CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b Ontwerp bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold verbeelding.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Dijkhuizen 28-30 Ruinerwold26.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de

broedseizoen gestart worden met de werkzaamheden waarbij er tijdens het broedseizoen door wordt

projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals

gegaan met de werkzaamheden. De werkzaamheden dienen dan wel elke dag plaats te vinden. Wanneer

bosschages en ruigtes.

er vogels beginnen met broeden, zorgt dit niet voor problemen, omdat ze tijdens de verstoring zijn

Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, dient een nadere effectbeoordeling plaats te vinden op

begonnen met het bouwen van het nest en met broeden. Hierdoor worden ze niet verstoord door

zoogdieren (zoals vleermuizen en marters).

de werkzaamheden. Wanneer werkzaamheden verstorend zijn, gaan de vogels niet broeden. Wanneer het toch wenselijk is om tijdens het broedseizoen te starten met de werkzaamheden, dient er eerst

Grondgebonden zoogdieren

een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden. Deze dient één tot twee weken voor aanvang van de

In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals bosmuis, egel, konijn, rosse woelmuis en

werkzaamheden te worden uitgevoerd en kan door ons worden uitgevoerd. Daarna zal de ecoloog u

veldmuis. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:

vertellen of er broedvogels aanwezig zijn en of u maatregelen moet nemen.

• • •

Spaar rust- en schuilplekken, zoals holen (muizensoorten, egel en konijn). Zorg dat er voldoende dekking van bosschages aanwezig blijft voor de egel en diverse

4.5 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies?

muizensoorten. Plant bij voorkeur nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt.

De adviezen in deze ecologische quickscan zijn opgesteld om te werken volgens de geldende

Ondanks zorgvuldig handelen is verstoring van vooral fauna niet altijd te vermijden. Indien er

natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de geplande ontwikkeling zoals aangeleverd door de

verstoring plaatsvindt, dient er een goede vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder

opdrachtgever. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het projectgebied groter

voor vogels en grondgebonden zoogdieren (muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen.

wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies

Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke locatie , zoals een woonwijk naar een rustige

wijzigt. Neem in dat geval contact op met een ecoloog om te onderzoeken of er passende maatregelen

locatie, zoals een park of het buitengebied. Werk ook op een rustig tempo, zodat de aanwezige

zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt.

zoogdieren de mogelijkheid hebben om te vluchten. Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in 4.4. Wat betekent de conclusie nu voor uw project?

de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd

Het projectgebied is geschikt voor huismus en vleermuizen. Dit betekent dat een overtreding van de Wet

onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde

natuurbescherming op basis van dit onderzoek niet kan worden uitgesloten als er gestart wordt met

planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een

de werkzaamheden. Daarom raden wij aan om eerst nader onderzoek te laten uitvoeren. Tijdens het

ontheffing benodigd en dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een ecologisch

nader onderzoek wordt onderzocht of de mogelijke soorten ook echt hier voorkomen. Indien er geen

deskundig persoon met kennis van de betreffende soorten.

beschermde soorten voorkomen, kan er verder gegaan worden met de aanvraag van de vergunning en/ of kan er begonnen worden met de werkzaamheden zonder de Wet natuurbescherming te overtreden.

Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in deze quickscan benoemd zijn, dient

Wanneer de soorten voorkomen, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Na het verkrijgen van

direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.

de ontheffing en na het nemen van de juiste mitigerende en/of compenserende maatregelen kunnen de Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

14

4.6 Bovenwettelijke maatregelen (niet verplicht, wel wenselijk) Deze ecologische quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het rapport wordt dus geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk beschermd zijn. Maar ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast zijn er vaak ecologische of landschappelijke kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en mogelijke ecologische kansen te benoemen. 4.6.1 Aanwezige niet beschermde natuur- en/of landschapswaarden Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied zijn de volgende niet beschermde natuur- en landschapswaarden aangetroffen:

•

Bomen en struiken kunnen dienen als nestplaats voor vogels met of zonder jaarrond beschermd nest.

•

Struwelen bieden leefgebied aan kleine zoogdieren en amfibieën.

4.6.2 Ecologische en/of landschappelijke kansen Binnen het projectgebied zijn de volgende ecologische en/of landschappelijke kansen aanwezig:

•

In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuw te bouwen appartementen voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke

(dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en

biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of een grote

•

vijver. Op vleermuis.net is meer informatie beschikbaar ter inspiratie. Denk aan de huismus en plaats indien mogelijk de vogelschroot ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de

4.6.3 Aanbevelingen bovenwettelijke maatregelen Wij stellen voor om de volgende aanbevelingen uit te voeren:

•

landschapswaarden niet verloren gaan. Herstel

witte mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend

of opnieuw ontwikkelen van natuurwaarden is

model. Mussenflats (te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn

•

veelal lastiger dan een goede inpasbare oplossing

ongeschikt. Op het appartementencomplex kan een groendak aangelegd worden (zie afbeelding op rechts). Met een groendak krijgt een plat dak een unieke en duurzame uitstraling. Verder hebben deze daken een isolerende werking en wordt regenwater goed geabsorbeerd en vertraagd afgegeven waardoor wateroverlast beperkt wordt. Er kunnen diverse soorten planten en kruiden gebruikt worden, een voorbeeld is sedum. Groendaken trekken ook vogels en andere dieren aan.

