CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - IHP gemeente De Wolden.pdf

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling integraal huisvestingsplan onderwijs15.396 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit is niet altijd een makkelijke opgave en daarom werken ook de scholen in De Wolden samen in het samenwerkingsverband voor het passend onderwijs SWV 2203 PO Hoogeveen, Meppel, Steenwijk e.o. om deze taak goed uit te kunnen voeren. Samenwerkingsverbanden hebben als taak te zorgen voor een dekkend en passend onderwijsaanbod voor alle kinderen in de regio. De samenwerkingsverbanden ondersteunen scholen onder meer bij het vinden van het best passende onderwijsarrangement voor kinderen met een specifieke ondersteunings-behoefte. Soms kan de oplossing zijn om een kind over te plaatsen naar een andere school of een school voor speciaal onderwijs in de regio omdat daar een passender ondersteuningsaanbod geboden kan worden. Dit alles behoort tot de mogelijkheden en valt onder de verantwoordelijkheid van de scholen in het kader van passend onderwijs. Een samenwerkingsverband ontvangt een budget om dit proces aan te bieden en financiert daarmee de ondersteuningsvraag in haar verzorgingsgebied.

5.1.2

Samenwerking

Instandhouding kleine scholen In De Wolden is de verscheidenheid in het onderwijsaanbod relatief beperkt. Slechts in 3 van de 17 dorpen is er een keuze tussen openbaar en christelijk onderwijs. Daarnaast is er in 7 dorpen alleen openbaar basisonderwijs en in 1 dorp alleen Protestants-Christelijk onderwijs. Hoofdzaak is dat in zoveel mogelijk dorpen een onderwijsvoorziening in stand wordt gehouden. Het borgen van goed onderwijs in een dorp is te allen tijde overstijgend aan het hebben van meerdere denominaties. Hier luidt het motto: “Liever één goede school met goed onderwijs voor kinderen in een goed gebouw, dan twee kwalitatief mindere”. De school is een veilige en fijne plek waar kinderen leren en leven in het hier en nu. In 2012 heeft de gemeente De Wolden de beleidsnotitie “Instandhouding schoolgebouwen in kleine kernen” vastgesteld. Feitelijk is daarin vastgelegd dat het wettelijk kader leidend is. De gemeente wil de huidige basisscholen in stand houden, voor zo ver het leerlingenaantal van een school niet onder het minimum van 23 leerlingen komt. Op basis van artikel 154 Wpo is voor de gemeente De Wolden de opheffingsnorm vastgesteld op 30 leerlingen.

22

Voorbereiding op de toekomst Het onderwijs in de gemeente De Wolden streeft ernaar alle kinderen voor te bereiden op een goede toekomst. De focus ligt op kwalitatief goed onderwijs, dat het best passend is en waar het kind gelukkig van wordt. Het onderwijs is flexibel en divers, speelt in en heeft aandacht voor maatschappelijke ontwikkelingen waaronder het belang om zorgvuldig met onze leef- en leeromgeving om te gaan. Bij realisatie en onderhoud van onderwijshuisvesting is specifieke aandacht voor duurzaamheid en milieu.

5.2

Wisselwerking tussen beleidsuitgangspunten en onderwijshuisvesting

De beschreven beleidsuitgangspunten behoren mede te worden gefaciliteerd door adequate huisvesting. De gemeente en schoolbesturen hebben hierbij vanuit het wettelijk kader een gezamenlijke verantwoordelijkheid. In deze beleidsuitgangspunten wordt invulling gegeven aan deze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Hierbij vormt het realiseren en beheren van gezonde en duurzame leeromgevingen het vertrekpunt om het onderwijs te faciliteren.

5.2.1

Duurzaamheid

Er zijn en worden van overheidswege steeds meer eisen en richtlijnen ontwikkeld voor de duurzaamheid van schoolgebouwen:  Het amendement Jetten c.s. (Wet energietransitie) bepaalt dat nieuwe gebouwen standaard geen gasaansluiting meer krijgen en is op 1 juli 2018 in werking getreden.  Op 1 juli 2019 is de Informatieplicht Energiebesparing (Activiteitenbesluit) in werking getreden. Dit is een wetswijziging die een groot deel van de scholen5 verplicht hun energieverbruik te melden en daarbij aan te geven welke energiebesparende maatregelen zijn doorgevoerd.  Vanaf 2021 moeten scholen (bijna) energieneutraal worden gebouwd. Dit is vastgelegd in het ‘Nationaal Plan Bijna-Energie Neutrale Gebouwen (BENG)’. In 2015 is de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) voor onderwijsfuncties al aangescherpt van 1,3 naar 0,7 en in 2020 is de EPC verder teruggebracht naar (bijna) 0. Het Bouwbesluit 2021 gaat bovendien uit van PvE ‘Frisse Scholen’, klasse B voor alle onderdelen.  Naar verwachting stelt de overheid op termijn ook eisen om het gebouw-gebonden energiegebruik te compenseren door opwekking in, aan of nabij het gebouw zodat echte energieneutraliteit ontstaan (van BENG naar ENG).6 Naast deze wettelijke randvoorwaarden, heeft de gemeente De Wolden ook haar eigen beleid.

Om uitvoering te geven aan haar ambities heeft de gemeenteraad van De Wolden in oktober 2020 het actieplan Klimaat en Energie 2021 – 2024 vastgesteld. Hierin staat de volgende ambitie geformuleerd: ‘In 2030 willen we in De Wolden 70% van de elektriciteitsvraag duurzaam opwekken (100% in 2040) en 100% groen gas in het gasnetwerk’. Huidige duurzaamheidsmaatregelen vanuit de gemeente:  De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld, onder meer door een duurzaam inkoopbeleid en het op natuurlijke momenten energiezuinig maken van gemeentelijk vastgoed;  Verder wil de gemeente financieringsmogelijkheden voor energiebesparing en -opwekking toegankelijk maken;  De gemeente ondersteunt lokale (duurzaamheids)initiatieven. Boven op de wetgeving om BENG te realiseren, wordt in lijn van de Duurzaamheidsvisie de ambitie uitgesproken om bij nieuwbouw van scholen binnen de gemeente De Wolden te voldoen aan ‘0-op-de-meter’. Dit houdt in dat het saldo aan gebouw- en gebruik gebonden energie 0 is. De meerkosten hiervoor komen in het kader van “Total Cost of Ownership” voor rekening van het schoolbestuur. De haalbaarheid hiervan dient per project te worden onderzocht.

