CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Jeugdhulp Regio Drenthe Regiovisie 2026-2030 versie 21 april

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 25 juni 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp 2026 – 203015.470 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de onderstaande tekst gebruiken we op bepaalde plekken tekstkaders met contractvoorwaarden. Daarin staat welke eisen we stellen aan jeugdhulpaanbieders die (in de toekomst) voor enige vorm van gespecialiseerde jeugdhulp gecontracteerd willen worden. Bij deze contractering sluiten we aan bij de Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd (VNG, 2020).

Wonen als randvoorwaarde

Beschikbaarheid

Een specifiek thema is passende woonruimte voor deze groep jongvolwassenen. Op dit moment is voor deze groep beperkte ruimte op de woningmarkt. Overleg tussen jeugdhulpregio, gemeenten en woningbouwcorporaties is nodig om te komen tot duurzame huisvestingsoplossingen van jongvolwassenen. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij de lokale gemeenten en/of centrumgemeenten. Vanuit de regio sluiten we aan bij bestaande afspraken en convenanten met woningcorporaties.

4) Kinderen en jongeren die geplaatst worden in leefof woongroepen of in de gesloten jeugdhulp Op jaarbasis (gegevens 2024) gaat het om 100 kinderen en jongeren.

5

DE OPDRACHT VOOR DE JEUGDHULPREGIO

Uitgangspunt is dat er door de betrokken verwijzers - in lijn met de Drentse visie - wordt geconstateerd dat de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp in de betreffende situatie passend is . Als jeugdhulpregio gaan wij ervan uit dat verwijzers deze afweging zorgvuldig en transparant maken en hierover gemotiveerd verantwoording kunnen afleggen.

Beschikbaarheid is een essentiële randvoorwaarde voor tijdige, passende en effectieve ondersteuning aan kinderen en jongeren. In de praktijk staat dit echter onder druk. We zien hardnekkige knelpunten: wachttijden, uitblijvende plaatsingen, overvolle wachtlijsten en een toename van passende hulpoplossingen buiten de reguliere contracten. Vooral bij complexe problematiek zijn deze knelpunten structureel. Beschikbaarheid gaat verder dan het aantal plekken. Het betekent ook: inhoudelijke aansluiting op de hulpvraag, continuïteit van zorg, nabijheid van voorzieningen en perspectief op ontwikkeling. Een plek is pas daadwerkelijk beschikbaar als zij op deze punten passend is. We zien een groeiende kloof tussen formele beschikbaarheid en feitelijke toegankelijkheid.

Kinderen en jongeren kunnen op papier op een wachtlijst staan, terwijl er in de praktijk geen passende plek beschikbaar is. Dat leidt tot tijdelijke, suboptimale oplossingen, onnodige verplaatsingen en instabiliteit. Om dit patroon te doorbreken is gezamenlijke regie nodig: beter inzicht in vraag en aanbod en gedeelde verantwoordelijkheid bij plaatsingen.

Onze visie op beschikbaarheid vraagt ook om een cultuuromslag: van aanbodgericht naar vraaggericht werken. Niet het kind of de jongere past zich aan het aanbod aan; de expertise beweegt naar waar de het kind of de jongere is. Flexibiliteit, interdisciplinaire samenwerking en het ondergeschikt maken van organisatiebelangen zijn daarbij cruciaal.

25

24

Kwaliteit

Betaalbaarheid

Hoewel veel professionals in Drenthe zich met hart en ziel inzetten, zijn er serieuze zorgen over de kwaliteit van de jeugdhulp. Te vaak wordt gekozen voor hulpvormen met beperkt effect, bij gebrek aan een beter alternatief. Dit leidt tot frustratie bij gezinnen en hulpverleners en tast het vertrouwen in het jeugdhulpsysteem aan.

De betaalbaarheid van de jeugdhulp staat onder druk. Gemeenten worden geconfronteerd met oplopende kosten, terwijl het aantal kinderen en jongeren in zorg stijgt en de complexiteit toeneemt. Tegelijk zijn professionals en middelen schaars. Dit vraagt om scherpe keuzes.

Kwaliteit zit niet alleen in protocollen of papieren eisen. Het gaat om het vermogen om daadwerkelijk verschil te maken in het leven van kinderen en jongeren. Dat vraagt om ruimte voor effectieve interventies en om relationeel vakmanschap: veilige, oprechte relaties gecombineerd methodisch handelen. Alleen dan ontstaat duurzame verandering.

Voor de toekomst betekent dit dat we keuzes maken. We stoppen met wat niet werkt - ook als dat ongemakkelijk is - en investeren in bewezen effectieve vormen van hulp, duurzame plaatsingen en passende gespecialiseerde hulp wanneer dat écht nodig is. We werken met de gedeelde verklarende analyse en houden dit proces actueel.

Een robuust jeugdhulplandschap bouwt op partnerschap. We willen een jeugdhulpsysteem waarin samenwerking vanzelfsprekend is, waarin professionals worden ondersteund en waarin kinderen en jongeren en hun gezin zich gezien en veilig voelen. Kwaliteit is geen bijvangst van structuur, kwaliteit ís de structuur. In relatie tot de kwaliteit is het belangrijk om aandacht te besteden aan fraude en het voorkomen van ondermijning. In dat proces willen we ook als het gaat om gespecialiseerde jeugdhulp stevige stappen zetten. In overleg met de verantwoordelijken voor de Drentse aanpak ondermijning zal een samenhangend pakket maatregelen worden uitgewerkt.

Een belangrijk uitgangspunt is: als gemeenten investeren in een sterke en pedagogische basis en het sociale netwerk rondom kinderen en jongeren versterken, is minder gespecialiseerde jeugdhulp nodig. Ondersteuning begint in de leefwereld: licht waar het kan, zwaarder waar het moet. Jeugdhulp is geen standaardantwoord op elke zorgvraag, maar een gerichte interventie wanneer dat echt nodig is. Met deze scherpte doen we recht aan kinderen en jongeren en hun gezin. Tegelijkertijd weten we dat de kosten van gespecialiseerde jeugdhulp de komende jaren verder stijgen, onder meer door hogere tarieven, personeelstekorten en toenemende complexiteit. Daarom sturen we op inhoud: meer kleinschalige voorzieningen waar passend, intensieve ambulante programma’s als alternatief voor verblijf en crisishulp. Het jeugdhulplandschap vraagt ook dat we keuzes maken over welke hoogspecialistische, schaarse voorzieningen we voor onze regio in stand willen houden. Het beter inrichten van het jeugdhulplandschap bovendien in de startfase om extra investeringen.

3.2 WAT IS HET BEELD DAT WE NU ZIEN IN DRENTHE? Sinds 2015 is het aantal kinderen en jongeren dat jeugdhulp ontvangt toegenomen. Hoewel het aantal trajecten in Drenthe lijkt te stabiliseren, nemen de kosten en de doorlooptijden van jeugdhulptrajecten nog steeds toe. Tegelijk is de ambitie gebleven om een aanbod te organiseren dat aansluit bij de diversiteit aan hulpvragen.

Complexere vragen en samenwerking die stroef blijft

Voorafgaand aan de contractering in 2019 is het jeugdhulplandschap door beide inkoopregio’s in kaart gebracht, met als doel normaliseren te bevorderen en expertise van hoogspecialistische aanbieders eerder in de keten beschikbaar te maken. De verwachting was dat dit het gebruik van jeugdhulp zou verminderen. Hoewel de richting klopt, is de beoogde impact in de praktijk onvoldoende gerealiseerd.

Tegelijkertijd biedt de schaal van Drenthe perspectief: overzichtelijk genoeg om specialistische jeugdhulp goed te organiseren, mits we investeren in partnerschap, vertrouwen en structurele samenwerking. Er zijn mooie voorbeelden waar dit al lukt, zoals Spoed4Jeugd, FACT 2.0 (met integratie van gemeentelijke inzet) en de pilot met het Reizend Specialistenteam (RST).

