CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Kapitaalgoederen - De Wolden 2026 - 2029

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 30 oktober 2025, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststellen ‘nota kapitaalgoederen’14.707 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Grip op de openbare ruimte

projectnummer 0479372.100 concept 25 november 2022

Nota Kapitaalgoederen 2026 - 2029 Grip op de openbare ruimte Gemeente De Wolden

Projectnummer: 500501.100 Datum: 26 augustus 2025 Revisie: definitief concept 1.0

Nota Kapitaalgoederen 2026 t/m 2029 Grip op de openbare ruimte

projectnummer 0500.501.100 definitief concept 26 augustus 2025

Auteurs A. Boek L. Bos

Opdrachtgever Gemeente De Wolden Raadhuisstraat 2 7921 GD ZUIDWOLDE DR

Foto’s Oscar Mulder – Gemeente De Wolden (tenzij anders vermeld)

datum vrijgave 26 aug ‘25

beschrijving revisie Definitief concept 1.0

gecontroleerd Aale Boek

vrijgave Oane Hornstra

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

3

Gehanteerde bronnen en begrippen

9

1

Inleiding

12

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding Doelstelling Planvorming Gemeentelijke programma’s en beleidsdoelstellingen Projectscope: waar hebben we het eigenlijk over? Leeswijzer

13 13 14 14 15 16

2

Huidige situatie

18

2.1 2.2 2.3 2.4

Areaal Huidige budget Kwaliteit Ontwikkelingen

18 20 20 21

3

Financiële doorrekening

25

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Algemene uitgangspunten Financiële uitgangspunten Uitgangspunt afschrijvingstermijnen Huidige ambities en berekende financiële middelen Financiële conclusies

25 26 29 30 32

4

Aanbevelingen

36

Bijlage 1 Beheerproces (aanpak)

40

Bijlage 2 Kader voor beheer en onderhoud

47

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Managementsamenvatting Voor u ligt de Nota Kapitaalgoederen 2026 - 2029 (hierna Nota Kapitaalgoederen of NKG genoemd). Met deze nota worden de benodigde financiële middelen afgestemd op de vastgestelde ambities. Het vigerende beleid voor de openbare ruimte is hierbij het uitgangspunt. In 2023 hebben de beheerders van de openbare ruimte in De Wolden samen gewerkt aan het opstellen van het werkdocument Nota Kapitaalgoederen, als opmaat voor deze actuele en volledige Nota. In het werkdocument zijn aanbevelingen gedaan rondom de actualiteit en compleetheid van de data, het inzicht in de huidige kwaliteit (monitoringsprogramma) en inzicht in kosten en financiën (bijvoorbeeld afschrijvingstermijnen). In de afgelopen periode is op basis van deze aanbevelingen hard gewerkt om de benoemde onderdelen op orde te krijgen. Om deze onderhavige NKG op te stellen is uitgegaan van de meest actuele uitgangspunten en een nieuwe doorrekening. Natuurlijk wordt verder gewerkt aan het vervolmaken van het op orde krijgen van de data. Zo wordt er ook gewerkt aan een actuele wegenlegger. Met de NKG is aantoonbaarheid en herleidbaarheid van beleid, kosten en effectiviteit geborgd en kan met toekomstige beheerstrategieën in relatie worden gelegd met gemeentelijke doelen.

De NKG in combinatie met de vervolgstappen en meetmomenten, maakt aantoonbaar en herleidbaar dat het onderhoud van de kapitaalgoederen op een effectieve en doelmatige wijze wordt uitgevoerd, waarmee invulling wordt gegeven aan de leefbaarheid in wijken en dorpen. Aanleiding Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een gemeentelijke kerntaak. Een goede openbare ruimte draagt bij aan het welzijn en de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte. Daarnaast is een functionele en goed onderhouden openbare ruimte van groot economisch belang en dragen deze ertoe bij dat gemeente De Wolden een aantrekkelijke plaats is om te wonen, te recreëren en in te investeren. De openbare ruimte bestaat voor een groot deel uit kapitaalgoederen (de assets van de leefomgeving). Kapitaalgoederen zijn door de gemeente aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die de infrastructuur vormen, waarop en waarin een gemeenschap functioneert en zich beweegt. Bijvoorbeeld wegen, bruggen, openbare verlichting en openbaar groen. Doel Er wordt inzichtelijk gemaakt wat het kost om het huidige areaal te onderhouden (dagelijks en planmatig onderhoud) en de nodige vervangingsmaatregelen uit te voeren. Doorrekeningen op basis van omvormingen en het toepassen van een andere inrichting worden buiten beschouwing gelaten. DOEL: de benodigde financiële middelen afstemmen op de vastgestelde ambities.

Het vigerende beleid voor de openbare ruimte is hierbij het uitgangspunt.

3

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Binnen de huidige inrichting van de openbare ruimte in gemeente De Wolden is het volgende beleidskader leidend.

B betekent een basisniveau (voldoende onderhouden, weinig achterstand), A betekent een hoog niveau (goed onderhouden, geen achterstanden) en C betekent een laag niveau (sober onderhouden, aanzienlijke achterstand). Het uitgangsprincipe van het huidige beleid is de beperking van de inzet aan middelen tot het zoveel mogelijk voorkomen van veiligheidsrisico’s en kapitaalvernietiging. Er is sprake van gedifferentieerd beheer. De kapitaalgoederen op bedrijventerreinen worden op een C niveau (laag) onderhouden. Dit geldt zowel voor de technische staat als de verzorgingsgraad. Daarmee is er een verhoogde kans op risico’s door onvoldoende onderhoud binnen dit functiegebied en daarmee versnelde afschrijving. Hoe ligt de openbare ruimte erbij? Het inzicht in de staat van onderhoud van een object op basis van inspectie of kwaliteitsmeting (schouw) is eveneens belangrijk voor het blijvend veilig kunnen gebruiken van de objecten, het kostenefficiënt inplannen van noodzakelijk onderhoud en het voorkomen van kapitaalvernietiging. Daarom moet het areaal gemonitord worden. Dit leidt tot stuurinformatie. Onderhoud kan uitgevoerd worden op basis van reële inzichten (kwaliteit, hoeveelheden) in de werkelijke situatie buiten.

In deze nota betreft de scope de volgende beheergroepen: Technische staat (heel en veilig) ▪ Civieltechnische kunstwerken en oevers (in goede tot matige staat); ▪ Verharding (in het algemeen in goede staat, de achterstand in < 10%); ▪ Verlichting (incidenteel onderhoud uitgevoerd op basis van storingen en meldingen); ▪ Groen (in goede tot redelijke staat. 16% van het areaal beplanting scoort slecht). Verzorging (schoon en netjes) ▪ Onkruid en zwerfvuil in het groen (de openbare ruimte ligt er op basis van een beleidsschouw (2024) over het algemeen op een gemiddeld B-niveau bij; ▪ Onkruid en zwerfvuil op verharding (de openbare ruimte ligt er op basis van een beleidsschouw (2024) over het algemeen op een gemiddeld B-niveau bij). Ambitie op basis van huidig beleid en financiën Het huidige beleid vormt ook het beleidskader voor de periode 2026 - 2029. Bij de theoretische berekening van het benodigde budget voor het instandhouden van de openbare ruimte, is gerekend met de kennisbank van Antea Group. In deze kennisbank zijn eenheidsprijzen voor alle objecten van de openbare ruimte opgenomen.

4

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

In de tabel is de gewenste kwaliteitsambitie van het huidige beleid weergegeven. Te zien is dat voor de hele gemeente, met uitzondering van bedrijventerreinen het B niveau (basis) wordt nagestreefd.

Buitengebied

Centra

Groengebied

Hoofdwegen

Woongebied

Civieltechnisch Civieltechnische kunstwerken

Bedrijventerrein

Het bedrijventerrein krijgt kwaliteitsniveau C (laag). In de kolommen (rechts) zijn de kosten per beheergroep opgenomen, onderverdeeld in onderhoudskosten (te dekken uit de exploitatie) en vervangingen (te activeren, waarbij er kapitaalslasten drukken op het exploitatiebudget). De getoonde kosten voor de vervangingen hoeven dus niet 1 op 1 in de begroting te staan, omdat het de investeringsbedragen (en niet de kapitaalslasten) betreft, die separaat worden aangevraagd. Uitzonderingen zijn het groen, openbare verlichting en bebording, daar vindt geen activering plaats en worden investeringskosten rechtstreeks uit de exploitatie gefinancierd. De bedragen betreffen gemiddelde kosten per jaar.

