CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente De WoldenBij agendapunt: Opening17.677 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DE WOLDEN d.d. 8 juli 2021

1.

Opening De voorzitter: Ik open de vergadering, hartelijk welkom iedereen. Wij hebben drie berichten van verhindering. Dat betreft mevrouw Berghuis, mijnheer Pont en mijnheer Brouwer en verder is iedereen aanwezig en van het college is mevrouw Hempen afwezig. Er hebben zich geen inwoners voor het vragenhalfuur gemeld, dus ik ga meteen met u naar agendapunt 2, het vaststellen van de agenda.

Vragenhalfuur voor de inwoners 2.

Vaststelling agenda De voorzitter: Mijnheer Turksma wenst het woord. De voorzitter: Ja, voorzitter, ik zou graag namens de fracties van Partij van de Arbeid, D66 en de ChristenUnie een motie vreemd aan de agenda in willen dienen. De voorzitter: Ja? Niemand die daar bezwaar tegen heeft? Ja, maar dat heeft niet met de motie te maken, volgens mij. Nee, nee, nee. Nee. Nee. Dat is prima, mijnheer Turksma, dan wordt dat agendapunt 7 van deze agenda, motie vreemd. Dat geef ik ook graag het woord aan mevrouw Mulder, die wil een mededeling doen. Mevrouw Mulder: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had aan jullie als raad nog beloofd om terug te komen op proces N375. Ik had ook aangegeven dat we eerst naar de werkgroepen naartoe wilden voor verdere informatie. Gisterenavond hebben we de werkgroep Berghuizen bijeen gehad en de week daarvoor is de werkgroep Gijsselte bijeen geweest. Die hebben een toelichting gehad vanuit de provincie, vanuit de projectleider van de provincie, voor wat betreft de stand van zaken van het project, maar ook een toelichting gehad over de technische mogelijkheden en onmogelijkheden daar ter plaatse. Ik heb een motie in voor… Of een motie, helemaal geen motie. Een memo wordt opgesteld, daar wordt op dit moment ook nog de laatste hand aan gelegd, omdat de aanwezigen gisteravond ook een reactieformulier konden invullen en ik hoop dat de memo morgen bij jullie aankomt.

Dat is in ieder geval mijn streven, daar staat verdere informatie in. Dus dat wilde ik mededelen. De voorzitter: Dank u wel. a.

Motie VVD, CDA en ChristenUnie

De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 2a. We hebben vorige vergadering een motie gehad VVD, CDA, ChristenUnie, dat ging over de RES. De stemmen staakten, dus wij moeten opnieuw die motie in stemming brengen en dat doe ik nu. Stemverklaring hebben we de vorige keer al gedaan. Wie is voor deze motie? Dat is de fractie van de VVD, de Partij van de Arbeid, het CDA, D66 en de … Is dat een vinger, mijnheer Haar? Nee? De ChristenUnie. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8. Wie is daar tegen? Fractie van Gemeentebelangen. 3, 4, 5, 6, 7, 8. 8 voor, 8 tegen. Dan is de motie verworpen.

3.

Vaststellen jaarrekening 2020 (de stukken volgen z.s.m.) De voorzitter: Dat ga ik met u naar agendapunt 3, de jaarstukken 2020 met een besluit over de bestemming van het resultaat. De goedkeurende, daar mag wel een streep onder, accountantsverklaring en het verslag van bevindingen. Ik hoop dat u allemaal nog in de gelegenheid bent geweest om vanmiddag de memo te lezen die nog door de wethouder is toegezonden en ik geef graag de jaarstukken in bespreking. Wie mag ik noteren voor de eerste termijn? Mijnheer Turksma, mijnheer Keizer, mijnheer Hulst, mijnheer Wiechers, mijnheer Haar, mijnheer Benning. Ik kan het toch niet zien op deze afstand, dus ik moet het uit m’n hoofd doen, maar het gaat goed. Ik begin bij mijnheer Hulst. De heer Hulst: Dank u, voorzitter. Nou ja, ik stel voor dat we de jaarstukken snel vaststellen. Voordat je het weet komt er weer wat tussen, want dat hebben we natuurlijk de laatste weken een aantal keren meegemaakt dat we dachten nou nu is het zover en nu bleek het weer niet zo ver te zijn, maar gelukkig kwam dan toch vandaag het verlossende woord nadat we gisteravond nog wel informatie kregen dat het wellicht nog een wat hobbeliger traject zou worden dan we dachten. Gelukkig is dat goed gekomen. We hebben bij de vorige bespreking, die opiniërend was over de jaarstukken, heb ik inhoudelijk er al wat over gezegd, dus dat zal ik hier niet herhalen.

Ja, de verleiding is groot om over het proces hier nog wat te gaan roepen. Nou, hobbelig is niet het woord, het is meer eigenlijk bergachtig, zouden we haast zeggen. Nou ja, die constatering doe ik dan hier nu dat dit niet het proces was waar we op gehoopt hadden, daar gaan we denk ik nog een evaluatie over doen, zo heb ik uit de wandelgangen wel meegekregen. Dat is ook wel de wens die de VVD ook wel heeft, maar voor dit moment zijn we blij met het positieve resultaat van de jaarrekening en zijn we ook blij dat het ons toch gelukt is om die goedkeurende accountantsverklaring vanavond op tafel te hebben en gaan we akkoord met het raadsvoorstel met de vaststelling van de stukken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hulst. Mijnheer Turksma, u heeft het woord. De voorzitter: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, zoals al eerder is gemeld, we hebben natuurlijk in mei al inhoudelijk al die jaarstukken besproken en meestal is er dan daarna even een technisch wachten op de juiste handtekeningen en de goedkeurende verklaring en daar zijn dit jaar wat dimensies aan toegevoegd wat voor mijn fractie in ieder geval een totaal ander beeld werkt op het vak van de accountant. Ik zag dat vroeger als een heel erg suffig, stoffig en ja, cijferachtig, geschiedkundige optelling van hoe het allemaal geweest is.

Deze en nog andere omstandigheden die ik maar even onbesproken laat, hebben voor mij een beeld opgeworpen van nou, ik zou nog wel eens willen nadenken om accountant te worden, want dat is toch een stuk spannender en je schijnt er ook leuk mee te kunnen verdienen. Ten aanzien van de inhoudelijkheid hebben we hem al afgetikt, zou je kunnen zeggen en ja, nu is eigenlijk alleen de feitelijke besluitvorming. De Partij van de Arbeid-fractie is in ieder geval blij dat de getrouwheid van de cijfers van dien aard is dat er niet eens meer een opleg erbij hoefde te komen wat er eventueel nog is aangepast, valt allemaal beduidend binnen de marges. Verder vinden we het fijn en dat heeft niks met accountants, maar veel meer met het college te maken, vinden we het fijn dat toch is besloten om, inderdaad met het overschot, in ieder geval ook de reserves sociaal domein aan te vullen tot het miljoen en daarmee kunnen we instemmen met de jaarrekening. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Keizer heeft het woord. De heer Keizer: Dank u wel, voorzitter. We bespreken vanavond het stuk vaststelling jaarverslag 2020 besluitvormend. In deze raad, in deze extra raad, kunnen we eindelijk de jaarrekening gaan goedkeuren. De weg hiernaartoe is een lange en moeizame weg geweest, zoals al eerder is aangehaald.

Zoals ook in de Raad van mij al door het CDA is aangegeven, moeten we zowel de accountant als onze organisatie een aantal

stappen zetten om het proces het komende jaar sneller te realiseren. Gelukkig zien beide hiervan ondertussen nut en noodzaak zeker in. Heel fijn is dat we eind juni al de managementletter van 21 januari ontvangen hebben, 5 maanden na dato bijna. In januari zijn hier door de accountant al vele mogelijke knelpunten benoemd. Hieruit blijkt dat onze wethouder toch wat vroeg geïnformeerd is. Dit in tegenstelling op het antwoord van de wethouder in de raad van mei. Hoe gaan we er vanuit dat de wethouder dit als een verbeterpunt gaat zien? Gelukkig heeft de ambtelijke samenwerking veel knelpunten genoemd in de managementletter in de tussentijd weggewerkt. Dit neemt niet weg dat naar aanleiding van het accountantsverslag nog veel verbeterpunten opgepakt moeten worden. Opvallend is dat er een aantal opmerkingen zijn gemaakt ten aanzien van het voorkomen van frauduleus handelen. Onder andere het toepassen van het vierogenprincipe moet verbeterd worden. Ook komt naar voren dat de raad niet geïnformeerd is over overschrijdingen van het budget bij onder andere aanleg van drie kunstgrasvelden. De bevindingen van de accountant, in combinatie met de aanbevelingen in het rapport van eind mei van Wagenaar-Goes bieden een goede mogelijkheid om de nodige verbeterslagen de komende paar jaar te realiseren. Dat is het eindrapport doorlichting van de SWO.

