 januari 2021 en een fysieke bijeenkomst op 16 september. Er is ook nog een groot onderzoek gedaan, zit ook bij de stukken waaruit ook blijkt, de waardering die er is vanuit De Wolden voor de beroepsgroep van de agrariërs en ik denk dat ook een belangrijk punt is wat uit dat onderzoek kwam, help onze gemeente meedenken over een gezond toekomstperspectief.

De voorzitter: Conform de werkwijze van 3De Wolden staat vanavond dus het debat op de agenda over het transitiefonds toekomstgerichte landbouw, op basis van een aantal kaders, of stellingnames kunnen we ze misschien wel beter noemen, want kaders geeft misschien wat verwarring, aan de andere kant moeten ze op een gegeven moment naar een kadervorming worden uitgewerkt. Gaat u als raad onderling in debat met elkaar en het college is uiteindelijk verantwoordelijk voor de verwerking van het raadsdebat tot een raadsvoorstel en dat raadsvoorstel geeft weer aanleiding om te komen tot een subsidieregeling. En vanavond worden er dus geen besluiten genomen, dat is denk ik ook belangrijk voor de mensen thuis die meekijken, maar het geeft dus input uiteindelijk aan een subsidieregeling. Daarom treed ik op als technisch voorzitter, dat is ook de reden dat ik dus geen ambtsketen draag, ik zit in een wat andere rol vanavond en ik denk ook dat we gewoon gezamenlijk kunnen uitzien naar een goed debat over toch een heel belangrijk onderwerp voor onze gemeente. We hebben een inspreker, die heeft zich gemeld, daar is ook de ruimte voor, dat hebben we ook besloten om dat zo te doen, dat is ook conform het reglement van orde. En ik zou graag de inspreker, de heer Heijmans willen vragen om naar voren te komen.

Hij heeft aangekondigd dat hij iets meer dan vijf minuten tijd nodig heeft, zes en een halve minuut en u mag weten dat ik dat als voorzitter goed heb gevonden dat hij zes en een halve minuut praat. Mijnheer Heijmans, gaat uw gang. De heer Heijmans: Dank u wel voorzitter dat ik vanavond het woord mag voeren in deze raadszaal voor alle betrokkene hier in de raadszaal en ook de burgers en boeren van onze gemeente. Mijn naam is Arjan Heijmans, inwoner van Zuidwolde, praktisch, experimenteel en projectmatig bezig met agro ecologische regeneratieve natuur gedreven landbouw in zowel eigen teelt als ook binnen diverse projecten. Groot denken, klein doen is mijn motto. Hoe maken we onze boeren nogmaals helden? Landbouw zou een oplossing voor klimaatverandering kunnen worden, in plaats van een deel van het probleem te zijn. Nooit meer honger was het devies van Mansholts grote verhaal waarmee hij de basis legde voor de Europese samenwerking na de tweede wereldoorlog, het heeft ons veel goeds gebracht, schaarste veranderde in overvloed. De driehoek, onderzoek, onderwijs, landbouwvoorlichting lag aan de basis van het huidige succes van Nederland als grootste exporteur van landbouwproducten na de Verenigde Staten, maar Mansholts bestel had een keerzijde. De moderne landbouw had een negatief effect op natuur, bodem en water.

Aan het einde van zijn carrière voorzag Manschot zelf de negatieve bijeffecten van zijn levenswerk, veertig jaar later heeft nooit

meer honger geresulteerd in altijd goedkoop eten en dat tegen een hoge prijs. Na de oorlog hebben we de biologie vervangen voor door chemie en een landbouwsysteem gecreëerd wat is gebaseerd op how to kill, hoe te doden, in plaats van how to nourish, hoe te voeden. Door ons eigen welvaartssucces in de Westerse wereld zijn we op veel plaatsen over de grenzen heen van wat op lange termijn houdbaar is, we zijn niet meer in balans op maatschappelijk, economisch en ecologisch vlak. Dat er een omslag plaats moet vinden is vandaag de dag een groeiende meerderheid het wel over eens. Oude economische en landbouwkundige wetten en methoden die ons het succes hebben gebracht zijn niet meer het recept voor het oplossen van de problemen voor nu en in de toekomst. Transitie naar een duurzaam voedselsysteem betekent voor de primaire landbouw in de komende dertig jaar een overgang van een curatief naar een preventief systeem. De boer die werkt dagelijks met de natuur, daarom zou hij of zij die het beste kunnen omarmen. Agro ecologische regeneratieve (lees: herstellende) natuur gedreven landbouw is derhalve een deel van de oplossing. De belangrijkste principes hiervan zijn bodemgezondheid bevorderen door niet kerende grondbewerking, groenbemesters die de bodem bedekt houden, ruime gewasrotaties, biodiversiteit, compost, natuurlijke gewas- en onkruid bescherming.

Kortom, gebruikmaken van de natuurlijk wetmatigheden van ecosystemen onder en bovengronds is ook hier het recept. Een gezonde bodem is de basis van ons wereldwijde voedselsysteem. Als je kleine veranderingen wilt aanbrengen, verander dan hoe je dingen doet. Als je grote veranderingen wilt aanbrengen, verander dan hoe je dingen ziet. Laten we daarom vandaag beginnen de bovenstaande inzichten toe te passen en zo de landbouwsector te transformeren van grote CO2-uitstoten naar groter vastleggen van CO2 in de bodem. Een down-to-earth oplossing tegen versterkte global warming. En de boer is voor de tweede keer onze grote held. Andere onderdelen van de oplossing zijn hoogstaande kennis op het gebied van agro technologie, data, voedselinnovaties, aandacht voor het lokale, de natuur en het landschap en de relatie met de stad. Het samenbrengen van technologische, landbouwkundige en ecologische kennis zijn de ingrediënten voor kansrijke innovaties en daarmee het recept voor toekomstige, gezonde, duurzame familiebedrijven en voedselproducenten. Het is dus én én én en niet of, wat vaak gebeurt in een gepolariseerde discussie. Durven innoveren en openstaan voor elkaar uitgangspunten kunnen leiden tot een voedselsysteem dat wel houdbaar is, juist in deze tijd is er behoefte om samen relevante vraagstukken op te lossen, want samen kun je realiseren wat je alleen niet voor elkaar krijgt.

Hoe mooi is het daarom om met zijn allen, boer, consument, politiek, belangenorganisaties, bedrijfsleven aan deze transitie te werken. Niet van vandaag op morgen, maar vanuit een langetermijnperspectief en een langetermijnvisie en een stip op de horizon. Dat is ook waar de boer om vraagt. Langetermijnbeleid, en niet zoals nu, korte termijn en reactieve maatregelen. Als we blijven doen wat we altijd deden, gaat er niets veranderen. Dat vraagt om maatwerk, dus laten we kennisnemen van de initiatieven en de bewezen successen die elders op de wereld op dit vlak al zijn genomen en onze Nederlandse landbouw wereldwijd nummer één te worden met deze nieuwe landbouw. Een mooie ambitie om aan te werken. Iedere boer heeft een ander startpunt, niet iedereen hoeft van A naar Z, dat vraagt om maatwerk en dus om een plan van aanpak bij het bedrijf op weg naar een duurzamere bedrijfsvoering. Stap voor stap. Kennis heeft ook een groeiproces nodig, innovatie, transformatie is 75 procent weerstand overwinnen. Dat vraagt om zelfbewust en verbindend leiderschap vanuit een langetermijnvisie, niet alleen sturen op winstgevendheid maar ook oog hebben voor de maatschappelijke impact van de bedrijfsvoering en de besluitvorming.

