Bijlage 2b Ontwerp bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold verbeelding.pdf
Tekst van het document
34
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
Verkeer - Verblijfsgebied De gronden voor de toegangsweg richting de parkeergarage onder het gebouw zijn opgenomen binnende bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' De bestemming maakt naast verkeer en parkeergelegenheid ook ondergeschikte groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en uitbreidingen daarvan mogelijk. Dubbelbestemmingen Dubbelbestemmingen kunnen worden opgenomen om specifieke waarden ter plaatse van het plangebied te beschermen. Het plangebied is gelegen in een gebied met mogelijke archeologische waarde. Daarom zijn voor deze gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. In deze gebieden is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen van meer dan 100 m² en dieper dan 30 centimeter
35
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
36
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De initiatiefnemer heeft aangetoond dat het plan financieel haalbaar is. Kostenverhaal Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit plan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld. Daarmee is het kostenverhaal voldoende vastgelegd. Daarin worden teven afspraken gemaakt over het verhalen van planschade.
37
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
38
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
Hoofdstuk 7
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan doorloopt een uitgebreide procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun mening op het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt een nadere toelichting. Voorbereidingsfase In het kader van vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de directbetrokkenen en verzonden aan de overlegpartners. Op 5 oktober 2020 is er een informatieavond geweest voor omwonenden van de planlocatie. Tijdens deze avond zijn de plannen gepresenteerd en was er de mogelijkheid voor omwonenden om hier over in gesprek te gaan met initiatiefnemers en gemeente. Onderwerpen die veel besproken zijn, hoogte, massa, parkeren en veiligheid op toegangsweg. De vooroverleg- en inspraakreacties zijn in bijlage 6 puntsgewijs samengevat en voorzien van beantwoording. De resultaten van dit vooroverleg en de inspraak zijn meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen formele bestemmingsplanprocedure. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. Eenieder krijgt de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen. Vaststellingsfase Ten aanzien van de ingekomen zienswijzen wordt een gemeentelijk standpunt bepaald in de zienswijzennota.
Het resultaat van de zienswijzennota wordt verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Tot slot is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
39
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
40
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
Bijlagen toelichting
41
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
Bijlage 1
Aanmeldingsnotitie vormvrije mer
42
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Dijkhuizen 28 - 30 – Ruinerwold
Gemeente De Wolden Project: 20190454
identificatie
planstatus
Auteur:
datum:
status:
D. Rutte
24-12-2020
Ontwerp
Inhoud
1.
2.
3. 4.
Inleiding
3
1.1. 1.2. 1.3.
3 4 4
Aanleiding Wat houdt een vormvrije m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer
Kenmerken en plaats van het project
5
2.1. 2.2. 2.3.
5 6 7
Kenmerken van het project Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Plaats van het project
Kenmerken van de milieueffecten
8
3.1.
8
Milieu- omgevingsaspecten
Conclusie
Rho adviseurs voor leefruimte
11
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding Aan Dijkhuizen 28 – 30 staat een voormalig bankgebouw. Het voornemen is om het bestaande gebouw te slopen, en daarvoor in de plaats een woongebouw te realiseren. Met dit plan worden twintig appartementen, verdeeld over drie verdiepingen gerealiseerd. Onder het gebouw wordt een half verdiepte parkeergarage en bergingen gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. De beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r, namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden. Om die reden is formeel een vormvrije m.e.r.beoordeling vereist. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegd gezag (college of raad) voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegd gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie.
Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit plan. De betreffende planlocatie is weergegeven in het volgende figuur.
Luchtfoto met aanduiding projectgebied
1.2.
Wat houdt een vormvrije m.e.r.-beoordeling in?
De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: - de plaats van het project; - de kenmerken van het project; - de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan moet een m.e.r.beoordelingsbesluit worden genomen. De voorliggende notitie vormt de basis voor dit besluit. In geval van dit bestemmingsplan is de gemeente bevoegd gezag. Het college van burgemeester en wethouders neemt bij de vrijgave van het ontwerp bestemmingsplan een besluit over de noodzaak van een m.e.r.-procedure.
1.3.
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: beschrijft in hoofdstuk 2 de kenmerken en de plaats van het project; gaat in hoofdstuk 3 in op de kenmerken van de potentiële milieueffecten; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van de informatie uit het bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken.
2. Kenmerken en plaats van het project
2.1.
Kenmerken van het project
Algemeen Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage III van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is en in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Ook wordt ingegaan op de mate van gebruik van natuurlijke hulpstoffen, de productie van afvalstoffen en de mate van verontreiniging en hinder als gevolg van het project. Tot slot wordt ingegaan op het risico van ongevallen. Fysieke kenmerken De voorziene ontwikkeling bestaat uit de bouw van een woongebouw met 20 appartementen die verdeeld worden over drie bouwlagen. Het gebouw krijgt een maximale bouwhoogte van circa 16 meter. Het gebouw wordt afgedekt met een rieten kap die begint vanaf de eerste bouwlaag. Door deze kap evenwijdig aan de Vorenwolde te situeren, ontstaat er vanaf het gebouw een oriëntatie richting de Dijkhuizen. Onder het gebouw wordt een half verdiepte parkeergarage en bergingen gerealiseerd. Deze kelder wordt aan de noordoostgevel, via een zijstraat van de Dijkhuizen, ontsloten op de Dijkhuizen. In het kader van duurzaamheid en energiebesparing wordt het gebouw voorzien van een warmtepomp inclusief zonnepanelen op het dak. Het plangebied wordt aan de noordoostzijde ontsloten door een zijstraat van de Dijkhuizen. Deze weg heeft voldoende capaciteit om het plangebied goed te ontsluiten.
