Regiovisie consultatieversie met verwerkte aanpassingen na ABO jeugd 20250924 (3)
Tekst van het document
Bij de contractering houden we uiteraard rekening met en geven we invulling aan de Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd zoals die in 2020 door de VNG is vastgesteld. Beschikbaarheid De beschikbaarheid van jeugdhulp in onze regio vormt een essentiële randvoorwaarde voor het realiseren van tijdige, passende en effectieve ondersteuning voor kinderen en jongeren. In de praktijk blijkt dit echter steeds moeilijker waar te maken. We zien hardnekkige problemen: wachttijden, uitblijvende plaatsingen, overvolle wachtlijsten en een toename van maatwerkoplossingen buiten de reguliere contracten. Vooral bij complexe problematiek zijn deze knelpunten structureel. Beschikbaarheid gaat verder dan het aantal plekken. Het betekent: inhoudelijke aansluiting van de hulp op de vraag, continuïteit van zorg, nabijheid van voorzieningen en perspectief op ontwikkeling. Een plek is pas écht beschikbaar als deze ook passend is op deze punten. Wat we zien is een groeiende kloof tussen formele beschikbaarheid en feitelijke toegankelijkheid. Kinderen kunnen op papier op een wachtlijst staan (en lijken daarmee passende zorg te gaan ontvangen), maar in de praktijk is er geen passende plek beschikbaar. Dit leidt tot suboptimale tijdelijke oplossingen, onnodige verplaatsingen en instabiliteit bij jongeren. Om deze negatieve spiraal
20
te doorbreken, is gezamenlijke regie noodzakelijk, inclusief inzicht in vraag en aanbod en een gedeelde verantwoordelijkheid bij plaatsingen. Onze visie op beschikbaarheid vraagt ook om een cultuuromslag: van aanbodgericht naar vraaggericht werken. Niet de jongere moet zich aanpassen aan het bestaande aanbod; de expertise moet zich bewegen naar waar de jongere is. Flexibiliteit, interdisciplinaire samenwerking en het loslaten van organisatiebelangen zijn hierin cruciaal. Kwaliteit Hoewel veel professionals in Drenthe zich met hart en ziel inzetten, zijn er serieuze zorgen over de kwaliteit van de jeugdhulp. Te vaak wordt gekozen voor hulpvormen waarvan het effect beperkt is, bij gebrek aan een beter alternatief. Dit leidt tot frustratie bij zowel gezinnen als hulpverleners en tast het vertrouwen in het jeugdhulpsysteem aan. Goede kwaliteit zit niet alleen in protocollen of papieren eisen. Het gaat om het vermogen om werkelijk verschil te maken in het leven van een kind. Dat vraagt om flexibiliteit in wat effectieve interventies zijn en om relationeel vakmanschap: een combinatie van veilige, oprechte relaties en methodisch handelen. Alleen dan ontstaat duurzame verandering. Voor de toekomst betekent dit dat we keuzes moeten maken.
We stoppen met wat niet werkt, ook als dat ongemakkelijk is, en investeren in effectieve vormen van hulp, duurzame plaatsingen en het toevoegen van passende gespecialiseerde hulp als dit écht nodig is. We werken met de gedeelde verklarende analyse en houden dit proces actueel. Een robuust jeugdzorglandschap bouwt op partnerschap. We willen een jeugdhulpsysteem waarin samenwerking vanzelfsprekend is, waarin professionals ondersteund worden, en waarin jeugdigen zich gezien en veilig voelen. Kwaliteit is geen bijvangst van structuur, het ís de structuur. Betaalbaarheid De betaalbaarheid van de jeugdhulp staat onder druk. Gemeenten worden geconfronteerd met oplopende kosten, terwijl het aantal kinderen in zorg blijft stijgen en de complexiteit toeneemt. Tegelijk zijn middelen en professionals schaars. Dit dwingt ons tot scherpe keuzes. Een belangrijk uitgangspunt is: minder kinderen in de jeugdzorg, door de pedagogische basis en het sociale netwerk rondom het kind te versterken. Ondersteuning hoort te beginnen in de leefwereld: licht waar het kan, zwaarder waar het moet. Jeugdhulp is geen standaardantwoord op elke zorgvraag, maar een gerichte interventie wanneer dat echt nodig is. Met deze scherpte doen we recht aan kinderen en gezinnen. Tegelijkertijd weten we ook dat de kosten de komende jaren verder toe zullen nemen, daar waar het gaat om gespecialiseerde jeugdzorg.
Stijgende tarieven, personeelstekorten en hogere complexiteit, zorgen voor toenemende kosten. Op inhoud maken we goede keuzes, door bijvoorbeeld de inzet van kleinschalige voorzieningen en het inzetten op intensieve ambulante programma’s en crisishulp. Het jeugdhulplandschap vraagt ook van ons dat we keuzes maken welke hoogspecialistische, schaarse voorzieningen we in stand willen houden voor onze regio. Het beter inrichten van het jeugdhulplandschap zal in eerste instantie meer geld gaan kosten. Tegelijkertijd – de jeugdhulp is immers een keten – zullen partijen in de jeugdketen (zie de afbeelding op pagina 8 van deze regiovisie) aan de knoppen moeten gaan draaien om de instroom in de jeugdhulp te voorkomen. Als we hierin geen balans vinden, dan zullen de betaalbaarheid en beschikbaarheid van de jeugdhulp de komende jaren steeds verder onder druk komen te staan.
21
2.2 Sturing door de regio Sturend en lerend werken aan beschikbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid van jeugdhulp Om de jeugdhulp toekomstbestendig te organiseren, moeten we als regio keuzes maken die niet alleen vandaag effect hebben, maar ook bijdragen aan een houdbare en lerende structuur voor de komende jaren. Dit vraagt om een sturingsmodel dat werkt op basis van feiten, gezamenlijke inzichten én flexibiliteit. Daarom zetten we als regio stevig in op vier onmisbare elementen: monitoring, regie op plaatsing, de bevorderlijke kringloop en bovenregionale afstemming (3 Noord). Zij ondersteunen de beschikbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de jeugdhulp die bijdragen aan een sluitend jeugdhulplandschap.
