CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3b Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold Bijlagen toelichting

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 19 februari 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Raadsvoorstel ‘Bestemmingsplan Buitengebied – deelplan Uitbreiding Kerkweg Ruinerwold’23.062 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, DEELPLAN UITBREIDING KERKWEG, RUINERWOLD

GEMEENTE DE WOLDEN VASTGESTELD PLAN

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, DEELPLAN UITBREIDING KERKWEG, RUINERWOLD GEMEENTE DE WOLDEN VASTGESTELD PLAN

Identificatienummer NL.IMRO.1690.2023BP1002020-VG01 Datum

Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold

De Wolden

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identif icatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1690.2023BP1002020-VG01

20 juli 2023 13-09-2023 12-12-2023

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20250174 opdrachtleider:

E. Oude Wesselink

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r

4

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

26

Bijlage 3

Bodemonderzoek

48

Bijlage 4

Memo waterberging Kerkweg Zuid

115

Bijlage 5

Memo waterberging vervolg

143

Bijlage 6

Waterhuishoudkundig plan

147

Bijlage 7

Quickscan Ecologie

230

Bijlage 8

Stikstofonderzoek

255

Bijlage 9

Reactienota vooroverleg en inspraak BP Uitbr Kerkweg Ruinerwold

293

Bijlage 10

Zienswijzen nota Kerkweg - Ruinerwold

329

Bijlage 11

Memo participatie bezwaarmakers Buitenhuizerweg

364

2

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Bijlagen toelichting

3

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r

4

16 november 2023

Ruinerwold – Kerkweg 16 november 2023 Dumas Real Estate 20220736 ing. H.A.Q. Maas

Rho adviseurs voor leefruimte

20211841

Rho adviseurs voor leefruimte

20211841

Dumas Real Estate is voornemens aan de Kerkweg te Ruinerwold een nieuwe wijk te realiseren. Het perceel aan de Kerkweg is kadastraal bekend als Ruinerwold M 878. Binnen het plangebied wil de ontwikkelaar een gefaseerde ontwikkeling van maximaal 125 woningen mogelijk maken. Aanvullend op dit plan worden een boerderij en stallen op locatie Buitenhuizerweg 4 vervangen door 3 woningen. Deze gronden zijn kadastraal bekend als Ruinerwold M 846, 1.388, 1.404 en 1.405. Deze transformatie van het voormalige agrarische bedrijfsperceel is noodzakelijk om de agrarische bestemming van de Buitenhuizerweg 4 te doen vervallen, waardoor een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woonwijk wordt gewaarborgd. Omdat de ontwikkeling van de Kerkweg en de Buitenhuizerweg 4 niet los van elkaar kunnen worden gezien, worden beide locaties één bestemmingsplan opgesteld. Voor beide locaties geldt de beheersverordening Buitengebied (vastgesteld d.d. 28 februari 2019) en zijn de gronden bestemd met de bestemming 'Agrarisch met waarden’. Aanvullend is een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' opgenomen. Het beoogde initiatief is in strijd met de geldende agrarische bestemming. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente De Wolden heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan een gefaseerde ontwikkeling van het plan.

Toetsingskader Het wettelijk kader bestaat uit de Wet natuurbescherming, -omgevingsverordening Drenth, Wet milieubeheer en Besluit milieueffectrapportage. In het Besluit milieueffectrapportage wordt er getoetst of het plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. 1. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er de volgende mogelijkheden die zouden kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: a. Het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig. b. Het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.-beoordelingsplichtig. Voor een plan als bedoeld in kolom 3 ‘plannen' geldt geen m.e.r.-beoordelingsplicht, maar direct een (plan)m.e.r.-plicht. c. Het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D: er moet in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).

Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd.

4/21

d. De activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit wordt niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. 2. In het geval van een plan: toetsing of het uitvoeren van een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming voor dit plan verplicht is vanwege de hierin opgenomen activiteit(en). In dat geval is het plan mogelijk m.e.r.-plichtig. 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Door Provinciale Staten kunnen hierin aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. In het Besluit milieueffectrapportage wordt de beoogde ontwikkeling niet genoemd in onderdeel C activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is. Ook is voor de ontwikkeling geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en wordt de activiteit niet genoemd in provinciale milieuverordening als aanvulling op het Besluit m.e.r. Er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht.

In onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van netto 127 woningen en het plangebied heeft een oppervlakte van 40.000 m2. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.

5/21

Kerkweg Het plangebied aan de Kerkweg (zie hiervoor figuur 2.1) worden in de huidige situatie gebruikt ten behoeve van akkerbouw, in 2023 werden hier aardappelen verbouwd. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. De grond wordt momenteel gebruikt voor de teelt van gewassen. Het plangebied is omgeven door sloten. Hierin is nog duidelijk het ontginningspatroon van het slagenlandschap terug te zien. In het midden van het plangebied en langs de oostzijde zijn houtwallen aanwezig die de sloten accentueren. Daarachter liggen andere agrarische percelen. De westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Kerkweg, de entree naar het dorp Ruinerwold. Tussen de Kerkweg en het plangebied zijn bomen aangeplant, waardoor een parkachtige inrichting is ontstaan. Daarachter ligt een bedrijventerrein.

