Bijlage - Onderzoek-toekomst-agrarische-sector-De-Wolden-Westerveld.pdf
Tekst van het document
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 30
Energietransitie Dit is opnieuw een onderwerp waarbij behoefte is aan informatie over wat er allemaal kan, zowel op erfniveau als op het niveau van grootschalige opwek. In het laatste geval is er sprake van een verdienmodel voor de grondeigenaar. Enkele agrariërs hebben interesse in mestvergisting, bijvoorbeeld zoals de Coöperatie Groengas Koekange-Echten doet. Het spreekt hen aan dat digestaat weer gebruikt kan worden op de akkers, waar de voedingsstoffen direct beschikbaar komen voor de plant. Ook gaven geïnterviewden aan dat er op basis van het project ‘Bioclear earth’ meer bodemleven is. Bij het zelf opwekken van elektriciteit is de congestie op het stroomnetwerk een struikelblok. Veel boeren wachten met plannen totdat het stroomnetwerk op orde is. Opslag op eigen erf lijkt voor velen nog ver weg. Plaatjes van zeecontainers vol batterijopslag trekt weinigen aan. Toch is in dit kader ook ruimte in de regels benoemd als belemmering. Meerdere boeren hebben aangegeven dat zij ruimere mogelijkheden voor kleine windmolens wenselijk vinden. Samen met zonnepanelen kunnen zij dan de pieken en dalen in het eigen stroomverbruik opvangen. Soms kan dit al op een kleinverbruikaansluiting. Voor een goed rendement is in het Drentse landschap van beide gemeenten > 15 meter ashoogte nodig. Daarnaast is voor sommigen een molen buiten het bouwblok aantrekkelijk.
De huidige ruimtelijke mogelijkheden ontbreken nog, of zijn in voorbereiding. Vooralsnog is het uitgangspunt bij de gemeenten dat alleen molens van maximaal 15 meter mogelijk zijn, die binnen het bouwblok moeten worden geplaatst. Dit is nog niet bij iedereen bekend. Algemeen geldt voor energie, net als bij andere bedrijfsontwikkelingen, dat ondernemers de stip op de horizon afwachten voordat zij er in investeren.
4.3
Thema: Rol gemeente
In de voorgaande vragen zijn al verschillende suggesties gedaan voor de rol van de gemeente. Transparantie, duidelijkheid, het definiëren en waarderen van lokale kenmerken en karakter, het zijn allemaal zaken die boeren graag met en door de gemeente uitgevoerd zien. Samen optrekken in het proces van de landbouwtransitie, met een goede balans tussen geven en nemen en met behoud van het afwisselende landschap. Wat steeds terugkomt is het vertellen van het echte verhaal van de agrarische sector. De boeren zien de gemeente daarin als belangrijke speler. In promotie, marketing en profilering als landbouwgemeente bijvoorbeeld. Daar hoort bewustwording van de consument bij. De voedselzekerheid in Nederland en de hoge kwaliteit lijken voor consumenten zo’n vanzelfsprekendheid, dat er onvoldoende bij stil wordt gestaan hoe hard en professioneel daarvoor wordt gewerkt. De essentiële rol van de boer in de voedselvoorziening blijft onderbelicht. De gemeente mag daar meer voor opkomen volgens enkele geïnterviewden. Dat geldt ook voor de waarden van het platteland, zowel fysiek als sociaal. Breng die samen met de inwoners in beeld en sta ervoor. De agrarisch ondernemer wil zich gezien en gehoord voelen. Begrip, weten dat je er bent en wat je doet voor het gezamenlijk belang zijn ook veelgenoemde punten waar die behoefte zich manifesteert.
Enkele deelnemers zien graag dat de gemeente subsidiemogelijkheden actiever onder de aandacht brengt. Als voorbeeld worden subsidies voor akkerranden genoemd. Eerdere pilots op dit gebied werden erg gewaardeerd.
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 31
Houding In de gesprekken is gepraat over het ideale profiel van een vertegenwoordiger van de gemeente. Veel boeren zien het liefst iemand met agrarische deskundigheid en lokale kennis, ook van de mentaliteit. Hij of zij moet bedrijfseconomisch mee kunnen denken. Er moet vertrouwen zijn en dat betekent voor veel boeren dat de voorkeur uitgaat naar een vaste contactpersoon. Het liefst is dat iemand uit de eigen gemeente of nabije omgeving. Een paar punten voor kwaliteitszorg: snel helpen en vlot terugbellen wordt bijzonder gewaardeerd, evenals het actief terugkoppelen over de stand van zaken als processen langer duren. Tijdens de gesprekken is meermalen genoemd dat boeren van gemeenten horen dat ze moeite hebben de bezetting rond te krijgen. Daardoor duren bijvoorbeeld vergunningaanvragen langer. De deelnemers pleiten daarom voor het uitbreiden van de uitvoeringscapaciteit, zodat vergunningen sneller verleend kunnen worden.
4.4
Specifieke onderwerpen per gemeente
De Wolden In De Wolden gaat vergunningverlening volgens sommigen heel traag. Er zijn termijnen van zeven jaar genoemd. Anderen geven de gemeente juist een compliment over de snelle afhandeling. Meerdere geïnterviewden hebben hun twijfels over de samenwerking met Hoogeveen. Ook is niet altijd duidelijk hoe die eruit ziet. Dat elke gemeente nog een eigen college en raad heeft bijvoorbeeld is niet bij iedereen bekend. De twijfels zitten hem in de gedachte dat Hoogeveen veel stedelijker is en dat dit tot minder aandacht voor de boerenbelangen van de gemeente zal leiden. Er zijn daarnaast enkele keren verbetersuggesties gedaan voor de communicatie van de gemeente. Informatie zou in een kleinschaliger huis-aan-huisblad beter gelezen worden dan in de huidige advertentiekrant, die een grote regio beslaat. Als mooi voorbeeld is voor De Wolden de mestvergisting in Koekange genoemd.
Westerveld In de gesprekken kwamen af en toe gemeentespecifieke zaken voorbij. In Westerveld leeft vaker het beeld dat de tegenstellingen in de gemeenteraad groot zijn. Soms worden acties van ‘groengroepen’ als katalysator gezien van een zekere polarisatie in de debatten. Meerdere boeren hebben de indruk dat de gemeente weinig invloed heeft op die beweging. Anderen vinden dat de gemeente juist moet zorgen dat alle besluiten juridisch dichtgetimmerd zijn, zodat eventuele bezwaren weerlegd kunnen worden. Dat ruimtelijk beleid en bestemmingsplannen van vóór de gemeentelijke herindeling door juridische procedures nog steeds leidend zijn, ervaren agrarisch ondernemers als struikelblok. Zij weten niet waar zij voor de toekomst op kunnen rekenen. Al eerder in dit rapport is genoemd dat vanuit het oogpunt van de agrariërs de aandacht van de gemeente voor toerisme, natuur en bollenteelt groter lijkt dan die voor landbouw. Er zijn maar een paar bollentelers in de gemeente, maar er is veel (media-)aandacht voor. Dan kan het lijken alsof de gemeente daar meer oog voor heeft dan voor andere agrariërs. Dit gevoel is er ook richting recreatie en toerisme. Het lijkt voor boeren soms alsof toeristen de landelijke omgeving als een groot park zien, waar je overal mag lopen en rommel mag achterlaten. Tot slot is in deze gemeente overlast door wolven een groeiend probleem.
Enkele ondernemers geven aan dat dit hun keuze voor het wel of niet weiden van (jong)vee negatief beïnvloedt.
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 32
Er zijn ook positieve geluiden. De aanpak waarbij Boermarkes bermgras en blad van gemeente composteren is er zo één. Boeren mogen het product gebruiken op hun land en/of verwerken als veevoer. Ze hebben zelf regie en regelen het maaien zelf. Dat wordt gewaardeerd.
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 33
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Conclusies
Aan dit onderzoek liggen drie onderzoeksvragen ten grondslag. Signaleren wat er leeft binnen de agrarische sector, wat hebben agrariërs nodig voor een goed toekomstperspectief en wat is de rol van de gemeente daarbij? Met de vragenlijsten en de keukentafelgesprekken zijn de volgende antwoorden opgehaald: Onderzoeksvraag: Signaleren wat er leeft bij de agrarisch ondernemers • Ondergewaardeerd voelen, niet gehoord. • Imagoprobleem, m.n. in groeiende groep mensen die de agrarische sector niet goed kennen. • Koersbepaling is lastig in een veranderende wereld en regels. • Vrees voor aantasting (huidige) plattelandswaarden. • Balans tussen geven en nemen aan de samenleving mist. • Verdienmodel is een zorg. De veranderende wereld en regels beslaat een breed spectrum aan thema’s, van Natura 2000, stikstof, fosfaat (landelijk) tot de balans tussen natuur, agrariërs en toerisme in de eigen gemeente. Onderzoeksvraag: Identificeren wat agrarisch ondernemers nodig hebben voor een gezond toekomstperspectief • Gehoord en gewaardeerd worden. Dialoog, klankbord, samen optrekken, imago. • Duidelijke koers, planhorizon > 10 jaar. • Verdienmodel. • Platteland vitaal houden, ook voor jongeren. • Autonomie over grondgebruik, bedrijfsvoering e.d. Handelingsperspectief is een sleutelwoord.
