Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, DEELPLAN DROGTERWEG 26, ZUIDWOLDE
GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, DEELPLAN DROGTERWEG 26, ZUIDWOLDE GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN
Identificatienummer NL.IMRO.1690.2020BP1002003-ON01 Datum 7-9-2021 Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde 15 september 2021
Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde NL.IMRO.1690.2020BP1002003-ON01, Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde _____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
datum besluit B&W / Raad 17 juni 2021
publicatiedatum
inzagetermijn
15 sept 2021
16 sept t/m 27 okt 2021
_____________________________________________________________________________________ Vaststellingsbesluit
...........................................................................
Raad van State (onherroepelijk) ...........................................................................
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Opgave bestemmingsplan 1.6 Verantwoording 1.7 Opbouw toelichting
7 7 7 8 8 10 10 10
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Plangebied in de huidige situatie 2.2 Gewenste situatie 2.3 Ruimtelijk kwaliteitsplan
11 11 12 13
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
15 15 17 21
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie 4.3 Water 4.4 Ecologie 4.5 Geluid 4.6 Milieuzonering bedrijven 4.7 Besluit milieueffectrapportage 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Externe veiligheid 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Duurzaamheid
23 23 24 25 26 28 28 30 32 33 34 34
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten en planverantwoording 5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.3 Verklaring van de bestemmingen
35 35 35 36
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
39 39
Bijlagen toelichting
41
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
42
Bijlage 2
Bodemonderzoek
57
Bijlage 3
Quickscan ecologie
109
Regels Hoofdstuk 1
143 Inleidende regels:
145
2
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
145 151
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologie
153 153 155 160
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
163 163 164 165 167
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
169 169 170
Bijlagen regels
171
Bijlage 1
Staat van bedrijven
173
Bijlage 2
Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen
181
Bijlage 3
Archeologische beleidskaart
183
Bijlage 4
Aanwijzingsbesluiten beschermd dorpsgezicht
185
Bijlage 5
Beleidsnotitie Alternatieve Energiebronnen
196
Bijlage 6
Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK)
210
Bijlage 7
Deel 4 Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK)
340
Bijlage 8
Ruimtelijk kwaliteitsplan
396
3
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
4
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Toelichting
5
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
6
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Drogterweg 26 te Zuidwolde, in het buitengebied van de gemeente De Wolden, bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf met bijbehorende agrarische opstallen en een bedrijfswoning. De bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd. Het voornemen bestaat om de agrarische opstallen te slopen en in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling ter plaatse een compensatiewoning met bijgebouw te realiseren. De bestaande voormalige bedrijfswoning blijft gehandhaafd. De compensatiewoning met bijgebouw wordt binnen het voormalige bouwblok gerealiseerd. Op grond van de beheersverordening "Buitengebied De Wolden" hebben de gronden de bestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding 'agrarisch bedrijf'. Om de gewenste ruimte voor ruimte regeling planologisch mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd, waarbij de bestemming ‘Agrarisch’ wordt omgezet naar de bestemming ‘Wonen’. Gemeente De Wolden heeft in 2016 haar principemedewerking aan het voornemen toegezegd en aangegeven dat gebruik kan worden gemaakt van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (door middel van een omgevingsvergunning) zoals opgenomen in de beheersverordening "Buitengebied". Deze afwijkingsbevoegdheid is echter bedoelt voor initiatieven waar reeds een concreet bouwplan ligt, daar de afwijking van de beheersverordening wordt gekoppeld aan het specifieke bouwplan.
In voorliggend geval is het voornemen gebaat bij enige flexibiliteit in de bouwmogelijkheden, omdat de kavel in de markt wordt gezet. Om die reden is in overleg met de gemeente De Wolden ingestoken op een bestemmingsplanherziening. In het bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat de voorgenomen ontwikkeling uit ruimtelijk oogpunt verantwoord is. Voorafgaand aan en ten behoeve van het opstellen van het bestemmingsplan dienen één of meerdere inventariserende c.q. analyserende onderzoeken te worden uitgevoerd om aan te tonen dat kan worden voldaan aan de eisen van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Binnen het nieuwe plan zullen zowel de bedrijfswoning als de compensatiewoning worden bestemd als reguliere woningen. Samenvattend bestaat de ontwikkeling uit: Sloop van circa 750 m² (741,2 m² , de ontbrekende 8,8 m² valt binnen de afwijkingsmarge van 5%) aan landschapsontsierende bebouwing inclusief asbestsanering; Realisatie van één compensatiewoning met bijgebouw in het kader van Ruimte voor Ruimte; Behoud van bestaande schuur voor opslagdoeleinden; Het tot reguliere woning bestemmen van de bestaande bedrijfswoning; Het geheel zorgvuldig landschappelijk inpassen. De gemeente heeft in dit geval medewerking verleend aan een principeverzoek, indachtig het Ruimte voor Ruimte beleid. Door middel van dit bestemmingsplan wordt uitvoering gegeven aan het principebesluit.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologisch kader om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Hierbij wordt aangetoond dat er sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Drogterweg 26, in het buitengebied van de gemeente De Wolden, ten zuidwesten van de kern Zuidwolde. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente De Wolden, sectie W, nummer 233. Op afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Zuidwolde en de directe omgeving weergegeven met respectievelijk de rode ster en de rode omlijning. Voor een exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding die bij dit plan hoort.
