Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN RUINEN, UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN
GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN
BESTEMMINGSPLAN RUINEN, UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN
Identificatienummer NL.IMRO.1690.2022BP1005002-ON01 Datum Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein
Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein NL.IMRO.1690.2022BP1005002-ON01, Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein _____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
datum besluit B&W / Raad
publicatiedatum
inzagetermijn
14 nov. 2023
29 nov. 2023
30 nov. t/m 10 jan. 2024
_____________________________________________________________________________________ Vaststellingsbesluit
...........................................................................
Raad van State (onherroepelijk) ...........................................................................
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidige planologisch regime 1.5 Leeswijzer
7 7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Ruinen en beschrijving plangebied 2.1 Ruinen 2.2 Beschrijving plangebied en omgeving
11 11 11
Hoofdstuk 3 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten 3.1 Inleiding 3.2 De ontwikkeling 3.3 Beeldkwaliteit
13 13 13 14
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
15 15 19 25
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Bodem 5.2 Archeologie en Cultuurhistorie 5.3 Water 5.4 Natuur en Ecologie 5.5 Geluid 5.6 Milieuzonering bedrijven 5.7 Milieueffectrapportage (MER) 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Externe veiligheid 5.10 Verkeer en parkeren 5.11 Duurzaamheid
29 29 30 33 34 37 39 42 43 45 47 48
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de bestemmingen
49 49 49 50
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2 Economische uitvoerbaarheid
53 53 54
Bijlagen Toelichting
55
Bijlage 1
Inrichtingstekening
56
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
58
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
79
Bijlage 4
Bodemonderzoek
126
2
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Bijlage 5
Uitgangspuntennotitie watertoets
194
Bijlage 6
Waterhuishoudkundig plan
202
Bijlage 7
AERIUS berekeningen
220
Bijlage 8
Quickscan ecologie
285
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek
312
Bijlage 10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling
352
Bijlage 11
Vooroverlegreactie provincie Drenthe
371
Regels
375
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
377 377 382
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Bedrijventerrein Groen Verkeer Waarde - Archeologie
383 383 386 387 388
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
391 391 392 393 394
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
395 395 396
Bijlagen regels
397
Bijlage 1
399
Staat van bedrijven
3
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
4
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Toelichting
5
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
6
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de westzijde van het dorp Ruinen bevindt zich bedrijventerrein Voor de Blanken. Op het bedrijventerrein zijn geen kavels meer beschikbaar, maar zowel vanuit de Ondernemersvereniging Ruinen als individuele ondernemers is er wel vraag naar bedrijvenkavels in Ruinen. Gemeente De Wolden wil haar ondernemers nu en in toekomst kunnen huisvesten op haar bedrijventerreinen of in vrijkomende agrarische bebouwing. Bij een aangetoonde behoefte worden bedrijventerreinen hiervoor uitgebreid. In voorliggend geval is de behoefte aan bedrijvenkavels in Ruinen aangetoond en is het plan opgevat het bestaande bedrijventerrein in westelijke richting met circa 3,2 ha uit te breiden. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met de geldende beheersverordening 'Buitengebied' dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de westzijde van de kern Ruinen en grenst aan de oostzijde direct aan het bestaande bedrijventerrein Voor de Blanken. De locatie wordt verder aan de noordzijde begrensd door de Voor de Blanken, aan de zuidezijde door de Meppelerweg en westzijde door de verbindingsweg tussen deze wegen. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ruinen en directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ruinen en directe omgeving (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan 'Ruinen, Uitbreiding bedrijventerrein Voor de Blanken' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1690.2022BP1005002-ON01en een renvooi;
7
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
regels en bijbehorende bijlagen. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologisch regime
Het plangebied ligt grotendeels binnen de begrenzing van de beheersverordening 'Buitengebied' vastgesteld op 28 februari 2019. De gronden hebben een agrarische gebiedsbestemming. Verder geldt voor de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' ter bescherming van in de grond aanwezige archeologische waarden. Daarnaast ligt een strook aan de oostzijde van het plangebied binnen de beheersverordening 'Ruinen' vastgesteld op 30 juni 2016. Deze gronden zijn bestemd voor het bestaande gebruik (bedrijventerrein zonder bouwmogelijkheden). Door deze strook mee te nemen sluiten de bouwvlakken van het bestaande en nieuwe deel op elkaar aan. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van de geldende beheersverordening opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode contour aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.2 Verbeelding geldende beheersverordening (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
8
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de kern Ruinen en wordt tevens een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Drenthe en de gemeente De Wolden beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.
9
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
10
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Ruinen en beschrijving plangebied
Ruinen
Ruinen is van oorsprong een esdorp, de eerste bebouwing stond rond de brink. De brink is nog aanwezig in het dorp. Het dorp is vanaf de Middeleeuwen tot de Franse Tijd een hoge heerlijkheid aangeduid als heerlijkheid Ruinen. In een akte van 1139 wordt Otto van Ruinen genoemd als één der dienstmannen van de bisschop van Utrecht. In 1140 werd door benedictijner monniken een klooster gesticht met een bijbehorende Mariakapel. Het klooster werd later naar Dickninge verplaatst. Van 1811 tot 1998 was Ruinen een zelfstandige gemeente. Het grootste deel van Ruinen werd per 1 januari 1998 onderdeel van de nieuwe gemeente De Wolden, kleinere gedeeltes werden bij de gemeentes Hoogeveen en Westerveld gevoegd. Het dorp heeft van oudsher een agrarisch karakter (veeteelt en akkerbouw). Na de tweede wereldoorlog is het dorp snel uitgebreid aan de noord- en zuidzijde van de Meppelerweg en Westerstraat. In plaats van de individuele bouw van voor de oorlog gaat het bij de nieuwe wijken om een meer planmatige opzet. Aan de westzijde van Ruinen is begin jaren '70 bedrijventerrein Voor de Blanken ontstaan, waar de grotere bedrijven van het dorp zich vestigden. Op het bedrijventerrein komen ook bedrijfswoningen voor.
