N. Aanbiedingsbrief kaderbrief en jaarprogramma RUD Drenthe.pdf
Tekst van het document
Jaarprogramma 2022
Jaarprogramma 2022
Een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving!
Foto, typisch Drenthe, bron: RUD Drenthe, 2021
1
Jaarprogramma 2022 Voorwoord Voor u ligt het Jaarprogramma 2022. Het Jaarprogramma 2022 wijkt in meerdere opzichten af van voorgaande Jaarprogramma’s. De inhoud en opzet van het programma is gewijzigd. Dit programma sorteert voor op thema’s en de transitie naar doelstellingen en indicatoren maar kent ook nog een houvast aan de outputsturing zoals deze jaren is gebruikt. Dat is voor iedereen een gewenningsproces maar het uiteindelijke Uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie zal duidelijkheid geven over de verdere inhoud. Het DB heeft besloten om op basis van een advies van TwijnstraGudde de kentallen van de Drentse maat te herijken. Op ambtelijk niveau heeft dit advies op basis van de herijking overeenstemming opgeleverd over de te hanteren kentallen voor de te leveren producten van de Drentse Maat. Op basis daarvan is het jaarprogramma 2022 doorgerekend. Dit leverde een forse verhoging op van de noodzakelijke uren voor de Drentse Maat binnen het Jaarprogramma. Deze verhoging paste niet binnen de begroting, waarop door de gemeentelijke eigenaren en accounthouders gezocht naar inhoudelijke keuzemogelijkheden. Uiteindelijk is op basis daarvan het advies van de eigenaren om in te zetten op een groeiscenario voor de gemeentelijke producten. Dit advies vormt de basis voor dit jaarprogramma. Daarvoor geven wij aan hoe wij denken naar het nieuwe niveau te willen groeien.
Groeien vanuit het begrotingskader 2022 naar een noodzakelijk uitvoeringsniveau van onze basistaken voor veilige, duurzame en gezonde leefomgeving in Drenthe. Los van het groeiscenario voor de gemeentelijke deelnemers voert de provincie Drenthe per 2022 direct een volledige kwaliteitsimpuls door. Naast de herijking van de kentallen Drentse Maat is in dit jaarprogramma ook de te voorziene extra opdrachten verwerkt. Alle bij de deelnemers te voorziene extra opdrachten is verwerkt en kan op instemming vanuit de betreffende deelnemers rekenen. Daarmee kan de bedrijfsvoering tijdig worden ingericht op de te leveren inzet en wordt voorkomen dat regulier werk uit het jaarprogramma in de knel komt door benodigde inzet op extra werk. Tegelijkertijd bevat dit Jaarprogramma een inventarisatie van te verwachten extra werkzaamheden per deelnemer op het gebied van asbest en energietoezicht. Het daarbij te hanteren kwaliteitsniveau en de omvang van het werk op deze thema’s is in nauwe afstemming met eigenaren/accounthouders bepaald. De extra inzet die dat vraagt wordt voor de helft doorberekend als extra kosten voor de deelnemers en voor de helft ten laste gebracht van de voorziene groei van uren op het gemeentelijk Risicogericht toezicht (RGT). Het Jaarprogramma 2022 geeft dus het beeld van de opgave in een groeiscenario op basis van o.a.
haalbaarheid, noodzakelijkheid, redelijkheid en uitvoerbaarheid. En is in die zin in alle opzichten een realistisch Jaarprogramma 2022.
2
Jaarprogramma 2022 Inhoudsopgave Voorwoord Inhoudsopgave Leeswijzer Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7
De context van het programma Onze beleidsopgave De Omgevingswaarden Bodem Geluid Lucht Omgevingsveiligheid Duurzame energie Onze activiteiten Het financiële kader Mens en organisatie Leren en ontwikkelen
Bijlagen
2 3 3 4 6 8 10 13 16 18 20 25 30 32 4
Leeswijzer Hoofdstuk 1 en Hoofstuk 2 beschrijven de context en de beleidsopgave. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de omgevingswaarden (in thema’s) voor onze uitvoering Hoofdstuk 4 beschrijft in hoofdlijnen onze activiteiten voor 2022 Hoofdstuk 5 beschrijft de financiën van onze dienst over 2022. Hoofdstuk 6 benoemd mens en organisatie en welke taken wij op dat vlak uitvoeren Hoofdstuk 7 gaat in op het leren en veranderen van onze organisatie Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4.1 t/m 4.13
Overzicht herijking kentallen DM Extra opdrachten: opgave 2022 Rekenkundig verdeling aanpassingen JP 2022 Totaal tabel kosten per opdrachtgever (13 stuks)
3
Jaarprogramma 2022
Hoofdstuk 1 1.1
De context van het jaarprogramma
Doel van het jaarprogramma
Het jaarprogramma 2022 geeft een overzicht van de activiteiten die de RUD Drenthe voor haar opdrachtgevers in 2022 zal uitvoeren. Dit programma is in samenspraak met de opdrachtgevers tot stand gekomen. De uitvoering is gekoppeld aan de begroting, waarmee ook de middelen voor de uitvoering van de activiteiten zijn geborgd (zie figuur 1).
1.2
Sluitend maken BIG-8
Figuur 1, verbinding Big-8, bron: RUD Drenthe, 2021
Met de GR-evaluatie in 2021 staat er een grote aanpassing van de verantwoordingssystematiek op stapel. In de GR-evaluatie wordt het volgende geadviseerd met betrekking tot de Drentse Maat en de onderhavige systematiek: “Heroverweeg de uitgangspunten van de Drentse Maat. Kom tot een realistische maatstaf voor de balans tussen beschikbare middelen en taakstelling” Dit programma is daarmee anders dan voorgaande jaren. Veel meer dan vorige jaren, waarin vooral ook de nadruk lag bij de output van ons werk, willen we met de opdrachtgevers de transitie in gang zetten naar outcome. Dat wil zeggen dat we veel meer gaan kijken naar de resultaten van de uitvoering en het effect hiervan op onze leefomgeving: de provincie Drenthe. 1.3
Proces van het jaarprogramma
In september 2021 is de voorbereiding gestart van dit jaarprogramma. Met input van alle opdrachtgevers en alle individuele gesprekken tussen de opdrachtgevers en onze relatiemanager is input gegeven voor het jaarprogramma 2022. Kaders Daarnaast is rekening gehouden met de kaders. Het eerste kader is de kaderbrief 2022. Hierin staat het fundament van de uitvoering en een perspectief welke een jaar geleden al is geschetst. De maatschappij verandert echter snel dus ten aanzien van de uitvoering zal enige bijsturing noodzakelijk zijn. Dit moet echter binnen de financiële kaders van de “begroting 2022” plaatsvinden. Uitvoering welke plaats dient te vinden boven op de begroting moet als meerwerk worden ingebracht. Hiervoor moet apart opdracht worden verstrekt. Daarnaast gelden diverse afspraken die als kaders kunnen worden benoemd: • de input van de accounthouders; • de landelijke afspraken 2020-2030 bodem en ondergrond; • de afspraken met provincie en het rijk over de aanpak van Zeer zorgwekkende stoffen; • de landelijke en wettelijke kaders (BOR, OW, BAL, Kwaliteitscriteria 2.2, Wet Vth etc.);
4
Jaarprogramma 2022 Het programma organisatieontwikkeling is afgerond in 2021 en de evaluatie wordt begin 2022 verwacht. De activiteit die vanuit het programma nog doorlopen in 2022, denk aan voorbereiding op de Omgevingswet, Risicogericht werken en het Locatiebestand vragen niet langer om een apart programma en maken nu integraal onderdeel uit van het Jaarprogramma. 1.4
Monitoring van het jaarprogramma
Dit jaarprogramma wordt voortdurend zichtbaar gemonitord in ons management dashboard. Naar aanleiding van de evaluatie GR maken we samen met onze eigenaren en accounthouders verbeterde rapportages waarin we op transparante wijze verantwoorden over de voortgang van dit jaarprogramma en de daarin opgenomen doelen en beoogde bijdrage aan een veilige, duurzame en schone leefomgeving binnen Drenthe. We sluiten bij de keuze van kwaliteitsindicatoren (deze moeten nog worden geformuleerd) aan bij de richting die hieraan door de deelnemers in het Uniforme uitvoeringsen handhavingsstrategie (UUH-strategie) zal worden gegeven.