5

Scholen die op jaarbasis 25.000 m3 of meer aardgas(equivalenten) of 50.000kWh of meer elektra verbruiken, moeten voldoen aan de informatieplicht. Het gaat daarbij om het totale energieverbruik van een gebouw, zonder aftrek van eventuele duurzaam opgewekte en/of teruggeleverde energie. 6 Met de ontwikkelingen van het klimaatakkoord komt er ook vanuit de VNG de ambitie om gemeentelijk vastgoed inclusief scholen in 2040 te verduurzamen naar energieneutraal. 23

Deze doelstelling vraagt om keuzes bij bijvoorbeeld nieuwbouw en vernieuwbouw (renovatie). Een ‘normale’ levensduur van een gebouw is 40 jaar. Daarna zijn de meeste gebouwen behalve functioneel ook bouwkundig verouderd. Vernieuwbouw kan dan de levensduur van het gebouw verlengen en is duurzaam. In de praktijk is een levensduurverlenging van 25 jaar alleen haalbaar na een grondige vernieuwbouw. In de onderwijswetgeving wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw en onderhoud. Nieuwbouw is daarbij de verantwoordelijkheid van de gemeente, onderhoud de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Uitgangspunten IHP In het IHP kan onderscheid gemaakt worden tussen twee categorieën van schoolgebouwen. Enerzijds hebben we te maken met scholen die binnen het IHP (ver)nieuwbouw krijgen en anderzijds met scholen die, de komende jaren, in stand gehouden worden. Hierna wordt, op het gebied van duurzaamheid, de rolverdeling, bekostiging en randvoorwaarden van beide categorieën in beeld gebracht. IHP-projecten  Het realiseren van duurzaamheidsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen;  De gemeente is, in het verlengde van de nieuwe regelgeving, verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG.

Hierbij dient rekening te worden gehouden met een investering van €4.000 per m² (inclusief btw en prijspeil 2021) voor het kleinste schoolgebouw tot €2.500 per m² (inclusief btw en prijspeil 2021) voor het grootste schoolgebouw conform de verordening onderwijshuisvesting);  De schoolbesturen bekostigen de realisatie van aanvullende duurzaamheidsambities (energieneutraal, 0op-de-meter of energieleverend). Uitgangspunt is dat de schoolbesturen deze eenmalige bijdrage kunnen dekken uit de besparing van de energielasten, mogelijke (rijks)subsidies en het MJOP en doen dit om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Schoolbesturen onderbouwen dit in een sluitende businesscase, met daarin maatregelen die zich binnen 15 jaar terugverdienen in de exploitatie (inclusief effect op de onderhoudskosten);  Per project dient de haalbaarheid hiervan te worden onderzocht. Bestaande gebouwen  Het is de ambitie om bij bestaande gebouwen zoveel mogelijk te voldoen aan BENG;  Het uitvoeren van maatwerkadviezen voor alle bestaande gebouwen is een voorwaarde om inzicht te krijgen in de werkelijke energieprestaties en de mogelijke energiebesparende/duurzame maatregelen. Met behulp van de maatwerkadviezen wordt tevens inzichtelijk gemaakt welke maatregelen zich binnen 15 jaar terugverdienen in de exploitatie (inclusief effect op de onderhoudskosten).

Tenslotte wordt bezien of kan worden voldaan aan de vereisten van het bouwbesluit;  Het opstellen en bekostigen van de maatwerkadviezen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Het ondersteuningsprogramma van de Provincie Drenthe wordt hiervoor gebruikt;  De uitvoering en bekostiging van de energiebesparende maatregelen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Uitgangspunt is dat de schoolbesturen deze eenmalige bijdrage kunnen dekken uit een besparing van de energielasten, eventuele (rijks)subsidies en het MJOP en doen dit om maatschappelijk verantwoord te ondernemen;  Daar waar uit het op te stellen maatwerkadvies blijkt dat vernieuwbouw een goede optie is, kunnen schoolbesturen ervoor kiezen om tot voorfinanciering over te gaan van investeringen die voor rekening van de gemeente zouden komen. Onder deze investeringen wordt bijvoorbeeld ook verstaan het vervangen van installaties door duurzame alternatieven, zoals warmtepompen. Het betreft dan vervangingen die noodzakelijk zijn om het gebouw BENG te krijgen. De schoolbesturen dienen die investeringen apart te registreren. Een en ander moet dan wel voldoen aan de financiële kaders.

Op basis van de genoemde uitgangspunten voor beide categorieën van projecten zijn de volgende acties ten behoeve van de uitvoering geformuleerd:  Onderzoek de mogelijkheden tot het clusteren van duurzaamheidsingrepen en het bijvoorbeeld gezamenlijk plaatsen van zonnepanelen. De gemeente kan hierbij een faciliterende rol innemen door het begeleiden van een gezamenlijk aanbestedingstraject; 24

 

Uitwerking financieel arrangement (van gemeente) aan schoolbesturen voor bekostiging duurzaamheidsmaatregelen (voorfinanciering); Opstellen van een planning voor de uitvoering van de genoemde acties.

5.2.2

Gezondheid

Gezonde scholen zijn een voorwaarde voor goed onderwijs. Om dit te waarborgen wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO2-concentratie en temperatuur van belang zijn. Het is de ambitie om bij alle scholen te voldoen aan het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B, zowel bij nieuw te realiseren scholen, te renoveren scholen als bij de scholen die in stand gehouden worden. Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. De gemeente heeft daarbij een verantwoordelijkheid en een financiële verplichting voor het realiseren van een goed binnenklimaat bij (ver)nieuwbouw van scholen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de bestaande scholen en daarmee ook voor de handhaving van een goed binnenklimaat. Uitgangspunten IHP Ook binnen het thema gezondheid is er onderscheid te maken tussen de scholen die binnen het IHP (ver)nieuwbouw krijgen en de scholen die, de komende jaren, in stand gehouden worden. IHP-projecten  Het realiseren van gezondheidsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen;  Het realiseren van kwaliteitsniveau Frisse Scholen B dient bij (ver)nieuwbouw te worden gerealiseerd uit het beschikbare budget ten behoeve van BENG.

