Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde_vastgesteld.pdf
Tekst van het document
28
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Afbeelding 5.1: Uitsnede archeolgische beleidskaart (Bron: gemeente De Wolden) Het plangebied ligt deels in een gebied aangemerkt als 'hoge of middelhoge verwachting' en deels in 'depressies/laagten, al dan niet gevuld met organisch materiaal'. Voor de laatstgenoemde is archeologisch onderzoek verplicht. Verkennend archeologisch onderzoek Door het onderzoeksbureau 'Laagland Archeologie' is een verkennend onderzoek op locatie uitgevoerd. Onderstaand zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 5 bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten Er is één (twijfelachtige) archeologische indicator aangetroffen. Dit betreft een vuursteenfragmentje zonder bewerkingsporen in de C-horizont van boring 4 op een diepte tussen 80-90 cm -mv.14 Het stukje vuursteen is vermoedelijk afkomstig van het onderliggende keileem. In vijf boringen zijn intacte B-horizonten aangetroffen, alsmede resten van een veenpakket aan de rand van de pingo-ruïne. Een en ander impliceert dat het potentiële archeologische niveau nog grotendeels intact is. Het verwachtingsmodel (hoge verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum) kan daarmee worden gehandhaafd.
29
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Op basis van het uitgevoerde booronderzoek wordt de kans dat het plangebied archeologische sporen bevat groot geacht. Hierbij moet met name gedacht worden aan grondsporen en bijbehorende vondsten daterend uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum, maar resten uit de periode Midden-Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen kunnen niet uitgesloten worden. Deze sporen kunnen vanaf ongeveer 40 cm diepte aangetroffen worden. Om deze reden adviseren wij om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van karterende boringen conform methode A2 van de Leidraad karterend boren. Dit onderzoek is gericht op het opsporen van vindplaatsen in kleine plangebieden voor het opsporen van nederzettingen met een lage vondstdichtheid en een vondststrooiing van overwegend vuursteen. Nader archeologisch onderzoek Door het onderzoeksbureau 'Laagland Archeologie' is een karterend booronderzoek op locatie uitgevoerd. Onderstaand zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 6 bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten Het hier uitgevoerde karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren.
In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat. Ondanks dat in het plangebied een overwegend intact podzolprofiel aanwezig is, zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis daarvan kan worden aangenomen dat het plangebied geen bewoning heeft gekend. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. Dit advies is overgenomen door de gemeente De Wolden, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente. Cultuurhistorie Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.
Situatie plangebied Er bevinden zich op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente De Wolden, vastgesteld door de raad in 2014, in het plangebied zelf geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Wel bevindt het plangebied zich in een gebied met deels hoge cultuurhistorische waarden (beleidszone 2) en deels gelegen in een gebied met gemiddelde cultuurhistorische waarden (beleidszone 3). Bij nieuwe ontwikkelingen spelen in het gebied met hoge cultuurhistorische waarden een grote rol. Met voorliggend plan wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden zoals aanwezig binnen dit gebied. De nieuwe woning met schuur komt ter plaatse van het gebied met gemiddelde cultuurhistorische waarden. In dit gebied speelt cultuurhistorie een nevengeschikte rol bij nieuwe ontwikkelingen. Het erf sluit in de toekomstige situatie aan bij de karakteristiek van het omliggende landschap.
30
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Afbeelding 5.2: Uitsnede cultuurhistorische kaart, kaartbijlage 7 (Bron: gemeente De Wolden) Geconcludeerd wordt dat het plan geen negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden heeft. Conclusie Op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat. Het advies is dan ook om het plangebied vrij te geven. De huidige archeologische dubbelbestemming komt daarmee te vervallen in voorliggend bestemmingsplan. De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.8
Besluit milieueffectrapportage
Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen:
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is;
31
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Situatie plangebied Artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op 13,3 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op de ruime afstand tot Natura-2000 gebieden alsmede de resultaten uit het stikstofonderzoek (zie ook 5.6.1.1) wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van de aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van deze ontwikkeling dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de directe eindbestemmingen 'Wonen' en 'Natuur'. De binnen het plangebied geplande ontwikkeling voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is er sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig.
Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.
Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (aard en omvang in vergelijking met de drempelwaarden uit
32
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bekrachtigd in dit hoofdstuk waarbij is ingegaan op de diverse milieu- en omgevingsaspecten. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in dit bestemmingsplan in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten. Conclusie Onderhavig plan ziet toe op de sloop en herbouw van een woning met schuur. Het aantal woningen neemt niet toe. Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
5.9
Verkeer en parkeren
Onderhavig initiatief voorziet in de sloop en herbouw van een woning met schuur, er is derhalve geen sprake van het toevoegen van woningen. Parkeren ten behoeve van de woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting kan worden gesteld dat hieraan kan worden voldaan. De nieuwe woning wordt ontsloten via een nieuw aan te leggen in- en uitrit. Deze in- en uitrit zal op een overzichtelijke wijze worden ontsloten op de Slagenweg, derhalve zullen geen verkeersonveilige situaties ontstaan. In de beoogde situatie neemt de verkeersgeneratie niet toe. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan ontsloten ontwikkeling
5.10
Duurzaamheid
De te realiseren nieuwe compensatiewoning zal voldoen aan de eisen van deze tijd ten aanzien van duurzaamheid. Daarnaast wordt rekening gehouden met de bestaande aanwezige landschappelijke kenmerken en blijven deze behouden en versterkt. Deze zullen in de toekomst nog aanwezig zijn. De voorgenomen ontwikkeling draagt dan ook bij aan de toekomstwaarde van het plangebied.
5.11
Water
Vigerend beleid Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009).
In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. Provinciaal beleid
33
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
In de Omgevingsvisie Drenthe wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. Waterschap Drents Overijsselse Delta Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Het Drents Overijsselse Delta heeft het waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheerplan (WBP 2016-2021). Het waterbeheerplan geeft vooral de koers aan voor de komende jaren:
Overstromingen, wateroverlast of droogte te voorkomen of beperken. Inwoners kunnen hierdoor op een goede manier wonen en werken. Boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond; Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen voor waterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving; de Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van het plan; Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. Het waterschap probeert niet alleen schadelijke stoffen uit het water te halen, het wil ook van deze stoffen nieuwe producten maken en nieuwe toepassingen zoeken.
Waterparagraaf Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de water huishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat water huishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze water huishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Watertoetsproces Voor het bestemmingsplan is de digitale watertoets ingevuld. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de 'korte procedure'. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan, mits er wordt voldaan aan de uitgangspunten in de standaard waterparagraaf. Het afvalwater wordt afgevoerd via het gemengd rioolstelstel.
Hemelwater wordt volledig gescheiden van het afvalwater en zoveel mogelijk geïnfiltreerd in de grond. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. De standaard waterparagraaf behorende bij de korte procedure is opgenomen in Bijlage 7 bij deze toelichting. Conclusie Het aspect 'Waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend voornemen.
34
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische aspecten
Inleiding
De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.
6.2
Opzet van de regels
Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. Dit bestemmingplan is opgesteld conform de normen van de SVBP 2012 (Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012). De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In Artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten (Artikel 2) uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt de digitale verbeelding. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a:
Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnendeze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan
36
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
de grond toegekende functies; Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Afwijken van de bouwregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Specifieke gebruiksregels: In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnendeze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd. Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van functies die in eerste aanleg strijdig zijn met de bestemmingsomschrijving of de specifieke gebruiksregels;
Algemene regels In dit hoofdstuk worden de algemene regels weergegeven. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Het hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen:
Anti-dubbeltelregel (artikel 6): deze regel is opgenomen om ongewenste verdichting van bebouwing te voorkomen; Algemene gebruiksregels (artikel 7): dit artikel beschrijft welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan; Algemene afwijkingsregels (artikel 8): deze regels maken het mogelijk om op de beschreven punten af te wijken van de regels in het wijzigingsplan; Algemene aanduidingsregels (artikel 9): in dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Overige regels (artikel 10): regels die aangeven hoe er met welstandscriteria, afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden, de natuurbeschermingstoets en parkeernormen wordt omgegaan in het bestemmingsplan.
Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouwen gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Qua systematiek is aangesloten bij het bestemmingsplan "Buitengebied" (vastgesteld 28 februari 2019). Artikel 3 Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en de landschappelijke waarden, waterhuishoudkundige doeleinden en sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen. Ter plaatse van de aanduiding 'pad' is verharding ten behoeve van een in-/uitrit toegestaan. Artikel 4 Wonen
37
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep. Ter plaatse van de aanduiding 'hoofdgebouw' dient het woonhuis te worden gerealiseerd. De oppervlakte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 200 m² bedragen. De gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 367 m² zijn. Artikel 5 Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede voor het behoud en herstel van de archeologische waarden.
38
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Vooroverleg Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Drenthe In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt onderhavig plan voorgelegd aan de provincie Drenthe. Waterschap Drents Overijsselse Delta Door middel van de digitale watertoets is het waterschap geïnformeerd. Uit de digitale watertoets bleek dat sprake is van de procedure 'korte procedure'. In het kader van het wettelijke vooroverleg wordt het plan voorgelegd aan het waterschap.