Figuur 2, overzicht activiteiten, bron: RUD Drenthe, 2021
5
Jaarprogramma 2022
Hoofdstuk 2 Onze beleidsopgave 2.1 Basis van ons mandaat Wetgeving (omgevingswet) + VTH-beleid: Onze organisatie is een samenwerkingsverband tussen alle Drentse gemeenten en de provincie Drenthe op het gebied van milieu. De 12 Drentse gemeenten en de provincie Drenthe zijn samen eigenaar van de RUD Drenthe. Voor alle 13 deelnemende partijen voert de RUD Drenthe het milieu - brede takenpakket en bodemtaken uit. De RUD Drenthe voert als backoffice opdrachten uit voor de deelnemende partijen. De gemeenten en de provincie blijven bevoegd gezag en eerste aanspreekpunt voor de samenleving. De gemeenten en de provincie blijven daarbij verantwoordelijk voor het milieubeleid en prioriteitstelling op lokaal niveau. Uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie: In de belidscyclus staat het strategisch beleidskader centraal bovenaan. Globaal leidt dit tot programmering, gevolgd door uitvoering. Tot slot is er de rapportage/evaluatie hetgeen weer kan leidden tot bijstelling. Het strategisch beleidskader voor de taakuitvoering van de RUD Drenthe (Uniforme uitvoeringsen handhavingsstrategie) ontbrak tot op heden. Daar is vanaf 2021 al voortvarend aan gewerkt en moet begin 2022 worden vastgesteld. 2.2
Figuur 3, Big-8 cyclus, bron: RUD Drenthe, 2021
Missie en visie
De missie en visie zijn belangrijk voor de uitvoeren van de taken die aan de RUD Drenthe zijn opgedragen. In 2021 is deze missie en visie opnieuw geformuleerd nadat gebleken is dat een actualisatie gewenst was in het licht van de situatie waar de RUD Drenthe vandaag in verkeerd en ook met de ontwikkeling in het kader van de Omgevingswet. Visie De RUD Drenthe. Dé milieupartner voor een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Onze missie is: De RUD Drenthe is de omgevingsdienst voor de inwoners en bedrijven van Drenthe. We hebben de milieukennis en kunde, zijn betrouwbaar, innovatie- en toekomstgericht. Samen met onze partners dragen we proactief en resultaatgericht bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving in Drenthe. Nu én voor de volgende generaties. Figuur 4, Missie en visie, bron: RUD Drenthe, 2021
2.3
Uitkomsten GR-evaluatie, herijking Drentse Maat
Vanaf het moment dat de RUD Drenthe zaakgericht is gaan werken zijn er ook afspraken gemaakt met de opdrachtgevers over het verantwoorden van aantallen en uren. Hiervoor is destijds de Drentse Maat ontwikkeld. De Drentse Maat kenmerkt zich vooral ook vanwege de uniforme afspraak die is gemaakt met de RUD Drenthe over de programmering, de verantwoording en de financiële bijdrage van de gemeenten en provincie aan de RUD Drenthe. De Drentse Maat (DM) is dus een kaderafspraak voor bevoegde gezagen en de RUD Drenthe en bepaald daarmee ook voor een belangrijk deel de prioritaire afspraken die onderling worden gemaakt.
6
Jaarprogramma 2022 Eind mei 2021 zijn de uitkomsten van de evaluatie GR RUD Drenthe gepresenteerd aan het algemeen bestuur. Het rapport bevat diverse conclusies en aanbevelingen. Het algemeen bestuur heeft de aanbevelingen onderschreven en heeft hiervoor een plan van aanpak opgesteld waar door de (bestuurlijke) klankbordgroep en een kerngroep voortvarend aan wordt gewerkt. Er is vanuit de evaluatie GR geadviseerd: “Heroverweeg de uitgangspunten van de DM. Kom tot een realistische maatstaf voor de balans tussen beschikbare middelen en taakstelling”. Het Dagelijks bestuur heeft daarom de opdracht gegeven om de Drentse Maat (DM) te herijken. De herijking wordt in twee fasen uitgevoerd. In fase 1 wordt met een ‘korte klap’ een meer realistisch kental voor de producten DM gekozen, gebaseerd op de uitgevoerde benchmark van collega omgevingsdiensten. Op basis van de benchmarkt zijn nieuwe kentallen opgeteld (zie bijlage 1). Uitgangspunt bij het opstellen van het jaarprogramma zijn de herijkte kentallen DM. De uitwerking hiervan heeft zijn doorvertaling naar een meer realistische jaarprogrammering 2022. De consequentie hiervan zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. In fase 2 wordt, parallel aan het opstellen van het VTH-beleid (uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie), een brede herijking van de DM voorzien.
Hiervoor is gekozen, omdat het ambitieniveau van de kwaliteit wordt vastgelegd in dit nog op te stellen VTH-beleid. Dit is daarmee de basis voor de brede herijking van de DM. Fase 2 van de herijking is daarmee afhankelijk van de snelheid in het ontwikkelen van het VTH-beleid. De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de als gevolg daarvan gewijzigde werkwijzen heeft invloed op de (kentallen) DM. Dit is niet meegenomen in de herijking van de kentallen. 2.4
Bijdrage aan de doelen
Een veilige, duurzame, gezonde leefomgeving……….wat betekent dat voor Drenthe? Vanuit de kaderbrief 2022 zijn beleidsmatige en organisatorische ontwikkelingen aangekondigd, deze onderwerpen komen in het Jaarprogramma aan de orde. Er zijn een aantal specifieke ontwikkelingen die niet alleen de uitvoering van onze taken maar ook de uitvoering van onze opdrachtgevers raakt. •
•
•
De Omgevingswet: In de voorbereiding zijn wij, samen met onze opdrachtgevers en ketenpartners, voortvarend bezig om op regionaal niveau afspraken te maken. Dit vergt niet alleen aanpassing van wet en systemen (Digitaal Stelstel Omgevingswet), maar ook voor onze manier van werken. Dit vergt van alle partijen tijd en aandacht. We hebben goede voortgang maar we zijn nog zeker niet klaar. Voor 2022 blijft dit een zeer belangrijk aandachtspunt. De Uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie: Vooral van belang voor het sluiten van de Big-8 (beleidscyclus) en essentieel voor de opdrachtgevers de (milieu) doelen en indicatoren te koppelen voor de uitvoering van beleid. Dit beleid is in ontwikkeling, daarna krijgen deze doelen een plek in het Jaarprogramma. De kwaliteit van onze uitvoering komt (ook) tot uiting in de realisatie van deze indicatoren. De uitkomsten van de GR-evaluatie (zie hierboven): De toelichting met betrekking tot de GR-evaluatie is in paragraaf 2.3 al aangeven. Daarnaast ziet u een nieuwe opmaak en indeling. Deze is ook meer conform de landelijke lijn en de adviezen die wij hebben gekregen bij de landelijk verplichte Omgevingsdiensten audit, “de Collegiale Toetsen”. We zetten hiermee stappen in het sluiten van onze gezamenlijke beleidscyclus.
Maar ook zonder vastgestelde indicatoren gaan we, met onze missie voor ogen, gericht aan de slag voor…
Een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving!
7
Jaarprogramma 2022
Hoofdstuk 3 De Omgevingswaarden 3.1
Bodem
Voor een gezonde leefomgeving is een goede chemische kwaliteit van de bodem en grondwater van belang. Om een duurzaam bodemgebruik te realiseren voeren wij diverse taken uit voor de bevoegde gezagen. De insteek is in hoofdlijnen om de bodem geschikt te maken en houden voor de gebruiksfunctie die de bodem heeft. Daarnaast beoordelen wij of het benutten van de gebruiksmogelijkheden van de bodem in de betreffende situaties ook kan. Zo wordt bij verontreinigingen, welke ontstaan zijn in de bodem, beoordeeld of de verontreiniging beperkingen met zich meebrengt voor de gebruiksfunctie die de bodem heeft. Als de verontreiniging beperkingen daarvoor geeft moet er gesaneerd worden om de gebruiksfunctie weer mogelijk te maken. 3.1.1 Taken Wet bodembescherming Voor de periode 2022-2030 worden landelijk nieuwe bestuurlijke afspraken gemaakt over de vormgeving en uitvoering van het beleid voor bodem en ondergrond. De bestuurlijke afspraken zijn in een eindfase maar nog niet afgerond. Deze taken zijn nu nog voor een tweetal Bevoegd gezag instanties van belang: de provincie Drenthe en de gemeente Emmen. Per opdrachtgevers wordt dit hieronder toegelicht. Voor de provincie Drenthe: Het meerjarenprogramma zal in 2022 onderdeel worden van het provinciale Programma bodem en ondergrond 2022-2025. De uitvoering van het meerjarenprogramma is bij ons neergelegd.