Bestaande gebouwen  Indien er klachten bij het schoolbestuur zijn over het binnenklimaat wordt een meting uitgevoerd;  Het uitvoeren van metingen van het binnenklimaat voor de gebouwen waar klachten worden ervaren is een voorwaarde om inzicht te krijgen in het werkelijke binnenklimaat en de mogelijke maatregelen om het binnenklimaat te verbeteren;  Het laten uitvoeren en bekostigen van deze meting (inclusief verbeterplan) is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur en wordt, waar mogelijk gekoppeld aan het maatwerkadvies, zoals omschreven bij ‘Duurzaamheid’;  Het uitvoeren van het verbeterplan is een keuze van het schoolbestuur. Indien het plan uitgevoerd wordt is het schoolbestuur financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden uit het verbeterplan. Hierbij dient voor elke verbetering te worden bepaald in hoeverre deze in voldoende mate bijdraagt aan de gezamenlijke ambitie van Frisse Scholen B-niveau;  In het IHP wordt geen financiële vertaling t.a.v. gezondheidsingrepen opgenomen. Op basis van de genoemde uitgangspunten voor beide categorieën projecten zijn de volgende acties ten behoeve van de uitvoering geformuleerd:  Onderzoek de mogelijkheden om het meten van het binnenklimaat te koppelen aan het maatwerkadvies. Hiervoor dient tevens te worden bepaald welke metingen moeten worden verricht.

De CO2-concentratie in de lucht en de temperatuur zullen in ieder geval gemeten worden;  Opstellen van een planning voor de uitvoering van de genoemde acties.

5.2.3

(Ver)nieuwbouw en instandhouding

De gemeente is volgens de huidige wetgeving alleen verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. De schoolbesturen voor primair onderwijs zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor onderhoud en aanpassingen. Op landelijk niveau zijn door de PO-raad, VO-raad en de VNG voorstellen gedaan op welke wijze renovatie een plek kan krijgen binnen de huisvestingsvoorzieningen. In het rapport van de PO-Raad, VO-Raad en de VNG wordt renovatie als volgt gedefinieerd: ‘Renovatie is een grootschalige en integrale aanpak van een

25

bestaand schoolgebouw waarmee de levensduur verlengd wordt met tenminste 25 jaar en het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen zoals geformuleerd in het IHP (en ten minste aan vigerende eisen van het Bouwbesluit).’ Renovatie richt zich dus primair op aanpassing aan de dan geldende functionele (onderwijskundige) en (technische) kwaliteitseisen. Logischerwijze geschiedt de aanpassing meestal in combinatie met andere onderhoudsmaatregelen. Uitgangspunt is dat renovatie in het IHP een gelijkwaardig alternatief vormt voor (vervangende) nieuwbouw. Hiermee zijn ook de wettelijke eisen en ambities van nieuwbouw bij renovatie van toepassing. Per 2021 is de wettelijke eis om in geval van nieuwbouw te voldoen aan (B)ENG, een ‘bijna energie neutraal gebouw’ te realiseren. Boven op deze wettelijke eis is de ambitie in de gemeente De Wolden uitgesproken om bij nieuwbouw, en dus ook bij renovatie, te voldoen aan ‘0-op-de-meter’. In het vervolg van het IHP wordt de term renovatie vervangen voor vernieuwbouw om te benadrukken dat het een gelijkwaardige ingreep aan nieuwbouw is. Afwegingskader vernieuwbouw Voor sommige locaties geldt dat vernieuwbouw een duurzaam en financieel aantrekkelijk alternatief is voor (vervangende) nieuwbouw. Om te kunnen beoordelen of vernieuwbouw een kansrijk scenario is, worden maatwerkadviezen opgesteld.

Uitgangspunten IHP (voorstel) Onderstaand worden de rolverdeling, bekostiging en randvoorwaarden voor vernieuwbouw in beeld gebracht.  Het realiseren van vernieuwbouw projecten is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen;  De gemeentelijke bijdrage is gekoppeld aan het jaar van investering en bedraagt maximaal de jaarlast van de gemeentelijke vergoeding voor nieuwbouw;  De bijdrage vanuit het schoolbestuur is afhankelijk van de werkelijk benodigde investering, die op basis van concrete bouwplannen moet worden bepaald. Insteek hierbij is dat schoolbesturen met goed onderhouden schoolgebouwen naar verwachting minder of niet hoeven bij te dragen en/of meer met het beschikbare budget kunnen realiseren;  Indien het totale budget o.b.v. de genoemde systematiek, met een bijdrage vanuit de gemeente en de scholen ontoereikend is, dient vervangende nieuwbouw te worden (her)overwogen;  Bij vernieuwbouw wordt een levensduurverlenging van tenminste 25 jaar gerealiseerd;  Voor de gebouwen die een ingreep krijgen, dient middels het ‘maatwerkadvies’ de afweging voor vernieuwbouw/nieuwbouw in het IHP te worden gemaakt.  Afschrijvingsduur renovatie kan worden verlengd onder de voorwaarde van acceptatie door schoolbestuur

5.3

Flexibiliteit als norm

Flexibiliteit begint bij de manier van denken en inzet tot samenwerking, afstemming en aanpassing. Gezien de continu veranderende onderwijsconcepten, is het zaak om uitbreidingen en vervangende nieuwbouw in de toekomst zo flexibel mogelijk te realiseren. Daarnaast kan hiermee worden ingespeeld op demografische ontwikkelingen en veranderende leerlingenaantallen. Bij de flexibiliteit van een schoolgebouw met ook rekening worden gehouden met de inpassingsmogelijkheden voor andere maatschappelijke functies en zelfs de mogelijkheid om het gebouw bij buitengebruikstelling om te bouwen naar woningen/appartementen. Flexibiliteit wordt mede bepaald door:  Bestemmingsplan  Ligging van het gebouw  Gebouwelijke structuur  Levensduur gebouw  Multifunctionaliteit  Uitbreidingsmogelijkheden

26

6

Analyse onderwijshuisvesting

Dit hoofdstuk analyseert de kwaliteit en de capaciteit van de huidige schoolgebouwen. Ook wordt aangegeven waar sprake is van mogelijke knelpunten. Daarbij wordt gekeken naar de onderwijskundige wensen, de (toekomstige) ruimtebehoefte, kwalitatieve parameters (functionaliteit, bouwtechnische staat en duurzaamheid) en financiële aspecten (boekwaarden en onderhoudskosten). Bijlage 2 bevat een volledig overzicht van deze parameters per gebouw. Deze analyse wordt vervolgens vergeleken met de beleidsambities die in hoofdstuk 5 zijn beschreven.

