CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde.pdf

Gemeenteraad 15 december 2021, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde27.286 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan is dat alle Europese wateren, zowel oppervlaktewater als grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden. Met goede argumenten is uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden is geen uitstel mogelijk. Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en

25

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen. Watertoetsproces In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is op 5 februari 2021 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Naar aanleiding van de watertoets heeft het waterschap aangegeven dat de korte procedure van toepassing is.

Het waterschap gaat akkoord met de plannen, mits er wordt voldaan aan de uitgangspunten in de standaard waterparagraaf. Het afvalwater wordt afgevoerd via het gemengd rioolstelsel. Hemelwater wordt volledig gescheiden van afvalwater en zoveel mogelijk geïnfiltreerd in de grond. 4.3.3

Onderzoek en conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.4

Ecologie

4.4.1

Algemeen

Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. 4.4.2

Gebiedsbescherming

4.4.2.1 Natura 2000 Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied Het Natura 2000-gebied ‘Dwingelderveld’ ligt op circa 13,1 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden bevinden zich op grotere afstand. Gelet op de aard en omvang van de in dit project besloten ontwikkeling in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. In dit geval vervalt de stikstofdepositie van het agrarische bedrijf, de stikstofdepositie als gevolg van de bijbehorende agrarische bedrijfsvoering en de verkeersbewegingen die bij een agrarisch bedrijf horen. Daarnaast is er wat betreft de realisatiefase in dit geval sprake van zeer beperkte en tijdelijk emissies die optreden tijdens de sloop van de voormalige agrarische bebouwing en de bouw van de

26

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

compensatiewoning. Ten aanzien van het gebruik van de nieuwe woning wordt opgemerkt dat er sprake is de toename van een beperkt aantal verkeersbewegingen. De woning wordt bovendien gasloos gebouwd. Er is ten aanzien van het gebruik van de woning zelf geen sprake van stikstofemissies. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, in combinatie met de afstand tot Natura 2000-gebieden is er dan ook geen sprake van een relevante stikstofemissie. Het initiatief is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 4.4.2.2 NNN Het Nederlands natuurnetwerk (NNN) (voorheen: EHS) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is als NNN in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet in de NNN. Aangenomen wordt dat de voorgenomen ontwikkeling gezien de aard en de afstand geen negatief effect heeft op beschermde natuurgebieden en de NNN. Nader onderzoek naar gebiedsbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. 4.4.3

Soortenbescherming

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige soorten (flora en fauna). Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Voor een juiste beoordeling van de genoemde aspecten is doorgaans een quick scan ecologie benodigd. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. De quickscan is opgenomen in Bijlage 3 bij deze toelichting. Het plangebied is op 16 november 2020 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute van vleermuizen. In dit geval gaat het om sloop van bebouwing welke mogelijk als verblijfplaatsen voor beschermde soorten fungeren. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd dier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd dier verstoord, beschadigd en vernield. Met uitzondering van vogels, geldt voor de beschermde soorten, die negatief beïnvloed worden, een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen en vernielen van een vaste rust- en voortplantingsplaats'.

Mits rekening wordt gehouden met bezette vogelnesten, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Ten behoeve van vogels, dient de bebouwing gesloopt te worden, dient opgaande beplanting te worden weggehaald en dienen de opgeslagen spullen en rommel verwijderd te worden buiten de voortplantingsperiode; dat is doorgaans de periode half maart-half juli. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen plannen in het kader van soortbescherming. Voorgenomen activiteiten leiden tot niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. 4.4.4

Conclusie

Vanuit het aspect ecologie zijn er geen belemmeringen voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling

27

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

4.5

Geluid

4.5.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 4.5.2

Situatie plangebied

De bestaande bedrijfswoning is reeds een geluidsgevoelig object. In voorliggend geval is reeds een geluidgevoelig object aanwezig, voorliggend initiatief voorziet niet op een gewijzigde situering van een geluidsgevoelig object. Het verrichten van een akoestisch onderzoek is in het voorliggende geval niet noodzakelijk omdat de functie van de bestaande bedrijfswoning, de functie ‘wonen’, niet wijzigt. Daarnaast is in artikel 76 van de Wgh bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Wat betreft de nieuw te realiseren woning geldt dat dit een nieuwe geluidsgevoelig object is, welke getoetst moet worden aan de Wet geluidhinder. Het plangebied ligt niet nabij een spoorlijn. De woning ligt wel binnen de wettelijke geluidszone van de Drogterweg en de Kleefegge. Vanwege de lage verkeersintensiteit en de beoogde afstand van de woning tot deze weg wordt er een aanvaardbaar woon en leefklimaat verwacht. Het plangebied is tevens niet gelegen in of nabij een zone van een gezoneerd bedrijventerrein, waardoor een nader onderzoek naar industrielawaai niet noodzakelijk is. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op het initiatief wordt verwezen naar paragraaf 4.6 (milieuzonering). 4.5.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.6

Milieuzonering bedrijven

4.6.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in

28

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 4.6.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waar geen sprake is van een matige of sterke functiemenging.

Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype “rustige woonwijk”.

4.6.3

Situatie plangebied

4.6.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Onder andere woningen zijn milieugevoelige objecten. De VNG uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

29

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

4.6.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Van enige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geen sprake. 4.6.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In de directe nabijheid van de locatie zijn enkele verscheidene milieubelastende bedrijven aanwezig. Deze agrarische bedrijven kunnen vanwege de milieuhinder die ze veroorzaken van invloed zijn op het woon- en leefklimaat van de woningen en kunnen andersom ook door nieuwe milieugevoelige functies belemmerd worden. Deze agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd door de toevoeging van de woning (milieugevoelig object) aangezien het plangebied zich niet binnen de richtsafstand van 50 meter bevindt. Het plangebied bevindt zich op minimaal 250 meter afstand van de omliggende agrarische bedrijvigheid. 4.6.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmeringen voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.7

Besluit milieueffectrapportage

4.7.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: · Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. · Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). · Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan

30

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.7.2

Beoordeling

4.7.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 13,1 kilometer van het plangebied. In paragraaf 4.4.2.1 wordt ingegaan op de effecten van het voornemen op Natura 2000-gebieden. Gelet op deze afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt gesteld dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 4.7.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig.

Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.

Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in de planologische wijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming teneinde de ter plaatse aanwezige woning in gebruik te nemen als 'reguliere' woning en het realiseren van een compensatiewoning in het kader van Ruimte voor ruimte. Het gaat om een ontwikkeling die gepaard gaat met geringe fysieke ingrepen en geen groter beslag legt op de ruimte. Er is daarnaast geen sprake van een exorbitante toename van het aantal verkeersbewegingen. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een ontwikkeling die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

31

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

4.8

Luchtkwaliteit

4.8.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.8.2

Onderzoek en conclusie

Gelet op de aard en omvang van voorliggend initiatief, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven kan worden gesteld dat voorliggend initiatief ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Daarnaast wordt de in dit bestemmingsplan besloten functie niet aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 4.8.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt in voorliggend geval geen belemmering.

32

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

4.9

Externe veiligheid

4.9.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Op het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht.

De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; ?e (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico 4.9.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Geconcludeerd wordt dat het plaatsgebonden- en groepsrisico geen belemmering voor het voorgenomen plan vormt. 4.9.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande kan worden geconcludeerd het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

33

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

4.10

Verkeer en parkeren

Met dit initiatief wordt één compensatiewoning toegevoegd. Parkeren ten behoeve van de nieuwe woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 2.3 wordt gesteld dat hieraan kan worden voldaan. De nieuwe woning wordt ontsloten via een nieuw aan te leggen in- en uitrit. Deze in- en uitrit zal op een overzichtelijke wijze worden gerealiseerd op de Kleefegge, zodat er geen verkeersonveilige situaties zullen ontstaan. Het toevoegen van een extra woning levert een zeer beperkte verkeersgeneratie op. De agrarische functie komt door wijziging van het bestemmingsplan echter te vervallen, waardoor er naar verwachting per saldo sprake zal zijn van een lichte afname aan verkeersbewegingen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.11