Impressie huidige situatie
Impressie beoogde ontwikkeling
Cumulatie Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt daarom geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid.
2.2.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de nieuwe omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. Verontreiniging en hinder De ontwikkeling leidt in principe niet tot een risico op verontreiniging van het milieu. Op de effecten van de ontwikkeling wordt nader ingegaan in hoofdstuk 3. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder. Dit blijkt ook uit de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in hoofdstuk 3. Risico van ongevallen De uitvoering van de plannen en het gebruik van de te realiseren woningen brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Energie en duurzaamheid Met de ontwikkeling is de ambitie om de duurzaamheidsconditie op het gebied van energievoorzieningen op te schroeven.
Het gebouw wordt voorzien van een warmtepomp inclusief zonnepanelen op het dak. De voorzijde van het gebouw grenst aan de Dijkhuizen en wordt ingericht met groen.
Beoogde situatie
2.3.
Plaats van het project
2.2.1 Bestaand grondgebruik Het projectgebied ligt op de hoek van de Dijkhuizen en de Vorenwolde. De Dijkhuizen betreft de doorgaande ontsluitingsweg van het dorp. Aan de Dijkhuizen zijn afwisselend woningen, winkels en andere bedrijfspanden gesitueerd. In dit bebouwingslint zijn de gebouwen direct gesitueerd aan de weg. De Vorenwold is een weg die de zuidelijke uitbreidingswijk van Ruinerwold verbindt met de Dijkhuizen. Het projectgebied is aan de voorzijde ingericht met een parkeerterrein. In het midden van het perceel staat het voormalige bankgebouw. Dit gebouw kan worden verdeeld in twee delen. Het voorste gedeelte wordt gebuikt voor bedrijven en bestaat uit 1 bouwlaag en is plat afgedekt. In het achterste gedeelte van het gebouw is een woning gesitueerd. Dit gedeelte bestaat uit 2 bouwlagen met kap. Aan de achterzijde van het gebouw bevindt zich de tuin en de entree van de woning. Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft opzichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu De ontwikkeling vindt niet plaats in een gevoelig gebied. De dichtstbijzijnde gevoelige gebieden (zoals genoemd in de EU richtlijn) zijn Natura 2000 gebieden, die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Het projectgebied ligt op circa 5,2 km afstand van het Natura 2000-gebied.
Tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied bedraagt de afstand 1,2 km. In de nabijheid liggen geen andere gevoelige gebieden zoals genoemd in de EU richtlijn (wetlands, kustgebieden, bosgebieden, natuurparken, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingdichtheid, landschappelijk van historisch cultureel of archeologische gebieden van belang).
Ligging projectgebied ten opzicht van Natura 2000-gebieden en NNN
3. Kenmerken van de milieueffecten
Algemeen In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van het project beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuw aangevraagde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In de directe omgeving van het gebied zijn geen ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie zoals opgenomen in de toelichting bij het bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken. Conform de EU richtlijn wordt in ieder geval ingegaan op het bereik van het effect, waaronder het grensoverschrijdende karakter daarvan. De waarschijnlijkheid van het effect en de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Om hier inzicht in te geven worden eerst de milieu- en omgevingsaspecten behandeld.
3.1.
Milieu- omgevingsaspecten
3.1.1 Verkeer Het projectgebied wordt aan de noordoostzijde ontsloten door een zijstraat van de Dijkhuizen. Deze weg heeft voldoende capaciteit om het plangebied goed te ontsluiten. In de huidige situatie is de ontsluiting direct via de Dijkhuizen. Met de komst van 20 woningen neemt de verkeersgeneratie in het projectgebied toe. De huidige infrastructuur is goed en kan de toename van het aantal verkeersbewegingen verwerken. Belangrijke nadelige gevolgen zijn daarmee uitgesloten. Voor de beoogde ontwikkeling zijn 20 parkeerplaatsen noodzakelijk. Onder het gebouw worden 16 parkeerplaatsen gerealiseerd. Naast de toegangsweg is ruimte voor 4 parkeerplaatsen. Het parkeren voor de volledige ontwikkeling kan op eigen terrein plaatsvinden. Hiermee zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten. 3.1.2 Wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek is op basis van de Wet geluidhinder niet noodzakelijk. Gezien de te verwachten verkeersintensiteiten op de wegen waaraan het projectgebied ligt, is het aannemelijk dat kan worden voldaan aan het vereiste van een 'goede ruimtelijke ordening'. Het op basis van het Bouwbesluit vereiste binnenniveau van 33 dB garandeert dit ook. 3.1.4 Luchtkwaliteit De toevoeging van 20 woningen valt ruim onder de grenswaarden en draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen.
3.1.5 Externe veiligheid Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het projectgebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Ook worden binnen korte afstand van het projectgebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg, het spoor, het water of door leidingen. Met de beoogde ontwikkeling worden geen inrichtingen toegestaan die een nadelig effect kunnen hebben op de externe veiligheidssituatie ter plaatse.
3.1.6 Bodemkwaliteit Met de beoogde ontwikkeling vindt een functiewijziging plaats. In het huidige bestemmingsplan is de functie wonen toegestaan, echter op het achterste gedeelte van het plangebied, zijn de gronden bestemd met een groenbestemming zonder woonbestemming. Doordat dit gedeelte is bestemd en ingericht met groen is er geen sprake van een verdachte locatie. Tijdens de aanvraag van de omgevingsvergunning moet een recent bodemonderzoek (niet ouder dan 5 jaar) worden aangeleverd. In verband met de huidige bebouwing wordt na de sloop van de bestaande bebouwing een bodemonderzoek uitgevoerd. Afhankelijke van de resultaten kan worden bepaald of sanering nodig is. Dit bodemonderzoek wordt voor de start van de bouwwerkzaamheden opgenomen in de vergunning.