6.1

Huisvestingscapaciteit en ruimtebehoefte

Huisvestingscapaciteit van scholen wordt uitgedrukt in bruto vloeroppervlakte (BVO). 7 Bij het beoordelen van de capaciteit kan een onderscheid worden aangebracht in bruto en onderwijscapaciteit:  Bruto capaciteit: De bruto capaciteit van een schoolgebouw is het BVO inclusief medegebruik en verhuur;  Onderwijscapaciteit: De onderwijscapaciteit is het BVO in het schoolgebouw dat gebruikt kan worden voor onderwijs. Dit is de bruto capaciteit verminderd met BVO dat in gebruik is voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. In dit IHP wordt gerekend met de onderwijscapaciteit exclusief ruimtegebruik ten behoeve van medegebruik zoals bijvoorbeeld kinderopvang en bibliotheek. Deze capaciteit is vastgesteld in overleg met schoolbesturen. De huisvestingscapaciteit moet voldoende zijn om de ruimtebehoefte van de scholen onder te brengen. Deze wordt bepaald op basis van de formules uit de verordening en is ook berekend in de prognoseberekeningen door Pronexus.

6.2

Analyse gebouwen

Het gebouwenbestand is op leeftijd. De gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen bedraagt 49 jaar. Met name bij de oudere gebouwen is de bouwtechnische kwaliteit van de gebouwen onvoldoende. De functionele staat van de gebouwen is over het algemeen wel goed of redelijk. Hierbij is er gekeken of de gebouwen voldoende mogelijkheden hebben om deze functioneel aan te passen. De basisscholen in De Wolden hebben een gezamenlijke onderwijscapaciteit van 14.673 m2 BVO (zie tabel 3). De berekende ruimtebehoefte, afgezet tegen het huidige gebouwenbestand, resulteert in een fors ruimteoverschot voor de gemeente De Wolden. Bij ongewijzigd beleid neemt dit overschot wat af tot ruim 2.390 m2 in 2036; daarmee staat ruim een 16% van de gebouwen leeg. De overschotten variëren in omvang en doen zich in alle dorpen van De Wolden voor. Binnen de dorpen zijn grote verschillen te zien. Sommige scholen kampen (bijna) met een ruimtetekort. De afzonderlijke dorpen worden hierna nader uitgewerkt. Alteveer/Kerkenveld Algemeen Deze kernen wordt geografisch als één kern beschouwd. In Kerkenveld is de school voor openbaar basisonderwijs De Bosrand gevestigd en in Alteveer is de school voor bijzonder basisonderwijs De Wegwijzer gevestigd. De Bosrand Basisschool De Bosrand is gebouwd in 1931 en is in de jaren 1983 en 2003 uitgebreid. De technische staat is redelijk.

De functionele staat is redelijk tot matig, maar in de totale afweging tussen alle schoolgebouwen is gekozen voor “redelijk”. De duurzaamheid van het gebouw (beperkte isolatie) is een belangrijk aandachtspunt. Aan deze school is prioritering 3 gekoppeld. 7

Voor een aantal gebouwen kan dit een vertekend beeld geven. Een gebouw met een hoge bruto-/nettoverhouding (veel verkeersruimte) of veel kleine lokalen kan bijvoorbeeld een ruimtetekort ervaren terwijl dit ‘op papier’ niet zichtbaar is. 27

De Wegwijzer In Alteveer is basisschool De Wegwijzer gevestigd. Het gebouw is van 1962 en uitgebreid in 1981. Verder heeft er in 2007 een renovatie plaatsgevonden. Er spelen op korte termijn geen acute huisvestingsvraagstukken. Aan deze school is prioritering 3 gekoppeld. Leerlingenprognose Het leerlingenaantal van De Bosrand stijgt licht de komend jaren. Het leerlingenaantal op De Wegwijzer tijgt van 109 in 2021 naar 123 in 2036 (12,8%). Tabel 7: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) basisscholen in Alteveer/Kerkenveld Capaciteit Plaats

Alteveer/Kerkenveld

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

De Bosrand

564

118

102

102

102

De Wegwijzer

1164

416

340

345

345

1728

534

442

447

447

School

Totaal Alteveer/Kerkenveld

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026

2031

2036

De Wijk Algemeen In De Wijk is in 2010 nieuwbouw gerealiseerd voor de openbare basisschool De Horst, onder één dak met kinderopvang en peuterspeelzaal. Voor deze accommodatie zijn geen urgente knelpunten. Aan deze school is dan ook prioritering 4 gekoppeld. Leerlingenprognose Het aantal leerlingen daalt over een periode van 15 jaar licht naar 209 (-5,4%). Tabel 8: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) van basisschool De Horst in De Wijk Capaciteit Plaats

De Wijk

School

De Horst

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

1931

619

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026 690

2031 660

2036 680

Drogteropslagen Algemeen In de kern Drogteropslagen is de openbare basisschool De Klimtoren gevestigd. Het oorspronkelijke gebouw is van 1881 en het is uitgebreid in 1964 en 1973 en is in 2000 aangepast. De technische staat van dit gebouw is matig. Dit komt vooral door de leeftijd van het pand (duurzaamheid). Functioneel is het echter een prima gebouw. Gezien de matige technische staat heeft het gebouw prioriteit 2 gekregen. Leerlingenprognose Het aantal leerlingen stijgt redelijk de komende jaren van 42 in 2021 naar 55 in 2036 (31%). Tabel 9: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) van basisschool De Klimtoren in Drogteropslagen Capaciteit Plaats

Drogteropslagen

School

De Klimtoren

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

494

83

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026 43

2031 17

2036 22

28

Echten Algemeen In de woonkern Echten is een de openbare basisschool, ’t Echtenest gevestigd. Het schoolgebouw is in 1982 gebouwd, in 1994 aangepast en in 2001 een uitgebreid/aangepast. Het is een semi-permanent schoolgebouw. De technische staat van het gebouw is slecht, terwijl de functionele staat matig is. Het gebouw heeft dan ook prioriteit 1 gekregen. Echter gezien de ontwikkeling van het leerlingenaantal wordt geadviseerd om in overleg met het schoolbestuur te onderzoeken of vervangende nieuwbouw in de vorm van schoolwoningen gewenst is of welke investeringen er nodig zijn om het gebouw nog een aantal jaar te kunnen laten functioneren totdat er meer duidelijkheid is over het behoud van de school. Leerlingenprognose Het aantal leerlingen daalt naar 23 in 2026 en stijgt dan weer licht naar 25 in 2036. Het schoolbestuur verwacht dat het aantal leerlingen nog verder zal aantrekken door de bouw van de nieuwe wijk Nijstad in Hoogeveen. Tabel 10: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) van basisschool ’t Echtenest in Echten Capaciteit Plaats