De accountant heeft het voor zijn rekening bij ons neergelegd qua extra kosten en de meerkosten. Deze kosten zijn circa 35 tot 40% van de afgesproken kosten. Dit lijkt onacceptabel. In de werkgroep financiën zullen we de echte oorzaken gaan analyseren en dit bespreken met de accountant. We missen de eerste reactie van het college. Hoe denkt het college over de aanbevelingen en bevindingen uit het rapport van de accountant? Dit wordt meestal in het accountantsverslag opgenomen en dat missen wij als CDA. Ondanks alle perikelen moeten we niet vergeten dat de financiële resultaten, die 1,65 miljoen positief, heel mooi is. Dus we wachten de antwoorden af van het college voordat we aangeven wat ons standpunt is. Dit is mijn bijdrage, onze bijdrage. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keizer. Ik ga naar mijnheer Wiechers. De heer Wiechers: Ja, dank u wel, voorzitter. Over de jaarrekening zelf hoef ik niets meer te zeggen. Het resultaat is positief en duidelijk en de ChristenUnie heeft alleen heftige kritiek op het proces. Deze jaarrekening hebben we als concept opiniërend behandeld in mei, voor de kadernota en dat mag op uitdrukkelijk verzoek van de hele raad, maar dat had anders gemoeten. Er had toen een definitief rapport moeten liggen plus een accountantsverklaring. De ChristenUnie kan ook instemmen met het voorgestelde raadsbesluit.

Blijft over de accountantsverklaring. De gang van zaken om hiertoe te komen verdient geen schoonheidsprijs. Hoewel het intern bij mij behoorlijk borrelt wil ik mijn emoties hieromtrent in toom houden en het in dit gremium daarbij laten. Op een ander moment wordt dit wel geëvalueerd. Laten we nu maar blij zijn met deze goedkeurende verklaring in deze noodzakelijke extra vergadering, inclusief de jaarstukken en de accountantsverklaring. Laten we die maar gauw vaststellen en vergeten dat ik vannacht slecht geslapen heb na gisteravond. De voorzitter: Ik ga naar de heer Haar. De heer Haar: Ja, dank u wel, voorzitter. Dit is niet de eerste keer dat wij op een later tijdstip de jaarrekening vaststellen, dat hebben we denk ik 5 jaar geleden ook gedaan. Na de overgang van het sociaal domein naar de gemeente deed dat zich ook voor, dat de rekeningen pas op het laatste moment binnenkwamen en dat de goedkeuring ook net voor de deadlines ongeveer plaatsvond. Dat is nu weer het geval. Of er nu duidelijke aanleidingen voor zijn weten we nog niet helemaal, maar in elk geval kunnen we constateren dat 2020 een bijzonder jaar was.

Ook in bestuurlijk functioneren, ambtelijk functioneren, de coronapandemie heeft zijn sporen wat dat betreft denk ik ook getrokken en de overgang van de ene accountant naar de andere accountant, dat alles bij elkaar maakt 2020 een bijzonder jaar en dat hebben we ook gemerkt. De procedure

waardoor we nu vanavond een besluit kunnen nemen over de jaarrekening die verdient niet bepaald een schoonheidsprijs. Daar komen we nog over te spreken, dat wordt ook geëvalueerd en ik neem aan dat de raad ook op de hoogte wordt gesteld van de uitkomsten van die evaluatie zoals die in het memo van vandaag is aangekondigd. Voorzitter, inhoudelijk ga ik ook inderdaad niet op de jaarrekening in. Dat is al gezegd bij de opiniërende bespreking. De heer Keizer noemde even de managementletter van december. Het heeft wat moeite gekost om die te krijgen, althans of wat moeite gekost, dat weet ik niet, maar hij werd gewoon in eerste instantie niet aan ons verstrekt en nu ondertussen wel, maar inderdaad 3, 4 maanden na datum. Dat is jammer, want dat had ons veel informatie opgeleverd toentertijd eigenlijk al en dat blijkt maar eens weer hoe belangrijk het is, omdat je ook over dit soort processen, dat je daar tijdig over communiceert met ons als gemeenteraad. Dat je op de hoogte bent van wat er gebeurt, ook wanneer dat een vertraging is, daar kun je begrip voor hebben wanneer je daar tijdig over geïnformeerd wordt in plaats van dat je daar op het eind net vlak voor de finish ongeveer mee overvallen wordt.

Dus ik hoop dat dat in elk geval niet weer gebeurt en ik heb eerlijk gezegd ook goede verwachtingen, ook wat betreft de kwaliteit die de accountant levert, dat we volgend jaar tijdig en langs een veel betere procedure, de jaarrekening 2021 kunnen vaststellen en hopelijk met hetzelfde positieve resultaat als over 2020. De voorzitter: Dank u wel. De heer Benning. De heer Banning: Dank u wel, voorzitter. Ook wij zijn blij dat we vandaag een goedkeurende verklaring van de accountant op onze tafel hebben liggen met een getekende jaarrekening. Er is al veel gezegd over het proces, daar hebben we al heel veel over gepraat, ga ik nu niet nog een keer doen. Vorige week ontvingen wij al het conceptrapport van bevindingen. Dat was even wennen, een nieuwe accountant, maar op zich als je even doorleest dan was het opnieuw helder en duidelijk wat er in stond. Er waren geen grote afwijkingen op de jaarrekeningen geconstateerd, behalve de memo vanmiddag werd nog een afwijking gevonden, maar alles viel binnen de toleranties, dus daar kan een goedkeurende verklaring en een getekende jaarrekening naar Assen gestuurd worden. Daar zijn we blij mee. Dan is er veel gezegd over evaluaties en over het proces en over hoe we het volgend jaar graag beter willen. Nou, dat willen wij ook. Over de jaarrekening verder geen opmerking, die hebben we 17 mei behandeld.

Ik heb alleen bij de behandeling gezegd dat wij het jaarrekeningresultaat naar de algemene reserve zouden willen doen omdat wij in de veronderstelling waren dat we niet meer afgesproken hadden om de reserve sociaal domein aan te vullen. Inmiddels is mij duidelijk geworden dat we dat als eerste doen. Dat staat nu ook in het besluit en daar stemmen wij ook gewoon dan mee in. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik een woord aan wethouder Van Dijk. De heer Van Dijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, zoals ik in het memo bij de bevestiging van de jaarrekening, inclusief de controle, dik onderstreept inderdaad, al heb aangegeven was het proces rondom de samenstelling van de jaarrekening, alsook de controle erop door onze accountant, op zijn zachtst gezegd een hele bijzondere. Het is al eerder gezegd, na het zomerreces zal dit uitvoerig worden geëvalueerd en het is voor mij reden om daar nu niet al te diep op in te gaan. Maar één ding kan ik u wel vertellen: een dergelijk proces wens ik nooit meer op deze manier te doorlopen en daarmee heb ik denk ik wel genoeg gezegd. Ik ben in ieder geval blij dat we toch nog vanavond de jaarstukken 2020 met bestemming van het resultaat en de goedkeurende accountantsverklaring, inclusief een verslag van bevindingen door de raad kunnen laten vaststellen. Heel kort samengevat heeft onze organisatie het heel goed gedaan.

