CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Kapitaalgoederen - De Wolden 2026 - 2029

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 30 oktober 2025, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststellen ‘nota kapitaalgoederen’14.707 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de praktijk worden soms andere keuzes gemaakt, door bijvoorbeeld budgetgestuurd te werken, bezuinigingsrondes of dat het te onderhouden areaal is uitgebreid maar er geen extra budget voor beschikbaar is gesteld. Ook zijn er specifieke verklaringen per beheergroep voor bovenstaande verschillen: CIVIELE KUNSTWERKEN 1. Voor de civiele kunstwerken geldt dat de benodigde en beschikbare middelen in balans zijn. Een groot deel van de kleinschalige onderhoudswerkzaamheden wordt door de eigen dienst gedaan. WEGEN 1. Voor wegen is een belangrijk deel te verklaren vanuit de verschillen in rekenwijze. De huidige middelen zijn budgetgestuurd, hier wordt de planning op aangepast. De doorrekening in dit rapport is op basis van cycli, waarbij wordt gekeken wanneer volgens gestandaardiseerde kengetallen/cycli onderhoud nodig is. Daarbij wordt geen rekening gehouden met het beschikbare budget en actuele kwaliteit van de wegen. 32

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

2.

Ook voor wegen geldt dat een deel van de uitbreidingen van areaal pas per 2022 ook een uiteenzetting van het beheerbudget betekenen. Voorbeelden van deze areaaluitbreidingen zijn bijvoorbeeld nieuwbouwlocaties en in- en uitbreidingslocaties (met name grondexploitaties en projecten van derden). Maar ook bijvoorbeeld bermverstevigingen en inritten waar de laatste jaren aan is gewerkt. Beheerkosten van nieuwe fietspaden zijn wel opgenomen de afgelopen jaren.

3.

Ook is bekend dat ca. 300.000 m2 verhardingen niet in het beheersysteem staan, maar volgens de BGT wel door de gemeente onderhouden moeten worden. Voor deze arealen is een aanname in de verdeling gedaan van 50.000 m2 elementen, 30.000 m2 asfalt, 20.000 m2 beton en 200.000 m2 onverharde zandwegen. Deze hoeveelheden zijn meegenomen bij de theoretische doorrekening. Dit kan afwijken van de werkelijke situatie, want er is niet exact bekend wat voor verhardingstype dit is.

4.

Een andere niet te onderschatten verklaring is de toerekening van uren van de eigen dienst. In de gemeente houden medewerkers niet de uren bij op beheerproducten. Voor de werkzaamheden buitendienst is één bedrag bekend, waarvan een percentage op basis van een inschatting is toegerekend aan wegen. Wanneer dit in de praktijk hoger is, dan is het beschikbare budget te laag ingeschat. Dit is momenteel niet in detail in beeld te krijgen.

5.

Een laatste verklaring is dat er in 2024 een herverdeling/correctie is geweest in de budgetten. Hierdoor is eenmalig 1,5 mln. euro toegevoegd aan het budget wegen om achterstallig onderhoud weg te werken. Dit heeft gezorgd voor een kwaliteitsimpuls (vernieuwing van areaal – dit is duidelijk terug te zien in de staat van de wegen, zie paragraaf 2.3), waardoor het lijkt dat met een lager structureel budget ook een hoger kwaliteitsniveau gehaald kan worden. Echter moet dit vernieuwde areaal na verloop van tijd ook weer worden onderhouden.

1.

2.

GROEN Voor groen is een groot gedeelte te verklaren doordat de inzet van medewerkers, materieel en andere bedrijfsmiddelen niet specifiek op beheerproducten wordt geregistreerd. Het overgrote deel van het groenonderhoud wordt namelijk door de eigen buitendienst gedaan. In het beschikbare budget is ruim €1.200.000 (inclusief watergangen) meegenomen voor uren vanuit eigen dienst en sociaalwerkvoorzieningsschap (Reestmond en Stark). Wanneer naar gemeentes met vergelijkbare hoeveelheden areaal gekeken wordt, varieert dit vaak tussen de 1-1,5 miljoen euro. Daarnaast geldt net als bij wegen dat een deel te verklaren vanuit de verschillen in benadering/ rekenwijze. De huidige middelen zijn voornamelijk budgetgestuurd en hier wordt de planning op aangepast. De doorrekening is op basis van cycli, waarbij wordt gekeken wanneer volgens het boekje onderhoud (theoretisch) nodig is. Als laatste geldt ook voor groen dat uitbreidingen van areaal van grondexploitatie en projecten van derden (nieuwbouw) pas per 2022 ook een uiteenzetting van het beheerbudget betekenen. Voor verlichting is het verschil ruim €80.000. Net als bij groen en wegen geldt hiervoor dat er budgetgestuurd wordt gewerkt, terwijl de benodigde bedragen uitgaan van cycli. Het bedrag voor groepsremplace wordt (oneigenlijk) ingezet voor verledden. Hierdoor wordt een investering vanuit de exploitatie betaald.