C

B

B

B

B

B

Kosten per beheergroep Onderhoud (exploitatie) €

€

109.250

1.309.770

€

1.837.809

46.636

€

321.968

880.996

€

1.565.639

€

40.000

€

-

€

227.740

€

-

€

10.000

€

-

577.493

€

150.000

49.780

€

15.987

€

283.248

€

18.561

B

€

506.501

€

23.653

B

B

€

150.273

€

98.811

B

B

B

€

23.619

€

12.411

B

B

B

B

€

201.129

€

-

B

B

B

B

B

€

6.762

€

25.868

B

B

B

B

B

€

€

204.446

€

97.557

Wegen Asfalt

C

B

B

B

B

B

€

Beton

C

B

B

B

B

B

€

Elementen

C

B

B

B

B

B

€

Half- en onverhard

C

B

B

B

B

B

Klein onderhoud

C

B

B

B

B

B

Kleine duikers Groen Bomen

C

B

B

B

B

B

C

B

B

B

B

B

€

Plantsoen (natuurlijke beplant.)

C

B

B

B

B

B

€

Gras

C

B

B

B

B

B

Bermen

C

B

B

B

B

Beplanting (cultuurlijk)

C

B

B

B

Hagen

C

B

B

Sloten

C

B

Meubilair

C

Openbare verlichting Lichtmasten

C

Verkeersborden Borden en dragers

139.767

Vervanging (activeren)

Technische staat

Technische staat

Technische staat

178.148

Technische staat

C

B

B

B

B

B

€

12.170

Verzorging Verzorging verharding

C

-

B

B

B

B

€

264.000

Verzorging groen

C

B

B

B

B

B

€

737.545

Verzorging

Subtotaal civiele kunstwerken

€

139.767

€

109.250

Subtotaal wegen

€

2.779.142

€

3.725.416

Subtotaal groen*

€

2.881.642

€

-

Subtotaal openbare verlichting*

€

382.594

€

-

Subtotaal bebording*

€

109.727

€

-

Totalen per jaar

€ 6.292.871

€ 3.834.666

* De vervangingen voor groen, openbare verlichting en bebording worden niet geactiveerd. Deze kosten worden gedekt uit het onderhoudsbudget (exploitatie) en zijn hier bij de subtotalen opgeteld.

5

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Het huidige exploitatiebudget bedraagt €5.518.500. Dit leidt tot een afwijking van circa €774.000. In onderstaande tabel is dit uitgesplitst naar beheergroep. Discipline Civieltechnisch Wegen Groen Openbare verlichting Bebording

Benodigd € 139.767 € 2.779.142 € 2.881.642 € 382.594 € 109.727

Beschikbaar € 147.600 € 2.280.000 € 2.638.700 € 300.600 € 152.200

Verschil € 7.833 € -499.142 € -242.942 € -81.994 € 42.473

Totaal

€

€

€

6.292.871

5.519.100

-773.771

Er is een verschil tussen het beschikbare en benodigde exploitatiebudget van €774.000. Dit verschil wordt grotendeels veroorzaakt door wegen (€500.000) en groen (€240.000). De verklaring hiervoor zit met name in het feit dat de inzet van medewerkers en materieel nog beperkt inzichtelijk zijn en de berekeningswijze van de Nota Kapitaalgoederen theoretisch is. In de praktijk kan het verschil daarom genuanceerder zijn, maar dat is nu niet herleidbaar en moet onderzocht worden. De vervangingsinvesteringen bedragen jaarlijks gemiddeld ongeveer €3.800.000. Dit vertaalt zich in een gemiddelde kapitaalslast van €306.500 voor de periode 2026 - 2029 (€298.000 voor wegen en €8.500 voor kunstwerken). Het is niet bekend hoe deze lasten zich verhouden tot het beschikbare budget, omdat de kapitaalslasten in de Wolden niet worden onderverdeeld naar beheergroep. Indien de huidige afschrijvingstermijnen van 20 jaar worden gebruikt voor dezelfde vervangingsinvesteringen zijn de gemiddelde kapitaallasten aanzienlijk hoger: €679.000 per jaar (lineaire afschrijving, 2% rente per jaar). Tijdens het onderzoek is gebleken dat niet alle investeringen zijn opgenomen als investering, met als gevolg dat er geen kapitaallasten zijn opgenomen in de exploitatie. Tevens zijn investeringswerkzaamheden (levensduur verlengend, b.v. slijtlagen wegen) in de exploitatie opgenomen.

Het verschil tussen voorgestelde en vastgestelde afschrijvingstermijnen is hierdoor niet te kwantificeren. ➔ Conclusie: verklaring/onderbouwing financiële verschillen per beheergroep Er is een negatief verschil (tekort) tussen het benodigde en beschikbare budget. Veel beheerorganisaties hebben hier mee te maken. De benodigde bedragen zijn theoretisch: wat zou een gemeente nodig hebben om het areaal in stand te houden op het gekozen niveau. In de praktijk worden soms andere keuzes gemaakt, door bijvoorbeeld budgetgestuurd te werken, bezuinigingsrondes of dat het te onderhouden areaal is uitgebreid maar er geen extra budget voor beschikbaar is gesteld. Ook zijn er specifieke verklaringen per beheergroep voor bovenstaande verschillen. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Aanbevelingen Met het vaststellen van het huidige beleid en de actuele doorrekening van de budgetten geeft de gemeente invulling aan de stappen in het beheerproces. Op basis van duidelijke meetlatten is er met het huidige beleid eenduidig kwaliteitsbeeld afgegeven, waarmee bestuur, beheer en gebruikers geïnformeerd kunnen worden over werkwijze, beleid en stand van zaken en waarmee de uitgangspunten voor het gewenste beheerniveau van de kapitaalgoederen zijn vastgelegd. Dit is een eerste stap richting Asset Management.

6

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Aan de volgende aanbevelingen wordt in de periode 2026 – 2029 inhoud gegeven: ➔ 1. Data op orde (actueel, betrouwbaar en compleet) krijgen Differentiatie op gebiedsniveau mogelijk maken in de data, maatregelpakketten actualiseren en opnemen in beheersysteem, actuele uitgevoerde werkzaamheden vastleggen in beheersysteem, projecten voor de komende 10 jaar in beeld brengen om de areaaluitbreidingen inzichtelijk te maken. ➔ 2. Continueren monitoringprogramma Een B tot C kwaliteit met kans op een toename van risico’s op het gebied van veilig gebruik en kapitaalvernietiging vraagt erom nauwlettend de kwaliteit van het areaal in de gaten te blijven houden, in relatie tot de beschikbare financiën, en hierover te rapporteren met een jaarlijkse monitoring op onder andere groen en verzorging, een tweejaarlijkse weginspectie en vinger aan de pols te houden bij de kunstwerken. ➔ 3. Inzicht in realiseren/onderhouden (kostenkant) Om beter inzicht te krijgen in de werking van de buitendienst ten aanzien van de kostenkant wordt aangeraden om de komende jaren inzet van medewerkers, materieel en andere bedrijfsmiddelen voor de verschillende beheergroepen en kostenplaatsen beter te registreren. Dit leidt tot meer grip op de onderhoudskosten klein onderhoud voor met name groen en wegen. ➔ 4.

Overige financiële aanbevelingen Actualiseren van de afschrijvingstermijnen door aanpassing van de financiële verordening 2023 en de vervangingsinvesteringen toe te rekenen naar beheergroep. ➔ 5. Noodzaak implementatie beheerproces Met een weloverwogen keuze kan het beheerproces voor de komende jaren zorgvuldig ingericht worden. Daarbij is het belangrijk dat het beschikbare budget past bij de opgave. Anders is er geen zicht op de balans tussen kosten, resultaat en risico’s en kunnen achterstanden jaar op jaar oplopen. Met doelmatig beheer en onderhoud vanuit het kader dat de Nota Kapitaalgoederen geeft kan de beheerder aantonen dat hij grip heeft op: • Het areaal (alle te beheren areaal binnen de beheergroepen is vastgelegd); • De prestatie (het te realiseren kwaliteitsniveau dient te worden gemonitord en geëvalueerd); • De maatregelen die uitgevoerd moeten worden liggen vast op een meerjarenplanning; • De benodigde kosten in relatie tot de begroting.