Een versnipperd landschap met beperkte samenhang Het Drentse jeugdhulplandschap is regelmatig omschreven als een lappendeken van lokale en regionale (transformatie)initiatieven én een groot aantal gecontracteerde aanbieders. In elke inkoopregio zijn circa 160 aanbieders gecontracteerd (exclusief onderaannemers). Op papier suggereert dit een passend aanbod voor ieder kind en iedere jongere. In de praktijk ontbreekt echter te vaak samenhang en samenwerking. Ook zien we het mechanisme dat aanbod vraag creëert: hoe meer specifieke voorzieningen beschikbaar zijn, hoe vaker deze worden ingezet.

Sturing en inzicht Tegelijkertijd – de jeugdhulp is immers een keten – zullen partijen in de jeugdketen (zie de afbeelding op pagina 10 van deze regiovisie) aan knoppen moeten draaien om instroom in de jeugdhulp te beperken. Vinden we daarin geen balans, dan blijven betaalbaarheid en beschikbaarheid de komende jaren onder druk staan.

Sturing op het jeugdhulplandschap is de afgelopen jaren bemoeilijkt door de inrichting met twee inkoopregio’s én een jeugdhulpregio. Hierdoor ontbreekt gedeelde, kwalitatieve stuurinformatie. Dashboards zijn vooral ontwikkeld voor financieel gedreven sturing: sturing op inhoud en kwaliteit van gespecialiseerde jeugdhulp is minder uitgewerkt. Er zijn stappen gezet, maar voor een sluitend jeugdhulplandschap zijn verdere verbeteringen nodig. In het hoofdstuk over monitoring komen we hierop terug.

De complexiteit van opgroeien neemt toe. Dat vraagt om domein overstijgende oplossingen en structurele samenwerking, maar dat blijkt in de uitvoering lastig. De bereidheid om samen te werken is er, maar het blijft vaak stroef en daarmee laten we kansen liggen.

Onwenselijke trends Ondanks het grote aantal aanbieders neemt het aantal passende hulp-afspraken en individuele overeenkomsten toe. Vooral in verblijfsvoorzieningen zien we knelpunten. Daarnaast groeit één-op-één begeleiding, vaak als aanvulling op andere vormen van hulp zoals dagbesteding of verblijf. Oorzaken lopen uiteen, waaronder: te lage tarieven bij de passende zorgproducten; ontbreken van een voldoende alternatieven voor zware jeugdhulp; gebrek aan een stevige sociale basis; ontbreken van kennis en overzicht van het zorglandschap bij de toegangsmedewerkers; onvoldoende verbinding tussen contractmanagers, beleid en toegang. Hierdoor komen regie, ontwikkeling en samenhang onder druk te staan. Dit is onwenselijk en staat haaks op de beweging naar normaliseren en inclusiviteit.

27

26

3.3 GEWENSTE SITUATIE VERSCHILLENDE ZORGVORMEN Minder risicobeheersing, meer handelen naar bedoeling

Regie, kwaliteit en minder passende hulp buiten contracten

In de praktijk handelen we nog vaak vanuit risicobeheersing. Soms worden ingrijpende maatregelen ingezet terwijl we weten dat ze zelden structureel oplossen en zelfs schadelijke effecten kunnen hebben. Maatschappelijke en politieke druk spelen hierbij een rol. Dit vraagt om herijking: risico’s leren dragen én verdragen in het belang van het kind of de jongere.

Tegelijkertijd zien we veel potentie in het Drentse jeugdhulplandschap. Drenthe beschikt over kennis, betrokkenheid en het besef dat het anders moet én kan. De urgentie wordt breed gevoeld. Vanuit die gezamenlijke wil zetten we stappen naar een sterker en samenhangender jeugdhulplandschap, met kinderen en jongeren en hun gezin centraal.

De druk op het jeugdstelsel blijft hoog en neemt naar verwachting toe door personeelskrapte en beperkte middelen. Wachtlijsten groeien, trajecten duren langer, en juist kinderen en jongeren met complexe vragen vallen te vaak tussen wal en schip: wisselingen van aanbieder, perioden zonder onderwijs of dagbesteding en verplaatsingen zonder structurele verbetering.

Deze analyse is voor de Drentse gemeenten aanleiding om de jeugdhulpregio een duidelijke opdracht te geven: organiseer netwerkregie, versterk contract- en kwaliteitsmanagement en breng samenwerking tot stand - tussen jeugdhulpaanbieders onderling, tussen de jeugdhulpaanbieders en jeugdhulpregio, tussen jeugdhulpregio en gemeenten en tussen gemeenten onderling. Daarmee geven we uitvoering aan de doelstellingen uit hoofdstuk 2.2 en aan de drie pijlers: beschikbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Een nadrukkelijk speerpunt is het terugdringen van individuele (cliëntgebonden) overeenkomsten en het verminderen van één-op-één en één-op-twee plaatsingen waar dit niet aantoonbaar noodzakelijk is. Samen met verwijzers pakt de jeugdhulpregio dit op via het RET en door gerichte contractering.

In dit onderdeel van de regiovisie beschrijven we per zorgvorm welke beleidswijzigingen we willen doorvoeren. Deze richting is het uitgangspunt voor de contractering in de regionale inkoopagenda Drenthe.

Ambulant

samenwerking, versterken we de synergie en werken we aan integratie van interventies en acties. We zetten in op onderwijs-jeugdhulpprojecten en op meer collectief aanbod in het (specialistisch) onderwijs. De Jeugdhulpregio voert hierin netwerk- en procesregie in en faciliteert het samenwerkingsproces.

Drenthe kent een breed spectrum aan ambulante jeugdhulp. Mede in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd, is het aannemelijk en gewenst dat een deel van de lichte ondersteuning (vaker) door de lokale toegang wordt uitgevoerd en daarmee niet langer bij jeugdhulpaanbieders wordt ingekocht. Dit gebeurt nu al via de POH-jeugd functie bij huisartsen en via lokale toegangen; dit aandeel neemt de komende jaren toe.

Betrokkenheid van leerplichtambtenaren en doorstroompunten is hierbij gewenst. De mogelijkheden daartoe verkennen we sub regionaal.

Het aandeel ambulante verwijzingen is groot. In 2024 betrof meer dan 50% van de totale verwijzingen een ambulante interventie. Gemeenten registreerden in 2024 in totaal 11.245 verwijzingen naar ambulante programma’s: 976 naar interventieniveau 4; 5.655 naar interventieniveau 5 en 4.614 naar interventieniveau 6.

Verblijf Landelijk en regionaal is de ambitie om uithuisplaatsingen (vrijwillig en gedwongen) terug te dringen. Dit vraagt om ambulante alternatieven voor verblijf, het benutten van het eigen netwerk en het structureel meenemen van cliëntervaring. In de verklarende analyse besteden verwijzers expliciet aandacht aan deze aspecten.

Tegelijk is er behoefte aan meer en snellere beschikbaarheid van intensief ambulant aanbod voor meervoudige complexe problematiek en hoog specialistische J-GGZ. Het benodigde ambulante aanbod is niet volledig in producten te vangen: het vraagt een flexibel aanbod waarmee kinderen, jongeren en hun gezin daadwerkelijk en langjarig geholpen is.

In Drenthe hanteren we het 5x gezinsbeleid6: kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op. Dit houdt het volgende in: Eigen gezin Het kind blijft thuis, eventueel met ambulante ondersteuning of dagbehandeling.

Het gaat om ambulant aanbod dat is toegesneden op de specifieke situatie. Waar nodig combineren we inzichten vanuit de GGZ, de LVB en jeugd- en opvoedhulp, zodat een passend en effectief aanbod ontstaat. We benutten beter de mogelijkheden van collectieve ambulante programma’s en digitale hulpverlening (waaronder AI-toepassingen). We nodigen aanbieders uit om hiermee te experimenteren en creëren daarvoor ruimte in de contractvoorwaarden.