We krijgen vooral veel complimenten over de wijze waarop we onze verslaglegging hebben georganiseerd en hoe we onze financiële processen hebben ingericht. En vanaf deze plek wil ik onze organisatie daarvoor dan ook een dikke pluim geven. Natuurlijk zijn er ook een paar zaken die we in de gaten moeten houden. Het strikt hanteren van de juiste aanbestedingsregels is daar

eentje van bijvoorbeeld. Die hebben we ook al scherp voor de bril, alleen kunnen we inmiddels helaas niet meer voorkomen dat we in dit lopende jaar 2021 ook een paar aanbestedingen niet geheel op de juiste wijze hebben aangevlogen. Dus dat zal ongetwijfeld ook weer terugkomen in de accountantsverklaring over dit lopende jaar. Het moge duidelijk zijn dat we de aanbevelingen van de accountant overnemen. Het zijn er een paar, maar alles wat we nog kunnen verbeteren dat zullen we doen. De managementletter is een paar keer aan gerefereerd, die is in de financiële werkgroep destijds besproken en toen heb ik ook gezegd ja die is beschikbaar, dus die kunt u krijgen, alleen is hij dus blijkbaar nooit verzonden en dat vind ik echt spijtig. Daar zal ik echt opletten dat dat de volgende keer gewoon ook gebeurt. Ik zal het zelf in de gaten houden de volgende keer. Dat is een toezegging. En de evaluatie die we zullen houden na het reces, gaan we uiteraard ook delen met de raad, laat dat heel duidelijk zijn. Ja en ik denk dat ik daarmee ook alle vragen heb beantwoord, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Mijnheer Keizer. Overkant niet. Mijnheer Keizer. De heer Keizer: Ja, voorzitter, dank u. Ik hoorde de wethouder zeggen dat die inderdaad oude bevindingen en aanbevelingen overneemt in het rapport.

Daar zijn we dus heel blij mee dat we dat standpunt van jullie inderdaad weten en daardoor kunnen wij ook instemmen met zowel het jaarverslag als de besteding van het positieve resultaat. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de besluitvorming. Vaststellen van de jaarrekening 2020. Akkoord gaan met de voorgestelde bestemming van het positieve resultaat. Wenst iemand stemming? Dat is niet het geval, dan is de jaarrekening vastgesteld en heeft u ingestemd met de stemming van het resultaat. 4.

Gewijzigde lijst 'karakteristieke panden en objecten in welstandsvrije gebieden' en supplement karakteristieke panden bij de welstandsnota De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4, de gewijzigde lijst karakteristieke panden en objecten in welstandsvrije gebieden. Wie van de leden van de raad wenst het woord hierover? De heer Gol, de heer Haar, de heer Wiechers, mevrouw Brouwer, de heer Turksma. Mijnheer Gol, gaat uw gang. De heer Gol: Dank u, voorzitter. Vroeger was alles beter. Een uitdrukking die je nog wel eens hoort. Terugkijkend op de keuterboertjes die niet alleen het landschap, maar met wat voorhanden was, noeste arbeid, hun onderkomens hebben gemaakt. Vraag je je af of vroeger wel zoveel beter was. Zeker in tegenstelling tot de statige panden van meesternotarissen, gemeentehuizen, herenboeren, rentmeesterwoningen, waar flair en vakkennis de boventoon voerden. Uiteindelijk is ons plattelandsgemeente De Wolden wat betreft uitstraling geworden tot wat het nu is. Een gemeente met veel oude gebouwen in zowel dorpskernen als buitengebieden. Met de allure van vroeger, passend bij die tijd en het belangrijkste, ze staan nog. Voorzitter, als Gemeentebelangen staan wij voor een leefbaar platteland. We gaan uit van de verantwoordelijkheid daar laten waar die hoort. Precies, bij onze inwoners. Verminderen van het aantal karakteristieke panden past daarbij.

Waarom zou je als inwoner een uniek karakteristiek gebouw, wat betreft locatie, voor een of gebruik in waarde laten dalen? Als je ook ziet wat er bewaard is gebleven en wordt gekoesterd door de huidige bewoners geeft dat vertrouwen richting de toekomst. Mooi dat bij het opnieuw bekijken van de huidige 443 karakteristieke panden in welstandsvrije gebieden de inwoners en historische verenigingen meegenomen zijn. Al zijn het dan geen honderd geworden, maar met het uiteindelijke resultaat van 138 overgebleven panden en objecten kunnen wij als Gemeentebelangen prima mee leven. Een goede, weloverwogen keuze wat ons betreft. En nogmaals, naast deze 138 karakteristieke panden, zoek… Een echte

tongbreker. Blijven ook de panden in de welstandsgebieden, zoals het Dubbellint in Ruinerwold, het Reestdal of de beschermde dorsgezichten Echten, Ten Arlo en Kraloo hierbij horen en meetellen. Net als dat vroeger alles beter was valt ook over smaak altijd te twisten. Als voorbeeld de voormalige lagere, tegenwoordig basisschool, in Berghuizen. Waarom op de lijst? Maar misschien heeft dat wel met de tijdsgeest, algemeen hekel aan school te maken, maar ook daar valt over te twisten. Voor ons als Gemeentebelangen is één ding zeker: goed om later over 5 jaar eens te kijken hoe het is gegaan met de panden op de lijst en de lijst opnieuw te beoordelen. Tenslotte geldt voor nieuwe panden, later wordt vanzelf weer vroeger. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar mijnheer Haar. De heer Haar: Ja, voorzitter, cultureel erfgoed, D66 hecht daar bijzonder veel waarde aan. Ik hoor de heer Gol zeggen van wat bewaard is gebleven. Daar hebben we het inderdaad over. Hij noemt niet van wat allemaal verdwenen is, want er is natuurlijk ook het nodige verdwenen omdat het onvoldoende beschermd was. Ik wil een paar voorbeelden noemen. Aan de Gedempte Hoofddiep, daar stond eertijds een prachtige Groninger boerderij van de familie Kwint, die herinnerde aan de tijd van dat Groninger ontginners hier in de gemeente De Wolden kwamen om daar een bedrijf te stichten.

Een echte Groninger boerderij stond daar aan het Gedempte Hoofddiep. Een monument eigenlijk dat herinnerde en iets zei over die periode, maar helaas, het pand is volledig verdwenen. En hetzelfde geldt voor de Stille Knip, die aan dezelfde straat vroeger gelegen was, het pand wat Jacobus Halfweg heette. Ook een heel markant pand omdat het markeerde de wig die de mensen van de markt van Hoogeveen naar Hardenberg maakten en dan halfweg opstaken in de Stille Knip bij Jacobus Halfweg. Een heel verhaal zit daaraan vast, staat een mooie gevelsteen bij. Ik heb er indertijd nog voor gepleit dat die minimaal bewaard zou blijven. Niks meer van over gebleven. Dus vroeger was alles beter. Nee, zeker, dat ga ik niet zeggen, maar er is een hoop verdwenen van vroeger wat de moeite waard was om anno 2021 nog te zien. Om daarmee ook een vergelijking te maken met dat wat er nu is en dat wat er in het verleden was. Een andere vergelijking die ik zou willen trekken en dan komen we op het punt wat ik buitengewoon jammer vind dat die niet op die lijst staat van 138 panden.

De heer Gol, ik haal het nog even aan, die refereerde aan de allure van vroeger en bij monumenten heb je vaak de neiging om de monumentale panden, de panden met allure, om die juist te willen bewaren, ook al blijkt naderhand dat ze soms gebouwd zijn op een slavernijverleden of wat dan ook en eigenlijk de allure wat minder groot is dan we wel eens dachten. Nou, wat er ook bij dat verleden hoort, dat is een pand dat bijvoorbeeld staat aan de Ommerweg numero 14 en dan kom ik op dat keuterboerderijtje waar de heer Gol net ook al even over sprak. Het waren vroeger niet allemaal grote boerderijen, monumentale boerderijen Steenbergen, Ten Arlo en Dijkhuizen en noem ze allemaal maar op. Er waren ook kleine boertjes, kleine keuterijen en één van de mooiste bewaarde, één van de gaafst bewaarde keuterijen is wat dat betreft die aan de Ommerweg numero 14. Hij staat op de lijst, maar wordt niet als karakteristiek aangemerkt.