7

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

8

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Gehanteerde bronnen en begrippen Bronnenlijst ▪ Programmabegroting 2024 – 2027 gemeente De Wolden; ▪ Toekomstvisie 2022-2040 ‘Samen aan zet’; ▪ Collegeprogramma De Wolden geeft energie! 2022-2026; ▪ Begroting SWO DWH 2025; ▪ Financiële verordening De Wolden, 2023; ▪ Voorstel afschrijvingstermijnen juni 2025; ▪ Kennisbank Antea Group; ▪ Beheermodel ‘de Wereld van Beheer van Antea Group’; ▪ Visuele weginspectie (20221) en Kwaliteiten & Financiën De Wolden rapport Sweco (2025); ▪ Instandhoudingsinspectie en technische inspectie Kunstenwerken Westenberg (2022); ▪ Beleidsmonitoring integraal beeld openbare ruimte (schouw over 2024). Begrippenlijst Asset Management De infrastructuur die de gemeente beheert, is van enorme waarde. Daar willen gemeente en beheerders verantwoord en slim in investeren. Passend bij organisatiedoelstellingen, budgetten en de ontwikkelingen die worden voorzien. Hoe wordt onderhoud of vervanging geprioriteerd, welke risico’s zijn aanvaardbaar en welke prestaties worden verwacht? Met de term Asset Management wordt het managen hiervan aangeduid. Deze Nota Kapitaalgoederen vormt een eerste aanzet om Assetmanagement in de organisatie te implementeren. Infrastructuur Het totaal aan objecten en voorzieningen in de leefomgeving.

Deze objecten en voorzieningen staan vaak met elkaar in verbinding (bijvoorbeeld wegen en bruggen) en zorgen ervoor dat de maatschappij kan functioneren, als het gaat om de mobiliteit in de openbare ruimte. Kapitaalgoederen Een kapitaalgoed heeft een langdurig economisch of maatschappelijk nut en hebben een hoge financiële (vervangings)waarde. Gebruikers hebben daarbij verschillende doelen zoals ontmoeten, ontspannen, sporten, spelen. De openbare ruimte is dan ook van groot belang voor een leefbare gemeente en gemeenschap. Daarnaast heeft de gemeente vanuit diverse wetgeving ook (zorg)plichten om in ieder geval veilig gebruik van de openbare ruimte voldoende te borgen. In de openbare ruimte vormen de objecten in de leefomgeving een belangrijk onderdeel. Bijvoorbeeld wegen, een brug, maar ook voor bomen en gras. Deze onderdelen van de openbare ruimte dragen integraal bij aan het functioneren van de gemeente en haar gemeenschap in sociaal en economisch opzicht. Kortom: ze leveren een bijdrage aan gezonde en leefbare wijken en dorpen. Besluit Begroting en verantwoording (BBV) Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) art.

12, lid 2 moet in de begroting ten aanzien van het onderhoud van tenminste wegen, riolering, water, groen en gebouwen worden aangegeven: het actueel beleidskader, het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau en de vertaling van de financiële consequenties van het door de raad vastgesteld kwaliteitsniveau in de begroting.

1

De meest actuele weginspectie is verwerkt in het beheersysteem, maar nog niet gekoppeld aan uitvoeringsmaatregelen. 9

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Afschrijvingstermijn Een afschrijvingstermijn verwijst naar de periode waarin de waarde van een kapitaalgoed wordt afgeschreven. In het beheer van de openbare ruimte worden afschrijvingstermijnen vaak toegepast op infrastructuur (kapitaalgoederen), gebouwen, voertuigen en andere duurzame activa. Deze termijn geeft de geschatte levensduur van het actief aan over de periode waarin het wordt gebruikt. Het begrip afschrijvingstermijn is essentieel voor een effectief financieel beheer en planning binnen de context van het beheer van de openbare ruimte, omdat het helpt bij het verstandig toewijzen van middelen en het behouden van de kwaliteit van activa over hun levensduur. CROW De naam CROW is oorspronkelijk een afkorting van Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Deze landelijke organisatie bedenkt slimme en praktische oplossingen voor vraagstukken over infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer in Nederland, bijvoorbeeld in de vorm van meetlatten van de verschillende beheergroepen in de openbare ruimte Klein onderhoud Klein onderhoud bij het beheer van de openbare ruimte betreft reguliere, routinematige taken die nodig zijn om de kwaliteit en functionaliteit van de openbare ruimte te handhaven.

Deze taken zijn vaak van een relatief kleinere schaal en omvang in vergelijking met grootschaliger onderhoudsactiviteiten. Bijvoorbeeld het herstel van kleine schades door reparaties aan wegen, trottoirs, straatmeubilair en andere voorzieningen. CROW hanteert een richtpercentage van 10%. Het doel van klein onderhoud is om de openbare ruimte in goede staat te houden, de veiligheid te waarborgen en een aangename leefomgeving voor de gemeenschap te behouden. Het wordt vaak uitgevoerd als een doorlopend proces om de noodzaak van grootschaliger reparaties te verminderen en de algehele levensduur van de openbare voorzieningen te verlengen. Groot onderhoud Deze vorm van onderhoud betreft uitgebreide en vaak grootschalige werkzaamheden die nodig zijn om de kwaliteit, functionaliteit en levensduur van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte te behouden of te verbeteren. Anders dan klein onderhoud, gaat groot onderhoud vaak verder dan reguliere, routinematige taken en omvat het omvangrijkere reparaties als het 50% of 100% herstraten van wegvakken, groeiplaatsverbetering bij bomen, et cetera. Groot onderhoud wordt gepland op basis van de levensduur en de noodzaak om verouderde of versleten voorzieningen te vernieuwen. Het vereist aanzienlijke financiële en logistieke inspanningen en wordt zorgvuldig gepland om verstoringen voor de gemeenschap tot een minimum te beperken.

Vervangingen Bij vervangingen is er sprake van het vervangen van bestrating of het opnieuw aanbrengen van asfalt of groen indien de levensduur teneinde is of de kwaliteit niet een onderhoudsmaatregel niet meer te handhaven is. Kwaliteitsgestuurd beheren Binnen deze beheermethodiek (zie ook bijlage 1) wordt de openbare ruimte onderhouden op basis van kwaliteitsnormen en regelmatige inspecties. Kwaliteitsgestuurd beheren bevordert duurzaamheid en efficiëntie door ervoor te zorgen dat de beschikbare middelen op een doelgerichte manier worden ingezet om de gewenste kwaliteitsniveaus te bereiken en te handhaven. Het draagt ook bij aan het creëren van een leefomgeving die voldoet aan de verwachtingen en behoeften van de gemeenschap.

10

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

11

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

1

Inleiding Zodra je je voordeur of voortuin uitstapt, ben je in de openbare ruimte! De directe leefomgeving van onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Deze ruimte is maatschappelijk belangrijk, mensen wonen, verblijven en ontmoeten elkaar hier. De infrastructuur die wij beheren vertegenwoordigt een enorme waarde. Daar willen wij verantwoord en slim in investeren. Passend bij organisatiedoelstellingen, de budgetten en de ontwikkelingen, die we voorzien. Hoe prioriteren we onderhoud of vervanging, welke integrale afwegingen maken we, welke risico’s zijn aanvaardbaar en welke prestaties verwachten we? Assetmanagement is bijvoorbeeld het managen van deze processen vanuit de strategische kaders als de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Vervolgens biedt dit input voor beleids- en uitvoeringsplannen, zodat wij ook de budgetten voor onder andere beheer en vervanging goed in kunnen regelen en op langere termijn borgen dat we geen achterstanden oplopen. Beheer en onderhoud wordt hiermee een continu proces. In 2023 hebben de beheerders van de openbare ruimte in De Wolden samen gewerkt aan het opstellen van het werkdocument Nota Kapitaalgoederen, als opmaat voor deze actuele en volledige Nota.

In het werkdocument zijn aanbevelingen gedaan rondom de actualiteit en compleetheid van de data, het inzicht in de huidige kwaliteit (monitoringsprogramma) en inzicht in kosten en financiën (bijvoorbeeld afschrijvingstermijnen). In de afgelopen periode is op basis van deze aanbevelingen hard gewerkt om de benoemde onderdelen op orde te krijgen. Om deze onderhavige NKG op te stellen is uitgegaan van de meest actuele uitgangspunten en een nieuwe doorrekening. Natuurlijk wordt verder gewerkt aan het vervolmaken van het op orde krijgen van de data. Zo wordt er ook gewerkt aan een geactualiseerde wegenlegger. In de openbare ruimte vormen de objecten in de leefomgeving een belangrijk onderdeel. Bijvoorbeeld wegen, een brug, een speeltoestel of fietsenrek, maar ook bomen, gazons, of lantaarnpalen. Alle objecten bij elkaar worden kapitaalgoederen genoemd. Deze onderdelen van de openbare ruimte dragen integraal bij aan het functioneren van de gemeente en haar gemeenschap in sociaal en economisch opzicht. Ze leveren bijvoorbeeld een bijdrage aan gezonde en leefbare wijken. Daar moeten we goed op passen. De gemeente is als goed huisvader verantwoordelijk voor haar bezittingen en heeft een zorgplicht om goed op de kapitaalgoederen te passen. Denk hierbij aan wegen, beplanting en bomen, maar ook duikers en bruggen. De beheerder wil dat graag herleidbaar, doelgericht en efficiënt doen.