Duurzaamheid

De te realiseren nieuwe compensatiewoning zal voldoen aan de eisen van deze tijd ten aanzien van duurzaamheid. Dit vertaalt zich onder meer in het feit dat deze woning gasloos gebouwd zal worden. Daarnaast wordt rekening gehouden met de bestaande aanwezige landschappelijke kenmerken en blijven deze behouden en versterkt. Deze zullen in de toekomst nog aanwezig zijn. De voorgenomen ontwikkeling draagt dan ook bij aan de toekomstwaarde van het plangebied.

34

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels.

5.2

Opzet van de regels

5.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit wijzigingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het wijzigingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. Dit bestemmingsplan is gebaseerd op de beheersverordening “Buitengebied”, rekening houdend met recente bestemmingsplannen elders binnen de gemeente De Wolden. De geldende beheersverordening kent een mogelijkheid waarmee bestemming ‘Agrarisch ’ worden gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling.

Via dit bestemmingsplan wordt hiernaa toepassing gegeven. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

5.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: • Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. • Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

35

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

5.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. In dit hoofdstuk en de daarin opgenomen artikelen 'Agrarisch met waarden', ‘Wonen’ en ‘Waarde – Archeologie’ wordt een onderverdeling gemaakt in onder andere: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de toegestane activiteiten; Bouwregels: eisen waar bebouwing aan moet voldoen (aantal hoofdgebouwen, bouwhoogte, etc.); Afwijken van de gebruikt- en bouwregels: voorwaarden waaronder afgeweken mag worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels. In paragraaf 5.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemmingen is gekozen.

5.2.4

Algemene regels

In dit hoofdstuk worden de algemene regels weergegeven. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Het hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen: Anti-dubbeltelregel (artikel 5): deze regel is opgenomen om ongewenste verdichting van bebouwing te voorkomen; Algemene gebruiksregels (artikel 6): dit artikel beschrijft welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan; Algemene afwijkingsregels (artikel 7): deze regels maken het mogelijk om op de beschreven punten af te wijken van de regels in het wijzigingsplan; Overige regels (artikel 8): regels die aangeven hoe er met welstandscriteria, afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden, de natuurbeschermingstoets en parkeernormen wordt omgegaan in het bestemmingsplan. 5.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

5.3

Verklaring van de bestemmingen

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een wijzigingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit wijzigingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Agrarisch met waarden (Artikel 3) De bestemming 'Agrarisch met waarden' is behouden ter plaatse van de gronden welke niet in gebruik worden genomen ten behoeve van woondoeleinden. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor een agrarisch grondgebruik, met daaraan ondergeschikt het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden en openbare nutsvoorzieningen. Daarbij behorende infrastructurele voorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, sloten, beken, en daarmee gelijk te stellen waterlopen, tuinen en erven, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn

36

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

toegestaan. Wonen (Artikel 4) De bestemming ‘Wonen’ is aan de compensatiewoning toegekend. De bestemming ‘Wonen’ is eveneens aan de voormalig bedrijfswoning toegekend. Conform het bestemmingsplan zijn de gronden met de bestemming ‘Wonen’ hoofdzakelijk bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep en bijvoorbeeld mantelzorg. In dit geval is per bouwvlak binnen de bestemming ‘Wonen’ maximaal één vrijstaande woning toegestaan. De gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 150 m² dan wel de bestaande oppervlakte bedragen. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen: hoofdgebouwen; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. Waarde – Archeologie (Artikel 5) Conform het bestemmingsplan zijn de gronden mede bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. In verband met (verwachte) archeologische waarden is voor het gebied een dubbelbestemming opgenomen en is bepaald dat een onderzoeksplicht geldt voor ingrepen groter dan 1.000 m² en dieper dan 30 cm.