Iets wat ik buitengewoon jammer vind dat een dergelijk pand, wat zo gaaf bewaard nog is gebleven, dat er niet voor gezorgd kan worden dat dat in een nieuwe vorm, ik realiseer me best dat je anno 2021 andere eisen stelt aan de woning, maar dat het wel als zodanig als herinnering aan vroeger, toen de landbouw ook divers was in de zin van dat het groot en klein was en dat de kleinere landbouw dat die daar ook allerlei nevenactiviteiten bij had, wat tegenwoordig in de landbouw ook weer gewoonte begint te worden, dat daarmee het risico loopt dat dat verdwenen is wanneer we daar over een aantal jaren op terugkijken. Misschien gaat het ook goed, ik wil niet doemdenken van dat dat het geval was, maar we hebben het in elk geval als overheid laten afweten om een dergelijk pand te beschermen. Dat betreur ik ten zeerste. Een ander punt is hedendaagse monument. Het werd net ook al even genoemd, dat wat ze nu gebouwd wordt daar zitten ook sommige juweeltjes daaronder, waarvan je zou zeggen die zijn heel kenmerkend en heel bijzonder en daarvan moeten we ook zorgen dat die veilig gesteld blijven, veiliggesteld worden. Ik doel bijvoorbeeld op een prachtig industrieel monument wat op de Zuiderkerkes 2 een aantal jaren

terug is gebouwd van bosgenoten. Een prachtige architectuur, verwant aan de Amerikaanse stijl van Lloyd Wright, een heel bijzonder bouwwerk waarvan ik het ontzettend jammer zou vinden wanneer daar door aanpassingen door bijbouw of wat dan ook, dat die oorspronkelijke bouwvorm die nog maar heel recent is, maar dat die daardoor aangetast zou worden. Dus bescherming van jonge monumenten, daar zou ik ook een pleidooi voor willen voeren en aan de andere kant ook de minder rijke monumenten die ook een beeld geven van hoe het leven vroeger in De Wolden was, ook voor de jongere generatie denk ik buitengewoon van belang om dat te tonen en dat dan een pand als Ommerweg 14 helaas niet op die lijst voorkomt, dat vind ik zeer betreurenswaardig. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Haar. Mijnheer Wiechers heeft het woord. De heer Wiechers: Ja, voorzitter, wat moet ik hier nou aan toevoegen na zo’n groot kennisverhaal van mijn linkerbuurman, die al sinds zijn geboorte in deze gemeente woont en dus ook een monument is in deze gemeente, dat inderdaad, dat is waar. Maar ik ben blij trouwens dat men zich niet heel strikt aan die 100 stuks gehouden heeft. Historische verenigingen zijn meegenomen in dit hele verhaal. Ik heb weinig kennis van zulk soort gebouwen. Ik moet daarop blindvaren op de mensen die dat beoordeeld hebben.

Aan de andere kant besef ik me ook dat dit uitsluitend gaat over gebouwen in de welstandsvrije gebieden. We hebben ook nietwelstandsvrije gebieden, die zijn totaal beschermd in deze gemeente, daar ben ik ook heel erg blij mee met de vaststelling van die gebieden en ja, ik kan met mijn linkerbuurman alleen maar meegaan dat er bepaalde gebouwen zijn die inderdaad bescherming verdienen. Dan noemt u dat keuterboerderijtje, nou, daar ga ik volledig in mee, want dat zegt iets over het verleden van onze gemeente en de bewoners van deze gemeente en verder hoef ik er weinig aan toe te voegen. Ik kan alleen maar zeggen dat ik akkoord kan gaan met deze lijst, omdat ik verder, ik heb geen kennis van zaken en ik denk dat het toch heel selectief en goed gebeurd is. De voorzitter: Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer: Voorzitter, dank u wel. Ja, de lijst is zorgvuldig samengesteld op basis van 5 criteria. We zien ook dat de 4 historische verenigingen, die zijn vanaf het begin actief betrokken geweest bij het samenstellen van de lijst en ook Libau heeft advies gegeven en we zijn ook net als de ChristenUnie blij dat de lijst niet beperkt is gebleven tot die 100 stuks, maar dat er nu 138 karakteristieke gebouwen in onze gemeente zijn. We zijn daar trots op en de gemeente zou dat ook actief moeten uitdragen vinden wij.

En we hebben eigenlijk ook nog wel een tip, voor de volledigheid was het eigenlijk ook wel mooier geweest wanneer er een link of een verwijzing naar de lijst met provinciale monumenten of rijksmonumenten in de stukken had gestaan. Je mist toch bepaalde gebouwen en dan ga je zoeken en uiteindelijk hebben we de lijsten dan wel gevonden en dan blijkt dat dergelijke panden gewoon provinciale of rijksmonumenten zijn, maar we stemmen in met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer Turksma. De voorzitter: Ja, voorzitter, dank u wel. Vroeger was niet altijd alles beter, denk ik, maar je kunt wel zeggen dat vroeger nooit weer komt en daarmee zit je denk ik op de kern van waar het hier om gaat, namelijk alles wat in het verleden is neergezet is misschien niet het beschermen waard, maar één ding weet je zeker, als het eenmaal weg is komt het nooit meer terug. Ik denk dat dat ook de reden is om heel goed te kijken naar deze problematiek en voordat ik daarop inzoom wil ik het nog even hebben over een aantal opmerkingen die ik tegenkwam van een aantal bezitters van panden die op deze lijst komen, waarbij men bezwaren had en ik meende op te kunnen merken dat een aantal bezwaren betrekking hadden op het gebruik en eventuele aanpassingen aan de binnenzijde van het pand. Daar werd dan als opmerking gemaakt ja maar deze lijst gaat

alleen over de buitenkant van het pand en ik denk dat het goed is, als we dan toch nog wat te communiceren hebben, ik ben het wel eens met mevrouw Brouwer, dat denk ik we als gemeente ook daar, zeker ook naar de eigenaren die het betreft, wellicht nog eens glashelder moeten kunnen uitleggen dat wat men in het pand doet en dat in tegenstelling tot in ieder geval rijksmonumenten. Ik bezit zelf een rijksmonument, dus ik weet hoe dat werkt, maar in ieder geval op deze lijst dus het gebruik en de binnenkant en de eventuele aanpassingen aan de binnenzijde van het pand, geen enkel beletsel vormen om dat te gaan doen. Er waren een groot aantal mensen die daar op die gronden bezwaar uiten en dat zou jammer zijn, want aan de andere kant zijn net zoveel mensen ook best wel trots op hun karakteristieke woning of pand wat ze bezitten. Ook dat kwam in die lijst duidelijk naar voren. Verder vind ik dat je als bezitter van een beeldbepalend pand dat pand weliswaar economisch gezien alleen bezit, maar vanwege de uitstraling en zijn positie in de omgeving het toch ook een beetje gezamenlijk bezit is. Ik denk dat het daarom ook goed is dat vanuit die optiek we ons als gemeente bemoeien met wat doe je daar nou wel en wat kan je daar nou niet doen.

Vooral ook omdat we als gemeente ervoor hebben gekozen om een groot deel van onze gemeente welstandsvrij te maken en daarmee vallen dus andere eventuele belemmeringen om je huis eens flink onder handen te nemen weg en is het dus goed om voor die panden die daar gevoelig voor zijn, nogmaals vanuit een objectieve blik van deskundigen, hè. Ik meen er wel iets kijk op te hebben, maar ik ga niet zo ver als de heer Haar, maar ik ben blij dat andere deskundigen die categorisering en die puntentelling voor hun rekening nemen, maar bezitters van dit soort panden moeten zich realiseren dat het eigenaarschap niet betekent dat je er maar ook maar alles mee kan doen. Dat moet glashelder zijn en ook blijven. Verder vind ik het jammer dat de hele categorisering is gekoppeld aan de doelstelling om tot honderd panden te komen. Als wij duizend panden hebben die het bewaren waard zijn, dan zouden het er duizend moeten zijn en ik meen ook te herinneren dat toen dit een paar jaar geleden in de raad kwam dat ik toen ook al heb gezegd van het gaat er niet om hoeveel het er zijn, het gaat erom hoeveel zijn het bewaren waard om op die manier ermee om te gaan. Dus in die zin, ja, zou je kunnen zeggen fijn dat er nog 132 panden zijn overgebleven en 6 objecten, maar wat is er dan met die anderen gebeurd? Zijn die wellicht als je de … We krijgen muziek.