Mensen willen van A naar B om te werken en te ondernemen, maar ook om een stukje te fietsen of een ommetje te maken, hun kinderen veilig naar school te brengen en groene ruimte voor ontwikkeling en gezondheid te bieden. Gebruikers hebben daarbij verschillende doelen, bijvoorbeeld: vervoer/transport ontmoeten, ontspannen, sporten en spelen. De openbare ruimte is dan ook van groot belang voor een leefbare Figuur 1.1 Animatie Antea Group gemeente en gemeenschap. We sturen daarom op het in standhouden van de kwaliteit van het areaal vanuit een beproefde methodiek voor beheer en onderhoud. In bijlage 1 wordt dit nader toegelicht. 12

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

1.1

Aanleiding Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een gemeentelijke kerntaak. Een goede openbare ruimte draagt bij aan het welzijn en de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte. Daarnaast is een functionele én goed onderhouden openbare ruimte van groot economisch belang en dragen deze ertoe bij dat gemeente De Wolden een aantrekkelijke plaats is om te wonen, te recreëren en in te investeren. De openbare ruimte bestaat voor een groot deel uit kapitaalgoederen (de assets van de leefomgeving). Kapitaalgoederen zijn door de gemeente aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die de infrastructuur vormen, waarop en waarin een gemeenschap functioneert en zich beweegt. Bijvoorbeeld wegen, bruggen, openbare verlichting en openbaar groen. Het is van belang dat de kapitaalgoederen voldoende worden beheerd om onder meer kapitaalvernietiging te voorkomen. Dit is een criterium van de provincie vanuit haar toezichthoudende rol. Als onderdeel van de begroting is er dan ook sprake van een verplichte opname van de paragraaf ‘Onderhoud Kapitaalgoederen’. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) art.

12, lid 2 moet in de begroting ten aanzien van het onderhoud van tenminste wegen, riolering, water, groen en gebouwen worden aangegeven: het actueel beleidskader, het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau en de vertaling van de financiële consequenties van het door de raad vastgesteld kwaliteitsniveau in de begroting. Er is momenteel geen eenduidig integraal beleid voor de openbare ruimte dat enerzijds BBVproof is uitgewerkt en gekoppeld is aan de begroting. Er kan niet onderbouwd worden vastgesteld welke budgetten nodig zijn om te voldoen aan de kwaliteitsambitie en of deze budgetten overeenkomen met de opgevoerde beschikbare middelen in de begroting. Deze omissie wordt hersteld door het op- en vaststellen van een Nota Kapitaalgoederen (NKG).

1.2

Doelstelling Met de NKG is aantoonbaarheid en herleidbaarheid van beleid, kosten en effectiviteit geborgd en kan met toekomstige beheerstrategieën in relatie worden gelegd met gemeentelijke doelen. De NKG in combinatie met de vervolgstappen en meetmomenten, maakt aantoonbaar en herleidbaar dat het onderhoud van de kapitaalgoederen op een effectieve en doelmatige wijze wordt uitgevoerd, waarmee invulling wordt gegeven aan de leefbaarheid in wijken en dorpen. Het doel is de benodigde financiële middelen af te stemmen op de vastgestelde ambities. Het vigerende beleid voor de openbare ruimte is hierbij het uitgangspunt.

13

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

1.3

Planvorming Kaderstelling (Nota Kapitaalgoederen) De nota kapitaalgoederen vormt de financiële kapstok voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is daarmee kaderstellend voor de uitvoering in 2026 tot en met 2029. Dit strategische kader wordt vastgesteld door de Raad. Uitvoering (Beheer- en uitvoeringsplan) Het kader wordt uitgewerkt in beheer- en uitvoeringsplannen per onderhoudsdiscipline (wegen, groen, etc.). Hierin wordt vastgelegd welke beheeractiviteiten worden uitgevoerd om te (blijven) voldoen aan dit vastgestelde kader samen met het vingerende beleid.

1.4

Gemeentelijke programma’s en beleidsdoelstellingen Thema’s Omgevingsvisie De gemeenteraad heeft op 27 oktober 2022 – na een uitgebreid participatie proces - de Toekomstvisie ‘Samen aan zet’ vastgesteld. Deze Toekomstvisie is ook een omgevingsvisie op grond van de Omgevingswet. Het is een lange termijnvisie: 2022-2040. Bij de opstelling van de nieuwe omgevingsvisie zijn belangrijke thema’s geselecteerd die als uitgangspunt dienen. Eén van deze thema’s is direct verbonden aan de beheerkwaliteit: ▪ Duurzame leefomgeving: - De openbare ruimte biedt inwoners veiligheid, zowel fysiek (lichamelijk) als gevoelsmatig (ervaren veiligheid); - We zetten in op het behouden en bevorderen van een schoon leefmilieu (lucht, bodem en water) en de biodiversiteit.

Figuur 1.2 Omgevingsvisie De Wolden

Collegeprogramma 2022 – 2026 In het Coalitieakkoord ‘De Wolden geeft energie’ zijn strategische doelen vastgelegd, waaraan samen gewerkt wordt. Aan de volgende doelen kan met beheer een bijdrage worden geleverd: ▪ Veilige wegen en bermen (b.v. voor fietsers). Figuur 1.3 Coalitieakkoord De Wolden

14

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Huidig beleidskader Binnen de huidige inrichting van de openbare ruimte in gemeente De Wolden is het volgende beleidskader leidend. B betekent een basisniveau (voldoende onderhouden, weinig achterstand), A betekent een hoog niveau (goed onderhouden, geen achterstanden) en C betekent een laag niveau (sober onderhouden, aanzienlijke achterstand).

Figuur 1.4 Vastgestelde ambitieprofiel De Wolden

Het profiel is onderverdeeld in gebiedstypen en beheergroepen. In bijlage 2 is uitgelegd hoe dit profiel gelezen moet worden. In de toetsing aan bestaand beleid wordt uitgegaan van het in stand houden van het huidige areaal. De huidige inrichting bepaalt in grote mate welk onderhoud er nodig is. De mate van onderhoud bepaalt hoe snel een asset aan vervanging toe is, welk comfort ervaren wordt en hoe het wordt beleefd.

1.5

Projectscope: waar hebben we het eigenlijk over? De volgende onderdelen van de openbare ruimte worden in deze NKG belicht: • Prullenbakken • Bankjes

Civieltechnische kunstwerken & oevers • Bruggen • Tunnels • Grote duikers • Schanskorven • Beschoeiingen

Verharding (inclusief verzorging) • Wegen • Bewegwijzering (straatnaamborden, verkeersborden en ANWB) • Kleine duikers

Groen (inclusief verzorging) • Bomen • Struiken (o.a. heesters) • Gras • Bermen • Sloten

Verlichting • Masten • Armaturen • Lampen

Riolering en gebouwen maken geen onderdeel uit van de NKG en de doorrekeningen. Hier is een eigen (verantwoording)systematiek voor. Voor riolering is het Riolering en Water programma – RWP 2023 – 2028 opgesteld en 22 december 2022 vastgesteld door de raad. Voor gemeentelijke gebouwen (2022) is een MJOP (meerjaren onderhoudsprogramma) opgesteld en verwerkt in de programmabegroting.