Hiervoor missen boerenbedrijven al heel lang duidelijkheid, zowel van lokale overheden als van het Rijk en de EU. Het is een probleem dat zich bij alle typen bedrijven voordoet. Aandachtspunt bij koersbepaling is dat dit ook voor bedrijven die stoppen relevant is. Wat gebeurt er met deze erven? Het onderzoek was minder op deze groep gericht, maar de resultaten laten zien dat meerdere respondenten de komende tien jaar met de stopvraag te maken krijgen. Onderzoeksvraag: De rol van de gemeente Hier zijn verschillende dingen genoemd, die op verschillende abstractieniveaus spelen. Het begint met een duidelijke koers, waarin de belangen in het landelijk gebied een heldere plek krijgen. Hiervoor zijn waarden leidend. Wat zijn die waarden, vanuit het perspectief van de inwoner, de (agrarisch) ondernemer, de bezoeker, de gemeente? De respondenten uit dit onderzoek hechten waarde aan de landschapskenmerken en de sociale cohesie in hun omgeving. Driekwart van hen is geworteld in de gemeente waar het bedrijf staat. Respondenten zeggen dat de wisselwerking met omwonenden en (dorps)gemeenschap voor hen van belang is. Ook het economisch klimaat en de bijbehorende regelgeving worden belangrijk gevonden.
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 34
Koersbepaling op grond van dergelijke waarden speelt op het strategisch niveau. Die koers moet zich vervolgens vertalen in overeenkomstige regelgeving en beleidskeuzes, waarbij vergunningen de meest praktische vorm zijn. Dat is het operationele niveau. Om de afstemming tussen koers en uitvoering te realiseren is organisatiekracht nodig, een goede samenwerking en afstemming tussen alle partijen in het landelijk gebied. Dat is het tactische niveau. Strategisch niveau Anticipeer op de toekomst door met (agrarische) ondernemers en inwoners de ingrediënten voor een vitale en leefbare plattelandsgemeente te definiëren. Tactisch niveau Werk aan relaties en een gezamenlijk doel en geluid. Operationeel niveau Doe wat je zegt, maak visie en waarden praktisch zichtbaar. In de aanbevelingen staat de invulling van deze uitgangspunten. De input van de deelnemers is hierin vertaald naar instrumenten van de gemeente.
5.2
Aanbevelingen
Zowel in het kwantitatieve als in het kwalitatieve deel is de agrariërs gevraagd wat zij van de gemeente vragen in het proces naar een gezonde toekomst. In de vragenlijst zijn de hoofdlijnen verzameld. In de keukentafelgesprekken zijn concrete suggesties opgehaald. Thema’s die meerdere keren genoemd zijn vormden de basis voor de aanbevelingen hieronder. De meeste respondenten hebben een goed inzicht in waar de invloed van de gemeente ligt. Zo verwachten zij niet van de gemeente dat zij het landelijke stikstofbeleid kunnen veranderen. Waar hieronder over koers wordt gesproken, worden vooral de lokale afwegingen bedoeld, bijvoorbeeld die tussen landbouw, toerisme, natuur en woningbouw.
Strategisch niveau (stip op de horizon) Anticipeer op de toekomst door met ondernemers en inwoners de ingrediënten voor een vitale en leefbare plattelandsgemeente te definiëren • Zorg voor een eenduidige langetermijnvisie > 10 jaar, voor handelingsperspectief in een veranderende wereld. • Definieer hiervoor samen met de inwoners en ondernemers de lokale plattelandswaarden. Fysiek én sociaal. • Definieer de rol van de agrarische sector in landschapsonderhoud, voedselvoorziening en sociale cohesie en waardeer die. • Zorg dat koers en uitwerking hetzelfde zijn, bijvoorbeeld door visie en waarden in gemeentelijk beleid te verankeren. Vervang verouderde bestemmingsplannen. Het gemis aan actuele ruimtelijke beleidskaders wordt met name in Westerveld genoemd.
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 35
Tactisch niveau (organisatiegraad en netwerk) Werk aan relaties en een gezamenlijk doel en geluid • Blijf structureel luisteren, signaleren en faciliteren, bijvoorbeeld door een interne contactpersoon, een agrarisch loket en/of erfcoaches. • Bouw en/of onderhoud netwerken en consortia: - met stakeholders (waterschappen, terreinbeherende organisaties, agrarische belangengroepen, erfbetreders, uitvoeringsdiensten e.d.); - tussen gemeente en samenleving; - tussen groepen in de samenleving, agrarisch en niet-agrarisch; - draag de visie en uitwerking uit in lobby bij andere overheden en stakeholders.
Operationeel niveau (concrete acties) Doe wat je zegt, maak visie en waarden praktisch zichtbaar • Zorg voor een vaste contactpersoon voor integrale, transparante afhandeling van agrarische vraagstukken. • Zorg dat dit iemand is met lokale- en agrarische kennis en betrokkenheid. • Handel vergunningen snel en transparant af (‘track and trace’) en zorg voor voldoende personele capaciteit (casemanagers). • Faciliteer evenementen als een ’Toer de boer’ – kennismaking burger/boer. • Organiseer bedrijfsbezoeken ambtenaar/wethouder en boer over en weer. • Organiseer ontmoeting en kennisuitwisseling tussen boeren onderling. • Faciliteer – bijvoorbeeld samen met provincie en Rijk – onafhankelijk advies. • Investeer in samenwerking boer en natuurbeheer. Organiseer of faciliteer arbeid. • Vertel het verhaal over de agrarische sector en maak het samen met hen zichtbaar. In de volle breedte, vanuit de mens én het product. • Laat een vragenlijst zoals die uit het agrarisch onderzoek ook invullen door niet-agrarische plattelanders (verbinding boer-burger). • Stel een lokaal ’Inburgeringsprogramma’ op voor nieuwe inwoners. • Faciliteer innovatieve pilots die bijdragen aan de landbouw van de toekomst.
5.3
Vervolg
De gemeenten hebben dit agrarisch onderzoek laten uitvoeren met de intentie hun instrumenten gerichter in te zetten voor de agrarische sector. Dat betekent dat zij ervoor open staan om hun beleid en dienstverlening (deels) anders op te zetten en uit te voeren. Dit is een kwestie van doen, evalueren en bijstellen. Het meten van impact helpt, als toevoeging op evalueren, om antwoord te krijgen op de vraag wat er in de nieuwe werkwijze lukt dat met de oude manier niet voor elkaar te krijgen was. Dit kan, naast de voorspelde eisen, ook inzicht in interessante bijvangsten opleveren. Vooraf bepalen waar een aanbeveling toe moet leiden en hoe dit gemeten wordt – en eventueel bijgesteld - past goed bij de bestuurlijke verantwoordingsprocessen binnen een gemeente.
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 36
Integraal denken en opgavegericht werken betekent niet dat één persoon voor alle onderdelen verantwoordelijk wordt, of ze allemaal zelf moet uitvoeren. De kracht zit in de gezamenlijkheid, de verdeling over meerdere beleidsvelden en personen. De onderzoeksresultaten bieden aanknopingspunten voor diverse beleidsterreinen binnen de gemeente: ruimtelijke ontwikkeling, vergunningverlening, duurzaamheid, economische zaken en plattelandsontwikkeling. Dat is meteen een tactische aanbeveling voor het vervolg van dit agrarisch onderzoek – beperk de uitkomsten niet tot het beleidsveld landelijk gebied of plattelandsontwikkeling, maar zet de aanbevelingen integraal uit.
Ervaringen elders laten zien dat het werken in gebiedsprocessen geschikt is om meerdere aanbevelingen te combineren. Deze optie is ook genoemd tijdens de stakeholderbijeenkomst. Integraal denken, de waarden in een gebied opzoeken met en door de inwoners en gezamenlijk de praktische invulling bepalen zorgt voor een gedragen aanpak, die alle betrokkenen perspectief biedt voor een langere termijn.