Zienswijzen Deze paragraaf wordt nader ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
40
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
42
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 1
Ruimtelijke kwaliteitsplan
43
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
44
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 3
AERIUS-berekening
45
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 4
Quickscan Ecologie
46
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 5
Nader ecologisch onderzoek vleermuizen
47
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 6
Verkennend archeologisch onderzoek
48
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 7
Nader Archeologisch onderzoek
49
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 8
Watertoets
50
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Regels
52
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
53
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels:
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: de/het bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde identificatienummer NL.IMRO.1690.2022BP1002015-VG01 van de gemeente De Wolden;
met
1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan- of uitbouw: een aan een (hoofd)gebouw aanwezig bouwwerk, dat ruimtelijk en architectonisch ondergeschikt is aan dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht onderdeel uitmaakt van dat (hoofd)gebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aangebouwd bijgebouw: een rechtstreeks (niet verbonden door kunstmatige toevoegingen zoals bijvoorbeeld een gang of sluis) aan het (hoofd)gebouw aanwezig gebouw, dat zowel ruimtelijk, architectonisch als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.7 aan-huis-verbonden beroep: een in de Lijst toelaatbare beroepen en voorman van bedrijvigheid bij wonen genoemd, dan wel een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen beroep, dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de
uitoefening van een bedrijf; 1.10 bestaand: a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening of een andere planologische toestemming;
54
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bijgebouw: een op zichzelf staand niet voor bewoning bestemd gebouw, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.14 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17 (bouw)perceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.18 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.19 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die met de grond verbonden is, dan wel steun vindt in of op de grond (direct of indirect) 1.20 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending
anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21 erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.22 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
55
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
1.23 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.24 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.25 kampeerterrein: een terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen, dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen; 1.26 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: de in de Lijst toelaatbare beroepen en voorman van bedrijvigheid bij wonen genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.27 landschappelijke waarden: de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap; 1.28 logiesverstrekkend bedrijf: een bedrijf waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, waarbij de logieseenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf.
Naast het verstrekken van logies kunnen accommodaties worden aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding; 1.29 mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.30 mantelzorgunit: een eenvoudig te plaatsen gebouw, zoals een stacaravan of een prefab cabine, ten behoeve van mantelzorg dat na afloop van de mantelzorg op eenvoudig wijze te verwijderen is; 1.31 natuurlijke waarden: de abiotische en biotische waarden van een gebied; 1.32 normaal onderhoud: het onderhoud dat, gelet op de bestemming, regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming horen; 1.33 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;
56
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
1.34 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat hooguit aan twee zijden tegen gevels is aangebouwd en aan minimaal twee zijden open is; 1.35 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.36 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.37 peil: a. indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; b. indien in het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil; 1.38 permanente bewoning: bewoning als hoofdverblijf binnen de vaste woonplaats; 1.39 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.40 prostitutiebedrijf: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht.
Onder een prostitutiebedrijf worden in elk geval verstaan: een erotische massagesalon, een sekstheater, een bordeel of een parenclub, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.41 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.42 semi-permanent kampeermiddel: kampeermiddel (stacaravan, pipowagen en/of hiermee vergelijkbaar onderkomen) bestemd voor gebruik gedurende de periode 15 maart tot en met 31 oktober ten behoeve van kamperen op erven van woningen en (agrarische) bedrijven (minicampings); 1.43 stacaravan: een caravan, die als een bouwwerk dient te worden aangemerkt; 1.44 voorgevel(rooilijn): a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zo veel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zo veel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b.
langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 m, de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 m uit de as van de weg;
57
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
c.
in situaties waarbij a en b geen uitsluitsel geven kunnen de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: plaats huisnummering, zijde van het gebouw waar zich de voordeur of de hoofdingang bevindt, plaats brievenbus, plaats van de hoofdontsluiting van het perceel;
1.45 vrijstaand bijgebouw: een niet met het (hoofd)gebouw verbonden gebouw, dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.46 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.47 woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.48 zorg (in combinatie met de woonbestemming) zorg in de vorm van dagbesteding en/of 24-uurs zorg ten behoeve van ouderen en/of personen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap.