7
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (NL.IMRO.1690.2020BP1002003-ON01) bestaat uit de volgende stukken: verbeelding en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen binnen de beheersverordening "Buitengebied" (vastgesteld op 28 februari 2019). Hieronder is een uitsnede weergegeven van de verbeeldingen van de geldende beheersverordening. Het plangebied is met rode lijn weergegeven.
8
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Afbeelding 1.2: Uitsnede geldende beheersverordening (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen
Op basis van de geldende beheersverordening "Buitengebied” zijn de gronden in het plangebied bestemd als ‘Agrarisch' met de functieaanduiding ‘agrarisch bedrijf’ en een bouwvlak. Op de gronden gelden tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. "Agrarisch" De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf'. Met daaraan ondergeschikt het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden, openbare nutsvoorzieningen, dit met de daarbij behorende infrastructurele voorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, sloten, beken, en daarmee gelijk te stellen waterlopen, tuinen en erven, bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen geldt dat er uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven mogen worden gebouwd, en dat de gebouwen en overkappingen uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd. Er is één bedrijf en één bedrijfswoning toegestaan.
"Waarde - Archeologie" De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede voor het behoud en herstel van de archeologische waarden.
9
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
1.4.3
Strijdigheid
De provincie Drenthe beschikt over een Ruimte voor Ruimte regeling. Deze regeling is opgesteld ter stimulering van het verwijderen van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied. Ter compensatie van de sloopkosten kan dan een compensatiewoning gerealiseerd worden. Gelet op wat in 1.4.2 is beschreven, is de realisatie van deze compensatiewoning niet in overeenstemming met de geldende bestemming. Tevens is het bewonen van de huidige bedrijfswoning strijdig met het geldende bestemmingsplan, aangezien huisvesting gezien de bedrijfsbeëindiging niet op het terrein noodzakelijk is. Om de compensatiewoning met bijbehorend bijgebouw mogelijk te maken wordt de bestemming van het plangebied middels deze herziening aangepast naar ‘Wonen’. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Aangetoond wordt dat het voornemen in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.
1.5
Opgave bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.
1.6
Verantwoording
Bij het opstellen van dit plan is gebruik gemaakt van websites, visiedocumenten, beleidsstukken en rapportages. Daar waar nodig zijn de teksten en/of afbeeldingen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Voor het overige is de naam en/of vindplaats van de bronnen weergegeven.
1.7
Opbouw toelichting
Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de uitgangspunten van het plan weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieu aspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, water, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheid van het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
10
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Plangebied in de huidige situatie
De locatie Drogterweg 26 te Zuidwolde ligt in het buitengebied van de gemeente De Wolden. De locatie is gelegen te zuidwesten van de kern Zuidwolde. De ruimtelijk-functionele structuur van de directe omgeving bestaat uit verspreid liggende agrarische bedrijven en woonfuncties. Deze functies zijn allen gelegen langs de bestaande omliggende infrastructuur, zoals de Drogterweg, en worden omgeven door voornamelijk agrarische cultuurgronden. De belangrijkste structuurdragers in de omgeving betreffen de Drogteweg en de weg Kleefegge. Het plangebied omvat het perceel van een voormalig agrarisch bedrijf. De bebouwing op het perceel bestaat uit een enkele agrarische opstallen en een woonboerderij met garage. De agrarische opstallen bevinden zich centraal op het perceel. Het plangebied kent een karakteristieke opbouw. Het wonen aan de voorzijde van het perceel, gesitueerd richting de weg, het werken en de bedrijvigheid gebeurde in het verleden achter. Dit resulteerd in een siertuin naar de weg (zuid- oostzijde) met daar achter de schuren. De schuren bestaan uit gemetselde muren en een asbestdak. Aan de woning is tevens een schuur gebouwd met een asbestdak. Structuurbepalend groen is nu niet aanwezig op het erf. De stal, en de schuren vallen op in het landschap. Het is kenmerkend in dit type landschap dat de erven afgeschermd worden middels een houtsingel of bomenrij.
Het erf kenmerkt zich door functionaliteit (rechtlijninge indeling) en soberheid. De Drogterweg ontsluit en begrenst het perceel aan de zuidelijke zijde. Het perceel wordt aan de noord, oost en westzijde door grasland/agrarische cultuurgronden omringd. Ten zuiden van het perceel bevindt zich de Drogterweg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld weergegeven.
Afbeelding 2.1: Huidige situatie van het plangebied (Bron: Provincie Drenthe)
11
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Afbeelding 2.2: Zicht op het perceel vanaf de Drogterweg (Bron: Google Streetview)
2.2
Gewenste situatie
De bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd. Het voornemen bestaat om het de agrarische opstallen, met een totale oppervlakte van circa 750 m² (741,2 m² , de ontbrekende 8,8 m² valt binnen de afwijkingsmarge van 5%) te slopen en ter compensatie ter plaatse een woonkavel te realiseren met daarop een woning met bijgebouw. Sloopmeters Er wordt ter plaatse 741,2 m² gesloopt. Initiatiefnemer is in het verleden (ondermeer in de principeverzoek-fase) van 766 m² uit gegaan, alleen maakt hij hier gebruik van de maten welke in het veld zijn gemeten, echter komen deze gedeeltelijk niet overeen met de maten/oppervlaktes zoals beschreven in de afgegeven bouwvergunningen. Er wordt daarom van de daadwerkelijk vergunde 741,2 m² uitgegaan. Dit bedraagt 8,8 m² minder dan de minimaal benodigde sloopoppervlakte van 750 m². Dit tekort past binnen het 'Ruimte voor Ruimte Regeling' beleid waarom de mogelijkheid is opgenomen voor een afwijking van 5% inzake de sloop van voormalig agrarische bedrijfsgebouwen voor de bouw van een compensatiewoning. De te slopen objecten welke tezamen de benodigde sloopmeters van 741,2 m² vormen, zijn zichtbaar weergegeven in afbeeldingen 2.1 en 2.3. Inpassing De bestaande bedrijfswoning blijft behouden en zal worden omgezet naar een reguliere woning met bijgebouw. Met deze ontwikkeling wordt landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied gesloopt.