Nu lijkt het budget redelijk kloppend, echter het gevolg is dat er al enkele jaren geen groepsremplace plaatsvindt. Dit is in toenemende mate terug te zien in het aantal storingen en meldingen. 33

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Voor bebording is het verschil beperkt. Het budget lijkt op orde omdat bij bebording relatief veel inzet van de eigen dienst plaatsvindt. Ook hier is de exacte inzet voor dit beheerproduct niet bekend. Er ontbreekt een investering voor vervangen van bebording door vernieling, diefstal of ouderdom. Wederom is hier een verklaring dat er budgetgestuurd wordt gewerkt, maar de bedragen uitgaan van theoretische cycli. Hiervan kan in de praktijk worden afgeweken. Ook zijn areaaluitbreidingen pas vanaf 2022 meegenomen in het beheerbudget. Conclusie: er is een verschil tussen het beschikbare en benodigde exploitatiebudget van €774.000. Dit verschil wordt grotendeels veroorzaakt door wegen (€500.000) en groen (€240.000). De verklaring hiervoor zit met name in het feit dat de inzet van medewerkers en materieel nog beperkt inzichtelijk zijn en de berekeningswijze van de Nota Kapitaalgoederen theoretisch is. In de praktijk kan het verschil daarom genuanceerder zijn, maar dat is nu niet herleidbaar en moet onderzocht worden. De verschillen willen in deze fase niet zeggen dat er direct extra budget aangevraagd moet worden om de openbare ruimte goed in stand te houden. Het zijn constateringen, die in praktijk anders kunnen zijn en nader onderzoek vereisen om dit inzicht te krijgen. Hiertoe zijn aanbevelingen gedaan in hoofdstuk 4.

34

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

35

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

4

Aanbevelingen Met het vaststellen van het huidige beleid en de actuele doorrekening van de budgetten geeft de gemeente invulling aan de stappen in het beheerproces. Algemeen Er wordt een methodiek ingezet die vanuit een eenvoudig te begrijpen systematiek, gebaseerd op Asset Management principes en ‘plan, do, check, act’, inzichtelijk maakt welke acties en stappen er nodig zijn om adequaat te beheren. Belangrijk is dan om de behaalde kwaliteit te meten, op basis van de resultaten en de gewenste bijdrage van beheer aan thema’s als biodiversiteit en toerisme bij te sturen op de bedrijfsvoering, burgers te betrekken bij het beheer (participatie) en om terug te koppelen aan het bestuur ten aanzien van de behaalde resultaten ten opzichte van de vastgestelde doelen. Op basis van duidelijke meetlatten is er met het huidige beleid eenduidig kwaliteitsbeeld afgegeven, Figuur 4.1 Beheermodel Antea Group waarmee bestuur, beheer en gebruikers geïnformeerd kunnen worden over werkwijze, beleid en stand van zaken en waarmee de uitgangspunten voor het gewenste beheerniveau van de kapitaalgoederen zijn vastgelegd. Dit is een eerste stap richting Asset Management.

➔ 1. Data op orde (actueel, betrouwbaar en compleet) krijgen a) De ontbrekende 300.000 m² wegareaal per verhardingstype opnemen in het beheersysteem Obsurv. b) Op dit moment maakt de beheerdata het niet mogelijk om op alle onderdelen te kunnen differentiëren op gebiedsniveau (onderscheid in kwaliteitsniveaus per gebied, bijvoorbeeld buiten de bebouwde kom een lager niveau dan binnen de bebouwde kom). Dit is over het algemeen wel het meest kosteneffectief, met beheersbare risico’s ten aanzien van kapitaalvernietiging, functionaliteit en veiligheid. Daarnaast kan er efficiënter een bijdrage worden geleverd aan bepaalde thema’s (bijvoorbeeld toerisme/fietsen -> differentiatie met een hoger niveau op fietspaden buiten de kom). c) Maatregelpakketten zijn niet of niet actueel opgenomen in het beheersysteem. Er is nu niet voldoende inzicht om het beheer goed door te rekenen. De oude prijspeilen moeten worden geactualiseerd om voor beheer en onderhoud realistische planningen en begrotingen te maken. d) Uitgevoerde werkzaamheden zoals uitvoering van reparaties, snoei aan bomen zijn niet actueel opgenomen in het beheersysteem. Het is sterk aan te bevelen om wel te doen vanwege de sturingsinformatie die dit oplevert en verantwoording van onderhoud.