Monitoring: de basis voor gericht sturen en leren Monitoring is het fundament van een lerende en sturende regio. Zonder inzicht in wat er speelt, hoe hulp gebruikt wordt en waar het knelt, kunnen we niet effectief bijsturen. Monitoring vervult daarom meerdere functies: het maakt zichtbaar waar vraag en aanbod uit balans zijn, ondersteunt de beleidsontwikkeling, en geeft richting aan inkoop en uitvoering. We onderscheiden twee sporen: - De Kwaliteitsmonitor Jeugd geeft inzicht in hoe de gemeentelijke toegang functioneert, of professionals voldoende vakmanschap en handelingsruimte ervaren, en hoe de samenwerking verloopt. - De Kwantitatieve monitor jeugdhulpgebruik biedt een regionaal, uniform beeld van het gebruik van jeugdhulp – binnen en buiten de wettelijke zorgvormen (AMvB). Monitoring draagt zo bij aan: - Beschikbaarheid: door inzicht te geven in waar tekorten of overaanbod ontstaan; - Kwaliteit: door signalen uit de praktijk systematisch te verzamelen en terug te koppelen; - Betaalbaarheid: doordat middelen gerichter en doelmatiger kunnen worden ingezet.
Regie op plaatsing Eén van de grootste knelpunten in het huidige jeugdhulpsysteem is het vinden van een passende plek voor jeugdigen met een verblijfsvraag. Verwijzers lopen tegen muren op, jeugdigen worden soms meerdere keren verplaatst, en het ontbreekt aan overzicht en coördinatie. Regie op plaatsing is daarom ontwikkeld als een structurele, regionale aanpak met concrete elementen: - Centraal inzicht in actuele capaciteit en wachttijden; - Vroegtijdige signalering van knelpunten in plaatsingen; - Centrale coördinatie bij complexe casuïstiek; - Strategische matching van jeugdige en plek; - Monitoring van doorlooptijden en doorplaatsingen. Het effect: - Beschikbaarheid: doordat vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd worden; - Kwaliteit: doordat jeugdigen op een plek terechtkomen die aansluit bij hun echte ondersteuningsbehoefte; - Betaalbaarheid: doordat capaciteit beter benut wordt en onnodige verplaatsingen worden voorkomen.
22
De bevorderlijke kringloop: cyclisch sturen op een sluitend jeugdhulplandschap
De bevorderlijke kringloop is een cyclisch proces van bijsturing dat uitgaat van regelmatig herijken van de: - Behoefte aan zorg (hoeveel plekken zijn nodig, voor welke doelgroep?) - Kostenopbouw (hoe ontwikkelen personeelskosten, bezettingsgraad, enz.?) - Financieringsafspraken (zijn de tarieven nog realistisch?) - Contractering van aanbod (is het juiste type en aantal voorzieningen beschikbaar?) Belangrijke elementen - Structurele monitoring van behoefte: de regio moeten beter zicht krijgen op de werkelijke en toekomstige behoefte voor jongeren met complexe problematiek. - Flexibiliteit in contracten: In plaats van starre contracten, is het nodig om flexibiliteit in te bouwen zodat financiering en zorgaanbod meebewegen met de praktijk. Naast de flexibiliteit in het contract, is het uitgangspunt om langdurig te contracteren vanuit het oogpunt van continuïteit en partnerschap. - Regie op plaatsing: Door meer centrale regie op plaatsing van jeugdigen (bijv. per regio), kunnen vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd worden. - Periodieke bijstelling: Jaarlijkse of periodieke herziening van de bezettingsgraad, personeelsbezetting en kostprijsmodellen zorgt ervoor dat tarieven reëel blijven.
Doel van de kringloop De kringloop is “bevorderlijk” omdat zij een lerende en sturende aanpak stimuleert, waarbij gemeenten en zorgaanbieders in samenwerking het zorglandschap verbeteren en verspilling voorkomen. Dit zal onderdeel vormen van de toekomstige contracten zodat we met elkaar ook in dat opzicht goed sturen op de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit in relatie tot een sluitend jeugdhulplandschap.
23
Bovenregionale afstemming In de uitvoeringsagenda 3Noord hebben de drie noordelijke jeugdhulpregio’s de gezamenlijk verantwoordelijkheid vertaald waarmee wordt gezorgd voor het behoud van schaars aanbod in 3 Noord verband. Dit schaarse aanbod biedt antwoord op jeugd/gezinshulpvragen die zeldzaam en/of multicomplex zijn en noodzakelijk zijn in het creëren van een sluitend zorglandschap. Door de geringe vraag, het schaarse aanbod en de grote expertise die binnen deze vragen nodig is, is het voor aanbieders daarvan lastig om een constant aanbod te kunnen garanderen. Hiermee bestaat het risico dat noodzakelijk expertise in de meeste complexe vormen van jeugdhulp verdwijnt. Om een duurzaam zorglandschap in te richten dat antwoord kan geven op deze complexe hulpvragen zijn in de uitvoeringsagenda 3 Noord, verschillende, als schaars omschreven, voorzieningen beschreven en wordt onderzocht óf en op welke manier (bovenregionale) (contract) afspraken gemaakt kunnen worden. Concreet gaat het om de volgende vier schaarse zorgvormen. De beschikbaarheid van klinische voorzieningen, van O3M voorzieningen, van gesloten jeugdhulp (jeugdhulp met inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen) en van forensische voorzieningen.
De aanbieders die deze schaarse zorgvormen verzorgen voor Noord-Nederland, onderschrijven en geven invulling aan de visie en ambitie zoals wij die voor Drenthe hebben geformuleerd voor gespecialiseerde jeugdhulp.
2.3 Gewenste situatie verschillende zorgvormen In dit onderdeel van de regiovisie geven we aan welke beleidswijzingen we per zorgvorm inhoud willen laten krijgen. De gewenste richting zal uitgangspunt zijn bij de contractering die inhoud gaat worden gegeven in de regionale inkoopagenda Drenthe. Ambulant Op dit moment kennen we nog een heel breed spectrum van ambulante jeugdhulp. Mede in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd, is het aannemelijk en gewenst dat een deel van lichte vormen van hulp door de lokale toegang uitgevoerd gaan worden (en daarmee niet meer ingekocht gaan worden bij jeugdhulpaanbieders). Via de POH-jeugd functie bij huisartsen gebeurt dat nu al; sommigen lokale toegangen bieden ook al lichte hulp zelf aan, maar dat aandeel zal de komende jaren toenemen. Als we kijken naar de verwijzingen naar een ambulante interventie, dan is dat aandeel groot: in 2024 was meer dan 50% van de totale verwijzingen een verwijzing naar een ambulante interventie. In totaal registreerden gemeenten in 2024, 11.245 verwijzingen naar ambulante programma’s. 976 van die verwijzingen betrof interventieniveau 4; 5.655 interventieniveau 5 en 4.614 interventieniveau 6. Er is behoefte aan meer en snellere beschikbaarheid van intensief ambulant aanbod voor meervoudige complexe problematiek en hoog specialistische J-GGZ.