2.2
Beschrijving plangebied en omgeving
Zoals reeds aangegeven ligt het plangebied aan de westzijde van de kern Ruinen. De ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving wordt bepaald door het bestaande bedrijventerrein Voor de Blanken aan de oostzijde en agrarische cultuurgronden en verspreid liggende woonerven aan de andere zijden. Ten noorden bevindt zich aan Voor de Blanken 4 tevens een bedrijvenlocatie met onder andere een autobedrijf. De Voor de Blanken ten noorden en Meppelerweg ten zuiden van het plangebied zijn belangrijke ruimtelijke structuurdragers in de omgeving. Het plangebied zelf bestaat uit agrarische cultuurgronden met langs de randen opgaande beplanting. Hieronder wordt met een luchtfoto en een straatbeeld gezien vanaf de Meppelerweg/westzijde de huidige situatie in het plangebied weergegeven.
11
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Afbeelding 2.1 Luchtfoto ligging plangebied (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.2 Straatbeeld bestaande situatie (Bron: Google Streetview)
12
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Hoofdstuk 3 3.1
Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten
Inleiding
Zoals in hoofdstuk 1 reeds aangegeven is er zowel vanuit de Ondernemersvereniging Ruinen (Ondernemend Ruinen) als individuele ondernemers een vraag naar bedrijvenkavels in Ruinen. Op het bestaande bedrijventerrein Voor de Blanken is geen kavel meer beschikbaar. Gemeente De Wolden wil haar ondernemers nu en in toekomst kunnen huisvesten op haar bedrijventerreinen of in vrijkomende agrarische bebouwing. Bij een aangetoonde behoefte worden bedrijventerreinen hiervoor uitgebreid. In dit hoofdstuk worden de planuitgangspunten beschreven. Eerst wordt ingegaan op de ontwikkeling en vervolgens wordt aandacht besteed aan de waterberging, verkeersgeneratie, ontsluiting en parkeren.
3.2
De ontwikkeling
Het bestaande bedrijventerrein Voor de Blanken wordt in westelijke richting uitgebreid met circa 3,2 ha. Het vormt na realisatie de nieuwe westelijke rand van het dorp Ruinen. In de begrenzing van het plan is ook een strook van het reeds bestaande bedrijventerrein meegenomen, zodat de grenzen en bouwvlakken in de nieuwe situatie goed op elkaar aansluiten. Het nieuwe bedrijventerrein voorziet in circa 16 bedrijvenkavels met een uiteenlopende omvang. Bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.1 zijn toegestaan en daarnaast mogen op de kavels van het bedrijventerrein bedrijfswoningen worden gebouwd. Op de kavels langs de Meppelerweg is het bouwen van een vrijstaande bedrijfswoning verplicht. Door het bedrijventerrein wordt een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd welke op twee plekken aantakt op de Meppelerweg. De eerste ontsluiting bevindt zich ten zuidoosten. De tweede ontsluiting bevindt zich aan de westelijke zijde waar deze aantakt op de bestaande verbindingsweg tussen de Meppelerweg en Voor de Blanken. Deze weg wordt geupgrade naar volwaardige ontsluitingsweg. De bedrijvenkavels aan de noordelijke zijde worden ontsloten op zowel de Voor de Blanken als de nieuwe ontsluitingsweg. De kavels aan de zuidzijde worden rechtstreeks ontsloten op de Meppelerweg. In afbeelding 3.1 wordt de inrichtingstekening voor de ontwikkeling weergegeven.
In Bijlage 1 is deze op volledige grootte bijgevoegd.
13
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Afbeelding 3.1 Inrichtingstekening bedrijventerrein Ruinen (Bron: Project-ID/Liezen Civiel)
3.3
Beeldkwaliteit
Vanwege de ligging van het plangebied aan de rand van Ruinen en de bijbehorende cultuurhistorischeen landschappelijke waarden is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan geeft richtlijnen om de beeldkwaliteit van het plangebied in de toekomst te waarborgen. Hiertoe zijn de beeldbepalende ruimtelijke en structurerende elementen van het plangebied omschreven en zijn de uitgangspunten voor de inpassing van de nieuwe bebouwing in de omgeving aangegeven. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als toevoeging op de welstandsnota en is tevens als Bijlage 2 bij voorliggend bestemmingsplan opgenomen. In het beeldkwaliteitsplan zijn diverse ruimtelijk structurerende elementen van het bedrijventerrein beschreven. De situering van de gebouwen komt voort uit de bestemmingen en bouwvlakken die in het bestemmingsplan zijn vastgelegd. Daarnaast zijn in het beeldkwaliteitsplan uitgangspunten/criteria voor de vormgeving, detaillering, kleuren en materialen van de gebouwen en bijgebouwen geformuleerd. Ook zijn de uitgangspunten voor reclame uitingen en bewegwijzering opgenomen. Tot slot gaat het plan in op de landschappelijke elementen en groenstructuur in het plangebied.
14
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
15
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het kabinet heeft in de SVIR (voorganger NOVI) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied. 4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied". Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
16
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
4.1.4
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Omgevingsvisie en het Barro. De uitbreiding van bedrijventerrein Voor de Blanken kan gelet op haar aard en omvang worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en daarmee ladderplichtig. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting bij een bestemmingsplan een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Op basis van de definitie van het Bro moet worden geconcludeerd dat het plangebied niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Daarom dient niet alleen de behoefte onderbouwd te worden, maar moet ook nagegaan worden of er geen alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied voorhanden zijn. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). In voorliggend geval zijn op het bestaande bedrijventerrein Voor de Blanken alle kavels verkocht.