Echten

School

t Echtenest

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

465

124

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026 149

2031 139

2036 139

Koekange Algemeen In de kern Koekange zijn de openbare school voor basisonderwijs De Rozebottel en de school voor bijzonder basisonderwijs Prins Johan Frisoschool gevestigd. De Rozebottel De Rozebottel is in 1997 gebouwd en in 2004 uitgebreid. Zowel de technische, als de functionele staat van dit gebouw is goed. Gezien de ontwikkeling van het aantal leerlingen (zie onder “prognose”) heeft de school recht op een uitbreiding met 71 m2. De school heeft dan ook prioriteit 1 gekregen. Prins Johan Frisoschool De Prins Johan Frisoschool is in 1970 gebouwd, uitgebreid in 1992 en in 2005 gerenoveerd. De technische staat van het gebouw is matig, maar de functionele staat is goed. In de planning heeft dit gebouw prioriteit 2 gekregen. Op het moment dat er wordt gekozen voor vervangende nieuwbouw voor deze school kan worden onderzocht of er aansluiting kan worden gevonden bij De Rozebottel. Leerlingenprognoses Het leerlingenaantal van De Rozebottel stijgt van 99 nu naar 126 in 2036 (27,3%). Het leerlingenaantal van de Prins Johan Frisoschool stijgt ook licht van 56 nu naar 60 in 2036 (7,1%). Tabel 11: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) basisscholen in Koekange Capaciteit Plaats

Koekange Totaal Koekange

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

De Rozebottel

763

65

-61

-71

-71

Prins Johan Frisoschool

744

262

247

247

242

1507

327

186

176

171

School

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026

2031

2036

29

Oosteinde Algemeen In de kern Oosteinde is de openbare basisschool De Wezeboom gevestigd. Het gebouw is in 1974 gebouwd en in 2005 gerenoveerd. De technische staat is slecht en de functionele staat is matig. Het gebouw heeft dan ook prioriteit 1 gekregen. Leerlingenprognose Het aantal leerlingen van de school stijgt licht van 53 in 2021 naar 56 in 2036. Tabel 12: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) van basisschool De Wezeboom in Oosteinde Capaciteit Plaats

Oosteinde

School

De Wezeboom

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

582

115

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026 105

2031 105

2036 100

Ruinen Algemeen In deze kern is de openbare basisschool 't Oelebröd gevestigd in IKC ‘t Oelebröd. In dit gebouw zit ook de bibliotheek en kinderopvang. Het gebouw is van 1978 en in 2006 uitgebreid. De technische staat van dit gebouw is redelijk en de functionele staat is goed. Een volledige renovatie is niet aan de orde. Wel zou het oorspronkelijke deel van de school voor renovatie en aanpassing in aanmerking komen. Aandachtspunt is de verplaatsing van de bibliotheek in het gebouw. De school heeft prioriteit 3 gekregen. Leerlingenprognose Het aantal leerlingen van ’t Oelebröd stijgt van 219 in 2021 naar 239 in 2036 (9,1%). Tabel 13: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) van basisschool ’t Oelebrod in Ruinen Capaciteit Plaats

Ruinen

School

‘t Oelebröd

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

1515

213

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026 163

2031 108

2036 113

Ruinerwold Algemeen In de kern Ruinerwold is de openbare basisschool De Dissel gevestigd, alsmede de school voor bijzonder basisonderwijs De Arendsvleugel. De Dissel De Dissel is gehuisvest in KC Ruinerwold. Naast de school zijn in dit gebouw ook Muziekvereniging Sempre Sereno, Korfbalvereniging KIOS en 2 kinderopvangorganisaties gehuisvest. Het gebouw is van 2010 en zowel de technische, als functionele staat is goed. Het gebouw heeft prioriteit 4 gekregen. De Arendsvleugel Het gebouw van Christelijke basisschool De Arendsvleugel is in 1986 gebouwd en in 1997 en 2004 uitgebreid. Zowel de technische als functionele staat van dit gebouw zijn redelijk. Het gebouw heeft prioriteit 3 gekregen. Leerlingenprognose De leerlingaantallen op beide scholen stijgen licht. De Arendsvleugel stijgt van 74 leerlingen in 2021, naar 79 leerlingen in 2036. Het leerlingenaantal van De Dissel stijgt van 175 in 2021 naar 197 in 2036 (12,6%).

30

Tabel 14: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) basisscholen in Ruinerwold Capaciteit Plaats

Ruinerwold

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

De Dissel

1202

122

36

26

11

De Arendsvleugel

754

182

162

162

157

1956

304

198

188

168

School

Totaal Ruinerwold

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026

2031

2036

Veeningen Algemeen In deze kern is de school voor openbaar basisonderwijs Het Veldboeket gevestigd, met een vestiging van een peuterspeelzaal. Het gebouw is in 1977 gebouwd. De technische staat is matig, maar de functionele staat is goed. Gezien de technische staat heeft het gebouw prioriteit 2 gekregen. Leerlingenprognose Het aantal leerlingen van deze school daalt van 78 in 2021 naar 63 in 2036 (-19,2%). Tabel 15: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) van basisschool Het Veldboeket in Veeningen Capaciteit Plaats

Veeningen

School

Het Veldboeket

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

758

166

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026 221

2031 241

2036 241

Zuidwolde Algemeen In de kern Zuidwolde zijn een openbare en een bijzondere scholen voor primair onderwijs gehuisvest. De Heidevlinder De christelijke basisschool De Heidevlinder is gehuisvest in het KC De Heidevlinder. Naast de school is ook Scala (centrum voor kunsten) en een kinderopvangorganisatie in dit gebouw gehuisvest. De school huurt de naastgelegen voormalige openbare kleuterschool. Feitelijk zou de kinderopvang en de peuterspeelzaal hierin gehuisvest moeten worden, maar de school heeft een geruild, zodat er een doorlopende leerlijn is gerealiseerd. Het bouwjaar van dit gebouw is 1972 en er heeft in 1976 een uitbreiding plaatsgevonden. In 2011 is dit gebouw gerenoveerd. De technische staat is goed en de functionele staat is redelijk. Dit gebouw heeft prioriteit 4 gekregen. Het Groene Hart De openbare basisschool Het Groene Hart is gehuisvest in IKC Het Groene Hart. In het gebouw zijn ook Muziekvereniging De Woudklank en kinderopvang gehuisvest. Het gebouw is van 1975, uitgebreid in 2005 en in 2011 gerenoveerd. Zowel de technische staat als de functionele staat is goed. Aandachtpunt is wel de beheersing van de temperatuur op de verdieping van het “nieuwe” deel. Het gebouw heeft prioriteit 4 gekregen. Leerlingenprognose De prognose laat zien dat het aantal leerlingen van De Heidevlinder stijgt van 267 in 2021 naar 296 in 2036 (10,9%).