Dagbehandeling

Netwerkpleeggezin Als thuis wonen niet lukt, wordt gekeken of iemand uit het bestaande netwerk (bijvoorbeeld familie of bekenden) het kind of de jongere kan opvangen. Pleeggezin Wanneer een netwerkpleeggezin niet mogelijk is, volgt plaatsing in een regulier pleeggezin. Pleeggezin met extra ondersteuning Indien nodig krijgt het pleeggezin aanvullende hulp om de zorg aan te kunnen.

Tot dagbehandeling rekenen we plaatsingen in KDC en MOC. Het beeld is stabiel: circa 520 verwijzingen per jaar. De verbinding tussen dagbehandeling en onderwijs moet steviger. Samen met jeugdhulpaanbieders en onderwijsvoorzieningen intensiveren we de

Gezinshuis

6

Richtinggevende kader ‘Iedereen een thuis’.

29

28

Als voorgaande opties niet haalbaar zijn, wordt het kind in een gezinshuis geplaatst: een kleinschalige, professionele woonvorm met vaste opvoeders. Een residentiële verblijfsvoorziening (bijvoorbeeld een leefgroep of behandelgroep) wordt alleen overwogen als deze vijf gezinsgerichte opties niet passend of haalbaar zijn. De achterliggende gedachte is: zo normaal mogelijk opgroeien, met nabijheid, stabiliteit en continuïteit, en zwaardere zorg alleen inzetten wanneer noodzakelijk. Dit sluit aan bij het streven naar ‘onvoorwaardelijk wonen’ in de regio Drenthe. We starten op korte termijn een gesprek met alle aanbieders van verblijfsvoorzieningen over regels en grenzen rondom het verblijf en over het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Dit onderwerp vraagt structurele aandacht. Uit gesprekken in het kader van het richtinggevend kader verblijf en de uitvoeringsagenda blijkt dat goed en nauw contact tussen aanbieders en verwijzers essentieel is. In sommige situaties wordt de regie van verwijzers rond kinderen en jongeren en hun gezin gemist, juist wanneer de grenzen van de verblijfsvoorziening in beeld komen door de problematiek en/of het gedrag van het geplaatste kind of jongere. Daarnaast ontbreekt op dit moment voldoende zicht op de vraag naar kritische verblijfsvoorzieningen. Er zijn heel veel individuele afspraken buiten de productomschrijvingen om.

Dat belemmert sturen op beschikbaarheid en kwaliteit. Pleegzorg, en in het bijzonder netwerkpleegzorg, is een aantrekkelijk alternatief wanneer thuis wonen niet lukt. Dit vraagt optimale ondersteuning en facilitering van pleegzorg. We zien nu dat (bestands)pleeggezinnen soms overstappen richting gezinshuis, onder meer vanwege financiële prikkels en draagkracht. Naast het feit dat er andere kwaliteitseisen worden gesteld (met betrekking tot pedagogiek en hulpverleningsachtergrond), is het een feit dat de druk op pleegouders regelmatig te groot wordt. Een reden om goed te onderzoeken wat er mogelijk is om pleegouders te behouden (en zelfs het aantal pleeggezinnen uit te breiden).

De aanbesteding van logeren, pleegzorg en gezinshuizen is in 2025 afgerond. De jeugdhulpregio zet in op doorontwikkeling van deze zorgvormen, in overleg met de gecontracteerde partijen. Daarover zijn inmiddels al afspraken gemaakt. Met systeemaanbieders in Drenthe (Accare, Ambiq, Cosis, GGZ Drenthe en Yorneo) verkennen we hoe instroom in gesloten jeugdhulp kan dalen en uitstroom kan versnellen. Dit vraagt om een intensievere samenwerking tussen deze aanbieders, mogelijk gemaakt door passende contractvoorwaarden en tarieven. Aanbieders geven aan dat er geen extra zorgvormen nodig zijn om de doelgroep gesloten jeugdhulp een goed alternatief te kunnen bieden, maar wel: meer structurele woonplekken voor jongeren/ jongvolwassenen (18 – 23 jaar) met passend toezicht; plekken voor onvoorwaardelijk wonen, zodat kinderen en jongeren met complexe gedrag niet steeds worden doorgeplaatst. Om te onderzoeken hoe we hierin kunnen voorzien gaan we in gesprek met meer aanbieders dan alleen de systeemaanbieders. In de dagelijkse praktijk zien we nog situaties met doorplaatsingen van plek naar plek of tijdelijke noodoplossingen (bijvoorbeeld verblijf in een vakantiewoning) door gebrek aan duurzame plekken. Dat willen we doorbreken. We werken het concept onvoorwaardelijk wonen verder uit en organiseren alternatieven waardoor kinderen en jongeren onderdeel blijven van de lokale samenleving.

Crisis Het aanbod crisisbedden en intensieve ambulante crisishulp is klein en kwetsbaar. Dit vraagt om uitbreiding7. We gaan in gesprek met partners rondom Spoed4Jeugd Drenthe om te onderzoeken of de huidige constructie (eerste opvang en triage buiten kantoortijden) kan worden doorontwikkeld naar één herkenbare werkwijze: crisissituaties altijd op één plek innemen, passende triage organiseren en zorgen voor een passend crisisaanbod (ambulant, bed en/of combinatie).

Dyslexie Voor (ernstige) dyslexie is er geen directe aanleiding om het beleid en de uitvoering van het protocol in Drenthe aan te passen. Wel kan het interessant zijn om met de schoolbesturen in Drenthe te verkennen of afspraken mogelijk zijn over opvallende verwijspercentages. Landelijk en in wetenschappelijke literatuur wordt samenhang gezien tussen goed taalonderwijs (en gebruikte lesmethoden) en de inzet van dyslexiezorg. Een verkenning hierop kan alleen lokaal worden uitgevoerd; regionaal faciliteren we dit wanneer gemeenten dit willen.

Landelijk arrangement We vergroten regionaal de beschikbaarheid van zorgvormen die via het Landelijke Transitiearrangement (LTA) zijn ingekocht. Het RET kan adviseren over de landelijke zorgvormen die ingekocht zijn via het LTA. De JHRD monitort de plaatsingen binnen het LTA.

7

Binnen de jeugdhulpregio maken we onderscheid tussen een uitputtingscrisis en acute crisis. In de beleidsnotitie die we opstellen in het kader van de regionale inkoopagenda, werken we dit verder uit.

31

30

4

INSTRUMENTEN JEUGDHULPREGIO

4.1 STURING DOOR DE REGIO Sturend en lerend werken aan beschikbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid van jeugdhulp Om jeugdhulp toekomstbestendig te organiseren, maken Drentse gemeenten keuzes die niet alleen vandaag effect hebben, maar ook bijdragen aan een houdbare en lerende structuur voor de komende jaren. Dat vraagt om sturing op basis van feiten, gezamenlijke inzichten én flexibiliteit. De jeugdhulpregio ondersteunt dit met een aantal onmisbare elementen: monitoring, regie op plaatsing, de bevorderlijke kringloop, leren en ontwikkelen, het RET en bovenregionale afstemming (3Noord). Samen dragen deze instrumenten bij aan de beschikbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid – en daarmee aan een sluitend jeugdhulplandschap.