e) Aanbevolen wordt om voor de projecten voor komende 10 jaar (woningbouw o.a.) inzichtelijk te maken, een prognose te doen op de uitbreiding van areaal (per beheergroep) en deze uitbreiding mee te nemen in de begroting. Zo blijft nieuwe areaaluitbreiding onderdeel van de uitzetting van beheerbudget.

36

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

➔ 2. Continueren monitoringprogramma Een B tot C kwaliteit met kans op een toename van risico’s op het gebied van veilig gebruik en kapitaalvernietiging vraagt erom nauwlettend de kwaliteit van het areaal in de gaten te houden, in relatie tot de beschikbare financiën, en hierover te rapporteren: a) Doorgaan met de jaarlijkse monitoring van de kwaliteit op basis van frequente seizoen gespreide (winter, lente, zomer en herfst) schouwen. De landelijk gehanteerde norm voor schouwen is om de technische staat van het groen, lichtmasten en de bankjes 1x per jaar te monitoren. Verzorging wordt bij voorkeur 3 tot 4 keer per jaar gemonitord. Daarmee kunnen trends worden bepaald en kan er gedurende het jaar - zo nodig - tijdig bijgestuurd worden om de kwaliteitsdoelen te behalen. Daarnaast worden de schouwresultaten doorgaans gebruikt voor de communicatie naar bestuur en inwoners. b) Uitvoeren van een tweejaarlijkse weginspectie om de kwaliteit van de wegen in beeld te brengen en de juiste keuzes voor het onderhoud te maken. Hiermee krijgt de beheerder inzicht in de benodigde werkzaamheden voor de komende jaren en kan tijdig bijsturing plaatsvinden. Na uitvoering van de weginspectie is het belangrijk een maatregeltoets uit te voeren om de beheeropgave exact te bepalen. c) Vinger aan de pols houden ten aanzien van de kwaliteit van kunstwerken en oevers.

Op dit moment is er ruim inzicht in de staat van het areaal op basis van de NEN-inspectie. ➔ 3. Inzicht in realiseren/onderhouden (kostenkant) a) Om beter inzicht te krijgen in de werking van de buitendienst ten aanzien van de kostenkant wordt aangeraden om de komende jaren inzet van medewerkers, materieel en andere bedrijfsmiddelen voor de verschillende beheergroepen en kostenplaatsen beter te registreren. Dit leidt tot meer grip op de onderhoudskosten klein onderhoud voor met name groen en wegen. ➔ 4. Overige financiële aanbevelingen De afschrijvingstermijnen voldoen niet (meer) aan de dagelijkse praktijk. Voorstel is de afschrijvingstermijnen aan te passen op basis van paragraaf 3.3. Hiervoor is het nodig de financiële verordening 2023 te wijzigen. De impact van deze afschrijvingstermijnen op de financiële huishouding moet doorgevoerd worden. b) De vervangingsinvesteringen worden niet per beheergroep toegerekend, maar komen in een algemene begrotingspost met kapitaallasten. Om beter inzicht te krijgen in de tenlastelegging van deze kosten in de exploitatie, is het aan te raden per beheergroep (wegen, kunstwerken) toe te rekenen. a)

➔ 5. Noodzaak implementatie beheerproces Met een weloverwogen keuze kan het beheerproces voor de komende jaren zorgvuldig ingericht worden. Daarbij is het belangrijk dat het beschikbare budget past bij de opgave. Anders is er geen zicht op de balans tussen kosten, resultaat en risico’s en kunnen achterstanden jaar op jaar oplopen. Met doelmatig beheer en onderhoud vanuit het kader dat de Nota Kapitaalgoederen geeft kan de beheerder aantonen dat hij grip heeft op: Figuur 4.2 efficiënt beheer is balans • Het areaal (alle te beheren areaal binnen de beheergroepen is aanbrengen vastgelegd); • De prestatie (het te realiseren kwaliteitsniveau dient te worden gemonitord en geëvalueerd); • De maatregelen die uitgevoerd moeten worden liggen vast op een meerjarenplanning; • De benodigde kosten in relatie tot de begroting.