Hiermee komt de school -vooralsnog- net niet over de drempel van 55 m2, dat een recht op uitbreiding zou geven. Het is wel van belang om de ontwikkelingen van de leerlingenprognose van De Heidevlinder de komende jaren goed te monitoren. Het aantal leerlingen van Het Groene Hart blijft vrijwel stabiel, van 301 in 2021 naar 306 in 2036.

31

Tabel 16: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) basisscholen in Zuidwolde Capaciteit Plaats

Zuidwolde Totaal Zuidwolde

gebouwen BVO

Teldatum

m2 onderwijs

okt. 2020

De Heidevlinder

1640

147

27

-44

-49

Het Groene Hart

2097

383

433

363

358

3737

530

460

319

309

School

Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026

2031

2036

32

7

Financiering en planning

In dit hoofdstuk wordt per collegeperiode aangegeven wat de te verwachten ingrepen en bijbehorende investeringen zijn voor de gemeente op basis van de hiervoor geschetste planontwikkeling.

7.1

Investeren in het onderwijs

Om de visies en ambities uit voorgaande hoofdstukken te kunnen realiseren, zijn wijzigingen c.q. investeringen in de huisvesting nodig. Dit hoofdstuk schetst hoe schoolbesturen en gemeente tot een gezamenlijke oplossingsrichting zijn gekomen. Inzet is een eindsituatie die duurzaam en toekomstgericht is en voorziet in verbindend en vraaggericht onderwijs. De huisvesting sluit daar op aan; is toekomstgericht, flexibel en duurzaam. De ‘uitrol’ is een kwestie van prioritering en afhankelijk van de financiële mogelijkheden van de gemeente.

7.2

Financiële uitgangspunten

Bij de raming van de kosten worden de volgende financiële uitgangspunten gehanteerd:  Totale kosten Bij de raming van de totale kosten worden de stichtingskosten (investeringskosten minus grondkosten) mee in beschouwing genomen. De weergegeven kosten in de tabellen zijn inclusief BTW en prijspeil 2022. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.  Sloopkosten Er is nog geen rekening gehouden met sloopkosten, omdat (ver)nieuwbouw uitgangspunt is. Mocht er toch sprake zijn van vervangende nieuwbouw dan dient bij de berekening van de sloopkosten te worden uitgegaan van een kostprijs van € 90/m2. Om dezelfde reden wordt er vanuit gegaan dat er geen sprake zal zijn van versnelde afschrijving op bestaande objecten.  Stichtingskosten De stichtingskosten voor de nieuwbouw van scholen worden berekend op basis van de normbedragen die als laatste door de VNG zijn vastgesteld.  Kosten tijdelijke huisvesting Kosten voor vervangende, tijdelijke huisvesting gedurende een bepaalde bouwopgave zijn niet meegenomen. Als richtlijn voor de huur van noodlokalen kan worden uitgegaan van € 10.000-14.000 per groep per jaar (inclusief BTW). Plaatsingskosten (transport, bestrating, riolering en weghalen) zijn circa € 14.000 per groep (inclusief BTW).  Kosten vernieuwbouw Voor renovatie wordt de structurele last die benodigd zou zijn voor vervangende nieuwbouw als uitgangspunt genomen.

Daarbij wordt gerekend met een bijdrage van de schoolbesturen. De bijdrage vanuit het schoolbestuur is afhankelijk van de werkelijk benodigde investering, die op basis van concrete bouwplannen moet worden bepaald.  Interne kosten gemeente Voor de begeleiding van de projecten en de overige ambtelijke inzet wordt een toeslag op de investeringssom gehanteerd van 2 tot 5% per project, afhankelijk van de complexiteit van de opgave. Dit komt ten laste van de beschikbare bandbreedte. Dit is nog niet in de financiële overzichten verwerkt.  Maatschappelijke partners Er is geen rekening gehouden met kapitaallasten van de huisvestingscomponent voor eventuele maatschappelijke partners (zoals kinderopvang).  Capaciteit Voor omvang van de bestaande gebouwen wordt uitgegaan van de - Bruto capaciteit in m2 (zie paragraaf 6.1).  Ruimtebehoefte Voor nieuwbouw van scholen is uitgegaan van de ruimtebehoefte die benodigd is in 2036. Hiermee wordt voorkomen dat gebouwd wordt voor leegstand.

33

Grondopbrengsten Mogelijke grondopbrengsten zijn afhankelijk van het grondbeleid van de gemeente De Wolden. Opbrengsten van eventueel af te stoten locaties kunnen niet worden ingezet als kostenverlichting, maar vallen wel terug in de algemene reserve.

7.3

De schoolgebouwen

Bij investeringen in vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw wordt 2 jaar voor het jaar van uitvoer een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld ter grootte van 10% van de investeringsbijdrage. Periode 1 (2022-2025) Het Echtenest, De Wezeboom, De Klimtoren en De Rozebottel In de periode 2022-2025 worden voorbereidingskredieten beschikbaar gesteld voor de vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw van Het Echtenest (2023), De Wezeboom (2024) en De Klimtoren (2025). In 2025 wordt gestart met de vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw van Het Echtenest. Hiervoor dient een projectplan te worden opgesteld. Verder wordt er voor de uitbreiding van De Rozebottel een investeringskrediet beschikbaar gesteld (2025). Tabel 17: Overzicht investeringen periode 1

Basischool

Het Echtenest

Voorziening

m2 BVO

m2 BVO

Investering

Rente en

ruimtebeh.

nieuwbouw /

o.b.v. Verord.