Ik kan ook cultureel erfgoed zijn, laat dat duidelijk zijn. Maar die 443 en nu die 140, zullen we maar zeggen, daar kunnen ook nog wel panden bijzitten die ook nog het bewaren waard zijn, dus ik zou ten aanzien van de evaluatie over een aantal jaren, de heer Gol gaf daar ook al aandacht aan, zou ik niet per definitie ervan uit gaan dat het er dan minder worden. Wat mij betreft zouden het er eerder meer kunnen worden. Dus misschien dat de wethouder, maar ik begrijp dat die ergens in een tentje op de hei zit, maar ik weet niet of iemand van het college nog kan reageren op in hoeverre de beoordeling en de behoefte om een laag aantal panden te krijgen, of dat nog met elkaar in tegenstrijd was. Ik zou me kunnen voorstellen van wel, maar ik ben ieder geval blij dat het op deze manier in ieder geval nu wordt uitgevoerd, dus ik zou zeggen met de fanfare mee, kunnen wij ermee instemmen. De voorzitter: Heel mooi. En ze blijven op afstand zo te horen. Ik had gehoopt dat ze een beetje dichterbij zouden komen. Elke wethouder wordt vervangen bij afwezigheid, mijnheer Turksma, dus ik geef graag het woord aan mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder: Ja, dank u wel, voorzitter.

Het is inderdaad bij vervanging van wethouder Hempen, maar ik heb mij goed te laten bijpraten door de betrokken ambtenaar en het is inderdaad in 2007 bezien, toen ik zelf ook nog in de raad zat hebben we zelf als raad, is toegezegd van stel een top 100 samen van onze beeldbepalende panden. We zitten inderdaad in een luxepositie dat we er ontzettend veel hebben, daar werd uitgebreid aan gememoreerd net en daarbij wil ik nog aantekenen dat de jonge monumenten nog niet geïnventariseerd zijn, maar dat we nu wel aansluiten bij een pilot vanuit de provincie Drenthe om ook de Post ’65 heet dat, inventarisatie te doen van wat daar ook vanuit die periode waardevol is om daar nog wat bijzondere aandacht aan kunnen besteden. En nou ja, bij alles geldt, smaken verschillen, maar hierbij geldt ook

wel wat eigenaren zelf ook willen, want er werden een paar voorbeelden genoemd, bijvoorbeeld de Ommerweg 14 en daarvan gaven ook de eigenaren zelf al aan van dat ze liever geen aanduiding karakteristiek wilden hebben. Dus dat wil ik toch nog even genoemd hebben en de school Berghuizen, daarvoor geldt dat het één van de weinige overblijfselen is van de wederopbouwperiode die nog wel in onze gemeente staat en vandaar dat die ook als waardevol is opgenomen in deze hele lijst. En het feit dat we dus ook boven die 100 uit zijn gekomen geeft wel aan dat het ook heel erg lastig is geweest, maar we zijn er ook een aantal jaren mee bezig geweest om dat samen met de historische verenigingen ook goed in kaart te brengen, dus daar zijn vele overleggen ook aan voorafgegaan en ook, u heeft de lijst ook gezien met alle opmerkingen en reacties vanuit de eigenaren. Nou, dat was ook best wel aanzienlijk, niet iedereen wenst ook op die lijst staan. Er zit ook wat, misschien wel koudwatervrees voor wanneer jouw pand op die lijst genoemd staat, want op zich denk ik van nou ja het is ook best wel een eer dat jij in zo’n waardevol pand woont en dat die als karakteristiek en beeldbepalend wordt gezien.

We proberen ook wel onze inwoners mee te geven dat het feit dat jouw object op die lijst staat niet betekent dat je aan allerlei beperkingen vastzit, maar dat het ook heel veel kansen biedt en we adviseren daar ook, zoals ik hem ook terugkrijg, waardevol in. Als bijvoorbeeld wij een bouwplan krijgen voor een bijvoorbeeld dakkapel op een rieten dak, dat er gewoon met name wordt meegedacht van we zien het liever niet op deze manier, maar het zou ook anders kunnen om met behoud van hoofdvormen, contouren, et cetera. Dus we proberen echt mee te denken met de eigenaren en ze ook niet onnodig op extra kosten te jagen, maar het is soms best wel lastig voor die eigenaren bijvoorbeeld als ze een rieten dak willen vervangen door dakpannen en je staat wel op die lijst. Nou, dan kunnen we daarin niet meegaan omdat dat een dermate bepalend element is, dat dermate veel doet ook voor de vorm, dat we daar dan als je op deze lijst staat niet in mee kunnen gaan. Dus nogmaals, ik hoor eigenlijk alleen maar instemmende reacties, het is een lang proces geweest en nou, een lastige afweging van wie doet wel mee, wie doet niet mee, maar ik denk dat we hiermee een mooie middenweg neerleggen om tot in ieder geval heel dichtbij een top 100 te komen van karakteristieke panden in onze mooie gemeente. De voorzitter: Dank u wel.

Ik ga naar de tweede termijn, is er behoefte om een tweede termijn? De heer Haar nog en de heer Turksma. Mijnheer Haar. De heer Haar: Ja, voorzitter, toch even een antwoord op wat mevrouw Mulder aangeeft, dat bewoners, eigenaren, niet altijd zelf staan te springen van dat een pand een bepaalde monumentale karakteristiek krijgt, of een bepaalde monumentale waardering dreigt, dat kan ik me voorstellen, maar dat wil nog niet zeggen dat de waarde van het pand maatschappelijk gezien niet dusdanig kan zijn dat wij als overheid het de moeite waard vinden dat het bewaard blijft en dan zijn er andere wegen te bewandelen om te kijken van op welke manier en de eigenaren van het pand en de samenleving, in gezamenlijkheid toch het pand op een passende manier kunnen bewaren. Er zijn andere voorbeelden van, ik weet dat in Stuifzand bijvoorbeeld en dat is denk ik in dit geval gemeente Hoogeveen, dat een keuterboerderijtje, dat dat bewaard is gebleven dankzij de inspanningen van Het Drents Landschap. Dat is een mogelijkheid, Het Drents Landschap koopt vaker panden op. Het voorbeeld van het prachtige pand Pieperij aan de Reest, van wat nu verbouwd wordt, is daar een voorbeeld van. Heeft jaren geduurd, maar desalniettemin het wordt op deze manier wel bewaard en biedt een bepaald perspectief in dat landschap.

Nou, datzelfde geldt eigenlijk voor het pand wat ik daarnet heb genoemd en zo zullen er misschien meer zijn, hoor, maar ik heb 4 jaar geleden bij de eerdere behandeling, heb ik toen ook al gepleit voor het behoud van dat pand. Gelukkig dat het ondertussen nog steeds niet verdwenen is, dat het nog op zeer authentieke wijze erbij staat, maar ja, de kans dat het verdwijnt is heel groot omdat de bescherming op dit moment afwezig is, omdat het niet als zodanig wordt aangemerkt. Gelukkig dat, wat mevrouw Mulder zegt van de Post ’65-monumenten, de jonge monumenten, dat daar een pilot voor komt en dat dat ook de aandacht krijgt. Dat doet mij opzicht deugd. Dat het er 143 zijn in plaats van 100, dat is een

winst, laten we duidelijk zijn, maar omdat het niet helemaal is wat ik ervan gehoopt had, is het met de nodige aarzeling dat ik in kan stemmen met dit voorstel en dan als het straks in stemming komt dan wil ik daar misschien nog even een hele korte verklaring bij geven. Tot zover in de tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Turksma tenslotte. De voorzitter: Ja, voorzitter, ook ik dank de wethouder die uitstekend weet weer te geven hoe het zit, dus hulde daarvoor. U gaf aan dat helaas de gemeente verder niet veel kan doen in de instandhouding van het pand. Nou, ik kan u een geheimpje verklappen, dat doet het Rijk met rijksmonumenten ook niet meer. Dus dat is dan gedeelde smart. Ik heb nog wel een kleine tip, schoot me eigenlijk net te binnen. Is het niet mogelijk, of liever gezegd, zou u willen onderzoeken of die honderdzoveel panden die nu op die lijst staan, om daar een soort van vignetje voor te ontwikkelen die je dus als pandeigenaar op je huis kan schroeven.