Monitoring: de basis voor gericht sturen en leren Monitoring is het fundament van een lerende en sturende regio. Zonder inzicht in wat er speelt, gebruik en knelpunten, kunnen we niet effectief bijsturen. Monitoring maakt zichtbaar waar vraag en aanbod uit balans zijn, ondersteunt de beleidsontwikkeling en geeft richting aan inkoop en uitvoering. We onderscheiden twee sporen: Kwaliteitsmonitor Jeugd Geeft inzicht in het functioneren van de gemeentelijke toegang, ervaren vakmanschap en handelingsruimte van professionals en de kwaliteit van samenwerking. Kwantitatieve monitor jeugdhulpgebruik Biedt een regionaal en uniform beeld van het gebruik van jeugdhulp, binnen en buiten de wettelijke zorgvormen (AMvB). Monitoring draagt zo bij aan: Beschikbaarheid Door inzicht te geven in tekorten en overaanbod; Kwaliteit Door signalen uit de praktijk systematisch te verzamelen en terug te koppelen; Betaalbaarheid Doordat middelen gerichter en doelmatiger kunnen worden ingezet.

Regie op plaatsing Een van de grootste knelpunten is het vinden van een passende plek voor kinderen en jongeren met een verblijfsvraag. Verwijzers lopen vast, kinderen en jongeren worden soms meerdere keren doorgeplaatst en het ontbreekt aan overzicht en coördinatie. Regie op plaatsing is daarom ingericht als een structurele regionale aanpak met concrete elementen: centraal inzicht in actuele capaciteit en wachttijden; vroegtijdige signalering van knelpunten in plaatsingen; centrale coördinatie bij complexe casuïstiek; strategische matching van kind/jongere en plek; monitoring van doorlooptijden en doorplaatsingen. Het effect: beschikbaarheid: doordat vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd worden; kwaliteit: doordat kinderen en jongeren op een plek terechtkomen die aansluit bij hun echte ondersteuningsbehoefte; betaalbaarheid: doordat capaciteit beter benut wordt en onnodige verplaatsingen worden voorkomen.

33

32

De bevorderlijke kringloop: cyclisch sturen op een sluitend jeugdhulplandschap

Leren en ontwikkelen Het versterken van het gewone leven is het gezamenlijke richtsnoer voor de Drentse gemeenten en vormt ook het uitgangspunt voor de gespecialiseerde jeugdhulp. Tijdens de dialoogtafel van april 2025 is met deelnemers - waaronder vertegenwoordigers van de aanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp - afgesproken om als organisatienetwerk samen te werken en gezamenlijke leer- en ontwikkelcyclus data gedreven invulling te geven aan deze beweging.

Belangrijke elementen Structurele monitoring van behoefte De jeugdhulpregio krijgt beter zicht op de actuele en toekomstige behoefte voor jongeren met complexe problematiek.

Leer- en ontwikkelcyclus

Flexibiliteit in contracten In plaats van starre contracten, is het nodig om flexibiliteit in te bouwen zodat financiering en zorgaanbod meebewegen met de praktijk. Naast de flexibiliteit in het contract, is het uitgangspunt om langdurig te contracteren (vanuit het oogpunt van continuïteit en partnerschap). De bevorderlijke kringloop is het cyclische sturingsproces dat uitgaat van regelmatig herijken van de: Behoefte aan zorg Hoeveel plekken zijn nodig, voor welke doelgroep? Kostenopbouw Hoe ontwikkelen personeelskosten, bezettingsgraad, enz.? Kwaliteit Is de ingezette gespecialiseerde jeugdhulp effectief? Wordt voldaan aan de eisen van verantwoorde werktoedeling Financieringsafspraken Zijn de tarieven nog realistisch? Contractering van aanbod Is het juiste type en aantal voorzieningen beschikbaar?

Regie op plaatsing Door meer centrale regie op plaatsing van jeugdigen (bijvoorbeeld per regio), kunnen vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd worden. Periodieke bijstelling Jaarlijkse of periodieke herziening van de bezettingsgraad, personeelsbezetting en kostprijsmodellen zorgt ervoor dat tarieven reëel blijven. Doel van de kringloop De kringloop is ‘bevorderlijk’ omdat zij een lerende en sturende manier van werken afdwingt: gemeenten en zorgaanbieders verbeteren samen het jeugdhulplandschap en voorkomen verspilling. We borgen dit sturingsritme in toekomstige contracten, zodat we gezamenlijk scherp blijven sturen op beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit in relatie tot een sluitend jeugdhulplandschap.

Data duiden Wie? Experts + context kennis Hypotheses toetsbaar maken voor de praktijk

Reflecteren

Data-gedreven werken Strategische data vindplaatsen Hypothese aannemen of verwerpen

(dialoog)

Versterken van het gewone leven

Horizontaal en diagonaal op onderling verbonden niveau’s Uitvoering Beleid Bestuur Oriëntatie op de hypothese (verrijken)

Doen wat werkt en samen leren Samenvoegen wetenschappelijke kennis en praktijkkennis Hypothese onderzoeken vanuit praktijk en wetenschap

Met deze leer- en ontwikkelcyclus geeft de jeugdhulpregio uitvoering aan de opdracht van de Drentse gemeenten: volgen hoe de transformatie in de jeugdketen zich ontwikkelt en deze beweging aanjagen. De jeugdhulpregio organiseert drie keer per jaar een dialoogtafel en bijeenkomsten gericht op transformatie en uitwisseling. Met die initiatieven gaat de jeugdhulpregio de komende jaren door.

35

34

Het regionale expertteam Jeugd Drenthe

Bovenregionale afstemming

In Drenthe bundelen we de plekken waar interdisciplinair wordt gekeken naar complexe problematiek. Deze bundeling vindt plaats onder de paraplu van het regionaal expertteam (RET).

In de uitvoeringsagenda 3Noord hebben de drie noordelijke jeugdhulpregio’s hun gezamenlijk verantwoordelijkheid uitgewerkt om schaars aanbod in Noord-Nederland te behouden. Dit aanbod is nodig voor hulpvragen van kinderen en jongeren en hun gezin die zeldzaam en/of multi-complex zijn en vormt een randvoorwaarde voor een sluitend zorglandschap.

Onder het RET vallen de volgende interventies: de Experttafel, Regie op 3 (RO3), Regie op plaatsing (ROP), MDA++ en Reizend specialistisch team (RST). Deze interventies zijn onderling verbonden en werken als communicerende vaten. Alle aanmeldingen voor ROP, RST, RO3 MDA++ en de Experttafel verlopen via het RET. Weergegeven in een afbeelding ziet de samenhang er als volgt uit:

Jeugd Expertisenetwerk Noord Nederland (JENN)

Regionaal Expertteam Jeugd Friesland

VA-poule

Regionaal Expertteam Jeugd Groningen

Regionaal Expertteam Jeugd Drenthe

Reizend Specialistisch Team

Regie op Plaatsing

Experttafel

1 plek in Drenthe waar alle verblijfsvragen samenkomen en gecoördineerd worden. Houdt zicht op de vraag en monitort deze, om te weten of en wat er in het toekomstig landschap nodig is.

De Experttafel is om ervoor te zorgen dat er voor iedere jeugdige in de regio een passende oplossing met perspectief wordt georganiseerd, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag.

Servicepunt JeugdzorgPlus Het Servicepunt is voor: informatie over JeugdzorgPlus én het brede hulpaanbod vanuit diverse zorg instellingen. vragen over een passend hulpaanbod voor jongeren die (mogelijkerwijs) met JeugdzorgPlus in aanraking komen. advies over jongeren die vastlopen thuis, op school en of in de hulpverlening. aanmelding van jongeren die (verder) in de problemen dreigen te komen. informatie over de voorwaardelijke machtiging. de organisatie van een zorgoverleg.

Doel: verminderen door- en verplaatsingen. Een samenwerking van Accare, Ambiq, Cosis en Yorneo om tijdelijk de benodigde aanvullende zorg te bieden in de woonomgeving van de jongere, waardoor verplaatsingen van de jongere minder of niet meer nodig zal zijn.

MDA++ MDA++ is een gezamenlijke aanpak om ernstig en hardnekkig geweld en mishandeling binnen gezinnen of relaties te stoppen. Samen met andere hulporganisaties zetten we ons in voor het terugbrengen van geweld en het behouden van een veilige omgeving. De samenwerking met directbetrokkenen staat hierin centraal.