Leiders met de koersvastheid om volledig voor een uitgestippelde koers te gaan en zich niet te gemakkelijk laten te verleiden van hun visie af te wijken en hun doel altijd boven het redden van het eigen hachje te stellen. Politieke moed is ook nodig. Daarom deze oproep aan de politiek, de overheid, banken, investeerders, de boer en tuinder, de consument en iedereen om op middellange termijn in plaats van korte termijn te denken en te handelen. Niet individueel, maar samen op zoek naar partnerships en duurzame verdienmodellen. Niets menselijks is ons vreemd. Dus we staan voor een enorme uitdaging met wellicht meer kansen en nieuwe business dan we nu nog kunnen overzien. Waar deuren sluiten gaan andere open. De boer moet hierin centraal staan, want hij/zij verdient de ondersteuning met financiën, betere prijzen,

nieuwe kennis en netwerken om de verandering mogelijk te maken die de maatschappij en consument hen oplegt. De driehoek van onderzoek, onderwijs, landbouwvoorlichting die de Nederlandse boer eerder groot heeft gemaakt na de oorlog zou in ere hersteld kunnen worden. Dan kunnen we dit kunstje nog een keer waarmaken en zo de nieuwe kennis en zienswijzen delen met de boer. Bancair vraagt dit om langetermijnfinanciering om van A naar B te komen op basis van een gezamenlijk plan van aanpak gebaseerd op nieuwe inzichten. En last but not least, dient de politieke experimenteerruimte gecreëerd te worden voor innovatieve pilots die nu niet passen in de regels, maar wel het goede doen voor bodem en klimaat. Dat verdiend agrarisch Nederland. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Heijmans. Als u nog heel eventjes wil blijven, ik wil even de raadsleden die nog een korte vraag aan de heer Heijmans willen stellen daartoe de gelegenheid geven. Wie heeft er nog een vraag? De heer Groot. De heer Groot: Ja dank u wel voorzitter. Ja, ik hoorde u een vloeiend en mooi betoog houden, over de boeren, het én, én, én. We gaan het hier vanavond over het transitiefonds hebben, over de kaders die daarvoor gesteld kunnen worden.

Hoe kijkt u aan tegen dit transitiefonds, geldt dat als een extra én? Of vindt u dat meer korte termijn? De heer Heijmans: Nee, ik denk dat dat belangrijk is, geen discussie, maar ik denk zelf dat een transitiefonds een langere adem moet hebben omdat het proces om te veranderen een langere adem nodig heeft en als we de bodem centraal stellen, dan moet ik als boer eerst investeren in mijn bodem om een gezonde bodem te krijgen en moet ik eerst investeren en dan na een aantal jaren ga ik het weer terugverdienen. Dan krijg ik minder input, maar nog steeds een rendement en dat is eigenlijk in de regeneratieve landbouw haalbaar, dat is bewezen, alleen we moeten andere teeltmaatregelen nemen dan we nu nemen. Maar het heeft tijd nodig en daarom is de support nodig om boeren juist door die dip heen te helpen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Heijmans. De heer Benning zag ik nog met een vraag. De heer Benning: Ja dank u voorzitter. Vond het een mooi verhaal, van Mansholt, dan weet ik weer waar we nu staan zeg maar en hoe we over dertig jaar misschien staan en ik ben blij dat u ook ziet dat we dat niet in twee jaar kunnen gaan doen, want dat is wat mij betreft ook onmogelijk. Maar u noemde twee zaken die bij de oplossing horen en dat zijn politiek in Den Haag zeg maar of in Brussel en de banken zeg maar en dat zijn nou net twee grootheden waar we heel weinig mee kunnen op dit moment.

Zie je daar ook een insteek, hoe kunnen we daar nou, in De Wolden hebben we nu het transitiefonds, daar kunnen we een start maken met wat iedereen graag wil, met transitie. Het grote denken dat doen we hier niet in de gemeente natuurlijk, hoe kunnen we daar een bijdrage aan leveren? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Benning, mijnheer Heijmans? De heer Heijmans: Misschien moeten we wel groot durven denken in Drenthe, en misschien moeten we niet afwachten tot wat er op ons afkomt en dat een ander ons gaat vertellen wat we moeten doen. Ik denk dat we zelf het initiatief moeten nemen vanuit andere inzichten en daarin voorop moeten proberen te lopen. Ik zie dat ook in de notitie, en Drenthe is soms bescheiden, en misschien moeten wij in Drenthe ook zeggen van wacht even, wij zijn hier het voorbeeld voor Nederland. De ambitie is, ik ben gister op een bijeenkomst geweest van de ‘ … ‘, fantastische bijeenkomst, fantastisch initiatief, super veel energie. Ik denk ja, jongens dit moet je ondersteunen. En ik denk groot denken, klein doen kunnen we ook lokaal. Want anders gaat een ander zeggen wat je moet doen.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Heijmans. Ja sorry, de korte vragen en debat doen we zo meteen. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Ik hoef niet meer, want ik had precies dezelfde vraag als de heer Benning, dank u wel. De voorzitter: Ja ik kijk nog eventjes rond. Ja de heer Jansen. De heer Jansen: Ja dank je wel voorzitter. Ja, ik ben even nieuwsgierig, prima betoog, maar u had het over CO2 in de bodem, zou u daar een voorbeeld van kunnen geven? De heer Heijmans: Als je het interessant, een film die heet: ‘Kiss the ground’ die is vanuit Amerika, maar als wij de teeltmaatregelen veranderen, dan kunnen wij meer CO2 vastleggen in de bodem dan wij überhaupt uitstoten. Dus de landbouw heeft in potentie een oplossing te zijn voor het klimaatprobleem. Moeten we wel anders gaan telen, moeten we wel andere maatregelen nemen. Maar dat is dus de potentie van juist landbouw. De heer Jansen: En is er al onderzocht wat voor teelt dat dan moet zijn? De heer Heijmans: Het is moeilijk meetbaar hoeveel CO2 leg je vast? Hoe lang leg je het vast? Maar het feit is dat de plant CO2 uit de lucht haalt, dat omzet in suikers en de basisgedachte is dat planten voeden het bodemleven en het bodemleven voedt de plant. Maar ik wil daar nog wel een keer individueel ook nog wel presentaties over houden, maar dat wordt heel technisch denk ik. De voorzitter: Ik denk ook dat we het hierbij moeten laten.

Ja de heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Ja uit het onderzoek wat we hebben kunnen lezen bij de boeren uit De Wolden en Westerveld, daar komt heel sterk naar voren dat de boeren niet zitten te springen op nog meer regelgeving. Nou ben ik heel benieuwd hoe halen we de boeren over de streep om deze richting op te willen? Als je het niet in regelgeving zou willen doen? De heer Heijmans: Nou er zit heel veel in de regelgeving die zeg maar niet het beste voor heeft voor datgene wat we zouden moeten doen voor de bodem. En daar zit dus heel veel kromme regelgeving in. Daarom zeg ik ook in het eind, we zouden experimenteerruimte moeten creëren, ook lokaal, dat je iets mag doen in een project wat misschien niet van RVO mag, maar wat wij in het kader van een experiment ons wel toestaan en dan kunnen laten zien dat het anders kan en dat het wel degelijk positief effect heeft. En dat past niet, want ook Den Haag, met alle respect voor Den Haag, daar zit niet altijd deze kennis, daar zit soms oude kennis en niet de nieuwe kennis. De voorzitter: Goed, ik denk dat we het rondje aardig gemaakt hebben. Heeft iemand nog een prangende vraag aan de heer Heijmans? Dan dank ik u voor uw inspraak en neemt u gerust plaats op de tribune. De heer Heijmans: Ja bedankt voor uw tijd en mocht men individueel vragen hebben, schiet mij aan, ik ben makkelijk bereikbaar. De voorzitter: Dank u wel.

2.