Figuur 2.1 Plangebied Kerkweg

6/21

Buitenhuizerweg Het plangebied aan de Buitenhuizerweg 4 (zie hiervoor figuur 2.2) bestaat uit een bedrijfswoning, een drie schuren met een gezamenlijk oppervlak van circa 2.400 m2. Met achter op het erf een (drijf)mestsilo. Het erf is in het gebruik als varkenshouderij. Sloten zorgen voor de begrenzing van het perceel, waarvan een deel door houtwallen en beplanting wordt begeleid.

Figuur 2.2 Luchtfoto Buitenhuizerweg 4

Algemeen Op basis van de uitgangspunten van het beleid, de milieuaspecten en de ruimtelijke analyse is een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld. Het stedenbouwkundig ontwerp en uitgebreide beschrijving hiervan is opgenomen in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels van het bestemmingsplan. In de volgende paragraaf wordt beknopt ingegaan op het plan voornemen. Voor de leesbaarheid wordt eerst ingegaan op de nieuwbouwwijk aan de Kerkweg en vervolgens op de ontwikkeling aan de Buitenhuizerweg 4. Op basis van de gebiedsanalyse zijn ontwikkelprincipes opgesteld: ● Groene open zones langs de randen van de ontwikkeling; ● Accent op de houtwal; ● Doortrekken rand bedrijventerrein; ● Dichtheid bebouwing; ● Eigen ontsluiting; ● Onderdeel recreatief netwerk.

7/21

Kerkweg In meerdere ontwerpsessies en in overleg met de gemeente is het ontwerp tot stand gekomen om een gevarieerd woningbouwprogramma binnen het plangebied te realiseren, bestaande uit 125 woningen. Met de voorgestelde inrichting, zie figuur 2.3, wordt in overeenstemming met de ruimtelijke kwaliteitsaspecten van het huidige gebied, de omliggende bebouwing en percelen. De woningbouw in het plan is afgestemd op de behoefte op de woningmarkt. Er komen 125 woningen in diverse segmenten, waarvan 38 sociale huur. Om de behoefte op de woningmarkt te kunnen bevredigen, wordt de ontwikkeling gefaseerd. Tijdens het toekomstige gebruik van de panden zullen er, naast het reguliere huishoudelijke afval, geen noemenswaardige milieubelastende afvalstoffen worden geproduceerd. Het risico op zware ongevallen en/of rampen alsmede het risico voor schadelijke effecten op de menselijke gezondheid zal niet verhogen met de realisatie van het plan.

Figuur 2.3 Stedenbouwkundige opzet en afronding per fase. Buitenhuizerweg 4 Aan de Buitenhuizerweg 4 bevindt zicht een varkenshouderij, bestaande uit een bedrijfswoning en 3 stallen. Naast de ontwikkeling van het grote plangebied, aan de Kerkweg, wordt de ontwikkeling van dit agrarische erf tot een woonerf met drie wooneenheden (2 nieuwe en 1 bestaande) in het kader van ruimte-voor-ruimte gelijktijdig voorbereid. Hiermee komen de huidige agrarische activiteiten en bij behorende (geur) hinder te vervallen. Op het erf staat circa 2.400 m² aan landschap ontsierende bebouwing. Op basis van de provinciale regeling mogen naast de bestaande woning, twee compensatiewoningen worden gerealiseerd. Met de inrichting van het perceel wordt aansluiting gezocht bij het bestaande beeld van lintbebouwing aan de Buitenhuizerweg. De nieuwe ontwikkeling voorziet in twee vrijstaande woningen als onderdeel van het bebouwingslint en één vrijstaande woning op het achtererf.

8/21

Figuur 2.4 Indicatieve erfinrichting Buitenhuizerweg 4. Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Als uitgangspunt voor het behoud van archeologisch waardevolle gebieden heeft de gemeente de Wolden een beleidskaart vastgesteld waarin archeologische waarden zijn aangeduid. Deze waarden dienen te worden geborgd in de regels van een bestemmingsplan of beheersverordening. In figuur 2.5 is een uitsnede weergeven van de archeologische beleidskaart.

Kerkweg

Binnen de beheersverordening Ruinerwold is voor het plangebied aan de Kerkweg te zien dat er sprake is van een lage archeologische verwachtingswaarde. Vanwege de lage historische verwachtingswaarde is met de huidige

9/21

beheersverordening vastgelegd dat er bij ruimtelijke ingrepen verkennend archeologisch onderzoek nodig is wanneer deze meer dan 30.000 m2 en dieper dan 30 cm beslaan. Buitenhuizerweg Voor de gronden ter plaatse van de bedrijfswoning en achterliggende schuur geeft de kaart weer een zone 'historische nederzetttingslocaties' weer. Er is hier al langer sprake van bewoning, de exacte datum waarop hier een woning is gebouwd is echter niet bekend. Een groot deel van het plangebied is in de afgelopen decennia verstoord tot onder archeologisch niveau, onder meer door de realisatie van de schuren en het erf. Relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen Het plangebied ligt niet binnen het Natuurwerk Nederland (NNN) of de provinciale groene buffer. Voor zover er natuurlijke hulpbronnen aanwezig zijn, worden deze niet aangesproken of beïnvloed door de voorgenomen activiteiten. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Holtingerveld ligt op ruim 6 kilometer afstand. Het dichtstbijzijnde natuurnetwerk liggen in een straal van 1 kilometer (figuur 2.6). Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied (figuur 2.7). Het plangebied ligt ook niet in een stiltegebied (figuur 2.8).