De nieuwe woonpercelen worden landschappelijk ingepast in de omgeving, waarmee de ruimtelijke kwaliteit in het gebied vergroot wordt. In afbeelding 2.3 wordt de gewenste situatie via een overzichtstekening weergegeven.
12
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Afbeelding 2.3: Plattegrond gewenste situatie (Bron: De Erfontwikkelaar
2.3
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Voor het geheel is door de Erfontwikkelaar een landschapsplan opgesteld. Onderstaand is een uitsnede hiervan opgenomen. Aansluitend is er een toelichting gegeven. Het volledige landschapsplan is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. In deze paragraaf wordt de landschappelijke inpassing van de bestaande woonkavel en de compensatiekavel weergegeven. 2.3.1
Situering compensatiewoning
Het erf sluit aan bij de karakteristiek van het jonge ontginningslandschap. Bij het positioneren van de compensatiewoning is rekening gehouden dat de woning op het bestaande bouwvlak moet komen omdat daarmee de impact op de omgeving zo beperkt mogelijk blijft. Daarnaast is het belangrijk dat de woning een relatie met het bestaande erf krijgt. De bebouwing staat overeenkomstig de gebiedskenmerken haaks op of gelijk aan de kavelrichting, dit sluit aan bij het rechtlijnige patroon van het jongeontginningslandschap. Langs de Drogterweg staan meer erven waar twee of meer woningen op staan. Deze woningen bestaan veelal uit een eenvoudige bouwvorm zonder veel aanbouwen. Om de woning aan te laten sluiten op deze bestaande bebouwing is gekozen voor een woning met apart bijgebouw. De bestaande woning en de compensatiewoning moeten ten alle tijde de ‘hoofdgebouwen’ op het erf blijven. Dit wordt bereikt door de gekozen materialisatie van de compensatiewoning en de positie op het erf voor het bijgebouw. Initatiefnemer wil de bestaande schuur die aan de woning is vastgebouwd deels behouden ten behoeve van hobbymatige activiteiten. Gedeeltelijk zal deze aan de achterzijde worden ingekort.
De schuur zal bouwkundig worden gerenoveerd en aangepast, zodat deze landschappelijk goed wordt ingepast op het erf zodat de schuur aansluit op de woning en het geen opvallende verschijning in het landschap is. Het past bij de schaal van de erven. De schuur zal hobbymatig gebruikt gaan worden. Dit voorkomt dat het erf verrommelt. Het asbest wordt gesaneerd en de schuur wordt opgeknapt.
13
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
2.3.2
Groenstructuur en inrichting erf
De erven langs de Drogterweg zijn over het algemeen half open en al dan niet voorzien van enkele grote bomen of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en is er zicht op de bebouwing. De meeste erven zijn klein en kennen een (voormalige) agrarische bestemming. Door het slopen van de schuren ontstaat weer ruimte om het erf te vergroenen. De te behouden woning met schuur passen hiermee beter in het landschap. Tevens vorm de singel een ‘groene’ rug van het erf. De compensatiewoning met bijgebouw wordt hiermee verbonden met de te behouden woning. Om aan te sluiten op de gebiedskenmerken is er gekozen om het erf aan de noord-westzijde af te schermen met een begeleidende bomenrij. Deze bomenrijen vormen een passende overgang naar het meer open landschap. Het is niet wenselijk om het zicht op de woningen volledig af te schermen. Er is daarom gekozen het ‘voorerf’ meer open te houden met ruimte voor een tuin. Het contrast van enig groen op de erven en het meer opener landschap blijft overeenkomstig de gebiedskenmerken behouden. Het voorerf blijft tuin met ruimte voor sierbeplanting, met bijvoorbeeld Rhododendrons, hortensia’s of boerensering. Het geeft een passende sierlijke afscherming. Tussen de bestaande woning en de compensatiewoning wordt een houtsingel aangeplant, deze vergroend het erf en zorgt voor de gewenste afscherming tussen de erven.