Voor de uitvoering van de bodemtaken, in opdracht van de provincie, lopen de activiteiten uit het jaarprogramma 2021 geactualiseerd door. Wij verwijzen u hiervoor naar de jaaropdracht 2022 (nog niet vastgesteld). Bij het van kracht worden van de Omgevingswet (Ow) vervallen de huidige bevoegd gezag taken voor de provincie op grond van de Wet bodembescherming (Wbb). Onder het overgangsrecht van de Ow lopen de Vth-taken voor de beschikte gevallen van bodemverontreiniging door als ook de uitvoering van de bodemsaneringsprojecten. Deze werkzaamheden blijven wij uitvoeren. We voeren namens de provincie de taken uit als Foto, bodemsanering in uitvoering, gebiedsbeheerder gebiedsgericht grondwaterbeheer in Assen, bron: RUD Drenthe, 2021 Hoogeveen en Coevorden. Voor de gemeente Emmen: De uitvoeringstaken van de Wbb heeft Emmen ook bij ons neergelegd. Wij verwijzen hiervoor naar het jaarplan bodem 2022 (nog niet vastgesteld). Dit geldt zowel voor de wettelijke bevoegd gezag taken Wbb alsook voor de projectleiding van de saneringstaken, vervolgacties en opdrachten die deze werkzaamheden ondersteunen. Ook het uitvoeren van taken als gebiedsbeheerder voor gebiedsgericht grondwaterbeheer worden door ons uitgevoerd. 3.1.2 Grondstromen Zowel vanuit bodemsaneringen, grondverzet in het kader van het Besluit bodemkwaliteit en toezicht op bedrijven hebben wij zicht op grondverzet.
In dat kader beoordelen wij de mogelijkheden bij grondverzet en zien wij toe op instandhouding van de juiste bodemkwaliteit in Drenthe.
Foto, grondverzet, bron: RUD Drenthe, 2021
8
Jaarprogramma 2022 3.1.3 Bodembeheer (BKK, nota bodembeheer) Rondom het grondverzet stellen wij ook beleid op. Om grondverzet zonder duur onderzoek (partijkeuring) mogelijk te maken hebben alle bevoegde gezagen een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Onder welke voorwaarden daarvan gebruik kan worden gemaakt is opgenomen in de nota bodembeheer. Daarmee besparen burgers, bedrijven en overheden veel geld op bodemonderzoek. De kaarten moeten elke vijf jaren worden her beoordeeld en de nota bodembeheer eens in de tien jaar. Wij gaan de behoefte onderzoeken om voorlichting over het beleid binnen de Drentse gemeenten te geven en vervolgens ook aan grondverzetbedrijven binnen die gemeente. Als die behoefte voor voorlichting er is zal er een voorstel worden voorgelegd en om een extra opdracht worden gevraagd. 3.1.4 Bodemenergiesystemen Wij beoordelen de meldingen en voeren toezicht uit op de aanleg van Warmte en Koude Opslagen (WKO). Voor de aanleg van deze systemen wordt diep in de bodem geboord en worden middelen gebruikt om de boorwanden te verstevigen. Wij zien erop toe dat de gesloten WKO-installaties op de juiste wijze worden geïnstalleerd. Dit vanwege het feit dat deze systemen een koelmiddel bevatten dat bij foutieve installatie tijdens gebruik tot bodemverontreiniging kan leiden. Ook beoordelen wij of als er meerdere systemen zijn deze elkaar niet negatief beïnvloeden.
3.1.5 PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) In 2019 is gebleken dat het preventiebeleid niet heeft voorkomen dat Drenthe diffuus is belast met PFAS. PFAS is een verzamelnaam van onder andere PFOS (perfluoroctaansulfonaten), PFOA (perfluoroctaanzuur) en ook GenX-stoffen (stoffen die gefabriceerd worden ter vervanging van PFOS en PFOA). Van deze stoffen is bekend dat ze: • niet of nauwelijks afbreken in het milieu (ze zijn persistent); • schadelijke effecten kunnen geven in mensen en het milieu (ze zijn toxisch); • zich gemakkelijk en snel verspreiden in het milieu (ze zijn mobiel) en/of • ophopen in het menselijk lichaam, in dieren en planten (ze zijn bio-accumulerend). De (landelijke) invoering van het tijdelijk handelingskader heeft een grote impact gehad op de uitvoering van verschillende projecten (ook in Drenthe). In 2021 hebben wij een actieve rol (advisering) gehad in het opstellen van het handelingskader PFAS. Deze actieve rol is landelijk zeer gewaardeerd en zetten we voort in 2022 onder andere bij het implementeren in landelijke regelgeving. 3.1.6 Beleidsadvisering Bodem en uniform (gemeentelijk) bodembeleid Verbreding en integraliteit van het bodembeleid is een onderdeel van de provinciale Strategie Bodem & Ondergrond. Van saneren naar beheren en kennis en informatiebeheer zijn kernbegrippen.
Samenwerken met andere beleidsterreinen binnen de provinciale organisatie (zoals bodem, water etc.), Drentse gemeenten en waterschappen is van groot belang in de uitvoering van de bodemopgaven en het kunnen verwezenlijken van bovengenoemde doelen. We hebben zitting in diverse landelijke werkgroepen (zowel vanuit de werkgroep bodem (WEB-VNG) als het Interprovinciaal Overleg (IPO)) en delen onze opgedane kennis en inzichten. In 2022 gaan we verder met het ontwikkelen van een uniform (gemeentelijk) bodembeleid. We leveren onder andere inhoudelijk een bijdrage aan het Provinciale beleid voor grondwater onder de Omgevingswet, alsmede adviseren we over de te gebruiken instrumenten. Ook zetten wij ons in en adviseren wij inzake drugsafvalproblematiek in relatie tot bodemverontreiniging.
9
Jaarprogramma 2022 3.2
Geluid
Geluidbelasting en -beleving spelen een steeds belangrijker rol in de samenleving. Overlast door geluidsbronnen heeft gelijk effect op de woonbeleving. Voor de komende tijd zal naar verwachting dit alleen maar toenemen. Als mensen regelmatig aan te veel en te hard lawaai worden blootgesteld, heeft dat gevolgen voor de gezondheid. Men kan langzaam doof worden, een te hoge bloeddruk door krijgen, last van het hart en andere kwalen. Te veel geluid heeft niet alleen lichamelijke gevolgen: het geeft ook onrust en irritatie. Ook dat is slecht voor de gezondheid. Denk hierbij ook aan verstoring van de nachtrust. 3.2.1 Industrielawaai en geluidzonering Bedrijvigheid en activiteiten zijn vaak een bron van geluidsemissie. Onze adviseurs adviseren zowel intern als extern over industrielawaai. Deze advisering bestaat uit: • het toetsen en beoordelen van akoestische onderzoeken voor inpasbaarheid in de omgeving zowel tekstueel als technisch; • het maken van voorstellen voor vergunningvoorschriften; • het toetsen in het kader van zonebeheer: past het bedrijf binnen de vastgestelde geluidzone; • de beoordeling in het kader van Figuur 5: geluidzonering, bron: RUD Drenthe 2021 bestemmingsplannen als een bedrijf/instelling zich wil vestigen of uitbreiden.
3.2.2 Weg- en railverkeerslawaai en hogere grenswaarden Voor weg- en railverkeerslawaai adviseren wij over ontwikkelmogelijkheden binnen bestemmingsplannen op basis van initiatieven van particulieren, ontwikkelaars maar ook voor de gemeenten. Zowel toetsend, maar ook actief meedenkend in oplossingen en mogelijkheden. Hiervoor voeren wij berekeningen uit voor toetsing aan de geldende regelgeving. Indien voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidzones van industrieterreinen, wegen en spoorlijnen niet aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan, kan onder voorwaarden hogere Figuur 6: 3D-model verkeerslawaai, bron RUD Drenthe, 2021 grenswaarden worden vastgesteld. Deze voorwaarden zijn afhankelijk van het hogere waarde beleid van de betreffende gemeente. Ook gelden vanuit de wet- en regelgeving maximaal vast te stellen grenswaarden. Wij adviseren de gemeenten bij het opstellen van een concept besluit hierover.