Zowel vanuit de Ondernemersvereniging Ruinen als individuele ondernemers is er blijkens een enquête vraag naar bedrijvenkavels in Ruinen. Gemeente De Wolden wil haar ondernemers nu en in toekomst kunnen huisvesten op haar bedrijventerreinen of in vrijkomende agrarische bebouwing. Bij een aangetoonde behoefte worden bedrijventerreinen hiervoor uitgebreid. De enquête vanuit de ondernemersvereniging Ruinen is uitgevoerd in februari 2021 en aanvankelijk gericht aan leden van de vereniging. Vervolgens zijn ook andere gegadigden (niet leden) die zich gemeld hebben meegenomen in de enquête. De potentiele gegadigden is gevraagd naar: ruimte behoefte alleen werken of wonen/werken soort bedrijfsactiviteiten Starter of locatie waar ze vandaan komen Uit de uitgevoerde enquête is gebleken dat er in totale behoefte is aan ca. 5,2 ha extra bedrijfsgronden in Ruinen. Het gaat hierbij om 15 werkkavels en 20 woon-werkkavels. Met voorliggend bestemmingsplan kunnen gelet op de beschikbare ruimte van 3,2 ha 15 kavels worden uitgegeven. Alle kavels bieden de mogelijkheid voor de combinatie wonen/werken. De uit te geven kavels geven hiermee invulling aan een deel van de geïnventariseerde behoefte. Naast bovengenoemde enquête is er een Concept Regionale Programmering Bedrijventerreinen Zuidwest-Drenthe (De Wolden, Meppel en Westerveld) in voorbereiding.
Deze is opgesteld door Stec Groep en is gebaseerd op een behoefteraming van de provincie Drenthe uit 2022. In deze regionale programmering worden afspraken voor de periode tot en met 2025 gemaakt. De programmeringsafspraken hebben betrekking op reguliere bedrijventerrein zoals het bedrijventerrein Voor de Blanken. Het is van groot belang vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt in balans te houden in Zuidwest-Drenthe. Er moet geen overaanbod van bedrijventerreinen ontstaan. Dit heeft als effect dat grond minder goed verkoopt en het langer duurt om terreinen in de geplande vorm volledig uit te geven aan eindgebruikers. Ook kunnen bestaande bedrijventerreinen dan leeglopen en verloederen omdat bedrijven vertrekken naar plekken met nieuwe aanbod en niet worden vervangen. Daarnaast moet voorkomen worden dat er te veel krapte heerst op de bedrijventerreinenmarkt. Dit heeft als gevolg dat bedrijven met een uitbreidingswens niet kunnen groeien of een locatie met uitgeefbaar aanbod vinden buiten de regio. Tot en met 2030 is er een ruimtevraag van circa 30 hectare (uitbreidingsvraag en vervangingsvraag) te verwachten in Zuidwest-Drenthe. Het betreft droog (regulier) bedrijventerrein. Ook in de periode (tot en met 2040) daarna verwacht Stec Groep nog extra ruimtevraag, namelijk oplopend tot circa 30 hectare aanvullende ruimtevraag.
Als regio wordt uitgegaan van het meest gunstige scenario voor de
17
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
ruimtevraag. Er zijn diverse redenen om dit als uitgangspunt te hanteren: Historische uitgifte (sinds 2014) toont aan dat ruim 35 hectare bedrijventerrein is uitgegeven. De gemeenten in Zuidwest-Drenthe voeren regelmatig gesprekken met bedrijven. Recente peilingen onder bedrijven tonen aan dat er een sterke behoefte is. (Economische) groeiverwachtingen voor de regio zijn goed. Het bedrijfsleven presteert goed en de regio lift mee op het succes van de Regio Zwolle. Het grootste deel van de vraag wordt verwacht in Meppel. Dit is ook logisch, omdat hier de grootste economische activiteit (op bedrijventerreinen) is gevestigd. Circa 2/3e van de ruimtevraag (circa 20 hectare) zal hiervandaan komen. Westerveld en De Wolden hebben een bescheiden aandeel. Het gaat dan om circa 10 hectare voor beide gemeenten samen. Een en ander is ook afhankelijk van het moment en de aard van aanbod dat beschikbaar is/komt. De regiogemeenten hebben in het verleden al geanticipeerd op de ruimtevraag van bedrijven. Vandaar dat de gemeenten bestemmingsplannen voor nieuwe bedrijventerreinen in procedure hebben gebracht. Deze zijn terstond uitgeefbaar en/of binnen afzienbare tijd onherroepelijk (en daarmee op korte termijn beschikbaar voor het bedrijfsleven). Het gaat in De Wolden om de uitbreiding van Hoge Akkers met 5,3 ha uitgeefbaar terrein.
Uit de gesprekken met de drie gemeenten blijkt bovendien dat er voorbereidende gesprekken zijn voor uitbreiding van de ruimte op bedrijventerreinen voor lokale ondernemers. Het gaat om eerste verkenningen, een peiling van de behoefte en opgenomen passages in Omgevingsvisies over mogelijke uitbreiding van bedrijventerreinen. Het voor de Wolden is de uitbreiding van bedrijventerrein Voor de Blanken' (3 hectare netto) in Ruinen het meest concreet. Deze uitbreiding geeft concrete invulling aan de locatie behoefte is regionaal afgestemd en daarmee in lijn met geraamde behoefte en op basis daarvan geformuleerde conceptafspraken. Noodzaak ontwikkelen buiten bestaand stedelijk gebied De ruimtevraag in Nederland moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. In het Bro is in artikel 1.1.1 een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied. De definitie luidt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet op grond van artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Argumenten dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op: kwalitatieve aspecten van de behoefte (denk bijvoorbeeld aan de aard en schaal van de bedrijvigheid die niet binnen bestaand stedelijk gebied kunnen worden ingepast); andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of, op grond van ruimtelijk beleid zoals een structuurvisie worden beoogd. Bijvoorbeeld park, maatschappelijke functies of woonplannen die later worden beoogd. aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplekken, bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten die kunnen spelen op inbreidingsplekken. Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Voor de Blanken. De uitbreiding in oostelijke richting is een logisch vervolg op de ontwikkeling van het bedrijventerrein die sinds het einde van de jaren '70 plaatsvindt. Binnen het bestaand bebouwd gebied van Ruinen zijn geen geschikte inbreidingslocaties aanwezig om de behoefte aan bedrijfsterrein (3,2 ha) in te vullen en bovendien conflicteert de functie bedrijventerrein met bijbehorende geluid- en verkeershinder met de woonfuncties binnen de bestaande kern.