3.1.7 Archeologie Voor archeologische verwachtingen wordt uitgegaan van de Archeologische beleidskaart voor de gemeente De Wolden. Het projectgebied is op deze kaart deels aangeduid met de waarde "historische kernen (1832), buitenplaatsen, middeleeuwse begraafplaatsen (in gebruik) en zone rond historische nederzettingslocaties". Voor het projectgebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. In deze gebieden is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen van meer dan 100 m² en dieper dan 30 centimeter. Het projectgebied is voor een gedeelte bebouwd. Ter plaatse van de huidige bebouwing is de bodem verstoord, waardoor eventuele resten voor een groot deel verstoord zullen zijn geraakt. Het deel bestaande bouw valt in de beleidswaarde 'historische kernen', maar omdat het al verstoord is hoeft daar geen onderzoek plaats te vinden. Het deel nieuwbouw valt in de beleidswaarde 'lage verwachting'; bij ingrepen groter dan 3 hectare en dieper dan -30 cm mv moet onderzoek plaats vinden. De voorgenomen bouwplannen overschrijden deze grenzen niet, dus archeologisch onderzoek is niet nodig voor deze locatie. Daarnaast zijn er ook geen vondstmeldingen in de nabijheid gedaan. De nieuwe ontwikkeling zal naar verwachting geen gevolgen hebben voor eventuele archeologische waarden in het projectgebied. Daarmee zijn relevante milieueffecten op dit punt uitgesloten.
3.1.9 Ecologie Gebiedsbescherming Het projectgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het projectgebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Holtingerveld is 5,2 km en de afstand tot het dichtstbijzijnde NNN -gebied bedraagt 1,2 km. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het effect van stikstofdepositie is in beeld gebracht met een berekening voor de aanleg- en gebruiksfase. Dit onderzoek is als bijlage 1 opgenomen bij het bestemmingsplan. De berekening toont aan dat er geen toename in stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is. Zodoende is er geen sprake van negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van omliggende Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling heeft geen significant negatieve gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Soortenbescherming Voor het plan is een quickscan soortbescherming uitgevoerd.
Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2 van het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat het projectgebied geschikt is voor de huismus en vleermuizen. Daarom is een nader onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3 van het bestemmingsplan. Uit dit aanvullende onderzoek blijkt dat er een ontheffing moet worden aangevraagd voor vernietiging van een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en dat er een ontheffing nodig is voor het verwijderen van de twee nest van de huismus.
3.1.10 Water In het projectgebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt De woningen worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Aan de voorzijde van het gebouw aan de Dijkhuizen wordt alle bestaande verharding verwijderd en ingericht met groen. Deze verandering van het openbare gebied komt ten goede aan de klimaatadaptatie van het gebied. Regenwater mag worden geloosd op oppervlaktewater in het stedelijke gebied. Minder schoon regenwater wordt via een zuiverende passage/voorziening geloosd op het oppervlaktewater. Bij het toepassen van een wadi wordt het regenwater voldoende gezuiverd. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten. 3.1.11 Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. In de directe omgeving komen verschillende functies voor. Daarom kan de omgeving als gemengd gebied worden aangemerkt In de nabije omgeving zijn enkele winkels/bedrijven gevestigd. Voor de beoordeling in het kader van ruimtelijke ordening wordt de afstand gemeten vanaf het bouwblok.
Op de locatie Dijkhuizen 32 is geen bedrijf gevestigd, maar ligt nog wel de bestemming 'Centrum'. Hier zijn activiteiten toegestaan uit milieucategorie 1 en 2, zoals een kantoor of detailhandel. Voor deze categorie geldt een maximale afstand van 0 meter en 10 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt dus voldaan. Op de locatie Dijkhuizen 33 is een eetcafé en een uitgaanscentrum gevestigd. Op grond van de bedrijven en milieuzonering worden aangesloten bij de richtafstanden voor 'discotheken en muziekcafés', milieucategorie 2 waarvoor 10 meter, in gemengd gebied voor geluid als grootste richtafstand geldt. De werkelijke afstand is 23 meter. Aan deze richtafstand wordt dus voldaan. Op de locatie Dijkhuizen 37-39 is een cafetaria gevestigd. Op grond van de bedrijven en milieuzonering geldt voor cafetaria's milieucategorie 1 waarvoor 0 meter, in gemengd gebied voor geluid als grootste richtafstand geldt. De werkelijke afstand is 30 meter. Voor detailhandel en kantoren geldt een afstand van 0 meter voor geluid in gemengd gebied. Het plan zelf maakt geen activiteiten mogelijk die milieuhinder veroorzaken. Geconcludeerd wordt dat het project op dit punt geen belangrijke milieueffecten veroorzaakt. De geprojecteerde woningen veroorzaken geen hinder voor woningen en bedrijven in de omgeving.
3.1.12 Sloop- en aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tijdens de aanleg kan plaatselijk overlast optreden (geluid/stof). Deze effecten zijn echter van tijdelijke aard en zullen zoveel mogelijk worden gemitigeerd door in overleg met de gemeente rekening te houden met de omgeving bij de keuze van bouwmethode en tijden. Verder zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden. 3.1.13 Mitigerende maatregelen De werkzaamheden zullen ten behoeve van de Wet Natuurbeheer buiten het broedseizoen moeten plaatsvinden. Afhankelijk van de resultaten voor het aanvullende onderzoek naar vleermuizen dient een compensatie/mitigatieplan opgesteld te worden om de gunstige instandhouding te kunnen garanderen.