Beide gemeenten hebben sporen uitgezet waarbinnen de uitkomsten uit dit agrarisch onderzoek zullen worden opgepakt. De Wolden • Aanbevelingen (strategisch en operationeel) meenemen in het inrichten van het Transitiefonds Toekomstgerichte landbouw en de actualisatie van het Economisch Actieplan De Wolden. • Aanbevelingen (praktisch) waar mogelijk meteen uitvoeren. • Stakeholders en geïnteresseerde deelnemers van dit onderzoek denken mee. Westerveld • Aandachtspunten en concrete acties uit de gemeentelijke gesprekken met agrariërs. • Aanbevelingen (praktisch) deels meteen uitvoeren. • Aanbevelingen (strategisch en operationeel) doorzetten naar proces gemeentelijke visie. • Stakeholders en geïnteresseerde deelnemers van dit onderzoek denken mee over de toekomst van de landbouw.
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 37
BIJLAGEN Bijlage 1: Kwantitatief onderzoek (rapportage Kien) Bijlage 2: Kwalitatief onderzoek
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Pagina | 38
Bijlage 1: Kwantitatief onderzoek (rapport Kien)
Onderzoek toekomst agrarische sector | De Wolden en Westerveld
Agrarische sector De Wolden en Westerveld Stimuland November 2021
Contact: Marten Buist
|
T: 050-3657670
|
Groningen / Haarlem
|
W: www.kienonderzoek.nl
|
twitter.com/kienonderzoek
facebook.com/kienonderzoek
E: martenbuist@kienonderzoek.nl
linkedin.com/company/230008
Achtergrond onderzoek en methode
Onderzoeksvraag
Onderzoeksdoelgroep en selectie
Wat hebben agrarische ondernemers nodig voor een goed toekomstperspectief en welke rol zien zij hierin voor de gemeente?
Methode Online onderzoek met uitnodiging via brieven die door de gemeenten zijn verstuurd
Agrarische ondernemers in de gemeenten De Wolden en Westerveld
Respons 121 volledig ingevulde vragenlijsten Betrouwbaarheid Bij een betrouwbaarheid van 95% zal de steekproefuitkomst maximaal 8,0% afwijken van de werkelijke situatie (als alle ondernemers in de doelgroep ondervraagd zouden zijn). Bovenstaande gaat uit van een representatieve steekproefverdeling. Representativiteit is niet controleerbaar i.v.m. de specifieke selectie.
Veldwerkperiode
26 oktober 2021 t/m 15 november 2021
Uitleg rondom de toetsing en benoeming van verschillen
In dit rapport worden, naast de totaalresultaten, ook verschillen besproken tussen doelgroepen binnen de steekproef. Deze verschillen worden in de conclusies alleen benoemd wanneer ze statistisch significant zijn, dit wil zeggen dat de kans erg klein is dat ze alleen aan het toeval geweten kunnen worden. Voor het toetsen van de significantie worden verschillende methodes gebruikt (in dit rapport o.a. Chi-Square en T-Toets). Wanneer een bepaalde groep significant afwijkt van de overige groepen, worden de percentuele verschillen als volgt vermeld in de conclusies: “(..% vs. ..%)”. Het eerstgenoemde percentage betreft dan de uitkomst van de benoemde (afwijkende) groep, het tweede percentage betreft het gemiddelde van de overige groepen.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
2
Conclusie
Toekomst •
Toekomstperspectief is voor twee derde van de ondernemers één van de belangrijkste onderwerpen.
•
De meerderheid verwacht over tien tot vijftien jaar bij het bedrijf veranderingen op het gebied van energie. Twee derde denkt dat het energieverbruik dan is verminderd en zes op de tien verwachten dan (meer) duurzame energie op te wekken.
•
De helft verwacht dan (meer) te investeren om problemen op het gebied van water te voorkomen, minder gewasbeschermingsmiddelen te gaan gebruiken en/of natuurinclusiever te gaan ondernemen.
•
Vier op de tien verwachten de hoofdactiviteit van hun bedrijf uit te breiden. Een derde verwacht geen grote veranderingen door te voeren.
•
Een kwart verwacht over te stappen naar andere teelten en/of zich toe te spitsen op lokale productieketens.
•
Om toekomstbestendig te blijven, heeft men vooral financiële armslag nodig. Zes op de tien noemen dit. Hierna worden belastingvrijstellingen, advies over regelgeving en subsidies en experimenteervergunningen het vaakst genoemd, door ongeveer een derde.
Uitdagingen bedrijf en agrarische sector •
Zes op de tien vinden uitdagingen bedrijf en agrarische sector één van de belangrijkste onderwerpen.
•
Ontwikkelingen in kostprijs en opbrengst (84%), Europees beleid (81%) en (tegenstrijdige) regelgeving (80%) zijn de vaakst genoemde zaken die enigszins of veel invloed hebben op het toekomstperspectief van het bedrijf. Driekwart zegt dat voor het imago dat de media schetsen van de sector. Al deze zaken hebben voor minstens de helft veel invloed op het bedrijf.
•
Andere zaken die voor minstens de helft enigszins/veel invloed hebben zijn (oplopende) grondprijzen (72%), klimaatveranderingen (69%), stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving (69%), energietransitie (63%), natuurontwikkeling – Natuurnetwerk Nederland (62%), ruimteclaims (55%), bodem- en waterkwaliteit (54%), bedrijfsopvolging (53%) en opgaven rondom herstel van biodiversiteit (52%).
•
Voor ondernemers uit de gemeente Westerveld heeft toerisme vaker enigszins/veel invloed op het toekomstperspectief van hun bedrijf.
•
De meerderheid vindt duurzame productie passen binnen de agrarische sector. Drie op de tien zijn van plan om dit toe te passen of doen dit al. De helft wil hier pas in investeren als men zeker weet er (financieel) voldoende voor terug te krijgen. 7% ziet wel problemen rond klimaat en duurzaamheid, maar weet niet wat hij/zij er aan kan doen. Een tiende wil pas iets veranderen nadat de veroorzakers van klimaatproblemen hun werkwijze hebben aangepast. 2% wil helemaal niet veranderen en vindt duurzamere productie niet nodig.
•
Driekwart heeft in de afgelopen 5 jaar aanpassingen doorgevoerd ten gunste van biodiversiteit, waterkwaliteit, benutting mineralen en/of dierenwelzijn.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
3
Conclusie
Stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving •
Zoals eerder genoemd heeft de stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving voor zeven op de tien ondernemers enigszins/veel invloed op het toekomstperspectief van hun bedrijf.
•
Voor ruim de helft van deze ondernemers gaat om het Dwingelderveld dat hierin een rol speelt. Ruim vier op de tien hebben (ook) te maken met het Drents-Friese Wold & Leggelderveld en/of het Holtingerveld.
•
Hoewel het Dwingelderveld in de gemeente Westerveld ligt, is het vaker van invloed op ondernemers uit de gemeente De Wolden.
•
De meerderheid ziet geen of weinig kansen wat betreft de stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving. Men weet vaker bedreigingen te noemen, zoals bedrijfsbeëindiging, inkrimpen, niet kunnen uitbreiden, extra beperkingen/regelgeving, hogere investeringen en lagere opbrengsten.
•
Men verwacht van de gemeente dat zij meedenkt met de sector, een duidelijk beleid voert en geen extra regels gaat invoeren.
Rol van de gemeente •
Ruim vier op de tien ondernemers vinden de rol van de gemeente één van de belangrijkste onderwerpen.
•
De meerderheid verwacht van de gemeente dat zij de agrarische belangen goed opneemt in haar beleid (75%), dat er ruimte is voor maatwerk in ruimtelijke regelgeving en vergunningenbeleid (70%), eenduidige regels voor agrarische bedrijven (63%) en dat zij het agrarisch belang vertegenwoordigt bij provincie en Rijk (53%).
•
Bijna acht op de tien noemen één of meerdere dingen die zij verwachten van de gemeente om toekomstbestending te blijven of te worden. Zij noemen vooral duidelijkheid, geen extra regels, vergunningsaanvragen sneller en soepel afhandelen en het meedenken met de sector.
•
Ondernemers die te maken hebben met de stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving verwachten van de gemeente dat zij een duidelijk beleid voert en geen extra regels gaat invoeren.
Advies en ondersteuning •
Bijna drie op de tien ondernemers vinden advies en ondersteuning één van de belangrijkste onderwerpen.
•
Men gaat het vaakst naar een accountant/boekhouder voor informatie en advies. Acht op de tien doen dit. Twee derde (65%) doet dat (ook) bij de toeleverancier, dit zijn vaker ondernemers uit de gemeente De Wolden. Bijna zes op de tien raadplegen de Rijksoverheid. De helft laat zich informeren en adviseren door collega-ondernemers en/of een veearts.