Verder is er sprake van een lokale behoefte uit Ruinen, waardoor de vraag niet kan worden ingevuld op bedrijventerrein bij kernen in de omgeving van Ruinen. Tenslotte wordt opgemerkt dat de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein past binnen de
18
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
gemeentelijke ambities zoals verwoord in het collegeprogramma 'De Wolden onderneemt': Gemeente De Wolden geeft hierin aan dat bedrijven terecht kunnen op haar bedrijventerreinen en dat bij een aangetoonde behoefte wordt ingezet op uitbreiding als daar mogelijkheden voor zijn. In voorliggend geval is de uitbreiding ruimtelijk verantwoord (zie hiervoor ook de conclusies in hoofdstuk 5) en is de ontwikkeling tevens reeds bestuurlijk afgestemd met de provincie Drenthe. Bereikbaarheid Een goede ontsluiting is één van de redenen het bedrijventerrein Voor de Blanken aan de westzijde van de kern Ruinen is ontwikkeld. Via de Meppelerweg, Oosteinde en Koekangerweg kan (vracht)verkeer ontsluiten op de provinciale weg N375 in de richting van Meppel en Hoogeveen (A28). Gelet op het voorgaande geldt dat met deze ontwikkeling wordt voldaan aan de uitgangspunten van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Er is sprake van verantwoord ruimtegebruik. Conclusie toetsing ladder voor duurzame verstedelijking Resumerend kan worden geconcludeerd dat het rijksbeleid geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. 4.2.1
Omgevingsvisie Drenthe
4.2.1.1 Algemeen Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. In de navolgende jaren zijn enkele wijzigingen doorgevoerd. Op 8 december 2021 is daarom een geconsolideerde versie vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de komende jaren zullen er provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening. 4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van Drenthe is hoog en de ruimtelijke identiteit is herkenbaar en beleefbaar. Het tot dusver gevoerde ruimtelijk beleid heeft ertoe geleid dat ontwikkelingen altijd in samenhang met de ondergrond en met besef van de cultuurhistorie hebben plaatsgevonden. Er is evenwicht en onderscheid tussen stad en platteland, tussen rust en dynamiek, tussen historie en het heden. Het Drentsche landschap is rijk aan herinneringen aan vroegere bewoning, kent karakteristieke bebouwingspatronen, heeft hoge natuurwaarden en is beleefbaar. In Drenthe kan nog steeds openheid, rust, ruimte en duisternis worden ervaren.
Deze aspecten worden in de rest van het land steeds zeldzamer en wordt door de samenleving steeds meer gewaardeerd. Omdat niet alle kernkwaliteiten goed te duiden zijn in het fysiek-ruimtelijk domein, zijn ze vertaald naar indicatoren. Rust is vertaald naar stilte en duisternis. Ruimte staat voor de openheid van het landschap. De kernkwaliteit natuur is uitgewerkt in het kunnen beleven en benutten van de natuur die Drenthe rijk is en daarnaast het beschermen om de biodiversiteit in stand te houden en te versterken. Oorspronkelijkheid is concreet gemaakt in de kernkwaliteiten cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden. Veiligheid staat voor sociale, externe en verkeersveiligheid. De kernkwaliteiten naoberschap, menselijke maat en kleinschaligheid zijn lastig ruimtelijk te duiden, maar zijn meegenomen in de begrippen 'leefbaarheid en 'passend bij Drenthe'.
19
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
De verschillende kernkwaliteiten zijn de basis van de kernkwaliteit landschap. Er is immers een duidelijke relatie tussen de ondergrond, de historische ontwikkeling, leefbaarheid, 'passend bij Drenthe' en het landschap. Daar komt bij dat de gaafheid en de diversiteit van het Drentse landschap overal beleefbaar is binnen Drenthe. Daarmee vormt de kernkwaliteit landschap de kapstok voor de kernkwaliteiten. Voor het plangebied gelden de volgende kernkwaliteiten: Kernkwaliteit Cultuurhistorie; Kernkwaliteit Landschap; Kernkwaliteit Aardkundige waarden Kerkwaliteit Archeologie In paragraaf 4.2.2 (omgevingsverordening) wordt het plan aan de kernkwaliteiten getoetst. 4.2.1.3 Zorgvuldig ruimtegebruik Ruimtelijke kwaliteit zit in het zorgvuldig gebruik maken van de ruimte en in het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Om zorgvuldig ruimtegebruik in Drenthe te stimuleren, wordt gestreefd naar het bundelen van wonen en werken. Verdichting gaat voor uitbreiding. Extra ruimte voor wonen en werken is er in of aansluitend op het bestaande bebouwde gebied en gebundeld rond de regionale voorzieningen voor infrastructuur en openbaar vervoer. Uiteraard is het niet de bedoeling dat dit streven ten koste gaat van cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. In zulke situaties met de betrokken partijen gezocht naar een maatwerkoplossing.
4.2.1.4 Economie De inzet van de provincie Drenthe op economisch terrein is uitgewerkt in de Economische Koers Drenthe 2015-2019. Deze koers is een logische opvolger van de Drentse Economische agenda en het Kader voor Economische Investeringen (KEI) 2011-2015. Het wordt gevoed door de huidige stand van de economie en een analyse van verwachte trends en uitdagingen waar het beleidsterrein Economie voor staat. Maar het is géén programma, laat staan een projectenlijst. Aansluitend bij de werkwijze van de Noordelijke Innovatie Agenda (NIA) is de Economische Koers Drenthe bedoeld als handreiking aan de partners van de provincie Drenthe, om gezamenlijk initiatieven te ontwikkelen die de Drentse Economie de komende jaren gaan versterken. Dit gebeurt langs vier programmalijnen: concurrentiekracht: versterken van de concurrentiepositie van het bedrijfsleven; groene economie: realisatie van een duurzame en groene economie; vestigingsklimaat: op de toekomst voorbereid; fysieke en digitale vestigingsvoorwaarden in relatie tot omgevingskwaliteit; arbeidsmarkt: investeren in een duurzame arbeidsmarkt, waar vraag en aanbod goed in balans zijn. Met deze programmalijnen geeft de provincie uitwerking aan de ambities en opgaven in de Noordervisie, Noordelijke Innovatieagenda (NIA) en de Meerjaren Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-Gebiedsagenda Noord-Nederland.