10
Jaarprogramma 2022
3.2.3 Evenementen Wij adviseren over en leveren input voor evenementenbeleid en evenementennota’s. Wij zijn volwaardige gesprekspartner aan tafel met gemeenten, organisatoren en omwonenden. Door ons vooraf te betrekken worden knelpunten voorkomen, klachten beperkt en wordt inzicht verkregen in de geluidsituatie rondom evenementen. Met de huidige ontwikkelingen zullen er weer meer evenementen worden georganiseerd en worden we meer betrokken in het traject voorafgaand aan de vergunningverlening, zodat de organisatoren, omwonenden en ook de gemeenten niet voor verassingen komen te staan.
Foto: geluidsmeting bij een evenement, bron: RUD Drenthe 2021
3.2.4 Geluidklachten Het adviseren bij geluidklachten is ook een van de taken van onze specialisten. Wij nemen zowel de klachten van bedrijven als klachten die vallen onder de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor onze rekening. De klachten variëren van grote industriële bedrijven, horeca-gelegenheden tot zwembadpompen en hanen van buren. Ook klachten van laag frequent geluid (LFG) worden in eerste instantie door ons afgehandeld. Vanwege het thuiswerken verwachten we ook in 2022 een toename aan klachten. Ook de verduurzaming met warmtepompen levert een nieuwe en naar verwachting een blijvende stroom aan klachten op. Met onze kennis, onafhankelijkheid en professionele apparatuur zijn wij altijd bereid om klachten serieus op te pakken en onze partners hierin te adviseren. Figuur 7 + foto : airco’s aan huis en meting, bron: RUD Drenthe 2021
3.2.5 Geluidmetingen Voor het uitvoeren van de geluidmeting beschikken wij over meerdere soorten geluidmeters. De apparatuur wordt volgens voorschrift gekalibreerd zodat deze altijd aan de juiste eisen voldoen. Wij beschikken over zes geluidmeters van Bruel & Kjaer en één geluidmeter van NTi. Hiermee voeren we de meeste metingen uit. Voor het uitvoeren van langdurige metingen en monitoring van bijvoorbeeld evenementen hebben we de beschikking over acht speciale meters die op afstand uitleesbaar zijn. Wij kunnen (maar ook de gemeenten) real-time zien of er aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan.
Figuur 8 + foto : onze geluidmeters en een meting, bron: RUD Drenthe 2021
11
Jaarprogramma 2022
3.2.6 Mobiele puinbrekers Voor het breken van puin met een mobiele puinbreker op een slooplocatie geldt het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval. Onze advisering bestaat uit het beoordelen van de melding en het toetsen aan het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval voor wat betreft de geluidsaspecten. De melding wordt door het team vergunningen afgehandeld. In sommige gevallen wordt er een meting verlangd, die wij ook kunnen uitvoeren. 3.2.7 Warmtepompen Warmtepompen zijn een belangrijke geluidbron binnen de verduurzamingsopgave. Hierdoor is de toepassing van warmtepompen flink toegenomen. Hierbij is een stijging van het aantal klachten te verwachten. In samenwerking met de eigenaren zullen wij uitzoeken of het mogelijk is hier een praktische aanpak voor op te stellen. Dit zodat we niet voor elke klacht een volwaardig tijdrovend geluidsonderzoek hoeven op te stellen maar de klacht wel adequaat in behandeling kunnen nemen. Het Bouwbesluit 2012 is per 1 april 2021 aangepast met een nieuw artikel waarin nieuwe geluidseisen worden gesteld aan buiten opgestelde installaties op de erfgrens. Dit is een scherpe norm. De rekentool van het ministerie is dus iets wat de gemeenten vooraf kunnen verlangen van een aanvrager als onderdeel van de aanvraag. Zodanig kan hopelijk vooraf een goed ontwerp (stille unit, slimme positie) worden gemaakt en zodanig klachten worden voorkomen.
(dat is altijd beter dan genezen). We spelen een belangrijke rol in de beoordeling van de ingevulde rekentool. 3.2.8 Windturbines Voor windturbines bestaat onze advisering uit het toetsen en beoordelen van akoestische onderzoeken voor de inpasbaarheid in de omgeving. Dit betreft zowel kleinschalige projecten bij agrariërs als grootschalige windturbineparken. Ook het opstellen van vergunningsvoorschriften en de behandeling van klachten maakt onderdeel uit van de advisering. 3.2.9 Laag frequent geluid Laag frequent geluid (LFG), met daarbij de klachten die hierover ontstaan, is een steeds groter probleem in de leefomgeving. Deze bron van ergernis is vaak lastig te lokaliseren en niet makkelijk op te lossen. De wetgeving op dit vlak is ook nog maar summier. Het begripvol contact met de klager en een luisterend oor is heel belangrijk vooral ook omdat wij onderzoek doen naar de klacht en deze ook aanpakken in het geval van een aanwijsbare bron. Dat laatste is niet altijd mogelijk. Wij hebben, inspelend op voorkomende vragen, daarbij een protocol LFG ontwikkeld. Het uitgangspunt van het opgestelde protocol is het op milieutechnisch gebied ondersteunen van LFG klachten en niet zozeer meer het willen oplossen van een klacht.
Belangrijke begrippen zijn een heldere werkwijze, mensgericht, samenwerking en efficiënt werken; LFG kan deel gaan uitmaken van het klachtenpakket onder het programma. Wij gaan dit protocol toepassen in 2022 en indien noodzakelijk bijstellen. Met dit protocol zal, door een goede registratie van de klacht (middels een intake formulier) en afstemming met de GGD Drenthe de afhandeling plaatsvinden. Steeds meer mensen hebben last van laagfrequent geluid: <naam> verhuisde vier jaar geleden naar de wijk Rietlanden in Emmen. Daar kreeg ze voor het eerst te maken met laag frequent geluid. "Het is gewoon een hele lage bromtoon. Het is niet heel hard, net alsof je een hele lage bastoon van de radio aanzet. Dat hoor ik", zegt <naam>.Gek genoeg horen haar man en haar kinderen het geluid niet. "Ik hoor helemaal niks. Nou, ja ik hoor wel wat, maar dat niet", zegt (naam>. <naam> staat niet alleen. Op de enquête van de NOS en de regionale omroepen kwamen in Drenthe tweehonderd reacties binnen. De klachten variëren in ernst. Sommige mensen geven aan het vervelend te vinden en dat ze een beetje kribbig worden. Terwijl anderen niet kunnen slapen, last hebben van hartkloppingen en door de stress pijn ervaren. Een aantal mensen zegt de bromtonen niet alleen te horen, maar ook te voelen. Figuur 9: last van LFG , bron: RTV-Drenthe, 2019
3.2.10 Trillingshinder Door toename van vervoersbeweging neemt niet alleen de geluidsbelasting toe maar ook kan het trillingshinder geven. Minder vaak zijn er ook andere trillingsbronnen zoals metaalbewerkingsbedrijven, scheepswerven en puinbrekers. We adviseren over trillingshinder en doen onderzoek naar de oorzaak. Dat doen we in overleg met meerdere overheden zoals Provincie en gemeenten, maar ook Prorail is daarin een partij. Advisering bestaat uit het beoordelen van onderzoeken in kader van bestemmingsplannen en de regievoering bij klachten. Figuur 10: trilling en treinverkeer, bron: RIVM, 2021
12
Jaarprogramma 2022 3.3
Lucht
Er is sprake van een sterke groei in verzoeken om luchtadvies. Zo is er de laatste tijd veel landelijke aandacht voor bijvoorbeeld de Zeer zorgwekkende stoffen en de stikstofproblematiek. Maar ook voor geurhinder wordt steeds meer aandacht gevraagd van onze specialisten. Dit verlangt meer kennis van onze adviseurs vooral bijvoorbeeld op het gebied van vergisting, afvalverwerking, houtbewerking en verffabrieken. 3.3.1 Industriële emissies Bedrijven met luchtemissies zijn verplicht hun uitstoot zoveel mogelijk te beperken met maatregelen die voldoen aan BBT (Best Beschikbare Technieken). Onze luchtadviseurs onderzoeken en adviseren wat de BBTmaatregelen in de praktijk bij bedrijven precies kunnen zijn om het milieu zo min mogelijk te belasten. 3.3.2 Geur Geurhinder is een bijzonder aspect van de luchtkwaliteit, met name lokaal rond vele bedrijven en veehouderijen in Drenthe. Onze luchtadviseurs hebben de specifieke expertise in huis om informatie over geurbronnen, geurmaatregelen en de lokale omstandigheden te beoordelen en om te adviseren over de keuze van een aanvaardbaar hinderniveau. 3.3.3 Zeer zorgwekkende stoffen Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die bij voldoende contact met mens en milieuschadelijk zijn. Denk onder andere aan kankerverwekkende en hormoon verstorende stoffen.
