CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan, Koekange

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 28 mei 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan Koekange24.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. De gemeente heeft de gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteit mogelijk wordt gemaakt in eigendom. Hierdoor is het kostenverhaal niet aan de orde. De gemeente is zelf exploitant, waardoor de kosten voor rekening van de gemeente zijn. De gemaakte kosten worden bij grondverkoop via de grondprijs verhaald. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

59

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan, Koekange (vastgesteld)

60

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan, Koekange (vastgesteld)

Hoofdstuk 8

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op deze wijziging van het omgevingsplan, nader onderzocht in deze motivering. Afweging Met de beoogde ontwikkeling worden maximaal 20 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Deze wijziging van het omgevingsplan is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten / instructieregels op provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt het geen conflicten met de instructieregels vanuit het Bkl. In hoofdstuk 5 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de geldende milieu wet- en regelgeving.

In de beoordeling is gebleken voor de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

61

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan, Koekange (vastgesteld)

62

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan, Koekange (vastgesteld)

Bijlagen motivering

63

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan, Koekange (vastgesteld)

Bijlage 1 Overzicht participatie & communicatie

64

Koekange Woningbouw Sinds begin 2022 werken de gemeente De Wolden en de Werkgroep Wonen in Koekange intensief samen aan de planvorming voor woningbouw aan de Kerklaan in Koekange. In dit traject is veel aandacht besteed aan participatie en communicatie met inwoners, belanghebbenden en direct omwonenden. Door middel van werksessies, enquêtes, persberichten en inloopavonden is actief ingezet op het ophalen van ideeën, het delen van informatie en het creëren van draagvlak. Ook Plaatselijk Belang Koekange is nauw betrokken geweest bij het proces. Transparantie, betrokkenheid en samenwerking vormden hierbij de rode draad. Deze aanpak heeft gezorgd voor een breed gedragen plan dat aansluit bij de wensen en behoeften van het dorp. DATUM 19 -1-2022 3-3-2022

17-5-2022 23-06-2022

2-9-2022

14-9-2022 29-9-2022 10-10-2022 25-10-2022 1-11-2022 10-01-2022

31-01-2023 16-02-2023 21-3-2023 6-4-2023 3-5-2023 4-5-2023

ACTIE Gesprek met bestuur PB over woningbouw Mail bericht aan voorzitter PB verzoek om gesprek randvoorwaarden woningbouw Inzet werkgroep Wonen in Koekange Werksessie gemeente en werkgroep Werkgroep akkoord met vragenlijst behoefte onderzoek Artikel en enquête locale krantje “Koegang” Werksessie gemeente en werkgroep Woonavond De Wolden Toezending uitkomst enquête door werkgroep Mail gemeente aan werkgroep over aantal nieuwbouw woningen Reactie lid werkgroep namens bewoners Langedijk Bijeenkomst gemeente en werkgroep Verzoek Actium om aan De Meidoorn sociale huur, flex, te bouwen Mail gemeente aan voorzitter PB over stand van zaken woningbouw Gesprek met bewoner De Meidoorn Mailbericht lid werkgroep en bewoner Langedijk Mail beantwoord door gemeente

Locaties Langedijk, De Meidoorn, Kerklaan Langedijk en Kerklaan

Bestuur DB uitgenodigd hiervoor

Ca. 50 woningen Niet Langedijk, maar andere locatie kiezen

flexwoningen

Niet blij met flexwonen s.v.z.

4-5-2023 16-6-2023

3-7-2023 19-9-2023 28-9-2023 2-10-2023 16-10-2023 31-10-2023 6-11-2023 24-11-2023 28-11-2023

28-11-2023 7-12-2023 13-12-2023 18-12-2023 29-1-2024 7-2-2024 13-3-2024 21-3204 14-5-2024 19-11-2024 15-1-2025

Mail gemeente aan werkgroep Actium slaagt niet in realisatie flexwoningen. Verzoek om reguliere sociale huur te bouwen Uitleg s.v.z. en vertraging aan werkgroeplid/bewoner Langedijk Voorstel Actium sociale huur, levensloopbestendig Mail gemeente aan werkgroep: vertraging Antwoord werkgroep aan gemeente Uitnodiging werkgroep voor scrum bijeenkomst Samen werken aan de voortgang, gemeente en werkgroep Testuren verslag scrum aan werkgroep Mail gemeente aan werkgroep over voetbal en De Meidoorn Brief omwonenden Langedijk, Meidoorn, Kerklaan over inloopavond Mail gemeente aan werkgroep over inloopavond Mail werkgroeplid/bewoner Langedijk Inloopavond woningbouw 3 locaties Reacties op inloopavond ontvangen Informatie toegestuurd aan bewoner De Meidoorn Mail gemeente aan werkgroep Persbericht over woningbouw aan redactie De Koegang gestuurd Inwoner geïnformeerd over plannen De Meidoorn Inwoner geïnformeerd over plannen De Meidoorn Informatie woningbouw n.a.v. facebookbericht over woningbouw Mailbericht gemeente aan wekgroep over publicatie verkoop perceel De Meidoorn aan Actium

s.v.z. Sociale huur

Ook bericht aan werkgroep

Informeren over veel tegenslag bij gemeente

In Koekange

Uitnodigingen meegestuurd Informeren naar s.v.z. Reactieformulieren beschikbaar

Update s.v.z.

mail mail

24-2-2025 26-2-2025 11-3-2025 7-4-2025

Mail gemeente over s.v.z. aan bestuurslid PB en werkgroep Inloop Actium/gemeente over De Meidoorn Gesprek met bewoner over toegang naar De Meidoorn Gesprek met bestuur voetbal Diverse gesprekken met grondeigenaren aangrenzende grond aan Kerklaan

Kerklaan, De Meidoorn en Langedijk Kerklaan en Langedijk ook besproken

spuitzone

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan, Koekange (vastgesteld)

Bijlage 2 M er-beoordeling

68

MER-BEOORDELING WONINGBOUW KERKLAAN KOEKANGE Gemeente De Wolden 3 november 2025

1/25

DATUM KENMERK

3 november 2025 20250383/221862/

PROJECT PROJECTLEIDER

Koekange - Kerklaan - woningbouw Jan-Jacob Posthumus MSc

OPDRACHTGEVER Gemeente De Wolden PROJECTNUMMER 20250383 AUTEUR

2/25

Selma de Boer

DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.