15

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

1.6

Leeswijzer Voor het opstellen van deze Nota Kapitaalgoederen is het beheerproces een belangrijk uitgangspunt. In bijlage 1 is deze aanpak uitgelegd. In deze bijlage wordt de methodiek rondom het cyclische beheerproces besproken en wordt uitleg gegeven over de kwaliteitsniveaus en systematiek van het huidige beleid. Om binnen de juiste context het huidige beleid voort te zetten en dit in het juiste perspectief te kunnen afwegen treft u in bijlage 2 de belangrijkste wettelijke kaders aan. In hoofdstuk 2 wordt inzicht gegeven in de huidige situatie. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar het areaal, het beschikbare budget, de huidige kwaliteit en mogelijke ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 wordt het huidige beleidskader uitgelegd, met daarbij de specifieke maatschappelijke, financiële en politiek/bestuurlijke effecten. Er wordt inzicht gegeven in de kosten van het in stand houden van de openbare ruimte binnen de kaders van het huidige beleid. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 inzicht gegeven in mogelijke vervolgstappen, op basis van een aantal conclusies en aanbevelingen.

Figuur 1.5 Onderhoud aan de bebording

16

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

17

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

2

Huidige situatie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige situatie in gemeente De Wolden: hoe staan we ervoor? De huidige hoeveelheden worden gepresenteerd die de basis vormen voor de NKG. Daarnaast wordt kort ingegaan op het beschikbare budget volgens de huidige begroting en het huidige beleid voor beheer en onderhoud. Er wordt ingegaan op: ▪ Areaal; ▪ Kwaliteit; ▪ Beschikbaar budget; ▪ Ontwikkelingen.

2.1

Areaal In de volgende paragrafen wordt per kapitaalgoed inzicht gegeven in de hoeveelheden. Voor dit areaal is de beheerder verantwoordelijk.

Kunstwerken: Er worden 61 kunstwerken en 18 grote duikers beheerd. Een grote duiker is bijvoorbeeld een faunapassage. Daarnaast is er 3,5 kilometer beschoeiing in onderhoud.

Figuur 2.1 Faunapassage Stepelderweg, Veeningen

18

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Verharding: Er wordt 2.900.000 m² verharding beheerd. In de gemeente staan ruim 7.600 verkeersborden en ongeveer 3.000 straatnaam/ANWB borden. 2,9 miljoen m² staat gelijk aan 406 voetbalvelden! 36% bestaat uit elementen, 49% uit asfalt. Beton is voor 6% vertegenwoordigd. Half- en onverhard is voor 8% aanwezig.

Er zijn ongeveer 600 kleine duikers, voornamelijk bij sloten onder inritten. Verlichting: de gemeente beheert 5.300 lichtmasten. Ruim 7.500 borden en bijna 6.300 dragers onderdeel uit van het te beheren areaal.

Groen: Naast 5,0 miljoen m² groen worden ruim 61.000 bomen beheerd. 5 miljoen m² is ruim 700 voetbalvelden! Ruim 57% daarvan bestaat uit bermen. Gras betreft bijna 12% en het aandeel natuurlijke beplanting is circa 7%.

19

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Meubilair: Het grootste deel van het meubilair bestaat uit bankjes (334). Daarnaast zijn er 141 prullenbakken, 105 picknickbanken en een beperkt aantal blikvangers.

2.2

Huidige budget In de begroting 2025 en verder zijn budgetten opgenomen voor het onderhoud (exploitatie). De benodigde bedragen komen tot uitdrukking in het scenario voor het huidige beleid (zie paragraaf 3.2). De vervangingsinvesteringen worden niet per beheergroep toegerekend, maar komen in een algemene begrotingspost met kapitaallasten. De kapitaallasten en vervangingsinvesteringen zijn daarom in onderstaand overzicht achterwege gelaten. Beheergroep

Exploitatie*

Exploitatie ED**

Civieltechnische kunstwerken

€ 96.000

€ 51.600

€ 147.600

Wegen openbare verlichting bebording/meubilair

€ 1.903.000 € 249.000 € 49.000

€ 376.800 € 51.600 € 103.200

€ 2.279.800 € 300.600 € 152.200

Groen watergangen

€ 1.204.000 € 140.000

€ 1.103.600 € 158.400

€ 2.307.600 € 298.400

vijvers

€ 6.500

€ 25.800

€ 32.300

totaal

€ 3.647.500

€ 1.871.000

€ 5.518.500

* Uitbesteed werk

2.3

Totaal

** Eigen dienst incl. Reestmond & Stark (klein onderhoud)

Kwaliteit Het inzicht in de staat van onderhoud van een object op basis van inspectie of kwaliteitsmeting (schouw) is eveneens belangrijk voor het blijvend veilig kunnen gebruiken van de objecten, het kostenefficiënt inplannen van noodzakelijk onderhoud en het voorkomen van kapitaalvernietiging. Daarom moet het areaal gemonitord worden. Dit leidt tot stuurinformatie. Onderhoud kan uitgevoerd worden op basis van reële inzichten (kwaliteit, hoeveelheden) in de werkelijke situatie buiten. 20

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Voor het bepalen van de kwaliteit van de openbare ruimte voert de gemeente geregeld inspecties en schouwen uit. Deze methodiek is gericht op de landelijke systematiek van CROW, onder meer vastgelegd in de 'Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte' en in de weginspectiesystematiek. In gemeente De Wolden ligt de openbare ruimte er als volgt bij: Kunstwerken: de civiele constructies worden iedere 3-5 jaar geïnspecteerd conform NEN 2767-4 en zijn over het algemeen in een redelijke staat. De kunststofbruggen, tunnels, duikers en beschoeiingen in goede staat. De betonnen-, stalen- en beweegbare bruggen zijn in redelijke staat en de houten fiets/voetgangersbruggen in matige staat. De meest actuele gegevens zijn van 2022, echter staan de noodzakelijke vervangingen gepland en is het reguliere onderhoud conform planning uitgevoerd. Verharding: de asfalt en elementverharding, alsmede de betonnen verharding worden iedere 2 jaar geïnspecteerd conform CROW 146-methodiek. Op basis van het opgestelde beeldkwaliteitsplan van Sweco (24 april 2025) liggen de wegen er over het algemeen goed bij ligt, ook omdat er in het recente verleden een groot aantal wegen is aangepakt. Een klein deel scoort nog C tot D. Hier is nog achterstand aanwezig. Verlichting: onderhoud en vervanging vindt plaats conform NPR 13201+A1:2018 en op basis van leeftijd.

Incidenteel onderhoud wordt uitgevoerd aan de hand van meldingen/storingen. Binnen de onderhoudsstrategie is het omvormen naar LEDprioriteit. Uit de beleidsschouw 2024 blijkt dat lichtmasten relatief vaak vuil zijn. Groen: in 2022 is er een technische inspectie uitgevoerd op basis van de CROW KOR-catalogus (Kwaliteit catalogus Openbare Ruimte) van beplanting. 58% van het areaal beplanting is als goed beoordeeld. Respectievelijk 26% en 16% scoren matig en slecht. Daarnaast wordt er een wettelijk verplichte VTA-inspectie (Visual Tree Assessment) voor bomen uitgevoerd. Uit de schouw 2024 blijkt dat er bij bomen veelal sprake is van waterlot. Bankjes: de banken worden op basis van meldingen en eventuele klachten onderhouden. Schoon: In 2024 is de integrale beleidsmonitoring uitgevoerd. Er is op 5 momenten in het jaar gekeken naar de verzorgingsgraad. De conclusie uit het rapport van SpectGroep is dat de kwaliteit over het algemeen voldoet aan de beoogde ambities.

2.4

Ontwikkelingen Er spelen een aantal ontwikkelingen binnen het beheer van de openbare ruimte. Hieronder worden de belangrijkste benoemd. Deze ontwikkelingen hebben impact op de uit te voeren beheermaatregelen en het benodigde budget. Als deze ontwikkelingen van invloed zijn op het huidige beleid (hoofdstuk 3), dan wordt dat toegelicht. Indexering Als gevolg van onder meer ontwikkelingen op de wereldmarkt en de onrust in de wereld is er sprake van fluctuatie en stijging van kosten voor in materiaal, de inzet van materieel (w.o. energie), de beschikbaarheid van materialen, de logistiek en arbeid. De kosten voor het beheer, 21

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

onderhoud en vervanging voor de diverse kapitaalgoederen nemen daardoor (fors) toe. In paragraaf 3.1 Algemene uitgangspunten wordt hier nader op ingegaan. Ten opzichte van het 2023 is er sprake van een gemiddeld stijging van 10 tot 20%, met op onderdelen uitschieters naar 30%. Deze indexatie is meegenomen in de doorrekening in dit document. In de begrotingen van gemeente De Wolden zijn in 2024 en 2025 voor deze kapitaalgoederen prijsindexaties van respectievelijk 8,9% en 2,9% opgenomen. Biodiversiteit Het geven van invulling aan biodiversiteit hangt samen met inrichting en omvorming van groen om soortdiversiteit te bereiken. Ook aanpassen van het maaibeheer en de natuurlijke bestrijding van de Eikenprocessierups maken hier onderdeel van uit. Op dit moment zijn er landelijk gezien weinig beleidskaders. Er is behoefte aan duidelijk beleid en informatievoorziening ten aanzien van de omgang met de Japanse duizendknoop en Reuzenberenklauw. Om de exoten te bestrijden en om verdere verspreiding tegen te gaan is wet- en regelgeving opgesteld: EU-exotenverordening Sinds 1 januari 2015 is de EU-exotenverordening van kracht. Onderdeel van deze verordening is de Unielijst (gezamenlijke aanpak). De Reuzenberenklauw staat sinds 2017 op de Unielijst, de Japanse duizendknoop (nog) niet.

