Bijlage 3b Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
juni ’23
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek B 0
C
D
Bodemopbouw
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Eigendomssituatie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
G
A 0
Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
juni ’23
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente De Wolden en Hoogeveen (via email d.d. 19-06-2023); • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van het kaartenportaal van de Provincie Drenthe; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
Buitenhuizerweg 1 Ruinerwold De Wolden Zie bijlage 1 X = 213.358 Y= 525.613 Gemeente Ruinerwold, sectie M nr. 878 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 40.000 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van een weiland gelegen aan de Buitenhuizerweg 1 te Ruinerwold. De opdrachtgever is voornemens om de onderzoekslocatie te herontwikkelen. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op de onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “middelhoge trefkans”. Woningbouw.
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.
juni ’23
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf ca. 1900 tot basis van heden wordt de locatie weergegeven als agrarisch perceel. topografische kaarten, Topotijdreis) Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten van voor 1899 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevindt toekomstig zicht een woonwijk, een bedrijventerrein (Hoge Akkers) en agrarische percelen.
juni ’23
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een deel van een weiland gelegen aan de Buitenhuizerweg 1 te Ruinerwold. De opdrachtgever is voornemens om de onderzoekslocatie te herontwikkelen. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor zover na te gaan is de onderzoekslocatie in het verleden als agrarische grond in gebruik geweest.
Bouwvergunning
Er is andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie Buitenhuizerweg 1 wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld onder: -P.S.J. Stevens Vestiging is opgeheven of verplaatst -Vereniging van eigenaars Gorechtkade 134/134a te Groningen
Aanwezigheid brandstoftanks
Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.
Aanwezigheid asbest
De daken van de omliggende bebouwing zijn deels/niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest (zie figuur 1).
figuur 1: asbestdakenkaart gemeente De Wolden
Ophogingen/dempingen/stortingen
juni ’23
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel.
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
juni ’23
Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie.
Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich een woonwijk, een bedrijventerrein en agrarische percelen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
niet bekend
Omgeving <25 m
verkennend bodemonderzoek de Wijerd Tukkers, 610021, d.d. 08-02-1996 Bovengrond: Ondergrond: Grondwater: chroom >S Verkennend bodemonderzoek Buitenhuizerweg (Perceel achter Mickelhorst 1 t/m 9 en Pieter Jochemswal 2 t/m 6) Ruinerwold, Eco Reest, 141395, 09-12-2014 Bovengrond: Ondergrond: Grondwater: plaatselijk barium, lood >S
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
► Niet bekend.
►Ontgravingskaart boven- en ondergrond: AW
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 1.7 m+NAP.
juni ’23
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
tabel 6: geohydrologische opbouw
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Ruinerwold, perceel sectie M nr. 878 (ged.) Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
juni ’23
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie als agrarische grond in gebruik is geweest. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.2, strategie voor een grootschalige onverdachte locatie (ONV-GR-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 40.000 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-GR-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
juni ’23
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. T. Querner (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
17-05-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
25-05-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering geen bijzonderheden
17-05-2023
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
21
ca.0.5
11 t/m 30
4
ca.2.0
6 t/m 10
5
ca.2.5
1 t/m 5
Onderzoekslocatie (ca. 40.000 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
juni ’23
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-1.5 1.5-2.5
hoofdbestanddeel
Toevoeging
kleur
zand zand zand
zwak siltig, zwak humeus zwak siltig zwak siltig
donkerbruin donker beige-bruin licht beige-grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1 2 3 4 5
1.5-2.5 1.5-2.5 1.5-2.5 1.3-2.3 1.3-2.3
1.0 0.8 1.0 1.0 1.05
5 5 5 5 5
6.5 6.7 6.3 6.4 6.3
juni ’23
EGV geleidingsvermogen µS/cm 590 740 720 470 780
troebelheid (NTU) 9.4 8.8 9.4 9.0 8.0
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
juni ’23
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
1+2+6+10 t/m 16
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
3+7+8+17 t/m 23
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
4+5+9+24 t/m 30
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM4
1+2+6
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM5
3+7+8
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM6
4+5+9
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
1 (peilbuis)
1
1.5-2.5
-
2 (peilbuis)
2
1.5-2.5
-
3 (peilbuis)
3
1.5-2.5
-
4 (peilbuis)
4
1.3-2.3
-
5 (peilbuis)
5
1.3-2.3
-
NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000
grondwater
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond
= Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vl. aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N), Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