Geheel vrijwillig, laat dat helder zijn, maar we weten dat met provinciale en met rijksmonumenten bestaat die regeling en ik zou het een hele leuke geste vinden, juist ook omdat je van een gevoel van trots uit zou willen gaan om als gemeente in ieder geval die stap te kunnen zetten van nou wij gaan daar iets voor ontwikkelen en misschien is dat er al, dat weet ik niet, maar in ieder geval dat we dat als gemeente de pandeigenaren zouden kunnen aanbieden. Ik zou dat van harte willen aanbevelen, ik ga er geen motie voor indienen. Dank u wel. De heer Groot: Voorzitter. Voorzitter. Voorz… De voorzitter: Wie hoor ik daar nog? Mijnheer Groot, ja. De heer Groot: Dank u wel. Ja, als Gemeentebelangen zeggen we altijd van wij zijn nooit voor dat soort potjespolitiek, daar houden we niet zo van. Niet bij de ingang van de bebouwde kom, dus ik zou eigenlijk willen ontraden om dat te gaan doen. Ik denk dat het huiskarakteristiek zoals dat is, dat dat mooi genoeg is en dat dat waardig genoeg heeft en ook aanzicht genoeg heeft en daar hoeft wat Gemeentebelangen betreft geen bordjes op. Dus wat ons betreft hoeft dat niet. De voorzitter: Misschien toch een motie, mijnheer Turksma, dan weet u hoe het ligt in de raad. Ik ga naar mevrouw Mulder voor de tweede termijn. Mevrouw Mulder: Ja, dank u wel.

Ik was nog even vergeten, want u had ook nog gevraagd voor de binnenkant van de panden en het valt inderdaad niet binnen deze lijsten, binnen de mogelijkheden die we ook hebben ter bescherming ervan. Ik wil nog wel even meegeven dat onlangs nog wel een heel mooi voorbeeld heb gezien, heel dicht bij uw woning overigens, van een heel goed, ook aan de binnenzijde, bewaard interieur ook van een heel authentiek monumentaal pand en dat het toch best wel heel erg jammer is ook voor de eigenaren zelf dat daar weinig mogelijkheden, regelingen zijn om dat ook intact te kunnen houden en waar we als gemeente ook geen budget hebben om daar iets op dit moment in te kunnen doen en ik krijg ook net door dat we dat budget ook niet hebben voor vignetten op dit moment. Ik moet zeggen, ik heb zelf in de gemeente Harderwijk gewoond en daar hadden ze die vignetten wel, dus ik ken de systematiek en ik weet dat het ook wel wat cachet geeft aan de betreffende panden, maar ja, op dit moment dus is er gewoon geen budget, maar de betrokken ambtenaar is op de hoogte van het door u ingegeven dit advies, daarbij houden. De voorzitter: Toevallig net in mijn eigen woongemeente hebben ze zo’n lokaal vignet ontwikkeld en op een gedeelte van de panden aangebracht, op die panden waar mensen dat ook leuk vinden om dat op een woning te hebben en dat is een enorm succes.

Via fondsenwerving en crowdfunding en dat soort dingen, eigenaren hebben zelf wat betaald. Goed, dan zijn wij toe aan de besluitvorming hierover. U wordt gevraagd in te

stemmen met de reactienota, de gewijzigde lijst vast te stellen en het supplement vast te tellen en dan de vigerende welstandsnota toe te voegen. Wenst iemand stemming? Ja, de heer Haar wil een stemverklaring. Gaat uw gang, mijnheer Haar. De heer Haar: Ja, voorzitter, een hele korte stemverklaring. Het belang van het behoud van monumenten met de 143 die op de lijst staan is dermate groot dat degene die er niet op staat, voor mij niet een reden is om tegen de lijst te stemmen, dus ik stem er wel mee in. De voorzitter: Dank u wel. Wenst iemand stemming? Niet het geval. Dan heeft u unaniem ingestemd met het voorgestelde besluit. 5.

Vestiging voorkeursrecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet voorkeursrecht gemeenten De voorzitter: Ik ga met u naar agendapunt 5, vestiging van een voorkeursrecht. Wie van de leden van de raad wenst daar het woord over? De heer Turksma, mevrouw Brouwer. Is dat een vinger, mijnheer Wiechers? Ja? Ja. Ja, ik kan het op deze afstand zo slecht zien. Mijnheer Wiechers en mevrouw Haanstra. Nou, ik begin deze keer eens met mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een korte bijdrage, maar we zien dat de gemeente een actieve rol oppakt bij het verwerven van grond voor de woningbouw. Het CDA heeft altijd al gepleit voor een actieve grondpolitiek. Het is een belangrijk instrument om gebruik te maken van de Wet voorkeursrecht gemeenten en dat gebeurt nu, dus we stemmen in met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Brouwer. Het klinkt bijna als een stemverklaring. Ik ga naar mijnheer Turksma. De voorzitter: Ja, mijn bijdrage wordt niet veel langer, voorzitter. Volgens mij tijdens de kadernota hebben we zelfs nog bij motie, meen ik van Gemeentebelangen, gezegd van laten we eens een onderzoek gaan doen naar woningbouw.

Nou, als je een onderzoek wil doen naar woningbouw, dan wil je dus ook daar als gemeente actief beleid op gaan ontwikkelen en daar horen nou eenmaal grondposities bij en niet voor niets heeft landelijke overheid de gemeente dit instrumentarium geboden om als er maar even een zweem van idee is van er zou daar eens iets kunnen gebeuren, de markt zo maar even voor te zijn. Dat heeft denk ik grote voordelen om ook voor alle categorieën betaalbare woningen te kunnen bouwen, dus wat dat betreft een uitstekend idee en laten we dit vooral doen. Dus wij steunen dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Haanstra heeft het woord. Mevrouw Haanstra: Dank u wel, voorzitter. Vestiging voorkeursrecht, het klinkt heel serieus, maar het valt eigenlijk wel mee. Als raad bevestigen wij het door het college in mei van dit jaar gevestigde voorkeursrecht op een aantal percelen in de wijk. Bij verkoop dienen deze eerst bij de gemeente aangeboden te worden. Voordeel is dat aanstaande woningbouwontwikkelingen en bijbehorende eisen door de gemeente en niet door een projectontwikkelaar bepaald kunnen worden. Gemeentebelangen zou die eis nog aangescherpt willen zien door te stellen dat de eigen inwoners van De Wolden en met name de jongeren, voorkeur zouden moeten krijgen bij de verkoop van de nog te bouwen woningen.

Bij het gevestigde voorkeursrecht lezen we verder dat de perceeleigenaren zich in een gesprek met de gemeente akkoord hebben verklaard met de geplande structuurvisie rondom hun gronden en daar zelfs actief aan mee willen doen. Een win-winsituatie waarbij de ontwikkelingen van de woningbouw als winnaar uit de bus komen door deze actie. Voor

Gemeentebelangen De Wolden is dit een goede zaak. We zijn blij met het initiatief van het college en we stemmen in met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Turksma had een vraag aan mevrouw Haanstra? De voorzitter: Ja, ik heb even een vraag, want we zijn het eens over het voorstel, maar ik had niet zo goed begrepen uw opmerking inzake bij voorkeur verkoop aan eigen inwoners. Volgens mij gaat deze regeling daar niet over. Volgens mij gaat deze regeling vooral over dat je de handel in gronden wat beperkt. De voorzitter: Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Dat klopt, mijnheer Turksma. We kijken even verder wat er zich dan ontwikkelt op die gronden. De voorzitter: Dat begrijp ik, maar dat is dan weer een hele andere situatie en dat komt wellicht aan de orde als het college met het voorstel komt inzake de motie, die volgens mij 1 oktober is. Dus laten we de zaken nou niet door elkaar halen.