4. Conclusie
Het project is relatief kleinschalig en heeft geen kenmerken die potentieel risico op grote milieueffecten in zich hebben. Er is geen sprake van belangrijke negatieve effecten als gevolg van het project. Een toename van personen in de omgeving zal een effect hebben op de verkeersituatie, maar deze blijft binnen de normen en kan worden bijgestuurd met maatregelen indien noodzakelijk. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden, mits de mitigerende maatregelen worden opgevolgd. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure.
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
Bijlage 2 Stikstofberekening
54
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RufDGzASCrkC (03 februari 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Modderman Flora en Fauna
Keizerstraat, 7411HD Deventer
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Blijdenstede Ruinerwold
RufDGzASCrkC
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
03 februari 2021, 10:20
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
190,48 kg/j
NH3
3,76 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Sloop oud bankgebouw en woonhuis. Daarna nieuwbouw wooncomplex met 20 appartementen.
Situatie 1
RufDGzASCrkC (03 februari 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
aanleg 20 appartementen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
140,89 kg/j
wegverkeer aanlegfase Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
8,67 kg/j
wegverkeer gebruiksfase Wegverkeer | Buitenwegen
3,28 kg/j
40,91 kg/j
20 appartementen Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Situatie 1
RufDGzASCrkC (03 februari 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Voertuig
Resultaten
aanleg 20 appartementen 213167, 526441 140,89 kg/j < 1 kg/j
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IV, 130 <= kraan kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
10.000
100
14,0 NOx NH3
44,37 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= bulldozer kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
2.000
20
14,0 NOx NH3
8,87 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= minikraan kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
5.000
50
14,0 NOx NH3
22,18 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= tractor en dumper kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
12.000
12
14,0 NOx NH3
39,95 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= verreiker kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
5.000
5
14,0 NOx NH3
16,65 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= overig kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
2.000
20
14,0 NOx NH3
8,87 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Omschrijving
20 appartementen 213165, 526443 15,0 m 0,000 MW Continue emissie
RufDGzASCrkC (03 februari 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
400,0 / jaar NOx NH3
3,41 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
400,0 / jaar NOx NH3
2,33 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
1.000,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
400,0 / jaar NOx NH3
2,33 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
wegverkeer aanlegfase 213237, 525512 8,67 kg/j < 1 kg/j
wegverkeer gebruiksfase 213236, 525504 40,91 kg/j 3,28 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
160,0 / etmaal NOx NH3
35,68 kg/j 3,19 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
3,10 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
2,12 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RufDGzASCrkC (03 februari 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RufDGzASCrkC (03 februari 2021) pagina 6/6
bestemmingsplan Dijkhuizen 28 - 30 - Ruinerwold (ontwerp)
Bijlage 3 Ecologie onderzoek
61
Rapportage ecologische quickscan
Dijkhuizen 28-30 te Ruinerwold Dumas OG B.V.
Projectleider
Kwaliteitscontrole
A. Heitman MSc
N. Kroese BSc, 7 februari 2019
Rapportage
Paraaf
R. van den Herik MSc Rapport DUMA2019-1-RAP In opdracht van
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport
dhr. J. van der Werff
(inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron en na toestemming van de eigenaar (opdrachtgever).
Organisatie Dumas OG B.V.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten
Contactpersoon quickscan
van dit onderzoek of door toepassing van de adviezen.
Amber Heitman MSc 06-45901203 amber@habitus.nl
Correspondentieadres: Tolnasingel 1 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01
Opleverdatum
Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894
12 februari 2019
www.quickscan-flora-en-fauna.nl
Quickscan is een onderdeel van Habitus natuur & landschap www.habitus.nl Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: zuidwestelijke gevel van het pand.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING EN ONDERZOEK 4
2.
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 7
3.
RESULTATEN 8
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 13
BRONNENLIJST 16 BIJLAGEN
17
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK
1.1 Aanleiding
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als
De opdrachtgever is voornemens een gebouw
bewijsstuk dat een ecologische quickscan is
te slopen om hier een appartementencomplex
verricht.
te realiseren binnen het projectgebied. De activiteiten zullen plaatsvinden aan de Dijkhuizen
1.3 Criteria
28-30 te Ruinerwold.
Op deze ecologische quickscan zijn de volgende criteria van toepassing:
De quickscan wordt aangevraagd voor een aanvraag dient
omgevingsvergunning.
onderzocht
te
worden
of
Daarom met
•
Het
onderzoek
is
uitgevoerd
door
de
deskundige ecologen volgens de definitie
voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling sprake
van de Rijksdienst voor ondernemend
is van overtreding van de geldende natuurwet en regelgeving. Indien er geen overtredingen
•
Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd door een
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
onafhankelijk
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
natuur & landschap verklaart hierbij geen
Indien er vervolgonderzoek wordt geadviseerd,
enkel belang te hebben bij de uitkomst
kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans
van het onderzoek. Ook heeft iedere vaste
nog steeds doorgang vinden als een ontheffing
medewerker de ethische gedragscode
of vergunning kan worden verkregen.
ondertekend
1.2 Doel en centrale vraag
•
adviesbureau.
en
beloofd
Habitus
hiernaar
te
handelen. De
resultaten
zijn
op
een
efficiënte
In deze ecologische quickscan wordt een
wijze
voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de Wet
er een adequate verhouding bestaat
natuurbescherming. De centrale vraag luidt:
tussen kosten in relatie tot de geleverde
verkregen,
dat
wil
zeggen
dat
resultaten. Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd
Toelichting op de afbeelding
met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet
Impressie projectgebied: noordoostelijke gevel van de woning.
natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid?
Er zijn geen open stootvoegen aanwezig.