Bedrijventerreinen Specifiek over bedrijventerreinen wordt in de omgevingsvisie Drenthe aangegeven dat een belangrijke prioriteit binnen het Drentse ondernemersklimaat is, het borgen van een aantrekkelijk aanbod van werklocaties, passend bij het gewenste ruimtelijk-economisch profel van de locatie en bij de (veranderende) marktvraag. De provincie maakt zich sterk voor bovenregionale afstemming over herontwikkeling en uitbreiding van bedrijfslocaties, gevoed door een reële, marktconforme inschatting van de toekomstige vraag. Ingezet wordt gepleegd in de herstructurering en kwaliteitsverbetering van verouderde bedrijventerreinen. Hierbij is regionale afstemming over regionale werklocaties van belang, om onderlinge concurrentie tussen gemeenten en overaanbod te voorkomen. Er worden drie afstemmingsregio's onderscheiden: Groningen-Assen, Zuidoost Drenthe (Dutch Tech Zone, voorheen Vierkant voor Werk: Emmen, Coevorden en Hoogeveen) en Meppel-Zwolle. Een belangrijke prioriteit binnen het Drentse
20
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
ondernemersklimaat is het borgen van een aantrekkelijk aanbod van werklocaties. Dat aanbod moet inspelen op de veranderende vraag. De provincie maakt zich sterk voor bovenregionale afstemming over herontwikkeling en uitbreiding van bedrijfslocaties, gevoed door een reële, marktconforme inschatting van de toekomstige vraag. Daarnaast moet Drenthe inspelen op huisvestingswensen van doelgroepen als zzp'ers, starters en nieuw te vestigen bedrijven. In de omgevingsvisie is tevens geduid wat wordt verstaan onder regionale en lokale werklocaties. In voorliggend geval van de uitbreiding van bedrijventerrein Voor de Blanken gaat het om een lokale werklocatie omdat het bedrijventerrein: overwegend plaats biedt aan bedrijven die vanwege een sociale binding aan de kern (veelal doordat de eigenaar daar in de buurt woonachtig is) lokaal georiënteerd zijn, zowel wat betreft de arbeidsmarkt als de toeleveranciers en de afnemers; bedrijven huisvest die overwegend kleinschalig zijn; de beoogde kwaliteit van de bedrijfsbebouwing, een volume en een kavelgrootte kent die aansluit bij de kwaliteit van de directe omgeving (de structuur van de nabijgelegen kern); geen significant milieubelastende activiteiten huisvest (maximaal categorie 3.1); bedrijven huisvest die geen grootschalige vervoersstromen met zich meebrengen; woon-werkfuncties faciliteert.
4.2.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Drenthe Binnen het plangebied wordt 3,2 hectare uitgeefbare bedrijfsgrond gerealiseerd. In paragraaf 4.1.4 (Toetsing Rijksbeleid/Ladder voor duurzame verstedelijking) is reeds geconcludeerd dat de ontwikkeling inspeelt op zowel de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan bedrijvenkavels in Ruinen. Er zijn voor de invulling van deze behoefte geen alternatieve locaties binnen de kern van Ruinen, waardoor de ontwikkeling in lijn is met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Daarnaast is de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein een logische keuze gelet op de ontsluiting en milieuhinder die vanuit de bedrijfsfuncties gaat. Bedrijventerrein Voor de Blanken blijft met de beoogde uitbreiding een lokaal bedrijventerrein dat invulling geeft aan de huisvestingswensen van ondernemers uit Ruinen en directe omgeving. Hiermee is er geen sprake van strijd met provinciale belangen en/of kernkwaliteiten zoals genoemd in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is (deels) doorvertaald naar een verordening voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe wordt hierna behandeld. 4.2.2
Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018
4.2.2.1 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn artikel 2.6 (Werken met kernkwaliteiten), artikel 2.18 (Bedrijvigheid) en 2.18a (Detailhandel) van belang om nader te belichten. 4.2.2.2 Relevante artikelen Artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten 1. Als kernkwaliteiten worden aangewezen de thema's en gebieden zoals die zijn neergelegd op de bij deze verordening behorende kaart A (kaartlaag stilte), kaart D3 (kaartlaag Natuurnetwerk Nederland), kaarten D4 t/m D7 waarbij voor de kaart D7 (Kernkwaliteit landschap) geldt dat van een provinciaal belang alleen sprake is in de situaties zoals in de omgevingsvisie (hoofdstuk 4) omschreven. 2. Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn: 3. wordt in het ruimtelijk plan uiteengezet hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid, en de
21
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie; 4. maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten. Artikel 2.18 Bedrijvigheid 1. Een ruimtelijk plan kan alleen voorzien in nieuwe regionale werklocaties of uitbreiding van een bestaande regionale werklocatie indien dit past in een regionale werklocatievisie, dan wel in een gemeentelijke werklocatievisie mits deze regionaal is afgestemd, en indien in het desbetreffende ruimtelijk plan wordt onderbouwd dat deze werklocatievisie voldoende actueel is. 2. Een ruimtelijk plan dat niet betrekking heeft op het bestaand stedelijk gebied van de plaatsen Hoogeveen, Emmen, Meppel, Assen en Coevorden kan alleen voorzien in nieuwe of uitbreiding van lokale werklocaties wanneer het desbetreffende ruimtelijk plan vergezeld gaat van een beeldkwaliteitsplan en wanneer de locatie wordt bestemd voor kleinschalige en lokaal georiënteerde bedrijvigheid. 3. Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de mogelijkheid dat een ruimtelijk plan voorziet in vestiging of significante uitbreiding van een solitair buiten bestaand stedelijk gebied gelegen regionaal georiënteerd bedrijf.
