BEGROTING VRD 2026 vastgesteld 250903
Tekst van het document
Inhoud Inleiding
3
Leeswijzer
4
Maatschappelijke weerbaarheid
5
Programmaplan Brandweerzorg Crisisbeheersing GHOR Bedrijfsvoering
6 7 11 13 15
Paragrafen Inleiding Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Verbonden Partijen Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalgoederen
20 21 21 28 32 33 34
Financiële begroting en meerjarenraming 2026 - 2029 Uitgangspunten begroting Ontwikkelingen begroting 2026 Recapitulatie meerjarenraming 2026-2029 Gemeentelijke bijdragen Geprognosticeerde balans en financiële kengetallen
35 36 37 38 39 40
Inleiding
D
e beleidsvisie 2025 – 2028 en het onderliggende risicoprofiel schetsen een beeld van de wereld om ons heen en de situatie waarin de organisatie VRD haar werk uitvoert. Deze plannen geven richting aan onze opgaven voor 2026. Tegelijkertijd is duidelijk dat de geopolitieke spanningen vragen om een versnelling van de uitvoering van de beleidsvisie. De versterking van de maatschappelijke weerbaarheid is een belangrijk thema. Dat komt verderop terug in deze begroting. Grote maatschappelijke ontwikkelingen met effect op VRD Geopolitieke spanningen lopen op en de Rijksoverheid roept op tot vergroten van de weerbaarheid in de samenleving. Daarbij zijn de veiligheidsregio’s een onmisbare schakel. In dit licht is de kans op bijvoorbeeld een cyberverstoring en daarmee de langdurige uitval van vitale voorzieningen in onze samenleving erg groot. De demografische druk in Drenthe, die aanzienlijk hoger is dan het landelijke gemiddelde, legt een zware last op ons arbeidspotentieel. Door de afname van het aantal jongeren en de toename van het aantal ouderen wordt de krapte op de arbeidsmarkt verder vergroot. Dit beïnvloedt ons dagelijks werk, onze operationele capaciteit en de inzetbaarheid van vrijwilligheid. Flexibele organisatie, maar de rek is eruit VRD is wendbaar en flexibel in de uitvoering van haar taken. De flexibele organisatie vangt veel veranderingen zelf op.
In relatie tot de stevige maatschappelijke ontwikkelingen om ons heen, is de interne organisatie van de VRD op dit moment kwetsbaar. Dat heeft verschillende oorzaken: • Continuïteit van de organisatie is nog niet voldoende georganiseerd
Meer dan voorheen moeten we bedrijfscontinuïteitsmanagement onderdeel maken van onze bedrijfsvoering. Want een grote storing, calamiteit of ramp raakt onze organisatie zelf ook. Dat betekent dat we moeten gaan zorgen voor genoeg mensen met de juiste kennis binnen onze kritische organisatieprocessen. • Te weinig slagkracht in operationele leiding brandweer en crisisbeheersing
De operationele leiding staat de komende jaren onder druk. Ervaren en opgeleide mensen hebben de organisatie verlaten, zijn of gaan met pensioen of zijn uitgevallen. De mentale druk van het vak is ook merkbaar in deze functies • Dekkingsplan voor de brandweer is theoretisch voldoende
Als één post uitvalt doordat er onvoldoende bezetting is, of doordat de post is uitgerukt voor een ander incident, gelden direct langere opkomsttijden voor de omliggende posten die moeten bijspringen.
3
Leeswijzer Deze begroting kenmerkt zich door een overzichtelijk indeling: brandweerzorg, crisisbeheersing, GHOR en bedrijfsvoering. Dat lijken op het eerste gezicht vier afzonderlijke onderdelen. Er is echter een grote verwevenheid en in deze begroting is dat ook zichtbaar. De begroting schetst ontwikkelingen en beleidsvoornemens. Het dagelijkse werk van de VRD is niet allemaal in tekst terug te lezen.
Tot slot Nieuwe dreigingen en uitdagingen leiden ertoe dat we keuzes maken in de context en dynamiek van het moment waarin deze keuzes nodig zijn. Deze context kan korte tijd later alweer heel anders zijn. We kijken daarom naar de grotere lijnen. Wij maken keuzes op het moment dat deze nodig zijn.
Aandachtspunt Door het Rijk is een korting van 10% aangekondigd op de BDuR rijksbijdrage. Op het moment van vaststelling van deze begroting is duidelijk dat deze korting hoogstwaarschijnlijk door gaat in 2026. Dit is niet verwerkt in de voorliggende begroting. De omvang van het nadelig financieel effect, wordt in 2026 duidelijk.
4
Maatschappelijke weerbaarheid In december 2024 heeft het kabinet een brief gestuurd naar de Tweede Kamer en alle burgemeesters. Hierin werd geïnformeerd dat onze veiligheid en vrijheid in tijden niet zo kwetsbaar is geweest. De kans dat Nederland betrokken zal raken bij een grootschalig gewapend conflict, stijgt. Er is ook gewaarschuwd voor andere dreigingen zoals extreem weer, cyberaanvallen en risico’s voor belangrijke infrastructuur. Al deze dreigingen zijn onderkend in het regionaal risicoprofiel en het zorgrisicoprofiel en hebben een plek in de meerjarenbeleidsvisie 2025-2028. Deze oproep vraagt wel om een versnelling van de uitvoering van de beleidsvisie. Het weerbaar maken van de Drentse samenleving is een gezamenlijke inspanning, waarbij een actieve stimulerende, faciliterende en soms uitvoerende rol voor de overheid is weggelegd. Om inspanningen goed op elkaar af te stemmen en omdat personele en financiële middelen schaars zijn, heeft het algemeen bestuur de VRD gevraagd om een plan van aanpak op te stellen. De eerste visie is om samen met gemeenten, de VRD en maatschappelijke partners een programma met betrekking tot maatschappelijke weerbaarheid te maken. Dit programma moet goed aansluiten bij de bestaande structuren en netwerken in de samenleving en het naoberschap.
Het programmamanagement zal op onderdelen binnen het programma een sturende rol, maar op het geheel vooral een gidsende rol hebben, met een actieve informatiefunctie richting bestuur en samenleving. Het inhoudelijk vormgeven van de maatschappelijke weerbaarheid hangt samen met de thema’s van het regionaal risicoprofiel en het versneld uitvoeren van speerpunten van de beleidsvisie. Om die reden zal het nodig zijn om incidenteel extra middelen beschikbaar te maken.
5
Programmaplan
Brandweerzorg In 2026 wordt het meerjarig verandertraject ‘Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg’ verder doorontwikkeld en uitgerold. Dit programma zorgt ervoor dat we in de toekomst goede brandweerzorg blijven leveren. We houden in dit programma expliciet rekening met een acceptabele belasting van brandweermensen en beheersbare kosten van brandweerzorg in zijn totaliteit. We bereiden ons op die manier voor op een toekomstbestendige brandweerzorg. Verder moeten we ons blijven inspannen aan de veranderende omstandigheden en ontwikkelingen van de wereld. In de huidige tijd heerst er groeiende bezorgdheid over de snel veranderende geopolitieke wereld en de impact daarvan op VRD en haar mensen. De dynamiek van internationale relaties, conflicten en economische veranderingen kunnen directe gevolgen hebben voor de VRD. Ook de gevolgen van extreme weersomstandigheden stellen de VRD voor nieuwe uitdagingen. De noodzaak om zich aan te passen aan deze veranderende omstandigheden vereist niet alleen extra training en middelen, maar ook het blijvend actualiseren van de strategieën die worden gebruikt. Daar wordt in 2026 weer volop aan gewerkt.
Klimaatadaptatie en natuurbrandbeheersing Klimaatverandering veroorzaakt steeds vaker weerextremen, zoals extreme droogte afgewisseld met langdurige natte periodes. Deze verandering veroorzaakt daarmee ook grotere veiligheidsrisico's. Door de stijgende temperaturen en veranderende neerslagpatronen worden veel gebieden droger, wat de kans op natuurbranden vergroot. Deze branden kunnen verwoestend zijn voor zowel de natuur als de mens. Beperking van deze risico's is vooral mogelijk door het nemen van preventieve maatregelen in de inrichting van het landschap. Vanuit het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) is subsidie toegekend om de bluswatervoorziening in de natuur uit te breiden. In 2026 zijn extra bluswatervoorzieningen in de natuur beschikbaar die kunnen worden gebruikt ten tijde van een natuurbrand. Ook wordt in 2026 de Drentse uitwerking van de landelijke visie op Natuurbrandbeheersing inclusief het bijbehorende uitvoeringsplan in uitvoering gebracht. Tot slot wordt intern samengewerkt met team crisisbeheersing op het snijvlak van deze opgave.