3/25

INHOUD 1.

2.

3.

4.

4/25

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 6

Aanleiding Mer-beoordeling Leeswijzer

Plaats en kenmerken van het project

7

2.1 2.2

7 11 11 11 12 12

Plaats van het project Kenmerken van het project 2.2.1 Omvang 2.2.2 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen 2.2.3 Overige kenmerken 2.2.4 Cumulatie

Kenmerken van de milieueffecten

13

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13

13 14 14 15 16 17 18 19 19 22 23 24 24

Verkeer Geluid door wegen Geluid door activiteiten Luchtkwaliteit Trillingen Omgevingsveiligheid Geur Bodem Water Natuur Cultureel erfgoed Gezondheid Aanlegwerkzaamheden

Conclusie

25

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

De gemeente De Wolden is van plan om aan de Kerklaan, aan de noordkant van Koekange, in totaal 20 nieuwe woningen te realiseren. De ontwikkeling is niet rechtstreeks mogelijk op basis van het omgevingsplan van de gemeente De Wolden. Daarom wordt er een wijziging van het omgevingsplan opgesteld om de beoogde ontwikkeling op deze wijze mogelijk te maken.

1.2

Mer-beoordeling

In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 van deze bijlage zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3 bij besluiten genoemd in kolom 4. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten, zie Figuur 1-1. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (een aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project en de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt de motivatie van dit besluit op in de motivering van het omgevingsplan. Wanneer uit de mer-beoordeling blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, is een volledige mer-procedure noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 20 woningen. Een dergelijke ontwikkeling valt onder categorie J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject’.

De planontwikkeling is op grond van bovenstaande mer-beoordelingsplichtig bij de wijziging van het omgevingsplan. Deze aanmeldingsnotitie bevat deze mer-beoordeling.

Figuur 1-1: Criteria mer-beoordeling op basis van Bijlage 3 Richtlijn 2011/92/EU

5/25

1.3

Leeswijzer

Deze aanmeldingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieuthema’s toe; ● geeft in hoofdstuk 4 de voorlopige conclusie weer voor de mer-beoordeling.

6/25

2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het project

Voor de milieugevolgen van toekomstige ontwikkelingen zijn niet alleen de aard en omvang, maar ook de locatie van belang. Bepaalde gebieden zijn in meer of mindere mate kwetsbaar voor nieuwe activiteiten. Op grond van de criteria uit de Europese Richtlijn kunnen waar het gaat om de plaats van de activiteiten de volgende elementen van belang zijn: ● Het bestaande grondgebruik; ● De rijkdom, de kwaliteit en/of het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied; ● Het opname vermogen van het natuurlijk milieu, met in het bijzonder aandacht voor (onder andere) beschermde natuurgebieden, gebieden waar milieunormen reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Ligging en bestaand grondgebruik Het projectgebied ligt aan de rand van het dorp Koekange, een middelgroot dorp gelegen op 8 kilometer afstand ten oosten van Meppel, in de gemeente De Wolden. Figuur 2-1 geeft de ligging van het projectgebied weer ten opzichte van het dorp Koekange. De omgeving van het projectgebied heeft een agrarisch karakter. De omliggende agrarische percelen strekken zich in west-oostelijke richting uit. Het projectgebied grenst aan de zuidkant aan de Kerklaan.

De Kerklaan is een gemeentelijke weg welke in westelijke richting wordt ontsloten op de Koekanger Dwarsdijk en in oostelijke richting op de Dorpsstraat. Deze beide straten sluiten in noordelijke richting aan op de provinciale weg N375. Het projectgebied ligt op ongeveer 250 meter van de spoorwegovergang van de spoorlijn Meppel - Hoogeveen. In de huidige situatie zijn de gronden in gebruik als agrarisch grasland. Het projectgebied heeft een totale bruto oppervlakte van 9.165 m2. Figuur 2-2 geeft met een luchtfoto de huidige situatie weer van het projectgebied. Het projectgebied wordt zowel aan de noordzijde als de zuidzijde begrenst door een watergang en een houtopstand. Het projectgebied wordt aan de oostzijde van het perceel begrenst door een watergang, welke het projectgebied scheidt van perceel Dorpsstraat 49. De westelijke grens van het projectgebied ligt ter hoogte van perceel Kerklaan 16.

Figuur 2-1: Ligging projectgebied ten opzichte van Koekange (bron: PDOK).