Nederland heeft alle relevante onderdelen uit de EUexotenverordening en de Unielijst opgenomen in de Wet natuurbescherming. Eind 2023 is in gemeente De Wolden de beleidsnota probleemsoorten (flora) vastgesteld door de raad, met als doel schade aan inheemse flora en fauna te beperken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking. In deze wet zijn een aantal artikelen opgenomen die betrekking hebben op de zorgplicht van gemeenten t.a.v. exoten. Binnen de wetgeving is sprake van een gefaseerde aanpak: ▪ Zorgen dat de soort niet Nederland binnenkomt (preventie); ▪ Zo snel mogelijk verwijderen als de soort toch binnenkomt (bestrijden); ▪ Beheersen wanneer de soort niet te verwijderen is en voorkomen van verdere verspreiding (beheersen). Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. We krijgen te maken met steeds extremer weer: denk aan meer hevige buien, langere periode van droogte en hogere temperaturen (hitte). We moeten onze fysieke leefomgeving hierop aanpassen. De openbare ruimte biedt daarbij kansen. Door straten en pleinen slim in te richten kan regenwater sneller in de bodem infiltreren, worden opgevangen of gereguleerd worden afgevoerd. Bij nieuwe projecten en bij vervangingen wordt dit zorgvuldig afgewogen. Meer groen zorgt voor het beperken van wateroverlast, demping van hitte en opvang van fijnstof.

Goed beheer speelt hierin een cruciale rol. De klimaatstresstest maakt duidelijk welke gebieden in een gemeente het meest kwetsbaar zijn. In veel gevallen kan het reduceren van knelpunten gemakkelijk gerealiseerd worden door bij onderhoud aan de openbare ruimte gelijk maatregelen mee te nemen: het laaghangend fruit. LAS LUA (lokale adaptatiestrategie met lokale uitvoeringsagenda): met de lokale adaptatiestrategie op dorps- en wijkniveau ontstaat er een duidelijk beeld van de knelpunten en gebiedsgerichte kansen voor een klimaatbestendig de Wolden. Voor een klimaatbestendige 22

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

leefomgeving in de gemeente De Wolden zijn maatregelen nodig in zowel openbaar als privaat gebied. Bijvoorbeeld ten aanzien van wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming. Met de LAS en LUA wordt daar invulling aan gegeven. Op dorps- en wijkniveau worden knelpunten in beeld gebracht inclusief gebiedsgerichte oplossingsrichtingen. De implementatie in de organisatie en (juridische) borging van nieuw beleid vormt een belangrijk onderdeel van de opdracht zodat dit tot concrete uitvoeringsmaatregelen en eisen leidt met doorwerking in de organisatie. Dit vraagt om een stevige integratie in de algemene plan- en besluitvorming. Bij het aanpassen van onze huidige leefomgeving kijken we vooruit en houden we bij het ontwerpen rekening met het toekomstige klimaat. De LAS bevat, aanvullend op het Riool- en Waterprogramma, strategische en beleidsmatige uitgangspunten. We volgen hierin bijvoorbeeld de landelijke ontwikkeling rondom de ‘landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve omgeving’. De LAS biedt een strategische koers voor de komende planperiode. Het plan bestaat uit twee delen: de strategie (LAS) en de uitvoeringsagenda (LUA). Door middel van de strategie worden de grootste knelpunten en uitdagingen geïdentificeerd en worden mogelijke oplossingsrichtingen aangereikt. Klimaatbestendigheid staat centraal in onze werkwijze.

Om dit te bereiken zijn vijf strategiepunten geformuleerd, waarbij onder andere wordt ingezet op integraal werken en het toepassen van klimaatbestendige maatregelen bij nieuwbouw. Met deze strategie wordt gestreefd naar een verandering van houding en gedrag binnen de organisatie waarbij klimaat adaptief handelen de nieuwe norm wordt. De uitvoeringsagenda beschrijft hoe we deze doelstelling willen bereiken aan de hand van verschillende acties in de komende planperiode. Openbare verlichting Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is onlangs via een Europese aanbestedingsprocedure (prestatie-inkoop) op de markt gebracht. Vanaf 1 juli 2025 wordt het beheer en onderhoud voor de komende jaren uitgevoerd door een marktpartij. Wegenonderhoud Het voornemen is om beheer en onderhoud van de wegen voor de komende jaren via een nieuw meerjaren onderhoudscontract te laten uitvoeren. Het betreft hier een innovatieve contractvorm (Rapid Impact Contracting), waarbij de expertise en kennis van de aannemer optimaal wordt benut. Naar verwachting wordt het RIC-contract na een Europese aanbesteding in 2026 geëffectueerd.

23

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

24

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

3

Financiële doorrekening In dit hoofdstuk wordt het huidige beleid nader toegelicht en worden de kosten van het realiseren (instandhouden) van dit huidige beleid inzichtelijk gemaakt.

3.1

Algemene uitgangspunten Ontwikkelingen markt en materialen Naast het gebruik of natuurlijke slijtage (denk aan vorstschade op wegen) van de beheerobjecten, spelen ook andere externe ontwikkelingen of nieuwe kaders een rol bij de onderhoudsstrategie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan prijsstijgingen, het toepassen van zo mogelijk circulaire/duurzame producten en inzichten over afschrijvingstermijnen. Deze ontwikkelingen worden meegenomen in de berekeningen. Daarnaast wil iedere gebruiker in enige mate veiligheid (fysiek: geen uitstekende delen, geen gevaarlijke situaties door overhangend groen of kuilen en gaten in wegen), leefbaarheid (sociale veiligheid, doordat er bijvoorbeeld verlichting aanwezig is, geen enge bosjes, et cetera: het is prettig wonen) en belevingskwaliteit (mooi en schoon) ervaren in de openbare ruimte. Dit is op basis van vastgestelde onderhoudsniveaus al opgenomen in het huidige beleid, dat uitgangspunt is voor deze nota. Er wordt inzichtelijk gemaakt wat het kost om het huidige areaal te onderhouden (dagelijks en planmatig onderhoud) en de nodige vervangingsmaatregelen uit te voeren. Doorrekeningen op basis van omvormingen en het toepassen van een andere inrichting worden buiten beschouwing gelaten.

Risico’s Ieder kwaliteitsniveau kent in meer of mindere mate risico’s, al naar gelang: ▪ Het gebruik (bijvoorbeeld intensief bereden wegen); ▪ De ligging (bijvoorbeeld buitengebied); ▪ De inrichting (bv. te smal voor huidig gebruik) ▪ Het onderdeel (bijvoorbeeld fietspad). De beoordeling van de beheerobjecten vindt plaats op basis van visuele inspecties (kunstwerken en verharding) en schouwen (beplanting). De constructieve veiligheid van bijvoorbeeld kunstwerken en wegen is geen onderdeel van deze rapportage. In hoofdlijn geldt het volgende: ▪ Bij niveau A en A+ is er geen sprake van risico's; ▪ Bij niveau B zijn de risico’s hanteerbaar; ▪ Bij niveau C is er sprake van risico's (denk aan: achterstanden, hoge mate van kleine ingrepen, kans op gevaarlijke situaties, ongelukken, aansprakelijkheid en kapitaalvernietiging). De mate waarin dit risico zich voordoet, wordt daarbij beïnvloed door type object, de ligging en/of het gebruik; ▪ Bij niveau D is sprake van kapitaalvernietiging, grote kans op gevaarlijke situaties en ongelukken. Goed huisvader De gemeente draagt bij aan de verkeersveiligheid van het weggebruik door de voorzieningen zichtbaar, heel en schoon te houden. Het gaat bijvoorbeeld om het tegengaan van scheuren en spoorvorming (aquaplanning), leesbare bebording, zichtbare markeringen en stabiele bermen. 25