Zorg dat de aanwezige natuur- en/of

•

zoeken. Realiseer de aangegeven ecologische- en/of landschappelijke kansen om het projectgebied aantrekkelijker te maken voor flora en fauna. Dit versterkt de algemene omgevingskwaliteit.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

15

BRONVERMELDING Boeken •

Chinery, M. (2010). Nieuwe insecten gids (5e druk). Utrecht: Vbk Media.

•

Siebel, H. & H. During (2006). Beknopte mosflora van Nederland en België Utrecht: KNNV Uitgeverij.

Internetpagina’s, online documenten en apps •

BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis.

•

BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus.

•

BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gierzwaluw.

•

BIJ12 (2017d). Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita.

•

BIJ12 (2017e). Kennisdocument Buizerd Buteo buteo.

•

BIJ12 (2017f). Kennisdocument Roek

•

BWLG (2007). Tonghaarmuts.

•

Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.

•

Dijkstra (2018d). Brede wolfsmelk

•

Dijkstra (2018e). Dreps

•

Dijkstra (2018f). Drijvende waterweegbree

•

Dijkstra (2018h). Glad biggenkruid

•

Dijkstra (2018i). Grote leeuwenklauw

•

Dijkstra (2018j). Groenknolorchis

•

Dijkstra (2018k). Groot spiegelklokje

•

Dijkstra (2018m). Kleine wolfsmelk

•

Dijkstra (2018o). Knolspirea

•

Dijkstra (2018q). Kruipendmoerasscherm

•

Dijkstra (2018r). Muurbloem

•

Dijkstra (2018t). Ruw parelzaad

•

Dijkstra (2018y). Wolfskers

•

Dijkstra (2018z). Zandwolfsmelk

•

EIS Kenniscentrum Insecten (2012). Nieuwe vindplaatsen van de strikt beschermde vermiljoenkever.

•

EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoenkever duikt op in Gelderland.

•

Huijbrechts, H. (2002). Het vliegend hert - Een bureaustudie.

•

IUCNredlist (2017). Tursiops truncatus.

•

IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.

•

Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.

Ministerie van Economische Zaken (2015). Ecologie bataafse

•

Vlinderstichting (z.d.m). Grote vos

stroommossel.

•

Vlinderstichting (z.d.n). Grote weerschijnvlinder

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018).

•

Vlinderstichting (z.d.o). Iepenpage

PAS-gebieden.

•

Vlinderstichting (z.d.r). Sleedoornpage

•

Naturalis (2018). Brede geelgerande waterrroofkever.

•

Vlinderstichting (z.d.s). Teunisbloempijlstaart

•

NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.a). Boomvalk

Databank Flora en Fauna.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.b). Buizerd

•

Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol 2017.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.c). Havik

•

Netwerk Groene Bureaus (2017b).

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.d). Wespendief

Soortinventarisatieprotocollen.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.e). Zwarte wouw

Ottburg, F.G.W.A. & Roessink, I. (2012). Europese

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.f). Gierzwaluw

rivierkreeften in Nederland.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.h). Huismus

Provincie Drenthe (2019). Geodataviewer Natuurnetwerk

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.i). Kerkuil

Nederland.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.j). Ransuil

•

Ravon (z.d.a). Alpenwatersalamander.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.k). Steenuil

•

Ravon (z.d.c). Heikikker.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.l). Oeverzwaluw

•

Ravon (z.d.d). Kamsalamander

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.m). Ooievaar

•

Ravon (z.d.f). Poelkikker

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.n). Roek

•

Ravon (z.d.g). Rugstreeppad

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.o). Slechtvalk

•

Ravon (z.d.h). Vinpootsalamander

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.p). Sperwer

•

Ravon (z.d.l). Hazelworm

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.q). Ekster

•

Ravon (z.d.m). Levendbarende hagedis

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.r). Eidereend

•

Ravon (z.d.o). Ringslang

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.s). Brilduiker

•

Ravon (z.d.p). Zandhagedis

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.t). Draaihals

•

Ravon (z.d.q). Beekprik

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.u). Ruigpootuil

•

Ravon (z.d.r). Elrits

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.v). Tapuit

•

Ravon (z.d.t). Grote modderkruiper

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.w). Zwarte specht

•

Rivierkreeften.be (z.d.) Europese rivierkreeft (Astacus

•

Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina bever

astacus).

•

Zoogdiervereniging (z.d.b). Startpagina boommarter

•

Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.

•

Zoogdiervereniging (z.d.d). Startpagina das

•

RVO (2017). Natuurkalender voor broedvogels.