Figuur 2.6 Ligging plangebied (rode stippen) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (Bron: Atlas Leefomgeving)

10/21

Figuur 2.7 Ligging plangebied (rode stippen) ten opzichte van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)

Figuur 2.8 Ligging plangebied (rode stippen) ten opzichte van stiltegebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)

11/21

De omvang van het project Voor de beoogde ontwikkeling wordt uitgegaan van de realisatie van in totaal 128 woningen. Hiervan worden over een totaaloppervlakte van 41.525 m², 125 woningen gerealiseerd. De Buitenhuizerweg 4 betreft een voormalig agrarisch erf met een totaal oppervlak van 14.864. Hier worden 3 woningen (1 bestaande en 2 nieuwe) gerealiseerd. De segmentering in het plan is afgestemd op de kwalitatieve woningbehoefte in diverse segmenten. In de tabel zijn de verschillende type en aantal woningen weergegeven. Voor de beoogde ontwikkeling worden in totaal 128 woningen gerealiseerd. Hiervan worden 125 woningen gerealiseerd over een totaaloppervlakte van 41.525 m² aan de Kerkweg. De Buitenhuizerweg 4 betreft een voormalig agrarisch erf met een totaaloppervlakte van 14.864 m². Hier worden 3 woningen (1 bestaande en 2 nieuwe) gerealiseerd. De segmentering in het plan is afgestemd op de behoefte aan verschillende typen woningen, waaronder sociale huur, koopwoningen, goedkoop, middeldure en duur. In de tabel zijn de verschillende typen en aantallen woningen weergegeven.

Beide locaties worden ontsloten via de Kerkweg. De Kerkweg is een erftoegangsweg B met een maximumsnelheid van 30 km/u. Ter hoogte van het plangebied wordt de Kerkweg een erftoegangsweg A met een maximumsnelheid van 50 km/u. De locatie ligt op 500 meter loopafstand van de Dijkhuizen (weg), waar de meeste voorzieningen van Ruinerwold zijn gesitueerd. Cumulatie Aan de westzijde van de Kerkweg ligt het bedrijventerrein Hoge Akkers. De gemeente de Wolden heeft in 2023 voor dit bedrijventerrein een nieuw bestemmingsplan vastgelegd. Het bestaande bedrijventerrein Hoge Akkers wordt in westelijke richting met circa 6,5 ha uitgebreid. Het nieuwe bedrijventerrein voorziet in 24 bedrijvenkavels met een uiteenlopende omvang van bijna 6.000 m2 tot circa 1.400 m2. Bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.1 zijn toegestaan en daarnaast mogen op de kavels langs de randen van het bedrijventerrein bedrijfswoningen worden gebouwd. De mogelijke samenhang in deze ontwikkelingen speelt op het gebied van de verkeersafwikkeling. In paragraaf 3.1. zal dit aspect aan bod komen. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof.

12/21

De woningen worden niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en worden zo energieneutraal mogelijk. Het plan bevat een doordachte groeninrichting. De groene randen blijven behouden en het groen verspreid over het gehele plangebied wordt waar mogelijk versterkt. Naast het groen is ook het water een belangrijke karakteristiek. Het gebied maakt onderdeel uit van een groter watersysteem en dus blijven de sloten behouden. Daarnaast worden er op een aantal plekken nog wadi’s aangelegd die de beleving van het parkachtige landschap zullen versterken en tevens als waterbuffer dienen. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de 125 woningen, geven geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een milieueffectrapportage dient te worden opgesteld. De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van het bouwplan en de toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik van de woningen. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik.

De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Bij de woningen is geen sprake van een vergunningplichtige inrichting. Sterker nog, met het voornemen wordt een agrarische veehouderij (varkenhouderij) weg bestemd. Hierdoor verdwijnen de agrarische activiteiten, wat ten goede komt aan de risico’s voor de menselijke gezondheid. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling. Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatieve milieu-effecten veroorzaakt. Deze thema’s komen in het volgende hoofdstuk aan bod. Relevante verontreiniging en hinder als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied door maximaal 125 huishoudens is niet aan de orde. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkelingen zorgen niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Van verkeersonveiligheid zal eveneens geen sprake zijn, gelet op het feit dat de weg een verkeersoverzichtelijke in-/uitrit vanuit de zijstraat op de doorgaande weg krijgt.

13/21

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. In dit hoofdstuk worden de aspecten verkeer en parkeren, geluid, bodem, water, natuur, luchtkwaliteit, risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid, cultuurhistorie en archeologie besproken. Deze aspecten worden behandeld omdat beoordeeld moet worden of de beoogde ontwikkeling tot significante negatieve effecten op de omgeving zal leiden.

