Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde_vastgesteld.pdf
Tekst van het document
L 483 7
L 492
Ri j ksweg
N48
L 503
L 485
9
L 487
De Sl agenweg
L 501
L 489
11
L 482
L 494
L 484
N
L 495
13
(os)
L 497
W
Plangebied Artikel nummers
Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13, Zuidwolde
overeenkomstig de regels
Enkelbestemmingen ksweg N48 j Ri
N
Natuur
art. 3
W
Wonen
art. 4
L 500
Functieaanduidingen ontsluiting
(os)
L 498
Bouwvlakken bouwvlak
Ondergrond 23
Ondergrond ontleend aan BGT en BRK januari 2023
L 499
Schaal:
1 : 1000
Datum:
Formaat:
Getekend:
M.Coerts
04-01-2023
A1
Versienr. :
VG01
Gewijzigd: 1
4
2
5
3
6
gemeente
DE WOLDEN L 621
Tekeningnr. : NL.IMRO.1690.2022BP1002015-VG01 Projectnaam: Bestemmingsplan Buitengebied,
deelplan De Slagenweg 13 te Zuidwolde
Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde NL.IMRO.1690.2022BP1002015-VG01 Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde _________________________________________________________________________________ ____ Status
datum besluit B&W / Raad
voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
publicatiedatum
inzagetermijn
1 nov 2022
2 nov t/m 14 dec 2022
_________________________________________________________________________________ ____ Vaststellingsbesluit Raad van State (onherroepelijk)
........................................................................... ...........................................................................
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
7 7
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Plangebied en de omgeving
9 9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Ruimtelijk kwaliteitsplan
11 11 11
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
13 13 15 18
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Ecologie 5.7 Archeologie en Cultuurhistorie 5.8 Besluit milieueffectrapportage 5.9 Verkeer en parkeren 5.10 Duurzaamheid 5.11 Water
21 21 21 22 23 24 26 28 31 33 33 33
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
36
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
40 40
Bijlagen bij toelichting
42
Bijlage 1
Ruimtelijke kwaliteitsplan
43
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3
AERIUS-berekening
45
Bijlage 4
Quickscan Ecologie
46
Bijlage 5
Nader ecologisch onderzoek vleermuizen
47
Bijlage 6
Verkennend archeologisch onderzoek
48
Bijlage 7
Nader Archeologisch onderzoek
49
Bijlage 8
Watertoets
50
7 7 8 8
36 36 37
44
2
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Regels
52
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels: Begrippen Wijze van meten
54 54 59
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Natuur Wonen Waarde - Archeologie
60 60 62 66
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene aanduidingsregels Overige regels
68 68 69 70 72 73
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
74 74 75
Bijlagen bij regels
76
Bijlage 1
Lijst toelaatbare beroepen en voorman van bedrijvigheid bij wonen
77
Bijlage 2
Ruimtelijk kwaliteitsplan
78
Bijlage 3
Archeologische beleidskaart
79
Bijlage 4
Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK)
80
3
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
4
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Toelichting
5
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
6
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Slagenweg 13, gelegen ten zuidoosten van de kern Zuidwolde. De locatie is in de huidige situatie voorzien van een woning met schuren Initiatiefnemer ervaart in de huidige situatie veel hinder van wegverkeerslawaai en initiatiefnemer is daarom voornemens om de woning met schuur te slopen en verder vanaf de weg te herbouwen op het naastgelegen perceel. De locatie waar initiatiefnemer de beoogde woning wenst te bouwen is bestemd als 'natuur'. Initiatiefnemer wenst ter plaatse van de natuurbestemming een woonbestemming te realiseren. De huidige woonbestemming zal dan worden omgezet naar een natuurbestemming. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende beheersverordening, waardoor een herziening noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening'
1.2
Ligging
Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente De Wolden. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Zuidwolde, Sectie L, nummer 497. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Zuidwolde en de directe omgeving weergegeven
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Zuidwolde en de directe omgeving (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Slagenweg 13, Zuidwolde" bestaat uit de volgende stukken:
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1690.2022BP1002015-VO01 en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); toelichting (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
7
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
1.4
Huidig planologisch regime
Algemeen Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening "Buitengebied". Deze beheersverordening is op 28 februari 2019 door de gemeenteraad van gemeente De Wolden vastgesteld. Op basis van deze beheersverordening zijn de gronden binnen het plangebied 1 (bestaand woonperceel) bestemd met de enkelbestemming 'Wonen' met een bouwvlak en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De gronden binnen het plangebied 2 (beoogd woonperceel) zijn voorzien van de enkelbestemming 'Natuur' en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. De gronden zijn tevens aangeduid met de aanduiding 'Milieuzone - hydrologische beïnvloeding'. Beschrijving bestemming 'Wonen' De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep ´Natuur' De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en de landschappelijke waarden, waterhuishoudkundige doeleinden, sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen. 'Waarde - Archeologie' De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede voor het behoud en herstel van de archeologische waarden.