juni ’23
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
juni ’23
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. Opmerking: op de analysecertificaten staat een onjuiste kadastrale sectie en een onjuist kadastraalnummer aangegeven. 4.3.1
Grond en grondwater
In de tabellen 14 t/m 18 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10824-Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
Certificaat
13871934
Toetsing
12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 23-06-2023 - 12:41
Parameters
Toetsing
13871934-002
13871934-001
13871934-003
MM1MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 06: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12:MM2MM2, 0-50, 13: 0-50, 03: 0-50, 14: 0-50, 07: 0-50, 15: 0-50, 17: 0-50, 16: 0-50 18: 0-50, 19: 0-50, 20:MM3MM3, 0-50, 21: 0-50, 04: 0-50, 22: 0-50, 05: 0-50, 23: 0-50, 09: 0-30, 08: 0-50 24: 0-50, 25: 0-50, 26: 0-50, 27: 0-50, 28: 0-50, 29: 0-50, 30: 0
Analyse
Eenheid
AW
T
I
monster voorbehandeling droge stof
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Overschrijding Achtergrondwaarde
SR
BT
BC
BI
Ja
SR
BT
BC
BI
Ja 77.8
SR
BT
%
80.3
gewicht artefacten g
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
5.2
5.2
5.7
5.7
4.2
4.2
2.8
2.8
4.7
4.7
4.1
4.1
80.3
BC
BI
Ja 82.1
77.8
<1
82.1
<1
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN barium
+
920
<20
49.3
--
21
60.8
--
<20
43
--
cadmium
mg/kg
mg/kg 0.6
6.8
13
<0.2
0.208
<=AW
0
0.21
0.298
<=AW
0
<0.2
0.213
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
3.39
<=AW
0
<1.5
2.85
<=AW
0
<1.5
3
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
8.6
15.6
<=AW
0
11
18.6
<=AW
0
11
19.8
<=AW
0
kwik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0484
<=AW
0
0.06
0.0803
<=AW
0
0.06
0.082
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
14
20.5
<=AW
0
18
25.3
<=AW
0
90
131
WO
0.17
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
5.74
<=AW
0
<3
5
<=AW
0
<3
5.21
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
25
52.9
<=AW
0
34
65.5
<=AW
0
22
44.9
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
<0.01
0.007
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
0.098
0.098
<=AW
0
0.098
0.098
<=AW
0
0.128
0.128
<=AW
0
20
510
1000
4.9
9.42
<=AW
-
4.9
8.6
<=AW
-
4.9
11.7
<=AW
-
190
2595
5000
<20
26.9
<=AW
0
<20
24.6
<=AW
0
30
71.4
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.7 1.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40
Verk laring kolom m en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar s tandaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS beheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS beheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Indus trie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
juni ’23
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10824-Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
Certificaat
13871934
Toetsing
12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 23-06-2023 - 12:04
Parameters
Analyse
Toetsing
Eenheid
AW
13871934-004
T
I
MM4, 06: 50-100, 06: 100-150, 06: 150-200, 01: 50-100,
13871934-005 MM5 MM5, 03: 50-100, 03: 100-150, 03: 150-200, 07: 50-100,
13871934-006
01: 100-150, 01: 150-200, 02: 150-200
07:100-150, 07:150-200, 08:50-100, 08:100-150, 08: 150-200 05: 100-150, 05: 150-200, 09: 100-150, 09: 150-200
MM6, 04: 50-100, 04: 100-150, 04: 150-200, 05: 50-100,
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
Ja 79.4
SR
BT
%
79.5
gewicht artefacten g
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
<0.2
0.2
1.0
1
<0.2
0.2
2.7
2.7
3.4
3.4
4.3
4.3
79.5
BC
BI
Ja 81.9
79.4
<1
81.9
<1
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN barium
+
920
<20
49.9
--
<20
46.2
--
<20
42.1
--
cadmium
mg/kg
mg/kg 0.6
6.8
13
<0.2
0.238
<=AW
0
<0.2
0.236
<=AW
0
<0.2
0.233
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
3.43
<=AW
0
<1.5
3.2
<=AW
0
<1.5
2.95
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
<5
7.07
<=AW
0
<5
6.91
<=AW
0
<5
6.71
<=AW
0
kwik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0497
<=AW
0
<0.05
0.0492
<=AW
0
<0.05
0.0485
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
<10
10.9
<=AW
0
<10
10.7
<=AW
0
<10
10.6
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
5.79
<=AW
0
<3
5.49
<=AW
0
<3
5.14
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
<20
32.1
<=AW
0
<20
31
<=AW
0
<20
29.7
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
0.02
0.02
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
0.083
0.083
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
20
510
1000
4.9
24.5
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
190
2595
5000
<20
70
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.7 1.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40
juni ’23
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
tabel 16: gemeten gehaltes (µg/) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10824-Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
Certificaat
13875871
Toetsing
13-Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 23-06-2023 - 10:46
Parameters
Analyse
Toetsing
Eenheid
S
T
I
barium
ug/l
50
338
cadmium
ug/l
0.4
3.2
kobalt
ug/l
20
koper
ug/l
kwik
13875871-001
13875871-002
13875871-003
Pb 1Pb 1, 01-Pb1: 150-250
Pb 2Pb 2, 02-Pb2: 150-250
Pb 3Pb 3, 03-Pb3: 150-250
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Overschrijding Streefwaarde
Overschrijding Streefwaarde
Overschrijding Streefwaarde
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
625
120
120
>S
0.12
140
140
>S
0.16
200
200
>S
0.26
6
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
60
100
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
15
45
75
9.1
9.1
<=S
-
3.5
3.5
<=S
-
7.4
7.4
<=S
-
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
2.5
2.5
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
<3
2.1
<=S
-
<3
2.1
<=S
-
<3
2.1