Verkeersgeneratie In paragraaf 3.4 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt uitgebreid ingegaan op het onderdeel verkeer. Hieruit blijkt dat de verkeersgeneratie geen negatieve effecten heeft op de omgeving en dat de omliggende wegen en dat geen knelpunten op het gebied van verkeersdoorstroming ontstaan. Cumulatie van effecten Zoals beschreven wordt aan de overzijde van het plangebied het bestaande bedrijventerrein Hoge Akkers uitgebreid. Uit de beschrijven van het bestemmingsplan ‘Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers’ blijkt dat een deel van de verkeersbewegingen over dezelfde wegen wordt afgewikkeld als voor onderhavige ontwikkeling. Deze ontwikkelingen hebben een uitwerking op de verkeersintensiteiten op met name de Kerkweg. Uit paragraaf 3.4 Verkeer en parken van het bestemmingsplan ‘Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers’ blijkt dat door de Hoge Akkers een verkeersgeneratie wordt verwacht van circa: ● 634 personenauto's per weekdagetmaal ● 149 vrachtauto's per weekdagetmaal De totale verkeergeneratie bedraagt hiermee circa 783 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Waarvan 50% (392 mvt/etmaal) over de Kerkweg wordt ontsloten. Zoals beschreven in paragraaf 3.4 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold’ bedraagt de totale verkeersgeneratie op een weekdag 822,8 mvt per etmaal.

Hiervan wordt 70% (576,1) over de Kerkweg, in zuidelijke richting, ontsloten. Voor het bepalen van de verkeersintensiteit op de Kerkweg in de autonome situatie is gebruik gemaakt van de verkeerstellingen uit 2021. In figuur 3.1 is een overzicht weergegeven van de telpunten. Voor de cumulatie is telpunt 3 van belang Vervolgens zijn in tabel 3.3 de verkeersintensiteiten voor dit meetpunt weergeven.

14/21

Figuur 3.1 De locaties van de telpunten op de Kerkweg Num- Wegvak mer

Ligging

Exclusief planbij- Planbijdrage (mvt/etmaal) drage (mvt/et- Kerkweg maal)

Planbijdrage (mvt/etmaal) Hoge Akkers

Inclusief planbijdrage (mvt/etmaal)

3

Ter hoogte van Westenweide

2.874

392

3.842

Kerkweg

576

Tabel 3.2 Verkeersintensiteiten kerkweg met en zonder planbijdrage Conform de bovenstaande tabel bedraagt de intensiteit op de Kerkweg in de autonome situatie circa 2.800 mvt/etmaal. Bij telpunt 3 is de Kerkweg ingericht als een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom (60km /uur). Volgens de landelijke richtlijnen van het CROW, geldt een indicatie maximale intensiteit tussen de 5.000mvt/etm en 6.000 mvt/etm. De gemeente De Wolden sluit in het gemeentelijk beleid bij deze richtlijnen aan. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling stijgt de ver-

15/21

keersintensiteit bij telpunt 3 naar circa 3.850 mvt/etmaal. Ook hier geldt dat zelfs na de cumulerende planbijdrage de verkeersintensiteit laag blijft dat de landelijke en gemeentelijke richtlijnen. Verkeerskundige problemen vanwege de cumulatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave, omdat woningen in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden), hiervoor gelden echter geen normen. Gelet hierop kan gesteld worden dat er geen significant nadelige geluidseffecten op de omgeving zijn te verwachten. Zoals beschreven in paragraaf 5.4 van het bestemmingsplan wordt voor enkele woningen in het plangebied de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB overschreden, maar de maximale grenswaarde van Lden = 63 dB niet. Voor deze woningen wordt een hogere grenswaarde vastgesteld.

Bodem In het onderhavige plan worden woningen gerealiseerd. Deze functies zijn geen potentiële verontreinigingsbronnen voor de bodem. Wel is het noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de functies. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In het kader van de ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is in bijlage 2 van het de toelichting opgenomen. In het uitgevoerde bodemonderzoeken zijn geen verontreinigingen aangetoond, welke op basis van de Wet bodembeschermingen als een geval van ernstige bodemverontreiniging worden aangemerkt. In de grond worden overwegend geen tot licht verhoogde gehalten en in het grondwater overwegend geen tot lichte verhoogde concentraties aangetoond. De bodem is geschikt voor de realisatie van onderhavig plan. Water Algemeen Het projectgebied bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied. Grondwater Bij het bouwplan zal rekening worden gehouden met voldoende ontwateringsdiepte zodat de kans op grondwateroverlast kleiner wordt. Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd naar de RWZI door middel van gebruik van de gemeentelijke riolering.

16/21

Hemelwater en oppervlaktewater Binnen het projectgebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Hemelwater afkomstig van het verharde oppervlak zal danwel afstromen naar wadi’s in het gebied of de bestaande watergangen rondom het plangebied. Hierdoor vindt er geen onevenredige afwenteling plaats op het omliggende watersysteem. Tot slot voorziet de planontwikkeling niet in een extra belasting van de waterkwaliteit aangezien er geen uitlogende materialen zullen worden gebruikt. Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD).Uit de legger van het waterschap blijkt dat het plangebied aan de west- en noordzijde wordt begrensd door een A-watergang en aan de oost- en zuidzijde door kavelsloten. Binnen het plangebied ligt een kavelsloot die gaat bijdragen aan de waterbergingsopgave. Met de ontwikkeling wordt geen oppervlaktewater gedempt. In het gebied zelf worden verschillende wadi’s aangelegd en wordt en bestaande kavelsloot in het plangebied verbreedt ten behoeve van oppervlaktewater. Op Basis van de water memo die als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen heeft het waterschap aangegeven dat waterberging voldoende is uitgewerkt.