Strijdigheid Het realiseren van een nieuwe woning met schuur ter plaatse van de bestemming 'Natuur' is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen mogelijk te maken.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente De Wolden beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
8
op
de
juridische
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Plangebied en de omgeving
In de huidige situatie is het plangebied(1) voorzien van een woning met schuren. Ten noorden van de bebouwing is in de loop der jaren verschillende niet gebiedseigen beplanting opgekomen. Ten oosten van het erf is een ven met daaromheen een gemengde houtopstand aanwezig. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, ten zuidoosten van de kern Zuidwolde. Aan de westzijde wordt het plangebied ontsloten aan de Slagenweg. De ruimtelijke en functionele structuur van de directe omgeving bestaat voornamelijk uit natuur- en agrarische gronden, met tevens verspreid gelegen woonerven. Het plangebied(2), het beoogde woonperceel, is in de huidige situatie onbebouwd en ingericht als natuur. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie op een luchtfoto weergegeven.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)
9
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
10
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Gewenste ontwikkeling
Voorliggend initiatief heeft betrekking op het perceel Slagenweg 13, gelegen ten zuidoosten van de kern Zuidwolde. Initiatiefnemer is voornemens om de woning te verplaatsen vanwege het geluid afkomstig van de N48. Derhalve is verplaatsing tot achter de bosrand gewenst. Initiatiefnemer wenst de bestaande woning met schuren te slopen. Op een naastgelegen perceel, ten oosten van het huidige perceel, wenst initiatiefnemer de woning met een schuur te herbouwen. De locatie waar initiatiefnemer de beoogde woning wenst te bouwen is bestemd als 'natuur'. Initiatiefnemer wenst ter plaatse van de natuurbestemming een woonbestemming te realiseren. De huidige woonbestemming zal dan worden omgezet naar een natuurbestemming. De natuur dat ter plaatse van de nieuwe woning wordt verwijderd, wordt ter plaatse van de huidige locatie van de woning gecompenseerd.In de beoogde situatie zal tevens het toegangspad worden verlegd. Dit is gewenst aangezien het huidige toegangspad gelegen is ter plaatse van agrarische gronden welke als zodanig gebruikt worden. In onderstaande verbeelding is de gewenste situatie schetsmatig weergegeven.
Afbeelding 3.1 Tekening gewenste situatie (Bron: Uw Tekenaar)
3.2
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Zoals vorenstaand beschreven is initiatiefnemer voornemens ter plaatse van het plangebied een woning met bijgebouwen te slopen en op een naastgelegen perceel een woning met schuur te herbouwen. Voor het geheel is door BJZ.nu een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In afbeelding 3.2 is hiervan een uitsnede opgenomen. Aansluitend is er een toelichting gegeven. Het volledige landschapsplan is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting.