Het ambulante aanbod waaraan behoefte is, is niet volledig in producten te vangen. Het gaat o.a. om een flexibel aanbod waarmee de jeugdigen c.q. het gezinssysteem daadwerkelijk en langjarig geholpen is.
24
Het gaat om een op de specifieke casuïstiek toegesneden ambulant aanbod. Een aanbod waarin als dat noodzakelijk is, inzichten vanuit de GGZ, de LVB en vanuit Jeugd- en opvoedhulp gecombineerd worden en zo een passend en effectief aanbod wordt georganiseerd. De mogelijkheden die collectieve ambulante programma’s, toepassing van digitale hulpverlening of de inzet AI bieden, moeten meer worden benut. Daarvoor dagen we aanbieders uit om te experimenteren en zullen we in de bekostiging en contractvoorwaarden mogelijkheden bieden. Dagbehandeling Tot dagbehandeling rekenen we plaatsingen van jeugdigen in KDC en MOC. We zien een stabiel beeld van geplaatste jeugdigen: rond de 520 verwijzingen per jaar. De verbinding tussen dagbehandeling en onderwijs moet steviger worden. Samen met de betrokken jeugdhulpaanbieders en onderwijsvoorzieningen willen we meer werk maken van onderlinge synergie en integreren van interventies en acties. Het intensiveren van onderwijs-jeugdhulp projecten en een meer collectief jeugdhulp aanbod in het (specialistisch) onderwijs zijn acties die we zullen ondernemen. Vanuit de Jeugdregio vullen we netwerk- en procesregie in en faciliteren we het samenwerkingsproces. Betrokkenheid van leerplichtambtenaren en doorstroompunten is gewenst en de mogelijkheden daartoe worden sub regionaal verkend.
Verblijf Landelijk en regionaal is de ambitie om het aantal uithuisplaatsingen (zowel vrijwillig als gedwongen) terug te dringen. Daarvoor is het belangrijk dat er veel aandacht is voor ambulante alternatieven voor verblijf, maar vooral ook voor de inzet van het eigen netwerk en het benutten van cliëntervaring. Bij het opstellen van een verklarende analyse zal door de verwijzers met name aan deze aspecten aandacht besteedt moeten gaan worden. In Drenthe is het onze ambitie dat kinderen zo thuis mogelijk opgroeien en om deze reden hanteren we ook het 5x gezinsbeleid6. Dit houdt het volgende in: ▪ Eigen gezin Het kind blijft opgroeien in het eigen gezin, eventueel met ambulante ondersteuning of dagbehandeling. ▪ Netwerkpleeggezin Als thuis wonen niet lukt, wordt eerst gekeken of iemand uit het bestaande netwerk (bijv. familie of bekenden) het kind kan opvangen. ▪ Pleeggezin Wanneer een netwerkpleeggezin niet mogelijk is, volgt plaatsing in een regulier pleeggezin. ▪ Pleeggezin met extra ondersteuning Indien nodig krijgt het pleeggezin aanvullende hulp om de zorg aan te kunnen. ▪ Gezinshuis Als voorgaande opties niet haalbaar zijn, wordt het kind in een gezinshuis geplaatst – een kleinschalige, professionele woonvorm met vaste opvoeders.
Een residentiële verblijfsvoorziening (bijvoorbeeld een leefgroep of behandelgroep) wordt alleen overwogen als deze vijf gezinsgerichte opties niet passend of haalbaar zijn. De filosofie hierachter is: zo normaal mogelijk opgroeien, met focus op nabijheid, stabiliteit en continuïteit, en pas zwaardere zorg inzetten als echt noodzakelijk. Dit is een kernonderdeel van het streven naar “onvoorwaardelijk wonen” in de regio Drenthe. 6
Richtinggevende kader “Iedereen een thuis”.
25
Voor onze contractering is dit een ambitie waar we rekening mee te houden. Belangrijke actualiteit is dat er met alle aanbieders van verblijfsvoorzieningen gesproken gaat worden over regels en grenzen die gesteld mogen en moeten worden rondom het verblijf van jeugdigen in verblijfsvoorzieningen. Op korte termijn starten we een dergelijk gesprek en het onderwerp zal structureel aandacht vragen, zeker als we af willen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Voor de aanbieders van verblijf is een goed en nauw contact met de verwijzers essentieel blijkt uit gesprekken die gevoerd zijn in het kader van het richtinggevende kader verblijf en de uitvoeringsagenda daarbij. De regie die de verwijzers inhoud zouden moeten geven voor jeugdigen en gezin/opvoeders wordt in een aantal gevallen node gemist: zeker als de grenzen van de mogelijkheden van de verblijfsvoorziening in beeld komen door de problematiek en/of het gedrag van de geplaatste jeugdige. Het is op dit moment erg lastig om te bepalen wat in Drenthe kritische verblijfsvoorzieningen zijn en in welke mate deze beschikbaar behoren te zijn. Het zicht op de vraag ontbreekt op dit moment; er zijn heel veel individuele afspraken met aanbieders die buiten de productomschrijvingen voor verblijf om geregeld en vastgelegd worden. Pleegzorg (en zeker netwerk pleegzorg) is het meest aantrekkelijke alternatief als thuis wonen niet gaat.