•

Zoogdiervereniging (z.d.e). Startpagina eekhoorn

•

Vleermuis.net (2018). Pagina bescherming en pagina ruige

•

Zoogdiervereniging (z.d.f). Startpagina gewone zeehond

dwergvleermuis.

•

Zoogdiervereniging (z.d.h). Startpagina noordse woelmuis

•

Vlinderstichting (z.d.a). Beekrombout

•

Zoogdiervereniging (z.d.i). Startpagina otter

•

Vlinderstichting (z.d.b). Gevlekte glanslibel

•

Zoogdiervereniging (z.d.j). Startpagina steenmarter

•

Vlinderstichting (z.d.d). Groene glazenmaker

•

Zoogdiervereniging (z.d.l). Startpagina waterspitsmuis

•

Vlinderstichting (z.d.f). Noordse winterjuffer

•

Vlinderstichting (z.d.g). Rivierrombout

•

Vlinderstichting (z.d.j). Bruine eikenpage

• •

• •

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

16

BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming

Verbodsartikel

Lid

Toelichting

3.1 Vogelrichtlijn

Lid 1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

In de Wnb zijn meerdere wetten samengevoegd. Relevant zijn de samenvoegingen van de Natuurbeschermingwet 1998 die over beschermde gebieden gaat, de

Lid 2

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in een ecologische quickscan

Lid 3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast wordt een

Lid 4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Lid 5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat

korte samenvatting weergegeven van waar wij aan toetsen.

van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin

3.5 Habitatrichtlijn

Lid 1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk

de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen

te doden of te vangen.

(Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen

Lid 2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Lid 3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Lid 4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of

neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke

te vernielen.

beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn. Lid 5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 andere soorten

Lid 1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De bron van de wet is hier te vinden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

17

*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de

Beschermde gebieden

soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn

In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-

jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in

gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2

categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.

verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als

instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of

vaste rust- en verblijfplaats.

de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer

hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn

Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect

vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

kunnen hebben op het gebied (externe werking).

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een

natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet

nest te bouwen.

natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten die beschermd zijn staan in bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen. Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten staan in bijlage 3 weergegeven.

In het Natuurnetwerk Nederland liggen:

• • • • •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en

Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere

bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt

nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

uitgewerkt in bestemmingsplannen, conform de Wet Ruimtelijke Ordening.

Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

18

Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Aanvullend wordt ingezet op de volgende opgaven: het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°.

eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

19

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN

Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

steenuil

Categorie 1

eidereend

Categorie 5

gierzwaluw

Categorie 2

ekster

Categorie 5

huismus

Categorie 2

gekraagde roodstaart

Categorie 5

roek

Categorie 2

glanskop

Categorie 5

grote gele kwikstaart

Categorie 3

grauwe vliegenvanger

Categorie 5

kerkuil

Categorie 3

groene specht

Categorie 5

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in

oehoe

Categorie 3

ijsvogel

Categorie 5

artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek

ooievaar

Categorie 3

kleine bonte specht

Categorie 5

slechtvalk

Categorie 3

kleine vliegenvanger

Categorie 5

boomvalk

Categorie 4

koolmees

Categorie 5

buizerd

Categorie 4

kortsnavelboomkruiper

Categorie 5

havik

Categorie 4

oeverzwaluw

Categorie 5

ransuil

Categorie 4

pimpelmees

Categorie 5

sperwer

Categorie 4

raaf

Categorie 5

wespendief

Categorie 4

ruigpootuil

Categorie 5

zwarte wouw

Categorie 4

spreeuw

Categorie 5

blauwe reiger

Categorie 5

tapuit

Categorie 5

boerenzwaluw

Categorie 5

torenvalk

Categorie 5

bonte vliegenvanger

Categorie 5

zeearend

Categorie 5

boomklever

Categorie 5

zwarte kraai

Categorie 5

boomkruiper

Categorie 5

zwarte mees

Categorie 5

bosuil

Categorie 5

zwarte roodstaart

Categorie 5

brilduiker

Categorie 5

zwarte specht

Categorie 5

draaihals

Categorie 5

Tabellen nieuwe wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten gekoppeld. Namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10 andere soorten. Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten.

benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

20

Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten:

De volgende soorten zijn strikt beschermd:

Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Hieronder vallen ook vogels. Voor de vogels van Bern II gelden dezelfde regels als genoemd onder de vogelrichtlijn daarom worden deze soorten hieronder niet specifiek benoemd.