11
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Afbeelding 3.2 Ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: BJZ.nu) Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente De Wolden in het jonge veldontginningslandschap. De erven in dit landschap liggen gekoppeld aan de weg. Het projectgebied ligt gekoppeld aan de Slagenweg. Het erf ligt niet direct gelegen aan de Slagenweg maar is gekoppeld middels een tweede of derde lijn, waarbij een lange toegangsweg het erf verbindt met de Slagenweg. Het erf is karakteristiek voor het jonge veldontginningslandschap door de vierkante vorm die passend is bij de blokvormige verkaveling. In het erfinrichtingsplan is gezocht naar landschappelijke aanknopingspunten uit het gemeentelijke beleid in combinatie met de uitgangspunten van de initiatiefnemeri Landschappelijk De belangrijkste ruimtelijke kenmerken van het erf is dat het als een groen cluster in het halfopen landschap ligt. Het contrast tussen het halfopen landschap en de geborgenheid op het erf is een kwaliteit die behouden moet worden. Door middel van de aanplant van een houtsingel langs de perceelsgrens wordt het erf in het landschap verweven. Ten noorden van de bestaande bebouwing is in de loop der jaren houtopstand gegroeid welke niet meer gebiedseigen is. Deze dient te worden verwijderd. Hierbij wordt ook het voorerf van de nieuwe woning duidelijker geaccentueerd vanaf de Slagenweg. Dit sluit aan bij de andere erven in de omgeving.
Langs de waterpartij en de oprit wordt een bomenrij met vier zomereiken aangeplant. Op het voorerf wordt een groene haagbeuk aangeplant. Het eindbeeldvan deze haagbeuk is een geschoren haag van circa 1 meter hoog. Op het voorerf worden drie solitaire hoogstam fruitbomen aangeplant. Ten noorden van de woning is de natuurlijke ven gelegen. Deze dient te worden hersteld waarbij verlanding wordt weggegraven en niet streekeigen beplanting wordt gerooid. Het plan is landschappelijk ingepast conform het LOK De Wolden. Het ontwerp zorgt, door haar ontwerp en landschappelijk inpassing, in een versterking van het jonge veldontginningslandschap in Zuidwolde. Hierbij is rekening gehouden met de uitstraling van de beoogde bebouwing en de beplanting in het plangebied ten opzichte van de omgeving. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat het plan leidt tot een stedenbouwkundig en landschappelijk verantwoord beeld.
12
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Wel draagt het bij aan de ambitie te komen tot sterke en toekomstbestendige woonlocaties. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Algemeen Het kabinet heeft in de SVIR (voorganger NOVI) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De NOVI bepaalt
13
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing van het initiatief aan de Barro Dit bestemmingsplan raakt geen reserveringszones, zoals opgenomen in de Barro en Rarro. Voorgenomen initiatief vormt dan ook geen belemmering. Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument.
Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het wijzigingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De SVIR laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het voornemen raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR. Ladder voor duurzame verstedelijking Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is.
11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921); 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015;ECLI:NL:RVS:2015:953). In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien er geen sprake is van het toevoegen van woningen. Toetsing aan de ladder is daarom niet noodzakelijk. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Er hoeft dan ook geen verdere toetsing plaats te vinden aan de "Ladder voor duurzame verstedelijking". Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
14
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Geconcludeerd wordt dat het voorliggend plan in overeenstemming is met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Drenthe 2018 De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van ons beleid waarmee wordt ingezet op ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Het plangebied is op de visiekaart niet voorzien van een specifieke aanduiding. Wel is het plangebied aangeduid op de kernkwaliteitenkaarten voor wat betreft de aspecten:
'Landschap' - 'Esdorpenlandschap'; 'Cultuurhistorie' - 'deelgebied 9 Het Hollandscheveld en Hoogeveen' en 'respecteren'; 'Archeologie' - 'beschermingsniveau 1 generiek (archeologie)'; 'Aardkundige waarde' - 'beschermingsniveau generiek (aw)'.