•
Bijna een kwart raadpleegt de gemeente.
•
6% heeft behoefte aan ondersteuning bij het vinden van personeel en 16% aan bijscholing en/of een studiegroep. Dat laatste geldt vaker voor ondernemers uit de gemeente Westerveld.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
4
Conclusie
Waarden •
Een vijfde van de ondernemers vindt waarden één van de belangrijkste onderwerpen.
•
Verreweg de meeste ondernemers zeggen hun bedrijf uit te oefenen in hun gemeente omdat het familiebedrijf daar staat.
•
De vaakst genoemde redenen waarom de bedrijven nog bestaan, zijn actief bezig zijn met de toekomst en de bedrijfsvoering daarop aan te passen en op tijd te investeren in groeistappen. Bijna de helft heeft (één van) deze redenen genoemd.
•
Zeven op de tien vinden het belangrijk dat landschapskenmerken in hun leefomgeving behouden of ontwikkeld worden. Ruim de helft vindt economisch klimaat, regelgeving en/of sociale cohesie belangrijk.
•
Acht op de tien kunnen voorbeelden noemen van keuzes die in hun bedrijf hebben gezorgd voor meer resultaatgerichtheid, verbetering van omzet, efficiëntie of marge. Het gaat onder andere om aanpassingen in stallen, werk niet uitbesteden, efficiënte productie en kwaliteit leveren.
Balans werkdruk •
15% vindt balans werkdruk één van de belangrijkste onderwerpen.
•
Ruim de helft ervaart een prima energieniveau en houdt ruimte voor andere dingen dan werk. Vier op de tien hebben al hun energie nodig voor hun werkzaamheden. 6% zit aan zijn/haar limiet.
•
Men haalt voldoening uit de werkzaamheden in het algemeen. Regelgeving, administratie en controles kosten juist energie.
•
Twee derde kan zich na een dag werken opladen met zijn/haar thuissituatie en de helft heeft in bank hangen/niets doen (ook) een oplaadmogelijkheid. Ruim vier op de tien doen dat met hobby’s, sport en dergelijke.
•
Ruim acht op de tien kunnen familie, buren of hun sociaal netwerk om hulp vragen als er iets misloopt. Ruim vier op de tien kunnen hun accountant of een andere erfbetreder daarvoor inschakelen. 2% zegt niemand om hulp te kunnen vragen.
•
Ruim driekwart maakt zich zorgen over zijn/haar bedrijf. Die zorgen gaan vooral over regelgeving, negatieve aandacht van buitenaf, stijgende kosten en lagere opbrengsten en tegenstrijdige belangen van andere partijen.
•
Er zijn iets meer ondernemers die zich door de samenleving (ruim) ondergewaardeerd voelen dan (ruim) gewaardeerd. Voor 9% is de waardering ruim voldoende en voor 10% ruim onvoldoende.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
5
Conclusie
Energie •
Tussen de verschillende thema’s in de vragenlijst blijkt het onderwerp energie ook een interessante te zijn.
•
Ruim acht op de tien ondernemers zien kansen voor hun bedrijf als het gaat om het verduurzamen van de energievraag, vooral zon- (60%) en windenergie (49%). Ondernemers uit de gemeente De Wolden zien vaker kansen voor monovergisting en groen gas en ondernemers uit de gemeente Westerveld vaker voor waterstof.
•
De meerderheid heeft interesse in kleine windmolens op het bedrijf. 15% overweegt zelf een kleine windmolen te plaatsen. Nog eens 15% wil dat doen, maar dat wordt door ruimtelijke regels/vergunningen niet toegestaan. Het laatste geldt vaker voor ondernemers uit de gemeente Westerveld. Drie op de tien hebben wel interesse, maar missen investeringskapitaal.
•
Twee derde verwacht over tien tot vijftien jaar het energieverbruik van zijn/haar bedrijf te verminderen. Zes op de tien verwachten dan (meer) duurzame energie op te wekken.
•
Zoals eerder genoemd heeft de energietransitie voor ruim zes op de tien enigszins/veel invloed op toekomstperspectief van hun bedrijf.
Wet- en regelgeving •
Ook wet- en regelgeving is een interessant onderwerp.
•
Ruim de helft van de ondernemers vindt het behouden of ontwikkelen van economisch klimaat en regelgeving belangrijk in zijn/haar leefomgeving.
•
Een van de werkzaamheden die ondernemers energie kosten is regelgeving. Dit wordt genoemd naast administratie en controles.
•
Een derde heeft advies over regelgeving en subsidies nodig om toekomstbestendig te blijven of te worden.
Bedrijfsopvolging, nevenactiviteiten, keurmerken en samenwerkingen •
Vier op de tien ondernemers hebben een opvolger als ze er mee stoppen. Een tiende zegt dat het bedrijf dan ophoudt te bestaan en de helft weet het nog niet.
•
15% verwacht over tien tot vijftien jaar gestopt te zijn als agrarisch ondernemer.
•
De helft heeft één of meerdere nevenactiviteiten, veelal natuur- en landschapsbeheer, verkoop van (streek)producten, het leveren van duurzame energie en/of educatieve activiteiten. Ondernemers uit de gemeente Westerveld hebben vaker zorg als nevenactiviteit. Twee op de tien hebben nevenactiviteiten om rendabel te kunnen zijn. Een kwart verwacht over tien tot vijftien jaar meer nevenactiviteiten binnen het bedrijf uit te voeren.
•
Ruim vier op de tien produceren voor een keurmerk. Ondernemers uit de gemeente De Wolden produceren vaker voor het Beter leven keurmerk.
•
Twee derde werkt op lokaal niveau samen met andere (agrarische) ondernemers op het gebied van gewas en grond.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
6
Conclusie
Melkveehouders •
Ondernemers met een melkveehouderij als hoofdactiviteit vormen de grootste groep ondernemers. Zes op de tien zijn melkveehouder. Onder de overige ondernemers zijn de aantallen per hoofdactiviteit te beperkt om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Daarom is de groep melkveehouders vergeleken met het totaal van de groep overige ondernemers.
•
Dan blijkt dat de melkveehouders vaker te maken hebben met zaken die enigszins/veel invloed hebben op het toekomstperspectief van hun bedrijf. Ze vinden toekomstperspectief dan ook vaker een belangrijk onderwerp. Ze verwachten vaker over tien tot vijftien jaar hun hoofdactiviteit uit te breiden en vaker geen grote veranderingen door te voeren. Ze geven vaker aan financiële armslag en belastingvrijstellingen nodig te hebben om toekomstbestending te blijven of te worden. Daarnaast geven zij vaker aan dat zij eerst (financiële) zekerheid willen voordat ze willen investeren in duurzame productie.
•
Op het gebied van energie zien melkveehouders vaker kansen in windenergie en monovergisting en groen gas. Ook overwegen ze vaker een kleine windmolen te plaatsen op hun bedrijf en missen ze vaker investeringskapitaal om dat te doen.
•
Het ontwikkelen of behouden van economische klimaat, regelgeving vinden melkveehouders vaker belangrijk in hun leefomgeving.
•
Melkveehouders geven minder vaak aan dat hun energieniveau prima is en vaker dat zij al hun energie nodig hebben voor hun werkzaamheden. Zij voelen zich vaker (ruim) onvoldoende gewaardeerd door de samenleving. Ze zeggen vaker een accountant of andere erfbetreder en de bedrijfsverzorging om hulp te kunnen vragen.
•
Melkveehouders verwachten vaker van de gemeente dat zij de agrarische belangen goed opneemt in haar beleid, eenduidige regels hanteert en het agrarisch belang bij provincie en Rijk vertegenwoordigt. Zij raadplegen de gemeente ook vaker voor informatie en advies.
Leeftijd •
Financiën spelen vaker een rol voor jongere ondernemers. Ondernemers van 50 jaar en jonger zeggen vaker dat financieringsproblemen en ontwikkelingen in kostprijs en opbrengst enige/veel invloed hebben op het toekomstperspectief van hun bedrijf. Zij hebben vaker financiële armslag en garantstellingen voor het afsluiten van kredieten nodig om toekomstbestendig te worden of te blijven. Daarnaast zeggen ze vaker experimenteervergunningen en nieuwe technologieën nodig te hebben. Van de gemeente verwachten ze vaker financiële regelingen en subsidies, naast hulp en advies over hoe ze invloed kunnen hebben op beleidsontwikkelingen.
•
Ondernemers van 40 jaar en jonger hebben vaker nevenactiviteiten binnen hun bedrijf en zien vaker kansen voor monovergisting en groen gas.