Discussiestuk raadsdebat transitiefonds toekomstgerichte landbouw De voorzitter: Dan starten we het debat over het transitiefonds en wat ik al zei, dit worden kaders genoemd, wellicht meer zijn het stellingnames en ik denk dat het handig is om ze met name per kader te bespreken en over en weer elkaar gelegenheid te geven daar op te reageren, te interrumperen, ik verzoek u wel om het zoveel mogelijk via de voorzitter te doen. Het is echt een raadsdebat en de wethouder, de verantwoordelijke wethouder, mevrouw Hempen is aanwezig natuurlijk voor eventuele vragen, maar ik stel echt voor om het debat echt als raad onderling zoveel mogelijk te voeren. Het eerste kader wat ter bespreking ligt gaat over, wat verstaan we nou eigenlijk onder toekomstgerichte landbouw? En u heeft ook gezien, wat wordt gesteld van we willen met name die beweging maken naar een meer duurzame en natuurinclusieve landbouw zonder op te stoel van de ondernemer te gaan zitten. En er wordt voorgesteld dat het transitiefonds, met name daarbij projecten ondersteund die aan twee of meer aantal criteria die daar genoemd worden voldoet. Ik geef het in bespreking het eerste kader, wie willen daarover het woord voeren? Mijnheer Den Hollander, u mag de aftrap doen. De heer Den Hollander: Het spits afbijten, dank voorzitter.

Ja het is natuurlijk een heel discussiestuk, ik ga mij proberen dan op dat eerste kader te richten. Ik weet niet of dat helemaal gaat lukken, maar ik doe mijn best. Ik denk inderdaad dat een deel van de uitdaging onder andere door de inspreker mooi geschetst is en ook al wel eerder door ons gezamenlijk in deze zaal besproken. En het transitiefonds is een hele mooie stap die wij als gemeente hierin zetten om daarin in beweging te gaan en te zijn en te blijven. Ik denk dat het heel goed is om te constateren en daar eerlijk in te zijn ook, dat we daar als gemeente maar beperkte spelingsruimte in hebben en één van de dingen die mij juist ook inderdaad uit het onderzoeksrapport er echt uitsprong naast de behoefte om minder regeldruk, is ook heel operationeel, heel erg in de dag dagelijkse beweging van de agrariërs de vraag denk ik, aan de gemeente, om naast ze te komen staan, om te luisteren, om uitleg te geven over waarom, over hoe wij zaken zien, over het vinden van subsidies en regelingen en ik denk wel dat dat een plek is die we als gemeente moeten pakken en ook al pakken. Ik denk dat we daar als gemeente De Wolden ook een serieuze goede stap in zetten. Maar dat vind ik daar heel belangrijk in om dat terug te lezen en om dat dus in het hoofd te laten houden ook richting dat transitiefonds.

Ja, het is natuurlijk lastig in zo een kaderstelling voor zo een transitiefonds om dan een balans te vinden tussen aan de ene kant wil je dat de investering die we als gemeente doen om te zoeken in die ontdekkingsreis naar nieuwe vormen van, nieuwe verdienmodellen, manieren van landbouw die bijdragen aan de verbetering van waterkwaliteit en dat soort zaken, zonder daar ook weer de lat heel hoog te leggen of de druk heel groot te maken, of de drempel heel groot te maken om daaraan bij te dragen. Ja, ik denk dat dat een lastige, ik heb daar geen antwoord op maar ik denk dat het een lastige zoektocht is naar waar ligt die balans dan? Nou het is ergens natuurlijk een interessant lijstje, ik moet eerlijk zeggen, er moeten vast nog dingen bij kunnen of af kunnen. Ik denk dat het een mooi begin is. Ik ben wel benieuwd waarom er is gekozen voor die twee of meer van onderstaande doelen. Kijk als je kijkt naar de hoeveelheid agrariërs die we hebben gaat het natuurlijk ergens om een beperkte pot met middelen. En nogmaals, ik denk dan dat de balans die we zouden moeten zoeken is, hoe zorgen we dat we zo goed mogelijk die middelen daartoe besteden zonder die drempel te hoog te leggen? Maar zouden het dan niet bijvoorbeeld drie moeten zijn? En het viel me ook op, want ook dat hoor ik de inspreker een aantal keer zeggen, de regeneratieve landbouw, interessante tongbreker.

Die zie ik in het hele stuk niet voorkomen, het is misschien een beetje een kapstokbegrip of een hele grote, misschien zit die ook wel verwerkt in één van die andere, maar ik ben ook wel benieuwd hoe we dat dan zien? Waar komt dat regeneratieve in terug? Omdat ik inderdaad met de inspreker eens ben dat daar wellicht een hele grote kans ligt, dank u wel.

De voorzitter: Ja dank u wel. Ik weet niet of hier iemand al op wil reageren, anders geef ik de heer Drost het woord. De heer Drost: Ik had al gehoopt niet als eerste te zijn, dan kan ik kijken hoe het moet. Maar in aanleiding, ja het is een interessant discussiestuk, ik wil twee opmerkingen in aanvang daarvan maken. De bedoeling van die transitie is dat we gaan van eenzijdig op productie gerichte landbouw naar toekomstgerichte landbouw. Ik moet opmerken dat in De Wolden een platteland gemeente zijn waar boeren zijn, die misschien wel verder zijn dan waar we nu stellen. Er zijn heel veel boeren hier, melkveehouders, agrobouw die al een hele grote stap gezet hebben. Dat is het eerste wat ik wil zeggen. En ten tweede, en dat heeft Karin afgelopen dinsdag ook genoemd, willen wij dit een kans van slagen geven, dan zullen wij binnen De Wolden een functionaris moeten aanstellen die de boeren meeneemt in het vergunningaanvraag. Dus wil je verandering doorvoeren dan komt er een vergunning bij, meenemen in de regelgeving en de wetgeving, voorbeeld en die werd fantastisch in aangegeven, de monovergisters, waarvan gister een bijeenkomst was. Die staat en valt met SDE regeling die van de zomer voor het eerst daarvoor van start gaat, of van het eerst van start gaat. Als de gemeente niet faciliteert en ook tijdig de vergunning afgeeft, dan kun je het gewoon schudden met hele monovergisting.

En dat denk ik ook en dat is ook één van de punten die ik wil aangeven, zorg dat we hier kennis hebben, zorg dat we daarbij soepel door de vergunning heenloopt en daar de vergunning geen breekpunt zijn in dit hele mooie transitiefonds, want hier zie ik best kansen in. Wederom heb ik een aantal vragen, hebben wij een aantal vragen erbij bij dit punt één. Kader één, en dat is, vraag één, daarbij wordt ook benoemd waren twee of meer doelen, als één doel een hele goede basis van de regeling, waarom niet. Het gaat erom dat we resultaten boeken naar een toekomstgerichte landbouw en dat willen we ook zijn, een toekomstgerichte landbouw zoals die hier gepresenteerd wordt, in het rapport en vonden wij dat eigenlijk het economie ondergeschikt wordt. Een bedrijf wat geen winst maakt, hoeft over de rest niet na te denken. Dat is één. Krijgen de projecten een kans die een plan inleveren voor het toekomstgerichte landbouw met doelen die hier niet in genoemd zijn. Er zijn elf doelen genoemd, bijvoorbeeld waterkwaliteit, maar watermanagement is er ook één. Krijgen die ook een kans? Of is dit kader afgebakend op de elf genoemde doelen? De basis voor ons van het CDA voor het kader is dat toekomstgerichte landbouw, landbouw is waar we gezinsbedrijven in de basis volledig inkomen uit primaire landbouw kunnen halen. Dit was het in het kort. De voorzitter: Nou dank u wel, helder. De heer Gol.

De heer Gol: Ja dank voorzitter. Ja, het is zelfs misschien voor een agrariër lastig om het te gaan duiden en daarom ben ik blij dat ik niet de eerste ben. Maar wat het CDA net aangaf, de agrariërs zijn toch al wel verder dan we denken. En er werd net even gerefereerd naar die elf punten en dan zie ik en dat botst eigenlijk al een beetje tegen mij aan. Over die welzijn, ja als dat een punt moet zijn, het is een onderdeel van de productie, de industrie die eist het gewoon. Ik bedoel, dat is veel verder dan als we met zijn allen denken. En dat vind ik toch een, als we als agrariërs in samenwerking met de gemeenschap naast elkaar willen staan, dan zijn dit al triggers voor een agrariër om een beetje de hakken in het zand te gaan zetten. Dat wil ik toch wel even vooropgesteld hebben. Want we moeten het samen doen. Nou ja vanzelfsprekend, de landbouw is breed en we kunnen daar alles van vinden, ja ik begin eigenlijk verkeerd om, maar de landbouw is in elk geval de belangrijkste pijler in De Wolden in het gebied van oppervlakte grond. Tachtig procent staat er dan zo in het onderzoek en die transitie is eigenlijk van alle tijd. Er zijn altijd wet en regelgeving, er is altijd verandering onderhevig, dus die transitie is er eigenlijk altijd al geweest. De boeren kunnen daar op zich heel goed mee omgaan. Kijk, dus even refererend naar gister aan die monovergister.