Investering in kennisverzameling en -overdracht De energietransitie is van groot maatschappelijk belang, maar draagt ook specifieke veiligheidsrisico's in zich voor de samenleving en brandweer. Elektrische voertuigen, zonnepanelen en buurtbatterijen kunnen bijvoorbeeld brandgevaar opleveren als ze niet correct worden geïnstalleerd of onderhouden. Daarnaast is er een verhoogd risico op chemische branden en explosies, vooral bij het gebruik van waterstof en andere alternatieve brandstoffen. De brandweer moet zich aanpassen aan deze nieuwe risico's. De ontwikkelingen gaan alleen zo snel dat het voor de brandweer niet meer mogelijk is om zelf alle kennis en expertise te hebben. Om deskundig te kunnen blijven adviseren over nieuwe fysieke risico's in de samenleving moet VRD betrokken blijven in deze ontwikkelingen. Samenwerken en kennisdelen is noodzakelijk. In 2026 zijn (nieuwe) kennisnetwerken beschikbaar die wij kunnen inzetten om de calamiteiten die ontstaan op een veilige manier te bestrijden. Deze kennisnetwerken gaan specifiek in 2026 van groot belang zijn. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de energietransitie en de bijkomende effecten die daaraan gekoppeld zijn, gaan in 2026 meer en meer zichtbaar worden. Het is om die reden essentieel dat we blijvend energie steken om deze kennisverzameling en -overdacht mogelijk te maken om voorbereid te zijn op de toekomst.
7
Brandweerzorg Krapte operationele leiding Personeelsverloop zet in toenemende mate de bedrijfsvoering binnen de brandweer onder druk. Deze druk doet zich vooral voor bij het team vakbekwaamheid en bij de operationele leiding waar een tekort aan brandweerofficieren is ontstaan. Om deze druk op te vangen heeft de VRD een plan geformuleerd hoe de samenwerking, nieuwe instroom en aangepaste werkwijze het huidige verloop kan compenseren. Wegens beperkte beschikbaarheid van landelijke opleidingsplekken kan in 2026 een nieuwe instroom van mensen beginnen aan de opleiding voor (hoofd) officier van dienst. Dit houdt in dat zij vanaf 2027 inzetbaar zijn. Tot die tijd blijft de inzet van operationele leiding kwetsbaar.
Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg In het ‘Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg’ benoemen we vier belangrijke onderdelen: 1. De behapbare basis: Een goede balans tussen de noodzakelijke kennis en vaardigheden voor het basis brandweeroptreden en de mogelijkheden van onze brandweermensen. 2. Ondersteuning (op afstand): De mogelijkheden om deskundige kennis en vaardigheden acuut te delen. 3. Samenleving betrekken: Meer capaciteit uit de samenleving benutten. 4. Vitale brandweerposten: Een aantrekkelijke en veilige werkomgeving voor (potentiële) brandweermensen (vitale brandweerposten). In 2026 worden de volgende stappen ondernomen:
Behapbare basis De behapbare basis richt zich op het in balans brengen van de vakbekwaamheidslast (opgeleid worden en geoefend blijven) van brandweermensen op de posten door het takenpakket af te stemmen op de inzetpraktijk. De uniforme taakinvulling van Drentse brandweerposten verandert naar een gedifferentieerde taakinvulling met een gelijkwaardig veiligheidsniveau. In voorgaande jaren zijn al verschillende pilots uitgevoerd, zoals ‘uitrukken op maat’ en ‘hulp bij waterongevallen’, hierdoor is draagvlak gecreëerd voor deze verandering. In 2026 starten we met een pilot op het thema ‘werken op hoogte en rietkapbrandbestrijding’ waarbij deze ingewikkelde taak (die tot op heden tot het basistakenpakket behoorde) te centraliseren. Het takenpakket wordt dan belegd bij enkele posten die affiniteit hebben met deze taak. Daarnaast wordt in 2026 waarschijnlijk gestart met een nieuw concept voor de opleiding manschap. De opleiding wordt modulair, waarbij het mogelijk is om de opleiding beter af te stemmen bij de mogelijkheden van de kandidaat en de behoefte van de organisatie.
Ondersteuning (op afstand) Samen met andere veiligheidsregio’s en onze meldkamer in Noord-Nederland wordt in 2026 een eerste verkenning gemaakt voor het opzetten van een operationeel centrum voor de brandweer. Dit centrum moet gaan bijdragen aan de kwaliteit van incidentbestrijding op straat. De juiste informatie op het juiste moment aanbieden draagt bij aan de effectiviteit en veiligheid van besluitvormingsprocessen op straat. In 2026 worden de eerste contouren zichtbaar. Gelijktijdig aan de op- en inrichting van het operationeel centrum vindt live ondersteuning plaats, dat is gestart door eerdere pilots, in 2026 al plaats. Resultaten van deze pilots worden verwerkt in de verkenning van een operationeel centrum. Deze ontwikkeling kan geplaatst worden in de bredere ontwikkelen rondom kennis gedreven en informatiegericht werken. Daarom wordt er nauw samengewerkt met ontwikkelingen zoals het VIK (veiligheidsinformatieknooppunt) dat speelt binnen crisisbeheersing. Het informatiegestuurd werken wordt de komende jaren binnen het VIK verder doorontwikkeld.
8
Brandweerzorg
Drones De inzet van drones is niet meer weg te denken uit onze wereld. Tussen 2024 en 2026 wordt middels een pilot onderzocht op welke wijze deze technologie van meerwaarde kan zijn en hoe het ons helpt inzicht bij incidenten en crisis te vergroten. In 2026 gaat de VRD door met experimenteren met digitale verkenningsmiddelen, waaronder met drones en rov’s (remotely operated vehicles) op het water. Tegelijkertijd wordt in 2026 de pilot met betrekking tot de inzet van drones geëvalueerd. Afhankelijk van de uitkomst hiervan worden keuzes gemaakt over het structureel maken van deze taak. Dit kan effecten hebben op de begrotingen van de jaren opvolgend.
Samenleving betrekken Brandweerposten bevinden zich vaak midden in de samenleving, wat hen een cruciale rol geeft in de gemeenschap. Ze zijn niet alleen strategisch geplaatst om snel te kunnen reageren op noodsituaties, maar fungeren ook als een herkenbaar en toegankelijk punt voor burgers. Drenthe is een landelijk gebied en kent, op brandweerkazerne Emmen na, een brandweer op basis van vrijwilligheid. Op basis van de demografie (vergrijzing) neemt het aantal potentiële brandweervrijwilligers af de komende jaren. Deze trends verschillen per post maar de algemene trend is aanwezig. Hulp vanuit de samenleving is dan ook van grote waarde binnen Drenthe. In 2026 starten we kleinschalige pilots om te onderzoeken welke vrijwillige energie er in de Drentse samenleving aanwezig is om de brandweerzorg in Drenthe te verbeteren. Op die manier wordt gekeken of we de samenleving nog beter kunnen betrekken bij de brandweerzorg in Drenthe. Ook het omgekeerde geldt. We onderzoeken niet alleen hoe we de samenleving beter kunnen betrekken bij de brandweerzorg. Ook verkennen we in 2026 welke rol de brandweer kan hebben bij de verhoging van de maatschappelijke weerbaarheid. De posten kunnen dienen als uitvalbasis (resilience point) als de stroom, het water en/of internet in de Drentse samenleving is uitgevallen.
Dit vraagt niet alleen iets van de huisvesting van de brandweer, maar ook van onze crisisorganisatie. Voor 2026 betekent dit dat we inzichtelijk moeten maken welke aanpassingen nodig zijn om de brandweerposten voor te bereiden op deze taak. Hierin vindt samenwerking plaats met de crisisorganisatie op het snijvlak van deze opgave.