•
Ondernemers van 50 jaar en jonger zijn vaker actief bezig met de toekomst en passen daar hun bedrijfsvoering op aan. Ze verwachten over tien tot vijftien jaar vaker (meer) te investeren om problemen op het gebied van water te voorkomen, hun hoofdactiviteit uit te breiden en om te schakelen naar of meer te investeren in biologische of biologisch-dynamische productie.
•
Uitdagingen van bedrijf en sector en balans werkdruk zijn vaker één van de belangrijkste onderwerpen voor ondernemers van 50 jaar en jonger.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
7
Basisvragen
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
8
Bedrijfsopvolging Vier op de tien hebben een opvolger
Conclusies:
Wat gebeurt er met uw bedrijf als u er mee stopt?
Mijn bedrijf wordt dan overgenomen door iemand anders
40,7
Mijn bedrijf stopt dan helemaal (geen overname)
• Een tiende (9%) zegt dat zijn/haar bedrijf niet overgenomen wordt. Dat zijn vaker ondernemers van 60 jaar en ouder (23% vs. 6%).
9,3
Weet ik nog niet
N
• Vier op de tien (41%) ondernemers zeggen dat hun bedrijf wordt overgenomen als ze er mee stoppen. Ondernemers van 41 jaar en ouder (45% vs. 26%) en melkveehouders* (51% vs. 25%) hebben vaker een opvolger.
50,0
• De helft (50%) weet nog niet wat er met zijn/haar bedrijf gebeurt als hij/zij er mee stopt. Dat zijn vaker ondernemers van 40 jaar en jonger (72% vs. 44%).
172
Uitsplitsing naar gemeente Totaal Westerveld 40,7 39,6 9,3 9,4 50,0 51,0 172 96
Mijn bedrijf wordt dan overgenomen door iemand anders Mijn bedrijf stopt dan helemaal (geen overname) Weet ik nog niet N
De Wolden 42,1 9,2 48,7 76
Toelichting: * Hier zijn ondernemers die een melkveehouderij hebben als hoofdactiviteit vergeleken met ondernemers die een andere hoofdactiviteit hebben.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
9
Nevenactiviteiten Jonge ondernemers hebben vaker een nevenactiviteit binnen hun bedrijf
Conclusies:
Welke (niet-)agrarische nevenactiviteiten heeft u binnen uw bedrijf? U kunt meerdere antwoorden geven. Natuurbeheer en landschapsbeheer
14,8
Verkoop van (streek)producten
• Natuur- en landschapsbeheer (15%), verkoop van (streek)producten (12%), leveren van duurzame energie (11%) en educatieve activiteiten (10%) worden het vaakst genoemd. Tenminste een tiende voert één van deze activiteiten uit.
12,4
Leverancier van duurzame energie
10,7
Educatieve activiteiten
• Ondernemers uit de gemeente Westerveld houden zich vaker bezig met zorg (10% vs. 1%).
9,5
Loonwerk
6,5
Zorg
5,9
Camping/recreatie
5,3
Kinderopvang
• Ruim de helft (52%) van de ondernemers heeft één of meerdere nevenactiviteiten binnen zijn/haar bedrijf.
• Ondernemers van 40 jaar en jonger hebben vaker één of meerdere nevenactiviteiten binnen hun bedrijf (70% vs. 46%). Zorg (16% vs. 3%) en camping/recreatie (14% vs. 3%) behoren vaker tot hun nevenactiviteiten.
0,6
Anders, namelijk:
10,7
Ik heb geen nevenactiviteiten binnen mijn bedrijf
Uitsplitsing naar gemeente
N
48,5 169
Totaal Westerveld 14,8 10,8 12,4 15,1 10,7 9,7 9,5 10,8 6,5 7,5 5,9 9,7 5,3 3,2 0,6 1,1 10,7 6,5 48,5 51,6 169 93
Natuurbeheer en landschapsbeheer Verkoop van (streek)producten Leverancier van duurzame energie Educatieve activiteiten Loonwerk Zorg C amping/recreatie Kinderopvang Anders, namelijk: Ik heb geen nevenactiviteiten binnen mijn bedrijf N
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
De Wolden 19,7 9,2 11,8 7,9 5,3 1,3 7,9 0,0 15,8 44,7 76
|
050-3171777
Toelichting:
significant hoger significant lager
|
10
Bij deze vraag kon men meerdere antwoorden geven. De percentages tellen daardoor op tot meer dan 100%. De antwoordopties zijn t.b.v. de rapportage gesorteerd van vaakst naar minst vaak genoemd.
Keurmerk Twee op de tien produceren voor Eerlijke zuivel / Weidemelk / AH-melkstroom Aware
Produceert u voor een keurmerk? Zo ja, welk keurmerk? U kunt meerdere antwoorden geven.
Conclusies:
Eerlijke zuivel / Weidemelk / AH-melkstroom Aware
• Ruim vier op de tien (44%) ondernemers produceren voor een keurmerk.
19,8
Biologisch
• Eerlijk zuivel / Weidemelk / AH-melkstroom Aware is het vaakst genoemd (20%).
5,4
Beter leven
4,2
On the way to planet proof
3,6
Global CAP
• Ondernemers uit de gemeente De Wolden produceren vaker voor het keurmerk Beter leven (8% vs. 1%).
2,4
Agrarisch keurmerk Flexwonen / SNF
0,0
Fairtrade
0,0
Drents goed / Dubbel Drents
0,0
Anders, namelijk:
15,6
Nee, ik produceer niet voor een keurmerk N
56,3 167
Uitsplitsing naar gemeente Eerlijke zuivel / Weidemelk / AH-melkstroom Aware Biologisch Beter leven On the way to planet proof Global C AP Agrarisch keurmerk Flexwonen / SNF Fairtrade Drents goed / Dubbel Drents Anders, namelijk: Nee, ik produceer niet voor een keurmerk N
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
Totaal Westerveld 19,8 20,4 5,4 7,5 4,2 1,1 3,6 4,3 2,4 4,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 15,6 12,9 56,3 58,1 167 93
|
De Wolden 18,9 2,7 8,1 2,7 0,0 0,0 0,0 0,0 18,9 54,1 74
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
Toelichting:
significant hoger significant lager
|
11
Bij deze vraag kon men meerdere antwoorden geven. De percentages tellen daardoor op tot meer dan 100%. De antwoordopties zijn t.b.v. de rapportage gesorteerd van vaakst naar minst vaak genoemd.
Toekomstperspectief
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
12
… ga ik overstappen naar andere teelten
Verwachtingen toekomst (1) … ga ik mij meer toespitsen op lokale productieketens De meerderheid verwacht veranderingen op het gebied van energie
… ga ik meer nevenactiviteiten binnen mijn bedrijf uitvoeren
22,0
40,4
11,0
38,5
17,4
18,3
37,6
22,9
2,8 11,9
109
2,1
7,3
24,8
109
2,3
22,0
109
2,1
109
1,8
109
1,6
19,3
3,7
… ga ik omschakelen naar/(meer) investeren biologische of biologischHieronder staan enkele uitspraken over in bedrijfsvoering. Geef per uitspraak aan in hoeverre in 30,3 38,5 u deze verandering 10,1 3,7 17,4 dynamische productie de toekomst verwacht. … ga ik de hoofdactiviteit van bedrijf afbouwen of stoppen
47,7
Over tien tot vijftien jaar… Zeker niet
Waarschijnlijk niet
Waarschijnlijk wel
Zeker wel
Weet ik niet
26,6
6,4 4,6
14,7
… ga ik het energieverbruik van mijn bedrijf verminderen 2,8
23,9
… ga ik (meer) duurzame energie opwekken op mijn bedrijf/grond om terug te 4,6 leveren aan het netwerk
22,0
… ga ik (meer) investeren om problemen op het gebied van water te voorkomen 2,8 (droogte, overstroming)
9,2
… ga ik de hoofdactiviteit van mijn bedrijf uitbreiden
8,3
20,2 33,0
Waarschijnlijk niet
Waarschijnlijk wel
Zeker wel |
26,6
40,4
11,0
38,5
17,4
Weet ik niet
18,3
37,6
30,3
7,3
109
66,1
10,1
12,8
109
60,6
11,9
11,9
109
52,3
15,6
109
49,6
11,0
19,3 38,5
47,7
22,0
16,5
24,8
15,6
109
48,6
109
43,1
|
050-3171777
|
13
• Ruim vier op de tien (43%) verwachten de hoofdactiviteit van hun bedrijf uit te breiden en een derde (32%) verwacht geen grote veranderingen door te voeren. • Ongeveer een kwart verwacht over te stappen naar andere teelten (26%), zich toe te spitsen op lokale productieketens (26%) en/of meer nevenactiviteiten binnen het bedrijf uit te voeren (23%).
