CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie-A4

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 28 november 2024, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststellen Beleidsplan Vroeg- en Voorschoolse Educatie (VVE) (24RV019 )12.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kopgroep wethouders voor Kindcentra

€ 1.200

Totaal

€ 65.700

KOSTPRIJS VASTSTELLEN Een van de ontwikkelpunten, wanneer het inhoudelijke beleid is vastgesteld, is om een onafhankelijke kostprijs analyse te laten maken. Dat geeft zicht op de kosten van vve en wat we als gemeente aan bovenwettelijke inzet vragen van de kinderopvang. Dat zal een aantal financiele scenario’s opleveren waarmee gemeente De Wolden jaarlijks haar uur prijs voor vve vast kan stellen.

27

BIJLAGE 1 – EVALUATIE EN PRIORITERING UITKOMSTEN Bijeenkomst evaluatie vve beleid De Wolden 8 februari 2023: inventarisatie speerpunten NB: sterretjes zijn stickers TOP 10 AANDACHTSPUNTEN QUA PRIORITERING • Bewustwording belang van vve (22) • Clusteroverleg: - borgen en evalueren (11) • Driehoek gesprek altijd bij vve geïndiceerde kinderen (10) • Huisbezoeken mogelijk maken (8) • Checklist vve locaties (8) • Kwaliteitscriterium voor vve programma werkt belemmerend. Aanpassen (6) • Warme overdracht (voor vve) altijd koppelen aan intakegesprek (6) • Doelgroepdefinitie herformuleren en evalueren (5) • Goede registratie van vve geïndiceerde kinderen in het onderwijs (5) • Ouders in vroeg stadium informeren over vve (4) • Vaste aanspreekpunt voor ouders t.a.v. vve (3) • Meer structureel contact voorschool en CB/jeugdverpleegkundige (3) • Eerder vve-indiceren (3) • Goed zicht op non bereik en reden (2) • Resultaatafspraken maken (2) • Het kader t.a.v. het aanbod van vve moet duidelijk zijn (2) • Meer kennis van vve in het onderwijs (1) • Vve aantrekkelijk maken voor ouders (1) • Beleid vanuit gemeente t.a.v.

inzet pedagogisch beleidsmedewerker VE (1) • Nieuwsbrief vve breder verspreiden (1) VVE VOORSCHOOLSE PERIODE EN OUDERBETROKKENHEID • Resultaatafspraken maken ** • Meer kennis van vve in het onderwijs * • Goede registratie van vve geïndiceerde kinderen in het onderwijs ***** • Ouders in vroeg stadium informeren over vve **** • Als gemeente vve aantrekkelijk maken voor ouders * • Korte lijnen met ouder en consultatiebureau • Een vaste vertrouwde aanspreekpersoon voor ouders, zoals bijvoorbeeld SMW *** • Huisbezoeken mogelijk maken ******** • Meer structureel contact tussen voorschool en consultatiebureau * • Eerder (voor)indiceren vve, zodat dit snel kan worden omgezet naar een indicatie zodra dit nodig is *** • Kader m.b.t. aanbod vve moet breed uitgezet worden ** • Toetsing van aanbod volgens dat brede kader: wie/wat? • Subsidiekader inzet pedagogisch beleidsmedewerker VE: gemeentelijk beleid op inzet van pedagogisch beleidsmedewerker VE i.s.m. het werkveld * • Nieuwsbrief vve vanuit de gemeente breder verspreiden * • Trends en onderzoeksgegevens meenemen in de gemeentelijke nieuwsbrief 28