7/25

Figuur 2-2: Luchtfoto huidige situatie projectgebied (bron: Kadaster)

Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied De beoogde ontwikkeling ligt momenteel binnen het landelijk gebied van de Provincie Drenthe. Vanuit het oogpunt van ecosysteemdiensten wordt het gebied als volgt gekarakteriseerd: ● Het projectgebied is geen verstrekker van een product door ecosystemen: het projectgebied is geen producent van hernieuwbare hulpbronnen zoals biomassa (hout) of van milieuvoorraden (zoals drinkwater); ● Het projectgebied heeft in het huidige gebruik een zeer geringe functie voor regulerende diensten (zoals bestuiving van gewassen); ● Het projectgebied heeft een zeer geringe functie voor diensten die de voorgaande diensten ondersteunen (zoals biodiversiteit). De beoogde locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings- of waterwingebied (zie Figuur 2-3). Ook bevindt het projectgebied zich niet in of nabij een stiltegebied (zie Figuur 2-4). Daarnaast maakt het projectgebied geen onderdeel uit van beschermde natuurgebieden zoals, NNN- of Natura 2000-gebieden. Figuur 2-5 en Figuur 2-6 tonen de projectlocatie ten opzichte van de natuurgebieden.

Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op 1,9 kilometer afstand en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Holtingerveld bevindt zich op circa 8,3 kilometer afstand.

8/25

Figuur 2-3: Grondwaterbeschermings- en waterwingebieden en nabij het projectgebied (rood omcirkeld) (bron: Atlas Leefomgeving).

Figuur 2-4: Stiltegebieden ten opzichte van projectgebied (rood omcirkeld) (bron: Atlas Leefomgeving).

9/25

Figuur 2-5: NNN nabij het projectgebied (rood omcirkeld) (bron: Provincie Drenthe, 2024).

Figuur 2-6: Natura 2000-gebieden nabij het projectgebied (rood omcirkeld) (bron: RIVM, 2024 - AERIUS Calculator).

10/25

2.2

Kenmerken van het project

Op grond van de criteria uit de Europese Richtlijn kunnen waar het gaat om de kenmerken van de activiteiten die mogelijk zijn binnen de kaders van het omgevingsplan de volgende elementen van belang zijn: ● de omvang; ● het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; ● de productie van afvalstoffen; ● verontreiniging en hinder; ● risico van ongevallen; ● cumulatie met andere projecten. 2.2.1

Omvang

De gemeente De Wolden is van plan om aan de Kerklaan, aan de noordkant van Koekange, in totaal 20 nieuwe woningen te realiseren. Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt, welk is weergegeven in Figuur 2-7. De voorngenomen ontwikkeling bestaat uit vier twee-onder-een kapwoningen, één vrijstaande woning, drie keer vier aaneen rijenwoningen en één keer drie aaneen rijenwoningen.

Inrichting projectgebied Het projectgebied wordt ingericht met nieuwe ontsluitingswegen, groenstroken inclusief bomen, voetpaden, 35 parkeerplaatsen en water(gangen). Het projectgebied wordt met een duiker en brug in zuidelijke richting ontsloten op de Kerklaan.

Figuur 2-7: Stedenbouwkundig plan uitbreiding Koekange (bron: gemeente De Wolden, versie 24-06-2025)

2.2.2 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen In het kader van de verduurzaming wordt ingezet op het minimaliseren van warmteverlies, conform de eisen uit het Bouwbesluit voor nieuwbouw. Bovendien worden de woningen volledig gasloos, wat bijdraagt aan een de transitie naar een duurzame energievoorziening. Tijdens de bouwfase ontstaan afvalstoffen, zoals verpakkingsmateriaal en reststukken. Het afval wordt zoveel mogelijk gescheiden en gerecycled, zodat de milieubelasting wordt beperkt.

11/25

2.2.3 Overige kenmerken De aspecten verontreiniging en hinder, risico van zware ongevallen en/of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid komen aan bod in hoofdstuk 3 van deze notitie.

2.2.4 Cumulatie In een mer-beoordeling dient rekening te worden gehouden met mogelijke cumulatie van milieugevolgen. Van cumulatie kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer verschillende ontwikkelingen via dezelfde wegen worden ontsloten waardoor het extra verkeer kan leiden tot cumulatie van geluid. In de omgeving van het projectgebied zijn geen toekomstige ontwikkelingen voorzien. Er is dan ook geen sprake van cumulatie van milieueffecten vanwege omliggende projecten.

12/25

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige feitelijke, legale situatie (dus passend binnen het planologisch kader) en autonome ontwikkelingen in en rondom het projectgebied. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, andere redelijk zekere ontwikkelingen en bijvoorbeeld de autonome groei van het verkeer. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op diverse onderzoeksrapporten die voor de beoogde ontwikkeling zijn opgesteld in het kader van de wijziging van het omgevingsplan.

3.1

Verkeer

Referentiesituatie Op dit moment is het projectgebied onbebouwd en bestaat het projectgebied uit agrarische gronden. De verkeersgeneratie in de huidige situatie is zeer beperkt. Voorgenomen plan en effectbeoordeling Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie bedraagt 158,4 mvt/etmaal op een weekdag, zie bijlage wijziging omgevingsplan en onderstaand Figuur 3-1. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is echter de gemiddelde werkdag maatgevend. Voor het omrekenen van weekdag naar werkdag wordt conform CROW 744 voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 toegepast. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 175,8 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Ten behoeve van de bereikbaarheid van het projectgebied wordt de aanwezige sloot ten zuiden van het projectgebied breder gemaakt en voorzien van een autobrug en een fiets- en voetgangersbrug. Het extra verkeer wikkelt zich vervolgens af via de Kerklaan, een weg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Deze weg kan de verkeerstoename vanuit de beoogde ontwikkeling probleemloos en veilig verwerken.

Figuur 3-1: Verkeersgeneratie ontwikkeling (bron: EcoReest).