23,9
109
32,1
22,9
2,8 11,9
109
25,7
7,3
24,8
109
25,6
22,0
109
23,0
17,4
109
13,8
De stellingen zijn t.b.v. de rapportage gesorteerd op het percentage waarschijnlijk wel + zeker wel (van hoog naar laag).
14,7
109
11,0
* Alleen bij deze optie kon men antwoorden met ‘Niet van toepassing, ik gebruik nu geen gewasbeschermingsmiddelen.’
3,7
6,4 4,6
Niet van toepassing, ik gebruik nu geen gewasbeschermingsmiddelen
www.kienonderzoek.nl
• De helft verwacht minder gewasbeschermingsmiddelen te gaan gebruiken (50%) en/of natuurinclusiever te ondernemen (49%).
7,3
10,1 3,7 26,6
• Ruim de helft (52%) verwacht (meer) te investeren om problemen op het gebied van water te voorkomen.
N
21,1
14,7
33,0
… ga ik de hoofdactiviteit van bedrijf afbouwen of stoppen
Zeker niet
8,3
33,9
22,0
… ga ik omschakelen naar/(meer) investeren in biologische of biologischdynamische productie
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
41,3
11,0
… ga ik overstappen naar andere teelten
… ga ik meer nevenactiviteiten binnen mijn bedrijf uitvoeren
40,4
22,0
… ga ik natuurinclusiever ondernemen
… ga ik mij meer toespitsen op lokale productieketens
50,5
33,0
… ga ik minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken* 1,8
… ga ik geen grote veranderingen doorvoeren
45,0
• Twee derde (66%) van de ondernemers verwacht over tien tot vijftien jaar waarschijnlijk/zeker wel het energieverbruik van zijn/haar bedrijf te verminderen. • Zes op de tien (61%) verwachten (meer) duurzame energie op te wekken.
Niet van toepassing, ik gebruik nu geen gewasbeschermingsmiddelen
Conclusies:
Toelichting: Bij deze vraag kon men ook antwoorden met de optie ‘Niet van toepassing, ik verwacht dan al helemaal gestopt te zijn met mijn bedrijf’. 19 ondernemers (15%) kozen voor die optie. Deze ondernemers zijn t.b.v. de rapportage achterwege gelaten. De getoonde resultaten hebben dus enkel betrekking op de ondernemers die niet verwachten over tien tot vijftien jaar helemaal gestopt te zijn met hun bedrijf.
Verwachtingen toekomst (2) Geen verschillen tussen de gemeenten
Hieronder staan enkele uitspraken over bedrijfsvoering. Geef per uitspraak aan in hoeverre u deze verandering in de toekomst verwacht. Over tien tot vijftien jaar…
Totaal Westerveld 66,1 65,0
De Wolden 67,3
60,6
65,0
55,1
52,3
56,7
46,9
49,5
43,3
57,1
48,6 43,1
46,7 43,3
51,0 42,9
32,1 25,7 25,7
30,0 21,7 28,3
34,7 30,6 22,4
22,9
20,0
26,5
13,8
13,3
14,3
11,0
13,3
8,2
109
60
49
• Over het algemeen zijn er weinig verschillen tussen de ondernemers uit beide gemeenten. Met andere woorden, de verwachtingen van de ondernemers uit beide gemeenten zijn min of meer gelijk. • De ondernemers uit de gemeente De Wolden lijken vaker te zeggen dat ze minder gewasbeschermingsmiddelen verwachten te gaan gebruiken (57% vs. 43%). Dit is echter een indicatief verschil.
Uitsplitsing naar gemeente % waarschijnlijk wel + zeker wel … ga ik het energieverbruik van mijn bedrijf verminderen … ga ik (meer) duurzame energie opwekken op mijn bedrijf/grond om terug te leveren aan het netwerk … ga ik (meer) investeren om problemen op het gebied van water te voorkomen (droogte, overstroming) … ga ik minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken … ga ik natuurinclusiever ondernemen … ga ik de hoofdactiviteit van mijn bedrijf uitbreiden … ga ik geen grote veranderingen doorvoeren … ga ik overstappen naar andere teelten … ga ik mij meer toespitsen op lokale productieketens … ga ik meer nevenactiviteiten binnen mijn bedrijf uitvoeren … ga ik omschakelen naar/(meer) investeren in biologische of biologisch-dynamische productie … ga ik de hoofdactiviteit van bedrijf afbouwen of stoppen N
Conclusies:
• Ondernemers tot en met 50 jaar verwachten vaker (meer) te investeren om problemen op het gebied van water te voorkomen (61% vs. 42%), de hoofdactiviteit van hun bedrijf uit te breiden (53% vs. 32%), meer nevenactiviteiten uit te voeren (31% vs. 14%) en om te schakelen naar/(meer) te investeren in biologische of biologisch-dynamische productie (22% vs. 4%). • Melkveehouders* verwachten vaker de hoofdactiviteit van hun bedrijf uit te breiden (52% vs. 28%) en geen grote veranderingen door te voeren (39% vs. 20%).
Toelichting: Bij deze vraag kon men ook antwoorden met de optie ‘Niet van toepassing, ik verwacht dan al helemaal gestopt te zijn met mijn bedrijf’. 19 ondernemers (15%) kozen voor die optie. Deze ondernemers zijn t.b.v. de rapportage achterwege gelaten. De getoonde resultaten hebben dus enkel betrekking op de ondernemers die niet verwachten over tien tot vijftien jaar helemaal gestopt te zijn met hun bedrijf. De stellingen zijn t.b.v. de rapportage gesorteerd op het percentage waarschijnlijk wel + zeker wel (van hoog naar laag). * Hier zijn ondernemers die een melkveehouderij hebben als hoofdactiviteit vergeleken met ondernemers die een andere hoofdactiviteit hebben.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
14
Toekomstbestendig Grote meerderheid heeft één of meerdere zaken nodig om toekomstbestendig te blijven of te worden
Wat heeft u als ondernemer nodig om toekomstbestendig te blijven of te worden? U kunt meerdere antwoorden geven. Financiële armslag (geld) Belastingvrijstellingen Advies over regelgeving en subsidies Experimenteervergunningen, meer ruimtelijke mogelijkheden Advies over vernieuwing en innovatie in de sector Ondersteuning bij (de weg naar) omvorming naar duurzame landbouw Een opvolger Garantstelling voor het afsluiten van kredieten Mogelijkheid tot klankborden (met collega’s, deskundigen, coach) Financieel advies (bijv. over kostenbesparing) Nieuwe afzetmarkten Nieuwe technologieën, namelijk: Psychosociale hulp Anders, namelijk: Ik heb niets nodig om toekomstbestendig te blijven of te worden N
58,6 33,6 33,6 32,8 28,9
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
• Een derde noemt (ook) belastingvrijstellingen (34%), advies over regelgeving en subsidies (34%) en/of experimenteervergunning, meer ruimtelijke mogelijkheden (33%).
16,4 14,1 14,1 10,2 8,6 7,8
• Drie op de tien (29%) hebben behoefte aan advies over vernieuwing en innovatie in de sector. • Bijna een kwart (23%) wil ondersteuning m.b.t. duurzame landbouw.
0,0
• Ondernemers van 50 jaar en jonger zeggen vaker bepaalde zaken nodig te hebben (95% vs. 75%). Ze noemen financiële armslag (73% vs. 46%), experimenteervergunning (47% vs. 21%), garantstelling voor het afsluiten van kredieten (22% vs. 7%) en nieuwe technologieën (13% vs. 3%) vaker.
14,8 15,6 128
Financiële armslag (geld) Belastingvrijstellingen Advies over regelgeving en subsidies Experimenteervergunningen, meer ruimtelijke mogelijkheden Advies over vernieuwing en innovatie in de sector Ondersteuning bij (de weg naar) omvorming naar duurzame Een opvolger Garantstelling voor het afsluiten van kredieten Mogelijkheid tot klankborden (met collega’s, deskundigen, coach) Financieel advies (bijv. over kostenbesparing) Nieuwe afzetmarkten Nieuwe technologieën, namelijk: Psychosociale hulp Anders, namelijk: Ik heb niets nodig om toekomstbestendig te blijven of te worden N
Totaal Westerveld 58,6 59,2 33,6 35,2 33,6 36,6 32,8 36,6 28,9 28,2 23,4 16,9 16,4 18,3 14,1 11,3 14,1 15,5 10,2 8,5 8,6 7,0 7,8 5,6 0,0 0,0 14,8 18,3 15,6 14,1 128 71
www.kienonderzoek.nl
• Ruim acht op de tien (84%) ondernemers noemen één of meerdere zaken die zij nodig hebben om toekomstbestendig te blijven of te worden. • Financiële armslag wordt verreweg het vaakst genoemd (59%).