9
Brandweerzorg Vitale posten Fysieke en mentale gezondheid is belangrijk voor duurzame inzetbaarheid van brandweermensen. Vanzelfsprekend vraagt het vak een goede fysieke fitheid, maar is mentale fitheid even zo belangrijk. Mensen die zich mentaal en fysiek gezond voelen zijn beter in staat hun werk te doen. In 2025 wordt een landelijke regeling omtrent PTSS vastgesteld. Deze regeling moet worden geïmplementeerd in ons eigen beleid. Dit brengt financiële gevolgen met zich mee. In 2026 ligt er een afgerond beleid rondom mentale weerbaarheid. Ook worden in 2026 de eerste stappen gezet naar een meer passende brandweerkeuring om diversiteit binnen de brandweer te bevorderen.
Financiën Programma Brandweerzorg Jaarrekening
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
Meerjarenraming 2027
2028
2029
Programma Brandweerzorg Incidentbestrijding
Baten
9
6
7
7
7
7
Techniek en Logistiek
Baten
28
32
22
22
22
22
Huisvesting
Baten
83
55
59
59
59
59
MNN
Baten
65
65
65
65
65
65
Investeringen
Baten
321
119
119
119
119
119
Saldo lasten
Saldo
504
276
272
272
272
272
Incidentbestrijding
Lasten
-10.048
-9.912
-11.334
-11.599
-11.766
-11.923
Operationele informatievoorziening
Lasten
-834
-1.033
-225
-225
-225
-225
Techniek en logistiek
Lasten
-3.246
-2.975
-3.074
-3.074
-3.074
-3.074
Vakbekwaamheid
Lasten
-4.243
-4.610
-4.252
-4.252
-4.252
-4.252
Risicobeheersing
Lasten
-2.501
-2.434
-2.552
-2.552
-2.552
-2.552
Huisvesting
Lasten
-617
-516
-531
-531
-531
-531
MNN
Lasten
-967
-847
-867
-918
-952
-987
Investeringen
Lasten
-3.432
-4.205
-4.478
-4.538
-4.598
-4.598
Saldo baten
Saldo
-25.889
-26.531
-27.313
-27.689
-27.950
-28.143
-25.384
-26.255
-27.041
-27.417
-27.678
-27.870
Totaal programma Brandweerzorg
Toelichting bij de tabel: - De kapitaalslasten nemen toe op basis van eerdere afspraken. - Door ontwikkeling van loonkosten nemen de kosten voor MMN en Incidentbestrijding toe Hier wordt ter informatie kort opgesomd welke kosten onder de verschillende posten worden verantwoord: - Onder Incidentbestrijding worden de kosten van de vrijwilligers en de medewerkers op de meldkamer verantwoord. - Onder Operationele informatievoorziening zijn de kosten opgenomen voor soft- en hardware voor navigatie en paraatheidsystemen. - Onder Techniek en logistiek staan de kosten voor het onderhoud materieel. - Onder Vakbekwaamheid staan de kosten voor het opleiden en oefenen van het repressieve brandweerpersoneel. - Onder Risicobeheersing worden de kosten verantwoord voor (brand)veilig leven. De kosten bestaan uit het geven van voorlichting onder meer op scholen en het voeren van campagnes, zoals de Bock-campagne. - Onder MNN wordt ons aandeel in de kosten voor de Meldkamer Noord Nederland verantwoord. - Onder Huisvesting worden de kosten verantwoord voor het beheer en onderhoud van de verschillende brandweerposten, voor zover dat de verantwoordelijkheid is van de VRD als gebruiker. - Onder de Investeringen worden de kosten van vervanging van het materieel verantwoord.
10
Crisisbeheersing Team crisisbeheersing spant zich in om rampen en crises te voorkomen, zo klein mogelijk te houden of zo snel mogelijk te beheersen. Dat doen we in nauwe samenwerking met netwerkpartners die medebepalend zijn voor de slagkracht van de VRD. Uitgangspunten van crisisbeheersing zijn een flexibel crisis opschalingsmodel, een breed crisisnetwerk en een goed voorbereide crisisorganisatie en accuraat informatiemanagement. In 2026 wordt dat verder doorontwikkeld en verstevigd.
Informatiegestuurde veiligheid Crisisbeheersing is in de afgelopen tien jaar naar een hoger niveau getild. De versterkingsgelden als onderdeel van de BDUR hebben daar een impuls aan gegeven. We verschuiven steeds meer van reageren op grote incidenten naar een alerte signaleringsorganisatie. Op die manier kunnen we ons beter voorbereiden op risico’s en dreigingen. Toch blijft een sterke responsorganisatie nodig voor onverwachte situaties. In dit proces is informatie een sleutelbegrip: juiste en betrouwbare informatie, in samenhang, ontsloten voor de crisisorganisaties van VRD, gemeenten en partners. Daarom gaan we ook in 2026 door met het versterken en doorontwikkelen van onze informatiepositie. Hierin is een grote rol voor het VIK weggelegd, omdat het zowel tijdens kort- als langdurende verstoringen en crises een rol kan spelen in de aanvulling op de informatiepositie. Deze versterking is van belang voor crises in Drenthe. Maar ook voor de samenwerking op bovenregionaal en landelijk niveau, bij dreigingen en crises die de regiogrens overschrijden. We verbinden lokale, regionale en landelijke informatiebronnen. Er is ook een landelijk versterkingsproces om met de 25 veiligheidsregio’s en landelijke partijen tot uniformiteit te komen. Dat bereiken we stap voor stap. Met beschikbare BDUR-middelen zetten we deze ontwikkeling ook in 2026 voort.
De ambitie is om met 3Noord tot meer samenwerking te komen en ook de dienstverlening buiten kantoortijden te verlenen.
Krapte operationele leiding Eerder werd het tekort aan opgeleide brandweerofficieren geduid. Ook in de multidisciplinaire piketten is het ijs dun. Hier moet de bezetting worden versterkt en moet de vijver waaruit gevist wordt, groter worden. Dat doen we door op verantwoorde wijze ook collega’s met een niet traditionele achtergrond te benaderen, op te leiden en te begeleiden. Verder wordt verkend op welke manier hierin nog slimmer kan worden samengewerkt met de buurregio’s (interregionale piketten). We verwachten dat de maatregelen die we in 2025 nemen in 2026 leiden tot een robuustere crisisorganisatie. In de rollen waarin dat past wordt meer ingezet op digitale nabijheid in plaats van fysieke nabijheid.
Continuïteit crisisorganisatie Als gevolg van personeelstekort moeten we op zoek naar alternatieve oplossingen voor het bevorderen van de continuïteit van de crisisorganisatie. Interne continuïteit is onmisbaar. Dit geldt niet enkel voor de VRD, maar ook de gemeenten. In de weerbaarheidsaanpak die eerder in deze begroting benoemd is, bundelen we krachten, onverlet de eigen verantwoordelijkheden.
Klimaatadaptatie Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor onze omgeving. Dit is onder ‘Brandweerzorg’ al aangestipt. Een groot gevolg van klimaatverandering is het toenemende risico op natuurbranden. Tezamen zetten we ons in bij het bereiken van de doelstellingen. Tot slot wordt aangesloten bij de bredere weerbaarheidsaanpak.
11
Crisisbeheersing Evacuatieregio Drenthe Drenthe is aangewezen als een evacuatieregio bij een (dreigende) overstroming. Dit betekent dat we ons moeten voorbereiden op het opvangen van evacués wanneer elders in het land mensen voor het water op de vlucht moeten. Er worden plannen gemaakt om Drenthe hierop voor te bereiden. We leggen een relatie met de uitvoering van de weerbaarheidsopgave. We gaan verder werken aan het doel om zo snel mogelijk een callcenter actief te hebben die vraag en aanbod van tijdelijke woonruimte bij elkaar brengt. Daarnaast denken we samen met gemeenten na over een netwerk van locaties waarvan de bewoners weten dat zij daar hulp kunnen vragen of aanbieden (resilience points).