Deze regels hebben geen betrekking op bedrijven binnen de sector recreatie en toerisme en overige functioneel aan het buitengebied verbonden bedrijvigheid. 4. Een ruimtelijk plan voorziet alleen in de vestiging van nieuwe bedrijven voor zover deze niet volgens de VNG systematiek 'Handreiking Bedrijven en Milieuzonering' zouden vallen in de milieucategorieën 4, 5 en 6, tenzij op regionale werklocaties. 5. In afwijking van het vierde lid kan een ruimtelijk plan voorzien in nieuwe bedrijvigheid die volgens de VNG systematiek 'Handreiking Bedrijven en Milieuzonering' valt in de categorie 4 voor zover dit gebeurt via door de betreffende gemeente vastgesteld uitzonderingsbeleid. 6. Een ruimtelijk plan voorziet niet in nieuwe locaties voor detailhandel, voor zover deze ten koste gaan van het bestaande kernwinkelgebied. 7. Een ruimtelijk plan voorziet niet in de mogelijkheid tot het realiseren van weidewinkels. 8. Een ruimtelijk plan dat voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe werklocatie dient vergezeld te gaan van een beeldkwaliteitsplan dat juridisch is verbonden aan het desbetreffende ruimtelijke plan. Artikel 2.18a Detailhandel a. Een ruimtelijk plan kan binnen bestaand stedelijk gebied uitsluitend in nieuwe Plancapaciteit voorzien binnen of direct in aansluiting op het centrumgebied. b.
Een ruimtelijk plan voorziet binnen bestaande stedelijk gebied uitsluitend in nieuwe Plancapaciteit buiten het centrumgebied, indien één (of meer) van de volgende aspecten van toepassing is: 1. het een supermarkt betreft in een kleine kern (< 5.000 inwoners), die ruimtelijk niet (goed) inpasbaar is in het Centrumgebied, waarbij in dat gebied nauwelijks sprake is van een concentratie van winkels; 2. het detailhandel betreft in branches die niet essentieel zijn voor het functioneren van centrumgebieden en die door de grootte van de winkel of de aard en omvang van het assortiment niet of minder goed passen binnen centrumgebieden; detailhandel in de branchegroep dagelijkse goederen en de branchegroep mode & luxe zijn essentieel en daarom uitgesloten; 3. het kleinschalige ondergeschikte detailhandel aan huis betreft, of; 4. het detailhandel betreft met een kleiner winkelvloeroppervlak dan 500 m² op trafficlocaties of bij toeristische voorzieningen waarbij de detailhandel aansluit bij de aard van die voorzieningen. c. Een ruimtelijk plan voorziet niet in nieuwe Plancapaciteit buiten bestaand stedelijk gebied, tenzij: 1. wordt aangetoond dat de Plancapaciteit naar aard en omvang niet inpasbaar is in bestaand stedelijk gebied. Detailhandel in de branchegroepen dagelijks en mode & luxe zijn uitgesloten; 2.
het detailhandel betreft met een kleiner winkelvloeroppervlak dan 500 m² op trafficlocaties of bij toeristische voorzieningen waarbij de detailhandel aansluit bij de aard van die voorzieningen, of; 3. het Ondergeschikte detailhandel met een kleiner winkelvloeroppervlak dan 200 m² bij een bedrijf betreft, waarbij de aard van de verkochte goederen in verband staat met de hoofdactiviteit van dat bedrijf.
22
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
d. Ten behoeve van een ruimtelijk plan dat voorziet in Plancapaciteit met een groter winkelvloeroppervlak dan 1.500 m² (wvo) vindt regionale afstemming plaats met naburige gemeenten, waarvan het ruimtelijk plan een schriftelijke samenvatting van het proces en de overwegingen van verschillende gemeenten bevat. 4.2.2.3 Toetsing aan Provinciale Omgevingsverordening Drenthe Toetsing artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt in deelgebied 6, De Velden van centraal Drenthe. De provincie geeft in de omgevingsvisie aan de volgende voor dit plan relevante ambities te hebben in dit gebied: Richtinggevend voor dit deelgebied is het herkenbaar houden van de samenhang van twee bos- en heidegebieden met de nabijgelegen esdorpen. De bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en van Hooghalen zijn een resultante van de ontginning van de woeste gronden rond de esdorpen. Ook het behouden van de samenhang van de esdorpen Elp, Orvelte, Westerbork en Zwiggelte met de naastgelegen beekdalen is bepalend voor de toekomst. Specifiek wil de provincie sturen op: Het beleefbaar houden van de karakteristiek van het esdorpenlandschap rond het Dwingelderveld.
Deze karakteristiek komt tot uitdrukking in een zichtbare ruimtelijke samenhang tussen de krans van esdorpen rond het Dwingelderveld en in een grote tijdsdiepte van het gebied, zoals dat blijkt uit grafmonumenten, celtic fields en een radiotelescoop; Het herkenbaar houden van de grote tijdsdiepte van de bossen rond Hooghalen. Deze tijdsdiepte is te ervaren in zichtbare en niet zichtbare elementen uit de prehistorie, blokvormige ontginningsstructuren en ingrepen uit de moderne tijd zoals de radiotelescopen en de structuren van de werkverschaffing en Kamp Westerbork; Het instandhouden van de karakteristiek van het esdorpenlandschap bij Elp, Orvelte, Westerbork en Zwiggelte. Deze karakteristiek uit zich in een zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es en beekdal, met bijbehorend microreliëf en beplantingselementen als houtwallen en esrandbosjes. Toetsing In voorliggend geval worden agrarische cultuurgronden aansluitend aan het bestaande bedrijventerrein aan de westzijde van de kern Ruinen ontwikkeld voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Voor de Blanken. Deze uitbreiding doet geen significante afbreuk aan het esdorpenlandschap en past goed binnend de bestaande structuur van het gebied met bomensingels rondom de locatie. Kernkwaliteit Landschap Het plangebied ligt in het Esdorpenlandschap.