Conclusie Met in acht name van bovenstaande biedt het aspect water geen belemmering voor de uitwerking van het initiatief.

Gebiedsbescherming Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen schaduwwerking kent. Vanwege de ligging op grote afstand van Natura 2000-gebied, leidt de uitvoering van de fysieke werkzaamheden niet tot verstoring van natuurlijke kenmerken en waarden van beschermde Habitattypen in Natura 2000-gebied. Stikstofdepositie Met behulp van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 6 november 2023) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5 van de toelichting. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen onder andere het Drents-Friese Wold & Leggelderveld, het Dwingelderveld, het Holtingerveld, het Mangtingerzand, de Rot-tige Meenthe & Brandemeer, de Weerribben, de Wieden, het Witterveld en het Zwarte Meer. Hiervan betreffen Drents-Friese Wold & Leggelderveld, het Dwingelderveld, het Holtingerveld, het Mangtingerzand, de Rottige Meenthe & Brande-meer, de Weerribben, de Wieden en het Witterveld stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het plangebied.

Uit de berekeningen voor zowel bouw- als de gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde.

17/21

Soortenbescherming Quickscan flora en fauna In het kader van soortbescherming is voor de locatie aan de kerkweg een quickscan ecologie uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4 bij de toelichting. Hieruit blijkt dat de voorgenomenontwikkeling mogelijk nadelige effecten kan hebben voor de steenuil en de grote modderkruiper. En dat voor deze soorten aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Deze onderzoeken wordt in de eerst mogelijke onderzoekperiode, 2024 uitgevoegd. Uit de aanvullende onderzoeken moet blijken of eventuele ontheffing en mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Voor de overige (beschermde) soorten zoals ongewervelden, reptielen, overige zoogdieren en de vleermuis is geen (nader) onderzoek noodzakelijk. In het kader van de algemene broedvogels wordt geadviseerd om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het (doen) gebruiken van gronden en bouwwerken, het bouwen en/of slopen en het uitvoeren van een werk binnen het plangebied is enkel toegestaan nadat de maatregelen, ontheffingen of vergunningen zijn uitgevoerd en/of verkregen. Bij de omgevingsvergunning bouwen dient dit te zijn aangetoond. Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan ook tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gepaard gaan.

In voorliggend geval zal gedurende de bouw van de woningen enige hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging is er geen noodzaak om verkeer tijdelijke om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Verder is via de AERIUS-berekening de stikstofdepositie in de aanlegfase onderzocht. Uit de berekening van de aanlegfase volgt geen depositiewaarde hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

Het plan heeft zoals geconstateerd bij het onderdeel verkeer ten opzichte van de huidige situatie extra verkeersbewegingen tot gevolg. Via een NIBM-tool berekening is onderzocht of de ontwikkeling wel of niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Wat betreft de voertuigbewegingen is aangesloten op hetgeen opgenomen bij het aspect ‘verkeer’. Het aandeel vrachtverkeer is op 3% gezet, aangezien het voornemen uitsluitend de functie ‘wonen’ betreft. Het aandeel van vrachtverkeer in de aanlegfase is buiten beschouwing gelaten, omdat dit tijdelijk van aard is. Uit de berekening blijkt dat voorliggend plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van luchtkwaliteit wordt ingeschaald op neutraal.

18/21

Figuur 3.2 Resultaten NIBM-tool (Bron: Infomil)

In het onderhavige plan worden geen risicovolle bronnen gerealiseerd. Daarnaast liggen er geen risicovolle bronnen in de omgeving welke een belemmering kunnen vormen voor voorgenomen ontwikkeling.

Archeologie Als uitgangspunt voor het behoud van archeologisch waardevolle gebieden heeft de gemeente de Wolden een beleidskaart vastgesteld waarin archeologische waarden zijn aangeduid. Deze waarden dienen te worden geborgd in de regels van een bestemmingsplan of beheersverordening. In figuur 3.3 is een uitsnede weergeven van de archeologische beleidskaart.

Figuur 3.3: Archeologische waardenkaart Ruinerwold

19/21

Kerkweg Binnen de beheersverordening Ruinerwold is voor het plangebied aan de Kerkweg te zien dat er sprake is van een lage archeologische verwachtingswaarde. Dit is historisch goed te verklaren omdat de gronden binnen het plangebied pas na het ontgraven van de veengrond in gebruik is genomen door de mens. Menselijke activiteit, en daarmee overblijfselen, was daarvoor vooral op de hoger gelegen zandgronden te verwachten. Vanwege de lage historische verwachtingswaarde is met de huidige beheersverordening vastgelegd dat er bij ruimtelijke ingrepen verkennend archeologisch onderzoek nodig is wanneer deze meer dan 30.000 m2 en dieper dan 30 cm beslaan. Het totale plangebied aan de Kerkweg heeft een oppervlakte van 4 ha (40.000 m2). Voor de realisatie van de woningen, worden de gronden in eerste instantie opgehoogd en bouwrijp gemaakt. Bij het bouwrijp maken worden de gronden voor (openbaar) groen en openbare parkeerplekken niet afgegraven. Deze gronden samen hebben een oppervlakte van circa 16.000 m2. Nader onderzoek is niet noodzakelijk om dat de onderzoeksgrens van 30.000 m2 niet wordt overschreden. Buitenhuizerweg Voor het plandeel aan de Buitenhuizerweg 4 is de situatie iets anders. Voor een gedeelte van de gronden is aangegeven dat deze zijn verstoord tot onder archeologisch niveau en dat geen onderzoek noodzakelijk is.