VVE IN BASISONDERWIJS • Kwaliteitscriterium voor vve programma werkt belemmerend. Aanpassen ****** • Checklist vve locaties ******** • Kennis van vve in het basisonderwijs vergroten middels clusteroverleg • Resultaten vve opstellen DOORGAANDE LIJN • Warme overdracht (voor vve) altijd koppelen aan intakegesprek ****** • Driehoek gesprek altijd bij vve geïndiceerde kinderen ********** • Overdracht digitaliseren • Overdracht: centraal voorblad en volledige uitdraai KVS/LVS kinderopvang (ook digitaliseren) • Clusteroverleg: - borgen en evalueren *********** Centraal Haalbaar in tijd (jaarplanning) Beleid moet helder zijn DOELGROEP DEFINITIE • Herformuleren en evalueren ***** • Breder verspreiden van definitie i.v.m.

signalerende taak PM’ers en beschikbaar maken Indiceren en toeleiden • Bewustwording belang van vve ********** ********** ** - Bij ouders door jeugdverpleegkundige/consultatiebureau - Bij de huisarts/verloskundige? - Bij ouders door PM’ers/websites - Gastouders? - Logopedist • Zicht krijgen op bereik en non-bereik • Inzichtelijk maken welke locaties vve geregistreerd zijn • Contact tussen jeugdverpleegkundige en ouders/PM’ers verbeteren ** • Zicht houden op kinderen die wel een indicatie hebben maar niet naar de opvang gaan * • Hoe bereiken we ouders/kinderen voor wie vve wel nodig is, maar die dat niet willen? * VERVOLG: • Energie behouden en proces • Constructief • Ontmoeting breed is waardevol (1 à 2 keer per jaar) • Per thema in kleinere groepen bijeenkomen

29

BIJLAGE 2 – AANVULLENDE INFORMATIE DOELGROEPDEFINITIE CUMI-LIJST Leerling behorend tot een culturele minderheid, door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gedefinieerd als een leerling die aan één van de onderstaande voorwaarden voldoet: - Behoort tot een Molukse bevolkingsgroep; - Ten minste één van de ouders/voogden is afkomstig uit Griekenland, Italië, (voormalig) Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije; - Ten minste één van de ouders/voogden is afkomstig uit Suriname, Aruba of de Nederlandse Antillen; - Ten minste één van de ouders/voogden is afkomstig uit een ander, niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië; - Ten minste één van de ouders/voogden is door de Minister van Justitie als vreemdeling toegelaten op grond van artikel 15 van de Vreemdelingenwet. Definities rondom inburgering etc. In deze categorie vallen alle kinderen die behorend tot een gezin dat als asielzoeker, nieuwkomer, vluchteling of inburgeraar in Nederlands is en nog niet de status heeft van statushouder. ASIELZOEKER Een asielzoeker is iemand die om uiteenlopende redenen zijn of haar herkomstland heeft verlaten om in een ander land bescherming te zoeken door asiel aan te vragen. Wanneer iemand asiel aanvraagt, wil diegene erkend worden als vluchteling.

VLUCHTELING Een vluchteling is iemand die zijn of haar land van herkomst ontvlucht vanwege gegronde vrees voor vervolging. Bijvoorbeeld door: ras of nationaliteit, godsdienst, politieke overtuiging, oorlog of het behoren tot een bepaalde sociale groep. NIEUWKOMER Nieuwkomers zijn personen die niet in Nederland geboren zijn, maar hierheen zijn gekomen met als doel voor langere tijd te blijven. De term nieuwkomers omvat dus ook vluchtelingen en statushouders, en daarnaast ook andere personen die naar Nederland zijn gekomen voor bijvoorbeeld gezinshereniging, studie of werk. INBURGERAAR Nieuwkomers/asielzoekers, die bezig zijn met een inburgeringstraject. STATUSHOUDER Een statushouder mag (voorlopig) blijven in Nederland en wordt toegewezen aan een gemeente in Nederland. Een statushouder is verplicht een inburgeringstraject te doorlopen. De gemeente voert regie op dit traject. Na afronding van het inburgeringstraject is de statushouder ingeburgerd en volwaardig onderdeel van onze maatschappij.