Uniform Kwaliteitsniveau voor Bevolkingszorg Het landelijk opgestelde Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg (UKB) is leidend voor Drenthe. Dat is ook vastgesteld door het algemeen bestuur. Drenthe haakt aan op deze landelijk ontwikkelingen en kent binnen crisisbeheersing haar eigen project. In 2026 wordt het regionaal projectplan UKB geïmplementeerd bij de Drentse gemeenten.
Geen prioriteit voor internationale samenwerking Drenthe is een grensregio. Dat betekent dat er samen met aangrenzende, Duitse regio’s een wederzijdse verantwoordelijkheid is ten aanzien van gezondheid en veiligheid tijdens incidenten en crises. Internationale samenwerking is eerder als aandachtspunt voor de toekomst genoteerd. Toch concluderen we dat dit onderwerp, door onvoldoende capaciteit in tijd en menskracht, geen prioriteit krijgt. De operationele samenwerking die we momenteel hebben met Duitse hulpdiensten blijft onverminderd bestaan.
Financiën Programma Crisisbeheersing Jaarrekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Programma Crisisbeheersing Crisisbeheersing
Baten
1.635
1.522
2.056
2.056
2.056
2.056
Saldo baten
Saldo
1.635
1.522
2.056
2.056
2.056
2.056
Crisisbeheersing
Lasten
-2.266
-2.154
-2.380
-2.380
-2.380
-2.380
Saldo lasten
Saldo
-2.266
-2.154
-2.380
-2.380
-2.380
-2.380
-632
-633
-325
-325
-325
-325
Totaal programma Crisisbeheersing
Hier wordt ter informatie kort opgesomd welke kosten onder de verschillende posten worden verantwoord: - Onder het programma Crisisbeheersing worden de kosten verantwoord voor het in stand houden van de Drentse crisisorganisatie. Bijvoorbeeld de kosten voor de zelftest en oefenen in de veiligheidsketen. - De van het Rijk ontvangen middelen voor de Versterking Crisisbeheersing.
12
GHOR
Zorgcontinuïteit in de keten Het zorglandschap verandert en staat onder druk. Er is sprake van dubbele vergrijzing, mensen worden ouder en dat gaat gepaard met een toenemende zorgvraag in onze samenleving. Daarnaast is er sprake van een krimpende arbeidsmarkt. Het tekort in de zorg loopt verder op. Veel zorg verplaatst zich van de intramurale zorginstelling richting de eigen leefomgeving. Dit maakt de zorg kwetsbaar en meer complex om in beeld te krijgen. De toegang tot de zorg is niet langer vanzelfsprekend. Deze ontwikkelingen op zichzelf zorgen voor grote uitdagingen voor de continuïteit in de zorgketen. Een crisis of verstoring daarbovenop maakt dat de keten acuut onder druk komt te staan. In deze groter wordende opgaven en met de beperkte capaciteit die we beschikbaar hebben, investeren we verder in de crisispreparatie van de zorg. Daarbij is samenwerken in het netwerk en in Noord-Nederland cruciaal. Om beter voorbereid te zijn op een crisis of verstoring in de zorg, gaan we in 2026 investeren in een programma om de veerkracht van de niet-acute zorg te bevorderen, ondersteunen en in beeld te krijgen. Dit programma bestaat uit de volgende aspecten, te weten: 1. Scholing en bewustwording met praktische trainingen en scenario oefeningen; 2. Ondersteuning met hulpmiddelen zoals crisisprotocollen en checklists; 3.
Onderlinge samenwerking en netwerken bijvoorbeeld door VVT kennisdagen Noord-Nederland; 4. Informatiemanagement door het verbinden van kleine zorgaanbieders met centrale informatiekanalen voor actuele crisissituaties; 5. Rolverduidelijking waarin er zorg is voor heldere afspraken over de verwachtingen, taken en verantwoordelijkheden van de GHOR en ‘kleine’ zorgaanbieders. Ook werken we in 2026 aan een netwerk, waarin de acute zorginstellingen worden verbonden met de kleinere niet-acute zorginstellingen om de samenwerking onderling te versterken. Dit komt ten goede aan de weerbaarheid van de gehele gezondheidsinfrastructuur.
13
GHOR De GHOR levert vanuit geneeskundig perspectief ook input op het plan van aanpak met betrekking tot het vergroten van maatschappelijke weerbaarheid. Dit vraagt om een goede samenwerking binnen de keten. In het actuele zorgrisicoprofiel is ‘Weerbaarheid’ en de voorbereiding op verschillende crisis typen een belangrijk thema. Samen met de ketenpartners uit de acute- en niet-acute zorg worden de verschillende crisis scenario’s doorleefd, doorontwikkeld en voorbereid. Tot slot blijven we continu monitoren op knelpunten rondom de continuïteit binnen de zorgketen. We signaleren knelpunten en adresseren deze. In 2026 werken we verder aan de doorontwikkeling op het gebied van informatievoorziening, netcentrisch werken en datagestuurd werken, zodat er tijdens een crisis sprake is van een goede informatievoorziening van de zorgketen richting het Algemeen Bestuur. Tot slot adviseren we proactief en kwalitatief gemeenten bij evenementen en complexe aanvragen binnen de omgevingswet op het gebied van omgevingsveiligheid.
Financiën Programma GHOR Jaarrekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Programma GHOR GHOR
Baten
0
0
0
0
0
0
Saldo baten
Saldo
0
0
0
0
0
0
GHOR
Lasten
-1.469
-1.566
-1.605
-1.669
-1.721
-1.774
Saldo lasten
Saldo
-1.469
-1.566
-1.605
-1.669
-1.721
-1.774
-1.469
-1.566
-1.605
-1.669
-1.721
-1.774
Totaal programma GHOR
Toelichting bij de tabel: - Door ontwikkeling van loonkosten nemen de kosten voor de GHOR toe. Hier wordt ter informatie kort opgesomd welke kosten onder de verschillende posten worden verantwoord: - Onder de GHOR staan de kosten voor de dienstverleningsovereenkomst met de GGD.
14
Bedrijfsvoering Robuuste organisatie De hedendaagse ontwikkelingen vragen om een weerbare en veerkrachtige samenleving. Wij kunnen de samenleving alleen ondersteunen als ook wijzelf weerbaar en veerkrachtig zijn. Dit vraagt om een robuuste organisatie. Dit is een organisatie die bestand is tegen onverwachte crises en verstoringen. Het heeft voldoende buffers en flexibiliteit ingebouwd om te reageren op crises en verstoringen en is in staat daarna de draad zo snel mogelijk weer op te pakken. In een wereld die voortdurend verandert door technologische vooruitgang, geopolitieke verschuivingen en klimaatveranderingen, is het belangrijk om een robuuste organisatie te blijven. Dit is een constante uitdaging. Het vraagt om continu mee te bewegen met de ontwikkelingen op de wereld en gebruikte strategieën blijvend te evalueren en aan te passen. Voor 2026 betekent dit het volgende:
Weerbare organisatie Voor Drenthe staan we paraat met de brandweer en de crisisorganisatie om te zorgen dat de continuïteit van de samenleving zo weinig mogelijk verstoord wordt. Hiervoor is het belangrijk dat de VRD onder alle omstandigheden door kan gaan. Door bedrijfscontinuïteitsmanagement onderdeel te maken van onze bedrijfsvoering zorgen we ervoor dat als het licht in Drenthe uitvalt, het bij de VRD blijft branden. Dat betekent dat we moeten gaan zorgen voor genoeg mensen met de juiste kennis binnen onze kritische organisatieprocessen. En dat we ook op zo’n kritisch moment toegang houden tot belangrijke informatie. Het waarborgen van betrouwbare en veilige data-infrastructuren en het verbeteren van de datakwaliteit zijn dan ook essentiële onderdelen van onze strategie. Een weerbare en veerkrachtige organisatie vereist een goed doordacht crisismanagementplan en interne continuïteitsplannen. In 2026 gaan de VRD en GGD door met het verder prepareren van de eigen bedrijfscontinuïteitsplannen. We maken plannen up-to-date en beoefenen ze.