Op het erf is ruimte voor solitaire bomen als Hollandse Linde en Walnoot. Deze verzachten de woningen en geven schaduw in de tuin. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. Rondom de woningen is enkel een tuin voorzien. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van de gebouwen. De nieuwe woning wordt met een eigen inrit ontsloten. Op beide erven is ruimte gecreëerd om te keren en te parkeren. De erfverharding wordt in overeenstemming gemaakt met de materialisatie van de architectuur, waarbij een gedekte kleurstelling sober toegepast wordt. 2.3.3
Verkeer en parkeren
Met dit initiatief wordt één compensatiewoning toegevoegd. Er zijn op basis van de parekerkencijfers van het CROW voor een vrijstaande woning in het buitengebied maximaal 2,8 parkeerplaatsen nodig. Parkeren ten behoeve van de nieuwe woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 2.3 wordt gesteld dat hieraan kan worden voldaan. De nieuwe woning wordt ontsloten via een nieuw aan te leggen in- en uitrit. Deze in- en uitrit zal op een overzichtelijke wijze worden gerealiseerd op de Kleefegge, zodat er geen verkeersonveilige situaties zullen ontstaan. Het toevoegen van een extra woning levert een zeer beperkte verkeersgeneratie op. De agrarische functie komt door wijziging van het bestemmingsplan echter te vervallen, waardoor er naar verwachting per saldo sprake zal zijn van een lichte afname aan verkeersbewegingen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
14
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Het beleid van Europa en de rijksoverheid is van invloed op het te voeren Drentse omgevingsbeleid. Zo is er op Europees niveau veel aandacht voor het verbinden van economische kerngebieden door vervoersnetwerken, de aansluiting van relatief zwak ontwikkelde regio’s, landsoverschrijdende samenwerking, stroomgebieden, ecologische relaties en duurzame ontwikkeling. Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld. De SVIR heeft een horizon tot het jaar 2040 en vervangt onder andere de Nota Ruimte. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het rijk kiest met de structuurvisie voor een selectievere inzet van de onderstaande 13 rijksbelangen: 1. een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4.
efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt dieper ingegaan op deze 13 rijksbelangen. Het rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt.
Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners.
15
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het wijzigingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.4
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De SVIR laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het voornemen raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR. Ladder voor duurzame verstedelijking Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien er slechts sprake is van een planologische toevoeging van één woning. Toetsing aan de ladder is daarom niet noodzakelijk. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake
16
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Er hoeft dan ook geen verdere toetsing plaats te vinden aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking”.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. 3.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
3.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie kent een duidelijke relatie met bestaande programma’s en plannen. Dat geldt op landsdelig niveau (zoals de Noordervisie, de Gebiedsagenda Noord-Nederland en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN)-agenda), op regionaal niveau (Regiovisie Groningen-Assen) en op provinciaal niveau (de Regionale Agenda’s, het Regionaal Specifiek Pakket (RSP) en uitwerkingen van het collegeprogramma van gedeputeerde staten (GS) (bijvoorbeeld programma Klimaat en Energie). Deze programma’s en plannen zijn medebepalend geweest bij het tot stand komen van de Omgevingsvisie en worden benut bij de uitvoering ervan. Bestaande bestuurlijke afspraken zijn gerespecteerd. De Omgevingsvisie Drenthe is voor Drenthe een centraal visiedocument. Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 ingestemd met de Omgevingsvisie Drenthe 2018. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijkeconomische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna.
In de komende jaren zullen er provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening. De belangrijkste opdracht tot 2030 is het vinden van een antwoord op de vraag hoe de provincie met deze ontwikkelingen moet omgaan. Daarnaast heeft de Provincie Drenthe diverse ambities en daarmee ook belangen. De basis hiervoor zijn de wettelijke taken en verantwoordelijkheden. Deze zijn aangevuld met een selectie onderwerpen die het meest effectief te beïnvloeden zijn op provinciaal niveau. De hierna opgenomen onderwerpen zijn in het kader van provinciaal beleid van belang. 3.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit Ontwikkelingen die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van Drenthe worden gestimuleerd. Deze kwaliteit zit in het zorgvuldig gebruikmaken van de ruimte, het behouden en waar mogelijk versterken van de kernkwaliteiten en het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Hierbij wordt niet enkel gekeken naar de bovengrond, maar houdt ook rekening met de eigenschappen en functies van de ondergrond. De ruimtelijke kwaliteit van Drenthe is hoog.
Het tot dusver gevoerde ruimtelijk beleid heeft ertoe geleid dat ontwikkelingen nauwelijks los van de ondergrond en los van de cultuurhistorische basis hebben plaatsgevonden. Er is evenwicht tussen stad en platteland, tussen rust en dynamiek, tussen historie en heden. Het landschap is rijk aan herinneringen aan vroegere bewoning, kent karakteristieke bebouwingspatronen en borgt hoge natuurwaarden. De kernkwaliteiten vormen de belangrijkste basis voor het begrip 'ruimtelijke kwaliteit'. Daarnaast zijn zorgvuldig ruimtegebruik en milieu- en leefomgevingskwaliteit van belang. De
17
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
kernkwaliteiten die van provinciaal belang zijn, aangegeven op de kaart "Kernkwaliteiten". De kernkwaliteiten die niet op de kaart zijn aangegeven, vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Voor het plangebied gelden de volgende kernkwaliteiten: Landschap: Esdorpenlandschap; Cultuurhistorie: Sturingniveau: respecteren; Archeologie: Generiek, behoudenswaardige vindplaatsen kunnen niet ongezien verdwijnen; Aardkundige waarden: Beschermingsniveau: generiek, respecteren 3.2.1.3 Zorgvuldig ruimtegebruik Een belangrijk uitgangspunt van het Drentse omgevingsbeleid is om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte in Drenthe. In paragraaf 4.3 van de Omgevingsvisie is dat principe nadrukkelijk verwoord. Het relatief bescheiden percentage bestaand stedelijk gebied in Drenthe is een van de aspecten die Drenthe maakt tot wat het is. Via dit hoofdstuk wordt daarom verankerd dat gemeenten de Ladder voor duurzame verstedelijking toepassen. Hierbij kunnen zij gebruik maken van de speciaal voor deze toepassing opgestelde Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking. Kort gezegd zorgt deze ervoor dat er niet nodeloos gebouwd wordt en inbreiding voor uitbreiding gaat en dat waar uitbreiding plaatsvindt dit in principe niet los van bestaande bebouwingsconcentraties gebeurt.