30

LAAGGELETTERDHEID Iemand die laaggeletterd is heeft moeite met lezen en schrijven. Mensen vinden het lastig om over dit onderwerp te praten. Het is dus ook lastig om erachter te komen of iemand laaggeletterd is. Er zijn een aantal signalen waar je op kan letten. • Alleen kijken naar een tekst zonder de ogen te bewegen over de tekst. • Geen punten of komma’s gebruiken. • Geen e-mailadres hebben. • Een slecht leesbaar handschrift hebben. • Vaak of een lange periode werkloos zijn. • Een uur te vroeg of te laat zijn op een afspraak. • Negatief praten over schoolervaring. • Smoesjes gebruiken (bijv. ‘bril vergeten zijn’ of ‘zere hand hebben’) als gevraagd wordt iets te lezen of te schrijven • Weinig tot niet voorlezen • Afspraken niet opschrijven. Taalpunt De Wolden biedt ondersteuning voor mensen die hulp willen bij beter leren lezen en schrijven.

31

BIJLAGE 3 – KWALITEITSEISEN De kwaliteitseisen worden gesteld aan alle vve-locaties die voorschoolse educatie aanbieden. Alle locaties voldoen aan de wettelijke eisen in het kader van vve zoals beschreven in de: • Wet Kinderopvang • Wet innovatie en Kwaliteit Kinderopvang • Basisbesluit kwaliteit voorschoolse educatie • Toezichtkader onderwijsinspectie • De GGD eisen, zoals bepaald in de Wet Kinderopvang. Dit wordt in gemeente de Wolden op de volgende manier vertaald: ALGEMEEN • Er is een schriftelijke risico-inventarisatie die de risico’s van de opvang van kinderen in beeld brengt. • Er geldt een informatieplicht aan ouders over het beleid. • Er is een oudervertegenwoordiging en er is een klachtenregeling. • De voertaal is Nederlands. • Er moet voldaan worden aan de eisen rond veiligheid en gezondheid, brandweervoorschriften en eisen aan speeltoestellen en keukenhygiëne. Groepsgrootte en beroepskracht – kind ratio • De beroepskracht - kind ratio bedraagt één beroepskracht op maximaal acht kinderen. • De groepsgrootte is maximaal 16 kinderen. • Op elke groep is er minimaal één beroepskracht met opleidingsniveau PW-3. Voor een vve-locatie geldt een aantal van 1 op 8. • Op elke locatie is een hbo pedagogisch beleidsmedewerker vve beschikbaar. Als er vve-kinderen zijn wordt er per kind 10 uur op jaarbasis ingezet.

UREN • Kinderen die geïndiceerd zijn voor vve kunnen op vve-locaties. o Vanaf 2,5 jaar gebruik maken van het vve-programma. o 4 dagdelen naar de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf komen of minimaal 16 uur per week aan het vve-programma deelnemen. o Minimaal drie keer in de week deelnemen aan een kleine kring activiteit. o Het vve-aanbod vindt plaats in heterogene groepen. OPLEIDING EN SCHOLING PEDAGOGISCH MEDEWERKERS • Personeel moet in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. • 100% van de medewerkers per locatie voldoen aan het taalniveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen en taalniveau 2F voor schrijven. Deze eis geldt per 1 augustus 2019. • Alle pedagogisch medewerkers hebben minimaal opleidingsniveau PW3. • 100% van de medewerkers per locatie is vve-geschoold. Hiermee wordt bedoeld dat medewerkers voldoen aan de eis vve-geschoold zoals deze door de onderwijsinspectie en GGD wordt gesteld. In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie wordt aangegeven dat de scholing uit minimaal 12 dagdelen moet bestaand en gericht moet zijn op in ieder geval de volgende onderwerpen: 32