15
Bedrijfsvoering Arbeidsmarkt De demografische druk in Drenthe, die aanzienlijk hoger is dan het landelijke gemiddelde, legt een zware last op ons arbeidspotentieel. Dit beïnvloedt ons dagelijks werk, onze operationele capaciteit en de inzetbaarheid van vrijwilligheid. De huidige schaarste vraagt dan ook om andere keuzes en een andere mindset. We hebben inzicht in de kwaliteiten en ontwikkelwensen van onze medewerkers. We hebben helder waar ontwikkelpotentieel aanwezig is, waardoor we talenten gericht kunnen inzetten op de plekken waar dat het meest nodig is. Het inzetten van medewerkers op verschillende functies en het onderling overnemen van werkzaamheden vermindert onze kwetsbaarheid en versterkt de robuustheid van onze organisatie. We doen dit bijvoorbeeld in het loopbaantraject voor centralisten van de Meldkamer Noord-Nederland (MNN). Zij krijgen de mogelijkheid om via een stage binnen de VRD werkervaring op te doen binnen een andere functie. Als zij uiteindelijk willen doorstromen, worden de kennis en talenten van de centralist ingezet daar waar dat op dat moment het beste past, binnen de eigen organisatie. Toch is het niet meer mogelijk om alles zelf intern op te vangen. Daarom moeten we voor de invulling van kwetsbare functies actief de samenwerking opzoeken met andere partijen buiten de organisatie. Ook is aantrekken van jong talent een prioriteit.
Een goed opgezet traineeprogramma is van belang om nieuw potentieel te werven en toekomstige functies binnen de organisatie in te vullen. Tot slot maken we gebruik van nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals AI, om te onderzoeken of onder andere repetitieve taken geautomatiseerd kunnen worden. Dit helpt niet alleen om efficiënter te werken. Het verlicht ook de werkdruk.
Kennisgedreven werken Kennisgedreven werken betekent simpelweg dat we op een systematische manier data verzamelen, beheren, analyseren, interpreteren en gebruiken om te leren, verbeteren en beslissingen te nemen. Hierdoor krijgt kennis en informatie uit data een nadrukkelijkere plek naast kennis uit ervaring of statische informatiebronnen. Kennisgedreven werken is in de tegenwoordige tijd onmisbaar om effectief en efficiënt te opereren. Door beslissingen te baseren op data en opgedane ervaringen, zijn we in staat om trends en patronen te identificeren, beter geïnformeerde keuzes te maken en up-to-date blijven in een snel veranderende wereld. We maken op deze manier het werk van bijvoorbeeld de brandweer meer behapbaar, door kennis en informatie op de juiste manier beschikbaar te stellen (ondersteuning op afstand). De informatiepositie ondersteunt niet enkel de brandweer, maar ook tijdens andere crises of ongeregeldheden is het mogelijk live ondersteuning te bieden. Door gebruik te maken van data en informatie kunnen hulpdiensten beter inschatten wat er nodig is en sneller en effectiever reageren. We veranderen hiermee van een doeorganisatie naar een meer kennis- en adviesorganisatie. In 2026 gaan we verder met het doorontwikkelen van het kennisgedreven werken. We maken daarbij gebruik van nieuwe technologieën, zoals AI.
Toekomstgericht werkgeverschap Het realiseren van een robuuste organisatie is niet mogelijk zonder te investeren in toekomstgericht werkgeverschap. Het voortdurend investeren in eigen medewerkers is belangrijk. Op die manier beschikken zij namelijk over de nieuwste vaardigheden en kennis om effectief te reageren op verstoringen en crises. Daarnaast richt toekomstgericht werkgeverschap zich op het bevorderen van een inclusieve en flexibele werkomgeving.
16
Bedrijfsvoering In 2026 worden de volgende lijnen uitgezet voor de doorontwikkeling van toekomstgericht werkgeverschap: Weerbare werknemers Een weerbare organisatie functioneert niet zonder weerbare werknemers. Een weerbare werknemer is in staat om effectief om te gaan met stress, veranderingen en tegenslagen, zowel op het werk als in hun privéleven. Dit omvat het ontwikkelen van veerkracht. Dit betekent dat ze kunnen terugveren na negatieve gebeurtenissen en zich kunnen aanpassen aan onverwachte omstandigheden. De VRD heeft in 2026 blijvend aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van werknemers, het bevorderen van een ondersteunende werkomgeving en het versterken van mentale veerkracht. Mede door het vergroten van de interne veerkracht van werknemers zijn we in tijden van crises, (natuur)rampen of andere verstoringen in staat als organisatie overeind te blijven. Veranderd vakmanschap Vakmanschap betekent dat wij werk leveren van hoge kwaliteit. Hier hechten wij grote waarde aan. Blijven investeren in de ontwikkeling van het vakmanschap van onze huidige medewerkers is belangrijk. Dit omvat zowel vakinhoudelijke opleidingen als het versterken van toekomstgerichte (digitale) vaardigheden. Het stimuleert enerzijds de persoonlijke en professionele groei. Anderzijds zijn zij in staat om bij te blijven met de huidige technologische ontwikkelingen.
Deze investeringen zorgen ervoor dat medewerkers hun bijdrage aan de organisatie kunnen blijven leveren en breder inzetbaar worden. Huisvesting Onze huisvesting is onderdeel van de samenleving. Wij bieden een werkomgeving die bijdraagt aan de inzet voor een veilige leefomgeving. Het gebruik van huisvesting is de afgelopen jaren veranderd. Dit betekent iets voor de huisvestingstrategieën. We volgen daarin de behoeftes van de organisatie, medewerkers en ketenpartners. De huisvesting is waar mogelijk flexibel en faciliteert hiermee de wendbare netwerkorganisatie. Het kan voor toekomstgebruik ook betekenen dat er bepaalde aanpassingen en/of keuzes worden gemaakt die van invloed zijn op hoe de huisvesting is georganiseerd. Dit wordt samen met de GDD verkend en uitgevoerd. Verder is in 2025 bestuurlijk gesproken over de huisvesting van de brandweer en is er een nieuwe visie ‘huisvesting brandweer Drenthe’ vastgesteld. In 2026 werken we deze visie verder uit. Gezien de complexiteit van dit vraagstuk wordt samen met de Drentse gemeenten gewerkt aan het concretiseren van de doelen voor de komende jaren.
17
Bedrijfsvoering Duurzaamheid Naast het feit dat klimaatverandering effect heeft op de hulpverleningstaken van de VRD, heeft de VRD als overheidsinstelling ook een maatschappelijke rol en voorbeeldfunctie naar de samenleving. Duurzaamheidsbeleid gaat verder dan maatregelen op het gebied van huisvesting en mobiliteit. De VRD heeft daarom voor duurzaamheid een programmaplan opgesteld ‘Duurzaamheid 2025-2030’. In dit programma staat als uitgangspunt dat in 2030 duurzaam denken en handelen bij de VRD vanzelfsprekend is. In 2026 is het vanzelfsprekend om duurzaamheid mee te nemen in de keuzes die we maken en in onze manier van werken. Waar het in het verleden een vraag was of iets duurzaam was, is in 2026 duurzaamheid een standaardonderdeel in alle keuzes die worden gemaakt binnen de VRD.
Financiën Programma Bedrijfsvoering Jaarrekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Programma Bedrijfsvoering ICT
Baten
225
225
225
225
225
225
Organisatie
Baten
456
1.138
1.147
1.147
1.147
1.147
Huisvesting
Baten
937
1.004
949
949
949
949
Personeel
Baten
165
0
0
0
0
0
Saldo baten
Saldo
1.783
2.366
2.321
2.321
2.321
2.321
ICT
Lasten
-1.683
-2.007
-2.076
-2.076
-2.076
-2.076
Organisatie
Lasten
-5.363
-6.326
-7.168
-7.168
-7.168
-7.168
Huisvesting
Lasten
-1.902
-1.986
-1.970
-1.970
-1.970
-1.970
Personeel
Lasten
-2.756
-933
-1.037
-1.037
-1.037
-1.037
Saldo lasten
Saldo
-11.705
-11.253
-12.250
-12.250
-12.250
-12.250
-9.923
-8.887
-9.929
-9.929
-9.929
-9.929
Totaal programma Bedrijfsvoering
Hier wordt ter informatie kort opgesomd welke kosten onder de verschillende posten worden verantwoord: - Onder de kosten van ICT worden de kosten verstaan voor het beheer, onderhoud en vervanging van de informatiesystemen. - Onder Organisatiekosten zijn de facilitaire kosten, landelijke contributies, kosten salaris- en financieel systeem verantwoord. - Onder Investeringen staan de kosten van automatisering hardware. - Onder Personeel worden de overige personeelskosten verantwoord.