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Apollovlinder

Gestreepte dolfijn

Heikikker

Noordse vinvis

Tijmblauwtje

Bataafse stroommossel

Gestreepte waterroofkever

Heldenbok

Noordse vleermuis

Tuimelaar

Bechsteins vleermuis

Gevlekte witsnuitlibel

Hille

Noordse winterjuffer

Tweekleurige vleermuis

Bever

Gewone baardvleermuis

Houting

Noordse woelmuis

Vale vleermuis

Boomkikker

Gewone dolfijn

Ingekorven vleermuis

Oostelijke witsnuitlibel

Vermiljoenkever

Bosvleermuis

Gewone dwergvleermuis

Juchtleerkever

Orca

Vroedmeesterpad

Boszandoog

Gewone grootoorvleermuis

Kamsalamander

Otter

Walrus

Brandts vleermuis

Gewone spitsdolfijn

Kemps’ zeeschildpad

Pimpernelblauwtje

Watervleermuis

Brede geelrandwaterroofkever

Gewone vinvis

Kleine dwergvleermuis*

Platte schijfhoren

Wilde kat*

Bronslibel

Gladde slang

Kleine hoefijzerneus

Poelkikker

Witflankdolfijn

Bruinvis

Griend

Kleine zwaardwalvis

Potvis

Witsnuitdolfijn

Bultrug

Grijze dolfin

Knoflookpad

Rivierrombout

Witte dolfijn

Dikkopschildpad

Grijze grootoorvleermuis

Kruipend moerasscherm

Rosse vleermuis

Wolf*

Donker pimpernelblauwtje

Groene glazenmaker

Laatvlieger

Rugstreeppad

Zandhagedis

Drijvende waterweegbree

Groenknolorchis

Lederschildpad

Ruige dwergvleermuis

Zilverstreephooibeestje

Dwergpotvis

Grote hoefijzerneus

Lynx

Sierlijke witsnuitlibel

Zomerschroeforchis

Dwergvinvis

Grote rosse vleermuis

Meervleermuis

Soepschildpad

Franjestaart

Grote vuurvlinder

Mopsvleermuis

Spitsdolfijn van Gray

Gaffellibel

Hamster

Muurhagedis

Steur

Geelbuikvuurpad

Hazelmuis

Narwal

Teunisbloempijlstaart

*= niet opgenomen in bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

21

Artikel 3.10 Andere soorten. Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden. Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Aardbeivlinder

Bruine kikker

Gew. bosspitsmuis

Karthuizeranjer

Naaldenkervel

Veenbesblauwtje

Aardmuis

Bruinrode wespenorchis

Gewone bronlibel

Karwijselie

Ondergrondse woelmuis

Veenbesparelmoervlinder

Adder

Bunzing

Gewone pad

Kempense heidelibel

Pijlscheefkelk

Veenbloembies

Akkerboterbloem

Damhert

Gewone zeehond

Kleine ereprijs

Pimpernelblauwtje

Veenhooibeestje

Akkerdoornzaad

Das

Glad biggenkruid

Kleine heivlinder

Ree

Veldmuis

Akkerogentroost

Dennenorchis

Gladde zegge

Kleine ijsvogelvlinder

Ringslang

Veldparelmoervlinder

Alpenwatersalamander

Donker pimpernelblauwtje

Grijze zeehond

Kleine Schorseneer

Roggelelie

Veldspitsmuis

Beekdonderpad

Donkere waterjuffer

Groene nachtorchis

Kleine watersalamander

Rood peperboompje

Vinpootsalamander

Beekkrombout

Dreps

Groensteel

Kleine wolfsmelk

Rosse woelmuis

Vliegend hert

Beekprik

Duinparelmoervlinder

Groot spiegelklokje

Kluwenklokje

Rozenkransje

Vliegenorchis

Beklierde ogentroost

Dwergmuis

Grote bosaardbei

Knollathyrus

Ruw parelzaad

Vos

Berggamander

Dwergspitsmuis

Grote bosmuis

Knolspirea

Scherpkruid

Vroege ereprijs

Bergnachtorchis

Echte gamander

Grote leeuwenklauw

Kommavlinder

Schubvaren

Vuursalamander

Blaasvaren

Edelhert

Grote modderkruiper

Konijn

Schubzegge

Waterspitsmuis

Blauw guichelheil

Eekhoorn

Grote parelmoervlinder

Korensla

Sleedoornpage

Wezel

Bokkenorchis

Egel

Grote vos

Kranskarwij

Smalle raai

Wild zwijn

Boommarter

Eikelmuis

Grote vuurvlinder

Kruiptijm

Speerwaterjuffer

Wilde averuit

Bosbeekjuffer

Elrits

Grote weerschijnvlinder

Kwabaal

Spiegeldikkopje

Wilde ridderspoor

Bosboterbloem

Europese rivierkreeft

Haas

Lange zonnedauw

Spits havikskruid

Wilde weit

Bosdravik

Franjegentiaan

Hazelworm

Levendbarende hagedis

Steenbraam

Woelrat

Bosmuis

Geelgroene wespenorchis

Hermelijn

Liggende ereprijs

Steenmarter

Wolfskers

Bosparelmoervlinder

Gentiaanblauwtje

Honingorchis

Meerkikker

Stijve wolfsmelk

Zandwolfsmelk

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

22

Groningen

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

N-Holland

Z-Holland

Flevoland

Zeeland

N- Brabant

Limburg

Soort/Provincie Friesland

BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN

Aardmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bunzing

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Egel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Haas

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen,

Hermelijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen,

Huisspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

spoorwegen of bermen, of in het kader van

Konijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

natuurbeheer;

Ondergrondse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ree

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Steenmarter

x

Tweekleurige bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Vos

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wezel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud

c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. bestendig gebruik.