De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast voor woon-werklocaties, verblijfsrecreatie, detailhandel en infrastructuur. De Ladder voor duurzame verstedelijking wordt tevens gehanteerd voor recreatie en toerisme en in de landbouwsector. Bij ontwikkelingen in deze sectoren gaat het vooral om het denkmodel dat gehanteerd moet worden, reden waarom in artikel 3.15 deze thema's niet expliciet worden genoemd. 3.2.1.4 Wonen De provincie Drenthe is van mening dat het provinciaal belang om te anticiperen op een veranderende bevolkingssamenstelling en de effecten hiervan af dienen te stralen op de leefomgeving en de woningmarkt. De demografische ontwikkelingen maken het nodig dat anticiperen op een ouder wordende bevolking nodig is, te zamen met het omgaan met de toenemende vraag naar levensloopbestendig wonen en zorgwonen en een daling van het aantal huishoudens, in met name de buitengebieden. Deze ontwikkeling speelt nu al in Oost-Drenthe. Dit brengt met zich mee dat in kleine kernen en oudere stadswijken de leefbaarheid soms meer onder druk komt te staan, waardoor maatwerk noodzakelijk blijft. In sommige regio’s is sprake van een overschot aan woningen en plancapaciteit.
Het moderniseren van de bestaande woningvoorraad gebeurt door sloop, waar nodig, zonder vervangende nieuwbouw of concentratie van nieuwe woningbouw in dorpen voor het in stand houden van voorzieningen. Dit is een centrale opgave, om samen met gemeenten op te pakken. Dorpen en steden moeten een adequate bovenlokale strategie hebben om zorgvuldig met deze onbalans om te kunnen gaan. Bijvoorbeeld door meer woningen te slopen dan terug te bouwen of woningen te realiseren nabij bestaande kernen en voorzieningen. Dit is een opgave die de gemeentes samen oppakken. Over het anticiperen op bevolkingsdaling in Zuidoost-Drenthe zijn bestuursafspraken gemaakt. De ambities voor de woningmarkt worden nader uitgewerkt in de Drentse woningmarktstrategie. Daarnaast hebben zij subsidieregelingen om herstructurering van de woningvoorraad te stimuleren. Zij bieden ruimte voor woningbouw ter vervanging van landschapsontsierende (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen met de ruimte-voor-ruimteregeling. Dit onderwerp is ook vertaald in de Provinciale Omgevingsverordening. Bij eventuele aantasting van de kernkwaliteiten streven we naar compensatie. In overleg met gemeenten en andere partners wordt hier verder invulling aangegeven.
3.2.1.5 Toetsing van het initiatief aan de 'Omgevingsvisie Drenthe' Wanneer getoetst wordt aan vorenstaande in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat: In voorliggend geval sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit aangezien landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en wordt vervangen door een compensatiewoning,
18
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
welke op een passende manier landschappelijk zal worden ingepast. De in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten worden hierbij versterkt; In voorliggend geval is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik aangezien er per saldo sprake is van een afname aan bebouwing in het buitengebied; Voorliggende geval past binnen het beleid omtrent ‘wonen’. Er is in dit geval namelijk sprake van de ontwikkeling van een woonkavel, die bijdraagt aan een aantrekkelijk woonmilieu in een landschappelijk kader en tevens in overeenstemming is met het provinciaal beleid (Ruimte voor Ruimte) en de gemeentelijke Woonvisie (paragraaf 3.3.2).
3.2.2
Provinciale Omgevingsverordening Drenthe
3.2.2.1 Algemeen De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV) is een belangrijk instrument om het omgevingsbeleid, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Drenthe, uit te voeren. Omdat de Omgevingsvisie in 2018 is geactualiseerd, is het ook noodzakelijk de POV te actualiseren. Het actualiseren van de Omgevingsverordening is erop gericht om de rollen die de Omgevingsverordening vervult bij de uitwerking van het omgevingsbeleid te staven, te waarborgen en (waar nodig) te verbeteren. Deze aanpassingen zijn uiteindelijk zodanig ingrijpend en omvangrijk geworden, dat is besloten om niet te werken met een wijzigingstranche, maar de Omgevingsverordening in zijn geheel opnieuw vast te stellen. Provinciale staten hebben de Omgevingsverordening Drenthe vastgesteld en is met ingang van 15 oktober 2015 in werking getreden. In voorliggend geval zijn artikel 2.16 (ruimte-voor-ruimte regeling) en 2.17 (woningbouw) van belang om nader te belichten. 3.2.2.2 Relevante artikelen 3.2.2.2.1
Artikel 2.16: Ruimte-voor-ruimte regeling
1. Een ruimtelijk plan voor een gebied, niet gelegen binnen het Bestaand Stedelijk Gebied, kan voorzien in een ruimte-voor-ruimte regeling als in dat gebied voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig is. 2. De ruimte-voor-ruimte regeling wordt vormgegeven met inachtneming van het volgende: a. toepassing van de regeling is alleen mogelijk voor agrarische bedrijfsbebouwing die op 2 juni 2010 al aanwezig was; b. de randvoorwaarde dat de sloopnorm voor 1 compensatiewoning 750m² en 2.000 m² voor 2 compensatiewoningen aan agrarisch bedrijfsbebouwing bedraagt; c. een beperkte afwijking van de onder b genoemde randvoorwaarde is mogelijk mits sprake is van een extra kwaliteitsslag; d. in het ruimtelijk plan mag de mogelijkheid worden geboden tot het samenvoegen van agrarische bebouwing op meerdere percelen (saldering) om te kunnen komen tot de sloopnorm van 750 m² of tot 2.000 m²; e. randvoorwaarden voor inpassing, omvang, inhoud en uiterlijk van de compensatiewoning worden vastgelegd; f. de randvoorwaarde dat bouw van een compensatiewoning niet plaatsvindt in gebieden die op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) en/of kaart D11 (Beekdal en bergingsgebied) zijn aangeduid, tenzij de oorspronkelijke agrarische bedrijfsbebouwing wordt verwijderd in de betreffende gebieden. 3.2.2.2.2 Artikel 2.17: Woningbouw 1.
Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; b. benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid en kernenstructuur.
19
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
c. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; d. geeft aan op welke wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; e. geeft een lange termijn beeld. 2. en ruimtelijk plan kan voorzien in incidentele bouwmogelijkheden buiten het bestaand stedelijk gebied in de gevallen: a. bedrijfswoningen, een tweede woning bij een agrarisch bedrijf, het splitsen van boerderijen in twee of meer woningen, en nieuwbouw die past binnen de kaders van de ruimte-voorruimte-regeling; b. incidentele nieuwbouw van een enkele woning buiten bestaand stedelijk gebied is mogelijk, mits: i. de bebouwing is gelegen in een bebouwingslint of een cluster van bebouwing; ii. er sprake is van een significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; iii. er sprake is van een landschappelijke inpassing passend bij de gebiedskenmerken die zijn vastgelegd in een landschappelijk inpassingsplan, en; iv. het plan pas binnen de gemeentelijke woonvisie. 3. In uitzonderlijke gevallen kan een ruimtelijk plan buiten het bestaand stedelijk gebied voorzien in de realisatie van bijzondere woonmilieus, mits: a. de kleinschalig zijn; b. deze gericht zijn op woonwensen en leefstijlen van kleine specifieke doelgroepen; c. het uitgangspunt bij de ontwikkeling van deze woonmilieus een landschappelijk kader is dat aansluit bij de kernkwaliteiten van het gebied, en; d.
het woonmilieu alleen kan worden ontwikkeld samen met het verbeteren van andere functies, zoals het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, het vergroten van het cultuurhistorisch karakter, het verbeteren van voorzieningen, het realiseren van de water- en natuuropgave en het versterken van de recreatie.
3.2.2.3 Toetsing van het plan aan de relevante artikelen van de Provinciale Omgevingsverordening Artikel 2.16: Ruimte-voor-ruimte regeling 1. In het gebied is voormalig agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig 2. Voorwaarden: a. De bebouwing is ruim voor 2010 gebouwd; b. In totaal wordt er circa 750 m² (741,2 m² , de ontbrekende 8,8 m² valt binnen de afwijkingsmarge van 5%) gesloopt, waardoor 1 compensatiekavel kan worden gerealiseerd; c. N.v.t. d. N.v.t. e. De randvoorwaarden worden vastgelegd middels een bouwplan dat (indien van toepassing) zal worden getoetst door de gemeentelijke welstand; f. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met de functie ‘Natuur’ en/of ‘Beekdalen’ en tevens wordt er agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt.
Artikel 2.17: Woningbouw Het voorliggende bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt op grond van de ruimte-voor-ruimte regeling, waarmee het plan voldoet aan hetgeen gesteld in punt 2 onder a: ‘incidentele bouwmogelijkheden in het kader van de ruimte-voor-ruimte regeling zijn mogelijk. 3.2.3
Conclusie
De ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met het relevante provinciale beleid van de provincie Drenthe.
20
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie De Wolden
In maart 2011 heeft de gemeenteraad de structuurvisie 2010-2030 vastgesteld. Deze visie vormt het toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met 2030 als zichtjaar. De structuurvisie heeft niet als doelstelling de ontwikkelingslocaties op perceelsniveau op de kaart weer te geven, maar geeft de ontwikkelingsmogelijkheden per landschapstype weer. De visie richt zich op het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden, waarbij het versterken van de ruimtelijke kwaliteit de randvoorwaarde is. Ruimtelijke kwaliteit in De Wolden wordt bepaald en versterkt door de dynamiek van het landschap. In maart 2011 heeft de gemeenteraad de structuurvisie 2010-2030 vastgesteld. Deze visie vormt het toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met 2030 als zichtjaar. De structuurvisie heeft niet als doelstelling de ontwikkelingslocaties op perceelsniveau op de kaart weer te geven, maar geeft de ontwikkelingsmogelijkheden per landschapstype weer. Dit plan voorziet in een Ruimte-voor-ruimte woning binnen het agrarische bouwvlak. Deze ontwikkeling heeft geen nadelig effect op de karakteristieken van het bestaande landschap. In de gemeente De Wolden bestaat de bestuurlijke wens tot deregulering en om meer verantwoordelijkheid bij de burger neer te leggen.