Dus dat is ook een eigen initiatief. Maar zeg ik dan, als ik kijk naar de situatie naar zoals die nu in De Wolden is. Ik bedoel wat gaat er komen? Wat komt er op ons af? Hoe gaan we de rest, de omgeving invullen? Want uiteindelijk qua bedrijfsovernames, als ik

het even uit het hoofd zeg. 35 procent binnen De Wolden heeft geen bedrijfsopvolger, dus de grond blijft liggen. De intensivering of de schaalvergroting zet door en daarmee zullen we, daar biedt zich een kans aan. Met het regeneratieve landbouw of zoals het genoemd werd, natuurinclusief mag het dan ook zo zijn. Of wat hebben we hier nog meer? Duurzaam. Ja, we hebben allemaal van die clusterwoorden die veelomvattend zijn. Maar ik denk toch dat daar voor de toekomst toch de mogelijkheid liggen en dat we daar de verbinding moeten zoeken naar de agrariërs toe. En ik denk dat daarmee ook en dan zie ik daar Jan Van Goor zitten, voor de gebiedscoöperatie heel groot ontginningsgebied misschien ook nog wel ligt, want het hoeft niet naar de landbouw te komen. Het zijn misschien ook wat producenten of mensen met goede ideeën die als de agrariër misschien wel niet kennen, maar de agrariër wel nodig hebben. En daar zie ik voor de gebiedscoöperatie eigenlijk nog wel wat leuks weggelegd. De voorzitter: Mijnheer Gol, u heeft een interruptie. Nee? Oké excuus. Gaat u door. De heer Gol: We moeten het samen doen, en we moeten de ruimte geven aan ieder die daar wat mee moet en kan en als dat nu toerisme is, als het nu de verduurzaming is, we moeten het vooral niet opleggen. Laat ik dat even vooropstellen. Je moet niet op de stoel van de boer of van de ondernemer gaan zitten.

Het moet een beetje breder gezien worden. We moeten niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten en laten we daar gewoon afwachten wat daar straks aangeboden wordt over dit kader door het college wat er op papier komt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gol. Ik ga even naar mijnheer Drost. De heer Drost: Ik had nog wat vragen naar aanleiding van dit verhaal. Wij gaan wachten wat er komt, wij willen qua duurzaamheid. We hebben natuurlijk die transitie voor ons, ik heb het ook genoemd, ik ben benieuwd hoe Gemeentebelang aankijkt tegen een functionaris binnen de gemeente die gaat ondersteunen op het gebied van vergunning maar ook in dit proces. De voorzitter: Mijnheer Gol. De heer Gol: Dank u voorzitter. Zeker staan we daarvoor. Nu dit zo zeggende, moeten we er wel voor waken, want dat is ook wel iets ondernemerseigen. Er wordt heel veel door de ondernemers worden door adviseurs in de hand genomen, we moeten er wel ontzettend voor waken dat het geld wat daarvoor beschikbaar komt niet in de zakken van al die adviseurs gaat, want dan schiet de ondernemer er natuurlijk zelf niets mee op. Ik bedoel een adviesje hier, een onderzoekje dit of dat en zus en zo. Ik bedoel 1500 euro is niks. De voorzitter: De heer Drost.

De heer Drost: Ik wil nog één opmerking maken, de functionaris zoals ik het zie dat is iemand die de landbouw kent, het woord van de landbouw spreekt en weet wat er speelt en gewoon een vergunning in beweging kan brengen, ik heb het niet over externe adviseurs, ik heb het vanuit de gemeente. De voorzitter: Uw punt is denk ik duidelijk op dit moment. Was u klaar met uw inbreng? Dan ga ik naar mijnheer Venema. De heer Venema: Ja ik heb nog wel een vraag aan mijnheer Gol. Je noemde net de schaalvergroting versus die transitie en goed als ik denk aan schaalvergroting denk ik aan meer en intensiever. Er is sprake straks van schaalvergroting, er gaan boeren stoppen, dat is wel een trend. Past dat? Bijt dat elkaar niet? Zo een schaalvergroting met een transitie, of biedt het wel kansen? Het is namelijk, in de huidige, zoals het altijd

gegaan is, schaalvergroting is in principe altijd intensiever dus het wordt intensiever gebruikt. Jij bent ervaringsdeskundige, is dat inderdaad zo dat het elkaar niet gaat bijten? Dus de intensiviteit versus die vergrotende transitie? De voorzitter: Mijnheer Gol. De heer Gol: Nou dan pak ik de woorden van mijnheer Heijmans er even bij, ik bedoel die schaalvergroting die geeft inderdaad ook misschien wat meer kans om de gebieden die als dan weer vrijkomen, die als een ondernemer uiteindelijk nodig heeft om mestplaatsing of stikstof wilt verdelen is die er gewoon nodig. Maar daarmee kan die bepaalde percelen extensiever gaan houden en daarmee wat meer kleur aan de landschap gaan geven. Ik bedoel als daar een verdienmodel onder zit wat we proberen te ontwikkelen, te helpen te ondersteunen, ja dan gaan we de goede kant op en het is én, én, het is net die ene kleine schakel. De voorzitter: U heeft nog meer vragen opgeroepen, mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen: Ja hij doet het. Nou niet echt een vraag, maar ook tot mijn grote blijdschap is de landbouw opgenomen als één van de vijf belangrijkste voor de huidige raadsperiode. En ik ben het eens met de heer Drost dat er toch een functionaris moet komen op het gemeentehuis dat als aanspreekpunt geldt voor de agrariër.

In de praktijk loopt men heel vaak aan tegen onkunde en dat spreidt zich dan uit over een half jaar en ik vind toch dat dat een belangrijk punt is. Ja, zorg ook dat het iemand is, wat ook in het rapport staat, dat het iemand is met lokale kennis en betrokkenheid en zij moeten gevoel hebben ook dat zij gehoord worden, dat lees ik ook steeds terug in het rapport. Want boeren willen gehoord worden. En dan wil ik nog even ook op het dierenwelzijn terugkomen van mijnheer Gol. Daar ben ik mee eens, als boer wordt je gecontroleerd aan alle kanten en ik denk niet dat dat direct als hoofdzaak in het kader één moet staan. Wel vind ik het groengas een heel mooi initiatief. Mag ik doorgaan? De voorzitter: Nou nee, we waren nog bij de heer Gol en het was echt even een vraag aan hem, maar dit waren meerdere opmerkingen. Ik geef zo meteen u nog iets uitgebreider het woord want er zijn mensen die nog op de heer Gol wilde reageren. De heer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ja dank, want ik zou hem inderdaad even willen terugbrengen naar kader één van het stuk dat we vandaag proberen te bespreken. Ik hoor mijnheer Gol inderdaad zeggen, dat lijstje en ook de punten daarop die wringen hier en daar en dat begrijp ik heel goed.