Deze stoffen dienen om de vijf jaar te worden geïnventariseerd (controle op noodzakelijk gebruik en of alternatief mogelijk is.) Op deze manier dienen deze ZZS plaats te maken voor veiligere stoffen voor mens en milieu. Veel bedrijven maken nog gebruik van ZZS en dienen de blootstelling (immissie) aan die stoffen zoveel mogelijk te beperken. De inventarisatie van ZZS zorgt voor een flinke stijging in werkaanbod van de vraag om luchtadviezen, daarnaast is sprake van een groeiende vraag als gevolg van nieuwe ontwikkelingen waaronder Wet natuurbescherming (Wnb) Figuur 11: verschillen tussen gevaarlijke stoffen, ZZS vergunningprocedures en het opstarten van en SVHC (Reach)-stoffen, bron: rijksoverheid, 2021 omgevingsvisies en geurbeleid. Voor de inventarisatie van ZZS bij de provinciale inrichtingen is in 2019 door ons in samenwerking met de FUMO en de ODG een projectplan opgesteld. De provincies hebben met het Rijk afspraken gemaakt over de uitvoering van deze werkzaamheden. De provincie Drenthe heeft extra budget beschikbaar gesteld om deze extra werkzaamheden uit te voeren. Gemeenten hebben echter geen speciale afspraken met het rijk gemaakt over de aanpak hiervan.
Met de ervaringen die worden opgedaan bij de provinciale inrichtingen zal door ons in 2022 ook het gesprek op gang worden gebracht om te bepalen op welke wijze met ZZS moet worden omgegaan met de gemeentelijke inrichtingen. De uitkomst van deze verkenning zal in 2022 (of wellicht al eerder) vertaald moeten worden in nadere uitvoerings- en financieringsafspraken op het gebied van ZZS voor gemeentelijke inrichtingen. Wij onderzoeken en adviseren wat de BBT-maatregelen in de praktijk bij bedrijven precies kunnen zijn om het milieu zo min mogelijk te belasten.
13
Jaarprogramma 2022 3.3.4 Aanpak Stikstof Te veel stikstof in de natuur is schadelijk voor verschillende planten en dieren. Bij landbouw wordt stikstof uitgestoten in de vorm van ammoniak: een kleurloos gas. Dit gas komt vrij bij dierlijke mest en kunstmest. Stikstof komt ook voor als stikstofoxide. Een stof die bijvoorbeeld auto’s, schepen en industrieën uitstoten. Figuur 12: schets balans Stikstof, bron: rijksoverheid, 2021 In 2019 heeft de hoogste algemene bestuursrechter, De Raad van State, een streep gezet door het programma aanpak stikstof (PAS) vanwege strijdigheid met het Europese natuurwetgeving. Er is inmiddels al wel meer duidelijk over de stikstofregels zoals intern en extern salderen, echter lopen er nog wel een aantal bezwaar- en beroepsprocedures in het kader van de Wnb. In de loop van 2022 moet duidelijk worden wat de invloed van het Stikstofdossier is op de productie en uren inzet. Wij adviseren over stikstofdepositie ten aanzien van Natura 2000 gebieden en over stikstofemissiebeperkende maatregelen bij wegen, bedrijven en landbouw- en veehouderijbedrijven (bijvoorbeeld aan de hand van het Besluit emissiearme huisvesting). 3.3.5 Luchtkwaliteit De kwaliteit van onze buitenlucht hangt af van de mate waarin veel verschillende stoffen er in aanwezig zijn. Fijnstof is daarvan de bekendste en tegenwoordig ook de belangrijkste.
Fijnstof is een vorm van luchtvervuiling, die ernstige gezondheidsklachten kan veroorzaken. Uit epidemiologische en toxicologische gegevens blijkt dat fijnstof bij inademing schadelijk is voor de gezondheid. Zo leidt het bij mensen met luchtwegaandoeningen en harten vaatziekten tot verergering van hun symptomen, en benadeelt het bij kinderen de ontwikkeling van de longen. De maximaal toegestane normen voor fijnstof worden in Europa op veel plaatsen overschreden. Fijnstof wordt geëmitteerd vanuit vele bronnen. We noemen uiteraard de bedrijfsmatige activiteiten, verbrandingen (vreugdevuren, vuurwerk en houtkachels) en verbrandingsmotoren. Deze kunnen lokaal voor overlast zorgen. Minder bekend zijn bijvoorbeeld de emissies van fijnstof door zeewater en andere Europese industriegebieden. Onze adviseurs behandelen vragen en adviseren over de luchtkwaliteit (fijnstof en andere componenten) en in hoeverre aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen wordt voldaan.
Figuur 13: fijn stof Nederland , bron: RIVM, 2020
3.3.6 Meten en monitoren Meten is weten! Het doen van metingen kan van toegevoegde waarde zijn om de lokale luchtkwaliteit of de geurbelasting duidelijk te krijgen in omgevingen waar overlast wordt ervaren. Van monitoring wordt gesproken als het metingen betreft over een langere periode van weken of maanden. Wij zijn op de hoogte van de mogelijkheden voor metingen aan luchtkwaliteit en geur, en kunnen adviseren over de meerwaarde die in een lokale situatie van metingen verwacht mag worden. De betrokkenheid bij de daadwerkelijke uitvoering van metingen kan zowel bestaan uit het begeleiden van een externe partij, de analyse van die meetdata als uit het in eigen beheer doen van de metingen. Foto: eNose VAM-berg , bron: RUD Drenthe, 2021
14
Jaarprogramma 2022 3.3.7 Schone lucht akkoord De hoeveelheid fijnstof en stikstofdioxide in de lucht is de afgelopen twintig jaar gehalveerd in Nederland. Dat komt onder meer door schonere auto's. Om de lucht nog schoner te maken is het Schone Lucht Akkoord gesloten (nog niet door alle partners). Inzet op schone lucht betekent een verlaging van de volksgezondheidsrisico’s. In 2030 zouden we daarmee zo'n 4.500 levens kunnen redden. Drenthe doet mee aan het landelijk samenwerkingsverband van het Schone Lucht Akkoord om de risico’s die de kwaliteit van de buitenlucht met extra inspanningen verder te verlagen. Wij onderzoeken en adviseren waar en op welke manier dat gericht in Drenthe kan. 3.3.8 Asbest Asbest bestaat uit heel kleine vezeltjes die niet zichtbaar zijn met het blote oog. Door het inademen van losse asbestvezels kan na lange tijd longkanker, longvlies-, of buikvlieskanker ontstaan. Asbest is alleen schadelijk als je losse vezels inademt. Hoe schadelijk hangt af Figuur 14: Drenthe kaart NO2/PM10, bron: RTV Drenthe, 2018 van de totale hoeveelheid asbestvezels die je tijdens je leven inademt. Hoe meer asbestvezels je gedurende je leven inademt, hoe groter de kans op het krijgen van kanker door asbest. In 1993 heeft de Nederlandse overheid het toepassen van asbest volledig verboden. Sinds 2005 geldt een verbod in de gehele Europese Unie.