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

De mate van tevredenheid van burgers of de ergernis over de openbare ruimte, hangt samen met het aanzien, de (sociale) veiligheid en het comfort dat de gebruiker ervaart. Als het aanzien slordig is, bijvoorbeeld door een grote hoeveelheid zwerfafval, hoeft dit voor veiligheid nog geen consequenties te hebben. Aan de andere kant leiden gaten of spoorvorming in de verharding bijvoorbeeld tot de behoefte om het rijgedrag aan te passen. Dit kan wel degelijk van invloed zijn op het comfort en daarmee de tevredenheid. Kapitaalvernietiging Onderhoud op een C niveau kan binnen het wegbeheer leiden tot kapitaalvernietiging ten aanzien van het asfalt bij het opnieuw op peil willen brengen van het niveau. Bijvoorbeeld van een C niveau naar een B niveau, is een extra dure maatregel nodig, omdat er al flinke achterstanden zijn ontstaan. Het beheren van onkruid in beplanting op een C niveau kan ook leiden tot kapitaalvernietiging. Zeker bij gunstige groeiomstandigheden kan er een onomkeerbare situatie ontstaan (vooral wortelonkruiden, opslag, zaailingen, etc. – zie foto hiernaast) waardoor alleen met renovatie of een zeer intensieve schoonmaakactie het plantvak weer op basis (B) is te krijgen.

3.2

Figuur 3.1 Aanzienlijke onkruidgroei is lastig te herstellen (foto: Gerk Vellema, Antea Group)

Financiële uitgangspunten Prijsontwikkelingen materialen, energie en arbeid Ontwikkeling prijzen: als gevolg van onder meer ontwikkelingen op de wereldmarkt en de onrust in de wereld is er sprake van fluctuatie en kostenstijging van materiaal, de inzet van materieel (w.o. energie), de beschikbaarheid van materialen, de logistiek en arbeid. De kosten voor het beheer, onderhoud en vervanging van de kapitaalgoederen neemt (fors) toe. In deze nota is gerekend met prijspeil 2025. Beschikbaarheid materialen: bovenstaande reden heeft invloed op de beschikbaarheid aan materialen. Het is niet uit te sluiten dat het niet (tijdig) beschikbaar komen van materialen van invloed is op de geprognosticeerde opgaven en uitvoering. Als gevolg hiervan is er kans op uitstel van maatregelen. De kans op het uitvallen van systemen of functies, doordat er niet tijdig (reparatie)onderdelen beschikbaar zijn, neemt toe. Gevolg hiervan kan zijn dat het huidige beleid (tijdelijk) niet kan worden bereikt/gehandhaafd. Beschikbaarheid aan specialisten/vakmensen: De huidige arbeidsmarktomstandigheden zorgen ervoor dat het moeilijker wordt vakmensen voldoende en tijdig in te zetten op de opgaven. Er kan vertraging optreden in het moment van onderhoud of reparatie.

Ook kan er sprake zijn van een hoger inhuurtarief, of bestaat er kans op uitval van systemen en functies, langere herstelperiodes en/of meer inzet op tijdelijke (vaak kostenverhogende) oplossingen. Gevolg hiervan kan zijn dat het huidige beleid (tijdelijk) niet kan worden bereikt/gehandhaafd.

26

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Figuur 3.2 Het aanplanten van bomen met groeiplaatsverbetering is specialistisch werk

Kennisbank Antea Group, gespecificeerd naar de Wolden Bij de berekening van het benodigde budget voor het instandhouden van de openbare ruimte, is gerekend met de kennisbank van Antea Group. In deze kennisbank zijn eenheidsprijzen voor alle objecten van de openbare ruimte opgenomen. Deze eenheidsprijzen bestaan uit arbeid, materieel en materiaal en zijn op landelijke kengetallen en jarenlange ervaringscijfers gebaseerd. De eenheidsprijzen zijn aan de gemeente voorgelegd en waar nodig verder gespecificeerd naar gemeente De Wolden (bijv. bodemopbouw). Deze eenheidsprijzen zijn gehanteerd voor een cyclische doorrekening voor groen, wegen, openbare verlichting, bebording, meubilair en verzorging. Voor kunstwerken zijn de benodigde bedragen uit de inspectie en planning van het adviesbureau Westenberg overgenomen. Werkzaamheden door herinrichting Een deel van de werkzaamheden, die tot een kwaliteitsverbetering in de openbare ruimte leiden, worden gefinancierd uit herinrichtingen (o.a. investeringen en subsidies). Deze kosten drukken niet op de beheerbegroting. Op basis van ervaringscijfers wordt een percentage van 7,5% aangehouden. Dit betekent dat 7,5% van alle kapitaalgoederen via deze middelen wordt vervangen en een nieuwe onderhoudscyclus start. De eenheidsprijzen uit de kennisbank zijn gecorrigeerd met dit percentage.

Bodemopbouw De bodem in De Wolden bestaat grotendeels uit zandgronden, waarbij er kleine delen veen voorkomen. In verband met de ondergrond wordt op basis van ervaring een correctie van 20% op de landelijke eenheidsprijzen toegepast. Zandondergrond leidt ertoe dat wegen minder snel onderhoud behoeven, bijvoorbeeld doordat funderingen stabieler liggen op zandgronden. Dit geldt ook voor groen. Wat hogere zandgronden hebben over het algemeen meer last van droogte dan de lagere kleigronden, hierdoor groeit gras, onkruid en beplanting minder snel, waardoor er bijv. minder gemaaid of geschoffeld hoeft te worden. Ook is zandgrond lichter en makkelijker te bewerken dan de zwaardere kleigrond, hierdoor is de productiviteit op zandgrond hoger. 27

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

28

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

3.3

Uitgangspunt afschrijvingstermijnen De toegepaste afschrijvingstermijnen hebben invloed op de hoogte van de kapitaalslasten, die op de exploitatiebegroting drukken. In de vastgestelde financiële verordening van 2023 zijn alle afschrijvingstermijnen voor de openbare ruimte vastgesteld op 20 jaar. Op basis van de aanbevelingen uit het werkdocument NKG 2023 is een voorstel gemaakt om de afschrijvingstermijn per component te laten aansluiten bij de technische levensduur. Hierbij is gebruik gemaakt van de beproefde landelijke praktijk van beheer, onderhoud en vervanging. De aangepaste financiële verordening 2025 - met onderstaande afschrijvingstermijnen - wordt in najaar 2025 ter vaststelling aangeboden aan de raad. Er wordt bij de berekening in deze Nota Kapitaalgoederen rekening gehouden met het meest actuele voorstel voor de afschrijvingstermijnen (zoals in de tabel hieronder opgenomen). Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken Wegen

Componenten

Water

Havens/kades/waterkeringen (hout) Havens/kades/waterkeringen (overige materialen) Watergangen/waterberging/walbeschoeiing (hout) Watergangen/waterberging/walbeschoeiing (overige materialen)

20 jaar 40 jaar 20 jaar 40 jaar

Aanleg sportvelden

Aanleg/reconstructie sportvelden (gras) Aanleg/reconstructie sportvelden (kunstgras)

15 jaar 10 jaar

Speelvoorzieningen

Speelvoorzieningen

10 jaar

Openbaar gebied groen

Bomen Heesterbeplanting Overige beplanting Straatmeubilair (banken, paaltjes) Straatmeubilair (prullenbakken)

45 jaar 25 jaar 15 jaar 20 jaar 10 jaar

Afschrijvingstermijn Slijtlagen wegen (asfalt) 15 jaar Reconstructies/nieuwe aanleg wegen (asfalt en elementen) 60 jaar Reconstructies/nieuwe aanleg wegen (halfverhardingen) 15 jaar Civiele kunstwerken (houten bruggen) 30 jaar Civiele kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, tunnels: beton) 60 jaar Civiele kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, tunnels: staal) 40 jaar Civiele kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, tunnels: composiet) 20 jaar Openbare verlichting (masten) 40 jaar Openbare verlichting (armaturen) 20 jaar Geluidswal (grond/beton) 60 jaar Geluidswal (staal) 40 jaar Geluidswal (hout) 30 jaar Verkeersborden 20 jaar

29

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

3.4

Huidige ambities en berekende financiële middelen Het uitgangsprincipe van het huidige beleid is de beperking van de inzet aan middelen tot het zoveel mogelijk voorkomen van veiligheidsrisico’s en kapitaalvernietiging. Er is sprake van gedifferentieerd beheer. De kapitaalgoederen op bedrijventerreinen worden op een C niveau (laag) onderhouden. Dit geldt zowel voor de technische staat als de verzorgingsgraad. Daarmee is er een verhoogde kans op risico’s door onvoldoende onderhoud binnen dit functiegebied en daarmee versnelde afschrijving. Algemene impact op het beeld in de leefomgeving (algemeen) ▪ Het algemene beeld ten aanzien van de kapitaalgoederen binnen de structuurelementen verschilt, er is geen eenduidig gemeentebreed kwaliteitsbeeld; ▪ Het beeld van inwoners en andere gebruikers van de openbare ruimte is in de ogen op orde voor bezoekers, bewoners en ondernemers, maar er is wel wat op aan te merken (basisniveau). Op de bedrijventerreinen wordt het beeld beïnvloed door een lage kwaliteit van de verzorging (o.a. zwerfafval, onkruid in het groen, onkruid op straat). ▪ Op de bedrijventerreinen is voor alle beheergroepen een verhoogde kans op achterstand in beheer.