Tegelijkertijd neem ik aan dat de heer Gol ook met mij eens is dat je iets van een soort instapcriteria moet hanteren, want het is geen bedrijfskrediet voor een willekeurig agrarische onderneming. Wat zou een alternatief kunnen zijn? Heeft u ideeën bij wie dan te selecteren wie wel en niet gebruik mag maken van de middelen in het fonds? De voorzitter: De heer Gol. De heer Gol: Nou dan denk ik dat wij als Gemeentebelangen zullen zeggen, of nee dan gaan we zeggen van laten we gewoon beginnen en kijken wat het is. Niet teveel direct willen kaderen, het moet eerst rollen, het vliegwiel moet beginnen te lopen. We moeten het nu niet direct te strak inkaderen, ik bedoel anders dan, er moet eerst een schaap over de dam zijn. Laat het eerst maar eens aan de gang komen, dat denk ik dat we daar eerst op aan moeten. Ik bedoel er staan dus al voor maximaal veertig duizend, allemaal van die criteria. De voorzitter: Heeft ook de heer Van IJzendoorn nog willen reageren?

De heer Van IJzendoorn: Ja deze opmerking van de heer Gol verbaasd mij enigszins want daarmee hoor ik eigenlijk zeggen, deze hele notitie, deze hele discussiestuk is niet nodig want we gaan gewoon de zaak aan het rollen brengen, er hoeven geen criteria te staan, hoor ik dat nou goed? De heer Gol: Nee, zo zou je het kunnen opvatten maar nee tuurlijk moet je bepaalde criteria aanhouden, maar ga er niet te strak inzitten om het in elk geval van de grond te krijgen. Ik bedoel, de kaders binnen zoiets moet je misschien soms weleens wat ruimer zien. Ik bedoel, want anders dan ben ik bang dat als het eerst maar eens gaat lopen, we moeten het nog aan de gang zien te krijgen met ons allen. En ik bedoel uiteindelijk moeten we het met de boer doen en die moeten we zien te triggeren en dan moet je er niet direct te strak in gaan zitten want dan gaat het een beetje van nou, het zal allemaal wel en daar moeten we voor waken. De voorzitter: Oké ik wil even de discussie op dit punt stoppen en dan gaan we even naar de andere inbreng nog, want ik denk dat uw eerste termijn wel zo een beetje afgerond was op kader één en u heeft daar heel veel vragen voor de tweede ronde en zo meteen hebben we nog een technische antwoord ook van de wethouder. Ik kijk even naar mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Ja dank u wel voorzitter.

Alvorens in de stelling van kader één te duiken, zou ik een paar woorden willen wijden aan de context van dit geheel. De toekomst van de agrarische sector is kansrijk als de juiste keuzes worden gemaakt. De sector staat voor grote opgaves zoals stikstofreductie en verdient onze ondersteuning om deze uitdaging het hoofd te bieden. Zodat de landbouw kan transformeren en tot een sterkere en uitstootverantwoorde bedrijfsvoering kan komen. Wij onderschrijven het belang van het behoud van de landbouw op een gezonde, toekomstbestendige wijze. Ons antwoord op de vraag die een ondernemer stelde in het onderzoek van, ziet de gemeente voor ons nog wel toekomst? Is wat onze fractie betreft volmondig ja. De sector geeft aan dat er behoefte is aan advies en steun bij innovatie en transitie en door het instellen van het transitiefonds bij de landbouw laat de gemeente duidelijk zien dat we het belang van de sector onderschrijven en dat we de landbouw steun willen verlenen. Gelet op de omvang van het fonds moeten we de impact wel enigszins nuanceren. Het is eerder de attitude, de houding die hier waarde heeft dan dat het absolute geldbedrag dat de gemeente beschikbaar kan stellen groot genoeg is om het verschil te gaan maken. Wel kan de gemeente helpen bij het oppoetsen van het imago van de agrarische sector en dat was ook één van de aspecten die in het onderzoek werd genoemd als verbeterpunt.

Een ander pijnpunt dat vaak genoemd wordt is de snel wijzigende of soms tegenstrijdige regelgeving en ook hier merken we op dat we als gemeente geringe invloed hebben op de agrarische wet- en regelgeving. En dat ook een transitiefonds hier niet veel aan zal veranderen. Dus in die context willen we graag onze input geven ten aanzien van de kaders. En wat kader één betreft is uit het onderzoek van de agrarische ondernemers blijkt dat de toegevoegde waarde van de overheid zit in het geven van duidelijkheid, waar willen we naartoe met de agrarische sector? Zodat ondernemers daarop hun strategie en hun investeringen kunnen baseren, dus die langetermijnvisie. De overheid moet wel het wat bepalen en daarmee de kaders richting de sector aangeven. De ondernemer is verantwoordelijk voor het hoe en daarmee zit de gemeente dus niet op de stoel van de ondernemer, maar geeft wel de randvoorwaarden aan waarbinnen er ondernomen kan worden. Wat ons betreft prima om projecten te ondersteunen die gericht zijn op de doelen genoemd in kader één. Maar zorg er in de uitvoering wel voor dat je het project concreet maakt, wat wil je bereiken? Wat is de verwachte impact? En blijf niet hangen in containerbegrippen zoals natuurinclusief of duurzaam zonder dat concreet te maken. De voorzitter: Dank u wel. Daar was geen woord Spaans bij, dat was duidelijk. Mevrouw Salomé.

Mevrouw Salomé: Dank u wel mevrouw de voorzitter. Vanavond hebben we het over het transitiefonds toekomstgerichte landbouw. En dat is een uitwerking van de motie van D66 in november 2019. Het belang van

dit fonds lijkt me duidelijk, maar we moeten het ook hebben over de definitie en die staat toegelicht, in de omschrijving wordt omschreven dat er een opgave ligt om de CO2 uitstoot en de broeikasgassen te verminderen, de biodiversiteit te verhogen. Tegelijkertijd moet de landbouwproductie aansluiten bij behoefte van de consumenten en de ondernemers. Met andere woorden, toekomstgerichte landbouw staat voor innoveren, moderniseren en verduurzamen. Dat stukje staat er niet in. Het gaat om het balans tussen geld verdienen, heel belangrijk, de profit, het gaat om een gezonde leefomgeving voor de planet. En in goede relatie met ondernemers en inwoners, people. De drie P’s. Dat is eigenlijk de inleiding, als ik reageer op het kader dan vallen er een aantal zaken op. Wij missen twee doelen, onder andere het stimuleren van biodiversiteit. In de introductietekst staat, wordt genoemd, dat er een opgave ligt voor de landbouw, onder andere de biodiversiteit verhogen in het landelijke gebied. Waarom is dit dan niet opgenomen als doel? Het tweede, alternatieve voor gewasbeschermingsmiddelen. Uit de landbouwonderzoek wat er ook wordt genoemd is het tweede punt wat van de ondernemers zelf wordt aangedragen voor de komende tien tot vijftien jaar willen zij de volgende zaken in hun bedrijf veranderen. Nummer twee is, minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken.

Waarom staat dit niet als doel? Het komt van de ondernemer zelf, van de agrariër. Daarnaast vraag ik mij af, wat wordt er gedaan bij tegenstrijdige doelen. Het verbeteren dierenwelzijn staat soms op gespannen voet met duurzaamheid. Hoe wordt hiermee omgegaan? En hoe maken we deze doelen concreet? Wanneer is een doel behaald? Wanneer is een doel voldoende aanwezig in de aanvraag voor een subsidie? Daarvoor ben ik benieuwd, zijn deze doelen meetbaar? Ja en hoe? En vinden we dat belangrijk? Deze vragen wil ik graag meegeven aan het college. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Salomé. De heer Venema wil reageren op uw betoog. De heer Venema: Ja ik was even benieuwd, een verduidelijkingsvraag voorzitter, mevrouw Salomé noemde in elk geval al een contradictie, dus twee verschillende dingen en dat ging over het verbeteren van het dierenwelzijn versus duurzaamheid. Dan ben ik benieuwd, een voorbeeld, geef eens wat aan wat daarmee bedoeld wordt. De voorzitter: Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Bedankt mevrouw de voorzitter. Nou bijvoorbeeld vrij lopende kippen buiten en fijnstof in de lucht. De voorzitter: Dank u wel. De heer Groot. De heer Groot: Ik heb ook nog even een vraag aan mevrouw Salomé. U noemt dus zeg maar dat er dingen ontbreken, dat wil u ook meegeven aan het college hier in debat, in de raad.