Omdat asbest vooral na de Tweede Wereldoorlog tot 1993 op grote schaal en in veel toepassingen is verwerkt, is de kans groot dat een gebouw uit deze periode asbest bevat. Asbest had een aantal voordelen, goedkoop, slijtvast, bestand tegen hoge temperaturen, waardoor het zoveel is toegepast. De asbestsaneringsopgave zal de komende tijd actueel blijven en impact hebben op de luchtkwaliteit (zie ook projecten). Daarnaast is de regulering en toezicht momenteel onvoldoende geborgd omdat niet altijd duidelijk is hoe ermee omgegaan moet worden. Wij hebben asbest deskundigen in dienst die advies geven over asbestverwijdering en toezicht houden.
15
Jaarprogramma 2022 3.4
Omgevingsveiligheid
Omgevingsveiligheid is de nieuwe benaming van externe veiligheid. In Nederland is de ruimte voor wonen en werken schaars. Mensen willen gezond en veilig leven, en het bedrijfs-leven wil ruimte voor economische groei behouden. Deze blijvende zoektocht naar een optimaal gebruik van de beperkte ruimte is het onderwerp van omgevingsveiligheid. Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Het gaat om de “feitelijke” risico’s, met soms grote onzekerheden, én om waargenomen risico’s. 3.4.1 Energietransitie De energietransitie kan van invloed zijn op de omgevingsveiligheid, denk bijvoorbeeld aan de productie van waterstof, de opslag en het transport ervan. Waterstof is een gevaarlijke stof en hiervan moeten de omgevingsveiligheidsaspecten in beeld worden gebracht. Wij adviseren hierover bij aanvragen Omgevingsvergunningen. Waterstofproject Erflanden Hoogeveen ‘unieke kans’! “Volgens de wethouder is het project een unieke kans voor Hoogeveen. De gemeente heeft namelijk de ambitie om in 2040 CO2-neutraal te zijn. "We hebben een klimaatakkoord waarin staat dat we allemaal van het aardgas af moeten.
De wijk Erflanden ligt naast een NAM-locatie waar de pijpleidingen al liggen om waterstof te vervoeren en op te slaan." Het project is niet te realiseren zonder de bewoners. "We moeten het samen met de bewoners gaan doen. We kunnen het niet alleen", vervolgt de wethouder. "We nemen een jaar de tijd om met mensen in gesprek te gaan. Waar liggen de vragen, tegen welke problemen lopen ze aan? Daarna wordt de balans opgemaakt." Om het contact met de bewoners te versterken zijn er werktafels in het leven geroepen. Zogenoemde klankbordgroepen met verschillende thema's, bijvoorbeeld financiën, waar bewoners vragen over kunnen stellen”
3.4.2 Energieopslag systemen Figuur 15: H2, unieke kans!, bron: RTV Drenthe , 2021 De sterke groei van duurzame energie opwekking (reductie CO2) leidt ook tot aanpassingen in de elektriciteitsnetwerken en gebruik bij activiteiten. Deze aanpassingen hebben enerzijds betrekking op de omgang met piek- en dalproducties en anderzijds op het distribueren, bufferen en opslaan van (elektrische) energie. Met deze opslagtechnieken (aantal en omvang) krijgen we steeds meer te maken. We noemen een aantal voorbeelden: • Boven- en ondergrondse spaarbekkens / pompcentrales • Koude- en warmteopslag en gecomprimeerde lucht • Cryogene of thermische energie-opslag • Accu's (o.a. lithium-ion) • Waterstof en “Power to gas” systemen Deze opslagen zijn niet zonder gevaar. Bij calamiteiten zijn branden van energie opslagsystemen lastig te blussen. Ook kunnen deze geluidsoverlast veroorzaken. Goede regulering, toezicht en adviseren is dus van groot belang. Wij adviseren over de opslag, het opstellen van regels en de controle hierop. Foto: Energy storage, bron: www.specials.han.nl, 2021
3.4.3 Explosieven en vuurwerk Met betrekking tot omgevingsveiligheid speelt het opslaan van explosieven en vuurwerk een belangrijke rol (denk aan de vuurwerkramp in Enschede). Wij hebben hier een belangrijke taak in het vergunnen en zien toe op deze opslag (bijvoorbeeld voor de verkooppunten consumentenvuurwerk). Daarbij werken we samen met verschillende partners (zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport). De vuurwerkcontroles vinden vooral ook plaats tijdens de jaarwisseling maar er zijn ook speciale evenementen waar wij controles uitvoeren. Dit gespecialiseerde toezicht, en ook de coördinatie hiervoor, doen we voornamelijk namens de provincie. Dat laatste houdt in dat we de schakel zijn tussen de provincie, de vuurwerkbranche, omgevingsdiensten, brandweer, politie en justitie. We stemmen vuurwerkzaken af en nemen deel aan landelijke overleggen met andere provincies en omgevingsdiensten, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Landelijke Politie.
16
Jaarprogramma 2022 3.4.4 Hogedruk aardgastransportleidingen Aanvragen voor aanleg worden steeds meer ingediend en hier worden kwantitatieve risicoanalyses (QRA‘s) voor opgesteld. Vooral met de komst of ontwikkeling van waterstof ter vervanging van aardgas kan dit nodig zijn. Hiervoor is bijvoorbeeld een aanvraag in beeld nabij de voormalige gaszuiveringsinstallatie (GZI) in Emmen. Het toekomstplaatje schetst een groene waterstofproductie op het voormalige GZI-terrein. Om waterstof te kunnen produceren zal gebruik worden gemaakt van de zonne-energie van een zonne-akker die hier dichtbij recentelijk is aangelegd.
Figuur16.: GZI Next Waterstof, bron: www.gasunie.nl, 2021
3.4.5 Multifuel tankstations Het is te merken dat de vraag naar de realisatie van waterstof afleverpunten dit jaar fors is toegenomen. Dit gaat vaak om kleinschalige waterstofunits, waaraan waterstofgascilinderpakketten zijn gekoppeld. Deze afleverinstallaties worden veelal als “fleetownerstations” aangeduid. In Coevorden is een dergelijke installatie op het bedrijfsterrein van een installatiebedrijf reeds in bedrijf. Soms zijn deze wat groter. Naast waterstof betreft het ook vaak opslag en afleverpunten van LNG (Liquid Natural Gas). Voor al deze installaties moeten de externe veiligheidsrisico’s in beeld worden gebracht door kwantitatieve risicoanalyses die door onze adviseurs moeten worden beoordeeld. 3.4.6 Opslag gevaarlijke stoffen Bedrijven welke gevaarlijke stoffen produceren, opslaan bijvoorbeeld in verpakkingen en in bovengrondse of ondergrondse opslagtanks) of gebruiken moeten aan specifieke richtlijnen voldoen (publicatiereeks gevaarlijke stoffen of PGS). Een PGS-richtlijn beschrijft integraal de belangrijkste risico’s van die activiteiten voor de omgevings- en brandveiligheid en de veiligheid van werknemers. Daarnaast beschrijft het de mogelijke gevolgen van die activiteit voor de rampenbestrijding. Wij adviseren hierover in de vergunning en met betrekking tot toezicht.
3.4.7 Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) Met de komst van de Omgevingswet komt er een Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Het REV is een database waarin de informatie over externe veiligheidsrisico’s verzameld wordt. De aansluiting op het REV is een opgave op zich. Het gaat om 43 verschillende activiteiten met risico's rondom de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen (transport hiervan zit bij het Ministerie). Voor een groot deel van deze activiteiten zijn gemeenten het bevoegd gezag. Als databronhouder moeten zij formeel deze gegevens (geografische ligging, van de activiteiten, de afstanden voor het plaatsgebonden risico en het eventuele aandachtsgebied aanleveren bij het Figuur 17: Aandachtsgebieden REV, bron: REV maar zij hebben deze expertise niet in www.registerexterneveiligheid.nl, 2021 huis. Wij hebben aangegeven deze taak uit te willen voeren voor de opdrachtgevers. Deze gegevens moeten voor bestaande activiteiten uiterlijk 1 januari 2024 aanleveren. Voor nieuwe activiteiten geldt een aanlevertijd van 2 weken na het verlenen van de omgevingsvergunning. 3.4.8 Transport gevaarlijke stoffen Transport gevaarlijke stoffen over de weg en het spoor is relevant voor bestemmingsplannen. Hier worden ook QRA’s voor opgesteld.