18
Financiële en algemene dekkingsmiddelen Dit hoofdstuk geeft inzicht in de dekkingsmiddelen die de VRD ter beschikking staan voor de uitvoering van de taken. Het betreft hier de gemeentelijke- en de rijksbijdrage. Onder de post overige kosten is opgenomen de nog aan producten toe te wijzen compensatie voor prijsontwikkeling.
Jaarrekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Dekkingsbronnen Gemeentelijke bijdrage
Baten
31.578
33.583
33.973
36.183
37.693
39.093
Bdur
Baten
6.182
5.836
6.110
6.110
6.110
6.110
Overige inkomsten
Baten
434
707
707
707
707
Saldo baten
Saldo
38.194
39.419
40.790
43.000
44.510
45.910
Overige kosten
Lasten
-88
-1.861
-1.139
-2.909
-4.105
-5.259
Heffing vennootschapsbelasting
Lasten
0
0
0
Onvoorzien
Lasten
0
0
0
Saldo lasten
Saldo
-88
-1.861
-1.139
-2.909
-4.105
-5.259
Totaal aan dekkingsbronnen
38.106
37.558
39.651
40.091
40.405
40.651
Resultaat voor bestemming
699
218
752
752
752
752
135
-218
-752
-752
-752
-752
834
0
0
0
0
0
Mutatie reserves Resultaat na bestemming
L/B
Toelichting bij de tabel: - De gemeentelijke bijdrage neemt toe op basis van loon- en prijsstijgingen. - De post overige kosten zoals hierboven aangegeven bevat de nog niet verdeelde middelen voor loon- en prijsontwikkeling.
19
Paragrafen
Paragrafen De van toepassing zijnde paragrafen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording voor de VRD zijn: - Weerstandvermogen en risicobeheersing - Financiering - Verbonden partijen - Bedrijfsvoering - Onderhoud kapitaalsgoederen De paragrafen Grondbeleid en Lokale heffingen zijn niet van toepassing voor de VRD.
1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de risico’s waar geen maatregelen voor zijn getroffen en de weerstandscapaciteit die de gemeenschappelijke regeling heeft om de niet begrote kosten op te vangen. De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing is als volgt opgebouwd: - Risicobeleid - Weerstandscapaciteit - Risico-inventarisatie per 31 december 2024 - Weerstandspositie - Kengetallen
1.1 Risicobeleid De werkgroep GRIP op GR-en, bestaande uit Drentse griffiers en VDG-bestuur, heeft de notitie ‘Samen werken voor Drenthe’ opgesteld. In de notitie, die vanaf 2022 van toepassing is voor de gemeenschappelijke regelingen, worden ten aanzien van de weerstandsparagraaf de volgende werkafspraken gemaakt: 1. Weerstandscapaciteit is aanwezig bij de deelnemers en in beperkte mate bij de gemeenschappelijke regeling. 2. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijk regelingen vermeldt in de begroting het verschil tussen benodigd en beschikbaar weerstandsvermogen in totaal en naar rato voor de afzonderlijke deelnemers. 3. Een algemene reserve is toegestaan om ontwikkelingen in het loon- en prijspeil af te dekken, met een maximale omvang van 2,5% van de lasten van het betreffende jaar. 4. Als de verwachting is dat de ontwikkelingen in het loon- en prijspeil boven de maximale omvang van 2,5% uitkomt, is afwijken van de richtlijn van 2,5% mogelijk. Hiervoor doet het dagelijks bestuur een gemotiveerd voorstel aan het algemeen bestuur. 5. Het bedrag boven het vastgestelde maximum van de algemene reserve, vloeit naar rato van de deelnemersbijdrage terug naar de deelnemers. De Veiligheidsregio Drenthe heeft deze afspraken in zijn geheel overgenomen en uitgevoerd.
21
Paragrafen 1.2 Weerstandscapaciteit Voor het berekenen van de weerstandscapaciteit mag op basis van de richtlijnen van het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) alleen de Algemene Reserve worden meegenomen. De weerstandscapaciteit geeft aan in welke mate de VRD in staat is de risico’s in financiële zin op te vangen. Op basis van de notitie “Samen werken voor Drenthe” heeft de Algemene Reserve van de VRD een bestemming gekregen en kan deze alleen worden ingezet voor het opvangen van loon- en prijsontwikkelingen. De VRD heeft daardoor zelf geen beschikbaar weerstandsvermogen. De hoogte van de reserve loon- en prijsontwikkelingen bedraagt maximaal 2,5% van de totale begrote lasten, zijnde 2,5% van € 41.759.605 = € 1.043.990. In onderstaande tabel is de stand van de reserves voor resultaatbestemming 2024 weergegeven:
Eindbalans
Resultaat bestemming
Beginbalans
31-dec-23
(besluit AB)
1-jan-24
0
408.000
408.000
0
0
408.000
Reserve Versterking Crisisbeheersing
429.000
271.000
700.000
86.523
0
786.523
Reserve Rampenpot
250.459
0
250.459
0
0
250.459
Reserve Nieuw leren
50.626
0
50.626
0
-50.626
0
Reserve Versterking VRD-begroting 2023
84.231
0
84.231
0
-38.468
45.763
Reserve LMS
500.000
0
500.000
0
0
500.000
Reserve Goed Werkgeverschap
409.907
0
409.907
3.510
-136.379
277.038
1.724.223
679.000
2.403.223
90.033
-225.473
2.267.783
Bestemmingsreserves
Reserve loon- en prijsontwikkeling
Saldo bestemmingsreserves
Toevoeging
Onttrekking
Eindbalans 31-dec-24
22
Paragrafen 1.3 Risico-inventarisatie per 31 december 2024 Risico
Risicokans
Impact
Bedrag
Klimaateffecten
zeer groot
zeer groot
1.125.000
Beschikbaarheid en prijs van energie
gemiddeld
groot
375.000
Arbeidsmarktproblematiek
groot
groot
525.000
Loonontwikkelingen boven compensatie
gemiddeld
gemiddeld
150.000
Prijsontwikkelingen boven compensatie
gemiddeld
gemiddeld
150.000
Onverwachte ontwikkeling groot brandweermaterieel
zeer groot
groot
675.000
Rentebeeld Europese Centrale Bank (ECB)
klein
groot
225.000
gemiddeld
gemiddeld
150.000
groot
groot
525.000
Verstoring van het huidige opleiding- en oefenensysteem
gemiddeld
groot
375.000
Niet gedekte risico's voor de brandweermensen
groot
groot
525.000
Algemeen
Financieel/economisch
Huisvesting Ontwikkelingen huisvesting ICT en informatievoorziening Digitale verstoring/Cybercrime Brandweer
Totaal risico's
4.800.000
Uit bovenstaande tabel blijkt dat alle risico’s zijn gewogen naar de kans dat ze zich kunnen voordoen en de financiële impact die ze voor de VRD kunnen hebben. Op geld gewaardeerd betekent dit een bedrag van € 4.800.000. Bij het inventariseren van de risico’s hebben wij het voorzichtigheidsprincipe in acht genomen. Dit betekent dat wij rekening houden met alle mogelijke risico’s op balansdatum. Risico’s doen zich normaal gesproken niet gelijktijdig voor.
23
Paragrafen Risico’s algemeen Klimaateffecten De ontwikkelingen in het klimaat hebben invloed op de primaire processen van de brandweer. Het risico op grotere calamiteiten als gevolg van klimaatontwikkelingen neemt toe, wat zorgt voor extra inzet van vrijwilligers en middelen. Langdurige inzet heeft effect op de inzetbaarheid van personeel en de continuïteit van de operationele leiding. Deze staan al onderdruk en komen hierdoor verder onder druk te staan. Bij de inzet van de brandweer op deze grotere calamiteiten staat daarnaast het reguliere proces onder druk. Beschikbaarheid en prijs van energie De gas- en elektriciteitsprijzen zijn de afgelopen tijd gestabiliseerd. De energiemarkt wordt nog steeds beïnvloed door diverse externe factoren zoals geopolitieke spanningen, klimaatverandering en de wereldwijde vraag naar energie. Dit heeft effect op de beschikbaarheid van gas en elektriciteit. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de wereldwijde ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en de overgang naar een duurzamer energiesysteem. Dit kan op lange termijn stabiliteit brengen, maar in de overgangsperiode kan het ook leiden tot fluctuaties in de prijzen van traditionele energiebronnen, zoals gas en andere brandstoffen.