Wild zwijn

x

x

x x

Woelrat

x

x

x

Bastaardkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bruine kikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Meerkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

23

BIJLAGE 4A - UITTREKSEL KADASTRALE KAART

Figuur: kaart projectgebied zoals aangeleverd door de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

24

BIJLAGE 4B - IMPRESSIE NIEUWE SITUATIE

Figuren: kaart en schetsen van nieuwe situatie met nieuwbouw appartementencomplex zoals aangeleverd door de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

25

BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

26

BIJLAGE 6 - EFFECTENINDICATOR

Figuur: De effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is ingevuld voor Natura 2000-gebied ‘Holtingerveld’ en voor werkzaamheid ‘woningbouw’.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

27

BIJLAGE 7 - CV’S BETROKKEN ECOLOGEN Nick Kroese, BSc

Amber Heitman, MSc

Functie: kwaliteitscontroleur

Functie: projectleider

Ruth van den Herik, Msc Functie: veldecoloog

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

- hbo Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein met

- wo master Ecology & Evolution aan de Vrije Universiteit

- wo master Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit,

specialisatie natuur- en landschapstechniek.

Amsterdam.

met specialisatie animal ecology.

- mbo-4 Bos- en natuurbeheer aan het Wellantcollege te Gouda.

- hbo Toegepaste biologie aan de HAS Den Bosch, met

- wo bachelor Dierwetenschappen aan de Wageningen

specialisatie ecologie.

Universiteit, met specialisatie wildlife biodiversity.

Nick is sinds 2014 in dienst bij Habitus. Hij voert al sinds 2009

Ervaring:

Ervaring:

quickscans uit en heeft daardoor ruime ervaring opgedaan

Amber is sinds begin 2017 in dienst bij Habitus. Sindsdien

Ruth is sinds augustus 2018 in opleiding bij Habitus. Sinds

met deze dienst. Ook verricht hij al sinds 2009 soortgerichte

heeft zij reeds tientallen ecologische quickscans uitgevoerd

2018 ondersteunt zij projectleiders met het uitvoeren van

onderzoeken

persoonlijke

en laten zien dat zij ecologische risico’s bijzonder goed kan

veldwerk en het opstellen van rapporten, onder begeleiding

aandachtsgroepen zijn planten, libellen, weekdieren en kevers.

inschatten. En dan met name de risico’s bij de sloop of renovatie

van Benjamin Brandt. Tijdens haar opleiding heeft zij een

Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende

van gebouwen. Sinds 2017 verricht zij ook soortgerichte

brede kennis opgedaan van ecologie en heeft zij ook een

kennis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit

onderzoeken naar grondgebonden zoogdieren, vleermuizen,

semester gestudeerd in Zweden, om zich meer te verdiepen

te voeren en deze van anderen te beoordelen: grondgebonden

huismus, platte schijfhoren en gierzwaluwen. Haar persoonlijke

in natuur- en wildbeheer. Ook heeft ze ervaring met wildcamera’s.

zoogdieren, zeezoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen,

aandachtsgroepen zijn vogels en vleermuizen. Van de volgende

Ze heeft vooral interesse in vogels en landzoogdieren.

vlinders, libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen.

soortgroepen heeft zij bewezen over voldoende kennis te

Ervaring:

en

fauna-inventarisaties.

Zijn

beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit te Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Nick doet? Zie

voeren: grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën,

dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemingen

reptielen, vissen, vlinders, libellen, kevers en vogels. Van

worden ingevoerd via WrnPro.

zeezoogdieren, mossen en kreeften is haar kennis nog te gering en voert zij geen effectenbeoordeling uit. Ook voert zij geen kwaliteitscontroles uit. Haar sterke communicatieve vaardigheden zijn belangrijk in de functie van projectleider.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

28

BIJLAGE 8A - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK Soorten die binnen een straal van vijf kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is over een periode van de laatste vijf jaar gekeken. Vogels met een jaarrond beschermd nest zijn niet opgenomen in de tabel. Zoogdieren

Vleermuizen

Reptielen

Amfibieën

Vissen

Dagvlinders

Libellen

Geleedpotigen

Vaatplanten

Boommarter

Gewone dwergvleermuis

Muurhagedis

Bastaardkikker*

Grote modderkruiper

Grote weerschijnvlinder

Beekrombout

Brede geelgerande waterroofkever

Ruw parelzaad

Bosmuis*

Gewone grootoorvleermuis

Bruine kikker*

Bunzing*

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Gewone pad*

Das

Laatvlieger

Kleine watersalamander*

Eekhoorn

Ruige dwergvleermuis

Poelkikker

Noordse winterjuffer

Egel* Haas* Hermelijn* Huisspitsmuis* Konijn* Otter Ree* Rosse woelmuis* Steenmarter Veldmuis* Vos* Wezel*