We leggen een protocol vast dat past bij de taak en verantwoordelijkheid van het RET. Verwijzers en gecontracteerde jeugdhulpaanbieders hanteren dit protocol consequent. We monitoren de naleving en sluiten in het berichtenverkeer eventuele sluiproutes af.

Door de beperkte vraag, het schaarse aanbod en de hooggespecialiseerde expertise die nodig is, is het voor aanbieders lastig om continuïteit te garanderen. Daarmee ontstaat het risico dat noodzakelijke expertise - in de meeste complexe vormen van jeugdhulp - verdwijnt. In de uitvoeringsagenda 3Noord is daarom beschreven welke voorzieningen als schaars worden aangemerkt en wordt onderzocht óf en hoe bovenregionale (contract)afspraken nodig en mogelijk zijn. Concreet gaat het om vier schaarse zorgvormen: klinische voorzieningen; O3M voorzieningen; gesloten jeugdhulp (jeugdhulp met inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen); forensische voorzieningen. De aanbieders die deze schaarse zorgvormen in Noord-Nederland leveren, onderschrijven en ondersteunen de visie en ambitie die Drenthe heeft geformuleerd voor gespecialiseerde jeugdhulp.

37

36

5 4.2 RISICOPARAGRAAF Omstandigheid

Varianten

Handelingsperspectief

De in de regiovisie beschreven verwachtingen richting de individuele gemeenten over het vormgeven van stevige lokale teams conform de landelijke richtlijn c.q. het landelijke convenant, worden niet ingevuld door gemeenten

De verwachtingen worden ingevuld door minder dan drie gemeenten

Landelijk melden dat in Drenthe het convenant niet ingevuld wordt en dan afwachten wat daarop de reactie is van de VNG en van de Rijksoverheid

De verwachtingen worden ingevuld door drie tot zes gemeenten

Landelijk melden dat in Drenthe het convenant nog niet door een meerderheid van de gemeenten ingevuld wordt en dan afwachten wat daarop de reactie is van de VNG en van de Rijksoverheid

De verwachtingen worden ingevuld door zeven tot tien gemeenten

Verwachtingen die landelijk overeengekomen zijn immers, nogmaals duiden en in ander tempo of via andere aanpak de beoogde doelstellingen toch behalen.

Verwijzers (geldt voor GI’s en gemeenten) leveren als het om gespecialiseerde jeugdhulp gaat geen of onvoldoende casusregie.

De in de regiovisie beschreven verwachtingen richting de individuele gemeenten over het gebruik van de regionale instrumenten (bevorderlijke kringloop, verklarend analyseren, Regionale Expert Tafels en toekomstplan) worden niet ingevuld door gemeenten

Als eerste actie verwijzers aanspreken op hun taak; als dat niet werkt overwegen om voor verwijzingen zonder casusregie uit te gaan van het ontbreken van een betaaltitel. Gevolg is dat de jeugdhulpaanbieder geen zorg gaat leveren en jeugdige en gezin geen zorg ontvangen. Bij dat laatste is dan aan de orde dat gemeenten hun jeugdhulpplicht verzaken De verwachtingen worden ingevuld door minder dan drie gemeenten

Verwachtingen bijstellen en nieuwe regiovisie formuleren

De verwachtingen worden ingevuld door drie tot zes gemeenten

Verwachtingen bijstellen en eventueel in een ander tempo of met een andere aanpak de doelstellingen toch behalen

De verwachtingen worden ingevuld door zeven tot tien gemeenten

Uit de regionale monitor blijkt dat de gewenste effecten (jeugdigen krijgen tijdig passende hulp, het aantal doorverwijzingen neemt af, de wachtlijsten en - tijden worden korter en jeugdigen en gezinnen worden gezien en voelen zich gezien) niet of onvoldoende tastbaar zijn Er is onvoldoende zorg beschikbaar blijkt uit de vraaganalyse door middel van de bevorderlijke inkoop.

Bijstellen van de doelstellingen in de regiovisie

De tarieven die de regio hanteert zijn niet kostendekkend

Opnieuw onderhandelen over de tarieven die gehanteerd worden

De gevraagde zorgvorm is niet beschikbaar in de regio of in het landsdeel Noord-Nederland

Met een jeugdhulpaanbieder elders in het land wordt verkend of er toch mogelijkheden zijn om de zorgvorm voor Drenthe c.q. het landsdeel Noord-Nederland beschikbaar te maken

Er zijn onvoldoende gekwalificeerde jeugdhulpaanbieders gecontracteerd

Alsnog contracteren van meer gekwalificeerde jeugdhulpaanbieders

Er is onvoldoende gekwalificeerd personeel te vinden om de zorgvorm verantwoord aan te kunnen bieden

In onderling overleg in regionaal verband op zoek gaan naar alternatieven voor de zorgvorm die niet (meer) beschikbaar is.

Jeugdhulpaanbieders gaan onvoldoende over tot afschaling van gespecialiseerde jeugdhulp waardoor uitgangspunten over zo licht mogelijke zorg en zo kort mogelijke gespecialiseerde jeugdhulp niet worden nagekomen Van de mogelijkheden om specifieke expertise en deskundigheid in te zetten in de leefwereld van jeugdigen en gezinnen wordt geen gebruik gemaakt

De verwachtingen die door een meerderheid van de gemeenten wel worden ingevuld en regionaal zijn overeengekomen, nogmaals duiden en overwegen of een andere aanpak wel tot het gewenste resultaat leidt

Nadat de betreffende jeugdhulp aanbieder aangesproken is op dit uitgangspunt en daarop geen verandering plaatsvindt, kan worden overwogen het contract met de aanbieder te beëindigen. Door de aanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp

Nadat de betreffende jeugdhulp aanbieder aangesproken is op dit uitgangspunt en daarop geen verandering plaatsvindt, kan worden overwogen het contract met de aanbieder te beëindigen.

Door de partners van de jeugdhulpaanbieders of door hun collegae jeugdhulpaanbieders

Nadat de betreffende jeugdhulp aanbieder aangesproken is op dit uitgangspunt en daarop geen verandering plaatsvindt, kan worden overwogen het contract met de aanbieder te beëindigen.

ACTIES

1) Regie en betrokkenheid van kinderen en jongeren en hun gezin borgen Directe betrokkenheid en regie van kinderen en jongeren en hun gezin is nog onvoldoende standaardpraktijk bij het bepalen van passende gespecialiseerde jeugdhulp. Dit staat haaks op de richtlijnen én op landelijke en Drentse ambities. De jeugdhulpregio verkent samen met gemeenten en jeugdhulpaanbieders hoe we deze directe betrokkenheid en regie structureel kunnen monitoren. We maken afspraken over eventuele consequenties wanneer deze betrokkenheid en regie onvoldoende blijken te zijn. Het kan dan gaan om verbeter- of verandermaatregelen bij aanbieders of in de infrastructuur. 2. Multidisciplinaire samenwerking organiseren Veel hulpvragen vragen multidisciplinaire inzet en overstijgen één aanbieder. Samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders is daarom essentieel om in zeer complexe situaties passende hulp te bieden, in samenhang met de gehele jeugdketen. Tegelijk botst dit met concurrentie, organisatorische belangen en bekostigingssystematiek. Daarom geven we partnerschap en gezamenlijke verantwoordelijkheid concreet vorm door samenwerkingsstructuren te ontwikkelen waarin samenwerking boven concurrentie staat. Waar passend leggen we dit vast in contracten. De jeugdhulpregio treedt hierin actief op als verbinder en facilitator.

Via de regionale inkoopagenda werken we in drie tranches uit hoe we zorgvormen tot 1 januari 2028 aanbesteden, met bijbehorende uitgangspunten en voorwaarden.