58
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Hieronder wordt tevens verstaan de hoogste zijde van een lessenaarsdak. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Overstekken van daken, dieper dan 40 cm, worden meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken. 2.6 de afstand tot de perceelgrens vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (bouw)perceelgrens;
59
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Natuur
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en de landschappelijke waarden; b. waterhuishoudkundige doeleinden; c. sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; d. met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h.
agrarisch medegebruik; recreatief medegebruik en educatief medegebruik; mountainbike-oefenterrein uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'mountainbike-oefenterrein' openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbij behorende: i. j.
bestaande infrastructurele voorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkapping worden gebouwd. b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de hoogte zal ten hoogste 5 m bedragen tenzij het een erfafscheiding betreft, dan mag de hoogte max. 2 m bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 3.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
60
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. het bepaalde in 3.2.1 sub b onder 1 en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde maar wel een overkapping ten behoeve van natuur/educatie maximaal 3 m mag bedragen; 3.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten wordt begrepen. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden; het aanplanten van bomen en/of houtgewas over een oppervlakte van meer dan 100 m²; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m²; het aanleggen van fiets-, voet- en/of ruiterpaden; het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik en het educatief medegebruik; f. het aanleggen van ligplaatsen voor vaartuigen; g. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen; h. het verharden van perceel-, kavelontsluitings- en/of onderhoudswegen. 3.6.2 Uitzondering vergunningplicht Het in lid 3.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening; c. zijn vastgelegd in hoofdstuk 4 van het Inrichtingsplan Dwingelderveld d.d. 11 november 2009 en bijbehorende plankaart van 22 februari 2010, dat als zodanig is vastgesteld in een besluit van Gedeputeerde Staten d.d. 6 april 2010; 3.6.3 Voorwaarden De in lid 3.6.1 genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; b.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan.
61
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning al dan niet in combinatie met ruimte voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, die zijn genoemd in de Lijst toelaatbare beroepen en voorman van bedrijvigheid bij wonen met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g. h. 4.2
wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; woningen; aan- en uitbouwen; bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels
4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. per bestemmingsvlak zal één vrijstaand woonhuis worden gebouwd; c. indien in het bestemmingsvlak de aanduiding "hoofdgebouw" is opgenomen dient het woonhuis binnen deze aanduiding gerealiseerd te worden; d. de oppervlakte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 200 m² bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt dan 200 m², in welk geval de bestaande oppervlakte van het hoofdgebouw als maximum geldt; e. de afstand van een hoofdgebouw tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; f. de goothoogte zal ten hoogste 4 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte hoger is, in welk geval de goothoogte ten hoogste de bestaande goothoogte zal bedragen; g. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 30° bedragen; h. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten hoogste 60° bedragen. 4.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de aan- en uitbouwen en bijgebouwen zullen ten minste 4 m achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; b.
vrijstaande bijgebouwen en overkappingen zullen binnen een afstand van 25 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 367 m² zijn; d. de afstand van een overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; e. een overkapping mag niet voor de voorgevel van een hoofdgebouw worden gebouwd; f. de goothoogte van een aan-, uitbouw of bijgebouw zal ten hoogste 3 m bedragen; g. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3,25 m bedragen; h. de dakhelling van een aan-, uitbouw of bijgebouw zal ten minste 30°en ten hoogste 60° bedragen. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:
62
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
a. de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 5,5 m bedragen. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 4.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.1 sub e en toestaan dat de afstand van een gebouw tot de perceelgrens wordt verkleind; b. lid 4.2.1 sub f en toestaan dat de goothoogte van een hoofdgebouw voor maximaal 25% wordt vergroot tot 5,5 m; c. lid 4.2.2 sub h en toestaan dat de dakhelling van aan- en uitbouwen wordt verlaagd tot 0º; d. lid 4.2.1 sub h en lid 4.2.2 sub h en toestaan dat de dakhelling van hoofdgebouw en/of aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt verhoogd tot 80°; e. lid 4.2.2 sub b en toestaan dat de afstand van een vrijstaand bijgebouw tot het hoofdgebouw wordt vergroot, mits: 1. de afstand van 25 m niet realiseerbaar is als gevolg van een specifieke erfsituatie in relatie tot bestaande (karakteristieke) bijgebouwen en/of aanwezige erfbeplanting, dan wel indien de vergroting leidt tot een landschappelijk aanvaardbaardere situatie; 4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van woonhuizen ten behoeve van in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, anders dan het gebruik van de gronden en bouwwerken in combinatie met een aan-huis-verbonden-beroep dan wel kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten voorzover voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. de werkzaamheden dienen ondergeschikt te blijven aan de bestemming; 2. het woongedeelte dient ten minste 70% van de begane vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, inclusief de aan- en uitbouwen op het bouwperceel te beslaan;
63
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
b. c.
d. e. f. g. h.