Voor de gronden ter plaatse van de bedrijfswoning en achterliggende schuur geeft de kaart weer een zone 'historische nederzetttingslocaties' weer. Er is hier al langer sprake van bewoning, de exacte datum waarop hier een woning is gebouwd is echter niet bekend. Een groot deel van het plangebied is in de afgelopen decennia verstoord tot onder archeologisch niveau, onder meer door de realisatie van de schuren en het erf. Negatieve effecten ten aanzien van archeologische waarden worden hiermee uitgesloten.

Cultuurhistorie Binnen de gemeente De Wolden zijn diverse rijksmonumenten en provinciale monumenten aangewezen. Er zijn geen gemeentelijke monumenten. De dichtstbijzijnde beschermde monumenten liggen in het lint van Ruinerwold, op ruime afstand van het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op deze beschermde gebouwen. Aanvullend op beschermde monumenten heeft de gemeente een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. Hierin is aangegeven aan welke gebieden of landschappelijke elementen bijzondere waarden zijn toegekend die behouden dienen te blijven. Het plangebied ligt in zone 5. Dit gebied, met uitzondering van de waardevolle bebouwing, heeft vanuit cultuurhistorisch oogpunt een lage waarde. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op cultuurhistorische waarden rondom Ruinerwold.

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

Zoals beschreven is voor het onderdeel soortbescherming een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig. Voor deze ontheffing dient hiervoor dient een migratieplan te worden opgesteld en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag(provincie). Deze ontheffing moet worden verleend voor de sloop/ realisatie van het gebied. Gelet op de schaal van de ontwikkeling, alsmede de huidige invulling van de locatie worden geen negatieve significante milieueffecten verwacht.

20/21

Onderhavig plan leidt slechts in beperkte mate tot effecten voor de omgeving. Beperkte effecten zijn mogelijk te verwachten ten aanzien van beschermde soorten binnen het plangebied. Hiervoor dient nog een aanvullend onderzoek/ dan wel een ontheffing te worden aangevraagd. Deze mogelijk effecten worden beperkt door het treffen van maatregelen, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De activiteiten die mogelijk worden gemaakt in het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold’ zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het voorstel is om het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente De Wolden op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is

21/21

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek

26

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

16 november 2023 20220736/81764/RK Rients Koster ---

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)

20220736 Ruinerwold Kerkweg Bestemmingsplan Dumas Real Estate l ---

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI KERKWEG RUINERWOLD INLEIDING Op een perceel aan de Kerkweg te Ruinerwold (gemeente De Wolden) worden gefaseerd maximaal 125 woningen mogelijk gemaakt. Aanvullend op dit plan wordt de agrarische bebouwing en bijbehorende bedrijfsactiviteiten op locatie Buitenhuizerweg 4 vervangen door 3 woningen. Deze transformatie is noodzakelijk om de agrarische bestemming van de Buitenhuizerweg 4 te doen vervallen, waardoor een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woonwijk wordt gewaarborgd. Omdat de ontwikkeling aan de Kerkweg en de Buitenhuizerweg 4 niet los van elkaar kunnen worden gezien, wordt voor beide locaties een nieuw bestemmingsplan voorbereid. De locaties ligt binnen de wettelijke geluidzones (Wet geluidhinder) van de Kerkweg (60 km-gedeelte) en de Buitenhuizerweg. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Naast de zoneringsplichtige wegen is gekeken naar de geluidbelasting vanwege de aanwezige 30 km-wegen in het kader van de beoordeling van goede ruimtelijke ordening/aanvaardbaar woon-/leefklimaat; dit betreft het 30 m-gedeelte van de Kerkweg.

BESCHRIJVING VAN HET PLAN Het stedenbouwkundig plan voor het gedeelte aan de Kerkweg is gegeven in figuur 1. De verbeelding van het bestemmingsplan is gegeven in figuur 2. Figuur 1: stedenbouwkundig plan Kerkweg Ruinerwold

2/12

Figuur 2: verbeelding nieuw bestemmingsplan

TOETSINGSKADER WET GELUIDHINDER Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1:

schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2

3/12

breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied 600 400 250

stedelijk gebied 350 350 200

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -

-

stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.

Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor toetsing van het geluid van geldt dat er in de nieuwe situatie aan de Kerkweg sprake is van een binnenstedelijke situatie; de maximale grenswaarde bedraagt Lden = 63 dB. Voor de nieuwe woningen aan de Buitenhuizerweg is sprake van een buitenstedelijke situatie; de maximale grenswaarde bedraagt Lden = 53 dB. 30 km-wegen Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven.

Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde

4/12

en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Cumulatie Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast. Tabel 2: kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidbelasting Lcum [dB]

geluidkwaliteit

<45

zeer goed

46-50

goed

51-55

redelijk

56-60

matig

61-65

slecht

>65

zeer slecht

BEREKENINGEN EN UITGANGSPUNTEN Uitgangspunten wegen Door de gemeen De Wolden zijn verkeerstellingen aangeleverd voor de Kerkweg. Daarnaast zal de realisatie van het plan verkeer genereren. De telpunten voor verkeer zijn gegeven in onderstaande figuur 3. Een overzicht van de gegevens is gegeven in tabel 3. Voor het 60 km-gedeelte van de Kerkweg is uitgegaan van telpunt 3 en voor het 30 km-gedeelte telpunt 2. Van de Buitenhuizerweg zijn geen gegevens bekend. Op deze weg komt alleen bestemmingsverkeer; uitgegaan is van 250 mvt/etmaal. De voertuigverdelingen zijn gebaseerd op de telgegevens. Tabel 3: Wegvak

verkeersintensiteiten per wegvak met en zonder planbijdrage Ligging

Werkdag exclusief plan-

Planbijdrage

Werkdag inclusief

Weekdag inclusief

bijdrage (mvt/etmaal)

(mvt/etmaal)

planbijdrage

planbijdrage

(mvt/etmaal)

(mvt/etmaal)

Kerkweg 1

Ter hoogte van Kerkweg 15-17

2.782

274 (30%)

3.056

2.804

Kerkweg 2

Ter hoogte van Kerkweg 45-51

1.810

274 (30%)

2.084

1.912

Kerkweg 3

Ter hoogte van Westenweide

2.874

639 (70%)

3.514

3.224

De wegdekverharding op de Kerkweg is standaard asfalt. De Buitenhuizerweg heeft een klinkerverharding (60 km/uur).

5/12

Figuur 3:

6/12

telpunten verkeerstellingen

Berekeningen Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie 2023.1 rev 2 van dgmr-software. De invoergegevens (wegen) zijn gegeven in bijlage 1. Bij de akoestische modellering is rekening gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving van het plangebied. De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek liggen. Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Verharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd. Voor de niet gedefinieerde bodemgebieden is uitgegaan van een 50% absorberende bodem (Bf = 0,5). Dit geldt ook voor het plangebied, omdat de indeling nog niet definitief vaststaat. De geluidniveaus zijn berekend op de waarneemhoogten ho = +1,5 m/ho = +4,5 m/ho = +7,5 m/ho = +10,5 m op de nieuw te realiseren woningen. Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren.

Een overzicht van het akoestisch rekenmodel met de ligging van de rekenpunten is gegeven in figuur 4.

7/12

Figuur 4:

8/12

akoestisch rekenmodel met de ingevoerde wegen en ligging reken-/toetspunten

BEREKENINGSRESULTATEN EN BEOORDELING/CONCLUSIE Berekeningsresultaten In figuur 5 is de berekende geluidbelasting vanwege het 60 km-gedeelte van de Kerkweg (Lden in dB) gegeven. De geluidbelastingen op de toetspunten zijn inclusief 5 dB aftrek op basis van art. 110g Wgh. Het 30 km-gedeelte is akoestisch niet relevant (de bijdrage is meegenomen bij de cumulatieve geluidniveaus). In figuur 6 is de berekende geluidbelasting gegeven vanwege de Buitenhuizerweg op de nieuw te realiseren woningen aan de Buitenhuizerweg 4. In figuur 7 zijn de berekende cumulatieve geluidbelastingen gegeven vanwege wegverkeerslawaai (exclusief 5 dB aftrek op basis van art. 110g Wgh). Beoordeling/conclusie De berekende geluidbelasting vanwege het 60 km-gedeelte van de Kerkweg bedraagt ten hoogste Lden = 52 dB (zie figuur 5) op de voorgevel van de direct langs deze weg geprojecteerde woningen. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB; de maximale grenswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. Het geluid vanwege het 30 km-gedeelte van de Kerkweg is akoestisch minder relevant. Voor het geluid vanwege de Buitenhuizerweg geldt dat ter plaatse van de nieuw geprojecteerde woningen aan de Buitenhuizerweg 4 wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB.

De ontwikkeling is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder en een hogere waarden vanwege de Kerkweg. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In voorliggend geval gelden de volgende afwegingen: ● ●

Het vervangen van het asfalt op de Kerkweg wordt als financieel niet haalbaar. Het reduceren van de rijsnelheid is een optie, maar wordt op korte termijn niet voor gekozen. Overdrachtsmaatregelen (grondwal/scherm) is vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk vanwege de binnenstedelijke situatie.

Het geluideffect van het 30 km-gedeelte van de Kerkweg kan worden meegenomen door bij het dimensioneren van de geluidwering uit te gaan van de cumulatieve geluidbelastingen (zie figuur 7). Op basis van het Bouwbesluit 2012 geldt dan een hoogste eis van GA;k = 56/57 - 33 = 34/24 dB(A) voor de woningen direct langs het 60 km-gedeelte van de Kerkweg.