Afbeelding 4.1: Ligging plangebied binnen de kernkwaliteiten landschap, cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarde (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Hierna wordt puntsgewijs op de kernkwaliteiten ingegaan. 'Landschap' - Esdorpenlandschap; Kenmerken van het landschap Het Drents plateau bestaat voornamelijk uit esdorpenlandschap. Dit landschapstype bevat enkele telkens terugkerende onderdelen, namelijk het dorp, de es, het beekdal en de velden/bossen/heide. Het esdorpenlandschap is een agrarisch cultuurlandschap ten voeten uit. Elk onderdeel van het landschap komt voort uit het agrarisch gebruik en is gerelateerd aan het functioneren van de lokale
15
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
agrarische dorpsgemeenschap, met de boermarken als het oorspronkelijke gezag. De esdorpen vormen vanouds de ontginningsbasis van het landschap. Ze liggen veelal op landschappelijke overgangen van nat (beekdal) naar droog (es/heide/bos). Kenmerken van de nederzetting Het landelijke gebied dringt tot diep in de dorpstructuur door. De brink vormt nu vaak het centrum van het dorp. De brinken waren (zijn) beplant met opgaande bomen, veelal eiken. Rond de brink werden de boerderijen gegroepeerd. Brinken lagen van oorsprong aan de rand van het dorp. De open ruimten worden gevormd door één of meer brinken, erven, kleine akkers en weilanden tussen de bebouwing. Van oudsher is er een functionele samenhang tussen deze ruimten en de bebouwing. De bebouwing isl andelijk van karakter en bestaat vooral uit typische boerderijen die schijnbaar willekeurig geplaatst zijn. Soms steekt een kerktoren of molen boven het silhouet uit. Provinciaal belang Van provinciaal belang zijn:
de essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting. de beekdalen: onbebouwd gebied met kleinschalige beplantingstructuren enbeekdal(rand)beplanting.Beleid Het provinciaal beleid is gericht op:
behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting; behoud van het onbebouwde karakter en het versterken beekdal(rand)beplanting.
van
karakteristieke
Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een woning met schuur op een naastgelegen perceel herbouwd. In de beoogde situatie wordt het perceel landschappelijk ingepast conform het esdorpenlandschap. Hiervoor is een erfinrichtingsplan opgesteld. In Hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. 'Cultuurhistorie' - deelgebied 9 (Het Hollandsche veld en Hoogeveen en respecteren); Omgevingsbeeld De structuur van dit gebied heeft geen duidelijke drager. Dit komt door de relatief complexe en kleinschalige aanpak van de oudere veenontginningen, vanaf de 17de eeuw. De (verlengde) Hoogeveensche Vaart vormt de basis en verbindende schakel in de veenontginningen. De structuur hiervan is nog steeds herkenbaar aan de “opgaanden”, die als ontginningsas dienden, en aan de verschillende kavelrichtingen van de -vele- ontginningsblokken, die aan de achtergrenzen bij elkaar komen. Hoogeveen heeft zich ontwikkeld als stedelijke kern vanuit het kruispunt van twee belangrijke vaarten: de (verlengde)Hoogeveense Vaart en de inmiddels gedempte Zuidwoldiger Opgaande. Structuren van provinciaal belang:
Ontginningsassen als lijnen georiënteerd op en verbonden met de (Verlengde) Hoogeveensche Vaart; Centraal groot ‘blok’ met daaromheen uitwaaierend (latere) blokken, onderling herkenbaar door de assen en de verschillende kavelrichtingen die ‘botsen’ bij de achtergrenzen; Bossen bij Hollandscheveld die de smalle kavelstructuur en –richting volgen, met rafelige begrenzingen.
Specifiek voor Hoogeveen:
“Het Kruis” als ontstaanspunt herkenbaar in het kruispunt van twee –gedempte- vaarten; Noordelijk daarvan herkenbare historische percelering en bebouwingsstructuur.
Ambitie Richtinggevend voor dit deelgebied is het behouden van het onderscheid tussen de verschillende ontginningsblokken in het veengebied. Dit is vooral zichtbaar te maken op de grenzen van de blokken.
16
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Wij willen dan ook sturen op: Het gebruik maken van de randen en contrasten tussen de verschillende ontginningsblokken bij nieuwe ontwikkelingen, en in het bijzonder de achtergrenzen van de ontginningsblokken, waar verschillende kavelrichtingen bij elkaar komen; Het zichtbaar houden van de plaatsing van de bospercelen van het bos bij Hollandscheveld binnen de oude perceelsstructuren, en het in stand houden van de rafelige, verspringende randen van dit bos. Toetsing De hiervoor beschreven cultuurhistorische waarden worden ten gevolge van het plan niet aangetast. In de beoogde situatie wordt gebruik gemaakt van de randen en contrasten tussen de verschillende ontginningsblokken. 'Archeologie' - beschermingsniveau 1 generiek (archeologie); Het beschermingsniveau Generiek richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. Toetsing Verwezen wordt subparagraaf 5.7 waar nader wordt ingegaan op het aspect archeologie. Op basis van het gemeentelijk archeologiebeleid is het uitvoeren van archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. 'Aardkundige waarde' - beschermingsniveau generiek (aw). In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren.