37

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

38

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Voorliggend plan betreft geen aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Dit betekent dat plankosten niet kunnen worden verhaald middels een exploitatieplan. In het voorliggende geval worden de gemeentelijke kosten, op basis van de legesverordening, verhaald op de initiatiefnemer. Met de initiatiefnemer wordt tevens een planschadeovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig is. Maatschappelijk uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan is in het kader van het wettelijke verplichte vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) voorgelegd aan het waterschap Drents Overijsselse Delta en de provincie Drenthe. De provincie Drenthe heeft hier inhoudelijk op gereageerd.

De reactie zag toe op een verduidelijking van het aantal sloopmeters. Het plan is hierop aangepast. De aanpassingen zijn doorgevoerd in paragrafen 2.2 en 3.2.3 waarin een verduidelijking is opgenomen tbv het aantal sloopmeters in het kader van de Ruimte-voor-ruimte-regeling. Omwonenden Initiatiefnemer heeft omwonenden voorafgaand aan de ter inzage legging van het plan uitvoerig geïnformeerd. Omwonenden hebben laten weten geen bezwaren te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Het ontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van 6 weken voor eenieder ter inzage worden gelegd. Tijdens deze periode hebben omwonenden en belanghebbenden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Dit zal aantonen of er sprake is van een maatschappelijke uitvoerbaarheid. Vervolgprocedure Het ontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze inzagetermijn kan een ieder een zienswijze kenbaar maken. De bekendmaking hiervan zal plaatsvinden in de Wolder Courant alsmede in de Staatscourant en via elektronische weg. Het vervolg daarop bestaat, kort samengevat, uit de volgende stappen in de procedure: 1. vaststelling (al dan niet gewijzigd) door de gemeenteraad; 2. beroepsmogelijkheid bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

39

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

40

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

Bijlagen toelichting

41

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan

42

ruimtelijk kwaliteitsplan Drogterweg 26 Zuidwolde

Door:

dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s

06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 2016 H. Oldehinkel 4 maart 2021 2016-001.indd 10

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.

INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE

1

2 VIGEREND BELEID

4

2.1.

Landschappelijk ontwikkelkader

4

2.2.

Het landschap van De Wolden

4

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 

6

4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N 

7

4.1.

ruimtelijk onderbouwing

7

4.2.

samenvatting maatregelen

8

1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de ontwikkelingen op het perceel Drogterweg 26 te Zuidwolde. De initiatiefnemer wil op het bestaande erf alle landschapsontsierende stallen slopen en middels de ruimte voor ruimteregeling een compensatiewoning met bijgebouw op het bestaande bouwvlak realiseren. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente heeft hiervoor de Landschapontwikkelingskader opgesteld. Dit ruimtelijke kwaliteitsplan bestaat uit een overzicht van te slopen op-stallen en de situering van de nieuw te bouwen woning in het landschap op basis van de toekomstige situatietekening van de gebouwen. Hierbij is ver-beeld én verwoord waar en hoe investeringen in het landschap vorm kun-nen krijgen en de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd na sloop van de agrarische opstallen en het bouwen een nieuwe woning.

1

lo catie plangebie d

zoekgebied compensatiewoning

te slopen stal

Op het erf aan de Drogte-

Kleefegge

rweg 26 staan verschillenbestaande woning behouden

de landschapsontsierende bebouwing. In totaal wordt 750 m2 gesloopt.

inrit erf

Ter compensatie zal een woning te noorden van

weg gter o r D

het erf binnen het bestaande bouwvlak kunnen worden gerealiseerd. Een bestaande woning met achterhuis blijf be-

2

houden.

plangebie d en omgeving rond 1900

plangebie d en omgeving rond 1950

plangebie d en omgeving rond 2010 3

2 VIGEREND BELEID

Het LOK geeft op basis van de landschappelijke eigenheid richting aan ont-wikkelingen in het landelijk gebied.

2.1.