De steun en facilitering van pleegzorg moet dan ook optimaal zijn. Nu zien we dat (bestands)pleeggezinnen om financiële redenen een overstap maken en als gezinshuis te boek willen komen te staan. Naast het feit dat er andere eisen worden gesteld met betrekking tot pedagogiek en hulpverleningsachtergrond en daarmee andere kwaliteitseisen gelden, is het feit dat de druk op pleegouders regelmatig te groot wordt, een reden om goed te onderzoeken wat er mogelijk is om pleegouders te behouden (en zelfs het aantal pleeggezinnen uit te breiden). De aanbesteding van logeren, pleegzorg en gezinshuizen is in 2025 gestart. Met de systeemaanbieders in Drenthe (Accare, Ambiq, Cosis, GGZ Drenthe en Yorneo) zijn we in gesprek over de vraag op welke manier we in Drenthe de instroom in gesloten jeugdhulp kunnen verminderen en de uitstroom sneller kunnen laten verlopen. Dat vraagt om een intensievere samenwerking tussen deze aanbieders die mogelijk moet worden gemaakt met passende contractvoorwaarden en tarieven. De aanbieders hebben aangegeven dat er geen extra zorgvormen noodzakelijk zijn om de doelgroep gesloten jeugdhulp een goed alternatief te kunnen bieden.
Wel is het noodzakelijk om meer structurele woonplekken beschikbaar te hebben voor jongeren (18 – 23 jaar) waar toch enig toezicht geregeld is en zijn plekken nodig voor onvoorwaardelijk wonen (waar jeugdigen ondanks hun complexe gedrag niet worden doorgeplaats). Over de manier waarop we hierin kunnen voorzien gaan we in gesprek. Dat gesprek zal een gesprek zijn met meer aanbieders dan alleen de systeemaanbieders. In de dagelijkse praktijk lopen we aan tegen situaties waarin jeugdigen of van de ene behandelplek en verblijfsvoorziening naar de andere worden verplaatst, of in een vakantiebungalow worden geplaatst omdat voor hen geen duurzame verblijfsplek is in te vullen. In die situatie willen we verandering brengen. Dat houdt in dat we in gesprek gaan over het concept onvoorwaardelijk wonen enerzijds en anderzijds een alternatief aanbod willen organiseren voor deze doelgroep waarmee ze wel deel blijven uitmaken van de lokale samenleving.
26
Crisis Het aanbod crisisbedden en het aanbod intensieve ambulante crisishulp is klein en kwetsbaar. Als het gaat om crisis7 moet het aanbod groter. We gaan in gesprek met de betrokken partners rondom Spoed 4 jeugd Drenthe om te onderzoeken of de huidige constructie (buiten kantoortijden eerste opvang en triage crisissituaties) kan worden omgezet in een constructie waar de crisissituaties altijd op één plek worden ingenomen, van een passende triage worden voorzien en wordt gezorgd voor een passend crisis aanbod (ambulant, bed en/of combinatie). Dyslexie Voor dyslexie en de aanpak van ernstige dyslexie is er geen directe aanleiding om het beleid en de uitvoering van het protocol in Drenthe aan te passen. Het kan interessant zijn om met de schoolbesturen in Drenthe afspraken te gaan maken over incentives rondom opvallende verwijspercentages vanuit scholen. Landelijk en in de wetenschap wordt een samenhang gezien tussen goed taalonderwijs (en de gebruikte lesmethoden in een school) en de inzet van dyslexiezorg. Een verkenning op dit thema kan alleen op lokaal niveau worden gedaan. Als gemeenten dat zouden willen, bieden we daar regionaal nadrukkelijk de gelegenheid voor.
Landelijk arrangement Regionaal gaan we de beschikbaarheid van zorgvormen die in het landelijke arrangement zijn opgenomen beter bekend maken; het RET kan adviseren over de landelijke zorgvormen die ingekocht zijn via het LTA en de JHRD gaat de plaatsingen LTA monitoren.
7
Wij maken als Jeugdregio onderscheid in uitputtingscrisis (en dat rekenen we niet tot “echte” crisis) en acute crisis.
27
3. Reflecteren en leren 3.1 Het regionaal expertteam Jeugd Drenthe In Drenthe bundelen we de plekken waar interdisciplinair gekeken wordt naar complexe problematiek. Die bundeling vindt plaats onder de paraplu van het RET. Aan het RET zijn een aantal interventies gekoppeld, namelijk de Experttafel, Regie op 3 (RO3), Regie op plaatsing (ROP), MDA++ en Reizend specialistisch team (RST). Deze interventies zijn communicerende vaten. Alle aanmeldingen voor ROP, RST, RO3 MDA++ en de Experttafel verlopen via het RET. Weergegeven in een afbeelding ziet de samenhang er als volgt uit:
28
We leggen een bij de taak en verantwoordelijkheid van het RET passend protocol vast en verwijzers en gecontracteerde jeugdhulpaanbieders hanteren dat protocol ook daadwerkelijk. De naleving monitoren we en in het berichtenverkeer zullen we sluiproutes afsluiten.
3.2 Leren en ontwikkelen Het versterken van het gewone leven is zoals gezegd het gezamenlijke richtsnoer voor gemeenten en ook het uitgangspunt als het om gespecialiseerde jeugdhulp gaat. In de dialoogtafel van april 2025 is met de deelnemers (waaronder vertegenwoordigers van de aanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp) afgesproken dat er wordt gewerkt als organisatienetwerk van partijen en gezamenlijk met behulp van de onderstaande leer- en ontwikkelcyclus data-gedreven werken rondom de versterking van het gewone leven ingevuld gaat worden.
3.3 Partnerschap Om de ontwikkelingen die we in deze regiovisie beschrijven daadwerkelijk te realiseren, is partnerschap essentieel. Dit geldt zowel voor de samenwerking tussen gemeenten onderling als met jeugdhulpaanbieders. Partnerschap is voor ons een uitgangspunt, en we zijn daarop aanspreekbaar. Het gaat om het nemen van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de complexe uitdagingen waarvoor we staan. Daarbij staat vertrouwen in elkaars rol, taak en verantwoordelijkheid centraal. Partnerschap betekent dat we op elkaar kunnen rekenen, ieder vanuit de eigen positie, met oog voor ieders invloedssfeer en mogelijkheden. Partnerschap draait om samenwerking en vertrouwen op meerdere niveaus: bestuurlijk, ambtelijk, uitvoerend én tussen organisaties. Samenwerking kan op verschillende manieren vorm krijgen en betekent niet per definitie gelijkwaardigheid. Het gaat erom hoe we met elkaar omgaan, dat we elkaar erkennen en respecteren in ieders unieke rol.