37

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Het is belangrijk om de gevolgde systematiek en de bijbehorende stappen (zie ook bijlage 1) te borgen. Dit houdt in dat de volgende vervolgactiviteiten uitgevoerd moeten worden: a) Het vastgestelde kader en de gevolgde systematiek borgen in de organisatie om de vastgestelde doelstellingen te bereiken: draagvlak, commitment en kennis. De nota kapitaalgoederen wordt elke 4 jaar geactualiseerd vanaf heden. b) Halverwege de looptijd (2 jaar) wordt er op basis van actuele inspecties een review wegen uitgevoerd. Waarbij de kwaliteitsontwikkeling ten opzichte van het budget wordt gemonitord en een afstemming plaatsvindt tussen de wegen- en rioleringsplanning om toekomstige projecten en onderhoudswerken efficiënt en kostenbewust uit te voeren. Deze review kan aangevuld worden met jaarlijkse schouwresultaten. Daarmee wordt inzicht gegeven aan de Raad met betrekking tot de stand van zaken ten opzichte van het beleidskader. c) Op basis van de nota worden per beheergroep beheerplannen (4 jaar) en uitvoeringsplannen (1 jaar) opgesteld om het kader daadwerkelijk richting uitvoering te brengen, zodat de uitvoering buiten aansluit bij het vastgestelde kader. d) Jaarlijkse terugkoppeling naar het College van de schouwresultaten groen en verzorging en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot oevers, bruggen en wegen ten behoeve van de programmaverantwoording.

Figuur 4.3 Beheer en onderhoud is mooi werk!

38

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

39

Bijlage 1 Beheerproces (aanpak) In deze bijlage wordt toegelicht hoe het cyclische beheerproces in theorie wordt toegepast.

Het cyclische beheerproces in relatie tot kapitaalgoederen In het optimale cyclische beheerproces vormen zes aandachtspunten de basis voor professioneel en efficiënt beheer. Deze aandachtspunten maken onderdeel uit van de (jaarlijks) te doorlopen stappen.

Figuur: Beheermodel Antea Group

Beheerbeleid Om met het kader voor beheer en onderhoud aan te blijven sluiten bij gemeentelijke ontwikkelingen als de omgevingsvisie, is het van belang specifiek beheerbeleid en financiële kaders voor beheer op te stellen en actueel te houden. Dit noemen we de Nota Kapitaalgoederen (NKG). Het integrale beleidskader voor beheer wordt vastgesteld door het bestuur.

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Het is aan te raden dit beleid op te stellen voor een planperiode van 4 jaar. Immers, de wereld van beheer verandert (eisen en wensen, bestuurlijke doelen) en ook de toestand van het areaal wijzigt door gebruik, het toegepaste beheer en onderhoud en externe invloeden. De onderhavige Nota Kapitaalgoederen is hier de basis voor. Programmeren Beleid wordt vertaald naar beheerplannen of uitvoeringsplannen met daarin de benodigde beheermaatregelen op korte- en middellange termijn en de financiële behoefte (programmeren). Hiermee ontstaat eveneens tijdig inzicht in aankomende vervangingspieken. In deze fase bieden afstemmingsmogelijkheden tussen de beheerdisciplines en andere domeinen en projecten kansen om de leefomgeving zo weinig mogelijk te belasten en werk met werk te maken. Bijvoorbeeld tussen riolering en wegen. De stappen Beleid maken en Programmeren vormen de eerste fase van het beheerproces. Afspraken en inzichten worden met ‘beleid maken’ vastgelegd in de Nota Kapitaalgoederen. Hier dient een duidelijke (herleidbare en aantoonbare) koppeling te zijn tussen gemeentelijke doelen, beheerambitie en de financiële behoefte. Dit betreft inzicht in dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingen (met betrekking tot de maatregelen en het budget). Vervolgens wordt de ambitie geprogrammeerd in een beheerplan. Dit maakt geen onderdeel uit van deze notitie.