aflossing

progn. 2036

uitbreiding

OHV

jaar 1*

voorbereidingskrediet

180.645

5961

nieuwbouw/vernieuwbouw

326

326

1.625.805

53652

De Wezeboom

voorbereidingskrediet

482

482

221.453

7308

De Rozebottel

uitbreiding

834

71

426.527

14075

De Klimtoren

voorbereidingskrediet

472

472

218.362

7206

2114

1351

2.672.792

88202

Totalen (ver)nieuwbouw * 40 jaar lineair 0,8%

Periode 2 (2026-2029) De Wezeboom, De klimtoren, Prins Johan Friso en Het Veldboeket In 2027 wordt een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld voor de vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw van de Prins Johan Friso en Het Veldboeket. In deze periode worden De Wezeboom, De Klimtoren en Prins Johan Friso gebouwd of vernieuwbouwd. Voor deze projecten dienen projectplannen te worden opgesteld. Tabel 18: Overzicht investeringen periode 2

Basischool

Voorziening

m2 BVO

m2 BVO

Investering

Rente en

ruimtebeh.

nieuwbouw /

o.b.v. Verord.

aflossing

progn. 2036

uitbreiding

OHV

jaar 1*

De Wezeboom

nieuwbouw/vernieuwbouw

482

482

1.993.079

65772

De Klimtoren

nieuwbouw/vernieuwbouw

472

472

1.965.255

64853

227.636

7512

Prins Johan Friso Het Veldboeket

voorbereidingskrediet nieuwbouw/vernieuwbouw

502

502

2.048.726

67608

voorbereidingskrediet

517

517

232.273

7665

1973

1973

6.466.969

213410

Totalen (ver)nieuwbouw * 40 jaar lineair 0,8%

34

Periode 3 (2030-2033) Het Veldboeket, De Bosrand, De Wegwijzer, De Arendsvleugel en IKC ’t Oelebröd In periode 3 worden voorbereidingskredieten beschikbaar gesteld voor De Bosrand, De Wegwijzer, De Arendsvleugel en IKC ’t Oelebröd. Het Veldboeket, De Bosrand en De Wegwijzer krijgen in deze periode vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw. Tabel 19: Overzicht investeringen periode 3

Basischool

De Bosrand Het Veldboeket De Wegwijzer

Voorziening

m2 BVO

m2 BVO

Investering

Rente en

ruimtebeh.

nieuwbouw /

o.b.v. Verord.

aflossing

progn. 2036

uitbreiding

OHV

jaar 1*

voorbereidingskrediet

215.270

7104

nieuwbouw/vernieuwbouw

462

462

1.937.432

63935

nieuwbouw/vernieuwbouw

517

517

2.090.461

68985

325.637

10746

voorbereidingskrediet nieuwbouw/vernieuwbouw

819

819

2.930.731

96714

De Arendsvleugel

voorbereidingskrediet

597

597

257.005

8481

t Oelebröd

voorbereidingskrediet

1088

1088

408.798

13490

3483

3483

8.165.334

269455

Totalen (ver)nieuwbouw * 40 jaar lineair 0,8%

Periode 4 (2034-2038) De Arendsvleugel, ’t Oelebröd, IKC De Heidevlinder en IKC Het Groene Hart In deze laatste periode worden voorbereidingskredieten beschikbaar gesteld voor IKC De Heidevlinder en IKC Het Groene Hart. Deze scholen krijgen in deze periode ook vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw evenals De Arendsvleugel en IKC ’t Oelebröd. Tabel 20: Overzicht investeringen periode 4

Basischool

Voorziening

m2 BVO

m2 BVO

Investering

Rente en

ruimtebeh.

nieuwbouw /

o.b.v. Verord.

aflossing

progn. 2036

uitbreiding

OHV

jaar 1*

De Arendsvleugel

nieuwbouw/vernieuwbouw

597

597

2.313.049

76331

t Oelebröd

nieuwbouw/vernieuwbouw

1088

1088

3.679.183

121413

594.597

19622

5.351.375

176595

610.055

20132

De Heidevlinder Het Groene Hart

voorbereidingskrediet nieuwbouw/vernieuwbouw

1689

1689

voorbereidingskrediet nieuwbouw/vernieuwbouw

Totalen (ver)nieuwbouw

1739

1739

5.490.493

181186

5113

5113

18.038.752

595279

* 40 jaar lineair 0,8%

35

Bijlage 1: Overzicht verloop inkomsten en uitgaven onderwijshuisvesting

B Jaar

Investering IHP (*1.000)

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039

181 221 2.271 1.993 2.193 2.281 215 2.416 2.194 3.340 2.313 4.274 610 5.351 5.490

C

A

kapitaallasten IHP afsc hrijving rente (*1.000)

A-B-C

Op te bouwen via ingroeimodel (*1.000)

-

-

5 10 67 117 171 171 228 234 294 349 433 490 597 613 746 884

1 2 11 19 28 28 37 38 48 57 71 80 98 100 122 145

SALDO IHP reserve (*1.000) -

80 160 240 320 400 480 560 640 720 800 880 960 1040 1120 1200 1280

75 223 385 569 770 1.050 1.344 1.712 2.090 2.483 2.860 3.249 3.593 4.000 4.332 4.583

Ter toelichting onderstaand informatie over mogelijke eenmalige uitgaven die ten laste van de reserve IHP worden gebracht en extra structurele uitgaven die zorgen voor een lagere voeding van de reserve. Mocht de reserve niet tijdig gevuld zijn voor de eerste eenmalige uitgaven, dan zullen wij een advies hierover aan de gemeenteraad voorleggen. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan een onttrekking uit de algemene reserve en deze later weer terug te storten vanuit de reserve IHP. Mogelijke eenmalige uitgaven die ten laste van de reserve onderwijshuisvesting worden gebracht.    