* = deze soorten zijn vrijgesteld in de Wet natuurbescherming in Drenthe. Onderstreept = soorten die ook binnen één kilometer van het projectgebied zijn waargenomen.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

29

BIJLAGE 8B - RESULTATEN BUREAU- EN VELDONDERZOEK

Te verwachten soort op basis van bureau-onderzoek

a/m¹

Te verwachten functies²

Heikikker*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals vochtige heideterreinen, veengebieden, vochtige schraallanden, uiterwaarden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrischof voortplantingsbiotoop (Ravon, z.d.c).

Kamsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Voortplantingsbiotoop: ongeschikt omdat matig voedselrijk tot voedselrijk stilstaand, onbeschaduwd water met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie ontbreekt. Deze wateren zijn veelal beek- of rivierbegeleidend en permanent waterhoudend. Overwinteringsbiotoop: niet geschikt omdat kleinschalige landschappen ontbreken met essentiële biotoopelementen zoals bospercelen, heggen, struwelen en houtwallen. De soort komt voor in het zuiden, midden en oosten van het land (Ravon, z.d.d). Verder wordt niet in het water of langs de oever van de bestaande watergangen gewerkt.

Poelkikker*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden geen landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren (Ravon, z.d.f).

Rugstreeppad*

N.v.t

N.v.t.

Er zijn geen waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen vijf kilometer van het projectgebied. Tussen het projectgebied en de dichtsbijzijnde waarnemingen, op circa tien kilometer afstand, bestaan geen onoverbrugbare barrières. Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van (tijdelijke) ondiepe wateren niet zuurder dan pH 5, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Er is geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals (teelt)akkers, zandafgravingen, kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn geen (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages of struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats. Vanwege de afstand is er geen kans op vestiging in nieuw voortplantingsbiotoop indien er tijdens de werkzaamheden ondiepe wateren ontstaan (regenplassen) in de periode april-september. Ook is er geen kans op vestiging in geschikt winterbiotoop indien er hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen blijven liggen in de periode septembernovember. Juveniele rugstreeppadden uit de omgeving kunnen wel tot vijf kilometer afleggen op zoek naar geschikt leefgebied (Bij12, 2017d; Ravon, z.d.g).

Vinpootsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk grotere bos- en heidegebieden in Drenthe, Noord-Brabant en Limburg. Aan de samenstelling van het bos worden weinig eisen gesteld. Ze planten zich voort in heidevennen, bosvijvers en poelen. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4; Ravon, z.d.h).

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vennen of (hoog)veen met zuur, helder water met een veen- of zandbodem. Het water is relatief voedselarm en kalkarm met een oppervlakte van één tot dertien hectare en een diepte van 0,5 tot één meter. De oevers zijn onbeschaduwd en de vegatatie is relatief soortenarm met weinig of geen submerse en drijvende hogere waterplanten (Naturalis, 2018).

Onderbouwing en locaties ³

Amfibieën

Kevers Brede geelgerande waterroofkever

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

30

Gestreepte waterroofkever*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde (EIS, 2005).

Vermiljoenkever*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen (EIS, 2012). Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en Zuid-Holland aanwezig is (EIS, 2018).

Vliegend hert*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefgebied aanwezig, namelijk oude eikenhakhoutbossen op zuidhellingen van (of in de buurt van) stuwwalen of eindmorenes. Klei- en kalkgebieden worden gemeden. Ook ontbreekt het aan eikenstobben, holle knoteiken, opgaande eiken of doorgeschoten hakhout aangetast door witrot (of eikenrot) die larven van het vliegend hert zouden kunnen herbergen. Specifiek met soorten zoals doolhofzwam, roodgerande houtzwam, eikevuurzwam, biefstukzwam of zwavelzwammen. Ook zijn geen sapbomen aanwezig waarop de paring plaats kan vinden (Huijbrechts, 2002, Chinery, 2010).

N.v.t.

N.v.t.

Enkel bekend uit een poel in Warnsborn nabij Arnhem. De soort komt in zoet en redelijk koel, zuurstofrijk water voor en werd (tot 1986) vooral gevonden in onvervuilde beken, rivieren en meren in het zuiden en oosten van het land. Dit biotoop is niet aanwezig in of nabij het projectgebied (Rivierkreeften.be, z.d.).

Beekrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beek- of rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet (Vlinderstichting, z.d.a).

Gevlekte witsnuitlibel*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie (Vlinderstichting, z.d.c).

Groene glazenmaker*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten (Vlinderstichting, z.d.d).

Noordse winterjuffer

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, meestal met lisdodde en riet. Daarnaast zijn plassen met brede rietkragen of andere laageveenachtige vegetatie geschikt. Er is in de buurt ook geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig, namelijk beschutte plaatsen zoals heidevelden, velden van pijpenstrootje, halfopen (moeras)bossen met een ondergroei van pijpenstrootje (Vlinderstichting, z.d.f).

Rivierrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden (Vlinderstichting, z.d.g). Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 3 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.

Tonghaarmuts*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak (BWLG, 2007). Er is gericht gezocht naar tonghaarmuts, maar de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.

Geel schorpioenmos*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkarme maar ijzerrijke moerassen, blauwgraslanden of beekdalen met veel kwel. Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. wateraardbei, zwarte zegge, moeraswalstro en egelboterbloem (Siebel & During, 2006).

Kreeften Europese rivierkreeft* Libellen

Mossen

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

31

Planten Brede wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en waarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing (Dijkstra, 2018d).

Dreps*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30BA, 30AA en 30 BB) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen (Dijkstra, 2018e).

Drijvende waterweegbree*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieu's, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Overkruidverbond (06AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras (Dijkstra, 2018f).

Glad biggenkruid*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's (30BB - Verbond van vingergras en naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras (Dijkstra, 2018h).

Grote leeuwenklauw*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's of natte pioniermilieu's, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalmverbond (30Ba) of Naaldenkervelverbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie (Dijkstra, 2018i).

Groenknolorchis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg (Dijkstra, 2018j).

Kleine wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniervegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras (Dijkstra, 2018m). Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en verbond van duivekervel en kroontjeskruid (30AB) ontbreken op de projectlocatie.

Kruipend moerasscherm*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken en, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezenverbond (29AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro (Dijkstra, 2018q).

Muurbloem*

N.v.t.

N.v.t.

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu's zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras (Dijkstra, 2018r). Vegetaties uit het Verbond van klein glaskruid (21AA) ontbreken op de projectlocatie.

Ruw parelzaad*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde (Dijkstra, 2018t). Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en Windhalmverbond (30BA) ontbreken op de projectlocatie.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

32

Wolfskers*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Over begeleidende soorten is weinig bekend. In twee gevallen kwam kropaar als begeleidende soort voor (Dijkstra, 2018y).

Hazelworm*

N.v.t.

N.v.t.

In het projectgebied bevindt zich geen geschikt biotoop voor de hazelworm, namelijk warme, beschutte, halfopen terreinen met vochthoudende bodem zoals bosranden, open plekken in bossen, ruige heidevelden, kalkgraslanden, vestingwerken, bermen van wegen en spoorwegen (Ravon, z.d.l).

Levendbarende hagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige heide of structuurrijke bermen en ruigten (Ravon, z.d.m).

Muurhagedis

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk oude muren, steile, stenige zuidhellingen en rotswanden. De eieren van de muurhagedis worden afgezet tussen stenen of in zand. De waarnemingen van de muurhagedis beperken zich in Nederland van nature uitsluitend tot Maastricht (Ravon, z.d.n).

Ringslang*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leef- of voorplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Grote oppervlaktes laag gelegen, nat gebied worden gemeden. De ringslang komt ook voor in het laagveen. Andere landschapstypen waarin relatief veel waarnemingen worden verricht zijn bos en struweel en op infrastructuur (wegen en spoorwegen). Ringslangen kunnen ook aanwezig zijn in een bebouwde omgeving en in het agrarisch gebied. Heide en hoogveen maken onderdeel uit van het leefgebied, maar zijn geen voorkeurshabitat (Ravon, z.d.o). Verder zijn geen broeihopen, zoals bladhopen, composthopen of mestvaalten aanwezig.

Zandhagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig zoals (droge) heide of structuurrijke bermen/ruigten met open plekken en kaal zand (Ravon, z.d.p).

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water (Ravon, z.d.q).

Reptielen

Vissen Beekprik* Elrits*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe (Ravon, z.d.r).

Grote modderkruiper*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefbiotoop aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Ook is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Ook is er geen opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones (Ravon, z.d.t).

Bruine eikenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten (Vlinderstichting z.d.j).

Grote vos*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, zoals voornamelijk iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. De eitjes worden afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout (Vlinderstichting z.d.m).

Grote weerschijnvlinder

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig: vooral boswilg en soms grauwe wilg. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De grote weerschijnvlinder vliegt in het genoemde habitat vooral op open plaatsen (Vlinderstichting z.d.n).

Vlinders

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

33

Iepenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet in de kruin van de boom. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen (Vlinderstichting z.d.o).

Sleedoornpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien (Vlinderstichting z.d.r).

Teunisbloempijlstaart*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Geen strooisellaag aanwezig waarin de soort als pop overwintert. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Voornamelijk in het zuiden en oosten van het land (Vlinderstichting z.d.s).

Boomvalk, buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van boomvalk, buizerd, havik, wespendief of zwarte wouw. Ook zijn geen oude nesten van zwarte kraai of ekster aangetroffen waarin de bijvoorbeeld de boomvalk tot laat in het broedseizoen nog tot broeden kan komen (Bij12, 2017e; Vogelbescherming Nederland, z.d.a-e).

Gierzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied zijn geen geschikte gebouwen aanwezig: vaak oudere stadswijken of grotere gebouwen en in mindere mate nieuwe gebouwen (Bij12, 2017c; Vogelbescherming Nederland, z.d.b). Daarnaast zijn geen geschikte invliegopeningen waargenomen. De nokpannen zijn niet geschikt omdat er te weinig ruimte is voor gierzwaluw om in te vliegen. Ook zijn er geen poepsporen aangetroffen.

Huismus*

m

N, fl

Binnen het projectgebied zijn geschikte gebouwen aanwezig. Er worden wel dakgoten, dakpannen of daklijsten gesloopt. Er is ruimte onder dakpannen en er zijn twee openingen in de daklijst aan de zuidwest gevel van het woonhuis waar huismus nesten zou kunnen hebben. Er worden ook (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals hagen (schuilplaats). Tijdens het veldbezoek zijn er geen huismussen waargenomen op of rond de projectlocatie (Bij12, 2017b; Vogelbescherming Nederland, z.d.d).

Kerkuil, ransuil, steenuil*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikte nestplaats aanwezig voor de kerkuil en steenuil, zoals een nestkast of schuur. Ook worden geen oude kassen gesloopt of knotbomen aangetast die door de steenuil gebruikt kunnen worden. Er zijn geen sporen, zoals veren of braakballen aangetroffen. Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn niet aanwezig. Ook zijn er geen oude ekster- of kraaiennesten aangetroffen in de directe omgeving van het projectgebied (50 meter) waar de ransuil veelal gebruik van maakt (Vogelbescherming Nederland, z.d.e).

Oeverzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving. Er is geen kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april-juni in de vorm van zanddepots en afgravingen (Vogelbescherming Nederland, z.d.f).

Ooievaar*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen nestvoorziening voor de ooievaar aanwezig (ooievaarspaal). Ook zijn geen elektriciteitspalen met een ooievaarsnest aanwezig. (Vogelbescherming Nederland, z.d.g)

Roek*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen roeken waargenomen. Ook geen zijn geen nestbomen aangetroffen binnen het projectgebied of in de omgeving hiervan (Vogelbescherming Nederland, z.d.h).

Slechtvalk*

N.v.t.

N.v.t.

Nestgelegenheid ontbreekt: hoge gebouwen zoals torens of hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig (Vogelbescherming Nederland, z.d.i).

Sperwer*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van sperwer. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven (Vogelbescherming Nederland, z.d.j).

Vogels

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

34

Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige staat van instandhouding: ekster, eidereend, brilduiker, draaihals, ruigpootuil, zwarte specht, tapuit*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen binnen de directe omgeving (50 meter) van het projectgebied. Er zijn geen kustduinen aanwezig waar de eider kan broeden. Er zijn geen oude, bestaande holten van vooral de zwarte specht (in den en beuk) waar de ruigpootuil gebruik van kan maken. De brilduiker broedt voornamelijk in landgoedbossen in het IJsseldal (tussen Zwolle en Deventer), hier ligt het projectgebied niet in. In het projectgebied ontbreken oude berken (op de Veluwe) met holtes waar de draaihals gebruik van maakt. Er zijn geen schrale heide- of stuifzandgebieden of duinen aanwezig met konijnenholen waar de tapuit tot broeden kan komen (Vogelbescherming Nederland, z.d.q-u).

Vogels zonder jaarrond beschermd nest*

m

N, vm

• • •

In de hagen en bomen in het projectgebied kunnen zangvogels zoals groenling en putter (beide artikel 3.1) broeden. In de klimop zouden soorten als merel en winterkoning kunnen broeden. Ook duiven zoals de houtduif en de Turkse tortel zouden een nest kunnen maken in de bomen (artikel 1.11). Pioniersoorten zoals kleine plevier en scholekster worden niet verwacht. Het projectgebied is niet open genoeg voor deze soorten en ligt in een dorpskern. De meeste vogels broeden tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende vogels zijn te allen tijde beschermd. Duiven kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Bij het veldbezoek zijn geen broedvogels waargenomen. Gezien de tijd van het jaar en de locatie wordt vestiging van broedvogels vóór half februari 2019 niet verwacht. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.

Weekdieren Bataafse stroommossel*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, de bataafse stroommossel prefereert gestructureerde grofzandige sedimenten en is daardoor grotendeels gebonden aan stromende wateren zoals rivieren, beken of wateren die in verbinding staan met de rivier. Na een korte parasitaire fase in de kieuwen van vissen (waaronder bijvoorbeeld elrits, ruisvoorn, kopvoorn en rivierdonderpad) graven juvenielen zich namelijk in ondiepe delen waar geen opslibbing of overzanding plaatsvindt (Ministerie van Economische Zaken, 2015).

Platte schijfhoren*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water (IvL & RHB, 2014, 2016).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11014273/1