In de omgevingsvisie heeft de provincie aangeven dat in dit gebied van provinciaal belang zijn: de essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting. de beekdalen: onbebouwd gebied met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand)beplanting. Het provinciaal beleid is gericht op: behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting; behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand)beplanting. Toetsing In voorliggend geval worden agrarische cultuurgronden direct aansluitend aan de kern Ruinen en het bestaande bedrijventerrein ontwikkeld voor bedrijvenkavels. De gronden maken geen onderdeel uit van een waardevolle es of beekdal. Door direct aan te sluiten op het reeds bestaande bedrijventerrein wordt de open ruimte tussen de Voor de Blanken en Meppelerweg bebouwd en wordt de kern Ruinen in omvang groter. Het esdorpenlandschap ten westen van Ruinen als geheel blijft echter intact. Verder wordt de bestaande beplanting langs de randen van het gebied behouden en versterkt. Hiermee is sprake van een goede inpassing van de beoogde uitbreiding.
23
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Kernkwaliteit aardkundige waarden Drenthe heeft een eigen karakter, een eigen (ruimtelijke) identiteit, die door inwoners en bezoekers hoog wordt gewaardeerd. Het aardkundige landschap van Drenthe is hiervoor in belangrijke mate bepalend. Het aardkundig erfgoed is de enige informatiebron over de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van Drenthe. Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Deze ambitie is verwoord en uitgewerkt in de beleidsnota wAARDEvol Drenthe (2013). Volgens de omgevingsverordening geldt voor het plangebied een hoog beschermingsniveau. In deze gebieden heeft de provincie de ambitie om de context en het referentiebeeld van de aardkundige eenheid te behouden of te herstellen. In deze gebieden staat de provincie ontwikkelingen alleen toe als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden.
De meest gave en zeldzame gebieden, de zogenaamde stergebieden, wil de provincie veiligstellen. Verandering van inrichting of beheer zijn niet toegestaan, tenzij ze nodig zijn om de aardkundige waarde te behouden of te versterken of om aardkundige processen te herstellen, zoals het afplaggen in stuifzandgebieden. De overige gebieden wil men beschermen. In beginsel kunnen ontwikkelingen in deze gebieden alleen worden toegestaan, als de kenmerken en gaafheid worden behouden. Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met de aardkundige waarden vormt het vertrekpunt bij planvorming. Toetsing In voorliggend geval zijn aan de gronden hoge aardkundige waarde toegekend. Het betreft echter geen sterlocatie. Bij de ontwikkeling wordt zorgvuldig omgegaan met de aardkundige waarden. Bij het bouwrijp maken is sprake van grondverzet, maar de gronden worden niet afgegraven met uitzondering van de sloten voor waterberging en voor de fundering ter plaatse van de te bouwen bedrijfsgebouwen. Het uitgangspunt is een gesloten grondbalans. Kernkwaliteit Archeologie Archeologie houdt zich bezig met de reconstructie van oude culturen door middel van het bestuderen van materiële overblijfselen hiervan. Daarbij gaat het om alles wat de mens ooit heeft achtergelaten, bijvoorbeeld restanten van huizen, begraafplaatsen, wapens, sieraden, huisraad, afval en voedselresten.
Deze overblijfselen kunnen duizenden jaren oud zijn of slechts een paar honderd jaar. Tegenwoordig wordt ook archeologisch onderzoek gedaan naar in de bodem aanwezige overblijfselen van de Tweede Wereldoorlog. Het provinciaal beleid voor de Drentse archeologie is gericht op instandhouding, bescherming, beleven en benutten. Het archeologisch erfgoed behoort tot het ruimtelijk erfgoed en is een belangrijke bouwsteen van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Drenthe (kernkwaliteit archeologie). Toetsing In voorliggende geval geldt een generiek beschermingsniveau. De gronden hebben in de beheersverordening een archeologische verwachtingswaarde op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart. In paragraaf 5.2 wordt hier nader op ingegaan. Toetsing artikel 2.18 Bedrijvigheid Zoals hiervoor reeds beschreven gaat het in voorliggend geval niet om een regionale werklocatie, maar om een lokale werklocatie waar bedrijvenkavels worden uitgegeven met een maximale milieucategorie 3.1. Het bedrijventerrein voorziet niet in de mogelijkheid voor detailhandel waaronder weidewinkels. Toetsing artikel 2.18a Detailhandel
24
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
Het gaat het in voorliggend geval niet om detailhandel als zelfstandige functie, maar om ondergeschikte detailhandel bij de bedrijven. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat de ondergeschikte detailhandel niet meer dan 200 m² mag bedragen en dat de aard van de verkochte goederen in verband staat met de hoofdactiviteit van het bedrijf.
4.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is een doorvertaling van rijks- en provinciaal beleid en is verwoord in tal van plannen en beleidsnota's. De belangrijkste voor voorliggende ontwikkeling betreffen de Structuurvisie De Wolden 2010-2030 en Toekomstvisie 2022-2040. Hieronder wordt eerst ingegaan op de Structuurvisie omdat de oorsprong van voorliggende ontwikkeling hiermee verbonden is. Vervolgens wordt ingegaan op de Toekomstvisie 2022-2040. 4.3.1
Structuurvisie De Wolden 2010-2030
4.3.1.1 Algemeen Gemeente De Wolden heeft op 10 maart 2011 de “Structuurvisie 2010-2030” vastgesteld. Met deze structuurvisie legt De Wolden een basis voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling voor de komende 20 jaar. De structuurvisie is een nadere uitwerking van de strategische toekomstvisie “De Wolden actief en betrokken”. De structuurvisie bestaat uit een visie, een uitvoeringsprogramma en een plankaart. De visie voor 2030 richt zich op het versterken van de kenmerken en kwaliteiten die de plattelandsgemeente heeft. De plattelandsgemeente die wordt gekenmerkt door de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied (het landschap) en de leefbaarheid op het platteland de maatschappelijke aantrekkelijkheid om in het gebied te wonen en te werken. 4.3.1.2 Beleidskeuzes bedrijvigheid Een kenmerk van een plattelandsgemeente als De Wolden is de verspreide lokale bedrijvigheid over de kerndorpen, kleine kernen en in het buitengebied. Op dit moment is er geen grootschalig bedrijventerrein aanwezig en de gemeente gaat hier ook in de toekomst niet op inzetten. De gemeente zet in op uitbreidingsmogelijkheden van de lokale bedrijvigheid, in de kernen en in het buitengebied, passend binnen de landschappelijke kenmerken. Gemeente De Wolden participeert in het samenwerkingsverband van de Drentse Zuidas.