17
Jaarprogramma 2022
3.5
Duurzame energie
In het klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd dat de wereldwijde klimaatopwarming in 2100 beperkt moet zijn tot 2°C vergeleken met het niveau van vóór de opkomst van de industrie. Er wordt gestreefd om die stijging van 2°C te verlagen tot 1,5 graad. In het verlengde hiervan hebben provinciale staten van Drenthe de doelstelling uitgesproken in de vastgestelde Energieagenda 2020 – 2023 om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze doelstellingen, die de burger en het bedrijfsleven steeds sterker zullen gaan raken, vragen om concrete maatregelen en plannen in het heden. Voor de bedrijven geldt daarvoor de wet- en regelgeving, zoals het per juli 2022 in werking te treden Besluit activiteiten leefomgeving. De ontwikkeling van dit onderwerp binnen bijvoorbeeld dat besluit zorgt voor een steeds sterkere concretisering van vereiste maatregelen die bedrijven bij bepaalde drempelgebruikswaardes moeten treffen. De urgentie achter genoemde doelstellingen is groot, waardoor het onderwerp en de taak die wij daar in hebben prioritair is geworden. Onze verwachting is dat de urgentie tot het treffen van energiebesparende maatregelen in de toekomst nog verder zal toenemen. Dit wordt onderschreven in de eerste Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2019 van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat.
Een en ander vraagt om het vergaren en bijhouden van de specifieke vakkennis binnen onze organisatie en het prioritair uitvoeren van energietoezicht op de naleving van de verplichting tot het treffen van de vereiste energiebesparingsmaatregelen bij de bedrijven. De regelgeving op dit punt zal ook worden gewijzigd (de regels zullen naar verwachting worden verbreed van puur energiebesparing naar het vermijden van de uitstoot van broeikasgassen (denk aan het verplicht kunnen stellen van “zon op dak”)). 3.5.1 Energietoezicht Het toezien op deze wet- en regelgeving is op dit moment onvoldoende meegenomen binnen de Drentse Maat, of anders gezegd: de vanuit dit beleid benodigde wijze van uitvoering past niet meer binnen het destijds opgestelde kentallen. Wij hebben in het kader van energietoezicht een werkgroep opgericht. Figuur 18: Carbon Footprint, bron: www.duurzaamthuis.nl, 2021 Deze stelt voor om het energietoezicht uit te voeren volgens wettelijke taken en met een redelijke uitvoeringskwaliteit, waarbij voldaan wordt aan de vereiste kwaliteitscriteria (deskundigheidseisen). De werkgroep neemt het initiatief om in 2022 te verkennen of het mogelijk is om samenwerkingsafspraken te maken om lokale ambities vanaf 2023 gezamenlijk te realiseren. Onderzocht wordt of de uitvoering van het energietoezicht alleen toereikend is.
Per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben. Voldoet het gebouw niet aan de eisen, dan mag het per 1 januari 2023 niet meer als kantoor gebruikt worden. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 2012. We hebben de expertise op het gebied van energiebesparing en energietoezicht in huis. Bevoegde gezagen kunnen ons opdragen om deze taak op zich te nemen ons hiervoor te mandateren. Ter voorbereiding hierop kan het bevoegd gezag in 2022 hiervoor opdracht geven.
18
Jaarprogramma 2022 3.5.2 Energietransitie De afspraken binnen het Klimaatakkoord spelen op diverse niveaus: van wijk tot gemeente tot regio en ook nationaal niveau. Geen zelfstandige processen, maar ze vormen een samenhangend geheel. Een dynamisch proces waarbij het van belang is om ze in de context te zien. Regionaal is de Regionale Energie Strategie (RES) van belang. Elke gemeente, provincie en waterschap werkt binnen één van de dertig regio’s samen met stakeholders aan een RES. De RES is een instrument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag- en energieinfrastructuur. Wij adviseren over de mogelijkheden van energietransitie. 3.5.3 Windenergie Figuur 19: regionale afstemming RES, bron: Met de bouw van de windmolenparken in Borger-Odoorn en www.vng.nl, 2021 Aa & Hunze is de taak voor regulering feitelijk toegenomen. Naast advisering rondom vergunningverlening is ook toezicht en geluidadvies van toepassing. Dit levert nieuwe kennis op over impact en overlast voor de omgeving. Onze medewerkers pakken deze rol actief op om hiermee de bevoegd gezag instanties bij te staan. De uitspraak over het windturbinepark bij Delfzijl-Zuid heeft duidelijk gemaakt dat er voor de regels in het Activiteitenbesluit over windmolens in windparken een plan-m.e.r. gemaakt had moeten worden.
Het Rijk is voornemens om deze plan-m.e.r. binnen een paar jaar alsnog op te stellen, maar de vraag is wat er in de tussentijd moet gebeuren bij bijvoorbeeld bestaande windturbineparken, maar Foto: windpark Drentse Monden/Oostermoer, bron: mogelijk ook bij andere plan-m.e.r.-plichtige www.drentsemondenoostermoer.nl, 2021 bedrijvigheid. In de loop van 2022 wordt hierover hopelijk meer duidelijk en kan worden bepaald wat dit voor invloed heeft op onze productie en uren inzet. 3.5.4 Zonne-energie Energie door zonne-energie is sterk opkomend. Steeds meer verschijnen zonnepanelen op landbouwgronden en daken. Momenteel is onze bemoeienis minimaal en beperkt onze rol zich tot adviezen voor bedrijven over energie transitie.
19
Jaarprogramma 2022
Hoofdstuk 4 Onze Activiteiten De hierna beschreven activiteiten zijn gekoppeld aan de directe uitvoering. De indeling gekoppeld aan de Producten- en dienstencatalogus. Deze is te bekijken op https://drenthe.omgevingsdienst.wiki. 4.1
Vergunnen & Besluiten
Opgave: Het behandelen van de zogenoemde regulerende producten (omgevingsvergunningen, beschikkingen) is één van onze primaire taken. Dit zijn vooral vraag gestuurde producten en dus weinig beïnvloedbaar. De trend van het aantal vergunningen en besluiten laat de laatste jaren en sterk stijgende lijn zien. Dit heeft te maken met wet- en regelgeving, economische ontwikkeling en verbeterde registratie. Op basis van deze ervaringscijfers schatten we in dat ongeveer 500 vergunning producten gaan leveren over 2022. • 100 Beschikkingen en instemmingen Wbb • 392 Omgevingsvergunningen en maatwerkprocedures In de bijlagen zijn de aantallen per bevoegd gezag gespecificeerd.
Figuur 20: trendline vergunning producten 2018-2020, bron RUD Drenthe 2021
Naast de vraag gestuurde producten zijn er ook activiteiten die we voorzienbaar uit gaan voeren. • BBT-conclusies: voor 2022 staan de actualisaties in het kader van de BBT-conclusies voor afvalbehandeling op de planning. • Programmatisch actualiseren: bij actualisatie van vergunningen bestaat met name voor de IPPCbedrijven een wettelijke plicht. • Vooroverleg Omgevingswet: de termijnen voor de Omgevingswet worden aangepast. Een vergunning moet straks binnen 8 weken worden afgehandeld, daarom is regionaal afgesproken dat voor elke aanvraag een vooroverleg dient te worden gevoerd zodat deze goed kan worden voorbereid. Dit vooroverleg is bij complexe activiteiten van groot belang. Begin 2022 gaan gezamenlijk oefenen en krijgen we meer zicht op wat dit vooroverleg aan tijd zal kosten. Prioritering: De prioritering zal zich richten op de wettelijke verplichtingen. Aanvragen (vraag gestuurd) moeten behandeld worden, ook met een overvraag. Bij grote aantallen en beperkt beschikbare capaciteit zal dit ten koste gaan van de kwaliteit. 4.2
Melden & Ontheffen
Opgave Het tweede en derde type regulerende producten zijn de meldingen en ontheffingen Ook dit zijn vraag gestuurde producten. We verwachten op basis van de trend van afgelopen jaren ongeveer 1800 meldingen en 50 ontheffingen te behandelen in 2022. Naast meldingen van het starten/beginnen met een milieubelastende activiteit krijgen wij ook meldingen van ongewone voorvallen. Dit zijn vaak incidenten bij bedrijven waardoor nadelige gevolgen voor het milieu of bodem (dreigen te) ontstaan. We verwachten in 2022 rond de 65 ongewoon voorvallen (dalende trend van 100 in 2017 tot 70 in 2020).