Parkeren De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling is berekend op basis van de CROW-richtlijnen. In totaal bedraagt de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling 41 parkeerplaatsen. Binnen het projectgebied wordt voorzien in de realisatie van voldoende parkeergelegenheid voor het opvangen van de volledige parkeerbehoefte. Er zal geen parkeerdruk ontstaan in de openbare ruimte of omliggende gebieden die kan leiden tot indirecte effecten, zoals verminderde verkeersveiligheid, afname van de luchtkwaliteit of extra geluidsbelasting. Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot significant negatieve gevolgen op de parkeerdruk, verkeersafwikkeling of verkeersveiligheid. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.

13/25

3.2

Geluid door wegen

Referentiesituatie De locatie bevindt zich deels in het geluidaandachtsgebied (daar waar mogelijk sprake is van een relatief hoge geluidsbelasting) van de spoorlijn en in het geluidaandachtsgebied van gemeentewegen. Voorgenomen plan en effectbeoordeling Met de beoogde ontwikkeling worden woningen gerealiseerd. Dit zijn geluidgevoelige gebouwen. In het kader van de wijziging van het omgevingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat zowel de standaardwaarde voor de geluidbronsoort gemeentewegen als de standaardwaarde voor de geluidbronsoort spoorwegen niet wordt overschreden. Het geluid kan daarom als aanvaardbaar worden beschouwd. Indirecte effecten Een vuistregel is dat de geluidtoename akoestisch verwaarloosbaar is als de verkeersintensiteit op een weg of wegvak minder dan 40% toeneemt, wanneer andere variabelen (locatie bebouwing, samenstelling van het verkeer, verhardingssoort e.d.) onveranderd blijven. Een toename van 40% komt dan overeen met een toename van 1,5 dB. Voor het menselijk gehoor geldt dat pas bij een toename hoger dan 1,5 dB (afgerond 2 dB) dit als zodanig net waarneembaar is. De verkeerstoename wordt vanaf het projectgebied via de Kerklaan en vervolgens de Dorpsstraat ontsloten. Hier bevinden zich woonwijken (geluidgevoelige gebouwen).

De huidige verkeersintensiteit op de Kerklaan en Dorpsstraat is respectievelijk 843 en 2.867 mvt/etmaal. De beoogde ontwikkeling veroorzaakt minder dan 40% extra verkeer op deze wegen. Er is geen sprake van indirecte effecten vanwege het extra verkeer. Het geluid op geluidgevoelige gebouwen neemt niet meer dan 1,5 dB toe en zorgt niet voor waarneembare effecten. Conclusie Het is aannemelijk dat er sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat in het projectgebied. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.

3.3

Geluid door activiteiten

Referentiesituatie In de huidige situatie bevinden zich geen geluidgevoelige gebouwen in het projectgebied. Daarnaast vinden er geen activiteiten plaats die geluid veroorzaken binnen het projectgebied. Voorgenomen plan en effectbeoordeling Met de beoogde ontwikkeling worden geluidgevoelige gebouwen (woningen) mogelijk gemaakt. Er worden geen geluidveroorzakende activiteiten mogelijk gemaakt. In de directe omgeving kunnen zich (bedrijfs)activiteiten bevinden die van invloed zijn op de geluidsbelasting op de beoogde geluidgevoelige bebouwing. In onderstaande alinea's wordt hier verder op ingegaan. Stationsweg 21 – Bestemming 'Agrarisch met waarden' Ten noorden van het projectgebied is een perceel met de bestemming 'Agrarisch met waarden' gelegen. In de huidige situatie is hier een melkrundveehouderij gevestigd. De VNG-afstandentabel uit 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) biedt een indicatie of het aannemelijk is dat de geluidwaarden van de bruidsschat in acht genomen kunnen worden, wat als aanvaardbaar geluidsniveau wordt beschouwd. Voor de activiteit 'fokken en houden van rundvee' geldt een richtafstand van 100 meter. De huidige afstand bedraagt ongeveer 175 meter en voldoet hiermee aan de richtafstanden ten opzichte van de huidige activiteit. Gezien de afstand worden geen significant negatieve effecten verwacht.

Dorpsstraat 57 – Bestemming 'Detailhandel' Ten noorden van het projectgebied is een perceel met de bestemming 'Detailhandel' gelegen. In de huidige situatie is hier een gereedschapswinkel met werkplaats gevestigd. Voor de activiteit 'detailhandel voor zover n.e.g.' en 'reparatie t.b.v.

14/25

particulieren (excl. auto's en motorfietsen)' geldt een richtafstand van 10 meter. Daarnaast wordt er binnen de bestemming vuurwerk opgeslagen. Het gaat om de activiteit 'groothandel in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerp, verpakt. Opslag < 10 ton'. Voor deze activiteit geldt een richtafstand van 30 meter. Het bestemmingsplan (onderdeel tijdelijke omgevingsplan) staat ook andere bedrijven toe. De bijbehorende richtafstand betreft 'worst-case' 30 meter bij de activiteit 'bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten'. De huidige afstand bedraagt ongeveer 100 meter en voldoet aan de richtafstanden ten opzichte van de huidige en maximaal planologische situatie. Gelet op de afstand wordt verwacht dat er voldaan wordt aan de geluidwaarden uit de bruidsschat. Hierdoor is het aannemelijk dat er sprake is van een aanvaardbare situatie. Kerklaan 18 – Bestemming 'Maatschappelijk' Ten zuiden van het projectgebied is een perceel met de bestemming 'Maatschappelijk' gelegen. In de huidige situatie is hier een verenigingsgebouw gevestigd. Voor de activiteit 'Buurt- en clubhuizen' geldt een richtafstand van 30 meter. Volgens een artikel van RTV Drenthe uit mei 2022 wordt het verenigingsgebouw gebruikt voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen.