De Drentse Zuidas heeft als doel de kracht en ontwikkelingspotentie van deze regio te versterken. Binnen de Drentse Zuidas richt De Wolden zich als plattelandsgemeente met name op het midden- en kleinbedrijf, de landschappelijke inpassing van bedrijven en de combinatie van wonen en werken in vrijkomende agrarische bedrijven. De beleidskeuzes in het kader 'bedrijvigheid' is nader uitgewerkt voor de onderdelen 'bedrijventerreinen' en 'vrijkomende agrarische bedrijven'. Hieronder wordt nader ingegaan op de 'bedrijventerreinen'. Hierbij wordt op voorhand opgemerkt dat de inhoud stamt uit het jaar 2010 en inmiddels deels is achterhaald. In de toetsing wordt hier nader op ingegaan. 'Bedrijventerreinen' Voor De Wolden is de bedrijventerreinsituatie krap. Behalve op het nieuwe gedeelte van bedrijventerrein de Hoge Akkers in Ruinerwold is op dit moment geen nieuwe ruimte meer beschikbaar. Er is ook geen leegstand behoudens onvermijdelijke roulatieleegstand. De verdere ontwikkeling van bedrijventerreinen is in het landelijk gebied beperkt mogelijk. Opgave is er voor te zorgen dat uitbreiding van lokale bedrijventerreinen ruimtelijk goed wordt ingepast. Op de bestaande bedrijventerreinen in Zuidwolde, Ruinerwold en Ruinen wordt ruimte gereserveerd voor uitbreidingen. Lokale bedrijvigheid krijgt daarmee de mogelijkheid, ook bij uitbreidingen, bij het bestaande dorp gevestigd te blijven.
Deze ontwikkeling is van groot belang voor de lokale economie. Voor de uitbreiding van de bedrijventerreinen zal de SER-ladder als afwegingskader worden gebruikt. De SER-ladder is een methode om tot een goede afweging te komen als het gaat om nieuwe bedrijventerreinen of de uitbreiding van bestaande. Volgens de SER-ladder moet eerst worden bekeken of er op de bestaande bedrijventerreinen nog ruimte beschikbaar is, of er door herstructurering nog
25
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
ruimte kan worden gemaakt en of het mogelijk is de ruimte effectiever te benutten. Pas als al die mogelijkheden zijn benut, mag er tot de aanleg van een nieuw bedrijventerrein worden besloten. En dan nog moeten de verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen, want “bedrijventerreinen dienen de kwaliteit van natuur en landschap te respecteren en waar mogelijk te versterken. Op de structuurvisiekaart is de uitbreidingsrichting van bedrijventerrein Voor de Blanken reeds aangegeven. Het plangebied is met de blauwe cirkel indicatief aangeduid.
Afbeelding 4.1 Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: Gemeente De Wolden)
4.3.2
Toekomstvisie 2022-2040
4.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 27 oktober 2022 de Toekomstvisie 2022-2040 'Samen aan zet' vastgesteld. Deze toekomstvisie vervangt de structuurvisie. Deze toekomstvisie verbindt het verleden, heden en de toekomst van De Wolden. Een van oorsprong jonge plattelandsgemeente, ontstaan uit een fusie van de gemeenten Ruinen, Ruinerwold, Zuidwolde en de Wijk. Deze toekomstvisie is de opvolger van de toekomstvisie die De Wolden in 2005 heeft gemaakt. De gemeenteraad heeft de opdracht gegeven om één integrale visie te maken, waarin de sociale en fysieke leefomgeving met elkaar verbonden zijn. Daarom wordt deze toekomstvisie ook als omgevingsvisie gebruikt in het kader van de Omgevingswet. Er is geen garantie dat bestaande kwaliteiten voor de toekomst behouden blijven. Investeren, ontwikkelen en stimuleren blijft nodig. Daarom kijkt de gemeente in deze visie niet alleen naar ‘dat wat is’, maar ook naar ‘dat wat komt’. De gemeente wil behouden wat waardevol is en tegelijkertijd inspelen op nieuwe ontwikkelingen zoals de energietransitie, de transitie van de agrarische sector en de woningbouwopgave. Deze visie is geen glazen bol waarmee de gemeente in de toekomst kan kijken,
26
bestemmingsplan Ruinen, uitbreiding bedrijventerrein (ontwerp)
maar geeft wel richting aan de toekomst van De Wolden. Het is een leidraad voor samenwerking met inwoners, ondernemers en andere partners. 4.3.2.2 Beleidskeuzen bedrijvigheid Over bedrijventerrein wordt onder het hoofdstuk 'Economie en Landbouw' aangegeven dat gemeente De Wolden drie bedrijventerreinen heeft in de dorpen Ruinen, Ruinerwold en Zuidwolde. MKB-ondernemers uit De Wolden die de komende jaren een bedrijfspand zoeken, moeten deze zoveel mogelijk binnen de gemeentegrenzen kunnen vinden. Het aanbod in type en aantal bedrijfspanden moet passen bij de vraag van ondernemers uit de gemeente. Bij een toenemende vraag kiest de gemeente in de eerste plaats voor inbreiding of revitalisering van de huidige bedrijventerreinen, in de tweede plaats pas voor uitbreiding omdat de gemeente spaarzaam om wil gaan met de ruimte die ze heeft. Als er geen mogelijkheden meer zijn voor verdere uitbreiding, is het realiseren van een nieuw bedrijventerrein alleen bij de kerndorpen een optie. Voor nieuwe ontwikkelingen in de Wijk kijkt de gemeente over de gemeentegrens en zoekt de samenwerking met de gemeente Meppel. Voor uitbreiding en nieuwbouw geldt onder andere de voorwaarde dat het terrein invulling geeft aan de vraag van lokale ondernemers uit De Wolden. De doelstelling is om de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen zo hoog mogelijk te houden.