De beheerambitie is niet geheel vrijblijvend in te vullen. Zo is een gemeente verplicht areaal op deugdelijke wijze te onderhouden, de veiligheid te borgen en kapitaalvernietiging te voorkomen. Voorbereiden Met de programmering is duidelijk geworden welke activiteiten de komende jaren uitgevoerd moeten worden, om te voldoen aan het ambitieniveau. Deze werkzaamheden worden ondergebracht bij de eigen dienst, of worden met behulp van een bestek in de markt weggezet. Daarbij wordt gekeken of het mogelijk is om werkzaamheden te combineren, bijvoorbeeld in afstemming met de planning van de gemeentelijke watertaken (riolering), of met nieuwbouwprojecten vanuit RO (Ruimtelijke Ontwikkeling) om werk met werk te maken. Realiseren en onderhouden De werkzaamheden worden uitgevoerd door een aannemer, eigen dienst of werkvoorzieningsschap. Op het werk wordt toezicht gehouden, om te toetsen of de besteksvoorwaarden in acht worden genomen. De gemeente draagt de zorg dat het werk volgens de afgesproken kwaliteit wordt opgeleverd. Op basis van het uitgevoerd werk dient het beheersysteem up-to-date gehouden te worden. Dit geldt ook voor het vastleggen van inspectiehistorie. Monitoring Periodiek wordt er op basis van inspecties en schouwen geanalyseerd of de toestand van de kapitaalgoederen op zich en de leefomgeving als geheel voldoet aan de vastgestelde ambitie.

Evaluatie Deze informatie biedt mogelijkheden om beleid bij te sturen, de interne processen te verbeteren of financiën bij te stellen.

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Meetlatten Het huidige beleid (zie paragraaf 1.4 onder beleidsdoelstellingen) is opgesteld en wordt uitgevoerd aan de hand van meetlatten die verschillende kwaliteitsniveaus weergegeven in norm, beschrijving en beeld voor zowel de technische kwaliteit (heel en veilig) als voor de verzorging (schoon en netjes). Deze kwaliteitsniveaus zijn per beheergroep aangegeven. In de standaard kwaliteitscatalogus is voor verschillende onderdelen van de openbare ruimte de kwaliteit vastgelegd in een 5-schaal: de kwaliteitsmeetlat. Om een indruk te krijgen is in het onderstaande figuur per kwaliteitsniveau een impressie gegeven van asfaltverharding. Zeer hoog betreft hier een A+ kwaliteit, hoog een A, basis een B, laag een C en zeer laag een D kwaliteit.

Figuur: Voorbeeld meetlat voor asfaltwegen

Om een bepaalde kwaliteit in de openbare ruimte te realiseren zijn verschillende ambitieniveaus te onderscheiden. Deze zijn vastgelegd in de CROW-kwaliteitscatalogus2. De kwaliteitsniveaus van de openbare ruimte zijn als volgt te typeren: Niveau A+ A B C D

Algemene beschrijving Uitstekend onderhouden, als nieuw Goed onderhouden, bijna niets op aan te merken Voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken Sober tot voldoende, enige achterstanden bij het onderhoud Onvoldoende onderhouden, flinke achterstanden, kapot

Elk kwaliteitsniveau bevat omschrijvingen en criteria met meetbare en toetsbare normen. Daarmee zijn de kwaliteitsniveaus meetbaar, zodat de kwaliteitskeuzes eenduidig zijn vastgelegd 2

CROW bedenkt slimme en praktische oplossingen voor vraagstukken over infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer in Nederland

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

en worden toegepast in beleid en realisatie en getoetst kunnen worden. De gemeente doet dit bijvoorbeeld al door het uitvoeren van een schouw binnen het groene areaal. Het uitgangspunt is dat bij C en D niveaus de risico’s op onveilige situaties oplopen door de staat van het onderhoud van het areaal of kapitaalvernietiging kan optreden. Op basis van de BBV en de eisen van de toezichthouder (provincie) moet kapitaalvernietiging te allen tijde voorkomen worden.

De relatie tussen beheerkosten en kwaliteitsniveaus (theorie) De kwaliteit van de (nieuw aangelegde) infrastructuur verloopt logischerwijs in de tijd. In theorie begint nieuwe aanleg op een (zeer) hoog niveau (A en A+) en daalt de kwaliteit, tot het moment van onderhoud plegen. In de praktijk wordt dit niveau niet altijd gehaald. Het moment van onderhoud is gebaseerd op de minimaal geaccepteerde kwaliteit en dus op kwaliteitskeuzes in het beleid. De relatie tussen het verloop van de kwaliteit en de onderhoudskosten is lastiger. De twee meest voorkomende situaties zijn: ▪

▪

De kosten dalen bij een lagere kwaliteit (met dus een later ingrijpmoment). Een lagere kwaliteit accepteren betekent in dit geval minder inspanning leveren waardoor het onderhoud goedkoper is. De kosten dalen tot een bepaald niveau en gaan dan weer stijgen. Dit is een zeer veel voorkomend effect in het beheer en onderhoud. De term ‘economisch minimum’ wordt gebruikt voor het onderste punt. De kosten nemen toe bij een lagere kwaliteit doordat: 1.