29
Een essentieel onderdeel van partnerschap is dat individuele doelen en belangen bespreekbaar zijn, evenals de pijn die gezamenlijke keuzes soms met zich meebrengen. Openheid hierover is cruciaal voor duurzame samenwerking. De vraagstukken binnen het jeugdhulplandschap zijn complex. Deze regiovisie schetst de richting van de beweging die we willen maken, maar biedt niet voor elk vraagstuk een kant-en-klare oplossing. Daarvoor zijn de opgaven te ingewikkeld. Dat is soms lastig, maar ook tekenend voor de samenleving waarin we leven. Juist daarom zijn partnerschap en het maken van heldere afspraken over ieders verantwoordelijkheid in het zorglandschap van groot belang. Een voorbeeld hiervan is het proces dat in Drenthe is doorlopen met een aantal van onze systeempartijen rondom de alternatieven voor Jeugdhulpplus. Deze opgave is benaderd vanuit partnerschap en co-creatie, en heeft geleid tot een opdracht waarbij gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een specifieke doelgroep centraal staat. Dit is een aanpak waarvan we verwachten dat die ook in de toekomst nodig zal zijn om opgaven succesvol uit te werken. Leren en ontwikkelen, evenals het hanteren van duidelijke spelregels voor complexe netwerksamenwerking, zijn hierin onmisbare onderdelen.
Tot slot zullen we in contractuele afspraken per onderdeel expliciet vastleggen welke verantwoordelijkheden bij partnerschap in het jeugdhulplandschap horen, zodat duidelijk is wie waarvoor aan zet is.
30
4. Acties 1. Nog steeds is directe betrokkenheid en regie van de jeugdige en/of het betrokken gezinssysteem geen standaardpraktijk bij het bepalen van passende gespecialiseerde jeugdhulp. Dit staat haaks op de geldende richtlijnen en op zowel de landelijke als onze Drentse ambities. Wij gaan in overleg met aanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp verkennen hoe de directe betrokkenheid van de jeugdige en diens sociale context gemonitord kan worden. Daarbij maken we afspraken over eventuele consequenties wanneer deze betrokkenheid en regie onvoldoende blijken te zijn. Het kan dan gaan om verbeter- of verandermaatregelen bij aanbieders of in de infrastructuur. 2. Veel van de gespecialiseerde jeugdhulp die gevraagd wordt, is multidisciplinaire hulp, hulp die bovendien lang niet altijd door één jeugdhulpaanbieder geboden kan worden. Onderlinge samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders om noodzakelijke kennis geïntegreerd in te zetten, is essentieel om passende hulp te kunnen bieden in zeer complexe situaties en in samenhang met de gehele keten.
De gevraagde samenwerking verhoudt zich echter moeizaam tot de marktwerking die de afgelopen jaren het uitgangspunt is geweest: jeugdhulpaanbieders zijn elkaars concurrenten geworden, en organisatorische belangen, contractvoorwaarden en kaders rondom de bekostigingssystematiek spelen een belemmerende rol in de afwegingen rondom de inzet van passende hulp. Het is daarom van belang dat we partnerschap en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de opgave en daarmee voor beschikbare, kwalitatief goede en betaalbare jeugdhulp concreet vormgeven door nieuwe samenwerkingsstructuren te ontwikkelen die samenwerking boven concurrentie stellen. Dit zullen we, afhankelijk van de opgave en opdracht, een plek geven in de contracten waarmee we de richting van de regiovisie ook op deze manier bekrachtigen. De jeugdregio wil optreden als actief verbinder en facilitator van partnerschap en samenwerking. 3. In onze inkoopvoorwaarden gaan we ruimte maken voor de gevraagde flexibiliteit rondom inzet: we kijken minder naar productafspraken en meer naar mogelijkheden om effectieve gespecialiseerde jeugdhulp te kunnen laten bieden door jeugdhulpaanbieders. Met name van de jeugdhulpaanbieders die intensieve vormen van gespecialiseerde jeugdhulp bieden verwachten we dat zijn het belang van jeugdigen en gezinnen vooropstellen en hun organisatiebelangen daaraan ondergeschikt maken.
We verwachten van de jeugdhulpaanbieders die we contracteren ook dat zij hun kennis en deskundigheid toevoegen in de 1e lijn en voor functionarissen die in algemene voorzieningen werken. In de inkoopvoorwaarden zullen we dit ook mogelijk maken. 4. Wachttijden en wachtlijsten zijn voor de meest kwetsbare groep lang niet altijd wenselijk en acceptabel. Daarom is nu in te veel gevallen de beschikbare plek (zeker als het gaat om verblijf) bovenliggend aan de vraag of er passende hulp ingezet wordt. Die situatie willen we veranderen. We maken afspraken met verwijzers en met jeugdhulpaanbieders over termijnen die we hanteren tussen aanmelding van de jeugdige c.q. het gezin (bij de verwijzer) en daadwerkelijk moment van start zorg (bij de betreffende jeugdhulpaanbieder). De verantwoordelijkheden van elke betrokkene in dit proces en de wijze van monitoring worden
31
afgesproken. Ook wordt besproken welke stappen gezet kunnen worden als de afspraken niet worden nagekomen. We realiseren ons dat wachttijden niet altijd te voorkomen zijn, maar we willen hierover wel op een andere manier met elkaar het gesprek aangaan. Daarnaast is het ook van belang om te kijken wat er, zo nodig, gedurende de wachtlijstperiode ingezet kan worden ter ondersteuning van de jeugdige of het gezin. Ook voor dit onderwerp geldt dat er geen estafette ingericht moet worden, maar een gezamenlijke geïntegreerde verantwoordelijkheidsverdeling. Het is belangrijk dat er zicht komt op wat kritische zorgvormen zijn en op de beschikbaarheid van die zorgvormen. 5. We gaan de geldende verwijsprocedures anders inrichten, om zo te kunnen sturen op de Drentse visie en ambitie ten aanzien van gespecialiseerde jeugdhulp. Hierbij kunnen we de wettelijke kaders niet veranderen, maar we kunnen wel sturen door er andere afspraken over te maken. De verwijsprocedures worden vastgelegd in de lokale verordeningen en contractvoorwaarden voor de jeugdhulpaanbieders. De nieuwe verwijsprocedures die voor de wettelijke verwijzers gaan gelden in aanvulling op de Jeugdwet, zien er als volgt uit:
Huisarts en jeugdarts
Interventieniveau ’s 4 en 5
Verwijzing naar ander interventieniveau alleen na betrokkenheid lokaal team
Medisch specialist, GI en lokaal team
Interventieniveau’ s 5, 6 en 7
Toekenning op basis van verklarende analyse (bij 16,5 jaar ook Toekomstplan)
Iedere wettelijke verwijzer m.u.v. Rechtbank
Inzetten interventieniveau 8; geldt ook voor inzetten RST en geïntegreerd aanbod
Alleen met betrokkenheid van het RET
32
Voor niet reguliere zorgvormen kennen we in Drenthe de komende jaren in ieder geval een andere verwijsprocedure. Onderstaand is het verwijsproces in algemene zin weergegeven.
Routing verwijzingen
Passende jeugdhulp is goed te bepalen al dan niet met behulp van een verklarende analyse Inzet gespecialiseerde jeugdhulp is nodig (beslissing verwijzer); speciale aandacht voor jeugdigen uit prioritaire groepen Onduidelijk is wat passende hulp of ondersteuning is of er is sprake van ernstige onveiligheid
Regulier zorgproduct gespecialiseerde jeugdhulp: bij verblijf, keuze via Regie op Plaatsing
Ambulante (intensieve) gespecialiseerde jeugdhulp, dagbehandeling en of verblijf
Inzet niet regulier zorgproduct: altijd met betrokkenheid RET
FACT, Reizend Specialisten Team of geïntegreerd aanbod systeemaanbieders
Advies Regionaal expertteam (bij ernstige onveiligheid advies MDA++); ook toepassing Regie op 3
6. Omdat gemeenten een zo cruciale en doorslaggevende positie hebben bij het kunnen realiseren van de doelstellingen uit de regiovisie, is het zeer gewenst dat zij periodiek (eens per vier maanden) verkennen in een gesprek tussen beleid, de lokale toegang, aangevuld door contractmanagers en de netwerkregisseur uit het regioteam die monitoring inhoud geeft, of de gewenste doelen voldoende in beeld zijn. De regionale monitor zal daarin ook een rol spelen. 7. De gezamenlijke gemeenten buigen zich over de vraag hoe zij onderling meer uniformiteit willen vormgeven. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vraag of er regionale richtlijnen komen over wanneer de inzet van cliëntgebonden overeenkomsten passend is of over de vraag of er regionale casusregisseurs voor complexe trajecten nodig zijn. 8. De JHRD zorgt zelfstandig of via de afzonderlijke Drentse gemeenten of beide inkoopregio’s, voor tijdige en duidelijke communicatie over de gevolgen en verdere invulling van deze regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp.
33
5. Projectstructuur De implementatie van de regiovisie is een gezamenlijke opdracht voor gemeenten, jeugdhulpaanbieders, inkoopregio’s en de jeugdhulpregio. Beide inkoopregio’s en de JHRD zien dat de huidige ontwikkelingen vragen om een vervlechting en verstevigen van samenwerking om ervoor te zorgen dat, vooruitlopend op één inkoopregio voor jeugdhulp, het in de komende periode haalbaar blijft om kwalitatief de gewenste invulling te geven aan het inkooptraject en contractmanagement van het huidige en toekomstige jeugdhulpaanbod. De regie op de implementatie van de regiovisie (inclusief de coördinatie en afstemming met de projectleider inkoop voor de regionale inkoopagenda) wordt daarom ambtelijk belegd binnen het regioteam van de JHRD. Voor de periode tot 1 januari 2027 (dat is het moment waarop de jeugdregio Drenthe formeel van start gaat), kiezen we voor de structuur die we hierna uitwerken. De beide inkoopregio’s en de JHRD stellen gezamenlijk een programmamanager aan, een projectleider voor de regionale inkoopagenda en een netwerkregisseur voor de implementatie van de regiovisie. De projectleider voor de regionale inkoop is al in functie. De kosten voor hiervoor zijn gedekt in de begroting van de Jeugdhulpregio. Alle drie vullen ze een projectmatige aanpak in en stemmen hun acties onderling af.
Hun ambtelijk opdrachtgever is de manager van de JHRD en de bestuurlijke opdrachtgevers zijn de door het ABO jeugd daartoe aangewezen wethouders. Op dit moment zijn dat wethouder Keen (Emmen) en Broekema (Assen).
Gremia regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp
Inhoudelijk voortgangsoverleg regiovisie
Interne (gemeenten en jeugdregio) en externe werkgroep implementatie regiovisie
Interne en externe werkgroep regionale inkoopagenda
ABO jeugd Bestuurlijk afstemmingsoverleg voortgang regiovisie
Directie en bestuurdersoverleg aanbieders
34
Deze gremia hebben de volgende verantwoordelijkheden c.q. taak
Bespreken knelpunten bij implementatie regiovisie en regionale inkoopagenda, eventueel opschalen knelpunten naar bestuurlijk afstemmingsoverleg en adviseren van bestuurlijk afstemmingsoverleg over vanuit de praktijk wenselijke aanpassingen van de regiovisie
Vaststellen en aanpassen regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp en vertaling in regionale inkoopagenda Bewaken voortgang, bespreken en oplossen knelpunten en voorstellen formuleren voor aanpassingen van uitgangspunten, acties, visie en ambitie uit regiovisie en regionale inkoopagenda
Bespreken implementatieproces regionale inkoopagenda
Bespreken implementatieproces regiovisie
Voorbereiding bestuurlijk afstemmingsoverleg
Ons voorstel voor deelnemers in de verschillende gremia ziet er zo uit:
Medewerkers met mandaat vanuit lokale teams (3), GI's (3), Jeugdhulpaanbieders (5), RET en onderwijs (samenwerkingsverbanden met 2 afgevaardigden)
Wethouders jeugd Vertegenwoordigers vanuit ABO jeugd (3 wethouders inclusief de bestuurlijk opdrachtgevers), de vijf grootste aanbieders (in budget) en aantallen jeugdigen in zorg (maximaal nog drie extra aanbieders), drie jeugdhulpaanbieders uit de segmenten dyslexie, ambulante hulp en verblijf en vanuit GI's drie bestuurders
Vanuit inkoopregio's, gemeenten, JHRD, lokale teams en backoffices berichtenverkeer deelname aan interne werkgroep
Deelname vanuit gecontracteerde aanbieders aan externe werkgroep
Nader te bepalen
Hierbij geldt dat de jeugdhulpregio (en daarmee de toekomstige GR) verantwoordelijk is de regie op de regiovisie en alle acties die daarbij horen. Daarnaast zal de regiovisie vertaald worden in een inkoopstrategie en contractuele voorwaarden. Dit is tot de totstandkoming van de GR, de verantwoordelijkheid van de twee inkoopregio’s.