o Het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie. o Het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind (in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling). o Het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van VE. o Het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. o De aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. Deze eis is ingegaan vanaf 1 januari 2018. Alle certificaten die voor deze datum zijn behaald en alle scholingen die voor deze datum zijn gestart vallen onder de overgangsregeling en voldoen derhalve aan de criteria. Voor medewerkers die in hun initiële opleiding een keuzedeel voorschoolse educatie hebben gevolgd en deze met een voldoende resultaat hebben afgerond (bewijs moet overlegd kunnen worden), is deze aanvullende scholingseis niet van toepassing. • De nascholing van medewerkers in het kader van vve is vastgelegd. Er is een jaarplan deskundigheidsbevordering (opleidingsplan), waarin uitgewerkt is voor zittende medewerkers, invalmedewerkers en toekomstige medewerkers hoe aan de opleidingseisen van vve en de borging daarvan blijvend wordt gewerkt. Concreet wordt er gesproken over het onderhouden van de kennis en vaardigheden van beroepskrachten.

Belangrijk is dat aangegeven wordt hoe er wordt aangesloten bij de actuele eisen aan kennis en vaardigheden. Het opleidingsplan moet jaarlijks geëvalueerd worden en waar nodig worden bijgesteld. • Er vinden jaarlijks minimaal 2 borgingsbijeenkomsten plaats gericht op de vve- certificering. De door de gemeente georganiseerde inspiratiebijeenkomsten mogen als vervanging van deze borgingsactiviteiten dienen. Op het moment dat de locatie met een scholingstraject gericht op vve bezig is, vervalt deze eis gedurende het scholingstraject. AANBOD • Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Het staat de locaties vrij om te kiezen welk programma dit is. Het gekozen programma moet wel een integraal programma zijn. Organisaties kunnen in De Wolden kiezen voor een programma dat is opgenomen in de databank effectieve jeugdinterventies van het NJI of voor een werkwijze die is gebaseerd op de aanpak opbrengstgericht werken, zoals deze binnen gemeente De Wolden is opgesteld. • Er wordt op de vve-locaties gewerkt met een kindgericht kindvolgsysteem. Er vindt gedurende de voorschoolse periode 3 keer een observatie plaats. De eerste observatie 3 maanden na instromen.

Er wordt geobserveerd op de 4 vve- ontwikkelingsdomeinen (Taal, Rekenen, SEO en Motoriek). De resultaten moeten worden vastgelegd in een dossier. • In het pedagogisch beleidsplan van de locatie is een apart onderdeel opgenomen over voorschoolse educatie. Hierin wordt in ieder geval omschreven: o Het vormgeven aan het voorschools educatief aanbod. o Het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. o Het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop aanpassen van het aanbod van vve. o Het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. o Het op passende wijze inrichten van de ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie. o Het vormgeven van een doorlopende leer- en ontwikkellijn van voor- naar vroegschool.

33

AFSTEMMING MET HET BASISONDERWIJS • De vve-locaties werken aan een doorgaande lijn met de samenwerkende basisschool/basisscholen op het vveprogramma, het kindvolgsysteem, ouderbetrokkenheid en op (leerlingen)zorg. • De vve-locaties maken gebruik van het overdrachtsformulier zoals dat binnen gemeente De Wolden wordt opgesteld. Het volgende wordt minimaal overgedragen o De (reden van) de afgegeven indicatie; o Het gevolgde vve-programma; o De duur van het gevolgde programma. • De vve-locaties zorgen voor een warme overdracht van minimaal de kinderen die onder de doelgroep vve vallen en de kinderen met een specifieke begeleidingsbehoefte. Onder warme overdracht wordt minimaal het volgende verstaan: o Het door middel van een overlegmoment overdragen van de kinderen van de voorschoolse naar de vroegschoolse periode; o Ouders worden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de tweede helft van het gesprek; op deze manier kunnen de indrukken van thuis meegenomen worden (driehoeksgesprek). • De locaties nemen deel aan de binnen de gemeente georganiseerde clusteroverleggen vve. Deze vinden 2 tot 3 keer per jaar plaats. Er is elk overleg minimaal 1 vertegenwoordiger van de locatie aanwezig. EVALUATIE EN MONITORING • De vve-locaties werken mee aan het systematisch evalueren van het vve-beleid en leveren desgevraagd gewenste informatie daartoe.