2. 3.

Later ingrijpen, vraagt een onderhoudsmaatregel die relatief duurder is dan de maatregel bij eerder ingrijpen voor een hogere kwaliteit. Dit is op basis van ervaring goed te voorspellen en in deze gevallen ligt het kiezen voor een lagere kwaliteit dus niet voor de hand. Een voorbeeld is het technisch onderhouden van asfalt (verhoogt risico op het ontstaan van kapitaalvernietiging). Ten gevolge van uitgesteld onderhoud is naarmate de tijd verstrijkt een steeds 'zwaardere' maatregel nodig om weer een goed B niveau te bereiken. Dit mechanisme geldt niet voor alle onderdelen binnen de infrastructuur. Bijvoorbeeld niet voor verkeersborden, maar zeker wel voor asfaltverharding en onderdelen binnen het groenbeheer. Er meer niet gepland ingrijpen en onderhoud nodig is, zoals het uitvoeren van noodreparaties. Denk bijvoorbeeld aan winterschade. De kwaliteit zo ver daalt dat deze niet meer te verbeteren is met een beheermaatregel, maar vraagt om vervanging van de hele voorziening. Denk bijvoorbeeld aan het instorten van een weggedeelte. Er is geen ruimte voor preventief onderhoud, bv. sealen deklagen asfalt.

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Bovenstaande wordt geïllustreerd in de grafiek:

Figuur: Ingrijpmomenten in de tijd

Bij de laatste twee ingrijpmomenten is de voorspelbaarheid minder omdat het gaat om risico’s die wel of niet optreden. Omdat beheerders deze situaties proberen te voorkomen is er weinig praktijkervaring met dergelijke strategieën. De kosten ervan zijn daardoor niet goed in te schatten. Conclusie: om de kwaliteit binnen de bandbreedte van de kwaliteitsafspraken te houden is het aan te raden op het juiste moment in te grijpen met een passende maatregel. Door op het juiste moment in te grijpen, wordt voorkomen dat kwaliteit onder het afgesproken niveau komt en er een duurdere maatregel nodig is om de gewenste kwaliteit te behalen. Het moment van ingrijpen en de zwaarte van de maatregel wordt bepaald aan de hand van stuurinformatie uit planningen, inspecties en schouwresultaten. Ook klachten en meldingen kunnen hiervoor een belangrijke graadmeter zijn. Het is dus belangrijk dat er voldoende inspecties worden gedaan én dat planningen aan de hand van inspecties worden op- en bijgesteld. Metafoor: onderhoud van een kozijn Het op tijd reinigen en schilderen van het kozijn verlengt de levensduur. Reinigen en schilderen zijn daarbij een relatief goedkope maatregel.

1) Zodra schoonmaakbeurten en schilderbeurten worden overgeslagen, of uitgesteld treedt het verval (er ontstaan kale plekken, er trekt vocht in en het gaat rotten) eerder in en is er een duurdere ingreep nodig om het kozijn weer in goede staat te brengen. 2) Rotte plekken worden uitgekapt en vervangen, gaten worden opgevuld met kneedbaar hout, er wordt bijgeschaafd. 3) Veel eerder dan gepland, is het kozijn aan volledige vervanging toe.

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Financiering: Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De gemeente heeft een groot vermogen geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in de openbare ruimte: bruggen en beschoeiing, groen en wegen. Deze kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het wonen, werken, winkelen en recreëren. De afschrijvingstermijn is een belangrijke factor in de hoogte van de kapitaalslasten. De afschrijvingstermijnen voor gemeente De Wolden zijn opgenomen in bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 7 van de Financiële Verordening 2023. In paragraaf 3.3 gaan we hier nader op in. Onderhoud is noodzakelijk vanuit de zorgplicht voor de veiligheid van alle gebruikers. Maar, er is ook een financiële verantwoordingsplicht van de gemeente voor deze kapitaalgoederen. Het BBV onderscheidt hierbij twee typen: ▪ Met economisch nut: Dit zijn de kapitaalgoederen waar je inkomsten uit kunt genereren. Voor de openbare ruimte gaat dit bijvoorbeeld om het rioolstelsel en begraafplaatsen. Hier kun je immers heffingen en rechten voor innen. Het BBV stelt dat deze investeringen geactiveerd moeten worden, mits er is voldaan aan de criteria van investeren. In de financiële verordening 2023 is vastgelegd dat activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 niet worden geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen.