Arbeidsmarktproblematiek In de huidige arbeidsmarkt zien we steeds vaker uitdagingen bij het invullen van vacatures, doordat het beschikbare potentieel blijft afnemen. Dit vergroot het risico dat onze dienstverlening onder druk komt te staan wanneer we niet tijdig de juiste mensen op de juiste plek krijgen. De effecten hiervan zijn inmiddels merkbaar, met stijgende kosten voor werving, inhuur en langere inwerkperiodes. Dit vraagt om meer creativiteit en aanpassingen binnen onze organisatie om wendbaar te blijven en de continuïteit van onze dienstverlening te waarborgen.
Risico’s financieel/economisch Loonontwikkelingen boven compensatie De bestemmingsreserve loon- en prijsontwikkelingen is maximaal 2,5% van de begrote lasten op basis van de notitie “Samen werken voor Drenthe”. Voor de loonontwikkelingen in de begroting wordt uitgegaan van de CPB reeksen; Prijs Bruto binnenlandsproduct, Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers. De stand van de bestemmingsreserve per 31 december 2024 is € 408.000. Als de werkelijke loonontwikkeling hoger zijn dan de meegegeven compensatie ontstaat er een tekort, de reserve is dan de eerste opvang. Prijsontwikkelingen boven compensatie De bestemmingsreserve loon- en prijsontwikkelingen is maximaal 2,5% van de begrote lasten op basis van de notitie “Samen werken voor Drenthe”. Voor de prijsontwikkelingen in de begroting wordt uitgegaan van de CPB reeksen; Prijs Bruto binnenlandsproduct, Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers. In de begroting 2024 is de meegekregen compensatie van de gemeenten voor prijsontwikkelingen verwerkt. Hogere prijsontwikkeling door inflatoire ontwikkelingen zoals zich de laatste jaren in de markt hebben voorgedaan kunnen leiden tot hogere kosten. Als deze kosten hoger zijn dan de ontvangen compensatie wordt een beroep gedaan op de reserve loon- en prijsontwikkelingen.
24
Paragrafen Onverwachte ontwikkelingen groot brandweermaterieel Ten aanzien van het groot brandweermaterieel worden we meer en meer geconfronteerd met ontwikkelingen waarop niet te sturen is. Hieronder vallen de aanbestedingstrajecten die veelal langer duren dan verwacht. Om het vervangende materieel langer in stand te houden worden daardoor extra kosten gemaakt. Ook snelle veranderingen op technisch vlak spelen hier een rol, meestal leiden deze ontwikkelingen tot een hogere vervangingsprijs. Rentebeleid Europese Centrale Bank (ECB) In 2024 lijken de effecten van het rentebeleid van de ECB enigszins te stabiliseren. Hoewel de renteverhogingen in 2023 bedoeld waren om de hoge inflatie te beteugelen, tonen de recente ontwikkelingen een gematigder rentestijging, waardoor het risico op sterk oplopende rentekosten kleiner is geworden. Desondanks blijft er een risico bestaan dat stijgende prijzen effect hebben op onze financieringsbehoefte en leiden tot een toename van onze leningenportefeuille. Het blijft daarom essentieel om zorgvuldig te monitoren en onze financiële strategie hierin te laten meebewegen.
Risico’s huisvesting Ontwikkelingen huisvesting Onze huisvesting is een cruciale factor voor onze bedrijfsvoering. Het gebouw aan de Mien-Ruysweg vertoont steeds vaker tekenen van overbelasting en onderhoudsachterstand. Deze risico’s benadrukken de noodzaak van een duurzame huisvestingsstrategie om operationele verstoringen en oplopende kosten te voorkomen. Daarnaast lopen wij risico’s bij stagnatie in de bouw van nieuwe kazernes. Dit kan leiden tot hogere kosten voor het langer in stand houden van bestaande locaties of het huren van tijdelijke voorzieningen voor materieel.
Risico’s ICT en informatievoorziening Digitale verstoring/Cybercrime De snelle ontwikkelingen in ICT bieden kansen, maar vergroten ook de risico’s van digitale verstoringen en cybercrime. Onze toenemende afhankelijkheid van digitale systemen maakt ons kwetsbaar voor incidenten zoals stroomuitval, hacking of datadiefstal. Dergelijke verstoringen kunnen grote gevolgen hebben voor onze primaire processen, vooral voor de continuïteit van de acute hulpverlening. Het blijft essentieel om te investeren in cyberbeveiliging, back-upsystemen en crisisplannen om de impact van digitale dreigingen te minimaliseren.
Risico’s brandweer Verstoring van het huidige opleiding- en oefensysteem De maatschappelijke trend dat mensen zich steeds minder lang binden is ook bij vrijwilligers te merken: zij nemen eerder afscheid van de organisatie. Dit brengt het risico met zich mee dat er een tekort ontstaat aan geschoolde en geoefende vrijwilligers. Om voldoende brandweermensen beschikbaar te hebben voor de primaire taken van de organisatie moeten hogere kosten worden gemaakt voor opleiden en oefenen. Het aanbod van scholing, door BON en NIPV, staat onder druk waardoor niet alle rollen tijdig ingevuld kunnen worden. Niet gedekte risico’s voor de brandweermensen Het werk voor de brandweer brengt inherente risico’s met zich mee, waarbij de vraag blijft of deze voldoende zijn afgedekt binnen de huidige afspraken. Beroepsgerelateerde ziekten, zoals langdurige blootstelling aan gevaarlijke stoffen en de impact van fysieke en mentale belasting, vormen een groeiende zorg. Dit vraagt om voortdurende aandacht voor preventieve maatregelen, passende vergoedingen en beleid dat inspeelt op nieuwe inzichten rondom beroepsrisico’s en gezondheidsschade.
25
Paragrafen
1.4 Weerstandspositie De weerstandspositie wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio wordt, overeenkomstig de regels in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) berekend door het aanwezige weerstandsvermogen te delen door de financiële totaalwaardering van de risico’s. Het Nederlands Instituut voor Risicomanagement (NARIS) heeft een beoordelingsmatrix opgesteld om de weerstandsratio te kunnen kwalificeren.
Ratio >2
Uitstekend
1,4 - 2
Ruim voldoende
1 - 1,4
Voldoende
0,8 - 1
Matig
0,6 - 0,8
Onvoldoende
Door het ontbreken van weerstandsvermogen bij de VRD is de ratio voor de VRD 0. De VRD is onvoldoende in staat om de mogelijke risico’s zelf op te vangen en zal bij het zich voordoen van deze risico’s een beroep doen op de bij gemeenten aanwezige weerstandscapaciteit.
Gemeente
Benodigd weerstandsvermogen
Aa en Hunze
274.599
Assen
569.290
Borger-Odoorn
259.615
Coevorden
383.008
Emmen
1.213.309
Hoogeveen
462.001
Meppel
289.469
Midden Drenthe
340.467
Noordenveld
281.597
Tynaarlo
277.619
Westerveld
214.382
De Wolden
234.644
Totaal
4.800.000
26
Paragrafen 1.5. Kengetallen De BBV schrijft een verplichte set van vijf financiële kengetallen voor. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de VRD. Naast het opnemen van deze kengetallen vindt ook een beoordeling plaats van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Door middel van de genoemde kengetallen wordt ‘de structureel en reëel sluitende begroting’ onderbouwd. Hierna volgt een overzicht van de kengetallen. Om een beeld te krijgen van de financiële positie van de VRD zijn vier voor ons verplichte toepasbare financiële kengetallen ontwikkeld: 1. netto schuldquote 2. solvabiliteit 3. taakvelden 4. structurele exploitatieruimte Netto schuldquote/ Netto schuldquote gecorrigeerd Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRD ten opzichte van de totale inkomsten en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
2026
2027
Langlopende schulden
23.220.557
19.591.757
Kortlopende schulden
4.107.227
6.170.257
2.369
1.468
1.677.324
1.677.324
250.000
250.000
Subtotaal
29.257.477
27.690.807
Totale baten
-45.438.563
-47.648.563
-55,9%
-50,0%
2026
2025
Langlopende schulden
23.220.557
19.591.757
Kortlopende schulden
4.107.227
6.170.257
Vorderingen
1.677.324
1.677.324
250.000
250.000
Subtotaal
29.255.108
27.689.338
Totale baten
-45.438.563
-47.648.563
-55,9%
-50,0%
Financiele activa Vorderingen Liquide middelen
Netto schuldquote
Liquide middelen
Netto schuldquote gecorrigeerd
De VNG heeft als richtlijn een norm van maximaal 130% voor de schuldquote. Daar blijft de VRD ruim onder.