De provincie verwachten van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. Toetsing Verwezen wordt subparagraaf 5.7 waar nader wordt ingegaan op de aspecten archeologie en cultuurhistorie. Het plangebied kent voor zover bekend geen aardkundige waarde. Omgevingsverordening Drenthe 2018 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval is het artikel 2.6 (Werken met kernkwaliteiten) relevant. Hierna wordt nader op het artikel ingegaan. Artikel 2.6
Werken met kernkwaliteiten
1. Als kernkwaliteiten worden aangewezen de thema's en gebieden zoals die zijn neergelegd op de bij deze verordening behorende kaart A (kaartlaag stilte), kaart D3 (kaartlaag Natuurnetwerk Nederland), kaarten D4 t/m D7 waarbij voor de kaart D7 (Kernkwaliteit landschap) geldt dat van een provinciaal belang alleen sprake is in de situaties zoals in de omgevingsvisie omschreven. 2. In het ruimtelijk plan wordt uiteengezet hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid, en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie; 3. Het desbetreffende ruimtelijk plan maakt geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten. Toetsing relevante artikelen In subparagraaf 'Omgevingsvisie Drenthe 2018' is reeds ingegaan op de ter plaatse van het plangebied geldende kernkwaliteiten. Inzichtelijk is gemaakt hoe het plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal
17
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
beleid zoals verwoord in de omgevingsvisie. Het plan maakt geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.17 van de Omgevingsverordening Drenthe 2018. Toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid Er wordt geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciale beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie De Wolden Algemeen In maart 2011 heeft de gemeenteraad de structuurvisie 2010-2030 vastgesteld. Deze visie vormt het toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met 2030 als zichtjaar. De structuurvisie heeft niet als doelstelling de ontwikkelingslocaties op perceelsniveau op de kaart weer te geven, maar geeft de ontwikkelingsmogelijkheden per landschapstype weer. De visie richt zich op het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden, waarbij het versterken van de ruimtelijke kwaliteit de randvoorwaarde is. Ruimtelijke kwaliteit in De Wolden wordt bepaald en versterkt door de dynamiek van het landschap. In maart 2011 heeft de gemeenteraad de structuurvisie 2010-2030 vastgesteld. Deze visie vormt het toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met 2030 als zichtjaar. De structuurvisie heeft niet als doelstelling de ontwikkelingslocaties op perceelsniveau op de kaart weer te geven, maar geeft de ontwikkelingsmogelijkheden per landschapstype weer. In artikel 3.1.1 van de structuurvisie wordt verwezen naar het landschapstype 'Esdorpenlandschap'. Het esdorpenlandschap is het grootst in oppervlakte. Dit is het landschap waar Drenthe bekend om is: essen, beken, velden en bossen in een samenhangend systeem. De structuur komt voort uit de natuurlijke eenheden en wordt gekenmerkt door kromme lijnen.
Het plangebied is gelegen in het deelgebied het esdorpenlandschap rond Zuidwolde. Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie De Wolden Dit plan voorziet in de herbouw van een woning met schuur op een naastgelegen perceel. Het plangebied wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast. Deze ontwikkeling heeft geen nadelig effect op de karakteristieken van het bestaande landschap, maar draagt juist bij aan een versterking van het esdorpenandschap. Het plan voldoet dan ook aan de doelstellingen en criteria van het voornoemde gemeentelijk beleid. Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK) Algemeen De gemeenteraad heeft op 29 november 2012 het LOK vastgesteld. Het LOK is een instrument waarbij de samenhang tussen de verschillende landschappen, stedenbouwkundige aspecten, uitbreidingsplannen en functieveranderingen op elkaar worden afgestemd. Daarnaast bevat het LOK randvoorwaarden waarbinnen ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Het plangebied is gelegen binnen het gebied aangeduid als "Jonge veldontginningen". De jonge veldontginningen zijn de gronden in de gemeente die als laatste in cultuur zijn gebracht. Door hun natuurlijke omstandigheden, vooral de arme en droge bodem, waren deze gronden in eerste instantie niet geschikt als landbouwgrond. De oude heidegronden zijn vaak in één keer ontgonnen.