▪ Met maatschappelijk nut: Dit zijn kapitaalgoederen waar geen inkomsten uit te halen zijn, maar die wel duidelijk een publieke functie hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om wegen, water en groenvoorzieningen. Met ingang van 2023 moeten deze investeringen ook worden geactiveerd, mits er is voldaan aan de criteria van investeren. In de financiële verordening 2023 is vastgelegd dat de maximale afschrijvingstermijn voor de beheergroepen 20 jaar betreft. Financieren van beheer Grofweg kun je beheer- en onderhoudsmaatregelen op drie manieren financieren: ▪ Je betaalt de maatregelen direct vanuit je jaarlijkse beschikbare budget (exploitatie) – groenbeheer: uitvoeren van terugkerende cyclische maatregelen, maar ook bijvoorbeeld klein onderhoud aan verhardingen; ▪ Je hebt ervoor gespaard en betaalt de maatregelen daarvan (voorziening of reserve) – wegbeheer: fluctuaties in de planning worden zo opgevangen; ▪ Je leent er geld voor (activeren) – kunstwerken: betalen voor een vervanging van een brug. Activeren wil zeggen dat je een grote uitgave niet direct betaalt uit je beschikbare middelen (de exploitatie) maar dat je het geld hiervoor leent en de investering over de komende jaren gaat afschrijven (de afschrijvingsperiode) via een jaarlijks bedrag aan aflossing en rente (de kapitaallasten). Deze kapitaallasten komen vervolgens wel ten laste van de exploitatie.

De BBV eist dat er bij activeren sprake moet zijn van het toevoegen van waarde: een investering. Onderhoud of investering? In de praktijk van alledag worden de termen groot onderhoud en vervangen vaak door elkaar gebruikt. Tot 2017 was het verschil ook minder van belang, maar nu is het onderscheid tussen onderhoud en vervanging cruciaal, vanwege de regels die de BBV stelt aan de financiering van de kosten. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur.

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of algehele vervanging zoals rehabilitatie van een weg. Maar ook groot onderhoud aan een bestaand object geldt als investering, als dat leidt tot: ▪ Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de herinrichting van een weg/kunstwerk); ▪ Een levensduurverlenging (bijvoorbeeld de vervanging van openbare verlichting door LED); ▪ Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijvoorbeeld investeringen in een brug of brugwachtershuisje om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften). Samengevat betekent dit: ▪ Beheer, klein onderhoud en ‘niet levensduur verlengend groot onderhoud’ mag niet geactiveerd worden. ▪ Levensduur verlengend of kwaliteit verbeterend groot onderhoud en vervangingen moeten worden geactiveerd.

Bijlage 2 Kader voor beheer en onderhoud Wet- en regelgeving Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze weten regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. In deze bijlage wordt de meest relevante wet- en regelgeving beschreven, die uitgangspunt vormt voor het beheer en onderhoud in de gemeente De Wolden. Wegenwet De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de openbare wegen (tevens van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet Artikel 15 1. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat bestemd is tot een openbare weg. 2. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg (inclusief bijbehorende duiker) te onderhouden, wanneer zij een openbare weg gedurende tien achtereenvolgende jaren heeft onderhouden, ook al was bij de aanvang van die tien jaren de weg nog niet openbaar. 3.

Tot het onderhoud van een weg als in het eerste en het tweede lid bedoeld, behoort mede het onderhoud van de bijbehorende berm of bermsloot, echter slechts voor zover het onderhoud van de berm of de bermsloot een bijdrage levert aan de instandhouding en de bruikbaarheid van de weg en voor zover het onderhoud niet, uit welke hoofde ook, tot de verplichting van anderen behoort. Artikel 16 De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of ene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven, verkeren in goeden staat. In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de wegenwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte en dat de aansprakelijkheid bij optredende schade door het niet voldoen aan deze zorgplicht geregeld is in het Burgerlijk Wetboek. De algemene aansprakelijkheidsregeling staat in artikel 6:162 (zie verderop in deze bijlage). Waterwet De Waterwet regelt het beheer van regen- en grondwater en verbetert de samenhang tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Traditioneel ging waterbeheer vooral over beheer van meren, waterwegen, havens en kunstwerken (bijvoorbeeld baggeren en beschoeiing). Tegenwoordig strekt de zorgplicht zich ook uit tot hemel- en grondwater.