23,4
Uitsplitsing naar gemeente
Conclusies:
|
De Wolden 57,9 31,6 29,8 28,1 29,8 31,6 14,0 17,5 12,3 12,3 10,5 10,5 0,0 10,5 17,5 57
050-3171777
|
• Ook melkveehouders* zeggen vaker bepaalde zaken nodig te hebben (96% vs. 68%). Ze noemen financiële armslag (73% vs. 38%) en belastingvrijstellingen (45% vs. 17%) vaker.
Toelichting: Bij deze vraag kon men meerdere antwoorden geven. De percentages tellen daardoor op tot meer dan 100%. De antwoordopties zijn t.b.v. de rapportage gesorteerd van vaakst naar minst vaak genoemd. * Hier zijn ondernemers die een melkveehouderij hebben als hoofdactiviteit vergeleken met ondernemers die een andere hoofdactiviteit hebben.
15
Verwachtingen gemeente toekomstbestendigheid Acht op de tien verwachten iets van de gemeente
Conclusies:
Wat verwacht u van de gemeente om toekomstbestendig te blijven of te worden? open antwoord
78,0
Weet ik niet
N
• Bijna acht op de tien (78%) ondernemers noemen één of meerdere zaken die zij verwachten van de gemeente om toekomstbestending te blijven of te worden. • Hiernaast een overzicht van enkele (typerende) antwoorden.
22,0
• Meermaals genoemde antwoorden gaan onder andere over:
127
• duidelijkheid • geen extra regels “Dat er geen extra regelgeving bovenop de regels komen die we al te veel hebben.”
“Ondersteuning in de plannen die we hebben, dit loopt tot op heden prima.”
“Duidelijke informatie.”
“Dat ze er alles voor zullen doen om de landbouw toekomst perspectief te geven.”
“Luisteren naar de problemen en de wensen van de ondernemers. En in het belang van de ondernemer mee te denken.”
“Soepele vergunningverlening, geen extra regels.”
“Meedenken met de agrarische sector.”
“Dat de gemeente er alles aan doet wat in haar mogelijkheden ligt om gangbare landbouw te behouden in een goede relatie met natuurbehoud.”
“Snelle afhandeling vergunning aanvragen. Traagheid belemmerd de vooruitgang van ons bedrijf.”
“Dat ze waarmaken wat ze altijd beweren: dat de gemeente landbouw belangrijk vindt, en daarom ook zorgen voor een gunstig klimaat voor de landbouw, en niet verschuilen achter regels die door de provincie of de overheid worden opgelegd.”
• vergunningsaanvragen sneller afhandelen • soepel omgaan met vergunningsaanvragen • meedenken met de sector
“Een duidelijke landbouwvisie waarin bedrijfsontwikkeling mogelijk blijft.”
“Beleid voor boeren die doorgaan en dan pas ruimte voor recreatie en burgers.”
Toelichting: Alle gegeven antwoorden zijn te vinden in de online rapportage.
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
16
Uitdagingen bedrijf en agrarische sector
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
17
… natuurontwikkeling – Natuurnetwerk Nederland Toekomstperspectief (1)
12,3
13,6
27,8
34,0
6,2 6,2
162
3,0
Minstens de helft zegt dat (tegenstrijdige) regelgeving, Europees beleid, ontwikkelingen in kostprijs en opbrengst en het16,0 imago 4,9 van6,8 de3,7 sector veel invloed hebben … woningbouw, stedelijke ontwikkeling 55,6 13,0 162 1,6 … bestemming grond en gebouwen (bv. vrijkomende agrarische bebouwing)
38,9
17,9
… toelatingsbeleidvan gewasbeschermingsmiddelen 22,2 In hoeverre wordt het toekomstperspectief uw bedrijf beïnvloed door... Niet
Weinig
Enigszins
Veel
Weet ik niet
… ontwikkelingen in kostprijs en opbrengst
6,3 5,1
26,6
… Europees beleid
5,8 5,8
24,0
… (tegenstrijdige) regelgeving 4,4 6,3 11,7
11,0
… (oplopende) grondprijzen
11,4
13,3
… klimaatveranderingen (droogte, wateroverlast)
14,1
… stikstofproblematiek/Natura2000 wetgeving
11,4
… energietransitie (fossiele brandstoffen op het bedrijf vervangen door (meer) duurzame)
14,1
… natuurontwikkeling – Natuurnetwerk Nederland*
12,3
… ruimteclaims voor klimaat-, landbouw en voedsel- en energietransitie
13,6
… bodem- en waterkwaliteit
14,1
Niet
19,1
… opgaven rond herstel van biodiversiteit
17,3
Weinig
Enigszins
Veel
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
Weet ik niet
|
10,5 4,9 11,1
24,7
18,5
57,0 57,1 58,9 23,4
50,6 39,2
14,1
32,3 48,7
10,1
20,5
19,6
49,4
16,7
37,8
13,6
34,0 32,5
27,6 9,9
22,7 29,5
20,4
21,8
35,9
050-3171777
|
18
5,1 158
3,4
7,1
154
3,4
8,9
158
3,5
3,2 154
3,2
3,8 158
3,0
2,6 156
2,8 3,2
5,8
156
2,8
6,2 6,2
162
3,0
11,7
154
2,7
4,5 156
2,7
7,4
11,1
162
2,8
16,0
9,0
156
2,6
Niet van toepassing, dit speelt niet voor mijn bedrijf
|
Gem
158
24,4 32,1
N
9,5 25,6
27,8
19,5
www.kienonderzoek.nl
4,9 8,0
Niet van toepassing, dit speelt niet voor mijn bedrijf
21,5
… imago dat de media schetsen van de agrarische sector
… bedrijfsopvolging*
21,6
16,7
162
2,0
162 Conclusies: 2,5 • Op deze pagina staan de zaken die voor minstens de helft van de ondernemers enigszins/veel invloed hebben op het toekomstperspectief. • Ontwikkelingen in kostprijs en opbrengst (84%), Europees beleid (81%) en (tegenstrijdige) regelgeving (80%) worden het vaakst genoemd. Bijna zes op de tien zeggen dat deze factoren veel invloed hebben (resp. 57%, 57% en 59%). • Het imago dat de media schetsen van de sector (74%) en/of (oplopende) grondprijzen (72%) hebben voor ruim zeven op de tien enigszins/veel invloed. • Ruim twee derde geeft aan dat klimaatveranderingen (69%) en/of stikstofproblematiek/Natura2000 wetgeving (69%) enigszins/veel invloed hebben. • Energietransitie (63%) en/of natuurontwikkeling – Natuurnetwerk Nederland (62%) hebben voor ruim zes op de tien enigszins/veel invloed. • Ruimteclaims (55%), bodem- en waterkwaliteit (54%), bedrijfsopvolging (53%) en/of opgaven rondom herstel van biodiversiteit (52%) hebben voor ruim de helft enigszins/veel invloed.
Toelichting: * Alleen bij deze stellingen kon men antwoorden met ‘Niet van toepassing, dit speelt niet voor mijn bedrijf’. De stellingen zijn t.b.v. de rapportage gesorteerd op het percentage enigszins + veel (van hoog naar laag).
… natuurontwikkeling – Natuurnetwerk Nederland Toekomstperspectief (2)
12,3
13,6
27,8
34,0
6,2 6,2
Woningbouw, stedelijke ontwikkeling en veenweide en bodemdaling het minst vaak genoemd … woningbouw, stedelijkeworden ontwikkeling 55,6 als factoren met enigszins/veel 16,0 4,9 6,8invloed 3,7 13,0 … bestemming grond en gebouwen (bv. vrijkomende agrarische bebouwing)
38,9
17,9
… toelatingsbeleidvan gewasbeschermingsmiddelen 22,2 In hoeverre wordt het toekomstperspectief uw bedrijf beïnvloed door... Niet
Weinig
Enigszins
Veel
Weet ik niet
21,6
16,7
10,5 4,9 11,1
24,7
18,5
4,9 8,0
Niet van toepassing, dit speelt niet voor mijn bedrijf
162
3,0
162
1,6
162
2,0
162 Conclusies: 2,5 • Op deze pagina staan de zaken die voor minder dan de helft van de ondernemers enigszins/veel invloed hebben op het toekomstperspectief.