3. Flexibel inkopen en expertise naar voren brengen In de inkoopvoorwaarden creëren we ruimte voor flexibiliteit rondom inzet. We sturen minder op productafspraken en meer op aantoonbaar effectieve gespecialiseerde jeugdhulp. Van de jeugdhulpaanbieders die intensieve vormen van gespecialiseerde jeugdhulp bieden, verwachten we dat zij het belang van kinderen, jongeren en hun gezin vooropstellen en organisatiebelangen daaraan ondergeschikt maken. Daarnaast verwachten we dat gecontracteerde jeugdhulpaanbieders hun expertise ook inzetten in de 1e lijn in algemene voorzieningen. We maken dit mogelijk in de inkoopvoorwaarden. 4. Wachttijden verkorten Voor de meest kwetsbare groep zijn wachttijden en wachtlijsten vaak niet wenselijk en acceptabel. Nu bepaalt te vaak de beschikbare plek – vooral bij verblijf – welke hulp wordt ingezet, in plaats van wat passend is. Dat willen we doorbreken. We maken met verwijzers en jeugdhulpaanbieders afspraken over: termijnen tussen aanmelding en start van zorg; de verantwoordelijkheden van elke betrokkene in dit proces; de wijze van monitoring en welke stappen gezet worden als de afspraken niet worden nagekomen; passende ondersteuning tijdens de wachtperiode, zodat kinderen en jongeren en hun gezin niet ‘stilvallen’. We werken daarbij vanuit een gezamenlijke geïntegreerde verantwoordelijkheidsverdeling.

Ook brengen we beter in beeld welke zorgvormen kritisch zijn en welke beschikbaarheid daarbij nodig is.

39

38

5. Verwijsprocedures herijken De jeugdhulpregio zal de werkwijzen die de wettelijke verwijzers hanteren om tot een verwijzing te komen, als gespreksonderwerp met hen agenderen. Onze wens is om de verwijzingen van GI’s en huisartsen meer dan nu het geval is af te stemmen met de lokale teams. Daarover gaan we in gesprek. Op lokaal niveau stemmen gemeenten af met de huisartsen, waarbij de landelijk vastgestelde handreiking voor deze samenwerking als uitgangspunt dient. Op regionaal niveau vindt de afstemming plaats met de GI’s. Deze afstemmingsmomenten zijn erop gericht om tot passende hulp te komen en daarbij rekening te houden met de ambitie om uitsluitend gecontracteerde zorg in te zetten. De onderling gemaakte afspraken over een aangepast verwijsproces zullen, als expliciete betaaltitel gaan gelden. De aangepaste verwijsprocedures leggen we vast in lokale verordeningen en in contractvoorwaarden voor jeugdhulpaanbieders. De nieuwe verwijsprocedures - die voor de wettelijke verwijzers gaan gelden in aanvulling op de Jeugdwet - zien er als volgt uit:

GI en lokaal team

Interventieniveau’s 5, 6 en 7

Toekenning op basis van een verklarende analyse (bij 16,5 jaar ook Toekomstplan)

Iedere wettelijke verwijzer m.u.v. Rechtbank

Inzetten interventieniveau 8, geldt ook voor inzetten RST en geïntegreerd aanbod

Alleen met betrokkenheid van het RET

Voor niet-reguliere zorgvormen hanteren we in Drenthe de komende jaren een afwijkende verwijsprocedure. Hieronder is het verwijsproces op hoofdlijnen weergegeven.

Route verwijzingen

Passende jeugdhulp is goed te bepalen al dan niet met behulp van een verklarende analyse Inzet gespecialiseerde jeugdhulp is nodig (beslissing verwijzer); speciale aandacht voor jeugdigen uit prioritaire groepen Onduidelijk is wat passende hulp of ondersteuning is of er is sprake van ernstige onveiligheid

Regulier zorgproduct gespecialiseerde jeugdhulp: bij verblijf, keuze via Regie op Plaatsing

Ambulante (intensieve) gespecialiseerde jeugdhulp, dagbehandeling en of verblijf

Inzet niet regulier zorgproduct: altijd met betrokkenheid RET

Reizend Specialisten Team of geïntegreerd aanbod systeemaanbieders

Advies Regionaal expertteam (bij ernstige onveiligheid advies MDA++); ook toepassing Regie op 3

6. Periodiek voortgangsgesprek op gemeentelijk niveau Omdat gemeenten een cruciale rol hebben in het realiseren van de doelstellingen uit deze regiovisie, organiseren zij periodiek (eens per vier maanden) een voortgangsgesprek. In dit gesprek sluiten beleid en de lokale toegang aan, aangevuld met contractmanagers en de netwerkregisseur uit het regioteam. Doel is om te beoordelen of de gewenste resultaten in beeld zijn en waar bijsturing nodig is. De regionale monitor vormt hierbij een belangrijk vertrekpunt. 7. Uniformeren waar dat nodig is De Drentse gemeenten verkennen hoe zij onderling meer uniformiteit kunnen aanbrengen. Bijvoorbeeld door regionale richtlijnen te ontwikkelen voor: wanneer de inzet van cliëntgebonden overeenkomsten passend is; of regionale casusregisseurs voor complexe trajecten nodig zijn. 8. Communicatie organiseren De jeugdhulpregio zorgt - zelfstandig of via de afzonderlijke Drentse gemeenten of beide inkoopregio’s - voor tijdige en duidelijke communicatie over de gevolgen en verdere invulling van deze regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp.

41

40

6

PROJECTSTRUCTUUR

De implementatie van de regiovisie is een gezamenlijke opdracht van gemeenten, jeugdhulpaanbieders, inkoopregio’s en de jeugdhulpregio. De inkoopregio’s en de jeugdhulpregio constateren dat de huidige ontwikkelingen vragen om een intensievere samenwerking. Doel is om - vooruitlopend op de overgang naar één inkoopregio voor jeugdhulp - de komende periode de kwaliteit van het inkooptraject en het contractmanagement van het huidige en toekomstige jeugdhulpaanbod te borgen. De regie op de implementatie van de regiovisie, inclusief de coördinatie en afstemming met de projectleider inkoop van de regionale inkoopagenda, wordt ambtelijk belegd in het regioteam van de jeugdhulpregio. Voor de periode tot 1 januari 2027 (dat is het moment waarop de jeugdhulpregio Drenthe formeel van start gaat), kiezen we voor de onderstaande structuur.

De inkoopregio’s en de jeugdhulpregio stellen gezamenlijk aan: een programmamanager een projectleider voor de regionale inkoopagenda (reeds in functie) een netwerkregisseur voor de implementatie van de regiovisie. De kosten voor hiervoor zijn gedekt in de begroting van de Jeugdhulpregio. Deze functies werken projectmatig, stemmen acties onderling af en vallen onder ambtelijk opdrachtgeverschap van de manager van de jeugdhulpregio. Het bestuurlijk opdrachtgeverschap ligt bij - de door het ABO Jeugd aangewezen wethouders. Op dit moment zijn dat wethouder Keen (Emmen) en Broekema (Assen).