Het gaat hier puur over ‘…’ … De voorzitter: Even voor alle duidelijkheid, u besluit vanavond om een voorkeursrecht te vestigen op een aantal percelen in de wijk, aansluitend bij Dunningen en mevrouw Haanstra lost een schot voor de boeg en zegt als het moment daar is dat er gebouwd wordt, dan zouden wij graag zien dat hoe dan ook bevorderd kan worden dat eigen inwoners daar eerst gebruik van kunnen maken, maar dat besluiten we vanavond helemaal niet, maar dat hebt u heel goed begrepen. De voorzitter: Nee, maar dat klopt, maar mensen letten goed op wat wij hier besluiten, dat is maar goed ook en daarbij vind ik dat het even helder moet zijn dat dat nog niet aan de orde is, dus in die zin … De voorzitter: Volgens mij heb ik dat net heel duidelijk verwoord, kan er geen misverstand over bestaan. Nee. Ik ga naar mijnheer Wiechers. De heer Wiechers: Ja, dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie heeft bij de kadernota, de behandeling kadernota, hier al aandacht voor gevraagd omdat wij vinden dat de gemeente dit voorkeursrecht te weinig toepast. Om vooral invloed te hebben op sociale woningbouw en de bouw van starterswoningen kunnen we misschien als gemeente hier wel wat meer onderzoek naar doen. Mevrouw Brouwer noemde het ook al, anders zijn we overgeleverd aan allerlei projectontwikkelaars en dat willen we niet.

En we gaan dus ook voorgaande akkoord met deze aanleiding van voorkeursrecht in de wijk. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar wethouder Mulder. Heeft u nog behoefte om te reageren? Mevrouw Mulder: Nou, ik had alleen maar aangegeven dat ik een brede steun hoor en dat we die ook echt nodig hebben, want dit besluit staat of valt bij het handhaven van termijnen, ook tijdens het hele proces in de komende 3 jaar. Dus ik ben blij dat we hem nu kunnen vaststellen en voor wat betreft vervolg en uitwerking, dat volgt wel in het bestemmingsplan t.z.t. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Wenst iemand stemming? Ik wou u eigenlijk besparen om dat hele besluit voor te lezen en volstaan met dat wij een voorkeursrecht vestigen op een aantal percelen gelegen aansluitend aan de uitbreidingswijk Dunningen. Dat betekent dat er binnen 3 jaar

een bestemmingsplan vastgesteld moet zijn want anders dan vervalt dit besluit weer en dat er een publicatieplicht is voor het college. Niemand wenst stemming, dan heeft u daar unaniem mee ingestemd. 6.

Agendavoorstel CDA, GroenLinks en D66 over het rapport Bomen en landschap in De Wolden De voorzitter: Dat brengt mij bij agendapunt 6, een agendavoorstel van drie partijen in deze raad, CDA, GroenLinks en D66 over het rapport Bomen en landschap in De Wolden. En ik geef graag eerst de gelegenheid aan de voorstellers van dit agendapunt, te beginnen met de heer De Wit. Mijnheer De Wit, ga uw gang. De heer De Wit: Dank u, voorzitter. Het CDA heeft samen met de fracties van GroenLinks en D66 dit rapport op de agenda gezet als bespreekstuk en vandaar ook dit agendavoorstel er neergezet. De reden is eenvoudig. Deze raad heeft ingestemd met de aanbeveling uit de evaluatie van het bomenkapbeleid om een werkgroep op te richten. Het college heeft toegezegd deze werkgroep zelfs een structureel karakter te geven en indien gewenst nauw te betrekken bij hoe invulling wordt gegeven aan deze aanbevelingen. Donderdag 4 februari is dit rapport toegelicht door de werkgroep, vervolgens is dit als ingezonden stuk bij de raadsstukken van 25 maart 2021 terechtgekomen. Dit stuk had juist direct op de agenda moeten komen als bespreekstuk, als respect voor de werkgroep. We zijn nu namelijk weer bijna een half jaar verder en drieënhalf jaar maar liefst na de evaluatie van het bomenkapbeleid.

Ons aantrekkelijke landschap in De Wolden is belangrijk, niet alleen voor toerisme, maar juist ook voor de inwoners zelf. Dit moet niet vervallen tot een eenheidsworst die overal al bestaat. Hier hebben we het in januari 2018 uitgebreid over gehad. Het CDA kan zich daarom goed vinden in de aanbevelingen. Over de aanbevelingen zelf, bijvoorbeeld de communicatie, nog altijd wordt de lijst van monumentale bomen uit 2018 gehanteerd waarvan we al lang weten dat deze niet compleet is. Het is zoeken in deze lijst, terwijl het gebruiksvriendelijker is om een adres bijvoorbeeld in te kunnen geven, om te zoeken op een interactieve kaart. We zien dat dit rapport overigens al de geest ademt van de participatie van de Omgevingswet, omdat er bijvoorbeeld wordt gepleit voor digitale interactie. Ik wil alvast melden overigens dat onze fractie ook met een breder initiatiefvoorstel op dit punt wil komen, het ligt nog op de plank, want de agenda was al te vol. Het omzetten van de aanbevelingen voor herstel en bescherming en handhaving naar praktijk lijkt ons een stuk lastiger. Dit begint al bij bescherming. De signalering zal toch vooral door inwoners moeten gebeuren en als inwoners, zoals in Ruinen is gebeurd bij Geuzinge, alarm slaan, letterlijk, dan is het al te laat. Het is dan ook extra lastig als dan de eigenaar glashard beweert een kapvergunning te hebben die hij helemaal niet heeft.

Op dit moment is na tweeënhalf jaar die houtwal nog steeds niet goed hersteld. In januari had onze fractie daar nog technische vragen over gesteld. Het rapport leert ons dat na 3 jaar een boete vervalt. Hier lijkt dan toch echt de overtreder weg te komen met zijn overtreding. Ook op andere locaties zien we dat handhaving moeizaam is of niet gebeurt. Hier valt nog heel erg veel te verbeteren, zoals een actiever handhavingsbeleid en de wil om boetes in te zetten. Als na 3 jaar herstel nog niet heeft plaatsgevonden, had er toch alweer eerder ingegrepen moeten worden. Antwoorden op technische vragen over samenwerking bij handhaven tussen provincie en gemeente melden ons dat dit goed gaat, maar inwoners merken dat de gemeente en provincie naar elkaar verwijzen over wie er handhavend moet optreden of zelfs al over de kennis waar men een vergunningaanvraag moet indienen. Voor herstel wordt genoemd in het rapport dat er een relatief beperkt geldbedrag beschikbaar moet komen voor plantgoed. De eigenaar wordt dan verantwoordelijk voor het herstel en onderhoud.

Dit past voor veel eigenaren die hun landschapselementen niet bewust hebben verwaarloosd prima, maar wat als de eigenaar hier geen zin in heeft? En moet een overtreder wel beloond worden met gratis pootgoed en plantgoed? En als herstel van landschapselementen op een gunstige locatie voor de eigenaar plaatsvindt is daar ook nog kennis voor nodig. Misschien biedt hier een collectief betere kansen, zowel voor kennis, ondersteuning, als ook qua onderhoud, want onderhoud kan stevige kosten met zich meebrengen. We zijn dan al een stap verder. In het rapport wordt de regeling ANLB, Agrarisch

Natuur- en Landschapsbeheer genoemd. Nou, die wordt in Drenthe toegepast door een coöperatie, Agrarische Natuur Drenthe, maar daar gaat het om leefgebieden en veel minder om landschapselementen. Misschien zou juist een lokale agrarische natuurcoöperatie hier beter op zijn plaats zijn. Juist ook voor het structurele karakter om de landschapselementen te behouden. In Nederland zijn door dergelijke lokale natuurcoöperaties spectaculaire resultaten behaald. Al met al genoeg aanknopingspunten voor het college om de aanbevelingen concreet handen en voeten te geven en onze fractie is dan ook heel benieuwd naar het vervolg. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Wit. Mijnheer Haar, heeft u nog aanvullingen? De heer Haar: Nou, een paar aanvullingen, voorzitter. Bomen en landschap in De Wolden, dat is eigenlijk een vanzelfsprekendheid. Wij weten niet voor niks De Wolden. Met andere woorden, bomen zijn kenmerkend voor deze gemeente. In deze raad is er wel vaker over gesproken dat we het dan hebben over het groene kapitaal.