35
eerste conceptversie 12-jun-25 2-jul-25 juli en aug definitieve conceptversie 4-sep-25 24-sep-25 30-sep-25 tot 7 nov 2025
Gemeenteraden
Colleges van burgemeester en wethouders
Eventuele tussenstap naar ABO jeugd
Adviesraden en veldpartijen (2e ronde)
Colleges van burgemeester en wethouders
Consultatie en bespreking met stakeholders
Bespreking in ABO jeugd
Bespreking in beleidsoverleg jeugd
6. Planning en Proces
n.n.b.
dec-25
De planning van de collegebespreking in september is erg kort na het ABO jeugd; dat is een risico, maar noodzakelijk om de regiovisie in 2025 te kunnen laten vaststellen. Iets dat belangrijk is met het oog op te aanbestedingen die gestart moeten worden. De collegevergadering voorafgaand aan agendering voor de gemeenteraadsvergaderingen van december 2025 moeten worden gepland door de beleidsmedewerkers van elke individuele gemeente. Het overleg met de griffies over tijdige aanlevering van documenten (waarbij de bovenstaande planning vanuit de inkoopregio’s en de JHRD de kritische pad planning is) zal ook per gemeente en door de gemeente zelf moeten worden ingevuld. Ervaringsdeskundigen, jeugdhulpaanbieders, onderwijspartners, verwijzers, gedragsdeskundigen en teamleiders vanuit de lokale toegangen en managers sociaal beleid krijgen twee mogelijkheden om te reageren op de regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp: in juli tot einde van het zomerreces op de eerste conceptversie en in de periode tussen 30 september en 7 november op de definitieve conceptversie.
Ook de gemeenteraden en de gemeentelijke adviesraden krijgen de mogelijkheid om al voordat er een definitieve versie van de regiovisie is, hun wensen en ideeën naar voren te brengen over de conceptversie van de regiovisie die is opgesteld door het regioteam (zie voor de totstandkoming en het uitgebreide voortraject van dit concept, pagina 17 onderdeel 1.8 van deze regiovisie). Uiteraard houden zij ook hun reguliere rol en positie en adviseren zij (de adviesraden) het college over de definitieve concept regiovisie en stellen zij deze regiovisie (al dan niet voorzien van moties) vast (gemeenteraden).
36
Bijlage 1
Gespecialiseerde jeugdhulp
• Is hulp waarvoor specifieke deskundigheid vereist is over oorzaken, effectieve aanpak en actuele inzichten van wetenschap en praktijk
• Betreft problematiek die meervoudig en ernstig is
• Betreft deskundigheid ten aanzien van psychiatrische stoornissen, verslaving, trauma-gerelateerde problematiek, opvoed- en opgroeiproblematiek, ernstige gedragsproblematiek en/of comorbide aandoeningen zoals LVB • Problematiek is het geheel van meerdere, onderling samenhangende problemen • Meervoudig betreft problemen op meerdere levensgebieden zoals financiën, huisvesting, zorg, veiligheid, school, sociale contacten, opvoeden en opgroeien • Ernstig is problematiek die aanzienlijke (in hoge mate) beperkingen veroorzaakt in het dagelijks leven van een persoon
In het wetsvoorstel “verbetering bereikbaarheid gespecialiseerde jeugdhulp” is de lijst van zorgvormen opgenomen die landelijk tot de gespecialiseerde jeugdhulp worden gerekend en daarmee op regionaal niveau ingekocht dienen te worden. Deze lijst is onderstaand weergegeven. -
Alle vormen van jeugdhulp met verblijf Pleegzorg Jeugdhulp in strafrechtelijk kader Alle crisisjeugdhulp die 24/7 beschikbaar moet zijn Dagbehandeling in groepsverband Specialistische, vaak multidisciplinaire jeugdhulp gericht op kinderen of gezinnen met meervoudige en/of complexe problematiek (Hoog-)specialistische zorg gericht op specifieke problematiek zoals bepaalde vormen van GGZ-problematiek, seksueel misbruik/geweld in afhankelijkheidsrelaties en/of eergerelateerd geweld, zintuiglijke beperking, ernstige onzindelijkheid.
37
Bijlage 2 (Begrippenlijst) Effectieve hulp
Hulp die leidt tot duurzame verbeteringen in het leven van jongeren en gezinnen, waarbij problemen verminderen en kinderen zich goed kunnen ontwikkelen. Dit wordt bereikt door resultaatgerichte, goed onderbouwde interventies (wetenschappelijk of in de praktijk) die aansluiten bij de lokale context, die de eigen kracht van het gezin versterken, terwijl de samenwerking tussen hulpverleners en betrokkenen wordt bevorderd.
Het gezinssysteem centraal
Het kind en gezinssysteem centraal stellen in de jeugdhulp betekent dat de behoeften, wensen en perspectieven van het kind en/of systeem de leidraad zijn bij het bieden van hulp en ondersteuning, met als doel een veilige en gezonde ontwikkeling. Dit omvat het actief betrekken van het kind en systeem bij beslissingen, het luisteren naar zijn mening en het informeren over de gevolgen van besluiten, maar ook het erkennen van de invloed van het gezinssysteem en het zorgen voor een passende en gerichte aanpak.
Interventieniveaus
Interventieniveaus in de jeugdhulp verwijzen naar de mate van intensiteit en het type ondersteuning dat wordt geboden aan kinderen en gezinnen.
Jeugdhulpsysteem
Het jeugdhulpsysteem in Nederland is een door de gemeente georganiseerd stelsel van hulp, ondersteuning en zorg voor jeugdigen en hun ouders bij opvoed- en opgroeiproblemen, gedragsproblemen, psychische problemen, verslavingsproblemen, verstandelijke beperkingen en andere psychosociale problemen, geregeld via de Jeugdwet. Het Rijk (de ministeries van VWS en J&V zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het toezicht op het functioneren van dit jeugdhulpsysteem.