Gremia regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp

Interne (gemeenten en jeugdregio) en externe werkgroep implementatie regiovisie Inhoudelijk voortgangsoverleg regiovisie Interne en externe werkgroep regionale inkoopagenda ABO jeugd

Bestuurlijk afstemmingsoverleg voortgang regiovisie

Directie en bestuurdersoverleg aanbieders

43

42

7 Deze gremia hebben de volgende verantwoordelijkheden c.q. taak:

Vaststellen en aanpassen regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp en vertaling in regionale inkoopagenda

Bespreken knelpunten bij implementatie regiovisie en regionale inkoopagenda, eventueel opschalen knelpunten naar bestuurlijk afstemmingsoverleg en adviseren van bestuurlijk afstemmingsoverleg over vanuit de praktijk wenselijke aanpassingen van de regiovisie

Bewaken voortgang, bespreken en oplossen knelpunten en voorstellen formuleren voor aanpassingen van uitgangspunten, acties, visie en ambitie uit regiovisie en regionale inkoopagenda

Bespreken implementatieproces regionale inkoopagenda

Bespreken implementatieproces regiovisie

Voorbereiding bestuurlijk afstemmingsoverleg

Wethouders jeugd

Vertegenwoordigers vanuit ABO jeugd (3 wethouders inclusief de bestuurlijk opdrachtgevers), de vijf grootste aanbieders (in budget) en aantallen jeugdigen in zorg (maximaal nog drie extra aanbieders), drie jeugdhulpaanbieders uit de segmenten dyslexie, ambulante hulp en verblijf en vanuit GI’s drie bestuurders

De regiovisie die u nu leest, is opgesteld na inspraak van betrokken partners en na zienswijzen van gemeenten op de conceptversie. Deze conceptversie is in september 2025 door colleges van burgemeester en wethouders aangeboden aan de gemeentelijke adviesraden sociaal domein en aan de gemeenteraden.De laatste zienswijze is medio februari 2026 ontvangen. Op basis daarvan is een reactiedocument opgesteld, waarin de reacties van de jeugdhulpregio en Drentse gemeenten zijn verwerkt. De huidige versie kent een andere indeling dan de oorspronkelijke conceptversie. In de reacties is nadrukkelijk gevraagd om herstructurering. De leesbaarheid van de regiovisie is daarmee verbeterd.

Besluitvorming door gemeenten

2) bespreking in het ABO Jeugd;

Vanuit inkoopregio’s, gemeenten, JHRD, lokale teams en backoffices berichtenverkeer deelname aan interne werkgroep

3) aanbieding van de in het ABO Jeugd vastgestelde versie aan de individuele gemeenten; 4) besluitvorming via het college van burgemeester en wethouders en vervolgens vaststelling door de gemeenteraad.

Deelname vanuit gecontracteerde aanbieders aan externe werkgroep

De planning is dat de regiovisie in het ABO Jeugd van 15 april 2026 wordt besproken. Vervolgens kunnen gemeenteraden uiterlijk in juli 2026 besluiten over de vaststelling.

Nader te bepalen

Dat is van belang met het oog op de aanbestedingsprocedures die voor meerdere zorgvormen worden gestart. Een heldere regionale visie is nodig als basis voor contractuele afspraken met jeugdhulpaanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp en voor de inrichting van de inkoopprocedures.

Hierbij geldt dat de jeugdhulpregio (en daarmee de toekomstige GR) verantwoordelijk is voor de regie op de regiovisie en bijbehorende acties. Daarnaast vertalen we de regiovisie naar een inkoopstrategie en contractvoorwaarden. Tot de totstandkoming van de GR ligt de verantwoordelijkheid bij de twee inkoopregio’s.

Vaststelling van de regiovisie De vaststellingsprocedure van de regiovisie is bijzonder: het betreft een regionaal document waarvoor instemming van alle gemeenteraden wordt gevraagd. Omdat de voorbereiding van de regiovisie in twee fasen is opgeknipt, is de definitieve versie afgestemd op de ontvangen feedback. In de huidige fase kunnen gemeenteraden moties indienen: amendering van de inhoud van de regiovisie is niet meer mogelijk. Uiteraard kan een gemeenteraad besluiten niet instemmen met de regiovisie.

Inzage door partners Voor overige betrokken partners ligt deze versie van de regiovisie vanaf 10 maart vier weken ter inzage. Partners wordt gevraagd aan te geven of zij zich kunnen vinden in de hoofdlijnen. De feedback wordt betrokken bij de afwegingen in het ABO.

Voor gemeenten wordt het volgende proces doorlopen: 1) bespreking in het beleidsoverleg jeugd;

Ons voorstel voor deelnemers in de verschillende gremia ziet er zo uit:

Medewerkers met mandaat vanuit lokale teams (3), GI’s (3), Jeugdhulpaanbieders (5), RET en onderwijs (samenwerkingsverbanden met 2 afgevaardigden)

PLANNING EN PROCES

Gezien de status van de regiovisie bestaat de feedback uit een instemmend of afwijzend signaal, eventueel aangevuld met suggesties voor de verdere uitwerking van de regiovisie.

45

44

BIJLAGE 1 Gespecialiseerde jeugdhulp

Is hulp waarvoor specifieke deskundigheid vereist is over oorzaken, effectieve aanpak en actuele inzichten van wetenschap en praktijk

Betreft deskundigheid ten aanzien van psychiatrische stoornissen, verslaving, trauma-gerelateerde problematiek, opvoed-en opgroeiproblematiek, ernstige gedragsproblematiek en/of co-morbide aandoeningen zoals LVB

Betreft problematiek die meervoudig en ernstig is

Problematiek is het geheel van meerdere, onderling samenhangende problemen Meervoudig betreft problemen op meerdere levensgebieden zoals financiën, huisvesting, zorg, veiligheid, school, sociale contacten, opvoeden en opgroeien Ernstig is problematiek die aanzienlijke (in hoge mate) beperkingen veroorzaakt in het dagelijks leven van een persoon

Medewerkers met mandaat vanuit lokale teams (3), GI’s (3), Jeugdhulpaanbieders (5), RET en onderwijs (samenwerkingsverbanden met 2 afgevaardigden)

Wethouders jeugd

Vanuit inkoopregio’s, gemeenten, JHRD, lokale teams en backoffices berichtenverkeer deelname aan interne werkgroep

Deelname vanuit gecontracteerde aanbieders aan externe werkgroep Vertegenwoordigers vanuit ABO jeugd (3 wethouders inclusief de bestuurlijk opdrachtgevers), de vijf grootste aanbieders (in budget) en aantallen jeugdigen in zorg (maximaal nog drie extra aanbieders), drie jeugdhulpaanbieders uit de segmenten dyslexie, ambulante hulp en verblijf en vanuit GI’s drie bestuurders

Nader te bepalen

In het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid gespecialiseerde jeugdhulp is een lijst opgenomen van zorgvormen die landelijk tot de gespecialiseerde jeugdhulp worden gerekend en die daarom regionaal moeten worden ingekocht. Deze lijst is hieronder weergegeven: alle vormen van jeugdhulp met verblijf; pleegzorg; jeugdhulp in strafrechtelijk kader; crisisjeugdhulp die 24/7 beschikbaar moet zijn; dagbehandeling in groepsverband; specialistische, vaak multidisciplinaire jeugdhulp voor kinderen en jongeren en hun gezin met meervoudige en/of complexe problematiek; (hoog)specialistische zorg bij specifieke problematiek, zoals bepaalde vormen van GGZ-problematiek, seksueel misbruik/geweld in afhankelijkheidsrelaties en/of eer gerelateerd geweld, zintuiglijke beperking en ernstige onzindelijkheid.

47

46

BIJLAGE 2 (BEGRIPPENLIJST) Effectieve hulp

Ervaringskennis

Het gezinssysteem centraal

Interventieniveaus

Jeugdhulpsysteem

Hulp die leidt tot duurzame verbeteringen in het leven van kinderen en jongeren en hun gezin, waarbij problemen verminderen en kinderen zich goed kunnen ontwikkelen. Dit wordt bereikt door resultaatgerichte, goed onderbouwde interventies (wetenschappelijk of in de praktijk) die aansluiten bij de lokale context, die de eigen kracht van het gezin versterken, terwijl de samenwerking tussen hulpverleners en betrokkenen wordt bevorderd. Waardevolle kennis die ontstaat door het meemaken van ingrijpende situaties (zoals armoede, verlies, uithuisplaatsing of psychische problemen) en de verwerking daarvan. Het gaat verder dan louter een ervaring; het is de reflectie op eigen gebeurtenissen die inzicht biedt in wat werkt, wat niet werkt en wat dit emotioneel doet met een persoon. Wij zien ervaringskennis als een onmisbaar perspectief bij het ontwikkelen, toetsen en uitvoeren van beleid en praktijk binnen de jeugdhulp. Tegelijkertijd erkennen we dat ‘ervaringskennis’ een verzamelbegrip is met verschillende verschijningsvormen (zoals cliëntervaring, ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid). In ons beleid maken we hier bewust onderscheid in, met specifieke aandacht voor de inzet van jongeren met ervaring in de jeugdhulp. Ons uitgangspunt is dat we het jongerenperspectief structureel willen inbrengen in ons werk. Hierbij gaat het ons om het inzetten van doorleefde kennis vanuit afstand.