De volgende zaken kunnen voorkomen: - Civieltechnische kunstwerken: er is aanzienlijke kans op verminderde kwaliteit van brugdekken, onverzorgd leuningwerk en spoelgaten bij brugovergangen naar de weg; - Verhardingen: er is aanzienlijk sprake van dwarsonvlakheid, spoor - en scheurvorming bij wegen, er zijn veel reparaties zichtbaar, dit heeft impact op het aanzien en comfort, de veiligheid moet goed worden gemonitord. Er is kans op groene aanslag op lichtmasten en scheefstand. Dit geldt ook voor bebording; - Groen: er kan sprake zijn van overhangende takken, ontbrekende beplanting, dood hout, kuilen en kale plekken in bermen. Het meubilair kan scheef staan of ziet er onverzorgd uit, bij prullenbakken is er een risico op uitstekende delen en schade - Algemeen: het onderhoud van alle objecten kan met risicogestuurd beheer en een goed prioritering grotendeels technisch aan een gewaarborgd niveau ten aanzien van veilig gebruik voldoen, maar de waarschuwingsgrens is wel bereikt; ▪ Het onderhoud van alle objecten in de overige gebieden voldoet technisch aan een gewaarborgd niveau ten aanzien van veilig gebruik. Ambitietabel huidig beleid en jaarlijkse kosten In de tabel op de volgende pagina is de gewenste kwaliteitsambitie van het huidige beleid schematisch weergegeven.

Te zien is dat voor de hele gemeente, met uitzondering van bedrijventerreinen het B niveau (basis) wordt nagestreefd. Het bedrijventerrein krijgt kwaliteitsniveau C (laag). In de kolommen (rechts) zijn de kosten per beheergroep opgenomen, onderverdeeld in onderhoudskosten (te dekken uit de exploitatie) en vervangingen (te activeren, waarbij er kapitaalslasten drukken op het exploitatiebudget). De getoonde kosten voor de vervangingen hoeven dus niet 1 op 1 in de begroting te staan, omdat het de investeringsbedragen (en niet de kapitaalslasten) betreft, die separaat worden aangevraagd. Uitzonderingen zijn het groen, openbare verlichting en bebording, daar vindt geen activering plaats en worden tot op heden de investeringskosten rechtstreeks uit de exploitatie gefinancierd.

30

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

Buitengebied

Centra

Groengebied

Hoofdwegen

Woongebied

Civieltechnisch Civieltechnische kunstwerken

Bedrijventerrein

Bij de kosten zijn de uitgangspunten van paragraaf 3.1 en 3.2 toegepast. De bedragen zijn gemiddelde kosten per jaar.

C

B

B

B

B

B

Kosten per beheergroep Onderhoud (exploitatie) €

€

109.250

1.309.770

€

1.837.809

46.636

€

321.968

880.996

€

1.565.639

€

40.000

€

-

€

227.740

€

-

€

10.000

€

-

577.493

€

150.000

49.780

€

15.987

€

283.248

€

18.561

B

€

506.501

€

23.653

B

B

€

150.273

€

98.811

B

B

B

€

23.619

€

12.411

B

B

B

B

€

201.129

€

-

B

B

B

B

B

€

6.762

€

25.868

B

B

B

B

B

€

€

204.446

€

97.557

Wegen Asfalt

C

B

B

B

B

B

€

Beton

C

B

B

B

B

B

€

Elementen

C

B

B

B

B

B

€

Half- en onverhard

C

B

B

B

B

B

Klein onderhoud

C

B

B

B

B

B

Kleine duikers Groen Bomen

C

B

B

B

B

B

C

B

B

B

B

B

€

Plantsoen (natuurlijke beplant.)

C

B

B

B

B

B

€

Gras

C

B

B

B

B

B

Bermen

C

B

B

B

B

Beplanting (cultuurlijk)

C

B

B

B

Hagen

C

B

B

Sloten

C

B

Meubilair

C

Openbare verlichting Lichtmasten

C

Verkeersborden Borden en dragers

139.767

Vervanging (activeren)

Technische staat

Technische staat

Technische staat

178.148

Technische staat

C

B

B

B

B

B

€

12.170

Verzorging Verzorging verharding

C

-

B

B

B

B

€

264.000

Verzorging groen

C

B

B

B

B

B

€

737.545

Verzorging

Subtotaal civiele kunstwerken

€

139.767

€

109.250

Subtotaal wegen

€

2.779.142

€

3.725.416

Subtotaal groen*

€

2.881.642

€

-

Subtotaal openbare verlichting*

€

382.594

€

-

Subtotaal bebording*

€

109.727

€

-

Totalen per jaar

€ 6.292.871

€ 3.834.666

* De vervangingen voor groen, openbare verlichting en bebording worden niet geactiveerd. Deze kosten worden gedekt uit het onderhoudsbudget (exploitatie) en zijn hier bij de subtotalen opgeteld.

31

Nota kapitaalgoederen 2026 – 2029 Grip op de openbare ruimte

3.5

Financiële conclusies ➔ Conclusie: kosten vergeleken met huidig budget In paragraaf 3.2 is aangegeven dat het huidige exploitatiebudget € 5.518.500 bedraagt. Wanneer dit vergeleken wordt met het benodigd budget van het huidige beleid uit de tabel op vorige pagina, is te zien dat er voor de exploitatie een afwijking van circa € 774.000 is. In onderstaande tabel is dit per beheergroep uitgesplitst. Discipline Civieltechnisch Wegen Groen Openbare verlichting Bebording

Benodigd € 139.767 € 2.779.142 € 2.881.642 € 382.594 € 109.727

Beschikbaar € 147.600 € 2.279.800 € 2.638.300 € 300.600 € 152.200

Verschil € 7.833 € -499.342 € -243.342 € -81.994 € 42.473

Totaal

€

€

€

6.292.871

5.518.500

-774.371

De vervangingsinvesteringen voor civiele kunstwerken en wegen bedragen jaarlijks gemiddeld ongeveer €3.800.000. Dit vertaalt zich in een gemiddelde kapitaalslast van €306.500 per jaar voor de periode 2026 - 2029 (€298.000 voor wegen en €8.500 voor kunstwerken). Het is niet bekend hoe deze lasten zich verhouden tot het beschikbare budget, omdat de kapitaalslasten in de Wolden niet worden onderverdeeld naar beheergroep. Indien de huidige afschrijvingstermijnen van 20 jaar worden gebruikt voor dezelfde vervangingsinvesteringen zijn de gemiddelde kapitaallasten aanzienlijk hoger €679.000 per jaar (lineaire afschrijving, 2% rente per jaar). Tijdens het onderzoek is gebleken dat niet alle investeringen zijn opgenomen als investering, met als gevolg dat er geen kapitaallasten zijn opgenomen in de exploitatie. Tevens zijn investeringswerkzaamheden (levensduur verlengend, b.v. slijtlagen wegen) in de exploitatie opgenomen. Het verschil tussen voorgestelde en vastgestelde afschrijvingstermijnen is hierdoor niet te kwantificeren. ➔ Conclusie: verklaring/onderbouwing financiële verschillen per beheergroep Er is een negatief verschil (tekort) tussen het benodigde en beschikbare budget. Veel beheerorganisaties hebben hier mee te maken. De benodigde bedragen zijn theoretisch: wat zou een gemeente nodig hebben om het areaal in stand te houden op het gekozen niveau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101815/2