Het bestemmingsplan staat bedrijven toe met een maximale richtafstand van 30 meter bij de activiteiten 'scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs' en 'ziekenhuizen'. De huidige afstand bedraagt ongeveer 60 meter en voldoet aan de richtafstanden ten opzichte van de huidige en maximaal planologische activiteiten. Er is sprake van een aanvaardbare situatie. Conclusie Het is aannemelijk dat er sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.

3.4

Luchtkwaliteit

Referentiesituatie De concentraties van luchtverontreinigende stoffen binnen het projectgebied zijn verkregen bij de Omgevingsdienst RUD (18 juli 2024). In onderstaande tabel zijn deze waarden weergegeven. Er wordt voldaan aan de omgevingswaarden luchtkwaliteit (Bkl). Er is 6 dagen sprake van een hogere concentratie van PM10, dat is ook ruim onder de eis van 35 dagen. De gemeten waarden voor NO2 en PM10 liggen onder de advieswaarde van de WHO. De gemeten waarde voor PM2,5 ligt boven de WHOadvieswaarde. Tabel 3-3: Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 (bron: Omgevingsdienst RUD).

Koekange Kerklaan Ten hoogst toelaatbaar (art. 2.4 en 2.5 Bkl)

Advieswaarde WHO

15/25

NO2-concentratie

PM10-concentratie

PM10-overschrijdingsdagen

PM2,5-concentratie

8 µg/m³ (2025) 7 µg/m³ (2030) 40 µg/m³ kalenderjaargemiddelde

13 µg/m³ (2025) 12 µg/m³ (2030) 40 µg/m³ kalenderjaargemiddelde

6

6 µg/m³ (2025) 6 µg/m³ (2030) 25 µg/m³ kalenderjaargemiddeld

10 µg/m³ kalenderjaargemiddelde

15 µg/m³ kalenderjaargemiddelde

-

35 dagen per kalenderjaar

5 µg/m³ kalenderjaargemiddelde

Voorgenomen plan en effectbeoordeling Gezien de aard van de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, worden de potentiële gevolgen voor de luchtkwaliteit met name bepaald door de mogelijke verkeerstoenames. Op basis van de optredende concentraties in de referentiesituatie en de aard en omvang van de ontwikkeling kan een overschrijding van de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit op voorhand worden uitgesloten. Dit blijkt ook uit de NIMB-tool, waaruit blijkt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse.

Figuur 3-2: NIMB-tool met berekening bijdrage luchtverontreinigende stoffen als gevolg van het extra verkeer.

Aangezien er ook geen sprake is van een zware bedrijvigheid kunnen andere nadelige gevolgen (die niet samenhangen met de verkeersgeneratie) worden uitgesloten. Conclusie Gezien de aard van de ontwikkeling kunnen potentiële gevolgen voor de luchtkwaliteit uitgesloten worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.

3.5

Trillingen

Referentiesituatie In de omgeving van het projectgebied zijn geen activiteiten die trillingen veroorzaken. Alleen de spoorlijn Meppel – Hoogeveen ten noorden van het projectgebied kan mogelijk trillinghinder veroorzaken. Voorgenomen ontwikkeling en effectbeoordeling Met de beoogde ontwikkeling worden geen trillingveroorzakende activiteiten mogelijk gemaakt. Wel worden trillinggevoelige gebouwen mogelijk gemaakt. Vanwege de toenemende aandacht voor trillingen en trillinghinder langs spoorlijnen (met name waar veelvuldig goederentreinen rijden) is er sinds mei 2019 de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). In de Handreiking wordt twee afstandscriteria aangegeven t.a.v. van de beoordeling van het aspect trillingen. Vindt een project plaats binnen een afstand van 100 meter van een spoorlijn, dan wordt geadviseerd een quickscan trillinghinder uit te voeren op basis van paragraaf 10.1 van de Handreiking. Vindt een project plaats binnen 250 meter afstand van een spoorlijn, dan moet worden beoordeeld in hoeverre klachten, bodemopbouw en/of het treinbeeld aanleiding geven voor het doen van nader onderzoek. De spoorlijn ten noorden van het projectgebied ligt op circa 250 meter van het projectgebied, zie Figuur 3-3. Negatieve effecten wat betreft trillingen zijn uitgesloten.

16/25

Figuur 3-3: Plangebied met zone 250 meter vanaf het spoor

Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.

3.6

Omgevingsveiligheid

Referentiesituatie Op basis van de gegevens uit Atlas Leefomgeving zijn de risicobronnen en aandachtsgebieden in de omgeving geïnventariseerd, zie onderstaand figuur. In de nabijheid van het projectgebied bevinden zich een spoorlijn en buisleidingen. Het projectgebied ligt buiten het brandaandachtsgebied van de verschillende buisleidingen in de omgeving. Over het spoor vindt het transport van gevaarlijke stoffen plaats, waardoor er brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden rondom de spoorlijn aanwezig zijn. Het projectgebied ligt buiten een brand- of explosieaandachtsgebied en de PR10-6-contour van het spoor. Een deel van het projectgebied ligt binnen het gifwolkaandachtsgebied van het spoor.

17/25

Figuur 3-4: Uitsnede risicokaart (bron: Atlas Leefomgeving).