Dat gebeurde op een planmatige manier via lange lijnen in een regelmatige verkaveling. Boerderijen worden verspreid over het gebied gebouwd. De jonge veldontginningen kenmerken zich door hun rationele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote regelmatige verkaveling. Doordat veel wegen zijn beplant, wordt de van oudsher aanwezige openheid gebroken. Op sommige plekken zijn bosjes en restanten van heidevelden nog aanwezig. Hoogteverschillen komen niet voor. Toetsing van het initiatief aan het Landschappelijk Ontwikkelingskader
18
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Onderhavig initiatief ziet toe op de herbouw van een woning met schuur op een naastgelegen perceel. Voor het zorgvuldig inpassen is een erfinrichtingsplan opgesteld. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. Hier wordt geconcludeerd dat het plan op een passende wijze wordt ingepast in het bestaande landschap. Woonplan 2017-2022 Algemeen Op 6 juli 2017 heeft de gemeenteraad het Woonplan 2017-2022: ‘Een leven lang wonen’ vastgesteld. Het woonplan is een sturingsinstrument voor woningbouw ontwikkelingen. In het woonplan worden onder andere aantallen en doelgroepen (per kern) benoemd. Bij het opstellen van dit Woonplan is een aantal beleidsdocumenten relevant. De belangrijkste zijn de Structuurvisie 2010 - 2032, de regionale woonvisie en het collegeprogramma 2014 - 2018. Het woonplan voorziet in een fors woningbouwprogramma van in totaal 440 woningen tot en met 2022. In het plan staat dat alle doelgroepen worden voorzien, zowel inwoners die nu al in de gemeente wonen als nieuwe inwoners en starters, alleenstaanden, (jonge) gezinnen, senioren en zorgbehoevenden. In de visie wordt gestreefd naar een woningbouwprogramma met zowel goedkopere als duurdere huuren koopwoningen. In alle dorpen is er ruimte om te bouwen en net als in het vorige woonplan houdt de gemeente vast aan een risicodragende rol in de kerndorpen en een faciliterende rol in kleine kernen.
De voorkeur van de gemeente gaat uit naar inbreiding, vanwege de landschappelijke kwaliteit. Toetsing van het initiatief aan het Woonplan 2017-2022 Voorliggend bestemmingsplan voorziet in herbouw van een woning met schuur op een naastgelegen perceel. Er is geen sprake van het toevoegen van woningen. De verplaatsing sluit aan bij de lokale behoefte van de betreffende bewoner(s). Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het Woonplan 2017-2022. Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk beleid Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het hiervoor behandelde gemeentelijke beleidskader.
19
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
20
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectenrapportage ,verkeer & parkeren en duurzaamheid.
5.1
Geluid
Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. Situatie plangebied Wegverkeerslawaai Onderhavig plan ziet toe op de herbouw van een woning met schuur op een naastgelegen perceel. Ten opzichte van de huidige situatie wordt de beoogde woning op ruimere afstand van de weg gesitueerd. Nabij het plangebied is de Rijksweg N48 gelegen. Dit betreft een autoweg met twee rijstroken in buitenstedelijk gebied. Deze weg kent op grond van de Wgh een wettelijke geluidszone van 250 meter. In de beoogde situatie kan aan deze afstand worden voldaan. Een onderzoek wegverkeerslawaai is daarom niet noodzakelijk.
Railverkeers- en industrielawaai Het plangebied is tevens niet gelegen in of nabij een spoorlijn of een gezoneerd bedrijventerrein, waardoor een nader onderzoek naar railsverkeers- en industrielawaai niet noodzakelijk is. Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.2
Bodem
Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. In voorliggend geval is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Sigma Bouw & Milieu. De resultaten en conclusie van dit onderzoek zijn hierna opgenomen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage welke is opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. Situatie plangebied Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Grond Bovengrond (0.0-0.5 m-mv)
21
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrond (0.4-1.9 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Grondwater Peilbuis 1 (2.5-3.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde. Toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg alsmilieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.3
Luchtkwaliteit
Algemeen Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Besluit en de Regeling niet in beetekende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige
22
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Situatie plangebied Gelet op de aard en omvang van voorliggend initiatief, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven is, kan worden gesteld dat voorliggend initiatief 'niet in betekende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Daarnaast wordt de in dit bestemmingsplan besloten functie niet aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt in voorliggend geval geen belemmering.