Huur van een noodschool. Als voorbeeld een 8-klassige noodschool, huurkosten per jaar Eenmalige afschrijving restant boekwaarden Kosten verhuizingen (per verhuizing) Sloop gebouwen (voorbeeld gebouw 800 m2)

€1.000.000 (inschatting) pm € 20.000 (inschatting) € 80.000

Extra structurele uitgaven die de voeding van de reserve beperken    

Personele lasten 2 tot 5% van de investeringslast Bandbreedte tussen de Kosten aankoop grond (€ 130 m2) bij 3.000 m2 Rente last over de gehele looptijd Verkeerkundige aanpassingen (bijv. voor parkeren en zoen & zoefzone) Reguliere kostenstijgingen

€ 160.000 en € 400.000 € 50.000 pm pm

36

37

Bijlage 2: Capaciteitsgegevens gebouwen Wat is de opgave voor de onderwijshuisvesting in de gemeente in de toekomst? Met de uitvoering van dit IHP krijgen vrijwel alle basisscholen in De Wolden vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw (met uitzondering van KC Ruinerwold en IKC De Horst). Hierdoor worden vrijwel alle oude schoolgebouwen in De Wolden aangepakt en is de onderwijshuisvesting in de gemeente voor lange tijd functioneel en bouwtechnisch op orde gebracht. Navolgende tabel geeft de belangrijkste parameters van de (huidige) onderwijslocaties.  Voor leerlingenprognoses en ruimtebehoefte zijn de gegevens van Pronexus gehanteerd. De leerlingenaantallen voor 2021 (1 oktober 2020) zijn van DUO.  Gebouwgegevens zijn aangeleverd door VOXX Vastgoedmanagement. Gebouwen met een leeftijd ouder dan 40 jaar zijn donkergrijs gearceerd. Gebouwen die gedurende de looptijd van dit IHP (ouder dan) 40 jaar worden, zijn lichtgrijs gearceerd.  Ruimtetekorten (aangegeven in rood) of ruimteoverschotten zijn bepaald door de onderwijscapaciteit van een gebouw te verminderen met de ruimtebehoefte in een bepaald jaar.  De gemiddelde onderhoudskosten zijn berekend op basis van de meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP’s) voor de scholen gedurende een periode van 20 jaar.  Boekwaardes zijn de boekwaardes voor de opstallen (exclusief grond). De boekwaardes zijn door de gemeente aangeleverd.

 De kwaliteit van de gebouwen op het gebied van functionaliteit, bouwtechnische staat en energieverbruik/duurzaamheid is aangegeven op basis van informatie van bureau VOXX Vastgoedmanagement en de afdeling Fysieke Leefomgeving van de gemeente. Groen gearceerd betekent goed, paars is redelijk, oranje is matig en rood is slecht.

38

De Bosrand Dorp: Kerkenveld

Jan Haarstraat 28

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

De Wegwijzer Dorp: Alteveer

2023 51 457 107

2026 52 462 102

2031 52 462 102

2036 52 462 102

1-okt 2021 109 748 416

2023 120 804 360

2026 124 824 340

2031 123 819 345

2036 123 819 345

564 1931, '83, '03 € 57,75 € 7.365

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

1.164 1962, '81, '07 € 43,84 € 59.725

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

1.931 2.010 € 32,79 € 3.780.273

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

494 1881, '64, '73 € 68,66

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

Wolderwijs 1-okt 2021 221 1.312 619

2023 219 1.302 629

2026 207 1.241 690

2031 213 1.271 660

2036 209 1.251 680

Drogteropslagen 57

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

VPCO Altenveer/Kerkenveld

Postweg 43a

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

De Klimtoren Dorp: Drogteropslagen

1-okt 2021 49 446 118

Nieuwstraat 17

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

De Horst Dorp: De Wijk

Wolderwijs

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

Wolderwijs 1-okt 2021 42 411 83

2023 44 421 73

2026 50 452 43

2031 55 477 17

2036 54 472 22

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

39

t Echtenest Dorp: Echten

Schoolakkers 2

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

De Rozebottel Dorp: Koekange

2023 24 321 144

2026 23 316 149

2031 25 326 139

2036 25 326 139

1-okt 2021 99 698 65

2023 106 733 30

2026 124 824 -61

2031 126 834 -71

2036 126 834 -71

465 1982, '01 € 77,29 € 30.217

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

763 1997, '04 € 46,90 € 409.134

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

744 1970, '92, '05 € 50,65 € 347.633

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

582 1974, '85, '97, '05 € 46,21 € 101.784

Kwaliteit

TrEf Onderwijs 1-okt 2021 56 482 262

2023 54 472 272

2026 59 497 247

2031 59 497 247

2036 60 502 242

Schoolstraat 28

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

Wolderwijs

Prinses christinalaan 8

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

De Wezeboom Dorp: Oosteinde

1-okt 2021 28 341 124

Sportlaan 14

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

Prins Johan Frisoschool Dorp: Koekange

Wolderwijs

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

Wolderwijs 1-okt 2021

2023

2026

2031

2036

onderwijscapaciteit (BVO)

53 467 115

55 477 105

55 477 105

55 477 105

56 482 100

bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

functioneel bouwtechnisch

40

t Oelebröd Dorp: Ruinen

Mr. Harm Smeengestraat 56

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

De Dissel Dorp: Ruinerwold

1-okt 2021 219 1.302 213

2023 220 1.307 208

2026 229 1.352 163

2031 240 1.407 108

2036 239 1.402 113

Dijkhuizen 68a

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

De Arendsvleugel Dorp: Ruinerwold

Wolderwijs

1.515 1978, '06 € 45,22 € 65.977

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

1.202 2.010 € 40,97 € 2.968.843

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

754 1986, '97, '04 € 60,14 € 167.434

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

Wolderwijs 1-okt 2021 175 1.080 122

2023 189 1.151 51

2026 192 1.166 36

2031 192 1.166 36

2036 197 1.191 11

Bleekhof 2

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

TrEf Onderwijs 1-okt 2021 74 572 182

2023 77 587 167

2026 78 592 162

2031 78 592 162

2036 79 597 157

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

41

Het Veldboeket Dorp: Veeningen

Schoolweg 19

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

De Heidevlinder Dorp: Zuidwolde

1-okt 2021 78 592

2023 72 562

2026 67 537

2031 63 517

2036 63 517

Heidelaan 1

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

Het Groene Hart Dorp: Zuidwolde

Wolderwijs

758 1.977 € 56,24 € 105.176

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

1.640 1972, '76 nb € 1.527.700

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

2.097 1975, '05 € 31,42 € 2.479.441

Kwaliteit functioneel bouwtechnisch

TrEf Onderwijs 1-okt 2021 257 1.493 147

2023 267 1.543 97

2026 281 1.613 27

2031 295 1.684 -44

2036 296 1.689 -49

Schoolbrink 1

aantal leerlingen ruimtebehoefte (BVO) tekort (-) / overschot

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

Wolderwijs 1-okt 2021 301 1.714 383

2023 294 1.679 418

2026 291 1.664 433

2031 305 1.734 363

2036 306 1.739 358

onderwijscapaciteit (BVO) bouwjaar onderhoudskosten m2/jaar boekwaarde 2021

42

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12599647/1