Op termijn wordt naar een gemeentelijke monitor toegewerkt. • De vve-locaties maken gebruik van de kijkwijzer vve en het format plan van aanpak die zijn ontwikkeld in het kader van de resultaatafspraken. Jaarlijks leveren zijn volgens afspraak de gegevens aan die nodig zijn voor de meting resultaatafspraken.

34

BIJLAGE 4 – OPBRENGST GERICHT WERKEN VAN PROGRAMMA NAAR AANBOD VVE GEMEENTE DE WOLDEN INLEIDING De afgelopen beleidsperiode heeft gemeente De Wolden als kwaliteitscriterium gehanteerd dat er op de vve-locaties gewerkt moet worden met een vve-programma dat is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJI. De laatste jaren zijn er een aantal signalen gekomen, waaruit duidelijk wordt dat sommige organisaties in het kader van de IKC-ontwikkeling en de daaraan gekoppelde doorgaande lijn de voorkeur geven aan het aanpassen van de gekozen methode aan het basisonderwijs. Dit leidt er in sommige situaties toe, dat er met een methode wordt gewerkt die niet voldoet aan de kwaliteitseisen vve van de gemeente. Hierdoor krijgt deze locatie geen vve-registratie en ontstaat de onwenselijke situatie dat het non-bereik van doelgroep vve stijgt. Het aanbod van vve-locaties in de gemeente zorgt voor onvoldoende dekking. VOORNEMEN GEMEENTE DE WOLDEN De gemeente is voornemens om de eis t.a.v. het gebruiken van een methode uit de databank van het NJI aan te vullen. Uitgangspunt daarbij blijft dat er een garantie moet zijn dat het aanbod dat vve-kinderen op de voorschoolse instellingen krijgen passend en op maat is voor de betreffende doelgroep.

Concreet betekent dit dat de gemeente verwacht dat vve-kinderen in de voorschoolse instellingen geïdentificeerd zijn en een aanbod krijgen dat breder is dan de rest van de kinderen in de groep. Dit aanbod moet passend en voldoende onderbouwd zijn. De gemeente vindt het nog steeds wenselijk dat dit aanbod gebaseerd is op een vve-programma uit de databank van het NJI, maar ziet dat het noodzakelijk is om deze harde eis los te laten en te vervangen voor het criterium dat het aanbod voor de vve-kinderen op maat en gebaseerd op evidence-based principes (gelijk aan die van programma die wel in de databank van het NJI zijn opgenomen) moet zijn. De gemeente sluit hierbij een-op-een aan op de eisen die landelijk gesteld worden. Dit houdt in dat bij het opstellen van nieuwe criteria de gemeente een aantal uitgangspunten hanteert die in de evidence-based programma’s ook terug te vinden zijn (opgenomen in de databank effectieve jeugdinterventies van het NJI). Deze uitgangpunten zijn als volgt: • Het aanbod bestrijkt in voldoende mate de relevante ontwikkelingsdomeinen. We verwachten dat minimaal de domeinen taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motorische ontwikkeling op een gestructureerde en samenhangende manier aan bod komen, maar om op een goede en effectieve wijze vve aan te bieden is er meer nodig dan het minimum.

• De ontwikkeling van de kinderen wordt op systematische wijze gevolgd. Dit gebeurt door een kind-volgsysteem. Op het moment dat er geen vve-programma wordt gebruikt is dit kind-volgsysteem, gebaseerd op de SLO- doelen en onafhankelijk van de gebruikte methodiek voor de hele groep. Dit om te voorkomen dat er blinde vlekken ontstaan. • Aannemelijk moet worden gemaakt dat de aanpak bijdraagt aan de ontwikkeling van de ontwikkelingsdomeinen bij de deelnemende kinderen. Zo is er bijvoorbeeld voldoende tijd voor programma-activiteiten, de activiteiten zijn samenhangend en opbouwend, en ze werken toe naar onderwijsdoelen. • De taken en activiteiten zijn relevant en worden op verschillende wijzen aangeboden (bijvoorbeeld individueel, in grote groep, kleinere groep), en bieden de mogelijkheid om kinderen zelf actief te laten leren en om gedifferentieerd te werken.