LANDSCHAPPELIJK ONTWIKKELKADER

Uit de gemeentelijke structuurvisie blijkt dat het land-

De jonge veldontginningen zijn de gronden in de ge-meente

schap een van de be-langrijkste kwaliteiten vormt van

die als laatste in cultuur zijn gebracht. Door hun natuurlijke

de gemeente De Wolden. Vanuit de struc-tuurvisie is het

omstandigheden, vooral de arme en droge bodem, waren

Landschappelijk Ontwikkelingskader uitgewerkt. Met dit

deze gronden in eerste instantie niet geschikt als landbouw-

ontwikkelingskader (LOK) kan de gemeente ontwikkelingen

grond. De oude heidegron-den zijn vaak in één keer ont-

in het buiten-gebied begeleiden. De veranderingen op het

gonnen. Dat gebeurde op een planmatige manier via lange

platteland zijn niet meer zo voorspelbaar als voorheen. Agra-

lijnen in een regel-matige verkaveling. Boerderijen worden

riërs vergroten hun bedrijf of ze kiezen juist voor schaalver-

verspreid over het gebied gebouwd.

breding. Daarnaast stoppen ook meer en meer agrari-sche

De jonge veldontginningen kenmerken zich door hun ratio-

bedrijven en vindt er een functieverandering plaats naar

nele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote

wonen of kleine bedrijvigheid.

regelmatige verkaveling. Doordat veel wegen zijn beplant,

De insteek van dit landschappelijk ontwikkelingskader (LOK)

wordt de van oudsher aanwezige open-heid gebroken. Op

is kort maar krachtig: een plan is een kans. Elk plan is een

sommige plekken zijn bosjes en restanten van heidevelden

mogelijkheid om het landschap binnen de landschappelijke

nog aanwezig. Hoogtever-schillen komen niet voor.

karakteristiek te versterken. Het LOK biedt vanuit landschap

Op veel plaatsen in Drenthe, en zo ook bij Echten, is een

richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen. Daarmee kan het

deel van de gronden beplant met naaldbomen. Deze bomen

LOK de gemeente houvast bieden bij het beoordelen van

waren bedoeld om het stuivende zand vast te houden en

de verschillende plannen in het buitengebied en kan het de

daarnaast kon met de boomteelt geld worden verdiend.

Het erf lig t in de jonge veldontginningen

initiatiefnemer handreikingen geven en enthousiasmeren om met zijn plannen ook een bijdrage te leve-ren aan de

Landschappelijke onderlegger

landschappelijke karakteristiek. Daarnaast geeft het LOK ook

ONDERGROND Drents Plateau Dekzandruggen Podzolgronden en stuifzanden Keileem

voorwaarden aan de wijze waarop dorpen op een landschappelijk verant-woorde wijze kunnen uitbreiden. 2.2.

4

HET LANDSCHAP VAN DE WOLDEN

Om vanuit het landschap richtlijnen te kunnen geven voor

Landschap

de inpassing van nieuwe ontwikkelingen, is eerst een beeld

Water, wegen en dijken

gegeven van de kenmerken van het hedendaagse landschap.

Beperkt aanwezig, enkele wijken Rechte wegen, ontginningslijnen gebied

oude hoevenlandschap

Wensb e eld inp assing er ven

Bebouwing Enkele kleine dorpen op kruisingen van wegen Boerderijen meest gekoppeld aan de weg Relatief veel agrarische bebouwing, ook intensieve veehouderij Beplanting Wegbeplanting, her en der singels op perceelsgrenzen en bosstroken Stevige erfbeplantingen Grote bosgebieden (zoals bij Echten) op onontgonnen heidegronden Verkaveling Regelmatige opstrekkende tot blokverkaveling Erf Rationele opzet erven Erven in ontginningsrichting Voorhuis of woning aan de weg Enkele of meerzijdige singelbeplanting Ook nu kenmerken de jonge veldontginningen zich door hun rationele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote regelmatige verkaveling. Door-dat veel wegen zijn beplant, wordt de van oudsher aanwezige openheid verbroken. Aandachtspunten De heideontginningen zijn een relatief jong landschap. Door de rationele verkaveling en ontginning is een duurzame robuuste landschappelijke structuur ont-staan. De gemeente zet daarom in op een verdere versterking van deze structuur. Een heldere opzet, duidelijke hiërarchie en stevige (erf) beplantingen geven nieuwe ontwikkelingen landschappelijke meerwaarde. 5

landschapsstructuurkaart

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E Begin 20e eeuw is de Hoogevensche waterloop gegraven. Tot die tijd was het gebied nog beperkt ontwaterd en ontgonnen. Met de realisatie van de Hoogeveensche waterloop ontstond lintbebouwing (boerderijen) langs de Drogterweg. Hier is een duidelijke oost- westverkaveling ontstaan. Met het ontginnen van het gebied ontstaat ook de buurtschap Fort. Het plangebied is een erf dat veel later is ontstaan. Het ligt

Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: rechtlijnige kavels en wegen erven liggen of aan de weg of vrij in het veld half open landschap veelal erfbeplanting; tuinen gericht naar de weg; de bestaande woning vormt samen met de overige bebouwing een cluster in het landschap, deze eenheid moet behouden en versterkt worden; het erf ligt naakt in het landschap, dit is gebiedsvreemd.

vrij in het veld en wordt ontsloten op de Drogterweg.

rken

Het landschap nabij de locatie is kenmerkend voor een jong

e voeg g toe ne ru

wordt onderbroken door bosjes en wegbeplanting. Erven

ngh

tlijni rech

liggen in blokken langs de weg of vrij in het veld en zijn over-

n

siertuin naar de weg (zuid- oostzijde) met daar achter de

rken

is voor richting de weg, werken achter. Dit resulteerd in een

e verst

Het plangebied kent een karakteristieke opbouw. Het wonen

gheid

zich met name haaks op de weg.

lijnin

vormen (houtsingels) volgen de kavelstructuur en bevinden

t rech

wegend voorzien van erfbeplanting. Lijnvormige beplantings-

groe

ontginningslandschap. Het gebied is relatief open maar

erste eid v

schuren. De schuren bestaan uit gemetselde muren en een asbestdak. Aan de woning is tevens een schuur gebouwd met een asbestdak. Structuurbepalend groen is nu niet aanwezig op het erf. De stal, en de schuren vallen op in het landschap. Het gebrek aan groen op of rondom het erf kan als negatief ervaren worden. Het is juist kenmerkend in dit type landschaps dat de erven afgeschermd worden middels een houtsingel of bomenrij. Het erf kenmerkt zich door functionaliteit (rechtlijninge indeling) en soberheid.

6

schetsontwerp van het erf na slo op opst allen

4 RUIMTELIJK

bij het rechtlijnige patroon van het jongeontginningsland-

Om aan te sluiten op de gebiedskenmerken is er gekozen om

schap. Langs de Drogterweg staan meer erven waar twee of

het erf aan de noord-westzijde af te schermen met een be-

K WA L I T EI T S P L A N

meer woningen op staan. Deze woningen bestaan veelal uit

geleidende bomenrij. Deze bomenrijen vormen een passende

een eenvoudige bouwvorm zonder veel aanbouwen. Om de

overgang naar het meer open landschap.. Het is niet wense-

Uitgangspunten initiatiefnemer:

woning aan te laten sluiten op deze bestaande bebouwing is

lijk om het zicht op de woningen volledig af te schermen. Er

behouden woning met schuur; sloop landschapsontsierende bebouwing van ca. 750 m2; compensatiewoning 750m3 met bijgebouw van 100 m2 nieuwe ontsluiting op de Kleefegge

gekozen voor een woning met apart bijgebouw. De bestaan-

is daarom gekozen het ‘voorerf’ meer open te houden met

de woning en de compensatiewoning moeten ten alle tijde

ruimte voor een tuin.

de ‘hoofdgebouwen’ op het erf blijven. Dit wordt bereikt

.

door de gekozen materialisatie van de compensatiewoning

Het contrast van enig groen op de erven en het meer opener

en de positie op het erf voor het bijgebouw. Initatiefnemer

landschap blijft overeenkomstig de gebiedskenmerken

wil de bestaande schuur die aan de woning is vastgebouwd

behouden. Het voorerf blijft tuin met ruimte voor sierbe-

deels behouden ten behoeve van hobbymatige activiteiten.

planting. (bijvoorbeeld Rhododendrons, hortensia’s, boeren-

De schuur kan goed ingepast worden op het erf doordat

sering) Het geeft een passende sierlijke afscherming. Tussen

de situatie aansluit op de woning en het geen opvallende

de bestaande woning en de compensatiewoning wordt een

verschijning in het landschap is. Het past bij de schaal van

houtsingel aangeplant, deze vergroend het erf en zorgt voor

de erven. De schuur zal hobbymatig gebruikt gaan worden.

de gewenste afscherming tussen de erven.

Uitgangspunten gemeente: bouw compensatiewoning aansluitend op het bestaande bouwvlak; de compensatiewoning moet een eenheid vormen met de bestaande bebouwing en zodanig ingepast worden; landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het jonge ontginningslandschap zoals is omschreven in de landschaps ontwikkelingskader van de gemeente de Wolden. 4.1.

Door de schuur te behouden blijft het agrarisch karakter

Op het erf is ruimte voor solitaire bomen als Hollandse

behouden.

Linde en Walnoot. Deze verzachten de woningen en geven schaduw in de tuin.

RUIMTELIJK ONDERBOUWING

Op de vorige pagina staat de landschappelijke inpassing

Groenstructuur en inrichting erf:

van het erf .

De erven langs de Drogterweg zijn over het algemeen half

Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het

open en al dan niet voorzien van enkele grote bomen of

buitengebied voorkomen worden. Rondom de woningen is

Situering compensatiewoning:

singels. Richting de weg zijn de tuinen open en is er zicht

enkel een tuin voorzien. De keuze voor de verharding moet

Het erf sluit aan bij de karakteristiek van het jonge ont-

op de bebouwing. De meeste erven zijn klein en kennen een

in afstemming gemaakt worden met de materialisering van

ginningslandschap. Bij het positioneren van de compensa-

(voormalige) agrarische bestemming. Door het slopen van

de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstel-

tiewoning is rekening gehouden dat de woning op het be-

de schuren ontstaat weer ruimte om het erf te vergroenen.

ling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de

staande bouwvlak moet komen omdat daarmee de impact

De te behouden woning met schuur passen hiermee beter

kleurstelling van de gevels en overige materialisering van de

op de omgeving zo beperkt mogelijk blijft. Daarnaast is het

in het landschap. Tevens vorm de singel een ‘groene’ rug

gebouwen.

belangrijk dat de woning een relatie met het bestaande erf

van het erf. De compensatiewoning met bijgebouw wordt

krijgt. De bebouwing staat overeenkomstig de gebiedsken-

hiermee verbonden met de te behouden woning.

merken haaks op of gelijk aan de kavelrichting, dit sluit aan 7

Het asbest word gesaneerd en de schuur wordt opgeknapt.

4.2.

SAMENVATTING MAATREGELEN

rechtlijnige kavels en wegen de Geert Migchelsweg ligt hoger; half open landschap veelal erfbeplanting; tuinen gericht naar de weg; de bestaande woning vormt samen met de overige bebouwing een cluster in het landschap, deze eenheid moet 7 behouden en versterkt worden; het erf ligt naakt in het landschap, dit is gebiedsvreemd;

Legenda 1. Bestaande woning 2. Compensatiewoning 3. Aanplant houtsingel als groene rug van het erf 4. Aanplant Ruwe Berk

best

aand

5. Aanplant Zwarte Els

bouw

6. Aanplant Hollandse Linde 12

4

7. Aanplant Esdoornhaag

8

8. Keren en parkeren

6 11

10. Te slopen landschapsontsierende bebouwing

32 6

5

11. Nieuwe inrit

3

2

7

88

9. Aanplant Walnoot

blok

Behoud schuur die aan de bestaande woning is gebouwd en deze landschappelijk goed inpassen middels houtsingel en bomen; de compensatiewoning en de schuur worden uitgevoerd in een landelijke architectuur en komen binnen de contouren van het bestaande bouwvlak; aanplant streekeigen singel op erfscheiding; aanplant bomen op de rand van het erf; hagen kaderen de tuinen af; aanplant solitaire bomen op het erf; nieuwe inrit naar de compensatiewoning; bestaande inrit blijft ontsluiting bestaande woning

Belangrijkste ruimtelijke kenmerken:

10

12. Bijgebouw met zonnepanelen

9

5

6

1

6

7

8

laat je erf groeien!