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
<10
7
<=S
-
<10
7
<=S
-
14
14
<=S
-
METALEN
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
0.29
0.29
<=S
-
ethylbenzeen
ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
o-xyleen
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
<0.1
0.07
p- en m-xyleen
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
0.37
0.37
xylenen (0.7 factor)
ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
0.21
0.21
<=S
-
0.44
0.44
>S
0.00
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
naftaleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
<0.02
0.014
<=S
-
0.25
0.25
>S
0.00
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan
ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan
ug/l
7
204
400
0.22
0.22
<=S
-
0.30
0.3
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen
ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
cis-1,2-dichlooretheen
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
<0.1
0.07
som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 ug/lfactor)
0.01
10
20
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan
ug/l
0.01
500
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
som dichloorpropanen (0.7 factor)
ug/l
0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen
ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan
ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan
ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan
ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheen
ug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
chloroform
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tribroommethaan
ug/l
630
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
MINERALE OLIE fractie C10-C12
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C12-C22
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C22-C30
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C30-C40
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
totaal olie C10 - C40
ug/l
<50
35
<=S
-
<50
35
<=S
-
<50
35
<=S
-
juni ’23
50
325
600
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
tabel 17: gemeten gehaltes (µg/) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10824-Buitenhuize rweg 1, Ruinerwold
Certificaat
13875871
Toetsing
13-Beoordeling kwaliteit van grondwate r volgens Wbb
Toetsversie
Toe tsversie 2.0.0, toe tska der WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 23-06-2023 - 10:46
Parameters
Toetsing
13875871-004
13875871-005
Pb 4Pb 4, 04-Pb4: 130-230
Pb 5Pb 5, 05-Pb4: 130-230
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Overschrijding Streefwaarde Analyse
Eenheid
S
T
I
barium
ug/l
50
338
cadmium
ug/l
0.4
3.2
kobalt
ug/l
20
koper
ug/l
kwik
Overschrijding Streefwaarde
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
625
110
110
>S
0.10
250
250
>S
0.35
6
<0.2
0.14
<=S
-
0.31
0.31
<=S
-
60
100
<2
1.4
<=S
-
2.3
2.3
<=S
-
15
45
75
8.8
8.8
<=S
-
13
13
<=S
-
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
3.5
3.5
<=S
-
7.1
7.1
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
<10
7
<=S
-
22
22
<=S
-
benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen
ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
o-xyleen
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
p- en m-xyleen
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
xylenen (0.7 factor)
ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
0.21
0.21
<=S
-
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
naftaleen
ug/l
0.01
35
70
0.10
0.1
>S
0.00
<0.02
0.014
<=S
-
METALEN
VLUCHTIGE AROMATEN
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan
ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan
ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen
ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
cis-1,2-dichlooretheen
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 ug/lfactor)
0.01
10
20
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan
ug/l
0.01
500
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
som dichloorpropanen (0.7 factor)
ug/l
0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen
ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan
ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan
ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan
ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheen
ug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
chloroform
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tribroommethaan
ug/l
630
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
MINERALE OLIE fractie C10-C12
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C12-C22
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C22-C30
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C30-C40
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
totaal olie C10 - C40
ug/l
<50
35
<=S
-
<50
35
<=S
-
50
325
600
Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk --
Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing
---
Streefwaarde ontbreek t, zorgplicht van toepassing
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
<=S
Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde
>S
Groter dan de streefwaarde
>I
Groter dan interventiewaarde
>(ind)I
INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden
^
Enk ele parameters ontbrek en in de som
*
Het gehalte is groter dan de streefwaarde/achtergrondwaarde en k leiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd)
**
Het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde en k leiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd)
***
Het gehalte is groter dan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd)
Kleur informatie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
> streefwaarde
juni ’23
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 18: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond
Boringen
Diepte Zintuiglijk >AW