9/12

Figuur 5:

10/12

overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege het 60 km-gedeelte van de Kerkweg (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)

Figuur 6:

11/12

overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Buitenhuizerweg (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)

Figuur 7:

12/12

overzicht van de berekende cumulatieve geluidbelasting Lden in dB (exclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh) op het plangebied aan de Kerkweg

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

Naam 1 2 3

Omschr. Kerkweg Kerkweg 30 km Buitenhuizerweg

X-1 213089,94 212986,29 213794,96

Y-1 525874,96 526151,13 525623,22

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

X-n 213239,44 213089,94 213233,53

Y-n 525366,26 525874,96 525529,51

H-1 0,00 0,00 0,00

H-n 0,00 0,00 0,00

16-11-2023 12:15:07

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

M-1 0,00 0,00 0,00

M-n 0,00 0,00 0,00

ISO_H 0,00 0,00 0,00

Min.RH 0,00 0,00 0,00

Max.RH 0,00 0,00 0,00

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

Min.AH 0,00 0,00 0,00

Max.AH 0,00 0,00 0,00

ISO M. 0,00 0,00 0,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief

16-11-2023 12:15:07

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

Vormpunten 15 3 36

Lengte 539,60 294,98 673,76

Lengte3D 539,60 294,98 673,76

Hbron 0,75 0,75 0,75

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

Helling 0 0 0

Wegdek W0 W0 W9a

16-11-2023 12:15:07

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband

V(MR(D)) ----

V(MR(A)) ----

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

V(MR(N)) ----

V(MR(P4)) ----

V(LV(D)) 60 30 60

V(LV(A)) 60 30 60

V(LV(N)) 60 30 60

16-11-2023 12:15:07

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

V(LV(P4)) ----

V(MV(D)) 60 30 60

V(MV(A)) 60 30 60

V(MV(N)) 60 30 60

V(MV(P4)) ----

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

V(ZV(D)) 60 30 60

V(ZV(A)) 60 30 60

V(ZV(N)) 60 30 60

V(ZV(P4)) ----

30 km/uur False True False

16-11-2023 12:15:07

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

Totaal aantal 3224,00 1912,00 200,00

%Int(D) 6,54 6,54 6,54

%Int(A) 3,76 3,76 3,76

%Int(N) 0,81 0,81 0,81

%Int(P4) ----

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

%MR(D) ----

%MR(A) ----

%MR(N) ----

%MR(P4) ----

%LV(D) 68,10 88,27 68,10

%LV(A) 68,10 88,27 68,10

16-11-2023 12:15:07

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

%LV(N) 68,10 88,27 68,10

%LV(P4) ----

%MV(D) 20,94 8,56 20,94

%MV(A) 20,94 8,56 20,94

%MV(N) 20,94 8,56 20,94

%MV(P4) ----

%ZV(D) 10,96 3,17 10,96

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

%ZV(A) 10,96 3,17 10,96

%ZV(N) 10,96 3,17 10,96

%ZV(P4) ----

MR(D) ----

MR(A) ----

MR(N) ----

16-11-2023 12:15:07

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

MR(P4) ----

LV(D) 143,59 110,38 8,91

LV(A) 82,55 63,46 5,12

LV(N) 17,78 13,67 1,10

LV(P4) ----

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

MV(D) 44,15 10,70 2,74

MV(A) 25,38 6,15 1,57

MV(N) 5,47 1,33 0,34

MV(P4) ----

ZV(D) 23,11 3,96 1,43

16-11-2023 12:15:07

Kerkweg Ruinerwold Model: Groep:

Bijlag 1: overzicht ingevoerde wegen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep 60 km 30 km Buitenhuizerweg

ZV(A) 13,29 2,28 0,82

ZV(N) 2,86 0,49 0,18

ZV(P4) ----

Cpl False False False

Cpl_W 1,5 1,5 1,5

LE (D) Totaal 109,69 101,60 100,99

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

LE (A) Totaal 107,28 99,19 98,59

LE (N) Totaal 100,62 92,53 91,92

LE (P4) Totaal ----

16-11-2023 12:15:07

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Bijlage 3 Bodemonderzoek

48

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

juni ’23

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold

Projectnummer:

23-M10824

Opdrachtgever:

Dumas O.G. BV

Datum:

23 juni 2023

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold

datum

23 juni 2023

projectnummer

23-M10824

in opdracht van

Dumas O.G. BV P.W. Janssenlaan 1 8385 GA Vledderveen

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

juni ’23

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1

Algemeen ............................................................................................................................3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3

1.3

Doel van het onderzoek .......................................................................................................3

1.4

Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4

1.5

Opbouw van het rapport ......................................................................................................4

VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 12

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek .......................................................................................... 13 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ......................................................................................... 14 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 16

4.2

Toetsingscriteria ................................................................................................................ 17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 18

4.3.1

Grond en grondwater ..................................................................................................... 18

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 24

6

LITERTUURLIJST ..................................................................................................................... 29

7

COLOFON ................................................................................................................................. 30

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

juni ’23

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Dumas O.G. BV is in mei 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Buitenhuizerweg 1 te Ruinerwold (gemeente De Wolden). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

juni ’23

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Buitenhuizerweg 1, Ruinerwold

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16574382/1