Voorgenomen plan en effectbeoordeling Met de beoogde ontwikkeling worden kwetsbare gebouwen (woningen) mogelijk gemaakt. Er worden geen risicovolle activiteiten mogelijk gemaakt. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Voor personen binnen gebouwen is het handelingsperspectief 'schuilen'. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Hierbij is het van belang dat de mechanische ventilatie gemakkelijk uit te zetten is zodat de luchttoevoer bij een toxische wolk kan worden geminimaliseerd. Conform het Bbl bestaat de verplichting dat mechanische ventilatiesystemen standaard beschikken over een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 4.124 Besluit bouwwerken leefomgeving). Voor zowel dagelijkse incidenten (zoals brand of wateroverlast) als calamiteiten op het gebied van externe veiligheid is een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten essentieel. Het projectgebied wordt ontsloten via de Kerklaan. Via de Kerklaan, Prins Bernhardlaan of Prinses Margrietlaan kan van de bronnen afgevlucht worden. De brandweerkazerne van De Wijk-Koekange ligt op enkele minuten rijden van het projectgebied, hierdoor is er een snelle aanrijtijd.

Daarnaast is er voldoende bluswater beschikbaar in en rond het gebied. Bovenstaande wordt geborgd door aan te sluiten bij de standaardregeling (bruidsschat artikel 22.13-22.15). Het grootste deel van de aanwezigen in het projectgebied zal zelfredzaam zijn. Kinderen en ouderen worden wel als verminderd zelfredzaam beschouwd. In geval van nood wordt ervan uitgegaan dat ouders of andere aanwezigen hen kunnen begeleiden bij evacuatie. Aangezien omgevingsveiligheid breder is dan uitsluitend externe veiligheid, is met behulp van de Atlas Leefomgeving een inventarisatie uitgevoerd van aanvullende veiligheidsthema's, zoals brandbare natuur en overstromingsrisico's. Uit deze inventarisatie blijkt dat er geen sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico. Conclusie Er is geen sprake van een verhoogd veiligheidsrisico voor de omgeving dan wel nadelige milieugevolgen voor de omgeving.

3.7

Geur

Referentiesituatie Ten noorden van het projectgebied is een melkrundveehouderij gevestigd op circa 175 meter afstand.

18/25

Voorgenomen plan en effectbeoordeling Met de beoogde ontwikkeling worden geurgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt. Het projectgebied is gelegen binnen de gemeente De Wolden. Hierdoor geldt de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente De Wolden 2010 (dat is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), waarin afstandseisen worden genoemd. De afstandseisen in de verordening geven een aanvaardbare situatie weer. Voor de beoordeling van de situatie van de melkveehouderij op 175 meter afstand kan worden uitgegaan van deze afstandseisen, omdat geen sprake is van een geuremissiefactor waarvoor specifieke berekeningen vereist zijn. Op basis van de verordening geldt een minimale afstandseis tot een geurgevoelig gebouw: ● Binnen de bebouwde kom: 50 meter ● Buiten de bebouwde kom: 25 meter Gezien de beoogde afstand van 175 meter tussen de woningen en de veehouderij, kan ruim worden voldaan aan de minimale afstandseisen uit de geurverordening. Er kan ook worden voldaan aan de strengere afstandseis van 100 meter uit het Bkl. De situatie met betrekking tot geur is aanvaardbaar. Conclusie Er zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten wat betreft geur.

3.8

Bodem

Referentiesituatie Voor de beoogde ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage wijziging omgevingsplan. De onderzoeksresultaten van de grond- en waterbodemmonsters zijn getoetst aan de kwaliteitsklassen voor het toepassen op of in de landbodem en aan de interventiewaarden bodemkwaliteit. Hieruit volgt het eindoordeel 'landbouw en natuur'. Wat betreft het grondwater kan er voldaan worden aan de interventiewaarden. Daarnaast is er geen sprake van een verhoogde waarde voor PFAS. Ook is er een ruim voldoende bodemloodkwaliteit. De gemeente De Wolden heeft een bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassekaart vastgesteld. Volgens de bodemfunctieklassenkaart geldt ter plaatse van de planlocatie de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. Voorgenomen plan en effectbeoordeling Met de beoogde ontwikkeling worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt. Wel worden er bodemgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt. De aangetoonde resultaten vormen geen significante risico's voor mens, plant of dier. Uit milieuhygiënisch oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen. Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten.

3.9

Water

Referentiesituatie Zoals beschreven in paragraaf 2.1 ligt het projectgebied niet in een grondwaterbeschermingszone. Het plan ligt in het (deel)stroomgebied Wold Aa. Binnen het projectgebied liggen A-oppervlaktewaterlichaam [WWA-08-04 BB] die WDODelta beheert. Het peilgebied bevat één peilvak (WA118) en heeft een maximumpeil van NAP +2.1m. De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +2,6m, zie Figuur 3-5.

19/25

Figuur 3-5: Kaartbeeld bestaande maaiveld rond het projectgebied (bron: WDODelta).

Bij extreme neerslag wordt beperkt wateroverlast in of bij het projectgebied verwacht, zie Figuur 3-6.

Figuur 3-6: Kaartbeeld wateroverlast rond het projectgebied met een hevige bui van 70 mm/2 uur (bron: WDODelta).

Voorgenomen plan en effectbeoordeling Op basis van de ingevulde gegevens in het wateradvies heeft het waterschap Drents Overijsselse Delta een uitgangspuntennotitie opgesteld (zie bijlage wijziging omgevingsplan). Hieronder volgt een samenvatting van de inhoud van de notitie en de effectbeoordeling. Watersysteem Aan de noordzijde van het projectgebied ligt een A-watergang, zie Figuur 3-7. Het omliggende beperkingengebied van deze watergang wordt niet geraakt.

20/25

Figuur 3-7: Uitsnede legger (bron: WDODelta).