Foto: metaalbrand Emmen, (zwaar) ongewoon voorval, bron RTV Drenthe, 2020
Prioritering Behandeling van meldingen en ontheffingen zijn wettelijk verplicht. Ook hier geldt, bij grote aantallen en beperkt beschikbare capaciteit zal dit ten koste gaan van de kwaliteit. 20
Jaarprogramma 2022 De meldingen ongewoon voorval melding hebben een hoge prioriteit, gelet op de directe risico’s. 4.3
Informeren & Beoordelen
Opgave Het informeren van overheden, inwoners en bedrijven over activiteiten en milieutechnische situaties maar ook het beoordelen van rapportages is ook een belangrijk onderdeel van onze taak. De diversiteit van vragen is groot dat maakt dat deze taak vaak ook tijdrovend is. We verwachten niet minder dan 1500 van dit soort informatievragen te behandelen in 2022. Het beoordelen van rapportages (monitoring op grond van geluid, lucht, energie bij bedrijven, bodemverontreinigingen en andere) is ook een belangrijk beoordelend aspect van onze toezichthoudende taak en kosten per product veel tijd. We verwachten ongeveer 125 van dit soort rapportages te moeten beoordelen. Prioritering Informatieverstrekking over milieu is een belangrijke taak. Het is ook hier erg afhankelijk van de vraag. We hanteren geen specifieke prioriteit tenzij de opdrachtgever dit expliciet aangeeft (bijvoorbeeld tijdsdruk bij het nemen van een besluit). 4.4
Klachten & Handhavingsverzoeken
Opgave Wij reageren adequaat op klachten en door onze piketdienst zijn we in staat om snel reageren op klachten en calamiteiten. Het aantal klachten is de laatste jaren weer wat toegenomen, vanaf 2018 is er een licht stijgende trend te zien. Voor 2022 verwachten wij rond 500 klachten en circa 12 handhavingsverzoeken Figuur 21: trendlijn klachten, bron RUD Drenthe, 2021
Prioritering Klachten en handhavingsverzoeken zijn sterk vraag gestuurd. Deze krijgen in de basis voorrang in de uitvoering. Er wordt wel sterk gekeken naar noodzaak bij klachten. Indien inzetbaarheid een probleem is wordt geprioriteerd op maatschappelijke impact en milieurisico. 4.5
Adviseren & Toetsen
Opgave Met onze specialistische adviezen (bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid en juridisch) en het toetsen/beoordelen van onderzoeks- en keuringsrapporten dragen we ook actief bij aan onze missie. De juridische adviezen kenmerken zich door een brede scope. Dit kan een inhoudelijk, toetsend of juridisch advies zijn (of combinatie daarvan) voor een tal van producten. Voor bodem betreft dit ook de bodem/ondergrond (beleids-)adviezen bij omgevingsplannen, ruimtelijke plannen en beoordelen bodemonderzoeken bij omgevingsvergunningen en -meldingen. Dit gebeurt ook bij nieuwe bedreigingen van de bodem zoals bij drugsafval, en de PFAS. In totaal verwachten we grofweg 2700 adviezen te verlenen in 2022. Luchtadvies Vanwege extra wettelijke taken en de stijgende vraag voor lucht en geuradvies geldt een apart besluit voor extra inzet in 2022. Prioritering Ook deze producten zijn vraag gestuurd en veelal is een advies noodzakelijk met name bij vergunningprocedures of ontwikkelingen bij onze opdrachtgevers. Er wordt echter wel gekeken naar 21
Jaarprogramma 2022 noodzaak en termijn. Indien adviezenaanvragen accumuleren bij specifieke specialisten wordt afgewogen welke adviezen de prioriteit krijgen. Ook worden andere adviezen met minder kwalitatieve zorg opgesteld. (aantallen omhoog, kwaliteit naar beneden) 4.5
Bezwaren & Beroep
Opgave Onze opdrachtgevers vragen onze juristen vaak om ondersteuning bij bezwaar- en beroepszaken betreft het milieudeel van een meervoudig verzoek. Deze ondersteuning kan dus een deel betreffen maar kan ook in mandaat volledig in handen worden gegeven. Dit zijn veelal tijdrovende en langdurige zaken. Prioritering Deze ondersteuning is volledig vraag gestuurd. Er is een duidelijk verband tussen kwaliteit van de regulering en het aantal bezwaar en beroep procedures. Het aantal procedures neemt toe wanneer de kwaliteit van de besluiten verminderd. Wij ondersteunen de opdrachtgevers bij alle verzoeken (zolang de beschikbare capaciteit dat toelaat). 4.6
Toezicht & Handhaven
Opgave Op regulering van milieu belastende activiteiten volgt toezicht. Dit toezicht voeren wij uit bij bedrijven waarbij de focus vooral ligt op de milieu gerelateerde thema’s zoals bodem, geluid, lucht en omgevingsveiligheid. Daarnaast vindt er toezicht plaats bij saneringen van de bodemverontreiniging en grondverzet maar ook bij warmte -en koude opslag, tijdelijke en uitzonderlijk gebruik (luchtvaart), asbestverwijdering en het ontbranden van vuurwerk. Voor toezicht bij bedrijven (voor gemeenten) is Risicogericht toezicht (RGT) leidend. Toezicht bij provinciale bedrijven wordt volledig integraal uitgevoerd. We verwachten in 2022 ongeveer 3000 controles in totaliteit uit te voeren. Dit zijn dus alle toezichtzaken die wij uitvoeren.
Foto: toezicht op gasflessen, bron RUD Drenthe, 2021
Risicogericht toezicht Het toezicht op milieu belastende activiteiten bij gemeentelijke bedrijven voeren wij risicogericht uit. Dit doen wij om het toezichtcapaciteit daar in te zetten waar dat het meest nodig is gelet op risico-inschatting en milieurendement. De risicomatrix (milieueffect, bestuurlijke impact, ondermijning en naleving) worden gebruikt prioriteiten te stellen en het toezichtprogramma op te stellen. De score van naleving beoordelen we, op basis van data, jaarlijks. Zonder goede data geen bruikbare informatie voor de risicomatrix, daarom sturen wij actief op goede datakwaliteit (o.a. een actueel milieulocatie en bodemlocatiebestand en registratie overtredingen via digitale checklisten). Deze risicogerichte benadering gaan we in 2022 uitbreiden naar onze activiteiten op gebied van bodem- en asbesttoezicht. Asbesttoezicht Vanwege milieurisico’s en urgentie wordt in 2022 het risicogerichte asbesttoezicht op een aanvaardbaar niveau gebracht. Hierbij gaat het om het behandelen van meldingen en uitvoeren van toezicht en handhaving (zie alinea 5.2). Energietoezicht Naar aanleiding van de ambities in het klimaatakkoord en ter ondersteuning aan de energietransitie worden in 2022 en verder extra uren ingezet om deze ambities in te vullen. (zie alinea 5.2).
22
Jaarprogramma 2022 Toezicht bodemactiviteiten Wij verzorgen ook het toezicht op bodemactiviteiten. We houden toezicht op bodemsaneringen in het kader van de Wbb (historische gevallen en nieuwe gevallen (ontstaan na 1987) van bodemverontreiniging). Naast het toezicht op bodemsaneringen zien we ook toe op kleinere bodemverontreinigingen die in het kader van het schoonhouden en het behouden van de gebruiksfunctie van de bodem gesaneerd moeten worden wanneer ontwikkelingen plaatsvinden. Het toezicht gebiedsgericht milieu wordt ingezet om illegale grondstromen en activiteiten in of op de bodem op te sporen. Landelijke Handhavingsstrategie Bij geconstateerde overtredingen volgen we de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Dit betekent dat het gedrag van de overtreder samen met de zwaarte van de overtreding bepaalt op welke wijze handhavingsinstrumenten worden ingezet. In het kader van de bestuursrechtelijke handhaving wordt met name naar het herstel van de overtreding gekeken. In de praktijk vertaalt zich dit naar opgestelde vooraankondigingen, last onder dwangsommen, dwangsommen en invorderingsbesluiten en opgelegd dan wel toegepaste bestuursdwang, waarbij de gemaakte kosten worden verhaald. Hiervoor is vanuit een eerder advies een aantal uren te laag ingeschat. Reden is dat bij ons anders dan bij andere omgevingsdiensten de taken zijn verdeeld.