En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden? Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
• • • •
•
De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar
natuurbescherming
mogelijk verkregen.
ontwikkeling. Wel worden maatregelen voorgesteld
De
conclusie
en
aanbevelingen
(inclusief
bij
de
geplande
ruimtelijke
om met vrijgestelde soorten rekening te houden.
vervolgstappen) van het onderzoek zijn duidelijk
In bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
voor de opdrachtgever.
bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
De kwaliteit van het natuuronderzoek kan
vrijgestelde soorten staan in bijlage 3.
beoordeeld worden door het bevoegd gezag. Het onderzoek voldoet aan de interne proces-
1.4.2 Gebiedsbescherming en provinciaal beleid
en
&
Voor gebiedsbescherming wordt getoetst aan de
landschap. Bekijk deze op https://habitus.nl/
volgende onderdelen van de Wet natuurbescherming:
kwaliteitseisen
van
Habitus
natuur
EisenEcologischOnderzoek. Voor het opsporen, vangen (met toegestane
• •
Natura 2000-gebieden (artikel 2.7) Bijzondere nationale gebieden.
vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde
•
dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing
Daarnaast wordt getoetst aan provinciaal beschermde
aanwezig.
gebieden,
Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de
Ordening. Het betreft gebieden die in de Verordening
opleverdatum (zie colofon).
• •
1.4 Reikwijdte
beschermd
via
de
Wet
Ruimtelijke
Ruimte zijn aangewezen, zoals: Natuurnetwerk Nederland (NNN) Defensieterreinen met natuurwaarde
Onderstaand is beschreven aan welke wetten, artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er mogelijk
werkzaamheden worden getoetst in deze quickscan.
sprake is van een overtreding, dan is nader onderzoek vaak benodigd. Hierbij valt te denken aan een
1.4.1 Soortbescherming
soortgericht onderzoek of een NNN-toetsing. Deze
Er wordt getoetst aan de volgende verbodsbepaling
nadere onderzoeken maken geen onderdeel uit van
uit de Wet natuurbescherming:
dit vooronderzoek.
•
Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1)
•
Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5)
1.5 Werkwijze
•
Andere soorten (artikel 3.10)
De ecologische quickscan bestaat uit een bureau-
•
Zorgplicht (artikel 1.11).
onderzoek, een veldonderzoek en een toetsing. Daarna
In bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
volgen de conclusie en de aanbevelingen. Hieronder
bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
volgt per onderdeel een toelichting op de methode.
vrijgestelde soorten staan in bijlage 3. Vrijgestelde Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: zuidwestelijke gevel van het
soorten zijn niet beoordeeld, want door de vrijstelling is er geen kans op het overtreden van de Wet
bedrijfspand. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5
1.5.1 Soortbescherming
1.5.2 Gebiedsbescherming
Als eerste wordt het bureau-onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt een lijst met soorten die in de omgeving
De begrenzingen van beschermde (beleids)gebieden worden via provinciale kaartmachines geraadpleegd,
aanwezig zijn. Deze lijst is weergegeven in bijlage 8 en is een samenstelling van:
dit is altijd de meest actuele stand van zaken. Via de website kunnen diverse provinciale kaartmachines
• •
Soorten die naar voren komen uit een analyse van de NDFF. Er wordt standaard gekozen voor een
vlot geraadpleegd worden. De effectbeoordeling voor Natura 2000-gebieden wordt verricht door de
tijdreeks van vijf jaar en een afstand van vijf kilometer rond de grens van het projectgebied. Alle
effectenindicator in te vullen. Eerst wordt de meest passende activiteit gekozen, daarna beoordeelt de ecoloog
waarnemingen van soorten met relevant gedrag worden bekeken en beoordeeld.
of de effecten compleet zijn én of een effect relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. De informatie
Soorten die niet uit te sluiten zijn op basis van verspreiding. Deze zijn weergegeven met een *. Dit
over de ontwikkeling wordt aangeleverd door de opdrachtgever (zie bijlage 5). De effectbeoordeling voor
betreft soorten die zeer mobiel zijn (zoals rivierrombout), vrij algemeen voorkomen (zoals de gewone
Natuurnetwerk Nederland en andere relevante beleidsgebieden wordt uitgevoerd door de effecten op het
dwergvleermuis) of soorten waarvan vestiging in de nabije toekomst verwacht wordt (zoals de bataafse
beheertype en/of kenmerkende soorten te bepalen. Zo kan bepaald worden of de wezenlijke kenmerken
stroommossel).
en waarden aangetast worden. Hierbij wordt op basis van bronnen of expert judgement beoordeeld of een effect te verwachten is.
Na het bureau-onderzoek wordt een veldonderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt door een deskundig ecoloog onderzocht of er geschikt biotoop aanwezig is voor beschermde soorten. Dit wordt onderzocht aan de hand
1.5.3 Toetsing, conclusie en aanbevelingen
van een lijst met alle beschermde soorten, dus niet alleen de soorten die uit het bureau-onderzoek komen. Er
Nadat alle benodigde informatie over soorten en gebieden is verzameld, wordt getoetst aan de
kunnen namelijk altijd soorten in het projectgebied aanwezig zijn, die niet uit het bureau-onderzoek komen.