Voor de beoogde nieuwbouw wordt watercompensatie toegepast, aangezien voor het totale verharde oppervlak binnen het projectgebied berging nodig is ter compensatie van de versnelde afvoer van hemelwater. Na realisatie van het plan is er een totaal verhard oppervlak van ongeveer 5.641 m2 aanwezig binnen het projectgebied. Dit houdt in dat een waterberging van 5.641 m2 * 0.08 m = 451,28 m3 noodzakelijk is. Door het verbreden van de watergang aan de zuidzijde van het projectgebied wordt deze waterberging gerealiseerd. De benodigde vergunning hiervoor zal aangevraagd worden. De aanleghoogte van de gebouwen worden minimaal 80 cm ten opzichte van de GHG. Op deze wijze wordt grondwateroverlast voorkomen. Door het ophogen komt het terrein meer op gelijke hoogte te liggen met de omliggende wijken (zie Figuur 3-5). Om wateroverlast (hemelwater) en schade in woningen te voorkomen wordt de drempelhoogte 30 cm boven het straatpeil. Waterkwaliteit Het hemelwater dient zo schoon mogelijk te blijven. Het is daarom belangrijk om de waterkwaliteit te bewaken. Daarom wordt het gebruik van uitloogbare materialen (zoals koper, lood of zink) bij de bouw van de nieuwe woningen zoveel mogelijk vermeden. Riolering Er wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd, zodat schoon hemelwater niet naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt afgevoerd.

Hittestress Op basis van de Klimaateffectatlas is ter plaatse van het projectgebied sprake van een beperkt stedelijk hitte-eilandeffect. In het kader van klimaatadaptatie en het bevorderen van een gezonde leefomgeving wordt het projectgebied groen en klimaatbestendig ingericht. Door het toevoegen van voldoende groenvoorzieningen, waaronder schaduwgevende beplanting, wordt hittestress effectief tegengegaan. Conclusie Belangrijke nadelige gevolgen op het waterhuishoudkundig systeem ter plaatse kunnen uitgesloten worden.

21/25

3.10 Natuur Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden en andere natuurgebieden Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Holtingerveld op circa 8,3 kilometer afstand (zie figuur 2-6). Ook ligt het projectgebied buiten de begrenzing van NNN-gebied en ander bijzonder natuurgebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1,9 kilometer afstand. Ook liggen er geen andere bijzondere natuurgebieden en landschappen binnen het projectgebied en omgeving. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de ligging ten opzichte van de natuurgebieden en aard en omvang van de beoogde ontwikkeling kunnen ook effecten zoals verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Negatieve effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, zijn op voorhand uitgesloten. Stikstof Er liggen verscheidene Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige leefgebieden en habitattypen binnen een straal van 25 kilometer van het projectgebied. Om deze reden is een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie bijlage bij de wijziging omgevingsplan). Er is een berekening van de realisatie- en gebruiksfase gemaakt.

Uit de berekening volgt dat de beoogde ontwikkeling geen negatief effect, als gevolg van stikstofdepositie, heeft op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Er is een ecologische quickscan uitgevoerd (zie bijlage wijziging omgevingsplan). In het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: ● Het projectgebied biedt gezien de terreinkenmerken en afwezigheid van bebouwing en geschikte holten of door het ontbreken van nesten in het opgaand groen geen geschikte broedgelegenheid voor jaarrond beschermde nesten van vogels. Bij de voorgenomen werkzaamheden zijn negatieve effecten op jaarrond beschermde nesten van vogels uitgesloten. ● In de directe omgeving van het projectgebied kunnen wel algemene vogelsoorten tot broeden komen. Tijdens het broedseizoen zijn alle in gebruik zijnde nesten van vogels beschermd. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen (globaal tussen maart en september) plaatsvindt, kan dit leiden tot verstorende effecten op aanwezige broedvogels en daarmee een overtreding op de Omgevingswet. Indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden, zijn negatieve effecten op broedvogels uitgesloten. In alle gevallen is het noodzakelijk dat een ecologisch werkprotocol wordt opgesteld en dat een deskundig ecoloog de planlocatie vrijgeeft voor de werkzaamheden.

● Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vanwege het ontbreken van bebouwing en holtes in bomen uitgesloten. Mogelijk vormt het projectgebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. ● Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. ● In het projectgebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen. Een ecologisch werkprotocol wordt opgesteld. De planlocatie wordt voorafgaand aan de werkzaamheden door een deskundig ecoloog vrijgegeven. Daarnaast geldt te alle tijde de specifieke zorgplicht. Houtopstanden Binnen het projectgebied wordt ten behoeve van het plan opgaand groen verwijderd. Het betreft enkele zomereiken. De planlocatie ligt buiten de bebouwingscontour houtkap, zodat het beschermingsregime van de Omgevingswet ten aanzien van houtopstanden hiervoor geldt. De te verwijderen bomen betreffen twee tot drie bomen in een rij van meer dan 20 bomen en vallen hiermee binnen het oppervlaktecriterium. De te kappen houtopstanden vallen niet onder de genoemde

22/25

uitzonderingen (art 11.111, lid 2 Bal). Uit bovenstaande volgt dat er voor de voorgenomen kap vervolgstappen (meld- en herplantplicht) in het kader van de Omgevingswet aan de orde zijn. De melding dient minimaal zes weken en maximaal 1 jaar (zie provinciale verordening) voorafgaand aan de kap te worden ingediend. Er zal aan de eisen voor herplanting voldaan worden die uitgewerkt zijn in de provinciale verordening van Provincie Drenthe. Conclusie Er zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen wat betreft gebieds- en soortenbescherming.