Wij vinden dat iemand pas betekenisvolle ervaringskennis kan inzetten wanneer hij of zij met enige afstand terug kan kijken op het eigen hulpverleningstraject. Deze afstand biedt ruimte voor reflectie, inzicht en het overstijgen van de eigen situatie – voorwaarden die essentieel zijn voor een bredere toepasbaarheid van ervaring binnen beleid en praktijk. Het kind en gezinssysteem centraal stellen in de jeugdhulp betekent dat de behoeften, wensen en perspectieven van het kind of jongere en hun gezin leidend zijn bij het bieden van hulp en ondersteuning, met als doel een veilige en gezonde ontwikkeling. Dit betekent dat kinderen en jongeren en hun gezin actief worden betrokken bij besluiten, dat er naar hen wordt geluisterd, dat keuzes en gevolgen begrijpelijk worden uitgelegd en dat de invloed van het gezinssysteem wordt meegewogen. De ondersteuning is passend en doelgericht. Indeling binnen de jeugdhulp waarmee de mate van intensiteit en het type ondersteuning dat wordt geboden aan kinderen en jongeren en hun gezin, wordt beschreven. Het door gemeenten georganiseerde stelsel van hulp, ondersteuning en zorg voor kinderen en jongeren en hun ouders/verzorgers bij opvoeden opgroeiproblemen, gedragsproblemen, psychische problemen, verslavingsproblemen, verstandelijke beperkingen en andere psychosociale problemen. Dit stelsel is geregeld via de Jeugdwet.

Het Rijk houdt toezicht op het functioneren van het jeugdhulpsysteem. De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (JenV) zijn hiervoor gezamenlijk verantwoordelijk.

Jeugdzorg

Verzamelbegrip voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering.

Leefwereld

De persoonlijke, dagelijkse werkelijkheid van kinderen en jongeren en hun gezin: de wereld zoals zij die zelf ervaren, interpreteren en vormgeven. De leefwereld omvat onder andere persoonlijke omstandigheden, relaties, gezondheid, financiën, wonen, werk, school, participatie en zingeving.

Monitoring

Het systematisch verzamelen, bijhouden en interpreteren van informatie over de voortgang en effecten van jeugdhulp. Doel is te beoordelen of gestelde doelen worden bereikt en om de kwaliteit en effectiviteit van de hulp te verbeteren. Dit gebeurt zowel op individueel niveau (bijvoorbeeld de ontwikkeling van een kind, jongere of gezin) als op maatschappelijk niveau (bijvoorbeeld de samenwerking tussen organisaties of in welke mate gemeenten regionale uitgangspunten hanteren in lokale aanpak en beleid).

Netwerksamenwerking

Samenwerking tussen organisaties en professionals binnen het jeugdveld (zoals onderwijs, jeugdhulp, gemeenten, kinderopvang en jeugdgezondheidszorg) om kinderen en jongeren en hun gezin beter en vroegtijdiger te ondersteunen. In netwerksamenwerking bundelen partijen expertise en krachten om complexe vraagstukken op te lossen. Het doel is om een integrale aanpak te bieden door de sociale basis te versterken en zo problemen te voorkomen.

Normaliseren

Het bevorderen van een zo gewoon en alledaags mogelijk leven voor kinderen en jongeren en hun gezin. Onnodige medicalisering en stigmatisering wordt beperkt en er is meer vertrouwen in de eigen kracht en sociale netwerken. Het gaat erom dat jeugdhulp aansluit bij het gewone leven, afwijkingen niet direct problematiseert en de focus legt op de pedagogische context en de kracht van het alledaagse.

Partnerschap

Gelijkwaardige participatie van alle betrokkenen in het jeugdhulpsysteem en binnen de andere segmenten in het NJI-model, om vanuit de gezamenlijk verantwoordelijkheid voor doelen of plannen, de visie en ambitie uit de regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp waar te maken. Het gaat verder dan betrokkenheid en vereist wederzijds respect, vertrouwen en het delen van inzichten, krachten en behoeften.

Passende hulp

Hulp die aansluit bij de specifieke behoeften van kinderen en jongeren en hun gezin. Kinderen en jongeren en hun gezin worden betrokken bij de besluitvorming. Dit omvat het kiezen van de juiste interventie uit een reeks mogelijkheden – van lichte ondersteuning tot gespecialiseerde zorg – en het garanderen van kwaliteit, professionaliteit en samenwerking tussen alle betrokken partijen.

Reflecterend leren

Het doelbewust terugkijken op het eigen handelen om daarvan te leren, de kwaliteit van de zorg te verbeteren en het vakmanschap te vergroten. Het houdt in dat de eigen ervaringen en keuzes worden geanalyseerd om te begrijpen wat werkte, wat niet werkte en waarom, met als doel om in de toekomst beter te functioneren als jeugdhulpsysteem.

48

Relationeel vakmanschap

Het professioneel vermogen om een duurzame, betekenisvolle en veilige relatie op te bouwen tussen de professional en het kind, de jongere en het gezin. Het is een benadering waarbij de professional zich authentiek in de leefwereld van de cliënt plaatst, luistert naar hun perspectief en vervolgens professionele kennis en vaardigheden inzet om passende hulp te bieden, in plaats van andersom.

Sluitend zorglandschap

Een situatie waarin organisaties, voorzieningen en professionals een samenhangend netwerk vormen, zodat kinderen en jongeren en hun gezin tijdig passende hulp krijgen. Er vallen geen gaten in de ondersteuning en mensen worden niet van het kastje naar de muur gestuurd.

Systeemwereld

De formele, georganiseerde structuur van wetten, regels, procedures, protocollen en technologieën die de zorg en ondersteuning regelen en leveren. De systeemwereld wordt gekenmerkt door bureaucratische processen en instrumentele rationaliteit, gericht op efficiëntie en doelbereiking,

Verklarende analyse

Een gezamenlijke analyse met kinderen en jongeren en hun gezin om te begrijpen waardoor problemen zijn ontstaan en in stand blijven, en welke factoren daarbij meespelen. De verklarende analyse verbindt het vaststellen van problemen met het bepalen van de juiste hulp. Het resultaat is een gedeelde ‘werktheorie’ die leidt tot concrete doelen en passende interventies.

Versterken van het gewone leven

Het versterken van de veerkracht en draagkracht van kinderen en jongeren, ouders/verzorgers en hun omgeving, zodat vragen rondom opgroeien en opvoeden zoveel mogelijk in het gewone leven kunnen worden opgevangen. Dit vraagt om een sterke sociale en pedagogische basis (gezin, school, buurt, vereniging), gezaghebbende lokale teams, toegankelijke steunfiguren en het activeren van informele netwerken. Tegenslag, twijfel en onzekerheden horen bij het leven; ondersteuning sluit daarop aan en problematiseert niet onnodig.

Zo thuis mogelijk

Uitgangspunt dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk opgroeien in een zo ‘normaal’ mogelijke omgeving. Bij voorkeur in hun eigen gezin, of anders in een omgeving die zo veel mogelijk lijkt op een gezinssituatie (zoals een pleeggezin, gezinshuis of kleinschalig verblijf). Het doel is om die leefomgeving zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke omgeving van het kind te houden, om het contact met familie, school, sport en sociale activiteiten te kunnen behouden. Dit om de terugkeer naar het eigen huis zo eenvoudig mogelijk te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16984480/1