natuurwet- en regelgeving zoals gespecificeerd in paragraaf 1.4. Dit wordt gedaan door de effecten van de werkzaamheden (zie paragraaf 2.2) op de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten en gebieden
De beoordeling van de biotoop wordt uitgevoerd op basis van de kennis van de ecoloog, eventueel aangevuld
te bepalen. Op basis van de toetsing worden aanbevelingen gedaan. Per mogelijke overtreding wordt
met een literatuurstudie, welke wordt vermeld in de bronnenlijst. Daarnaast wordt gezocht naar individuen,
geadviseerd hoe hiermee kan worden omgegaan. Het uitgangspunt hierbij is dat een overtreding
sporen of verblijfplaatsen van beschermde soorten, zoals (poot)afdrukken, holen, haren, braakballen, wissels
wordt voorkomen (door een aangepaste werkwijze) of pas kan worden begaan na ontvangst van een
en uitwerpselen. Alle aangetroffen geschikte biotopen, individuen, sporen en verblijfplaatsen worden in het
ontheffing of vergunning. Als een soort mogelijk aanwezig is en overtreding op deze soort niet kan
veld geregistreerd met Waarneming Pro (WrnPro) en in het rapport weergegeven (zie Fig.4. in paragraaf 3.2).
worden uitgesloten, dan wordt nader onderzoek geadviseerd. In een enkel geval zal er voldoende informatie aanwezig zijn om direct een ontheffing of vergunning aan te vragen, dan zal uiteraard geen
Als de ecoloog tijdens het veldonderzoek geschikt biotoop heeft gevonden voor een bepaalde soort, maar
nader onderzoek geadviseerd worden.
twijfelt of deze soort op de betreffende locatie voor kan komen, dan wordt vastgesteld of de soort wel of niet in het projectgebied voor kan komen door te kijken naar:
• • • •
Daarnaast worden bovenwettelijke maatregelen voorgesteld, die een bijdrage kunnen leveren aan de
verspreiding
biodiversiteit van de omgeving. Deze quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de geldende
dispersie-afstand
natuurwetgeving te voldoen. Echter, ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te
mate waarin een soort onderzocht is
behouden. Er zijn vaak ecologische kansen aanwezig voor een waardevolle verhoging van de plaatselijke
aanwezigheid van obstakels.
biodiversiteit. Biodiversiteitsverhogende maatregelen zijn vaak eenvoudig te realiseren. Wij vinden het
Obstakels kunnen het projectgebied mogelijk isoleren, zoals snelwegen en grote wateren. Het uitsluiten van
belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en mogelijke ecologische kansen te benoemen. Er
soorten wordt altijd beargumenteerd in bijlage 8.
wordt altijd een duidelijk onderscheid gemaakt in wettelijke en bovenwettelijke maatregelen.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
2. PROJECTGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het projectgebied ligt aan de Dijkhuizen 28-30 te Ruinerwold en is gelegen in de provincie Drenthe.
In het projectgebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
De begrenzing van het projectgebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit een bedrijfspand met woning, een parkeerplaats en omliggende tuin. Ten zuidoosten
1. slopen bedrijfspand met woning; 2. nieuwbouw appartementencomplex.
van het projectgebied ligt een sportveldje en ten westen aan de overkant van de weg een parkje, beide
Een uittreksel van de kadastrale kaart en een impressie van de nieuwe situatie zijn weergegeven op de
met bomen en struweel. De omgeving van het projectgebied bestaat uit bebouwing, wegen, sportvelden
afbeeldingen in Bijlage 4.
en extensief en intensief beheerd (gras)land. De werkzaamheden hebben betrekking op het gehele projectgebied.
Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 5) wordt verwacht dat er geen sterke trillingen en harde geluiden plaats zullen vinden tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings- en realisatiefase wel extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt gewerkt tussen zonsondergang en zonsopgang. Er zal geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt niet in het water of langs de oever gewerkt. Er zullen mogelijk zanddepots ontstaan bij het realiseren van de half verdiepte parkeergarage. Overtollige grond zal worden afgevoerd. De opdrachtgever is voornemens om te starten met de werkzaamheden in de tweede helft van 2019. De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog niet bekend, maar zullen zo spoedig mogelijk aanvangen. Dit is mede afhankelijk van de vergunningverlening.
Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het projectgebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder. Figuur 1: het projectgebied is rood omrand (PDOK, 2016).
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden
Tabel 1: afstanden van het projectgebied tot beschermde gebieden
In de provincie Drenthe zijn de volgende
Beschermd gebied
Afstand tot projectgebied (in meters)
Natura 2000-gebied: 'Holtingerveld' Habitatsoorten: gevlekte witsnutlibel en kamsalamander. (Niet-)broedvogelsoorten: n.v.t.
5.300
PAS-gebied*: ‘Holtingerveld’
5.300
Natuurnetwerk Nederland Beheertype: N16.03 Droog bos met productie
540
In Tabel 1 zijn de afstanden tot deze gebieden benoemd. In de figuren 2 en 3 is de ligging
Defensieterreinen met natuurwaarde
6.800
beschermde gebieden relevant:
• • •
van
Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Defensieterreinen met natuurwaarde
het
projectgebied
weergegeven
ten
opzichte van beschermde gebieden. Binnen
*Zie Natura 2000 PAS-gebieden en Bijlage 10.
het projectgebied bevinden zich geen gebieden behorend
tot
Natura
2000.
Binnen
het
Algemene opmerking:
projectgebied bevinden zich ook geen gebieden
Een
behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN)
projectgebied
grote
of defensieterreinen met natuurwaarde.
gebied betekent niet dat negatieve effecten
per
afstand en
een
definitie
tussen
het
beschermd uitgesloten
Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer
kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld
worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte
sprake zijn van een negatief effect
effecten reiken.
op soort die buiten een beschermd gebieden verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand. Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: coniferen in de tuin van het gebouw waar vogels zonder jaarrond beschermd nest in kunnen broeden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
Legenda Natura 2000 (Omgevingsvisie 2014) Drenthe mask
Datum: 07-02-2019 Aan deze kaarten kunnen geen rechten worden ontleend.
Figuur 2: ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (provincie Drenthe,
Figuur 3:
2019).
defensieterreinen met natuurwaarde (donkergroen; provincie Drenthe, 2019).
ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van NNN-gebieden (lichtgroen) en
3.1.1 Effecttoetsing beschermde gebieden
De afstand tot het PAS-gebied ‘Holtingerveld’ is groter dan 5000 meter, waardoor depositie-effecten van
In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage 6) is
stikstof niet worden verwacht. Depositie-effecten worden daarom uitgesloten.
gekozen voor de activiteit ‘woningbouw’, omdat deze activiteit overeenkomt met de nieuwbouw van een Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 540 meter (zie detailkaart in Bijlage 12). Er vindt geen
appartementencomplex.
ruimtebeslag plaats op een NNN-gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebied
wezenlijke kenmerken of waarden, omdat de effecten van de werkzaamheden niet reiken tot het NNN-
‘Holtingerveld’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging;
gebied. Het natuurtype dat het dichtst bij het projectgebied voorkomt is ‘droog bos met productie’. De
optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project
kwalificerende soorten van dit natuurtype behoren tot de bosvogels. Er vindt geen externe werking
geen sprake aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura
plaats op het NNN-gebied of op kwalificerende soorten. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.
2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand (5.300 meter) met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het projectgebied
Er vindt geen ruimtebeslag plaats op defensieterreinen met natuurwaarde. De werkzaamheden zullen
ook geen habitatsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende
niet leiden tot externe werking op deze gebieden. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.
gebied zijn niet aan de orde. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 28 januari 2019, voorafgaand aan het veldonderzoek. Het veldonderzoek heeft eveneens op 28 januari 2019 plaatsgevonden. Beide deelonderzoeken zijn verricht door een deskundige ecoloog, namelijk Ruth van den Herik, onder de begeleiding van Amber Heitman. In Bijlage 7 zijn de cv’s van de veldecoloog, projectleider en kwaliteitscontroleur opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek was het circa 3 graden, bewolkt, motregende het en stond er een windkracht van circa 4 Bft vanuit de richting noordwest. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling (zie ook par. 1.5). Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat ook de omgeving beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. Algemene opmerking: In de tabel op de volgende pagina staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt of een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid te vegroten. De soorten waarvoor geen effect verwacht wordt, zijn opgenomen in Bijlage 8.
Daar is dus een nadere onderbouwing te vinden over waarom een soort of beschermde functie uitgesloten is.
In Tabel 2 is te zien welke soorten (mogelijk) in het projectgebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureauonderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8a. Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 8b. Toelichting op de afbeelding
Wij hechten grote waarde aan de controleerbaarheid van onze beoordeling. Daarom zijn na Tabel 2 de
Impressie projectgebied: zuidoostelijke gevel van het pand.
relevante waarnemingen van aanwezige soorten en/of de geschikte biotopen weergegeven in Figuur 4. In
In de esdoorn kunnen bijvoorbeeld duiven broeden. In de
Bijlage 11 zijn relevante foto’s van het veldbezoek opgenomen.
klimop op de gevel kunnen soorten als merel en winterkoning broeden. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
10
Toelichting op Tabel 2
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 8 voor een totaaloverzicht van de beoordeelde soorten. Zie Bijlage 11 voor relevante foto’s.
Onderstaand is onderbouwd waarom bepaalde
Resultaten
werkzaamheden tot welke overtredingen van de Wet Natuurbescherming kunnen leiden. Mogelijk zijn nesten van vogels zonder jaarrond beschermd nest aanwezig in het projectgebied.
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m¹
Te verwachten functies²
Onderbouwing en locaties ³
Werkzaamheid3
Kans op overtreding Wnb4
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
m
N, vm
•
In de hagen en bomen in het projectgebied kunnen zangvogels zoals groenling en putter (beide artikel 3.1) broeden. In de klimop zouden soorten als merel en winterkoning kunnen broeden. Ook duiven zoals de houtduif en de Turkse tortel zouden een nest kunnen maken in de bomen (artikel 1.11). Pioniersoorten zoals kleine plevier en scholekster worden niet verwacht. Het projectgebied is niet open genoeg voor deze soorten en ligt in een dorpskern. De meeste vogels broeden tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende vogels zijn te allen tijde beschermd. Duiven kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Bij het veldbezoek zijn geen broedvogels waargenomen. Gezien de tijd van het jaar en de locatie wordt vestiging van broedvogels vóór half februari 2019 niet verwacht. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.
Alle
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4
Tijdens de werkzaamheden kunnen nesten
•
vernield worden (waarvoor de uitzondering
•
in lid 5 van artikel 3.1 niet geldt) óf vogels verstoord , verwond of gedood worden. Dit is niet toegestaan. Er kan een beschermde functie voor vleermuizen aanwezig zijn (zie Tabel 2, derde kolom). Het
m
k, p, w, z
Verblijfplaatsen: er worden werkzaamheden aan gebouwen verricht (sloop). Het bedrijfspand heeft open stootvoegen in de noordwestelijke en zuidwestelijke gevel en de woning heeft twee openingen in de daklijst op de zuidwestelijke gevel waar vleermuizen in kunnen kruipen en verblijven kunnen hebben. Ook wordt mogelijk verlichting geplaatst die gebouwen, bomen of beplanting beschijnt, negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden. Kraamverblijven van ruige dwergvleermuis worden niet verwacht, omdat deze enkel in Noord-Holland zijn gevonden. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd. Er worden ook geen mogelijke vliegroutes verlicht. Geen effect. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt in open gebied. Ook wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Geen effect. Massawinterverblijven zijn enkel aanwezig in massieve, hoge gebouwen, welke niet aanwezig zijn. Zie ook de vleermuischecklist in Bijlage 9.