Deze wens heeft ertoe geleid dat in de raadsvergadering van 13 december 2012 de raad besloten heeft tot het welstandsvrij verklaren van grote gebieden van de gemeente. Daarmee heeft de gemeenteraad het vertrouwen in de burger uitgesproken dat hij/zij de verantwoordelijkheid aan kan om op een juiste wijze met de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente De Wolden om te gaan. Het plangebied is op de kaart, behorende bij de welstandnota 2013, aangewezen als welstandvrij gebied. Conclusie Dit plan voldoet aan de doelstellingen en criteria van het voornoemde gemeentelijk beleid. 3.3.2
Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK)
De gemeenteraad heeft op 29 november 2012 het LOK vastgesteld. Het LOK is een instrument waarbij de samenhang tussen de verschillende landschappen, stedenbouwkundige aspecten, uitbreidingsplannen en functieveranderingen op elkaar worden afgestemd. Daarnaast bevat het LOK randvoorwaarden waarbinnen ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Het plangebied is gelegen binnen het gebied aangeduid als "Jonge veldontginningen". De jonge veldontginningen zijn de gronden in de gemeente die als laatste in cultuur zijn gebracht. Door hun natuurlijke omstandigheden, vooral de arme en droge bodem, waren deze gronden in eerste instantie niet geschikt als landbouwgrond. De oude heidegronden zijn vaak in één keer ontgonnen. Dat gebeurde op een planmatige manier via lange lijnen in een regel-matige verkaveling. Boerderijen worden verspreid over het gebied gebouwd. De jonge veldontginningen kenmerken zich door hun rationele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote regelmatige verkaveling. Doordat veel wegen zijn beplant, wordt de van oudsher aanwezige openheid gebroken. Op sommige plekken zijn bosjes en restanten van heidevelden nog aanwezig. Hoogteverschillen komen niet voor. Op veel plaatsen in Drenthe, en zo ook bij Echten, is een deel van de gronden beplant met naaldbomen.
Deze bomen waren bedoeld om het stuivende zand vast te houden en daarnaast kon met de boomteelt geld worden verdiend.Begin 20e eeuw is de Hoogevensche waterloop gegraven. Tot die tijd was het gebied nog beperkt ontwaterd en ontgonnen. Met de realisatie van de Hoogeveensche waterloop ontstond lintbebouwing (boerderijen) langs de Drogterweg. Hier is een duidelijke oost- westverkaveling ontstaan. Met het ontginnen van het gebied ontstaat ook de buurtschap Fort. Het plangebied is een erf dat veel later is ontstaan. Het ligt vrij in het veld en wordt ontsloten op de Drogterweg. Het landschap nabij de locatie is kenmerkend voor een jong ontginningslandschap. Het gebied is relatief open maar wordt onderbroken door bosjes en
21
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
wegbeplanting. Erven liggen in blokken langs de weg of vrij in het veld en zijn overwegend voorzien van erfbeplanting. Lijnvormige beplantingsvormen (houtsingels) volgen de kavelstructuur en bevinden zich met name haaks op de weg. Het plangebied kent een karakteristieke opbouw. Het wonen is voor richting de weg, werken achter. Dit resulteerd in een siertuin naar de weg (zuid- oostzijde) met daar achter de schuren. De schuren bestaan uit gemetselde muren en een asbestdak. Aan de woning is tevens een schuur gebouwd met een asbestdak. Structuurbepalend groen is nu niet aanwezig op het erf. De stal, en de schuren vallen op in het landschap. Het gebrek aan groen op of rondom het erf kan als negatief ervaren worden. Het is juist kenmerkend in dit type landschaps dat de erven afgeschermd worden middels een houtsingel of bomenrij. Het erf kenmerkt zich door functionaliteit (rechtlijninge indeling) en soberheid. Conclusie Het plan voorziet in een bestemmingsplanherziening van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Ten behoeve van dit plan is voorzien in een erfinrichtingsplan, zie bijlage van deze toelichting in bijlage 1 en als bijlage bij de regels. De aanleg en het behoud van deze landschappelijke inrichting is vastgelegd door middel van een voorwaardelijke verplichting. Voor de inrichting van het erf is de karakteristiek van het voormalig boerenerf als inspiratie benut.
Daarbij blijft het karakter van het boerenerf behouden. Dit plan voldoet aan de doelstellingen en criteria van het voornoemde gemeentelijk beleid. 3.3.3
Woonplan 2017-2022
Op 6 juli 2017 heeft de gemeenteraad het Woonplan 2017-2022: ‘Een leven lang wonen’ vastgesteld. Het woonplan is een sturingsinstrument voor woningbouw ontwikkelingen. In het woonplan worden onder andere aantallen en doelgroepen (per kern) benoemd. Bij het opstellen van dit Woonplan is een aantal beleidsdocumenten relevant. De belangrijkste zijn de Structuurvisie 2010 - 2032, de regionale woonvisie en het collegeprogramma 2014 - 2018. Het woonplan voorziet in een fors woningbouwprogramma van in totaal 440 woningen tot en met 2022. In het plan staat dat alle doelgroepen worden voorzien, zowel inwoners die nu al in de gemeente wonen als nieuwe inwoners en starters, alleenstaanden, (jonge) gezinnen, senioren en zorgbehoevenden. In de visie wordt gestreefd naar een woningbouwprogramma met zowel goedkopere als duurdere huuren koopwoningen. In alle dorpen is er ruimte om te bouwen en net als in het vorige woonplan houdt de gemeente vast aan een risicodragende rol in de kerndorpen en een faciliterende rol in kleine kernen. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar inbreiding, vanwege de landschappelijke kwaliteit. Conclusie Voorliggend bestemminsplan voorziet in realisatie van één Ruimte voor ruimte woning aan de Drogterweg 26 te Zuidwolde, op een voormalig agrarisch perceel. Dit plan sluit aan bij het gemeentelijke Woonplan. 3.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het hiervoor behandelde gemeentelijke beleidskader.