In meerdere opzichten eigenlijk, wat biodiversiteit betreft, maar ook wat de recreatieve waarde betreft en dat betekent dat dat daarop toegezien moet worden dat niet datgene gebeurt wat bij de bespreking van het agendapunt over de monumenten ook al aan de orde was, van dat je naderhand constateert van wat er bewaard is gebleven en wat er verdwenen is. Er is veel en dat blijkt uit het rapport van de werkgroep ook, er is veel verdwenen. Met name wat betreft de boswallen is er enorm veel verdwenen, kenmerkende elementen in het Woldener landschap zijn daardoor verdwenen. Daar zijn redenen voor aan te voeren, bedrijfseconomische redenen vanuit de landbouw bezien, maar er zijn ook bedrijfseconomische redenen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van ons bomen en bosareaal, dat dat op peil blijft, namelijk uit een recreatieve overweging. En misschien vallen er ook wel combinaties te maken die het één met een ander kunnen verbinden.

We hebben in deze raad vaak gesproken over bloeiende akkerranden en een reden waarom nogal wat boswallen en ook wat bomenrijen verdwijnen is juist omdat de grond eronder, van dat die minder productief is door de schaduw die door de bomen worden veroorzaakt, maar misschien dat bloeiende akkerranden een compensatie kunnen bieden voor het verlies aan productiviteit van die randen en op die manier en de boswallen blijven bestaan en er een bloeiende akkerranden beschikbaar zijn. Het zijn mogelijkheden wat de gemeente betreft omdat te doen en we praten in deze raad wel vaker over een integrale aanpak. Nou, dit is een voorbeeld van een integrale aanpak van dat je bloeiende akkerranden en boswallen, van dat je dat met elkaar combineert. Een ander punt is het goede voorbeeld wat je als gemeente ook zelf kunt geven en dit voorjaar kregen we daar een voorbeeld van in de vorm van een memo van wethouder Mulder, dat ter compensatie van de bomen die gekapt zijn bij de aanleg van het fietspad langs de Willem Moesweg, dat daar jonge bomen zijn aangeplant. Uitstekend dat dat gebeurd is en dat dat ook als zodanig naar buiten toe gecommuniceerd is.

Maar ik vraag me af of hetzelfde bijvoorbeeld ook gebeurt bij het Gedempte Hoogdiep, want bij de aanleg van het fietspad aldaar zijn ook … Nou, veel, maar er zijn ook de nodige bomen en bosschages daar verdwenen en of daar weer compensatie voor is, dat is mij niet bekend. Ik zou graag willen zien van dat er een soort en nu wil ik geen vergelijkingen trekken met allerlei andere vormen van boekhouding, maar dat er een soort bomenboekhouding zou zijn wanneer je bomen kapt, van dat je minimaal zorgt dat er ook weer een nieuwe aanplant is en bij voorkeur in een vorm van overcapaciteit. Want laten we wel zijn, een eikenboom die staat, die groeit 100 jaar, die staat 100 jaar en verdwijnt in 100 jaar. Dan heb je het over 300 jaar en een jonge boom die doet er heel lang over voordat die dezelfde capaciteiten heeft wat betreft de bijdrage voor het milieu dan een oude boom. Dus dat is een vraag die ik heb aan de wethouder van in hoeverre gebeurt dat bijvoorbeeld, dat wanneer er dingen gekapt worden op initiatief van de gemeente van dat daar ook compensatie tegenover staat en nogmaals, op wat voor manier wij als raad en ook de inwoners van De Wolden daarover geïnformeerd kunnen worden. Nou, voorzitter, daar wou ik het in eerste

instantie bij laten. Ik sluit me aan uiteraard bij de woorden die de heer De Wit heeft gezegd, omdat dat in gezamenlijkheid gebeurt met GroenLinks. Dus tot zover in eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik graag de andere fracties de gelegenheid om te reageren. Mevrouw Scheper, mijnheer Turksma, mijnheer Groot en mijnheer Wiechers. Mijnheer Groot. De heer Groot: Dank u wel, voorzitter. Ja, bomen en landschap. Even een stap terug om door de bomen het bos te blijven zien. Want was er een probleem en wat was het probleem dan en wat is de aanleiding dat we hierover een rapport van de werkgroep Bomen en landschap praten? Voor ons als Gemeentebelangen was de reden de te verwachten ziekte, sterfte van bomen en afname van het aantal houtwallen in onze gemeente. Denk bij ziekte aan de op dat moment actuele zorgelijke stand van zaken ten aanzien van de essentaksterfte en de kastanjebloedingsziekte. Het verzoek aan de werkgroep, aan de in te stellen werkgroep, was om een plan, een vitaliteitsplan, waarbij inzicht over vervanging en aanplant duidelijk zou worden om een boomrijke gemeente te blijven. Plus nadenken over hoe de landschapselementen, de houtwallen die buiten de natuurbeschermingswet vallen, beter beschermd kunnen worden.

Dank aan de werkgroep bomen en landschap voor het inventariseren wat er op dat moment aan houtwallen en houtsingels binnen onze gemeente aanwezig is en in het verleden was, de heer Haar noemde het ook al. Mooi dat zij dat op zich hebben genomen. Voorzitter, ten aanzien van de bescherming mag de werkgroep natuurlijk altijd een aanbeveling doen, maar wat Gemeentebelangen betreft zet zij hierbij een verkeerde wet op. Er wordt namelijk gesteld uit te gaan van de aanwezigheid van houtwallen in 2010. Wat Gemeentebelangen betreft is de huidige situatie de nulmeting. Waarom anders 2010 en niet 1810? Het tijdsbeeld is immers veranderd. Gemakshalve wordt daarbij de invloed van de ruilverkavelingen en het verdwijnen van hakbomen, houtwallen, in het kader van natuurontwikkeling na 2010 wel genoemd, maar vergeten om mee te nemen in deze aanbeveling. En voor alle duidelijkheid, met de ruilverkaveling is rond Zuidwolde 110 hectare natuur, rond Ruinerwold-Koekange 254 hectare natuur en daarnaast 151 hectare beplanting ter compensatie gerealiseerd. De aanbeveling om 2010 in plaats van 2021 als een nulmeting te nemen is wat Gemeentebelangen betreft dan ook als het vergelijken van appels met peren en daarom niet acceptabel. Voorzitter, laat duidelijk zijn, wij zijn niet tegen het herstel van deze landschapselementen, maar bescherm eerst de huidige, bestaande, in deze huidige vorm.

Mochten er om welke reden dan ook extra bomen aangeplant moeten worden, er zijn nu weer geluiden vanuit de landelijke overheid dat er weer heel veel bomen geplant moeten worden, zouden we wat ons betreft bijgeleverde gelden gebruikt kunnen worden om naast herstel van slechte, ook de afgelopen 10 jaar verdwenen houtwallensingels te herstellen. Wel in overleg met de eigenaren. En om de beeldbepalende landschapselementen, zouden wat Gemeentebelangen betreft ook de volop in de gemeente aanwezige eikenbomenlanen mogen vallen. Waarom niet? Meestal vallen deze onder verantwoordelijkheid van de gemeente en in deze eikenlanen worden nu in het kader van nieuw beleid opengevallen plekken opgevuld door andere soorten bomen, vanwege de ons welbekende en veelbesproken eikenprocessierups. Onze mening en ervaring is dat deze zich niet door een enkele andere boom laat stoppen. Behoud de eikenbomenlanen, maar zorg bij complete nieuwe aanplant natuurlijk wel voor een grotere en gelijk een grotere diversiteit. Ondanks na jaren van weinig tot geen problemen bij vergunningsvrij kappen lijkt ons als Gemeentebelangen de aanbeveling van de werkgroep, van herplantplicht en handhaving, wel een logische. Om het verbeteren van communicatie over het kappen van bomen via de gemeentelijke website past het ons betreft en de heer Tjalling de Vries noemde het al, een actuele beschermde bomenlijst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10421783/2