Alle
Artikel 3.5 lid 1,2 en 4
Huismus
m
N, fl
Binnen het projectgebied zijn geschikte gebouwen aanwezig. Er worden wel dakgoten, dakpannen of daklijsten gesloopt. Er is ruimte onder dakpannen en er zijn twee openingen in de daklijst aan de zuidwest gevel van het woonhuis waar huismus nesten zou kunnen hebben. Er worden ook (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals hagen (schuilplaats). Tijdens het veldbezoek zijn er geen huismussen waargenomen op of rond de projectlocatie (Bij12, 2017b; Vogelbescherming Nederland, z.d.d).
Alle
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en vogel met een jaarrond beschermd nest (cat. 2)
functie is niet toegestaan. Ook worden mogelijk individuen verwond of gedood tijdens de sloop van het gebouw. Ook dit is niet toegestaan. de
sloop
van
het
gebouw
kunnen
verblijfplaatsen (nesten) van de huismus worden vernietigd. Ook worden mogelijk individuen verwond of gedood. Dit is niet toegestaan, zie Tabel 2 voor de betreffende artikelnummers (laatste kolom).
Artikel 1.11
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger
beschadigen of vernietigen van een beschermde
Bij
en/of
¹ a = beschermde functie aanwezig, m = beschermde functie mogelijk aanwezig (inclusief vestiging) ² N = nestplaats, fl = functioneel leefgebied, p = paarverblijfplaats, z = zomerverblijfplaats, k = kraamverblijfplaats, w = winterverblijfplaats, vm = vestiging mogelijk. ³ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. ⁴ De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. In paragraaf 4.3 worden specifieke maatregelen genoemd die nadelige gevolgen op planten en/of dieren in het projectgebied kunnen voorkomen of beperken.
Figuur 4: kaart met het projectgebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen wordt of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. De volgende diersoorten kunnen onder andere aanwezig zijn en zijn relevant om rekening mee te houden bij de voorgenomen ontwikkeling: bosmuis, egel, konijn, rosse woelmuis en veldmuis. Vanwege de afwezigheid van water in de omgeving worden bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander niet verwacht. In 4.3.3 zijn maatregelen opgenomen om invulling te geven aan de zorgplicht.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
12
4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN
Hoofdvraag
Algemene opmerking:
Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet
Hiernaast is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie
natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid (NNN)? En welke vervolgstappen dienen genomen te
te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke
worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de begrenzing van het projectgebied en welke werkzaamheden getoetst zijn.
4.1 Conclusie
Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de
De conclusie geeft antwoord op de hoofdvraag.
bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 8.
Effecten op beschermde gebieden zijn uitgesloten. Negatieve effecten op huismus en vleermuizen kunnen niet worden uitgesloten. Negatieve effecten op vogels met een jaarrond beschermd nest kunnen door maatregelen worden voorkomen. Bij alle werkzaamheden (zie paragraaf 2.2) kan overtreding
4.3.1 Algemene maatregelen
plaatsvinden. In paragraaf 4.2 en 4.3 worden de vervolgstappen en/of maatregelen benoemd. In
Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn
paragraaf 4.4 staat uitgelegd wat de conclusie betekent voor uw project.
genomen en/of (indien aan de orde) ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wel mogelijk zijn.
4.2 Vervolgonderzoek
Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken
Voor alle soorten waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie
(omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 4.4.
(mogelijk) wordt overtreden, worden hieronder de vervolgstappen beschreven. 4.3.2 Maatregelen voor beschermde soorten 4.2.1 Vervolgonderzoek is nodig voor de volgende soorten/gebieden
• • •
Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
Huismus: nesten en functioneel leefgebied. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van minimaal twee veldbezoeken in de periode april t/m half mei.
Broedvogels algemeen
Vleermuizen: zie Tabel 2 voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te
Voorkom verstoring van vestigende of broedende vogels. Verstoring kan enkel plaatsvinden als er
vinden tussen half mei en half oktober volgens het vleermuisprotocol 2017. Er zijn onder andere
daadwerkelijk broedgevallen aanwezig zijn op of rond de projectlocatie. De volgende soorten worden
veldbezoeken in mei en in september benodigd.
op of rond de projectlocatie verwacht: Turkse tortel, houtduif, groenling en putter. De meeste vogels
Vogels zonder jaarrond beschermd nest: nesten en vestiging mogelijk. Er kan een
broeden tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende vogels zijn te allen tijde beschermd.
broedvogelinspectie benodigd zijn (zie paragraaf 4.3.2).
Duiven kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode of laat voorafgaande aan de werkzaamheden een
4.3 Maatregelen
broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog.
Hieronder volgen te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de uitvoering van werkzaamheden. De maatregelen zijn gesplitst in:
• • •
4.3.1 Algemene maatregelen 4.3.2 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10) 4.3.3 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11).
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
13
4.3.3 Zorgplichtmaatregelen
werkzaamheden beginnen. Indien er toch met de werkzaamheden begonnen wordt zonder dat er nader
Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
onderzoek is uitgevoerd, dan kan er de Wet natuurbescherming mogelijk overtreden worden.
Zoogdieren
Het projectgebied is ook geschikt voor vogels zonder jaarrond beschermd nest en voor soorten die
De volgende maatregelen zijn essentieel om rekening te houden met flora en fauna:
zijn beschermd vanuit de zorgplicht. Dit betekent dat de maatregelen zoals benoemd in paragraaf
• •
Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk niet tussen
4.3.2 genomen dienen te worden voordat er gestart kan worden met de werkzaamheden. Er mag niet
zonsondergang en zonsopkomst.
tijdens het broedseizoen van vogels gestart worden met de werkzaamheden. Er mag wel buiten het