35

• De uitvoerende professionals zijn opgeleid met een erkende vve-training en toegerust om de methodiek op goede wijze uit te voeren. Ze hebben een adequate vooropleiding gevolgd en zijn aanvullend getraind in het werken met deze doelgroep en deze specifieke methodiek (opbrengstgericht werken). OPBRENGSTGERICHT WERKEN In gemeente De Wolden kiezen we ervoor bovenstaande criteria te vertalen naar een praktisch uitgangspunt. Concreet betekent dit dat wij de organisaties, die ervoor kiezen niet te werken met een evidence-based programma (NJI), vragen hun aanbod vorm te geven op basis van de principes van het opbrengstgericht werken. In de voorschoolse periode spreken we liever van opbrengstbewust werken. We vragen van de organisaties het volgende: • Zij geven aan op welke wijze zij al werken volgens de elementen van het opbrengstbewust werken (zie onder) • Ze stellen een ontwikkelplan op t.a.v. de verdere stappen rondom OBW. • Zij geven heel duidelijk aan waar ze het aanbod voor de doelgroepkinderen in hun groep op baseren (eigen methodiek en waar nodig aanvulling uit andere methodieken NJI).

STAPPENPLAN VOOR OBW In het onderstaande schema zijn de verschillende elementen van opbrengstbewust werken terug te vinden. Er is een vertaalslag gemaakt van deze elementen naar zogenaamde “fasen van ontwikkeling”. Dit schema is bedoeld om inzichtelijk te maken wat de startsituatie van een locaties is als het gaat om OBW. Tegelijkertijd is dit schema bedoeld om een ontwikkeldoel per categorie vast te stellen. Op basis van deze ontwikkeldoelen wordt een implementatieplan opgesteld. Gemeente De Wolden hanteert als stelregel dat organisaties op 4 van de 5 onderdelen minimaal het streefdoel (voor in ieder geval de vve-kinderen) moeten halen om de vve-registratie te krijgen/vast te houden. Daarnaast moet helder zijn op welke wijze de organisatie toewerkt naar het realiseren van het vve-doel. Zolang het vve-doel niet bereikt is, werkt de organisatie met een plan van aanpak, waarin duidelijk wordt hoe hiernaar toe wordt gewerkt.

36

Startniveau

Verdieping

Streefdoel

Vve

Doelgericht werken

Opstellen van een Activiteiten voorbe- Activiteiten voordagschema volgens reiden vanuit Sleute- bereiden vanuit de principes van lervaringen Sleutelervaringen gehanteerde methoen SLO-doelen (Taal, diek en aanvulling Rekenen, SEO en vanuit programma motoriek) NJi.

Activiteiten voorbereiden vanuit Sleutelervaringen en SLO-doelen en doelen evalueren per thema.

Planmatig werken

Maken van een Maken van een dag jaarplanning op basis en weekplanning op van thema’s basis van gehanteerde methodiek

Het doelgericht voorbereiden van een thema. Het vertalen van dit aanbod naar weekplanningen volgens eigen programma en met aanvullingen uit NJi programma’s. Het systematisch bijhouden.

Het evalueren van de thema- en weekplanning vanuit de gestelde doelen. En dit als basis voor vervolg hanteren.

Volgen van de ontwikkeling

Het observeren van de kinderen tijdens het uitvoeren van de activiteiten volgens een observatiesysteem anders dan behorende bij de eigen methodiek.

Het (doelgericht en dagelijks) observeren van kinderen en dit vastleggen.

Het registeren en vastleggen van de ontwikkeling van kinderen in een daarvoor geschikt volgsysteem passend bij vve. (frequentie voorschools: 3 keer in peuterperiode, vroegschools:3 peer per schooljaar)

Het systematisch analyseren van de gegevens uit het volgsysteem.

Differentiatie

Het op basis van observaties maken van een doelgericht aanbod voor de hele groep.

Het op basis van observaties maken van een doelgericht aanbod voor kleine groepjes

Het op basis van dagelijkse, doelgerichte observaties en analyse van een daarvoor geschikt volgsysteem (passend bij vve), maken van een doelgericht aanbod voor kleine groepjes.

Het differentiëren in het gehele aanbod (leidster-gestuurde activiteiten en zelfgekozen activiteiten). Het afstemmen van het handelen en de interactie op het gedrag en de ontwikkeling van de kinderen in de groep tijdens diverse act./gedurende alle activiteiten

Aanbod

Het baseren van het aanbod op activiteiten.

Het baseren van het Het bepalen van aanbod op doelen en streefdoelen voor de ontwikkelingsbe- (sub)groepjes. hoefte van kinderen

Het systematisch analyseren en evalueren van het aanbod.

37

BIJLAGE 5 – VOORBLAD OVERDRACHT OVERDRACHT Zowel bij de kinderopvang als bij het onderwijs zijn goede leerlingvolgsystemen die voorzien in informatie voor de overdracht. Om ervoor te zorgen dat alle benodigde informatie in het overdrachtsdossier aanwezig is wordt er gebruik gemaakt van deze checklist. De volgende zaken worden in ieder geval in de overdracht vermeld: Er is sprake van een vve-indicatie die is afgegeven door de GGD.

Ja Nee

De indicatie is afgegeven op de volgende grond: Opleidingsniveau van de ouders Het land van herkomst van de moeder Het betreft een (kind uit een) vluchtelingen gezin, inburgeringstraject of een nieuwkomersgezin. Een risico op of een geconstateerde achterstand in taalontwikkeling: Aan de hand van het Van Wiechenonderzoek. Vanwege een achterstand in een of meer risicogebieden (motorische ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, zelfredzaamheid). Omdat er in de thuissituatie minder dan 50% van de tijd de Nederlands wordt gesproken. Omdat een van beide ouders laaggeletterd is. Er zijn risicofactoren in het gezin vanuit de GGD-omgevingsanalyse. Schuldsanering. Het kind heeft deelgenomen aan een vve-programma/aanbod passend bij de kwaliteitseisen van gemeente De Wolden gedurende de voorschoolse periode. Ja, voor … jaar en … maanden. Nee Driehoek gesprek Indien er sprake is van een vve-indicatie zal er een warme overdracht plaatsvinden.

Ja, de overdracht staat gepland Nee, maar wordt op korte termijn gepland Nee, dit is niet mogelijk om de volgende reden: ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Ouders worden zo goed mogelijk in dit proces betrokken en het heeft de dringende voorkeur dat ouders ook bij het overdrachtsgesprek aanwezig zijn. Ja, ouders zijn benaderd en sluiten aan bij het overdrachtsgesprek. Ja, ouders zijn benaderd maar sluiten niet aan bij het overdrachtsgesprek. Nee, ouders zijn niet benaderd maar dit gebeurt op korte termijn.

38

Het overdrachtsformulier wordt verder gevuld op basis van afspraken tussen de school en de toeleverende voorschoolse voorzieningen. Zij spreken onderling af welke informatie zinvol is om over te dragen aan het onderwijs. Deze informatie richt zich op zaken t.a.v. de ontwikkeling van het kind die voor het onderwijs relevant zijn om te weten zodat het aanbod voor het kind op school op de juiste manier vorm kan worden gegeven. Een mogelijk is om een uitdraai van het kindvolgsysteem toe te voegen.

39

actief en betrokken 40

dewolden.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14809131/1