N Gem … toelatingsbeleid gewasbeschermingsmiddelen*
22,2
21,6
… financieringsproblemen (aflossing en/of geen financiering kunnen krijgen)*
29,0
… wisselwerking met (buurt)bewoners
31,2
22,2
36,4
… bestemming grond en gebouwen (bv. vrijkomende agrarische bebouwing)*
38,9
31,0
55,6 14,1
… bedrijfsopvolging*
19,1
… opgaven rond herstel van biodiversiteit
17,3
Weinig
Enigszins
Veel
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
Weet ik niet
|
14,8 2,5 8,6
162
2,3
10,4 3,2 154
2,2
4,53,9 154
2,0
162
2,0
16,2
11,0 3,9 154
1,9
16,9
9,1 3,9 154
2,0
14,6
19,6
5,7
158
2,0
18,6
10,3 5,83,8 156
1,6
16,0
27,6 9,9
2,5
10,5 4,9 11,1
25,3
61,5
… woningbouw, stedelijke ontwikkeling
Niet
16,7
33,1
… veenweide en bodemdaling
162
24,7
17,9
29,1
4,9 8,0
26,0
30,5
37,0
… afname van biodiversiteit
… bodem- en waterkwaliteit
22,8
43,5
… toerisme
18,5
29,2
… Covid-19
… (ongunstige) verkaveling
24,7
29,5 20,4
21,8
4,9 6,8 3,7 13,0 24,4
32,1 35,9
|
050-3171777
|
19
1,6
4,5 156
2,7
7,4
11,1
162
2,8
16,0
9,0
156
2,6
Niet van toepassing, dit speelt niet voor mijn bedrijf
www.kienonderzoek.nl
162
Toelichting: * Alleen bij deze stellingen kon men antwoorden met ‘Niet van toepassing, dit speelt niet voor mijn bedrijf’. De stellingen zijn t.b.v. de rapportage gesorteerd op het percentage enigszins + veel (van hoog naar laag).
Toekomstperspectief (3) Toerisme speelt voor ondernemers uit de gemeente Westerveld vaker enige/een grote rol
Conclusies:
Uitsplitsing naar gemeente % enig + veel invloed
Totaal Westerveld 83,5 82,6
ontwikkelingen in kostprijs en opbrengst **
De Wolden 84,7
Europees beleid**
81,2
80,0
82,6
(tegenstrijdige) regelgeving **
80,4
81,4
79,2
imago dat de media schetsen van de agrarische sector**
74,0
71,8
76,8
(oplopende) grondprijzen **
71,5
70,9
72,2
klimaatveranderingen (droogte, wateroverlast)
69,2
67,4
71,4
stikstofproblematiek/Natura2000 wetgeving **
69,0
72,1
65,3
energietransitie (fossiele brandstoffen op het bedrijf vervangen door (meer) duurzame) **
63,5
64,0
62,9
natuurontwikkeling – Natuurnetwerk Nederland **
61,7
63,6
59,5
ruimteclaims voor klimaat-, landbouw en voedsel- en energietransitie**
55,2
56,5
53,6
bodem- en waterkwaliteit
53,8
52,3
55,7
bedrijfsopvolging **
52,5
48,9
56,8
opgaven rond herstel van biodiversiteit**
51,9
51,2
52,9
toelatingsbeleid gewasbeschermingsmiddelen**
43,2
48,9
36,5
financieringsproblemen (aflossing en/of geen financiering kunnen krijgen) **
37,7
35,2
40,5
wisselwerking met (buurt)bewoners
36,4
37,6
34,8
C ovid-19
29,2
29,4
29,0
bestemming grond en gebouwen (bv. vrijkomende agrarische bebouwing)
27,2
30,7
23,0
(ongunstige) verkaveling**
27,3
31,8
21,7
toerisme
26,0
32,9
17,4
afname van biodiversiteit
25,3
25,6
25,0
veenweide en bodemdaling
16,0
16,3
15,7
woningbouw, stedelijke ontwikkeling
11,7
14,8
8,1
Minimale N
154
85
69
• Over het algemeen zijn er weinig verschillen tussen de ondernemers uit beide gemeenten als het gaat om factoren die in enigszins/veel invloed hebben op het toekomstperspectief. • Ondernemers uit de gemeente Westerveld zeggen wel vaker dat toerisme enige/veel invloed heeft op het toekomstperspectief van hun bedrijf. • Dat lijkt ook te gelden voor het toelatingsbeleid gewasbeschermingsmiddelen en (ongunstige) verkaveling (indicatieve verschillen). • Voor ondernemers van 50 jaar en jonger zijn financieringsproblemen (46% vs. 31%) en ontwikkelingen in kostprijs en opbrengst (90% vs. 78%) vaker van (enige) invloed. • De factoren die voor melkveehouders* vaker van (enige) invloed zijn, zijn in de tabel met ** aangegeven.
Toelichting: De stellingen zijn t.b.v. de rapportage gesorteerd op het percentage enigszins + veel (van hoog naar laag). significant hoger significant lager
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
20
* Hier zijn ondernemers die een melkveehouderij hebben als hoofdactiviteit vergeleken met ondernemers die een andere hoofdactiviteit hebben.
Natuurgebieden Het Dwingelderveld wordt het vaakst genoemd als natuurgebied dat van invloed is op het bedrijf
Conclusies:
U heeft aangegeven dat stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving invloed heeft op het toekomstperspectief van uw bedrijf.
• Onder degenen die hebben aangegeven dat stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving enigszins of veel invloed heeft op het toekomstperspectief van hun bedrijf, is het Dwingelderveld voor ruim de helft (54%) het natuurgebied dat van invloed is.
Wat is de naam van het natuurgebied dat invloed heeft op uw bedrijf, als het gaat om stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving? U kunt meerdere antwoorden geven.
Dwingelderveld
54,3
Drents-Friese Wold & Leggelderveld
42,9
Ander natuurgebied, namelijk:
N
• Ruim twee op de tien (22%) hebben (ook) te maken met een ander natuurgebied. De Wieden, Havelte Oost, het Mantingerveld en het Reestdal worden onder andere genoemd.
44,8
Holtingerveld
• Voor 45% is dit (ook) het Drents-Friese Wold & Leggelderveld. 43% heeft (ook) te maken met het Holtingerveld.
• Hoewel het Dwingelderveld in de gemeente Westerveld ligt, is het vaker van invloed op ondernemers uit de gemeente De Wolden (75% vs. 39%).
21,9
105
Uitsplitsing naar gemeente Totaal Westerveld 54,3 39,3 44,8 75,4 42,9 52,5 21,9 11,5 105 61
Dwingelderveld Drents-Friese Wold & Leggelderveld Holtingerveld Ander natuurgebied, namelijk: N
De Wolden 75,0 2,3 29,5 36,4 44
Toelichting: Bij deze vraag kon men meerdere antwoorden geven. De percentages tellen daardoor op tot meer dan 100%. significant hoger significant lager
Agrarische sector De Wolden en Westerveld - Stimuland - November 2021
|
www.kienonderzoek.nl
|
050-3171777
|
21
Deze vraag werd alleen gesteld aan degenen die hebben aangegeven dat stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving enigszins of veel invloed heeft op het toekomstperspectief van hun bedrijf.
Kansen en bedreigingen stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving Meerderheid ziet geen of weinig kansen
Conclusies:
U heeft aangegeven dat stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving invloed heeft op het toekomstperspectief van uw bedrijf.
• Hiernaast een overzicht van enkele (typerende) antwoorden als het gaat om kansen en bedreigingen, van de ondernemers die hebben aangegeven dat stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving enigszins of veel invloed heeft op het toekomstperspectief van hun bedrijf.
Welke kansen en bedreigingen ziet u, als het gaat om stikstofproblematiek/Natura 2000 wetgeving? Kansen: “Ik zie hier totaal geen kansen in.”
“In plaats van tegen elkaar (milieuorganisaties ed) moet er eens samengewerkt worden.”
“Natuurbeheer, nieuwe technieken waarmee je je uitstoot vermindert.”
“Echte metingen gaan verrichten, zodat er eindelijk duidelijk wordt wat er uit de landbouw aan stikstof werkelijk in de natuurgebieden terecht komt en wat daar dan de gevolgen van zijn voor die natuur. Het is tot op heden één papieren werkelijkheid.” “Alleen wanneer door grote krimp van bedrijven de producten schaars worden en daar door (veel) duurder kunnen wij dit als een kans zien.”
• Zes op de tien (60%) zien geen of weinig kansen.
“Ik weet niet wat de kansen zijn omdat de overheid tegenstrijdige signalen afgeeft. Dan dit dan dat. Voordat ik iets ga doen moet ik zekerheid hebben over de doelen.”