Misschien dat andere partijen waaronder onze hier misschien ook nog op te reageren. Wat mij benieuwd, geeft u daarmee ook aan dat u zeg maar nog meer regels op zou willen nemen bij dat kader één zoals ze er staan of zegt u van nee dat is meer een parapluvorming, dat is de kaders die er hier staan die punten zoals genoemd dat vinden wij voldoende als D66, of zou u dat liever uitgebreid zien? De voorzitter: Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Bedankt mevrouw de voorzitter. Nee, ik zie het niet als uitbreiding van de subsidieregeling, als meer mogelijkheid, dat er meer aanleidingspunten zijn om een subsidie aan te vragen. Het is niet een beperking, het is juist een uitbreiding en daar wil ik eigenlijk ook nog wel reageren op Gerbrand Gol die zegt van, het verbeteren van dierenwelzijn, dat is misschien niet een direct iets wat aantrekkelijk is, maar het

misschien voor een andere aanvrager wel aantrekkelijk, je maakt het breed en daarom wil ik die doelen toevoegen, het is niet een beperking. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Salomé. Ik ga door naar de heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Heel fijn dank u. Van IJzendoorn. Dank voorzitter. Ik wil eigenlijk beginnen met dit plaatje nog een keer laten zien wat zo mooi prominent op de voorkant staat. En toen ik daarnaar keek had ik zoiets, daar kijken mij hier een paar dames aan met de vraag, hoe ziet onze toekomst er nu eigenlijk uit? En dat is ook wat heel veel boeren tijdens dialoogavonden en ook tijdens het onderzoek laten weten, men is in de agrarische sector heel onzeker over wat er in de toekomst te wachten staat. Ze maken zich ernstig zorgen over het voortbestaan van hun boerenbedrijf, waar moet het naartoe? Nou wat wij als fractie van GroenLinks in ieder geval toejuichen is dat het discussiestuk natuurinclusiviteit een hele prominente plaats heeft gekregen, daar zijn we heel blij mee ondanks dat het hier nu al een paar keer containerbegrip is genoemd kan ik toch wel ervan uitgaan dat mensen weten dat als je natuurinclusief wil zijn dat je daar een bepaald beeld bij hebben. Ook is het van belang dat hier gesproken wordt over een transitie, een transitie is niet zoals de heer Gol net zei een langzame verandering.

Maar een transitie is een behoorlijke ingreep in de normale gang van zaken. De transitie die al genoemd werd door de inspreker die te maken had met de mechanisering, de productieverhoging, intensivering, door Mansholt ingezet, dat was echt een transitie van onze landbouw. En nu staan we ook op een punt dat de landbouw in een transitie terechtkomt. En waarom? Omdat in die transitie de leefbaarheid van onze aarde centraal staat, daar gaat het met zijn allen om. En als we dan kijken dat tachtig procent van de oppervlakte in De Wolden door landbouwers beheerd wordt, dan ligt daar een hele zware verantwoordelijkheid voor de landbouwers want zij leven met ons samen in een wereld waarbij de directe leefomgeving door hen ingevuld kan worden. En daarbij is een vitale natuur heel essentieel. Nou dat vormt wat mij betreft de bestaansvoorwaarden voor de mens. Nou daarom is het ook te prijzen dat wij als gemeente gaan werken aan de ondersteuningen van agrariërs om die leefomgeving ook te verbeteren en daarom ondersteund de fractie van GroenLinks ook dit voorstel om te komen tot het transitiefonds en met de invulling zoals we nu in dit verhaal krijgen. Als we dan naar kader één gaan kijken, dan heb ik daar toch wel even een paar opmerkingen bij.

De doelen die daar staan, die zijn heel nuttig, maar niet allemaal even relevant voor de transitie van de landbouw en misschien verwachten jullie dat niet van GroenLinks, maar bij mij gaat het wel om de kernactiviteiten van de boer om natuurinclusief akkerbouw of veeteelt te kunnen doen en in die doelen staat ook de productie van energie, zon, wind, vergisting. Maar eigenlijk vind ik dat niet een kerntaak van de landbouw en sterker nog, de energietransitie is een apart verhaal met een eigen dynamiek, met een eigen subsidiestromen, dus ik zou die eigenlijk helemaal niet in dit transitiefonds op willen nemen, ook gezien het feit dat het fonds nou niet enorm groot is. Dus die zou ik er graag uit willen halen. En dan is er al een discussie naar voren gebracht, moeten we nou van die doelen er één of twee of misschien geen hanteren bij de aanvraag? Ons voorstel is om de mensen drie doelen erbij te nemen en daar altijd mee te nemen dat de laatste, en dat is zorgen dat de consument en de buren betrokken zijn er altijd wel bijstaat want samen kunnen we het natuurlijk het beste doen. En verder zijn wij het met D66 eens dat het vreemd is dat de gewasbeschermingsmiddelen niet genoemd worden terwijl dat wel als nummer twee in het onderzoek stond, dus dat zouden wij graag als extra toegevoegd willen hebben. Daar wil ik het even bij laten, dank u.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van IJzendoorn, dan ga ik naar mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen: Ja dank u wel voorzitter. Ik wil nog even reageren op de biodiversiteit, op die tachtig procent landbouwgrond. Ik heb gisteren de bijeenkomst van monovergisters bijgewoond en daar was de bioloog Eline Keuning en die vertelde dat het grasland enorm biodivers is. Heel veel bacteriën en heel veel schimmels dus

dat is al mooi meegenomen. Wat betreft de gewasbeschermingsmiddelen, die zijn al heel veel verminderd in de landbouw. En aan banden gelegd. De voorzitter: De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Ja ik was op diezelfde bijeenkomst en het klopt inderdaad dat deze mevrouw aangaf dat de biodiversiteit van de bodem, wat haar onderzoeksgebied betrof, inderdaad floreerde, maar dan ging het wel om de bacteriën en de schimmels en niet om de wormen en eventueel nog grotere delen van de biodiversiteit. En daar had ik toch wel vraagtekens bij of dat daar zo goed mee gaat. De voorzitter: Vervolgt u uw betoog. Mevrouw Jansen: Met de rode wormen ging het goed na de digestaat weet u nog? Ja, ik kan ook nog even over de kaderstelling praten. De voorzitter: Natuurlijk. Mevrouw Jansen: Wat wij ook belangrijk vinden als VVD is het betrekken van de consument in de buren, dus de boer voelt zich toch steeds aangevallen en het is toch mooi dat er een dialoog komt met burgers. Dus die vinden we goed, en ook het groene gas, het is inderdaad een kleine pot van drie ton. Het is misschien wel een druppel op een gloeiende plaat maar we willen zo een initiatief toch wel gestimuleerd zien. Dus daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Ja oké dank u wel. Mevrouw Jansen.

Ik zie nog een vraag, de heer Benning? De heer Benning: Ja als het mag aan mijnheer Van IJzendoorn en dat gaat even over de biodiversiteit en er ontstond een kleine discussie aan de overkant over vanaf de bacteriën en de schimmels tot groter en nog groter zeg maar. En daar blijkt volgens mij dan uit dat het heel moeilijk is om over, dat ligt eraan waar je over wil praten met biodiversiteit, heb je het over dieren? Heb je het over planten? Waar je het dan over hebt zeg maar, dus dat is ook een heel breed begrip. Dus dan zou je het op één vlak heel goed kunnen doen en dan is het op een ander punt is het minder. Dus daar kunnen wij heel wat avonden over volmaken denk ik. De voorzitter: We zijn pas bij kader één. Mijnheer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Het lijkt me overigens prima om daar een keer een avond over door te babbelen maar het blijkt wel dat uit wereldwijde onderzoeken dat de biodiversiteit heel erg is afgenomen in zijn grote delen en dat het in de grond met de bacteriën en de schimmels beter gaat, dat is mooi, dan gaat het op één punt in ieder geval goed. De voorzitter: Ja mijnheer Benning. De heer Benning: Ik denk ook dat de landbouw niet vandaag is begonnen met de transitie, dat de landbouw daar ook al een aantal jaren mee bezig is dus ik hoop dat de effecten daarvan binnenkort ook wel dat je dat gaat beginnen te zien.