22
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Hoofdstuk 4
M ilieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, besluit milieueffectrapportage en archeologie & cultuurhistorie.
4.1
Bodem
4.1.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kan worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In eerste instantie is er een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd door Ecoreest. Deze is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De resultaten en conclusies worden in de komende paragraaf behandeld. 4.1.2
Onderzoek en conclusie
Door Ecoreest is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Drogterweg 26 te Zuidwolde. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bouw van een woning met bijgebouw ter plaatse van het onderzoeksterrein. Het bodemonderzoek is opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygienisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ca. 4.000 m² en bestaat uit een deel van een paardenweide achter het huidige erf Drogterweg 26 te Zuidwolde. In het kader van de rood-voorrood regeling worden op het bestaande erf diverse schuren gesloopt. Achter het huidige erf wordt een nieuwe woonkavel met woning en bijgebouw gerealiseerd. Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit matig fijn, in de bovengrond humeus zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,2 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen.
Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de grond zijn geen parameters in verhoogde mate aangetroffen. Grondwater: In het grondwater zijn koper en zink in licht verhoogde mate gemeten. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in het grondwater overschrijdingen van de streefwaarden aan koper en zink zijn aangetoond. De verhoogd gemeten concentraties worden beschouwd als zijnde van nature verhoogde waarden. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve bevestigd.
23
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
4.1.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
4.2
Archeologie en Cultuurhistorie
4.2.1
Archeologie
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn archeologische monumenten kaarten en gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten opgesteld. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden. 4.2.2
Situatie plangebied
Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De gemeente De Wolden toetst initiatieven wat betreft archeologische verwachtingswaarden aan de Archeologische beleidskaart van de gemeente De Wolden, vastgesteld door de raad in 2012. Binnen het plangebied geldt er een lage verwachting. Voor gebieden met deze bestemming geldt dat er een archeologisch onderzoek moet worden verricht bij bodemverstoringen groter dan 3 hectare en dieper dan 30 cm. Deze oppervlakte worden met de bouw- en sloopactiviteiten van dit initiatief niet overschreden. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk op deze locatie. 4.2.3
Cultuurhistorie
Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.2.4
Situatie plangebied
Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente De Wolden, vastgesteld door de raad in 2014, in het plangebied zelf geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Wel bevindt het plangebied zich in een gebied met hoge cultuurhistorische waarden (beleidszone 2). Bij nieuwe ontwikkelingen spelen cultuurhistorische waarden een grote rol. Met voorliggend plan wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden zoals aanwezig binnen dit gebied.
24
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 26, Zuidwolde (ontwerp)
Het erf sluit in de toekomstige situatie aan bij de karakteristiek van het omliggende landschap. Bij het positioneren van de compensatiewoning is rekening gehouden dat de woning op het bestaande bouwvlak moet komen omdat daarmee de impact op de omgeving zo beperkt mogelijk blijft. Daarnaast is het belangrijk dat de woning een relatie met het bestaande erf krijgt. De bebouwing staat overeenkomstig de gebiedskenmerken haaks op of gelijk aan de kavelrichting, dit sluit aan bij het rechtlijnige patroon van het landschap. Langs de Drogterweg staan meer erven waar twee of meer woningen op staan. Deze woningen bestaan veelal uit een eenvoudige bouwvorm zonder veel aanbouwen. Om de woning aan te laten sluiten op deze bestaande bebouwing is gekozen voor een woning met apart bijgebouw. De bestaande woning en de compensatiewoning moeten ten alle tijde de ‘hoofdgebouwen’ op het erf blijven. Dit wordt bereikt door de gekozen materialisatie van de compensatiewoning en de positie op het erf voor het bijgebouw. 4.2.5
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
4.3
Water
4.3.1
Algemeen
In dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente De Wolden is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta en het waterschap Vechtstromen, welke beiden verantwoordelijk zijn voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer. 4.3.2
Normstelling
De waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen vormen samen met waterschap Rijn en IJssel het waterschapsgebied Rijn-Oost. De waterschappen hebben hun beleid voor stedelijk waterbeheer vastgelegd in de gezamenlijke beleidsnotitie 'Water Raakt'. Deze notitie vormt op hoofdlijnen het beleid voor de wijze waarop de waterschappen in stedelijk gebied invulling geven aan het waterbeheer. Het waterbeheer richt zich op de volgende drie beleidsthema's: 1. Voor het dagelijkse waterbeheer is dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan is gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; 2. Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade als gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken is het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren als voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid is ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel is het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; 3.