3. er mag geen grootschalige opslag van goederen plaatsvinden, alsook geen opslag van goederen op het buitenterrein; 4. er mag geen detailhandel plaatsvinden anders dan in de in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen opgenomen detailhandel; 5. er mag maximaal 0,5 m2 aan verwijsborden c.q. reclame-uitingen geplaatst worden; 6. parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden; 7. de benodigde ruimte mag uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van de hoofdbewoner van het perceel; 8. er mag geen stapeling van ondergeschikte functies plaatsvinden. het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning+ het gebruik van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, met uitzondering van het gebruik als atelier dan wel een voor de bedrijvigheid ondersteunende functie; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; het gebruik van recreatieverblijven ten behoeve van permanente bewoning; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(s) van de woonhuizen.
4.5.2
Voorwaardelijke verplichting landschapsmaatregelen
Tot en met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de nieuwe woning overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de afgeronde sloop van de gebouwen conform de in Bijlage 2 opgenomen te slopen bebouwing waarbij: a. binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de gebouwen conform de in Bijlage 2 te slopen bebouwing zijn gesloopt b. de in Bijlage 2 opgenomen te slopen bebouwing moet binnen 3 maanden na de start van de bouw van de nieuwe woning zijn uitgevoerd. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 4.5 en toestaan dat de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen worden gebruikt voor logiesverstrekking, mits: 1. de logiesverstrekking plaatsvindt binnen bestaande bebouwing; 2. in een bijgebouw uitsluitend slaapplaatsen met sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd. Hieraan gekoppeld moet in het bijbehorende hoofdgebouw een ontbijtruimte, en mag een eventuele woonkamer worden gerealiseerd; 3.
indien een bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van de logiesverstrekking, dit bijgebouw zich in de directe nabijheid bevindt van en een duidelijk relatie heeft met het hoofdgebouw; 4. indien een bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van de logiesverstrekking, de uiterlijke kenmerken van dit bijgebouw behouden blijven. Er mogen geen uiterlijke kenmerken van een woning worden toegevoegd; 5. er maximaal drie slaapkamers worden gerealiseerd; 6. er geen keukenblok in de kamers wordt gemaakt; 7. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; 8. geen extra inrit wordt aangelegd in verband met de vestiging; 9. vestiging plaatsvindt aan een verkeersontsluiting van voldoende omvang; 10. vesting geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie van agrarische bedrijven in de
64
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
directe omgeving; b. lid 4.5 onder d en toestaan dat vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebruikt voor bewoning ten behoeve van 24-uurs zorg mits: 1. de zorgverlener woonachtig is en blijft in de woning; 2. er maximaal 8 cliënten worden gehuisvest dan wel voor dagbesteding op het perceel worden toegelaten dan wel het bestaande aantal op datum vaststelling beheersverordening; 4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.7.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van erfbeplanting, tenzij een omgevingsvergunning voor het kappen is vereist, in welk geval het behoud van waardevolle erfbeplanting middels de Bomenverordening zal worden geregeld; b. het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de aanleg van paardrijbakken; 4.7.2 Uitzondering vergunningplicht Het in lid 4.7.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. 4.7.3 Voorwaarden De in lid 4.7.1 genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: a.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan.
4.8
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
4.8.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen. 4.8.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in sublid 4.8.1 is niet van toepassing indien een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is verkregen ten aanzien van verblijfsplaatsen van vleermuizen, dan wel wordt aangetoond dat geen ontheffing benodigd is.
65
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Artikel 5
Waarde - Archeologie
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede voor het behoud en herstel van de archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Daar waar de gronden op de in de bijlagen opgenomen Archeologische beleidskaart zijn aangegeven als 'hoge verwachting', 'hoge of middelhoge verwachting' voor zover de oppervlakte van de ingreep in de grond betrekking heeft groter is dan 1.000 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 30 cm wordt uitgevoerd: 1. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wabo een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2.
kunnen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo de volgende regels worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties, tenzij in het rapport als bedoeld onder a naar het oordeel van het bevoegd gezag is aangetoond dat het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van archeologische waarden. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 5.2 voor de overlegging van het aldaar genoemd archeologische rapport indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 1.000 m² uit te voeren daar waar de gronden op de Archeologische beleidskaart zijn aangegeven als 'hoge verwachting', 'hoge of middelhoge verwachting', zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 30 cm, met dien verstande dat geen vergunning nodig is wanneer het betreft niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 10 cm onder de bouwvoor; 2. het graven en/of baggeren van sloten, vaarten en andere watergangen dieper dan 30 cm; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 30 cm; 4. het aanplanten en/of het rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd op meer dan 30 cm diepte en/of voor zover het gaat om planten waarvan zeker is dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 30 cm wordt geroerd; 5.
het aanleggen en vervangen van drainage daar waar de gronden op de Archeologische beleidskaart zijn aan gegeven als 'hoge verwachting (essen)' b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: