Bijlage 1 - IHP gemeente De Wolden.pdf
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan De Wolden “Onderwijs in verbinding”
Samenstelling Projectgroep Integraal Huisvestingsplan
Zuidwolde, 15 februari 2023
1
Inhoud Voorwoord ................................................................................................ 4 Samenvatting ............................................................................................. 5 1
Inleiding ........................................................................................ 8
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Doelstelling .............................................................................................. 8 Afbakening ............................................................................................... 9 Aanpak ................................................................................................... 9 Status IHP ................................................................................................ 9 Leeswijzer ............................................................................................... 9
2
Primair onderwijs in De Wolden .......................................................... 10
2.1 2.2 2.3 2.4
De basisscholen in De Wolden .......................................................................10 Leerlingenprognose....................................................................................10 Schoolbesturen .........................................................................................11 Onderwijshuisvesting..................................................................................11
3
Wet- en regelgeving ........................................................................ 13
3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2
Wettelijke taak onderwijshuisvesting ..............................................................13 Uitvoering wettelijke taak onderwijshuisvesting .................................................13 Financiering onderwijshuisvesting ..................................................................14 Advies VNG, PO- en VO-raad .........................................................................15 Beoordeling technische en functionele kwaliteit .......................................................16 Prioritering accommodaties .............................................................................17
4
Trends en ontwikkelingen .................................................................. 18
4.1 4.2 4.3 4.4
Samenwerkingsvormen onderwijs-breed ...........................................................18 Inclusief onderwijs ....................................................................................18 (Multi)functionaliteit en flexibiliteit van (onderwijs)huisvesting ...............................19 Verduurzaming, binnenmilieu, stikstof en ruimtelijke adaptatie ..............................19
5
Visie ........................................................................................... 21
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3
Visie op onderwijshuisvesting ........................................................................21 Samenwerkingsverbanden; ‘het belang van het kind voorop’. .........................................22 Samenwerking ...........................................................................................22 Wisselwerking tussen beleidsuitgangspunten en onderwijshuisvesting ........................23 Duurzaamheid ...........................................................................................23 Gezondheid ..............................................................................................25 (Ver)nieuwbouw en instandhouding ....................................................................25 Flexibiliteit als norm ..................................................................................26
6
Analyse onderwijshuisvesting.............................................................. 27
6.1 6.2
Huisvestingscapaciteit en ruimtebehoefte .........................................................27 Analyse gebouwen .....................................................................................27
7
Financiering en planning ................................................................... 33
7.1 7.2 7.3
Investeren in het onderwijs ..........................................................................33 Financiële uitgangspunten ...........................................................................33 De schoolgebouwen ...................................................................................34
2
Bijlage 1: Overzicht verloop financiën onderwijshuisvesting ................................... 36 Bijlage 2: Capaciteitsgegevens gebouwen ......................................................... 38
3
Voorwoord Duurzaam en flexibel onderdak Voor u ligt het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Een goed IHP kan alleen tot stand komen door participatie van de deelnemers en dus is het plan samen met het onderwijs gemaakt. De gemeente heeft als taak om zorg te dragen voor voldoende en adequate huisvesting voor scholen voor het primair onderwijs. Het IHP geeft inzicht in de verschillende gebouwen, het perspectief voor de locaties voor de komende jaren, de noodzakelijke investeringen en het kijkt naar de spreiding van de voorzieningen. De Wolden heeft een grote variatie aan primair onderwijs. Onze gebouwen zijn relatief oud. Ik vind het belangrijk dat we goed, divers, gespreid en verbindend onderwijs hebben. Daarnaast moeten de medewerkers en leerlingen in een toekomstbestendig en duurzame huisvesting werken en leren. De gebouwen moeten veilig zijn maar ook een veilig gevoel van de kinderen en leerkrachten bieden. De (ver)nieuwbouw moet iets toevoegen aan de (beeld)kwaliteit. Met dit IHP hebben we samen, gemeente en onderwijs, de basis gelegd om dit te realiseren. Het bepaalt de criteria voor de gewenste voorzieningenstructuur. We kijken in het IHP onder andere naar duurzaamheid en gezondheid. We hebben van Covid-19 geleerd dat goede ventilatie van groot belang is.
Daarnaast heeft een gezond en goed gebouw een positief effect op het gedrag, het welbevinden en het leerproces van haar gebruikers. Flexibel Bij goed onderwijs hoort goede huisvesting. Goede huisvesting houdt in dat bij veranderende vormen van onderwijs de huisvesting daarop aangepast kan worden. Het moet dus flexibel zijn. Ook moet het gebouw efficiënt en multifunctioneel gebruikt kunnen worden. Het combineren van onderwijs, opvang en zorg (bijvoorbeeld BSO, Bibliotheek, logopedie) moet gerealiseerd kunnen worden. Ook dat vraagt om flexibiliteit. Duurzaamheid Gebouwen duurzaam maken betekent onder andere goede isolatie maar ook dat het zo gebouwd wordt dat bij opheffing van het gebouw materialen nog gebruikt kunnen worden. De circulariteit van het gebouw. Energieverbruik en dus energiebesparing zal veel aandacht krijgen. Het realiseren van duurzaamheidsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de schoolbesturen. Het plan wat er nu ligt is een inhoudelijk en beleidsmatig kader voor de onderwijshuisvesting, zowel ruimtelijk, kwalitatief als financieel. Zo borgen we dat er voldoende ruimte op scholen beschikbaar is om elk kind een veilige en gezonde plek op een school aan te bieden.
Albert Haar wethouder
4
Samenvatting Dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het Primair Onderwijs (PO) omschrijft de inzet van beleid voor de korte termijn -periode 2022-2025. Daarnaast wil de gemeente een doorkijk geven naar de ontwikkelingen tot 2038 en in beeld brengen welke schoolgebouwen in deze periode in aanmerking komen voor vernieuwbouw of vervanging. Hiermee kan de gemeente de investeringen voor de onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs voor meerdere jaren bepalen en borgen dat er voldoende ruimte op scholen beschikbaar is om elk kind een plek op een school aan te bieden. Schoolbesturen zijn in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming. Om een efficiënt en doelmatig en beleidsrijk plan te ontwikkelen omschrijft het IHP de gewenste voorzieningenstructuur voor onderwijshuisvesting op basis van een visie op onderwijs. Trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op onderwijs en onderwijshuisvesting worden geanalyseerd. Er wordt gekeken naar de huidige kwaliteit en capaciteit van de gebouwen, de leerlingenprognoses en toekomstige ruimtebehoefte. Dit alles wordt vertaald in een voorstel voor planontwikkeling om te komen tot de gewenste voorzieningenstructuur. Het IHP biedt de gemeente in samenwerking met de schoolbesturen de mogelijkheid gericht onderwijshuisvestingsbeleid te voeren, strategische keuzes te maken en besluiten integraal af te wegen.
Het resultaat is een planmatige aanpak en een inhoudelijk en beleidsmatig kader voor de onderwijshuisvesting: zowel ruimtelijk, kwalitatief als financieel. Het IHP wordt elke vier jaar aan de hand van actuele ontwikkelingen en trends, voortschrijdend inzicht en nieuwe prognoses bijgesteld. Op die manier blijft het IHP een dynamisch en actueel plan. Analyse Primair Onderwijs in De Wolden De Wolden kent een gevarieerd aanbod aan primair onderwijs. Daarnaast zijn er veel onderwijslocaties met relatief weinig leerlingen. Het aantal leerlingen neemt de komende jaren gemiddeld genomen licht toe, waardoor leegstand iets afneemt. Het gemiddeld aantal kinderen per onderwijslocatie is laag: 126 leerlingen (teldatum okt. 2020). Er zijn 8 scholen met minder dan 100 leerlingen. Het gebouwenbestand is relatief oud. De gemiddelde leeftijd van de gebouwen is 49 jaar. De bouwtechnische kwaliteit van met name de oudere gebouwen is vaak onvoldoende. De functionele staat van de gebouwen is over het algemeen wel goed of redelijk. Trends en ontwikkelingen Dit IHP signaleert vier trends/ontwikkelingen die van invloed zijn op onderwijshuisvesting: 1. De ontwikkeling van brede scholen en Integrale Kindcentra (IKC’s). 2. De trend van inclusief onderwijs waarbij álle kinderen, ongeacht hun beperkingen, kunnen leren. 3. De toenemende noodzaak van flexibele en multifunctionele (onderwijs)gebouwen. 4.
De aandacht voor duurzaamheid en binnenmilieu en de eisen die dit stelt aan schoolgebouwen. Dit vraagt om een kwaliteitskader voor de onderwijshuisvesting en een bezinning op de hoogte van de normbedragen. Visie op onderwijshuisvesting De Wolden kent een redelijk divers en goed gespreid aanbod. Wel zijn er een groot aantal relatief oude schoolgebouwen (ouder dan 40 jaar), of gebouwen die langer geleden zijn gerenoveerd. De gemeentelijke visie op onderwijshuisvesting is als volgt: Er moet voldoende onderwijshuisvesting zijn om leerlingen en schoolorganisatie te kunnen huisvesten. De schoolgebouwen moeten functioneel aansluiten op de gewenste onderwijsconcepten, ondersteunend zijn voor de ontwikkeling van kinderen en een veilige en gevarieerde leer- en werkomgeving bieden.
5
De schoolgebouwen moeten ook duurzaam gebouwd zijn, beschikken over een gezond binnenklimaat en goed te exploiteren zijn. Een gezond en goed gebouw heeft een positief effect op het gedrag, het welbevinden en het leerproces van al haar gebruikers. Dit is een extra uitdaging bij vernieuwbouw (renovatie). Het is lastig bij vernieuwbouw het binnenklimaat en de energiezuinigheid hetzelfde hoge niveau te krijgen als bij nieuwbouw terwijl het Bouwbesluit dit wel vereist. Nieuwe schoolgebouwen moeten gedurende hun levensloop flexibel zijn en eenvoudig aangepast kunnen worden aan veranderend gebruik en veranderende eisen. Er moet voldoende uitdagende buitenruimte zijn voor kinderen van alle leeftijden die bovendien uitnodigt tot fysieke beweging, spelen en ontmoeten.
Visie schoolbesturen PO De schoolbesturen onderschrijven de visie van de gemeente. Ze zien deze het best vertaald door te investeren in de verbinding en samenwerking binnen het onderwijs en met de maatschappelijke partners. Wettelijke taak en aanvullende beleidsambities De gemeente heeft een wettelijke taak om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor scholen in het PO. Daarnaast stelt dit IHP voor om in te zetten op de volgende speerpunten: Goed, divers, gespreid en verbindend onderwijs. Toekomstbestendige en duurzame huisvesting. Planontwikkeling Primair Onderwijs Voorstel tot planontwikkeling voor het PO in dit IHP: Periode 1 (2022-2025) Voorbereiding en bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw Het Echtenest in Echten. Overleg met schoolbestuur is noodzakelijk om helderheid te krijgen over het behoud van de school. Voorbereiding vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw De Wezeboom in Oosteinde. Uitbreiding De Rozebottel in Koekange. Voorbereiding vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw De Klimtoren in Drogteropslagen. Periode 2 (2025-2029) Bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw De Wezeboom in Oosteinde. Bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw De Klimtoren in Drogteropslagen. Voorbereiding en bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw Prins Johan Friso in Koekange.
Voorbereiding vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw Het Veldboeket in Veeningen. Periode 3 (2030-2033) Voorbereiding en bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw De Bosrand in Kerkenveld. Bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw Het Veldboeket in Veeningen. Voorbereiding en bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw De Wegwijzer in Alteveer. Voorbereiding vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw De Arendsvleugel in Ruinerwold. Voorbereiding vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw IKC ’t Oelebröd in Ruinen. Er is rekening gehouden met een investeringsbedrag voor alleen het onderwijsdeel. Periode 4 (2034-2038) Bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw De Arendsvleugel in Ruinerwold. Bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw IKC ’t Oelebröd in Ruinen. Voorbereiding en bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw IKC de Heidevlinder in Zuidwolde. Voorbereiding en bouw vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw IKC Het Groene Hart in Zuidwolde. Er is rekening gehouden met een investeringsbedrag voor alleen het onderwijsdeel.
6
Investeringen De benodigde investeringen voor het uitvoeren van dit IHP worden als volgt ingeschat *:
Periode voorziening
1
2
3
RMB 15 jr.
Investering
Investering
Investering
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
(m2 BVO)
uitbreiding
voorbereiding
nwbw
periode 1
periode 2
periode 3
periode 4
Het Echtenest
326
€ 181.000
€ 1.626.000 € 1.807.000
De Wezeboom
482
€ 221.000
€ 221.000
De Rozebottel
834
De Klimtoren
472
€ 427.000
€ 427.000 € 218.000 € 1.993.000
€ 1.993.000
De Klimtoren
€ 1.965.000
€ 1.965.000
€ 2.049.000
€ 2.277.000
Prins Johan Friso
502
€ 228.000
Het Veldboeket
517
€ 232.000
De Bosrand
462
€ 215.000
Het Veldboeket
4
€ 218.000
De Wezeboom
De Wegwijzer
819
€ 326.000
De Arendsvleugel
597
€ 257.000
IKC 't Oelebröd
1.088
€ 409.000
€ 232.000 € 1.937.000
€ 2.152.000
€ 2.090.000
€ 2.090.000
€ 2.931.000
€ 3.257.000 € 257.000 € 409.000
De Arendsvleugel
€ 2.313.000
€ 2.313.000
IKC 't Oelebröd
€ 3.679.000
€ 3.679.000
IKC De Heidevlinder
1.689
€ 595.000
€ 5.351.000
€ 5.946.000
IKC Het Groene Hart
1.739
€ 610.000
€ 5.490.000
€ 6.100.000
Totaal
€ 2.673.000 € 6.467.000 € 8.165.000 € 18.038.000
IKC De Horst en IKC Ruinerwold zijn niet in dit overzicht opgenomen omdat deze buiten de planperiode vallen.
Gebruikte afkortingen BENG
Bijna energie-neutrale gebouwen
BO
Basisonderwijs
BVO
Bruto vloeroppervlakte
DUO
Dienst uitvoering onderwijs (van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
ENG
Energie-neutraal gebouw
EPC
Energieprestatiecoëfficiënt
IHP
Integraal Huisvestingsplan
IKC
Integraal Kindcentrum
MJOP
Meerjarenonderhoudsplan
PO
Primair onderwijs
RMB
Ruimtebehoefte
Teldatum
Aantal kinderen per 1 oktober van enig jaar
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeenten
VVE
Voor- en vroegschoolse educatie
WPO
Wet op het Primair Onderwijs
7
1
Inleiding
Onderwijs is een van de belangrijkste pijlers waarop onze samenleving rust. De ontwikkelingen in het onderwijs staan nooit stil, maar de afgelopen jaren waren deze dynamischer dan ooit door onder meer de introductie van Passend Onderwijs en de toenemende aandacht voor frisse en duurzame scholen. Het ziet er niet naar uit dat dit de komende jaren anders wordt. Onderwijs legt een basis om volwaardig te kunnen participeren in de maatschappij. De aanwezigheid van scholen levert daarnaast een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid in de afzonderlijke dorpen en de gemeente als geheel. Goed onderwijs maakt de gemeente bovendien aantrekkelijk voor de ruim 24.000 inwoners. De gemeente De Wolden heeft, in tegenstelling tot veel plattelandsgemeenten, niet te maken met een krimp van het aantal leerlingen. De gevolgen voor de behoefte aan onderwijsvoorzieningen voor het primair onderwijs zijn dan ook beperkt. Spreiding, diversiteit en laagdrempeligheid van onderwijsvoorzieningen zijn van belang voor de leefbaarheid in de dorpen. De toenemende behoefte aan multifunctionaliteit en flexibiliteit van gebouwen, gecombineerd met de aandacht voor verduurzaming en binnenmilieu, plaatst gemeente en schoolbesturen voor een lastige opgave.
Ook in De Wolden staan schoolgebouwen waarvan het einde van de technische en functionele levensduur in zicht komt en waarvoor dus een structurele en duurzame oplossing moet worden gecreëerd. Onderwijshuisvesting moet worden geoptimaliseerd.
1.1
Doelstelling
De gemeente heeft een wettelijke plicht om zorg te dragen voor de onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs. De basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente is vastgelegd in de verordening onderwijshuisvesting. De gemeente kan echter beleidsambities hebben, die de verordening onderwijshuisvesting overstijgen. Goed onderwijs heeft een relatie met de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. Een goed gebouw is geen garantie voor goed onderwijs, maar een slecht gebouw kan goed onderwijs wel moeilijk maken. Inzicht in de bestaande en toekomstige behoefte aan onderwijshuisvesting maakt het mogelijk om een lange-termijn-beleid te ontwikkelen. De gemeente De Wolden en de schoolbesturen willen gezamenlijk grip krijgen op de ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting voor de komende jaren. Een IHP biedt gemeente en schoolbesturen een meerjarenperspectief waarbij het eigen (investering)beleid op transparante wijze kan worden afgestemd. Op dit moment heeft de gemeente geen helder beeld van toekomstige huisvestingsvraagtukken en de daaraan gekoppelde investeringsopgave. Dit maakt het voor de gemeente lastig om een goede begroting op te stellen waarin de toekomstige projecten financieel zijn geborgd.
De gemeente heeft daarom behoefte aan een integraal plan waarin projecten beschreven staan die op korte termijn worden opgepakt met daaraan gekoppeld een doorkijk van projecten op de middellange en lange termijn. Hiermee kan de gemeente de investeringen voor de onderwijshuisvesting voor meerdere jaren bepalen en borgen dat er voldoende ruimte op scholen beschikbaar is om elk kind een plek op een school aan te bieden. Om een efficiënt en doelmatig plan te ontwikkelen omschrijft het IHP de gewenste voorzieningenstructuur voor onderwijshuisvesting op basis van een visie op onderwijs. Trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op onderwijs en onderwijshuisvesting worden geanalyseerd (toekomstbestendig onderwijs, duurzaamheid en multifunctioneel gebruik). Er wordt gekeken naar de huidige kwaliteit en capaciteit van de gebouwen, de leerlingenprognoses en toekomstige ruimtebehoefte. Dit alles wordt vertaald in een voorstel voor planontwikkeling om te komen tot de gewenste voorzieningenstructuur. Het IHP biedt de gemeente in samenwerking met de schoolbesturen de mogelijkheid gericht onderwijshuisvestingsbeleid te voeren, strategische keuzes te maken en besluiten integraal af te wegen. Het resultaat is een planmatige aanpak en een inhoudelijk en beleidsmatig kader voor de onderwijshuisvesting: zowel ruimtelijk, kwalitatief als financieel.
Dit IHP omschrijft de inzet van beleid en middelen voor de periode van 2022-2025 met een doorkijk naar 2036 (eerstkomende 16 jaar). Het IHP wordt elke vier jaar aan de hand van actuele ontwikkelingen en trends, voortschrijdend inzicht en nieuwe prognoses bijgesteld. Op die manier blijft het IHP een dynamisch en actueel plan. Met het opstellen van dit IHP loopt de gemeente vooruit op een voorstel voor de wijziging van de Wet op het Primair Onderwijs. Deze wijziging wordt echter niet eerder verwacht dan rond 1 januari 2024.
8
1.2
Afbakening
Dit IHP heeft alleen betrekking op de scholen die vallen onder de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Het IHP omvat 14 basisscholen in De Wolden. In dit eerste IHP gaat het vooral over de huisvesting van scholen. In een later stadium kan er nog een verbreding naar andere accommodatiesoorten, zoals sport, kinderopvang, buurtwerk etc. plaatsvinden. Het IHP is een “levend document”, dat met een bepaalde regelmaat moet worden aangepast.
1.3
Aanpak
Gemeente en schoolbesturen hebben vanaf het begin constructief geparticipeerd in de totstandkoming van dit IHP. Door het IHP gezamenlijk te ontwikkelen, worden plannen van gemeente en scholen op elkaar afgestemd en kunnen partijen een duidelijk, efficiënt en gedragen huisvestingsbeleid voeren. Leerlingenprognoses en gebouwgegevens zijn aangeleverd door de gemeente en getoetst bij de schoolbesturen. In gesprekken met de schoolbesturen is het IHP-traject besproken, zijn beleidsontwikkelingen en beleidswensen doorgenomen. In gezamenlijke sessies met de schoolbesturen en gemeente is deze informatie besproken en verder doorgrond. De behoeftes en mogelijkheden per school zijn geïnventariseerd. Parallel aan deze plenaire bijeenkomsten is het IHP ontwikkeld en in rapportvorm uitgeschreven. Zodoende is gaandeweg draagvlak gecreëerd voor de inhoud van dit IHP.
1.4
Status IHP
Het Integraal Huisvestingsplan heeft na vaststelling de status van een ‘kaderstellend convenant en een meerjaren begroting’ tussen de gemeente en de schoolbesturen, voor de uitvoering van het onderwijshuisvestingsbeleid voor de komende jaren. Dit impliceert dat uit wordt gegaan van de uitvoering van de maatregelen zoals opgenomen in dit plan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen. De uitvoeringsagenda van het Integraal Huisvestingsplan wordt jaarlijks in een OOGO tussen de gemeente en de schoolbesturen inhoudelijk behandeld. Dit stelt partijen in staat om in te kunnen spelen op (onderwijskundige) veranderingen, die gevolgen hebben voor de onderwijshuisvesting. Vanzelfsprekend blijft het budgetrecht van de raad te allen tijde van kracht en blijft de huisvestingsverordening het wettelijk vangnet. Projecten die beschreven staan in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting worden dan ook conform de huisvestingsverordening automatisch op het programma onderwijshuisvesting gezet. Voor de inhoudelijke onderbouwing van het project, dat op het programma onderwijshuisvesting staat, leveren de schoolbesturen een projectplan in. Dit plan is voorzien van een verwijzing naar het Integraal Huisvestingsplan waarin inhoudelijk, financieel en qua prioritering richting is gegeven aan de uit te voeren huisvestingsprojecten.
Het projectplan dient als nadere onderbouwing van het project en op basis hiervan wordt het definitieve investeringsbedrag toegekend. Het vaststellen en toekennen van de hoogte van het investeringsbedrag geschiedt op basis van de uitgangspunten van de gemeentelijke huisvestingsverordening.
1.5
Leeswijzer
Dit IHP is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is het actuele onderwijsaanbod voor het primair onderwijs in De Wolden omschreven: de aanwezige scholen en accommodaties, onderwijsrichtingen en schoolbesturen, de leerlingenprognoses en de herkomst van de leerlingen. Hoofdstuk 3 legt uit wat de wettelijke taak van de gemeente op het gebied van onderwijshuisvesting inhoudt en gaat in op een aantal mogelijk te verwachten wetswijzigingen. Hoofdstuk 4 gaat in op de voor dit IHP relevante trends en ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en onderwijshuisvesting. Hoofdstuk 5 omschrijft de visie van de betrokken partijen op onderwijs en onderwijshuisvesting. In hoofdstuk 6 wordt de staat van de onderwijshuisvesting geanalyseerd, door de huidige situatie te vergelijken met de staande kaders en de beleidsambities uit hoofdstuk 5. Hoofdstuk 7 schetst de financiële implicaties en geeft een mogelijke fasering in tijd. 9
2
Primair onderwijs in De Wolden
Onderwijs draagt bij aan de persoonlijke vorming en ontwikkeling van jongeren, zodat zij optimaal kunnen functioneren in de maatschappij: nu en in de toekomst. In de leeftijd tot en met 12 jaar wordt in het primair onderwijs een belangrijke basis gelegd voor talentontwikkeling van de jeugd.
2.1
De basisscholen in De Wolden
Op dit moment is ongeveer twee derde van de accommodaties 40 jaar of ouder. Voor deze accommodaties is op korte en middellange termijn een toekomstperspectief wenselijk. De leeftijd van de schoolgebouwen heeft ook effect op de kwaliteit van de accommodaties. Dat blijkt ook uit de beoordeling van de actuele technische en functionele kwaliteit van de accommodaties. De kwaliteit van een aantal accommodaties is dusdanig dat op korte termijn een oplossing voor de knelpunten zeer wenselijk is. Uit de prognoses is duidelijk geworden dat op macroniveau binnen de gemeentegrenzen van De Wolden het aantal kinderen van het basisonderwijs de komende jaren licht stijgt. Alle schoolbesturen hebben op dit moment te maken met (normatieve) leegstand in hun schoolgebouwen. De komende jaren zullen een tweetal scholen worden geconfronteerd met een normatief tekort binnen hun schoolgebouwen, waarvan 1 onder de drempel van 55 m2 blijft voor uitbreiding. Andere schoolbesturen hebben te maken met een substantiële leegstand in haar schoolgebouwen, wat effect heeft op de bedrijfsvoering. Zo ontvangen de schoolbesturen voor de normatieve overcapaciteit (leegstaande m² bvo) geen bekostiging materiele instandhouding (MI) van de rijksoverheid1. Dit terwijl de huisvestingskosten gelijk blijven of zelfs hoger worden door de leeftijd van het gebouw.
Kortom: geld dat bedoeld is voor het primaire proces wordt ingezet voor de exploitatie van leegstaande lokalen. Hoewel leegstand in schoolgebouwen niet direct een (financieel) risico is van de gemeente, heeft de gemeente wel de zorgplicht om ook op lange termijn te voorzien in adequate onderwijshuisvesting én vindt de gemeente de instandhouding van scholen in kleine kernen belangrijk. Dit is dan ook de reden waarom het van groot belang is dat gemeente De Wolden en de schoolbesturen gezamenlijk optrekken bij het realiseren van een toekomstbestendige onderwijsvoorzieningenstructuur. Uitgangspunt hierbij is dat de toekomstige onderwijsvoorzieningenstructuur een kwaliteitsimpuls krijgt en kan (blijven) meebewegen met de verwachte leerling ontwikkeling, waardoor voor schoolbesturen goed te exploiteren schoolgebouwen ontstaan. Het basisonderwijs is in de gemeente gevestigd in 14 accommodaties. De meeste basisscholen zijn met hun voedingsgebied verankerd in de dorpen. Echter, door een specifiek profiel (onderwijsconcept of denominatie) kan een school ook een gemeentelijk of regionaal voedingsgebied hebben. Deze scholen hebben over het algemeen minder binding met de inwoners uit de wijk waarin de school is gelegen. Dit is in De Wolden maar beperkt van toepassing.
2.2
Leerlingenprognose
In De Wolden gaan 1.761 leerlingen naar het basisonderwijs (teldatum 1 oktober 2020). Er is een leerlingenprognose voor het basisonderwijs opgesteld en de gevolgen hiervan in relatie tot de ruimtebehoefte en de beschikbare capaciteit aan onderwijsaccommodaties (Pronexus, maart 2021). In deze prognose zijn alle op dit moment bekende woningbouwlocaties meegenomen. De prognose geeft aan dat het aantal leerlingen voor De Wolden de komende jaren te maken krijgt met een lichte stijging van het aantal leerlingen naar 1.866 in 2041 (+6%). Op een enkel geval na, geeft deze lichte stijging van het aantal leerlingen geen directe aanleiding om de bestaande onderwijsvoorzieningenstructuur tegen het licht te houden en schoolgebouwen te clusteren en of te 1
Dit is een vergoeding voor de exploitatiekosten van een basisschool t.a.v.: energiekosten, schoonmaakkosten, onderhoudskosten en een aantal overige kosten. 10
reduceren. Wel zijn er grote aandachtspunten ten aanzien van de huidige kwaliteit van de schoolgebouwen zowel op technisch als functioneel vlak. Tabel 1: Prognose aantal leerlingen BO Prognose Leerlingen (Pronexus)
Teldatum Plaats
School
okt. 2020
2023
2026
2031
2036
De Bosrand
49
51
52
52
52
De Wegwijzer
107
120
124
123
123
De Wijk
De Horst
226
219
207
211
209
Drogteropslagen
De Klimtoren
36
44
50
55
54
Echten
t Echtenest
34
24
23
25
25
De Rozebottel
92
106
124
126
126
Prins Johan Frisoschool
52
54
59
59
60
Oosteinde
De Wezeboom
53
55
55
55
56
Ruinen
t Oelebröd
207
220
229
240
239
De Dissel
171
189
192
193
197
De Arendsvleugel
75
77
78
78
79
Het Veldboeket
88
72
67
63
63
De Heidevlinder
243
267
281
296
296
Alteveer/Kerkenveld
Koekange
Ruinerwold Veeningen Zuidwolde
Het Groene Hart
Totaal BO
2.3
300
294
291
305
306
1733
1792
1832
1881
1885
Schoolbesturen
Er zijn drie schoolbesturen voor het basisonderwijs in De Wolden: Stichting Wolderwijs biedt op 10 locaties openbaar onderwijs aan in De Wijk, Echten, Drogteropslagen, Kerkenveld, Koekange, Oosteinde, Ruinen, Ruinerwold, Zuidwolde en Veeningen. Stichting TrEf onderwijs biedt christelijk primair onderwijs en heeft drie basisscholen in Koekange, Ruinerwold en Zuidwolde. Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs) Alteveer/Kerkenveld biedt onderwijs op Christelijk grondslag op één locatie in Alteveer. Tabel 2: Overzicht basisonderwijs in De Wolden (teldatum 1 okt. 2020) Schoolbestuur
Leerlingen 2020 scholen
aantal leerlingen
%
Stichting Wolderwijs
10
1256
73
Stichting TrEf onderwijs
3
370
21
VPCO Altenveer/Kerkenveld
1
107
6
2.4
Onderwijshuisvesting
De veertien schoolgebouwen voor basisonderwijs hebben een totale capaciteit van circa 14.673 m2 BVO. Dit is de capaciteit exclusief gymlokalen maar inclusief ruimten die in medegebruik zijn voor bijvoorbeeld kinderopvang. De gebouwen zijn in het algemeen goed onderhouden. De afgelopen jaren heeft relatief weinig (ver)nieuwbouw plaatsgevonden. Met uitzondering van IKC De Horst, IKC Ruinerwold en De Rozebottel), zijn alle schoolgebouwen ouder dan 40 jaar (of worden dit gedurende deze IHP-periode). De bouwtechnische en energetische kwaliteit van een deel 11
van de gebouwen is matig tot slecht en de onderhoudskosten zijn hoog. De Rozebottel heeft te maken met een -beperkt- ruimtetekort, ook op langere termijn. De overige schoolgebouwen zijn passend of te ruim bemeten voor het huidige onderwijsaanbod. Tabel 3: Overzicht per school in het PO: bouwjaar, oppervlakte en ruimtetekort (-) / overschot (+) Capaciteit Plaats
Alteveer/Kerkenveld De Wijk
School
Bouwjaar
gebouwen BVO
Teldatum
m2 onderwijs
okt. 2020
Prognose tekort (-)/overschot (m2 BVO) 2026
2031
2036
De Bosrand
1931/1983/2003
564
118
102
102
102
De Wegwijzer
1962/1981/2007
1164
416
340
345
345
2010
1931
619
690
660
680
De Horst
Drogteropslagen
De Klimtoren
1881/1964/1973
494
83
43
17
22
Echten
t Echtenest
1982/2001
465
124
149
139
139
De Rozebottel
1997/2004
763
65
-61
-71
-71
1970/1992/2005
744
262
247
247
242
1974/1985/1997/2005
582
115
105
105
100
Koekange
Prins Johan Frisoschool
Oosteinde
De Wezeboom
Ruinen
t Oelebröd
1978/2006
1515
213
163
108
113
De Dissel
2010
1202
122
36
26
11
1986/1997/2004
754
182
162
162
157
Ruinerwold Veeningen Zuidwolde Totaal BO
De Arendsvleugel Het Veldboeket
1977
758
166
221
241
241
De Heidevlinder
1972/1976
1640
147
27
-44
-49
Het Groene Hart
1975/2005
2097
383
433
363
358
14673
3015
2657
2400
2390
12
3
Wet- en regelgeving
De basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente is vastgelegd in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs in de gemeente De Wolden.
3.1
Wettelijke taak onderwijshuisvesting
Gemeenten dragen de zorg voor de voorzieningen in de huisvesting van het BO, SBO, (V)SO en VO welke zich op het grondgebied van de gemeente bevinden. Dit staat beschreven in de Wet op het Primair Onderwijs (hierna: WPO), de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC). Naast de zorgplicht zijn de belangrijkste elementen uit de wetgeving de volgende: De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn benoemd in wetgeving (art. 92, WPO). Daarbij gaat het om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Voor het PO is de verantwoordelijkheid voor het gehele onderhoud aan de scholen sinds 1 januari 2015 doorgedecentraliseerd naar de schoolbesturen. De gemeente (raad) is verplicht om een verordening voor de onderwijshuisvesting vast te stellen. Binnen de gestelde kaders van de WPO kunnen gemeenten een eigen verordening opstellen. Deze verordening dient in op overeenstemming gericht overleg met alle betrokken schoolbesturen tot stand te komen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft ter ondersteuning een modelverordening voor de onderwijshuisvesting opgesteld waarin de Rijks-regelgeving is vastgelegd. In de praktijk wordt deze modelverordening door de gemeenten integraal overgenomen en slechts wegens specifiek lokale situaties aangepast.
De belangrijkste onderwerpen uit de verordening zijn: o De gemeente (het college) dient jaarlijks een budget vast te stellen zodanig dat redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting van de scholen. o De gemeente (het college) dient een programma voorzieningen onderwijshuisvesting vast te stellen. Dit programma bevat alle aangevraagde voorzieningen die het jaar daaropvolgend voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komen. Verzoeken die worden afgewezen moeten in een overzicht staan. o De uitzondering hierop is dat gemeenten met schoolbesturen kunnen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf verantwoordelijk is voor de huisvestings-voorzieningen en daarvoor van de gemeente jaarlijks een bedrag ontvangt. Hierbij gaat het om de zogenaamde doordecentralisatie. Dit kan gaan om alle huisvestingsvoorzieningen, maar ook om een gedeelte daarvan. Hoewel er sprake is van een doordecentralisatie van taken behoudt de gemeente de zorgplicht. De financiering van de onderwijshuisvesting loopt deels rechtstreeks via de schoolbesturen als onderdeel van de lumpsum en deels via de gemeenten (het gemeentefonds). Beide partijen hebben een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de bekostiging, het beheer en de exploitatie van de onderwijshuisvesting.
3.2
Uitvoering wettelijke taak onderwijshuisvesting
De Wolden heeft een verordening voor de onderwijshuisvesting2. Deze verordening is hoofdzakelijk een uitwerking van de regels zoals die in de WPO zijn vastgelegd. Op grond van de verordening stelt de gemeente (het college) jaarlijks het programma voorzieningen onderwijshuisvesting vast waarin wordt aangegeven welke aangevraagde voorzieningen voor vergoeding in aanmerking komen. De verordening bevat namelijk criteria voor het toekennen van huisvestingsaanvragen. Daarnaast is vastgelegd op welke vergoeding de schoolbesturen kunnen rekenen bij een bepaalde huisvestingsvoorziening. Een aanvraag voor opname van een voorziening op het programma voorzieningen onderwijshuisvesting moet volgens de verordening voor 1 februari van het jaar van de vaststelling van het programma voorzieningen onderwijshuisvesting zijn ingediend bij de gemeente. Ook bevat de verordening
2
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente De Wolden 2015 13
regels over het delen van ruimtes in schoolgebouwen met andere scholen, verenigingen of commerciële partijen, zoals kinderopvangorganisaties. Huisvestingstaken die niet in de verordening zijn vastgelegd, behoren tot de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhouden, beheren en exploiteren van de door hen gebruikte schoolgebouwen. De gemeente heeft op grond van de wet de zorgplicht voor de huisvesting van scholen. Dat betekent dat er voldoende middelen beschikbaar moeten worden gemaakt waarmee bijvoorbeeld nieuwe schoolgebouwen kunnen worden gerealiseerd en oude schoolgebouwen kunnen worden vervangen. De gemeente heeft de volgende verantwoordelijkheden in de onderwijshuisvesting: (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en tijdelijke huisvesting, eerste inrichting onderwijsleerpakket en schoolmeubilair, vergoeden van herstel van constructiefouten en van schade als gevolg van bijzondere omstandigheden (zoals brand, inbraak of vandalisme), voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs, OZB en verzekeringen.
3.3
Financiering onderwijshuisvesting
De financiële middelen waarmee gemeenten hun zorgplicht vervullen en schoolbesturen hun onderhoudsplicht, komen van de rijksoverheid. Gemeenten ontvangen via een stelsel van objectieve maatstaven een algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds. Hierin zitten ook de middelen voor onderwijshuisvesting. De hoogte van de uitkering is niet afhankelijk van de werkelijke uitgaven van de gemeente. De middelen voor onderwijs-huisvesting binnen het Gemeentefonds zijn kwantificeerbaar, maar ‘niet geoormerkt’. Dat wil zeggen dat het de gemeente vrij staat om eigen beleid te voeren en meer of minder middelen aan onderwijshuisvesting te besteden. Systematiek bekostiging Met ingang van de vaststelling van dit IHP gaat de gemeente De Wolden de systematiek hanteren van een structurele jaarlijkse uitzetting ten behoeve van onderwijshuisvesting om alle investeringen te kunnen dekken. Volgens deze systematiek wordt er jaarlijks een vast bedrag toegevoegd aan onderwijshuisvesting. De vrijval van kapitaallasten en de stijging van de uitkering in het gemeentefonds ten behoeve van onderwijshuisvesting vloeien naar de algemene middelen. Hiermee stelt de gemeenteraad het financiële kader vast en ligt de uitvoering bij het college, die in overleg met de schoolbesturen zorgdraagt voor de benodigde investeringen. De niet benutte ruimte binnen de jaarlijkse uitzetting wordt gereserveerd.
Immers de uitgaven zullen niet precies matchen met de inkomsten. In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen van het verloop van de reserve IHP over de planperiode van de IHP. Het IHP is bedoeld voor een verdere blik op de toekomst en kijkt 16 jaar vooruit. Idealiter wordt het IHP elke vier jaar geactualiseerd en loopt daarmee in de pas met de begrotingscyclus. Daarnaast wordt aanbevolen om jaarlijks in het OOGO te beoordelen of het noodzakelijk is het investeringsschema te actualiseren. Begroting uitgaven De investeringen uit het programma onderwijshuisvesting worden in de begroting verwerkt in het programma onderwijs. De gemeente begroot en verantwoordt volgens het baten en lastenstelsel - zij rekent investeringen voor nieuwe schoolgebouwen of renovatie van schoolgebouwen toe aan het tijdvak waarin deze gebruikt worden. Dit betekent dat de gemeente investeringen presenteert op de balans (activeren) en ten laste brengt van het resultaat via de afschrijvingskosten. Een groot deel van de uitgaven van de gemeente ligt daarom voor jaren vast in de vorm van afschrijvings- en rentekosten, samen kapitaallasten genoemd.
14
Schoolbesturen ontvangen jaarlijks middels een lumpsum bekostiging een vergoeding voor de exploitatie van hun gebouwen. Onderdeel hiervan is het onderhoud en de aanpassing van de gebouwen.
3.4
Advies VNG, PO- en VO-raad
Eisen en richtlijnen met betrekking eigentijds onderwijs, duurzaamheid en aangescherpte bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit gaan steeds meer uit van een integrale benadering, onder meer om desinvesteringen te voorkomen. Dit heeft ertoe geleid dat de wetgeving -op advies van de VNG, de PO- en VO-raad- op een aantal onderdelen wordt aangepast. Dit geeft de mogelijkheid om bij ingrepen in de huisvesting vernieuwbouw, nieuwbouw of uitbreiding integraal te bekijken. De aangepaste wetgeving gaat het volgende mogelijk maken: Het dient meer duidelijkheid te scheppen voor scholen en gemeenten over de verantwoordelijkheid voor goede schoolgebouwen, de onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor renovatie (vernieuwbouw) op te heffen, het mogelijk te maken dat gemeenten en scholen hun investeringen en exploitatie-uitgaven beter op elkaar afstemmen, en scholen en gemeenten meerjarig inzicht te geven in de benodigde investeringen. De voorstellen voor wetswijziging betreffen: o Neem de voorziening renovatie (vernieuwbouw) op als juridisch alternatief voor vervangende nieuwbouw. Gemeente en schoolbesturen kunnen hierdoor, als een gebouw aan het einde van de levensduur is, kiezen voor renovatie (vernieuwbouw) in plaats van sloop en vervangende nieuwbouw.
Voorwaarde daarbij is dat renovatie resulteert in een gebouw dat onderwijskundig, functioneel en kwalitatief gelijkwaardig is aan nieuwbouw en de levensduur van een gebouw wordt verlengd met minimaal 25 jaar. o Hef het verbod voor scholen in het PO om te investeren in huisvesting op, zodat zij in gelijke positie komen als het VO. o Neem in de wet op dat gemeenten een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) vaststellen met een doorkijk van minimaal 16 jaar, waarvan de eerste vier jaar juridisch verplichtend zijn. Besluitvorming en uitwerking van de duurzaamheidsopgave van het klimaatakkoord en de voorstellen voor wetswijzigingen worden waar mogelijk als één traject uitgevoerd. In het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 hebben de sectoren in het maatschappelijk vastgoed inmiddels afgesproken per sector routekaarten op te stellen met betrekking tot het CO2-arm maken van hun vastgoed. Specifiek voor het primair (en voortgezet) onderwijs is bovendien de verplichting voor gemeenten en schoolbesturen tot het gezamenlijk opstellen van een IHP vastgelegd. Daarnaast stellen schoolbesturen een meerjarenonderhoudsplan (MJOP)3 op, dat als input dient bij de concretisering van de IHP’s. Zowel het IHP als het MJOP voor het funderend onderwijs (PO en VO) worden verankerd in relevante wetgeving.
Daarnaast wordt renovatie (vernieuwbouw) als voorziening in de wet opgenomen en wordt het investeringsverbod (zoals beschreven in de WPO) aangepast en versoepeld. Van belang voor dit IHP is dat bij (ver)bouwopgaven moet worden voldaan aan de eisen van het nieuwe Bouwbesluit en gebouwen ‘bijna’ energieneutraal (BENG) moeten zijn. Dit betekent dat goed moet worden nagedacht over de implicaties hiervan: gebouwen moeten comfortabel zijn voor de gebruikers, de onderhoudsen exploitatiekosten moeten te dragen zijn en het energieverbruik moet zo laag mogelijk zijn. In het nieuwe Bouwbesluit worden ook onderdelen uit het Kwaliteitskader (zie paragraaf 4.3) opgenomen.
3
In de MJOP worden geplande onderhoudswerkzaamheden en te besteden middelen aangegeven.
15
3.4.1
Beoordeling technische en functionele kwaliteit
Om grip te krijgen op de huidige technische en functionele kwaliteit van de onderwijsaccommodaties zijn de scholen ingeschaald op basis van de onderstaande parameters. Parameters beoordelen technische staat Uitstekend Het gebouw is in uitstekende technische staat, incidenteel zijn geringe gebreken zichtbaar Goed
Het gebouw is in goede technische staat, incidenteel is veroudering zichtbaar
Redelijk
Het gebouw is in redelijke technische staat, plaatselijk is veroudering zichtbaar
Matig
Het gebouw is in matige technische staat, de veroudering is op een substantieel deel van het gebouw zichtbaar Het gebouw is in slechte technische staat, de veroudering is onomkeerbaar
Slecht
Parameters beoordelen functionele staat Uitstekend Het gebouw sluit naadloos aan bij het onderwijsconcept Goed
Matig
Het gebouw is toegespitst op de manier van lesgeven. Er is rekening gehouden met wensen van gebruikers Er zijn geen directe problemen m.b.t. het lesgeven in het gebouw. Enkele wensen worden belemmerd door het gebouw Enkele noodzakelijke activiteiten worden belemmerd door het gebouw.
Slecht
Het gebouw is niet functioneel en frustreert het onderwijs.
Redelijk
Tabel 4: kwaliteitsbeoordeling per schoolbestuur voor alle accommodaties, op basis van de beschreven parameters. School
Adres
Bevoegd gezag
Plaats
Technische staat
Functionele staat
De Rozebottel
Sportlaan 14
Wolderwijs
Koekange
Goed
goed
Het Echtenest
Schoolakkers 2
Wolderwijs
Echten
slecht
matig
De Wezeboom
Schoolstraat 28
Wolderwijs
Oosteinde
slecht
matig
De Klimtoren
Drogteropslagen 57
Wolderwijs
Drogteropslagen
matig
goed
Het Veldboeket
Schoolweg 19
Wolderwijs
Veeningen
matig
goed
De Bosrand
Wolderwijs
Kerkenveld
Redelijk
redelijk
IKC 't Oelebröd
Jan Haarstraat 28 Mr. Harm Smeengestraat 56
Wolderwijs
Ruinen
Redelijk
goed
IKC Het Groene Hart
Schoolbrink 1
Wolderwijs
Zuidwolde
Goed
goed
KC Ruinerwold
Dijkhuizen 68a
Wolderwijs
Ruinerwold
Goed
goed
IKC De Horst
Postweg 43a
Wolderwijs
de Wijk
Goed
goed
De Wegwijzer
Nieuwstraat 17
VPCO Alteveer/Kerkenveld Alteveer
Redelijk
redelijk
Prins Johan Friso
Prinses Christinalaan 8
Tref Onderwijs
Koekange
matig
goed
de Arendsvleugel
Bleekhof 2
Tref Onderwijs
Ruinerwold
Redelijk
redelijk
KC de Heidevlinder
Heidelaan 1
Tref Onderwijs
Zuidwolde
Goed
redelijk
16
3.4.2
Prioritering accommodaties
Op basis van de kwaliteitsbeoordeling (op technische en functionele staat) is aan de accommodaties een prioriteitstelling gekoppeld. Hiervoor is gebruikgemaakt van een puntentoekenning. Tabel 5: overzicht puntentoekenning kwaliteitsbeoordeling Punten
Kwalificatie
1
Slecht
2
Matig
3
Redelijk
4
Goed
5
Uitstekend
Doordat zowel de technische als functionele staat wordt beoordeeld kan een accommodatie maximaal 10 punten en minimaal 2 punten krijgen. Het resultaat van de puntentoekenning is een prioritering op basis van een categorisering van punten. Deze is in de onderstaande tabel uitgewerkt. Tabel 6: overzicht prioritering op basis van puntentoekenning Punten
Prioritering
2 t/m 3
prio 1
4 t/m 5
prio 2
6 t/m 7
prio3
8 t/m 10
prio 4
De prioritering is gekoppeld aan een urgentieniveau. Deze zegt iets over wanneer welke accommodaties, ten opzichte van elkaar, in aanmerking komen voor het bepalen van een nieuw toekomstperspectief.
17
4
Trends en ontwikkelingen
Onderwijs is een dynamisch beleidsveld dat sinds jaar en dag volop in de schijnwerpers staat, zowel maatschappelijk als politiek. Doordat de maatschappij zich voortdurend ontwikkelt, is een continue afstemming en wisselwerking tussen betrokken partijen noodzakelijk. Relevante maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe inzichten en kennis worden daarom betrokken bij de planvorming van dit IHP.
4.1
Samenwerkingsvormen onderwijs-breed
Samenwerkingsvormen zoals bijvoorbeeld brede scholen bieden een samenhangend aanbod voor kinderen van 0-12 jaar op het gebied van onderwijs, sport en cultuur. Meestal verbinden zij daarbij ook verschillende vormen van onderwijs en jeugdzorg. Daarnaast proberen brede scholen een doorgaande leerling te ontwikkelen door tussen peuterspeelzalen, crèches en onderwijs een doorgaande leerlijn te realiseren. Het doel van brede scholen is door goede samenwerking de ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten en de zorg (van ouders) voor kinderen te ondersteunen. Het vormgeven van een brede school is makkelijker als de samenwerkingspartners gezamenlijk zijn gehuisvest en/of samen één organisatie vormen waarin wordt gewerkt volgens één pedagogische en educatieve visie: een integraal kindcentrum (IKC). Een IKC biedt doorlopende ontwikkelingslijnen, dagarrangementen en kindnabije zorg. Onderwijs, kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie en eventuele andere maatschappelijke voorzieningen vormen in een IKC één organisatie. De wetgeving kent nog beperkingen voor verdergaande integratie van verschillende organisaties voor onderwijs, opvang en aanvullende functies. Gek genoeg heeft juist de vrije marktwerking ertoe geleid dat de kinderopvang helemaal dicht is geregeld, tot in de kleinste details toe; het aantal eisen is hand over hand toegenomen.
Brancheorganisatie(s) willen dat kwaliteit in plaats van prijs de belangrijkste leidraad vormt. Keuzevrijheid voor ouders, innovatie en kostenbewustzijn van kinder-opvangorganisaties zijn wel (goed) geregeld in de wet, maar de hoeveelheid controlemaatregels staat innovatie, flexibiliteit en maatwerk in de weg. Het huidige kinderopvangstelsel ontmoedigt de integrale en duurzame samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, welzijn en zorg. In de plannen van het huidige kabinet wordt kinderopvang heel betaalbaar voor ouders met ingang van 1 januari 2025. Werkende ouders betalen dan een inkomensonafhankelijke bijdrage van 5% van de kosten voor kinderopvang. De overheid betaalt de resterende 95%.
4.2
Inclusief onderwijs
Jarenlang is het onderwijs in Nederland verdeeld geweest in regulier en speciaal onderwijs. Sinds een aantal jaar bieden ook steeds meer scholen inclusief onderwijs. Dit is onderwijs waar álle kinderen en jongeren, ongeacht hun achtergrond of beperking, samen kunnen leren en werken. Zij kunnen daardoor naar een school in de eigen buurt waar de school zorg en ondersteuning op maat aanbiedt. Inclusief onderwijs is daarmee het startpunt voor een inclusieve samenleving: ‘onderwijs heeft een voorbereidende rol en stoomt kinderen klaar voor deelname aan de maatschappij; een maatschappij waarin zij samenleven en werken met mensen met verschillende afkomst, geloven, geaardheden en beperkingen’. Uitgangspunt is dat ‘het speciale’ niet per se op een aparte school beschikbaar zou moeten zijn, maar op een school in de buurt, zowel in basis- als voortgezet onderwijs. Insluiten in plaats van uitsluiten. Ook dat hoort bij keuzevrijheid van onderwijs’.
18
Onderzoek laat zien dat inclusief onderwijs een gunstig effect kan hebben op de ontwikkeling en schoolprestaties van kinderen: Er blijkt meer interactie te zijn tussen leerlingen en kinderen met een beperking hebben grotere en gevarieerdere vriendengroepen, wat goed is voor de sociale ontwikkeling. Doordat kinderen (inclusief hun ouders) op school leren dat iedereen er mag zijn, groeit de sociale acceptatie van kinderen met een beperking. Leerkrachten in een inclusieve klas blijken meer rekening te houden met individuele behoeften van kinderen, waardoor deze beter presteren. Zowel de kinderen met als zonder beperking gaan vooruit in geheugencapaciteit, communicatieve, verbale en schriftelijke vaardigheden.
4.3
(Multi)functionaliteit en flexibiliteit van (onderwijs)huisvesting
Ontwikkelingen op het gebied van onderwijs stellen eisen aan schoolgebouwen, denk hierbij bijvoorbeeld aan: 1. Verandering van onderwijsconcepten – ideeën over invulling van goed onderwijs veranderen en nieuwe eisen worden aan het onderwijs gesteld. Digitale hulpmiddelen zijn niet meer weg te denken in hedendaags onderwijs. Schoolgebouwen moeten ruimtes en infrastructuur voor veranderende onderwijsconcepten en digitale hulpmiddelen bieden. 2. Differentiatie – schoolgebouwen moeten ruimte bieden om gedifferentieerde lesvormen te faciliteren. Lesvormen worden steeds beter afgestemd op de individuele onderwijsbehoefte van leerlingen (gepersonaliseerd leren). Dit leidt tot behoefte aan gedifferentieerde ruimten. 3. Flexibiliteit – de maatschappij verandert in een rap tempo. Welke kennis, vaardigheden en inrichting van gebouwen in de toekomst nodig zijn, is nog niet duidelijk en is bovendien afhankelijk van de eigen invulling die scholen hieraan (willen) geven. Schoolgebouwen moeten daarom flexibeler worden ingericht en eenvoudiger kunnen worden aangepast. Ook het combineren van onderwijs, opvang en (jeugd)zorg vraagt om flexibiliteit van gebouwen. In het Kwaliteitskader PO (actualisatie november 2021) hebben de VNG, PO-Raad, kenniscentrum Ruimte OK en een vertegenwoordiging van schoolbesturen kwalitatieve kaders opgesteld voor de bouw en verbouw van scholen.
Het Kwaliteitskader bevat een reeks eenduidige, herkenbare en praktisch toepasbare prestatiecriteria voor een functioneel en goed bruikbaar schoolgebouw, verdeeld over drie thema’s: Beleving (Architectonische kwaliteitscriteria) Prestatiecriteria gerelateerd aan de verschijningsvorm en beeld- en sfeer-verwachting van het exterieur en interieur. Gebruik (Functionele kwaliteitscriteria) Prestatiecriteria gerelateerd aan de omvang, situering en geschiktheid van ruimten, op basis van de activiteiten die er plaatsvinden. Techniek (Technische kwaliteitscriteria) Prestatiecriteria gerelateerd aan gezondheid, duurzaamheid en onderhoud.
4.4
Verduurzaming, binnenmilieu, stikstof en ruimtelijke adaptatie
Klimaatakkoord In 2021 is op de Klimaatconferentie van Glasgow door de Verenigde Naties (COP26) is de ambitie van het Akkoord van Parijs (COP21) bevestigd dat de uitstoot van broeikasgassen aan banden moet worden gelegd zodat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot maximaal 2 graden, met 1½ graad als streefwaarde. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft echter berekend dat de toezeggingen die landen hebben gedaan om klimaatverandering te bestrijden, voldoende zijn om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,8 graad. Dat is een goede stap van de 2.6 die berekend werd voor de COP, maar het sluit het gat niet naar 1,5 graad. Betekenis voor Nederland ‘Wij vallen onder de EU, dat zowel met ambitieuze doelen als de uitwerking daarvan voorop loopt. Een voorbeeld daarvan is het Fit for 55 pakket, waarin doelen zijn vastgelegd van een klimaatneutrale EU in 2050 en een vermindering van broeikasgasemissie met 55 procent in 2030. Nederland valt daar ook onder en de doelen zullen door een nieuw kabinet met concrete stappen uitgevoerd moeten worden in eigen land.
19
Binnenmilieu Naast energieprestaties is er ook toenemende aandacht voor luchtkwaliteit, milieubelasting van bouwen, gebruikskwaliteit, gezond binnenklimaat en toekomstwaarde van gebouwen. Scholen hebben een verantwoordelijkheid naar de toekomst, zij leiden op voor toekomstige generaties. Het is dan ook belangrijk dat scholen leerlingen een besef van duurzaamheid meegeven. Het schoolgebouw en – terrein kunnen daar op allerlei onderdelen een belangrijk en inspirerend onderdeel van zijn: Is het gebouw gemaakt van gezonde, milieuvriendelijke en herbruikbare materialen? In hoeverre stimuleren gebouw en omgeving een gezonde leefstijl? Hoe wordt afval gescheiden? Is het gebouw energieneutraal of wekt het energie op? Kan de buurt mee profiteren? Is het gebouw ‘fris’ genoeg? Hoe scoort het op aspecten als luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid? Hoe is de CO2-concentratie? Wordt er voldoende geventileerd? Zijn er grote verschillen tussen zomer en winter? Hoe flexibel en aanpasbaar is het gebouw? Welke functies kan het gebouw nog meer vervullen, tijdens of na schooltijd? Stikstof en PFAS Naast broeikasgassen vormen ook de stikstof en PFAS een probleem voor het milieu. In Nederland wordt de bodem belast door te hoge concentraties van stikstof en PFAS. In december 2020 is een spoedwet voor de aanpak van stikstof aangenomen.
Daarnaast zijn normen voor de maximale concentraties van PFAS vastgesteld. De normen voor stikstof en PFAS kunnen gevolgen hebben voor nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen. Ruimtelijke adaptatie Nederland wil in 2050 klimaatbestendig zijn ingericht door zogenaamde ‘ruimtelijke adaptatie’. Deze ruimtelijke adaptatie moet ervoor zorgen dat schade door hittestress, wateroverlast en droogte zo min mogelijk toeneemt. De plannen voor ruimtelijke adaptatie kunnen gevolgen hebben voor nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen.
20
5
Visie
Onderwijs- en onderwijshuisvestingsbeleid staan niet op zichzelf maar sluiten aan bij de strategische visie van de gemeente De Wolden op wat zich in haar omgeving afspeelt; de stip op de horizon waarnaar gekoerst wordt. Op die manier geeft het IHP mede richting aan de gewenste strategische lange termijnontwikkeling van de gemeente en de schoolbesturen.
5.1
Visie op onderwijshuisvesting
Goed onderwijs is in handen van de scholen, bevlogen leerkrachten en de samenwerking met ouders en andere partners. Goede onderwijshuisvesting is daarbij een randvoorwaarde. Goede huisvesting is duurzaam, gezond en klaar voor de toekomst. De gemeente heeft de wettelijke taak om de scholen adequaat te huisvesten. Een goede spreiding van voorzieningen is in het belang van de inwoners. Schoolbesturen hebben de wettelijke taak om de schoolgebouwen voldoende te onderhouden en zo nodig functioneel aan te passen aan het onderwijsconcept of aan wettelijke eisen. Zij ontvangen hiervoor middelen van het Rijk. Schoolbesturen en gemeente streven naar huisvesting die past qua omvang, functionaliteit, duurzaamheid en flexibiliteit. Tegelijkertijd is in bestaande situaties dit streven soms moeilijk of pas op langere termijn te realiseren. Dit leidt tot de volgende aandachtspunten: Er moet voldoende onderwijshuisvesting zijn om leerlingen en schoolorganisatie te kunnen huisvesten. De schoolgebouwen moeten functioneel aansluiten op de gewenste onderwijsconcepten, ondersteunend zijn voor de ontwikkeling van kinderen en een veilige en gevarieerde leer- en werkomgeving bieden. De schoolgebouwen moeten ook duurzaam gebouwd zijn, beschikken over een gezond binnenklimaat en goed te exploiteren zijn.
Een gezond en goed gebouw heeft een positief effect op het gedrag, het welbevinden en het leerproces van al haar gebruikers. Dit is een extra uitdaging bij (ver)nieuwbouw (renovatie). Het is lastig bij (ver)nieuwbouw het binnenklimaat en de energiezuinigheid hetzelfde hoge niveau te krijgen als bij nieuwbouw terwijl het Bouwbesluit dit wel vereist. Nieuwe schoolgebouwen moeten gedurende hun levensloop flexibel zijn en eenvoudig aangepast kunnen worden aan veranderend gebruik en veranderende eisen. De Wolden kent een redelijk goed gespreid aanbod. Wel zijn er een groot aantal relatief oude schoolgebouwen (ouder dan 40 jaar), of gebouwen die langer geleden zijn gerenoveerd. Het realiseren van goed en divers onderwijs is een taak van schoolbesturen. De invloed van de gemeente op de inhoudelijke invulling van onderwijs is beperkt.4 Tegelijkertijd is kwalitatief goed onderwijs van groot belang voor de gemeente en haar inwoners. Al geruime tijd zijn gemeente De Wolden en partners in primair onderwijs en kinderopvang bezig met de ontwikkeling van IKC’s. Strikt genomen heeft de gemeente geen zorgplicht voor de huisvesting van IKC’s, maar zij speelt hierin wel een stimulerende en faciliterende rol. Buitenruimte Naast het schoolgebouw is ook de buitenruimte een onderdeel van de onderwijshuisvesting.
Er moet voldoende uitdagende buitenruimte zijn voor kinderen van alle leeftijden die bovendien uitnodigt tot fysieke beweging, spelen en ontmoeten.
4
De invloed van de gemeente op het aanbod en de kwaliteit van het onderwijs is beperkt. De gemeente heeft –naast onderwijshuisvesting– wettelijke taken op het gebied van leerplicht, leerlingenvervoer, onderwijsachterstanden en in stand houden van openbaar onderwijs. Het beperkt aantal formele bevoegdheden van de gemeente impliceert dat de rol van de gemeente in steeds grotere mate die van samenwerkingspartner is geworden en steeds minder die van beslissende partij. 21
Op diverse plaatsen binnen de gemeente, onder andere via initiatiefrijk De Wolden, heeft de gemeente geïnvesteerd in groenblauwe schoolpleinen en speeltoestellen die meer uitdagen om te bewegen. De gemeente onderzoekt momenteel of en zo ja op welke wijze zij de aanleg van kindvriendelijke en groenblauwe schoolpleinen verder wil stimuleren en ondersteunen.
5.1.1
Samenwerkingsverbanden; ‘het belang van het kind voorop’.
Doorgaande leerlijn Het is de ambitie om een doorgaande ontwikkellijn van 0 tot 12 jaar aan te bieden. Een soepele overgang tussen opvang, onderwijs, buitenschoolse opvang en het voortgezet onderwijs is hierbij van belang. Wanneer er extra ondersteuning nodig is, is er een passende leerplek. Nauwe samenwerking tussen onderwijs en ketenpartners is een voorwaarde voor succes. Voorbeelden van ketenpartners zijn peuter- en kinderopvang, jeugdzorg, centrum jeugd en gezin en het consultatiebureau. Het samenwerken kan worden geoptimaliseerd wanneer partners ook samenwonen, bijvoorbeeld in een (integraal) kindcentrum. Dit is echter geen voorwaarde, mogelijkheden en noodzaak hiervoor worden per situatie bekeken (lokaal maatwerk). Passend onderwijs In De Wolden wordt goed onderwijs geboden aan kinderen. De basis is op orde. Er is aandacht voor de specifieke behoefte van individuele kinderen binnen de groep en de school. Dankzij de kleinschalige aanpak is er een passende leerplek voor ieder kind. De scholen voelen zich hiervoor samen verantwoordelijk. Meer samenwerking, binnen en buiten het samenwerkingsverband en in het dorp, is een voorwaarde om zorg te kunnen dragen voor de juiste ondersteuning. Elke school moet haar leerlingen een zo passend mogelijke vorm van onderwijs aanbieden, ook kinderen met een speciale onderwijsbehoefte; dat noemen we de zorgplicht van scholen.