In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de waterwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte die de afstroming/opvang

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

van hemelwater, de kwaliteit en peil van het grondwater en de afvoer van afvalwater regelen. Deze zorgplicht heeft met name impact op het Watertakenplan. Wet Natuurbescherming In het verleden beschermde de Boswet bomen en houtopstanden in het buitengebied met als doel te voorkomen dat het bestaande bosareaal verder afneemt. In algemene zin hield dit in dat de beheerder moest voorkomen dat het bestaande bosareaal in het buitengebied afneemt, of alternatieven moet bieden. Sinds 1 januari 2017 is de Boswet opgehouden te bestaan en is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Boswet is vrijwel geheel ondergebracht in de nieuwe Wet natuurbescherming. De belangrijkste elementen van de Boswet zijn onveranderd opgenomen in de nieuwe wet: de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. Ook wordt de bescherming van soorten geregeld. Op de lijst van beschermde soorten staan alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en een aantal vissen, libellen, vlinders en plantensoorten. Dit maakt de lijst zo breed dat bij alle werkzaamheden in het groen; bossen, natuurterreinen en parken, rekening moet worden gehouden met de Flora- en Faunawet. De wet kent een zorgplicht. Hierbij moet voldoende zorg in acht genomen worden voor in het wild levende dieren en planten.

Om helder te krijgen wat 'voldoende zorg' is, wordt er gewerkt met gedragscodes. Deze gedragscodes worden door beheerders en beschermingsorganisaties gezamenlijk opgesteld. Het Ministerie van EL&I3 moet ze vervolgens goedkeuren. Werken volgens een goedgekeurde gedragscode betekent dat je, volgens het Ministerie, voldoet aan de zorgplicht. Het Ministerie heeft daarom de gedragscodes opgenomen in het Besluit vrijstelling dier- en plantensoorten. Als de beheerder volgens een goedgekeurde gedragscode werkt, heeft hij/zij vrijstelling van het verbod op doden, verstoren en beschadigen. Zorgplicht t.a.v. bomen4 Uit bovenstaande artikelen is ook de zorgplicht ten aanzien van bomen voortgekomen. Het woord zorgplicht is niet letterlijk genoemd, maar is ontstaan in de rechtspraak. Er zijn drie vormen van zorgplicht. De algemene zorgplicht bestaat eruit dat er sprake moet zijn van regulier en regelmatig onderhoud en uitwendige controle op gebreken aan de boom (de zogenaamde boomveiligheidscontrole). Afhankelijk van leeftijd, boomsoort, omvang en groeiplaats gaat het dan over jaarlijkse tot vijfjaarlijkse controles. Wanneer de boom op een plaats staat waarbij is te voorzien dat bij omvallen of afbreken van een tak er aanzienlijke schade kan ontstaan, dan is er sprake van verhoogde zorgplicht.

Een dergelijke boom moet minstens jaarlijks worden gecontroleerd en behoeft eventueel extra onderhoud. Ook geldt er een onderzoeksplicht. Wanneer uitwendige gebreken worden geconstateerd of andere aanwijzingen bestaan over een gebrek, dan dient een nader onderzoek plaats te vinden.

3 Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie 4 bron: www.bomenrecht.nl

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen De veiligheid van speeltoestellen is geregeld in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Dit Warenwetbesluit heeft betrekking op het ontwerp- en fabricageproces, de keuring voor de ingebruikname, Nederlandstalige gebruiksaanwijzing met aanwijzingen, veiligheidsinstructies, waarschuwingen en andere relevante informatie, het bijhouden van een logboek of actueel dossier en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen is van toepassing op onder andere speeltoestellen in de publieke ruimte. In het WAS is de definitie van een speeltoestel: inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Burgerlijk Wetboek Een bijzondere algemene aansprakelijkheidsregel wordt gevonden in het Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174: Artikel 6:162 1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. 2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. 3.

Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Artikel 6:174 1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. 2. Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht. Bij openbare wegen rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN E. aale.boek@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101815/2