3.11 Cultureel erfgoed Archeologie Er is archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het projectgebied, zie bijlage wijziging omgevingsplan. In vrijwel het hele projectgebied is de bodem verstoord. In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Met het ontbreken van zelfs de kleinste indicatoren, zoals puinspikkels of houtskoolspikkels, is het zeer onwaarschijnlijk dat het projectgebied deel uit heeft gemaakt van het erf van de historische boerderij, of andere vormen van bewoning uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd. Daarnaast zijn er geen sporen gevonden uit de Steentijd of het Neolithicum. Het gebied is vrijgegeven voor de beoogde ontwikkeling en om deze reden worden er geen negatieve effecten verwacht wat betreft archeologie. Indien onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen binnen de vrijgegeven gebieden, geldt de wettelijke meldingsplicht op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet. In dat geval moet een melding worden gedaan bij de Minister van OCW, of eventueel bij de gemeente of provincie. Cultuurhistorie De uitbreiding van Koekange vindt plaats aan de Kerklaan, direct aansluitend op de bestaande dorpskern. Het projectgebied bestaat nu uit weiland en wordt zorgvuldig ingepast binnen de bestaande landschappelijke structuur, waaronder houtwallen en strekkende kavels.

Door de situering en de vormgeving sluit de ontwikkeling aan bij de historische lintstructuur en blijft de karakteristieke landschappelijke kwaliteit behouden. Het stedenbouwkundig plan voorziet in circa 20 woningen die qua typologie en dichtheid aansluiten bij de bestaande bebouwing. De ontsluiting is aan de Kerklaan. De structuur van ontsluiting en wegen sluiten aan bij de omliggende wegen, namelijk de Prinses Margrietlaan en de Prins Bernhardlaan. De karakteristieke hakhoutbosjes worden opnieuw als overgang naar de weidegronden aangeplant. Zo ontstaat er een samenhangende inpassing bij het dorp, waarbij de kenmerken van het historische landschap worden gerespecteerd. Landschap Het projectgebied valt binnen het landschapstype Wegdorpenlandschap. Het landschapstype is van provinciaal belang. Het wegdorpenlandschap van de laagveenontginning, ook wel het ‘slagenlandschap’, ligt op de laagstgelegen plekken in de provincie Drenthe, waar in de benedenlopen van de beekdalen veen is ontstaan. De ontwikkeling van Koekange sluit aan bij de historische ontwikkeling van het cultuurlandschap, zoals aangetoond in voorgaande subparagraaf. Het karakter van het gebied wordt zo min mogelijk verstoord en de aanwezige historische kenmerken, zoals de groenstructuren, worden behouden. De ontwikkeling sluit hiermee aan op de ontstane structuren in- en rondom het projectgebied.

Conclusie Vanuit het aspect archeologie, cultuurhistorie en landschap zijn er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten.

23/25

3.12 Gezondheid Een deel van de beschreven milieu-, en omgevingsaspecten in hoofdstuk 3 heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meeste gevallen gaat om gezondheidsbescherming. Uit de toetsing van de verschillende aspecten blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatief effect heeft op de gezondheidssituatie. Gebruik gewasbeschermingsmiddelen Het projectgebied grenst aan agrarische gronden met de daarbij behorende bestemmingen. Ter beperking van mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen wordt binnen het projectgebied, op de locatie van agrarische percelen met bijzondere waarden, een spuitvrije zone aangeduid. Met de aanduiding is het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen niet toegestaan, waarmee feitelijk sprake is van een spuitvrije zone van 50 meter. Door het opnemen van deze spuitvrije zone worden de aangrenzende woningen voldoende beschermd tegen de negatieve effecten van gewasbeschermingsmiddelen. Conclusie Belangrijke nadelige gevolgen kunnen uitgesloten worden.

3.13 Aanlegwerkzaamheden Voor de aanlegwerkzaamheden van de beoogde gebouwen kunnen tijdens de werkzaamheden milieueffecten optreden. Daarbij gaat het met name om geluidhinder, trillingen en verkeer gerelateerde effecten. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) reguleert het geluid van bouwactiviteiten om te waarborgen dat er geen onaanvaardbare geluidhinder optreedt. Waar nodig zullen geluidbeperkende maatregelen moeten worden getroffen om onaanvaardbare akoestische situaties te voorkomen. Dat geldt ook voor de mogelijke trillinghinder door de werkzaamheden binnen het projectgebied. Gelet op de tijdelijkheid en de omvang van de aanlegwerkzaamheden kunnen significant negatieve milieueffecten uitgesloten worden.

24/25

4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat de kenmerken en de plaats van het project geen aanleiding vormen voor het doorlopen van een mer-procedure. Het stedelijk ontwikkelingsproject leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits rekening wordt gehouden met de maatregelen zoals die zijn beschreven in hoofdstuk 3 van deze notitie. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige mer-procedure niet noodzakelijk. Waar relevant zijn deze maatregelen geborgd in de wijziging van het omgevingsplan.

25/25

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kerklaan, Koekange (vastgesteld)

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek (spoor)weglawaai

94

AKOESTISCH ONDERZOEK KERKLAAN KOEKANGE 21 augustus 2025

1/15

DATUM KENMERK

21 augustus 2025 20250383/222850/ARKo

PROJECT PROJECTLEIDER

Koekange - Kerklaan - woningbouw J.J. Posthumus MSc

OPDRACHTGEVER Gemeente De Wolden PROJECTNUMMER 20250383 AUTEUR STATUS

2/15

A.R. Koens T 050 - 305 3901 E arnoud.koens@rho.nl Concept

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16934914/1