27
Paragrafen Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de VRD in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid.
Solvabiliteitsratio 2026
9,0
2027
10,9
2028
9,7
2029
9,7
Structurele exploitatieruimte In de begroting 2026 en volgende jaren wordt een storting gedaan in de reserves. De structurele exploitatieruimte is daarom in 2026 positief. Structurele exploitatieruimte 2026
1,84%
2027
1,75%
2028
1,69%
2029
1,64%
2. Financiering 2.1 Wet fido Het Rijk stelt regels aan hoe gemeenten en provincies hun geld en kapitaal beheren. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Hoeveel geld gemeenten en provincies mogen lenen, is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld ze mogen lenen voor een periode van maximaal 1 jaar. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. Gemeenten en provincies mogen liquide middelen aanhouden bij de schatkist (schatkistbankieren).
28
Paragrafen 2.2 Renterisico kort en langlopende financiering Kasgeldlimiet De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten van de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de gemiddelde korte schuld tot 8,2% van de totale lasten (€ 45.450.000,-) van de programmabegroting. Voor 2026 bedraagt de limiet € 3,726 miljoen. In de onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de voor de komende jaren weergeven. Uitgaande van de geldende limieten zal in 2027 worden overgegaan tot het aantrekken van een nieuwe langlopende lening.
Berekening kasgeldlimiet (bedrag * € 1.000)
2026
2027
2028
2029
* In procenten van de grondslag
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
* In bedrag
-3.726
-3.907
-4.031
-4.146
6.170
1.840
4.762
7.827
Totaal netto vlottende schuld
6.170
1.840
4.762
7.827
Toegestane kasgeldlimiet
-3.726
-3.907
-4.031
-4.146
Ruimte
2.444
-2.067
731
3.681
Berekening kasgeldlimiet (bedrag * € 1.000)
2026
2026
2026
2026
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
* In procenten van de grondslag
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
* In bedrag
-3.694
-3.700
-3.716
-3.726
4.107
4.622
5.137
6.170
Totaal netto vlottende schuld
4.107
4.622
5.137
6.170
Toegestane kasgeldlimiet
-3.694
-3.700
-3.716
-3.726
413
922
1.421
2.444
Toegestane kasgeldlimiet
Omvang vlottende schuld Vlottende middelen Toets kasgeldlimiet
Toegestane kasgeldlimiet
Omvang vlottende schuld Vlottende middelen Toets kasgeldlimiet
Ruimte
Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor de VRD komt het neer op een bedrag van € 9,1 miljoen. Het renterisico is gelijk aan de jaarlijkse aflossing op de langlopende leningen voor de VRD € 3,6 miljoen. Hierdoor blijft de VRD binnen de berekende norm.
29
Paragrafen Kasstroom/Emu overzicht In het stabiliteitspact binnen de Europese Unie is afgesproken dat een tekort voor de totale overheidssector niet hoger dan 3 procent van het bruto binnenlands product (BBP) mag zijn. Een goede informatievoorziening is essentieel voor het monitoren en beheersen van het EMU-saldo.
Tabel EMU saldo nr.
Omschrijving (bedragen 8 € 1.000)
2025
2026
2027
2028
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit de reserves (zie BBV, artikel 17c)
752
752
752
752
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
3.400
3.250
3.150
3.000
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
0
0
0
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa, die op de balans worden geactiveerd
2.300
1.850
4.750
6.065
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de EU en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa, voor zover niet op de exploitatie verantwoord
0
0
0
0
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, en woonrijpmaken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
0
8
Baten bouwgrondexploitatie : Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
0
0
0
0
10
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen ed.) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de bovenstaande posten
0
0
0
0
11
Verkoop van effecten : neen
neen
neen
neen
0
0
0
0
1.852
2.152
-848
-2.313
a. Gaat u effect verkopen ? (ja/nee) b. Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie ? Berekend EMU saldo
30
Paragrafen
Kasstroomoverzicht
2025
2026
2027
2028
Resultaat voor reserves
752.011
752.011
752.011
752.011
Operationele activiteiten
752.011
752.011
752.011
752.011
Investeringen
2.300.000
1.850.000
4.750.000
6.065.000
Afschrijvingen
3.400.000
3.250.000
3.150.000
3.000.000
-
-
-
-
Saldo
1.100.000
1.400.000
-1.600.000
-3.065.000
Financieringsactiviteiten
1.852.011
2.152.011
-847.989
-2.312.989
Aflossing leningen
3.628.799
3.628.799
3.628.799
4.628.799
-
-
10.000.000
-
208.560
-
-5.000.000
-
-
-
-
-3.628.799
-8.628.799
-4.628.799
Mutatie Voorzieningen
Mutatie Uitgezette leningen Mutatie Vorderingen Mutatie Overlopenden activa Mutatie kortlopende schulden
-3.837.360
Mutatie reserves Saldo
-0
0
0
0
Mutatie liquide middelen
126.442
-
-
-
Liquide middelen
376.442
250.000
250.000
250.000
Stand 1 januari
376.442
250.000
250.000
250.000
Stand 31 december
250.000
250.000
250.000
250.000
31
Paragrafen 3. Verbonden Partijen 3.1 Definitie Verbonden Partij Een Verbonden Partij (VP) is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de VRD een financieel én een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRD aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRD vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Hieronder worden de partijen waarmee de VRD een nauwe betrokkenheid heeft genoemd.
3.2 Stichting BON In 2025 hebben de besturen van de veiligheidsregio's Fryslan, Groningen en Drenthe het besluit genomen een verbinding aan te gaan met de stichting BON, waardoor een verbonden partij is ontstaan. Naast een financieel belang hebben de drie veiligheidsregio's ook een financieel belang in de stichting. De stichting is aandeelhouder in de BON holding B.V.. De BON Holding B.V. heeft een 100% deelneming in Oefencentrum Noord B.V. en Brandweeropleidingen Noord B.V. en de flexpool B.V..
4.3 Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid Dit is de organisatie die de krachten bundelt op het terrein van de publieke veiligheid in Nederland. Klimatologische, digitale, maatschappelijke en internationale ontwikkelingen brengen Nederland nieuwe typen crises en complexe maatschappelijke vraagstukken. Het Instituut wordt bestuurd door de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s. Het NIPV levert onder andere een bijdrage aan de brandweeropleidingen en het delen van informatie en expertise. Ook houdt het NIPV zich bezig met het verwerven en beheren van materieel, uitrusting en telecommunicatievoorzieningen. Een deel van de geldstroom aan het NIPV komt bij de veiligheidsregio's vandaan, daarom betaalt de VRD jaarlijks een contributie. Samenwerkingspartijen De VRD kan haar taken beter uitvoeren in samenwerking met andere partijen. De beste resultaten uit samenwerking zijn te behalen als de betrokken partijen zich vanzelfsprekend met elkaar verbonden voelen, bijvoorbeeld vanwege gemeenschappelijke waarden of belangen. Kwaliteit- en resultaatverbetering staan voorop. Voorbeelden van samenwerking zijn: - Dienstverleningsovereenkomst met de Gemeente Tynaarlo voor de uitvoering van de salarisadministratie. - Dienstverleningsovereenkomst met GGD Drenthe voor de administratievoering van de GHOR.