De voorzitter: Ja u lokt discussie uit, want ik zie ook de heer Drost.

De heer Drost: Ja ik wil nog één opmerking maken met betrekking tot het opvoeren van de gewasbescherming en de doelen, er wordt vaak de gedachte geplaatst dat boeren richting kunstmest, richting gewasbescherming maar wat doen. Als wij kijken naar de kostprijs en de inkoopprijzen van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest en al die dingen, dan heeft een boer alle belang sowieso al bij om zo zuinig mogelijk met de middelen om te gaan, kunstmest die van de zomer naar honderd euro de kilo ging, gewasbeschermingsmiddelen, dus het is wat dat betreft een gedreven moment om zo zuinig mogelijk en op het juiste moment de gewasbeschermingsmiddelen toe te passen. Ik zou niet het nut zien om dit in de doelen op te nemen. De voorzitter: Oké daar gaan we zo meteen de tweede ronde even over discussiëren, de heer Gol? De heer Gol: Ja daar wilde ik mij wel even bij aansluiten want, om het niet op te nemen, want het komt eigenlijk bij waterkwaliteit komt het naar voren, ik bedoel want dat komt echt in het potje van de waterschappen terecht en die stuurt daar echt de sector wel op aan. En daar wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel, ik denk dat ik deze ronde heel even ga afsluiten. Nog één laatste opmerking van de heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Het is tenslotte een debat en de heer Gol daagt mij toch enigszins uit.

Kijk, het waterschap zal zeker hier bij betrokken zijn, maar om een voorbeeld te noemen, Roundup als dat gespoten wordt moet het een meter uit de slootkant wegblijven zodat het de waterkwaliteit niet verder bederft. Dat is een manier om te zorgen dat dat beter gaat, maar ik zou liever zien dat Roundup helemaal niet meer bespoten wordt. En als ik dan heel even mag refereren aan het feit dat ik vanmiddag even in Ruinen langs de winkel ging en dan langs een aardappelveld kwam waar de gifstank behoorlijk stevig is, denk ik van ja aardappelen hebben nog heel veel gewasbeschermingsmiddelen nodig, de vraag is of dat ook niet anders kan. De voorzitter: De heer Gol wil dan toch nog ook nog een opmerking maken. De heer Gol: Ja je daagt me wel uit, maar dan gaan we de diepte in, moeten we eigenlijk niet willen. Maar wat u ruikt is waarschijnlijk net niet het gif, dat is oliedragende geheel wat dan voor de uitvloeiing zorgt en dat is een bestrijdingsmiddel an sich niet. De voorzitter: Ja voordat ik zo meteen even de wethouder het woord geef om even met name even een technische vraag die ik heb genoteerd antwoord op te geven. Wat ik zo proef aan uw raad, we belanden wel in de inhoud echt, we gingen praten over de kaders voor het transitiefonds, maar ik denk dat er best wel een pleidooi voor het transitiefonds is gehouden door u allemaal en ook wel de belangrijke rol van de gemeente.

En dat we ernaast gaan staan, naast onze agrariërs en dat we meedenken, daar bent u het eigenlijk allemaal wel mee eens. Functionaris zal ongetwijfeld de wethouder ook nog wel even op reageren na aanleiding ook van het debat over het collegeprogramma. Maar wel goed, ik denk dat u met name, ik hoor een verschil, moeten we nou twee of meer van onderstaande doelen, ik hoor aan de andere kant Gemeentebelangen zeggen, we willen juist meer ruimte. Niet zo concreet hoor ik ook zeggen. Dus daar vraag ik u straks nog even in de tweede ronde met elkaar over in gesprek te gaan. Ik hoor twee punten, de biodiversiteit en de alternatieve gewasbeschermingsmiddelen er aan toevoegen hoor ik ook, gaat u daar ook nog even op in zo meteen. En gaat u daar ook over het gesprek aan met elkaar. En ik hoor zelfs ook zeggen, niet alle doelen zijn relevant voor de landbouw, dus ik denk echt dat het gaat over de doelen die genoemd worden, komen we daar met zijn allen kunt u daar richting aan geven. Ik geef nog even het woord aan de wethouder.

Mevrouw Hempen: Ja dank u wel voorzitter. Ik had zelf trouwens ook nog een vraag, dus die zou ik dan ook graag nog even willen stellen maar wat ik in elk geval, het loket of de functionaris is genoemd en die is inderdaad dinsdagavond al genoemd bij bespreking van het collegeprogramma en gisteren hebben we als college nog even bij elkaar gezeten hierover en we hebben in elk geval gezegd, dit gaan we nog toevoegen in het collegeprogramma om te kijken, om in elk geval te onderzoeken of die mogelijkheid er is en wat die functionaris dan zou moeten doen, of dat loket, om de boeren in elk geval te helpen met vergunningen of datgene wat men nodig is. Even zo goed kan ik wel melden dat we al dertien vergunningen hebben afgegeven voor monovergisters en dat we dat volgens mij vrij snel hebben gerealiseerd. Dus als gemeente proberen wij daar zeker in mee te denken. En ik had zelf in elk geval nog een vraagje over het betrekken van de consument, dat is genoemd, het betrekken van consumenten en buren om dat standaard mee te nemen en daar heeft de VVD op gereageerd. Maar de vraag was van, vonden jullie dat nu een goed idee om dat standaard mee te nemen of juist laten we gewoon in die doelen staan. Die had ik nog niet helemaal scherp. En ik weet niet of er anders nog een technische vraag was, iets over regeneratieve landbouw, waarom die er niet bijstond.

Maar er staat wel bij, verbeteren bodemkwaliteit en dat kan je regeneratieve landbouw zou je daar onder kunnen zetten. En voor de rest, ik heb een paar keer gehoord van, waarom staat dat er niet bij? Of, dat is juist wat we nu aan het ophalen zijn. Dus u mag daarop alles aangeven. De voorzitter: Goed, er was nog even een vraag aan mevrouw Jansen vanuit de wethouder. Mevrouw Jansen: Ja dank u wel voorzitter. Ja wat ikzelf in de praktijk ook merk, dat de boer en de burger steeds meer uit elkaar gaan en eigenlijk is die verbintenis wel belangrijk om te weten, hoe werk je? En even het verhaal te doen van waarom doen we het zo en niet zo? En het hoeft niet persé als eerste bovenaan in het kader, maar het is wel belangrijk om mee te nemen en dat hoeft niet, dat kan de boer zelf ook doen, die kan ook zeggen van, kom een keer kijken bij mij op het bedrijf. Maar ik vind het wel belangrijk om te noemen, want vroeger had iedereen een koe achter het huis lopen en een varken en niet iedereen is meer boer, de schaalvergroting is gekomen en de afstand tussen de boer en de burgers is groot geworden. Zelfs bij ons in de straat weten ze niet hoe het werkt, bij ons op het bedrijf, nu praat ik even persoonlijk. Dus het hoeft niet op één te staan, maar ik vind het wel belangrijk om te noemen dat het niet vergeten moet worden. Dat was het.

De voorzitter: Dan maak ik nog één keer een heel kort rondje op het eerste kader, heeft u behoefte om daar nog op te reageren? De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Ja ik mis in de reactie van de wethoudster mevrouw Hempen, de opmerking die ik gemaakt heb over het weglaten van de energie uit de kaders. De voorzitter: Mevrouw Hempen. Mevrouw Hempen: Ja daar gaan wij nu niet over, wij halen nu op van wat hier in de raad gezegd wordt, daar maken wij een voorstel voor. En om energie weg te laten ja, ik zou het persoonlijk niet doen, groengas staat erin en dat levert echt iets op, niet alleen voor de boer, maar maatschappelijk eigenlijk ook nog. Ik zou daar zelf persoonlijk niet voor pleiten maar u kunt dat eventueel nog inbrengen op het moment dat het in stemming komt, het voorstel. Ik heb juist vanaf de andere kant gehoord om groengas wel te laten staan namelijk, dus vandaar. De voorzitter: U zei het heel mooi, we halen inderdaad met name op. De heer Venema.