Jeugdzorg
Geheel van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Leefwereld
Het begrip leefwereld verwijst naar de persoonlijke, dagelijkse wereld van een jeugdige en het betrokken (gezins)systeem, waarin alle aspecten van diens leven samenkomen en die de jeugdige/gezin zelf ervaart, interpreteert en vormgeeft. Dit omvat persoonlijke omstandigheden, relaties, gezondheid, financiën, wonen, werk, school, participatie en zingeving.
Monitoring
Monitoring is het systematisch verzamelen, bijhouden en interpreteren van informatie over de voortgang en effecten van jeugdhulp, met als doel te beoordelen of gestelde doelen worden bereikt en de kwaliteit en effectiviteit van de hulp te verbeteren. Dit gebeurt zowel op individueel niveau (bijvoorbeeld de ontwikkeling van een kind of gezin) als op maatschappelijk niveau (bijvoorbeeld de samenwerking tussen organisaties of in welke mate hanteren gemeenten regionale uitgangspunten in lokale aanpak en beleid).
38
Netwerksamenwerking
Netwerksamenwerking in de jeugdhulp betekent dat diverse organisaties en professionals binnen het jeugdveld (zoals onderwijs, jeugdhulp, gemeenten, kinderopvang en jeugdgezondheidszorg) samenwerken om kinderen en gezinnen beter en vroegtijdiger te ondersteunen, waarbij ze hun expertise en krachten bundelen om complexe vraagstukken op te lossen. Het doel is om een integrale, integrale aanpak te bieden door de sociale basis te versterken en zo problemen te voorkomen.
Normaliseren
Normaliseren betekent het bevorderen van een zo gewoon en alledaags mogelijk leven voor jeugdigen en gezinnen, door onnodige medicalisering en stigmatisering te beperken en meer vertrouwen te hebben in de eigen kracht en sociale netwerken. Het gaat erom dat jeugdhulp aansluit bij het gewone leven, afwijkingen niet direct problematiseert, en de focus legt op de pedagogische context en de kracht van het alledaagse.
Partnerschap
Partnerschap gaat over gelijkwaardige participatie van alle betrokkenen in het jeugdhulpsysteem en binnen de andere segmenten in het NJI-model, om vanuit de gezamenlijk verantwoordelijkheid voor doelen of plannen, de visie en ambitie uit de regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp waar te maken. Het gaat verder dan betrokkenheid en vereist wederzijds respect, vertrouwen, en het delen van inzichten, krachten en behoeften.
Passende hulp
Passende hulp in de jeugdhulp betekent dat de hulp is afgestemd op de specifieke behoeften van het kind en de familie, waarbij de jongere en ouders betrokken worden bij de besluitvorming. Dit omvat het kiezen van de juiste interventie uit een reeks mogelijkheden – van lichte ondersteuning tot gespecialiseerde zorg – en het garanderen van kwaliteit, professionaliteit en samenwerking tussen alle betrokken partijen.
Reflecterend leren
Een proces waarbij de betrokkenen in het jeugdhulpsysteem doelbewust terugkijken op het eigen handelen om daarvan te leren, de kwaliteit van de zorg te verbeteren en het vakmanschap te vergroten. Het houdt in dat de eigen ervaringen en keuzes worden geanalyseerd om te begrijpen wat werkte, wat niet werkte, en waarom, met als doel om in de toekomst beter te functioneren als jeugdhulpsysteem.
Relationeel vakmanschap
Relationeel vakmanschap in de jeugdhulp draait om het opbouwen van een duurzame, betekenisvolle en vertrouwensvolle relatie tussen de professional en de jongere of het gezin. Het is een benadering waarbij de professional zich authentiek in de leefwereld van de cliënt plaatst, luistert naar hun perspectief en vervolgens professionele kennis en vaardigheden inzet om passende hulp te bieden, in plaats van andersom.
39
Sluitend zorglandschap
Een sluitend zorglandschap in de jeugdhulp betekent dat alle benodigde organisaties, voorzieningen en professionals een samenhangend netwerk vormen, waardoor jeugdigen en hun gezinnen de juiste zorg op het juiste moment krijgen zonder dat er gaten vallen of dat men van het kastje naar de muur wordt gestuurd.
Systeemwereld
De systeemwereld verwijst naar de formele, georganiseerde structuur van wetten, regels, procedures, protocollen en technologieën die de zorg en ondersteuning regelen en leveren. De systeemwereld wordt gekenmerkt door bureaucratische processen en instrumentele rationaliteit, gericht op efficiëntie en doelbereiking,
Verklarende analyse
Een verklarende analyse is een gezamenlijke poging met het gezin en de jeugdige om te begrijpen waarom problemen zijn ontstaan en blijven bestaan, en welke factoren daarin een rol spelen. Het is een brug tussen het vaststellen van problemen en het bepalen van de juiste hulp. Het resultaat is een gedeelde 'werktheorie' die leidt tot concrete doelen en passende interventies.
Versterken van het gewone leven Versterken van het gewone leven is de veerkracht en draagkracht van ouders en jeugdigen versterken, zorgen voor stevige, gezaghebbende lokale teams, informele netwerken opzetten rondom consultatiebureau, kinderopvang en school en steunfiguren in de directe omgeving van jeugdigen in positie brengen en houden. Verwachtingen, twijfels, onzekerheden, kwetsbaarheden en vragen rondom opvoeden en opgroeien horen bij het leven. Ouders en jeugdigen worden aangemoedigd om dit vooral en primair in informele netwerken te bespreken. Zo thuis mogelijk
“Zo thuis mogelijk" in de jeugdhulp betekent dat kinderen en jongeren in een zo “normaal” mogelijke omgeving opgroeien, bij voorkeur in hun eigen gezin, of anders in een omgeving die zo veel mogelijk lijkt op een gezinssituatie, zoals een pleeggezin, gezinshuis of kleinschalig verblijf. Het doel is om die leefomgeving zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke omgeving van het kind te houden, om het contact met familie, school, sport en sociale activiteiten te kunnen behouden. Dit om de terugkeer naar huis eenvoudiger mogelijk te maken.
40