5.4
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Situatie plangebied Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven.
23
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Afbeelding 5.3 Uitsnede risicokaart (Bron: Atlasleefomgeving.nl) Nabij het plangebied is de N48 gelegen. De N48 is aangewezen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Rond de transportroute over de N48 is de plaatsgebonden risicocontour (10-6) op 0 meter bepaald. Ten aanzien van de groepsrisicocontour wordt opgemerkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet toeziet op een ontwikkeling dat resulteert in een toename van de personendichtheid in en om het plangebied. Er is immers sprake van een verplaatsing van een woning. Het onderdeel groepsrisico vormt hiermee op voorhand geen belemmering. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied:
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.5
Milieuzonering
Algemeen
24
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is.
Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ´Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’.
Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waar geen sprake is van een matige of sterke functiemenging. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype “rustige woonwijk”.
Situatie plangebied
25
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Onder andere woningen zijn milieugevoelige objecten. De VNG uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Van enige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geen sprake. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In de directe nabijheid van de locatie zijn geen milieubelastende bedrijven aanwezig.
Bedrijven kunnen vanwege de milieuhinder die ze veroorzaken van invloed zijn op het woon/ en leefklimaat van de woningen en kunnen andersom ook door nieuwe milieugevoelige functies belemmerd worden. Het dichtstbij gelegen (agrarische) bedrijf ligt op een afstand van circa 440 meter. Gezien deze ruime afstand wordt het agrarische bedrijf niet in haar bedrijfsvoering belemmerd en kan een goed woon- en leefklimaat worden geborgd. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmeringen voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.6
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied bevindt zich op circa 13,3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, namelijk ‘Dwingelderveld’. Tevens bevindt zich op circa 13,4 kilometer afstand het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Mantingerzand’. In voorliggend geval is er een stikstofberekening uitgevoerd, deze is opgenomen in Bijlage 3 bij deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
26
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid (NNN). Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De naastgelegen gronden van het plangebied betreft NNN. Het plangebied is niet gelegen in het NNN. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Soortenbescherming Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Situatie plangebied Quickscan Flora en fauna Ter plaatse van het plangebied is door Natuurbank Overijssel een quickscan flora en fauna uitgevoerd, welke is opgenomen in Bijlage 4 bij deze toelichting.
Onderstaand zijn de onderzoeksresultaten opgenomen. Onderzoeksresultaten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten verschillende vleermuis-, grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten er een vaste rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen en hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen zijn beschermd en mogen alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek is uitgevoerd in de periode juni tot oktober 2022 en terug te vinden in Bijlage 5. De conclusie van het onderzoek is dat er geen zomer/, paar/ of kraamverblijfplaats was in de te slopen bebouwing. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.
Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd of vernield. Voor het beschadigen/vernielen van de vaste rusten voortplantingsplaats van deze beschermd grondgebonden zoogdieren geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen en vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats’. Beschermde grondgebonden zoogdieren mogen niet zondermeer gedood worden. Voorgenomen wettelijke consequenties gelden ook voor de meeste van de in het plangebied voorkomen amfibieënsoorten, maar niet voor de heikikker. Bij de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden wordt afgestemd met de ecologie van de heikikker. Ten aanzien van mogelijke vleermuizen in het plangebied is nader onderzoek uitgevoerd. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde dieren niet af. Conclusie
27
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan De Slagenweg 13 Zuidwolde (vastgesteld)
Er worden geen negatieve effecten op de NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Er wordt nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. In het bestemmingsplan is middels een sloopvergunning vastgelegd dat de bebouwing op het perceel niet gesloopt mag worden zonder dat er een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen, dan wel is aangetoond dat er geen ontheffing benodigd is. Het aspect ecologie vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplanprocedure
5.7
Archeologie en Cultuurhistorie
Archeologie Algemeen Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn archeologische monumenten kaarten en gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten opgesteld. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. Situatie plangebied Op 26 januari 2012 heeft de gemeenteraad de Archeologische beleidskaart voor de gemeente De Wolden vastgesteld. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de archeologische beleidskaart opgenomen. Het plangebied is met rode contour indicatief weergegeven.