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1 MM2 MM3
1+2+6+10 t/m 16 3+7+8+17 t/m 23 4+5+9+24 t/m 30
0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5 -
-
-
Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*
MM4
1+2+6
0.5-2.0 -
lood -
-
-
Achtergrondwaarde*
MM5 2+5+6 MM6 4+5+9 grondwater
0.5-2.0 0.5-2.0
-
-
-
Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*
Pb1 Pb2
1 2
1.5-2.5 1.5-2.5 -
Pb3
3
1.5-2.5 -
-
-
n.v.t. n.v.t. n.v.t
Pb4
4
1.3-2.3 -
-
-
n.v.t
Pb5
5
1.3-2.3 -
barium barium barium, xylenen, naftalenen barium, naftalenen, barium
-
-
n.v.t
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte aan lood t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte lood (zware metalen) in het bovengrondmengmonster MM3 is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan de zintuiglijk waargenomen bijmengingen in het opgeboorde materiaal. Een bodemverontreiniging met lood kan vooral voor jonge kinderen een gezondheidsrisico vormen. De wetenschappelijke kennis laat zien dat de huidige interventiewaarde bodem onvoldoende bescherming biedt voor de gezondheid van deze kinderen. GGD’en hebben de wettelijke taak gemeenten te adviseren over de gezondheidsrisico’s van omgevingsfactoren en de publiekscommunicatie daarover. De loodinname die bij kinderen leidt tot één of drie IQ-puntenverlies kan met het blootstellingsmodel CSOIL worden omgerekend naar een gehalte lood in bodem. In onderstaande tabel staan de berekende gezondheidskundige risicowaarden voor lood in bodem weergegeven. Bij de beoordeling van het gezondheidsrisico van lood in bodem wordt het gemeten loodgehalte in de bodem gebruikt (dus niet het gestandaardiseerde loodgehalte). In de tabel staan ook de handelingsperspectieven en gebruiksadviezen.
Voor plaatsen waar jonge kinderen veel in contact komen met grond, gaat de voorkeur uit naar een voldoende bodemkwaliteit voor lood. Het is een beleidsmatige afweging hoe de juni ’23
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
risicowaarden in de praktijk worden toegepast en welke acties men hieraan koppelt. De GGD’en worden bij voorkeur vroegtijdig hierbij betrokken Voor meer informatie wordt verwezen naar “”Lood in bodem en gezondheid van de GGD” of de plaatselijke GGD. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonster MM4 t/m MM6 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 2 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 3 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 3 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen), xylenen en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 4 (1.3-2.3 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 4 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen) en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 5 (1.3-2.3 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 5 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde.
Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
juni ’23
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen / bijmengingen of asbestverdachte materialen waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 19. tabel 19: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond MM1
Boringen
Diepte Zintuiglijk >AW
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
1+2+6+10 t/m 16
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
3+7+8+17 t/m 23
0.0-0.5 -
MM3 4+5+9+24 t/m 30 MM4 1+2+6 MM5 2+5+6 MM6 4+5+9 grondwater Pb1 1 Pb2 2 Pb3 3
0.0-0.5 0.5-2.0 0.5-2.0 0.5-2.0
lood -
-
-
Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*
1.5-2.5 1.5-2.5 1.5-2.5 -
-
-
n.v.t. n.v.t. n.v.t
Pb4
4
1.3-2.3 -
-
-
n.v.t
Pb5
5
1.3-2.3 -
barium barium barium, xylenen, naftalenen barium, naftalenen, barium
-
-
n.v.t
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
MM2
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. het bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte aan lood t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
juni ’23
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonster MM4 t/m MM6 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 2 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 3 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 3 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen), xylenen en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
peilbuis 4 (1.3-2.3 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 4 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen) en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 5 (1.3-2.3 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 5 bevat een verhoogd gehalte aan barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
juni ’23
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 20 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 20: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
onverdacht
nee, er zijn verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
De bovengrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten plaatselijk overschrijdingen t.o.v. resp. de achtergrondwaarde en de streefwaarde. De licht verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt, behoudens t.pv. drie onderzochte druppelzoens, geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Afwijkingen t.o.v.
normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden. Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het juni ’23
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
juni ’23
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van de locatie gelegen aan de Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.
In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.
een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen.
Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
juni ’23
28
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold
6
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.