6

4

32 4

4. Aanplant Hollandse Linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 14-16 Totaal 3 stuks Eindbeeld is een solitaire boom 5. Aanplant Esdoornhaag - Acer campestre Aanplanten met 10 st/m1 in driehoeksverband Eindbeeld is een haag van maximaal 1,5 (m) hoog 6. Aanplant Walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 14-16 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitaire boom

6

3

4

4

5

9

4

2

de beplanting staat gesitueerd op de landschapsmaatregelen in de bijlage bomen met 2 boompalen en band; bomen in gras ook met 2 maaipalen 30cm; indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/ aanrijschade/verdichting van de wortelzone.

2016

formaat

a3

blok

5

1 (3)

bouw

1

tekeningno

aand

2

5

3. Aanplant Zwarte Els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 14-16 met een onderlinge afstand van 6-8 (m) totaal 6 stuks met als eindbeeld een bomenrij

7

88

2. Aanplant Ruwe Berk - Betula pendula Aanplantmaat 14-16 met een onderlinge plantafstand van 6 - 8 (m) Totaal 13 stuks met als eindbeeld een bomenrijk

best

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een gesloten houtsingel

datum

1. Aanplant houtsingel bestaande uit: Alnus glutinosa - Zwarte Els 10% Fraxinus excelsior - Gewone Es 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 15% Sambucus nigra - Vlier 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%

4 mrt 2021

project

Legenda

laat je erf groeien

10

2016-eip-1.vwx herbert

bestand

2016 4 mrt 2021

schaal versie

1.0

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1 : 1000

a3 1 (3)

32 4

6

3

4

4

5

laat je erf groeien!

Erfinrichtingsplan Drogterweg 26 Zuidwolde

b lo k

6. Aanplant Walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 14-16 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitaire boom

formaat

bouw

5

4. Aanplant Hollandse Linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 14-16 Totaal 3 stuks Eindbeeld is een solitaire boom 5. Aanplant Esdoornhaag - Acer campestre Aanplanten met 10 st/m1 in driehoeksverband Eindbeeld is een haag van maximaal 1,5 (m) hoog

tekeningno

aand

1

5

3. Aanplant Zwarte Els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 14-16 met een onderlinge afstand van 6-8 (m) totaal 6 stuks met als eindbeeld een bomenrij

2

88

2. Aanplant Ruwe Berk - Betula pendula Aanplantmaat 14-16 met een onderlinge plantafstand van 6 - 8 (m) Totaal 13 stuks met als eindbeeld een bomenrijk

7

best

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een gesloten houtsingel

datum

1. Aanplant houtsingel bestaande uit: Alnus glutinosa - Zwarte Els 10% Fraxinus excelsior - Gewone Es 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 15% Sambucus nigra - Vlier 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%

door

project

Legenda

4

2

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)

Bijlage 2 Bodemonderzoek

57

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Drogterweg 26 te Zuidwolde projectnummer

201943

Pagina 2 van 16

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater UITGEVOERD DOOR

Verkennend bodemonderzoek Drogterweg 26 te Zuidwolde 201943 1.0 J.R.W. Staal Ing. R.J.W. Huls

10 december 2020 Bouwbedrijf Muller Dhr. H. Stapel Drogterweg 11, 7921 RJ ZUIDWOLDE SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002

Dhr. W. Westbroek Dhr. W. Westbroek

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Drogterweg 26 te Zuidwolde Dr. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2020 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding.

Wijze van citeren: Eco Reest 2020 Zuidwolde_201943_Drogterweg 26_VO We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Drogterweg 26 te Zuidwolde (kenmerk: 201943)

Pagina 3 van 16

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 5 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10875602/1