De heer Venema: Ja de vraag die ik nog hier op wil werpen, willen we met elkaar echt een limitatieve lijst op gaan stellen straks, van dat moet hieraan voldoen? Of willen we straks in zo een verordening, of waar het in uitmond, ruimte geven voor de dingen die we nu niet voorzien hebben? Er zullen best een aantal dingen bij zijn waar we met elkaar niet over nadenken, die straks best wel eens aan de orde kunnen komen waarvan wij zeggen, dat was nou ook een hele mooie om op te nemen. En dan zou ik zeggen van, zorg ervoor dat er ruimte blijft voor iets van wat we nu nog niet weten, wat nog niet vaststaat, en dat geldt eigenlijk hetzelfde voor, moeten het persé twee of drie doelen zijn achter elkaar? Het kan best zijn dat het één doel is, maar dat je dan straks op basis van de verordening die we met elkaar vast gaan stellen dan zeggen we, ja het voldoet niet aan die verordening dus helaas. Daar zou ik voor willen waken, dus ik zoek daar nog wel wat ruimte.

De voorzitter: Ja u daagt meteen inderdaad voor deze ronde uit, wilt u reageren de heer Den Hollander? De heer Den Hollander: Ja dat is ook eigenlijk al een beetje de spanning die ik in mijn eerste bijdrage probeerde te schetsen, want ik hoor heel erg wat u zegt en dat is eigenlijk wat mijnheer Gol in zijn eerste bijdrage ook zegt, laten we dat zo open mogelijk houden en de ruimte geven voor het soort ondernemerschap wat we volgens mij willen stimuleren met het transitiefonds. Helemaal eens. Aan de andere kant denk ik dat we er ook over na moeten denken, vanuit goed vertrouwen tuurlijk, maar wel, hoe gaan we zorgen dat de middelen wel goed terechtkomen? En niet gebruikt worden voor normale bedrijfsvoering door een groepje agrariërs. Dat is denk ik wel een beetje de balans die gezocht dient te worden. De voorzitter: Daar moeten we als overheid natuurlijk altijd voor zorgen, we werken met het belastinggeld van eenieder en moet zorgen dat dat rechtmatig gebeurt. Ik kijk naar mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Ja bedankt. Ik ben het eigenlijk wel mee eens, want ik denk namelijk, je praat over een innovatieve, toekomstgerichte landbouw. En daarbij is met innovatie weet je eigenlijk niet waar je precies uit gaat komen en in de volgende kaders komt dat ook wel aan bod, bijvoorbeeld bij kader vijf. En daarin is het belangrijk dat je niet alles dichttimmert.

Dus er moet ruimte blijven en die beoordeling kan door een functionaris worden gedaan, onderbouwd. Maar goed daar moet dan wel een goede onderbouwing aan ten grondslag liggen die we kunnen controleren als raad. De voorzitter: Ja dus eigenlijk de doelen die gesteld worden, die vooral ruim nemen, en denk ook, maak daarmee ook ruimte voor innovatie. Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen: Ja dank u wel voorzitter, ik wil toch nog even de kaders noemen die wij als VVD fractie belangrijk vinden en dan zeggen wij toch groengas, omdat het een mooi initiatief is en dat willen we stimuleren. Wat er bij ons betreft niet in hoeft is de waterkwaliteit omdat daar het waterschap heel goed mee bezig is. Sowieso moeten we niet op de plek van andere organisaties gaan zitten en ook wat betreft dierenwelzijn en aanleg van landschapselementen, daar zijn andere landschapsorganisaties voor. Dat is het. De voorzitter: Ik proef dat het heel erg zit in die ruimte geven en zijn doelen die gesteld worden. Maar de heer Gol. De heer Gol: Ja ik zou toch wel even op de heer Venema en Salomé willen reageren. Het is dynamisch, we moeten het niet te, het is een dynamisch geheel en daar moeten we het op houden want het één geeft misschien wel een gevolg aan het ander dus het moet beginnen te rollen, dat vliegwiel moet één keer beginnen te lopen en dan zien we wel waar we uitkomen.

De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Nou ik denk wel dat het goed is om af te kaderen, zoals ik in het begin ook zei van nadrukkelijk, als je echt op die elf doelen gaat vastleggen dan heb je de kans dat je een hele mooie innovatie misloopt omdat je het afgebakend hebt, dat is één kant van het verhaal. Het tweede wat even genoemd wordt, duurzaamheid, energie, het moet wel ten dienste zijn aan het primaire agrarische toekomst. Het moet niet zo zijn dat de gemeente hiermee haar doelstelling wil halen qua duurzaamheid en alles. Nee, het moet, en groengas is niet alleen het energie groengas, brengt ons op een gegeven moment verder met de mest, zoals we hier bezig zijn, is ook een stukje voor de stikstof en alles, met kunstmest scheiden. Dus er zit best een grote kans in. Ik ben ermee eens inderdaad, het moet dienstbaar zijn aan toekomstgerichte landbouw en het mag niet een doel op zich zijn dat de gemeente haar doelstellingen haalt qua duurzaamheid. De voorzitter: Ik vind dat eigenlijk wel een hele mooie afsluiting voor het gesprek over het eerste kader, het moet ten dienste staan van de toekomstgerichte landbouw en we zoeken naar ruimte bij de doelen zodat we niet alles dichttimmeren en juist ook de innovatie blijven stimuleren. Heb ik dat op een goede manier samengevat? Goed.

Dan gaan we naar kader twee, want de eerste heeft wat langer geduurd door de algemene indrukken en meningen, dat gaat over, richten we het nou in voor individuele groepen of voor individuele bedrijven of voor groepen? En eigenlijk wordt voorgesteld dat er altijd consortia worden gevormd voor subsidieaanvragen van drie of meer samenwerkende ondernemers. Nou ik geef het graag in gesprek bij u. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, ten aanzien van kader twee, het is duidelijk dat het bedrag van 300.000 euro verdelen over 360 bedrijven weinig zinvol is. Maar of dat ook moet betekenen dat het initiatief van een individuele ondernemer niet wordt ondersteund, dat vind ik minder evident. Het belangrijkste is dat die ideeën ondersteund worden die het meeste impact hebben en dat zou kunnen vertaald worden naar collegabedrijven en of die ideeën nou afkomstig zijn van één persoon of van meerdere, dat lijkt onze fractie minder relevant. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Ja er is in dit kader twee eigenlijk één zin waar het om gaat en dat is, we nemen alleen subsidieaanvragen in behandeling van drie of meer samenwerkende ondernemers waarvan minimaal één agrarische ondernemer.

Ik denk dat als je innovatie wil plegen, is dat het belangrijk is dat je niet alleen naar ondernemers kijkt, maar naar iedereen die belang heeft bij die innovatie en dan heb ik als ik terugga op mijn eerdere betoog, of wat ik eerder zei, het gaat over de people. Ondernemers en inwoners en niet elke inwoner is een ondernemer. Iemand met een goed idee en innovatie hoeft niet persé een ondernemer te zijn. Ik denk wel dat het belangrijk is dat die agrariër centraal staat, dus in de aanvraag met behandeling drie of meer, waarvan minimaal één agrariër, zeker. Maar samenwerkende ondernemers, ik zie het liever als samenwerkende betrokkene of stakeholders. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ik wilde hier even op reageren, dat over 360 landbouwers, 833 euro per bedrijf. Waar wij als het CDA problemen mee hebben, waar u naartoe gaat, is dat wij het ook buiten de landbouw gaan trekken, hebben we het over minimaal één agrarische ondernemer en de rest kan een ondernemer. Dus we hebben het niet over stichtingen, organisaties, we hebben het over ondernemers. En daarvan denk ik, nee we richten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11547999/2